over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0893),
– gelet op artikel 251, lid 2, en de artikelen 61, sub c), lid 65, en 67, lid 5, van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0001/2009),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0270/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter dit standpunt te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(2) Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken tussen lidstaten en derde landen wordt van oudsher beheerst door overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen.
(2) Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken tussen lidstaten en derde landen wordt van oudsher beheerst door overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen. Dergelijke overeenkomsten betreffende aangelegenheden uit het familierecht, waarvan er een groot aantal bestaan, weerspiegelen zeer vaak historische banden tussen de betreffende lidstaat en een welbepaald derde land of landen. Ze komen tegemoet aan een duidelijke behoefte van burgers in zowel deze lidstaat als het betrokken derde land.
Motivering
De rapporteur is van mening dat extra maatregelen nodig zijn om de preambule te versterken.Een andere mogelijkheid is om een verwijzing op te nemen naar het rondgedeelde werkdocument van de diensten van de Commissie.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(4) Het kan ook nodig zijn om met derde landen nieuwe overeenkomsten te sluiten op bepaalde gebieden van civiel recht die onder Titel IV van het EG-Verdrag vallen.
(4) Het is duidelijk nodig om met derde landen nieuwe overeenkomsten te sluiten op bepaalde gebieden van civiel recht die onder Titel IV van Deel III van het EG-Verdrag vallen, meer bepaald omdat veel bestaande bilaterale overeenkomsten de huidige omstandigheden niet weerspiegelen of aan modernisering toe zijn.
Motivering
De rapporteur is van mening dat extra maatregelen nodig zijn om de preambule te versterken. Een andere mogelijkheid is om een verwijzing op te nemen naar het rondgedeelde werkdocument van de diensten van de Commissie.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(8) Er moet worden nagegaan of er momenteel voldoende communautair belang is om alle bestaande of voorgestelde bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen te vervangen door communautaire overeenkomsten. Om die reden is het nodig een procedure vast te stellen met een tweeledig doel. Ten eerste moet de Gemeenschap kunnen nagaan of er voldoende communautair belang is om een bepaalde bilaterale overeenkomst te sluiten. Ten tweede moeten de lidstaten worden gemachtigd om de overeenkomst in kwestie te sluiten wanneer er geen actueel communautair belang bestaat om een dergelijke overeenkomst te sluiten.
Schrappen.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(9) Er moet een coherente en transparante procedure worden vastgesteld om lidstaten te machtigen om bestaande overeenkomsten met derde landen te wijzigen of in uitzonderlijke omstandigheden over nieuwe overeenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten, met name wanneer de Gemeenschap niet heeft aangegeven dat zij voornemens is om haar externe bevoegdheid om de betrokken overeenkomst te sluiten, uit te oefenen. Deze procedure doet geen afbreuk aan de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap en de bepalingen van de artikelen 300 en 307 van het EG-Verdrag. Aangezien dit een afwijking is van de regel dat de Gemeenschap exclusief bevoegd is om over deze aangelegenheden internationale overeenkomsten te sluiten, moet de voorgestelde procedure worden beschouwd als een uitzonderlijke maatregel en moeten de werking en de duur ervan worden beperkt.
(9) Met betrekking tot overeenkomsten met derde landen over specifieke civielrechtelijke vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, moet er een coherente en transparante procedure worden vastgesteld om een lidstaat te machtigen een bestaande overeenkomst met derde landen te wijzigen of over een nieuwe overeenkomst te onderhandelen en deze te sluiten, met name wanneer de Gemeenschap niet heeft aangegeven dat zij voornemens is haar externe bevoegdheid uit te oefenen om op grond van een reeds bestaand of voorgenomen onderhandelingsmandaat een overeenkomst te sluiten. Deze procedure doet geen afbreuk aan de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap en de bepalingen van de artikelen 300 en 307 van het EG-Verdrag. Zij moet worden beschouwd als een uitzonderlijke maatregel en moeten de werking en de duur ervan worden beperkt.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(9 bis) Deze verordening is niet van toepassing indien de Gemeenschap met het betrokken derde land of de betrokken derde landen reeds een overeenkomst heeft gesloten over hetzelfde onderwerp. Twee overeenkomsten worden alleen geacht hetzelfde onderwerp te betreffen indien en voor zover zij dezelfde specifieke juridische kwesties inhoudelijk reguleren. Bepalingen waarin slechts een algemene intentie wordt verwoord om aangaande dergelijke kwesties samen te werken, dienen niet te worden beschouwd als betrekking hebbend op hetzelfde onderwerp.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(9 ter) De Commissie moet een strategie uitstippelen en prioriteiten formuleren om te komen tot een communautair beleid inzake externe betrekkingen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken aan de hand van door de Europese Raad vast te stellen richtsnoeren.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(10 bis) Bepaalde regionale overeenkomsten tussen enkele lidstaten en enkele derde landen, bijvoorbeeld twee of drie, die bedoeld zijn om in te spelen op lokale situaties en niet open staan voor toetreding door andere staten, moeten in uitzonderlijke omstandigheden onder deze verordening vallen.
Motivering
De rapporteur heeft getracht de formulering iets strakker te maken om rekening te houden met de wensen van bepaalde collega’s.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(11) Volgens deze verordeningen moet het voorgestelde mechanisme alleen in afzonderlijke en uitzonderlijke gevallen toepasselijk zijn op overeenkomsten met betrekking tot sectorale aangelegenheden en die regels bevatten inzake de door deze instrumenten bestreken gebieden.
Schrappen.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(12) Om ervoor te zorgen dat een door een lidstaat voorgestelde overeenkomst het Gemeenschapsrecht niet verzwakt of de goede werking van het daarbij ingestelde systeem niet aantast, moet zowel machtiging worden verleend om onderhandelingen te starten of voort te zetten als om een overeenkomst te sluiten. Daardoor zal de Commissie het verwachte effect van de (eventuele) resultaten van de onderhandelingen voor het Gemeenschapsrecht kunnen beoordelen. Zo nodig kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen of vragen dat in de voorgestelde overeenkomsten specifieke bepalingen worden opgenomen.
(12) Om ervoor te zorgen dat een door een lidstaat voorgenomen overeenkomst het Gemeenschapsrecht niet verzwakt of de goede werking van het daarbij ingestelde systeem niet aantast, en er tevens voor te zorgen dat die overeenkomst het communautaire beleid op het gebied van externe betrekkingen waartoe de Gemeenschap heeft besloten, niet aantast, moet de betrokken lidstaat ertoe worden verplicht de Commissie van zijn voornemen in kennis te stellen teneinde een machtiging te verkrijgen om formele onderhandelingen over een overeenkomst te openen of voort te zetten, alsook om een overeenkomst te sluiten. Deze kennisgeving moet bij brief of langs elektronische weg geschieden. Zij moet alle gegevens en stukken bevatten waarover de Commissie moet beschikken om te kunnen beoordelen welk effect het resultaat van de onderhandelingen naar verwacht op het Gemeenschapsrecht zal hebben.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(12 bis) Beoordeeld moet worden of de Gemeenschap voldoende belang heeft bij het sluiten van een bilaterale overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land of, in voorkomend geval, voldoende belang bij het vervangen van een bestaande bilaterale overeenkomst tussen een lidstaat en een derde land door een communautaire overeenkomst. Alle lidstaten moeten daartoe worden geïnformeerd over enige door de Commissie ontvangen kennisgeving betreffende een door een bepaalde lidstaat voorgenomen overeenkomst, om hen in staat te stellen hun belangstelling voor aansluiting bij het initiatief van de kennisgevende lidstaat kenbaar te maken. Het Europees Parlement wordt geïnformeerd. Indien uit deze informatie-uitwisseling een voldoende belang voor de Gemeenschap naar voren komt, moet de Commissie overwegen een onderhandelingsmandaat voor te stellen met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land.
Motivering
De rapporteur wil ervoor zorgen dat het Europees Parlement zo goed mogelijk op de hoogte wordt gehouden.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(12 ter) Alle lidstaten en het Europees Parlement moeten op de hoogte worden gebracht van alle aan de Commissie gedane kennisgevingen over voorgenomen of door onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomsten en van alle met redenen omklede besluiten die de Commissie krachtens deze verordening heeft genomen. Deze informatie dient evenwel volledig te voldoen aan mogelijke vertrouwelijkheidsvereisten.
Motivering
De rapporteur wil ervoor zorgen dat het Europees Parlement zo goed mogelijk op de hoogte wordt gehouden.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 quater (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(12 quater) Wanneer de Commissie, op grond van haar beoordelingen, voornemens is geen machtiging te verlenen voor het openen van formele onderhandelingen of voor het sluiten van een door onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst, dient de Commissie, voordat zij haar met redenen omkleed besluit neemt, de betrokken lidstaat een advies te verstrekken. In geval van sluiting van een na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst, dient het advies aan de Raad en het Europees Parlement te worden gericht.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(15) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.
Schrappen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Deze verordening is van toepassing op bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het toepasselijke recht in burgerlijke en handelszaken, en die geheel of gedeeltelijk binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen vallen.
2. Deze verordening is van toepassing op bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over bepaalde aangelegenheden die binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen vallen.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. In deze verordening wordt onder "overeenkomst" verstaan, bilaterale overeenkomst tussen een lidstaat en een derde land.
1. In deze verordening wordt onder "overeenkomst" verstaan:
a) een bilaterale overeenkomst tussen een lidstaat en een derde land;
b) een regionale overeenkomst tussen een beperkt aantal lidstaten en aan lidstaten van de Europese Unie grenzende derde landen, die bedoeld is om in te spelen op lokale situaties en niet openstaat voor toetreding door andere staten.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. In deze verordening wordt onder "lidstaat" verstaan, iedere lidstaat, behalve Denemarken.
2. In deze verordening wordt onder "lidstaat" verstaan, iedere lidstaat, met uitzondering van Denemarken.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Wanneer een lidstaat voornemens is onderhandelingen te openen met een derde land om een bestaande overeenkomst te wijzigen of om een nieuwe overeenkomst te sluiten die binnen de werkingssfeer van deze verordening valt, stelt hij de Commissie schriftelijk van dit voornemen in kennis.
1. Wanneer een lidstaat voornemens is onderhandelingen te openen met een derde land om een bestaande overeenkomst te wijzigen of om een nieuwe overeenkomst te sluiten die binnen de werkingssfeer van deze verordening valt, stelt hij de Commissie schriftelijk of langs elektronische weg van zijn verzoek in kennis.
Motivering
Het is noodzakelijk de tegenstrijdigheid met de tweede alinea van artikel 5, lid 3, op te heffen, waarin het volgende wordt bepaald: "De Commissie neemt haar besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving", en om de wijze van kennisgeving te vermelden (schriftelijk of langs elektronische weg).
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. De kennisgeving gaat in voorkomend geval vergezeld van een kopie van de bestaande overeenkomst, de ontwerp-overeenkomst of het ontwerp-voorstel van het betrokken derde land, en van alle andere relevante documenten. De lidstaat beschrijft de onderhandelingsdoelstellingen, specificeert de kwesties die moeten worden behandeld of de bepalingen van de bestaande overeenkomst die moeten worden gewijzigd en verstrekt alle andere relevante informatie.
2. De kennisgeving gaat waar nodig in voorkomend geval vergezeld van een kopie van de bestaande overeenkomst, de ontwerp-overeenkomst of het ontwerp-voorstel van het betrokken derde land, en van alle andere relevante documenten. De lidstaat beschrijft het onderwerp van de onderhandelingen, specificeert de kwesties die in de voorgenomen overeenkomst moeten worden behandeld of de bepalingen van de bestaande overeenkomst die moeten worden gewijzigd. De lidstaat kan aanvullende informatie verstrekken.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
3. De kennisgeving vindt plaats ten minste drie maanden vóór het geplande begin van de formele onderhandelingen met het betrokken derde land.
3. De Commissie geeft de kennisgeving en indien nodig de begeleidende documentatie door aan het Europees Parlement en de Raad, met inachtneming van de vereiste vertrouwelijkheid.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Na de kennisgeving gaat de Commissie na of de lidstaat de onderhandelingen met het betrokken derde land kan voortzetten. Wanneer de Gemeenschap met het betrokken derde land over dezelfde onderwerpen reeds een overeenkomst heeft gesloten, wordt het verzoek van de lidstaat automatisch door de Commissie verworpen.
1. Na ontvangst van de kennisgeving toetst de Commissie of de lidstaat onderhandelingen mag openen.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1 bis. De Commissie verwerpt de kennisgeving van de lidstaat wanneer:
a) de Gemeenschap met het betrokken derde land of derde landen over hetzelfde onderwerp reeds een overeenkomst heeft gesloten, of
b) de beoogde overeenkomst niet onder het toepassingsgebied van deze verordening valt.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1 ter. Er wordt geacht een communautair belang te bestaan indien:
a) vijf of meer lidstaten met hetzelfde derde land en over hetzelfde onderwerp een overeenkomst hebben gesloten die onder het toepassingsgebied van deze verordening valt, of van plan zijn dat te gaan doen;
b) het Europees Parlement of de Raad daarover binnen drie maanden na ontvangst van een kennisgeving een mededeling aan de Commissie doet toekomen.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Wanneer de Gemeenschap nog geen overeenkomst met het betrokken derde land heeft gesloten, gaat de Commissie bij haar beoordeling eerst na of er in de nabije toekomst een relevante communautaire overeenkomst met het betrokken derde land is gepland. Wanneer dit niet het geval is, kan de Commissie de machtiging verlenen, op voorwaarde dat:
2. Wanneer de Gemeenschap nog geen overeenkomst met het betrokken derde land of derde landen heeft gesloten, gaat de Commissie bij haar beoordeling eerst na of er in de komende twee jaar een relevante communautaire overeenkomst met het betrokken derde land of derde landen is gepland. Wanneer dit niet het geval is, controleert de Commissie of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
(a) de betrokken lidstaat heeft aangetoond dat er een specifiek belang is om de bilaterale sectorale overeenkomst met het derde land te sluiten, dat met name verband houdt met het bestaan van economische, geografische, culturele of historische banden tussen de lidstaat en dat derde land; en
(a) de betrokken lidstaat aannemelijk heeft gemaakt dat hij er een specifiek belang bij heeft om de overeenkomst te sluiten op grond van economische, geografische, culturele, historische of sociale banden tussen de lidstaat en het betrokken derde land of de betrokken derde landen en er voor de Gemeenschap op dat moment geen belang is om de overeenkomst te sluiten;
(b) de Commissie vaststelt dat de voorgestelde overeenkomst een beperkt effect heeft op de uniforme en coherente toepassing van de geldende Gemeenschapsregels en op de goede werking van het daarbij ingestelde systeem.
(b) de geplande overeenkomst maakt, op basis van een objectieve evaluatie van de door de lidstaat verstrekte informatie en alle relevante documenten en overwegingen, het Gemeenschapsrecht niet ineffectief en ondermijnt niet de goede werking van het daarbij ingestelde systeem;
(c) de beoogde overeenkomst is niet schadelijk voor het voorwerp en het doel van het communautair beleid op het gebied van buitenlandse betrekkingen;
(d) in geval van een exclusieve regionale overeenkomst, heeft de Gemeenschap geen mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een overeenkomst te sluiten.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2 bis. Wanneer de door de lidstaat verstrekte informatie niet afdoende is voor het maken van de beoordeling kan de Commissie aanvullende informatie opvragen.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Wanneer de Commissie concludeert dat er, gelet op de in artikel 4 vermelde voorwaarden, geen belemmeringen zijn voor de overeenkomst, kan zij een lidstaat machtigen om over de overeenkomst onderhandelingen te openen met het betrokken derde land. Zo nodig kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen en vragen dat in de voorgestelde overeenkomst specifieke bepalingen worden opgenomen.
1. Wanneer de Commissie concludeert dat er aan de in artikel 4 vermelde voorwaarden is voldaan, machtigt zij de lidstaat om over de overeenkomst onderhandelingen te openen met het betrokken derde land of derde landen. Zo nodig mag de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen en vragen dat in de geplande overeenkomst specifieke bepalingen worden opgenomen.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De overeenkomst moet een bepaling bevatten over de opzegging ervan ingeval de Gemeenschap met hetzelfde derde land een overeenkomst over hetzelfde onderwerp sluit.De overeenkomst bevat de volgende bepaling: "(naam van de lidstaat) zegt de overeenkomst op wanneer de Europese Gemeenschap met (naam van het derde land) een overeenkomst sluit over dezelfde onderwerpen van civiel recht als die van de onderhavige overeenkomst".
De overeenkomst moet een bepaling bevatten die voorziet in eenvolledige of gedeeltelijke opzegging van de overeenkomst ingeval de Gemeenschap of de Gemeenschap en haar lidstaten met hetzelfde derde land of dezelfde derde landen een overeenkomst over hetzelfde onderwerp sluiten.Rekening houdend met de volgende richtsnoeren luidt de bepaling als volgt:"(naam van de lidstaat) zegt deze overeenkomst geheel of volledig op indien en wanneer de Gemeenschap of de Gemeenschap en haar lidstaten met (naam van het derde land of de derde landen) een overeenkomst sluiten over dezelfde onderwerpen van civiel recht als die van deze overeenkomst".
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2 bis. De overeenkomst bevat een bepaling tot automatische vervanging van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap of de Gemeenschap en haar lidstaten en het derde land of de betrokken derde landen over dezelfde aangelegenheid.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
3.De Commissie neemt een besluit over de in de leden 1 en 2 bedoelde machtiging volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde procedure.
Schrappen.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De Commissie neemt haar besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving.
De Commissie neemt haar met redenen omkleed besluit over het verzoek van de lidstaat binnen drie maanden na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving of van de aanvullende informatie die krachtens artikel 4, lid 3, werd opgevraagd. Deze termijn kan op verzoek van de Commissie één keer worden verlengd met een periode van dertig dagen.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
3 bis. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad binnen één maand nadat ze het besluit genomen heeft daarvan in kennis.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 5 bis
Weigering om de opening van formele onderhandelingen toe te staan
1. Indien de Commissie op basis van de beoordeling uit hoofde van artikel 4 voornemens is geen machtiging te verlenen voor het openen van formele onderhandelingen over de voorgenomen overeenkomst, brengt zij binnen 90 dagen na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving advies uit aan de Raad.
2. De betrokken lidstaat kan de Commissie binnen 30 dagen na het uitbrengen van het advies door de Commissie verzoeken om met de lidstaat te overleggen ten einde een oplossing te vinden.
3. Indien de betrokken lidstaat niet binnen de in lid 2 genoemde termijn een dergelijk verzoek indient of als de Commissie weigert overleg te plegen, neemt de Commissie een met redenen omkleed besluit over het verzoek van de lidstaat binnen 130 dagen na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving.
Ingeval wel overleg in de zin van lid 2 plaatsvindt, neemt de Commissie binnen 30 dagen na afronding van het overleg een met redenen omkleed besluit over het verzoek van de lidstaat.
4. De betrokken lidstaat kan de Commissie verzoeken een formeel voorstel voor de sluiting van een overeenkomst van de Gemeenschap over hetzelfde onderwerp met het betrokken derde land of de betrokken derde landen te doen.
Motivering
De rapporteur is niet gelukkig met het mechanisme dat de Raad voorstelt.Hij schrapt de verwijzing naar een mogelijk debat in de Raad omdat dit nutteloos zou zijn:een lidstaat kan namelijk elk punt op de agenda van de Raad plaatsen. De rapporteur ziet meer nut in de invoering van een “bemiddelingsmechanisme”. Als de bemiddeling mislukt, dan moet de betrokken lidstaat de Commissie kunnen verzoeken om te onderhandelen over een overeenkomst van de Gemeenschap.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Vóór de parafering van de overeenkomst stelt de betrokken lidstaat de Commissie in kennis van het resultaat van de onderhandelingen en deelt hij de Commissie de tekst van de overeenkomst mee.
1. Vóór de ondertekening van de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst stelt de betrokken lidstaat de Commissie in kennis van het resultaat van de onderhandelingen en deelt hij de Commissie de tekst van de overeenkomst mee.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Na de kennisgeving gaat de Commissie na of de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst in overeenstemming is met haar eerste beoordeling. Bij deze verdere beoordeling moet de Commissie onderzoeken of de voorgestelde overeenkomst aan de door de Commissie gestelde vereisten voldoet, met name wat de in artikel 5, lid 1, bedoelde op te nemen bepalingen betreft en of het sluiten van de voorgestelde overeenkomst het Gemeenschapsrecht zou verzwakken of de goede werking van het daarbij ingestelde systeem zou aantasten.
2. Na ontvangst van deze kennisgeving toetst de Commissie of de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst in overeenstemming is met haar eerste beoordeling. Bij deze verdere beoordeling onderzoekt de Commissie of de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst voldoet aan de in artikel 4 genoemde voorwaarden, met name wat de in artikel 5, lid 1, bedoelde op te nemen bepaling betreft.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
4. Wanneer de Commissie tot de vaststelling komt dat de onderhandelingen hebben geleid tot een overeenkomst die aan de in lid 2 bedoelde vereisten voldoet, kan de lidstaat worden gemachtigd de overeenkomst te sluiten.
4. Wanneer de Commissie tot de vaststelling komt dat de onderhandelingen hebben geleid tot een overeenkomst die aan de in lid 2 bedoelde vereisten voldoet, wordt de lidstaat gemachtigd de overeenkomst te sluiten.
Motivering
Het is niet wenselijk dat de Commissie in dit stadium discretionaire bevoegdheid heeft.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 7– lid 5– alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
5.De Commissie neemt een besluit over de in de leden 3 en 4 bedoelde machtiging volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde procedure.
Schrappen.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De Commissie neemt haar besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving.
De Commissie neemt haar met redenen omkleed besluit over het verzoek van de lidstaat binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
5 bis. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad binnen één maand nadat ze het besluit genomen heeft daarvan in kennis.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 7 bis
Weigering om machtiging tot sluiting van de overeenkomst te verlenen
1. Indien de Commissie, op basis van haar beoordeling uit hoofde van artikel 7, lid 2, voornemens is geen machtiging tot sluiting van de tot stand gekomen overeenkomst te verlenen, brengt zij binnen 90 dagen na ontvangst van de in artikel 7, lid 1, bedoelde kennisgeving advies uit aan het Europees Parlement en de Raad.
2. De betrokken lidstaat kan binnen 30 dagen na het uitbrengen van het advies door de Commissie verzoeken om in de Raad zo spoedig mogelijk een debat over de kwestie te houden.
In geval van een dergelijk verzoek neemt de Commissie binnen 30 dagen na het debat in de Raad een met redenen omkleed besluit over het verzoek van de lidstaat.
3. Indien de betrokken lidstaat niet binnen de in lid 2 genoemde termijn om een debat in de Raad verzoekt, neemt de Commissie een met redenen omkleed besluit over het verzoek van de lidstaat binnen 130 dagen na ontvangst van de in artikel 7, lid 1, bedoelde kennisgeving.
4. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad binnen 30 dagen na haar besluit van dat besluit in kennis.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 8
Comitéprocedure
Schrappen.
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, ingesteld krachtens Verordening (EG) nr. […] tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken, inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en inzake onderhoudsverplichtingen, en betreffende het toepasselijke recht op het gebied van onderhoudsverplichtingen
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de raadplegingsprocedure van artikel 3 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de artikelen 7 en 8 van dat besluit.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de beheersprocedure van artikel 4 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de artikelen 7 en 8 van dat besluit.
4. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 8 bis
Vertrouwelijkheid
1. Wanneer de lidstaten de Commissie krachtens de artikelen 3, 4, lid 3, en 7 in kennis stellen van de onderhandelingen en de resultaten hiervan, delen zij de Commissie duidelijk mede welke informatie daarvan als vertrouwelijk moet worden beschouwd en of deze met andere lidstaten mag worden gedeeld.
2. De Commissie en de lidstaten dragen er zorg voor dat als vertrouwelijk aangemerkte informatie wordt behandeld overeenkomstig artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie1.
1 PB L 145 van 31 mei 2001, blz. 43.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 8 ter
Informatieverstrekking aan de lidstaten
De Commissie zendt de kennisgevingen die uit hoofde van de artikelen 3 en 7 zijn ontvangen en, zo nodig, de begeleidende stukken, alsmede haar uit hoofde van de artikelen 5, 5 bis, 7 en 7 bis opgestelde met redenen omklede besluiten aan de lidstaten, met inachtneming van de vertrouwelijkheidsvoorschriften.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Afhankelijk van de stand van de onderhandelingen, kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen of voorstellen dat specifieke bepalingen in de overeenkomst worden opgenomen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1.
Afhankelijk van de stand van de onderhandelingen, kan de Commissie richtsnoeren voorstellen of verzoeken dat specifieke bepalingen in de overeenkomst worden opgenomen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 10
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Uiterlijk op 1 januari 2014 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening, dat eventueel vergezeld gaat van een passend wetgevingsvoorstel.
Uiterlijk op 1 januari 2014 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. Het verslag dient een positieve aanbeveling te bevatten, hetzij tot intrekking van deze verordening, hetzij tot handhaving ervan tot de in artikel 10 bis voorgeschreven vervaldatum.
Indien de verordening wordt gehandhaafd, dient de Commissie uiterlijk op 1 januari 2019 opnieuw een dergelijk verslag in bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité.
De verslagen gaan eventueel vergezeld van een passend wetgevingsvoorstel, met name over de vervanging van de verordening door een verordening met dezelfde werkingssfeer of een verordening waarvan de werkingssfeer wordt uitgebreid tot de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken in de zin van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad1.
Bij de huidige herziening van verordening (EG) nr. 44/2001 houdt de Commissie volledig rekening met dit vraagstuk.
1 PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 10 bis
Vervaldatum
1. Deze verordening vervalt op 31 december 2019.
2. Ongeacht de vraag of deze verordening op die datum vervalt of wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 10, mogen onderhandelingen waarvoor op grond van artikel 5 aan een lidstaat vóór die verval- of intrekkingsdatum toestemming is verleend om die onderhandelingen te openen, worden voortgezet en afgerond volgens de bepalingen van deze verordening.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Zij is van toepassing tot en met 31 december 2014.
Schrappen.
TOELICHTING
Naast dit communautair acquis geldt op het gebied van het civiel recht voor veel lidstaten ook een aantal bilaterale overeenkomsten die zij met derde landen hebben gesloten vóór de inwerkingtreding van de betrokken bepalingen van het Verdrag van Amsterdam of vóór hun toetreding tot de Europese Gemeenschap. Voor zover dergelijke reeds bestaande overeenkomsten bepalingen bevatten die niet verenigbaar zijn met het EG-Verdrag, moeten de lidstaten overeenkomstig artikel 307 van het EG-Verdrag gebruik maken van alle passende middelen om die onverenigbaarheden op te heffen. Het Europees Hof van Justitie heeft bevestigd dat de lidstaten zo nodig overeenkomsten die onverenigbaar zijn met het acquis, moeten opzeggen.
Naast reeds bestaande bilaterale overeenkomsten kan het ook nodig zijn om met derde landen nieuwe overeenkomsten te sluiten op bepaalde gebieden van civiel recht die onder Titel IV van het EG-Verdrag vallen.
In zijn advies 1/03 van 7 februari 2006 over het sluiten van het nieuwe Verdrag van Lugano(1), heeft het Hof met name bevestigd dat de Gemeenschap de exclusieve bevoegdheid heeft gekregen om met derde landen internationale overeenkomsten te sluiten over zaken die de regels aantasten die onder andere zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 44/2001 ("Brussel I"), met name betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. In zijn advies stelde het Hof vast dat uit onderzoek van de bevoegdheidsregels in het nieuwe verdrag van Lugano volgt dat deze regels de uniforme en coherente toepassing van de Gemeenschapsregels inzake de rechterlijke bevoegdheid en de goede werking van het daarbij ingestelde systeem aantasten. Het Hof kwam tot een soortgelijke conclusie ten aanzien van de voorgestelde verdragsbepalingen inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen. Het Hof stelde vast dat de Gemeenschapsregels betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen niet los kunnen worden gezien van de regels betreffende de bevoegdheid van de gerechten, tezamen waarmee zij een omvattend en coherent systeem vormen, en dat het nieuwe verdrag van Lugano de uniforme en coherente toepassing van de Gemeenschapsregels zou aantasten, zowel wat de rechterlijke bevoegdheid als wat de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de goede werking van het bij deze regels ingestelde omvattende systeem betreft.
Derhalve moet worden aangenomen dat de Gemeenschap de exclusieve bevoegdheid heeft gekregen om te onderhandelen over veel van de hierboven vermelde bilaterale overeenkomsten en om deze te sluiten. Er zij echter op gewezen dat niet alle annotatoren het met het advies 1/03 van het Hof eens zijn(2). Bovendien is het interessant hierbij de artikelen 3(3) en 4(4) van het Verdrag over het functioneren van de Europese Unie onder de loep te nemen.
Niettemin moet worden nagegaan of er momenteel voor de Gemeenschap voldoende communautair belang is om alle dergelijke bestaande of voorgestelde overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen te vervangen door communautaire overeenkomsten. Om die reden is het nodig een procedure vast te stellen met een tweeledig doel. Ten eerste moet de Gemeenschap kunnen nagaan of er voldoende communautair belang is om een bepaalde overeenkomst te sluiten. Ten tweede moeten de lidstaten worden gemachtigd om de overeenkomst in kwestie te sluiten wanneer er geen actueel communautair belang is om een communautaire overeenkomst te sluiten.
Uw rapporteur steunt de voorgestelde verordening als een potentiële oplossing voor het gebrek aan flexibiliteit waaronder de lidstaten door de voorkeurdoctrine op het gebied van externe bevoegdheden gebukt gaan. Hierdoor kunnen de lidstaten geen nuttige bilaterale of interregionale overeenkomsten met derde landen sluiten die binnen die bevoegdheid vallen. Een andere oplossing voor dit dilemma is er niet omdat de Commissie niet genoeg personeel of tijd heeft om over Gemeenschapsovereenkomsten te onderhandelen en bovendien heeft de Gemeenschap in de meeste gevallen geen belang bij het soort bilaterale overeenkomsten waar het hier om gaat.
Het Commissievoorstel heeft echter een beperkt toepassingsgebied en daarom stelt uw rapporteur voor om ook de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken in de toekomst eventueel onder de herzieningsclausule te laten vallen. Gelukkig is de Commissie net bezig met de herziening van verordening (EG) nr. 44/2001 ("Brussel I"), hetgeen in dit verband heel gunstig kan zijn.
Uw rapporteur heeft nog wat andere amendementen ingediend om de verordening doeltreffender te maken. Hij heeft de verwijzing naar "sectorale aangelegenheden" gewijzigd om meer rechtszekerheid te scheppen en heeft de meest logge aspecten van de procedure geschrapt.
Hij heeft ook de discretionaire bevoegdheden van de Commissie ten aanzien van de machtiging tot het sluiten van overeenkomsten geschrapt. In de oorspronkelijke versie van het voorstel kon de Commissie namelijk weigeren haar toestemming te verlenen om een bilaterale overeenkomst te sluiten, zelfs als hiertoe aan alle voorwaarden was voldaan. Dit had tot grote diplomatieke problemen met de betrokken derde landen kunnen leiden.
Tot slot wijst uw rapporteur erop dat zijn amendementen ook terug te vinden zijn in zijn ontwerpadvies over het parallelle voorstel voor een verordening tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken, inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en inzake onderhoudsverplichtingen, en betreffende het toepasselijke recht op het gebied van onderhoudsverplichtingen.
Zie bijvoorbeeld de annotatie van Ulrich G. Schroeter (Freiburg) in European Community Private Law Review (GPR) 2006, 203 e.v. waarin hij de redenering van het Hof aan de kaak stelt omdat het Hof nalaat erop te wijzen dat verordening nr. 44/2001 onderhevig is aan de invloed van het nieuwe verdrag van Lugano, het Hof de interne bevoegdheid van de EG had moeten onderzoeken om betrekkingen met derde landen te regelen en het Hof het juridisch belang van "ontkoppelingsclausules" verkeerd heeft begrepen. Het valt dan ook moeilijk in te zien hoe de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap met de Deense opt out verzoend kan worden.
1. De Unie is exclusief bevoegd op de volgende gebieden:
(a) de douane-unie;
(b) de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van de interne markt nodig zijn;
(c) het monetair beleid voor de lidstaten die de euro als munt hebben;
(d) de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid;
(e) de gemeenschappelijke handelspolitiek.
2. De Unie is tevens exclusief bevoegd een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of indien die sluiting gevolgen kan hebben voor gemeenschappelijke regels of de strekking daarvan kan wijzigen. (onderstreping van de auteur)
1. De Unie heeft een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid in de gevallen waarin haar in de Verdragen een bevoegdheid wordt toegedeeld die buiten de in de artikelen 3 en 6 bedoelde gebieden valt.
2. De gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten betreffen in het bijzonder de volgende gebieden:
(a) interne markt;
(b) sociaal beleid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten;
(c) economische, sociale en territoriale samenhang;
(d) landbouw en visserij, met uitsluiting van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;
(e) milieu;
(f) consumentenbescherming;
(g) vervoer;
(h) trans-Europese netwerken;
(i) energie;
(j) de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht;
(k) gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van volksgezondheid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten.
3. Op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte is de Unie bevoegd op te treden, en met name programma's vast te stellen en uit te voeren; de uitoefening van die bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen.
4. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp is de Unie bevoegd op te treden en een gemeenschappelijk beleid te voeren; de uitoefening van die bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. (onderstreping van de auteur).
ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (15.4.2009)
aan de Commissie juridische zaken
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen
De voorgestelde verordening beoogt een procedure vast te stellen voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken, ouderlijke verantwoordelijkheid en onderhoudsverplichtingen. Op grond van artikel 307 van het EG-Verdrag moeten de lidstaten alle onverenigbaarheden tussen het communautair acquis en met derde landen gesloten internationale overeenkomsten opheffen.
In zijn advies 1/03 van 7 februari 2006 (Verdrag van Lugano) heeft het Europees Hof van Justitie bevestigd dat de Gemeenschap over de exclusieve externe bevoegdheden beschikt om over overeenkomsten met derde landen te onderhandelen en deze te sluiten betreffende een aantal belangrijke in titel IV van het EG-Verdrag genoemde onderwerpen.
Derhalve is het overeenkomstig artikel 300 van het EG-Verdrag aan de Gemeenschap om dergelijke overeenkomsten tussen de Gemeenschap en een derde land te sluiten. Daarom moet worden nagegaan of er voldoende belang is om alle bestaande en voorgestelde bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen door communautaire overeenkomsten te vervangen. Daarom wordt deze procedure vastgesteld. Als er geen communautair belang bestaat, zijn de lidstaten gemachtigd de overeenkomsten te sluiten.
Analyse van de rapporteur
De rapporteur beklemtoont dat deze procedure afwijkt van de regel dat de Gemeenschap overeenkomsten sluit en dat er daarom zeer precieze voorwaarden verbonden moeten worden aan de procedure om lidstaten tot sluiting te machtigen. Er moeten beperkingen aan het toepassingsgebied en de geldigheidsduur van het mechanisme worden gesteld. Het mag niet worden toegepast wanneer de Gemeenschap voldoende belang heeft om zelf een specifieke overeenkomst met een derde land te sluiten en het mag de goede werking van het volgens de communautaire regels ingestelde systeem niet aantasten. De rapporteur acht het omwille van een coherente benadering van essentieel belang dat de Commissie een strategie uitstippelt en prioriteiten formuleert om tot een communautair beleid inzake externe betrekkingen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken te komen. De rapporteur vindt de voorgestelde comitologieprocedure ongewenst en stelt daarom voor de desbetreffende bepalingen te schrappen. De Commissie heeft als "hoedster van de Verdragen" de taak de naleving van het Gemeenschapsrecht te waarborgen. Deze bevoegdheid is haar bij het Verdrag verleend en er is dus geen sprake van uitvoeringsbevoegdheden (als bedoeld in artikel 202 van het Verdrag). De rapporteur stelt in de plaats daarvan een systeem van kennisgevingen voor (am. 26) naar het voorbeeld van Verordening (EG) nr. 1931/2006 van 20 december 2006 tot vaststelling van regels inzake klein grensverkeer aan de landbuitengrenzen van de lidstaten en tot wijziging van de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst. De looptijd van de verordening moet beperkt zijn, in die zin dat de geldigheid in 2014 verstrijkt (afgezien van de overeenkomsten waarover thans wordt onderhandeld en ten aanzien waarvan de Commissie toestemming voor het openen van de onderhandelingen heeft gegeven).
AMENDEMENTEN
De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
Tekst van de Commissie
Amendement
(8) Er moet worden nagegaan of er momenteel voldoende communautair belang is om alle bestaande of voorgestelde bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen te vervangen door communautaire overeenkomsten. Om die reden is het nodig een procedure vast te stellen met een tweeledig doel.Ten eerste moet de Gemeenschap kunnen nagaan of er voldoende communautair belang is om een bepaalde bilaterale overeenkomst te sluiten. Ten tweede moeten de lidstaten worden gemachtigd om de overeenkomst in kwestie te sluiten wanneer er geen actueel communautair belang bestaat om een dergelijke overeenkomst te sluiten.
(8) Er moet worden nagegaan of er voldoende communautair belang is om alle bestaande of voorgestelde bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen te vervangen door communautaire overeenkomsten. De Commissie moetnagaan of er een communautair belang is om een overeenkomst tussen de Gemeenschap en een derde land te sluiten.Als dat niet het geval is, moeten de lidstaten gemachtigd worden om de overeenkomst in kwestie te sluiten.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
Tekst van de Commissie
Amendement
(9) Er moet een coherente en transparante procedure worden vastgesteld om lidstaten te machtigen om bestaande overeenkomsten met derde landen te wijzigen of in uitzonderlijke omstandigheden over nieuwe overeenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten, met name wanneer de Gemeenschap niet heeft aangegeven dat zij voornemens is om haar externe bevoegdheid om de betrokken overeenkomst te sluiten, uit te oefenen. Deze procedure doet geen afbreuk aan de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap en de bepalingen van de artikelen 300 en 307 van het EG-Verdrag. Aangezien dit een afwijking is van de regel dat de Gemeenschap exclusief bevoegd is om over deze aangelegenheden internationale overeenkomsten te sluiten, moet de voorgestelde procedure worden beschouwd als een uitzonderlijke maatregel en moeten de werking en de duur ervan worden beperkt.
(9) Deze verordening beoogt specifieke criteria en voorwaarden vast te stellen voor de procedure om lidstaten te machtigen om bestaande overeenkomsten met derde landen te wijzigen of in uitzonderlijke omstandigheden over nieuwe overeenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten, met name wanneer de Gemeenschap niet heeft aangegeven dat zij voornemens is om haar externe bevoegdheid om de betrokken overeenkomst te sluiten, uit te oefenen. Deze procedure doet geen afbreuk aan de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap en de bepalingen van de artikelen 300 en 307 van het Verdrag.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 bis (nieuw)
Tekst van de Commissie
Amendement
(9 bis) Deze criteria en voorwaarden moeten zorgen voor evenwicht tussen het communautaire belang enerzijds en het specifieke belang van de betrokken lidstaat anderzijds en mogen het Gemeenschapsrecht niet verzwakken en de goede werking van het daarbij ingestelde systeem niet aantasten.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 ter (nieuw)
Tekst van de Commissie
Amendement
(9 ter) Aangezien de procedure een afwijking vormt op de regels inzake de exclusieve bevoegdheid van de Commissie om internationale overeenkomsten in burgerlijke en handelszaken te sluiten, moet deze procedure als een uitzonderlijke maatregel worden beschouwd en moeten zowel de werking als de duur ervan worden beperkt.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 quater (nieuw)
Tekst van de Commissie
Amendement
(9 quater) De Commissie moet een strategie uitstippelen en prioriteiten formuleren om te komen tot een communautair beleid inzake externe betrekkingen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken aan de hand van door de Europese Raad vast te stellen richtsnoeren.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
Tekst van de Commissie
Amendement
(11) Volgens deze verordeningen moet het voorgestelde mechanisme alleen in afzonderlijke en uitzonderlijke gevallen toepasselijk zijn op overeenkomsten met betrekking tot sectorale aangelegenheden en die regels bevatten inzake de door deze instrumenten bestreken gebieden.
(11) Volgens die verordeningen moet het voorgestelde mechanisme alleen in afzonderlijke en uitzonderlijke gevallen toepasselijk zijn op overeenkomsten met betrekking tot sectorale aangelegenheden en die regels bevatten inzake de door die instrumenten bestreken gebieden. Voor de toepassing van deze verordening is het zaak de term "sectoraal" als "bepaald" te interpreteren.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
Tekst van de Commissie
Amendement
(12) Om ervoor te zorgen dat een door een lidstaat voorgestelde overeenkomst het Gemeenschapsrecht niet verzwakt of de goede werking van het daarbij ingestelde systeem niet aantast, moet zowel machtiging worden verleend om onderhandelingen te starten of voort te zetten als om een overeenkomst te sluiten. Daardoor zal de Commissie het verwachte effect van de (eventuele) resultaten van de onderhandelingen voor het Gemeenschapsrecht kunnen beoordelen. Zo nodig kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen of vragen dat in de voorgestelde overeenkomsten specifieke bepalingen worden opgenomen.
(12) Om ervoor te zorgen dat een door een lidstaat voorgestelde overeenkomst het Gemeenschapsrecht niet verzwakt of de goede werking van het daarbij ingestelde systeem niet aantast, moet zowel machtiging worden verleend om onderhandelingen te starten of voort te zetten als om een overeenkomst te sluiten. Daardoor zal de Commissie het verwachte effect van de (eventuele) resultaten van de onderhandelingen voor het Gemeenschapsrecht kunnen beoordelen. De Commissie kan onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen of vragen dat in de voorgestelde overeenkomsten specifieke bepalingen worden opgenomen.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
Tekst van de Commissie
Amendement
(15)De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.
Schrappen.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1
Tekst van de Commissie
Amendement
1. Bij deze verordening wordt een procedure ingesteld om een lidstaat te machtigen om een bestaande bilaterale overeenkomst tussen die lidstaat en een derde land te wijzigen, of over een nieuwe bilaterale overeenkomst te onderhandelen en deze te sluiten, onder de hieronder vastgestelde voorwaarden.
1. Bij deze verordening wordt een procedure ingesteld om een lidstaat te machtigen om een bilaterale overeenkomst tussen die lidstaat en een derde land te wijzigen, of over een nieuwe bilaterale overeenkomst te onderhandelen en deze te sluiten, onder de hieronder vastgestelde voorwaarden.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 2
Tekst van de Commissie
Amendement
2. Deze verordening is van toepassing op bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het toepasselijke recht in burgerlijke en handelszaken, en die geheel of gedeeltelijk binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen vallen.
2. Deze verordening is van toepassing op bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over bepaalde aangelegenheden die binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen vallen.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
Tekst van de Commissie
Amendement
1. Wanneer een lidstaat voornemens is onderhandelingen te openen met een derde land om een bestaande overeenkomst te wijzigen of om een nieuwe overeenkomst te sluiten die binnen de werkingssfeer van deze verordening valt, stelt hij de Commissie schriftelijkvan dit voornemen in kennis.
1. Wanneer een lidstaat voornemens is onderhandelingen aan te gaan met een derde land om een bestaande overeenkomst te wijzigen of om een nieuwe overeenkomst te sluiten die binnen de werkingssfeer van deze verordening valt, stelt hij de Commissie schriftelijk of per e-mail van dit verzoek in kennis.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
Tekst van de Commissie
Amendement
1. Na de kennisgeving gaat de Commissie na of de lidstaat de onderhandelingen met het betrokken derde land kan voortzetten. Wanneer de Gemeenschap met het betrokken derde land over dezelfde onderwerpen reeds een overeenkomst heeft gesloten, wordt het verzoek van de lidstaat automatisch door de Commissie verworpen.
1. Na ontvangst van de kennisgeving gaat de Commissie na of de lidstaat de onderhandelingen met het betrokken derde land kan voortzetten, daarbij terdege rekening houdend met de overweging dat afwijkingen van de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap een uitzondering moeten blijven en in werking en duur beperkt moeten blijven. Wanneer de Gemeenschap met het betrokken derde land over dezelfde onderwerpen reeds een overeenkomst heeft gesloten, wordt het verzoek van de lidstaat automatisch door de Commissie verworpen.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1 bis. Indien de Commissie van oordeel is dat er een communautair belang is om een overeenkomst tussen de Gemeenschap en een derde land te sluiten, verwerpt zij het verzoek eveneens.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1 ter. Er wordt geacht een communautair belang te bestaan indien:
a)vijf of meer lidstaten met hetzelfde derde land en over hetzelfde onderwerp een overeenkomst hebben gesloten die onder het toepassingsgebied van deze verordening valt, of van plan zijn dat te gaan doen;
b)het Europees Parlement of de Raad daarover binnen drie maanden na ontvangst van een kennisgeving een mededeling aan de Commissie doen toekomen.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – inleidende formule
Tekst van de Commissie
Amendement
2. Wanneer de Gemeenschap nog geen overeenkomst met het betrokken derde land heeft gesloten, gaat de Commissie bij haar beoordeling eerst na of er in de nabije toekomst een relevante communautaire overeenkomst met het betrokken derde land is gepland. Wanneer dit niet het geval is, kan de Commissie de machtiging verlenen, op voorwaarde dat:
2. Wanneer er geen communautair belang is en de Gemeenschap nog geen overeenkomst met het betrokken derde land heeft gesloten, gaat de Commissie bij haar beoordeling na of er in de komende twee jaar een relevante communautaire overeenkomst met het betrokken derde land overwogen wordt. Wanneer dit niet het geval is, controleert de Commissie of aan de volgende drie voorwaarden voldaan is:
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter a
Tekst van de Commissie
Amendement
(a) de betrokken lidstaat heeft aangetoond dat er een specifiek belang is om de bilaterale sectorale overeenkomst met het derde land te sluiten, dat met name verband houdt met het bestaan van economische, geografische, culturele of historische banden tussen de lidstaat en dat derde land; en
(a) de lidstaat heeft aangetoond dat er een specifiek belang is om de bilaterale overeenkomst over bepaalde aangelegenheden met het derde land te sluiten, dat met name verband houdt met het bestaan van economische, geografische, culturele of historische banden tussen de lidstaat en dat derde land;
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b
Tekst van de Commissie
Amendement
(b) de Commissie vaststelt dat de voorgestelde overeenkomst eenbeperkt effect heeft op de uniforme en coherente toepassing van de geldende Gemeenschapsregels en op de goede werking van het daarbij ingestelde systeem.
(b) de voorgestelde overeenkomst heeft geennoemenswaardig effect op de uniforme en coherente toepassing van de geldende Gemeenschapsregels;en
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
Tekst van de Commissie
Amendement
(b bis) het sluiten van de voorgestelde overeenkomst zou het Gemeenschapsrecht niet verzwakken en de goede werking van het daarbij ingestelde systeem niet aantasten.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
Tekst van de Commissie
Amendement
1. Wanneer de Commissie concludeert dat er, gelet op de in artikel 4 vermelde voorwaarden, geen belemmeringen zijn voor de overeenkomst, kan zij een lidstaat machtigen om over de overeenkomst onderhandelingen te openen met het betrokken derde land. Zo nodig kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen en vragen dat in de voorgestelde overeenkomst specifieke bepalingen worden opgenomen.
1. Wanneer aan de in artikel 4, lid 2, vermelde voorwaarden is voldaan, machtigt de Commissie de lidstaat om over de overeenkomst onderhandelingen te openen met het betrokken derde land. Zo nodig kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen en vragen dat in de voorgestelde overeenkomst specifieke bepalingen worden opgenomen.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)
Tekst van de Commissie
Amendement
2 bis. De overeenkomst bevat een bepaling tot automatische vervanging van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap c.q.de Gemeenschap en haar lidstaten en het derde land over dezelfde aangelegenheid.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 1
Tekst van de Commissie
Amendement
3. De Commissie neemt een besluit over de in de leden 1 en 2 bedoelde machtiging volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde procedure.
Schrappen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 – alinea 2
Tekst van de Commissie
Amendement
De Commissie neemt haar besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving.
De Commissie neemt haar met redenen omklede besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 3 bedoelde kennisgeving.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
3 bis. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad binnen één maand nadat ze het besluit neemt daarvan in kennis.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
Tekst van de Commissie
Amendement
2. Na de kennisgeving gaat de Commissie na of de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst in overeenstemming is met haar eerste beoordeling. Bij deze verdere beoordeling moet de Commissie onderzoeken of de voorgestelde overeenkomst aan de door de Commissie gestelde vereisten voldoet, met name wat de in artikel 5, lid 1, bedoelde op te nemen bepalingen betreft en of het sluiten van de voorgestelde overeenkomst het Gemeenschapsrecht zou verzwakken of de goede werking van het daarbij ingestelde systeem zou aantasten.
2. Na ontvangst van de kennisgeving gaat de Commissie na of de na onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomst in overeenstemming is met haar eerste beoordeling. Bij deze verdere beoordeling onderzoekt de Commissie of de voorgestelde overeenkomst aan de door de Commissie gestelde vereisten voldoet, met name wat de in artikel 5, lid 1, bedoelde op te nemen bepalingen betreft en of het sluiten van de voorgestelde overeenkomst geen communautair belang heeft of het Gemeenschapsrecht zou verzwakkenof de goede werking van het daarbij ingestelde systeem zou aantasten.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 4
Tekst van de Commissie
Amendement
4. Wanneer de Commissie tot de vaststelling komt dat de onderhandelingen hebben geleid tot een overeenkomst die aan de in lid 2 bedoelde vereisten voldoet, kan de lidstaat worden gemachtigd de overeenkomst te sluiten.
4. Wanneer de Commissie tot de vaststelling komt dat de onderhandelingen hebben geleid tot een overeenkomst die aan alle in lid 2 bedoelde vereisten voldoet, wordt de lidstaat gemachtigd de overeenkomst te sluiten.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 – alinea 1
Tekst van de Commissie
Amendement
5.De Commissie neemt een besluit over de in de leden 3 en 4 bedoelde machtiging volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde procedure.
Schrappen.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 5 – alinea 2
Tekst van de Commissie
Amendement
De Commissie neemt haar besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving.
De Commissie neemt haar met redenen omklede besluit over het verzoek van de lidstaat binnen zes maanden na ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 5 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
5 bis. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad binnen één maand nadat ze het besluit neemt daarvan in kennis.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 8
Tekst van de Commissie
Amendement
Artikel 8
Comitéprocedure
Schrappen.
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, ingesteld krachtens Verordening (EG) nr. […] tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken, inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en inzake onderhoudsverplichtingen, en betreffende het toepasselijke recht op het gebied van onderhoudsverplichtingen
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de raadplegingsprocedure van artikel 3 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de artikelen 7 en 8 van dat besluit.
3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de beheersprocedure van artikel 4 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de artikelen 7 en 8 van dat besluit.
4. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 bis (nieuw)
Tekst van de Commissie
Amendement
Artikel 8 bis
Openbaarmaking en kennisgevingen
1. De Commissie doet de kennisgevingen krachtens artikel 3 toekomen aan het Europees Parlement en de Raad, en maakt ze openbaar.
2. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van alle in artikel 2 omschreven overeenkomsten die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen.De Commissie doet de kennisgevingen toekomen aan het Europees Parlement en de Raad, en maakt ze openbaar.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1 – alinea 2
Tekst van de Commissie
Amendement
Afhankelijk van de stand van de onderhandelingen, kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen of voorstellen dat specifieke bepalingen in de overeenkomst worden opgenomen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1.
Afhankelijk van de stand van de onderhandelingen, kan de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren voorstellen of verzoeken dat specifieke bepalingen in de overeenkomst worden opgenomen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 1.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 2
Tekst van de Commissie
Amendement
Zij is van toepassing tot en met 31 december 2014.
Zij is van toepassing tot en met 31 december 2014, afgezien van de overeenkomsten waarover de onderhandelingen gaande en nog niet afgesloten zijn en ten aanzien waarvan de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 1, toestemming voor het openen van de onderhandelingen heeft gegeven.
PROCEDURE
Titel
Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen inzake sectoriële vraagstukken met betrekking tot het recht dat van toepassing is op al dan niet bij overeenkomst vastgelegde verplichtingen
Alexander Alvaro, Emine Bozkurt, Mihael Brejc, Kathalijne Maria Buitenweg, Giusto Catania, Carlos Coelho, Panayiotis Demetriou, Gérard Deprez, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Bárbara Dührkop Dührkop, Armando França, Urszula Gacek, Jeanine Hennis-Plasschaert, Ewa Klamt, Henrik Lax, Claude Moraes, Javier Moreno Sánchez, Rareş-Lucian Niculescu, Martine Roure, Inger Segelström, Csaba Sógor, Vladimir Urutchev, Manfred Weber, Renate Weber
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Adamos Adamou, Edit Bauer, Marco Cappato, Sophia in ‘t Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Bill Newton Dunn, Siiri Oviir, Nicolae Vlad Popa
PROCEDURE
Titel
Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen inzake sectoriële vraagstukken met betrekking tot het recht dat van toepassing is op al dan niet bij overeenkomst vastgelegde verplichtingen