Procedure : 2009/0064(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0171/2010

Ingediende teksten :

A7-0171/2010

Debatten :

PV 10/11/2010 - 16
CRE 10/11/2010 - 16

Stemmingen :

PV 11/11/2010 - 8.3
CRE 11/11/2010 - 8.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0393

VERSLAG     ***I
PDF 909kDOC 855k
11 juni 2010
PE 430.709v03-00 A7-0171/2010

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en tot wijziging van de Richtlijnen 2004/39/EG en 2009/…/EG

(COM(2009)0207 – C7-0040/2009 – 2009/0064(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Jean-Paul Gauzès

Rapporteur voor advies (*):

Evelyn Regner, Commissie juridische zaken

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 50 van het Reglement

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie juridische zaken (*)
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en tot wijziging van de Richtlijnen 2004/39/EG en 2009/…/EG

(COM(2009)0207 – C7-0040/2009 – 2009/0064(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2009)0207),

–   gelet op artikel 251, lid 2, en artikel 47, lid 2, van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0040/2009),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "Gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures" (COM(2009)0665),

-   gelet op artikel 294, lid 3, en artikel 53, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie juridische zaken (A7-0171/2010),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen

STANDPUNT VAN HET EUROPEES PARLEMENTIN EERSTE LEZING

(1)*

---------------------------------------------------------

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/6/EG, 2004/39/EG, 2006/48/EG en 2009/65/EG

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 53, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(3),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(4),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (BAB's) zijn verantwoordelijk voor het beheer van een aanzienlijk deel van de belegde activa in Europa, nemen een fors deel van de handel op de markten voor financiële instrumenten voor hun rekening en kunnen grote invloed uitoefenen op de markten waarop en de ondernemingen waarin zij beleggen.

(2)       BAB's hebben met hun werkzaamheden over het geheel genomen een aanzienlijke invloed op de markten waarop zij opereren, maar kunnen, gezien de recente financiële problemen, met name via hun "prime brokers" ook bepaalde risico's door het financiële stelsel en de economie verspreiden of versterken. Ongecoördineerde nationale maatregelen om de risico's tegen te gaan, bemoeilijken een efficiënt beheer daarvan. In Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen(5) en in Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen(6) moet derhalve rekening worden gehouden met het mogelijke systeemrisico dat voortkomt uit blootstelling aan alternatieve beleggingsfondsen (AB's). Deze richtlijn heeft tot doel voor de vergunningverlening aan en het toezicht op BAB's gemeenschappelijke vereisten vast te stellen en de desbetreffende risico's en de gevolgen ervan voor de beleggers en markten in de Unie op samenhangende wijze aan te pakken. Er behoort in beginsel regelgeving te worden opgesteld met het oog op duurzame groei op de lange termijn en de bevordering van de sociale cohesie. Dergelijke regelgeving dient gericht te zijn op bescherming van de consument en de belegger, op marktintegriteit en marktstabiliteit en dient systeemrisico's te voorkomen en rekening te houden met externe maatschappelijke gevolgen.

(3)       Blijkens de recente problemen op de financiële markten kunnen talrijke BAB-strategieën grote risico's meebrengen voor beleggers, andere marktdeelnemers en markten. Met het oog op een breed, gemeenschappelijk toezicht moet een kader worden vastgesteld waarmee deze risico's op basis van de uiteenlopende beleggingsstrategieën en -technieken van BAB's kunnen worden aangepakt. Daarom moet de onderhavige richtlijn van toepassing zijn op alle BAB's die een niet onder Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking)(7) vallend fonds beheren en verhandelen, ongeacht de juridische of contractuele wijze waarop de BAB met deze verantwoordelijkheid is belast. BAB's mogen niet het recht krijgen om icbe's in de zin van Richtlijn 2009/65/EG te beheren op basis van een vergunning die uit hoofde van deze richtlijn aan hen is verleend.

(3 bis) Deze richtlijn zou er ook toe moeten strekken stimulansen te creëren voor de relocatie van offshorefondsen in de Unie; dit houdt niet alleen voordelen in voor de regelgever en voor de bescherming van de belegger, maar laat ook toe de inkomsten op het niveau van de beheerder, het fonds en de belegger op een gepaste manier te belasten.

(3 ter) Deze richtlijn ligt in het verlengde van de overeenkomst die is bereikt op de G-20-Top van september in Pittsburgh waarin staat dat alle spelers, markten en producten op gepaste wijze gereglementeerd moeten worden.

(4)       Deze richtlijn schrijft voor hoe BAB's hun alternatieve beleggingsfondsen (AB's) mogen beheren. In bepaalde gevallen kunnen deze vereisten indirect van invloed zijn op AB's.

(4 bis) Deze richtlijn moet vastleggen ieder AB dat valt onder de werkingssfeer van de richtlijn wordt beheerd in één enkele BAB, die verantwoordelijk is voor de naleving van de vereisten van deze richtlijn. De BAB moet een externe beheerder zijn, d.w.z. een rechtspersoon die door het AB is benoemd of in diens opdracht handelt. Als het AB echter een beleggingsfonds onder zelfbeheer is, en vooral als het bestuursorgaan van het AB de beheersbeslissingen neemt en er geen externe entiteit wordt aangewezen, moet het AB zelf als BAB optreden. In het laatste geval moet het AB derhalve alle voorschriften van deze richtlijn betreffende BAB's naleven, alsmede over een vergunning uit hoofde van deze richtlijn beschikken. Een zelfbeheerd AB mag echter niet als extern beheerder van één of meerdere andere AB's optreden. Een zelfbeheerd AB mag echter niet als extern beheerder van één of meerdere andere AB's optreden.

(5)       Het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn zou beperkt moeten blijven tot het beheer van collectieve beleggingsondernemingen die bij een reeks beleggers kapitaal ophalen om het overeenkomstig een bepaald of discretionair beleggingsbeleid te beleggen in het belang van deze beleggers. Deze richtlijn zou moeten gelden voor beheerders van alle collectieve beleggingsondernemingen waarvoor geen icbe-vergunningsplicht bestaat. Er bestaan evenwel BAB's die niet verplicht zouden moeten worden om ongepaste voorschriften in verband met bepaalde AB's na te leven, vanwege het speciale karakter en de kenmerken van dergelijke AB's. Tot slot vereist de evenredigheid dat BAB's die bepaalde AB's beheren slechts aan bepaalde voorschriften van deze richtlijn behoeven te voldoen, of aan adequaat aangepaste vereisten tot invoering van evenredigheid. De bepalingen van deze richtlijn mogen niet worden omzeild door bijvoorbeeld de kunstmatige opsplitsing van fondsen die door dezelfde BAB worden beheerd. Om rekening te houden met de ontwikkelingen van de financiële markten dient het Europees Comité voor systeemrisico's, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. .../2009(8) (ECSR), periodiek de criteria te evalueren waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor deze lichtere regeling. Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op beheerders van niet-gepoolde beleggingen, zoals stichtingen, staatsinvesteringsfondsen, centrale banken of kredietinstellingen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen of instellingen die uitsluitend activa beheren voor bedrijfspensioenvoorzieningen, of verzekerings- of herverzekeringsondernemingen voor activa die voor eigen rekening worden aangehouden, of een onderneming die ten principale fungeert als een holdingentiteit voor een groep dochterondernemingen en die strategische belangen in ondernemingen bezit met het doel om deze op de lange termijn aan te houden, in plaats van om opbrengsten te genereren door de belangen binnen een vastgestelde termijn af te stoten, die worden beschouwd als een collectieve onderneming. Beleggingsondernemingen die over een vergunning uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten(9) beschikken, en krachtens Richtlijn 2006/48/EG toegelaten kredietinstellingen mogen niet worden verplicht om een vergunning uit hoofde van de onderhavige richtlijn te verkrijgen om beleggingsdiensten voor AB's te verrichten. Niettemin moeten beleggingsondernemingen en krachtens Richtlijn 2006/48/EG toegelaten kredietinstellingen uitsluitend beleggingsdiensten voor AB's kunnen verrichten, maar alleen voor zover de rechten van deelneming of aandelen daarin overeenkomstig de onderhavige richtlijn mogen worden verhandeld.

(6)       Om buitensporige of onevenredige eisen te voorkomen, voorziet deze richtlijn in diverse vrijstellingen voor bepaalde BAB's ▌. Aangenomen mag worden dat de werkzaamheden van de betrokken BAB geen wezenlijke gevolgen voor de financiële stabiliteit of de marktefficiëntie hebben. ▌Voor BAB's die niet onder deze richtlijn vallen, zou de relevante nationale wetgeving moeten blijven gelden. Zij zouden echter de mogelijkheid moeten krijgen om te worden behandeld als BAB overeenkomstig de opt-inprocedure waarin deze richtlijn voorziet.

(7)       Deze richtlijn beoogt de totstandbrenging van een geharmoniseerd en stringent regelgevings- en toezichtkader voor de werkzaamheden van BAB's. Een vergunning die overeenkomstig deze richtlijn wordt verleend, moet geldig zijn voor het beheer en de administratie van AB's in de gehele Unie. Daarnaast moeten vergunninghoudende BAB's met zetel in de Unie gerechtigd zijn om in de Unie gevestigde AB's in de gehele Unie aan professionele beleggers te verhandelen, mits een kennisgevingsprocedure wordt gevolgd.

(8)       Met de onderhavige richtlijn worden AB's zelf niet gereglementeerd en wordt de lidstaten derhalve niet belet om aanvullende eisen vast te stellen voor of toe te blijven passen op AB's die op hun grondgebied zijn gevestigd. Dat een lidstaat aanvullende eisen mag stellen aan AB's die op zijn grondgebied is gevestigd, betekent niet dat BAB's waaraan in een andere lidstaat uit hoofde van deze richtlijn een vergunning is verleend, mogen worden belet om hun recht uit te oefenen om AB's die gevestigd buiten de aanvullende eisen stellende lidstaat, aan professionele beleggers te verhandelen. Zij zijn derhalve niet onderworpen aan en hoeven niet te voldoen aan deze aanvullende eisen.

(9)       Onverminderd de toepassing van andere instrumenten van het Unierecht mogen de lidstaten strengere eisen stellen aan BAB's wanneer deze BAB's een AB alleen aan kleine beleggers verhandelen of wanneer zij hetzelfde AB zowel aan professionele als aan kleine beleggers verhandelen ongeacht of de rechten van deelneming of aandelen in het binnenland dan wel op grensoverschrijdende basis worden verhandeld. Op grond van deze twee uitzonderingen kunnen de lidstaten de door hen nodig geachte aanvullende voorzorgsmaatregelen treffen om kleine beleggers te beschermen. AB's zijn immers vaak illiquide en kennen een hoog verliesrisico. Beleggingsstrategieën voor AB's zijn gewoonlijk niet afgestemd op het beleggingsprofiel of de behoeften van kleine beleggers. Ze zijn eerder geschikt voor professionele beleggers en beleggers met een beleggingsportefeuille die groot genoeg is om de hogere verliesrisico's bij deze beleggingen te kunnen opvangen. Niettemin mogen de lidstaten de verhandeling van ▌bepaalde soorten door BAB's beheerde AB's aan kleine beleggers op hun grondgebied toestaan, met uitzondering van dakfondsen met een onderliggende investering van meer dan 30% in AB's, alsmede feederfondsen die beleggen in master-AB's, welke in het kader van deze richtlijn niet in aanmerking komen voor het Europees handelspaspoort, die in het kader van deze richtlijn niet in aanmerking mogen komen voor het Europees handelspaspoort. De instellingen van de Unie, met name de Commissie, dienen echter te overwegen of een specifiek Uniekader moet worden voorgesteld om gemeenschappelijke regels vast te stellen voor de verdeling van AB's onder kleine beleggers in de Unie. Wanneer de lidstaten de verhandeling van AB's aan kleine beleggers toestaan, moeten zij echter zorg blijven dragen voor een passende regeling uit hoofde van artikel 19, leden 4 en 5, van Richtlijn 2004/39/EG. Beleggingsondernemingen waaraan uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG een vergunning is verleend en die beleggingsdiensten voor kleine beleggers verrichten, moeten bij de toetsing of een bepaald AB voor een kleine belegger geschikt of passend is, rekening houden met deze aanvullende voorzorgsmaatregelen. Wanneer een lidstaat de verhandeling van AB's aan kleine beleggers op zijn grondgebied toestaat, moet deze mogelijkheid openstaan voor alle BAB's, ongeacht in welke lidstaat zij zijn gevestigd, en moeten eventuele aanvullende voorschriften op niet-discriminerende wijze worden toegepast.

(9 bis) Deze richtlijn mag niet verhinderen of belemmeren dat beleggers hun rechten van deelneming of aandelen in AB's op de kapitaalmarkten verkopen. Elke aanbieding of plaatsing van dergelijke rechten of aandelen op initiatief van de BAB die dergelijke AB's beheert, wordt wat betreft deze richtlijn als verhandeling door die BAB behandeld.

(10)     Om een hoog beschermingsniveau voor cliënten van beleggingsondernemingen in de zin van Richtlijn 2004/39/EG te waarborgen, mogen AB's niet worden aangemerkt als niet-complexe financiële instrumenten in de zin van die richtlijn. Daarom moet die richtlijn dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10 bis) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel en gezien de aanzienlijke overeenkomsten tussen de vergunningsverplichtingen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2009/65/EG en de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgelegd, dienen beheerders aan wie uit hoofde van Richtlijn 2009/65/EG of van de onderhavige richtlijn een vergunning is verleend, ook uit hoofde van de andere richtlijn een vergunning te kunnen krijgen, mits zij voldoen aan eventuele aanvullende eisen voor een dergelijke vergunning. Er moeten dan kruisverwijzingen met betrekking tot documenten mogelijk zijn, mits de informatie in die documenten onveranderd blijft. Om dat resultaat te bereiken, dient Richtlijn 2009/65/EG derhalve te worden gewijzigd.

(11)     Om de continuïteit en regelmatigheid van beheerdiensten van BAB's te waarborgen, moeten voor hen minimumkapitaalvereisten worden vastgesteld. Het vereiste feitelijke kapitaal moet dienen ter dekking van de mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico's die BAB's lopen in verband met hun werkzaamheden, met inbegrip van gedelegeerde of op lastgevingsbasis verrichte diensten. Voor het eigenvermogensvereiste geldt derhalve hetzelfde maximum als het plafond dat is vastgesteld in Richtlijn 2009/65/EG. Bovendien moet het eigen vermogen worden belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet en mag het geen speculatieve posities omvatten.

(12)     Er moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen. BAB's moeten zodanig beheerd en georganiseerd worden dat belangenconflicten tot een minimum beperkt blijven. Gezien recente ontwikkelingen is het van cruciaal belang dat de bewaring en het beheer van activa worden gescheiden en dat beleggersactiva worden afgezonderd van die van de beheerder. Daartoe moet de BAB een bewaarder, die geen relatie heeft met de BAB, benoemen of ervoor zorgen dat deze benoemd wordt, die tot taak krijgt het beleggersgeld op een aparte rekening te boeken, financiële instrumenten te bewaren en na te gaan of het AB zelf of de BAB voor het AB het eigendom van alle andere activa heeft verkregen. Met het oog op een vlotte en feitelijke teruggave van de activa van de belegger is de bewaarder jegens BAB's, AB's en collectief jegens de beleggers in AB's aansprakelijk, tenzij het verlies te wijten is aan overmacht. In dit verband moet overmacht worden beschouwd als onvoorziene externe gebeurtenissen, die tot verliezen leiden waarop de bewaarder geen invloed heeft, waarvan de gevolgen niet konden worden voorkomen, ondanks correcte naleving van de, in de richtlijn geformuleerde zorgvuldigheidseisen.

(12 -bis) De aansprakelijkheid van de bewaarder blijft, in geval van delegatie aan een vergunninghoudende derde, onverlet. Wanneer een bewaarder echter volgens de wetgeving van een derde land, of als gevolg van een niet te voorziene externe oorzaak daartoe niet in staat is, moet hij zich van zijn aansprakelijkheid kunnen kwijten, mits de bevoegde autoriteit van de lidstaat daarmee akkoord gaat. Een dergelijke kwijting mag slecht één keer plaatsvinden.

(12 bis) Blijkens de na afloop van de G-20-Top in Pittsburgh van september afgelegde verklaring hebben de deelnemende leiders internationale overeenstemming bereikt over de beloning van personeel van banken en andere systeemrelevante financiële dienstenbedrijven. Om de mogelijk schadelijke gevolgen van onvolkomen vormgegeven beloningsstructuren voor een goed risicobeheer en een degelijke controle van het risicogedrag van individuele personen aan te pakken, dienen BAB's uitdrukkelijk verplicht te worden om voor de categorieën van medewerkers wier beroepsactiviteiten hun risicoprofiel of het risicoprofiel van de door hen beheerde AB's materieel beïnvloeden, een beloningsbeleid en een beloningscultuur vast te stellen en in stand te houden die stroken met een doeltreffend risicobeheer. Die categorieën medewerkers dienen in elk geval het senior management, medewerkers die risico's nemen en medewerkers met controlefuncties te omvatten. De Commissie zou in staat moeten worden gesteld gedelegeerde handelingen vast te stellen, overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, om richtsnoeren op te stellen op het gebied van een goed beloningsbeleid voor BAB's, na raadpleging van de EAEM. Er moet worden gezorgd voor een goede samenhang tussen bepalingen inzake een goed beloningsbeleid voor BAB's en die voor kredietinstellingen en beleggingsmaatschappijen. Dergelijke bindende richtsnoeren moeten daarom zorgen voor naleving van de bepalingen over beloning, zoals uiteengezet in Richtlijn 2006/48/EG en Richtlijn 2006/49/EG.

(12 ter) Om te voorkomen dat buitensporige risico's worden genomen en om te zorgen voor een betere overeenstemming van belangen, dienen BAB's een deel van hun eigen geld te investeren in de AB's die zij beheren, tenzij de kenmerken van deze AB's een dergelijke verplichting verbieden.

(12 quater) De Commissie dient een passend horizontaal wetgevingsvoorstel voor te leggen dat de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden van een bewaarder verduidelijkt en het recht van een bewaarder in een lidstaat regelt om zijn diensten in een andere lidstaat te verrichten (paspoort). Dit wetgevingsvoorstel dient in de plaats te komen van de desbetreffende bewaardersvereisten van deze richtlijn.

(12 quinquies) De Commissie moet erop toezien dat de in deze richtlijn vervatte voorschriften voor bewaarders ook worden toegepast op bewaarders van icbe's, en dient daartoe voor de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn over te gaan tot dienovereenkomstige herziening van Richtlijn 2009/65/EG.

(13)     Voor de bescherming van de belangen van de belegger is het van essentieel belang dat activa op betrouwbare en objectieve wijze worden gewaardeerd. De verschillende BAB's hanteren naargelang van de activa en markten waarin en waarop zij overwegend beleggen, uiteenlopende methodieken en systemen voor de waardering van activa. Het is wenselijk om met deze verschillen rekening te houden. De procedures voor de waardering van activa en voor de berekening van de intrinsieke waarde moeten functioneel onafhankelijk zijn van de beheertaken van BAB's. De BAB's moeten in voorkomend geval in de gelegenheid worden gesteld de waardering van activa en de berekening van de intrinsieke waarde aan een derde te delegeren.

(14)     Overeenkomstig de onderhavige richtlijn mogen BAB's enkele van hun taken delegeren. Niettemin moeten zij dan zelf verantwoordelijk blijven voor de juiste uitvoering van hun taken en voor de naleving van deze richtlijn.

(15)     Aangezien BAB's die in hun beleggingsstrategieën met hefboomfinanciering werken, onder bepaalde omstandigheden het systeemrisico kunnen vergroten of een ordelijke werking van de markt kunnen verstoren, moeten speciale eisen worden gesteld aan BAB's die bepaalde technieken hanteren die bijzondere risico's meebrengen. De informatie die nodig is om deze risico's op te sporen, te monitoren en aan te pakken, wordt in de Unie niet op consistente wijze verzameld. Evenmin wordt zij tussen de lidstaten uitgewisseld, teneinde de mogelijke oorzaken van de risico's voor de stabiliteit van de financiële markten in de Unie vast te stellen. Daarom moeten bijzondere eisen gelden voor die BAB's die in hun beleggingsstrategieën gebruikmaken van hefboomfinanciering. Deze BAB's moeten worden verplicht om voor ieder AB dat zij beheren hefboomfinancieringslimieten vast te stellen en informatie over hun gebruik van hefboomfinanciering en de bronnen ervan te verstrekken. De verstrekte informatie moet worden doorgegeven aan de EAEM en worden uitgewisseld met andere autoriteiten in de Gemeenschap om een collectieve analyse van de gevolgen van de hefboomfinanciering van deze BAB's voor het financiële stelsel in de Gemeenschap, alsmede een gemeenschappelijke aanpak ervan te vergemakkelijken. De bevoegde autoriteiten moeten deze informatie eveneens doorgeven aan het Europees Comité voor systeemrisico's, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. .../2010 van het Europees Parlement en de Raad(10)* (ECSR), zodat dit ze voor de vervulling van zijn taken kan gebruiken. Het wordt eveneens van belang geacht om de EAEM, op grond van die informatie en met inachtneming van het advies van het ECSR, in staat te stellen te bepalen of de hefboomfinanciering waarmee een BAB werkt een wezenlijk risico vormt voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel en om de vereiste herstelmaatregelen te schetsen (met inbegrip van de limieten ter beperking van de hefboomfinanciering waarmee BAB's mogen werken). De EAEM dient deze gegevens onverwijld door te geven aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van een BAB waarvoor zulks wordt vastgesteld voert de besluiten van de EAEM uit.

(15 bis) Met het oog op de algemene doelstelling van financiële stabiliteit en de terugdringing van systeemrisico's moet bijzondere aandacht worden besteed aan financiële instellingen als kredietinstellingen en "prime brokers", die belangrijke partners van de AB's zijn en een actieve rol spelen bij de risicovorming. Deze instellingen moeten niet alleen hun openbaarmakingsplichten ten opzichte van de bevoegde autoriteiten nakomen, maar moeten gezien de risico's die zij op zich nemen, eveneens worden onderworpen aan specifieke kapitaalvereisten, al naargelang hun betrokkenheid bij AB's. Voorts moeten prime brokers en andere kredietverstrekkers van BAB's en AB's op het vlak van de prudentiële regelgeving alle geldende wetten naleven, met name Richtlijn 2006/48/EG en Richtlijn 2006/49/EG. Bovendien moet het belangenconflict dat ontstaat wanneer dergelijke instellingen zelf AB's exploiteren en tegelijkertijd diensten verrichten voor hun cliënten, dringend worden aangepakt in de desbetreffende wetgevingsteksten. Daartoe moet een regeling voor specifieke coördinatie tussen de EAEM en de bij Verordening (EU) nr. .../2010 van het Europees Parlement en de Raad van ... opgerichte Europese toezichtautoriteit (bankwezen; EBA)(11)* worden ingesteld om bij te houden hoeveel kapitaal de bij die activiteiten betrokken financiële instellingen aan dergelijke BAB's verstrekken.

(16 bis) De baissetransactie ("short selling") is een wijdverspreide marktpraktijk waarvan BAB's en andere marktdeelnemers op brede schaal gebruik maken. Hoewel baissetransacties soms een nuttige rol vervullen doordat zij de markten liquide houden, kunnen zij deze ook volatieler maken, en door hun pro-cyclische effect kunnen zij ook een destabilisatie van de markten in de hand werken. Met name in extreme marktomstandigheden kunnen baissetransacties marktverstoringen in de hand werken. Tijdens crises op de financiële markt viel al sinds geruime tijd te constateren dat baissetransacties tot de factoren behoren die het inzakken van de markt versnellen. Daarnaast kunnen baissetransacties bijdragen tot de verspreiding van valse geruchten met het oogmerk om in een dalende markt winst te maken. Aangezien de ordelijke werking en de integriteit van de markten essentieel is om het vertrouwen van langetermijn-beleggers, die onmisbaar zijn voor de financiering van de economie, te herstellen, en aangezien voor de integratie van de financiële markten gemeenschappelijke praktijken binnen de Unie noodzakelijk zijn om regelgevingsarbitrage te voorkomen, moet een baissetransactie ter beperking van de potentieel destabiliserende gevolgen ervan binnen een geharmoniseerd regelgevingskader plaatsvinden. Te dien einde moet de Commissie een horizontale maatregel op Unieniveau voorstellen om te waarborgen dat gelijke concurrentievoorwaarden gelden voor BAB's en andere marktdeelnemers die gebruik maken van baissetransacties en om ongedekte baissetransacties in de Unie te verbieden. Daarom moet Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik)(12) worden gewijzigd en moeten de ongedekte baissetransacties worden verboden.

(17)     Er moet voor worden gezorgd dat een BAB aan alle ondernemingen waarop hij een beheersende of dominante invloed kan uitoefenen, de informatie verstrekt die de onderneming in kwestie nodig heeft om na te kunnen gaan hoe deze beheersende invloed op korte tot middellange termijn uitpakt voor haar economische en sociale positie. Wanneer BAB's die AB's beheren welke een beheersende invloed kunnen uitoefenen in een uitgevende instelling waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, wordt de desbetreffende informatie openbaar gemaakt overeenkomstig Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod(13) en Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de harmonisatie van de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt(14) zijn toegelaten. Om billijke verhoudingen te garanderen tussen uitgevende instellingen en niet-beursgenoteerde ondernemingen waarin BAB's beleggen, zijn de voorschriften van deze richtlijn derhalve van toepassing op BAB's die AB's beheren welke een beheersende invloed kunnen uitoefenen in een uitgevende instelling waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, doch alleen indien en voor zover daarin nog niet is voorzien in reeds bestaande bepalingen van het Unierecht met betrekking tot uitgevende instellingen. Daartoe moeten bijzondere eisen gelden voor BAB's die AB's beheren die een beheersende invloed kunnen uitoefenen op een niet aan de beurs genoteerde onderneming, en moeten deze BAB's met name melden dat zij over deze mogelijkheid beschikken, en de onderneming zelf en al haar andere aandeelhouders informatie verstrekken over hun toekomstplannen met en andere geplande veranderingen in de onderneming. Om de transparantie ten aanzien van de onderneming in kwestie te waarborgen, moeten de rapportagevereisten worden aangescherpt. Zo moeten de jaarverslagen van het desbetreffende AB worden aangevuld met specifieke informatie over het beleggingstype en de onderneming waarover zeggenschap is verkregen.

(17 bis) Er moet op worden toegezien dat voor portefeuilleondernemingen geen strengere eisen gelden dan voor andere uitgevende instellingen of niet-beursgenoteerde ondernemingen die openstaan voor andere particuliere investeringen dan beleggingen die afkomstig zijn van BAB's. In het vennootschaprecht moet voor transparantie worden gezorgd, maar elke vorm van discriminatie op grond van eigendomsvorm van de onderneming, zoals het opleggen van de verplichting van een specifieke bekendmaking van de strategie van de portefeuilleonderneming en een ontwikkelingsplan, zou een verstoring van eerlijke concurrentie met zich meebrengen en de financiering van innovatie in de Europese Unie in gevaar brengen. Tevens zou een dergelijke discriminatie de rechten van andere aandeelhouders kunnen aantasten. Met het oog daarop moet de Commissie de desbetreffende vennootschapsrechtelijke wetgeving en de relevante richtlijnen voor de financiële sector uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn aan een evaluatie onderwerpen en daarin de noodzakelijke veranderingen aanbrengen in de vorm van een wetgevingsvoorstel dat waar nodig voorstellen bevat tot wijziging van deze richtlijn. Het verslag van de Commissie en het daaruit voortvloeiende wetgevingsvoorstel moeten gelijke concurrentievoorwaarden waarborgen voor portefeuilleondernemingen en andere ondernemingen. In haar verslag en haar wetgevingsvoorstel dient de Commissie rekening te houden met de bescherming van de rechten van aandeelhouders en met de noodzaak van gelijke concurrentievoorwaarden op internationaal niveau en Europese mededinging met betrekking tot de financiering van innovatie en technologische ontwikkeling.

(17 ter) Om de verkoop van waardevolle activa te voorkomen, moeten de nettoactiva van een doelonderneming waarover een BAB zeggenschap heeft, beantwoorden aan de regeling inzake kapitaaltoereikendheid van de tweede richtlijn vennootschapsrecht(15).

(18)     Talrijke BAB's beheren thans AB's die in een derde land zijn gevestigd. Het moet vergunninghoudende BAB's worden toegestaan om AB's die in een derde land zijn gevestigd te beheren, mits passende regelingen zijn getroffen om een solide administratie van deze AB's en een doeltreffende bewaring van activa van beleggers uit de Unie te waarborgen.

(19)     BAB's moeten zowel in hun lidstaat van herkomst als in andere lidstaten ook AB's die in een derde land zijn gevestigd kunnen verhandelen aan professionele beleggers. Dit recht dient afhankelijk te worden gesteld van een kennisgevingsprocedure en van de naleving van vereisten betreffende het derde land. Wanneer een BAB eveneens in een derde land is gevestigd, moet deze voldoen aan de bepalingen van deze richtlijn, zodat voor hem dezelfde verplichtingen gelden als voor BAB's die in de Unie zijn gevestigd, als daaraan krachtens deze richtlijn dezelfde rechten worden toegekend.

(20)     Voor activa in een derde land en onder bepaalde voorwaarden moet de BAB worden toegestaan om administratieve taken te delegeren aan een in dat derde land gevestigde entiteit, mits de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Evenzo mag een bewaarder sommige van zijn bewaartaken voor AB's uit een derde land delegeren aan een bewaarder uit dat derde land, mits de wetgeving van dat land de belangen van de beleggers even goed beschermt als de wetgeving van de Unie. Voorts moet een bewaarder de nodige zorgvuldigheid, behoedzaamheid en bekwaamheid kunnen betrachten bij de selectie, benoeming en periodieke beoordeling van die derde partij en van de vervulling van de aan hem gedelegeerde taken. Ook moetenBAB's een wettelijk of functioneel onafhankelijke taxateur uit een derde land kunnen benoemen.

(21)     Een basisprincipe van deze richtlijn moet zijn dat een in een derde land gevestigde BAB alleen mag profiteren van de rechten van deze richtlijn (zoals het verhandelen van aandelen en rechten van deelneming in een AB in de Unie uit hoofde van een visum), wanneer daarvoor de bepalingen van deze richtlijn gelden. Daarmee dienen gelijke concurrentievoorwaarden als voor in de Unie gevestigde BAB's te worden gewaarborgd (een gelijk speelveld). Deze richtlijn dient derhalve mechanismen in te voeren, waarmee in een derde land gevestigde BAB's krachtens deze richtlijn kunnen worden toegelaten. Om rekening te houden met praktische en nationale soevereiniteitsbezwaren, dient deze richtlijn derhalve van in een derde land gevestigde BAB's te eisen, dat zij op basis van vrijwilligheid akkoord gaan met naleving van deze richtlijn. Met het oog op de handhaving dient deze richtlijn mechanismen te voorzien, waarmee de toezichthouder van die BAB, samen met de EAEM en de ter zake bevoegde autoriteiten van de Unie, naleving van deze richtlijn kunnen afdwingen.

(21 bis) De Commissie dient in overweging te nemen een regeling van de Europese Unie inzake onderhandse plaatsing te ontwikkelen.

(21 ter) Deze richtlijn mag geen invloed hebben op de huidige situatie, krachtens welke een professionele, in de Unie gevestigde belegger op eigen initiatief in een in de Unie gevestigde AB mag beleggen, ongeacht de vestigingsplaats van de BAB.

(22)     De bevoegdheden en taken van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van deze richtlijn, moeten worden verduidelijkt en de mechanismen die nodig zijn voor de waarborging van de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking op toezichtgebied, moeten worden versterkt. Deze richtlijn geeft de EAEM een coördinerende functie en het recht om richtsnoeren vast te stellen voor de bevoegde autoriteiten over het toezicht op en de uitvoering van deze richtlijn.

(22 bis) In overeenstemming met de nieuwe voor de Unie voorgestelde toezichtstructuur draagt deze richtlijn aan de EAEM rechtstreekse bevoegdheden voor toezicht en het recht over om onder bepaalde voorwaarden in markten te interveniëren, om onder bepaalde voorwaarden limieten voor hefboomfinancieringen vast te stellen en geschillen tussen de bevoegde autoriteiten te slechten.

(23)     Het relatieve gewicht van de activiteiten van BAB's op bepaalde financiële markten zou, met name in de gevallen waarin het door hen beheerde AB's geen materieel belang hebben in de onderliggende producten of instrumenten waarop de betrokken markten zijn gebaseerd, onder bepaalde omstandigheden een belemmering kunnen vormen voor de efficiënte werking van deze markten. Het zou deze markten bijvoorbeeld buitengewoon volatiel kunnen maken of de correcte prijsbepaling kunnen verstoren van de erop verhandelde instrumenten. Het wordt daarom noodzakelijk geacht dat de bevoegde autoriteiten en de EAEM over de nodige bevoegdheden zouden beschikken om de werkzaamheden van abf-beheerders op die markten te controleren en op te treden wanneer dat ter bescherming van de ordelijke werking van die markten geboden is.

(24)     De lidstaten moeten sancties vaststellen, overeenkomstig door de EAEM opgestelde richtsnoeren, voor schendingen van de onderhavige richtlijn en moeten de toepassing van deze sancties waarborgen. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(25)     Het uitwisselen of doorgeven van informatie tussen de EAEM, het ECSR, de bevoegde autoriteiten, andere autoriteiten, instanties of personen moet plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften betreffende het doorgeven van persoonsgegevens neergelegd in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(16).

(27)     ▌De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om in overeenstemming met artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde handelingen vast te stellen, met name de nodige handelingen voor de uitvoering van de onderhavige richtlijn. ▌

(29)     Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk waarborging van een goede bescherming van consument en belegger middels de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor de vergunningverlening aan en het toezicht op BAB's, blijkens de tekortkomingen van de bestaande nationale regelgeving en het huidige toezicht op deze spelers niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

Deze richtlijn stelt regels vast voor de vergunningverlening aan, de dagelijkse bedrijfsuitoefening door en de transparantie van beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (BAB's).

Artikel 2

Werkingssfeer

1.        Deze richtlijn is van toepassing op ▌ in de Unie gevestigde BAB's die voor een of meer alternatieve beleggingsfondsen (AB's) beheerdiensten verrichten, ongeacht:

a)        of het AB ▌in de Unie of in een derde land gevestigd is;

b)        of de BAB zijn diensten rechtstreeks dan wel middels delegatie verricht;

c)        of het AB tot het open-end- dan wel het closed-end-type behoort;

c bis)  of het AB is opgericht volgens het verbintenissen- of trustrecht, statuten heeft of een andere rechtsvorm bezit;

d)        de juridische structuur van de BAB.

1 bis.  Wanneer de wetgeving die bepalend is voor de organisatie van het AB voorziet in de oprichting van een raad van beheer of enigerlei ander bestuursorgaan en het AB geen BAB aanwijst, wordt voor de toepassing van deze richtlijn het AB als de BAB beschouwd.

1 ter.   Deze richtlijn mag niet verhinderen of belemmeren dat beleggers hun rechten van deelneming of aandelen in AB's op de kapitaalmarkten verkopen. Elke aanbieding of plaatsing van dergelijke rechten of aandelen op initiatief van de BAB die dergelijke AB's beheert, wordt wat betreft deze richtlijn als verhandeling door die BAB behandeld.

2.        ▌BAB's waaraan overeenkomstig deze richtlijn een vergunning is verleend om voor een of meer AB's beheerdiensten te verrichten, zijn onder de in hoofdstuk VI en, in voorkomend geval, artikel 35 vastgelegde voorwaarden ook gerechtigd om aandelen of rechten van deelneming in deze AB's te verhandelen aan professionele beleggers in de Unie.

3.        De lidstaten zorgen ervoor dat BAB's die in aanmerking komen voor de in de artikelen 2-bis en 2bis vermelde vrijstellingen, toch mogen worden behandeld als BAB's die onder deze richtlijn vallen.

Artikel 2 - bis

Vrijstellingen

Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a)        icbe's of hun beheer- of beleggingsmaatschappijen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG een vergunning is verleend, voor zover de bewuste beheer- of beleggingsmaatschappijen geen AB's beheren;

b)        kredietinstellingen, instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, instellingen die uitsluitend activa beheren voor bedrijfspensioenvoorzieningen, verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of andere gereguleerde instellingen, voor zover zij uitsluitend beleggen voor eigen rekening;

c)        supranationale instellingen, zoals de Wereldbank, het IMF, de ECB, de EIB, het EIF, alsmede andere supranationale instellingen en vergelijkbare internationale organisaties, indien dergelijke instellingen of organisaties een of meerdere AB's beheren, voor zover de bewuste AB's in het algemeen belang handelen;

d)        centrale banken;

e)        BAB's die holdings zijn, waarvan de aandelen op een gereglementeerde markt in de EU worden verhandeld en die hun aandeelhouders geen terugbetalings- of inkooprechten verlenen.

Artikel 2 bis

Specifieke of gedeeltelijke vrijstellingen

1.        BAB's die aan de volgende criteria voldoen, behoeven alleen hoofdstuk II (vergunningverlening), artikel 9 (algemene beginselen -ethiek) en de artikelen 21, 24 en 25 (informatieverplichtingen jegens de bevoegde autoriteiten) na te leven:

a)        BAB's die uitsluitend beheerdiensten verrichten voor hun moederonderneming, hun dochterondernemingen of andere dochterondernemingen van hun moederonderneming;

b)        BAB's met betrekking tot AB's met ten hoogste drie professionele beleggers die zelf geen andere AB of icbe zijn;

c)        BAB's in de vorm van nationale, regionale en lokale overheden en instanties of instellingen die fondsen beheren waarmee socialezekerheids- en pensioenstelsels worden ondersteund;

d)        BAB's in de vorm van AB's onder zelfbeheer met rechtspersoonlijkheid die hun aandeelhouders geen terugbetalings- of inkooprechten verlenen, vooral beleggen in effecten en waarvan de aandelen worden verhandeld op een gereglementeerde markt in de Unie;

e)        BAB's die werknemersparticipatieregelingen beheren.

BAB's die onder de werkingssfeer van deze alinea vallen, passen de in artikel 33 genoemde procedure voor de verkoop aan professionele beleggers van rechten van deelneming of aandelen van een door hem beheerd AB in een andere lidstaat niet toe.

2.        Voor niet-systeemrelevante BAB's zijn alleen hoofdstuk II (vergunningverlening), de artikelen 9 en 10 (ethiek en belangenconflicten), de artikelen 19 en 20 (transparantievereisten), de artikelen 21, 24 en 25 (rapportageverplichtingen jegens bevoegde autoriteiten), artikel 11 (risicobeheer), artikel 14 (kapitaal) en hoofdstuk VIII (toezicht) van deze richtlijn van toepassing.

3.        Indien een AB een vastgoedfonds is met betrekking tot artikel 16, is periodieke waardering optioneel. De frequentie waarmee de waardering wordt uitgevoerd sluit aan bij de regels van het AB. Artikel 17 (bewaarder) geldt niet met betrekking tot een dergelijk AB.

4.        BAB's moeten alleen voldoen aan deze richtlijn met betrekking to een private-equity-AB dat zij als volgt beheren:

a)        Hoofdstuk II (vergunningverlening), de artikelen 9 en 10 (ethiek en belangenconflicten), artikel 18 (delegatie). de artikelen 19 en 20 (/jaarverslag en verstrekking van informatie aan beleggers), hoofdstuk VII (derde landen) en hoofdstuk VIII (toezicht) zijn van toepassing;

b)        in afwijking van artikel 16 is periodieke waardering optioneel maar de frequentie van deze waardering strookt met de bepalingen van het AB en de waardering vindt in ieder geval plaats wanneer aandelen of rechten van deelneming van het private-equity-AB uitgegeven of terugbetaald worden;

c)        Artikel 17 is niet van toepassing.

De leden 1, 2, 4 en 3 zijn niet van toepassing op BAB's die een private-equity-AB beheren.

5.        Hoofdstuk V is van toepassing op BAB's die onder de werkingssfeer van dit artikel vallen.

6.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaten maken een lijst op van de onder dit artikel vallende BAB's. De lijst wordt toegezonden aan de Commissie en de EAEM.

7.        De EAEM controleert periodiek of de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat een onder dit artikel vallende BAB nog altijd voorwerp van dit artikel is.

Artikel 3

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)        alternatief beleggingsfonds of AB: een instelling voor collectieve belegging, met inbegrip van beleggingscompartimenten daarvan, waarvan het doel is de collectieve belegging in activa, fondsen met één belegger en beheerde rekeningen met hefboomfinanciering, die niet vergunningsplichtig is uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 2009/65/EG (de icbe-richtlijn);

b)        beheerder van alternatieve beleggingsfondsen of BAB: een rechtspersoon of natuurlijk persoon waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheren van één of meer AB's, die verantwoordelijk is voor de naleving van de eisen van deze richtlijn en die, afhankelijk van de rechtsvorm van het AB, het AB zelf kan zijn of een externe entiteit;

c)        taxateur: een door een bevoegde autoriteit erkende en gecontroleerde rechtspersoon of een functioneel onafhankelijke dienst van de BAB of onderneming die de activa waardeert of de waarde van de aandelen of rechten van deelneming in een AB bepaalt;

d)        beheer: de taken als omschreven in de bijlage Ibis;

e)        verhandeling: een op initiatief van een BAB of van een voor de distributie verantwoordelijke intermediair verrichte algemene aanbieding of plaatsing van rechten van deelneming of aandelen in een AB aan of bij beleggers die in de Unie gevestigd zijn;

f)         professionele belegger: een belegger in de zin van bijlage II bij Richtlijn 2004/39/EG;

g)        kleine belegger: een niet-professionele belegger;

h)        lidstaat van herkomst: de lidstaat waar de BAB overeenkomstig artikel 6 een vergunning heeft gekregen;

i)         lidstaat van ontvangst: een lidstaat die niet de lidstaat van herkomst is en op wiens grondgebied een BAB voor een AB beheerdiensten verricht of aandelen of rechten van deelneming daarin verhandelt;

j)         bevoegde autoriteiten: de nationale autoriteiten die op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen bevoegd zijn om op BAB's toezicht uit te oefenen;

k)        financieel instrument: een instrument als genoemd in bijlage I, deel C, bij Richtlijn 2004/39/EG;

l)         hefboomfinanciering: een methode waarmee de BAB de positie van een door hem beheerd AB in bepaalde beleggingen met geleend contant geld of geleende effecten, met een hefboom in de vorm van derivatenposities of anderszins vergroot, met inbegrip van hefboomfinanciering die wordt gebruikt door fondsen of andere wettelijke entiteiten die worden gecontroleerd door het AB, alleen of samen met andere AB's en die de financiële schuld van het AB vergroot;

m)       gekwalificeerde deelneming: het rechtstreeks of middellijk bezitten van een deelneming in een BAB van ten minste 10% van het kapitaal of van de stemrechten, als bedoeld in artikel 92 van Richtlijn 2001/34/EG, dan wel van een deelneming die de mogelijkheid inhoudt een invloed van betekenis uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de beleggingsonderneming waarin wordt deelgenomen. Voor de toepassing van deze definitie worden de stemrechten, bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 10/109/EEG, ▌in aanmerking genomen;

n)        uitgevende instelling: een aandelen uitgevende instelling die in de Unie gevestigd is in de zin van artikel 2, lid 1, onder d), van Richtlijn 2004/109/EG;

o)        werknemersvertegenwoordigers: werknemersvertegenwoordigers in de zin van artikel 2, onder e), van Richtlijn 2002/14/EG van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap(17).

o bis)  bewaring: het als bewaarnemer of bewaarder onder zeggenschap of in bezit houden van de betrokken activa voor rekening van de eigenaar;

o ter)  bewaarder: een instelling die belast is met de taken als omschreven in artikel 17;

o quater) eigen vermogen: het eigen vermogen als omschreven in Richtlijn 2006/48/EG, titel V, hoofdstuk 2, afdeling 1;

o quinquies)  prime broker: een bank of gereglementeerde effectenfirma die diensten aanbiedt op het gebied van o.a. makelaardij, financiering, clearing en afwikkeling van transacties, bewaring, risicobeheer en operationele ondersteuningsfaciliteiten, advies en onderzoek;

o sexies)  baissetransactie ("short selling"): verkoop van een effect dat de verkoper niet bezit en verkoop die voltooid is met de levering van een door of namens de verkoper geleend effect;

o septies) ongedekte baissetransactie: baissetransactie waarbij de verkoper het effect dat moet worden geleverd aan de koper niet heeft geleend of wanneer hij geen overeenkomst heeft afgesloten voor het lenen hiervan vóór of op het moment dat de opdracht voor de transactie wordt doorgestuurd;

o octies)  BAB's die niet systemisch relevant zijn: BAB's die rechtstreeks of middels een onderneming waarmee de BAB via gemeenschappelijke bedrijfsvoering of gemeenschappelijke zeggenschapsuitoefening of door een aanmerkelijke rechtstreekse of middellijke deelneming verbonden is, portefeuilles beheren van AB's zonder hefboomfinanciering waarvan de afzonderlijke beheerde activa niet uitkomen boven 100 miljoen EUR en deze activa in totaal niet uitkomen boven de drempel van 250 miljoen EUR en bij deze AB's gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van oprichting van elk AB geen terugbetalingsrechten kunnen worden uitgeoefend;

o nonies) industriële holding: onderneming met een aandeel in een of meer andere ondernemingen die als zakelijk doel heeft via zijn dochterondernemingen of verbonden ondernemingen een industriële bedrijfsstrategie uit te voeren en die niet is opgericht met als hoofddoel voor zijn beleggers rendement te genereren door zijn dochterondernemingen of verbonden ondernemingen af te stoten;

o decies) niet-beursgenoteerde onderneming: een in de Unie gevestigde onderneming waarvan de aandelen niet zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG;

o undecies)  vastgoed-AB: een AB met het doel te beleggen in vastgoed of in activa die verband houden met vastgoed;

o duodecies) private-equity-AB: een AB, inclusief closed-end-fondsen en dakfondsen, met het doel te beleggen in equity en equitygerelateerde effecten van, met name, privé-ondernemingen en bedrijven ten einde risicokapitaal, groeiplannen en overnames te financieren;

o terdecies)  doelonderneming: een uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming die wordt overgenomen door een belegger die een beheersende invloed verwerft;

o quaterdecies) beheerde rekening met hefboomfinanciering: een beleggingsrekening die wordt beheerd door een derde die bevoegd is om verrichtingen uit te voeren zonder de voorafgaande goedkeuring van de houder en waarvoor in verband met deze verrichtingen een beroep op hefboomwerking wordt gedaan;

o quindecies)  groep: met betrekking tot iedere persoon of entiteit, elke persoon die zo'n persoon of entiteit controleert, daardoor gecontroleerd wordt of onder gezamenlijke controle staat.

Hoofdstuk II

Vergunningverlening aan ABF-beheerders

Artikel 4

Vergunningsvereiste

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat een BAB die onder deze richtlijn valt, zonder vergunning geen beheerdiensten voor AB's verricht of aandelen of rechten van deelneming daarin verhandelt.

De lidstaten eisen van BAB's die op hun grondgebied over een vergunning beschikken dat zij te allen tijde voldoen aan de in deze richtlijn vastgestelde voorwaarden voor initiële vergunningverlening.

Entiteiten waaraan geen vergunning overeenkomstig deze richtlijn of, in het geval van BAB's die niet onder deze richtlijn vallen, overeenkomstig het nationale recht van een lidstaat is verleend, mogen in de Unie voor AB's geen beheerdiensten verrichten of rechten van deelneming of aandelen daarin verhandelen.

2.        BAB's mag een vergunning worden verleend om beheerdiensten te verrichten voor alle of voor bepaalde soorten AB's.

Al naargelang hun rechtsvorm kunnen AB’s zichzelf beheren of een externe beheerder als BAB aanstellen. Indien een AB een rechtspersoon is en geen externe beheerder als BAB heeft aangesteld, fungeert het AB zelf als BAB.

Wanneer BAB’s uit hoofde van deze richtlijn over een vergunning beschikken of beheer- dan wel beleggingsmaatschappijen uit hoofde van Richtlijn 2009/65/EG over een vergunning beschikken, verlenen de bevoegde instanties deze BAB’s overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG of de bewuste beheer- of beleggingsmaatschappijen overeenkomstig deze richtlijn een vergunning, voor zover zij voldoen aan de desbetreffende aanvullende vergunningsvoorschriften. De bevoegde autoriteiten vragen daartoe alleen informatie op die niet bij de initiële vergunningsaanvraag is ingediend, tenzij de desbetreffende gegevens zijn veranderd.

BAB's mogen over een vergunning overeenkomstig deze richtlijn beschikken en hun mag een vergunning als beheer- of beleggingsmaatschappij overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG worden verleend.

3.        Naast de beheerdiensten kunnen lidstaten BAB's toestemming geven om de volgende diensten te verrichten:

(a)      het – op grond van een door de belegger gegeven opdracht – per cliënt en op discretionaire basis beheren van beleggingsportefeuilles, met inbegrip van die van pensioenfondsen of instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening in de zin van artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening(18);

(b)      beleggingsadvies of bewaring en administratie in verband met rechten van deelneming, als nevendiensten:

Het is BAB’s volgens deze richtlijn niet toegestaan om uitsluitend de in lid 3 bedoelde diensten te verstrekken of om alleen de activiteiten te verrichten waaraan wordt gerefereerd in de punten 2 en 3 van bijlage I bij deze richtlijn. Dergelijke activiteiten mogen slechts een klein deel van de omzet van een BAB vertegenwoordigen.

Artikel 2, lid 2, en de artikelen 12, 13 en 19 van Richtlijn 2004/39/EG zijn van toepassing op de verstrekking van de in lid 3 van deze alinea bedoelde diensten door BAB’s.

Artikel 5

Procedure voor de verlening van de vergunning

1.        Lidstaten verlangen dat een BAB die een vergunning aanvraagt, verstrekt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar hij zijn statutaire zetel heeft, het volgende verstrekt:

-a)       informatie over de personen die zich daadwerkelijk met de beheeractiviteiten van de BAB bezighouden;

a)        informatie over de identiteit van de rechtstreekse of middellijke BAB-aandeelhouders of –leden, natuurlijke of rechtspersonen, die daarin een gekwalificeerde deelneming bezitten, alsmede over het bedrag van die deelneming;

a bis)  wanneer het een zelfbeheerde AB betreft dat een vergunning aanvraagt om als BAB te mogen optreden, de namen van de bestuurders of leden van het bestuursorgaan van het AB en nadere gegevens omtrent hun achtergrond en ervaring met betrekking tot de werkzaamheden van het AB;

b)        een programma van werkzaamheden waarin de organisatiestructuur van de BAB wordt vermeld, inclusief informatie over de wijze waarop de BAB aan zijn verplichtingen krachtens de hoofdstukken II, III, IV, en indien van toepassing, V, VI en VII denkt te voldoen;

c)        ▌informatie over de beleggingsstrategieën, met inbegrip van het door de BAB gevoerde beleid ten aanzien van hefboomgebruik en de risicoprofielen en andere kenmerken van het AB dat hij beheert of denkt te gaan beheren, waaronder informatie over de lidstaten of derde landen waar hij gevestigd is of zich denkt te gaan vestigen;

c bis)  informatie over de vestigingsplaats van de onderliggende fondsen, indien het desbetreffende AB een dakfonds is;

c ter)   informatie over de vestigingsplaats van master-fondsen;

d)        het reglement of de statuten van elk door de BAB te beheren AB;

e)        informatie over de getroffen regelingen inzake de delegatie van beheertaken aan derden, als bedoeld in artikel 18 en, indien van toepassing, artikel 35;

f)         informatie over de getroffen regelingen om de activa van AB's in bewaring te geven, waaronder in voorkomend geval de regelingen die in het kader van artikel 38 zijn getroffen;

g)        alle voor elk AB dat de BAB beheert of wil gaan beheren reeds beschikbare extra informatie als bedoeld in artikel 20, lid 1.

De BAB moet zijn hoofdkantoor hebben in de lidstaat waar hij zijn statutaire zetel heeft.

Artikel 5 bis

Centraal register

De EAEM houdt een centraal openbaar register bij waarin de bevoegde toezichtautoriteit voor elke BAB wordt vermeld. Het register wordt in elektronische vorm openbaar gemaakt.

Artikel 6

Voorwaarden voor de verlening van een vergunning

1.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst verlenen een vergunning alleen als zij ervan overtuigd zijn dat de BAB in staat zal zijn om aan de voorwaarden van deze richtlijn te voldoen.

De bevoegde autoriteit verleent een zelfbeheerde AB geen vergunning tenzij de bestuurders of leden van het bestuursorgaan van het AB met betrekking tot het type werkzaamheden dat door het AB wordt verricht als voldoende betrouwbaar bekend staan en over voldoende ervaring beschikken om te kunnen garanderen dat aan de eisen van deze richtlijn wordt voldaan.

In geval van problemen kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de EAEM raadplegen.

De vergunning is voor alle lidstaten geldig.

2.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst weigeren de vergunning te verlenen indien de daadwerkelijke uitoefening van hun toezichttaken wordt belet door:

a)        de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een derde land die van toepassing zijn op één of meer natuurlijke of rechtspersonen waarmee de BAB nauwe banden heeft in de zin van artikel 4, punt 31), van Richtlijn 2004/39/EG;

b)        moeilijkheden in verband met de handhaving van die wettelijke maatregel en die regelingen en bestuursrechtelijke bepalingen.

3.        De vergunning bestrijkt alle delegatieregelingen die de BAB heeft getroffen en in de aanvraag heeft medegedeeld.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst kunnen de reikwijdte van de vergunning beperken, met name ten aanzien van het soort AB dat de BAB mag beheren, en ten aanzien van de delegatieregelingen.

Er moet speciale aandacht worden geschonken aan de risicoclassificatie van het AB waarvoor de BAB over een beheervergunning beschikt.

4.        De bevoegde autoriteiten stellen de aanvrager er binnen drie maanden na de indiening van een volledige aanvraag schriftelijk van in kennis of de vergunning toegekend dan wel geweigerd is. Wanneer de bevoegde autoriteiten de aanvrager geen schriftelijke kennisgeving doen toekomen, dient de vergunning te worden beschouwd als een ongemotiveerde verwerping.

5.        Zodra de vergunning is verleend, mag de BAB in de lidstaat van herkomst beheerdiensten gaan verrichten.

5 bis.  Onverminderd artikel 18 zien de lidstaten erop toe dat een AB dat onder de toepassing van deze richtlijn valt wordt beheerd door één enkele BAB, die verantwoordelijk is voor de naleving van de eisen van deze richtlijn.

5 ter.   De bevoegde autoriteiten informeren de EAEM viermaal per jaar in geconsolideerde vorm over verleende en verworpen vergunningen en over eventuele voorwaarden, wijzigingen in de reikwijdte en intrekkingen van vergunningen overeenkomstig dit artikel en de artikelen 7 en 8.

Artikel 7

Wijzigingen in de reikwijdte van de vergunning

De BAB stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst vooraf in kennis van inhoudelijke wijzigingen in de voorwaarden waaronder de oorspronkelijke vergunning is verleend, en met name van inhoudelijke wijzigingen in het programma van werkzaamheden van de BAB, in de beleggingsstrategie en het beleggingsbeleid van een door hem beheerd AB, in het reglement of de statuten van een AB en de identiteit van nieuwe, door hem te beheren AB's.

Binnen een maand na ontvangst van die kennisgeving stemmen de bevoegde autoriteiten, eventueel onder voorwaarden, in met deze wijzigingen of wijzen zij deze af.

Artikel 8

Intrekking van de vergunning

De bevoegde autoriteiten mogen de vergunning die aan een BAB is verleend intrekken indien deze:

1)        de vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onwettige wijze;

2)        niet meer voldoet aan de voorwaarden waarop de vergunning is verleend;

3)        de ter omzetting van deze richtlijn vastgestelde bepalingen in ernstige mate of systematisch heeft overtreden.

Hoofdstuk III

Voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening door ABF's

AFDELING 1: GEDRAGSREGELS

Artikel 9

Algemene beginselen

-1.       BAB's zien erop toe dat het beloningsbeleid verenigbaar is met de regels die gelden voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen.

De lidstaten dienen de BAB's ertoe te verplichten beloningsregelingen en -praktijken in te voeren en te implementeren die in overeenstemming zijn met de vereisten van bijlage 1 ter en te verenigen zijn met een gezond en effectief risicobeheer en dit beleid te bevorderen, die op de korte termijn gerichte winstmotieven tegengaan, die stroken met de risicoprofielen, het reglement of de statuten van het AB dat zij beheren en te verenigen zijn met de zakelijke doelstellingen en langetermijnbelangen van BAB's en beleggers.

Deze regelingen en praktijken moeten alomvattend zijn en in verhouding staan tot de aard, de schaal en de complexiteit van de activiteiten van de BAB, alsook tot de omvang van door hem beheerde AB's.

De BAB’s informeren de bevoegde autoriteiten van de lidstaten omtrent de kenmerken van hun beloningsregelingen en –praktijken.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen ingrijpen en passende corrigerende maatregelen nemen ter preventie van risico's die ertoe zouden kunnen leiden dat een BAB nalaat verantwoorde beloningsregelingen en –praktijken te implementeren.

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat BAB's ▌hun beheerdiensten alleen in de Unie kunnen verrichten als zij te allen tijde aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen.

BAB's:

a)        gaan bij de uitoefening van hun werkzaamheden billijk, loyaal en met de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding te werk;

b)        zetten zich in voor de belangen van de door hen beheerde AB's, de beleggers in deze AB's en de integriteit van de markt; alsmede

c)        zorgen ervoor dat alle AB-beleggers op billijke wijze worden behandeld.

Geen enkele belegger mag een preferentiële behandeling ten deel vallen, tenzij dit in het reglement of de statuten van het abf wordt vermeld.

2.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast voor de door de bevoegde autoriteiten te hanteren criteria om te beoordelen of BAB's aan hun verplichting uit hoofde van lid 1 voldoen.

2 bis.  De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ter nadere bepaling van de in bijlage I beschreven beginselen en stelt richtsnoeren voor het beloningsbeleid vast na overleg met de EAEM. In de richtsnoeren wordt ook rekening gehouden met de beginselen betreffende een goed beloningsbeleid die zijn neergelegd in de aanbeveling van de Commissie van 30 april 2009 over het beloningsbeleid in de financiële dienstensector, alsmede met de omvang van de BAB´s en de door hen beheerde AB´s, hun interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden.

Artikel 10

Belangenconflicten

1.        De lidstaten schrijven voor dat BAB's alle redelijke maatregelen moeten nemen om belangenconflicten te onderkennen welke zich bij het beheer van een of meer AB's voordoen tussen de BAB's, met inbegrip van hun beheerders, werknemers of een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks met de BAB verbonden is door een zeggenschapsband, en de beleggers in AB's of tussen de ene belegger en de andere belegger.

BAB's treffen en handhaven doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen om alle redelijke maatregelen te kunnen nemen teneinde te voorkomen dat belangenconflicten de belangen van het AB en zijn beleggers schaden.

BAB's scheiden binnen hun bedrijf taken en verantwoordelijkheden die met elkaar onverenigbaar kunnen worden geacht. BAB's gaan na of de omstandigheden waaronder zij hun bedrijf uitoefenen, andere wezenlijke belangenconflicten kunnen meebrengen, en maken deze aan AB-beleggers bekend.

2.        Indien de door de BAB's getroffen organisatorische of administratieve regelingen voor het beheer van belangenconflicten ontoereikend zijn om redelijkerwijs te mogen aannemen dat het risico dat de belangen van de beleggers worden geschaad, zal worden voorkomen, maken BAB's op heldere wijze de algemene aard of de bronnen van belangenconflicten bekend aan de beleggers alvorens voor hen zaken te doen, en stellen zij adequate gedragsregels en afdoende procedures op.

3.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast:

a)        ter nadere bepaling van de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 1;

b)        ter bepaling van de redelijke maatregelen die BAB's op het gebied van interne en organisatorische procedures geacht worden te nemen om belangenconflicten te voorkomen, te beheren en bekend te maken.

Artikel 11

Risicobeheer

1         De BAB zorgt ervoor dat de functies van risicobeheer en portefeuillebeheer gescheiden zijn en afzonderlijk worden getoetst.

2.        De BAB implementeert risicobeheersystemen om alle relevante risico's die verbonden zijn aan elke AB-beleggingsstrategie en waaraan elk AB blootstaat of bloot kan staan, op passende wijze te meten en te bewaken en te beheren.

2 bis.  Wanneer de BAB gebruik maakt van de diensten van een ´prime broker´ dienen de voorwaarden in een schriftelijke overeenkomst te worden vastgelegd. Met name elke mogelijkheid van overdracht en hergebruik van AB-activa moet in die overeenkomst worden vastgelegd en moet voldoen aan het AB-reglement. In de overeenkomst moet worden vastgelegd dat de bewaarder van de overeenkomst op de hoogte wordt gesteld. Beleggers worden voordat zij in het AB beleggen van deze bepaling in de overeekomst en van de identiteit van de 'prime broker' op de hoogte gebracht.

Beleggers worden met name geïnformeerd over de overdracht van aansprakelijkheid aan de prime broker, waaronder in geval van verlies van financiële instrumenten. In dat geval is de restitutietermijn in overeenstemming met de voorwaarden van de overeenkomst tussen de BAB en de 'prime broker'.

BAB´s betrachten bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding bij de selectie en aanwijzing van de 'prime brokers' met wie zij een overeenkomst zullen sluiten.

4.        In het geval van BAB's die bij beleggingen voor een of meer AB's baissetransacties sluiten, zorgen de lidstaten ervoor dat de BAB:

-a)       in het bezit is van of een overeenkomst heeft afgesloten voor het lenen van de desbetreffende effecten of andere financiële instrumenten op het moment dat de opdracht voor de transactie wordt doorgestuurd;

a)        procedures volgt die hem toegang bieden tot de effecten of andere financiële instrumenten op de datum waarop de BAB deze moet leveren;

b)        een risicobeheerprocedure implementeert waarmee een adequaat beheer mogelijk wordt van de risico's die verband houden met de levering van effecten of andere financiële instrumenten waarmee à la baisse is gegaan;

c)        de bevoegde autoriteiten regelmatig gegevens verstrekt over zijn voornaamste korte posities. In uitzonderlijke gevallen kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat de BAB verzoeken haar van alle korte posities en geleende effecten in kennis te stellen.

4 bis.  Elke bevoegde autoriteit verstrekt de EAEM regelmatig de informatie die haar uit hoofde van lid 4, punt c, is bezorgd. In uitzonderlijke omstandigheden of om de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen, kan de EAEM op basis van deze of andere relevante informatie beslissen de sluiting van baissetransacties te beperken.

5.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ter nadere bepaling van:

a)        het risicobeheer dat BAB's moeten voeren naargelang van de risico's die de BAB aangaat voor het door hem beheerde AB;

b)        de regelingen die nodig zijn om BAB's in staat te stellen de bijzondere risico's van baissetransacties te beheren, waaronder relevante beperkingen die nodig kunnen zijn om het AB te beschermen tegen een buitensporige blootstelling aan risico's.

c)        de specifieke kenmerken van de in lid 4, punt a, bedoelde rapportageregeling.

Artikel 12

Liquiditeitsbeheer

1.        Voor elk door hem beheerd AB maakt de BAB gebruik van een passend liquiditeitsbeheersysteem en stelt hij procedures vast die waarborgen dat het liquiditeitsprofiel van de beleggingen van het AB in overeenstemming is met de onderliggende verplichtingen.

Zij voeren regelmatig stresstests onder zowel normale als uitzonderlijke liquiditeitsomstandigheden uit en bewaken het risico van het AB dienovereenkomstig. De bevoegde autoriteiten moeten van de resultaten van deze stresstests in kennis worden gesteld.

2.        De BAB zorgt ervoor dat de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid van elk door hem beheerd AB consistent zijn.

3.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ▌ter nadere uitwerking van de in lid 1 beschreven vereisten op het gebied van het liquiditeitsbeheer▌.

Artikel 13

Belegging in securitisatieposities

Om de sectoroverschrijdende consistentie te waarborgen en een slechte afstemming van belangen tussen ondernemingen die leningen in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten herverpakken en initiators in de zin van artikel 4, punt 41, van Richtlijn 2006/48/EG, en BAB's die voor een of meer AB's in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen, te voorkomen, stelt de Commissie overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast voor:

a)        de vereisten waaraan de initiator moet voldoen opdat een BAB mag beleggen in effecten of andere financiële instrumenten van dit type die na 1 januari 2011 voor een of meer AB's zijn uitgegeven, met inbegrip van vereisten die waarborgen dat de initiator een netto economisch belang aanhoudt van niet minder dan 5%;

b)        kwalitatieve vereisten waaraan BAB's moeten voldoen die voor een of meer AB's in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen.

AFDELING 2: KAPITAALVEREISTEN EN AANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING

Artikel 14

Aanvangskapitaal en feitelijk kapitaal

-1.       Het aanvangskapitaal van een zelfbeheerd AB bedraagt ten minste 300 000 EUR.

1.        Indien een BAB onverminderd de leden 2 tot 4 als externe beheerder van één of meer AB's wordt benoemd moet het over een aanvangskapitaal van ten minste 125 000 EUR beschikken.

2.        Wanneer de waarde van de portefeuilles van AB's die door de BAB worden beheerd, hoger is dan 250 miljoen EUR, voorziet de BAB in een extra bedrag aan eigen vermogen, is dit extra bedrag aan eigen vermogen gelijk aan 0,02% van het bedrag waarmee de waarde van de portefeuilles van de BAB 250 miljoen EUR te boven gaat, met dien verstande evenwel dat de vereiste som van het aanvangskapitaal en het extra bedrag de 10 miljoen EUR niet te boven mag gaan.

3.        Ongeacht het bedrag van de in de leden -1, 1 en 2 geschetste vereisten is het eigen vermogen van de BAB nooit minder dan het bedrag dat uit hoofde van artikel 21 van Richtlijn 2006/49/EG vereist is.

4.        Voor de toepassing van de leden -1 tot 3 gelden de volgende portefeuilles als portefeuilles van de BAB:

a)        AB-portefeuilles die door de BAB worden beheerd, met inbegrip van AB's waarvoor de BAB een of meer taken overeenkomstig artikel 18 heeft gedelegeerd, met uitzondering evenwel van portefeuilles waarvan het beheer aan hem is gedelegeerd;

b)        andere door de BAB beheerde instellingen voor collectieve belegging, al dan niet gecoördineerd op Unieniveau, met inbegrip van icb's waarvoor de BAB een of meer taken heeft gedelegeerd, doch met uitsluiting van icb's waarvan het beheer aan hem is gedelegeerd;

5.        De lidstaten kunnen BAB’s toestaan niet te voorzien in tot 50% van het in het tweede lid bedoelde extra bedrag aan eigen vermogen indien zij voor hetzelfde bedrag een garantie genieten van een kredietinstelling of een verzekeringsonderneming waarvan de statutaire zetel is gevestigd in een lidstaat of in een derde land waar de kredietinstelling of verzekeringsonderneming onderworpen is aan prudentiële regels die naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten gelijkwaardig zijn aan die welke in het recht van de Unie zijn vastgesteld.

6.        BAB's dienen te beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering tegen claims wegens nalatigheid bij de beroepsuitoefening. Bij de aanpassingen van de bedragen van die verzekering moet rekening worden gehouden met de aanpassingen die in het kader van Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling worden aangebracht(19).

7.        Het bedrag dat BAB's beleggen in elk AB dat zij beheren, op voorwaarde dat de kenmerken van het AB een dergelijke belegging niet verbieden, is zodanig dat de BAB op jaarbasis een netto economisch belang aanhoudt dat groter is dan of gelijk is aan een bepaald percentage van het totale bedrag dat door alle beleggers in dat AB is belegd.

8.        Het eigen vermogen moet worden belegd in liquide middelen of in activa die op korte termijn direct in contant geld kunnen worden omgezet en mag geen speculatieve posities omvatten.

9.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ter nadere bepaling van het percentage waarna in lid 7 wordt verwezen.

AFDELING 3: ORGANISATORISCHE VEREISTEN

Artikel 15

Algemene beginselen

BAB's beschikken te allen tijde over adequate en voldoende middelen om hun beheeractiviteiten naar behoren te kunnen verrichten.

Zij beschikken over geactualiseerde systemen en gedocumenteerde interne procedures en onderwerpen hun gedragsregels periodiek aan interne controles om de risico's van hun bedrijf te beperken en te beheren.

Artikel 16

Waardering

1.        BAB's zorgen ervoor dat voor elk door hen beheerd AB een taxateur wordt benoemd die wettelijk of functioneel onafhankelijk van de BAB de waarde van de door het AB verworven activa en de waarde van de aandelen en rechten van deelneming in het AB vaststelt.

BAB's zorgen ervoor dat de activa, aandelen en rechten van deelneming van AB's ten minste eenmaal per jaar worden gewaardeerd. BAB's waarborgen tevens dat de aandelen of rechten van deelneming in het AB ▌worden gewaardeerd op het moment dat dit nodig is voor terugbetaling of uitgifte.

BAB's zien er voor elk AB op toe dat het onafhankelijkheidsbeginsel is verankerd in de procedures voor de waardering van activa en voor de berekening van de intrinsieke waarde van het AB, waarin, indien de BAB zelf voor waardering zorgdraagt, passende voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om belangenconflicten en oneigenlijke invloed op de werknemers die de waardering uitvoeren, te voorkomen.

1 bis.  BAB's zijn verantwoordelijk voor het accuraat waarderen van BAB-activa, alsook voor de berekening van de intrinsieke waarde van het AB. De bewaarder is verantwoordelijk voor de controle op de voorwaarden waaronder de waardering, de berekening en de publicatie plaatsvinden. Het feit dat een BAB een of meer taken met betrekking tot de waardering van het AB aan derden heeft overgedragen, laat zijn aansprakelijkheid onverlet. Elke waardering, of deze wordt uitgevoerd door de BAB of door een externe taxateur, staat onder toezicht en controle van de bewaarder van het AB.

Indien een externe taxateur wordt ingeschakeld, moet de BAB aantonen dat een dergelijke derde gekwalificeerd en in staat is om de taken in kwestie op zich te nemen, dat hij zorgvuldig is gekozen en dat de BAB in staat is de activiteiten van de externe taxateur op ieder moment doeltreffend te controleren. Inschakeling van een externe taxateur vormt geen belemmering voor doeltreffend toezicht door de BAB en mag met name niet verhinderen dat de BAB handelt of dat het AB wordt beheerd in het beste belang van zijn beleggers. Indien er geen externe taxateur wordt ingeschakeld, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de BAB voorschrijven dat de waarderingsprocedures en/of waardering door een externe taxateur of, waar nodig, door een accountant moeten worden geverifieerd.

2.        BAB's zorgen ervoor dat de taxateur over passende en consistente procedures voor de waardering van de activa van het AB overeenkomstig bestaande toepasselijke waarderingsstandaarden en –regels beschikt om de intrinsieke waarde van de aandelen of rechten van deelneming in het AB weer te geven.

BAB's publiceren regelmatig de methodologie die wordt gebruikt voor de waardering van niet-liquide activa, ongeacht of de waardering door de BAB zelf wordt uitgevoerd of aan derden wordt gedelegeerd.

3.        De regels voor de waardering van activa en voor de berekening van de intrinsieke waarde per recht van deelneming of aandeel in het AB worden vastgelegd in het recht van het land waar het AB is gevestigd, of in het reglement of de statuten van het AB.

4.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast om nader te bepalen welke daartoe gemachtigde en onder toezicht staande entiteiten in aanmerking komen om uit hoofde van deze richtlijn als taxateur te fungeren. In de gedelegeerde handelingen worden uitvoerige en effectieve organisatorische en administratieve regelingen vastgelegd om te voorkomen dat eventuele belangenconflicten de belangen van cliënten schaden.

De Commissie kan tevens overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vaststellen ter nadere uitwerking van de criteria op grond waarvan een taxateur functioneel onafhankelijk in de zin van lid 1 kan worden geacht.

Artikel 17

Bewaarder

1.        De BAB zorgt ervoor dat voor elk door hem beheerd AB een individuele bewaarder wordt benoemd die, voor zover van toepassing, de volgende functies vervult:

a)        hij ontvangt alle betalingen van beleggers die inschrijven op rechten van deelneming of aandelen in een door de BAB beheerd AB en boekt ze voor de BAB op een aparte rekening;

b)        hij bewaart financiële instrumenten van het AB, met name:

i)      hij neemt alle financiële instrumenten in bewaring die in een centrale effectenbewaarinstelling kunnen worden bewaard die op effectenrekeningen kunnen worden gecrediteerd of die hem materieel worden geleverd. Daarbij ziet de door de BAB benoemde bewaarder erop toe dat de activa gescheiden worden gehouden door in zijn boekhouding op naam van elk AB afzonderlijke rekeningen te openen. Niettegenstaande dit beginsel kunnen de lidstaten scheiding op zogenaamde omnibusrekeningen toestaan, op voorwaarde dat de activa van elk fonds te allen tijde duidelijk als de activa van een welbepaald AB kunnen worden geïdentificeerd;

ii)     hij houdt de registers bij om het eigendom te verifiëren van financiële instrumenten die niet in bewaring kunnen worden genomen op grond van de door de BAB verstrekte informatie, met inbegrip van externe bewijsstukken over het bestaan van de transactie;

b bis)  hij ziet erop toe dat de onder b) genoemde financiële instrumenten niet zonder voorafgaande toestemming van de BAB worden hergebruikt;

c)        hij gaat na of het AB zelf dan wel de BAB voor het AB het eigendom heeft verkregen van alle andere activa waarin het AB belegt;

c bis)  hij houdt registers bij waaruit het eigendom blijkt van andere activa van het AB dan de activa die onder a) en b) zijn genoemd.

1 bis.  Naast de in lid 1 genoemde functies moet de bewaarder:

a)        ervoor zorgen dat de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van aandelen of rechten van deelneming in het AB geschieden in overeenstemming met het toepasselijk nationaal recht en met het reglement of de statuten van het AB;

b)        ervoor zorgen dat de waarde van de aandelen of rechten van deelneming in het AB worden berekend overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving en het reglement of de statuten van het AB;

c)        de aanwijzingen van de BAB uivoeren, tenzij deze in strijd zijn met de toepasselijke nationale wetgeving of het fondsreglement van het AB;

d)        zich ervan vergewissen dat bij transacties met betrekking tot de activa van het AB de tegenwaarde hem binnen de gebruikelijke termijnen wordt voldaan;

e)        zich ervan vergewissen dat de opbrengsten van het AB een bestemming krijgen in overeenstemming met de toepasselijke nationale wetgeving of het fondsreglement van het AB.

2.        Een BAB treedt niet als bewaarder op.

De bewaarder treedt onafhankelijk en in het belang van de AB-beleggers op.

De benoeming van de bewaarder door de BAB wordt schriftelijk vastgelegd in een contract. Het contract regelt de uitwisseling van informatie die noodzakelijk wordt geacht voor de uitvoering van de in dit artikel en in andere wetten, regelingen of bestuursrechtelijke bepalingen vermelde taken die van belang zijn voor de bewaarders in de lidstaat van herkomst van het AB.

3.        De bewaarder is hetzij

a)        een kredietinstelling die haar statutaire zetel in de Unie heeft en over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG beschikt; of

b)        een beleggingsonderneming die over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG beschikt; of

c)        een rechtspersoon die van de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst van de BAB een vergunning heeft gekregen om als bewaarder op te treden, die onderworpen is aan prudentiële regelgeving en voortdurend toezicht, die hetzelfde niveau hebben als de in Richtlijn 2006/48/EG geschetste regelgeving en toezicht en die voldoende financiële en professionele garanties kan bieden om de aan een bewaarder opgedragen taken op effectieve wijze te vervullen en te voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de vervulling van deze taken.

3 bis.  De bewaarder van een in de Unie gevestigd AB dat wordt beheerd door een vergunninghoudende BAB moet zijn statutaire zetel hebben in de lidstaat waar het AB is gevestigd.

De bewaarder van een in een derde land gevestigd AB dat wordt beheerd door een vergunninghoudende BAB moet zijn statutaire zetel hebben in de Unie, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)        de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst van de BAB en die van het derde land waar het AB is gevestigd, hebben samenwerkings– en gegevensuitwisselingsovereenkomsten gesloten;

b)        ten aanzien van het derde land waar het AB is gevestigd uit hoofde van punt 3, onder c), is vastgesteld dat bewaarders die in dat land gevestigd zijn, onderworpen zijn aan een effectieve prudentiële regelgeving( met inbegrip van minimumkapitaalvereisten) en een effectief prudentieel toezicht die hetzelfde effect hebben als de bepalingen van het Unierecht;

b bis)  de bewaarder is bij contract aansprakelijk jegens de BAB en de beleggers in het AB, overeenkomstig het bepaalde van de leden 5 en 5bis en stemt in met naleving van de leden 4 en 4bis;

c)        het derde land waar het AB is gevestigd wordt onderworpen aan een besluit overeenkomstig lid 3, onder c, waarin wordt vastgesteld dat de normen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voldoen aan de vereisten van de Financial Action Task Force en dezelfde strekking hebben als de vereisten van Richtlijn 2005/60/EG tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme(20);

d)        de lidstaat van herkomst van de BAB heeft met het derde land waar het AB gevestigd is een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelbelastingverdrag en waarborgt een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden.

e)        de bewaarder dient een bank te zijn of een gelijkaardige entiteit als de entiteiten waarnaar in lid 3 wordt verwezen, die voldoen aan de in punt c van dit lid vermelde voorwaarden.

3 ter.   De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van:

a)        algemene criteria om vast te stellen of de normen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme van derde landen, als bedoeld in lid 3 bis, punt c, voldoen aan de vereisten van de Financial Action Task Force en dezelfde strekking hebben als de vereisten van Richtlijn 2005/60/EG;

b)        algemene criteria om vast te stellen of de prudentiële regelgeving en het toezicht in derde landen, zoals bedoeld in lid 3bis, punt b, dezelfde strekking hebben als de in het Unierecht neergelegde bepalingen en doeltreffend worden geïmplementeerd.

3 quater. Op basis van de in lid 3ter bedoelde criteria stelt de Commissie overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast waarin wordt bepaald:

a)        dat de normen van het derde land ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voldoen aan de vereisten van de Financial Action Task Force en dezelfde strekking hebben als de vereisten van Richtlijn 2005/60/EG;

b)        dat de prudentiële regelgeving en het toezicht in een derde land dezelfde strekking hebben als de in het Unierecht neergelegde bepalingen en doeltreffend worden geïmplementeerd.

4.        Bewaarders mogen hun taken delegeren, voor zover het niet gaat om selectie van of toezicht- of controletaken in verband met hun subbewaarders en subbewaarnemers. Een bewaarder mag zijn taken niet in die mate delegeren dat hij een brievenbusmaatschappij wordt.

4 bis.  Bewaarders betrachten bij de selectie, aanwijzing, periodieke herziening en voortdurende controle van iedere derde aan wie zij onderdelen van hun takenpakket hebben gedelegeerd, en van de vervulling van de aan hen gedelegeerde taken, de benodigde bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding.

5.        De bewaarder is jegens BAB's en de beleggers in AB's aansprakelijk voor alle door hen geleden schade ten gevolge van opzettelijke of verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, tenzij dit verlies te wijten is aan overmacht. Bij verlies van financiële instrumenten die de bewaarder in bewaring heeft, kan de bewaarder zich alleen kwijten van zijn aansprakelijkheid als hij kan bewijzen dat het verlies een externe oorzaak had, niet voorzienbaar was en niet door hem had kunnen worden voorkomen.

Het feit dat een bewaarder heeft besloten een deel van zijn taken te delegeren aan een vergunninghoudende derde, zoals een subbewaarder of een subbewaarnemer, laat zijn aansprakelijkheid ten aanzien van BAB’s en beleggers onverlet. Bij verlies van financiële instrumenten die de bewaarder in bewaring heeft, heeft hij derhalve de primaire verplichting om – onverminderd de bestaande nationale voorschriften – de bewuste activa zo spoedig mogelijk aan het AB te restitueren. Dit vereiste geldt onverminderd gerechtelijke procedures.

De bewaarder kan ten behoeve van de AB-beleggers door dezen rechtstreeks, dan wel door tussenkomst van de BAB indirect worden aangesproken. ▌

5 bis.  Wanneer een bewaarder volgens de wetgeving van het land waar de BAB namens het AB actief is zijn bewaarnemingstaken niet mag uitoefenen of daartoe als gevolg van een niet te voorziene externe oorzaak niet in staat is, kan hij zich bij wijze van uitzondering op lid 5, van zijn aansprakelijkheid kwijten als hij kan bewijzen dat hij met betrekking tot zijn verplichtingen als bedoeld in lid 4bis voldoende zorgvuldigheid heeft betracht. Een dergelijke kwijting mag slecht één keer plaatsvinden. Er mag geen sprake zijn van een aansprakelijkheidsketen.

De aansprakelijkheid jegens de BAB en de beleggers kan, door middel van een schriftelijk contract tussen de bewaarder en de derde, worden overgedragen aan een vergunninghoudende derde aan wie zijn bewaarnemingstaak is toevertrouwd.

In de overeenkomst tussen de BAB en de bewaarder moet worden vastgelegd dat de BAB op de hoogte wordt gebracht van elk contract tussen de bewaarder en een derde partij voordat het van kracht wordt. Beleggers worden voordat zij in het AB beleggen eveneens over een dergelijk contract en over de gedeelde verantwoordelijkheid van de betrokken partijen geïnformeerd.

Wanneer er ten aanzien van een bewaarder uit een derde land besluiten zijn genomen uit hoofde van lid 3 quater, hoeft er geen contract als bedoeld in alinea 2 te worden gesloten.

5 ter.   Wanneer de overeenkomst tussen de bewaarder en een prime broker of subbewaarnemer voorziet in overdracht en hergebruik van activa overeenkomstig het geldende reglement of de geldende statuten van het AB, kan de bewaarnemer zich bij wijze van uitzondering op lid 5, van zijn aansprakelijkheid kwijten als hij kan bewijzen dat hij met betrekking tot zijn verplichtingen als bedoeld in lid 4bis voldoende zorgvuldigheid heeft betracht.

In de overeenkomst tussen de BAB en de bewaarder en de derde moet worden vastgelegd dat de BAB voor de uitvoering ervan in kennis wordt gesteld van een eventuele contractvoorwaarde die voorziet in overdracht en hergebruik van activa overeenkomstig de voor het AB geldende reglement.

Beleggers worden voordat zij in het AB beleggen over deze clausule en over de identiteit van de derde geïnformeerd. Beleggers worden met name geïnformeerd over iedere overdracht van aansprakelijkheid aan de derde, waaronder in geval van verlies van financiële instrumenten. In dat geval is de restitutietermijn in overeenstemming met de voorwaarden van de overeenkomst tussen de bewaarder en de derde.

5 quater.   De bewaarder stelt op verzoek aan de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst alle informatie ter beschikking die hij bij de uitvoering van zijn taken heeft verkregen en die de bevoegde autoriteiten nodig hebben voor het houden van toezicht op de BAB. Indien de lidstaat van herkomst van de BAB een andere is dan die van de bewaarder, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de bewaarder de ontvangen informatie onverwijld mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB.

5 quinquies.   De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ter nadere bepaling van de plichten en verantwoordelijkheden van bewaarders en de voorwaarden waaronder een AB-bewaarder een deel van zijn taken aan een derde mag delegeren.

AFDELING 4: DELEGATIE VAN BAB-TAKEN

Artikel 18

Delegatie

1.        BAB's die derden willen machtigen om een of meer van hun taken voor hen uit te voeren, stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst vooraf van elke delegatie van taken in kennis. De bevoegde autoriteiten kunnen binnen een maand weigeren toestemming te verlenen voor dergelijke delegaties.

Daarbij dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

a)        de derde moet kredietwaardig zijn en de personen die het bedrijf feitelijk leiden, staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring;

b)        wanneer de delegatie het portefeuille- of het risicobeheer dan wel het liquiditeitenbeheer betreft, moet de derde ook over een vergunning beschikken om als BAB een AB van hetzelfde type te beheren;

c)        de delegatie vormt geen belemmering voor een doeltreffend toezicht op de BAB's en mag met name niet verhinderen dat de BAB handelt, of dat het AB wordt beheerd, in het beste belang van haar beleggers;

d)        de BAB moet kunnen aantonen dat de derde gekwalificeerd is en in staat is om de betrokken taken te vervullen, dat deze met de nodige zorg is gekozen en dat de abf-beheerder in staat is om de gedelegeerde werkzaamheden daadwerkelijk in het oog te houden, te allen tijde verdere instructies aan de derde te geven en de delegatie met onmiddellijke ingang te herroepen wanneer dat in het belang van de beleggers is.

d bis)  de BAB stelt beleggers in kennis van de taken die zijn gedelegeerd en van degenen aan wie deze zijn gedelegeerd;

De BAB kan nadere instructies geven aan de onderneming waaraan op enig moment taken zijn gedelegeerd en kan de gegeven opdracht met onmiddellijke ingang intrekken wanneer het belang van de beleggers daarmee optimaal is gediend.

Taken worden in geen geval gedelegeerd aan de bewaarder, de taxateur of aan elke andere instelling waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van het AB of zijn beleggers.

BAB's onderwerpen de diensten van elke derde doorlopend aan een evaluatie.

2.        De aansprakelijkheid van BAB's blijft ▌bestaan wanneer zij taken aan een derde hebben gedelegeerd. De BAB delegeert geen taken in die mate dat hij in wezen niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.

3.        De derde mag geen van de aan hem gedelegeerde taken subdelegeren.

Hoofdstuk IV

Transparantievoorschriften

Artikel 19

Jaarverslag

1.         ▌BAB's stellen voor elk door hen beheerd AB een jaarverslag per boekjaar ter beschikking. Het jaarverslag wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar ter beschikking gesteld van de beleggers en de bevoegde autoriteiten of, wanneer informatie van derden wordt gevraagd, zoals de controle op eventuele onderliggende beleggingen van het AB, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar.

2.        Het jaarverslag bevat ten minste de volgende informatie:

a)        een balans of een vermogensstaat;

b)        een rekening van de inkomsten en uitgaven van het boekjaar;

c)        een verslag over de activiteiten van het verstreken boekjaar;

c bis)  de in artikel 20 bedoelde informatie, als deze in de loop van het boekjaar dat het verslag bestrijkt is veranderd;

c ter)   de beloningsbedragen, gesplitst in vaste en variabele beloning, die door de BAB en, in voorkomend geval, het AB worden uitbetaald.

3.        De in het jaarverslag vermelde boekhoudkundige informatie moet worden opgemaakt in overeenstemming met de in het reglement of de statuten van het bewuste AB vervatte boekhoudkundige normen of beginselen en worden gecontroleerd door een of meer personen die overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen(21) krachtens de wet bevoegd zijn om jaarrekeningen te controleren. De verklaring van deze personen en elk eventueel voorbehoud moeten integraal in elk jaarverslag worden opgenomen.

4.        De Commissie moet gedelegeerde handelingen vaststellen overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, ter verdere bepaling van de vorm en inhoud van het jaarverslag. Deze handelingen zijn gepast en evenredig en worden afgestemd op het soort BAB waarop zij van toepassing zijn en de AB's waarop het verslag betrekking heeft.

Artikel 20

Verstrekking van informatie aan beleggers

1.        BAB's zorgen ervoor dat AB-beleggers voordat zij in het AB beleggen, de volgende informatie ontvangen en in kennis worden gesteld van wijzigingen daarin:

a)        een beschrijving van de AB-beleggingsstrategie en -doelstellingen, het soort activa waarin het AB mag beleggen, de technieken die het daarbij mag toepassen, en alle risico's daarvan, regelingen voor hergebruik of overdracht van activa en bewaarnemingsregelingen, indien van toepassing, eventuele van toepassing zijnde beleggingsbeperkingen, de omstandigheden waaronder het AB van hefboomfinanciering gebruik mag maken, de toegestane soorten en bronnen van de hefboomfinanciering, de maximale hefboomfinanciering en de risico's daarvan, en beperkingen op het gebruik van hefboomfinanciering, alsmede het totale bedrag van de hefboomfinanciering, op periodieke basis;

a bis)  informatie over de vestigingsplaats van de onderliggende fondsen, indien het desbetreffende AB een dakfonds is;

a ter)  informatie over de vestigingsplaats van master-fondsen;

b)        een beschrijving van de procedures middels welke het AB zijn beleggingsstrategie, zijn beleggingsbeleid of beide kan wijzigen;

c)        een beschrijving van de juridische implicaties van de contractuele verhouding wordt aangegaan voor investeringen, met inbegrip van informatie over de rechterlijke bevoegdheid, de toepasselijke wetgeving en het (al dan niet) bestaan van rechtsinstrumenten die voorzien in de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen op het grondgebied waarop het fonds is gevestigd;

d)        de identiteit van de bewaarder, taxateur, auditor en andere dienstverleners van het AB, alsmede een beschrijving van hun taken en de rechten van de belegger, mochten zij hun verplichtingen niet nakomen;

e)        een beschrijving van alle gedelegeerde beheer-, waarderings- of bewaringstaken en de identiteit van de derde waaraan de functie of taak is gedelegeerd, met inbegrip van subbewaarnemers en prime brokers van het AB; een beschrijving van hun taken en verantwoordelijkheden en een beschrijving van de restrisico's waaraan beleggers kunnen worden blootgesteld in uitzonderlijke omstandigheden in verband met onvoorziene gebeurtenissen buiten de controle van de bewaarder of het BAB;

f)         een beschrijving van de AB-waarderingsprocedure en, indien van toepassing, van de modellen voor de waardering van activa, waaronder methoden die voor de moeilijk te waarderen activa worden gebruikt;

g)        een beschrijving van het beheer van het AB-liquiditeitsrisico, waaronder de terugbetalingsrechten onder zowel normale als uitzonderlijke omstandigheden, de bestaande terugbetalingsregelingen met beleggers, en de wijze waarop de BAB een billijke behandeling van beleggers waarborgt;

h)        een beschrijving van alle vergoedingen, kosten en uitgaven en van de maximumbedragen die direct of indirect ten laste komen van de beleggers;

i)         wanneer een belegger een preferentiële behandeling ten deel valt of het recht op een preferentiële behandeling verwerft, de identiteit van de belegger en een beschrijving van deze preferentiële behandeling, en of er een band bestaat tussen het BAB en die belegger;

j)         het meest recente jaarverslag.

j bis)   een beschrijving van de prestaties van het AB, vanaf zijn oprichting tot de recentste beoordeling;

j ter)   informatie over het verband tussen de toegepaste beleggingsbenadering en de traditionele beleggingsstrategieën (zoals aandelen of obligaties);

j quater)  iedere wijziging in de in artikel 17, lid 5, bedoelde aansprakelijkheidsregeling ten gevolge van een contractuele overeenkomst tussen het BAB en de bewaarder;

j quinquies)   een gedetailleerde beschrijving van de herkomst, de looptijd en het bedrag van de door het AB opgerichte fondsen, inclusief het directe of indirecte aandeel van de BAB die het AB beheert en van zijn vertegenwoordigers, bestuurders en medewerkers.

2.        Een BAB verstrekt de beleggers voor elk door hem beheerd AB periodiek informatie over:

a)        het percentage AB-activa waarvoor bijzondere regelingen gelden vanwege de illiquide aard ervan;

b)        eventuele nieuwe regelingen voor het beheer van de liquiditeit van het AB;

c)        het actuele risicoprofiel van het AB en de risicobeheersystemen waarmee de BAB deze risico's beheert.

3.        De Commissie moet via gedelegeerde handelingen in overeenstemming met de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater maatregelen vaststellen ter nadere uitwerking van de informatieverplichtingen van BAB's en de frequentie van de informatie als bedoeld in lid 2. Deze handelingen worden afgestemd op het soort BAB waarop zij van toepassing zijn.

Artikel 21

Rapportageverplichtingen jegens de bevoegde autoriteiten

1.        BAB's brengen aan de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst regelmatig verslag uit over de voornaamste markten en instrumenten waarin zij voor elk door hen beheerd AB handelen.

Zij verstrekken informatie over de voornaamste instrumenten waarin zij handelen, de beurzen waarvan zij lid zijn of waarop zij actief handelen, en de voornaamste posities en belangrijkste concentraties van elk door hen beheerd AB.

2.        Een BAB brengt aan de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst voor elk door hem beheerd AB regelmatig verslag uit over:

a)        het percentage AB-activa waarvoor bijzondere regelingen gelden vanwege de illiquide aard ervan;

b)        eventuele nieuwe regelingen voor het beheer van de liquiditeit van het AB;

c)        het actuele risicoprofiel van het AB en de risicobeheerinstrumenten waarmee de BAB deze risico's beheert;

c bis)  de totale hefboomfinanciering waarmee elk door hen beheerd AB werkt, een onderverdeling in hefboomfinanciering uit geleend geld of geleende effecten en hefboomfinanciering in de vorm van financiële derivaten en, indien bekend, de mate waarin AB- activa in het kader van hefboomfinancieringsregelingen worden hergebruikt. Daarbij wordt voor elk door de BAB beheerd AB de identiteit vermeld van de vijf grootste bronnen van geleend geld of geleende effecten en voor elk door de BAB beheerd AB de hefboomfinancieringsbedragen die van elke entiteit zijn ontvangen;

d)        de voornaamste categorieën activa waarin het AB heeft belegd;

e)        indien van toepassing, de gebruikmaking van baissetransacties in de verslaggevingsperiode;

e bis)  de vergoedingenstructuur en de aan de BAB betaalde bedragen;

e ter)   prestatiegegevens van het AB, met inbegrip van waardering van activa.

2 bis.  Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel kunnen de bevoegde autoriteiten BAB's die volgens hen systeemrisico's kunnen opleveren om aanvullende informatie verzoeken.

2 ter.   Onder uitzonderlijke omstandigheden en indien dit vereist is om de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen of duurzame groei op lange termijn te bevorderen, kan de EAEM aanvullende rapportage-eisen stellen.

3.        Een BAB zendt de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst voor elk door hem beheerd AB de volgende stukken toe:

a)        een jaarverslag van elk door hem beheerd AB over elk boekjaar, en wel binnen vier maanden na afloop van de periode waarop het betrekking heeft of, wanneer informatie van derden wordt gevraagd (zoals het auditverslag over eventuele onderliggende beleggingen van het AB) uiterlijk zes maanden na afloop van die periode;

b)        een gedetailleerd overzicht van alle door hem beheerde AB's aan het eind van elk kwartaal.

3 bis.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst doen het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) alle relevante informatie toekomen die nodig is ten behoeve van het toezicht op systeemrisico's, met inbegrip van een samenvatting van alle informatie waarnaar in de leden 2 en 3 wordt verwezen.

4.        De Commissie stelt, overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, gedelegeerde handelingen vast ter nadere uitwerking van de rapportageverplichtingen als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, alsmede van de frequentie daarvan.

Hoofdstuk V

Verplichtingen ten aanzien van BAB's die bijzondere soorten AB's beheren

AFDELING 1: VERPLICHTINGEN MET BETREKKING TOT BAB'S DIE AB'S MET HEFBOOMFINANCIERING BEHEREN

Artikel 22

Werkingssfeer

Deze afdeling is alleen van toepassing op BAB's die een of meer AB's beheren die ▌met hefboomfinanciering werken.

Artikel 23

Verstrekking van informatie aan beleggers

BAB's die een of meer AB's beheren die ▌met ▌hefboomfinanciering werken, maken voor elk van deze fondsen het volgende bekend:

a)        zij stellen de beleggers in kennis van de maximale hefboomfinanciering die zij voor het AB mogen gebruiken, alsmede van de rechten op hergebruik van zekerheden of de garanties die in het kader van de hefboomfinancieringsregeling zijn verleend;

b)        ze stellen de beleggers elk kwartaal in kennis van het totale bedrag van de hefboomfinanciering waarmee elk AB in het voorgaande kwartaal heeft gewerkt.

Artikel 24

Rapportage aan de bevoegde autoriteiten

▌        BAB's die een of meer AB's beheren die ▌ met ▌ hefboomfinanciering werken, verstrekken de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst informatie over de totale hefboomfinanciering waarmee elk door hen beheerd AB werkt, en een onderverdeling in hefboomfinanciering uit geleend geld of geleende effecten en hefboomfinanciering in de vorm van financiële derivaten.

Daarbij wordt voor elk door de BAB beheerd AB de identiteit vermeld van de vijf grootste bronnen van geleend geld of geleende effecten en voor elk door de BAB beheerd AB de hefboomfinancieringsbedragen die van elke entiteit zijn ontvangen.

Artikel 25

Gebruik van informatie door bevoegde autoriteiten, samenwerking tussen toezichthouders en restricties aan hefboomfinanciering

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst op basis van de ingevolge artikel 24 mede te delen informatie bepalen in hoever de gebruikmaking van hefboomfinanciering tot een toename van het systeemrisico in het financiële stelsel leidt, het gevaar van chaotische marktomstandigheden vergroot of risico's oplevert voor een duurzame groei van de economie.

2.        De lidstaten van herkomst zorgen ervoor dat alle ingevolge artikel 24 ontvangen informatie voor alle BAB's waarop zij toezicht houden, ter beschikking wordt gesteld van andere bevoegde autoriteiten en de EAEM middels de procedure van artikel 46 ▌. Als een onder hun verantwoordelijkheid vallende BAB mogelijk een belangrijke bron van tegenpartijrisico vormt voor een kredietinstelling of andere systeemrelevante instelling in andere lidstaten, melden zij dit eveneens middels dit mechanisme, alsook bilateraal aan andere rechtstreeks betrokken lidstaten.

2 bis.  De lidstaten zien erop toe dat BAB's hefboomfinancieringslimieten vaststellen voor elk AB dat zij beheren, daarbij onder andere rekening houdend met:

a)        het soort AB;

b)        hun strategie;

c)        hun hefboomfinancieringsbronnen;

d)        alle overige interrelaties of relevante connecties met andere instellingen voor financiële dienstverlening die systeemrisico's kunnen opleveren;

e)        de noodzaak om uitzetting van risico's op één en dezelfde tegenpartij te beperken;

f)         de mate waarin hefboomposities zijn afgedekt;

g)        de vraag in hoeverre het evenwicht tussen activa en passiva eventueel is verstoord;

h)        de schaal en wijze waarop en de mate waarin de BAB's op de betrokken markten actief zijn.

2 ter.   Elke bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de door een BAB vastgestelde hefboomfinancieringslimieten redelijk zijn en dat de BAB ten allen tijde de door BAB's vastgestelde hefboomfinancieringslimieten naleeft. Elke bevoegde autoriteit verstrekt de EAEM regelmatig de informatie die haar uit hoofde van artikel 24 is bezorgd. De EAEM kan, op grond van die informatie en met inachtneming van het advies van het ECSR, vaststellen of de hefboomfinanciering waarmee een BAB of een groep van BAB's werkt een wezenlijk risico vormt voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel en kan de vereiste herstelmaatregelen schetsen (met inbegrip van de limieten ter beperking van de hefboomfinanciering waarmee BAB's, of die groep van BAB's, mogen werken). De EAEM dient deze gegevens onverwijld door te geven aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten.

Om te waarborgen dat de door een BAB vastgestelde hefboomfinancieringslimieten redelijk zijn zorgt elke lidstaat ervoor dat zijn bevoegde autoriteit rekening houdt met de volgende criteria:

a)        de mate waarin dergelijke limieten het systeemrisico niet vergroten;

b)        de blootstelling van tegenpartijen;

c)        de mogelijke gevolgen voor de markten waarop de betrokken BAB opereert;

d)        de in andere lidstaten vastgestelde limiet voor vergelijkbare fondsen;

e)        het totaal van de gevolgen van hefboomfinanciering voor de economie;

f)          in het geval van een private-equity-AB en verwerving binnen de werkingssfeer van artikel 26, de verhouding tussen de financiële schuld die voor de verwerving is aangegaan en de winst voor aftrek van interest, belastingen, afschrijvingen op activa en afschrijvingen op leningen.

De EAEM stelt richtsnoeren vast betreffende de minimumvereisten waaraan de bevoegde autoriteiten zich moeten houden bij de vaststelling van dergelijke criteria.

2 quater.   Indien de EAEM krachtens lid 2 ter criteria vaststelt, voert de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van een BAB waarvoor zulks wordt vastgesteld, de besluiten van de EAEM uit.

3.        Om de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen en om duurzame groei van de economie te bevorderen stelt de Commissie gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater ter bepaling van de parameters op grond waarvan de EAEM criteria uit hoofde van lid 2 ter kan vaststellen.

4.        ▌De maatregelen van de EAEM en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst overeenkomstig dit artikel dienen tijdelijk ▌te zijn en te stroken met de krachtens lid 3 door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Afdeling 2: VERPLICHTINGEN MET BETREKKING TOT BAB'S DIE AB'S BEHEREN DIE EEN AANMERKELIJK BELANG OF EEN BEHEERSENDE INVLOED IN EEN ONDERNEMING VERWERVEN

Artikel 26

Werkingssfeer

1.        Deze afdeling is van toepassing op:

a)        BAB's die een of meer AB's beheren die hetzij individueel hetzij samen een beheersende invloed verwerven, bij voorbeeld wanneer zij 10%, 20%, 30% of 50% of meer van de stemrechten van een uitgevende instelling of van een niet-beursgenoteerde, in de Unie gevestigde onderneming verwerven;

b)        BAB's die met een of meer AB's een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan de door deze BAB's beheerde AB's een beheersende invloed verwerven, bij voorbeeld wanneer zij 10%, 20%, 30% of 50% of meer van de stemrechten van een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming kunnen verwerven.

1 bis.  Niet-beursgenoteerde ordernemingen die door een BAB worden beheerst, moeten voldoen aan de desbetreffende communautaire en nationale wetgeving inzake informatieverstrekking over vennootschappen.

2.        Deze afdeling is niet van toepassing wanneer ▌ in de niet-beursgenoteerde onderneming - met inbegrip van afhankelijke ondernemingen - minder dan 50 personen werkzaam zijn. ▌

3.        Deze afdeling wordt overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2002/14/EG toegepast.

Artikel 27

Kennisgeving van de verwerving van een aanmerkelijke en beheersende invloed in niet-beursgenoteerde ondernemingen

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een BAB in staat is om een beheersende invloed op een niet-beursgenoteerde onderneming te verwerven, deze BAB de niet-beursgenoteerde onderneming zelf en alle andere aandeelhouders in kennis stelt van de bij lid 2 voorgeschreven informatie.

De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer een BAB, die alleen of samen met een andere BAB optreedt, via een of meer AB's die hij beheert 10%, 20%, 30% of 50% van de stemrechten van een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming verwerft, deze BAB de uitgevende instelling dan wel de niet-beursgenoteerde onderneming, haar werknemersvertegenwoordigers of, bij ontstentenis daarvan, de werknemers zelf, de bevoegde autoriteit van de BAB en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming gevestigd is, in kennis stelt van de bij lid 2 voorgeschreven informatie.

Deze kennisgevingen worden zo spoedig mogelijk gedaan en in elk geval binnen vijf handelsdagen, waarvan de eerste dag de dag is waarop de BAB's de desbetreffende drempelwaarde heeft bereikt.

2.        De uit hoofde van lid 1 vereiste kennisgeving bevat de volgende informatie:

a)        de resulterende situatie wat de stemrechten betreft;

b)        de omstandigheden waaronder de desbetreffende drempel is bereikt, waaronder informatie over de volledige identificatie van de verschillende betrokken BAB's, AB's en aandeelhouders en van personen die samen met hen optreden, natuurlijke of rechtspersonen die namens hen stemrechten kunnen uitoefenen en, indien van toepassing, de keten van ondernemingen via welke stemrechten daadwerkelijk worden gehouden;

c)        de datum waarop de desbetreffende drempelwaarde is bereikt of overschreden.

Artikel 27 bis

Kapitaaltoereikendheid van doelondernemingen

Om de mogelijke verzilvering van waardevolle activa ("asset stripping") te voorkomen moeten de netto activa van een doelonderneming die wordt beheerst door een AB, voldoen aan de bepalingen inzake kapitaaltoereikendheid van de tweede vennootschapsrichtlijn.

Artikel 28

Informatieverstrekking bij de verwerving van een beheersende invloed in uitgevende instellingen of niet-beursgenoteerde ondernemingen

1.        Naast hetgeen op grond van artikel 27 vereist is, zorgen de lidstaten ervoor dat wanneer een BAB, die alleen of samen met een andere BAB optreedt, een beheersende invloed verwerft in een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming, met uitzondering van closed-end-fondsen, deze BAB de in de tweede en derde alinea genoemde informatie zo spoedig mogelijk ter kennis brengt van de bevoegde autoriteit gvan de BAB en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming is gevestigd, van de uitgevende instelling, de niet-beursgenoteerde onderneming, hun aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers of, bij ontstentenis van dergelijke vertegenwoordigers, de werknemers zelf.

Bij uitgevende instellingen stelt de BAB de in artikel 6, lid 3, van Richtlijn 2004/25/EG bedoelde informatie ter beschikking van de betrokken uitgevende instelling, haar aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers

Bij uitgevende instellingen en niet-beursgenoteerde ondernemingen stelt de BAB het navolgende ter beschikking:

a)        geplande belangrijke afstotingen van activa;

b)        het beleid om belangenconflicten, en met name belangenconflicten tussen de uitgevende instelling en de BAB, te voorkomen en te beheren;

c)        het beleid inzake de externe en interne communicatie van de uitgevende instelling, met name wat het personeel betreft.

d)        de identiteit van de BAB die hetzij individueel hetzij in afspraak met andere BAB's een beheersende invloed heeft bereikt;

f)         het beleid om belangenconflicten, en met name belangenconflicten tussen de niet-beursgenoteerde onderneming en de BAB, te voorkomen en te beheren;

g)        de terzake van de ondernemingsstrategie en het werkgelegenheidsbeleid voor het sluiten van juridische overeenkomsten bevoegde persoon of personen.

▌2 bis. Wanneer een BAB, die alleen of samen met een andere BAB optreedt, het punt heeft bereikt waarop hij controlerechten kan uitoefenen, moet de doelonderneming de vertegenwoordigers van haar personeel, of indien die er niet zijn, haar werknemers zelf uitvoerig en tijdig over de overname informeren door hen alle relevante documentatie voor te leggen waarnaar in artikel 9, lid 5, van Richtlijn 2004/25/EG verwezen wordt, op voorwaarde en in die mate dat het functioneren van het bedrijf niet in gevaar wordt gebracht.

Artikel 29

Bijzondere bepalingen inzake het jaarverslag van AB's die een beheersende invloed in uitgevende instellingen of niet-beursgenoteerde ondernemingen uitoefenen

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat BAB's de bij lid 2 voorgeschreven informatie voor elk door hen beheerd AB opnemen in het in artikel 19 bedoelde jaarverslag.

2.        Het AB-jaarverslag bevat voor elke uitgevende instelling en niet-beursgenoteerde onderneming waarin het AB een beheersende invloed heeft, de volgende aanvullende informatie:

a)        wat de financiële ontwikkelingen en de kapitaalstructuur betreft, o.a. een overzicht van de inkomsten en winst per bedrijfssegment, een verklaring over de ontwikkeling van de financiële situatie van de onderneming, een analyse van de verwachte verdere ontwikkeling van de financiële situatie, en een verslag over de gebeurtenissen van betekenis die in het boekjaar hebben plaatsgevonden en over de onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen;

b)        wat de financiële en andere risico's betreft, ten minste de financiële risico's van de kapitaalstructuur;

c)        wat personeelszaken betreft, het personeelsverloop, beëindigingen van dienstverband, werving van nieuw personeel, beloningsbeleid en andere arbeidsvoorwaarden;

d)        een overzicht van belangrijke afstotingen van activa.

d bis)  eventueel milieubeleid;

d ter)  een eventueel vergoedingspakket voor beheerders;

d quater)        na verkoop, de verkoopprijs en de behaalde winst;

d quinquies)  eventuele belangrijke wijzigingen met betrekking tot de bedrijfsvestigingen van de uitgevende instelling of particuliere onderneming zodra de wijziging heeft plaatsgevonden.

2 bis.  Voorts bevat het AB-jaarverslag voor elke uitgevende instelling waarin een BAB een beheersende invloed uitoefent in de zin van artikel 28, de volgende informatie:

a)        de samenstelling en werkwijze van de bestuurlijke instanties en beheer- en controle-instanties en van de commissies van deze instanties;

b)        gedetailleerde informatie over de houders van effecten waaraan bijzondere zeggenschapsrechten verbonden zijn, en een beschrijving van deze rechten;

c)        of de aandelen op naam of aan toonder luiden, indien de nationale wetgeving in deze twee vormen voorziet, alsmede alle bepalingen inzake de omwisseling daarvan, tenzij de wijze waarop deze plaatsvindt bij de wet is geregeld;

d)        het bedrag van het geplaatste kapitaal dat is gestort bij de oprichting van de onderneming of op het tijdstip waarop zij toestemming verkrijgt om haar werkzaamheden aan te vangen.

3.        De BAB verstrekt bij elk door hem beheerd AB waarvoor hij aan de vereisten van deze afdeling is onderworpen, aan alle werknemersvertegenwoordigers van de in artikel 26, lid 1, bedoelde onderneming in kwestie, aan de bevoegde instantie van de BAB en aan de bevoegde instantie van de lidstaat waar de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming gevestigd is, binnen de in artikel 19, lid 1, genoemde periode de in lid 2 bedoelde informatie.

Artikel 30

Bijzondere bepalingen inzake ondernemingen waarvan de aandelen niet meer tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten

Wanneer de aandelen van een uitgevende instelling na een verwerving van een beheersende invloed of het bereiken van een aanmerkelijke invloed in deze instelling niet meer worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, blijft zij, gerekend vanaf de dag waarop zij de gereglementeerde markt heeft verlaten, nog één jaar lang voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2004/109/EG.

Hoofdstuk VI

Beheer en verhandeling door BAB's

Artikel 31

Verhandeling van aandelen of rechten van deelneming in AB's in de lidstaat van herkomst

1.        Een vergunninghoudende BAB mag aandelen of rechten van deelneming in AB's verhandelen aan professionele beleggers in de lidstaat van herkomst zodra aan de voorwaarden van dit artikel is voldaan.

2.        De BAB zendt de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst een kennisgeving van zijn voornemen om een AB te verhandelen, en doet dit voor elk AB afzonderlijk.

Die kennisgeving bevat de volgende informatie:

a)        om welk AB het gaat en waar het gevestigd is;

b)        het AB-reglement of de AB-statuten;

b bis)  wie de bewaarder is van het AB;

c)        een beschrijving van, of voor beleggers beschikbare informatie over, het AB;

d)        de regelingen waarmee wordt voorkomen dat rechten van deelneming of aandelen in dit AB aan kleine beleggers worden verhandeld. Dit geldt ook voor gevallen waarin de BAB beleggingsdiensten voor zijn AB laat verzorgen door onafhankelijke entiteiten.

3.        Uiterlijk 20 werkdagen na ontvangst van een volledige kennisgeving ingevolge lid 2 delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de BAB mede of hij het AB dat genoemd wordt in de in lid 2 bedoelde kennisgeving mag gaan verhandelen.

Afhankelijk van de in alinea 3 bedoelde gedelegeerde handelingen mogen de bevoegde autoriteiten ingevolge dit artikel restricties of voorwaarden verbinden aan de verhandeling van AB's.

De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig de artikelen 49, 49 bis en 49 ter ter uitwerking van de soorten restricties of voorwaarden die overeenkomstig de tweede alinea van dit lid mogen worden verbonden aan de verhandeling van AB's. ▌

4.        Onverminderd artikel 32, lid 1, zorgen de lidstaten ervoor dat door BAB's beheerde AB's alleen aan professionele beleggers worden verhandeld.

5.        Krachtens hoofdstuk VII is dit artikel van toepassing op een in de Unie of in een derde land gevestigd AB.

Artikel 32

Mogelijkheid voor de lidstaten om de verhandeling van AB's aan kleine beleggers toe te staan

1.        De lidstaten mogen de verhandeling van AB's aan kleine beleggers op hun grondgebied toestaan.

Daartoe mogen de lidstaten BAB's of het AB geen aanvullende verplichtingen opleggen. De EAEM zal voor dit doel richtsnoeren vaststellen.

1 bis.  De lidstaten staan de verkoop van AB's aan kleine beleggers op hun grondgebied niet toe wanneer een AB voor meer dan 30% belegt in andere AB's die niet over het Europees handelspaspoort beschikken.

2.        De lidstaten die de verhandeling van AB's aan kleine beleggers op hun grondgebied toestaan, stellen de Commissie en de EAEM binnen een jaar na de in artikel 54, lid 1, genoemde datum in kennis van:

a)        de soorten AB'S die BAB's op hun grondgebied aan kleine beleggers mogen verhandelen;

b)        de eventuele aanvullende verplichtingen die de lidstaten opleggen in verband met de verhandeling van AB's aan kleine beleggers op hun grondgebied, overeenkomstig de in lid 1 bedoelde richtsnoeren van de EAEM.

De lidstaten stellen de Commissie en de EAEM ook in kennis van eventuele latere wijzigingen in de eerste alinea.

Artikel 33

Voorwaarden voor verhandeling in andere lidstaten

1.        Wanneer een vergunninghoudende BAB de rechten van deelneming of aandelen in een door hem beheerd AB in een andere lidstaat aan professionele beleggers wil verkopen, zendt hij de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst de volgende informatie toe:

a)        een kennisgeving, met daarin een programma van werkzaamheden, waarin wordt vermeld om welk abf het gaat en waar het gevestigd is;

b)        het AB-reglement of de AB-statuten;

b bis)  wie de bewaarder is van het AB;

c)        een beschrijving van, of voor beleggers beschikbare informatie over het AB;

d)        de vermelding van de lidstaat waarin hij de rechten van deelneming of aandelen in een AB dat hij beheert, aan professionele beleggers wil verhandelen;

e)        de regelingen die voor de verhandeling van BAB's zijn getroffen, en indien van toepassing, de regelingen waarmee wordt voorkomen dat rechten van deelneming of aandelen in dit AB's aan kleine beleggers worden verhandeld.

2.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst zenden uiterlijk 20 werkdagen na ontvangst van de volledige documentatie deze documentatie in haar geheel door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het AB zal worden verhandeld. Zij voegen een verklaring bij dat de betrokken BAB een vergunning heeft.

3.        Na doorzending van de documentatie stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de BAB onverwijld daarvan in kennis. De BAB kan vanaf de datum van deze kennisgeving het AB in de lidstaat van ontvangst gaan verhandelen.

4.        De in lid 1, onder e), bedoelde regelingen zijn onderworpen aan het recht en het toezicht van de lidstaat van ontvangst.

5.        De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde kennisgeving en de in lid 2 bedoelde verklaring zijn gesteld in een taal die in de internationale financiële wereld gebruikelijk is.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten toestaan dat de in lid 2 bedoelde documenten elektronisch worden doorgezonden en ingediend.

6.        In geval van wijziging van de overeenkomstig lid 2 verstrekte gegevens stelt de BAB de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst schriftelijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst onverwijld in kennis van deze wijzigingen.

7.        De Commissie stelt, overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, gedelegeerde handelingen vast ter nadere bepaling van:

a)        de vorm en de inhoud van een standaardmodel van de kennisgeving;

b)        de vorm en de inhoud van een standaardmodel van de verklaring.

8.        Krachtens hoofdstuk VII is dit artikel van toepassing op een in de Unie of in een derde land gevestigd AB.

Artikel 34

Voorwaarden voor het beheer in andere lidstaten

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat een vergunninghoudende BAB voor een in een andere lidstaat gevestigd AB hetzij rechtstreeks hetzij middels vestiging van een bijkantoor beheerdiensten kan verrichten, mits de BAB een vergunning heeft om dit type AB te beheren.

2.        Een BAB die voor de eerste maal voor een in een andere lidstaat gevestigd AB beheerdiensten wil verrichten, zendt de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst de volgende informatie toe:

a)        de lidstaat waarin hij hetzij rechtstreeks hetzij middels vestiging van een bijkantoor beheerdiensten wil verrichten;

b)        een programma van werkzaamheden waarin met name wordt vermeld welke diensten hij wil verlenen en welk AB hij wil beheren.

3.        Indien de BAB een bijkantoor wil vestigen, verstrekt hij naast de in lid 2 genoemde documentatie ook de volgende informatie:

a)        de organisatiestructuur van het bijkantoor;

b)        het adres in de lidstaat van herkomst waar documenten kunnen worden opgevraagd;

c)        de namen van degenen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van het bijkantoor.

4.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst zenden uiterlijk een maand na ontvangst van de volledige documentatie als bedoeld in lid 2, en indien van toepassing in lid 3, deze documentatie in haar geheel door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de beheerdiensten zullen worden verricht, en voegen een verklaring bij dat zij de betrokken BAB een vergunning hebben verleend. Zij stellen de BAB onmiddellijk in kennis van die toezending.

Na ontvangst van de kennisgeving van doorzending kan de BAB zijn diensten in de lidstaat van ontvangst gaan verrichten.

5.        De lidstaat van ontvangst leggen de betrokken BAB geen aanvullende verplichtingen op in verband met de aangelegenheden die door deze richtlijn worden bestreken.

6.        In geval van wijziging van de overeenkomstig lid 2, en indien van toepassing, van de overeenkomstig lid 3 verstrekte gegevens stelt de BAB de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst schriftelijk van de desbetreffende wijziging in kennis, zulks ten minste een maand voordat de wijziging plaatsvindt.

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis van deze wijzigingen.

6 bis.  De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de toereikendheid van de regelingen en de organisatie van de BAB, zodat hij kan voldoen aan de verplichtingen en regels met betrekking tot de samenstelling en werking van alle AB's die hij beheert.

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de beheerdiensten zullen worden verricht zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving door de BAB van de regelgeving van die lidstaat met betrekking tot de samenstelling en werking van AB's, inclusief de regelingen voor de verhandeling daarvan.

Om eventuele inbreuken op de onder hun bevoegdheid vallende regels tegen te gaan, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de beheerdiensten worden verricht kunnen rekenen op de medewerking van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB. Zo nodig kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de beheerdiensten worden verricht bij wijze van ultieme maatregel en na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB daarvan in kennis te hebben gesteld, directe stappen tegen de BAB ondernemen.

Hoofdstuk VIIBijzondere regelgeving met betrekking tot derde landen

Artikel 35

Voorwaarden voor de verhandeling in de Unie van AB's die in een derde land zijn gevestigd

1.        Een BAB met een vergunning in de Unie of, uit hoofde van lid 2, een BAB die in een derde land is gevestigd, mag alleen aandelen of rechten van deelneming in een, in een derde land gevestigd AB verhandelen aan professionele beleggers die in de Unie zijn gevestigd als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)        een samenwerkingsovereenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat en de toezichthouder op de BAB zorgt voor een efficiënte uitwisseling van alle informatie die van belang is voor de monitoring van de mogelijke gevolgen van de werkzaamheden van de AB's;

b)        een besluit van de Commisssie over het derde land waarin wordt verklaard dat de normen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voldoen aan de vereisten van de Financial Action Task Force en dezelfde strekking hebben als de vereisten van Richtlijn 2005/60/EG;

c)        het derde land heeft met de lidstaat waarin de vergunning wordt aangevraagd, en met elke andere lidstaat waar die aandelen of rechten van deelneming verhandeld zouden moeten worden, een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt. alsmede

d)        het derde land is het voorwerp van een besluit van de Commissie waarin wordt verklaard dat het BAB's die in de Unie zijn gevestigd daadwerkelijke toegang tot de markt verleent die vergelijkbaar is met die welke de Unie toekent aan BAB's uit dat derde land;

2.        Een BAB die in een derde land gevestigd is, mag alleen uit hoofde van dit artikel aandelen of rechten van deelneming in een AB dat in een derde land gevestigd is, verhandelen als hij voldoet aan het bepaalde in artikel 39bis.

2 bis.  Onverminderd andere toepasselijke rapportagevoorschriften inzake het bestrijden van het witwassen van geld, moeten verdachte transacties overeenkomstig Richtlijn 2005/60/EG in verband met rechtstreekse of niet-rechtstreekse beleggingen in AB's die in derde landen zijn gevestigd, door beleggers die in de Unie woonachtig zijn, in de lidstaat worden gemeld waar deze belegger verblijft.

3.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van:

a)        algemene criteria om vast te stellen of de normen ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme van derde landen, als bedoeld in lid 1 voldoen aan de vereisten van de Financial Action Task Force en dezelfde strekking hebben als de vereisten van Richtlijn 2005/60/EG;

b)        algemene criteria om uit te maken of derde landen BAB's uit de Unie een daadwerkelijke toegang verlenen die vergelijkbaar is met die welke de Unie toekent aan BAB's uit die derde landen.

4         Op basis van de in lid 3 bedoelde criteria stelt de Commissie overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast waarin wordt bepaald:

a)        dat de normen van het derde land ter voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voldoen aan de vereisten van de Financial Action Task Force en dezelfde strekking hebben als de vereisten van Richtlijn 2005/60/EG;

b)        dat een derde land BAB's uit de Unie een daadwerkelijke toegang tot de markt verleent die vergelijkbaar is met die welke de Unie toekent aan BAB's uit dat derde land.

Artikel 35 bis

Voorwaarden om te beleggen in AB's die in een derde land zijn gevestigd

1.        Een professionele belegger die in de Unie is gevestigd mag alleen beleggen in aandelen of rechten van deelneming van een, in een derde land gevestigd AB als aan alle in artikel 35 bedoelde voorwaarden met betrekking tot dat derde land is voldaan.

2.        Een professionele belegger die in de Unie is gevestigd mag niet beleggen in aandelen of rechten van deelneming van een, in een derde land gevestigd AB als niet voldaan is aan een bepaalde, in artikel 35 bedoelde voorwaarde met betrekking tot dat derde land.

Alle regels inzake maatregelen en sancties die krachtens artikel 43 zijn vastgesteld, zijn van toepassing op overtredingen van deze bepalingen door beleggers.

3.        Na overleg met de EAEM stelt de Commissie vast welke derde landen aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoen.

Artikel 36

Delegatie door de BAB van administratieve taken aan een entiteit die in een derde land is gevestigd

De lidstaten verlenen een BAB uitsluitend toestemming om administratieve diensten te delegeren aan entiteiten die in een derde land zijn gevestigd, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

-a)       de bedoelde activa bevinden zich in een derde land;

a)        de vereisten van artikel 18 worden in acht genomen;

b)        de entiteit heeft een vergunning om administratieve diensten te verrichten of is ingeschreven in het register van het derde land waar zij is gevestigd, en is aan prudentieel toezicht onderworpen;

c)        er bestaat een passende samenwerkingsovereenkomst tussen de bevoegde autoriteit van de BAB en de toezichthoudende autoriteit van de entiteit.

Artikel 37

In een derde land gevestigde taxateur

1.        De lidstaten staan alleen de benoeming van een in een derde land gevestigde taxateur toe, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

-a)       de bedoelde activa bevinden zich in een derde land;

a)        de vereisten van artikel 16 worden in acht genomen;

b)        ten aanzien van het derde land is uit hoofde van lid 3 vastgesteld dat de waarderingsstandaarden en –regels van taxateurs die op zijn grondgebied zijn gevestigd, gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie van toepassing zijn.

2.        De Commissie stelt overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast voor de criteria voor de toetsing van de gelijkwaardigheid van de waarderingsstandaarden en –regels van derde landen, als bedoeld in lid 1, onder b).

3.        Op basis van de criteria uit hoofde van lid 2 stelt de Commissie overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater gedelegeerde handelingen vast waarin wordt bepaald dat de waarderingsstandaarden en –regels in de wetgeving van een derde land gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie van toepassing zijn.

De Commissie zorgt ervoor dat deze handelingen in werking treden vóór …(22)*.

Artikel 39 bis

In derde landen gevestigde BAB's

1.        De lidstaten zorgen ervoor dat BAB's die in een derde land zijn gevestigd, aandelen of rechten van deelneming in AB's die zij beheren mogen verhandelen aan professionele beleggers op hun grondgebied, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)        het derde land, waar de BAB is gevestigd, vervult de in artikel 35 bedoelde voorwaarden;

b)        de BAB komt met de EAEM overeen zich aan deze richtlijn te houden, waarbij de nodige wijzigingen worden aangebracht om rekening te houden met het feit dat de BAB in het derde land is gevestigd;

c)        er is een overeenkomst tussen de EAEM en de bevoegde autoriteit van het derde land overeenkomstig lid 3; alsmede

d)        als de BAB aandelen of rechten van deelneming van een, in een een ander derde land gevestigd AB wenst te verhandelen, is ook voldaan aan de voorwaarden van artikel 35 met betrekking tot het derde land van die AB.

2.        De lidstaten zorgen ervoor dat BAB's die in een derde land zijn gevestigd, beheerdiensten op hun grondgebied mogen verrichten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)        het derde land, waar de BAB is gevestigd, vervult de in artikel 35 bedoelde voorwaarden;

b)        de BAB komt met de EAEM overeen zich aan deze richtlijn te houden, waarbij de nodige wijzigingen worden aangebracht om rekening te houden met het feit dat de BAB in het derde land is gevestigd;

c)        er bestaat overeenstemming tussen de EAEM en de bevoegde autoriteit van het derde land overeenkomstig lid 3.

3.        De in de leden 1 en 2 bedoelde afspraken behelzen:

a)        een delegatie van de bevoegdheden die de EAEM krachtens deze richtlijn met betrekking tot de BAB heeft aan de bevoegde autoriteit van het derde land;

b)        de toezegging van de bevoegde autoriteit van het derde land om de bevoegdheden van de EAEM met betrekking tot de BAB uit te oefenen; alsmede

c)        de toezegging van de BAB om in het kader van deze richtlijn opkomende geschillen voor te leggen rechtbanken in de Unie.

4.        De EAEM registreert elke overeenkomst krachtens dit artikel en kan deze herroepen als de BAB zich niet houdt aan de richtlijn of als de bevoegde autoriteit niet aan haar verplichtingen voldoet. De EAEM stelt de bevoegde autoriteit van het derde land in kennis van elke herroeping.

5.        De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, ter verdere bepaling van de in leden 1en 2 bedoelde overeenkomsten.

Artikel 39 ter

Toepassing en evaluatie van overeenkomsten

De Commissie zorgt voor de vaststelling en regelmatige evaluatie van de normen die van toepassing zijn op de overeenkomsten die krachtens dit hoofdstuk met derde landen worden gesloten.

De Commissie evalueert met de lidstaten periodiek de overeenkomsten die krachtens dit hoofdstuk met derde landen zijn gesloten, ten einde te verifiëren of deze derde landen daadwerkelijk voldoen aan de bepalingen in deze overeenkomsten. De Commissie stelt een rapport met de resultaten van de evaluaties ter beschikking van de lidstaten, die deze in aanmerking nemen bij hun beslissingen over de verlening, opschorting of intrekking van afgegeven of af te geven vergunningen krachtens deze richtlijn.

De Commissie stelt, overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, gedelegeerde handelingen vast voor nadere omschrijving van de procedure voor de vaststelling en herziening van normen, de evaluatie van de toepassing van overeenkomsten en de voorwaarden voor waarborging van effectieve samenwerking, alsmede van de consequenties van het rapport voor vergunningen.

De Commissie dient daarover een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad, indien nodig vergezeld van voorstellen voor herziening van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk VIIIBevoegde instanties

Deel 1: Aanwijzing, bevoegdheden en verhaalprocedures

Artikel 40

Aanwijzing van bevoegde instanties

De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteiten aan die de in deze richtlijn vermelde taken moeten uitoefenen.

De bevoegde autoriteiten zijn overheidslichamen of door de overheid aangewezen instanties.

Elke lidstaat schrijft voor dat de bevoegde autoriteiten passende methoden moeten uitwerken om erop toe te zien dat BAB's voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn op basis van de richtsnoeren van de EAEM.

Wanneer een lidstaat meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, stelt hij de Commissie en de EAEM daarvan in kennis, onder vermelding van een eventuele taakverdeling.

Artikel 41

Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

1.        Aan de bevoegde autoriteiten worden alle toezichthoudende en onderzoeksbevoegdheden verleend die nodig zijn voor de vervulling van hun taken. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend op een van de volgende wijzen:

a)        rechtstreeks;

b)        in samenwerking met andere autoriteiten;

c)        op hun verantwoordelijkheid middels delegatie aan entiteiten waaraan taken zijn gedelegeerd;

d)        middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2.        De bevoegde autoriteiten beschikken ten minste over de volgende onderzoeksbevoegdheden, die te allen tijde kunnen worden uitgeoefend:

a)        toegang ▌tot ieder document, in enigerlei vorm, en een afschrift daarvan te ontvangen;

b)        aanvullende inlichtingen te verlangen van iedere persoon en zo nodig een persoon op te roepen en te ondervragen om inlichtingen te verkrijgen;

c)        aangekondigde en onaangekondigde inspecties ter plaatse te verrichten;

d)        bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer te verlangen;

d bis)  een tijdelijk verbod op beroepsuitoefening op te leggen;

d ter)  er op passende wijze voor te zorgen dat BAB's en bewaarders blijven voldoen aan de relevante wetgeving;

d quater)     strafrechtelijke vervolgingsprocedures in te leiden bij de bevoegde rechterlijke instanties;

d quinquies) te verlangen dat elke praktijk die in strijd is met de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde bepalingen wordt beëindigd;

d sexies)      de bevriezing van of beslaglegging op activa te eisen;

d septies)     van BAB's, bewaarders of accountants te verlangen dat zij informatie verstrekken;

d octies)       in het belang van de deelnemers of in het algemeen belang de opschorting te verlangen van de uitgifte, inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming;

d nonies)     aan BAB's of bewaarders verstrekte vergunningen in te trekken.

Artikel 42

Bevoegdheden van de EAEM

De EAEM zorgt voor de vaststelling en regelmatige evaluatie van richtsnoeren voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de uitoefening van hun bevoegdheden inzake de verlening van vergunningen en voor de rapportageverplichtingen krachtens deze richtlijn.

De EAEM beschikt over de nodige bevoegdheden beschikken, met inbegrip van de in artikel 41, lid 2, bedoelde, om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om een ordelijke werking van de markten te waarborgen in gevallen waarin de ordelijke werking van een markt voor een financieel instrument in gevaar kan komen door de werkzaamheden van een of meer AB's op die markt.

Artikel 43

Administratieve sancties

-1.       De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van maatregelen en sancties die gelden voor overtredingen van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde bepalingen van nationaal recht en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze voorschriften ook worden gehandhaafd.

1.        Onverminderd de voor de intrekking van de vergunning geldende procedures en onverminderd het recht van de lidstaten tot het opleggen van strafrechtelijke sancties dragen de lidstaten er zorg voor dat overeenkomstig de richtsnoeren van de EAEM en hun nationale wetgeving passende administratieve maatregelen of administratieve sancties kunnen worden opgelegd aan de verantwoordelijke personen indien de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde bepalingen niet worden nageleefd. De lidstaten zien erop toe dat deze maatregelen doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.        De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteit iedere maatregel of sanctie die wordt opgelegd voor schending van de bij deze richtlijn aangenomen bepalingen openbaar mag maken, tenzij deze openbaarmaking de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen of onevenredige schade zou toebrengen aan de betrokken partijen.

Artikel 44

Rechtsmiddelen

De lidstaten zorgen ervoor dat elk besluit dat is genomen op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig deze richtlijn zijn vastgesteld, naar behoren gemotiveerd is, ter kennis wordt gebracht van degene tot wie het is gericht, en dat daarentegen beroep openstaat bij de rechter.

Beroep op de rechter is ook mogelijk wanneer er binnen twee maanden na indiening van een vergunningsaanvraag die alle vereiste gegevens bevat, geen beslissing dienaangaande is genomen.

AFDELING 2

SAMENWERKING TUSSEN DE VERSCHILLENDE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Artikel 45

Verplichting tot samenwerking

1.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaten werken onderling alsmede met de EAEM en de ECSR samen wanneer dat nodig is voor de vervulling van hun taken uit hoofde van deze richtlijn of voor de uitoefening van hun bevoegdheden uit hoofde van deze richtlijn of het nationale recht.

2.        De lidstaten bevorderen de samenwerking in het kader van deze afdeling.

3.        De bevoegde autoriteiten wenden hun bevoegdheden ten behoeve van de samenwerking aan, zelfs in de gevallen waarin de onderzochte gedraging niet strijdig is met in de betrokken lidstaat van kracht zijnde regelgeving.

4.        De bevoegde autoriteiten van de lidstaten voorzien elkaar onmiddellijk van alle gegevens die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze richtlijn.

5.        Overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater stelt de Commissie gedelegeerde handelingen vast betreffende de procedures voor de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.

De Commissie zorgt ervoor dat deze handelingen in werking treden vóór …*.

Artikel 46

Uitwisseling van informatie in verband met de potentiële systeemimplicaties van BAB-activiteiten

1.        De bevoegde autoriteiten die in het kader van deze richtlijn verantwoordelijk zijn voor de vergunningverlening aan en het toezicht op BAB's, verstrekken de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten informatie die van belang is voor de monitoring en aanpak van de mogelijke gevolgen van de werkzaamheden van individuele BAB's of alle BAB's samen voor de stabiliteit van systeemrelevante financiële instellingen en voor een ordelijke werking van de markten waarop BAB's actief zijn. De informatie wordt ook toegezonden aan het ECSR en de EAEM, die de informatie aan de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten doorzenden.

2.        Elk kwartaal verstrekt de bevoegde autoriteit het Economisch en Financieel Comité dat bij artikel 134 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is ingesteld, geaggregeerde informatie over de werkzaamheden van BAB's die onder haar verantwoordelijkheid vallen.

3.        De Commissie stelt, overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, gedelegeerde handelingen vast voor de vorm, inhoud en frequentie van de informatie die uit hoofde van lid 1 moet worden uitgewisseld.

De Commissie zorgt ervoor dat deze handelingen in werking treden vóór …(23)*.

Artikel 47

Samenwerking bij toezichtactiviteiten

1.        De bevoegde autoriteiten van een lidstaat kunnen om de medewerking van de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat verzoeken bij toezichtactiviteiten of voor verificatie ter plaatse of bij een onderzoek op het grondgebied van laatstgenoemde autoriteiten in het kader van hun bevoegdheden uit hoofde van deze richtlijn. Ze stellen de EAEM hiervan onmiddellijk in kennis.

Wanneer een bevoegde autoriteit een verzoek met betrekking tot een verificatie ter plaatse of bij een onderzoek ontvangt, zal zij daaraan op een van de volgende wijzen gevolg geven:

a)        zij verricht de verificatie of het onderzoek zelf;

b)        zij verleent de verzoekende autoriteit toestemming om de verificatie of het onderzoek te verrichten; of

c)        zij staat toe dat de verificatie of het onderzoek wordt verricht door een auditor of deskundige.

Bij de uitvoering van de in dit lid bedoelde verificatie of het in dit lid bedoelde onderzoek, houden de bevoegde autoriteiten rekening met alle opmerkingen die de EAEM in dit opzicht heeft gemaakt.

2.        In het in lid 1, onder a), genoemde geval kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat die om medewerking heeft verzocht, vragen dat leden van haar eigen personeel meegaan met het personeel dat de verificatie of het onderzoek verricht. De algemene verantwoordelijkheid voor de verificatie of het onderzoek blijft evenwel voorbehouden aan de lidstaat op wiens grondgebied de verificatie of het onderzoek plaatsvindt.

In het in lid 1, onder b), genoemde geval kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat op wiens grondgebied de verificatie of het onderzoek plaatsvindt, vragen dat leden van haar eigen personeel meegaan met het personeel dat de verificatie of het onderzoek verricht.

3.        De bevoegde autoriteiten kunnen alleen weigeren informatie uit te wisselen of in te gaan op een verzoek om medewerking bij het verrichten van een onderzoek of verificatie ter plaatse, wanneer:

a)        een onderzoek, verificatie ter plaatse of uitwisseling van informatie zou gevaar kunnen opleveren voor de soevereiniteit, de veiligheid of de openbare orde van de aangezochte lidstaat;

b)        voor dezelfde feiten en tegen dezelfde personen is reeds een gerechtelijke procedure ingeleid bij de autoriteiten van de aangezochte lidstaat;

c)        tegen dezelfde personen en voor dezelfde feiten in de aangezochte lidstaat is reeds een onherroepelijke uitspraak gedaan.

De bevoegde autoriteiten stellen de verzoekende bevoegde autoriteiten in kennis van elke beslissing die op grond van de eerste alinea is genomen, met opgave van de redenen daarvoor.

4.        De Commissie stelt, overeenkomstig de artikelen 49 bis, 49 ter en 49 quater, gedelegeerde handelingen vast voor de procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse.

Artikel 48

Geschillenregeling

1.        De EAEM stelt een bemiddelingsmechanisme in.

2.        Bij verschil van mening tussen de bevoegde autoriteiten over een beoordeling, actie of nalatigheid van een van de betrokken bevoegde autoriteiten in het kader van deze richtlijn leggen zij de zaak aan de EAEM voor, die zal beraadslagen om een snelle en doeltreffende oplossing te vinden.%

3.        Indien geen overeenstemming wordt bereikt, mag de EAEM een oplossing opleggen aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

Hoofdstuk IXOvergangs- en slotbepalingen

Artikel 49

Comité

De Commissie wordt bijgestaan door het Europees Comité voor het effectenbedrijf, dat is ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf(24).

Artikel 49 bis

Uitoefening van de delegatie

1.        De bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 2, lid 4, artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 3, artikel 13, artikel 16, lid 4, artikel 18, lid 4, artikel 19, lid 4, artikel 20, lid 3, artikel 21, lid 4, artikel 24, lid 2, artikel 25, lid 3, artikel 28, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 31, lid 3, artikel 33, lid 7, artikel 37, lid 2, artikel 37, lid 3, artikel 38, lid 3, artikel 38, lid 4, artikel 39bis, lid 2, artikel 39bis, lid 3, artikel 45, lid 5, artikel 46, lid 3, artikel 47, lid 4, en artikel 53 wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening De Commissie stelt uiterlijk 12 maanden vóór het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de hernieuwing van de gedelegeerde bevoegdheden, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel voor de verlenging van de delegatie van bevoegdheden. In het verslag moet worden aangegeven voor welke periode en met betrekking tot welke artikelen wordt verzocht om verlenging van de gedelegeerde handelingen.

2.        Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij daar tegelijkertijd het Europees Parlement en de Raad van in kennis.

3.        De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van de artikelen 49 ter en 49 quater.

Artikel 49 ter

Intrekking van de delegatie

1.        De delegatie van bevoegdheden bedoeld in artikel 2, lid 4, artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 3, artikel 13, artikel 16, lid 4, artikel 18, lid 4, artikel 19, lid 4, artikel 20, lid 3, artikel 21, lid 4, artikel 24, lid 2, artikel 25, lid 3, artikel 28, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 31, lid 3, artikel 33, lid 7, artikel 37, lid 2, artikel 37, lid 3, artikel 38, lid 3, artikel 38, lid 4, artikel 39bis, lid 2, artikel 39bis, lid 3, artikel 45, lid 5, artikel 46, lid 3, artikel 47, lid 4 en artikel 53, kan door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.

2.        De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheidsdelegatie wenst in te trekken, brengt de andere instelling en de Commissie hiervan op de hoogte en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken.

3.        Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in het besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit wordt onmiddellijk of op een in het besluit bepaalde latere datum van kracht. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 49 quater

Bezwaar tegen gedelegeerde handelingen

1.        Het Europees Parlement of de Raad kan tegen de gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen een periode van vier maanden na de datum van kennisgeving. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd. De Commissie stelt geen gedelegeerde handelingen vast tijdens de parlementaire recesperioden of tijdens de twee weken die dergelijk reces voorafgaan.

2.        Indien voor afloop van deze periode noch het Europees Parlement noch de Raad bezwaar hebben aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, wordt zij bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin bepaalde datum.

3.        Indien het Europees Parlement of de Raad tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maakt, treedt deze niet in werking.

Artikel 50

Evaluatie

Twee jaar na de in de eerste alinea van artikel 54 genoemde datum onderwerpt de Commissie de toepassing en de werkingssfeer van de onderhavige richtlijn op basis van een openbare raadpleging en na overleg met de bevoegde autoriteiten aan een evaluatie. Bij de evaluatie wordt ook rekening gehouden met de internationale ontwikkelingen en het overleg met derde landen en internationale organisaties.

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een verslag daarover in, dat vergezeld gaat van passende voorstellen.

Alvorens de toepassing en het toepassingsgebied van deze richtlijn te herzien, dient de Commissie voorstellen in om Richtlijn 2006/48/EG en Richtlijn 2006/49/EG te wijzigen om te zorgen voor gepaste kapitaalvereisten voor de financiële instellingen die zaken doen met AB's, rekening houdend met de gelopen risico's, de algemene financiële stabiliteit en mogelijke belangenconflicten.

Artikel 51

Overgangsbepaling

BAB's die vóór …(25)* in de Unie actief zijn, nemen alle nodige maatregelen om aan deze richtlijn te voldoen, en dienen uiterlijk op …(26)** een aanvraag voor een vergunning in.

Artikel 51 bis

Alternatieve beleggingsfondsen voor microfinanciering

Om een passend regelgevingskader te ontwikkelen voor de activacategorie beleggingsfondsen voor microfinanciering, stelt de Commissie, in overeenstemming met het proportionaliteitsbeginsel, een specifiek regelgevingskader voor inzake beleggingsfondsen voor microfinanciering, door ze op te nemen in haar wijziging van Richtlijn 2009/65/EG.

Artikel 51 ter

Wijziging van Richtlijn 2003/6/EG

Richtlijn 2003/6/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)       Aan artikel 1, eerste alinea, worden de volgende punten toegevoegd:

"7 bis.   "baissetransactie": verkoop van een effect dat de verkoper niet bezit en verkoop die voltooid is met de levering van een door of namens de verkoper geleend effect.

7 ter      "ongedekte baissetransactie": baissetransactie waarbij de verkoper het effect dat moet worden geleverd aan de koper niet heeft geleend of wanneer hij geen overeenkomst heeft afgesloten voor het lenen hiervan vóór of op het moment dat de opdracht voor de transactie wordt doorgestuurd;"

(2)       Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 5 bis

Om baissetransacties te reglementeren en ongedekte baissetransacties van gewone aandelen, met inbegrip van effecten die toegang geven tot de aandelen van een uitgevende instelling, te verbieden, neemt de Commissie gedelegeerde handelingen aan voor:

a)        de verplichte melding van korte nettoposities, waaronder derivaten, door iedereen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat, van de in termen van liquiditeit meest relevante markt en van de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft, wanneer bepaalde drempels worden overschreden, en de openbaarmaking van dergelijke meldingen wanneer bepaalde andere drempels worden overschreden;

b)        het markeren van opdrachten door financiële tussenpersonen om baissetransacties te onderscheiden van andere soorten verkoop;

c)        het opstellen van documentatie door de marktdeelnemers waarin wordt getoond dat ze, alvorens de baissetransactie af te sluiten of een verbinding daartoe aan te gaan, de aandelen hebben geleend of een overeenkomst hebben afgesloten om dit te doen;

d)        de levering door marktdeelnemers van de aandelen die ze hebben verkocht niet later dan drie dagen na de transactiedatum en de hernieuwde inkoop van de verkochte aandelen wanneer ze deze niet binnen de gevraagde termijn hebben kunnen leveren;

e)        het verlenen van de gepaste bevoegdheden aan de bevoegde autoriteiten om het niet-naleven van letters a) t/m d) te kunnen bestraffen;

f)         het verlenen van de gepaste bevoegdheden aan de bevoegde autoriteiten om in uitzonderlijke gevallen de totstandbrenging of verhoging van een netto korte positie met betrekking tot gewone aandelen waarvan de prijs aanzienlijk is gedaald, te beperken of te verbieden;

g)        overleg door de bevoegde autoriteiten via de Europese Autoriteit voor effecten en markten, opgericht bij Verordening (EG) nr. .../2010 vóór in uitzonderlijke gevallen de totstandbrenging of verhoging van een netto korte positie met betrekking tot gewone aandelen of de handel in een gewoon aandeel op een bepaald marktsegment of op alle markten te beperken of te verbieden ingeval van een aanzienlijke daling van de markt."

Artikel 52

Wijziging van Richtlijn 2004/39/EG

Richtlijn 2004/39/EG wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 19, lid 6, wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- de dienst heeft geen betrekking op een AB in de zin van artikel 3, onder a), van [Richtlijn 2010.../EU]".

Artikel 52 bis

Wijziging van Richtlijn 2006/48/EG

Richtlijn 2006/48/EG wordt als volgt gewijzigd:

In bijlage XI wordt het volgende punt toegevoegd:

"3 bis. Voor het verrichten van de in artikel 124, lid 3, bedoelde bepaling, houden de bevoegde autoriteiten met name toezicht op de posities van een kredietinstelling die hefboomfinanciering uitmaken voor alternatieve beleggingsfondsen in overeenstemming met Richtlijn 2010/…/EU [inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen].".

Artikel 53Wijziging van Richtlijn

2009/65/EG

Richtlijn 2009/65/EG wordt als volgt gewijzigd:

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 50 bis

Om de sectoroverschrijdende consistentie te waarborgen en een slechte afstemming van belangen tussen ondernemingen die leningen in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten "herverpakken" (initiators), en icbe's die in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen, te voorkomen, stelt de Commissie middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie uitvoeringsmaatregelen vast voor:

a)        de vereisten waaraan de initiator moet voldoen opdat een icbe mag beleggen in effecten of andere financiële instrumenten van dit type die na 1 januari 2011 zijn uitgegeven, met inbegrip van vereisten die waarborgen dat de initiator een netto economisch belang aanhoudt van niet minder dan 5%;

b)        kwalitatieve vereisten waaraan icbe's moeten voldoen die in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen".

Om te waarborgen dat de Commissie erop toeziet dat de in deze richtlijn neergelegde voorschriften met betrekking tot bewaarders overeenkomstig Richtlijn 2009/65/EG worden toegepast, worden de artikelen 22 t/m 26 en de artikelen 32 t/m 36 van Richtlijn 2009/65/EC dienovereenkomstig gewijzigd.

Artikel 54

Omzetting

1.        De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op […] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij gaan echter drie jaar na de in de eerste alinea vermelde datum over tot toepassing van de bepalingen tot omzetting van hoofdstuk VII.

Wanneer de lidstaten de in de eerste alinea vermelde bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen.

2.        De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van het nationaal recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 55Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 56Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                         Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

BIJLAGE I bis

Taken die deel uitmaken van het collectief beheer van beleggingsportefeuilles:

1.        Beheer van beleggingen.

2.        Administratie:

(a)      uitvoeren van de wettelijk verplichte en voor het fondsbeheer vereiste werkzaamheden op het gebied van de verslaglegging;

(b)       verzoeken om inlichtingen van cliënten;

(c)       waardering en prijsstelling (met inbegrip van belastingaangiften);

(d)       toezien op de naleving van de regelgeving;

(e)       bijhouden van een deelnemersregister;

f)         bestemming van de inkomsten;

g)        uitgifte en inkoop van rechten van deelneming;

h)        afwikkeling van contracten (met inbegrip van de verzending van deelbewijzen);

(i)       bijhouden van bescheiden.

3.        Verhandelen.

BIJLAGE I ter

BELONINGSBELEID

1.        Bij de vaststelling en toepassing van het beloningsbeleid voor de categorieën van medewerkers, inclusief het hogere kader, wier beroepswerkzaamheden hun risicoprofiel of het risicoprofiel van het AB dat ze beheren wezenlijk beïnvloeden, nemen de BAB's de volgende beginselen in acht:

(a)       het beloningsbeleid is in overeenstemming met en draagt bij aan een gezond en doeltreffend risicobeheer en mag niet aanmoedigen tot het nemen van risico's die niet overeenstemmen met de risicoprofielen, het fondsreglement of de statuten van de door hen beheerde AB´s;

(b)       het beloningsbeleid strookt met de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de belangen van de BAB's en de AB's die door hen worden beheerd of van de beleggers in de AB's, en behelst ook maatregelen waarmee belangenconflicten worden vermeden;

(c)       het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie van de BAB's neemt de algemene beginselen van het beloningsbeleid aan, toetst deze op gezette tijden en ziet toe op de tenuitvoerlegging ervan;

(d)       de toepassing van het beloningsbeleid wordt ten minste eenmaal per jaar onderworpen aan een centrale en onafhankelijke interne beoordeling om deze te toetsen aan het beleid en de procedures voor de beloning die het leidinggevend orgaan in zijn toezichttaak heeft gehanteerd;

(e)       medewerkers die betrokken zijn bij risicobeheer worden vergoed overeenkomstig de verwezenlijking van de met hun functies samenhangende doelstellingen, ongeacht de prestaties op het gebied van de door hen gecontroleerde bedrijfsactiviteiten;

f)         wanneer de beloning prestatiegerelateerd is, is het totale bedrag van de beloning gebaseerd op een redelijke combinatie van de beoordeling van de prestaties van de betrokken persoon, het betrokken bedrijfsonderdeel of AB en de algemene resultaten van de BAB, en bij de beoordeling van de persoonlijke prestaties worden zowel financiële als niet-financiële criteria gehanteerd;

g)        prestaties worden beoordeeld in een meerjarenkader dat aangepast is aan de levenscyclus van het AB dat wordt beheerd door de BAB teneinde te garanderen dat het beoordelingsproces op prestaties op langere termijn is gebaseerd en dat de effectieve betaling van prestatiegerelateerde beloningscomponenten is gespreid over een periode die bij het terugbetalingsbeleid van het beheerde AB en de beleggingsrisico's ervan aansluit;

h)        gegarandeerde variabele beloning is uitzonderlijk en gebeurt alleen als er nieuw personeel wordt aangeworven en blijft dan beperkt tot het eerste jaar;

(i)       vaste en variabele componenten van de totale beloning zijn evenwichtig verdeeld; het aandeel van de vaste component in het totale beloningspakket is groot genoeg voor het voeren van een volledig flexibel beleid inzake variabele beloningscomponenten, dat ook de mogelijkheid biedt geen variabele beloningscomponent uit te betalen;

j)         ontslagvergoedingen hangen samen met in de loop der tijd gerealiseerde prestaties en zijn zodanig vormgegeven dat falen niet beloond wordt;

k)        de beoordeling van prestaties, als basis voor variabele beloningscomponenten of pools van variabele beloningscomponenten, omvat een breed correctiemechanisme om rekening te kunnen houden met alle relevante soorten actuele en toekomstige risico's;

l)         wanneer een risico aan het licht komt waarmee, indien het bekend was wanneer een variabele beloning werd uitbetaald, rekening zou zijn gehouden bij de bepaling van deze beloning, moet een deel van deze variabele beloning (ten minste 20%) ter correctie kunnen worden teruggevorderd (door middel van een vordering tot terugbetaling) door de BAB, maar enkel indien het onder letter m) voorziene mechanisme niet volstaat om deze correctie door te voeren; dit terugvorderingsmechanisme blijft werkzaam gedurende een periode van ten minste vier jaar die aangepast is aan de risico's waarmee rekening werd gehouden wanneer de beloning werd uitbetaald;

m)       een substantieel deel, te weten ten minste 50% van de variabele beloningscomponent, wordt gespreid over een periode van ten minste vier jaar die aangepast is aan de levenscyclus en het terugbetalingsbeleid van het betrokken AB en die correct aansluit bij de aard van de risico's van het AB in kwestie; de beloning die volgens uitstelregelingen verschuldigd is, wordt ten hoogste naar rato verworven; ingeval van een variabele beloningscomponent met een bijzonder hoog bedrag, wordt minstens 60% van dit bedrag gespreid;

n)        de variabele beloning, en ook het gespreide deel ervan, wordt alleen uitgekeerd of definitief verworven als het houdbaar is onder verwijzing naar de financiële situatie van de gehele BAB, en billijk op grond van de prestaties van de bedrijfseenheid, het AB en de persoon in kwestie; de totale variabele beloning wordt algemeen aanzienlijk verlaagd als er sprake is van mindere of negatieve financiële prestaties van de BAB of van het betrokken AB;

o)        van personeelsleden wordt de toezegging verlangd dat zij geen gebruik maken van persoonlijke hedgingstrategieën of aan beloning en aansprakelijkheid gekoppelde verzekering om de risicobeheerseffecten die in hun beloningsregelingen zijn ingebed, te ondermijnen.

2.        De in lid 1 uiteengezette beginselen zijn zowel van toepassing op beloning uitbetaald door de BAB als op beloning uitbetaald door het AB zelf , met inbegrip van"carried interest".

Lid 1 is van toepassing op het rendement voor werknemers op beleggingen in AB's beheerd door de BAB en op beloning die wordt uitbetaald in verband met de liquidatie van een AB. Lid 1, onder m), is niet van toepassing op variabele beloning die rechtstreeks samenhangt met door de BAB ontvangen vergoedingen die niet kunnen worden teruggevorderd.

3.        BAB's die significant zijn qua omvang, of qua omvang van de door hen beheerde AB´s, hun interne organisatie en de aard, reikwijdte en complexiteit van hun werkzaamheden, stellen een remuneratiecommissie in. De remuneratiecommissie is zodanig samengesteld dat zij een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over beloningsbeleid en -cultuur en over de prikkels die worden gecreëerd voor het beheren van risico's.

De remuneratiecommissie is verantwoordelijk voor het voorbereiden van beslissingen over beloning, ook van beslissingen die gevolgen hebben voor het risico en het risicobeheer van de BAB of het AB in kwestie en die het leidinggevend orgaan bij de uitoefening van zijn toezichttaak moet nemen. De remuneratiecommissie wordt voorgezeten door een lid van het leidinggevend orgaan dat in de betrokken BAB geen uitvoerende taken verricht.

(1)

*              Wijzigingen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief; schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(2)

              Advies van 29.4.2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3)

              PB C 272 van 13.11.2009, blz. 1.

(4)

              Standpunt van het Europees Parlement van …

(5)

              PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(6)

              PB L 177 van 30.6.2006, blz. 201.

(7)

              PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.

(8)

             PB L …

(9)

             PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(10)

*              PB: nr. van de verordening in COM(2009)0499 invullen.

(11)

*              PB: nr. van de verordening in COM(2009)0501 invullen.

(12)

             PB L 96 van 12.4.2003, blz. 16.

(13)

           PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.

(14)

           PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.

(15)

           Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58, tweede alinea, van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 26 van 31.1.1977, blz. 1).

(16)

            PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(17)

            PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.

(18)

           PB L 235 van 23.9.2003, blz. 10.

(19)

           PB L 9 van 15.1.2003, blz. 3.

(20)

           PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

(21)

            PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87.

(22)

           PB datum invoegen: een jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn.

(23)

*          PB datum invoegen: één jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn.

(24)

            PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45.

(25)

*             PB datum invoegen: datum van omzetting van deze richtlijn.

(26)

**            PB datum invoegen: een jaar na de omzetting van deze richtlijn.


TOELICHTING

Inleiding

Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, die nagenoeg 1 000 miljard(1) USD aan activa beheren (medio 2008 was dat nog 2 000 miljard), vervullen een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Deze sector omvat een zeer breed scala aan actoren en producten: hedgefondsen, private-equityfondsen, vastgoedfondsen, commodityfondsen, enz. Ondanks het belang van de sector als zodanig moet in de voorgestelde richtlijn niettemin ook de nodige aandacht worden besteed aan specifieke aspecten in verband met systeemrisico's, met name waar het private-equityfondsen betreft.

Ook al zijn deze fondsen niet direct verantwoordelijk voor de financiële crisis, toch mag niet worden toegestaan dat het beheer ervan zich onttrekt aan de voor de gehele financiële dienstverleningsbranche noodzakelijke regelgeving.

De financiële crisis laat zien dat het uit de rails lopen van het mondiaal financieel bestel deels te wijten is aan het feit dat systeemrelevante actoren te hoge risico's zijn aangegaan en deels aan het gebrekkig functioneren van de systemen die zijn toegepast om deze risico's in de hand te houden.

Een en ander heeft ertoe geleid dat de Commissie op 30 april 2009 met een richtlijnvoorstel is gekomen voor beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (BAB's), dat ertoe strekt regels vast te stellen voor alle alternatieve beleggingsfondsen (AB's), met uitzondering van de fondsen die vallen onder de Icbe-richtlijn.

Het Commissievoorstel ligt in het verlengde van de activiteiten die het Europees Parlement in de sfeer van het vermogensbeheer heeft ontwikkeld: de initiatiefverslagen over beleggingsfondsen (2001), vermogensbeheer I (2006), vermogensbeheer II (2007), hedgefondsen en private-equityfondsen (2008), en de transparantie van institutionele beleggers (2008).

Het voorstel – dat beoogt de nationale regelgevingen inzake AB's en BAB's te vervangen door een Europese regeling – is bedoeld om de stabiliteit van het financiële systeem te versterken, beleggers beter te beschermen en een interne Europese markt voor alternatieve beleggingsfondsen te creëren.

Deze doelstellingen – die wij overigens ondersteunen – zijn erop gericht het evenwicht te handhaven tussen enerzijds de specifieke kenmerken, de levensvatbaarheid en de creativiteit van de financiële bedrijfstak en anderzijds de behoefte aan een effectieve regulering en een adequaat toezicht.

1.   Toepassingsgebied van de richtlijn en vergunningsplicht voor beheerders

De rapporteur steunt het voorstel, waarin is bepaald dat alle in de Unie gevestigde en actieve beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, ongeacht hun vestigingsplaats, over een vergunning moeten beschikken en aan toezicht worden onderworpen, tenzij zij daarvan uitdrukkelijk zijn vrijgesteld. Om effectief een regeling te kunnen vaststellen voor beheerders en andere betrokken actoren zoals bewaarders en taxateurs, moeten de vereisten in termen van financiële, technische en menselijke hulpmiddelen, organisatorische voorzieningen en gedragscodes immers expliciet worden gedefinieerd.

Tevens stelt de rapporteur voor, uitzonderingen op de toepassing van de richtlijn te beperken ter wille van de handhaving van billijke verhoudingen tussen de respectieve actoren die betrokken zijn bij het beheer van alternatieve fondsen en om te voorkomen dat de eisen van de richtlijn worden omzeild, met name via gestructureerde producten (zogenaamde 'wrappers').

Daarom wordt geadviseerd de vrijstellingsdrempels voor de toepassing van de richtlijn te schrappen en in plaats daarvan het evenredigheidsbeginsel te laten gelden. Het is immers van belang dat wordt gegarandeerd dat de ingevoerde regels over de gehele linie worden toegepast, zodat het fondsenbeheer zelf op een transparantere manier kan plaatsvinden.

Om voor een vergunning in aanmerking te komen, moeten beheerders over een minimaal eigen vermogen in de vorm van contante of kortlopende activa beschikken. De rapporteur stelt voor, deze bedragen aan te passen aan die van de Icbe-Richtlijn.

2.   Verhandeling van fondsen en relaties met derde landen

Zodra zij over een vergunning beschikken, moeten BAB's in staat zijn hun in Europa gevestigde fondsen te beheren en deze aan professionele beleggers op het gehele grondgebied van de Unie te verkopen. Met een dergelijk Europees paspoort moet het mogelijk worden om in de Unie gevestigde fondsen die worden beheerd door een beheerder die in zijn lidstaat van herkomst over een vergunning beschikt, onder inachtneming van een eenvoudige aanmeldingsprocedure in de andere lidstaten te verhandelen. In de Unie gevestigde fondsen komen aldus in aanmerking voor een Europees label, dat verschilt van een Icbe-label.

Dit betekent niet dat de rapporteur BAB's en fondsen uit derde landen de toegang wil ontzeggen. Een in een andere lidstaat gevestigde BAB mag beheerdiensten op het grondgebied van een lidstaat verrichten, mits het derde land waar de BAB is gevestigd voldoet aan bepaalde voorwaarden (normen om witwassen van geld tegen te gaan, een overeenkomst ten behoeve van een doeltreffende uitwisseling van informatie over belastingkwesties met die lidstaat, wederzijdse markttoegang). Hetzelfde geldt voor de BAB en zijn bevoegde autoriteit (overeenkomsten tussen de BAB en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) en tussen de bevoegde autoriteit van de BAB en de EAEM).

Voorts mogen BAB's die een vergunning in de Unie hebben of, op grond van de hiervoor vermelde voorwaarden in een derde land gevestigd zijn, rechten van deelneming of aandelen van een in een derde land gevestigd AB aan professionele beleggers op het grondgebied van een lidstaat verhandelen, mits door het derde land waar het AB is gevestigd, voldaan is aan bepaalde voorwaarden (normen om witwassen van geld tegen te gaan, een overeenkomst ten behoeve van een doeltreffende uitwisseling van informatie over belastingkwesties met die lidstaat, wederzijdse markttoegang). Dit geldt ook voor de toezichthouder van het AB (samenwerkingsovereenkomst tussen de toezichthouder van het AB en de bevoegde autoriteit van die lidstaat).

Ook lijkt het wenselijk de definitie van het begrip "verhandeling" aan te passen teneinde professionele beleggers in de gelegenheid te stellen zelf de fondsen te kiezen waarin zij willen beleggen, inclusief fondsen van derde landen, mits daarvoor dezelfde voorwaarden gelden als voor de verhandeling van in een derde land gevestigde AB's door het derde land waar de fondsen van het derde land zijn gevestigd.

Ter bescherming van kleine beleggers moet hen de mogelijkheid worden onthouden om te beleggen in master-feederconstructies waarbij het master-fund een AB is dat in een derde land is gevestigd, alsook in dakfondsen die voor meer dan 30% zijn belegd in fondsen uit derde landen.

3.   Bewaarders

De BAB-richtlijn omvat ook een voorstel voor een regeling met betrekking tot bewaarders van AB's.

Ter wille van de intersectorale consistentie moeten de eisen van deze richtlijn worden gelijkgetrokken met de bepalingen van de Icbe-Richtlijn.

De rapporteur stelt voor, de definitie van het begrip "bewaarder", diens vestigingsplaats, rol en taken, de voorwaarden voor het delegeren van sommige van zijn functies en zijn aansprakelijkheid op een aantal punten nader te preciseren.

Hij is van mening dat bewaarders in hetzelfde land als het fonds gevestigd moeten zijn wanneer het een fonds met zetel in de Europese Unie betreft. Het voorstel van de rapporteur voorziet niet in een bewaarderspaspoort.

Wanneer het fonds zijn zetel heeft in een derde land, moet de fondsbewaarder in de Europese Unie zijn gevestigd, tenzij er tussen de respectieve toezichthouders een overeenkomst tot samenwerking en gegevensuitwisseling bestaat aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de vigerende regelgevingen gelijkwaardig zijn en het toezicht in het derde land kan worden uitgeoefend conform de in de Unie geldende voorwaarden.

Bewaarders dienen verantwoording af te leggen aan beleggers en beheerders. Wanneer de bewaarder om juridische redenen niet in staat is al zijn taken uit te oefenen volgens het recht van het land waarin het fonds belegt, moet er tussen de beheermaatschappij, de belegger, de bewaarder en de subbewaarder een overeenkomst worden gesloten tot gedeeltelijke aansprakelijkheidsoverdracht aan de subbewaarder.

4.   Taxateurs

Het richtlijnvoorstel omvat ook een regeling voor taxateurs van AB's en definieert bepalingen met betrekking tot de waardering van fondsen en de vaststelling van de waarde van de activa van en de aandelen in een fonds.

De functionele onafhankelijkheid van taxateurs mag geen regel zijn, maar een punt waarover de betrokken partijen zelf moeten kunnen oordelen.

Anderzijds moeten er ter waarborging van de onafhankelijke positie van taxateurs wel organisatorische regels worden vastgesteld wanneer de waarderingen door de BAB's zelf worden uitgevoerd (zogenaamde "Chinese muur").

Ten slotte is het niet de bedoeling dat er een systematische waarderingsregeling komt voor private-equityactiviteiten.

5.   Gebruik van hefboomfinanciering

De rapporteur stelt voor, BAB's zelf vooraf hefboomfinancieringslimieten te laten vaststellen voor elk door hen beheerd AB. Ter bepaling van deze limieten zouden vooraf enkele basisregels moeten worden gedefinieerd. De BAB's moeten de nationale toezichthouders in kennis stellen van de door hen vastgestelde limieten.

In uitzonderlijke omstandigheden zou de EAEM bevoegd moeten zijn om striktere hefboomfinancieringslimieten vast te stellen dan die welke door de BAB zijn aangemeld.

6.   Baissetransacties

Short selling is een techniek die de liquiditeit en de dynamiek van de financiële markten ten goede kan komen. Daarom moeten dergelijke transacties niet worden verboden.

Aangezien er echter een systeemrisicoverhogend effect van kan uitgaan, moeten zij niettemin worden onderworpen aan enkele eenvoudige regels, waardoor de financiële stabiliteit en de integriteit van de markten kunnen worden gegarandeerd.

7.   Rapportageverplichtingen

Het verstrekken van informatie aan toezichthoudende instanties en beleggers is een essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van de richtlijn. Wel moet een onderscheid worden gemaakt tussen informatie die bestemd is voor toezichthouders en gegevens waarover beleggers moeten kunnen beschikken. Alles pleit ervoor om ten aanzien van toezichthouders volstrekte transparantie in acht te nemen.

Wanneer het private-equityfondsen betreft, mag met betrekking tot over te nemen ondernemingen niet meer informatie worden verlangd dan voor vergelijkbare ondernemingen wettelijk is voorgeschreven.

8.   Beheersende invloed in ondernemingen door private-equityfondsen

De specifieke regels inzake verwerving van een beheersende invloed in een entiteit door een private-equityfonds dienen van toepassing te zijn voor zover er sprake is van effectieve uitoefening van zeggenschap in de bewuste onderneming conform de op het gebied van vennootschapsrecht gebruikelijke criteria en niet op basis van de hoeveelheid aandelen waarover het fonds beschikt.

9.   Toezicht

De rapporteur heeft bij de opstelling van zijn verslag rekening gehouden met de regelgeving voor de Europese toezichtsstructuur waaraan momenteel wordt gewerkt met het oog op de versterking van de financiële stabiliteit en de beperking van systeemrisico's.

Het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) en de EAEM hebben hierin een belangrijke rol te vervullen.

10. Bevoegdheden van de lidstaten

De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst waar de BAB een vergunning heeft en van de lidstaat van ontvangst op wiens grondgebied de BAB beheer- en verhandelingsdiensten levert dienen eveneens over toezichthoudende bevoegdheden te beschikken.

11. Bestuurdersbeloningen

De op 25 september 2009 gepubliceerde verklaring van de G20-top in Pittsburgh bevat een internationale overeenkomst met betrekking tot de beloning van bestuurders van banken en andere financiële instellingen.

De rapporteur stelt voor de daarin neergelegde beginselen ook voor BAB's te laten gelden.

12. Lamfalussy-procedure

De BAB-richtlijn valt onder de toepassing van de Lamfalussy-procedure: zij stelt richtsnoeren (maatregelen van niveau 1) vast en voorziet in uitvoeringsmaatregelen (maatregelen van niveau 2) die conform de comitéprocedure door de Commissie kunnen worden ingevoerd.

De rapporteur heeft getracht een beter evenwicht tussen de op de respectieve niveaus te nemen maatregelen te bewerkstelligen.

13. Interactie en consistentie met de overige regelingen

Diverse materies die in de voorgestelde BAB-richtlijn aan de orde komen, worden ook behandeld in andere regelingen, zoals de MiFID-Richtlijn, de Icbe-Richtlijn, de solvabiliteitsrichtlijn, enz.. Ter wille van de consistentie moet daarmee ook rekening worden gehouden. Om verschillen in interpretatie van bepalingen die op hetzelfde onderwerp betrekking hebben tot een minimum te beperken, stelt de rapporteur voor de in aanverwante richtlijnen gebruikte formulering – voor zover dat opportuun is – over te nemen.

(1)

ECB - Financial Stability Review voor juni 2009.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (*) (5.5.2010)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en tot wijziging van de Richtlijnen 2004/39/EG en 2009/…/EG

(COM(2009)0207 – C7-0040/2009 – 2009/0064(COD))

Rapporteur voor advies(*): Evelyn Regner

(*) Medeverantwoordelijke commissie – Artikel 50 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Context:

De financiële en economische crisis heeft aangetoond dat er sprake is van grote tekortkomingen in de regulering van en het toezicht op de financiële markten. Er bestaat momenteel geen evenwicht tussen risico en verantwoording en juridische aansprakelijkheid. Met de voorliggende richtlijn wordt beoogd het risico dat van het fonds uitgaat en de daaraan verbonden verantwoording in evenwicht te brengen.

De Commissie kwam ingevolge eerdere initiatiefverslagen van het Europees Parlement en de groeiende publieke druk op 30 april 2009 met een voorstel voor een richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen tot vaststelling van het juridische kader voor alle fondsen die niet onder de ICBE-richtlijn vallen. Dit juridisch kader is bedoeld om de talrijke nationale regelingen voor een beter functioneren door een Europese oplossing te vervangen. Het valt toe te juichen dat de Commissie actief is geworden en met dit voorstel is gekomen, dat evenwel op wezenlijke punten verder moet worden ontwikkeld.

Standpunt van de rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken:

De rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken zou op een aantal essentiële zwakke punten in het Commissievoorstel willen wijzen:

a) In het voorstel worden de beheerders van de fondsen, maar niet de fondsen zelf gereguleerd. Het uitgangspunt om de beheerders van alternatieve beleggingsfondsen te reguleren wekt weliswaar de indruk van zekerheid, maar laat niet onbelangrijke sluiproutes open. Bovendien kunnen niet-EU-beheerders buitenlandse fondsen in de EU plaatsen zonder geregistreerd of gecontroleerd te worden.

b) Een ex ante-onderscheid tussen systeemrelevante vennootschappen door de invoering van drempelwaarden enz. waarvan geen systeemrisico uitgaat, is niet mogelijk. Zoals tijdens de huidige crisis is gebleken, valt pas in concrete gevallen te overzien, wat systeemrelevant is.

c) De regels voor transparantie en toezicht zijn toe te juichen, maar komen volgens de rapporteur voor advies nog in aanmerking voor verbetering. Het is van belang dat de vergoedingsstrategie van BAB's, en hun succesgerichtheid op duurzaamheid berust. Voorts is de invoering van in de gehele EU betrouwbare en transparante beoordelingsprocedures noodzakelijk. Wanneer BAB's grensoverschrijdend actief worden, dient het toezicht te worden overgedragen aan een Europese instantie.

d) Als gevolg van de hefboomfinanciering van met name private equity-fondsen en de vaak toegepaste praktijk om de kredieten die voor de aankoop van de onderneming worden opgenomen, over te dragen naar de aangekochte ondernemingen, waardoor in vele gevallen het voortbestaan van de ondernemingen in gevaar wordt gebracht, moeten strengere regels worden ingevoerd. Met het oog op de ingrijpende gevolgen van de aankoop van een onderneming door een private equity-fonds mogen ook geen uitzonderingen gaan gelden voor het MKB.

De rapporteur voor advies wil er met klem op wijzen dat grotere stimulansen voor een positieve, en op de lange termijn gerichte koers van ondernemingen vooral door een verbetering van de informatie- en medebeslissingsrechten in ondernemingen, die gepaard gaat met striktere aanpassingen van het kapitaalmarkt- en vennootschapsrecht, bereikt kunnen worden.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken, overeenkomstig de procedure met medeverantwoordelijke commissies (artikel 50 van het Reglement), de amendementen die onder de exclusieve bevoegdheid van de medeverantwoordelijke commissie vallen zonder stemming over te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn zou beperkt moeten blijven tot het beheer van collectieve beleggingsondernemingen die bij een reeks beleggers kapitaal ophalen om het overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid te beleggen op basis van het uitgangspunt dat het risico in het belang van deze beleggers wordt gespreid. Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op het beheer van pensioenfondsen of op beheerders van niet-gepoolde beleggingen, zoals stichtingen of staatsinvesteringsfondsen, of activa die voor eigen rekening door kredietinstellingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden aangehouden. Evenmin mag deze richtlijn van toepassing zijn op actief beheerde beleggingen in de vorm van effecten, zoals certificaten, managed futures of aan een index gekoppelde obligaties. Wel zou zij moeten gelden voor beheerders van alle collectieve beleggingsondernemingen waarvoor geen icbe-vergunningsplicht bestaat. Beleggingsondernemingen die over een vergunning uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG betreffende markten voor financiële instrumenten beschikken, mogen niet worden verplicht om een vergunning uit hoofde van de onderhavige richtlijn te verkrijgen om beleggingsdiensten voor AB's te verrichten. Niettemin mogen zij beleggingsdiensten voor AB's verrichten, maar alleen voor zover de rechten van deelneming of aandelen daarin overeenkomstig de onderhavige richtlijn mogen worden verhandeld.

(5) Het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn zou beperkt moeten blijven tot het beheer van collectieve beleggingsondernemingen die bij een reeks beleggers kapitaal ophalen om het overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid te beleggen op basis van het uitgangspunt dat het risico in het belang van deze beleggers wordt gespreid. De richtlijn dient te gelden voor beheerders van alle collectieve beleggingsondernemingen waarvoor geen icbe-vergunningsplicht bestaat. Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op het beheer van pensioenfondsen of op beheerders van niet-gepoolde beleggingen, zoals stichtingen of staatsinvesteringsfondsen, of activa die voor eigen rekening door kredietinstellingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden aangehouden. Evenmin mag deze richtlijn van toepassing zijn op actief beheerde beleggingen in de vorm van effecten, zoals certificaten, managed futures of aan een index gekoppelde obligaties. Noch moet, in de zin van deze richtlijn, een onderneming die ten principale fungeert als een holdingentiteit voor een groep dochterondernemingen en die strategische belangen in ondernemingen bezit met het doel om deze op de lange termijn aan te houden in plaats van om opbrengsten te genereren door de belangen binnen een vastgestelde termijn af te stoten, worden beschouwd als een collectieve beleggingsonderneming. Beleggingsondernemingen die over een vergunning uit hoofde van Richtlijn 2004/39/EG betreffende markten voor financiële instrumenten beschikken, mogen niet worden verplicht om een vergunning uit hoofde van de onderhavige richtlijn te verkrijgen om beleggingsdiensten voor AB's te verrichten. Niettemin mogen zij beleggingsdiensten voor AB's verrichten, maar alleen voor zover de rechten van deelneming of aandelen daarin overeenkomstig de onderhavige richtlijn mogen worden verhandeld.

Motivering

Het moet duidelijk zijn dat de verwijzing naar "collectieve beleggingsondernemingen" in de precisering dat beheerders van alle collectieve beleggingsondernemingen waarvoor geen icbe-vergunningsplicht bestaat onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen, een verwijzing is naar collectieve beleggingsondernemingen die bij een reeks beleggers kapitaal ophalen om het overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid te beleggen op basis van het uitgangspunt dat het risico in het belang van deze beleggers wordt gespreid, en niet moet worden opgevat als verwijzing naar een bredere categorie collectieve beleggingsondernemingen.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis) Om de verzilvering van waardevolle activa ("asset stripping") te voorkomen, moeten de nettoactiva van een doelonderneming waarover AB's zeggenschap hebben, beantwoorden aan de regeling inzake kapitaaltoereikendheid van de tweede richtlijn vennootschapsrecht.1

 

________________________________

Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 58 , tweede alinea, van het Verdrag , om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap , alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal , zulks ten einde die waarborgen gelijkwaardig te maken (PB L 26 van 31.1.1977, blz. 1.).

Motivering

Het bepaalde in artikel 15, lid 1, onder a), van de Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, alsook het bepaalde in artikel 1, punt 4, onder b) en artikel 1, punt 5, van Richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, zou kunnen helpen om asset stripping, het afstoten van activa alleen om de voor de verwerving aangegane schuld af te betalen, te voorkomen en tegelijk voldoende ruimte scheppen voor de nodige strategische herstructurering.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Er moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen. BAB's moeten zodanig beheerd en georganiseerd worden dat belangenconflicten tot een minimum beperkt blijven. Gezien recente ontwikkelingen is het van cruciaal belang dat de bewaring en het beheer van activa worden gescheiden en dat beleggersactiva worden afgezonderd van die van de beheerder. Daartoe moet de BAB een bewaarder benoemen die tot taak krijgt het beleggersgeld op een aparte rekening te boeken, financiële instrumenten te bewaren en na te gaan of het AB zelf of de BAB voor het AB het eigendom van alle andere activa heeft verkregen.

(12) Er moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen. BAB's moeten zodanig beheerd en georganiseerd worden dat belangenconflicten tot een minimum beperkt blijven. Gezien recente ontwikkelingen is het van cruciaal belang dat de bewaring en het beheer van activa worden gescheiden en dat beleggersactiva worden afgezonderd van die van de beheerder. Daartoe moet de BAB een bewaarder benoemen die tot taak krijgt het beleggersgeld op een aparte rekening te boeken, financiële instrumenten te bewaren en na te gaan of het AB zelf of de BAB voor het AB het eigendom van alle andere activa heeft verkregen. Met het oog op een vlotte en feitelijke teruggave van de activa van de belegger is de bewaarder jegens BAB's AB's en collectief jegens de beleggers in AB's aansprakelijk, tenzij het verlies te wijten is aan overmacht. In dit verband moet overmacht worden beschouwd als onvoorziene externe gebeurtenissen, die tot verliezen leiden waarop de bewaarder geen invloed heeft, waarvan de gevolgen niet konden worden voorkomen, ondanks naleving van de, in de richtlijn geformuleerde zorgvuldigheidseisen.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) De aansprakelijkheid van de bewaarder blijft, in geval van delegatie van de aansprakelijkheid aan een vergunninghoudende derde, onverlet. Wanneer een bewaarder volgens de wetgeving van het derde land, of als gevolg van een niet te voorziene externe oorzaak daartoe niet in staat is, kan hij zich van zijn aansprakelijkheid kwijten. Deze kwijting van aansprakelijkheid moet door de autoriteit van de bevoegde lidstaat worden goedgekeurd en mag niet verder worden overgedragen.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Voor de bescherming van de belangen van de belegger is het van essentieel belang dat activa op betrouwbare en objectieve wijze worden gewaardeerd. De verschillende BAB's hanteren naargelang van de activa en markten waarin en waarop zij overwegend beleggen, uiteenlopende methodieken en systemen voor de waardering van activa. Het is wenselijk om met deze verschillen rekening te houden, maar niettemin te verlangen dat de waardering van activa wordt verricht door een entiteit die van de BAB onafhankelijk is.

(13) Voor de bescherming van de belangen van de belegger is het van essentieel belang dat activa op betrouwbare en objectieve wijze worden gewaardeerd. De verschillende BAB's hanteren naargelang van de activa en markten waarin en waarop zij overwegend beleggen, uiteenlopende methodieken en systemen voor de waardering van activa. Het is wenselijk om met deze verschillen rekening te houden, maar niettemin te verlangen dat de waardering van activa wordt verricht door een entiteit die van de BAB onafhankelijk is. Deze waarderingscriteria moeten conform de richtsnoeren van de Europese Autoriteit voor effecten en markten overeenkomstig Verordening 2009/…/EG* (EAEM) worden vastgelegd.

 

* PB ...

 

+ PB Nummer, datum en PB-referentie invullen a.u.b.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Aangezien BAB's die in hun beleggingsstrategieën met een hoge hefboomfinanciering werken, onder bepaalde omstandigheden het systeemrisico kunnen vergroten of een ordelijke werking van de markt kunnen verstoren, moeten speciale eisen worden gesteld aan BAB's die bepaalde technieken hanteren die bijzondere risico's meebrengen. De informatie die nodig is om deze risico's op te sporen, te monitoren en aan te pakken, wordt in de Gemeenschap niet op consistente wijze verzameld. Evenmin wordt zij tussen de lidstaten uitgewisseld, teneinde de mogelijke oorzaken van de risico's voor de stabiliteit van de financiële markten in de Gemeenschap vast te stellen. Daarom moeten bijzondere eisen gelden voor BAB's die in hun beleggingsstrategieën systematisch gebruikmaken van een hoge hefboomfinanciering. Deze BAB's moeten worden verplicht om informatie over hun gebruik van hefboomfinanciering en de bronnen ervan te verstrekken. Deze informatie moet worden gebundeld en worden uitgewisseld met andere autoriteiten in de Gemeenschap om een collectieve analyse van de gevolgen van de hefboomfinanciering van deze BAB's voor het financiële stelsel in de Gemeenschap, alsmede een gemeenschappelijke aanpak ervan te vergemakkelijken.

(15) Aangezien BAB's die in hun beleggingsstrategieën met een hoge hefboomfinanciering werken, onder bepaalde omstandigheden het systeemrisico kunnen vergroten of een ordelijke werking van de markt kunnen verstoren, moeten speciale rapportagevereisten worden opgelegd aan BAB's die gebruikmaken van een hefboomfinanciering. De informatie die nodig is om deze risico's op te sporen, te monitoren en aan te pakken, wordt in de Gemeenschap niet op consistente wijze verzameld. Evenmin wordt zij tussen de lidstaten uitgewisseld, teneinde de mogelijke oorzaken van de risico's voor de stabiliteit van de financiële markten in de Gemeenschap vast te stellen. Daarom moeten bijzondere rapportagevereisten gelden voor BAB's die in hun beleggingsstrategieën gebruikmaken van een hoge hefboomfinanciering. Deze BAB's moeten worden verplicht om informatie over hun gebruik van hefboomfinanciering en de bronnen ervan te verstrekken. Deze informatie moet in een centraal register, te beheren door het bij Verordening (EG) nr. .../2009 opgerichte Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR), worden gebundeld en worden uitgewisseld met andere autoriteiten in de Unie, de EAEM en, waar van toepassing, de bevoegde autoriteiten van derde landen, om een collectieve analyse van de gevolgen van de hefboomfinanciering van deze BAB's voor het financiële stelsel in de Unie, alsmede een gemeenschappelijke aanpak ervan te vergemakkelijken. Bij de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG dient tevens een centraal, door het ECSR te beheren register te worden opgezet voor banken die "prime brokerage"-diensten verrichten ten behoeve van AB's.

Motivering

Om potentiële systeemrisico's te kunnen ondervangen dient de op nationaal niveau vergaarde informatie onder auspiciën van het ECSR te worden gebundeld in een centraal register. Dit register dient vergezeld te gaan van een register voor "prime brokerage"-activiteiten dat bij de richtlijn kapitaalvereisten dient te worden ingesteld.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Activiteiten van BAB's die zwaar leunen op hefboomfinanciering zouden schadelijk kunnen zijn voor de stabiliteit en de efficiënte werking van de financiële markten. De Commissie zou de bevoegdheid moeten krijgen bovengrenzen te stellen aan de mate van hefboomfinanciering die BAB's kunnen gebruiken, met name voor gevallen waarin BAB's systematisch met een hoge hefboomfinanciering werken. De beperkingen aan het maximumbedrag aan hefboomfinanciering zouden rekening moeten houden met aspecten betreffende de bron van de hefboomfinanciering en de door de BAB's gehanteerde strategieën. Ook dienen zij rekening te houden met de fundamenteel dynamische aard van het beheer van hefboomfinanciering door de meeste BAB's die met een hoge hefboomfinanciering werken. Zo zou hefboomfinanciering bijvoorbeeld kunnen worden beperkt door een drempel die nooit mag worden overschreden of een beperking van de gemiddelde hefboomfinanciering die gedurende een bepaalde periode (maand of kwartaal) wordt gebruikt.

(16) Activiteiten van BAB's die zwaar leunen op hefboomfinanciering zouden schadelijk kunnen zijn voor de stabiliteit en de efficiënte werking van de financiële markten. Het concept "hefboomfinanciering" is moeilijk te definiëren. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB dienen echter de bevoegdheid te krijgen om in tijden dat de markt onder druk staat bovengrenzen te stellen aan de mate van hefboomfinanciering die BAB's kunnen gebruiken. De lidstaten dienen de EAEM en de Commissie in kennis te stellen van dergelijke maatregelen.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Er moet voor worden gezorgd dat alle marktdeelnemers die baissetransacties sluiten aan dezelfde vereisten zijn onderworpen. Te dien einde moet de Commissie een horizontale maatregel voorstellen om te waarborgen dat gelijke concurrentievoorwaarden gelden voor BAB's en andere marktdeelnemers die gebruik maken van baissetransacties.

Motivering

Baissetransacties moeten op horizontale basis worden gereglementeerd om voor gelijke concurrentievoorwaarden te zorgen en regelgevingsarbitrage te voorkomen.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis) Er moet op worden toegezien dat voor portefeuilleondernemingen geen strengere eisen gelden dan voor andere uitgevende instellingen of niet-beursgenoteerde ondernemingen die openstaan voor andere particuliere investeringen dan beleggingen die afkomstig zijn van BAB's. In het vennootschaprecht moet voor transparantie worden gezorgd, maar elke vorm van discriminatie op grond van eigendomsvorm van de onderneming, zoals het opleggen van de verplichting van een specifieke bekendmaking van de strategie van de portefeuilleonderneming en een ontwikkelingsplan, zou een verstoring van eerlijke concurrentie met zich meebrengen en de financiering van innovatie in de Unie in gevaar brengen. Tevens zou een dergelijke discriminatie de rechten van andere aandeelhouders kunnen aantasten. Met het oog daarop moet de Commissie de desbetreffende vennootschapsrechtelijke wetgeving en de relevante richtlijnen voor de financiële sector uiterlijk op ...* aan een evaluatie onderwerpen en daarin de noodzakelijke veranderingen aanbrengen in de vorm van een wetgevingsvoorstel dat waar nodig voorstellen bevat tot wijziging van deze richtlijn. Het verslag van de Commissie en het daaruit voortvloeiende wetgevingsvoorstel moeten gelijke concurrentievoorwaarden waarborgen voor portefeuilleondernemingen en andere ondernemingen. In haar verslag en haar wetgevingsvoorstel dient de Commissie rekening te houden met de bescherming van de rechten van aandeelhouders en met de noodzaak van gelijke concurrentievoorwaarden op internationaal niveau en Europese mededinging met betrekking tot de financiering van innovatie en technologische ontwikkeling.

 

* datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden.

Schrappen

Motivering

Het amendement is in lijn met de nieuwe "comitologieprocedure".

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) Met name moet de Commissie de bevoegdheid krijgen de nodige uitvoeringsmaatregelen voor de onderhavige richtlijn vast te stellen. In dit verband moet de Commissie maatregelen kunnen vaststellen ter bepaling van de voorwaarden waaronder BAB's die portefeuilles beheren van AB's waarvan de beheerde activa niet uitstijgen boven de in deze richtlijn genoemde drempel, hun recht mogen uitoefenen om toch te worden behandeld als BAB in de zin van deze richtlijn. Voorts gaat het om maatregelen ter uitwerking van de criteria aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen of BAB's zich aan hun gedragsregels houden, het type belangenconflicten dat BAB's moeten vaststellen, alsmede de stappen die ten aanzien van de interne en organisatorische procedures redelijkerwijs van hen mogen worden verwacht om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren en bekend te maken; maatregelen ter uitwerking van het risicobeheer dat BAB's moeten voeren naargelang van de risico's die de BAB aangaat voor het door hem beheerde AB, alsmede de regelingen die nodig zijn om BAB's in staat te stellen de bijzondere risico's van baissetransacties te beheren, waaronder relevante beperkingen die nodig kunnen zijn om het AB te beschermen tegen een buitensporige blootstelling aan risico's; maatregelen ter uitwerking van de vereisten van de onderhavige richtlijn op het gebied van het liquiditeitsbeheer, en in het bijzonder van de minimumliquiditeitsvereisten voor AB's; maatregelen ter bepaling van de vereisten waaraan opdrachtgevers van effectiseringsinstrumenten moeten voldoen voordat een BAB in dergelijke na 1 januari 2011 uitgegeven instrumenten mag investeren; maatregelen ter bepaling van de vereisten waaraan BAB's moeten voldoen wanneer zij in dergelijke effectiseringsinstrumenten investeren; maatregelen ter uitwerking van de criteria op grond waarvan een taxateur onafhankelijk in de zin van deze richtlijn kan worden geacht; maatregelen ter uitwerking van de voorwaarden waaronder mag worden ingestemd met de delegatie van BAB-taken, en de omstandigheden waaronder de beheerder op grond van een te vergaande delegatie niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd; maatregelen ter uitwerking van de inhoud en de vorm van het jaarverslag dat BAB's voor elk door hen beheerd AB ter beschikking moeten stellen, en ter uitwerking van de informatieverplichtingen van BAB's jegens beleggers en de verslagleggingsplicht jegens de bevoegde autoriteiten, alsmede de frequentie hiervan; maatregelen ter uitwerking van de informatievereisten waaraan BAB's met betrekking tot de hefboomfinanciering en de frequentie van de informatieverstrekking aan de bevoegde autoriteiten en de beleggers moeten voldoen; maatregelen ter bepaling van grenzen aan de hefboomfinanciering die BAB's bij het beheer van AB's mogen gebruiken; maatregelen ter bepaling van de nadere inhoud van en de wijze waarop BAB's die een beheersende invloed in een uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming verwerven, moeten voldoen aan hun informatieverplichting jegens deze uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming en hun aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers, waaronder de informatie die in de jaarverslagen van de door hen beheerde AB's moet worden verstrekt; ter bepaling van de soorten beperkingen of voorwaarden die kunnen worden verbonden aan het verhandelen van AB's aan professionele beleggers in de lidstaat van herkomst van de BAB; maatregelen ter uitwerking van de algemene toetsingscriteria voor de gelijkwaardigheid van waarderingsstandaarden van derde landen waar de taxateur is gevestigd, de gelijkwaardigheid van wetgeving van derde landen voor bewaarders en, voor de toepassing van de vergunningverlening aan in derde landen gevestigde BAB's, de gelijkwaardigheid van de prudentiële regelgeving en het doorlopende toezicht; en maatregelen ter uitwerking van de algemene criteria voor de toetsing of derde landen BAB's uit de Gemeenschap een daadwerkelijke markttoegang verlenen die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan BAB's uit derde landen; maatregelen ter bepaling van de vorm, inhoud en frequentie van de informatie-uitwisseling over BAB's tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB en bevoegde autoriteiten van andere lidstaten waar de BAB alleen of tezamen met andere BAB's gevolgen zou kunnen hebben voor de stabiliteit van systeemrelevante financiële instellingen en de ordelijke werking van de markten; maatregelen ter bepaling van de procedures voor verificatie ter plaatse en onderzoek.

(27) De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ter bepaling van de voorwaarden waaronder BAB's die portefeuilles beheren van AB's waarvan de beheerde activa niet uitstijgen boven de in deze richtlijn genoemde drempel, hun recht mogen uitoefenen om toch te worden behandeld als BAB in de zin van deze richtlijn. Voorts gaat het om gedelegeerde handelingen ter eventuele uitwerking van de criteria aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten kunnen beoordelen of BAB's zich aan hun gedragsregels houden, het type belangenconflicten dat BAB's moeten vaststellen, alsmede de stappen die ten aanzien van de interne en organisatorische procedures redelijkerwijs van hen mogen worden verwacht om belangenconflicten vast te stellen, te voorkomen, te beheren en bekend te maken; maatregelen ter eventuele uitwerking van het risicobeheer dat BAB's moeten voeren naargelang van de risico's die de BAB aangaat voor het door hem beheerde AB, alsmede de regelingen die nodig zijn om BAB's in staat te stellen de bijzondere risico's van baissetransacties te beheren, waaronder relevante beperkingen die nodig kunnen zijn om het AB te beschermen tegen een buitensporige blootstelling aan risico's; maatregelen ter eventuele bepaling van de vereisten waaraan opdrachtgevers van effectiseringsinstrumenten moeten voldoen voordat een BAB in dergelijke na 1 januari 2011 uitgegeven instrumenten mag investeren; maatregelen ter eventuele bepaling van de vereisten waaraan BAB's moeten voldoen wanneer zij in dergelijke effectiseringsinstrumenten investeren; maatregelen ter eventuele uitwerking van de criteria op grond waarvan een taxateur onafhankelijk in de zin van deze richtlijn kan worden geacht; maatregelen ter eventuele uitwerking van de voorwaarden waaronder mag worden ingestemd met de delegatie van BAB-taken, en de omstandigheden waaronder de beheerder op grond van een te vergaande delegatie niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd; maatregelen ter eventuele uitwerking van de inhoud en de vorm van het jaarverslag dat BAB's voor elk door hen beheerd AB ter beschikking moeten stellen, en ter uitwerking van de informatieverplichtingen van BAB's jegens beleggers en de verslagleggingsplicht jegens de bevoegde autoriteiten, alsmede de frequentie hiervan; maatregelen ter eventuele uitwerking van de informatievereisten waaraan BAB's met betrekking tot de hefboomfinanciering en de frequentie van de informatieverstrekking aan de bevoegde autoriteiten en de beleggers moeten voldoen; maatregelen ter eventuele bepaling van grenzen aan de hefboomfinanciering die BAB's bij het beheer van AB's mogen gebruiken; maatregelen ter eventuele bepaling van de nadere inhoud van en de wijze waarop BAB's die een beheersende invloed in een uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming verwerven, moeten voldoen aan hun informatieverplichting jegens deze uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming en hun aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers, waaronder de informatie die in de jaarverslagen van de door hen beheerde AB's moet worden verstrekt; ter eventuele bepaling van de soorten beperkingen of voorwaarden die kunnen worden verbonden aan het verhandelen van AB's aan professionele beleggers in de lidstaat van herkomst van de BAB; maatregelen ter eventuele uitwerking van de algemene toetsingscriteria voor de gelijkwaardigheid van waarderingsstandaarden van derde landen waar de taxateur is gevestigd, de gelijkwaardigheid van wetgeving van derde landen voor bewaarders en, voor de toepassing van de vergunningverlening aan in derde landen gevestigde BAB's, de gelijkwaardigheid van de prudentiële regelgeving en het doorlopende toezicht; en maatregelen ter eventuele uitwerking van de algemene criteria voor de toetsing of derde landen BAB's uit de Gemeenschap een daadwerkelijke markttoegang verlenen die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan BAB's uit derde landen; maatregelen ter eventuele bepaling van de vorm, inhoud en frequentie van de informatie-uitwisseling over BAB's tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB en bevoegde autoriteiten van andere lidstaten waar de BAB alleen of tezamen met andere BAB's gevolgen zou kunnen hebben voor de stabiliteit van systeemrelevante financiële instellingen en de ordelijke werking van de markten; maatregelen ter bepaling van de procedures voor verificatie ter plaatse en onderzoek. Daarbij gaat het om maatregelen die aangeven dat de fondswaarderingsstandaarden van een bepaald derde land gelijkwaardig zijn aan die van de Unie, wanneer de taxateur in een derde land is gevestigd; maatregelen die eventueel aangeven dat de wetgeving voor bewaarders in een bepaald derde land gelijkwaardig is aan deze richtlijn; maatregelen die eventueel aangeven dat de wetgeving voor prudentiële regelgeving voor en doorlopend toezicht op BAB's in een bepaald derde land gelijkwaardig is aan deze richtlijn; maatregelen die eventueel aangeven of een bepaald derde land BAB's uit de Gemeenschap een daadwerkelijke markttoegang verleent die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan BAB's uit dat derde land; maatregelen die eventueel zijn gericht op de uitwerking van een standaardmodel voor kennisgevingen en verklaringen en de uitwerking van de procedure voor de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Bij dit type uitvoeringshandelingen moet terdege rekening worden gehouden met de beleggingsstrategie, de risicobeheersprocessen en de mate waarin de blootstelling tegen risico's is gedekt. Voorts zal er rekening worden gehouden met de verschillende gebruikte beleggingsstrategieën en de klassen van de op de financiële markten verhandelde activa.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Aangezien het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten deze maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing. Voor maatregelen die niet tot de bovenbedoelde categorie behoren, moet de in artikel 5 van dat besluit vastgestelde regelgevingsprocedure gelden. Daarbij gaat het om maatregelen die aangeven dat de fondswaarderingsstandaarden van een bepaald derde land gelijkwaardig zijn aan die van de Gemeenschap, wanneer de taxateur in een derde land is gevestigd; maatregelen die aangeven dat de wetgeving voor bewaarders in een bepaald derde land gelijkwaardig is aan deze richtlijn; maatregelen die aangeven dat de wetgeving voor prudentiële regelgeving voor en doorlopend toezicht op BAB's in een bepaald derde land gelijkwaardig is aan deze richtlijn; maatregelen die aangeven of een bepaald derde land BAB's uit de Gemeenschap een daadwerkelijke markttoegang verleent die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan BAB's uit dat derde land; en maatregelen ter uitwerking van een standaardmodel voor kennisgevingen en verklaringen en ter uitwerking van de procedure voor de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.

Schrappen

Motivering

Het amendement is in lijn met de nieuwe "comitologieprocedure".

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer de wetgeving die bepalend is voor de organisatie van het AB voorziet in de oprichting van een raad van beheer of enigerlei ander bestuursorgaan en het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de verrichting van de beheertaken met betrekking tot het AB, wordt voor de toepassing van deze richtlijn het AB als de BAB beschouwd.

Motivering

De richtlijn dient zodanig te worden gewijzigd dat AB's met een bestuursorgaan – bijvoorbeeld een raad van beheer – dat de algehele verantwoordelijkheid voor het beheer draagt, overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn als BAB worden behandeld.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) icbe's of hun beheer- of beleggingsmaatschappijen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2009/…/EG (de Icbe-richtlijn) een vergunning is verleend;

c) icbe's of hun beheer- of beleggingsmaatschappijen waaraan overeenkomstig Richtlijn 2009/…/EG (de Icbe-richtlijn) een vergunning is verleend, voorzover deze beheer- of beleggingsmaatschappijen geen AB's beheren;

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis) nationale centrale banken;

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter g ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g ter) industriële holdings waarvan de aandelen op een gereglementeerde markt in de EU worden verhandeld, voor zover zij aandelen in hun dochterondernemingen of verbonden ondernemingen bezitten om een industriële bedrijfsstrategie te volgen.

Motivering

"Industriële holding" een eigenaar van aandelen die deze op de lange termijn aanhoudt, zonder een vastgestelde termijn waarin hij deze belangen beoogt af te stoten, en die – zij het als houdstermaatschappij van een industrieel conglomeraat of als industriële beleggingsonderneming – een industriële benadering voor zijn deelnemingen. Van dergelijke ondernemingen gaat slechts een beperkt systeemrisico uit, en zij zijn, voor zover ze beursgenoteerd zijn, onderworpen aan het bestaande EU-vennootschapsrecht, nationale regelgeving en regels aangaande notering aan effectenbeurzen, die beleggers effectieve bescherming bieden.. Industriële holdings die in hun beleggingsgedrag meer gericht zijn op de industriële sector dan op de verhandeling van effecten, moeten daarom worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze richtlijn..

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter g quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g quater) nationale, regionale en lokale overheden en instanties of instellingen die fondsen beheren waarmee socialezekerheids- en pensioenstelsels worden ondersteund;

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 2 – letter g quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g quinquies) BAB's voorzover zij een AB van het closed-end-type beheren waarvan de effecten tot de handel zijn toegelaten op een gereglementeerde markt die is gevestigd of werkt in de Unie, of waarvoor toelating van de verhandeling daarvan is aangevraagd.

Motivering

Dit amendement op artikel 2 voorkomt dat de vereisten van de richtlijn leiden tot een onevenredig behandeling van AB's van het closed-end-type waarvan de effecten tot de handel zijn toegelaten op een gereglementeerde markt in de EU.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter bepaling van de procedures waaronder BAB's die portefeuilles van AB's beheren waarvan de beheerde activa niet uitkomen boven de in lid 2, onder a), genoemde drempel, toch hun recht uit hoofde van lid 3 kunnen uitoefenen.

4. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de procedures waaronder BAB's die portefeuilles van AB's beheren waarvan de beheerde activa niet uitkomen boven de in lid 2, onder a), genoemde drempel, toch hun recht uit hoofde van lid 3 kunnen uitoefenen.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) alternatief beleggingsfonds of AB: een instelling voor collectieve belegging, met inbegrip van beleggingscompartimenten daarvan, waarvan het doel is de collectieve belegging in activa en die niet vergunningsplichtig is uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 2009/…/EG (de Icbe-richtlijn);

a) alternatief beleggingsfonds of AB: een instelling voor collectieve belegging die bij een reeks beleggers kapitaal ophaalt om het overeenkomstig een bepaald beleggingsbeleid te beleggen op basis van het uitgangspunt dat het risico in het belang van deze beleggers wordt gespreid, en die niet vergunningsplichtig is uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 2009/…/EG (de Icbe-richtlijn), met inbegrip van beleggingscompartimenten van een dergelijke instelling;

Motivering

De definitie van "alternatief beleggingsfonds" is een centrale definitie met het oog op het toepassingsgebied van de richtlijn, zodat de definitie duidelijk moet aangeven welke instellingen voor collectieve beleggingen bedoeld worden.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) beheerder van alternatieve beleggingsfondsen of BAB: een natuurlijke of rechtspersoon waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheren van een of meer AB's;

b) beheerder van alternatieve beleggingsfondsen of BAB: een natuurlijke of rechtspersoon die een of meer AB's beheert, of een AB dat zelfbestuur kent;

Motivering

Er bestaan ook AB's die niet worden beheerd door een BAB, maar zelfbestuur kennen.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e) verhandeling: een algemene aanbieding of plaatsing van rechten van deelneming of aandelen in een AB aan of bij beleggers die in de Gemeenschap hun zetel hebben, ongeacht op wiens initiatief de aanbieding of plaatsing geschiedt;

e) verhandeling: een algemene aanbieding of plaatsing van rechten van deelneming of aandelen in een AB op initiatief van de BAB die het AB beheert, aan of bij beleggers die in de Unie hun zetel hebben;

Motivering

Dit amendement beoogt een aanpassing van de in artikel 4 aan de verhandeling gestelde beperking door "verhandeling" voor toepassing van de deze richtlijn dusdanig te definiëren dat hieronder uitsluitend de verhandeling van een AB op initiatief van zijn beheerder wordt verstaan.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter o bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

o bis) AB van het closed-end-type: AB waarvan de houders de aandelen of rechten van deelneming niet direct of indirect ten laste van de activa van het AB mogen laten inkopen of terugbetalen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter o ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

o ter) instelling voor collectieve belegging van het closed-end-type: instelling voor collectieve belegging waarvan de aandelen en rechten van deelneming niet op verzoek van de houders direct of indirect ten laste van de activa van deze instelling mogen worden ingekocht of terugbetaald.

Motivering

Instellingen voor collectieve belegging van het closed-end-type moeten worden gedefinieerd, om deze instellingen te onderscheiden van de instellingen voor collectieve belegging die onder de onderhavige richtlijn moeten vallen.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – letter o quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

o quater) doelonderneming: een uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming die wordt overgenomen door een belegger die een beheersende invloed verwerft.

Motivering

"Doelonderneming" moet worden gedefinieerd in verband met de kwestie van de verzilvering van waardevolle activa ("asset stripping").

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een BAB die onder deze richtlijn valt, zonder vergunning geen beheerdiensten voor AB's verricht of aandelen of rechten van deelneming daarin verhandelt.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een BAB die onder deze richtlijn valt, zonder vergunning geen beheerdiensten voor AB's verricht of aandelen of rechten van deelneming daarin verhandelt.

Entiteiten waaraan geen vergunning overeenkomstig deze richtlijn of, in het geval van BAB's die niet onder deze richtlijn vallen, overeenkomstig het nationale recht van een lidstaat is verleend, mogen in de Gemeenschap voor AB's geen beheerdiensten verrichten of rechten van deelneming of aandelen daarin verhandelen.

Entiteiten waaraan geen vergunning overeenkomstig deze richtlijn of, in het geval van BAB's die niet onder deze richtlijn vallen, overeenkomstig het nationale recht van een lidstaat is verleend, mogen in de Unie voor AB's geen beheerdiensten verrichten.

 

Deze richtlijn mag er niet toe leiden dat beleggers wordt belet hun rechten van deelneming of aandelen in AB's op de kapitaalmarkten te verkopen of anderszins af te stoten, of dat hun hierbij beperkingen worden opgelegd; een persoon die rechten van deelneming of aandelen in een AB bezit, mag zelf of via een tussenpersoon, met inbegrip van een BAB waaraan overeenkomstig deze richtlijn een vergunning is verleend, rechten van deelneming of aandelen in een AB verhandelen aan beleggers in een lidstaat overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat, wanneer de verhandeling niet plaatsvindt op initiatief van de BAB die het AB beheert.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. BAB's mag een vergunning worden verleend om beheerdiensten te verrichten voor alle of voor bepaalde soorten AB's.

2. BAB's mag een vergunning worden verleend om beheerdiensten te verrichten voor alle of voor bepaalde soorten AB's. Een AB kan slechts worden beheerd door één enkele BAB.

Motivering

Ter vermijding van gecompliceerde gevallen van identificatie van de verantwoordelijke BAB of van het creëren van een gemeenschappelijke juridische verantwoordelijkheid.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De BAB moet zijn hoofdkantoor hebben in de lidstaat waar hij zijn statutaire zetel heeft.

De BAB moet zijn hoofdkantoor hebben in de lidstaat waar hij zijn statutaire zetel heeft. Daar waar een BAB beheersdiensten verricht voor een of meer AB's, is voor elke AB afzonderlijk een vergunning nodig.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen, waarin onder andere de vergunningscriteria met betrekking tot de voor de BAB-leiding verantwoordelijken worden gespecificeerd.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De BAB stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst vooraf in kennis van wijzigingen in de in hun oorspronkelijke aanvraag verstrekte informatie die van substantiële invloed kunnen zijn op de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend, en met name van wijzigingen in de beleggingsstrategie en het beleggingsbeleid van een door hem beheerd AB, in het reglement of de statuten van een AB en de identiteit van nieuwe, door hem te beheren AB's.

De BAB stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst vooraf in kennis van wezenlijke wijzigingen in de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening of registratie, met name van wijzigingen in het programma van werkzaamheden van de BAB of in de beleggingsstrategie en het beleggingsbeleid van een door hem beheerd AB.

 

De BAB stelt de bevoegde autoriteit in kennis van elke wijziging met betrekking tot de personen die feitelijk leiding geven aan de beheersactiviteiten van de BAB.

Binnen een maand na ontvangst van die kennisgeving stemmen de bevoegde autoriteiten, eventueel onder voorwaarden, in met deze wijzigingen of wijzen zij deze af.

Binnen een maand na ontvangst van die kennisgeving stemmen de bevoegde autoriteiten, eventueel onder voorwaarden, in met deze wijzigingen of wijzen zij deze af. Wijzigingen in de beleggingsstrategie en het beleggingsbeleid van een AB of wijzigingen in het reglement of de statuten worden, indien de beleggers ermee hebben ingestemd, door de bevoegde autoriteiten alleen afgewezen wanneer zij daarvoor gegronde redenen hebben.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Geen enkele belegger mag een preferentiële behandeling ten deel vallen, tenzij dit in het reglement of de statuten van het AB wordt vermeld.

Geen enkele belegger mag een preferentiële materiële behandeling ten deel vallen ten opzichte van andere beleggers in hetzelfde AB, tenzij de aard van deze preferentiële behandeling in het reglement of de statuten van het AB wordt vermeld.

Motivering

De eisen van de richtlijn op het gebied van bekendmaking van de identiteit van de beleggers, in geval van niet-gestandaardiseerde termen, zijn niet gerechtvaardigd. Dit dreigt een schending van de EU-regelgeving op het gebied van gegevensbescherming met zich mee te brengen. De namen zullen, met strikte inachtneming van de vertrouwelijkheid, alleen worden doorgegeven aan de bevoegde instanties en niet aan andere beleggers of aan het publiek.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de door de bevoegde autoriteiten te hanteren criteria om te beoordelen of BAB's aan hun verplichting uit hoofde van lid 1 voldoen.

2. De Commissie stelt bij wege van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn maatregelen vast voor de door de bevoegde autoriteiten te hanteren criteria om te beoordelen of BAB's aan hun verplichting uit hoofde van lid 1 voldoen.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De in dit lid bedoelde maatregelen dienen te zijn afgestemd op de aard, omvang en complexiteit van het AB.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2 – alinea's 1 bis, 1 ter en 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De BAB's dienen verantwoorde beloningsregelingen en –praktijken te formuleren en implementeren die te verenigen zijn met een effectief risicobeheer en waardecreatie op lange termijn.

 

De BAB's informeren de bevoegde autoriteiten van de lidstaten omtrent de kenmerken van hun beloningsregelingen en –praktijken.

 

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen ingrijpen en passende corrigerende maatregelen nemen ter preventie van risico's die ertoe kunnen leiden dat een BAB nalaat verantwoorde beloningsregelingen en –praktijken te implementeren.

Motivering

De uitgangspunten moeten aansluiten bij de beginselen voor een deugdelijk beloningsbeleid die op 25 september 2009 zijn geformuleerd door de Financiële Stabiliteitsraad. De na afloop van de Top van Pittsburgh (24-25 september 2009) door de deelnemende leiders aangenomen verklaring strookt volledig met de implementatienormen die de Financiële Stabiliteitsraad heeft vastgesteld om het beloningsbeleid af te stemmen op waardecreatie op lange termijn en niet op het nemen van buitensporige risico's. Wij zijn van mening dat de door de G20 bekrachtigde beginselen van de Financiële Stabiliteitsraad op dezelfde wijze van toepassing moeten zijn op voor het systeem belangrijke BAB´s als op andere leveranciers van financiële diensten. Hoewel wij van mening zijn dat het niet nodig is gedetailleerde vereisten met betrekking tot beloning in deze richtlijn op te nemen, is het van belang dat in eventuele relevante maatregelen op niveau 2 die op grond van deze richtlijn worden uitgevoerd rekening wordt gehouden met het proportionaliteitsbeginsel en dat hierin het concurrentievermogen van de industrie in de EU gewaarborgd blijft door middel van consequente tenuitvoerlegging van dergelijke initiatieven door de Commissie, in samenwerking met de Raad voor financiële stabiliteit zoals nagestreefd door de FSB. Meer in het bijzonder dient ieder amendement dat beoogt een BAB de verplichting op te leggen beloningsvoorwaarden te hanteren die verenigbaar zijn met de regels die gelden voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen te worden verworpen, aangezien er zeer goede redenen zijn om het beloningsbeleid voor BAB´s wettelijk te laten verschillen van dat voor bijvoorbeeld banken en makelaars/handelaren. Daarom zijn wij het eens met amendement 50 van het verslag-Gauzès.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast:

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen:

a) ter nadere bepaling van de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 1;

a) ter nadere bepaling van de soorten belangenconflicten als bedoeld in lid 1;

b) ter bepaling van de redelijke maatregelen die BAB's op het gebied van interne en organisatorische procedures geacht worden te nemen om belangenconflicten te voorkomen, te beheren en bekend te maken.

b) ter bepaling van de redelijke maatregelen die BAB's op het gebied van interne en organisatorische procedures geacht worden te nemen om belangenconflicten te voorkomen, te beheren en bekend te maken.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De BAB zorgt ervoor dat de functies van risicobeheer en portefeuillebeheer gescheiden zijn en afzonderlijk worden getoetst.

1. De BAB zorgt ervoor dat de functies van risicobeheer en portefeuillebeheer gescheiden zijn, voorzover dit gepast en evenredig is met het oog op de aard, omvang en complexiteit en van de aard, omvang en complexiteit van het door hem beheerde AB.

Motivering

De vereisten inzake de scheiding van de functie van het risicobeheer van die van het portefeuillebeheer moeten evenredig zijn aan de risico's die uitgaan van de BAB en de AB's die hij beheert.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 5 – alinea 1 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter nadere bepaling van:

5. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van:

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

Schrappen

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter nadere uitwerking van:

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere uitwerking van:

a) de in lid 1 beschreven vereisten op het gebied van het liquiditeitsbeheer, en

a) de in lid 1 beschreven vereisten op het gebied van het liquiditeitsbeheer, en

b) met name de minimumliquiditeitsvereisten voor AB's die vaker dan halfjaarlijks aandelen of rechten van deelneming terugbetalen.

b) met name de minimumliquiditeitsvereisten voor AB's die vaker dan halfjaarlijks aandelen of rechten van deelneming terugbetalen.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op AB's van het closed-end-type.

Motivering

Liquiditeitsbeheer met betrekking tot mogelijke verzoeken om terugbetaling is niet vereist voor een closed-end fonds, aangezien beleggers hun belegging niet uit de activa van het fonds mogen realiseren.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de sectoroverschrijdende consistentie te waarborgen en een slechte afstemming van belangen tussen ondernemingen die leningen in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten herverpakken (initiators), en BAB's die voor een of meer AB's in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen, te voorkomen, stelt de Commissie uitvoeringsmaatregelen vast voor:

Om de sectoroverschrijdende consistentie te waarborgen en een slechte afstemming van belangen tussen ondernemingen die leningen in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten herverpakken (initiators), en BAB's die voor een of meer AB's in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen, te voorkomen, stelt de Commissie bij wege van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 49, maatregelen vast voor:

a) de vereisten waaraan de initiator moet voldoen opdat een BAB mag beleggen in effecten of andere financiële instrumenten van dit type die na 1 januari 2011 voor een of meer AB's zijn uitgegeven, met inbegrip van vereisten die waarborgen dat de initiator een netto economisch belang aanhoudt van niet minder dan 5%;

a) de vereisten waaraan de initiator moet voldoen opdat een BAB mag beleggen in effecten of andere financiële instrumenten van dit type die na 1 januari 2011 voor een of meer AB's zijn uitgegeven, met inbegrip van vereisten die waarborgen dat de initiator een netto economisch belang aanhoudt van niet minder dan 5%;

b) kwalitatieve vereisten waaraan BAB's moeten voldoen die voor een of meer AB's in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen.

b) kwalitatieve vereisten waaraan BAB's moeten voldoen die voor een of meer AB's in deze effecten of andere financiële instrumenten beleggen.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de waarde van de portefeuilles van AB's die door de BAB worden beheerd, hoger is dan 250 miljoen EUR, voorziet de BAB in een extra bedrag aan eigen vermogen. Dit extra bedrag aan eigen vermogen is gelijk aan 0,02 % van het bedrag waarmee de waarde van de portefeuilles van de BAB 250 miljoen EUR te boven gaat.

Wanneer de waarde van de portefeuilles van AB's die door de BAB worden beheerd, hoger is dan 250 miljoen EUR, voorziet de BAB in een extra bedrag aan eigen vermogen. Dit extra bedrag aan eigen vermogen is gelijk aan 0,02 % van het bedrag waarmee de waarde van de portefeuilles van de BAB 250 miljoen EUR te boven gaat. Het vereiste totale aanvangskapitaal en het extra bedrag mogen echter niet meer bedragen dan 10 miljoen EUR.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. BAB's zorgen ervoor dat voor elk door hen beheerd AB een taxateur wordt benoemd die onafhankelijk van de BAB de waarde van de door het AB verworven activa en de waarde van de aandelen en rechten van deelneming in het AB vaststelt.

1. BAB's zorgen ervoor dat voor elk door hen beheerd AB een gecertificeerde taxateur wordt benoemd die functioneel onafhankelijk van de BAB de waarde van de door het AB verworven activa en de waarde van de aandelen en rechten van deelneming in het AB vaststelt.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Indien er geen externe taxateur wordt ingeschakeld, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst de BAB voorschrijven dat de waarderingsprocedures en/of waardering door een externe taxateur of, waar nodig, door een accountant moeten worden geverifieerd.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter nadere uitwerking van de criteria op grond waarvan een taxateur onafhankelijk in de zin van lid 1 kan worden geacht.

4. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere uitwerking van de voorwaarden voor de certificering van een taxateur en voor de beginselen van de beoordelingscriteria in de zin van lid 1.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bewaarder

Bewaarder

1. De BAB zorgt ervoor dat voor elk door hem beheerd AB een bewaarder wordt benoemd die, voor zover van toepassing, de volgende taken vervult:

1. De BAB zorgt ervoor dat voor elk door hem beheerd AB een bewaarder wordt benoemd die, voor zover van toepassing, de volgende functies vervult:

a) hij ontvangt alle betalingen van beleggers die inschrijven op rechten van deelneming of aandelen in een door de BAB beheerd AB en boekt ze voor de BAB op een aparte rekening;

a) hij ontvangt alle betalingen van beleggers die inschrijven op rechten van deelneming of aandelen in een door de BAB beheerd AB en boekt ze voor de BAB op een aparte rekening;

b) hij bewaart financiële instrumenten van het AB;

b) hij bewaart financiële instrumenten van het AB, met name:

 

(i) hij neemt alle financiële instrumenten die kunnen worden bewaard in bewaring, en treft hij de nodige regelingen om de eigendomsrechten van AB's te vrijwaren, met name in het geval van insolvabiliteit van de bewaarder, evenals regelingen die waarborgen dat die financiële instrumenten in de boekhouding van de bewaarder geregistreerd staan op aparte rekeningen of op een gemeenschappelijke gescheiden rekening voor meerdere AB's, zodat zij duidelijk kunnen worden onderscheiden van de activa van de bewaarder indien deze in gebreke blijft;

 

(ii) hij houdt de registers bij om het eigendom te verifiëren van financiële instrumenten die niet in bewaring kunnen worden genomen op grond van de door de BAB verstrekte informatie, en van externe bewijsstukken over de verrichte transacties;

c) hij gaat na of het AB zelf dan wel de BAB voor het AB het eigendom heeft verkregen van alle andere activa waarin het AB belegt.

c) hij gaat na of het AB zelf dan wel de BAB voor het AB het eigendom heeft verkregen van alle andere activa waarin het AB belegt.

 

1 bis. Naast de in lid 1 genoemde taken waarborgt de bewaarder of:

 

a) de verkoop, uitgifte, inkoop, terugbetaling en intrekking van aandelen of rechten van deelneming in het AB worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving en het reglement of de statuten van het AB;

 

b) de waarde van de aandelen of rechten van deelneming in het AB wordt berekend overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving en het reglement of de statuten van het AB;

 

c) bij transacties met betrekking tot de activa van een AB, de tegenwaarde binnen de gebruikelijke termijnen wordt voldaan; alsmede

 

d) de opbrengsten van het AB een bestemming krijgen overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving en het reglement van het AB.

2. Een BAB treedt niet als bewaarder op.

2. Een BAB treedt niet als bewaarder op.

De bewaarder treedt onafhankelijk en uitsluitend in het belang van de AB-beleggers op.

De bewaarder treedt oprecht, eerlijk, professioneel, onafhankelijk en in het belang van de AB-beleggers op.

3. De bewaarder is een kredietinstelling die haar statutaire zetel in de Gemeenschap heeft en over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) beschikt.

3. De bewaarder is ofwel:

 

a) een kredietinstelling, of

 

b) een beleggingsonderneming die over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG beschikt;

 

3 bis. de bewaarder van een AB met zetel in een derde land dat wordt beheerd door een vergunninghoudende BAB moet zijn statutaire zetel hebben in de Unie, tenzij aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

 

a) de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst van de BAB en die van het derde land waar het AB zijn zetel heeft, hebben samenwerkings– en gegevensuitwisselingsovereenkomsten gesloten;

 

b) de wet van het derde land waar het AB zijn zetel heeft, voldoet aan de normen van internationale organisaties;

 

c) ten aanzien van het derde land waar het AB is gevestigd uit hoofde van punt 3, onder e), is vastgesteld dat bewaarders met zetel in dat land onderworpen zijn aan een effectieve prudentiële regelgeving en een effectief prudentieel toezicht die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van het Unierecht;

 

d) ten aanzien van het derde land waar het AB zijn zetel heeft, is overeenkomstig punt 3, onder e), vastgesteld dat de aldaar toegepaste standaarden om witwassen van geld en financiering van terrorisme te voorkomen gelijkwaardig zijn aan die van het Unierecht;

 

e) de lidstaat van herkomst van de BAB heeft met het derde land waar het AB zijn zetel heeft een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelbelastingverdrag en waarborgt een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden.

4. Bewaarders mogen hun taken aan andere bewaarders delegeren.

4. Bewaarders mogen hun taken aan hun subbewaarders delegeren, voor zover het geen controle- en toezichthoudende functies betreft. Een bewaarder mag zijn taken niet in die mate delegeren dat hij een brievenbusmaatschappij wordt. Een delegatie van aansprakelijkheid mag slechts eenmaal plaatsvinden. Er mag geen sprake zijn van een aansprakelijkheidsketen.

 

4 bis. Bewaarders nemen de beste praktijken in acht en betrachten bij de selectie en aanwijzing, de periodieke herziening en voortdurende controle van iedere derde aan wie zij de, in dit lid bedoelde onderdelen van hun takenpakket hebben gedelegeerd, de benodigde bekwaamheid, zorgvuldigheid en toewijding

5. De bewaarder is jegens BAB's en de beleggers in AB's aansprakelijk voor alle door hen geleden schade ten gevolge van niet-nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn.

5. De bewaarder is jegens BAB's en de beleggers in AB's aansprakelijk voor alle door hen geleden schade ten gevolge van opzettelijke of verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, tenzij dit verlies te wijten is aan overmacht.

Bij verlies van financiële instrumenten die de bewaarder in bewaring heeft, kan de bewaarder zich alleen kwijten van zijn aansprakelijkheid als hij kan bewijzen dat hij het verlies niet had kunnen voorkomen.

Bij verlies van financiële instrumenten die de bewaarder in bewaring heeft, kan de bewaarder zich alleen kwijten van zijn aansprakelijkheid als hij kan bewijzen dat het verlies een externe oorzaak had, niet voorzienbaar was en niet door hem had kunnen worden voorkomen.

 

Het feit dat een bewaarder heeft besloten een deel van zijn taken te delegeren aan een vergunninghoudende derde, zoals een subbewaarder of een subbewaarnemer laat zijn aansprakelijkheid ten aanzien van BAB’s en beleggers onverlet. Bij verlies van financiële instrumenten die de bewaarder in bewaring heeft, heeft hij derhalve de primaire verplichting om – onverminderd de bestaande nationale voorschriften – de bewuste activa zo spoedig mogelijk aan het AB te restitueren. Die vereiste geldt onverminderd eventuele gerechtelijke procedures.

Naargelang van de rechtsbetrekking tussen de bewaarder, de BAB en de beleggers, kan de bewaarder ten behoeve van de AB-beleggers door dezen rechtstreeks, dan wel door tussenkomst van de BAB indirect worden aangesproken. De in lid 4 bedoelde delegatie laat de aansprakelijkheid van de bewaarder onverlet.

De bewaarder kan ten behoeve van de AB-beleggers door dezen rechtstreeks en door tussenkomst van de BAB indirect worden aangesproken.

 

5 bis. Wanneer een bewaarder volgens de wetgeving van het land waar de BAB namens het AB actief is zijn bewaarnemingstaken niet mag uitoefenen of daartoe als gevolg van een niet te voorziene externe oorzaak niet in staat is, kan hij zich bij wijze van uitzondering op lid 5, van zijn aansprakelijkheid kwijten als hij kan bewijzen dat hij met betrekking tot zijn verplichtingen als bedoeld in lid 4bis voldoende zorgvuldigheid heeft betracht. Een delegatie van aansprakelijkheid kan slechts eenmaal plaatsvinden. Er mag geen sprake zijn van een aansprakelijkheidsketen.

 

5 ter. Wanneer de overeenkomst tussen de bewaarder en een prime broker of subbewaarnemer voorziet in overdracht en hergebruik van activa overeenkomstig de voor het AB geldende bepalingen, kan de bewaarnemer zich bij wijze van uitzondering op lid 5, van zijn aansprakelijkheid kwijten als hij kan bewijzen dat hij met betrekking tot zijn verplichtingen als bedoeld in lid 4bis voldoende zorgvuldigheid heeft betracht.

 

In de overeenkomst tussen de BAB en de bewaarder en de derde moet worden vastgelegd dat de BAB voor de uitvoering ervan in kennis wordt gesteld van een eventuele contractvoorwaarde die voorziet in overdracht en hergebruik van activa overeenkomstig de voor het AB geldende bepalingen.

 

Beleggers worden voordat zij in het AB beleggen over deze clausule en over de identiteit van de derde geïnformeerd. Beleggers worden met name geïnformeerd over iedere overdracht van aansprakelijkheid aan de derde, waaronder in geval van verlies van financiële instrumenten. In dat geval is de restitutietermijn in overeenstemming met de voorwaarden van de overeenkomst tussen de bewaarder en de derde.

 

5 quater. De bewaarder stelt op verzoek aan de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst alle informatie ter beschikking die het bij de uitvoering van zijn taken heeft verkregen en die de bevoegde autoriteiten nodig hebben voor het houden van toezicht op de BAB. Indien de lidstaat van herkomst van de BAB een andere is dan die van de bewaarder, delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de bewaarder de ontvangen informatie onverwijld met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB.

 

5 quinquies. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere bepaling van de plichten en verantwoordelijkheden van bewaarders en de voorwaarden waaronder een AB-bewaarder een deel van zijn taken aan een derde mag delegeren.

 

5 sexies. Aanwijzing van een bewaarder wordt in alle gevallen goedgekeurd door de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst van de BAB. De bevoegde autoriteit kan de aanwijzing van meer dan een bewaarder toestaan als duidelijk is dat dit de juiste uitvoering van alle verplichtingen van de bewaarder, als omschreven in deze richtlijn, niet in de weg staat.

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De aansprakelijkheid van de BAB blijft volledig bestaan wanneer hij taken aan een derde heeft gedelegeerd. De BAB delegeert geen taken in die mate dat hij in wezen niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd.

2. De aansprakelijkheid van de BAB blijft volledig bestaan wanneer hij taken aan een derde heeft gedelegeerd. De BAB delegeert geen taken in die mate dat hij in wezen niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd en dat hij een brievenbusmaatschappij wordt.

Motivering

Dit zinvolle amendement, dat reeds werd voorgesteld in het verslag-Gauzès, dient ter verduidelijking.

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter nadere bepaling van:

De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van:

a) de voorwaarden voor de verlening van toestemming voor de delegatie;

a) de voorwaarden voor de verlening van toestemming voor de delegatie;

b) de omstandigheden waaronder de beheerder niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd, zoals beschreven in lid 2.

b) de omstandigheden waaronder de beheerder niet meer als de beheerder van het AB kan worden beschouwd, zoals beschreven in lid 2.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een BAB stelt voor elk door hem beheerd AB een jaarverslag per boekjaar ter beschikking. Het jaarverslag wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar ter beschikking gesteld van de beleggers en de bevoegde autoriteiten.

1. Een BAB stelt voor elk door hem beheerd AB een jaarverslag per boekjaar ter beschikking. Het jaarverslag wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar ter beschikking gesteld van de beleggers en de bevoegde autoriteiten of, wanneer een AB in andere AB's heeft belegd en gegevens uit de jaarverslagen of tussentijdse verslagen van die andere AB's nodig heeft om zijn jaarverslag te kunnen opstellen, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar.

Motivering

Private-equity dakfondsen stellen hun jaarverslag op basis van de meest recente financiële informatie op die zij ontvangen hebben van de onderliggende private-equityfondsen waarin zij beleggen. Het kan zijn dat deze onderliggende fondsen hun jaarverslagen of hun financiële informatie niet zo snel publiceren dat het dakfonds aan de verplichte periode van vier maanden met betrekking tot de publicatie van zijn eigen jaarverslag kan voldoen. Daarom hebben dakfondsen meer tijd nodig om hun jaarverslagen op te stellen.

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) de in artikel 20 bedoelde informatie voorzover deze in de loop van het boekjaar dat het verslag bestrijkt is veranderd, zoals de beloningen, uitgesplitst in een vast en een variabel deel, die door de BAB en, indien van toepassing, door het AB, aan leidinggevenden en andere personeelsleden die een wezenlijke invloed hebben op de risicoblootstelling van ondernemingen, zijn betaald.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 2 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter) het taxatierapport van de door elke BAB in portefeuille gehouden onderneming;

Motivering

Bij elke onderneming, dus ook bij een AB, is het door de BAB opgestelde jaarverslag het meest door de beleggers gelezen document.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in het jaarverslag vermelde boekhoudkundige gegevens worden gecontroleerd door een of meer personen die overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad krachtens de wet bevoegd zijn om jaarrekeningen te controleren. De verklaring van deze personen en elk eventueel voorbehoud moeten integraal in elk jaarverslag worden opgenomen.

3. De in het jaarverslag vermelde boekhoudkundige gegevens worden voorbereid in overeenstemming met de normen of principes die zijn voorzien in de uitvoeringsregels of –instrumenten van het AB op het gebied van oprichting of fusie en worden gecontroleerd door een of meer personen die overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad[21] krachtens de wet bevoegd zijn om jaarrekeningen te controleren. De verklaring van deze personen en elk eventueel voorbehoud moeten integraal in elk jaarverslag worden opgenomen.

Motivering

Om dezelfde reden met betrekking tot de eigen taxatie (zelfde motivering als voor amendement 15), hoeft de informatie over de boekhouding niet te worden gecontroleerd. Desalniettemin kunnen de ondernemingen die zich bevinden in de portefeuille van een AB een financieel auditverslag maken wanneer dit noodzakelijk is.

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter verdere bepaling van de vorm en inhoud van het jaarverslag. Deze maatregelen worden afgestemd op het soort BAB waarop zij van toepassing zijn.

4. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter verdere bepaling van de vorm en inhoud van het jaarverslag. Deze handelingen zijn gepast en evenredig en worden afgestemd op het soort BAB waarop zij van toepassing zijn en de AB's waarop het verslag betrekking heeft, rekening houdend met de verschillen qua omvang, middelen, complexiteit, aard, beleggingen, beleggingsstrategieën en -technieken, structuren en beleggers tussen de diverse soorten BAB's en de AB's die zij beheren.

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

Schrappen

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 1 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. BAB's zorgen ervoor dat AB-beleggers voordat zij in het AB beleggen, de volgende informatie ontvangen en in kennis worden gesteld van wijzigingen daarin:

1. BAB's zorgen ervoor dat de volgende informatie, alsmede informatie over eventuele wijzigingen daarin, ter beschikking wordt gesteld aan AB-beleggers voordat zij in het AB beleggen:

Motivering

Ter wille van de concordantie met de Icbe- en MiFID-richtlijnen.

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) een beschrijving van de AB-beleggingsstrategie en -doelstellingen, alle activa waarin het AB mag beleggen, de technieken die het daarbij mag toepassen, en alle risico's daarvan, eventuele van toepassing zijnde beleggingsbeperkingen, de omstandigheden waaronder het AB van hefboomfinanciering gebruik mag maken, de toegestane soorten en bronnen van de hefboomfinanciering en de risico's daarvan, en beperkingen op het gebruik van hefboomfinanciering;

(a) een beschrijving van de AB-beleggingsstrategie en -doelstellingen, de soorten activa waarin het AB mag beleggen, de technieken die het daarbij mag toepassen, en de risico's daarvan, eventuele van toepassing zijnde beleggingsbeperkingen, de omstandigheden waaronder het AB van hefboomfinanciering gebruik mag maken, de toegestane soorten en bronnen van de hefboomfinanciering en de risico's daarvan, en beperkingen van het gebruik van hefboomfinanciering;

Motivering

Het is in de praktijk onmogelijk om "alle" activa waarin een AB mag beleggen bekend te maken. Deze wijziging komt overeen met de wijziging in het compromisvoorstel van het Zweedse voorzitterschap. De overige wijzigingen vloeien daaruit voort.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 1 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h) een beschrijving van alle vergoedingen, kosten en uitgaven en van de maximumbedragen die direct of indirect ten laste komen van de beleggers;

h) een beschrijving van alle vergoedingen, kosten en uitgaven en van de maximumbedragen of -tarieven die direct of indirect ten laste komen van de beleggers, samen met een beschrijving van de in de laatste twaalf maanden betaalde vergoedingen, kosten en uitgaven;

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 1 – letter j bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

j bis) een beschrijving van de prestaties van het AB, vanaf zijn oprichting tot de recentste beoordeling.

Motivering

De aan beleggers verschafte informatie moet volledig zijn, gezien de risico's die zij lopen. Met name is informatie over de staat van dienst van het AB, maar ook van de BAB, van essentieel belang voor een beleggingsbesluit. Deze informatie is al te vaak onvolledig of misleidend. Informatie over de werkelijk betaalde vergoedingen en de herkomst van de fondsen is eveneens noodzakelijk voor het treffen van een verantwoord besluit. Daarnaast zal maandelijkse informatie over het risicoprofiel van het AB beleggers helpen hun risico's te beheren.

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 2 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een BAB verstrekt de beleggers voor elk door hem beheerd AB periodiek informatie over:

2. De beherende BAB verstrekt de beleggers voor elk AB dat terugbetalingen naar keuze van de beleggers toestaat, periodiek informatie over:

Motivering

Private-equity dakfondsen (en private-equityfondsen) beleggen in illiquide activa en verlenen de beleggers geen terugbetalingsrechten. Wanneer beleggers geen terugbetalingsrechten hebben is periodieke informatie over illiquide activa of liquiditeit niet nodig.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

AB's die aan pensioenfondsen worden verkocht, moeten wijzen op de bijzondere risico's van deze beleggingsvorm. Daarnaast dienen de in dit geval voor beleggers voorgeschreven gegevens ook ter beschikking te worden gesteld van de rechthebbenden, hun vertegenwoordigers of de door dezen aangewezen deskundige adviseurs.

Motivering

Pensioenfondsen dragen een bijzondere verantwoordelijkheid omdat zij steeds meer diensten van algemeen belang moeten verrichten doordat zij werknemers een ouderdomsvoorziening ter beschikking stellen. Daarom zijn, als zij al kapitaal in een AB mogen beleggen, bijzondere verplichtingen op het vlak van de openheid vereist. Bovendien moet worden voorkomen dat primaire investeerders, d.w.z. de rechthebbenden, essentiële informatie over het toezicht op hun vermogensbeheerder of hun pensioenfonds kan worden onthouden.

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter nadere uitwerking van de informatieverplichtingen van BAB's en de frequentie van de informatie als bedoeld in lid 2. Deze maatregelen worden afgestemd op het soort BAB waarop zij van toepassing zijn.

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere uitwerking van de informatieverplichtingen van BAB's en de frequentie van de informatie als bedoeld in lid 2, rekening houdend met het soort BAB waarop zij van toepassing zijn.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) het actuele risicoprofiel van het AB en de risicobeheerinstrumenten waarmee de BAB deze risico's beheert;

c) het actuele risicoprofiel van het AB, met inbegrip van de gebruikte hefboomfinanciering, en de risicobeheerinstrumenten waarmee de BAB deze risico's beheert;

Motivering

De bevoegde autoriteiten moeten een volledig beeld van AB's en BAB's krijgen.

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 2 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis) de vergoedingenstructuur en de aan de BAB betaalde bedragen;

Motivering

De bevoegde autoriteiten moeten een volledig beeld van AB's en BAB's krijgen. De vergoedingenstructuur is belangrijk voor het bepalen van risico's.

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 2 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter) prestatiegegevens van het AB, met inbegrip van waardering van activa.

Motivering

De bevoegde autoriteiten moeten een volledig beeld van AB's en BAB's krijgen.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter verdere uitwerking van de rapportageverplichtingen als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, alsmede van de frequentie ervan.

4. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere uitwerking van de informatieverplichtingen als bedoeld in de leden 1, 2 en 3, die kunnen worden aangepast en aangevuld in het licht van zich ontwikkelende financiële technieken, alsmede van de frequentie ervan.

Amendement  67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

De Commissie heeft eveneens de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot het soort informatie dat overeenkomstig lid 3 bis openbaar wordt gemaakt.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. BAB's die een of meer AB's beheren die op systeemrelevante wijze met een hoge hefboomfinanciering werken, verstrekken de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst informatie over de totale hefboomfinanciering waarmee elk door hen beheerd AB werkt, een uitsplitsing naar hefboomfinanciering uit geleend geld of geleende effecten en hefboomfinanciering in de vorm van financiële derivaten en, indien bekend, de mate waarin AB- activa in het kader van hefboomfinancieringsregelingen worden hergebruikt.

 

Deze informatie bevat voor elk door de BAB beheerd AB de identiteit van de vijf grootste bronnen van geleend geld of geleende effecten en de hefboomfinancieringsbedragen die van elk van die entiteiten voor elk door de BAB beheerd AB zijn ontvangen.

Motivering

Dit is een zinvol amendement dat is voorgesteld in het compromisvoorstel van het Zweedse voorzitterschap.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een BAB toegang hebben tot informatie over het gebruik van baissetransacties voor rekening van de door de BAB beheerde AB's om te bepalen in hoeverre het gebruik van baissetransacties tot een toename van het systeemrisico in het financiële stelsel leidt of het gevaar van chaotische marktomstandigheden vergroot. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst zorgen er eveneens voor dat dergelijke informatie voor alle BAB's waarop zij toezicht houden, in geaggregeerde vorm ter beschikking wordt gesteld van andere bevoegde autoriteiten, het bij Besluit 2009/77/EG van 23 januari 20091 ingestelde Comité van Europese effectenregelgevers (CEER) en het bij Verordening (EG) nr. ... opgerichte ECSR middels de procedure van artikel 46 inzake de samenwerking tussen toezichthouders.

 

________________

PB L 25 van 29.1.2009, blz. 18.

Motivering

Het is niet zinvol om een op zichzelf staande regeling voor baissetransacties door BAB's te treffen. Er zij op gewezen dat in de toelichting bij de voorgestelde richtlijn wordt erkend dat baissetransacties niet alleen door BAB's worden toegepast en dat de Commissie bredere maatregelen met betrekking tot baissetransacties op het oog heeft. Voorts zij erop gewezen dat dit punt in aanmerking is genomen in het compromisvoorstel van het Zweedse voorzitterschap, waarin vereisten inzake informatievergaring zijn opgenomen, en in het verslag-Gauzès, dat in amendement 13 erkent dat baissetransacties binnen een geharmoniseerd regelgevingskader moeten plaatsvinden.

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 21 bis

 

Geheimhouding

 

Niets in deze richtlijn belet een BAB zijn bevoegde autoriteit ervan in kennis te stellen dat bepaalde door hem overeenkomstig deze richtlijn verstrekte informatie een bedrijfsgeheim of vertrouwelijke informatie is, onverminderd de mogelijkheid van de bevoegde autoriteit om overeenkomstig deze richtlijn informatie met andere bevoegde autoriteiten uit te wisselen.

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter nadere uitwerking van de informatievereisten met betrekking tot de hefboomfinanciering en de frequentie van de rapportage aan de bevoegde autoriteiten en van de informatieverschaffing aan beleggers.

2. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter nadere uitwerking van de informatievereisten met betrekking tot de hefboomfinanciering en de frequentie van de rapportage aan de bevoegde autoriteiten en van de informatieverschaffing aan beleggers.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten van herkomst zorgen ervoor dat alle ingevolge artikel 24 ontvangen informatie voor alle BAB's waarop zij toezicht houden, in geaggregeerde vorm ter beschikking wordt gesteld van andere bevoegde autoriteiten middels de procedure van artikel 46 inzake de samenwerking tussen toezichthouders. Als een onder hun verantwoordelijkheid vallende BAB mogelijk een belangrijke bron van tegenpartijrisico vormt voor een kredietinstelling of andere systeemrelevante instelling in andere lidstaten, melden zij dit eveneens middels dit mechanisme, alsook bilateraal aan andere rechtstreeks betrokken lidstaten.

2. De lidstaten van herkomst zorgen ervoor dat alle ingevolge de artikelen 21 en 24 ontvangen informatie voor alle BAB's waarop zij toezicht houden, in geaggregeerde vorm ter beschikking wordt gesteld van andere bevoegde autoriteiten in de Unie, van de EAEM en van het ECSR. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst verschaffen onverwijld informatie middels de procedure van artikel 46 inzake de samenwerking tussen toezichthouders. Als een onder hun verantwoordelijkheid vallende BAB mogelijk een belangrijke bron van tegenpartijrisico vormt voor een kredietinstelling of andere systeemrelevante instelling in andere lidstaten, melden zij dit eveneens middels dit mechanisme, alsook bilateraal aan andere rechtstreeks betrokken lidstaten.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Om de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen stelt de Commissie uitvoeringsmaatregelen vast ter beperking van de hefboomfinanciering waarmee BAB's mogen werken. Deze beperkingen dienen onder meer rekening te houden met het soort AB, hun strategie en hun hefboomfinancieringsbronnen.

Schrappen

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Motivering

De Commissie dient geen plafond te stellen aan hefboomfinanciering aangezien dit een onevenredige maatregel zou zijn die voorbijgaat aan de grote verscheidenheid van structuren en strategieën in de BAB-sector. In het geval van een economische baisse zou een dergelijke maatregel bovendien procyclisch kunnen uitpakken. De bevoegdheid tot het nemen van een dergelijke maatregel moet bij de autoriteiten van de lidstaten berusten, die daartoe van geval tot geval zouden moeten kunnen besluiten.

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Onder uitzonderlijke omstandigheden en indien dit vereist is om de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst bijkomende restricties of voorwaarden verbinden aan de hefboomfinanciering waarmee BAB's mogen werken. De maatregelen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst dienen tijdelijk van aard te zijn en te voldoen aan de krachtens lid 3 door de Commissie vastgestelde bepalingen.

4. Onder uitzonderlijke omstandigheden en indien dit vereist is om de stabiliteit en integriteit van het financiële stelsel te waarborgen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de BAB restricties of voorwaarden verbinden aan de hefboomfinanciering waarmee BAB's mogen werken. De lidstaat van herkomst van het AB, de EAEM, het ECSR en de Commissie worden van een dergelijke maatregel in kennis gesteld.

Motivering

De Commissie dient geen plafond te stellen aan hefboomfinanciering aangezien dit een onevenredige maatregel zou zijn die voorbijgaat aan de grote verscheidenheid van structuren en strategieën in de BAB-sector. In het geval van een economische baisse zou een dergelijke maatregel bovendien procyclisch kunnen uitpakken. De bevoegdheid tot het nemen van een dergelijke maatregel moet bij de autoriteiten van de lidstaten berusten, die daartoe van geval tot geval zouden moeten kunnen besluiten.

Amendement 75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Werkingssfeer

Werkingssfeer

1. Deze afdeling is van toepassing op:

1. Deze afdeling is van toepassing op:

a) BAB's die een of meer AB's beheren die hetzij individueel hetzij samen ten minste 30% van de stemrechten van een uitgevende instelling of van een niet-beursgenoteerde onderneming met zetel in de Gemeenschap verwerven;

a) BAB's die een of meer AB's beheren die hetzij individueel hetzij samen een beheersende invloed verwerven, bij voorbeeld wanneer zij 10%, 20%, 30% of 50% van de stemrechten van een uitgevende instelling of van een niet-beursgenoteerde onderneming met zetel in de Unie verwerven;

b) BAB's die met een of meer AB's een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan de door deze BAB's beheerde AB's ten minste 30% van de stemrechten van de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming kunnen verwerven.

b) BAB's die met een of meer AB's een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan de door deze BAB's beheerde AB's een beheersende invloed verwerven, bij voorbeeld wanneer zij 10%, 20%, 30% of 50% van de stemrechten van een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming kunnen verwerven.

2. Deze afdeling is niet van toepassing wanneer de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming een kleine of middelgrote onderneming is waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en/of waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR en het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt.

2. De artikelen 26 t/m 30 zijn niet van toepassing wanneer de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming - met inbegrip van afhankelijke ondernemingen - minder dan 50 personen in dienst heeft.

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kennisgeving van de verwerving van een beheersende invloed in niet-beursgenoteerde ondernemingen

Kennisgeving van de verwerving van een aanmerkelijke invloed in niet-beursgenoteerde ondernemingen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een BAB in staat is om ten minste 30% van de stemrechten van een niet-beursgenoteerde onderneming te verwerven, deze BAB de niet-beursgenoteerde onderneming zelf en alle andere aandeelhouders in kennis stelt van de bij lid 2 voorgeschreven informatie.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een BAB in staat is om een beheersende invloed op een niet-beursgenoteerde onderneming te verwerven, deze BAB de niet-beursgenoteerde onderneming zelf en alle andere aandeelhouders in kennis stelt van de bij lid 2 voorgeschreven informatie.

 

De lidstaten zorgen ervoor dat telkens wanneer een BAB, die alleen of samen met een andere BAB optreedt, via een of meer AB's die hij beheert 10%, 20%, 30% of 50% van de stemrechten van een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming verwerft, deze BAB de uitgevende instelling dan wel de niet-beursgenoteerde onderneming, haar werknemersvertegenwoordigers of, bij ontstentenis daarvan, de werknemers zelf, de bevoegde autoriteit van de BAB en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitgevende instelling of de niet-beursgenoteerde onderneming gevestigd is, in kennis stelt van de bij lid 2 voorgeschreven informatie.

Deze kennisgeving wordt zo spoedig mogelijk gedaan en in elk geval binnen vier handelsdagen, waarvan de eerste dag de dag is waarop de BAB's de positie heeft bereikt waarin hij 30% van de stemrechten kan uitoefenen.

Deze kennisgeving wordt zo spoedig mogelijk gedaan en in elk geval binnen vier handelsdagen, waarvan de eerste dag de dag is waarop de BAB's de desbetreffende drempelwaarde heeft bereikt.

2. De uit hoofde van lid 1 vereiste kennisgeving bevat de volgende informatie:

2. De uit hoofde van lid 1 vereiste kennisgeving bevat de volgende informatie:

a) de resulterende situatie wat de stemrechten betreft;

a) de resulterende situatie wat de stemrechten betreft;

b) de omstandigheden waaronder de drempel van 30% is bereikt, waaronder informatie over de identiteit van de verschillende betrokken aandeelhouders;

b) de omstandigheden waaronder de beheersende invloed is bereikt, waaronder

informatie over de volledige identificatie van de verschillende betrokken BAB's, AB's en aandeelhouders en van personen die samen met hen optreden, natuurlijke of rechtspersonen die namens hen stemrechten kunnen uitoefenen en, indien van toepassing, de keten van ondernemingen via welke stemrechten daadwerkelijk worden gehouden;

c) de datum waarop de drempelwaarde is bereikt of overschreden.

c) de datum waarop de beheersende invloed is bereikt of overschreden.

Amendement  77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 27 bis

 

Kapitaaltoereikendheid van doelondernemingen

 

Om de mogelijke verzilvering van waardevolle activa ("asset stripping") te voorkomen moeten de netto activa van een doelonderneming die wordt beheerst door een AB, voldoen aan de bepalingen inzake kapitaaltoereikendheid van de tweede vennootschapsrichtlijn.

Motivering

De bepalingen van artikel 15, lid 1, onder a) van de Tweede Richtlijn (77/91/EEG) van de Raad van 13 december 1976 strekkende tot het coördineren van waarborgen, en de bepalingen van artikel 1, lid 4, onder b en artikel 1, lid 5 van Richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, zouden enerzijds de afstoting van waardevolle activa louter ter aflossing van overnameschuld kunnen helpen voorkomen en anderzijds voldoende ruimte laten voor gewettigde strategische herstructureringen.

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Naast hetgeen op grond van artikel 27 vereist is, zorgen de lidstaten ervoor dat wanneer een BAB ten minste 30% van de stemrechten van een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming verwerft, deze BAB de in de tweede en derde alinea genoemde informatie ter beschikking stelt van de uitgevende instelling, de niet-beursgenoteerde onderneming, hun aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers of, bij ontstentenis van dergelijke vertegenwoordigers, de werknemers zelf.

1. Naast hetgeen op grond van artikel 27 vereist is, zorgen de lidstaten ervoor dat wanneer een BAB, die alleen of samen met een andere BAB optreedt, een beheersende invloed in een uitgevende instelling of een niet-beursgenoteerde onderneming verwerft, deze BAB de in dit lid genoemde informatie doet toekomen aan de uitgevende instelling, de niet-beursgenoteerde onderneming, hun aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers of, bij ontstentenis van dergelijke vertegenwoordigers, de werknemers zelf.

 

Bij uitgevende instellingen stelt de BAB de in artikel 6, lid 3, van Richtlijn 2004/25/EG bedoelde informatie ter beschikking van de betrokken uitgevende instelling, haar aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers

Bij uitgevende instellingen stelt de BAB de volgende informatie ter beschikking van de betrokken uitgevende instelling, haar aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers:

Bij uitgevende instellingen en niet-beursgenoteerde ondernemingen stelt de BAB het navolgende ter beschikking:

a) de informatie als bedoeld in artikel 6, lid 3, van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod;

a) geplande belangrijke afstotingen van activa;

b) het beleid om belangenconflicten, en met name belangenconflicten tussen de uitgevende instelling en de BAB, te voorkomen en te beheren;

b) het beleid om belangenconflicten, en met name belangenconflicten tussen de uitgevende instelling en de BAB, te voorkomen en te beheren;

c) het beleid inzake de externe en interne communicatie van de uitgevende instelling, met name wat het personeel betreft.

c) het beleid inzake de externe en interne communicatie van de uitgevende instelling, met name wat het personeel betreft.

Bij niet-beursgenoteerde ondernemingen stelt de BAB de volgende informatie ter beschikking van de betrokken niet-beursgenoteerde onderneming, haar aandeelhouders, hun aandeelhouders en werknemersvertegenwoordigers:

 

d) de identiteit van de BAB die hetzij individueel hetzij in afspraak met andere BAB's de drempel van 30% heeft bereikt;

d) de identiteit van de BAB die hetzij individueel hetzij in afspraak met andere BAB's een beheersende invloed heeft bereikt;

e) het ontwikkelingsplan voor de niet-beursgenoteerde onderneming;

 

f) het beleid om belangenconflicten, en met name belangenconflicten tussen de niet-beursgenoteerde onderneming en de BAB, te voorkomen en te beheren;

f) het beleid om belangenconflicten, en met name belangenconflicten tussen de niet-beursgenoteerde onderneming en de BAB, te voorkomen en te beheren;

g) het beleid inzake de externe en interne communicatie van de uitgevende instelling of niet-beursgenoteerde onderneming, met name wat het personeel betreft.

 

 

g bis) de terzake van de ondernemingsstrategie en het werkgelegenheidsbeleid voor het sluiten van juridische overeenkomsten bevoegde persoon of personen.

PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.

 

Amendement  79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 2 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor:

2. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor:

Amendement  80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 28 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

Schrappen

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 2 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het AB-jaarverslag bevat voor elke uitgevende instelling en niet-beursgenoteerde onderneming waarin het AB heeft belegd, de volgende aanvullende informatie:

2. Het AB-jaarverslag bevat voor elke uitgevende instelling en niet-beursgenoteerde onderneming waarop de BAB een beheersende invloed uitoefent in de zin van artikel 28, de volgende aanvullende informatie:

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de nadere inhoud van de informatie die uit hoofde van de leden 1 en 2 moet worden verstrekt.

4. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de nadere inhoud van de informatie die uit hoofde van de leden 1 en 2 moet worden verstrekt.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de aandelen van een uitgevende instelling na een verwerving van ten minste 30% van de stemrechten van deze instelling niet meer worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, blijft zij, gerekend vanaf de dag waarop zij de gereglementeerde markt heeft verlaten, nog twee jaar lang voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2004/109/EG.

Wanneer de aandelen van een uitgevende instelling na een verwerving van een beheersende invloed of het bereiken van een aanmerkelijke invloed in deze instelling niet meer worden toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, blijft zij, gerekend vanaf de dag waarop zij de gereglementeerde markt heeft verlaten, nog één jaar lang voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2004/109/EG.

Amendement  84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 3 – alinea's 2 en 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Afhankelijk van de in alinea 3 bedoelde uitvoeringsmaatregelen mogen de bevoegde autoriteiten ingevolge dit artikel restricties of voorwaarden verbinden aan de verhandeling van AB's.

Afhankelijk van de in alinea 3 bedoelde gedelegeerde handelingen mogen de bevoegde autoriteiten ingevolge dit artikel restricties of voorwaarden verbinden aan de verhandeling van AB's.

De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast ter uitwerking van de soorten restricties of voorwaarden die overeenkomstig de tweede alinea van dit lid mogen worden verbonden aan de verhandeling van AB's. Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen ter uitwerking van de soorten restricties of voorwaarden die overeenkomstig de tweede alinea van dit lid mogen worden verbonden aan de verhandeling van AB's.

Amendement  85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Een lidstaat van herkomst van een BAB kan die BAB met inachtneming van het nationale recht toestaan een AB met een zetel buiten de Unie op zijn grondgebied te verhandelen.

 

Indien een AB verkoop naar keuze van de beleggers toestaat, dan moet de BAB zijn zetel in de Unie hebben of moet er een samenwerkingsovereenkomst en een efficiënte uitwisseling van alle voor het toezicht op systeemrisico's relevante informatie bestaan tussen:

 

a) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het AB wordt verhandeld en de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land;

 

b) de BAB en diens toezichthouder;

 

c) de toezichthouder van de BAB en de EAEM.

Motivering

Nieuw lid 4 bis: lidstaten moeten hun eigen uitzonderingen voor onderhandse plaatsing kunnen handhaven, zodat wordt voorkomen dat aanzienlijke schade wordt toegebracht aan pensioenfondsen en andere beleggers uit de EU als zij niet meer kunnen beleggen in fondsen die buiten de EU worden beheerd.

Amendement  86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 33 – lid 7 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De Commissie stelt overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 49, lid 2, uitvoeringsmaatregelen vast voor:

7. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor:

Amendement  87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 35 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een BAB mag alleen aandelen of rechten van deelneming in een AB met zetel in een derde land verhandelen aan professionele beleggers met zetel in een lidstaat, indien het derde land met deze lidstaat een overeenkomst heeft gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt.

Een BAB mag alleen aandelen of rechten van deelneming in een AB met zetel in een derde land verhandelen aan professionele beleggers met zetel in een lidstaat, indien het derde land is opgenomen in de OESO-lijst van staten die de internationaal erkende belastingnorm grotendeels hebben uitgevoerd.

Motivering

De eis dat het land waar een AB uit een derde land zijn zetel heeft met elke EU-lidstaat waar dat fonds verhandeld zou worden een overeenkomst voor informatie-uitwisseling moet sluiten, is te belastend en zou de praktische mogelijkheden van lidstaten om verhandeling van dat AB op hun grondgebied conform hun nationale vrijstellingen voor onderhandse plaatsing toe te staan waarschijnlijk sterk beperken.

Amendement  88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 37 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de criteria voor de toetsing van de gelijkwaardigheid van de waarderingsstandaarden en –regels van derde landen, als bedoeld in lid 1, onder b).

2. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de criteria voor de toetsing van de gelijkwaardigheid van de waarderingsstandaarden en –regels van derde landen, als bedoeld in lid 1, onder b).

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 37 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Op basis van de criteria uit hoofde van lid 2 stelt de Commissie overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 49, lid 2, uitvoeringsmaatregelen vast waarin wordt bepaald dat de waarderingsstandaarden en –regels in de wetgeving van een derde land gelijkwaardig zijn aan die welke in de Gemeenschap van toepassing zijn.

3. Op basis van de criteria uit hoofde van lid 2 heeft de Commissie, overeenkomstig artikelen 49 van deze richtlijn, de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin wordt bepaald dat de waarderingsstandaarden en –regels in de wetgeving van een derde land gelijkwaardig zijn aan die welke in de Unie van toepassing zijn.

Amendement  90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de criteria voor de toetsing van de gelijkwaardigheid van de prudentiële regelgeving, het prudentiële toezicht en de normen als bedoeld in lid 1.

3. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de criteria voor de toetsing van de gelijkwaardigheid van de waarderingsstandaarden en –regels van derde landen, als bedoeld in lid 1.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Op basis van de criteria uit hoofde van lid 3 stelt de Commissie overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 49, lid 2, uitvoeringsmaatregelen vast waarin wordt bepaald dat de prudentiële regelgeving, het prudentiële toezicht en de normen van een derde land gelijkwaardig zijn aan deze richtlijn.

4. Op basis van de criteria uit hoofde van lid 3 heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin wordt bepaald dat de prudentiële regelgeving, het prudentiële toezicht en de normen van een derde land gelijkwaardig zijn aan deze richtlijn

Amendement  92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) het derde land heeft met de lidstaat waarin de vergunning wordt aangevraagd, een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt.

(e) het derde land heeft met de lidstaat waarin de vergunning wordt aangevraagd, een overeenkomst gesloten die voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake belasting en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt.

Amendement  93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – lid 2 – alinea 1 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor:

2. De Commissie heeft de bevoegdheid om, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, gedelegeerde handelingen vast te stellen voor:

Amendement  94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

Schrappen

Amendement  95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – lid 3 – inleidend gedeelte

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Op basis van de in lid 2 bedoelde criteria stelt de Commissie overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 49, lid 2, uitvoeringsmaatregelen vast waarin wordt bepaald

3. Op basis van de in lid 2 bedoelde criteria heeft de Commissie overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin wordt bepaald

Amendement  96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – lid 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) dat de wetgeving inzake de prudentiële regelgeving voor en het doorlopend toezicht op BAB's in een derde land gelijkwaardig is aan deze richtlijn en effectief wordt gehandhaafd;

(a) dat de wetgeving inzake de prudentiële regelgeving voor en het doorlopend toezicht op BAB's in een derde land wat betreft BAB's en AB's van een bepaalde aard, omvang en complexiteit redelijkerwijs geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan deze richtlijn en effectief wordt gehandhaafd;

Amendement  97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 45 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Overeenkomstig de in artikel 49, lid 2, bedoelde procedure stelt de Commissie uitvoeringsmaatregelen vast betreffende de procedures voor de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.

5. De Commissie heeft, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, betreffende de procedures voor de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.

Amendement  98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 46 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de vorm, inhoud en frequentie van de informatie die uit hoofde van lid 1 moet worden uitgewisseld.

3. De Commissie heeft, overeenkomstig artikel 49 van deze richtlijn, de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de vorm, inhoud en frequentie van de informatie die uit hoofde van lid 1 moet worden uitgewisseld.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 47 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse.

4. De Commissie heeft, overeenkomstig artikel 49, de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen voor de procedures voor onderzoeken en verificaties ter plaatse.

Deze uitvoeringsmaatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 49, lid 3.

 

Amendement  100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Comité

Delegated Acts

1. De Commissie wordt bijgestaan door Europees Comité voor het effectenbedrijf, dat is ingesteld bij Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf.

1. De bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 2, lid 4, artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 3, artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 3, artikel 13, artikel 16, lid 4, artikel 18, lid 4, artikel 19, lid 4, artikel 20, lid 3, artikel 21, lid 4, artikel 24, lid 2, artikel 25, lid 3, artikel 28, lid 2, artikel 29, lid 4, artikel 31, lid 3, artikel 33, lid 7, artikel 37, lid 2, artikel 37, lid 3, artikel 38, lid 3, artikel 38, lid 4, artikel 39, lid 2, artikel 39, lid 3, artikel 45, lid 5, artikel 46, lid 3, artikel 47, lid 4, en artikel 53 wordt aan de Commissie verleend, rekening houdend met de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde voorwaarden.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

2. De bevoegdheidsdelegatie geldt voor een periode van drie jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn en wordt op een, uiterlijk één maand voor het verstrijken van de delegatie ingediend verzoek van de Commissie telkens met een periode van drie jaar verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad hiertegen bezwaar maakt binnen drie maanden na het verzoek.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen de bevoegdheidsdelegatie op elk moment intrekken.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

3. Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien noch het Europees Parlement noch de Raad binnen drie maanden bezwaar heeft aangetekend.

PROCEDURE

Titel

Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen

Document- en procedurenummers

COM(2009)0207 – C7-0040/2009 – 2009/0064 (COD)

Commissie ten principale

ECON

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

14.7.2009

 

 

 

Medeverantwoordelijke commissie(s) - datum bekendmaking

19.10.2009

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Evelyn Regner

2.9.2009

 

 

Behandeling in de commissie

10.11.2009

27.1.2010

8.3.2010

 

Datum goedkeuring

28.4.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Raffaele Baldassarre, Luigi Berlinguer, Sebastian Valentin Bodu, Françoise Castex, Christian Engström, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Daniel Hannan, Klaus-Heiner Lehne, Antonio López-Istúriz White, Antonio Masip Hidalgo, Alajos Mészáros, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Kay Swinburne, Alexandra Thein, Diana Wallis, Rainer Wieland, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Piotr Borys, Sergio Gaetano Cofferati, Kurt Lechner, Eva Lichtenberger, József Szájer

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Kay Swinburne


PROCEDURE

Titel

Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen

Document- en procedurenummers

COM(2009)0207 – C7-0040/2009 – 2009/0064 (COD)

Datum indiening bij EP

30.4.2009

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

14.7.2009

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

JURI

14.7.2009

 

 

 

Medeverantwoordelijke commissie(s)

       Datum bekendmaking

JURI

19.10.2009

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Jean-Paul Gauzès

21.7.2009

 

 

Behandeling in de commissie

2.9.2009

6.10.2009

1.12.2009

23.2.2010

 

17.3.2010

 

 

 

Datum goedkeuring

17.5.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

31

11

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Diogo Feio, Markus Ferber, Elisa Ferreira, Vicky Ford, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Enikő Győri, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Othmar Karas, Wolf Klinz, Jürgen Klute, Werner Langen, Astrid Lulling, Hans-Peter Martin, Íñigo Méndez de Vigo, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Peter Skinner, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Marta Andreasen, Sophie Auconie, Pervenche Berès, Lajos Bokros, David Casa, Syed Kamall, Philippe Lamberts, Gay Mitchell, Sirpa Pietikäinen

Laatst bijgewerkt op: 24 juni 2010Juridische mededeling