Procedure : 2009/2215(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0133/2010

Ingediende teksten :

A7-0133/2010

Debatten :

PV 20/05/2010 - 3
CRE 20/05/2010 - 3

Stemmingen :

PV 20/05/2010 - 7.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0192

VERSLAG     
PDF 302kDOC 183k
3 mei 2010
PE 439.184v02-00 A7-0133/2010

over de Unie voor het Middellandse-Zeegebied

(2009/2215(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur voor advies: Vincent Peillon

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de Unie voor het Middellandse-Zeegebied

(2009/2215(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien de verklaring van Barcelona, aangenomen op de Euromediterrane Conferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken van 27 en 28 november 1995 te Barcelona, waarbij een Euromediterraan partnerschap wordt ingesteld,

 gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "Het proces van Barcelona, Unie voor het Middellandse-Zeegebied" (COM(2008)0319),

 gezien de instemming van de Europese Raad van 13 en 14 maart 2008 te Brussel met het "Proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse-Zeegebied",

 gezien de verklaring van de top van Parijs voor het Middellandse-Zeegebied op 13 juli 2008,

–   gezien de slotverklaring van de bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied te Marseille op 3 en 4 november 2008,

–   gezien de verklaringen van het bureau van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering (EMPV) te Parijs (12 juli 2008), Cairo (22 november 2009) en Rabat (22 januari 2010),

–   gezien de conclusies van de oprichtingsbijeenkomst van de Euromediterrane vergadering van regionale en lokale overheden te Barcelona op 21 januari 2010,

–   gezien de slotverklaring van de top van Euromediterrane sociaaleconomische raden en vergelijkbare instellingen te Alexandrië op 19 oktober 2009,

 onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over het beleid van de Europese Unie ten aanzien van het Middellandse-Zeegebied, en vooral die van 15 maart 2007(1) en 5 juni 2008(2), en zijn resolutie over het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse-Zeegebied, van 19 februari 2009(3),

 gezien de conclusies van de tweede Euromediterrane ministeriële conferentie over de versterking van de rol van vrouwen in de samenleving, die plaatshad in Marrakech op 11 en 12 november 2009;

 onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 november 2007 over de versterking van het Europees nabuurschapsbeleid(4),

 gezien de aanbevelingen van de commissies van de EMPV die zijn aangenomen tijdens de zesde plenaire zitting in Amman van 13 en 14 maart 2010,

 gezien de aanbeveling van de EMPV die is aangenomen op 13 oktober 2008 in Jordanië en is ingediend op de eerste bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van het proces van Barcelona: Unie voor het Middellandse-Zeegebied in Marseille,

 gezien de op 3 maart 2010 aangenomen statuten van het secretariaat-generaal van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied,

 onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 november 2007 over de versterking van het Europees nabuurschapsbeleid(5),

 gezien de aanbeveling van de politieke commissie van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering van 13 en 14 maart 2010,

–   gelet op artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en van de Commissie internationale handel alsmede van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A7-0133/2010),

A. overwegende dat het Middellandse-Zeegebied van cruciaal belang is voor de EU en dat in een multipolaire, en onderling steeds afhankelijker wereld grote geïntegreerde regionale samenwerkingsverbanden beter in staat zullen zijn de sociale, culturele, economische, ecologische, demografische, politieke en veiligheidsuitdagingen aan te gaan,

B.  overwegende dat de Europese Unie in haar betrekkingen met haar mediterrane buren een strategische visie moet ontwikkelen die rekening houdt met al deze uitdagingen, met als prioriteit de sociale, economische en democratische ontwikkeling van de regio,

C. overwegende dat, overeenkomstig artikel 8 van het EU-Verdrag, de Unie bijzondere betrekkingen ontwikkelt met haar buurlanden, die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking,

D. overwegende dat met de Unie voor het Middellandse-Zeegebied een nieuw elan kan worden gegeven aan het regionale en multilaterale aspect van de Euromediterrane betrekkingen, en er nieuwe vooruitzichten worden geboden op het scheppen van een vreedzaam, veilig en welvarend bestel voor 800 miljoen inwoners, en een ideaal kader kan worden geboden om de sociaaleconomische uitdagingen aan te pakken, regionale integratie te bevorderen en te zorgen voor de gezamenlijke ontwikkeling van de partnerlanden,

E.  overwegende dat het nabuurschapsbeleid, door voorrang te geven aan het verdiepen van gedifferentieerde bilaterale betrekkingen, in zijn eentje niet kan bijdragen aan een gemeenschappelijk integratieproces en significante hervormingen in de regio, overwegende in dat opzicht dat de totstandkoming van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied de kans biedt om de complementariteit tussen het bilaterale en het regionale beleid te verbeteren zodat doeltreffender kan worden ingespeeld op de doelstellingen van de Euromediterrane samenwerking, die gebaseerd zijn op de wederzijdse erkenning van gemeenschappelijke waarden, zoals de democratie, de rechtstaat, goed bestuur en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat er bij de lidstaten op moet worden aangedrongen dat zij op een coherente en geloofwaardige manier het Europese nabuurschapsbeleid implementeren overeenkomstig artikel 8 van het EU-Verdrag,

F.  overwegende dat het van essentieel belang is om te steunen op de verworvenheden van het proces van Barcelona, waarvan de doelstellingen en de resultaten door de Unie voor het Middellandse-Zeegebied moeten worden versterkt, zoals vermeld in de verklaring van Parijs van 13 juli 2008, en om reproductie of overlapping van reeds bestaande beleidsinstrumenten en institutionele niveaus te voorkomen teneinde de doeltreffendheid en de coherentie van de talrijke instrumenten van Europese samenwerking te garanderen,

G.  overwegende dat de mediterrane landen sinds een jaar of vijftien een snelle diversificatie kennen van hun handels- en economische betrekkingen (bijvoorbeeld met Rusland, China, Brazilië, de Golfstaten) en dat hun samenlevingen aan aanzienlijke veranderingen onderhevig zijn (consumptiepatronen, mobiliteit, demografische veranderingen, enz.) die niet zonder gevolgen zijn voor met name de binnenlandse stabiliteit,

H. overwegende dat met de beperkte culturele uitwisselingen alleen het niet mogelijk is om de volkeren van het Middellandse-Zeegebied dichter bij elkaar te brengen en dat Europa geleidelijk aan cultureel gewicht als baken voor zijn mediterrane partners verliest,

I.   overwegende dat de aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten van de Europese Unie enerzijds en de mediterrane landen anderzijds nog blijven toenemen, en gezien de zorgwekkende structurele problemen van sociaaleconomische en institutionele aard, die om een krachtige gemeenschappelijke respons vragen in het belang van alle lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, overwegende dat dit perspectief wordt aangemoedigd door het economische groeipotentieel van de mediterrane derde landen, nota nemend van de noodzaak om de zuid-zuidintegratie te verbeteren,

J.   overwegende dat het regionale kader waarin de Unie voor het Middellandse-Zeegebied gestalte krijgt nog steeds wordt getekend door politieke spanningen en conflicten, die haar ontwikkeling hebben ondermijnd en vertraagd sinds de top van Parijs in juli 2008, overwegende dat het vredesproces in het Midden-Oosten tot stilstand is gekomen,

K. overwegende dat de gevolgen van de financiële en economische crisis bovenop de politieke, economische en sociale uitdagingen komen waarmee de partnerlanden al geconfronteerd worden, in het bijzonder op het gebied van de werkloosheid; overwegende dat het in het belang is van al die landen en van de EU om de werkloosheid in de regio te verminderen en de bevolking, in het bijzonder de vrouwen, de jongeren en de plattelandsbevolking, hoop te geven voor de toekomst,

L.  overwegende dat de hervatting van het vredesproces in het Midden-Oosten en de concrete vooruitzichten op een duurzame totaaloplossing van het grootste belang zijn voor de ontwikkeling van de Euromediterrane betrekkingen en de functionering en implementatie van de projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied,

M. overwegende dat de twee voornaamste vernieuwingen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied – institutioneel (covoorzitterschap, permanent gemeenschappelijk comité, secretariaat-generaal van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied) en operationeel (integratieprojecten) – op een doeltreffende en transparante wijze dienen te werken zodat de levensomstandigheden van de burgers, de belangrijkste begunstigden van dit project, verbeteren,

N. overwegende dat het secretariaat-generaal uiteindelijk de spil van de instelling moet worden, dat zijn doeltreffendheid afhangt van het vermogen van zijn personeel zelfstandig te werken, en dat overigens de aanwezigheid van een hoge Israëlische functionaris en van een hoge Palestijnse functionaris die in een internationale organisatie op regionaal niveau samenwerken ongekend is en reden geeft tot hoop,

O. overwegende dat de mediterrane regio’s direct betrokken zijn bij transnationale uitdagingen, zoals de duurzame ontwikkeling van het Middellandse-Zeegebied, de zekerheid van de energievoorziening, de migratiestromen, de uitwisselingen op het gebied van cultuur en toerisme, en bij grensoverschrijdende problemen, zoals waterbeheer, toegang tot water, verontreiniging, de ontwikkeling van verkeersnetwerken, en dat de lokale en regionale instanties derhalve vitale steunpunten zijn voor de ontwikkeling van een duurzaam territoriaal beleid dat rekening houdt met de lokale bijzonderheden, en voor de totstandbrenging van concrete en allesomvattende projecten,

P.  overwegende dat de landbouw in de mediterrane landen een uiterst belangrijke plaats inneemt vanwege het sociaaleconomisch belang, de invloed op het milieu en de gevolgen voor het territoriaal evenwicht,

Q. overwegende dat 60% van de mensen in de wereld die met een watertekort te kampen hebben, zich in het zuiden van het Middellandse-Zeegebied en in het Midden-Oosten bevindt en dat volgens de verslagen van de UNDP en van Plan Bleu in 2025 63 miljoen mensen met waterschaarste te maken zullen hebben,

R.  herinnert aan het besluit van de ministeriële conferentie over de Unie voor het Middellandse-Zeegebied van 4 november 2008 in Marseille om de digitale kloof tussen de twee kusten van het Middellandse-Zeegebied te verkleinen, wat resulteerde in het BB-MED-voorstel (breedband voor het Middellandse-Zeegebied),

S.  overwegende dat sinds de top van Parijs, de projecten die in het kader van de Unie zijn aangekondigd momenteel te lijden hebben van een algemene onderfinanciering, die de uitvoering ervan dreigt te vertragen,

T.  gezien het belang van de migrantenstromen en de diverse uitdagingen die hierdoor aan beide zijden van de Middellandse Zee worden gesteld op humanitair, sociaal, cultureel en economisch gebied,

U. gezien het grote belang van de kapitaalstromen die bestaan uit het geld dat migranten sturen naar de bevolking van de landen van het zuidelijke Middellandse-Zeegebied,

V. gezien de recente inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en de daarmee gepaard gaande institutionele veranderingen enerzijds en de aanhoudende vragen over de werking en de financiering van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied anderzijds, waardoor het voor het Parlement van essentieel belang is de ontwikkelingen betreffende de Unie nauwlettend te volgen, teneinde bij te dragen aan een volledig welslagen van de top van Barcelona,

1.  vraagt de staatshoofden en regeringsleiders van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, die elkaar 7 juni aanstaande in Barcelona treffen, alles in het werk te stellen om deze bijeenkomst, na twee moeilijke jaren, tot een succes te maken voor de verdere ontwikkeling van de instellingen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en voor de uitvoering van grote projecten, en om vooruitgang te kunnen boeken in alle hoofdstukken over de Euromediterrane samenwerking;

2.  blijft ondanks de oprichting van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied bezorgd over het ontbreken van een duidelijke omschrijving van het Middellandse-Zeebeleid van de EU en een strategische langetermijnvisie voor de ontwikkeling en stabilisering van de regio; acht het dringend noodzakelijk dat het Euromediterrane integratieproces opnieuw bovenaan de politieke agenda van de EU komt te staan;

3.  verzoekt de regeringen van de lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied de politieke dialoog grondig te herzien en te intensiveren; benadrukt dat wederzijds respect en begrip fundamentele onderdelen zijn van deze dialoog en dringt erop aan dat de bevordering en de eerbiediging van de democratie, de rechtstaat en de mensenrechten, ongeacht of het gaat om civiele, politieke, economische, sociale, culturele of collectieve rechten, op een duidelijk manier worden opgenomen onder de doelstellingen van dit nieuwe initiatief en dat de bestaande mechanismen worden versterkt; onderstreept in dat verband het belang van de eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting, mening en geloofsovertuiging, alsook de noodzaak om de rechten van de minderheden, met inbegrip van de religieuze minderheden, te waarborgen; is van mening dat speciale aandacht is vereist voor de eerbiediging van de rechten van de vrouw, gendergelijkheid en de bestrijding van discriminatie op grond van seksuele geaardheid; bevestigt opnieuw zijn steun aan de democratische politieke organisaties en het maatschappelijke middenveld in de landen van het zuidelijke Middellandse-Zeegebied en brengt hulde aan het waardevolle werk van de vrouwenorganisaties;

4.  is van mening dat de politieke spanningen en de regionale conflicten in het Middellandse-Zeegebied geen rem mogen zijn voor de mogelijkheid die er is concreet vooruitgang te boeken in de richting van operationele en sectorale samenwerking en dat met een substantiële politieke dialoog en de totstandbrenging van grote integratieprojecten de Unie voor het Middellandse-Zeegebied zal bijdragen aan de totstandkoming van een klimaat van vertrouwen dat bevorderlijk is voor het nastreven van gemeenschappelijke veiligheidsdoelen, in een geest van solidariteit en van vrede; wijst er echter op dat de Unie voor het Middellandse-Zeegebied alleen met volledig succes kan worden bekroond indien er een oplossing wordt gevonden voor de diverse regionale conflicten, met inachtneming van het volkerenrecht, waardoor het Middellandse-Zeegebied tot een enkele ruimte van vrede kan uitgroeien;

5.  wijst op de dringende noodzaak om een rechtvaardige en duurzame oplossing te vinden voor het conflict in het Midden-Oosten en pleit ervoor dat de EU en alle lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied zich hier vastberaden voor inzetten; herhaalt zijn oproep om in het kader van het vredesproces opnieuw te beginnen met serieuze onderhandelingen, die moeten uitmonden in een oplossing met twee staten, een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat en de staat Israël, die in vrede en veiligheid en binnen internationaal erkende grenzen naast elkaar bestaan; staat achter de belangrijke bijdrage die de Unie voor het Middellandse-Zeegebied kan leveren aan de verbetering van de betrekkingen tussen Israël en de Palestijnse Nationale Autoriteit, onder andere door de samenwerking tussen Israëlische en Palestijnse vertegenwoordigers in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied;

6.  is ingenomen met de benoeming van de secretaris-generaal en de goedkeuring van de statuten van het secretariaat van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en doet met het oog op de top van Barcelona de aanbeveling dat de vaststelling van de institutionele en functionele structuur van de Unie haar beslag krijgt aan de hand van de volgende hoofdlijnen:

- het secretariaat voorzien van de nodige financiële en statutaire middelen om doeltreffend en zelfstandig te kunnen functioneren; erop aandringen dat het secretariaat volledig operationeel wordt en dat het personeel wordt geselecteerd op basis van verdienste, met inachtneming van het principe van geografische spreiding en gendergelijkheid,

- zorgen voor duidelijke besluitvormings-, financierings- en uitvoeringscriteria voor grote projecten, en met name de prioriteiten voor de komende drie jaar vastleggen,

- van de zijde van de Europese deelnemers (lidstaten, Raad en Commissie) zorgen voor een gemeenschappelijke vertegenwoordiging, overeenkomstig het Verdrag van Lissabon, en tegelijkertijd actieve deelname van alle derde landen in het Middellandse-Zeegebied bevorderen,

- toezien op de democratische legitimiteit van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en daarbij te bevestigen dat de EMPV een integrerend onderdeel van de institutionele architectuur uitmaakt,

- de coördinatie met de communautaire programma's en projecten die door gespecialiseerde ministeriële conferenties zijn goedgekeurd, versterken, waarbij speciale aandacht aan mogelijke synergieën wordt geschonken,

- samenwerkingsverbanden met een variabele geometrie mogelijk maken voor landen en multilaterale instellingen die zich graag willen inzetten voor projecten van gemeenschappelijk belang,

- een goede samenwerking tussen het secretariaat en de Commissie waarborgen en zorgen voor een duidelijke afbakening van hun respectieve bevoegdheden; de Commissie ertoe oproepen actief samen te werken met de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en meer duidelijkheid te vragen over haar rol in de nieuwe institutionele structuur,

- acties ontwikkelen op het gebied van de communicatie om de zichtbaarheid van de activiteiten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied te garanderen; de burgers informeren over de grote projecten en de vorderingen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, met name via een volledige en goed gevulde website,

- toezien op de democratische legitimiteit van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, zodanig dat de beslissingen op transparante wijze worden genomen, door het Europees Parlement, de EMPV en de nationale parlementen bij het besluitvormingsproces te betrekken; erop wijzen dat de EMPV als parlementair orgaan moet worden erkend als integrerend onderdeel van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied,

- de betrokkenheid van en de dialoog met alle partijen (lokale overheden en maatschappelijke organisaties) bij het besluitvormingsproces rond de grote projecten waarborgen;

7.  herinnert eraan dat op de top in Parijs zes grote horizontale strategische gebieden zijn vastgesteld (civiele bescherming, snelle maritieme en landverbindingen, sanering van de Middellandse Zee, het mediterrane plan voor zonne-energie, het mediterrane initiatief voor bedrijfsontwikkeling en de Europees-mediterrane universiteit), waarvan de meeste reeds zijn opgenomen in projecten in het kader van het EuroMed-partnerschap; acht het van het grootste belang dat de regionale programma's en de middelen die al zijn ingezet in het kader van het Euromediterrane partnerschap nauwgezet worden geëvalueerd en spreekt de wens uit dat bij de selectie van de projecten die voor financiering in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied in aanmerking worden genomen de toegevoegde waarde op regionaal en lokaal vlak als criterium wordt gehanteerd; dringt daarom aan op een snelle implementatie van deze prioritaire projecten;

8.  acht het van essentieel belang dat publiek-private financieringen van projecten worden gewaarborgd, uitgebreid en aangewend; in dat kader:

- verzoekt het Europees Parlement de leden van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied middelen vrij te maken die recht doen aan de omvang van de uitdagingen en verwacht het een historische inzet van de deelnemers op de top van Barcelona,

- dringt het er sterk op aan dat in de periode die voorafgaat aan de afsluiting van de financiële vooruitzichten 2007-2013, geen enkele financiële bijdrage van de Unie afbreuk doet aan lopende of geplande Euromediterrane regionale programma’s; onderstreept het de noodzaak van een aanzienlijke uitbreiding van de middelen voor het zuidelijke deel van het Europees nabuurschapsbeleid en van de bijdragen van de EU aan de projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied in de nieuwe financiële vooruitzichten 2014-2020 van de EU,

- brengt het hulde aan de nationale, Europese (EIB-FEMIP, EBWO) en internationale (Wereldbank) financiële instellingen die al in de regio opereren; onderstreept het de noodzaak om synergie te ontwikkelen rond grote projecten en stelt het in dat opzicht de oprichting voor van een Euromediterrane Investerings- en Ontwikkelingsbank om de pariteit van noord en zuid in de Unie voor het Middellandse-Zeegebied te versterken,

-  benadrukt het de rol van de Europese Investeringsbank (EIB), die drie van de zes prioritaire projecten coördineert (de sanering van de Middellandse Zee, het mediterrane plan voor zonne-energie en de snelwegen op het land en op zee),

-  onderstreept het de noodzaak om de voorwaarden te creëren voor nauwere samenwerking en betere financiële en economische integratie van alle lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, en meer in het bijzonder van de landen van het zuidelijke deel van de Middellandse Zee,

- is ingenomen met de recente oprichting van investeringsfondsen voor de financiering van projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, waaronder het fonds InfraMed, dat gewijd is aan infrastructurele projecten, en verzoekt het de verschillende deelnemers om de ontwikkeling van soortgelijke initiatieven te stimuleren,

- wenst het dat er investeringsfondsen in het leven worden geroepen voor de financiering van projecten van lokale en regionale overheden op het gebied van duurzame ontwikkeling;

9.  moedigt de partijen aan te ijveren voor een verbetering van het economische en juridische klimaat in de derde landen, met als prioriteit de oprichting van levensvatbare en geloofwaardige subregionale financiële instellingen, waarmee buitenlandse investeringen kunnen worden aangetrokken; dringt tegelijkertijd aan op:

- het opstellen van een gemeenschappelijk handvest ter bescherming van investeringen voor mediterrane derde landen, waarmee deze bescherming kan worden verbeterd en investeringen worden aangemoedigd,

- het opzetten van een financieel verzekerings- en garantiesysteem voor investeerders, gebaseerd op het systeem van het Multilateraal Agentschap voor Investeringsgaranties, en afgestemd op de Euromediterrane situatie,

- hervormingen met als doel de administratieve rompslomp te verminderen en in het bijzonder de uitvoering van de contracten te optimaliseren en te vereenvoudigen,

- het bevorderen van een geleidelijke en effectieve harmonisatie van de arbeidswetgevingen, met waarborgen voor de rechten van de werknemers in de lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied,

- verbetering van de toegang van de kmo's tot krediet en van het aanbod aan formules van krediet en microkrediet;

10. hoopt op de voor toekomstige investeringen noodzakelijke verbetering van de marktsituatie en de wetgeving in deze regio; benadrukt het belang van de doelstelling om de ontwikkeling van de beroepsbevolking en de werkgelegenheid te stimuleren, in aansluiting op de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling op het vlak van armoedebestrijding; benadrukt dat het behoud en de ontwikkeling van krachtige overheidsdiensten eveneens een belangrijk element is om duurzame ontwikkeling in de regio te waarborgen;

11. is van mening dat een betere bilaterale en multilaterale economische zuid-zuidsamenwerking tastbare voordelen kan opleveren voor de burger en het politieke klimaat in de regio kan verbeteren;

12. dringt sterk aan op het ontwikkelen van de zuid-zuidhandel, die slechts 6% van de handelsbetrekkingen uitmaakt, en daarmee op het uitbreiden van de Overeenkomst van Agadir, vestigt de aandacht op het feit dat het in het belang van deze landen is om hun betrekkingen en hun handel te intensiveren zodat ze een verenigd en sterk economisch gebied vormen dat aantrekkelijk is voor investeerders en dat de belangen van de regio kan verdedigen en de ontwikkeling ervan stimuleren; benadrukt dat de Unie voor het Middellandse-Zeegebied het gemakkelijker moet maken om te reageren op verzoeken om technische en financiële bijstand met het oog op de bevordering van de economische zuid-zuidintegratie; is van mening dat uitbreiding en vereenvoudiging van de pan-Euromediterrane oorsprongscumulatie zou kunnen bijdragen tot verwezenlijking hiervan;

13. benadrukt het belang van de lopende onderhandelingen over de Europees-mediterrane vrijhandelszone en moedigt de landen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied aan te zorgen voor onderlinge afstemming van hun standpunten in de context van de WTO-onderhandelingen;

14. verzoekt de Commissie in het kader van onderhandelingen over handelsovereenkomsten rekening te houden met de uitkomst van bestaande effectbeoordelingen en de gevolgen te beoordelen die het liberaliseringsproces heeft op sociaal en milieugebied, gezien de klimaatverandering en de economische een maatschappelijke crisis, en het mogelijk te maken dat dit proces geleidelijk en asymmetrisch wordt toegepast, terwijl wordt gezorgd voor de bescherming van vergelijkbare productiesectoren aan beide zijden van de Middellandse Zee, waarvoor de huidige mededinging de grootste gevaren met zich meebrengt door de manier waarop het liberaliseringsproces zich ontwikkelt; roept de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op de projecten hoofdzakelijk te selecteren aan de hand van maatschappelijke en economische behoeften en op basis van de noodzaak de gevolgen voor het milieu te beperken;

15. wenst dat de associatieovereenkomsten worden herzien in het licht van de nieuwe behoeften in verband met de financiële, economische en maatschappelijke crisis en de voedsel- en energiecrisissen; wijst er nogmaals op dat één van de voornaamste doelen van de oprichting van een Euromediterrane vrijhandelszone moet blijven dat er handelsactiviteiten plaatsvinden ten behoeve van ontwikkeling en armoedebestrijding, en spreekt de hoop uit dat het door het stappenplan van de ministerstop van 9 december 2009 mogelijk wordt dit doel te verwenlijken;

16. betreurt het dat sociaaleconomische, handels- en energieaspecten, zoals directe buitenlandse investeringen, alsmede werkgelegenheid, energie-efficiëntie, de informele economie en armoedebestrijding zijn veronachtzaamd in de verklaring van Parijs en wenst dat dit wordt verholpen op de top in Barcelona;

17. onderstreept dat het migratiebeleid een van de prioriteiten van het Euromediterraan partnerschap vormt, en verzoekt de staten en instellingen die lid zijn van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied bijzondere aandacht te besteden aan het gecoördineerde beheer van de migratiestromen; wijst erop dat de totstandbrenging van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied onlosmakelijk verbonden is met de valorisatie van de menselijke hulpbronnen en van de uitwisselingen tussen de bevolkingen van het Middellandse-Zeebekken, en spoort, naast de beheersing van de migratiestromen en de bestrijding van de illegale immigratie, ook de geleidelijke bevordering aan van vrij verkeer tussen beide zijden van de Middellandse Zee, de versterking van de regelingen voor de integratie van de migranten, de uitwerking van een actief beleid ter ondersteuning van de werkgelegenheid, en de verbetering van de uitoefening van het asielrecht; is van oordeel dat er een vervolg moet komen op de Euromediterrane conferentie van ministers van migratie, van 19 november 2007 in Albufeira;

18. verzoekt de leden van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied om de overmaking van geld door migranten aan de bevolking van hun thuislanden te vergemakkelijken, met name door te ijveren voor een verlaging van de kosten die ermee zijn gemoeid;

19. herinnert aan het belang van het zogenaamde vierde hoofdstuk over Euromediterrane samenwerking (over migratie, sociale integratie, rechtvaardigheid en veiligheid) en onderstreept dat het noodzakelijk is dat de Unie voor het Middellandse-Zeegebied een impuls geeft aan de samenwerking in het kader van dit hoofdstuk;

20. wijst met nadruk op het strategische belang van de uitdagingen op het gebied van landbouw, voedselveiligheid, aanpassing aan de klimaatverandering, rationeel gebruik van water en energie in de mediterrane landen en vraagt om van de samenwerking op landbouwgebied een politieke prioriteit te maken; moedigt de landen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied ertoe aan een harmonisering van hun standpunten in het kader van de onderhandelingen van de Wereldhandelsorganisatie te bespoedigen en te streven naar een grotere overeenstemming van de uiteenlopende landbouwbeleidslijnen in de Euromediterrane regio, met name als het gaat om de naleving van passende sociale normen, voedselveiligheidsnormen, fytosanitaire en milieunormen, en normen inzake de kwaliteit van producten; is van mening dat deze beleidsmaatregelen rekening moeten houden met de vereisten van duurzame ontwikkeling (met inbegrip van de instandhouding van de natuurlijke hulpbronnen), waardoor op termijn regionale markten zullen ontstaan, en dat daarbij aandacht moet worden besteed aan de specifieke mededingingssituatie van de landbouwers uit het Middellandse-Zeegebied en aan de noodzaak van de instandhouding van een sterke landbouwsector;

21. onderstreept de noodzaak van het opzetten van een regionaal landbouwbeleid aan de hand van de Euromediterrane routekaart voor de landbouw die de plaatselijke voedselproductie en voedselzekerheid beschermt en de productie, distributie en diversificatie van typisch mediterrane producten en de ontwikkeling van kleine en middelgrote bedrijven bevordert, en dat aangepast is aan duurzame ontwikkeling; roept de Commissie op om, in het licht van de toenemende voedselonzekerheid in veel mediterrane partnerlanden, verzoeken van partners te aanvaarden met betrekking tot verlengde waarborgen en snelle procedures om deze uit te voeren in tijden van voedselcrisis;

22. bevestigt andermaal zijn steun voor de milieudimensie van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en onderstreept het belang van het Euromediterrane initiatief voor de sanering van de Middellandse Zee; verheugt zich in dit verband over de start van de tweede fase van het investeringsprogramma voor de verwijdering van de voornaamste bronnen van vervuiling van de Middellandse Zee (Mediterranean Hot-Spot Investment Programme - Project Preparation and Implementation Facility (MEHSIP PPIF)); acht het dringend noodzakelijk dat vooruitgang wordt geboekt op het specifieke gebied van de voorkoming van verontreiniging van de zee, en meent dat de Middellandse Zee bijzondere aandacht verdient als ingesloten zee; wijst er in dit verband op dat alle projecten moeten worden gepland en uitgevoerd in samenhang met de bestaande programma's, in het bijzonder met betrekking tot het Mediterranean Action Plan for the Barcelona Convention van het UNEP;

23. verzoekt de partnerlanden in het kader van de grote projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op het gebied van vervoer over land en over zee de infrastructuren te verbeteren teneinde het verkeer van personen en goederen op de Middellandse Zee te verbeteren, rekening houdend met de eisen inzake duurzame ontwikkeling, vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, energie-efficiëntie en intermodaliteit; onderstreept dat dergelijke inspanningen met name in samenhang met het milieubeleid, het industriebeleid, het volksgezondheidsbeleid en het beleid inzake ruimtelijke ordening moeten worden verwezenlijkt; wijst nadrukkelijk op de noodzaak om snelwegen op zee te ontwikkelen ten einde een verschuiving naar zeevervoer te stimuleren en veilige, schone en duurzame scheepvaartroutes voor de handel te creëren;

24. is van mening dat de verbetering van de haveninfrastructuur en van het vervoer over land kan helpen bij de bevordering van de economische groei en de handel tussen de Euromediterrane landen;

25. onderstreept de noodzaak van versterkte samenwerking op energiegebied en dringt er op aan onmiddellijk werk te maken van ontwikkelingsplannen ter bevordering van de differentiatie van energiebronnen en energieaanvoerroutes, zodat een beslissende bijdrage wordt geleverd aan toereikende energievoorziening in het Middellandse-Zeegebied;

26. herinnert aan het grote potentieel aan hernieuwbare energiebronnen in de Euromediterrane regio, in het bijzonder met betrekking tot wind- en zonne-energie; spreekt zijn steun uit aan een snelle en gecoördineerde tenuitvoerlegging van het mediterrane plan voor zonne-energie, dat als hoofddoel heeft om tegen 2020 in de Middellandse Zee 20GW aan nieuwe capaciteit voor de productie van hernieuwbare energie te installeren, en van industriële initiatieven zoals het Desertec-project, alsook de goedkeuring van een Euromediterrane strategie voor energie-efficiëntie; verlangt dat de projecten in de allereerste plaats beantwoorden aan de behoeften van de leverancierslanden en wijst er in dat verband op dat de verbetering van de netinfrastructuur, met name in het zuidelijke deel van de Middellandse Zee, de geleidelijke totstandkoming van een onderling afhankelijke regionale markt en het ontstaan van een nieuwe industrietak, die bijvoorbeeld verband houdt met de vervaardiging van zonnecomponenten, aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de economische ontwikkeling van de partnerlanden;

27. verlangt dat het "Solar for Peace"-initiatief wordt bevorderd en ondersteund in het kader van het project voor euromediterrane integratie van de energiemarkt (MED-EMIP);

28. beveelt aan dat de landen die deelnemen aan het euromediterrane proces zich aansluiten bij het initiatief "intelligente steden" dat in het kader van het Europees strategisch plan voor energietechnologie (SET) is gepland;

29. ondersteunt de bevordering van trans-Euromediterrane verbindingen voor elektriciteit, gas en olie ter vergroting van de zekerheid van de energiebevoorrading; benadrukt het belang van voltooiing van het mediterrane elektriciteitscircuit en steunt de totstandbrenging van een zuidelijke gascorridor; moedigt het gebruik van keerstromen aan in gevallen waarin dit de bevoorradingszekerheid ten goede komt en zowel rendabel als levensvatbaar is;

30. wijst erop dat de 20-20-20 klimaatdoelstellingen aanzienlijke gevolgen zullen hebben voor de vraag naar gas, en dat een LNG-actieplan voor de lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied dus zou bijdragen tot diversificatie en zekerheid van de energiebevoorrading, vooral voor landen die van één energieleverancier afhankelijk zijn;

31. wijst op het belang van vorderingen op het gebied van de LNG-technologie en van investeringen in transportcapaciteit en in hervergassingsterminals voor LNG; wijst erop dat naast de ontwikkeling van infrastructuur ook voor maritieme veiligheid moet worden gezorgd;

32. wijst er met nadruk op dat het dringend nodig is sterkere samenwerkingsverbanden te ontwikkelen op het gebied van civiele bescherming in het Middellandse-Zeegebied om natuurrampen tegen te gaan, met name aardbevingen, overstromingen en bosbranden; spoort aan tot de oprichting van een Euromediterraan instituut voor bosbranden;

33. acht het van groot belang dat in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied nieuwe projecten tot stand komen die gericht zijn op onderwijs, uitwisselingen tussen scholen en universiteiten, en onderzoek, als zijnde factoren voor de toenadering tussen de volkeren van de beide oevers van de Middellandse Zee; acht het van prioritair belang dat, met de actieve deelneming van het maatschappelijk middenveld, een daadwerkelijke Euromediterrane ruimte van hoger onderwijs, wetenschap en onderzoek tot stand komt, en:

- verheugt zich over de oprichting van de Euromediterrane universiteit EMUNI en verzoekt de partnerinstellingen meer inspanningen te doen om de activiteiten ervan op te voeren,

- verlangt dat meer financiële middelen worden vrijgemaakt voor uitwisselingsprogramma's voor universiteiten, zoals "Erasmus Mundus", en dat studenten beter worden voorgelicht over bestaande uitwisselingsprogramma's; stelt in dat verband voor om de ervaringen die zijn opgedaan met het Europese Averroès-programma als voorbeeld te nemen,

- wenst dat een ambitieuze Euromediterrane Erasmus-junior wordt opgezet, die het mogelijk maakt de uitwisselingen tussen scholen van de verschillende lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied te intensiveren,

- dringt aan op een beter gestructureerde samenwerking op het gebied van het hoger onderwijs en het onderzoek, om de onderlinge erkenning van diploma's, het invoeren van gemeenschappelijke diploma's en gemeenschappelijke doctoraalopleidingen aan te moedigen, zodat in het bijzonder de mobiliteit van onderzoekers kan worden opgevoerd, gekoppeld aan maatregelen om kennisvlucht tegen te gaan,

- wenst dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de onderlinge toenadering op het vlak van opleiding, onderzoek en innovatie, en dat het accent wordt gelegd op de dialoog tussen universiteiten en bedrijven en op publiek-private samenwerking op het gebied van onderzoek;

34. dringt erop aan dat snel nieuwe projecten ter bevordering van de culturele uitwisseling en het wederzijds begrip tussen de samenlevingen op de agenda van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied worden geplaatst en dat met name een Euromediterrane strategie voor culturele uitwisseling en de intensivering van de interculturele en interconfessionele dialoog wordt aangenomen; moedigt de uitvoering van de projecten van de permanente conferentie van audiovisuele diensten in het Middellandse-Zeegebied (COPEAM) aan, en meer in het bijzonder de oprichting van een Euromediterrane televisiezender, en dringt erop aan dat succesvolle initiatieven zoals de Arabische Week en EuroMedScola worden herhaald; betuigt zijn erkentelijkheid voor het werk van de Bibliotheek van Alexandrië, het "Institut du Monde arabe" en de Anna Lindh-stichting, in het bijzonder de organisatie door deze stichting van de Forumdagen voor de interculturele dialoog in maart 2010 in Barcelona; dringt er bij de staten en instellingen die lid zijn van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op aan zich te houden aan hun verplichtingen die zij in het kader van de Alliantie van Beschavingen van de Verenigde Naties zijn aangegaan;

35. is verheugd over de kandidaatstelling van Marseille-Provence als culturele hoofdstad van Europa in 2013, een project dat duidelijk gericht is op een Euromediterrane dimensie en waarmee ernaar wordt gestreefd om de volkeren van beide oevers van de Middellandse Zee nader tot elkaar te brengen; onderstreept de zeer symbolische opzet van dit culturele project, namelijk concrete en innoverende acties uit te voeren ten dienste van de dialoog tussen culturen in Europa en in het Middellandse-Zeegebied;

36. wijst op het belang van de vaststelling van industriebeleid om de schaaleconomie te verbeteren en tegelijkertijd het midden- en kleinbedrijf (MKB) te ondersteunen en de high-tech bedrijfstakken te versterken; verzoekt de lidstaten en instellingen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied een actieve rol te spelen bij het ondersteunen van het MKB en daarbij vooral het accent te leggen op efficiënte financiële diensten en technische en administratieve bijstand, zodat er een krachtig ondernemerschap kan ontstaan, vooral in bedrijfstakken die bijdragen tot de economische groei in de mediterrane landen;

37. onderstreept dat de EMPV het aangewezen orgaan is om de parlementaire instelling van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied te worden, hoedster van de democratische legitimiteit, en stemt in met het voorstel van de 6e plenaire zitting van de EMPV van 13 en 14 maart 2010 in Amman om de EMPV om te dopen tot Parlementaire Vergadering - Unie voor het Middellandse-Zeegebied;

38. herinnert aan zijn bevoegdheden in de begrotingsprocedure van de Europese Unie en wijst met nadruk op het belang voor de Euromediterrane parlementaire vergadering om met onmiddellijke ingang meer verantwoordelijkheid te dragen door bij de uitvoering van de begroting een raadplegende en controlerende democratische rol te vervullen; verzoekt de bevoegde commissies van de EMPV de secretaris-generaal en de adjunct-secretarissen-generaal op gezette tijden te horen; meent echter dat deze verantwoordelijkheid gepaard moet gaan met een verbetering van de functionering en de werkwijzen van de EMPV; dat het hiervoor ook nodig is dat de vereiste menselijke en financiële middelen beschikbaar worden gesteld en dat de werkzaamheden van de EMPV beter worden afgestemd op die van de andere instellingen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied; is verheugd over de besluiten die met het oog hierop zijn aangenomen tijdens de zesde plenaire zitting van de EMPV van 13 en 14 maart in Amman;

39. is ingenomen met de recente instelling van de Euromediterrane vergadering van lokale en regionale overheden (ARLEM) en dringt aan op toezicht op een goede afstemming van de werkzaamheden van de ARLEM en de EMPV, met name door middel van gezamenlijke bijeenkomsten of wederzijdse uitnodigingen voor werkbijeenkomsten van leden van de respectieve bureaus; wijst met nadruk op het belang van deze bijeenkomsten waarin verkozenen van beide oevers van de Middellandse Zee bijeen worden gebracht en die de uitwisseling van democratische goede praktijken bevorderen;

40. dringt er op aan dat het maatschappelijk middenveld, de sociale partners en de talrijke netwerken van maatschappelijke- en beroepsorganisaties die in het kader van het Euromediterrane partnerschap zijn ontwikkeld geregeld geraadpleegd en betrokken worden bij de activiteiten en projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied; zegt zijn steun toe aan:

- de algemene vergadering van economische en sociale raden en soortgelijke instellingen om de oprichting van een Euromediterrane economische en sociale raad in overweging te nemen,

- de uitvoering van projecten gericht op het bevorderen van zakenrelaties, investeringen en bedrijfspartnerschappen tussen het noorden en het zuiden van de Middellandse Zee, naar het voorbeeld van het project Invest in Med,

- het opzetten van een Euromediterraan netwerk van alle kamers van koophandel, vakbonden en werkgeversverenigingen,

- de uitbreiding van de groep voor industriële samenwerking, die belast is met de toepassing van het Euromediterrane handvest voor ondernemingen, met organisaties die de kmo's vertegenwoordigen, zodat dit het instrument wordt waarmee hindernissen voor groei en ontwikkeling van kmo's kunnen worden weggenomen;

41. is verheugd over de verbintenis die andermaal is bevestigd tijdens de tweede Euromediterrane ministeriële conferentie over de versterking van de rol van vrouwen in de samenleving (Marrakech, 11 en 12 november 2009), om de juridische en de feitelijke gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de strijd tegen geweld jegens vrouwen en eerbiediging van de civiele, politieke, economische, sociale en culturele rechten van zowel vrouwen als mannen te bevorderen; dringt aan op concrete stappen in deze richting en beveelt aan in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied een project op te zetten voor ondernemerschap van vrouwen en de verbetering van hun deelname aan het openbare leven; herinnert aan zijn vaste standpunt dat het in ere houden van tradities en gewoonten geen voorwendsel mag vormen voor het schenden van de grondrechten van vrouwen;

42. verzoekt de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de EU, de Europese Commissie en de pas opgerichte Europese Dienst voor extern optreden alle nodige inspanningen te leveren om te zorgen voor een samenhangende deelname van de EU aan de Unie voor het Middellandse-Zeegebied en het Europees Parlement te betrekken bij de bepaling van het Europese beleid;

43. is verheugd over de recente opname van de Westelijke Balkanlanden die kandidaat zijn voor toetreding tot de EU, in de Unie voor het Middellandse-Zeegebied;

44. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de EU, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, het voorzitterschap en het Secretariaat-generaal van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, alsmede aan de regeringen en parlementen van de partnerlanden.

(1)

PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 210.

(2)

PB C 285 E van 26.11.2009, blz. 39.

(3)

PB C 76 E van 25.3.2010, blz. 76.

(4)

PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 443.

(5)

PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 443.


TOELICHTING

I/ Context

Gedurende de afgelopen twee decennia heeft de Europese Unie zich bijzonder ingespannen voor oostwaartse uitbreiding. De historische taak van de hereniging van het werelddeel kon aldus tot een goed einde worden gebracht en hiermee mag men ingenomen zijn, maar nu er zich door de opkomst van vooral Azië nieuwe geopolitieke en geo-economische verhoudingen beginnen te vormen, wordt het voor de Unie tijd om haar prioriteiten op het gebied van buitenlands beleid te heroverwegen en haar zuidelijke buren te herontdekken.

Het is onontbeerlijk voor het Europees Parlement om de ontwikkelingen van het jongste regionale initiatief, de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, nauwlettend te volgen.

Dit verslag ligt derhalve in het verlengde van het vorige, dat in februari 2009 werd goedgekeurd, en heeft tot doel het ingezette politieke bezinningsproces te vervolgen en daarbij rekening te houden met het nieuwe institutionele kader van de EU en de onbekende factoren die de Unie voor het Middellandse-Zeegebied nu nog bezwaren, zowel wat haar werking als wat haar financiering betreft.

Na een omstreden lancering en twee opeenvolgende jaren die min of meer door een blokkade werden gekenmerkt, zal in juni 2010 in Barcelona de tweede top van staatshoofden en regeringsleiders van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied plaatsvinden. Het Europees Parlement wil zijn bijdrage leveren aan het volledige welslagen van deze bijeenkomst, die bepalend zal zijn voor de toekomst van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied.

II/ Hoofdlijnen

In de aanloop naar de top in Barcelona worden onze gedachten over de Unie voor het Middellandse-Zeegebied door vier hoofdlijnen bepaald.

a. De Unie voor het Middellandse-Zeegebied grondvesten op de verworvenheden van Barcelona

Nadat zij buiten de communautaire kaders in het leven was geroepen, was het een goede uiteindelijke beslissing om de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op te nemen in de voortzetting van het proces van Barcelona(1).

Ondanks de tegenvallende balans van het Euromediterrane partnerschap, vooral wat het multilaterale en subregionale aspect betreft, werd deze vorm van samenwerking goed begrepen door onze partners, wat niet het geval was met het in 2004 in gang gezette Europese nabuurschapsbeleid.

Weliswaar werd het proces van Barcelona politiek geblokkeerd, in technisch opzicht was het werkzaam. De financiële instrumenten (MEDA, ENPI, FEMIP), de programma’s voor samenwerking en microsamenwerking waren voor de economieën van sommige landen een aanzienlijke ondersteuning. Op het culturele en educatieve vlak zijn er programma’s ontwikkeld ter behoud van cultureel erfgoed (EuroMed Heritage), ter stimulering van uitwisselingen tussen jongeren (Erasmus Mundus) en ter verspreiding van Euromediterrane audiovisuele producties (Euromed audiovisueel II), of voor de dialoog tussen culturen (Anna Lindh-stichting). Verder moet worden onderstreept dat er met de ondertekening van de overeenkomst van Agadir – aarzelende – inspanningen zijn verricht op het gebied van subregionale integratie. Op het politieke plan is het regionale aspect van het partnerschap behouden gebleven dankzij de ministeriële bijeenkomsten (buitenlandse en sectorale zaken) en bijeenkomsten van hoge functionarissen, waardoor er een praktijk van geregelde dialoog is ontstaan.

Het is dus te begrijpen dat de lancering van het Europese nabuurschapsbeleid, met zijn bilaterale aspect en zijn drie erkende concepten (voorwaardelijkheid, toe-eigening en selectieve differentiatie), werd beschouwd – en niet alleen in het zuiden van het Middellandse-Zeegebied – als een verwatering van de bereidheid van de Europese Unie om partnerschappen aan te gaan en het verlaten van ambitieuze doelstellingen op het gebied van Euromediterrane regionale samenwerking(2).

De Unie voor het Middellandse-Zeegebied biedt dus een tweede kans voor regionale en multilaterale Euromediterrane samenwerking, op voorwaarde dat zij wordt gegrond op de verworvenheden van het proces van Barcelona.

b. De politieke spanningen en de regionale conflicten in het Middellandse-Zeegebied mogen geen rem zijn op de mogelijkheid die er is concreet vooruitgang te boeken in de richting van operationele en sectorale samenwerking

Het regionale kader waarbinnen de Unie voor het Middellandse-Zeegebied gestalte krijgt wordt getekend door politieke spanningen en conflicten waaraan de gebeurtenissen van 11 september 2001 en de oorlog in Irak worden toegevoegd; zij hebben voeding gegeven aan een wederzijdse vertrouwenscrisis.

Deze conflicten hebben de ontwikkeling van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied sinds de top van Parijs in juli 2008 aanzienlijk vertraagd en hebben geleid tot de afzegging van ministeriële bijeenkomsten en tot institutionele verlamming.

Deze problemen nopen ons om onmiddellijk een les te trekken: de eerste taak van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied is niet om conflicten op te lossen die enkele van zijn leden al jaren met elkaar hebben. Zonder een verantwoordelijke en constructieve instelling van de betrokken partijen wordt het moeilijk de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op weg te helpen en de toekomstige ontwikkeling ervan te waarborgen. Het is door de totstandbrenging van grote integratieprojecten dat de Unie voor het Middellandse-Zeegebied zal bijdragen aan een vertrouwensklimaat dat bevorderlijk is voor het nastreven van gemeenschappelijke veiligheidsdoelen, in een geest van solidariteit en vrede. Indien zij worden geblokkeerd, zullen de gevolgen echter ernstig zijn.

c. De twee vernieuwingen – institutioneel (covoorzitterschap, secretariaat, permanent comité van hoge functionarissen) en operationeel (integratieprojecten) - van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied dienen op doeltreffende en transparante wijze te werken

Een van de voorwaarden voor een succesvolle toekomst van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied is dat haar werking begrijpelijk is en haar resultaten tastbaar zijn in de ogen van de meeste deelnemers (bedrijven, universiteiten, vakbonden, plaatselijke en regionale overheden, maatschappelijk middenveld). Het is dus nodig dat haar instellingen zo spoedig mogelijk gaan werken, op eenvoudige, doeltreffende en transparante wijze.

In praktisch opzicht kan deze eis van doeltreffendheid gestalte krijgen in samenwerkingsverbanden met een variabele geometrie voor landen die zich graag willen inzetten voor projecten van gemeenschappelijk belang, zonder de deur te sluiten voor degenen die zich later hierbij willen aansluiten.

Daarnaast zullen de keuze, de ontwikkeling en de financiering van de projecten worden onderworpen aan regelmatige beoordelingen en controles, met name langs parlementaire weg; de resultaten zullen toegankelijk zijn voor een breed publiek.

d. Financiering is het centrale vraagstuk geworden

Sinds de top van Parijs heeft de Europese Commissie een financiële bijdrage geleverd aan de eerste projecten die werden aangekondigd in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied. Dit is slechts een eerste stap, die snel moet worden herbeoordeeld in het kader van een effectieve vaststelling van de projecten. Ondanks de economische crisis is er een grotere financiële inspanning van de diverse partners, in het bijzonder de Europese Unie, nodig om de Unie voor het Middellandse-Zeegebied werkelijk op weg te helpen.

Er moet dus op worden toegezien dat de EU en haar mediterrane partners middelen vrij maken voor de begroting van Unie voor het Middellandse-Zeegebied die recht doen aan de omvang van de uitdagingen. Het optreden van de partnerlanden mag zich niet beperken tot het verschaffen van leningen of tot het naderhand vragen dat projecten het label ‘Unie voor het Middellandse-Zeegebied’ krijgen terwijl daarvoor reeds financieringen bestonden binnen andere institutionele – waaronder communautaire – kaders.

Tot slot moet het secretariaat-generaal de middelen krijgen die het in staat stellen doeltreffend en zelfstandig te functioneren.

III. De top van Barcelona, een kritieke horde voor de Unie voor het Middellandse-Zeegebied

De staatshoofden en regeringsleiders van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied

komen in juni 2010 in Barcelona bijeen. Het Europees Parlement wil zijn bijdragen leveren aan het volledige welslagen van deze tweede top, waarvan de uitkomst, na twee moeilijke jaren van uitvoering, de toekomst van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied in belangrijke mate zal bepalen.

Ook zal het Europees Parlement er nauwlettend op toezien dat er concrete vooruitgang wordt geboekt op de drie prioritaire gebieden, te weten de institutionele organisatie, de projecten en de financieringsbronnen van de projecten.

a. Institutionele organisatie: doeltreffendheid en democratie

Met het oog op de top in Barcelona moet er vooruitgang worden geboekt in de vaststelling van de institutionele en functionele structuur door toe te zien op de eerbiediging van de eisen van doeltreffendheid en transparantie, en vooral door duidelijkheid te verschaffen over besluitvormings-, financierings- en uitvoeringscriteria voor grote projecten.

Het is de bedoeling dat het secretariaat-generaal de spil wordt van de instelling. Of het doeltreffend zal zijn, hang af van het vermogen van zijn personeel zelfstandig te werken. Onderstreept mag worden dat de aanwezigheid van een hoge Israëlische functionaris en van een hoge Palestijnse functionaris die in een internationale organisatie op regionaal niveau samenwerken ongekend is en reden geeft tot hoop. Laten we ten slotte met nadruk wijzen op de noodzaak van een goede samenwerking en een duidelijke afbakening van de bevoegdheden van de Europese Commissie.

In dit nieuwe institutionele evenwicht, waarbij de bevoegdheid van het Europees Parlement in de begrotingsprocedure van de Europese Unie zij onderstreept, lijkt het van essentieel belang dat de EMPV haar democratische raadplegende en controlerende taak waarneemt ten aanzien van de budgettaire uitvoering van projecten. De bevoegde commissies van de EMPV zouden de secretaris-generaal en de plaatsvervangende secretarissen-generaal op gezette tijden moeten horen om de projecten en de activiteiten met regelmaat te kunnen volgen. Deze verantwoordelijkheid dient echter gepaard te gaan met een verbetering van het functioneren en de werkwijzen van de EPMV; hiervoor is ook nodig dat de noodzakelijke menselijke en financiële middelen beschikbaar worden gesteld.

De betrokkenheid van lokale en regionale instanties is eveneens onontbeerlijk. De mediterrane regio’s zijn vitale steunpunten voor de ontwikkeling van duurzaam territoriaal beleid voor de totstandbrenging van concrete projecten. De recente vorming van de Regionale en lokale Euromediterrane vergadering (ARLEM) is een uitstekend initiatief.

De Unie voor het Middellandse-Zeegebied mag ten slotte niet vergeten om zich bij haar projecten en activiteiten te verzekeren van de maximale betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, de sociale partners en de talrijke netwerken van maatschappelijke- en beroepsorganisaties die in het kader van het Euromediterrane partnerschap zijn ontwikkeld. De oprichting van een Euromediterraan sociaaleconomisch comité en van een Euromediterraan ondernemersforum moet vanuit dit gezichtspunt worden aangemoedigd.

b. Projecten

Op de top in Parijs zijn zes grote horizontale strategische gebieden vastgesteld, als antwoord op belangrijke regionale uitdagingen: het terugdringen van de zeeverontreiniging, vervoer, hernieuwbare energie, onderwijs, midden- en kleinbedrijf en burgerbescherming.

Het is aan het secretariaat-generaal om ‘projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied’ te selecteren, voor te stellen en in aanmerking te nemen. Vele maken reeds deel uit van het partnerschap EuroMed. Pragmatisme gebiedt complementair te werken en de juiste niveaus van afstemming en politieke inzet te vinden tussen de Europese Unie en de Euromediterrane regio.

Naast de zes grote projecten is het wenselijk dat nieuwe projecten ook zeer snel door het secretariaat-generaal en de sectorale ministeriële bijeenkomsten op de agenda worden gezet. Het Europees Parlement stelt onder meer voor om in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied projecten op te zetten als een Euromediterrane Erasmus-junior, ‘Averroës’, die een intensievere uitwisseling van leerlingen van voortgezet en pre-universitair onderwijs uit de lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied mogelijk maakt, of om een cultureel onderdeel toe te voegen. De samenwerking op het gebied van landbouw en voedsel, waarvan het belang strategisch is, moet voortaan deel uitmaken van de prioriteiten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, zodat kan worden toegewerkt naar grotere overeenstemming op het gebied van Euromediterraan landbouwbeleid.

c. Uitbreiden en waarborgen van de financiering

De top van Barcelona moet een einde maken aan de onderfinanciering van projecten die in het kader van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied zijn aangekondigd.

De financiering van geplande projecten berust op het samenstellen van publieke en private fondsen die moeten worden ontwikkeld en verduurzaamd:

- in de periode die voorafgaat aan de financiële vooruitzichten 2007-2013, moet de financiële bijdrage van de Unie, die nodig is, zich voltrekken zonder dat afbreuk wordt gedaan aan lopende of geplande Euromediterrane programma’s; met de nieuwe financiële vooruitzichten 2014-2020 van de EU moeten de middelen die voor de Unie voor het Middellandse-Zeegebied zijn bestemd aanzienlijk worden versterkt;

- nationale, Europese (EIB-FEMIP, EBWO) en internationale (Wereldbank) financiële instellingen opereren al in de regio. Rond grote projecten moeten synergieën ontstaan. Dat zal een van de taken van het secretariaat zijn;

- de oprichting van een Euromediterrane investerings- en ontwikkelingsbank moet worden overwogen teneinde met name het paritaire noord-zuid-karakter van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied te versterken;

- de recente lancering van investeringsfondsen die bestemd zijn voor de financiering van projecten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied is goed nieuws. De ontwikkeling van soortgelijke initiatieven moet worden aangemoedigd.

Voorts moet er worden gewerkt aan een verbetering van het economische en juridische klimaat van de derde landen, met als prioriteit de instelling van levensvatbare en geloofwaardige subregionale financiële instellingen, waarmee buitenlandse investeringen kunnen worden aangetrokken. De overeenkomsten die de investeringen thans beschermen zijn bilateraal en vertonen een grote verscheidenheid. Met een handvest ter bescherming van investeringen voor landen in het zuidelijke deel van het Middellandse-Zeegebied, alsmede met de oprichting van een financieel verzekerings- en garantiesysteem voor investeerders, kan deze bescherming worden geharmoniseerd en verbeterd.

De kapitaalstromen die bestaan uit het geld dat migranten aan de bevolking van de landen in het zuidelijke Middellandse-Zeegebied overmaken, zijn van groot belang voor de economische ontwikkeling van de ontvangende landen. Bedacht moet worden met welke middelen deze overmakingen kunnen worden vergemakkelijkt, bijvoorbeeld door de kosten te verlagen die ermee zijn gemoeid.

****

Europa en zijn buren ten zuiden en ten oosten van de Middellandse Zee verkeren op een keerpunt in hun gemeenschappelijke geschiedenis. Er is geen andere weg dan samen solidair een antwoord te vinden op de grote mondiale uitdagingen die continu inwerken op het Middellandse-Zeegebied.

In Barcelona zullen de staatshoofden en regeringsleiders blijk moeten geven van pragmatisme en visie om, uitgaande van de huidige complexiteit van de regio, een Euromediterrane lotsgemeenschap van 800 miljoen zielen op te bouwen. Zij moeten beantwoorden aan het legitieme verlangen naar vrede, stabiliteit en welvaart van de burgers – aan hun verlangen te leven in een maatschappij gebaseerd op recht en wederzijds respect.

Aan de hand van complementariteit en medeverantwoordelijkheid kan het beste worden bewerkstelligd dat de mediterrane diversiteit leidt tot voorspoed voor alle burgers.

(1)

Conclusies van de Europese Raad van 13 en 14 maart 2008.

(2)

Zie de verslagen Jäätteenmäki, Tannock en Napoletano.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (8.4.2010)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake de Unie voor het Middellandse-Zeegebied

(2009/2215(INI))

Rapporteur voor advies: Niki Tzavela

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

Inleiding

1.   wenst dat de topbijeenkomst van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied op 7 en 8 juni 2010 te Barcelona duidelijk zal maken dat de EU haar steun blijft geven aan nauwere samenwerking met haar partners in het zuidelijke Middellandse-Zeegebied op gebieden als: optimalisering van de regelingen inzake overheidssteun; ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten met betrekking tot regelgevingskwesties op het gebied van energie, met hulp van de Vereniging van mediterrane regelgevingsinstanties voor elektriciteit en gas (MEDREG) en het gascentrum voor de EU en de Masjraklanden; transmediterrane samenwerking inzake hernieuwbare energie; en uitwisseling van goede praktijken en technische vooruitgang via initiatieven en partnerschappen zoals het Proces van Barcelona, het Europees nabuurschapsbeleid, het Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap tussen de EU en de Maghreblanden, en het MED-ENEC-project inzake energie-efficiëntie in de bouwsector;

Infrastructuur en bevoorrading

2.   ondersteunt de bevordering van trans-euromediterrane verbindingen voor elektriciteit, gas en olie ter vergroting van de zekerheid van de energiebevoorrading; benadrukt het belang van voltooiing van het mediterrane elektriciteitscircuit en steunt de totstandbrenging van een zuidelijke gascorridor; moedigt het gebruik van keerstromen aan in gevallen waarin dit de bevoorradingszekerheid ten goede komt en zowel rendabel als levensvatbaar is;

Zonne- en windenergie

3.   onderstreept het feit dat het Middellandse-Zeegebied een enorm en grotendeels nog onaangeboord potentieel heeft op het vlak van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne- en windenergie en waterkracht;

4.   roept op tot krachtige steun voor het Mediterranean Solar Plan (MSP), dat tot doel heeft het gebruik van zonne-energie en andere hernieuwbare energiebronnen voor elektriciteitsopwekking voor 2020 op te trekken tot het ambitieuze streefcijfer van 20 GW geïnstalleerd vermogen en rond de Middellandse Zee zo’n 20% energiebesparing te verwezenlijken;

5.   benadrukt dat het MSP ook van belang is voor de economische ontwikkeling van de zuidelijke mediterrane landen omdat het de interne elektriciteitscapaciteit aanvult en daarmee zowel voor versterking van de netinfrastructuur zorgt als voor het ontstaan van een nieuwe industrietak - de fabricage van zonnecomponenten (met de daarmee gepaard gaande werkgelegenheid), en roept in dit verband op tot het opstellen van een concreet actieplan op basis van een strategiedocument;

6.   merkt op dat een aantal industriële initiatieven in het Middellandse-Zeegebied (zoals DESERTEC) het potentieel hebben om bij te dragen tot de energiezekerheid, het milieu, duurzame ontwikkeling en de groei van energienetwerken, en roept op tot praktische maatregelen om deze initiatieven van de grond te krijgen; benadrukt tegelijkertijd dat dergelijke projecten een rechtstreekse meerwaarde moeten opleveren voor de plaatselijke gemeenschappen waar zij uitgevoerd worden dankzij de inschakeling van plaatselijke belanghebbenden, de bevordering van technologieoverdracht en de totstandbrenging van doeltreffende netwerken en infrastructuurvoorzieningen die zich ook lenen voor plaatselijk gebruik en aldus de plaatselijke economie stimuleren, bijdragen tot de sociale samenhang en verdere ontwikkeling in de betrokken regio ondersteunen;

7.   wijst op het belang van projecten in de sector van de hernieuwbare energie, die niet alleen bijdragen tot de economische ontwikkeling in de lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied, met name die op de zuidelijke oever van de Middellandse Zee, maar ook een structureel samenwerkingselement binnen de Unie voor het Middellandse-Zeegebied vormen;

Industriële samenwerking

8.   vraagt om het instellen van een op transparantie en voorspelbaarheid stoelend regelgevings- en institutioneel kader in de gehele euromediterrane regio om de industrie, de handel en onderzoek en ontwikkeling te stimuleren en zo coherente economische groei te bewerkstelligen;

9.   wijst op het belang van de vaststelling van industriebeleid om de schaaleconomie te verbeteren en tegelijkertijd het midden- en kleinbedrijf (MKB) te ondersteunen en de high-tech bedrijfstakken te versterken; verzoekt de lidstaten en instellingen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied een actieve rol te spelen bij het ondersteunen van het MKB en daarbij vooral het accent te leggen op efficiënte financiële diensten en technische en administratieve bijstand, zodat er een krachtig ondernemerschap kan ontstaan, vooral in bedrijfstakken die bijdragen tot de economische groei in de mediterrane landen;

10. benadrukt het belang van de lopende onderhandelingen over de Europees-mediterrane vrijhandelszone en moedigt de landen van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied aan te zorgen voor onderlinge afstemming van hun standpunten in de context van de WTO-onderhandelingen;

Wetenschappelijke en technologische samenwerking en opleiding

11. wijst op het belang van onderzoek en ontwikkeling als onderdeel van een herstel- en mededingingsstrategie voor de landen van de zuidelijke oever van de Middellandse Zee en roept op tot versterking en betere coördinatie van de wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de landen van het Middellandse-Zeegebied; steunt het initiatief voor een Europees-mediterrane universiteit en de oprichting van de in de Verklaring van Catania van 29 januari 2006 aangekondigde Euromediterrane ruimte voor hoger onderwijs en onderzoek;

12. benadrukt de noodzaak van meer uitwisseling van goede praktijken en meer mobiliteit van onderzoekers, en roept op tot gezamenlijke programmering van het onderzoek op diverse terreinen, zoals marien onderzoek en onderzoek op het gebied van de burgerbescherming (bijv. in verband met natuurrampen), alsook op het gebied van gezondheidszorg en sociale en milieukwesties, met inschakeling van de plaatselijke belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld; spreekt zijn steun uit voor de oprichting van een Euromediterraan instituut voor bosbranden;

13. verzoekt om verdere bevordering en steun voor het “Solar for Peace”-initiatief in het kader van het project voor euromediterrane integratie van de energiemarkt (MED-EMIP);

14. beveelt aan dat de landen die deelnemen aan het euromediterrane proces zich aansluiten bij het initiatief "intelligente steden” dat in het kader van het Europees strategisch plan voor energietechnologie (SET) is gepland;

Vloeibaar aardgas (LNG)

15. wijst erop dat de 20-20-20 klimaatdoelstellingen aanzienlijke gevolgen zullen hebben voor de vraag naar gas, en dat een LNG-actieplan voor de lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied dus zou bijdragen tot diversificatie en zekerheid van de energiebevoorrading, vooral voor landen die van één energieleverancier afhankelijk zijn;

16. wijst op het belang van vorderingen op het gebied van de LNG-technologie en van investeringen in transportcapaciteit en in hervergassingsterminals voor LNG; wijst erop dat naast de ontwikkeling van infrastructuur ook voor maritieme veiligheid moet worden gezorgd;

Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

17. beveelt ondersteuning van het BB-MED-actieplan (satelliet- en breedbandtechnologie) aan.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

7.4.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

44

0

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Zigmantas Balčytis, Jan Březina, Maria Da Graça Carvalho, Giles Chichester, Pilar del Castillo Vera, Lena Ek, Ioan Enciu, Adam Gierek, Norbert Glante, Fiona Hall, Jacky Hénin, Edit Herczog, Sajjad Karim, Arturs Krišjānis Kariņš, Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz, Marisa Matias, Judith A. Merkies, Jaroslav Paška, Aldo Patriciello, Miloslav Ransdorf, Herbert Reul, Michèle Rivasi, Jens Rohde, Paul Rübig, Amalia Sartori, Francisco Sosa Wagner, Konrad Szymański, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Ioannis A. Tsoukalas, Claude Turmes, Niki Tzavela, Vladimir Urutchev, Adina-Ioana Vălean, Alejo Vidal-Quadras

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Lara Comi, António Fernando Correia De Campos, Rachida Dati, Jolanta Emilia Hibner, Yannick Jadot, Oriol Junqueras Vies, Bernd Lange, Marian-Jean Marinescu, Ivari Padar, Mario Pirillo, Silvia-Adriana Ţicău, Lambert van Nistelrooij


ADVIES van de Commissie internationale handel (27.4.2010)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake de Unie voor het Middellandse-Zeegebied

(2009/2215(INI))

Rapporteur voor advies: Marielle De Sarnez

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  herhaalt het belang van een Euromed-vrijhandelszone, die een aanzienlijke bijdrage zal leveren tot vrede, welvaart en veiligheid in de hele regio, en tot meer economische en territoriale eenwording ten voordele van de economische groei van de regio; dringt erop aan dat de onderhandelingen over de vrijhandelszone in overleg en langs de weg der geleidelijkheid worden gevoerd in de context van een rationeel en voorspelbaar partnerschap dat de sociaaleconomische realiteiten van ieder land weerspiegelt; wijst erop dat de UMZ moet worden gezien als een initiatief dat een aanvulling vormt op het Euromediterrane samenwerkingsverband dat in 1995 in Barcelona is ingesteld, en dat bedoeld is om enkele leemten aan te vullen;

2.  onderstreept het belang van de betrekkingen tussen de Europese Unie en het Middellandse-Zeegebied op het gebied van handel, politiek, maatschappij, wetenschap en cultuur, alsook ontwikkeling en milieubescherming ; is van mening dat het door het opzetten van een aanvullende regionale markt mogelijk is het industriebeleid van de zuidelijke regio’s van de Europese Unie te bevorderen;

3.  vraagt de Commissie haar rol als investeerder en partner te versterken en specifieke richtsnoeren te ontwikkelen voor verantwoorde investeringen die het mogelijk maken de maatschappelijke ongelijkheid terug te dringen, de diversificatie van de plaatselijke economieën te bevorderen, met name in de sector industrie, duurzame ontwikkeling van de landbouw, behoud van de voedselproductie ter plaatse en gegarandeerde voedselvoorziening; Benadrukt met name dat het belangrijk is buitenlandse directe investeringen (BDI) te steunen en onderzoek en ontwikkeling te bevorderen;

4.  roept de Commissie op haar rol binnen de geplande Unie voor het Middellandse-Zeegebied te versterken en roept op tot meer duidelijkheid met betrekking tot haar deelname aan de nieuwe institutionele structuur;

5.  spreekt zijn waardering uit voor de gekozen zes grote strategische sectoren: zuivering van de zee, het plan voor zonne-energie, vervoer, onderwijs en onderzoek, MKB en ontwikkeling van het bedrijfsleven, en bescherming van d burgerbevolking, en hoopt dat deze grootschalige projecten in voldoende mate zullen worden gesteund door Europese en internationale financiële instellingen; is van mening dat bij de nieuwe UMZ-projecten zoveel mogelijk Euromediterrane partnerschappen moeten worden betrokken;

6.  erkent de administratieve en operationele bijdrage die het secretariaat dat momenteel wordt opgezet, met behulp van toereikende en gespecificeerde middelen zal kunnen leveren aan de werkzaamheden van de UMZ bij het nastreven van Euromediterrane prioriteiten en doelstellingen;

7.  wijst er met klem op dat het van wezenlijk belang is de Zuid-Zuid-handel te ontwikkelen, daar deze slechts 6 procent van de handelsbetrekkingen vormt, en derhalve de Overeenkomst van Agadir ruimer toe te passen. Vestigt de aandacht op het feit dat het in het belang van deze landen is om hun betrekkingen en hun handel te intensiveren zodat ze een verenigd en sterk economisch gebied vormen dat aantrekkelijk is voor investeerders en dat de belangen van de regio kan verdedigen en de ontwikkeling ervan stimuleren; benadrukt dat de UMZ het gemakkelijker moet maken te reageren op verzoeken om technische en financiële bijstand met het oog op de bevordering van de economische Zuid-Zuidintegratie; is van mening dat uitbreiding en vereenvoudiging van de pan-Euromediterrane oorsprongscumulatie zou kunnen bijdragen tot verwezenlijking hiervan;

8.  is van mening dat de verbetering van de haveninfrastructuur en van het vervoer over land een element in de economische ontwikkeling kan vormen en kan bijdragen tot bevordering van de handel tussen de Euromediterrane landen;

9.  hoopt op verbetering van het economische en juridische klimaat in deze regio, die een onontbeerlijke waarborg vormen voor toekomstige investeringen met name op het vlak van buitenlandse directe investeringen (BDI), die zeer zwak blijven, alsook voor het aanmoedigen van de financiering van omvangrijke strategische projecten; wenst bovendien verdergaande harmonisatie op dit gebied, aangezien er van land tot land aanzienlijke verschillen bestaan;

10. hoopt op verbetering van het economische en juridische klimaat in deze regio, die een onontbeerlijke waarborg vormen voor toekomstige investeringen; benadrukt het belang van de doelstelling om de ontwikkeling van de beroepsbevolking en de werkgelegenheid te stimuleren, in aansluiting op de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling op het vlak van armoedebestrijding; benadrukt dat het behoud en de ontwikkeling van krachtige overheidsdiensten eveneens een belangrijk element is om duurzame ontwikkeling in de regio te waarborgen;

11 benadrukt het belang van de rol van en de dialoog tussen bedrijven aan beide kusten van de Middellandse Zee om handel en investeringen te stimuleren;

12. verzoekt de Commissie in het kader van onderhandelingen over handelsovereenkomsten rekening te houden met de uitkomst van bestaande effectbeoordelingen en de gevolgen te beoordelen die het liberaliseringsproces heeft, gezien de klimaatverandering en de economische een maatschappelijke crisis, en het mogelijk te maken dat dit proces waar nodig geleidelijk en asymmetrisch wordt toegepast, terwijl wordt gezorgd voor de bescherming van vergelijkbare productiesectoren aan beide zijden van de Middellandse Zee, waarvoor de huidige mededinging de grootste gevaren met zich meebrengt door de manier waarop het liberaliseringsproces zich ontwikkelt; roept de UMZ op de projecten hoofdzakelijk te selecteren aan de hand van maatschappelijke en economische behoeften en op basis van de noodzaak de gevolgen voor het milieu te beperken;

13. onderstreept de noodzaak van het opzetten van een regionaal landbouwbeleid aan de hand van de Euromediterrane routekaart voor de landbouw die de plaatselijke voedselproductie en voedselzekerheid behoudt en de productie, distributie en diversifiëring van typisch mediterrane producten en de ontwikkeling van kleine en middelgrote bedrijven bevordert, en dat aangepast is aan duurzame ontwikkeling; roept de Commissie op om, in het licht van de toenemende voedselonzekerheid in veel mediterrane partnerlanden, verzoeken van partners te aanvaarden met betrekking tot verlengde waarborgen en snelle procedures om deze uit te voeren in tijden van voedselcrisis;

14. erkent dat het belangrijk is de samenwerking op het vlak van energie tussen de Euromediterrane partners te versterken en dat het nodig is een regionale energiemarkt te ontwikkelen met het oog op de uitvoering van projecten met betrekking tot hernieuwbare energie en energie-infrastructuur in het Middellandse-Zeegebied; dringt erop aan dat de projecten op het gebied van energie en duurzame ontwikkeling, naar het voorbeeld van het project Desertec, in de eerste plaats hun uitwerking hebben in deze regio en zo bijdragen tot de ontwikkeling daarvan; is verheugd over het regionale conceptprogramma van de UMZ voor zonne-energie in het Middellandse-Zeegebied, aangezien dit project niet enkel zal bijdragen tot de ontwikkeling van infrastructuur, maar eveneens de ontwikkeling van de toeleveringsbranche en daarmee samenhangende engineering en technologie zal stimuleren in alle landen die onder dit plan vallen;

15. wenst dat de associatieovereenkomsten worden herzien in het licht van nieuwe behoeften in verband met de financiële, economische en maatschappelijke crisis en de voedsel- en energiecrisissen; wijst er nogmaals op dat één van de voornaamste doelen van de oprichting van een Euromediterrane vrijhandelszone moet blijven dat er handelsactiviteiten plaatsvinden ten behoeve van ontwikkeling en armoedebestrijding, en spreekt de hoop uit dat het door het stappenplan van de ministerstop van 9 december 2009 mogelijk wordt dit doel te verwenlijken;

16. spoort de Commissie aan tijdens de handelsbesprekingen te blijven vasthouden aan haar eisen met betrekking tot de democratie en de mensenrechten, niet alleen ten aanzien van Libië dat als waarnemer aan de UMZ deelneemt, maar ook ten aanzien van alle lidstaten van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied ;

17. verzoekt de Commissie bij te dragen tot stabiliteit in de regio en crisispreventie om te komen tot een solide ruimte van vrede, ontwikkeling, rechtvaardigheid, gelijkheid, vrijheid, pluralisme, democratie en respect, die haar gelijke niet kent;

18. herhaalt de centrale aard van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering als een natuurlijk forum voor politieke, economische en sociale dialoog tussen de democratisch verkozen vertegenwoordigers van de Euromediterrane landen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.4.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Daniel Caspary, Marielle De Sarnez, Christofer Fjellner, Joe Higgins, Yannick Jadot, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Emilio Menéndez del Valle, Vital Moreira, Cristiana Muscardini, Tokia Saïfi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Gianluca Susta, Jan Zahradil, Pablo Zalba Bidegain, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

George Sabin Cutaş, Elisabeth Köstinger, Michael Theurer, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Lara Comi, Sylvie Guillaume


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.4.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

58

6

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Dominique Baudis, Frieda Brepoels, Elmar Brok, Arnaud Danjean, Michael Gahler, Marietta Giannakou, Takis Hadjigeorgiou, Anna Ibrisagic, Anneli Jäätteenmäki, Jelko Kacin, Maria Eleni Koppa, Andrey Kovatchev, Eduard Kukan, Krzysztof Lisek, Sabine Lösing, Barry Madlener, Mario Mauro, Kyriakos Mavronikolas, Jean-Luc Mélenchon, Willy Meyer, Alexander Mirsky, Andreas Mölzer, María Muñiz De Urquiza, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Norica Nicolai, Raimon Obiols, Kristiina Ojuland, Justas Vincas Paleckis, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Vincent Peillon, Hans-Gert Pöttering, Cristian Dan Preda, Fiorello Provera, Libor Rouček, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Nikolaos Salavrakos, Jacek Saryusz-Wolski, Werner Schulz, Marek Siwiec, Zoran Thaler, Inese Vaidere, Johannes Cornelis van Baalen, Kristian Vigenin

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Laima Liucija Andrikienė, Elena Băsescu, Emine Bozkurt, Véronique De Keyser, Hélène Flautre, Charles Goerens, Elisabeth Jeggle, Evgeni Kirilov, Georgios Koumoutsakos, Barbara Lochbihler, Norbert Neuser, Judith Sargentini, Alf Svensson, Indrek Tarand, László Tőkés, Ivo Vajgl, Luis Yáñez-Barnuevo García, Janusz Władysław Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Georgios Papanikolaou

Laatst bijgewerkt op: 14 mei 2010Juridische mededeling