over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer
over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0007 – C7-0011/2010),
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1), en met name punt 28,
– gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2) (EFG-verordening),
– gezien het verslag van de Begrotingscommissie en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0020/2010),
A. overwegende dat de Europese Unie de nodige wetgeving- en begrotingsinstrumenten heeft ingesteld om bijkomende steun te verlenen aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om deze werknemers bij hun herintrede op de arbeidsmarkt te begeleiden,
B. overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel zou moeten zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking zou moeten worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op de bemiddelingsvergadering van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 17 mei 2006 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG,
C. overwegende dat Duitsland om steun heeft verzocht voor ontslagen bij Karmann Group, een bedrijf uit de autoproductiesector(3),
D. overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit die zijn vastgelegd in de EFG-verordening,
1. verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen;
2. brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering werkloos geworden zijn;
3. onderstreept dat de Europese Unie alles in het werk moet stellen om de gevolgen van de wereldwijde economische en financiële crisis op te vangen; benadrukt de rol die het EFG kan vervullen bij de re-integratie van ontslagen werknemers in de arbeidsmarkt;
4. beklemtoont dat het EFG in overeenstemming met artikel 6 van de EFG-verordening moet bijdragen tot de hertewerkstelling van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van acties waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;
5. vraagt dat de Commissie in haar voorstellen voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG en in haar jaarverslagen gedetailleerde informatie opneemt over aanvullende financiering uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) en andere structuurfondsen;
6. waarschuwt de Commissie in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG tegen de systematische overschrijving van betalingskredieten uit het Europees Sociaal Fonds (ESF), aangezien het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek hulpmiddel met eigen doelstellingen en termijnen;
7. benadrukt dat de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten, in het kader van de begrotingsherziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013;
8. stelt vast dat de nieuwe voorstellen van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van het EFG elk betrekking hebben op één enkele aanvraag van één lidstaat, wat in overeenstemming is met de verzoeken van het Europees Parlement;
9. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;
10. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie samen met de bijlage te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN VAN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
van xx februari 2010
betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1), en met name punt 28,
gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2), en met name artikel 12, lid 3,
gezien het voorstel van de Europese Commissie,
overwegende hetgeen volgt:
(1) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, met als doel hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.
(2) Het EFG staat sinds 1 mei 2009 ook open voor aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.
(3) Het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 staat uitgaven uit het EFG toe binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.
(4) Op 13 augustus 2009 heeft Duitsland een aanvraag ingediend voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in verband met gedwongen ontslagen in de autoproductiesector. Tot 23 oktober 2009 heeft het aanvullende informatie met betrekking tot deze aanvraag kunnen indienen. Aangezien de aanvraag in overeenstemming is met de voorschriften voor de bepaling van de financiële steun van artikel 10 van verordening (EG) nr. 1927/2006, stelt de Commissie voor een bedrag van 6 199 341 EUR ter beschikking te stellen.
(5) Er moeten bijgevolg middelen uit het EGF beschikbaar worden gesteld om te voorzien in een financiële bijdrage voor de door Duitsland ingediende aanvraag.
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT AANGENOMEN:
Artikel 1
Voor de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010 wordt uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering 6 199 341 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld.
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de […] dag na de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) en van artikel 12 van verordening (EG) nr.1927/2006(2), mag het EFG jaarlijks maximaal 500 miljoen EUR bevatten, afkomstig uit marges onder het totale uitgavenmaximum van het voorgaande jaar en/of uit geannuleerde vastleggingskredieten van de voorgaande twee jaren, met uitzondering van de kredieten voor rubriek 1b. De benodigde bedragen worden als voorziening in de begroting opgenomen zodra er voldoende begrotingsruimte en/of geannuleerde vastleggingen zijn vastgesteld.
De procedure om het EFG te activeren verloopt als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een dienovereenkomstig overschrijvingsverzoek. Parallel kan een trialoog plaatsvinden om tot overeenstemming te komen over het gebruik van het EFG en de vereiste bedragen. Een trialoog in vereenvoudigde vorm is mogelijk.
II. Stand van zaken: het voorstel van de Commissie
Op 22 januari 2010 heeft de Commissie drie nieuwe voorstellen gedaan voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG. Naar aanleiding van het verzoek hierom van het Europees Parlement wordt elk voorstel voor een besluit voortaan in een afzonderlijk document gepresenteerd. De nieuwe aanvragen betreffen ontslagen in Litouwen (sector van de koelkastenproductie en bouwsector) en Duitsland (autoproductiesector). Dit zijn de eerste aanvragen die in het kader van de begroting voor 2010 onderzocht worden.
Voorliggend voorstel heeft betrekking op de beschikbaarstelling van middelen voor een totaalbedrag van 6 199 341 EUR uit het EFG ten behoeve van Duitsland, ter financiering van steun aan ontslagen werknemers in het autoproductiebedrijf Karmann Group.
De aanvraag van Duitsland (EGF/2009/013 DE/Karmann), die op 13 augustus is ingediend bij de Commissie en tot 23 oktober 2009 is aangevuld met bijkomende informatie, heeft betrekking op 2476 ontslagen in verschillende afdelingen van de Karmann-groep (Wilhelm Karmann GmbH en Karmann-Rheine GmbH & Co.KG). Voor 1793 van deze ontslagen wordt om steun verzocht.
De aanvraag is gebaseerd op de tussenkomstcriteria die zijn vastgelegd in artikel 2, onder a: “ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat, met inbegrip van de ontslagen bij leveranciers of downstreamproducenten.”
Bij haar beoordeling heeft de Commissie rekening gehouden met de volgende elementen: het verband tussen de gedwongen ontslagen en grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de financiële crisis, de vraag of de ontslagen niet konden worden voorzien, bewijs voor het aantal ontslagen in kwestie, de identificatie van de bedrijven, leveranciers en downstreamproducenten die werknemers ontslaan, de sectoren en werknemercategorieën waarop moet worden gefocust, het betrokken grondgebied en de autoriteiten van en belanghebbenden in dit grondgebied, de gevolgen van de ontslagen voor de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid, het te financieren gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten en de compatibiliteit van dit pakket met uit de structuurfondsen gefinancierde acties, de data waarop de op het individu afgestemde diensten ten behoeve van ontslagen werknemers van start zijn gegaan of de geplande begindata ervan, de procedures voor de raadpleging van de sociale partners, en de beheer- en controlesystemen.
Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de in de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria. Er wordt bijgevolg aanbevolen dat de begrotingsautoriteit de aanvraag goedkeurt.
De commissie EMPL keurt normaal gezien tijdens haar volgende bijeenkomst op 27 februari (nog te bevestigen) een advies goed waarin ze beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria.
Om middelen uit het EFG te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek (DEC 03/2010) doen toekomen voor een totaalbedrag van 6 199 341 EUR aan vastleggingskredieten uit de EFG-reserve (40 02 43) en aan betalingskredieten uit ESF-begrotingslijnen (04 02 17 - ESF convergentie), over te schrijven naar de EFG-begrotingslijnen (04 05 01) voor vastleggingen en betalingen.
Het Interinstitutioneel Akkoord staat uitgaven uit het EFG toe tot een jaarlijks maximum van 500 miljoen EUR. Dit is het eerste voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in 2010.
III. Procedure
De Commissie heeft een verzoek om overschrijving ingediend(3) om overeenkomstig de bepalingen van punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 specifieke vastleggings- en betalingskredieten in de begroting 2010 op te nemen.
De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit over de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG zou via een vereenvoudigde procedure kunnen plaatsvinden (briefwisseling), zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming komen.
Conform een interne afspraak wordt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) bij dit proces betrokken, opdat het op constructieve wijze kan bijdragen tot de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.
Na evaluatie heeft de Commissie EMPL van het Europees Parlement haar standpunt over de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te kennen gegeven, zoals blijkt uit het bij dit verslag gevoegde advies.
Met de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die tijdens het overleg van 17 juli 2008 werd goedgekeurd, werd het belang bekrachtigd van een snelle procedure voor de goedkeuring van besluiten tot beschikbaarstelling van de middelen van het EFG, met inachtneming van het Interinstitutioneel Akkoord.
ADVIES VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
ES/sg
D(2010)4487
Alain Lamassoure
Voorzitter van de Begrotingscommissie
ASP 13E158
Betreft:advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2009/013 DE/Karmann (COM(2010)0007)
Geachte heer Lamassoure,
De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2009/013 DE/Karmann onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.
De commissie en de werkgroep EFG zijn vóór de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor de aanvraag in kwestie. De commissie formuleert ter zake een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling op de helling te willen zetten.
Het advies van de commissie is gebaseerd op het volgende visum en de volgende overwegingen:
-gelet op overweging 2 van de EFG-verordening, waarin wordt gesteld: "De negatieve gevolgen van de globalisering moeten in eerste instantie worden aangepakt met een duurzame Gemeenschapsstrategie voor een handelsbeleid voor de lange termijn, gericht op hoge sociale en milieunormen";
a) overwegende dat er evenwel een gebrek aan coördinatie is van de verschillende beleidsterreinen die gevolgen voor de Europese producerende bedrijfstakken hebben en bijgevolg van de maatregelen in de verschillende nationale herstelplannen die bedoeld zijn om de sectoren in kwestie te ondersteunen;
b) overwegende dat het EFG in deze situatie alleen op passieve wijze de effecten van de mondialisering en de financiële en economische crisis op de werknemers in de sectoren in kwestie kan temperen, terwijl een consistentere en proactieve aanpak met schepping van banen en training op de werkplek nodig is;
c) overwegende dat de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken al in eerdere adviezen (EGF/2009/007 SE/Volvo en EGF 2009/009 AT/Steiermark) haar bezorgdheid heeft uitgesproken over de impact van de financiële en economische crisis op de Europese autosector, die niet alleen te lijden heeft door de financiële crisis en de aanpassingen aan de mondialisering, maar ook door een gebrek aan bereidheid van het management om zich aan te passen aan de uitdagingen van het moment die het gevolg zijn van de behoeften van de consumenten, alsmede van de impact op het milieu;overwegende dat alle belanghebbenden wordt verzocht ervoor te zorgen dat de overname door de Volkswagengroep een positief effect op de werkgelegenheidssituatie van het bedrijf Karmann heeft;
d) overwegende dat de financiële enveloppe van het EFG de aanbieding van op maat gemaakte opleidingsmaatregelen van hoge kwaliteit mogelijk maakt en de lidstaten in staat stelt het bekwaamheidsniveau van hun werknemers te bevorderen via de ontwikkeling van kwalificaties die verenigbaar zijn met een structurele omschakeling naar een duurzame groene economie, waarbij de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt wordt verbeterd en de uitdagingen van de mondialisering het hoofd wordt geboden;
e) overwegende dat de ontevredenheid met de aanpak van de naleving van artikel 12, lid 4, van de EFG-verordening blijft na het antwoord van de Commissie op de opmerkingen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken over de aanvragen EGF/2009/007 SE/Volvo, EGF/2009/009 AT/Steiermark en EGF/2009/011 NL/Heijmans, waarin wordt gesteld dat het een kenmerk van gedeeld beheer (artikel 4 van de EFG-verordening, artikel 53 van het Financieel Reglement en artikel 42 van de uitvoeringsvoorschriften) is dat de uitvoering in handen is van de lidstaat en dat de juistheid van de uitvoering door de Commissie door middel van controles en audits ter plaatse, financiële correcties en terugvorderingen wordt gecontroleerd en dat controle van de juistheid van de uitvoering in de aanvraagfase nog niet mogelijk is;
f) overwegende dat de commissie los van deze financiële aspecten volledig geïnformeerd moet zijn over de manier waarop de lidstaten het EFG gebruiken, met het oog op de toekomstige ontwikkeling van het EFG, en dat de commissie daarom volledige informatie nodig heeft over de complementariteit van het EFG en het ESF in het bijzonder en de structuurfondsen in het algemeen.
De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Begrotingscommissie de volgende suggesties in haar ontwerpresolutie over de Duitse aanvraag op te nemen:
1) is tevreden met het feit dat de werkloosheidsperiode door de Duitse autoriteiten zal worden gebruikt voor een algemene verhoging van het bekwaamheidsniveau, waarbij niet alleen inspanningen worden geleverd op het gebied van beroepsopleiding en hoger onderwijs, maar ook gemigreerde en laaggeschoolde werknemers de mogelijkheid wordt verleend basisvaardigheden te verwerven om hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verbeteren;
2) is met name tevreden met het initiatief om met EURES samen te werken en de grensoverschrijdende mobiliteit van de werknemers te verbeteren; onderstreept evenwel het feit dat werken of een bedrijf oprichten in een ander land niet alleen goede voorbereiding vereist, maar ook de mogelijkheid van begeleiding tijdens de eerste periode in de nieuwe positie en eventueel ook een reserveplan om op terug te vallen; verzoekt de Commissie daarom bijzondere aandacht te besteden aan het resultaat van deze projecten en er in het jaarverslag toelichting bij te geven;
3) onderstreept het feit dat de door het EFG medegefinancierde maatregelen toegevoegde waarde moeten genereren ten opzichte van de activiteiten die al door de lidstaten en met de ondersteuning van andere structuurfondsen worden georganiseerd om de re-integratie van werknemers op de arbeidsmarkt te bevorderen;
4) verzoekt de Commissie het EP te informeren, als de uitgaven in het kader van het EFG bijzondere aandacht van de Commissie krijgen met betrekking tot de speciale procedure ervan en vraagt een verslag over de resultaten van de controles van de EFG-aanvragen van 2007 en 2008;
5) verzoekt de Commissie om in haar jaarverslagen volledige informatie op te nemen over de complementariteit van het EFG met de maatregelen die worden ondersteund met andere structuurfondsen, met inbegrip van informatie over de administratieve structuren die zijn ingesteld in de lidstaten om op de naleving van artikel 6 van de EFG-verordening toe te zien;
6) benadrukt het feit dat het naast goed financieel beheer belangrijk is om te beschikken over degelijke coördinatiestructuren, met name wanneer vele belanghebbenden bij de zaak zijn betrokken.
Met de meeste hoogachting,
Pervenche Berès
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum goedkeuring
23.2.2010
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
26
0
1
Bij de eindstemming aanwezige leden
Alexander Alvaro, Francesca Balzani, Lajos Bokros, Andrea Cozzolino, Jean-Luc Dehaene, Göran Färm, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Salvador Garriga Polledo, Jens Geier, Ivars Godmanis, Ingeborg Gräßle, Carl Haglund, Jiří Havel, Monika Hohlmeier, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Anne E. Jensen, Alain Lamassoure, Vladimír Maňka, Barbara Matera, László Surján, Helga Trüpel, Derek Vaughan, Angelika Werthmann, Jacek Włosowicz
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)