– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Naar een Single Market Act" Voor een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen 50 voorstellen om beter samen te werken, te ondernemen en zaken te doen" (COM(2010)0608),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 mei 2010 over het verwezenlijken van een interne markt voor consumenten en burgers(1),
– gezien het op 9 mei 2010 gepubliceerde verslag-Monti getiteld "Een nieuwe strategie voor de interne markt",
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Europa 2020-kerninitiatief. Innovatie-Unie" (COM(2010)0546),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Slimme regelgeving in de Europese Unie" (COM(2010)0543),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Een digitale agenda voor Europa" (COM(2010)0245),
– gezien het verslag van de beoordeling van de toegang van het MKB tot de markten voor overheidsopdrachten in de EU(2),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "De grensoverschrijdende elektronische handel tussen ondernemingen en consumenten in de EU" (COM(2009)0557),
– gezien de aanbeveling van de Commissie van 29 juni 2009 over maatregelen ter verbetering van de werking van de interne markt,
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Overheidsopdrachten voor een beter milieu" (COM(2008)0400),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Denk eerst klein - een 'Small Business Act' voor Europa" (COM(2008)0394),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Een interne markt voor de 21e eeuw" (COM(2007)0724) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "The single market: review of achievements" (SEC(2007)1521),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Kansen, toegang en solidariteit: naar een nieuwe sociale visie voor het Europa van de 21ste eeuw" (COM(2007)0726),
– gezien de interpretatieve mededeling van de Commissie over de toepassing van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten op geïnstitutionaliseerde publiek-private samenwerking (geïnstitutionaliseerde PPS) (C(2007)6661),
– gezien de Mededeling van de Commissie getiteld "Tijd voor een hogere versnelling. Het nieuwe partnerschap voor groei en werkgelegenheid" (COM(2006)0030),
– gezien de conclusies van de Raad inzake de Single Market Act van 10 december 2010,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 september 2010 over voltooiing van de interne markt voor e-handel,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 18 mei 2010 over nieuwe ontwikkelingen bij overheidsopdrachten(3),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 9 maart 2010 over het scorebord van de interne markt(4),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 februari 2009 over "Precommerciële inkoop: Aansturen van innovatie voor het waarborgen van duurzame hoogkwalitatieve overheidsdiensten in Europa(5),
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 november 2006 over "Tijd voor een hogere versnelling: Een Europa van ondernemerschap en groei tot stand brengen"(6),
– gezien het Groenboek van de Commissie over de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten (COM(2011)0015),
– gelet op artikel 48 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, en de adviezen van de Commissie internationale handel, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie industrie, onderzoek en energie, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie juridische zaken (A7-0071/2011),
A. overwegende dat een op vrije en eerlijke concurrentie gebaseerde interne markt de voornaamste economische hervormingsdoelstelling van de EU is en Europa in de wereldeconomie een essentieel concurrentievoordeel biedt,
B. overwegende dat een van de grote voordelen van de interne markt is dat de belemmeringen voor mobiliteit zijn opgeheven en de institutionele regelgeving is geharmoniseerd, hetgeen heeft bijgedragen aan het begrip tussen de culturen, integratie, economische groei en Europese solidariteit,
C. overwegende dat het belangrijk is het vertrouwen in de interne markt op alle niveaus te vergroten en een eind te maken aan de nog altijd bestaande obstakels die bedrijven belemmeren bij de toegang tot de markt; overwegende dat het grote aantal administratieve procedures en hun complexiteit nieuwe ondernemers afschrikken,
D. overwegende dat het belangrijk is dat de Single Market Act niet uit een reeks op zichzelf staande maatregelen bestaat en dat alle voorstellen gezamenlijk bijdragen tot de verwezenlijking van een samenhangende doelstelling,
E. overwegende dat alle ondernemingen met de gevolgen van marktversnippering te maken hebben, maar dat met name kleine en middelgrote ondernemingen kwetsbaar zijn voor de gevolgen daarvan,
F. overwegende dat vaak de indruk bestaat dat de interne markt tot nu toe vooral grote ondernemingen ten goede is gekomen, terwijl juist de kleine en middelgrote ondernemingen dé stuwende kracht achter groei in de EU zijn,
G. overwegende dat te weinig innovatie in de EU een van de belangrijkste oorzaken is voor het feit dat de groeicijfers de voorbije jaren zo laag waren; overwegende dat innovatieve groene technologie een kans biedt om langetermijngroei en milieubescherming met elkaar te verzoenen,
H. overwegende dat, om de doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken, de interne markt de voorwaarden dient te bieden voor stevige, duurzame en inclusieve groei; overwegende dat de interne markt betere kansen moet bieden voor innovatie en onderzoek door ondernemingen in de EU,
I. overwegende dat het mededingingsbeleid een essentieel instrument vormt om te waarborgen dat de EU over een dynamische, efficiënte en innovatieve interne markt kan beschikken en wereldwijd de concurrentie aan kan gaan,
J. overwegende dat risicokapitaal een belangrijke bron van financiering voor nieuwe innovatieve bedrijven is; overwegende dat risicokapitaalfondsen problemen ondervinden bij het doen van investeringen in de verschillende lidstaten van de EU,
K. overwegende dat het ontwikkelen van ict en het grootschaliger gebruik daarvan door ondernemingen in de EU van cruciaal belang zijn voor onze toekomstige groei,
L. overwegende dat e-handel en e-diensten, met inbegrip van e-government en e-gezondheid, op het niveau van de EU nog onvoldoende zijn ontwikkeld,
M. overwegende dat de postsector en de bevordering van interoperabiliteit en samenwerking tussen postsystemen en -diensten de ontwikkeling van grensoverschrijdende e-handel in belangrijke mate ten goede kunnen komen,
N. overwegende dat er sprake is van obstakels van regelgevende aard die een doeltreffende verlening van licenties voor auteursrechten belemmeren en tot een grote mate van versnippering van de markt voor audiovisuele producten leiden, hetgeen slecht is voor het bedrijfsleven in de EU; overwegende dat zowel het bedrijfsleven, als de consumenten zouden profiteren van de totstandbrenging van een daadwerkelijke interne markt voor audiovisuele producten en diensten, op voorwaarde dat de grondrechten van internetgebruikers volledig worden geëerbiedigd,
O. overwegende dat namaak en piraterij het vertrouwen van het bedrijfsleven in e-handel ondermijnen en tot een grotere versnippering van de regels voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten leiden, hetgeen innovatie op de interne markt ernstig bemoeilijkt,
P. overwegende dat verschillen tussen de belastingregels grensoverschrijdende transacties in ernstige mate kunnen hinderen; overwegende dat de coördinatie van het nationale fiscale beleid, zoals voorgesteld in het verslag van Mario Monti, voor ondernemingen en burgers een belangrijke toegevoegde waarde zou opleveren,
Q. overwegende dat overheidsopdrachten, die rond 17% van het bbp van de Unie uitmaken, een belangrijke rol spelen bij de stimulering van economische groei; overwegende dat grensoverschrijdende overheidsopdrachten slechts een klein deel van de totale markt voor overheidsopdrachten vertegenwoordigen, en dat hier dus kansen voor het bedrijfsleven in de EU liggen; overwegende dat het MKB nog altijd beperkt toegang tot de markten voor overheidsopdrachten heeft,
R. overwegende dat diensten een belangrijke sector vormen voor de economische groei en de werkgelegenheid, maar dat de interne markt voor diensten nog altijd onderontwikkeld is, met name ten gevolge van leemten in de dienstenrichtlijn in combinatie met de moeilijkheden die de lidstaten hebben ondervonden bij de implementatie daarvan,
I. Inleiding
1. is verheugd over de mededeling van de Commissie getiteld "Naar een Single Market Act"; is van oordeel dat de drie hoofdstukken van de mededeling van gelijk belang en onderling verbonden zijn, en moeten worden omgezet in een consistente benadering zonder dat de verschillende punten die worden behandeld, van elkaar worden geïsoleerd;
2. benadrukt in het bijzonder dat de Commissie er in deze mededeling naar streeft nieuwe benaderingen voor duurzame ontwikkeling te bevorderen;
3. dringt er bij de Commissie op aan de prioritaire onderdelen van de EU-begroting voor het volgende financiële kader aan een financiële audit te onderwerpen en prioriteit te geven aan projecten met een Europese meerwaarde die ertoe bijdragen het concurrentievermogen van de EU en de integratie op het gebied van onderzoek, kennis en innovatie te versterken;
4. onderstreept, in het bijzonder gezien de economische en financiële crisis, het belang van de interne markt voor het concurrentievermogen van het EU-bedrijfsleven en voor de groei en de stabiliteit van Europa's economieën, doet een beroep op de Commissie en de lidstaten om voldoende middelen uit te trekken voor een betere uitvoering van de regels voor de interne markt, en is verheugd over het feit dat in de mededeling voor een holistische aanpak is gekozen; onderstreept de complementariteit van de verschillende maatregelen in het Monti-verslag, en merkt op dat de coherentie van dit verslag niet geheel terug te vinden is in de Single Market Act;
5. verzoekt de Commissie derhalve voorstellen voor een ambitieus pakket maatregelen in te dienen dat op een duidelijke en coherente strategie ter bevordering van het concurrentievermogen van de interne markt berust; verzoekt de Commissie opnieuw aansluiting te zoeken bij de zienswijze van het verslag van Mario Monti, die erin bestaat liberalisering en competitiviteit aan te moedigen en tegelijk de fiscale en sociale convergentie te verbeteren;
6. benadrukt dat het belangrijk is dat het economische bestuur van de Europese Unie verbeterd wordt, zodat economische omstandigheden gecreëerd worden waarin ondernemingen de door de interne markt geboden mogelijkheden kunnen benutten om groter en competitiever te worden, en vraagt dat dit verband expliciet wordt vermeld in de Single Market Act; vraagt dat de Commissie de impact van de groeiende economische divergentie tussen de EU-lidstaten op de cohesie van de interne markt nauwlettend in het oog houdt;
7. beklemtoont de noodzaak van een ambitieus Europees industriebeleid voor het versterken van de reële economie en het bewerkstelligen van de overgang naar een intelligentere en meer duurzame economie;
8. wijst erop dat de externe dimensie van het Europees beleid, die onder meer de internationale handel omvat, steeds belangrijker wordt als gevolg van de integratie van de markten, waardoor een goed extern beleid erg bevorderlijk kan zijn voor duurzame groei, werkgelegenheid en versterking van de interne markt voor ondernemingen, overeenkomstig de doelstellingen van de EU 2020-strategie; benadrukt dat het handelsbeleid van de EU moet worden omgevormd tot een doeltreffend instrument voor duurzame ontwikkeling en het scheppen van meer en betere banen; vraagt de Commissie een handelsbeleid uit te werken dat de nodige samenhang vertoont met een sterk op werkgelegenheid gericht industriebeleid;
9. merkt op dat het beleid van de Europese Unie voor de interne markt en dat voor regionale ontwikkeling elkaar in grote mate aanvullen, en benadrukt dat vorderingen op het gebied van de interne markt en verdere ontwikkeling van de regio´s van de Unie onderling van elkaar afhankelijk zijn, beide gericht op een Europa dat wordt gekenmerkt door samenhang en concurrentievermogen; is ingenomen met de voorstellen van de Commissie die erop gericht zijn de interne markt te verdiepen; onderstreept dat reële en daadwerkelijke toegang tot de interne markt voor alle regio's in de EU een eerste vereiste is voor vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten, en daarmee voor een sterke en dynamische interne markt; wijst in dit verband op de essentiële rol die het regionaal beleid van de Unie speelt bij de ontwikkeling van infrastructuur en bij de economisch en sociaal samenhangende ontwikkeling van regio's;
II: Algemene beoordeling
A. Een innovatieve interne markt
10. verzoekt de Commissie om in samenwerking met de belanghebbenden een consequente en evenwichtige strategie vast te stellen, gericht op bevordering van innovatie en steun voor innovatieve bedrijven, als beste wijze van beloning van creatieve prestaties, en bescherming van de grondrechten, zoals het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens;
11. is sterk voorstander van de ontwikkeling van een MKB-vriendelijk EU-octrooi en van een geharmoniseerd systeem voor de beslechting van octrooigeschillen, teneinde de interne markt tot een leider op innovatiegebied te maken en het Europese concurrentievermogen te bevorderen; onderstreept dat het in een groot aantal talen vertalen van octrooien een extra last vormt en een belemmering voor innovatie op de interne markt, en dat zo snel mogelijk een compromis voor de taalaspecten moet worden gevonden;
12. is voorstander van de ontwikkeling van EU-projectobligaties, teneinde de langetermijninnovatie en het scheppen van nieuwe werkgelegenheid op de interne markt te steunen en de tenuitvoerlegging van grote grensoverschrijdende infrastructuurprojecten, met name op het gebied van energie, transport en telecommunicatie, te financieren, en de ecologische transformatie van onze economieën dichterbij te brengen; onderstreept de noodzaak van passende structuren voor risicobeheersing en van volledige openbaarmaking van alle potentiële risico's;
13. wijst op het belang van een volledig operationele interne markt voor energie voor het tot stand brengen van een grotere energiebevoorradingsautonomie; is van oordeel dat dit kan worden gerealiseerd middels een benadering van regionale clusters, alsmede middels diversifiëring van de energieroutes en -bronnen; onderstreept dat de infrastructuurvoorzieningen in Oost-Europa moeten worden verbeterd, teneinde deze op het niveau van de lidstaten in West-Europa te brengen; onderstreept dat de interne markt voor energie moet bijdragen aan het betaalbaar houden van energie voor zowel consumenten, als het bedrijfsleven; is van mening dat met het oog op de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU een nieuwe benadering geboden is, met de toepassing van minimumaccijnstarieven voor CO2-emissies en energie-inhoud; onderstreept de noodzaak van plannen voor een grotere energie-efficiëntie en van maatregelen voor het flink vergroten van de energiebesparingen; onderstreept de noodzaak van bevordering van zogenaamde 'smart grids', alsook van hernieuwbare energieën, en van het bevorderen van plaatselijke en regionale autoriteiten om in hun energie-efficiëntieplannen van ICT gebruik te maken; verzoekt de Commissie van nabij toezicht uit te oefenen op de tenuitvoerlegging van de richtlijnen inzake energie-etikettering, eco-design, vervoer, gebouwen en infrastructuur, teneinde tot een gemeenschappelijke Europese kaderbenadering te komen en te waarborgen;
14. steunt het initiatief met betrekking tot de ecologische voetafdruk van producten, en dringt er bij de Commissie op aan snel te komen met een concreet gemeenschappelijk evaluatie- en etiketteringssysteem;
15. verzoekt de Commissie grensoverschrijdende investeringen te bevorderen, voorwaarden te creëren die ertoe leiden dat risicokapitaal op doeltreffende wijze op de interne markt worden geïnvesteerd, investeerders te beschermen en te bevorderen dat deze middelen in duurzame projecten worden geïnvesteerd, teneinde de ambitieuze doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken; verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om een Europees risicokapitaalfonds in het leven te roepen dat zich voor investeringen in de startfase van demonstratie en bedrijfsontwikkeling vóór de commerciële investeringsfase leent; verzoekt de Commissie jaarlijks een beoordeling te maken van de behoeften aan overheids- en particuliere investeringen en de manier waarop daarin wordt of zou moeten worden voorzien in haar voorstellen;
16. erkent het belang van overheidsopdrachten, in het bijzonder precommerciële opdrachten, en de rol die zij spelen bij het bevorderen van innovatie op de interne markt; spoort de lidstaten aan precommerciële opdrachten te gebruiken om nieuwe markten voor innovatieve en groene technologieën een beslissend eerste steuntje in de rug te geven, en tegelijkertijd de kwaliteit en de doeltreffendheid van de publieke dienstverlening te verbeteren; verzoekt de Commissie en de lidstaten de bestaande mogelijkheden om van precommerciële overheidsopdrachten gebruik te maken beter bij overheden onder de aandacht te brengen; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe grensoverschrijdende gezamenlijke overheidsopdrachten kunnen worden bevorderd;
17. verzoekt de lidstaten met klem meer te doen om hulpmiddelen voor innovatie bijeen te brengen door middel van de totstandbrenging van innovatieclusters en door te bevorderen dat het MKB aan onderzoekprogramma's van de EU deelneemt; onderstreept de noodzaak van het uitwisselen en grensoverschrijdend benutten van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en innovatie;
B. Een digitale interne markt
18. is verheugd over het voornemen van de Commissie om de richtlijn inzake e-handtekeningen te herzien om een wettelijk kader te creëren voor grensoverschrijdende erkenning en interoperabiliteit van beveiligde e-authenticatiesystemen; onderstreept de noodzaak van wederzijdse erkenning van elektronische identificatie en authenticatie in de hele EU, en verzoekt de Commissie om in dit verband met name de discriminatieproblemen aan te pakken die dienstenontvangers op grond van hun nationaliteit of woonplaats ondervinden;
19. is van mening dat het witboek over vervoerbeleid vooral aandacht moet besteden aan de bevordering van duurzame vervoermiddelen en aan intermodaliteit; benadrukt het belang van het voorgestelde pakket inzake e-mobiliteit gericht op het gebruik van nieuwe technologieën ter bevordering van een efficiënt en duurzaam vervoerssysteem, met name door het gebruik van geïntegreerde ticketverkoopsystemen; spoort de lidstaten aan de richtlijn inzake intelligente vervoerssystemen spoedig ten uitvoer te leggen;
20. verzoekt de Commissie en de lidstaten passende maatregelen te nemen om het vertrouwen van het bedrijfsleven en de burgers in e-handel te vergroten, met name door op dit terrein een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen; onderstreept dat dit kan worden gerealiseerd na een grondige evaluatie van de richtlijn consumentenrechten en een gedetailleerde effectbeoordeling van alle beleidsopties in het Groenboek over het Europees verbintenissenrecht; wijst erop dat ook het vereenvoudigen van de grensoverschrijdende registratie van domeinnamen voor internetbedrijven, alsmede het verbeteren van elektronische betalingssystemen en het vereenvoudigen van schuldinvordering over grenzen heen nuttig zou zijn voor het bevorderen van e-handel in de hele EU;
21. onderstreept de dwingende noodzaak het normalisatiebeleid van de EU inzake informatie- en communicatietechnologieën (ICT) aan de markt- en beleidsontwikkelingen aan te passen, met als doel de Europese beleidsdoelstellingen te verwezenlijken waarbij interoperabiliteit essentieel is;
22. onderstreept de noodzaak de bestaande belemmeringen voor grensoverschrijdende e-handel in de EU weg te nemen; onderstreept de noodzaak van een actief beleid om burgers en bedrijven in staat te stellen ten volle te profiteren van dit instrument, dat kwalitatief hoogstaande goederen en diensten tegen concurrerende prijzen biedt; is van mening dat dit van essentieel belang is in de huidige economische crisis, en dat dit in hoge mate zou bijdragen aan voltooiing van de interne markt, als middel om de groeiende ongelijkheid te bestrijden en consumenten die kwetsbaar zijn, op afgelegen locaties wonen of wier mobiliteit beperkt is, lage inkomensgroepen en kleine en middelgrote ondernemingen die er bijzonder in geïnteresseerd zijn aansluiting te vinden bij de wereld van de e-handel, te beschermen;
23. benadrukt dat de EU-regio's het potentieel hebben om een aanzienlijke rol te spelen door de Commissie bij te staan in haar streven naar de totstandbrenging van een digitale interne markt; wijst er in dit verband op dat het belangrijk is de middelen die voor de EU-regio's beschikbaar zijn, te gebruiken om hun ontwikkelingsachterstand weg te werken op het gebied van e-handel en e-diensten, die een vruchtbare bron van toekomstige groei in de regio's zouden kunnen zijn;
24. is van mening dat kmo's in staat moeten worden gesteld op grote schaal gebruik te maken van e-handel in Europa; betreurt het feit dat de Commissie pas in 2012 een voorstel zal indienen voor een Europees stelsel voor de beslechting van online geschillen bij digitale transacties, twaalf jaar nadat het Parlement om een dergelijk initiatief had gevraagd in september 2000(7);
25. spoort de lidstaten met klem aan de derde richtlijn postdiensten (2008/6/EG) volledig uit te voeren; onderstreept de noodzaak van het waarborgen van universele toegang tot kwalitatief hoogwaardige postdiensten, het voorkomen van sociale dumping en het bevorderen van interoperabiliteit en samenwerking tussen poststelsels en -diensten, met het oog op een doeltreffende distributie en tracering van online aankopen, hetgeen het vertrouwen van consumenten in grensoverschrijdende aankopen ten goede zal komen;
26. onderstreept de noodzaak van de totstandbrenging van een interne markt voor online audiovisuele goederen middels het bevorderen van open ict-normen, en van steun voor innovatie en creativiteit door middel van een doeltreffend beheer van auteursrechten, inclusief de ontwikkeling van een pan-Europees vergunningensysteem, gericht op het waarborgen van een breder en billijker toegang tot cultuurgoederen en -diensten voor burgers, en het garanderen dat houders van rechten adequaat voor hun creativiteit worden vergoed en dat de grondrechten van internetgebruikers worden gerespecteerd; onderstreept dat het belangrijk is online wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten in overeenstemming te brengen met offline wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten, met name ten aanzien van handelsmerken, teneinde consumenten en het bedrijfsleven meer vertrouwen in e-handel te geven;
27. wijst op de noodzaak van het intensiveren van de strijd tegen online piraterij en van het vergroten van de rechten van scheppers, met inachtneming van de grondrechten van de consument; is van oordeel dat organisaties en burgers beter moeten worden geïnformeerd over de gevolgen van namaak en piraterij; is verheugd over het door de Commissie aangekondigde initiatief ter bestrijding van namaak en piraterij van producten, met name de beoogde indiening van wetgevingsvoorstellen in 2011, die erop zijn gericht het rechtskader aan de nieuwe uitdagingen van het internet aan te passen en de maatregelen van de douaneautoriteiten op dit gebied te versterken; wijst erop dat in dit verband ook synergie met het aangekondigde actieplan ter versterking van de Europese marktcontrole kan worden bereikt;
28. onderstreept tevens dat de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in het kader van een bredere benadering dient te worden ontwikkeld door rekening te houden met de rechten en behoeften van de consumenten en de EU-burgers, zonder afbreuk te doen aan andere interne en externe beleidsmaatregelen van de EU, zoals de bevordering van de informatiemaatschappij, de ondersteuning van onderwijs, gezondheidszorg en ontwikkeling in derde landen en de wereldwijde stimulering van biologische en culturele diversiteit;
C. Een bedrijfsvriendelijke interne markt
29. beklemtoont dat het pakket voor financieel toezicht daadwerkelijk moet worden afgerond en uitgevoerd opdat er een duurzame interne markt kan ontstaan; vraagt dat de Commissie elk jaar met het oog op de feitelijke uitvoering van dit pakket in de hele EU een evaluatie uitvoert en een concordantietabel publiceert; vindt dat nationale en communautaire toezichthoudende instanties hiertoe goede praktijken moeten hanteren;
30. verzoekt de Commissie de toegang van het MKB tot kapitaalmarkten te verbeteren door het stroomlijnen van de informatie over de verschillende financieringsmogelijkheden van de EU, zoals het programma concurrentievermogen en innovatie, de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds, en door de financieringsprocedures eenvoudiger, sneller en minder bureaucratisch te maken; beveelt aan om met het oog hierop te kiezen voor een holistischer benadering van de toekenning van financiering, in het bijzonder voor de overgang op een duurzamer economie;
31. meent dat de pluralistische structuur van de Europese banksector optimaal inspeelt op de uiteenlopende financieringsbehoeften van KMO's en dat de verscheidenheid van rechtsvormen en bedrijfsdoelstellingen de toegang tot financiering verbetert;
32. onderstreept de belangrijke plaats die KMO's en micro-bedrijven innemen in de Europese economie; hamert derhalve op de noodzaak om ervoor te zorgen dat het in de Single Market Act verankerde "think small first"-beginsel naar behoren wordt toegepast en steunt de maatregelen van de Commissie gericht op het elimineren van de onnodige administratieve rompslomp voor het MKB; pleit voor ondersteuning van mkb-bedrijven met een specifiek groeipotentieel, hoge lonen en goede arbeidsvoorwaarden en dringt aan op differentiëring binnen de Small Business Act om deze in overeenstemming te brengen met de EU-strategie voor 2020;
33. vestigt de aandacht op het belang van het plaatselijke bedrijfsleven voor de sociale banden, de werkgelegenheid en de dynamiek in achtergebleven gebieden, met name stedelijke agglomeraties met problemen of dunbevolkte gebieden; dringt erop aan dat deze gebieden op passende wijze worden ondersteund in het kader van het regionaal beleid van de Unie;
34. onderstreept de noodzaak van een versterking van het vermogen van KMO's om projecten te ontwerpen en voorstellen te schrijven, waartoe onder meer technische bijstand en geschikte scholingsprogramma's moeten worden aangeboden;
35. dringt aan op de goedkeuring van het Europees Statuut van de besloten vennootschap, teneinde de vestiging en exploitatie van kleine en middelgrote ondernemingen op de interne markt te vergemakkelijken;
36. meent dat risicokapitaalinvesteerders eerder geneigd zullen zijn om kleine en micro-ondernemingen in de aanloopfase te financieren indien efficiëntere exitmogelijkheden zouden bestaan via nationale of Europese beurzen voor groeiaandelen, die thans niet goed genoeg functioneren;
37. dringt er bij alle lidstaten op aan het "goederenpakket" volledig ten uitvoer te leggen;
38. wijst op het belang van onderling gekoppelde ondernemingsregisters en verzoekt de Commissie een duidelijk wetgevingskader te ontwikkelen dat waarborgt dat de gegevens in dergelijke registers correct en volledig zijn;
39. erkent de belangrijke bijdrage van de detailhandel aan groei en werkgelegenheid; verzoekt de Commissie om in de Single Market Act een voorstel op te nemen voor een Europees actieplan voor de detailhandel, dat erop gericht is de talrijke uitdagingen waarmee detailhandelaren en leveranciers op de interne markt te kampen hebben, aan te wijzen en aan te pakken; meent dat het actieplan moet worden gebaseerd op de resultaten van de actuele werkzaamheden van het Europees Parlement inzake "een efficiëntere en billijkere detailhandelsmarkt";
40. onderstreept dat het belangrijk is onnodige fiscale, administratieve en wettelijke belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten weg te nemen; is van oordeel dat het btw-kader en de rapportageverplichtingen voor het bedrijfsleven moeten worden verduidelijkt om duurzame productie- en consumptiepatronen te stimuleren, aanpassingskosten te beperken, btw-fraude te bestrijden en het concurrentievermogen van EU-ondernemingen te vergroten;
41. is verheugd over het voornemen van de Commissie om een groenboek over corporate governance te publiceren en een openbare raadpleging te houden over sociale, milieu- en mensenrechtenaspecten van investeringen door ondernemingen; dringt er bij de Commissie op aan met concrete voorstellen over particuliere investeringen te komen teneinde doeltreffende prikkels voor duurzame en ethisch verantwoorde langetermijninvesteringen te bieden, voor een betere coördinatie van het beleid inzake vennootschapsbelastingen te zorgen en maatschappelijk verantwoord ondernemen aan te moedigen;
42. verheugt zich over de herziening van de energiebelastingrichtlijn, die tot doel heeft de doelstellingen in verband met de klimaatverandering beter te weerspiegelen, op voorwaarde dat de belastingdruk niet overmatig op kwetsbare consumenten terechtkomt;
43. is zeer verheugd dat de Commissie het initiatief neemt tot een richtlijn tot invoering van een gemeenschappelijke, geconsolideerde grondslag voor vennootschapsbelasting, en onderstreept dat dit belastingontduiking zou verminderen en de transparantie en de vergelijkbaarheid van de desbetreffende tarieven ten goede zou komen, en aldus zou bijdragen aan het verkleinen van de belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten;
44. verzoekt de Commissie de procedures voor overheidsopdrachten efficiënter en minder bureaucratisch te maken om EU-ondernemingen over de streep te trekken aan grensoverschrijdende overheidsopdrachten mee te doen; onderstreept dat verdere vereenvoudiging nodig is, in het bijzonder voor plaatselijke en regionale autoriteiten en om kleine en middelgrote ondernemingen een betere toegang tot overheidsopdrachten te geven; verzoekt de Commissie met klem gegevens over te leggen met betrekking tot de mate van toegankelijkheid van procedures voor overheidsopdrachten en voor wederkerigheid met andere geïndustrialiseerde landen en de belangrijkste opkomende economieën te zorgen; verzoekt de Commissie nieuwe mogelijkheden te verkennen om de toegang voor Europese ondernemingen tot de markten voor overheidsopdrachten buiten de EU te verbeteren, teneinde voor een gelijk speelveld te zorgen voor Europese en buitenlandse bedrijven die om overheidsopdrachten concurreren;
45. stelt in meer algemene zin voor dat toekomstige handelsovereenkomsten die door de Unie worden gesloten, een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling bevatten dat is gebaseerd op de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals omschreven in de bijgewerkte versie van 2010 van de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen;
46. verzoekt de Commissie om op Europees en internationaal niveau voor een nauwere coördinatie van mkb-maatregelen te zorgen en kmo's te identificeren en te steunen die over een groot commercieel potentieel beschikken; is van mening dat de lidstaten meer moeten doen om kmo's aan te moedigen gebruik te maken van bestaande initiatieven en instrumenten, zoals de markttoegangsdatabank en de exporthelpdesk;
47. is van oordeel dat de Commissie haar inspanningen ter vergemakkelijking van grensoverschrijdend bankieren dient te versterken door alle bestaande belemmeringen voor het gebruik van concurrerende clearing- en afwikkelingsystemen weg te nemen en de handel aan gemeenschappelijke regels te onderwerpen;
48. is van oordeel dat de Commissie steun dient te verlenen aan een Europese beurs voor de uitwisseling van vaardigheden, die het kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk maakt om van de aanwezige knowhow in grotere ondernemingen te profiteren, teneinde op die manier het ontstaan van synergie en mentoring te bevorderen;
49. verzoekt de Commissie voorstellen te doen voor de herziening van de jaarrekeningenrichtlijnen om te vergaande voorschriften die veel kosten met zich meebrengen en ondoelmatig zijn te voorkomen, vooral voor het MKB, zodat ondernemingen hun concurrentievermogen kunnen versterken en hun groeipotentieel beter kunnen benutten;
D. Een interne markt voor diensten
50. onderstreept de noodzaak van een volledige en goede implementatie van de dienstenrichtlijn, met inbegrip van het opzetten van volledig operationele "één-loketten" die in de mogelijkheid voorzien om procedures online te doen en formaliteiten online af te wikkelen, waardoor de operationele kosten voor ondernemingen flink kunnen worden verlaagd en de interne markt voor diensten kan worden gestimuleerd; verzoekt de Commissie en de lidstaten samen te werken en op basis van het proces van wederzijdse evaluatie verdere stappen te doen in de ontwikkeling van de interne markt voor diensten; verzoekt de Commissie prioriteit toe te kennen aan de ontwikkeling van de interne markt voor online-diensten;
51. verzoekt de Commissie te werken aan de totstandkoming van de sector bedrijfsdiensten en de noodzakelijke regelgevingsmaatregelen te nemen om bedrijven, in het bijzonder het MKB, te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken van grotere ondernemingen in de bevoorradingsketen; verzoekt de Commissie in samenwerking met de belanghebbenden een definitie op te stellen van 'overduidelijk oneerlijke handelspraktijken' in de bevoorradingsketen, en aanvullende maatregelen voor te stellen ter voorkoming van oneerlijke handelspraktijken op het gebied van mededinging en contractvrijheid;herinnert aan zijn resolutie van 16 december 2008 over misleidende gegevensbankdiensten(8), en dringt er nogmaals bij de Commissie op aan met een voorstel te komen ter bestrijding van misleidende praktijken van ondernemingen achter bedrijvengidsen;
52. is van oordeel dat elk wetgevingsvoorstel betreffende dienstenconcessies een wettelijk kader moet bieden dat zorgt voor transparantie en daadwerkelijke juridische bescherming voor zowel economische marktdeelnemers, als aanbestedende autoriteiten in de EU; verzoekt de Commissie om voor het indienen van wetgevingsvoorstellen bewijzen te leveren voor de bewering dat de algemene beginselen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (non-discriminatie, het beginsel van gelijke behandeling en transparantie) niet bevredigend worden toegepast op bestaande dienstenconcessies;
53. is verheugd over het voornemen van de Commissie om een vorstel in te dienen voor hervorming van het wetgevingskader voor normalisatie; benadrukt dat de normalisatie van diensten op gebieden waar dit doelmatig is gebleken moet worden gebruikt om tot de voltooiing van de interne markt bij te dragen, waarbij met name met de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen ten volle rekening moet worden gehouden; erkent het belang van productnormen voor de werking van de Europese interne markt en beschouwt normen als een essentieel instrument voor het bevorderen van duurzame en kwalitatief hoogwaardige goederen en diensten voor consumenten en ondernemingen; dringt aan op maatregelen ter bevordering van transparantie, kostenreducering en een verbeterde betrokkenheid van belanghebbende partijen;
54. benadrukt dat voor de bevordering van het regionale concurrentievermogen "slimme specialisatie" van de regio´s belangrijk is; is van mening dat de interne markt van de EU alleen als geheel kan floreren indien alle spelers en alle regio's - met inbegrip van de kleine- en middelgrote ondernemingen in alle sectoren, inclusief de publieke sector, de sociale economie en de burgers zelf - erbij zijn betrokken; is daarnaast van mening dat niet slechts enkele high-techgebieden, maar alle regio's in Europa en elke lidstaat erbij moeten worden betrokken, waarbij zij zich concentreren op hun eigen sterke punten ("slimme specialisatie") binnen Europa;
55. onderstreept het belang van de externe dimensie van de interne markt en met name van zowel bilaterale als multilaterale samenwerking op het gebied van regelgeving met de belangrijkste handelspartners gericht op bevordering van convergentie van de regelgeving, totstandbrenging van equivalentie van de regelgevingen van derde landen en de ruimere goedkeuring van internationale normen; spoort de Commissie aan om de bestaande overeenkomsten met derde landen te onderzoeken die elementen van de interne markt bevatten die zich tot over de grenzen van de EU uitstrekken, teneinde na te gaan in welke mate zij rechtszekerheid bieden voor hen die potentieel in het genot van dergelijke bepalingen komen;
Voornaamste prioriteiten
Ontwikkeling van een EU-octrooi en een uniform systeem voor geschillenbeslechting
56. benadrukt dat de invoering van het EU-octrooi en een uniform systeem voor geschillenbeslechting evenals van een beter systeem voor het beheer van auteursrechten van beslissend belang is voor de bevordering van innovatie en creativiteit op de interne markt (voorstellen 1 en 2 van de Single Market Act);
Innovatie op het gebied van financiering
57. verzoekt de Commissie en de lidstaten het belang van innovatie voor sterke en duurzame groei en nieuwe banen te erkennen door te waarborgen dat innovatie naar behoren wordt gefinancierd, met name door Europese projectobligaties in te voeren, in het bijzonder op de gebieden energie, vervoer en telecommunicatie, steun voor de ecologische transformatie van onze economieën, en door middel van een wettelijk kader dat risicokapitaalfondsen de mogelijkheid geeft om overal in de Unie vrijelijk te investeren; onderstreept dat er stimulansen moeten worden ontwikkeld voor langetermijninvesteringen in innovatieve sectoren en sectoren die nieuwe werkgelegenheid creëren (voorstellen 15 en 16 van de Single Market Act);
Het stimuleren van e-handel
58. dringt er bij de Commissie op aan alle noodzakelijke maatregelen te nemen om het vertrouwen van bedrijven en consumenten in de elektronische handel te bevorderen en de ontwikkeling ervan op de interne markt te stimuleren; onderstreept dat een EU-actieplan tegen namaak en piraterij, alsmede een kaderrichtlijn betreffende het beheer van auteursrechten van essentieel belang zijn voor het verwezenlijken van deze doelstelling (voorstellen 2, 3 en 5 van de Single Market Act);
Het verbeteren van de deelname van het MKB aan de interne markt
59. onderstreept dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de interne markt voor het MKB aantrekkelijker te maken; is van oordeel dat deze maatregelen onder andere gericht zouden moeten zijn op het verbeteren van de toegang voor het MKB tot kapitaalmarkten, het elimineren van administratieve en fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten van kleine en middelgrote ondernemingen door het vaststellen van een duidelijker btw-kader en een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor vennootschapsbelasting, en het herzien van het kader voor overheidsopdrachten, teneinde procedures flexibeler en minder bureaucratisch te maken (voorstellen 12, 17, 19 en 20 van de Single Market Act);
Het rationaliseren van de procedures voor overheidsopdrachten
60.verzoekt de Commissie om een herziening van de wetgeving inzake overheidsopdrachten en publiek-private partnerschappen, teneinde slimme, duurzame en inclusieve groei op de interne markt te bevorderen en grensoverschrijdende overheidsopdrachten te stimuleren;onderstreept de noodzaak van een duidelijker kader, dat zowel de economische marktdeelnemers, als de aanbestedende autoriteiten juridische zekerheid biedt; spoort de lidstaten met klem aan precommerciële overheidsopdrachten te gebruiken om de markt voor innovatieve en groene technologie te stimuleren; hamert op de noodzaak van wederkerigheid met geïndustrialiseerde landen en belangrijke opkomende economieën op het gebied van overheidsopdrachten (voorstellen 17 en 24 van de Single Market Act);
61. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB C 146 van 17.5.2001, blz. 101).
In oktober 2010 hechtte de Commissie goedkeuring aan de Mededeling "Naar een Single Market Act", die bedoeld was om de interne markt nieuw leven in te blazen. In het eerste deel van deze mededeling stelt de Commissie een aantal maatregelen voor om op het niveau van het bedrijfsleven te komen tot stevige, duurzame en billijke groei.
Europa is uitgegroeid tot de grootste economie ter wereld. De interne markt is de hoeksteen voor bedrijven en consumenten, maar er is wat groei en banen betreft nog ruimte voor méér; het volledige potentieel is nog niet benut. Er moet specifieke aandacht worden geschonken aan kleine en middelgrote ondernemingen omdat zij het grootste potentieel voor verdere ontwikkeling en nieuwe werkgelegenheid hebben. Het is daarom erg belangrijk duurzame economische groei te bevorderen.
De interne markt en de bedrijven die erop opereren zijn van cruciaal belang voor de groei van de EU-economieën in de toekomst. Dit ontwerpverslag bevat de prioritaire maatregelen die nodig zijn voor het tot stand brengen van een sterkere interne markt die beter aansluit op de behoeften van bedrijven in de EU en die tot méér groei leidt dan in het verleden. De prioriteiten van de rapporteur zijn onderverdeeld in vier groepen die erop gericht zijn de interne markt om te vormen tot een innovatieve, bedrijfsvriendelijke omgeving, stoelend op een digitale economie en met een doeltreffend vrij verkeer van diensten.
Een goed functionerende interne markt voor diensten heeft veel potentieel voor groei en, in het verlengde daarvan, voor herstel van onze economieën. Alleen duurzame groei garandeert de schepping van duurzame arbeidsplaatsen. Er moeten meer maatregelen worden genomen om te komen tot een goede implementatie van de dienstenrichtlijn (met speciale aandacht voor de online-diensten) en de richtlijn beroepskwalificaties. Ook dient te worden nagedacht over de invoering, daar waar van toepassing, van pan-Europese beroepsbewijzen omdat deze het vrije verkeer voor burgers van de EU kunnen helpen verbeteren en de aanwervingsprocedures voor EU-bedrijven kunnen helpen vereenvoudigen.
Bij andere belangrijke maatregelen op dit gebied kan gedacht worden op de totstandbrenging van een adequaat juridisch kader voor dienstenconcessies en de integratie van diensten in de hervorming van het normalisatiekader.
Om haar concurrentievermogen te vergroten en groei te bevorderen, heeft de EU behoefte aan een digitale interne markt. Dit is ook nodig om de EU verder te doen opschuiven in de richting van andere landen in de wereld die sneller dan Europa op een digitale economie zijn overgestapt.
E-handel kan een belangrijke bijdrage leveren aan méér grensoverschrijdende transacties. De Commissie moet het juridisch kader van e-handel verder verduidelijken en de nationale bepalingen die e-handel belemmeren, elimineren. E-handel en het vertrouwen daarin van zowel consumenten, als het bedrijfsleven, die vaak nog twijfelen, moeten worden bevorderd. Vandaar dat het verbintenissenrecht, daar waar mogelijk, moet worden geharmoniseerd en de grensoverschrijdende invordering van schulden vergemakkelijkt.
E-governmentdiensten moeten verder worden ontwikkeld aangezien bedrijven hun operationele kosten (een belangrijke factor voor hun concurrentievermogen) zouden kunnen verlagen wanneer ze voor hun contacten met overheden online-procedures kunnen gebruiken. Vandaar dat de voorstellen betreffende wederzijdse erkenning van e-identificatie en -authenticatie, en betreffende herziening van de richtlijn inzake de elektronische handtekening zo belangrijk zijn.
De interne markt moet alle bedrijven ten goede te komen, maar in het bijzonder het MKB, aangezien kleine en middelgrote ondernemingen het nog moeilijker hebben om volledig de vruchten te plukken van de kansen die deze markt hen biedt. Kleine en middelgrote ondernemingen zijn de groeimotor van de EU, en ze bieden heel veel mensen werk. Zij ondervinden evenwel grote problemen bij het uitbreiden van hun activiteiten en bij innovatie, hetgeen voortvloeit uit het feit dat zij dit soort project moeilijk gefinancierd krijgen. Hun dynamiek wordt daarnaast negatief beïnvloed door administratieve lasten, die derhalve moeten worden verminderd. Er moet iets worden gedaan aan het probleem voor het MKB om op de kapitaalmarkten financiering aan te trekken, en de Commissie heeft gelijk wanneer ze hier de aandacht op vestigt.
De EU moet ook maatregelen nemen om de zichtbaarheid van het MKB bij investeerders te vergroten. Kleine en middelgrote ondernemingen moeten gemakkelijker toegang krijgen tot informatie en de communicatie met hen moet naar een hoger plan worden getild. Dit soort bedrijven moet op de hoogte zijn van de mogelijkheden van de interne markt, alsook van de financiële instrumenten die met name de EU hen te bieden heeft. Daarnaast moet innovatie voor het MKB worden bevorderd en zou het nuttig zijn hun vermogen om aan onderzoekprogramma's deel te nemen, te vergroten.
Steun voor innovatie is niet alleen van nut voor het MKB, maar voor alle bedrijven. Vandaar ook dat het voorstel van de Commissie betreffende de invoering van door de particuliere sector uit te geven projectobligaties van cruciaal belang is om hen in de gelegenheid te stellen financiële middelen aan te trekken. De Commissie moet erop toezien dat de procedures voor het gebruiken van deze nieuwe financiële instrumenten aansluiten bij de specifieke kenmerken van het MKB.
Om de innovatiecapaciteit van Europese bedrijven te vergroten, heeft de EU verder behoefte aan een efficiënt regelgevingskader voor risicokapitaal, dat één van de belangrijkste bronnen van financiering is voor innovatieve nieuwe bedrijven, die voor veel toegevoegde waarde kunnen zorgen. Het is derhalve belangrijk een regelgevingskader tot stand te brengen dat risicokapitaalfondsen in de gelegenheid stelt in alle lidstaten te investeren. De EU zal zich niet op innovatieve sectoren kunnen concentreren indien er niet meer wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de interne markt ook werkt op het vlak van het risicokapitaal.
Het verslag besteedt ook aandacht aan grensoverschrijdende overheidsopdrachten, die zowel voor EU-bedrijven, als de overheden van groot belang zijn. Bij leveringen, werken en diensten zijn overheidsopdrachten jaarlijks goed voor 17% van het EU-bbp.In deze moeilijke financiële tijden is het van het allergrootste belang ervoor te zorgen dat dit geld op de meest kostenefficiënte wijze wordt gebruikt.
De lidstaten van de EU moeten werken aan bevordering van overheidsopdrachten voor innovatieve en groene producten en diensten. In 2009 maakten grensoverschrijdende overheidsaankopen slechts ongeveer 1,5% van alle gunningen van overheidsopdrachten uit. Hoewel er belangrijke stappen vooruit in de interne markt zijn gezet, is er nog ruimte voor verbetering bij elektronische overheidsopdrachten en internetgebruik. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan precommerciële overheidsopdrachten en gemeenschappelijke opdrachten.
Het aandeel van het MKB in overheidsopdrachten boven de drempel is 18% lager dan hun totale gewicht in de economie. Micro- en kleine bedrijven doen het zeer matig in vergelijking met hun feitelijke rol in de reële economie. Een betere toegang tot informatie en het aanpakken van hun beperkte technische en financiële capaciteiten zou de doeltreffendheid van informatie-uitwisseling tussen overheden en potentiële leveranciers aanzienlijke kunnen verbeteren.
Tot slot zijn ook fiscale maatregelen erg belangrijk. Coördinatie van fiscale maatregelen en de introductie van een gemeenschappelijke, geharmoniseerde grondslag voor vennootschapsbelasting zou resulteren in een beter bedrijfsklimaat voor Europese ondernemingen. Hiermee zou Europese ondernemingen meer transparantie worden geboden en zouden zij de verschillende vennootschapsbelastingtarieven in de lidstaten beter kunnen vergelijken.
Er dient overigens op te worden gewezen dat dit niet de enige belemmering voor ondernemingen is om grensoverschrijdend actief te zijn. De rapporteur is voorstander van een nieuwe btw-strategie die het kader verduidelijkt en aanpast aan de nieuwe realiteit van de Europese economieën, hetgeen goed is voor het concurrentievermogen van EU-ondernemingen. Ook dient speciale aandacht te worden geschonken aan regels inzake rapportageverplichtingen, aangezien deze vaak een significante last voor ondernemingen vormen en een belemmeringen voor grensoverschrijdende transacties.
ADVIES Van de Commissie internationale handel (3.3.2011)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake een binnenmarkt voor ondernemingen en groei
De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:
1. wijst erop dat de externe dimensie van het Europees beleid, die onder meer de internationale handel omvat, steeds belangrijker wordt als gevolg van de integratie van de markten, waardoor een goed extern beleid erg bevorderlijk kan zijn voor duurzame groei, werkgelegenheid en versterking van de interne markt voor ondernemingen, overeenkomstig de doelstellingen van de EU 2020-strategie;
2. wijst op de noodzaak van samenhang tussen het intern en extern beleid van de Unie en haar algemene doelstellingen; blijft erbij dat de doelstellingen van het intern beleid de grondslag moeten vormen voor de doelstellingen van het externe handelsbeleid; dringt erop aan dat een dergelijke samenhang wordt nagestreefd in het kader van multilaterale en bilaterale handelsovereenkomsten middels duurzaamheidseffectbeoordelingen vooraf en periodieke evaluaties achteraf, de opneming in overeenkomsten van clausules inzake mensenrechten, verantwoord optreden op sociaal en milieugebied, en de naleving ervan, verbonden met sancties in het geval van inbreuken; benadrukt dat internationale handelsovereenkomsten er ook toe dienen regels en normen te harmoniseren, met name voor kmo's;
3. is van oordeel dat de versterking van de Europese interne markt een nieuwe stap vergt in de zin van vaststelling van minimumnormen, en nauwe samenwerking op het gebied van vennootschapsbelasting voor in de EU gevestigde ondernemingen en heffing van belasting op hun activiteiten in partnerlanden;
4. wijst andermaal op het feit dat de naleving van strenge Europese en internationale normen van essentieel belang is voor de sociale vooruitgang, de consumentenbescherming en de duurzame economische groei, en dat, willen de bedrijven uit de EU internationaal en onder gelijke concurrentievoorwaarden kunnen concurreren, de handelspartners van de EU zich aan de regels moeten houden en deze moeten opleggen, aangezien niet-naleving neerkomt op een schending van internationale verplichtingen die een zware belemmering vormt voor het functioneren van de interne markt;
5. maakt zich zorgen over de mogelijke gevolgen voor de arbeidsmarkten in Europa van de in het kader van GATS Mode 4 gesloten handelsovereenkomsten; dringt er derhalve bij de Commissie op aan om onder raadpleging van de sociale partners op Europees en nationaal niveau een effectbeoordeling uit te voeren alvorens een handelsovereenkomst te sluiten;
6. benadrukt dat het handelsbeleid van de EU moet worden omgevormd tot een doeltreffend instrument voor duurzame ontwikkeling en het scheppen van meer en betere banen; vraagt de Commissie een handelsbeleid uit te werken dat de nodige samenhang vertoont met een sterk op werkgelegenheid gericht industriebeleid;
7. onderstreept de noodzaak om misbruik van intellectuele-eigendomsrechten (IPR) met alle beschikbare middelen te bestrijden teneinde innovatie en het concurrentievermogen van de EU te bevorderen, aangezien de internationale bescherming van IPR, met name handelsmerken en geografische aanduidingen, van vitaal belang is, niet alleen voor het bevorderen van innovatie, maar ook voor de bescherming van banen van EU-burgers in vele bedrijfssectoren in de EU die door inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten worden bedreigd; dringt aan op innovatieve benaderingen ter bescherming van auteursrechten in het digitale tijdperk, met volledige inachtneming van de grondrechten, de privésfeer en de neutraliteit van het internet;
8. onderstreept tevens dat de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in het kader van een bredere benadering dient te worden ontwikkeld door rekening te houden met de rechten en behoeften van de consumenten en de EU-burgers, zonder afbreuk te doen aan andere interne en externe beleidsmaatregelen van de EU, zoals de bevordering van de informatiemaatschappij, de ondersteuning van onderwijs, gezondheidszorg en ontwikkeling in derde landen en de wereldwijde stimulering van biologische en culturele diversiteit;
9. verzoekt de Commissie om in samenwerking met de belanghebbenden een consequente en evenwichtige strategie vast te stellen, gericht op bevordering van innovatie en steun voor innovatieve bedrijven, als beste wijze van beloning van creatieve prestaties, en bescherming van de grondrechten, zoals het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens;
10. acht het belangrijk om, rekening houdend met de noodzaak van een speciale en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden en met het multifunctionele karakter van het aanbestedingsbeleid, bij de procedures voor overheidsopdrachten te zorgen voor symmetrie en transparantie, met name voor kmo's, alsmede voor de zekerheid en voorspelbaarheid inzake investeringen; wijst erop dat de integratie van de wereldmarkten bepaalde voordelen meebrengt, maar is zich ervan bewust dat internationale bedrijven zich in een aantal gevallen schuldig hebben gemaakt aan schendingen van de mensenrechten en arbeidsrechten en schade aan het milieu hebben toegebracht; wijst erop dat bedrijven plichten hebben en dringt erop aan dat in handelsovereenkomsten een bindende clausule inzake maatschappelijk verantwoord ondernemerschap (CSR) wordt opgenomen;
11. is bovendien van mening dat het toekomstige investeringsbeleid van de EU bevorderlijk moet zijn voor duurzame investeringen, het recht van regeringen moet respecteren om regelgeving in te voeren ten behoeve van het algemeen belang en goede arbeidsvoorwaarden bij de ondernemingen waarop deze investeringen zich richten moet stimuleren;
12. verzoekt de Commissie om op Europees en internationaal niveau voor een nauwere coördinatie van mkb-maatregelen te zorgen en kmo's te identificeren en te steunen die over een groot commercieel potentieel beschikken; is van mening dat de lidstaten meer moeten doen om kmo's aan te moedigen gebruik te maken van bestaande initiatieven en instrumenten, zoals de markttoegangsdatabank en de exporthelpdesk;
13. dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat op het gebied van personen- en handelsgoederenvervoer op de interne markt en naar buurlanden de nadruk duidelijk op de spoorwegnetten komt te liggen;
14. wijst erop dat multinationale ondernemingen en hun dochterondernemingen de belangrijkste spelers zijn in het economische globaliseringsproces en de internationale handel en dat multinationale ondernemingen in de tien beginselen van het Global Compact van de Verenigde Naties wordt gevraagd om binnen hun invloedssfeer een reeks kernwaarden te integreren, te ondersteunen en na te leven op het gebied van mensenrechten, fundamentele arbeidsnormen, milieu en corruptiebestrijding; wijst er tevens op dat niet-naleving van de vigerende wetgeving in een derde land door een aldaar werkzaam EU-bedrijf, van welke omvang ook, te beschouwen is als een inbreuk of misdrijf ten koste van werknemers in het bewuste derde land, en dat, wanneer er sprake is van persistente niet-naleving die onbestraft blijft, dit ertoe kan leiden dat minder stringente sociale, milieu- en fiscale normen ingang vinden, met alle negatieve gevolgen van dien, zelfs voor werknemers in de EU; is stellig van mening dat de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers niet tot gevolg mag hebben dat binnen één onderneming of op één locatie eerste- en tweedeklas burgerrechten ontstaan;
15. stelt in meer algemene zin voor dat toekomstige handelsovereenkomsten die door de Unie worden gesloten, een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling bevatten dat is gebaseerd op de beginselen van maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals omschreven in de bijgewerkte versie van 2010 van de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
3.3.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
17
0
5
Bij de eindstemming aanwezige leden
Laima Liucija Andrikienė, Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Metin Kazak, David Martin, Vital Moreira, Cristiana Muscardini, Niccolò Rinaldi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Keith Taylor, Paweł Zalewski
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Josefa Andrés Barea, George Sabin Cutaş, Béla Glattfelder, Elisabeth Köstinger, Georgios Papastamkos, Carl Schlyter, Jarosław Leszek Wałęsa
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)
Derk Jan Eppink, Eider Gardiazábal Rubial, Kartika Tamara Liotard
ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (16.2.2011)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake een interne markt voor ondernemingen en groei
De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:
A. overwegende dat een goed werkende en geïntegreerde interne markt van cruciaal belang is voor ondernemingen – vooral kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) – en consumenten en bijgevolg ook voor de Europese groei en competitiviteit en het scheppen van werkgelegenheid in de EU in een geglobaliseerde wereld, en eveneens van essentieel belang is voor de burgers van de EU, door ertoe bij te dragen dat basisproducten en -diensten beter toegankelijk worden,
B. overwegende dat een verlichting van de administratieve lasten, het gebruik van e-administratie en eerbiediging van de EU-strategie voor betere regelgeving essentieel zijn opdat ondernemingen en vooral kmo's, die de belangrijkste motor vormen van de groei van de EU, de voordelen van de interne markt ten volle kunnen benutten, kunnen bijdragen tot de schepping van werkgelegenheid en middelen kunnen uittrekken voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, en tegelijk volledig kunnen voldoen aan de sociale normen en wetten en milieunormen en –wetgeving, een hoog niveau van consumentenbescherming kunnen garanderen en kunnen bijdragen tot een gepaste verdeling van de rijkdom,
C. overwegende dat de doelstellingen van de EU 2020-strategie en de Small Business Act volledig moeten worden geïntegreerd in het internemarktbeleid en dit beleid moeten schragen,
D. overwegende dat het mededingingsbeleid een essentieel instrument vormt om de EU in staat te stellen over een dynamische, efficiënte en innovatieve interne markt te beschikken en wereldwijd de concurrentie aan te gaan,
1. verzoekt de Commissie opnieuw aansluiting te zoeken bij de zienswijze van het verslag van Mario Monti, die erin bestaat liberalisering en competitiviteit aan te moedigen en tegelijk de fiscale en sociale convergentie te verbeteren;
2. beklemtoont de complementariteit van de verschillende maatregelen in het Monti-verslag en merkt op dat de coherentie van dit verslag niet geheel terug te vinden is in de Single Market Act;
3. onderstreept dat de aanneming van deze maatregelen essentieel is om belemmeringen op nationaal en Europees niveau te kunnen overwinnen;
4. is ingenomen met het initiatief voor de Single Market Act, het evenwicht tussen economische, sociale en bestuurlijke doelstellingen en vooral het op één lijn brengen van de Small Business Act met de EU 2020-strategie;
5. verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de behoeften van kmo's, die de belangrijkste werkgevers zijn in de Europese Unie, en tegelijk volledig te voldoen aan de sociale normen en wetten en milieunormen en –wetgeving alsook een hoog niveau van consumentenbescherming te garanderen, door
(a) de toegang voor kmo's tot de kapitaalmarkten te verbeteren, met als doel investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie mogelijk te maken en de Europese uitvoer te stimuleren,
(b) de verplichtingen van kmo's inzake boekhoudkundige verslaglegging te vereenvoudigen en hun administratieve lasten te verlichten, en
(c) uitdrukkelijk rekening te houden met het feit dat kmo's afhankelijk zijn van de grote bedrijven waaraan zij toeleveren, en de situatie op die manier te evalueren dat de gevolgen van deze afhankelijkheid bij elke specifieke maatregel in aanmerking genomen worden;
6. benadrukt dat het belangrijk is dat het economische bestuur van de Europese Unie verbeterd wordt, zodat economische omstandigheden gecreëerd worden waarin ondernemingen de door de interne markt geboden mogelijkheden kunnen benutten om groter en competitiever te worden, en vraagt dat dit verband expliciet wordt vermeld in de Single Market Act;
7. beklemtoont dat het pakket voor financieel toezicht daadwerkelijk moet worden afgerond en uitgevoerd opdat er een duurzame interne markt kan ontstaan; vraagt dat de Commissie elk jaar met het oog op de feitelijke uitvoering van dit pakket in de hele EU een evaluatie uitvoert en een concordantietabel publiceert; vindt dat nationale en communautaire toezichthoudende instanties hiertoe goede praktijken moeten hanteren;
8. vraagt dat de Commissie initiatieven inzake financiële dienstverlening (zoals voor de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte (SEPA) en de verhoging van de rechtszekerheid voor effectenbezit) die van essentieel belang zijn voor de interne markt opneemt in haar programma;
9. benadrukt dat het concurrentiebeleid van de EU, dat gebaseerd is op de beginselen van een open markt en gelijke spelregels in alle sectoren, een hoeksteen is van een succesvolle interne markt en een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de schepping van duurzame, op kennis gebaseerde arbeidsplaatsen;
10. betreurt het ontbreken van concrete maatregelen met betrekking tot de feitelijke toepassing van de mededingingsregels en met name de voorschriften betreffende de controle op concentraties van ondernemingen, en vraagt dat de Commissie:
(a) mededingingsmaatregelen en -instrumenten opneemt in haar internemarktstrategie en daarbij rekening houdt met de specifieke kenmerken van kmo's;
(b) de beoordeling van sectoren waar inherente gebreken op het vlak van mededinging worden vastgesteld, zoals de energiesector, verbetert;
(c) de impact evalueert van overheidssteun en structurele maatregelen op de mededinging in de context van de financiële crisis, en
(d) de regels voor overheidssteun als compensatie voor diensten van algemeen belang verder beoordeelt, en indien nodig vereenvoudigt of herziet;
11. vraagt de Commissie en de lidstaten te werken aan de creatie van een rechtspositie voor Europese privébedrijven;
12. onderstreept dat het belangrijk is fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten weg te nemen, onverlet de bepalingen in het Verdrag van Lissabon met betrekking tot de autonomie van de EU-lidstaten op het vlak van belastingen; benadrukt dat de lidstaten hun nationale belastingsbeleid beter moeten coördineren om fiscale belemmeringen in de interne markt nog te verkleinen, dubbele belastingheffing te voorkomen en belastingconcurrentie tegen te gaan; vraagt om de invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor vennootschapsbelasting en om een herziening, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, van het voorstel voor een vereenvoudigd belastingstelsel voor kmo's die werkzaam zijn op de interne markt;
13. is ingenomen met de aankondiging van een nieuwe btw-strategie die de bestrijding van btw-fraude als prioritair beschouwt en tot doel heeft de groei te stimuleren en de administratieve lasten voor ondernemingen te verminderen, zoals het Europees Parlement gevraagd heeft;
14. verheugt zich over de herziening van de energiebelastingrichtlijn, die tot doel heeft de doelstellingen in verband met de klimaatverandering beter te weerspiegelen, op voorwaarde dat de belastingdruk niet overmatig op kwetsbare consumenten terechtkomt;
15. is ingenomen met de verwijzing naar projectobligaties en dringt erop aan dat de EU-begroting wordt gebruikt om het krediet dat de EIB in partnerschap met de bank- en de privésector verleent, te verhogen, en dat er een projectobligatieregeling wordt opgezet om Europese projecten ter bevordering van het duurzame herstel van de groei en de werkgelegenheid te financieren, met inbegrip van infrastructuurprojecten voor overheidsdiensten op het vlak van vervoer, energie en telecommunicatie;
16. merkt op dat de mening van het Parlement over politieke prioriteiten geen voorbarig oordeel inhoudt over specifieke maatregelen en dat het standpunt van het Parlement over dergelijke maatregelen onder meer gebaseerd zal zijn op de impactbeoordeling voor elke voorgestelde maatregel, conform de beginselen voor betere regelgeving, en op de onvoorwaardelijke eerbiediging van sociale normen en wetten en milieunormen en -wetgeving en een hoog niveau van consumentenbescherming;
17. vraagt dat de Commissie de impact van de groeiende economische divergentie tussen de EU-lidstaten op de cohesie van de interne markt nauwlettend in het oog houdt.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
14.2.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
34
6
0
Bij de eindstemming aanwezige leden
Burkhard Balz, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Elisa Ferreira, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Wolf Klinz, Jürgen Klute, Philippe Lamberts, Werner Langen, Hans-Peter Martin, Íñigo Méndez de Vigo, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Peter Simon, Peter Skinner, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Sophie Auconie, Elena Băsescu, Arturs Krišjānis Kariņš, Sirpa Pietikäinen, Andreas Schwab, Catherine Stihler
ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (16.2.2011)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake een interne markt voor ondernemingen en groei
De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:
1. wijst er nogmaals op dat een op vrije en eerlijke concurrentie gebaseerde interne markt de voornaamste economische hervormingsdoelstelling van de EU is en Europa in de wereldeconomie een essentieel concurrentievoordeel biedt;
2. is van mening dat de interne markt nieuw leven kan en moet worden ingeblazen en geheel moet worden voltooid om de doelstellingen die in het kader van de Europa 2020-strategie zijn bepaald, te halen, teneinde te zorgen voor meer groei voor de bedrijven, inclusief ondernemingen in de sector sociale economie (coöperaties, verenigingen, onderlinge maatschappijen en stichtingen), en meer en betere banen, alsmede adequate bescherming voor de rechten van de Europese werknemers en de consumenten in de EU; onderstreept in verband hiermee dat alle in de Single Market Act vervatte voorstellen naar behoren moeten worden beoordeeld op hun sociale, economische en milieu-impact; is van mening dat, om alle voordelen van de voltooiing van de interne markt te kunnen genieten, het vrije verkeer van werknemers, kapitaal en diensten ten volle dient te worden gehandhaafd en ondersteund zowel op EU- als op lidstaatniveau;
3. onderstreept dat effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in hoge mate bepalend is voor de werkgelegenheidssituatie; is derhalve verheugd dat de Commissie wetgevingsvoorstellen heeft aangekondigd om de nieuwe piraterijpraktijken via het internet aan te pakken en de douane op dit gebied effectiever te laten optreden;
4. onderstreept dat de geformuleerde voorstellen in essentie nopen tot een sectorale benadering van de voorgestelde richtsnoeren, d.w.z.: energie, vervoer, technologische innovatie, rechtszekerheid voor ondernemingen en werknemers enzovoorts, alsmede voor het in elk van deze sectoren gevoerde overleg;
5. is van mening dat het proces van de totstandbrenging van een interne energiemarkt niet alleen gericht moet zijn op de versterking van het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, maar ook op het handhaven van energieprijzen die voor zowel consumenten als bedrijven betaalbaar zijn;
6. is van mening dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) de basis van de Europese economie vormen en de belangrijkste motor zijn voor het creëren van duurzame en kwalitatief betere werkgelegenheid, economische groei en sociale samenhang in Europa; benadrukt dat er meer inspanningen moeten worden gedaan om kmo's een betere toegang te geven tot en meer te laten deelnemen aan de interne markt, onder meer door de in de "digitale agenda" van 2010 vastgestelde obstakels voor de ontwikkeling van e-commerce uit de weg te ruimen en de ontwikkeling van de beschikbaarheid van breedband, alsmede een ruimer beroep op ICT te ondersteunen; is van mening dat het leren van talen moet worden bevorderd door middel van permanente educatie (beroepsopleidingen) voor werknemers van met name kmo's, als middel om kmo's beter toegang te verschaffen tot de interne markt;
7. wijst erop dat een van de grootste problemen van kmo's in tijden van economische neergang de toegang tot financiering is; is echter van mening dat beter in de financieringsbehoeften van kmo's kan worden voorzien door krachtiger ondersteuning van de zijde van openbare banken dan via beurzen of durfkapitaalfondsen, zoals door de Commissie wordt voorgesteld; wijst erop dat de door de Commissie bepleite aanpak kmo's kwetsbaarder zou maken voor volatiliteit op de financiële markten en voor 'asset stripping'-strategieën, die een bedreiging vormen voor de stabiliteit van de betrokken bedrijven zelf en voor de werkgelegenheid;
8. wijst erop dat het "denk eerst aan de kleintjes"-beginsel tot nog toe niet is toegepast om de lasten die kmo's fnuiken, uit de weg te ruimen; dringt aan op een gedifferentieerd beleid voor mkb-bedrijven; pleit voor ondersteuning van mkb-bedrijven met een specifiek groeipotentieel, hoge lonen en goede arbeidsvoorwaarden en dringt aan op differentiëring binnen de Small Business Act om deze in overeenstemming te brengen met de EU-strategie voor 2020;
9. is verheugd over de herziening van de vierde en zevende richtlijn, die tot doel heeft de voorschriften voor financiële verslaglegging te vereenvoudigen en voor de gehele Europese Unie te harmoniseren en de administratieve lasten te verminderen, met name voor kmo's, teneinde de verdere ontwikkeling van de interne markt te stimuleren en aldus bij te dragen tot het scheppen van nieuwe banen; verlangt dat het verminderen van de administratieve lasten niet mag leiden tot minder bescherming voor de werknemers, in de zin dat de bestaande verplichtingen op het stuk van veiligheid en gezondheid op het werk niet mogen worden teruggeschroefd; onderstreept dat aan de vereisten inzake hoge transparantie en adequate openbaarmaking moet worden voldaan om schuldeisers te beschermen;
10. herhaalt dat er een meer kmo-vriendelijk regelgevingskader moet worden gecreëerd door het effect van nieuwe wet- of regelgevingsmaatregelen voor kmo's grondig te beoordelen met het oog op de terugdringing van bureaucratische rompslomp, versterking van het concurrentievermogen en bevordering van betere banen; benadrukt de noodzaak om de bestaande gezondheids- en veiligheidsvoorschriften voor werknemers in stand te houden; dringt tevens aan op een betere handhaving van de interne markt en op een grotere rol en meer politieke wil van de zijde van de lidstaten om de interne markt te verbeteren;
11. onderstreept het belang van een betere communicatie en van uitbreiding van het informatiesysteem voor de interne markt, aangezien dit van cruciaal belang is om met name kmo's van duidelijke informatie over de interne markt te voorzien;
12. is een sterk voorstander van het initiatief om EU-projectobligaties uit te geven voor de financiering van Europese projecten en is van mening dat hier voor Europa een dringende taak ligt weggelegd uit een oogpunt van strategische investeringen en het creëren van werkgelegenheid; is van mening dat goed gefinancierde gemeenschappelijke Europese projecten het concurrentievermogen van de EU ten goede kunnen komen doordat optimaal gebruik wordt gemaakt van het potentieel van de interne markt en nieuwe werkgelegenheid wordt gecreëerd; dringt erop aan dat de bewuste projecten worden geselecteerd op basis van hun potentieel om nieuwe werkgelegenheid te creëren, nadat zij zijn onderworpen aan een verplichte effectbeoordeling;
13. verzoekt de Commissie jaarlijks een evaluatie op te maken van de behoeften aan overheids- en particuliere investeringen en van de wijze waarop daarin wordt, respectievelijk dient te worden voorzien in het kader van haar voorstel nr. 16;
14. onderstreept de noodzaak tot toepassing van de openbare aanbestedingsregels ter ondersteuning van werkgelegenheid, sociale vooruitgang en duurzame ontwikkeling; dringt er bij de Commissie op aan de toegang tot overheidsopdrachten voor kmo's, ondernemingen van de sociale economie en fair trade-bedrijven te vergemakkelijken;
15. wijst op het belang van een betere benutting van de mogelijkheden van precommerciële inkoop door de overheid ter ondersteuning van innovatie, een essentiële voorwaarde voor duurzame groei, werkgelegenheid en sociale vooruitgang; dringt er bij de Commissie op aan initiatieven te nemen om dit aspect ook te betrekken bij haar voorstel nr. 17 en na te gaan hoe openbare aanbestedingen kunnen worden opengesteld en gemakkelijker toegankelijk gemaakt voor kmo's, inclusief kmo's in de sector sociale economie, zowel in de EU als in derde landen; verzoekt de Commissie de opneming, indien wenselijk, van sociale en milieunormen in overheidsopdrachten te blijven aanmoedigen;
16. is naast de voorstellen nr. 19 en nr. 20 inzake fiscale kwesties, ook ingenomen met de implementatie van de voorstellen van Mario Monti voor de instelling van een groep fiscaal beleid, waarin vertegenwoordigers van de lidstaten zitting hebben;
17. is ingenomen met het voorstel van de Commissie om een btw-strategie te formuleren; is van mening dat een betere fiscale coördinatie tussen de lidstaten nodig is om oneerlijke belastingconcurrentie en marktdistorsies te voorkomen; is in verband hiermee ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (common consolidated corporate tax base, CCCTB); is van mening dat een CCCTB het concurrentievermogen met name van kmo's zal bevorderen, door de lasten als gevolg van de administratieve complexiteit te verminderen en fiscale belemmeringen voor de groei die het gevolg zijn van de fragmentatie, aan te pakken, met als resultaat een potentieel positieve impact op de overheidsfinanciën en de werkgelegenheid;
18. is bezorgd over de distorsie die binnen de interne markt wordt veroorzaakt doordat de omvang van de belastingfraude van lidstaat tot lidstaat verschilt; dringt er bij de Commissie op aan doortastend op te treden door middel van een systeem van stimulansen en sancties tegen belastingontduiking en illegale kapitaalvlucht, inclusief initiatieven tegen belastingparadijzen, die de Europese economie in haar functioneren belemmeren; vraagt de Commissie in verband hiermee om aan haar voorstel nr. 19 een effectbeoordeling toe te voegen om de verschillende problemen te evalueren die worden veroorzaakt door belastingontduiking en de zwarte economie in alle lidstaten;
19. onderstreept dat het belangrijk is de wettelijke belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten op te heffen; roept de Commissie ertoe op binnen de interne markt een voor alle soorten bedrijven 'gelijk speelveld' te creëren door de nodige stappen te ondernemen om voorstellen te introduceren voor Europese statuten voor verenigingen, onderlinge maatschappijen en stichtingen, een haalbaarheidsstudie en een effectbeoordeling voor de statuten voor verenigingen en onderlinge maatschappijen voor te stellen en te zijner tijd de effectbeoordeling voor het statuut voor stichtingen te voltooien;
20. steunt ten zeerste de inspanningen om de internationale handelsbesprekingen voort te zetten teneinde handelsobstakels op te ruimen met als doel Europese bedrijven betere toegang te verschaffen tot de markten van derde landen, met name op het gebied van overheidsopdrachten; herhaalt in dit verband dat het belangrijk is sociale normen op te nemen in tussen de EU en derde landen te sluiten handelsovereenkomsten, om maatschappelijk verantwoord ondernemen in de context van deze onderhandelingen te bevorderen, indien nodig; benadrukt in verband hiermee het feit dat effectieve tenuitvoerlegging van de IAO-normen en van de IAO-agenda voor waardig werk, alsmede van de OESO-gedragscode voor multinationale ondernemingen belangrijk is;
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
14.2.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
27
8
15
Bij de eindstemming aanwezige leden
Regina Bastos, Edit Bauer, Jean-Luc Bennahmias, Pervenche Berès, Mara Bizzotto, Philippe Boulland, Milan Cabrnoch, David Casa, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Derek Roland Clark, Sergio Gaetano Cofferati, Marije Cornelissen, Tadeusz Cymański, Karima Delli, Proinsias De Rossa, Frank Engel, Sari Essayah, Richard Falbr, Ilda Figueiredo, Thomas Händel, Marian Harkin, Roger Helmer, Liisa Jaakonsaari, Danuta Jazłowiecka, Martin Kastler, Ádám Kósa, Patrick Le Hyaric, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Rovana Plumb, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:
1. erkent het belang van productnormen voor de werking van de Europese interne markt en beschouwt dergelijke normen als een essentieel instrument voor het bevorderen van duurzame en kwalitatief hoogwaardige goederen en diensten voor consumenten en ondernemingen; is ingenomen met het voorstel tot hervorming van het Europese normalisatiestelsel en dringt aan op maatregelen om de transparantie te verbeteren, de kosten te drukken en de belanghebbenden nauwer bij het gebeuren te betrekken;
2. merkt op dat ter wille van de efficiënte werking van de interne markt de wederzijdse beoordelingsprocedure in het kader van de dienstenrichtlijn voor verbetering vatbaar is, in het bijzonder door middel van snelle gegevensuitwisseling; dringt aan op evaluatie van de gevolgen van de richtlijn voor de kwaliteit van de dienstverlening, waaronder een beoordeling van de manoeuvreerruimte die de richtlijn de overheden biedt tot het opleggen van openbare dienstverplichtingen aan dienstverleners; is van mening dat de bestaande onnodige bureaucratische lasten op nationaal, regionaal en lokaal niveau de uitvoering van algemene regels voor alle lidstaten in de weg staan;
3. roept de Commissie en de lidstaten ertoe op bij de opstelling van regelgeving de diversiteit van de in Europa bestaande bedrijfsmodellen te onderkennen; onderstreept met name de betekenis van bedrijven die actief zijn in de sector sociale economie, waarvan het zakelijk model niet is gebaseerd op omvang of soort activiteiten, maar op respect voor gemeenschappelijke waarden, hetgeen blijkt uit de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties, het primaat van het individu en van sociale doelstellingen op kapitaal, de handhaving en toepassing van de beginselen van solidariteit en verantwoordelijkheid, het onderling op elkaar afstemmen van gebruikersbelangen en algemeen belang, vrijwillig en open lidmaatschap en de toewijzing van het leeuwendeel van de meeropbrengsten voor het verwezenlijken van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen en de levering van diensten aan leden, met inachtneming van het algemeen belang;
4. onderstreept de dwingende noodzaak het normalisatiebeleid van de EU inzake informatie- en communicatietechnologieën (ICT) aan de markt- en beleidsontwikkelingen aan te passen, met als doel de Europese beleidsdoelstellingen te verwezenlijken waarbij interoperabiliteit essentieel is; is van mening dat het bij de ontwikkeling van de elektronische handel op de interne markt primair moet gaan om de juridische problemen waarmee zowel het bedrijfsleven als de consumenten te kampen hebben, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan grensoverschrijdende handel en tegelijkertijd een hoog niveau van consumentenbescherming moet worden gewaarborgd; benadrukt dat ook meer rekening moet worden gehouden met de behoeften van kmo's die niet voornamelijk via internethandel opereren;
5. wijst er eens te meer op dat onderdanen van een andere lidstaat op grond van het binnen de interne markt geldende non-discriminatiebeginsel niet kunnen worden verplicht originele documenten, gewaarmerkte afschriften, een nationaliteitsbewijs of authentieke vertalingen van documenten te verstrekken om van een dienst of van bepaalde voordelen of prijzen te kunnen profiteren;
6. stelt zich op het standpunt dat de Europese Unie zich op het gebied van klimaat- en energiebeleid harder moet inspannen voor de totstandbrenging van een volledig operationele energiemarkt, en tegelijk ook voor de vervulling van de toekomstige eisen op energiegebied; is van mening dat met het oog op de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU een nieuwe benadering geboden is, met de toepassing van adequate minimumaccijnstarieven op CO2-emissies en op energie-inhoud en de vermijding van overlappingen met de handel in emissierechten; onderstreept de noodzaak lokale en regionale overheden ertoe aan te sporen bij hun planning op het gebied van energie-efficiëntie en milieu gebruik te maken van informatie- en communicatietechnologieën, en is van mening dat de kansen voor het bedrijfsleven op lokaal en regionaal niveau op die manier sterk zullen verbeteren;
7. merkt op dat er, om aanzienlijk meer energie te kunnen besparen, behoefte is aan nader uitgewerkte energie-efficiëntieplannen en -maatregelen, en verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de implementatie van de richtlijnen inzake energie-etikettering, eco-ontwerp, vervoer, gebouwen en infrastructuurvoorzieningen, zodat er metterdaad werk kan worden gemaakt van een gemeenschappelijk benadering in een Europees kader; verzoekt de Commissie om daarnaast in het kader van de aangekondigde strategie voor een efficiëntere benutting van hulpbronnen een ambitieus beleid te ontwikkelen met betrekking tot de in dat verband te formuleren doelstellingen, beleidsmaatregelen en instrumenten; wijst erop dat de infrastructuurvoorzieningen in Oost-Europa moeten worden opgetrokken tot het niveau van de in de overige lidstaten bestaande infrastructuur;
8. is verheugd over het voorstel tot herziening van de “Small Business Act” om een nauwe koppeling met de Europa 2020-strategie te bereiken, en roept de Commissie ertoe op recht te doen aan de cruciale rol van kmo's en microbedrijven in Europa; dringt er bij de Commissie op aan de aanleg van snelle breedbandverbindingen in de EU-regio's te versnellen, opdat kmo's maximaal kunnen deelnemen aan een steeds sterker gedigitaliseerde interne markt; dringt aan op een kmo-vriendelijk, kwaliteitsgericht en flexibel EU-octrooistelsel dat aanzet tot technologische innovatie en het ontstaan van nieuwe bedrijfsmodellen stimuleert; is ingenomen met het voorstel voor een actieplan om kmo's toegang tot de kapitaalmarkt te verschaffen, bijvoorbeeld via euro-obligaties, en pleit voor bevordering van innovatieve financieringsmechanismen die speciaal bedoeld zijn voor innovatiegerichte kmo's; is verheugd over de plannen van de Commissie om het BTW-stelsel in de EU te moderniseren, waarbij het met name gaat om vereenvoudiging van de regels voor kmo's en vermindering van de kosten van naleving; benadrukt de noodzaak tot implementatie van de voorstellen van de Groep op hoog niveau voor lastenverlichting;
9. wijst er eens te meer op dat het recht om in een andere lidstaat zijn beroep uit te oefenen een van de door het Verdrag gewaarborgde fundamentele vrijheden is en een noodzakelijke voorwaarde voor een sterk concurrentiegeoriënteerde sociale markteconomie, en roept de Commissie en de lidstaten ertoe op alle bestaande barrières voor het vrije verkeer van werknemers op te heffen;
10. wijst erop dat de EU een grotere autonomie bij de energievoorziening moet verkrijgen; is van mening dat een systeem van regionale clustering in het kader van de interne energiemarkt het bereiken van die autonomie ten goede zou moeten komen, evenals de diversificatie van de aanvoerroutes in alle Europese landen; verzoekt de Commissie voorts de integratie van hernieuwbare energiebronnen te verbeteren, en onderstreept dat de slimme netwerken efficiënter moeten worden; is tevens van mening dat bij de toepassing van samenwerkingsmechanismen efficiënter en transparanter te werk moet worden gegaan;
11. benadrukt de noodzaak van een sterkere coördinatie en harmonisatie van het gebruik van het Europese radiospectrum en spreekt de hoop uit dat het spectrum efficiënter zal worden gebruikt, zodat de prijzen voor eindgebruikers kunnen worden beperkt;
12. is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de dialoog met het maatschappelijk middenveld door middel van overleg te versterken; wijst er echter op dat de noodzakelijke instrumenten meestal reeds beschikbaar zijn, aangezien de Commissie zich hiertoe in het kader van haar richtsnoeren voor effectbeoordeling reeds sinds enige tijd heeft verbonden om de effecten van haar wetgevingsvoorstellen vanuit diverse gezichtspunten accurater te kunnen voorspellen; onderstreept nogmaals hoe belangrijk het is dat de EU-instellingen de belanghebbenden raadplegen, om te kunnen profiteren van hun specialistische deskundigheid en tegelijkertijd de transparantie en maatschappelijke acceptatie van hun activiteiten te kunnen waarborgen;
13. verwelkomt het initiatief met betrekking tot de ecologische voetafdruk van producten en dringt er bij de Commissie op aan snel te komen met een concreet gemeenschappelijk evaluatie- en etiketteringssysteem;
14. onderkent dat openbare aanbestedingen een bijzonder effectief instrument zijn om de markten te stuwen in de richting van duurzame producten en diensten en om innovatie te stimuleren; verwelkomt het voornemen van de Commissie om de regels voor openbare aanbestedingen te herzien en te vereenvoudigen, en onderstreept dat dit proces niet ten koste mag gaan van, maar juist in het voordeel moet werken van de mogelijkheid van overheidsinstanties om in hun aanbestedingen ook criteria van algemeen belang, zoals milieu- en sociale maatstaven, op te nemen;
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
28.2.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
39
2
0
Bij de eindstemming aanwezige leden
Jean-Pierre Audy, Zigmantas Balčytis, Ivo Belet, Bendt Bendtsen, Jan Březina, Maria Da Graça Carvalho, Giles Chichester, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Robert Goebbels, Fiona Hall, Jacky Hénin, Edit Herczog, Romana Jordan Cizelj, Arturs Krišjānis Kariņš, Lena Kolarska-Bobińska, Béla Kovács, Philippe Lamberts, Marisa Matias, Judith A. Merkies, Angelika Niebler, Jaroslav Paška, Herbert Reul, Paul Rübig, Amalia Sartori, Konrad Szymański, Patrizia Toia, Ioannis A. Tsoukalas, Claude Turmes, Marita Ulvskog, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Alejo Vidal-Quadras
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Antonio Cancian, Francesco De Angelis, Françoise Grossetête, Jolanta Emilia Hibner, Ivailo Kalfin, Mario Pirillo, Catherine Trautmann
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)
Niccolò Rinaldi
ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (2.3.2011)
aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming
inzake een binnenmarkt voor ondernemingen en groei
De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de Commissie interne markt en consumentenbescherming als commissie ten principale onderstaande suggesties op te nemen in haar ontwerpresolutie:
Een interne markt voor ondernemingen en groei
1. merkt op dat het beleid van de Europese Unie voor de interne markt en dat voor regionale ontwikkeling elkaar in grote mate aanvullen en benadrukt dat vorderingen op het gebied van de interne markt en verdere ontwikkeling van de regio´s van de Unie onderling van elkaar afhankelijk zijn, beide gericht op een Europa dat wordt gekenmerkt door samenhang en concurrentievermogen; is ingenomen met de voorstellen van de Commissie die erop gericht zijn de interne markt te verdiepen;
2. onderstreept dat de interne markt tegen de achtergrond van de globalisering moet voorzien in een optimaal zakenklimaat voor ondernemingen en aandacht moet besteden aan het specifieke karakter en de diversiteit van kleine en middelgrote ondernemingen, teneinde banengroei, innovatie, ondernemerswaarden, verbetering van het ondernemersprofiel en aanmoediging van ondernemerszin en zelfstandige beroepsactiviteiten in alle regio's van de Europese Unie, met inbegrip van plattelandsgebieden, te stimuleren; is dan ook verheugd over de geplande evaluatie van de "Small Business Act" en de uitbreiding van het "Think Small First"-beginsel; benadrukt de rol die het regionaal beleid kan spelen bij de verdere integratie van de interne markt en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de toegang tot EU-middelen voor met name kleine- en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken, aangezien zij de meest flexibele component van de Europese economie vormen; vestigt de aandacht op het belang van het plaatselijke bedrijfsleven voor de sociale banden, de werkgelegenheid en de dynamiek in achtergebleven gebieden, met name stedelijke agglomeraties met problemen of in dunbevolkte gebieden; dringt erop aan dat deze gebieden op passende wijze worden ondersteund in het kader van het regionaal beleid van de Unie;
3. verzoekt de Commissie en de lidstaten een einde te maken aan de vertraging en de missers die zich voordoen bij de omzetting van richtlijnen voor de interne markt, zodat eerlijke concurrentie wordt gewaarborgd;
4. merkt op dat de gemeenschappelijke markt voor octrooien nog onvoltooid is; steunt de bevordering van een gemeenschappelijk octrooi van de Europese Unie welke innovatie, groei en concurrentievermogen zou kunnen versterken en daardoor Europese ondernemingen de kans zou kunnen geven ten volle te profiteren van de interne markt van de EU;
5. onderstreept dat reële en daadwerkelijke toegang tot de interne markt voor alle regio's in de EU een eerste vereiste is voor vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten, en daarmee voor een sterke en dynamische interne markt; wijst in dit verband op de essentiële rol die het regionaal beleid van de Unie speelt bij de ontwikkeling van infrastructuur en bij de economisch en sociaal samenhangende ontwikkeling van regio's; verwelkomt het voorstel van de Commissie om in 2011 een herziening van de communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet uit te voeren, alsmede een voorstel voor een algemeen kader voor de financiering van vervoersinfrastructuur in te dienen; pleit voor een regionale benadering waarbij gebruik wordt gemaakt van de Structuurfondsen om investeringen in grensoverschrijdende energie-, vervoers-, communicatie-, gezondheids-, milieu-, onderzoeks- en onderwijsinfrastructuur aan te moedigen, teneinde eenieder toegang te verschaffen tot elementaire diensten en een harmonieuze werking van de interne markt te waarborgen; dringt aan op ontwikkeling van innoverende financieringsmethoden (zoals publiek-private partnerschappen, projectobligaties en gebruikersheffingen), waarbij volledig rekening moet worden gehouden met het feit dat een hoog kwaliteitsniveau en universele toegang tot de diensten van algemeen belang noodzakelijk zijn en sleutelinstrumenten vormen die de uitvoering van projecten ten goede komen; onderstreept in dit verband dat het noodzakelijk is de ontwikkeling van een reeks publiek-private partnerschappen, ook op lokaal en regionaal niveau, te ondersteunen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan het complexe geheel van regels voor inkomstengenererende projecten gezamenlijk aan te pakken;
6. onderstreept het belang van de regio’s en van de tenuitvoerlegging van regionaal beleid voor het welslagen van de Europa 2020-strategie en de verdieping van de interne markt; dringt er bij de Commissie op aan een daadwerkelijke onderlinge samenhang tot stand te brengen tussen de Single Market Act en de EU 2020-strategie; wijst er in dit verband op dat EU-middelen voor structuurmaatregelen op een flexibele, dynamische en toekomstgerichte wijze dienen te worden toegekend, onder andere om eventuele negatieve effecten van internationale handelsovereenkomsten op de regio's van de EU nog beter op te vangen en deze regio's voor te bereiden op de noodzakelijke sociaaleconomische veranderingen, in het kader van een strategie die gebaseerd is op het evenwicht tussen conditionerende factoren en potentiële vermogens, in combinatie met flexibiliteit ten aanzien van sectoriële instrumenten en beleid; dringt aan op een gebruikersvriendelijker regionaal beleid en maximale transparantie, alsmede op strengere regels tegen het "financierings-shoppen" waarmee bepaalde ondernemingen mogelijk misbruik maken van de financiële instrumenten van de Unie; onderstreept de noodzaak van verdere harmonisatie en onderlinge afstemming van de regels met betrekking tot de structuurfondsen, om te voorkomen dat een project in meerdere delen wordt opgesplitst teneinde aanvragen in te dienen bij meerdere fondsen; beveelt aan de nadruk niet alleen op de regelmatigheid van de uitgaven te leggen, maar tevens op de kwaliteit van de interventies, en daarnaast voldoende middelen beschikbaar te stellen voor versterking van de ondersteuning op het gebied van bestuur;
7. onderstreept dat regio's die aan de binnengrenzen van de interne markt zijn gelegen als eerste de gevolgen van het wegnemen van deze grenzen ondervinden; verzoekt de Commissie rekening te houden met de zorgen over het "drempeleffect" tussen grensregio's die een vergelijkbare mate van ontwikkeling kennen maar in het kader van het regionaal beleid van de Unie een zeer uiteenlopende hoeveelheid subsidie ontvangen; dringt aan op een debat over oplossingen om deze ongewenste effecten te neutraliseren;
8. benadrukt dat voor de bevordering van het regionale concurrentievermogen "slimme specialisatie" van de regio´s belangrijk is; is van mening dat de interne markt van de EU alleen als geheel kan floreren indien alle spelers en alle regio's - met inbegrip van de kleine- en middelgrote ondernemingen in alle sectoren, inclusief de publieke sector, de sociale economie en de burgers zelf - erbij zijn betrokken; is van mening dat niet slechts enkele gebieden die goed zijn ontwikkeld op het gebied van geavanceerde technologie, maar alle regio's in Europa en elke lidstaat erbij moeten worden betrokken, waarbij zij zich concentreren op hun eigen sterke punten ("slimme specialisatie") binnen Europa;
9. verzoekt de Commissie om verduidelijking met betrekking tot de "macro-economische conditionaliteit" dat wordt genoemd in het debat over de toekomst van het regionaal beleid van de Unie, maar dat als het niet adequaat wordt toegepast, kan leiden tot het opleggen van schadelijke en nutteloze sancties aan mogelijke begunstigden van het regionaal beleid, namelijk bedrijven en EU-burgers;
10. juicht het voornemen van de Commissie toe om de regels voor openbare aanbesteding te herzien teneinde deze in overeenstemming te brengen met de doelstellingen en het beleid van de EU, door vereenvoudiging van de procedures, in het bijzonder voor kleine lokale en regionale overheden, en verbetering van de toegang tot overheidsopdrachten voor KMO’s;
11. onderstreept dat diensten een unieke bron van ontwikkeling voor de interne markt vormen; benadrukt dat de dienstenrichtlijn een essentiële stap vormt in de richting van een werkelijke interne markt voor diensten, en dat het omzettingsproces zo snel en transparant mogelijk zou moeten verlopen; dringt er bij de Commissie op aan de lidstaten die bij de omzetting problemen of vertraging ondervinden, te ondersteunen; onderstreept met name dat het noodzakelijk is een in sociaal en regionaal opzicht rechtvaardige toegang tot diensten van algemeen belang te waarborgen door volledig gebruik te maken van de in het Verdrag van Lissabon geboden mogelijkheden, waarbij de subsidiariteit en het recht op lokaal zelfbestuur van de regionale en lokale autoriteiten naar behoren worden geëerbiedigd;
12. onderstreept dat de interne markt een toereikend gefinancierd regionaal beleid vereist voor de periode na 2013, en dat de begroting hiervoor in geen geval lager mag zijn dan die voor de lopende periode 2007-2013;
13. benadrukt dat de EU-regio's het potentieel hebben om een aanzienlijke rol te spelen door de Commissie bij te staan in haar streven naar de totstandbrenging van een digitale interne markt; wijst er in dit verband op dat het belangrijk is de middelen die voor de EU-regio's beschikbaar zijn, te gebruiken om hun ontwikkelingsachterstand weg te werken op het gebied van e-handel en e-diensten, die een vruchtbare bron van toekomstige groei in de regio's zouden kunnen zijn;
Een interne markt voor de Europese burger
14. is van oordeel dat territoriale samenwerking (met inbegrip van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) en macroregionale strategieën) een beslissende bijdrage levert aan het wegnemen van zichtbare en onzichtbare binnengrenzen op de interne markt en aan de verdere ontwikkeling van de interne markt, onder andere door het volledige potentieel van grensoverschrijdende concurrerende clusters te benutten; wijst er met klem op dat het belangrijk is om deze cohesiebeleidsdoelstelling te versterken, en dringt er in dit verband op aan dat de begroting voor territoriale samenwerking voor de periode na 2013 wordt verhoogd om samenwerking op diverse niveaus over de nationale grenzen heen te bevorderen en, in bredere zin, het potentieel van territoriale samenwerking beter te benutten; is voorstander van de vereenvoudiging van de toegang tot de financiering van de Europese regionale samenwerking, teneinde de deelname van onder meer particuliere partijen te faciliteren;
15. herinnert eraan dat in het kader van het geïntegreerde beleid van de EU rekening moet worden gehouden met de situatie van regio’s met specifieke geografische kenmerken, met name de ultraperifere regio´s zoals gedefinieerd in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, teneinde die regio’s en hun ondernemingen, werknemers en burgers in staat te stellen volledig in de interne markt te integreren en daar ten volle van te profiteren; spoort de Commissie aan te blijven werken aan de ontwikkeling van specifieke voorzieningen voor deze regio’s; herinnert eraan dat het in de mededeling van de Commissie COM(2004)0343 genoemde actieplan voor het grote Europese nabuurschap moet worden opgezet als aanvulling op de integratie van de interne markt; dringt er tot slot op aan dat de voorstellen onder het hoofdstuk ‘Versterken van de solidariteit in de eengemaakte markt’ worden uitgebreid en versterkt, en met name dat er rekening wordt gehouden met de weerslag die de interne markt heeft op de meest achtergebleven regio’s, zodat de aanpassingsinspanningen van die regio’s kunnen worden versneld en ondersteund;
16. spreekt zijn voldoening uit over de geplande invoering van een statuut van de Europese stichting en neemt kennis van de toezegging van de Commissie om uiterlijk eind 2011 een verordening te presenteren; dringt aan op invoering van een statuut van de Europese vereniging om grensoverschrijdende burgerinitiatieven te vergemakkelijken en bij te dragen aan de ontwikkeling van EU-burgerschap over de grenzen heen;
Bestuur en partnerschap op de interne markt
17. is ingenomen met de meerlagige bestuursaanpak van de Commissie en haar grotere inspanningen om het algemene publiek bij het raadplegingsproces te betrekken; benadrukt dat deze benadering op correcte wijze zou moeten worden toegepast voor alle beleidsterreinen van de Unie met gedeelde bevoegdheden, inclusief het cohesiebeleid; brengt in herinnering dat een dergelijke aanpak noodzakelijk is om werkelijke participatie van regionale en lokale politieke en economische actoren bij het besluitvormingsproces te waarborgen; merkt op dat bij deze raadplegingen rekening moet worden gehouden met de nieuwe bijzondere rol van lokale en regionale overheden, aangezien zij de EU-bepalingen ten uitvoer moeten brengen; onderstreept de noodzaak van een grotere betrokkenheid van de regionale en lokale overheden bij de totstandbrenging van de interne markt, overeenkomstig de beginselen van subsidiariteit en partnerschap, en wel in alle stadia van het besluitvormingsproces; stelt voor, teneinde deze gedecentraliseerde aanpak te benadrukken, in elke lidstaat een "Territoriaal pact van lokale en regionale overheden met betrekking tot de Europa 2020-strategie" in het leven te roepen, om zo een sterker gevoel van verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de EU 2020-strategie te bewerkstelligen; is tot slot van mening dat lokale en regionale overheden kunnen worden betrokken bij de ontwikkeling en uitbreiding van het informatiesysteem voor de interne markt, nadat een grondige afweging is gemaakt van de voor- en nadelen die een dergelijke uitbreiding van het systeem teweeg kan brengen;
18. is ingenomen met de rol die het Comité van de Regio’s heeft vervuld bij het betrekken van lokale en regionale partijen bij het debat over de Single Market Act; verzoekt de Commissie het Europees Parlement en het Comité van de Regio's bij een en ander te blijven betrekken, en nauw met hen samen te werken teneinde de potentiële en concrete gevolgen van de verdieping van de interne markt voor regio's continu te volgen; is dan ook ingenomen met het concept van een forum voor de interne markt.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
28.2.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
33
1
0
Bij de eindstemming aanwezige leden
François Alfonsi, Luís Paulo Alves, Charalampos Angourakis, Jean-Paul Besset, Alain Cadec, Salvatore Caronna, Rosa Estaràs Ferragut, Danuta Maria Hübner, Seán Kelly, Evgeni Kirilov, Constanze Angela Krehl, Ramona Nicole Mănescu, Riikka Manner, Iosif Matula, Erminia Mazzoni, Lambert van Nistelrooij, Jan Olbrycht, Wojciech Michał Olejniczak, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Monika Smolková, Georgios Stavrakakis, Nuno Teixeira, Michail Tremopoulos, Oldřich Vlasák, Kerstin Westphal, Hermann Winkler
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:
1. is verheugd, gezien het feit dat de Raad er niet in is geslaagd overeenstemming over de vertaalregeling voor EU-octrooien te bereiken, over het feit dat een aantal lidstaten om toestemming voor versterkte samenwerking hebben verzocht om een bescherming door middel van een eenvormig octrooi tot stand te brengen, waardoor de deelnemende lidstaten een octrooi kunnen instellen dat geldig is in alle deelnemende landen; verzoekt alle lidstaten aan deze versterkte samenwerking deel te nemen; dringt aan op een snelle goedkeuring en uitvoering om innovatie te ondersteunen en het Europese concurrentievermogen in de wereld te versterken;
2.wijst erop dat in het verslag-Monti en in de resolutie van het Europees Parlement van 20 mei 2010 over het verwezenlijken van een interne markt voor consumenten en burgers (verslag-Louis Grech) wordt aangedrongen op een meer geïntegreerde benadering van de interne markt, zowel wat de strategie als de perceptie betreft, teneinde deze doeltreffender te maken en het vertrouwen bij de burgers te herstellen; onderstreept het belang van het initiatief voor een "Single Market Act" bestaande uit wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen om de interne markt te versterken en te actualiseren, de digitale interne markt te voltooien en de resterende barrières aan te pakken en te slechten;
3. ondersteunt de door de Commissie opgestelde lijst met maatregelen om creativiteit te bevorderen en te beschermen en verzoekt de Commissie zo spoedig mogelijk haar voorstellen voor wetgevende en niet-wetgevende maatregelen op dit gebied in te dienen ondersteund door een grondige effectbeoordeling, in het bijzonder de kaderrichtlijn over het collectieve beheer van auteursrechten en verweesde werken; is van mening dat de herziening door de Commissie van het EU-merkenrecht aan deze lijst moet worden toegevoegd;
4. benadrukt dat het EU-wetgevingskader op het gebied van auteursrechten moet worden aangepast aan de grote plaats die internet tegenwoordig inneemt, terwijl de bescherming van auteursrechten, rechtszekerheid en de billijke beloning van houders van rechten offline en online worden gewaarborgd; merkt op dat een efficiëntere en goedkopere vergunningsprocedure door middel van interoperabele technologieplatforms essentieel is voor de oprichting van een interne digitale markt;
5. merkt op dat een van de grote voordelen van de interne markt is dat de belemmeringen voor mobiliteit zijn opgeheven en de institutionele regelgeving is geharmoniseerd, hetgeen heeft bijgedragen aan het begrip tussen de culturen, integratie, economische groei en Europese solidariteit;
6. verzoekt de Commissie voorstellen te doen voor de herziening van de jaarrekeningenrichtlijnen om te vergaande voorschriften die veel kosten met zich meebrengen en ondoelmatig zijn te voorkomen, vooral voor het MKB, zodat ondernemingen hun concurrentievermogen kunnen versterken en hun groeipotentieel beter kunnen benutten;
7. benadrukt de noodzaak om de ondernemingsregisters van de 27 lidstaten aan elkaar te koppelen en centraal toegankelijk te maken, en ervoor te zorgen dat de gegevens in kwestie betrouwbaar zijn, regelmatig worden bijgewerkt en in standaardformaat en in alle officiële talen van de EU beschikbaar zijn; wijst erop dat een grotere transparantie op de interne markt kan leiden tot meer grensoverschrijdende investeringen; is ervan overtuigd dat informatie beter en gemakkelijker toegankelijk moet worden gemaakt ter ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen – die een essentieel onderdeel zijn van de ruggengraat van de Europese economie en de belangrijkste motor voor het scheppen van banen, economische groei en sociale samenhang in Europa – omdat op deze manier de administratieve lasten van deze ondernemingen worden verlicht;
8. roept de Commissie ertoe op de nodige stappen te ondernemen om voorstellen te kunnen doen voor Europese statuten voor verenigingen, onderlinge maatschappijen en stichtingen, een haalbaarheidsstudie en een effectbeoordeling voor de statuten voor verenigingen en onderlinge maatschappijen voor te stellen en te zijner tijd de effectbeoordeling voor het statuut voor stichtingen te voltooien;
9. waarschuwt voor het idee dat de Europese economie zich op een of andere wijze zou kunnen ontwikkelen en zou kunnen groeien zonder vrije en eerlijke handel met zoveel mogelijk andere landen in de wereld, waaronder onze op dit moment belangrijkste handelspartner, de VS, en opkomende economieën, zoals China, India en Brazilië; is van mening dat de Europese Unie ook van haar eigen kracht moet uitgaan door haar interne markt beter te benutten, te meer omdat haar economische groei grotendeels gekoppeld is aan de interne vraag binnen de EU;
10. merkt op dat in een vernieuwde interne markt rekening moet worden gehouden met de specifieke behoeften van mensen met een handicap en gebruik moet worden gemaakt van hun potentieel om bij te dragen tot de economische groei van de EU; verzoekt de Commissie verdere maatregelen te nemen om hun toegang tot de markt als werknemers en consumenten te bevorderen.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
28.2.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
18
0
0
Bij de eindstemming aanwezige leden
Raffaele Baldassarre, Sebastian Valentin Bodu, Françoise Castex, Christian Engström, Klaus-Heiner Lehne, Antonio Masip Hidalgo, Alajos Mészáros, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Alexandra Thein, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Piotr Borys, Sergio Gaetano Cofferati, Sajjad Karim, Eva Lichtenberger, Toine Manders
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
Datum indiening
16.3.2011
Uitslag eindstemming
+:
–:
0:
24
0
13
Bij de eindstemming aanwezige leden
Pablo Arias Echeverría, Cristian Silviu Buşoi, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, António Fernando Correia De Campos, Jürgen Creutzmann, Evelyne Gebhardt, Louis Grech, Małgorzata Handzlik, Iliana Ivanova, Philippe Juvin, Sandra Kalniete, Eija-Riitta Korhola, Kurt Lechner, Hans-Peter Mayer, Mitro Repo, Robert Rochefort, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Matteo Salvini, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Eva-Britt Svensson, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Kyriacos Triantaphyllides, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Pascal Canfin, Ashley Fox, María Irigoyen Pérez, Morten Løkkegaard, Emma McClarkin, Konstantinos Poupakis
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)