– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2009)066),
– gelet op artikel 251, lid 2, artikel 63, leden 1 en 2 en artikel 66 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0071/2009),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en het advies van de Begrotingscommissie (A6-0279/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. benadrukt dat de bepalingen van punt 47 van het van Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) (IIA) van toepassing zijn voor de oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken; benadrukt dat, mocht de wetgevingsautoriteit besluiten tot oprichting van een dergelijk agentschap, het Parlement onderhandelingen zal aanknopen met de andere tak van de begrotingsautoriteit om tijdig tot een akkoord te komen over de financiering van het agentschap overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het IIA;
4. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(5) De praktische samenwerking op asielgebied heeft ten doel om de besluitvorming van de lidstaten inzake asiel beter te stroomlijnen binnen het Europese wetgevingskader. De afgelopen jaren is al een heel aantal praktische samenwerkingsactiviteiten ontplooid, met name de vaststelling van een gemeenschappelijke aanpak voor de informatie over landen van herkomst en de invoering van een gemeenschappelijk Europees asielcurriculum.
(5) De praktische samenwerking op asielgebied heeft ten doel om de besluitvorming van de lidstaten inzake asiel, ook in kwalitatief opzicht, beter te stroomlijnen binnen het Europese wetgevingskader. De afgelopen jaren is al een heel aantal praktische samenwerkingsactiviteiten ontplooid, met name de vaststelling van een gemeenschappelijke aanpak voor de informatie over landen van herkomst en de invoering van een gemeenschappelijk Europees asielcurriculum.
Motivering
Het bureau dient ook te streven naar verbetering van de kwaliteit van de besluitvorming in de lidstaten en niet alleen naar een betere stroomlijning.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(6) Het bureau verleent lidstaten waarvan de nationale asielstelsels met name als gevolg van hun ligging of demografische situatie onder specifieke en onevenredige druk staan, bijstand bij de tenuitvoerlegging van solidariteitsmechanismen die, op vrijwillige en gecoördineerde basis, moeten zorgen voor een betere verdeling van personen die internationale bescherming genieten, van dergelijke lidstaten naar andere lidstaten, waarbij er tegelijkertijd op moet worden toegezien dat de asielstelsels niet worden misbruikt.
(6) Het bureau verleent lidstaten waarvan de nationale asielstelsels met name als gevolg van hun ligging of demografische situatie onder specifieke en onevenredige druk staan, bijstand bij de tenuitvoerlegging van bindende solidariteitsmechanismen die, op grond van niet-discretionaire, transparante en ondubbelzinnige voorschriften, moeten zorgen voor een betere verdeling van personen die internationale bescherming genieten, van dergelijke lidstaten naar andere lidstaten, waarbij er tegelijkertijd op moet worden toegezien dat de asielstelsels niet worden misbruikt.
Motivering
De toevoeging van de bepaling "op vrijwillige basis" zal de solidariteit met de lidstaten waarvan de nationale asielstelsels onder specifieke en onevenredige druk staan, op geen enkele wijze aanmoedigen.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(9) Om te profiteren van de deskundigheid en steun van het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) moet het bureau handelen in nauwe samenwerking met het UNHCR. Daartoe moet de rol van het UNHCR ten volle worden erkend en moet het volledig worden betrokken bij de werkzaamheden van het bureau. Het bureau moet ook nauw samenwerken met de bevoegde asielinstanties in de lidstaten, met de nationale migratie- en asieldiensten of andere diensten, onder gebruikmaking van de capaciteit en de deskundigheid van deze diensten, alsook met de Commissie. De lidstaten moeten samenwerken met het bureau met het oog op de vervulling van zijn opdracht.
(9) Om te profiteren van de deskundigheid en steun van het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) en niet-gouvernementele organisaties moet het bureau handelen in nauwe samenwerking met het UNHCR. Daartoe moet de rol van het UNHCR en niet-gouvernementele organisaties ten volle worden erkend en moeten zij volledig worden betrokken bij de werkzaamheden van het bureau. Het bureau moet ook nauw samenwerken met de bevoegde asielinstanties in de lidstaten, met de nationale migratie- en asieldiensten of andere diensten, onder gebruikmaking van de capaciteit en de deskundigheid van deze diensten, alsook met de Commissie. De lidstaten moeten samenwerken met het bureau met het oog op de vervulling van zijn opdracht.
Motivering
Onafhankelijke asieldeskundigen, zoals niet-gouvernementele organisaties (NGO's), personen uit de praktijk, rechters en academici kunen een wezenlijke bijdrage leveren tot de werkzaamheden van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) om ervoor te zorgen dat het de doelen van een goed werkend gemeenschappelijk Europees asielsysteem kan verwezenlijken.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(14) Om de werking van het bureau doeltreffend te kunnen controleren moeten de Commissie en de lidstaten vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur. Voor zover mogelijk, moet deze raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het asielbeleid, of hun vertegenwoordigers. Deze raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het bureau tot stand te brengen en de uitvoerend directeur aan te stellen. Teneinde het UNHCR ten volle te betrekken bij de werkzaamheden van het bureau en gelet op de deskundigheid van het UNHCR op asielgebied, moet het UNHCR in de raad van bestuur worden opgenomen als lid zonder stemrecht.
(14) Om de werking van het bureau doeltreffend te kunnen controleren moeten de Commissie en de lidstaten vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur. Voor zover mogelijk, moet deze raad van bestuur bestaan uit de operationele hoofden van de nationale diensten die belast zijn met het asielbeleid, of hun vertegenwoordigers. Deze raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het bureau tot stand te brengen en de uitvoerend directeur aan te stellen. Teneinde het UNHCR ten volle te betrekken bij de werkzaamheden van het bureau en gelet op de deskundigheid van het UNHCR op asielgebied, moet het UNHCR in de raad van bestuur worden opgenomen als lid zonder stemrecht. Gezien de aard van de taken van het bureau en de rol van de uitvoerend directeur, moet het Europees Parlement bij de selectie van de kandidaat voor deze functie worden betrokken.
Motivering
De uitvoerend directeur van het EASO heeft een aantal belangrijke bevoegdheden, waaronder het opstellen van verslagen over de landen van herkomst. Het is van cruciaal belang dat de persoon die deze functie uitoefent qua beroepsbekwaamheid en onafhankelijkheid voldoet aan de hoogst mogelijke normen. Een grotere betrokkenheid van het Parlement bij de benoemingsprocedure zou een betere democratische controle waarborgen. Deze betrokkenheid zou niet in strijd zijn met de rol van het Europees Parlement als begrotingscontroleur. Een dergelijke procedure is immers al van kracht voor het FRA, een ander Europees bureau.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(16) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het bureau te waarborgen, moet aan het bureau een eigen begroting worden toegekend, die hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap. De begrotingsprocedure van de Gemeenschap dient van toepassing te zijn voor zover het gaat om de bijdrage van de Gemeenschap en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie. De controle van de rekeningen dient te worden verricht door de Europese Rekenkamer.
(16) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het bureau te waarborgen, moet aan het bureau een eigen begroting worden toegekend, die hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap. Over de financiering van het bureau moet overeenstemming worden bereikt door de begrotingsautoriteit, zoals bepaald in punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer1(IIA).De begrotingsprocedure van de Gemeenschap dient van toepassing te zijn voor zover het gaat om de bijdrage van de Gemeenschap en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie. De controle van de rekeningen dient te worden verricht door de Europese Rekenkamer.
1 PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
Motivering
In de overweging betreffende begrotingskwesties moet in de zin van het IIA een verwijzing naar de noodzaak van overeenstemming tussen de beide takken van de begrotingsautoriteit over de financiering van het bureau worden opgenomen.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(17) Voor het verrichten van zijn opdracht en voor zover dat voor de uitvoering van zijn taken nodig is, moet het bureau samenwerken met andere communautaire organen en met name met het bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 opgerichte Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) en het bij Verordening (EG) nr. 168/2007 opgerichte Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA). Het bureau moet ook samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, de internationale organisaties die bevoegd zijn op de onder deze verordening vallende gebieden, en met derde landen, in het kader van gemaakte werkafspraken overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag.
(17) Voor het verrichten van zijn opdracht en voor zover dat voor de uitvoering van zijn taken nodig is, moet het bureau samenwerken met andere communautaire organen en met name met het bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 opgerichte Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) en het bij Verordening (EG) nr. 168/2007 opgerichte Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA). Het bureau moet ook samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, de internationale organisaties die bevoegd zijn op de onder deze verordening vallende gebieden, en met derde landen, in het kader van gemaakte werkafspraken overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag om ervoor te zorgen dat internationale en communautaire rechtsnormen op asielgebied worden nageleefd.
Motivering
Doordat het bureau met derde landen en internationale organisaties samenwerkt, wordt gewaarborgd, dat rekening wordt gehouden met internationale en communautaire rechtsnormen op asielgebied.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(18) Voor het verrichten van zijn opdracht moet het bureau openstaan voor deelname van landen die met de Europese Gemeenschap overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de communautaire wetgeving op het onder deze verordening vallende gebied hebben overgenomen en toepassen, zoals Denemarken, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. Het bureau kan, met instemming van de Commissie en overeenkomstig de Verdragsbepalingen, ook werkafspraken maken met andere landen dan die welke met de Europese Gemeenschap overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de communautaire wetgeving hebben overgenomen en toepassen. Het bureau mag echter in geen geval een autonoom extern beleid ontwikkelen.
(18) Voor het verrichten van zijn opdracht moet het bureau openstaan voor deelname van landen die met de Europese Gemeenschap overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de communautaire wetgeving op het onder deze verordening vallende gebied hebben overgenomen en toepassen, zoals Denemarken, Noorwegen, IJsland en Zwitserland. Het bureau kan, om ervoor te zorgen dat internationale en communautaire rechtsnormen op asielgebied worden nageleefd, met instemming van de Commissie, ook werkafspraken maken met andere landen dan die welke met de Europese Gemeenschap overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de communautaire wetgeving hebben overgenomen en toepassen. Het bureau mag echter in geen geval een autonoom extern beleid ontwikkelen.
Motivering
Nadere uitleg van de aard van samenwerking met derde landen, die beperkt zou moeten worden tot de garantie dat internationale en communautaire rechtsnormen op asielgebied worden nageleefd.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 18 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(18 bis) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen1 (het "Financieel Reglement"), en met name artikel 185, moet van toepassing zijn op het bureau.
1 PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
Motivering
Het bureau is opgericht als een gedecentraliseerd agentschap van de Europese Unie en overeenkomstig het IIA gefinancierd. Dit dient tot uitdrukking te komen in de rechtsgrondslagen die in het besluit worden vermeld.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 5 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
5 bis. Het bureau heeft geen directe of indirecte bevoegdheid ten aanzien van beslissingen die de autoriteiten van de lidstaten nemen over individuele verzoeken om internationale bescherming.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – letter a
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(a) de verzameling, met gebruikmaking van alle relevante (en meer bepaald gouvernementele en niet-gouvernementele) informatiebronnen, van gegevens over de landen van herkomst van asielzoekers en van personen die om internationale bescherming verzoeken;
(a) de, op een transparante en onpartijdige wijze uitgevoerde verzameling, met gebruikmaking van alle relevante (en meer bepaald gouvernementele en niet-gouvernementele) informatiebronnen, internationale organisaties en EU-instellingen, van relevante, betrouwbare, nauwkeurige en actuele gegevens over de landen van herkomst van asielzoekers en van personen die om internationale bescherming verzoeken;
Motivering
Omdat de gegevens van alle relevante bronnen moeten worden verzameld, moeten ook de verslagen op grond van alle relevante bronnen worden opgesteld. Daartoe behoren niet alleen de verslagen van overheden en NGO's, maar ook van internationale organisaties zoals het UNHCR en EU-instellingen, bijvoorbeeld over werkbezoeken van EP-commissies aan derde landen waaruit asielzoekers afkomstig kunnen zijn. De gegevens moeten bovendien op een transparante en onpartijdige wijze worden vergaard, zonder enigerlei politieke beïnvloeding.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – letter b
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(b) het beheer en de ontwikkeling van een portaalsite met gegevens over landen van herkomst en het onderhoud van de portaalsite;
(b) het beheer en de ontwikkeling van een portaalsite met gegevens over landen van herkomst en het onderhoud van de portaalsite, alsmede waarborgen voor de toegankelijkheid en de transparantie van deze site;
Motivering
Gewaarborgd moet worden dat de gemeenschappelijke portaalsite niet alleen voor lidstaten maar ook voor asielaanvragers toegankelijk is. Om een gelijk speelveld in het CEAS te waarborgen en met het oog op het gewicht van de onderzoekcommissie (COI) voor de vaststelling van de status, is het belangrijk dat asielzoekers en hun raadslieden toegang hebben tot dezelfde informatie als de asielautoriteiten.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – letter d
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(d) de analyse van gegevens over landen van herkomst en het opstellen van verslagen over landen van herkomst.
(d) de onpartijdige analyse van gegevens over landen van herkomst en het opstellen van verslagen over landen van herkomst overeenkomstig letter (a)om gemeenschappelijke beoordelingscriteria tot stand te brengen.
Motivering
Omdat de gegevens van alle relevante bronnen moeten worden verzameld, moeten ook de verslagen op grond van alle relevante bronnen worden opgesteld. Daartoe behoren niet alleen de verslagen van overheden en NGO's, maar ook van internationale organisaties zoals het UNHCR en EU-instellingen, bijvoorbeeld over werkbezoeken van EP-commissies aan derde landen waaruit asielzoekers afkomstig kunnen zijn. De gegevens moeten bovendien op een transparante en onpartijdige wijze worden vergaard, zonder enigerlei politieke beïnvloeding.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 5
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Voor de lidstaten waarvan de nationale asielstelsels met name als gevolg van hun ligging of demografische situatie onder specifieke en onevenredige druk staan, coördineert het bureau de gegevensuitwisseling en alle andere maatregelen in verband met de toepassing van instrumenten en mechanismen betreffende de vrijwillige intracommunautaire hervestiging van personen die in de Europese Unie internationale bescherming genieten.
Voor de lidstaten waarvan de nationale asielstelsels met name als gevolg van hun ligging of demografische situatie onder specifieke en onevenredige druk staan, coördineert het bureau de gegevensuitwisseling en alle andere maatregelen in verband met de toepassing van instrumenten en mechanismen betreffende de intracommunautaire hervestiging van personen die in de Europese Unie internationale bescherming genieten.
Motivering
Indien alleen sprake is van "vrijwillige" hervestiging, zal dit de solidariteit met de lidstaten waarvan de nationale asielstelsels onder specifieke en onevenredige druk staan, op geen enkele wijze aanmoedigen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Het bureau organiseert en ontwikkelt opleidingen voor de leden van alle nationale overheidsdiensten en rechtbanken, alsook voor nationale diensten van welke aard ook die in de lidstaten bevoegd zijn voor asielzaken.
1. Het bureau organiseert en ontwikkelt, in nauwe samenwerking met het UNHCR en de betrokken NGO's, opleidingen voor de leden van alle nationale overheidsdiensten en rechtbanken, alsook voor nationale diensten van welke aard ook die in de lidstaten bevoegd zijn voor asielzaken.
Motivering
Zowel het UNHCR als sommige NGO's kunnen kwalitatief hoogstaande opleidingen verzorgen en er ook profijt van hebben. In sommige lidstaten worden NGO's officieel ingeschakeld in het asielproces.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Het bureau beheert en ontwikkelt een Europees asielcurriculum.
2. Het bureau beheert en ontwikkelt een Europees asielcurriculum, waarin ten minste een opleiding moet worden verzorgd in de internationale vluchtelingen- en mensenrechtenwetgeving en de op dit gebied bestaande normen en in het acquis communautaire op het gebied van asiel.
Motivering
Het Europees asielcurriculum moet een grondige opleiding behelzen in de internationale vluchtelingen- en mensenrechtenwetgeving en de op dat gebied bestaande normen omdat deze de grondslag vormen voor het acquis communautaire op het gebied van asiel.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 4 – inleidende formule
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
4. De specifieke opleidingen hebben met name betrekking op:
4. De specifieke of thematische opleidingen hebben met name betrekking op:
Motivering
Een algemene opleiding maakt deel uit van het Europees asielcurriculum. Bovengenoemde lijst bestaat zowel uit specifieke als uit thematische opleidingen.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 6
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
6. Het bureau organiseert voor de deskundigen van de in artikel 15, lid 3, bedoelde snelle asiel-interventiepool vervolgopleidingen die afgestemd zijn op hun taken en bevoegdheden; het bureau organiseert ook regelmatig oefeningen met deze deskundigen volgens de in het jaarlijkse werkprogramma van het bureau opgenomen planning voor vervolgopleidingen en oefeningen.
6. The Office shall provide experts who are part of the Asylum Intervention Pool referred to in Article 15 with specialist training relevant to their tasks and powers and shall conduct regular exercises with those experts in accordance with the specialist training and exercise schedule referred to in its annual work programme.
Motivering
Artikel 15, lid 3, bestaat niet.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 7
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
7. Het bureau kan in samenwerking met de lidstaten op hun grondgebied opleidingsactiviteiten organiseren.
7. Het bureau kan in samenwerking met de lidstaten en NGO's op hun grondgebied opleidingsactiviteiten organiseren.
Motivering
Zie de motivering van amendement 16.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Het bureau coördineert de gegevensuitwisseling en alle andere maatregelen betreffende de hervestiging van vluchtelingen binnen de Europese Unie.
Het bureau coördineert de gegevensuitwisseling en alle andere maatregelen betreffende de hervestiging van vluchtelingen binnen de Europese Unie, rekening houdend met de beginselen van solidariteit en lastenverdeling.
Motivering
Het is belangrijk de beginselen van solidariteit en lastenverdeling in de context van gegevensuitwisseling en andere maatregelen betreffende de hervestiging van vluchtelingen te beklemtonen.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – alinea 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
In het kader van zijn opdracht en overeenkomstig artikel 47 kan het bureau op technisch vlak samenwerkingsverbanden aangaan met derde landen, met name met het oog op de versterking van de capaciteit van derde landen in het kader van programma's voor regionale bescherming.
In het kader van zijn opdracht en overeenkomstig artikel 47 kan het bureau de versterking van de capaciteit van derde landen in het kader van programma's voor regionale bescherming bevorderen.
Motivering
Verduidelijking van de reikwijdte van de samenwerking met derde landen.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Om zicht te krijgen op de behoeften van de lidstaten die onder bijzondere druk staan, verzamelt het bureau, met name op basis van de gegevens die de lidstaten en het UNHCR aan het bureau verstrekken, alle gegevens die nuttig zijn voor de vaststelling, de voorbereiding en de definitie van noodmaatregelen om het hoofd te bieden aan de bijzondere druk, met name in het kader van Verordening (…/…) van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend.
1. Om zicht te krijgen op de behoeften van de lidstaten die onder bijzondere druk staan, verzamelt het bureau, met name op basis van de gegevens die de lidstaten, het UNHCR en andere relavante organisaties aan het bureau verstrekken, alle gegevens die nuttig zijn voor de vaststelling, de voorbereiding en de definitie van noodmaatregelen om het hoofd te bieden aan de bijzondere druk, met name in het kader van Verordening (…/…) van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend.
Motivering
Andere relevante organisaties, zoals het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC), kunnen ook nuttige en aanvullende informatie geven over de behoeften van lidstaten.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Op basis van de door de lidstaten verstrekte gegevens inventariseert en analyseert het bureau stelselmatig de beschikbare structuren en personeelsleden, met name op het gebied van vertaal- en tolkdiensten, alsook de opvangcapaciteit op asielgebied in de lidstaten teneinde een snelle en betrouwbare informatie-uitwisseling tussen de diverse nationale asielautoriteiten te bevorderen.
2. Op basis van de door de lidstaten verstrekte gegevens inventariseert en analyseert het bureau stelselmatig de beschikbare structuren en personeelsleden, met name op het gebied van vertaal- en tolkdiensten en de bijstand bij het inzamelen van informatie om de lidstaten te helpen bij de vaststelling van de status, alsook de opvangcapaciteit op asielgebied in de lidstaten teneinde een snelle en betrouwbare informatie-uitwisseling tussen de diverse nationale asielautoriteiten te bevorderen.
Motivering
Niet alleen de beschikbare personeelsleden op het gebied van vertaal- en tolkdiensten, maar ook het aantal personeelsleden dat beschikbaar is voor de afhandeling van de aanvankelijke gesprekken is belangrijk, omdat zulks ontegenzeglijk gevolgen heeft voor de kwaliteit van de besluitvorming.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – letter a
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(a) de instelling van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing teneinde de lidstaten in kennis te stellen van een eventuele massale toestroom van personen die om internationale bescherming verzoeken;
(a) de instelling van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing teneinde de lidstaten en de Commissie in kennis te stellen van een eventuele massale toestroom van personen die om internationale bescherming verzoeken,
Motivering
In een dergelijk systeem voor vroegtijdige waarschuwing dient een verwijzing te staan naar een relevant instrument van de Commissie om te kunnen inspelen op een massale toestroom van ontheemden, waaronder ook personen kunnen vallen die om internationale bescherming verzoeken, maar niet uitsluitend op dat instrument gericht zijn.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – letter a bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
a bis) een voorstel van de Commissie met het oog op een bindend solidariteitsmechanisme voor de hervestiging van personen die internationale bescherming genieten vanuit lidstaten waarvan de nationale asielstelsels onder specifieke en onevenredige druk staan, in overleg met het UNHCR en op grond van niet-discretionaire, transparante en ondubbelzinnige voorschriften;
Motivering
Een regeling voor de hervestiging van personen die internationale bescherming genieten moet ook in dit artikel worden vermeld.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Het bureau stelt elk jaar een verslag op over de asielsituatie in de Europese Unie. In dit verslag evalueert het bureau met name de resultaten van de in het kader van deze verordening genomen maatregelen en maakt het een vergelijkende analyse van deze resultaten om ervoor te zorgen dat de lidstaten beter op de hoogte raken van de toegepaste beproefde methoden en om de kwaliteit, de samenhang en de doeltreffendheid van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren.
1. Het bureau stelt elk jaar een verslag op over de asielsituatie in de Europese Unie. In dit verslag evalueert het bureau met name de resultaten van de in het kader van deze verordening genomen maatregelen en maakt het een vergelijkende analyse van deze resultaten om ervoor te zorgen dat de lidstaten beter op de hoogte raken van de toegepaste beproefde methoden en om de kwaliteit, de samenhang en de doeltreffendheid van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te verbeteren. Het verslag wordt voorgelegd aan het Europees Parlement en de Commissie.
Motivering
Het is belangrijk dat het verslag voorgelegd wordt aan de relevante instellingen om maximaal profijt te kunnen trekken uit de daarin vervatte informatie en om verantwoording te kunnen afleggen aan andere organen van de EU.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Het bureau kan op verzoek van de Commissie en na advies van het in artikel 30 bedoelde uitvoerend comité en in nauw overleg met zijn werkgroepen en de Commissie, technische documenten opstellen over de toepassing van communautaire asielinstrumenten, zoals met name richtsnoeren en operationele handleidingen.
2. Het bureau kan op verzoek van de Commissie en na advies van het in artikel 30 bedoelde uitvoerend comité en in nauw overleg met zijn werkgroepen en de Commissie, technische documenten opstellen over de toepassing van communautaire asielinstrumenten, zoals met name richtsnoeren en operationele handleidingen. Het UNHCR zou een vooraanstaande betrokkene moeten worden bij de ontwikkeling van EU-richtsnoeren om te zorgen voor samenhang met de internationale normen. Onderwerpen waarvoor het UNHCR al richtsnoeren heeft ontwikkeld, zouden als uitgangspunt moeten dienen voor de praktische samenwerking om de in de praktijk bestaande verschillen te verkleinen.
Motivering
Het UNHCR heeft al talloze richtsnoeren over verschillende aspecten van de vluchtelingenwetgeving en -praktijk ontwikkeld en beschikt over expertise op dit gebied, die benut zou moeten worden om te zorgen voor samenhang met de internationale normen en als uitgangspunt moet worden gebruikt, om de in de praktijk bestaande verschillen te verkleinen.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2 bis. Op verzoek van het Europees Parlement kan het bureau verslagen opstellen over specifieke aspecten van de tenuitvoerlegging van het communautaire acquis op het gebied van asiel met betrekking tot internationale bescherming.
Motivering
Het Europees Parlement heeft belang bij de tenuitvoerlegging van wetgeving die zij mede heeft helpen ontwikkelen.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1 bis. Wanneer lidstaten niet de deskundigheid ter beschikking kunnen stellen die voor de operatie essentieel wordt geacht, kan het bureau de nodige maatregelen nemen om deze deskundigheid van desbetreffende experts en organisaties aan te trekken, onder gebruikmaking van de deskundigheid van het adviesforum.
Motivering
Om het bureau doeltreffend te laten functioneren, moet het de mogelijkheid hebben zo nodig deskundigheid van buiten aan te trekken, met name in gevallen waarin de lidstaten deze niet ter beschikking kunnen stellen.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. De uitvoerend directeur van het bureau wordt, op basis van een door de Commissie opgestelde lijst van kandidaten, door de raad van bestuur aangesteld voor een periode van vijf jaar. Vóór de aanstelling wordt de door de raad van bestuur gekozen kandidaat verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.
1. De uitvoerend directeur van het bureau wordt in overeenstemming met de in dit artikel vastgestelde samenwerkingsprocedure door de raad van bestuur aangesteld voor een periode van vijf jaar. De directeur wordt aangewezen op basis van persoonlijke verdiensten, ervaring op het gebied van asiel en capaciteiten inzake bestuur en beheer. De samenwerkingsprocedure verloopt als volgt:
a) op basis van een lijst van kandidaten die door de Commissie is opgesteld na publicatie van een vacature en een transparante selectieprocedure, worden de kandidaten verzocht de Raad en de bevoegde commissie van het Europees Parlement toe te spreken en vragen te beantwoorden, alvorens een benoeming plaatsvindt;
b) het Europees Parlement en de Raad spreken zich uit over de kandidaten en geven de volgorde van hun voorkeur aan;
c) de raad van bestuur benoemt de directeur, waarbij hij rekening houdt met deze standpunten.
Motivering
De uitvoerend directeur van het EASO is bevoegd voor het opstellen van verslagen over de landen van herkomst. Het is van cruciaal belang dat de persoon die deze functie uitoefent qua beroepsbekwaamheid en onafhankelijkheid voldoet aan de hoogst mogelijke normen. Een grotere betrokkenheid van het Parlement bij de benoemingsprocedure zou een betere democratische controle waarborgen. Deze betrokkenheid zou niet in strijd zijn met de rol van het Europees Parlement als begrotingscontroleur. Een dergelijke procedure is immers al van kracht voor het FRA, een ander Europees bureau.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
3. De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. In de loop van de maand die voorafgaat aan de verlenging van zijn ambtstermijn kan de uitvoerend directeur worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.
3. De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. In de loop van de maand die voorafgaat aan de verlenging van zijn ambtstermijn moet de uitvoerend directeur worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie(s) van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.
Motivering
De rol van het Europees Parlement in een mogelijke verlenging van de ambtstermijn van de directeur strookt zo beter met de voorwaarden voor de eerste benoeming.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 1 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1 bis. Plaatselijke autoriteiten hebben een belangrijke taak en expertise op het gebied van asielbeleid en maken deel uit van het adviesforum.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Het bureau is een orgaan van de Gemeenschap. Het bureau heeft rechtspersoonlijkheid.
1. Het bureau is,overeenkomstig artikel 185 van het Financieel Reglement, eenorgaan van de Gemeenschap. Het bureau heeft rechtspersoonlijkheid.
Motivering
In het artikel over de wettelijke definitie en de rechtsstatus van het bureau moet een verwijzing worden opgenomen naar de basisbepaling van het Financieel Reglement over de oprichting van gedecentraliseerde agentschappen, op grond waarvan het bureau moet worden opgericht.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is van toepassing op de documenten die bij het bureau berusten.
1. Het bureau ontwikkelt goede administratieve praktijken teneinde de grootst mogelijke transparantie met betrekking tot zijn werkzaamheden te waarborgen. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is van toepassing op de documenten die bij het bureau berusten.
Motivering
Overweging 13 en artikel 2, lid 4, van het Commissievoorstel bepalen dat het bureau zijn opdracht onder dusdanige omstandigheden moet verrichten dat het, onder meer uit hoofde van "de transparantie van zijn procedures en werkwijzen", als referentiepunt kan fungeren. Het is van vitaal belang dat de werking van het bureau transparant is, en dat relevante documenten voor een ruimer publiek toegankelijk zijn. Artikel 17 van de verordening tot oprichting van het FRA is in dit verband een goed voorbeeld.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
2. Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt het bureau, met instemming van de Commissie, de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van de externe betrekkingen van de Europese Unie; het bureau kan ook voor technische aspecten op de onder deze verordening vallende gebieden samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag.
2. Voor de aangelegenheden die door zijn activiteiten worden bestreken en voor zover nodig voor de uitvoering van zijn taken, vergemakkelijkt het bureau, met instemming van de Commissie en binnen de grenzen van zijn mandaat, de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen in het kader van de externe betrekkingen van de Europese Unie; het bureau kan ook voor technische aspecten op de onder deze verordening vallende gebieden samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag.
Het doel van de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) is dat de noodzakelijke deskundige bijstand wordt gegeven aan de invoering van een coherent en kwalitatief hoogwaardig gemeenschappelijk Europees asielbeleid. Er is enige vooruitgang geboekt via ad-hoc samenwerking van lidstaten, maar dit leidt niet tot continuïteit in de aanpak, voortdurende steun en evenmin tot de ontwikkeling en vaststelling van solidariteitsmechanismen die essentieel zijn bevonden voor de ondersteuning van lidstaten die onder bijzondere druk staan. De rapporteur is overtuigd van de toegevoegde waarde voor lidstaten van de invoering van dit nieuwe ondersteuningsbureau, vooral voor de ontwikkeling van wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid.
De behoefte aan zo'n bureau werd in het Haags programma van 2004 vastgesteld: bepaald werd dat dit zich zou bezighouden met alle vormen van samenwerking tussen de lidstaten betreffende het gemeenschappelijk Europees asielstelsel. Deze toezegging werd bij diverse gelegenheden herhaald. In september 2008 heeft de Europese Raad het migratie- en asielpact aangenomen waarin uitdrukkelijke is overeengekomen " "in 2009 een Europees Ondersteuningsbureau op te zetten, dat belast is met het faciliteren van de uitwisseling van informatie, analyses en ervaringen tussen de lidstaten en het tot stand brengen van concrete samenwerking tussen de asieldiensten."
Het Europees Parlement heeft zelf vastgesteld dat er meer coherentie moet komen in de wijze waarop het acquis communautaire inzake asiel(1) wordt benaderd, vooral met het oog op de kwaliteit van de verlening. De mate van acceptatie van aanvragen uit hetzelfde land van oorsprong loopt per lidstaat sterk uiteen, waardoor vraagtekens kunnen worden gezet bij de kwaliteit en de interpretatie van de informatie over de landen van oorsprong van asielaanvragers. De achterstand in de behandeling van aanvragen kan ook op problemen wijzen. Sommige lidstaten, vooral aan de zuidelijke grenzen, worden met problemen geconfronteerd als gevolg van het significante aantal mensen dat op bepaalde tijdstippen in het land aankomt en het kan moeilijk zijn om die personen vast te stellen die bescherming behoeven. De kwaliteit van de opvangvoorwaarden loopt zeker uiteen, vooral door het gebruik van gesloten centra. Dit zijn maar enkele van de punten die het Parlement aan de orde heeft gesteld.
Bijgevolg heeft het Parlement eveneens de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken gesteund.(2) Bij de indiening van amendementen op het Commissievoorstel heeft de rapporteur rekening gehouden met de wensen van het Parlement. Daartoe behoren de noodzaak van transparantie en verantwoording (3), ondersteuning van hervestiging en interne, vrijwillige overbrenging van personen die aantoonbaar bescherming behoeven, beschikbaarstelling van teams van deskundigen ter ondersteuning van lidstaten die onder bijzondere druk staan, opleidingen op het gebied van strenge gemeenschappelijke normen en het bundelen van gegevens over de landen van herkomst.
Over het algemeen is de rapporteur van mening dat het Commissievoorstel correct is. Het doel van het bureau wordt daarin uiteengezet, evenals zijn specifieke taken die verband houden met praktische samenwerking, ondersteuning van de lidstaten die onder bijzondere druk staan, asiel-ondersteuningsteams en de publicatie van informatie. Er zijn ook enkele technische onderdelen over de organisatie, de financiering en de personeelssterkte van het EASO en een gedeelte over de algemene bepalingen, zoals de betrekkingen met derde landen en andere communautaire instanties, zoals FRONTEX en FRA en internationale organen.
De rapporteur is van mening dat de vereiste budgettaire wijzigingen van het Europees Vluchtelingenfonds zullen leiden tot voldoende financiering in de beginfase van het nieuwe bureau, door middelen beschikbaar te stellen uit dat deel van de het fonds dat bedoeld is voor de samenwerking van lidstaten, zodat deze meer ad-hoc-samenwerking wordt vervangen door een stabiele instantie die speciaal is toegesneden op de behoefte aan voortdurende steun. De herschikking van de middelen heeft geen invloed op nationale toewijzingen. De rapporteur is ook ingenomen met de specifieke bepaling in het voorstel betreffende financiële steun voor het UNHCR met het oog op zijn voorgestelde rol in het EASO.
Op een klein aantal gebieden stelt de rapporteur amendementen voor. Ten eerste om volstrekt duidelijk te maken dat het EASO actief moet zijn binnen de reikwijdte van de internationale instrumenten inzake bescherming en mensenrechten en het EU-acquis. Ten tweede moet het op het terrein van de samenwerking met derde landen duidelijker zijn wat dit met zich meebrengt om ervoor te zorgen dat wij hun eigen mogelijkheden ontwikkelen om eerlijk met asielzoekers en vluchtelingen te kunnen omgaan. Ook is het belangrijk dat ervoor wordt gezorgd dat de informatie over landen van herkomst afkomstig is van personen die over de juiste deskundigheid beschikken en dat deze transparant en onpartijdig is. De rol van de NGO's met de juiste deskundigheid kan ook worden uitgebreid, onder verwijzing naar de raad van bestuur en een mogelijke inbreng van teams van deskundigen. Omdat het EASO een agentschap is is ook de rol van het Europees Parlement relevant. De rapporteur is op de hoogte van de algemene discussie die thans over deze kwestie wordt gevoerd en die wellicht op gespannen voet staat met de rol van het EP als begrotingscontroleur, maar toch denkt zij dat een zekere versterking van deze rol mogelijk is.
Het Parlement is zich er bewust van dat er snelle vooruitgang met de goedkeuring van het voorstel moet worden geboekt, vooral omdat het EASO in werking een impuls zou kunnen geven aan andere gebieden van het gemeenschappelijk Europees asielbeleid, die thans worden herzien. De rapporteur is ervan overtuigd dat spoedig overeenstemming kan worden bereikt over een doeltreffend voorstel waarmee het EASO eind 2010 operationeel zou kunnen zijn.
De behoefte aan een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) werd al in het Haags programma van 2004 vermeld. In september 2008 heeft de Europese Raad ermee ingestemd dit in 2009 in het kader van het Europees migratie- en asielpact op te zetten. Het Europees Parlement heeft meer dan eens zijn steun betuigd aan de oprichting van dit bureau.
Hoewel de rapporteur de politieke doelen steunt, die met de oprichting van het bureau worden nagestreefd, wenst hij toch enkele begrotingstechnische kanttekeningen te plaatsen.
1. Volgens ramingen van de Commissie heeft het bureau voor de periode 2010-2013 ongeveer 40.250.000 euro nodig. Omdat het de bedoeling is dat het bureau enkele taken van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) gaat overnemen, gaat de Commissie ervan uit dat ongeveer 24 mln euro via een herschikking van de middelen die thans voor het EVF worden uitgetrokken, kunnen worden gefinancierd. Andere taken van het bureau, ten bedrage van 7,3 mln euro, worden thans via het EMN (Europees migratienetwerk) gefinancierd. Daardoor zou de nieuwe financiering die feitelijk nodig is 8,86 mln euro voor de gehele periode bedragen, wat niet overdreven is, als men bedenkt dat de Commissie er thans van uitgaat dat de totale marge voor rubriek 3A voor deze periode circa 176 mln euro zal belopen. Het voorstel lijkt dan ook verenigbaar met het huidige financieel kader, ook al heeft de Commissie in het huidige financiële programmeringsdocument dat in januari 2009 aan het Europees Parlement is voorgelegd, nog geen rekening gehouden met het EASO.
Voorts zij erop gewezen dat de oprichting van gedecentraliseerde agentschappen in feite inhoudt dat actiefondsen worden gebruikt ter dekking van administratieve kosten. Er zou over moeten worden nagedacht hoe een deel van de uitgaven van de agentschappen via rubriek 5 kan worden gefinancierd. De beperkte marge van rubriek 3a is een extra argument om dit te doen omdat andere prioriteiten van het Europees Parlement anders misschien niet kunnen worden gefinancierd. De rapporteur hoopt dat de interinstitutionele werkgroep voor regelgevende agentschappen de discussie op dit gebied op gang kan brengen.
2. De effectbeoordeling (EB) van de Commissie vertoont volgens de rapporteur aanzienlijke gebreken. Een van de zwakke punten van de analyse is namelijk, dat het doorslaggevende criterium dat tot de conclusie heeft geleid was, dat het besluit om een "gedecentraliseerd agentschap" op te richten het beste was op grond van de "politieke haalbaarheid". Als bij de conclusie wordt uitgegaan van een dergelijk criterium, zou dat net zoveel betekenen als de bewering dat "het beter is om een agentschap op te richten omdat de wetgever een agentschap wenst op te richten..." Natuurlijk is het de taak van de wetgever om een beleidsbeslissing te nemen, maar het is onacceptabel dat een EB gebaseerd is op een dergelijke prognose. Zoals verwoord in de institutionele gemeenschappelijke aanpak van de EB dient een EB technische en analytische gegevens te verschaffen die als basis dienen voor het beleidsbesluit en mag dit niet vooruitlopen op de politieke wens van de beleidsvormers om hun besluit te rechtvaardigen.
Dit is niet de eerste keer dat de Commissie een inconsequente effectbeoordeling (EB) of kosten-batenanalyse (KBA) voorlegt. De rapporteur is van mening dat het Europees Parlement zou moeten onderzoeken of het mogelijk is dat de Commissie voortaan haar effectbeoordelingen of kosten-batenanalyses over de oprichting van een nieuw agentschap aan de Rekenkamer moet voorleggen, zodat deze zich kan uitspreken over de coherentie van de effectbeoordelingen en een situatie, zoals die zich nu voordoet, wordt voorkomen.
3. De rapporteur wil er ook op wijzen dat het Commissievoorstel, als gevolg van de politieke druk van het EP, een specifiek artikel behelst, waarin staat dat de bepalingen betreffende de huisvesting van het bureau, de ter beschikking te stellen installaties en de voorschriften voor het management en het personeel en hun gezinsleden worden vastgesteld in een vestigingsovereenkomst tussen de gastlidstaat en het bureau. Er zij op gewezen dat de gastlidstaat ervoor moet zorgen dat het bureau onder optimale omstandigheden kan werken, en dat daarvan ook het vervoer en het onderwijs deel uitmaken.
Om extra kosten in verband met de verhuizing van het bureau te voorkomen, zoals dat bij andere agentschappen, zoals het EMSA, het geval was, wenst de rapporteur te verzekeren dat het EASO pas operationeel wordt (ook al is dat slechts provisorisch), wanneer het zich in de plaats heeft gevestigd die door de lidstaten is vastgesteld.
AMENDEMENTEN
De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1
Ontwerpwetgevingsresolutie
Paragraaf 2 bis (nieuw)
Ontwerpwetgevingsresolutie
Amendement
2 bis. is van mening dat de door de Commissie ter rechtvaardiging van haar voorstel voorgelegde effectbeoordeling uitermate inconsequent is; verzoekt de Commissie haar effectbeoordeling voor afronding van de wetgevingsprocedure te herzien; wil onderzoeken of het mogelijk is dat effectbeoordelingen over de oprichting van nieuwe agentschappen voortaan aan de Rekenkamer worden gezonden, zodat deze zich, voor de indiening van het wetgevingsvoorstel, kan uitspreken over de coherentie van de effectbeoordeling;
Amendement 2
Ontwerpwetgevingsresolutie
Paragraaf 2 ter (nieuw)
Ontwerpwetgevingsresolutie
Amendement
2 ter. benadrukt dat de bepalingen van punt 47 van het IIA van 17 mei 2006 van toepassing zijn voor de oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken; benadrukt dat, mocht de wetgevingsautoriteit besluiten tot oprichting van een dergelijk agentschap, het Parlement onderhandelingen zal aanknopen met de andere tak van de begrotingsautoriteit om tijdig tot een akkoord te komen over de financiering van dit agentschap overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het IIA;
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(16) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het bureau te waarborgen, moet aan het bureau een eigen begroting worden toegekend, die hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap. De begrotingsprocedure van de Gemeenschap dient van toepassing te zijn voor zover het gaat om de bijdrage van de Gemeenschap en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie. De controle van de rekeningen dient te worden verricht door de Europese Rekenkamer.
(16) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het bureau te waarborgen, moet aan het bureau een eigen begroting worden toegekend, die hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap. Over de financiering van het bureau moet overeenstemming worden bereikt door de begrotingsautoriteit, zoals bepaald in punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer1. De begrotingsprocedure van de Gemeenschap dient van toepassing te zijn voor zover het gaat om de bijdrage van de Gemeenschap en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie. De controle van de rekeningen dient te worden verricht door de Europese Rekenkamer.
1 PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
Motivering
In de overweging betreffende begrotingskwesties moet in de zin van het IIA een verwijzing naar de noodzaak van overeenstemming tussen de beide takken van de begrotingsautoriteit over de financiering van het bureau worden opgenomen.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 18 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(18 bis) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen1 (het "Financieel Reglement"), en met name artikel 185, moet van toepassing zijn op het bureau.
1 PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
Motivering
Het bureau is opgericht als een gedecentraliseerd agentschap van de Europese Unie en overeenkomstig het IIA gefinancierd. Dit dient tot uitdrukking te komen in de rechtsgrondslagen die in het besluit worden vermeld.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Het bureau is een orgaan van de Gemeenschap. Het bureau heeft rechtspersoonlijkheid.
1. Het bureau is,overeenkomstig artikel 185 van het Financieel Reglement, eenorgaan van de Gemeenschap. Het bureau heeft rechtspersoonlijkheid.
Motivering
In het artikel over de wettelijke definitie en de rechtsstatus van het bureau moet een verwijzing worden opgenomen naar de basisbepaling van het Financieel Reglement over de oprichting van gedecentraliseerde agentschappen, op grond waarvan het bureau moet worden opgericht.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Artikel 51 – alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Het bureau vangt zijn werkzaamheden aan uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.
Het bureau vangt zijn werkzaamheden aan uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, mits de lidstaten tijdig daarvoor overeenstemming hebben bereikt over de zetel, zodat de basisinfrastructuur van het bureau in die plaats gebruiksklaar is.
Motivering
Met deze aanvulling moeten situaties worden voorkomen - zoals het geval was bij EMSA - waarin een agentschap provisorisch wordt gevestigd in een andere plaats dan de definitieve zetel en vervolgens met aanzienlijke verhuiskosten wordt geconfronteerd.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Uiterlijk drie jaar na de in artikel 51 bedoelde datum, geeft het bureau opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van de behaalde resultaten, op basis van de door de raad van bestuur, met instemming van de Commissie, vastgestelde opdracht. Daarbij wordt nagegaan wat de impact van het bureau is op de praktische samenwerking op asielgebied en op het gemeenschappelijk Europees asielstelsel. Meer bepaald wordt onderzocht of het nodig is de taken van het bureau aan te passen of uit te breiden, waarbij ook wordt gekeken naar de financiële gevolgen van een dergelijke taakwijziging of -uitbreiding. Bij deze evaluatie wordt ook onderzocht of de beheersstructuur is toegesneden op de uitvoering van de taken van het bureau. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de standpunten van de belanghebbende partijen op zowel communautair als nationaal niveau.
1. Uiterlijk drie jaar na de in artikel 51 bedoelde datum, geeft het bureau opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van de behaalde resultaten, op basis van de door de raad van bestuur, met instemming van de Commissie, vastgestelde opdracht. Daarbij wordt nagegaan wat de impact van het bureau is op de praktische samenwerking op asielgebied en op het gemeenschappelijk Europees asielstelsel. Meer bepaald wordt onderzocht of het nodig is de taken van het bureau aan te passen of uit te breiden, of de activiteiten te beëindigen ingeval zijn rol bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk asielbeleid overbodig is geworden, waarbij ook wordt gekeken naar de financiële gevolgen van deze maatregelen. Bij deze evaluatie wordt ook onderzocht of de beheersstructuur is toegesneden op de uitvoering van de taken van het bureau. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de standpunten van de belanghebbende partijen op zowel communautair als nationaal niveau.
Motivering
Ook met de mogelijkheid om het bureau te sluiten moet, zoals bij alle andere agentschappen, rekening worden gehouden.
PROCEDURE
Titel
Oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
Reimer Böge, Costas Botopoulos, Paulo Casaca, Vasilica Viorica Dăncilă, Brigitte Douay, Göran Färm, Szabolcs Fazakas, Vicente Miguel Garcés Ramón, Salvador Garriga Polledo, Ingeborg Gräßle, Nathalie Griesbeck, Catherine Guy-Quint, Jutta Haug, Ville Itälä, Anne E. Jensen, Alain Lamassoure, Janusz Lewandowski, Liene Liepiņa, Vladimír Maňka, Mario Mauro, Jan Mulder, Gianni Pittella, Margaritis Schinas, Esko Seppänen, Gary Titley, Helga Trüpel
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Bárbara Dührkop Dührkop, Michael Gahler, Marusya Ivanova Lyubcheva, José Javier Pomés Ruiz, Paul Rübig, Peter Šťastný
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)
Erna Hennicot-Schoepges, Astrid Lulling, Manolis Mavrommatis, Jean Spautz
PROCEDURE
Titel
Oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
Emine Bozkurt, Mihael Brejc, Michael Cashman, Carlos Coelho, Panayiotis Demetriou, Gérard Deprez, Bárbara Dührkop Dührkop, Claudio Fava, Armando França, Kinga Gál, Roland Gewalt, Jeanine Hennis-Plasschaert, Roselyne Lefrançois, Claude Moraes, Vladimir Urutchev
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Simon Busuttil, Elisabetta Gardini, Sophia in ‘t Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Jean Lambert, Antonio Masip Hidalgo, Nicolae Vlad Popa, Charles Tannock, Johannes Voggenhuber
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)
Margrete Auken, Mariela Velichkova Baeva, Carmen Fraga Estévez, Anne E. Jensen, Helmuth Markov, Manolis Mavrommatis, Alexandru Nazare, Markus Pieper, Willem Schuth, Gabriele Zimmer