Procedure : 2011/0144(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0449/2011

Ingediende teksten :

A7-0449/2011

Debatten :

PV 22/05/2012 - 12
CRE 22/05/2012 - 12

Stemmingen :

PV 23/05/2012 - 8.1
CRE 23/05/2012 - 8.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0214

VERSLAG     ***I
PDF 362kDOC 668k
21 december 2011
PE 474.078v02-00 A7-0449/2012

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 302/2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

(COM(2011)0330 – C7-0154/2011 – 2011/0144(COD))

Commissie visserij

Rapporteur: Raül Romeva i Rueda

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 302/2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

(COM(2011)0330 – C7-0154/2011 – 2011/0144(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0330),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 43, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-054/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 26 oktober 2011(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A7-0449/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) heeft aanbeveling 10-04 tot wijziging van het meerjarenplan voor blauwvintonijn aangenomen. Met het oog op het herstel van het bestand voorziet de aanbeveling in een verdere verlaging van de TAC's, een versterking van de maatregelen ter vermindering van de vangstcapaciteit en een verscherping van de controlemaatregelen, met name wat betreft het overhevelen en het kooien.

(1) De Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) heeft aanbeveling 10-04 tot wijziging van het meerjarenplan voor blauwvintonijn aangenomen. Met het oog op het herstel van het bestand voorziet de aanbeveling in een verdere verlaging van de TAC's, een versterking van de maatregelen ter vermindering van de vangstcapaciteit en een verscherping van de controlemaatregelen, met name wat betreft het overhevelen en het kooi, en

in bijkomend advies over de identificatie van paaigronden en de instelling van reservaten tegen 2012.

Motivering

In de aanbeveling van de ICCAT wordt de noodzaak onderstreept om met grote spoed over te gaan tot een precieze identificatie van de paaigronden. De bescherming van de paaigronden speelt een sleutelrol bij het uiteindelijke succes van het herstelplan, en alle verdragsluitende partijen moeten zich hiervan goed rekenschap geven.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 24 – lid 8 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wordt het onderzoek niet binnen 10 werkdagen afgesloten of blijkt uit de resultaten van het onderzoek dat het door de exploitant van de kwekerij aangegeven aantal en/of gemiddelde gewicht van de blauwvintonijn met meer dan 10% is overschreden, dan geeft de voor het visserijvaartuig verantwoordelijke vlaggen-CPC of lidstaat het bevel de hoeveelheden boven de door de exploitant aangegeven hoeveelheden weer vrij te laten.

Wordt het onderzoek niet binnen 10 werkdagen afgesloten of blijkt uit de resultaten van het onderzoek dat het door de exploitant van de kwekerij aangegeven aantal en/of gemiddelde gewicht van de blauwvintonijn met meer dan 10% is overschreden, dan geeft de voor het visserijvaartuig verantwoordelijke vlaggen-CPC of lidstaat het bevel het aantal en/of gewicht boven het door de exploitant aangegeven aantal en/of gewicht weer vrij te laten.

Motivering

In dezelfde paragraaf werd reeds verwezen naar aantal en gewicht, en dit zou aan het eind niet moeten worden veranderd. Zulks komt ook overeen met de formulering die in de ICCAT-aanbeveling wordt gebruikt. Het woord "hoeveelheden" is minder precies.

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


TOELICHTING

In november 2010 voerde de Internationale Commissie voor de instandhouding van de Atlantische tonijn (ICCAT) een aantal wijzigingen door in haar meerjarenplan voor het herstel van het bestand van blauwvintonijn. Aangezien de EU lid is van de ICCAT wordt zij geacht deze wijzigingen in EU-recht om te zetten. In het voorliggende verslag worden de desbetreffende Commissievoorstellen tegen het licht gehouden.

Achtergrond

Het beheer van de blauwvintonijnvisserij is een lang en ingewikkeld verhaal, dat tot nu toe jammer genoeg geen succesverhaal is. Hoewel al duizenden jaren op blauwvintonijn wordt gevist, zijn de problemen pas in de jaren '90 van de vorige eeuw echt opgedoken, toen de praktijk opgang deed van het vetmesten in kooien van blauwvintonijn voor de Japanse markt. De vraag van de Japanse markt kon worden ingevuld door een ongecontroleerde - en in het geval van de EU, zwaar gesubsidieerde - toename van het aantal ringzegenvaartuigen voor het vissen in de Middellandse Zee.

Hoe complex de visserij en de behoefte aan voortdurend toezicht door de ICCAT wel is, blijkt uit de omvang van de regelgeving. Zo zijn de laatste 20 jaar 64 beheersmaatregelen goedgekeurd, waarvan 13 nog in werking zijn. Twee ervan zijn van bijzonder groot belang. Het eerste herstelplan van 2006 omvatte toen, inclusief bijlagen, 14 bladzijden. Het werd in 2008, 2009 en opnieuw in 2010 geamendeerd; het was inmiddels aangezwollen tot 30 bladzijden. Er bestaat ook een vangstdocumentatieregeling, die in 2007 is aangenomen en in 2008 en 2009 is aangepast. Dit document is met zijn 18 bladzijden vrij bondig. De EU-wetgeving is niet minder volumineus.

Daardoor is de visserij op de oostelijke blauwvintonijn de strengst gereguleerde visserij in de EU en wellicht zelfs in de hele wereld.

Maar het feit de ICCAT het nodig acht bijna op jaarbasis zulke gedetailleerde en stringente beheersmaatregelen goed te keuren en nog strenger te maken wijst erop dat de ICCAT problemen ondervindt om gelijke tred te houden met de ontwikkelingen in de visserij, zowel in termen van toezicht en controle van de activiteit als van het beperken van de impact op de bestanden. De meeste bepalingen zijn een antwoord op het complexe karakter van het kooien en het vetmesten van de vis, waardoor tal van lacunes in de wetgeving ontstaan. De omvang van de illegale visserij, het overschrijden van nationale quota's, het apert verkeerd rapporteren en andere problemen (zowel door de EU als door andere landen) waren in 2008 zo aanzienlijk dat een onafhankelijk panel dat de prestaties van de ICCAT onder de loep moest nemen het beheer van de blauwvinvisserij in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee bestempelde als "een internationale schande".

De EU en haar lidstaten geven veel geld uit aan pogingen om de naleving van deze regels af te dwingen. In 2010 werden 27 inspectieschepen en 11 vliegtuigen en helikopters ingezet door het Europees Visserijagentschap en de lidstaten.

Deze massale investering in toezicht heeft zonder twijfel tot een betere naleving van de regels geleid, tenminste wat de EU-visserij betreft, maar toch blijft ernstige bezorgdheid bestaan over de historische overbevissing (door de EU en andere landen), de omvang van de IUU-visserij en de naleving van de regels door de andere verdragspartijen.

De huidige situatie

De toestand van de blauwvintonijnbestanden in het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee is sinds jaar en dag een heikel onderwerp. De recentste gedetailleerde evaluatie is in 2010 uitgevoerd door het wetenschappelijk comité van de ICCAT (SCRS); de cijfers zijn in 2011 geüpdate.

Ziehier de conclusies van deze evaluatie:

· in 2008 en 2009 zijn de vangsten aanzienlijk afgenomen (de cijfers voor 2010 zijn onvolledig omdat sommige landen nog geen vangsten hebben aangegeven);

· er zijn aanwijzingen van een stijgend aandeel aan jonge dieren in sommige vangsten;

· recente biomassatrends wijzen in sommige scenario's op een stijging en in andere op een daling;

· de visserijsterfte schijnt nog steeds te zijn toegenomen voor jonge dieren, terwijl zij voor oudere dieren de laatste jaren schijnt te zijn afgenomen;

· met nulvangst kan tegen 2019 worden gerekend met een heropbouw van de bestanden, en met behoud van de huidige vangst tegen 2022.

Deze algemeen positieve punten worden echter ernstig gerelativeerd door de volgende:

· er zijn indicatoren van buiten de visserij nodig om een betrouwbaarder beeld te krijgen;

· ondanks enkele positievere cijfers blijven er nog significante beperkingen van gegevens voor de evaluatie 2010 bestaan;

· de recente visserijsterfte is te hoog en de biomassa te laag tegen de achtergrond van de doelstellingen van de ICCAT;

· de analyses zijn zoals bekend verzwakt door bepaalde onzekerheden die nog niet becijferd zijn, zoals de bestandssituatie in 2009, de omvang van IUU-vangsten en de productiviteit van blauwvintonijn;

· er blijft bezorgdheid bestaan omtrent de blijvende substantiële overschotcapaciteit, die er gemakkelijk toe kan leiden dat veel meer vis wordt gevangen dan de quota's.

Kortom: de toestand is veel beter dan enkele jaren geleden maar kan vrij dramatisch omslaan naarmate deze problemen meer en meer aan bod zullen komen in toekomstige evaluaties.

Er zij voorts nog op gewezen dat er bedenkingen zijn geuit over de waarde van sommige gegevens over de visserij. In een recente analyse(1) wordt gebruik gemaakt van handelsdocumenten waarin wordt geraamd dat in 2010 meer dan 32.000 ton blauwvintonijn is verhandeld, vergeleken met een TAC van 13.500 ton voor hetzelfde jaar. Ondanks het feit dat de totale verhandelde hoeveelheid tonijn niet noodzakelijk alleen in de loop van dat jaar gevangen tonijn omvat, verdient een zo groot verschil in de cijfers een diepgaand onderzoek, aangezien quotaoverschrijdingen de kansen op en de nodige tijd voor herstel van het bestand kunnen beïnvloeden. Een andere reden tot bezorgdheid zijn de ramingen die door het SCRS worden gebruikt met betrekking tot het aanpakken van het capaciteitsprobleem.(2)

Het herstelplan van de ICCAT blijft tot 2022 van kracht met als doel BMSY, met minstens 60% kans te verwezenlijken. De EU is echter krachtens de kaderrichtlijn Mariene Strategie verplicht de "goede milieutoestand" - overeenstemmend met BMSY - twee jaar eerder te bereiken, nl. al in 2020. Het herstelplan van ICCAT is dus minder ambitieus dan de EU-wetgeving, en beide zijn veel minder ambitieus dan de Verklaring van Johannesburg van bijna tien jaar geleden, die wilde dat BMSY al in 2015 werd gerealiseerd.

Het voorstel van de Commissie

Het ICCAT-herstelplan voor blauwvintonijn is herhaaldelijk gewijzigd en strenger gemaakt. De amendementen in dit verslag dateren van november 2010 en hebben betrekking op de volgende punten:

· vermindering van de TAC van 13.500 ton naar 12.900 ton (hoewel de TAC buiten deze verordening valt);

· verscherpen van diverse aspecten van het toezicht, in het bijzonder met betrekking tot de transfer van tonijn van de netten naar de kooien;

· uitwerken van de jaarlijkse visserijplannen, de plannen voor capaciteitsbeheer en de plannen voor toezicht van de lidstaten;

· verscherpen van de maatregelen voor de vermindering van de capaciteit;

· uitbreiding van het gesloten seizoen voor visserij met ringzegenvaartuigen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee;

· verbod op gezamenlijke visserijactiviteiten met niet-EU-vaartuigen;

· diverse bepalingen ter verbetering van de inspectie- en observatiecapaciteit;

· aanpassing van de bijlagen.

De EU heeft geen andere keus dan deze amendementen te aanvaarden, want ze zijn goedgekeurd door een internationale organisatie en de EU heeft geen bezwaar aangetekend. Daarom steunt de rapporteur ze ten volle, hoe ver ze ook gaan.

Zijn de beheersmaatregelen van de ICCAT toereikend?

De blauwvintonijnvisserij is in sommige opzichten uitzonderlijk. Tal van andere vloten maken weliswaar gebruik van een groot aantal vistuigen, opereren over een grote geografische zone en varen onder veel verschillende vlaggen (vlaggen van zowel ontwikkelingslanden en industrielanden, als goedkope vlaggen). Wat de blauwvintonijnvisserij echter uniek in haar soort maakt, is de buitengewoon hoge prijs van de vangst op de markt en de graad van concentratie van de markt in een enkel land, met name Japan. Een en ander heeft ervoor gezorgd dat de combinatie van ringzegenvisserij en het vetmesten van tonijn zo dominant is geworden in de visserij, wat ook een verklaring inhoudt voor de problemen van het verleden.

Terwijl het financiële rendement van de visserij zo hoog is dat de IUU-visserij en andere illegale activiteiten er actief door worden aangemoedigd, zou het toezicht op de markt in theorie minder problemen moeten opleveren aangezien een hoog percentage vis naar een enkel land gaat. Dat verklaart de uitgebreide beheer- en toezichtmaatregelen in het herstelplan, alsook de gedetailleerde vangstdocumentatieregeling voor toezicht op de internationale handel.

Na het bijwonen van ICCAT-bijeenkomsten en het bestuderen van de aangenomen beheermaatregelen kan men zich niet van de indruk ontdoen dat de ICCAT steeds achter de feiten aan loopt bij het zich aanpassen aan de huidige situatie van de visserij. De industrie beschikt over veel meer middelen om nieuw - maar niet noodzakelijk bestandvriendelijk - vistuig en nieuwe praktijken te ontwikkelen, nieuwe wegen te vinden om het toezicht te omzeilen en om tonijn te verschepen buiten de uiterst complexe MCS-procedures om. De ICCAT-lidstaten hebben in vele gevallen gewoon niet de economische, administratieve en technologische middelen om toezicht te houden op de visserij. Veelal ontbreekt het hun ook aan politieke wil. Met als resultaat: de jaarlijkse aanpassingen aan het herstelplan en de vangstdocumentatieregeling.

Daarbij komt nog dat, zoals eerder gezegd, het ICCAT-herstelplan minder ambitieus is dan de EU-wetgeving.

In het licht van wat voorafgaat is de rapporteur van mening dat het de hoogste tijd wordt dat de ICCAT eindelijk haar aanpak wijzigt en het voortouw neemt. De Europese Commissie heeft herhaaldelijk geprobeerd de ICCAT ertoe te bewegen verder en sneller te gaan in haar optreden, weliswaar zonder veel succes. Het is tijd dat de EU daadkrachtige voorzorgsmaatregelen neemt zoals in het VN-akkoord over de visbestanden is bepaald, in plaats van zich door de ICCAT te laten afremmen.

Er zijn twee maatregelen die de EU onmiddellijk kan nemen:

De herziening van 2008 van het herstelplan voor blauwvintonijn, waar het SCRS op had aangedrongen om de voornaamste paaigebieden in de Middellandse Zee te inventariseren om er reservaten van te maken. In 2010 heeft het SCRS de hieronder aangegeven zes zones geïnventariseerd:

Sommige delen van die zones vallen binnen de EU-jurisdictie en andere liggen in de internationale wateren. Niets weerhoudt de EU ervan deze zones uit te roepen tot gesloten gebieden of reservaten voor blauwvintonijn en er de visserij te verbieden tijdens het paaiseizoen. Een dergelijke maatregel zou ook stroken met de EU-milieuwetgeving (kaderrichtlijn Mariene Strategie, Natura 2000, enz.). In één doortastende zet zou de EU een essentiële bijdrage kunnen leveren aan de instandhouding van het tonijnbestand en de kansen op herstel van het bestand drastisch doen toenemen. Het unilateraal uitroepen van gesloten gebieden door de EU zou gelden voor alle vaartuigen onder EU-vlag in de zes zones en voor vaartuigen onder de vlag van derde landen in de zones die binnen het rechtsgebied van de EU vallen (in de zones 1, 2 en 3). Het feit dat de EU 56% van de TAC van blauwvintonijn in handen heeft verkleint het risico dat schepen het EU-register verlaten om in die wateren te kunnen vissen.

Het herstelplan legt een minimumgewicht voor blauwvintonijn op van 30 kg. Er zijn echter drie uitzonderingen op deze regel. Blauwvintonijn van slechts 8 kg kan worden geland door vaartuigen die met de hengel of met de sleeplijn vissen, door ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee en voor kweekdoeleinden in de Adriatische Zee. Laatstgenoemde visserij wordt bedreven door industriële ringzegenvaartuigen en valt amper te rechtvaardigen. De EU zou deze afwijking voor haar eigen vloot kunnen opheffen.

Er zijn amendementen ingediend die dit op het oog hebben. Deze twee beheermaatregelen zouden de kansen op herstel van de blauwvintonijnbestanden in de Middellandse Zee aanzienlijk kunnen verbeteren. De wijzigingen zouden het succes van het herstelplan in de hand kunnen werken en ervoor kunnen zorgen dat de doelstellingen ervan eerder dan in 2022 worden gerealiseerd, wat zou overeenstemmen met de EU-wetgeving. Daartoe is amendement 3 ingediend met betrekking tot de doelstellingen van het plan.

De rapporteur betreurt dat de commissie dit amendement niet in aanmerking heeft genomen.

(1)

“Mind the Gap, an Analysis of the Mediterranean Bluefin Trade”, beschikbaar op http://www.pewenvironment.org/news-room/other-resources/mind-the-gap-an-analysis-of-the-mediterranean-bluefin-trade-85899364820

(2)

SCRS/2011/158


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (6.10.2011)

aan de Commissie visserij

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 302/2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

(COM(2011)0330 – C7-0154/2011 – 2011/0144(COD))

Rapporteur voor advies: Daciana Octavia Sârbu

BEKNOPTE MOTIVERING

De bestanden van de Atlantische blauwvintonijn zijn in de loop der jaren sterk verminderd en er moeten met spoed maatregelen worden genomen om deze soort te beschermen. De Internationale Commissie voor het behoud van de Atlantische tonijn (ICCAT), waarbij de EU een verdragsluitende partij (VP) is, heeft op haar jaarlijkse vergadering in 2010 een nieuwe aanbeveling goedgekeurd. Aanbeveling 10-04 streeft naar opvoering van de maatregelen tot bescherming van de blauwvintonijn door wijzigingen aan te brengen in het eerder overeengekomen meerjarenprogramma voor het herstel van deze vissoort. De wijzigingen omvatten een vermindering van de totale toegestane vangsten (TAC) en een verscherping van de controlemaatregelen die gebruikt worden voor de tenuitvoerlegging van het herstelplan, en meer in het bijzonder de controlemaatregelen bij het kooien en overhevelen. Het onderhavige voorstel van de Commissie beoogt omzetting van de nieuwe ICCAT-aanbeveling in EU-recht.

Aangezien de ICCAT-aanbeveling al op internationaal vlak is goedgekeurd, is er weinig ruimte voor amendering van de tekst in het kader van de omzetting. Er kunnen evenwel een paar wijzigingen worden aangebracht om het voorstel te verbeteren.

1. Samenhang met andere juridische verplichtingen

Behalve aan de ICCAT-aanbeveling is de EU ook gebonden aan andere juridische verplichtingen betreffende de bescherming van visbestanden en het mariene milieu. De belangrijkste daarvan is wellicht de kaderrichtlijn voor de mariene strategie, welke de lidstaten ertoe verplicht om uiterlijk in 2020 een "goede situatie van het milieu" te bereiken. Besluit 2010/477 van de Commissie, waarin criteria en methodologische normen betreffende een goede milieusituatie van de zeewateren worden vastgesteld, bepaalt dat de populaties van alle commercieel geëxploiteerde vissoorten zich "binnen veilige biologische grenzen" moeten bevinden.

Verder bepaalt artikel 7 VWEU dat de EU moet zorgen voor een samenhang tussen haar wetgeving en haar beleid, zodat de noodzaak bestaat dat de in de kaderrichtlijn voor de mariene strategie vervatte verplichtingen ook weerspiegeld worden in het meerjarenplan voor het herstel van de bestanden van de blauwvintonijn.

2. Kooien

Met het "kooien" wordt bedoeld het overbrengen van blauwvintonijnen naar kooien voor kweek- en vetmestdoeleinden. Een hoofdstuk van de tekst van de ICCAT, die betrekking heeft op de vaststelling van de verantwoordelijke verdragssluitende partij (VP) in gevallen waarin een visfarm zich buiten het rechtsgebied van een verdragspartij bevindt, is weggelaten in de tekst van de omzetting. Dit fragment moet weer worden opgenomen om duidelijk te maken wie in deze specifieke context de verantwoordelijke verdragsluitende partij is.

3. Paaigronden

In de tekst van de ICCAT wordt het belang van de identificatie en bescherming van de paaigronden onderstreept. De Commissie milieubeheer moet het belang hiervan opnieuw onderstrepen, aangezien dit een belangrijk element is van elk succesvol herstelplan.

AMENDEMENTEN

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) heeft aanbeveling 10-04 tot wijziging van het meerjarenplan voor blauwvintonijn aangenomen. Met het oog op het herstel van het bestand voorziet de aanbeveling in een verdere verlaging van de TAC's, een versterking van de maatregelen ter vermindering van de vangstcapaciteit en een verscherping van de controlemaatregelen, met name wat betreft het overhevelen en het kooien.

(1) De Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) heeft aanbeveling 10-04 tot wijziging van het meerjarenplan voor blauwvintonijn aangenomen. Met het oog op het herstel van het bestand voorziet de aanbeveling in een verdere verlaging van de TAC's, een versterking van de maatregelen ter vermindering van de vangstcapaciteit en een verscherping van de controlemaatregelen, met name wat betreft het overhevelen en het kooi, en

in bijkomend advies over de identificatie van paaigronden en de instelling van reservaten tegen 2012.

Motivering

In de aanbeveling van de ICCAT wordt de noodzaak onderstreept om met grote spoed over te gaan tot een precieze identificatie van de paaigronden. De bescherming van de paaigronden speelt een sleutelrol bij het uiteindelijke succes van het herstelplan, en alle verdragsluitende partijen moeten zich hiervan goed rekenschap geven.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Ofschoon Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot doel heeft de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid te verzekeren, is de situatie inzake de instandhouding van de blauwvintonijn in het oostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee zeer zorgwekkend wegens de hoge visserijsterfte en de geringe omvang van de paaibiomassa.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Het beleid en de wetgeving van de Unie inzake blauwvintonijn moeten in overeenstemming zijn met de doelstelling om te waarborgen dat uiterlijk in 2015 de levende mariene biologische hulpbronnen zo worden geëxploiteerd dat de gezonde populaties van de gevangen soorten boven een niveau worden gebracht en gehouden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren, zoals goedgekeurd op de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in 2002;

Amendement  4

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Het beleid en de wetgeving van de EU ten aanzien van de blauwvintonijn moet in overeenstemming zijn met Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot invoering van een kader voor communautaire actie op het gebied van het mariene milieu (Kaderrichtlijn voor de mariene strategie)1 en met Besluit 2010/477/EU van de Commissie van 1 september 2010 inzake de criteria en methodologische normen betreffende de goede milieusituatie van zeewateren2, die van de lidstaten eisen dat zij maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de biomassa van de paaibestanden van alle populaties van vissen die commercieel geëxploiteerd worden, met inbegrip van de blauwvintonijn, zich uiterlijk in 2020 op of boven het niveau bevindt dat overeenkomt met een maximale duurzame opbrengst.

 

__________

 

1 PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19.

 

2 PB L 232 van 2.9.2010, blz. 14.

Motivering

Behalve aan de aanbeveling van de ICCAT is de EU ook gebonden aan de kaderrichtlijn voor de mariene strategie, welke de lidstaten ertoe verplicht om uiterlijk in 2020 een "goede situatie van het milieu" te realiseren. Een goede status van het milieu betekent ervoor te zorgen dat de bestanden van commercieel geëxploiteerde vissoorten zich binnen veilige biologische normen bevinden. Om de nodige samenhang tussen beleid en wetgeving te verzekeren, waartoe de EU verplicht is op grond van artikel 7 VWEU, is het noodzakelijk dat de relevante verplichtingen van de kaderrichtlijn voor de mariene strategie tot uitdrukking komen in het herstelplan voor de bestanden van de blauwvintonijn.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De meerjarige herstelplannen die worden opgesteld overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, zoals het herstelplan voor de blauwvintonijn, moeten de voorzorgsaanpak die in deze verordening wordt bepaald, toepassen op visserijbeheer, alsook het voorzorgsbeginsel dat is vastgelegd in artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en dienen in overeenstemming te zijn met de Overeenkomst van de VN inzake visbestanden; de Unie moet dientengevolge meer behoedzaamheid aan de dag leggen wanneer informatie onzeker, onbetrouwbaar of ontoereikend is en het ontbreken van adequate wetenschappelijke informatie mag niet worden gebruikt als een motief voor het uitstellen of achterwege laten van beheersmaatregelen voor de instandhouding van de blauwvintonijn en zijn milieu.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 1

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 1 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"Doel van het herstelplan is een biomassa te bereiken die met een waarschijnlijkheid van meer dan 60% overeenkomt met de maximale duurzame opbrengst.

Doel van het herstelplan is tegen 2015 een biomassa te bereiken die met een waarschijnlijkheid van meer dan 75% overeenkomt met de maximale duurzame opbrengst.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5 – letter a

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 7 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Van 15 juni tot en met 15 mei geldt voor ringzegenvaartuigen een verbod op de blauwvintonijnvisserij in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

2. Voor ringzegenvaartuigen geldt een verbod op de blauwvintonijnvisserij in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.

Motivering

Vijf van de acht tonijnsoorten zijn met uitsterven bedreigd als gevolg van overbevissing. Volgens de meest recente evaluatie van de Internationale Unie voor het behoud van de natuur en de natuurlijke hulpbronnen (IUCN), is de enige manier om de mediterrane en Atlantische blauwvintonijn te redden, de visserij volledig te verbieden totdat de bestanden heropgebouwd zijn. (Indien goedgekeurd worden artikelen 30 en 31 aangepast met het oog op samenhang).

Amendement  8

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 7 bis

 

Paaigronden

 

De Commissie bepaalt, uitgaande van de beschikbare wetenschappelijke gegevens die het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek verschaft inzake de zes voornaamste paaigebieden in de Middellandse Zee, de paaigronden binnen de Unie en creëert reservaten overeenkomstig het voorzorgsbeginsel."

Amendement  9

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 24 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat dient binnen een week na het kooien een door een waarnemer gevalideerde kooiverklaring in bij de lidstaat of de CPC onder de vlag waarvan de vaartuigen blauwvintonijn hebben gevangen, en bij de Commissie. De Commissie zendt die informatie onverwijld door aan het ICCAT-secretariaat. Dit verslag bevat de op grond van ICCAT-aanbeveling [06-07] inzake de kweek van blauwvintonijn in de kooiverklaring te vermelden gegevens.

1. De voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat dient binnen een week na het kooien een door een waarnemer gevalideerde kooiverklaring in bij de lidstaat of de CPC onder de vlag waarvan de vaartuigen blauwvintonijn hebben gevangen, en bij de Commissie. De Commissie zendt die informatie onverwijld door aan het ICCAT-secretariaat. Dit verslag bevat de op grond van ICCAT-aanbeveling [06-07] inzake de kweek van blauwvintonijn in de kooiverklaring te vermelden gegevens. Wanneer de geautoriseerde kweekfaciliteiten voor het kweken van blauwvintonijn die in het verdragsgebied gevangen worden ("FFB's") zich bevinden in wateren die buiten de jurisdictie van de verdragspartijen liggen, is deze paragraaf, mutatis mutandis, van toepassing op de verdragspartijen op wier grondgebied de voor die FFB's verantwoordelijke natuurlijke personen of rechtspersonen gevestigd zijn.

Motivering

Een verwijzing naar viskwekerijen die zich buiten de jurisdictie van de verdragsluitende partijen bevinden, was in de aanbeveling van de ICCAT opgenomen, maar is weggelaten uit de tekst van het voorstel van de Commissie. Deze verwijzing zou weer moeten worden opgenomen om duidelijk te maken welke verdragsluitende partij verantwoordelijk is.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 10

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 24 – lid 8 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wordt het onderzoek niet binnen 10 werkdagen afgesloten of blijkt uit de resultaten van het onderzoek dat het door de exploitant van de kwekerij aangegeven aantal en/of gemiddelde gewicht van de blauwvintonijn met meer dan 10% is overschreden, dan geeft de voor het visserijvaartuig verantwoordelijke vlaggen-CPC of lidstaat het bevel de hoeveelheden boven de door de exploitant aangegeven hoeveelheden weer vrij te laten.

Wordt het onderzoek niet binnen 10 werkdagen afgesloten of blijkt uit de resultaten van het onderzoek dat het door de exploitant van de kwekerij aangegeven aantal en/of gemiddelde gewicht van de blauwvintonijn met meer dan 10% is overschreden, dan geeft de voor het visserijvaartuig verantwoordelijke vlaggen-CPC of lidstaat het bevel het aantal en/of gewicht boven het door de exploitant aangegeven aantal en/of gewicht weer vrij te laten.

Motivering

In dezelfde paragraaf werd reeds verwezen naar aantal en gewicht, en dit zou aan het eind niet moeten worden veranderd. Zulks komt ook overeen met de formulering die in de ICCAT-aanbeveling wordt gebruikt. Het woord "hoeveelheden" is minder precies.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 16 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 33

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Artikel 33 wordt vervangen door:

 

"Artikel 33

 

Handhaving

 

1. De lidstaten nemen handhavingsmaatregelen met betrekking tot een hun vlag voerend vissersvaartuig wanneer op grond van hun wetgeving is geconstateerd dat het vaartuig niet voldoet aan de artikelen 4, 7, 8, 9, 17, 18, 19, 20, 21 en 23 van deze Verordening. Deze maatregelen omvatten, afhankelijk van de ernst van de overtreding en overeenkomstig hun nationale wetgeving, het volgende:

 

(a) boetes die de waarde van de vangsten en de staat van instandhouding van de soort weergeven;

 

(b) inbeslagneming van illegaal vistuig en illegale vangsten;

 

(c) conservatoir beslag op het vaartuig;

 

(d) schorsing of intrekking van de visvergunning;

 

(e) in voorkomend geval, vermindering of intrekking van de visquota.

 

De boetes bedragen ten minste vijf keer de waarde van de vangsten die via inbreuk zijn verkregen. Bij herhaling van een ernstige inbreuk binnen een periode van vijf jaar, worden de financiële sancties verhoogd tot een bedrag van ten minste acht keer de waarde van de vangsten die via inbreuk zijn verkregen.

 

2. De lidstaat onder wiens jurisdictie een kweek- of mestbedrijf voor blauwvintonijn valt, neemt handhavingsmaatregelen ten aanzien van dat bedrijf wanneer op grond van de nationale wetgeving is geconstateerd dat het bedrijf niet voldoet aan artikel 24 en artikel 31, lid 2, van de onderhavige verordening en de artikelen 4 bis, 4 ter en 4 quater van Verordening (EG) nr. 1936/2001. Deze maatregelen omvatten, afhankelijk van de ernst van de overtreding en overeenkomstig hun nationale wetgeving, het volgende:

 

(a) boetes die de waarde van de vis en de staat van instandhouding van de soort weergeven;

 

(b) schorsing of schrapping uit het register van kweek- en mestbedrijven;

 

(c) verbod om de betrokken hoeveelheden blauwvintonijn te kooien of op de markt te brengen."

Motivering

Artikel 33 wijzigen om het woord 'kunnen' te schrappen in de tweede zin van lid 1 en 2 om in de boetes een verwijzing naar waarde en staat van instandhouding van de soort op te nemen; en om minimumniveaus voor boetes in te voegen (gelijk aan de financiële sancties die door het EP zijn goedgekeurd in de eerste lezing van de houtverordening).

Amendement  12

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 18 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 302/2009

Artikel 34 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) Aan artikel 34 wordt het volgende lid toegevoegd:

 

"3 bis. De lidstaten stellen de voorschriften vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op tonijnhandel die een inbreuk vormt op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze voorschriften worden toegepast. De sancties waarin is voorzien moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en omvatten onder meer onmiddellijke schorsing van de vergunning tot uitoefening van commerciële activiteiten.'

Motivering

Er moet voor worden gezorgd dat ook tegen handelaren handhavend kan worden opgetreden.

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Verordening (EG) nr. 302/2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

Document- en procedurenummers

COM(2011)0330 – C7-0154/2011 – 2011/0144(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

9.6.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ENVI

9.6.2011

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Daciana Octavia Sârbu

15.6.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.9.2011

 

 

 

Datum goedkeuring

4.10.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

54

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

János Áder, Kriton Arsenis, Sophie Auconie, Paolo Bartolozzi, Sandrine Bélier, Sergio Berlato, Milan Cabrnoch, Nessa Childers, Chris Davies, Bairbre de Brún, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Françoise Grossetête, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Dan Jørgensen, Karin Kadenbach, Christa Klaß, Holger Krahmer, Jo Leinen, Corinne Lepage, Peter Liese, Kartika Tamara Liotard, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Gilles Pargneaux, Antonyia Parvanova, Mario Pirillo, Pavel Poc, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Carl Schlyter, Theodoros Skylakakis, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Salvatore Tatarella, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Sabine Wils

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Matthias Groote, Arlene McCarthy, Judith A. Merkies, Thomas Ulmer, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Anna Záborská, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska


PROCEDURE

Titel

Wijziging van Verordening (EG) nr. 302/2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

Document- en procedurenummers

COM(2011)0330 – C7-0154/2011 – 2011/0144(COD)

Datum indiening bij EP

8.6.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

9.6.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ENVI

9.6.2011

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Raül Romeva i Rueda

15.6.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

13.7.2011

23.11.2011

 

 

Datum goedkeuring

20.12.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Antonello Antinoro, Kriton Arsenis, Alain Cadec, João Ferreira, Carmen Fraga Estévez, Pat the Cope Gallagher, Dolores García-Hierro Caraballo, Carl Haglund, Werner Kuhn, Gabriel Mato Adrover, Guido Milana, Crescenzio Rivellini, Ulrike Rodust, Struan Stevenson, Catherine Trautmann

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jean-Paul Besset, Chris Davies, Raül Romeva i Rueda, Antolín Sánchez Presedo

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Giovanni La Via

Datum indiening

21.12.2011

Laatst bijgewerkt op: 2 februari 2012Juridische mededeling