Procedure : 2011/2085(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0324/2011

Ingediende teksten :

A7-0324/2011

Debatten :

PV 24/10/2011 - 18
CRE 24/10/2011 - 18

Stemmingen :

PV 25/10/2011 - 8.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0456

VERSLAG     
PDF 206kDOC 116k
4 oktober 2011
PE 467.251v02-00 A7-0324/2011

over het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling

(2011/2085(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Małgorzata Handzlik

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling

(2011/2085(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–   gezien de artikelen 9, 49 en 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien de mededeling van de Commissie "Op weg naar een betere werking van de eengemaakte dienstenmarkt – voortbouwen op de resultaten van het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling" (COM(2011)0020) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie over het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling (SEC(2011)0102),

–   gezien de mededeling van de Commissie "Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen" (COM(2011)0206),

–   gezien de mededeling van de Commissie "Naar een Single Market Act" (COM(2010)0608),

–   gezien de conclusies van de Raad van 10 maart 2011 over een betere werking van de eengemaakte dienstenmarkt en het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling,

–   gezien Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt(1),

–   gezien Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties(2),

–   gezien zijn resolutie van 6 april 2011 over governance en partnerschap op de interne markt(3),

–   gezien zijn resolutie van 15 februari 2011 over de tenuitvoerlegging van Dienstenrichtlijn 2006/123/EG(4),

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0324/2011),

A. overwegende dat slechts ongeveer een vijfde deel van de totale handel binnen de EU bestaat uit diensten, terwijl de dienstensector tegelijkertijd verantwoordelijk is voor twee derde deel van het bbp en de werkgelegenheid van de EU,

B.  overwegende dat activiteiten die onder de dienstenrichtlijn vallen, 40% uitmaken van het bbp en de werkgelegenheid van de EU, en overwegende dat deze activiteiten evenwel ook een van de belangrijkste niet benutte mogelijkheden vertegenwoordigen voor economische groei en nieuwe bronnen van werkgelegenheid in de EU, aangezien er nog steeds veel belemmeringen voor de handel in diensten aanwezig zijn op de interne markt,

C. overwegende dat diensten de motor zijn van de economieën in de lidstaten vanwege de creatie van banen, groei en innovatie en dat daarom een goed werkende en geïntegreerde interne markt voor diensten des te meer nodig is in het licht van de huidige economische en financiële crisis en als voorwaarde voor herstel,

D. overwegende dat de dienstenrichtlijn een hefboom is voor groei van de Europese Unie en dat de volledige en correcte tenuitvoerlegging van deze richtlijn is vastgelegd in het kader van de Europa 2020-strategie en de Akte voor de interne markt,

E.  overwegende dat, hoewel een tijdige en correcte omzetting van de dienstenrichtlijn een uitdaging is voor de autoriteiten van de lidstaten, deze wel noodzakelijk is en dat deze tevens een sterke grondslag vormt voor de ontwikkeling van bestuurlijke samenwerking tussen de lidstaten,

F.  overwegende dat de Commissie in het kader van het screeningproces in kennis is gesteld van bijna 34 000 eisen,

I. Inleiding

1.  verwelkomt de mededeling van de Commissie over het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling en erkent de aanzienlijke hoeveelheid werk die is verzet door de Commissie en vooral de nationale autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van de plaatselijke en regionale autoriteiten;

2.  onderstreept dat een werkende interne dienstenmarkt een voorwaarde is voor het genereren van groei, werkgelegenheid en innovatie in Europa en voor het behoud van de competitieve rol die Europa speelt op het wereldtoneel;

3.  wijst erop dat het totale potentieel van de interne dienstenmarkt nog niet volledig werd aangeboord, aangezien als gevolg met name van marktbeperkingen in de lidstaten slechts een klein deel van de kmo's grensoverschrijdende diensten levert;

4.  is van mening dat de complete en onverkorte tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn in alle lidstaten en de invoering van volledig werkende één-loketten de eerste prioriteiten zijn voor het bewerkstelligen van een interne dienstenmarkt;

5.  vraagt daarom te onderzoeken of de informatie aan de één-loketten zowel in het Engels als in de moedertaal kan worden verstrekt ten behoeve van dienstverleners en dienstafnemers uit andere lidstaten en of een elektronische handtekening kan worden gebruikt door de dienstverleners en dienstafnemers;

6.  benadrukt dat het proces van wederzijdse beoordeling een evaluatie van de interne dienstenmarkt mogelijk heeft gemaakt na de tenuitvoerlegging van de richtlijn, vooral met betrekking tot de vereisten van de artikelen 9, 15 en 16;

II. Ervaringen met het proces van wederzijdse beoordeling

7.  merkt op dat artikel 39 van de dienstenrichtlijn vaag is als het gaat om het vaststellen van de exacte doelstellingen van het proces van wederzijdse beoordeling; merkt op dat er onder de belanghebbenden verschillen bestonden in de visie en verwachtingen over de bedoelingen en resultaten van dit artikel;

8.  wijst erop dat de wederzijdse beoordeling is georganiseerd na het verstrijken van de termijn voor de omzetting van de bepalingen van de dienstenrichtlijn; onderstreept dat de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn niet moet worden verward met het proces van wederzijdse beoordeling;

9.  betreurt de vertragingen in de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn in sommige lidstaten en meent dat deze invloed hebben gehad op het proces van wederzijdse beoordeling;

10. is van mening dat, hoewel de timing van het proces van wederzijdse beoordeling een uitdaging vormde, deze timing er eveneens heeft toe bijgedragen dat de dynamiek in stand werd gehouden na de tenuitvoerlegging van de richtlijn;

11. is van mening dat het proces van wederzijdse beoordeling een waardevolle oefening is gebleken in de zin dat de Commissie en de lidstaten een beter inzicht hebben gekregen in de resterende belemmeringen en de situatie in elke lidstaat; merkt op dat het proces de lidstaten in staat heeft gesteld feedback te krijgen over hun beleidskeuzen, dat de bevordering van beste regelgevingspraktijken erdoor werd vereenvoudigd en dat de transparantie van de uitvoeringsresultaten groter is geworden;

12. vraagt de lidstaten en de Commissie de dialoog aan te gaan over wat geoorloofde belemmeringen zijn en wat niet;

13. is van mening dat het proces van wederzijdse beoordeling een belangrijke rol heeft gespeeld bij het uitklaren van bepaalde aanhoudende dubbelzinnige situaties met betrekking tot de levering van diensten op nationaal en grensoverschrijdend niveau, zoals de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties en de verzekeringsverplichtingen die gelden voor grensoverschrijdende dienstverleners; benadrukt dat het proces er uiteindelijk toe heeft bijgedragen te beoordelen of de in elke lidstaat aangenomen uitvoeringsmaatregelen al dan niet werden toegepast volgens de geest van de dienstenrichtlijn;

14. onderstreept dat clusterbesprekingen het kernelement van wederzijdse beoordeling zijn; verwelkomt de geest van samenwerking en wederzijds vertrouwen die tijdens de besprekingen de boventoon heeft gevoerd;

15. is van mening dat het proces van wederzijdse beoordeling heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van een 'Europese geest' bij nationale autoriteiten en de lidstaten in staat heeft gesteld elkaar beter te leren kennen; roept de Commissie en de lidstaten op om ervoor te zorgen dat de kennis en ervaring die via de wederzijdse beoordeling zijn opgedaan, wordt behouden en aangewend voor de verbetering van de interne dienstenmarkt;

16. merkt op dat de betrokkenheid van belanghebbenden bij het proces van wederzijdse beoordeling beperkt was; erkent dat een zekere mate van vertrouwelijkheid een belangrijke voorwaarde was voor de bewerkstelliging van wederzijds vertrouwen tussen lidstaten; betreurt het niettemin dat de belanghebbenden niet regelmatig feedback over het proces hebben ontvangen;

17. is zich bewust van de bestuurlijke kosten die zijn verbonden aan wederzijdse beoordeling, met name in lidstaten waar autoriteiten op regionaal niveau betrokken waren bij het proces;

III.      Resultaten en vervolgmaatregelen ter verbetering van de werking van de interne dienstenmarkt

18. is van mening dat het proces van wederzijdse beoordeling in het kader van de dienstenrichtlijn een belangrijk instrument is om verdere initiatieven te identificeren die erop gericht zijn de werking van de interne dienstenmarkt te verbeteren; verwelkomt het feit dat de Commissie een pakket maatregelen voorstelt om voort te bouwen op de vooruitgang die is geboekt tijdens de tenuitvoerlegging en de stadia van de wederzijdse beoordeling;

19. dringt er bij de Commissie op aan het Parlement op de hoogte te houden van de voortgang en resultaten van de gesprekken die met de lidstaten worden gevoerd over de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn; roept de Commissie op verdere handhavingsmaatregelen te treffen wanneer dit noodzakelijk wordt geacht;

20. kijkt uit naar de aangekondigde economische evaluatie van de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn en van de gevolgen ervan voor de werking van de dienstenmarkt; oopt dat deze evaluatie het mogelijk zal maken de ware impact van de richtlijn op de economische activiteit en de werkgelegenheid te meten; vraagt de Commissie dat zij zorgt voor een zo groot mogelijke transparantie bij de uitvoering van deze evaluatie en dat zij haar bevindingen aan het Parlement presenteert zodra ze beschikbaar zijn;

21. verwelkomt het initiatief met betrekking tot prestatietests voor de interne markt en hoopt dat hierdoor aanzienlijk beter wordt begrepen hoe verschillende EU-wetten in de praktijk worden toegepast en wat de wisselwerking van deze wetten is; is van mening dat er bij het uitvoeren van prestatietests rekening moet worden gehouden met het perspectief van de gebruikers van de interne markt;

22. vraagt de Commissie het Europees Parlement nauw te betrekken bij de prestatietests ;

23. dringt erop aan dat de nog resterende regelgevingsbarrières in de vorm van bijvoorbeeld gereserveerde activiteiten, verzekeringsplicht of vereisten inzake rechtsvorm of kapitaalbezit worden geslecht; dringt er bij de Commissie op aan zich daarbij met name te concentreren op de opheffing van onverantwoorde of onevenredige eisen, zodat de goede werking van de interne markt kan worden gewaarborgd;

24. betreurt het feit dat er niet eerder maatregelen werden genomen met betrekking tot domeinen waar problemen reeds lang bekend waren;

25. betreurt dat de Commissie geen criteria heeft verstrekt voor het selecteren van specifieke soorten eisen voor gerichte acties; roept de Commissie op de redenen te verduidelijken waarom de andere soorten eisen die zijn vermeld in artikel 15 van de dienstenrichtlijn, zoals het minimumaantal werknemers en vaste minimum- of maximumtarieven, als minder belangrijk werden beschouwd dan de eisen die werden aangemerkt in haar mededeling;

26. roept de Commissie op om kwantitatieve gegevens te verzamelen en te presenteren met betrekking tot de invloed van de verschillende overblijvende eisen die, als ze worden afgeschaft, de werking van de interne dienstenmarkt zouden verbeteren; roept de Commissie op om haar gerichte maatregelen in de eerste plaats te focussen op het afschaffen van de eisen waarvan de opheffing de meeste toegevoegde waarde zou opleveren als het gaat om de werking van de interne dienstenmarkt met volledige inachtneming van artikel 1 van de dienstenrichtlijn; roept de Commissie bovendien op haar maatregelen te richten op sectoren en beroepen met een hoog groeipotentieel voor grensoverschrijdende dienstverlening;

27. roept de Commissie op de samenwerking met de lidstaten op individuele basis voort te zetten en te intensiveren om te komen tot een volledige en correcte omzetting en tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn in alle lidstaten;

28. is van mening dat er nog steeds vele nationale obstakels zijn die met name de groei van professionele dienstverlening tussen bedrijven onderling vertragen; roept de lidstaten op ervoor te zorgen dat nieuwe en blijvende eisen niet-discriminerend, noodzakelijk en proportioneel zijn; roept de Commissie op actiever met de lidstaten samen te werken om nauw toezicht te houden op en te zorgen voor regelmatige kennisgeving van de relevante nationale wetgevende maatregelen die betrekking hebben op de uitvoering van artikel 15 van de dienstenrichtlijn;

29. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan nauwer samen te werken om een correcte toepassing in de lidstaten te waarborgen van de bepaling in artikel 16 van de dienstenrichtlijn met betrekking tot het vrij verrichten van diensten; roept de Commissie op een omvattende beoordeling uit te voeren van de stand van zaken met betrekking tot de levering van grensoverschrijdende diensten in de EU, met inbegrip van de redenen die aan de basis liggen van de beperkte groei in deze sector en een gedetailleerd overzicht van de doeltreffendheid van de bepalingen die zijn opgenomen in artikel 16 van de dienstenrichtlijn;

30. benadrukt dat het nodig is te zorgen voor samenhang bij de uitvoering van de verschillende wetgevingsinstrumenten die van centraal belang zijn voor dienstenactiviteiten;

31. dringt er bij de lidstaten op aan te zorgen voor de volledige en correcte tenuitvoerlegging van de bepalingen van de dienstenrichtlijn die niet opgenomen waren in het proces van wederzijdse beoordeling, zoals de één-loketten, en roept de Commissie op te zorgen voor de strikte handhaving van de relevante bepalingen;

32. dringt er bij de Commissie op aan de nodige aandacht te besteden aan de regelmatige controle en evaluatie van het functioneren van de éénloketvoorzieningen in de lidstaten, die een essentiële rol te vervullen hebben bij het op een gebruiksvriendelijke manier verschaffen van de nodige actuele informatie aan dienstverrichters;

33. wijst op de belangrijke rol die alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen en instrumenten voor probleemoplossing zoals SOLVIT, vervullen door te garanderen dat dienstverleners, en met name de kmo's, ten volle kunnen profiteren van hun internemarktrechten; is ingenomen met de aankondiging van de Commissie dat zij deze instrumenten op hun effectiviteit zal beoordelen en verslag zal uitbrengen over de eventuele noodzaak van verdere specifieke initiatieven;

34. deelt de zienswijze van de Commissie dat dienstverleners alsook dienstafnemers moeten worden geholpen bij het afdwingen van hun rechten en adviseert om in dit opzicht voort te bouwen op de bestaande hulpmiddelen, zoals SOLVIT;

IV. Het proces van wederzijdse beoordeling als hulpmiddel

35. herhaalt zijn steun voor het gebruik van het proces van wederzijdse beoordeling op andere, hiervoor geschikte beleidsgebieden; is van mening dat is gebleken dat wederzijdse beoordeling innovatief en nuttig is en moet worden gezien als een hulpmiddel dat kan worden ingezet om de werking van de interne markt te verbeteren;

36. stelt derhalve voor een wederzijdse beoordeling 'light' te onderzoeken en waar gepast in te voeren voor de wederzijdse beoordeling van beleidsgebieden uit richtlijnen met een horizontaal karakter waarbij de lidstaten veel manoeuvreerruimte hebben behouden, om zo meer homogene wetgeving te krijgen, een betere verstandhouding en onderling begrip tussen de lidstaten te creëren en om 'goldplating' (toevoeging van overbodige voorschriften) te voorkomen;

37. adviseert dat wederzijdse beoordeling als een flexibel instrument per geval moet worden gebruikt; adviseert dat op een gerichte manier wordt voorgesteld het hulpmiddel op te nemen in welbepaalde richtlijnen met een horizontaal karakter waarvoor vele omzettingsmaatregelen nodig zijn en die lidstaten een ruime mate van autonomie geven; stelt bovendien een gericht gebruik van het proces van wederzijdse beoordeling voor, waarbij alleen de belangrijkste bepalingen van een richtlijn worden onderworpen aan de procedure;

38. roept de Commissie echter op de doelstellingen en verwachte resultaten van wederzijdse beoordeling duidelijk vast te leggen voordat zij wederzijdse beoordeling voor andere richtlijnen voorstelt, zodat het proces geen onnodige lasten met zich meebrengt voor de beoordelende instanties;

39. is van mening dat clusterbesprekingen het centrale element moeten blijven van het proces van wederzijdse beoordeling; is van mening dat een goed geselecteerd maar beperkt aantal deskundigen om deel te nemen aan clusterbesprekingen zorgt voor de juiste omstandigheden voor doeltreffendheid en om resultaat te boeken; meent dat wederzijdse beoordeling verder moet worden ontwikkeld als een procedure voor het uitwisselen van optimale werkwijzen en ervaringen op het vlak van beleidsontwikkeling tussen de lidstaten, en dat de rol van de Commissie moet worden verduidelijkt met betrekking tot het geven van richtsnoeren en het sturen van het proces, met name in de loop van dergelijke clusterbesprekingen; is van mening dat de samenstelling van de clusters steeds de verwachtingen van de lidstaten en de potentiële gevolgen voor de interne markt moet weerspiegelen;

40. vraagt de Commissie de transparantie te verbeteren door het Europees Parlement te informeren over de inhoud en de vooruitgang van de besprekingen tussen de lidstaten en door regelmatig verslag uit te brengen tijdens de verschillende stadia van wederzijdse beoordeling, om alle belanghebbenden op de hoogte te houden; verzoekt de Commissie om de hoofdconclusies van de clustervergaderingen en de plenaire vergaderingen openbaar te maken;

41. wijst erop dat concordantietabellen en het proces van wederzijdse beoordeling niet hetzelfde doel hebben en derhalve als afzonderlijke en niet-uitwisselbare beleidsinstrumenten moeten worden beschouwd, en dat concordantietabellen bijgevolg van essentieel belang zijn voor de omzetting van Europese regelgeving;

42. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 376 van 27.12.2006, blz. 39.

(2)

PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0144

(4)

Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0051


TOELICHTING

DOELSTELLING VAN HET VERSLAG

In dit verslag wordt bekeken wat de ervaringen zijn met het proces van wederzijdse beoordeling binnen het kader van de dienstenrichtlijn, en wordt algemene maar voorwaardelijke steun gegeven aan de toepassing van dit proces op andere beleidsgebieden. In dit verslag worden tevens de resultaten en vervolgmaatregelen van het proces van wederzijdse beoordeling behandeld voor een betere werking van de interne dienstenmarkt en wordt steun gegeven aan door de Commissie voorgestelde maatregelen.

ACHTERGROND

De dienstenrichtlijn werd in 2006 aangenomen en blijft een essentieel instrument voor het bewerkstelligen van een volledig werkende interne dienstenmarkt. Lidstaten hebben een aanzienlijke inspanning verricht om deze richtlijn ten uitvoer te leggen. Niettemin moeten de inspanningen worden geïntensiveerd om de complete en correcte tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn en de invoering van volledig werkende één-loketten te verwezenlijken.

Het proces van wederzijdse beoordeling is vastgelegd in artikel 39 van de dienstenrichtlijn. Het is een nieuw hulpmiddel dat voor het eerst wordt gebruikt als juridisch EU-instrument. In het kader van de dienstenrichtlijn was de belangrijkste doelstelling van deze procedure de beoordeling van de stand van zaken in de interne dienstenmarkt na de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

Het proces van wederzijdse beoordeling had niet op alle bepalingen van de richtlijn betrekking, maar was gericht op bepaalde typen eisen waarvoor de richtlijn geen verbod instelde, maar waarvoor lidstaten over een zekere mate van autonomie beschikten. Het proces van wederzijdse beoordeling was gericht op het aantal wettelijke eisen dat doorgaans is opgelegd aan dienstverleners op het gebied van:

1. het oprichten van een bedrijf;

2. grensoverschrijdende dienstverlening.

Het werkdocument van de diensten van de Commissie over het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling, biedt een overzicht van het werk dat is verzet door de lidstaten. Tevens biedt het opheldering over de toegepaste benaderingen en de gemaakte beleidskeuzes van de lidstaten bij het beoordelen van bepaalde eisen. Bovendien is in dit document voor het eerst een uitgebreide evaluatie gemaakt van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de dienstenrichtlijn (met name als het gaat om de artikelen 9, 15 en 16).

ERVARINGEN MET HET PROCES VAN WEDERZIJDSE BEOORDELING

Er moet worden opgemerkt dat artikel 39 van de dienstenrichtlijn vaag blijft als het gaat om de exacte doelstellingen van het proces van wederzijdse beoordeling. Het gevolg van dit gebrek aan precisie was dat belanghebbenden alsook beleidsmakers er verschillende verwachtingen en visies met betrekking tot het proces op na hielden. Het meest voorkomende misverstand is dat het proces van wederzijdse beoordeling wordt geassocieerd met het werk aan de tenuitvoerlegging en omzetting van de dienstenrichtlijn. Uw rapporteur is derhalve van mening dat het belangrijk is te benadrukken dat de wederzijdse beoordeling plaatsvond na de tenuitvoerlegging.

Deze volgorde lijkt gerechtvaardigd wanneer er rekening mee wordt gehouden dat lidstaten tijdens de wederzijdse beoordeling besprekingen voerden over de veranderingen in hun regelgevingskader en de eisen die zijn gehandhaafd, afgeschaft of gewijzigd als gevolg van de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn. De besprekingen resulteerden dus in een beter inzicht in de situatie in elke lidstaat en de resterende belemmeringen die er nog zijn na de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn. Dit moet worden beschouwd als een fantastische bijdrage aan een betere evaluatie van de huidige stand van zaken in de interne dienstenmarkt. De vertragingen bij de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn vormden echter een uitdaging voor het proces van wederzijdse beoordeling, aangezien de vertragingen de besprekingen bemoeilijkten, met name voor de lidstaten waar de omzetting nog niet was afgerond.

Ten behoeve van het werk aan de wederzijdse beoordeling, waren lidstaten verdeeld in zes clusters van elk vijf landen. De samenstelling van de clusters was voorgesteld door de Commissie, waarbij rekening werd gehouden met talen, handelsniveaus en geografische nabijheid. Niet alle lidstaten waren tevreden met het aan hen toegewezen cluster. Clusterbesprekingen werden gezien als een kernelement van de wederzijdse beoordeling. Uw rapporteur hoopt dat de ervaring van rechtstreekse betrokkenheid van de nationale autoriteiten en de 'Europese geest' in de toekomst zullen worden gebruikt voor de interne dienstenmarkt.

Door de wederzijdse beoordeling rezen er echter vragen over de transparantie van het proces en of, en zo ja in welke mate, de belanghebbenden betrokken moeten zijn bij het proces dat rechtstreeks betrekking op hen heeft. Uw rapporteur is van mening dat omwille van de efficiëntie van het proces er een zekere mate van vertrouwelijkheid nodig is, maar dat de verslaglegging van de voortgang beschikbaar gesteld had moeten worden aan de belanghebbenden.

RESULTATEN EN VERVOLGMAATREGELEN TER VERBETERING VAN DE WERKING VAN DE INTERNE DIENSTENMARKT

In de mededeling van de Commissie "Op weg naar een betere werking van de eengemaakte dienstenmarkt - voortbouwen op de resultaten van het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling" worden de bevindingen met betrekking tot het proces van wederzijdse beoordeling gebruikt om verdere stappen te presenteren waardoor er optimaal kan worden geprofiteerd van de interne dienstenmarkt. Uw rapporteur steunt de gerichte stappen die door de Commissie worden voorgesteld, maar is van mening dat deze stappen gericht moeten zijn op de maatregelen die het hoogste rendement opleveren als het gaat om de werking van de interne markt.

De volledige en correcte omzetting van de dienstenrichtlijn blijft zonder de twijfel de urgente prioriteit. De bilaterale besprekingen tussen de Commissie en de lidstaten over de tenuitvoerlegging van de richtlijn vinden reeds plaats. Uw rapporteur is van mening dat het Parlement op de hoogte moet worden gehouden van de voortgang van deze besprekingen en dat de Commissie indien nodig niet moet aarzelen om handhavingsmaatregelen te treffen.

De eerste economische evaluatie van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de richtlijn zal eveneens door de Commissie worden uitgevoerd. Aangezien het Parlement in zijn Resolutie van 28 januari 2011 over de tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn 2006/123/EG al heeft verzocht om een allesomvattende evaluatie van de dienstenrichtlijn, is uw rapporteur van mening dat de bevindingen van deze evaluatie zo spoedig mogelijk beschikbaar moeten worden gesteld aan het Parlement.

De Commissie stelt tevens voor prestatietests uit te voeren om te evalueren hoe verschillende EU-wetten in de praktijk worden toegepast en wat de wisselwerking van deze wetten is. Activiteitsreserves en eisen met betrekking tot rechtsvormen, aandeelhouderschap en verzekeringen worden ook onderworpen aan een diepgaande analyse, aangezien er is vastgesteld dat er op deze gebieden nog steeds belemmeringen zijn voor bedrijven en burgers.

De vrijheid van dienstverlening in artikel 16 van de dienstenrichtlijn is een van de belangrijkste bepalingen van deze richtlijn. Uit de resultaten van de wederzijdse beoordeling blijkt dat eisen die gelden voor grensoverschrijdende diensten, nog steeds worden gezien als een ernstig probleem. De lidstaten en de Commissie moeten nadere maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat dit artikel correct wordt toegepast. Op grond van de bepalingen van artikel 16, lid 4 van de richtlijn, moet vóór het eind van 2011 een verslag beschikbaar worden gesteld over de toepassing van de bepaling met betrekking tot de vrijheid van dienstverlening. Het Parlement wacht dit verslag af om een beter inzicht te krijgen in de problemen die zich voordoen bij grensoverschrijdende dienstverlening.

WEDERZIJDSE BEOORDELING ALS HULPMIDDEL

De algehele evaluatie van het proces van wederzijdse beoordeling als beleidshulpmiddel is positief. Uw rapporteur is van mening dat de ervaringen en resultaten van de wederzijdse beoordeling nuttig en waardevol zijn en stelt derhalve voor het gebruik hiervan uit te breiden naar andere beleidsgebieden. Het besluit over de toepassing van het proces van wederzijdse beoordeling op andere EU-richtlijnen moet echter evenwichtig zijn en moet per geval worden genomen. Tevens moeten de volgende voorwaarden van toepassing zijn op het besluit:

· het proces moet beperkt zijn tot kaderrichtlijnen die lidstaten een zekere mate van autonomie geven;

· het proces van wederzijdse beoordeling mag alleen van toepassing zijn op de belangrijkste bepalingen, zodat er geen situatie wordt gecreëerd waarin talloze bepalingen zijn onderworpen aan de procedure en er een onnodige bureaucratische last ontstaat voor de autoriteiten van de lidstaten.

De rapporteur is van mening dat clusterbesprekingen breder moeten worden ingezet bij het proces van wederzijdse beoordeling. De samenstelling van de clusters moet echter uitgebreider worden besproken met de lidstaten, zodat er rekening wordt gehouden met hun verwachtingen en in het bijzonder met de impact op de interne markt. Uw rapporteur is tevens van mening dat de transparantie van het proces verbeterd moet worden. Een zekere mate van vertrouwelijkheid lijkt noodzakelijk om besprekingen tussen de autoriteiten van de lidstaten te stimuleren, maar de belanghebbenden moeten regelmatig op de hoogte worden gesteld.


ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (13.9.2011)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake het in de dienstenrichtlijn vastgelegde proces van wederzijdse beoordeling

(2011/2085(INI))

Rapporteur voor advies: Frank Engel

SUGGESTIES

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

A. overwegende dat de dienstensector goed is voor ca. 75% van het bbp en voor 70% van de totale werkgelegenheid in de EU, en dat de onder de dienstenrichtlijn vallende diensten 45% van het bbp en 43% van de werkgelegenheid in de EU opleveren, terwijl de intracommunautaire handel in diensten slechts 5% van het bbp uitmaakt en slechts 8% van de mkb-bedrijven in de sector momenteel zaken doen in het buitenland;

1.  neemt kennis van de resultaten van de evaluatie en van de door de Commissie voor de toekomst geschetste plannen; dringt erop aan dat de nog resterende regelgevingsbarrières in de vorm van bijvoorbeeld gereserveerde activiteiten, verzekeringsplicht of vereisten inzake rechtsvorm of kapitaalbezit worden geslecht; dringt er bij de Commissie op aan zich daarbij met name te concentreren op de opheffing van onverantwoorde of onevenredige eisen, zodat de goede werking van de interne markt kan worden gewaarborgd;

2.  is, gezien het feit dat de netto banengroei in de EU de afgelopen jaren volledig voor rekening komt van de dienstensector, van mening dat alle mogelijkheden van de interne markt nog niet zijn benut en dat de dienstenrichtlijn een belangrijk instrument is voor de verdere ontsluiting van dit potentieel voor duurzame en op sociale integratie gerichte groei en werkgelegenheid;

3.  wijst erop dat de arbeidsmarkt in de EU als gevolg van de crisis op lange termijn gefragmenteerd kan blijven en dat er behoefte is aan meer politieke doortastendheid en aan een vastberaden optreden om de Europese dienstensector verder te ontwikkelen, de handel in diensten te bevorderen en de vrije verstrekking van grensoverschrijdende diensten krachtiger te stimuleren;

4.  dringt er met het oog op een effectieve en goed functionerende interne markt voor diensten bij de Commissie op aan de nodige aandacht te besteden aan de regelmatige controle en evaluatie van het functioneren van de éénloketvoorzieningen in de lidstaten, die een essentiële rol te vervullen hebben bij het op een gebruiksvriendelijke manier verschaffen van de nodige actuele informatie aan dienstverrichters;

5.  merkt op dat bepaalde diensten vanwege hun specifieke aard zijn uitgesloten van de dienstenrichtlijn en dat er eventueel behoefte kan zijn aan sectorale EU-wetgeving, maar dat er tegelijkertijd op moet worden toegezien dat de beginselen van evenredigheid en subsidiariteit worden gerespecteerd;

6.  wijst met het oog op de bescherming van EU-burgers en -werknemers tegen dienstenleveranciers die hun gezondheid, veiligheid of leefmilieu ernstige schade toebrengen op de potentiële noodzaak van een intensievere onderlinge bijstand en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten omtrent de controles, inspecties en onderzoeken die zij instellen naar op hun grondgebied gevestigde dienstverrichters die hun activiteiten op illegale wijze uitoefenen;

7.  brengt in herinnering dat de Akte voor de interne markt o.a. voorziet in de toezegging dat al in 2011 een pakket maatregelen zal worden ingevoerd om de werking van de interne markt voor diensten te verbeteren; staat positief tegenover de maatregelen die in het kader van de Akte voor de interne markt zijn voorgesteld ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden van werknemers die in de EU diensten leveren, met name waar het ter beschikking gestelde werknemers betreft; onderstreept dat de Europese interne markt op solide economische en sociale regels moet zijn gegrondvest om een gelijk speelveld te creëren;

8.  is van mening dat de tenuitvoerlegging van de EU 2020-strategie en de Akte voor de interne markt ertoe nopen om, naast de dienstenrichtlijn, ook een oplossing te vinden voor een aantal complementaire vraagstukken in verband met de mobiliteit van dienstverleners en werknemers; dringt er derhalve bij de Commissie op aan om in het kader van de "prestatietest" voor de interne dienstenmarkt ook de nodige aandacht te besteden aan andere EU-instrumenten dan de dienstenrichtlijn, inzonderheid wat betreft de erkenning van beroepskwalificaties, de overdraagbaarheid van pensioenrechten en het creëren van meer duidelijkheid omtrent de interpretatie en toepassing van de regels inzake detachering van werknemers en van bepaalde socialezekerheids- en arbeidsrechtelijke voorzieningen, zonder op enigerlei wijze afbreuk te doen aan de bescherming van de pensioenrechten en -aanspraken van werknemers;

9.   onderstreept dat juist kleine en middelgrote dienstverleners, die een essentiële motor zijn voor werkgelegenheid en sociale integratie, het meest te lijden hebben onder onnodige of excessieve voorschriften; wijst op de belangrijke rol die alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen zoals SOLVIT vervullen door te garanderen dat dienstverleners, en met name de mkb-bedrijven onder hen, ten volle kunnen profiteren van hun internemarktrechten; is ingenomen met de aankondiging van de Commissie dat zij deze instrumenten op hun effectiviteit zal beoordelen en verslag zal uitbrengen over de eventuele noodzaak van verdere specifieke initiatieven.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.9.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Regina Bastos, Edit Bauer, Jean-Luc Bennahmias, Mara Bizzotto, Philippe Boulland, Milan Cabrnoch, David Casa, Alejandro Cercas, Sergio Gaetano Cofferati, Tadeusz Cymański, Frédéric Daerden, Proinsias De Rossa, Sari Essayah, Richard Falbr, Ilda Figueiredo, Thomas Händel, Marian Harkin, Liisa Jaakonsaari, Danuta Jazłowiecka, Martin Kastler, Olle Ludvigsson, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Siiri Oviir, Rovana Plumb, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Georges Bach, Raffaele Baldassarre, Jürgen Creutzmann, Kinga Göncz, Evelyn Regner, Csaba Sógor, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Emma McClarkin


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.9.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

5

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pablo Arias Echeverría, Adam Bielan, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, António Fernando Correia De Campos, Jürgen Creutzmann, Cornelis de Jong, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Philippe Juvin, Sandra Kalniete, Edvard Kožušník, Kurt Lechner, Toine Manders, Phil Prendergast, Mitro Repo, Heide Rühle, Matteo Salvini, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Pascal Canfin, Frank Engel, Marielle Gallo, Anna Hedh, María Irigoyen Pérez, Othmar Karas, Constance Le Grip, Antonyia Parvanova, Sylvana Rapti, Olle Schmidt, Kyriacos Triantaphyllides, Anja Weisgerber

Laatst bijgewerkt op: 13 oktober 2011Juridische mededeling