Procedure : 2010/0179(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0325/2010

Ingediende teksten :

A7-0325/2010

Debatten :

PV 22/11/2010 - 14
CRE 22/11/2010 - 14

Stemmingen :

PV 23/11/2010 - 6.15
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0417

VERSLAG     *
PDF 176kDOC 221k
15 november 2010
PE 445.856v02-00 A7-0325/2010

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de geldigheidsduur van de minimumhoogte van het normale tarief

(COM(2010)0331 – C7-0173/2010 – 2010/0179(CNS))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: David Casa

PR_CNS_CNS_art55am

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EEG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de geldigheidsduur van de minimumhoogte van het normale tarief

(COM(2010)0331 – C7-0173/2010 – 2010/0179(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2010)0331),

–   gelet op artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0173/2010),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

–   gelet op artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A7-0325/2010),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) In afwachting van de resultaten van raadplegingen over een nieuwe btw-strategie, die vorm moet geven aan een toekomstige regeling en overeenkomstige niveaus van harmonisatie, zou het voorbarig zijn een definitief niveau voor het normale tarief vast te stellen of een wijziging van het minimumniveau te overwegen.

(4) In afwachting van de resultaten van raadplegingen over een nieuwe btw-strategie, die vorm moet geven aan een toekomstige regeling en overeenkomstige niveaus van harmonisatie, zou het voorbarig zijn een definitief niveau voor het normale tarief vast te stellen of een wijziging van het minimumniveau te overwegen. De nieuwe btw-strategie moet erop gericht zijn de btw-regels te hervormen op een manier die de doelstellingen van de interne markt actief bevordert.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Het is derhalve passend het huidige minimumniveau van het normale tarief te handhaven op 15% voor een nieuwe periode die lang genoeg is om rechtszekerheid te bieden, terwijl in de tussentijd verdere reflectie kan worden verricht.

(5) Het is derhalve passend het huidige minimumniveau van het normale tarief te handhaven op 15% voor een nieuwe periode die lang genoeg is om rechtszekerheid te bieden, terwijl in de tussentijd verdere reflectie kan worden verricht, waarbij de internemarktstrategie als richtsnoer wordt aangehouden.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Dit betekent geenszins dat de btw-wetgeving voor 31 december 2015 niet meer kan worden herzien om rekening te houden met de nieuwe btw-strategie.

(6) Dit betekent geenszins dat de btw-wetgeving voor 31 december 2015 niet meer kan worden herzien om rekening te houden met de nieuwe btw-strategie. Zo mogelijk zou er vóór 31 december 2015 moeten worden overgestapt op een definitief stelsel.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 1 bis

 

Herziening

 

1. Tegen uiterlijk 31 december 2013 komt de Commissie met wetgevingsvoorstellen ter vervanging van het vigerende minimale overgangstarief voor de btw door een definitief stelsel.

 

2. Met het oog op de toepassing van lid 1 pleegt de Commissie met alle publieke en particuliere belanghebbenden uitvoerig overleg over de nieuwe btw-strategie. Dit overleg moet zich hoe dan ook uitstrekken tot de te hanteren btw-tarieven, inclusief verlaagde btw-tarieven, de vraag of het al dan niet wenselijk is een maximum btw-tarief vast te stellen, het toepassingsgebied van de btw, de afwijkingen van het stelsel, en de alternatieve opties voor de structurele opbouw en de werking van de btw, met inbegrip van de plaats van belastingheffing voor leveringen binnen de Unie. De Commissie brengt over de resultaten van dat overleg verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad.

(1)

Advies van …. (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)..


TOELICHTING

Inleiding

Het voorstel van de Commissie strekt ertoe de geldigheidsduur van het voor de EU-landen voorgeschreven normale minimumtarief van de btw van 15% met 5 jaar te verlengen. Het voorstel zal dus geen gevolgen hebben voor de toegepaste belastingtarieven. De Commissie stelt voor, de verlenging op 1 januari 2011 te laten ingaan voor een periode die eindigt op 31 december 2015. Het voorstel is gebaseerd op artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Achtergrond

Met het oog op de totstandbrenging van een interne markt zonder grenzen in januari 1993 heeft de Commissie toentertijd voorstellen voor een definitieve regeling inzake fiscale harmonisatie gepresenteerd. Met betrekking tot de te hanteren tarieven had de Commissie aanvankelijk voorgesteld een geharmoniseerde belastingstructuur met twee verplichte btw-tarieven (een normaal en een verlaagd tarief) en harmonisatie binnen een bandbreedte van de door de lidstaten toegepaste tarieven in te voeren.

Toen evenwel duidelijk werd dat over de Commissievoorstellen in de Raad niet voor 1 januari 1993 politieke overeenstemming zou kunnen worden bereikt, heeft de Raad besloten een overgangsregeling vast te stellen. Omtrent de tarievenkwestie hechtte de Raad vervolgens zijn goedkeuring aan Richtlijn 92/77/EEG tot onderlinge aanpassing van de btw-tarieven, waarbij een stelsel van minimumtarieven werd ingevoerd. De richtlijn bepaalde dat het normale tarief van 1 januari 1993 tot en met 31 december 1996 niet lager mocht zijn dan 15%. Deze bepaling is inmiddels viermaal verlengd. De laatste verlenging verstrijkt op 31 december 2010.

De toetredingen van nieuwe lidstaten in 2004 en 2007 hebben niet geleid tot enigerlei wijziging in de situatie met betrekking tot de btw-tarieven, die voor de 27 lidstaten nog steeds variëren van 15% tot 25% (zie bijlage). De Commissie heeft bevestigd dat geen enkele lidstaat bezwaren heeft ingebracht tegen een verlenging van het normale btw-tarief.

Om de reeks bereikte mate van harmonisatie van de tarieven te bestendigen, heeft de Commissie tot twee keer toe voorstellen ingediend voor een standaard tariefbandbreedte met een minimumtarief van 15% en een maximumtarief van 25% (COM(95) 731 en COM(1998) 693). Deze bandbreedte was de afgeleide van de tarieven die in de praktijk werden toegepast in de lidstaten, waar de standaardtarieven altijd hebben gevarieerd tut 15% en 25%.

In beide gevallen werden de voorstellen om de tarieven nader tot elkaar te brengen gewijzigd door de Raad, die alleen het beginsel van een minimumtarief handhaafde met een ondergrens van 15%, zoals in de regeling die werd ingesteld bij de richtlijn uit 1992.

Bij de vaststelling van de successieve Richtlijnen (96/95/EG, 1999/49/EG, 2005/92/EG en 2001/4/EG) besloot de Raad echter wel tot opneming in de notulen van de Raad van de volgende verklaring:

"Voor zover op dit moment kan worden voorzien, verbinden de lidstaten zich ertoe om van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 al het mogelijke te doen om te voorkomen dat de huidige marge van 10% boven het huidige laagste normale tarief dat de lidstaten toepassen, groter wordt."

Voorlopige beoordeling van de rapporteur - De toekomst van het btw-stelsel

In het onderhavige voorstel geeft de Commissie aan dat de verlenging van de regeling niet alleen beoogt bedrijven de nodige rechtszekerheid te bieden – een doel waar de rapporteur overigens volledig achter staat – maar ook om ruimte te creëren voor verdere reflectie over de passende hoogte van het normale btw-tarief op EU-niveau.

Tijdens een gedachtewisseling met de Commissie economische en monetaire zaken heeft commissaris Šemeta aangekondigd dat de Commissie voornemens is met een groenboek te komen over de herziening van het btw-stelsel, teneinde een gunstiger klimaat voor het bedrijfsleven en een eenvoudiger en robuuster systeem voor de lidstaten te creëren. De rapporteur is van mening dat de Commissie zich niet alleen moet buigen over het specifieke probleem van het normale btw-tarief en andere tarieven, maar ook – conform de aankondiging van de commissaris – over de bredere problematiek van een nieuwe btw-strategie, die zich ook moet uitstrekken tot het toepassingsgebied van de btw en de daarvoor geldende uitzonderingsregelingen.

De rapporteur wijst erop dat het vigerende btw-stelsel, niet alleen qua tarieven maar ook in andere opzichten steeds complexer is geworden en geen gelijke tred meer houdt met de ontwikkeling van de interne markt. Het Europese bedrijfsleven, en met name het MKB, is daardoor in een achterstandspositie terechtgekomen. Een ander punt – waar het Europees Parlement ook in het verleden al op heeft gewezen – is dat het btw-stelsel, zoals het momenteel is opgezet en door de lidstaten wordt toegepast, wordt gekenmerkt door een aantal zwakke punten waar fraudeurs misbruik van maken en waardoor miljarden euro's aan belastinginkomsten worden misgelopen.

Daarom dringt de rapporteur er bij de Commissie op aan snel met de resultaten van haar analyses te komen en ook het Europees Parlement bij de discussie te betrekken.

Bijlage

Standaard btw-tarieven in de lidstaten

Lidstaten

Standaard-tarief

België

21

Bulgarije

20

Tsjechië

20

Denemarken

25

Duitsland

19

Estland

20

Griekenland

23

Spanje

18

Frankrijk

19,6

Ierland

21

Italië

20

Cyprus

15

Letland

21

Litouwen

21

Luxemburg

15

Hongarije

25

Malta

18

Nederland

19

Oostenrijk

20

Polen

22

Portugal

21

Roemenië

24

Slovenië

20

Slowakije

19

Finland

23

Zweden

25

Verenigd Koninkrijk

17,5


PROCEDURE

Titel

Wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de geldigheidsduur van de minimumhoogte van het normale tarief

Document- en procedurenummers

COM(2010)0331 – C7-0173/2010 – 2010/0179(CNS)

Datum raadpleging EP

8.7.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

7.9.2010

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

David Casa

6.7.2010

 

 

Behandeling in de commissie

4.10.2010

26.10.2010

 

 

Datum goedkeuring

9.11.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Godfrey Bloom, Sharon Bowles, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Markus Ferber, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Gunnar Hökmark, Othmar Karas, Jürgen Klute, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Philippe Lamberts, Werner Langen, Astrid Lulling, Hans-Peter Martin, Arlene McCarthy, Sławomir Witold Nitras, Ivari Padar, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Skinner, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Thijs Berman, Herbert Dorfmann, Sari Essayah, Robert Goebbels, Sophia in ‘t Veld, Arturs Krišjānis Kariņš, Thomas Mann, Sirpa Pietikäinen, Bernhard Rapkay, Pablo Zalba Bidegain

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Knut Fleckenstein

Datum indiening

15.11.2010

Laatst bijgewerkt op: 16 november 2010Juridische mededeling