Procedure : 2011/0156(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0059/2012

Ingediende teksten :

A7-0059/2012

Debatten :

PV 14/06/2012 - 6
CRE 14/06/2012 - 6

Stemmingen :

PV 14/06/2012 - 11.3
CRE 14/06/2012 - 11.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


VERSLAG     ***I
PDF 689kWORD 915k
26 april 2012
PE 478.337v02-00 A7-0059/2012

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik

(COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Frédérique Ries

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik

(COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0353),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0169/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het met redenen omkleed advies dat door de Italiaanse senaat werd ingediend in het kader van het protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel, waarin wordt verklaard dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet overeenstemt met het subsidiariteitsbeginsel,

–   gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité van 26 oktober 2011(1),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A7-0059/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik, levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie en levensmiddelen voor gebruik in caloriearme en zeer caloriearme diëten

Motivering

Enkele essentiële garanties die de bestaande kaderrichtlijn dieetvoeding (Richtlijn 2009/39/EG) en de relevante verticale richtlijnen bieden, zijn in dit voorstel geschrapt ten nadele van kwetsbare consumenten. Deze consumenten zijn aangewezen op voedingsmiddelen met een speciale samenstelling (bijzondere voeding) die zij als dieetvoeding voor bepaalde aandoeningen gebruiken. Daarom dient het begrip "voor bijzonder voeding bestemde levensmiddelen" weer te worden opgenomen. Dit sluit aan bij de huidige codexnorm voor levensmiddelen voor bijzonder diëten (146-1985).

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het vrije verkeer van veilig en gezond voedsel is een wezenlijk aspect van de interne markt, dat een aanzienlijke bijdrage levert aan de gezondheid en het welzijn van de burgers en aan hun sociale en economische belangen.

(2) De veiligheid van voedsel, vooral als het bestemd is voor kwetsbare groepen als zuigelingen, peuters of personen met bijzondere ziekten, is een wezenlijke voorwaarde voor het vrije verkeer van deze personen en voor de behoorlijke werking van de interne markt.

Motivering

De redenering moet worden omgedraaid: voor een behoorlijke werking van de interne markt is de gezondheid van de kwetsbaarsten onder ons een absolute voorwaarde.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) In deze context, gelet op het feit dat de wetgeving van de Unie op dit gebied is opgesteld om ervoor te zorgen dat een levensmiddel niet in de handel gebracht wordt als het gevaarlijk is, moeten stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de bevolkingsgroepen in kwestie, worden uitgesloten van opname in de samenstelling van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen.

Motivering

Het is onaanvaardbaar dat de huidige communautaire wetgeving de aanwezigheid van residuen van bestrijdingsmiddelen in voeding voor zuigelingen jonger dan twaalf maanden of peuters jonger dan drie jaar toelaat. Blootstelling aan deze toxische producten op heel jonge leeftijd kan onherstelbare schade aanrichten. Het is de hoogste tijd dat het beginsel wordt toegepast op grond waarvan het verboden is om bestrijdingsmiddelen te gebruiken in producten van dierlijke oorsprong zoals melk, en dat wordt aangedrongen op strengere controle.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen stelt algemene voorschriften vast inzake de samenstelling en de bereiding van levensmiddelen die bestemd zijn om te voldoen aan de bijzondere voedingsvereisten van de personen voor wie zij zijn bestemd. De meeste bepalingen van die richtlijn dateren uit 1977 en moeten daarom worden herzien.

(3) Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen stelt algemene voorschriften vast inzake de samenstelling en de bereiding van levensmiddelen die bestemd zijn om te voldoen aan de bijzondere voedingsvereisten van de personen voor wie zij zijn bestemd. De meeste bepalingen van die richtlijn dateren uit 1977 en komen niet meer tegemoet aan de moeilijkheden die de consumenten ondervinden als ze met kennis van zaken een keuze willen maken tussen dieetvoedingsmiddelen, verrijkte voedingsmiddelen, voedingsmiddelen met claims en zogenaamde gewone voedingsmiddelen. De noodzaak van een ingrijpende herziening van Richtlijn 2009/39/EG vloeit ook voort uit de wisselwerking tussen de genoemde wetgeving en recentelijk aangenomen wetgeving van de Unie, zoals Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen, Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen, Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen en Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Motivering

De rapporteur is het met de Commissie eens dat de kaderrichtlijn betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen ingrijpend herzien moet worden. De bedrijven hebben namelijk munt geslagen uit het feit dat er uiteenlopende wetgevingen bestaan en gelijke producten onder verschillende benamingen in de handel gebracht.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis) Gezien de resolutie van de Raad van 18 juni 1992 inzake de verkooppraktijken in derde landen van in de Gemeenschap gevestigde fabrikanten voor vervangingsmiddelen voor moedermelk1.

 

_______________

 

1 PB C 172 van 8.7.1992, blz. 1.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Richtlijn 2009/39/EG bepaalt dat bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld voor de volgende twee specifieke categorieën levensmiddelen die onder de definitie van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen vallen: "voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars" en "voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici)". Wat voeding die is afgestemd op grote spierinspanning betreft, kon geen overeenstemming worden bereikt over de ontwikkeling van bijzondere bepalingen omdat de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de werkingssfeer van de bijzondere wetgeving, het aantal op te nemen subcategorieën van levensmiddelen, de criteria voor de vaststelling van de samenstellingsvoorschriften en het mogelijke effect op de innovatie bij de productontwikkeling, sterk uiteenliepen. Ten aanzien van de bijzondere bepalingen voor voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici), concludeert een verslag1 van de Commissie dat de wetenschappelijke basis voor de vaststelling van bijzondere samenstellingsvoorschriften ontbreekt.

(7) Richtlijn 2009/39/EG bepaalt dat bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld voor de volgende twee specifieke categorieën levensmiddelen die onder de definitie van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen vallen: "voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars" en "voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici)". Wat voeding die is afgestemd op grote spierinspanning betreft, kon geen overeenstemming worden bereikt over de ontwikkeling van bijzondere bepalingen omdat de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de werkingssfeer van de bijzondere wetgeving sterk uiteenliepen. Niettemin moet het door de Commissie in Richtlijn 2009/39/EG aangegane engagement blijven gelden om de voedingsbehoeften te erkennen van sporters, met de ondersteuning van de wetenschappelijke adviezen van de EFSA over claims betreffende actieve personen en het verslag van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding van 28 februari 2001 over de samenstelling en specificering van voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars. Daarom moet de Commissie uiterlijk op 1 juli 2015 beoordelen of de algemene voedingswetgeving in dit opzicht moet worden aangepast.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) In een verslag van de Commissie van 26 juni 2008 over voedingsmiddelen voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord, wordt geconcludeerd dat de wetenschappelijke basis voor de vaststelling van bijzondere samenstellingsvoorschriften ontbreekt. Deze verordening is dus niet het geschikte rechtskader voor deze categorie voedingsmiddelen. Volgens de Commissie is het belangrijk dat bij diabetici wordt gekeken naar de hoeveelheid opgenomen voedsel en het model ervan. Deze conclusie is geenszins in tegenspraak met de invoering in de hele Unie van een strategie die voorziet in een alomvattende aanpak voor diabetes (type 1 en type 2), die meer dan 32 miljoen burgers van de Unie treft. Deze cijfers, die tegen 2030 waarschijnlijk met 16 procent zullen stijgen, vooral door de zwaarlijvigheidsepidemie en de vergrijzing van de Europese bevolking, rechtvaardigen bijgevolg dat er op het niveau van de Unie continu aandacht aan wordt besteed, ook als het gaat om onderzoek en ontwikkeling.

Motivering

Deze verordening is geen geschikt rechtskader om het belangrijke probleem van diabetes in al zijn dimensies op Europees niveau aan te pakken.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11 bis) Daarom moet een einde worden gemaakt aan de verschillen in interpretatie en de moeilijkheden die de lidstaten en de exploitanten bij het combineren van verschillende wetsteksten op het gebied van levensmiddelen ondervinden, door de regelgevingsomgeving te vereenvoudigen. Zo kan ervoor worden gezorgd dat soortgelijke producten in de hele Unie op dezelfde wijze worden behandeld en kan een gelijker speelveld voor alle exploitanten op de interne markt, vooral kmo's, worden gewaarborgd.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden zijn algemene beginselen en definities voor de levensmiddelenwetgeving van de Unie vastgesteld om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het doeltreffend functioneren van de interne markt. Zij stelt de beginselen van risicoanalyses voor levensmiddelen vast alsook de structuren en mechanismen voor de wetenschappelijke en technische evaluaties die door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) worden uitgevoerd. Daarom moeten bepaalde in die verordening vastgestelde definities ook gelden in de context van deze verordening. Bovendien moet de EFSA voor de uitvoering van deze verordening worden geraadpleegd over alle aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op de volksgezondheid.

(14) Bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden zijn algemene beginselen en definities voor de levensmiddelenwetgeving van de Unie vastgesteld om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en de belangen van de consument en tegelijk het doeltreffend functioneren van de interne markt te garanderen. In Verordening (EG) nr. 178/2002 zijn de beginselen van risicoanalyses voor levensmiddelen vastgesteld, is bepaald dat overeenkomstig het voorzorgsbeginsel voorlopige risicobeheersmaatregelen kunnen worden genomen is en is voorzien in de structuren en mechanismen voor de wetenschappelijke en technische evaluaties die door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) worden uitgevoerd. Daarom moeten bepaalde in die verordening vastgestelde definities ook gelden in de context van deze verordening. Bovendien moet de EFSA voor de uitvoering van deze verordening worden geraadpleegd over alle aangelegenheden die van invloed kunnen zijn op de volksgezondheid.

Motivering

Reeds onder de algemene beginselen van de levensmiddelenwetgeving van 28 januari 2002 wordt het voorzorgsbeginsel opgevat als een voorlopige risicobeheersmaatregel.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) Wanneer er zich terstond of op de lange termijn een risico voordoet voor het leven of de gezondheid, maar er nog wegenschappelijke onzekerheid heerst, moet het voorzorgsbeginsel worden toegepast om een hoog niveau van gezondheidsbescherming te waarborgen, rekening houdend met de cumulatieve toxische effecten en de bijzondere fysieke gevoeligheden van de in deze verordening genoemde bijzonder kwetsbare bevolkingsgroepen.

Motivering

Dit amendement sluit aan bij amendement 9.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Een beperkt aantal categorieën levensmiddelen vormt de enige voedingsbron van bepaalde groepen van de bevolking of vertegenwoordigt een gedeeltelijke voedingsbron; dergelijke categorieën levensmiddelen zijn van vitaal belang om bepaalde gezondheidstoestanden te beheersen en/of van essentieel belang voor het behoud van de beoogde geschiktheid van de voeding voor bepaalde welomschreven kwetsbare groepen van de bevolking. Die categorieën levensmiddelen omvatten volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik. Uit de ervaring is gebleken dat de bepalingen van Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie op bevredigende wijze zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke levensmiddelen en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid garanderen. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de algemene samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie.

(15) Een beperkt aantal categorieën levensmiddelen vormt de enige voedingsbron van bepaalde groepen van de bevolking of vertegenwoordigt een gedeeltelijke voedingsbron; dergelijke categorieën levensmiddelen zijn van vitaal belang om bepaalde gezondheidstoestanden te beheersen en/of van essentieel belang voor het behoud van de beoogde geschiktheid van de voeding voor bepaalde welomschreven kwetsbare groepen van de bevolking. Die categorieën levensmiddelen omvatten volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding, voeding voor medisch gebruik, levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie en levensmiddelen voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD) en levensmiddelen voor gebruik in zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD). Uit de ervaring is gebleken dat de bepalingen van Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie op bevredigende wijze zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke levensmiddelen en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid garanderen. VLCD-producten vallen momenteel niet onder Richtlijn 1996/8/EG van de Commissie, maar alleen onder Richtlijn 2009/39/EG. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de algemene samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters, voeding voor medisch gebruik, levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie en levensmiddelen voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD) en levensmiddelen voor gebruik in zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD), rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om te zorgen voor rechtszekerheid moeten de in Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie vastgestelde definities in deze verordening worden overgenomen. De definities van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik moeten echter regelmatig worden aangepast, zo nodig rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau.

(16) Om te zorgen voor rechtszekerheid moeten de in Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie, Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie, Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie en Richtlijn 96/8/EG van de Commissie vastgestelde definities in deze verordening worden overgenomen. De definities van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding, voeding voor medisch gebruik, levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie en levensmiddelen voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD) en levensmiddelen voor gebruik in zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD) moeten echter regelmatig worden aangepast, zo nodig rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Volgens aanbevelingen van de WHO moeten zuigelingen met een laag geboortegewicht worden gevoed met hun moeders eigen melk. Zuigelingen met een laag geboortegewicht en te vroeg geboren zuigelingen hebben evenwel vaak bijzondere voedingsbehoeften waarin met de eigen melk van de moeder of met standaardzuigelingenvoeding niet kan worden voorzien. Voeding voor deze zuigelingen moet voldoen aan de regels die gelden voor voeding voor medisch gebruik, wanneer deze voedingssoort wordt gekozen als meest passende voeding, rekening houdend met de specifieke medische situatie van de zuigeling. Voeding bestemd voor zuigelingen met een laag geboortegewicht en te vroeg geboren zuigelingen moet in elk geval voldoen aan de voorschriften van Richtlijn 2006/141/EG.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Het is belangrijk dat de ingrediënten die bij de vervaardiging van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen worden gebruikt, voldoen aan de voedingsbehoeften van en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, en dat de geschiktheid uit voedingsoogpunt ervan is vastgesteld op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens. Die geschiktheid moet worden aangetoond met een systematisch onderzoek van de beschikbare wetenschappelijke gegevens.

(17) Het is belangrijk dat de ingrediënten die bij de vervaardiging van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen worden gebruikt, voldoen aan de voedingsbehoeften van en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, en dat de geschiktheid uit voedingsoogpunt ervan is vastgesteld op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens. Die geschiktheid moet worden aangetoond met een systematisch en onafhankelijk onderzoek van de beschikbare wetenschappelijke gegevens.

Motivering

De wetenschappelijke gegevens over de geschiktheid uit voedingsoogpunt van de bijzondere levensmiddelen moeten niet alleen op systematische, maar ook op onafhankelijke wijze worden onderzocht, om een hoge betrouwbaarheid en algemene aanvaarding van deze gegevens te garanderen.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis) Het is belangrijk dat bestrijdingsmiddelen waarvoor maximumgehalten aan residuen zijn toegestaan op grond van Richtlijn 2006/141/EG en Richtlijn 2006/125/EG en die niet voldoen aan de veiligheidsvereisten van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen1, op de markt worden verboden en niet worden gebruikt bij de vervaardiging van levensmiddelen die onder deze verordening vallen.

 

______________________

 

1 PB L 309 van 24.11.09, blz. 1.

Motivering

De stof cadusafos, die tot de chemische familie van de organische fosforverbindingen behoort, is sinds 2008 verboden op het grondgebied van de Europese Unie. Deze stof dient dan ook te worden verwijderd van de lijst van 5 werkzame stoffen waarvoor maximale gehalten aan residuen of metabolieten van bestrijdingsmiddelen zijn vastgesteld voor volledige zuigelingenvoeding en voeding voor kinderen jonger dan 3 jaar. De stof fipronil over de schadelijkheid waarvan verschillende nationale gezondheidsinstanties hebben bericht, dient eveneens uit de handel te worden genomen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 ter) De in de desbetreffende wetgeving van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 396/2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong, vastgestelde maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen moet gelden, onverminderd de specifieke bepalingen in deze verordening en in de gedelegeerde handelingen die overeenkomstig deze verordening zijn aangenomen.

 

______________

 

1 PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 quater) Gezien de kwetsbaarheid van zuigelingen en peuters moeten niettemin strenge beperkingen voor bestrijdingsmiddelenresiduen worden voorgeschreven voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en voor levensmiddelen voor zuigelingen en peuters. Specifieke maximumwaarden voor residuen in deze producten zijn vastgesteld in Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie en Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan bestrijdingsmiddelen die stoffen bevatten die ingedeeld zijn als bijzonder schadelijk voor de menselijke gezondheid.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 quinquies) Levensmiddelenbedrijven en exploitanten van levensmiddelenbedrijven in de zin van Verordening (EG) nr. 178/2002 moeten gedurende alle fasen van de voedselproductieketen waarborgen dat de voeding die onder deze verordening valt, voldoet aan de vereisten van de levensmiddelenwetgeving in het algemeen en van deze verordening in het bijzonder.

Motivering

In deze verordening moet het beginsel worden beklemtoond dat alle actoren in de voedselproductieketen aansprakelijk zijn.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Bij Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame zijn algemene etiketteringsvoorschriften vastgesteld. Die algemene etiketteringsvoorschriften moeten in de regel gelden voor de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen. Deze verordening moet echter zo nodig ook voorzien in voorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Richtlijn 2000/13/EG om aan de specifieke doelstellingen van deze verordening te voldoen.

(18) Bij Verordening (EG) nr. 1169/2011 zijn algemene etiketteringsvoorschriften vastgesteld. Die algemene etiketteringsvoorschriften moeten in de regel gelden voor de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen. Deze verordening moet echter zo nodig ook voorzien in voorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 om aan de specifieke doelstellingen van deze verordening te voldoen.

Motivering

Sinds de goedkeuring van het Commissievoorstel voor een verordening inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik is Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame vervangen door Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Deze verordening moet de criteria verstrekken voor de vaststelling van de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie. Om de in deze verordening vastgestelde definities van volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik aan te passen, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau, om de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften ten aanzien van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, waaronder etiketteringsvoorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Richtlijn 2000/13/EG, vast te stellen en om voedings- en gezondheidsclaims toe te staan, moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(19) Deze verordening moet de criteria verstrekken voor de vaststelling van de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding, voeding voor medisch gebruik, levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie en levensmiddelen voor gebruik in caloriearme en zeer caloriearme diëten, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie. Om de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften ten aanzien van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen vast te stellen moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

Motivering

Het is niet wenselijk dat de definities door middel van gedelegeerde handelingen worden aangepast, aangezien deze definities een essentieel onderdeel van de verordening vormen en alleen mogen worden veranderd door middel van de gewone wetgevingsprocedure. Het opstellen en bijwerken van de lijst is een handeling van algemene strekking ter aanvulling op of wijziging van niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. Bovendien zijn de in artikel 11, lid 1, gestelde voorwaarden zeer open. Derhalve moet gebruik worden gemaakt van gedelegeerde handelingen.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis) De Commissie moet na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid de status verduidelijken van melk voor kinderen tussen 12 en 36 maanden, die momenteel geregeld wordt door diverse rechtshandelingen van de Unie, bijvoorbeeld Verordening (EG) nr. 178/2002, Verordening (EG) nr. 1925/2006, Richtlijn 2009/39/EG en Verordening (EG) nr. 1924/2006, en bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen met een beoordeling van de vraag of bijkomende wetgevingsmaatregelen vereist zijn, uiterlijk 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Indien nodig moet het verslag vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Het is dienstig dat onder inachtneming van bepaalde in deze verordening vastgestelde criteria een EU-lijst van vitaminen, mineralen, aminozuren en andere stoffen die mogen worden toegevoegd aan volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik wordt opgesteld en bijgewerkt. Gezien het feit dat de vaststelling van de lijst de toepassing van de in deze verordening vastgestelde criteria vereist, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden daartoe worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. De Commissie moet onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen tot bijwerking van de EU-lijst vaststellen, wanneer in naar behoren gerechtvaardigde gevallen in verband met de volksgezondheid, dwingende urgente redenen dat vereisen.

(20) Het is dienstig dat onder inachtneming van bepaalde in deze verordening vastgestelde criteria een EU-lijst van vitaminen, mineralen en andere stoffen die mogen worden toegevoegd aan volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik evenals aan voeding bestemd voor energiebeperkende diëten wordt opgesteld en bijgewerkt. Bij de goedkeuring van de lijst moet rekening worden gehouden met de specifieke voedingsgewoonten van de bevolkingsgroepen in kwestie en met de lijsten in Richtlijn 2006/141/EG en Richtlijn 2006/125/EG, alsmede met de lijst in Verordening (EG) nr. 953/2009 van de Commissie van 13 oktober 2009 inzake stoffen die voor specifieke voedingsdoeleinden aan voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen mogen worden toegevoegd1, die niet van toepassing is op vloeibare of vaste voeding voor zuigelingen en peuters, en de lijst moet bovengenoemde lijsten vervangen. Gezien het feit dat de vaststelling en bijwerking van de lijst een maatregel van algemene strekking is om bepaalde niet-essentiële elementen van deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moeten de bevoegdheden om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 209 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in dit verband aan de Commissie worden gedelegeerd. De Commissie moet onmiddellijk van toepassing zijnde gedelegeerde handelingen tot bijwerking van de EU-lijst vaststellen, wanneer in naar behoren gerechtvaardigde gevallen in verband met de volksgezondheid, dwingende urgente redenen dat vereisen.

 

_________________

 

1 PB L 269 van 14.10.09, blz. 9.

Motivering

Het idee van de Commissie om te streven naar een vereenvoudigde en geconsolideerde positieve lijst van vitaminen, mineralen en andere nutriënten verdient weliswaar steun, maar even belangrijk is dat deze lijst nauwkeurig wordt afgebakend opdat de specifieke voedingskenmerken van elke bevolkingsgroep behouden kunnen worden. Een toegevoegde nutriënt die goed is voor een zieke hoeft niet per se goed te zijn voor een pasgeboren kind.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Overeenkomstig het advies van het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's (SCENIHR) over de risicobeoordeling van producten van nanotechnologieën van 19 januari 2009 bestaat er onvoldoende informatie over de risico's in verband met technisch vervaardigde nanomaterialen en zijn de bestaande testmethoden mogelijk ontoereikend om alle kwesties in verband met technisch vervaardigde nanomaterialen te behandelen. Daarom moeten technisch vervaardigde nanomaterialen niet worden opgenomen in de EU-lijst voor de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, tenzij door de EFSA een evaluatie wordt uitgevoerd.

(21) Overeenkomstig het advies van het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's (SCENIHR) over de risicobeoordeling van producten van nanotechnologieën van 19 januari 2009 bestaat er onvoldoende informatie over de risico's in verband met technisch vervaardigde nanomaterialen en zijn de bestaande testmethoden mogelijk ontoereikend om alle kwesties in verband met technisch vervaardigde nanomaterialen te behandelen. Rekening houdend met dit wetenschappelijk advies en gelet op de bijzondere gevoeligheid van de kwetsbare groepen waarvoor de levensmiddelen waarop deze verordening betrekking heeft, bestemd zijn, moeten technisch vervaardigde nanomaterialen niet worden opgenomen in de EU-lijst voor de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, zolang de veiligheid, op grond van adequate en toereikende testmethoden, de voedingswaarde en de geschiktheid van de levensmiddelen voor de personen voor wie zij bestemd zijn, niet door de EFSA zijn aangetoond.

Motivering

Gebaseerd op amendement 21 van de rapporteur. Nanomaterialen kunnen alleen aan de hand van specifieke testmethoden worden geëvalueerd.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Voor de doeltreffendheid en de vereenvoudiging van de wetgeving is het dienstig dat op middellange termijn de vraag wordt bekeken of het wenselijk is dat de werkingssfeer van de EU-lijst wordt uitgebreid tot andere categorieën levensmiddelen die onder andere bijzondere wetgeving van de Unie vallen.

(22) Voor de vereenvoudiging van de wetgeving en een krachtige ondersteuning van innovatie is het dienstig dat op middellange termijn de vraag wordt bekeken of het wenselijk is dat de werkingssfeer van de EU-lijst wordt uitgebreid tot andere categorieën levensmiddelen die onder andere bijzondere wetgeving van de Unie vallen. Tot een uitbreiding in deze zin moet worden besloten door het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure, op basis van een evaluatie door de Autoriteit.

Motivering

Dit amendement houdt verband met amendement 17. Het is belangrijk dat bij toekomstige uitbreidingen van de lijst tot andere categorieën levensmiddelen het advies van EFSA wordt ingewonnen en de nodige democratische controle wordt uitgeoefend.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Op dit moment vallen de vermeldingen "lactosevrij" en "met zeer laag lactosegehalte" niet onder de wetgeving van de Unie. Toch zijn deze vermeldingen belangrijk voor personen met een lactose-intolerantie. De Commissie moet daarom de status ervan binnen de algemene levensmiddelenwetgeving verduidelijken.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) "Maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing" en "de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing" worden beschouwd als voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen waarvoor de krachtens Richtlijn 96/8/EG vastgestelde bijzondere voorschriften gelden. Er zijn echter meer en meer voor de algemene bevolking bestemde levensmiddelen op de markt verschenen met soortgelijke vermeldingen die worden gepresenteerd als gezondheidsclaims voor gewichtsbeheersing. Om elke mogelijke verwarring tussen in de handel gebrachte levensmiddelen voor gewichtsbeheersing weg te nemen en ter wille van de rechtszekerheid en de samenhang van de wetgeving van de Unie moeten dergelijke vermeldingen alleen worden geregeld bij Verordening (EG) nr. 1924/2006 en moeten zij aan de voorschriften daarvan voldoen. De technische aanpassingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1924/2006 voor de opneming van de gezondheidsclaims die verwijzen naar de beheersing van het lichaamsgewicht voor levensmiddelen die als "de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing" en als "maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing" worden gepresenteerd en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden, als geregeld krachtens Richtlijn 96/8/EG, moeten worden voltooid voordat deze verordening van toepassing wordt.

(27) "Maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing" en "de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing" worden momenteel beschouwd als voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen waarvoor de krachtens Richtlijn 96/8/EG vastgestelde bijzondere voorschriften gelden, terwijl levensmiddelen voor zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD) alleen onder Richtlijn 2009/39/EG ressorteren. Er zijn echter meer en meer voor de algemene bevolking bestemde levensmiddelen op de markt verschenen met soortgelijke vermeldingen die worden gepresenteerd als gezondheidsclaims voor gewichtsbeheersing.

 

De sterke verspreiding van van algemene claims voorziene levensmiddelen en het risico van afwijkend voedingsgedrag ten gevolge van bepaalde ongecontroleerde diëten zetten de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid er regelmatig toe aan om op grond van Verordening (EG) nr. 1924/2006 verzoeken met betrekking tot het gebruik van gezondheidsclaims voor maaltijdvervangende producten aan een wetenschappelijke beoordeling te onderwerpen. In haar beoordeling onderzoekt EFSA echter niet de onschadelijkheid van de samenstellingscriteria die worden voorgesteld door de ondernemer die om het gebruik van een claim of om de toepassing van bepaalde etiketteringsmodaliteiten verzoekt. Daarom zijn in deze verordening specifieke bepalingen nodig over voedingsmiddelen die zijn bestemd om in energiebeperkte diëten te worden genuttigd voor gewichtsvermindering. Deze bepalingen zijn een belangrijk instrument voor de veiligheid van het voedsel en de gezondheid van mensen die willen afvallen.

 

Om elke mogelijke verwarring tussen in de handel gebrachte levensmiddelen voor gewichtsbeheersing weg te nemen en ter wille van de rechtszekerheid en de samenhang van de wetgeving van de Unie, alsmede ter bescherming van de meest kwetsbare groepen, moeten dergelijke vermeldingen op levensmiddelen voor de algemene bevolking alleen worden geregeld bij Verordening (EG) nr. 1924/2006 en moeten zij aan de voorschriften daarvan voldoen, met uitzondering van levensmiddelen voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD) en levensmiddelen voor gebruik in zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD), die aan deze verordening moeten voldoen. De technische aanpassingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1924/2006 voor de opneming van de gezondheidsclaims die verwijzen naar de beheersing van het lichaamsgewicht voor levensmiddelen die als "de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing" en als "maaltijdvervangende producten voor gewichtsbeheersing" worden gepresenteerd en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden, als geregeld krachtens Richtlijn 96/8/EG, moeten worden voltooid voordat deze verordening van toepassing wordt.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Om een hoog niveau van consumentenbescherming te garanderen moeten op het niveau van de lidstaten adequate procedures worden vastgesteld voor controles zowel op het gebied van gezondheid als wat de samenstelling betreft, zowel vóór als na het in de handel brengen.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Krachtens Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn1 moeten de lidstaten inspecties uitvoeren met betrekking tot de naleving door ondernemingen van deze verordening en van de overeenkomstig deze verordening aangenomen gedelegeerde handelingen, waarbij zij een op het risico gebaseerde benadering volgen.

 

____________________

1 PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Er zijn toereikende overgangsmaatregelen nodig om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven in staat te stellen zich aan de voorschriften van deze verordening aan te passen,

(29) De Commissie moet toereikende maatregelen nemen om te zorgen voor rechtszekerheid tussen de inwerkingtreding en de toepassing van deze verordening en zij moet de exploitanten van levensmiddelenbedrijven de steun en actuele informatie verstrekken die nodig is om hen in staat te stellen zich aan de voorschriften van deze verordening aan te passen.

Motivering

Er moet worden voorkomen dat de aanpassingen in de regelgeving waarin in het kader van dit voorstel wordt voorzien, leiden tot een rechtsvacuüm, zij het tijdelijk.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Om de toegang te vergemakkelijken van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) tot de markt, waarvan bepaalde sectoren, zoals babyvoeding en voeding voor medisch gebruik, gedomineerd lijken te worden door een klein aantal grote ondernemingen, moet de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken belanghebbenden richtsnoeren vaststellen om de ondernemingen en in het bijzonder kmo's te helpen om te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften en zo de concurrentiekracht en innovatie bevorderen.

Motivering

De Europese Unie moet eerst klein denken en met geschikte rechtsvoorschriften de toegang van kmo's tot de interne markt vergemakkelijken.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 ter) Om de toegang tot de markt te vergemakkelijken voor operatoren, met name kmo's, die levensmiddelen in de handel willen brengen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische innovatie, moet de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken belanghebbenden richtsnoeren vaststellen voor de procedure om de bedoelde levensmiddelen tijdelijk in de handel te brengen.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Er moet worden voorzien in een procedure om mogelijk te maken dat levensmiddelen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische innovatie, tijdelijk in de handel worden gebracht, om de vruchten van het onderzoek van bedrijven te valoriseren in afwachting van de aanpassing van de specifieke richtlijn in kwestie. Om de gezondheid van de consumenten te beschermen kan echter slechts toestemming voor het in de handel brengen worden verleend na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.

Motivering

Het is belangrijk de bedrijven in de sector zo goed mogelijk te sturen wat de te ondernemen acties betreft, om ervoor te zorgen dat zij zo goed mogelijk kunnen voorzien in de specifieke voedingsbehoeften van kwetsbare groepen. Op deze manier kunnen de groepen in kwestie snel de voordelen genieten van de relevante technische en wetenschappelijk vooruitgang.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening stelt samenstellings- en informatievoorschriften vast voor de volgende categorieën levensmiddelen:

1. Deze verordening vult de levensmiddelenwetgeving van de Unie aan en stelt samenstellings- en informatievoorschriften vast voor de volgende categorieën levensmiddelen:

Motivering

De rapporteur is van mening dat producten die een of meer maaltijden van het dagelijkse voedingspatroon vervangen (en die de behoeften aan vitaminen, mineralen, eiwitten, essentiële vetzuren, vezels, enz. dekken), onder een specifieke wetgeving moeten blijven vallen. De rapporteur is van oordeel dat er nog steeds een specifieke wettekst vereist is voor maaltijden die de dagelijkse voeding geheel of gedeeltelijk vervangen (waardoor iemand alle benodigde vitaminen, mineralen, eiwitten, essentiële vetzuren, vezels e.d. binnenkrijgt), Dat is de beste manier om te garanderen dat bepaalde eisen aan de samenstelling van genoemde levensmiddelen gehandhaafd blijven en dat deze eisen duidelijk worden onderscheiden van alles wat met claims te maken heeft (Verordening (EG) nr. 1924/2006).

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) voeding voor medisch gebruik.

c) voeding voor medisch gebruik, met inbegrip van voeding voor zuigelingen met een laag geboortegewicht en te vroeg geboren baby´s.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) voeding voor personen met een glutenintolerantie.

Motivering

Verordening (EG) nr. 41/2009, die op 1 januari 2012 van kracht is geworden, voorziet in bepalingen betreffende de etikettering en de samenstelling van producten voor personen met een glutenintolerantie. Het is dan ook logisch deze bijzondere regels te handhaven door deze op te nemen in onderhavig voorstel voor een verordening die betrekking heeft op alle categorieën specifieke voeding voor kwetsbare groepen, zoals coeliakiepatiënten.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter) voedingsmiddelen die zijn bestemd voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD) en zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD).

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Deze verordening stelt de voorschriften vast voor de opstelling en bijwerking van een EU-lijst van vitaminen, mineralen en andere stoffen die mogen worden toegevoegd aan de in lid 1 bedoelde categorieën levensmiddelen.

2. Deze verordening stelt de voorschriften vast voor de opstelling en bijwerking van een gedifferentieerde EU-lijst van vitaminen, mineralen en andere stoffen die met het oog op een specifiek voedingsdoel mogen worden toegevoegd aan de in lid 1 bedoelde categorieën levensmiddelen.

Motivering

Het is belangrijk te preciseren dat deze verordening levensmiddelen betreft die beantwoorden aan heel specifieke en gedifferentieerde voedingsbehoeften die slechts voor 1 à 2% gedekt worden door de Europese levensmiddelenmarkt. Artikel 7, lid 2, van het voorstel, waarin "inleidende bepalingen" zijn opgenomen, wordt in zijn geheel in artikel 1, lid 3, overgenomen. Artikel 7, lid 2, wordt dan geschrapt.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De in deze verordening vastgestelde voorschriften hebben voorrang op andere tegenstrijdige voorschriften van de wetgeving van de Unie die op levensmiddelen van toepassing is.

Motivering

Het is belangrijk te preciseren dat deze verordening levensmiddelen betreft die beantwoorden aan heel bijzondere en gedifferentieerde voedingsbehoeften die slechts voor 1 à 2% gedekt worden door de Europese levensmiddelenmarkt. Artikel 7, lid 2, van het voorstel, waarin "inleidende bepalingen" zijn opgenomen, wordt in zijn geheel in artikel 1, lid 3, overgenomen. Artikel 7, lid 2, wordt dan geschrapt.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) de definities van "levensmiddel" en "in de handel brengen", als vastgesteld in artikel 2 en artikel 3, punt 8, van Verordening (EG) nr. 178/2002;

a) de definities van "levensmiddel", "detailhandel" en "in de handel brengen", als vastgesteld in artikel 2 en artikel 3, punt 7 en 8, van Verordening (EG) nr. 178/2002;

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) de definities van "etikettering" en "voorverpakt levensmiddel" in artikel 1, lid 3, onder a) en b), van Richtlijn 2000/13/EG;

b) de definities van "voorverpakt levensmiddel" en "etikettering" in artikel 2, lid 2, onder e) en j), van Verordening (EU) nr. 1169/2011;

Motivering

Aanpassing aan de onlangs vastgestelde Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, ter vervanging van Richtlijn 2000/13/EG.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) de definitie van "technisch vervaardigd nanomateriaal", als vastgesteld in artikel 2, lid 2, punt t, van Verordening (EU) nr. 1169/2011.

Motivering

Aangezien nanomateriaal zowel in het voorstel van de Commissie (overweging 21) als in verschillende amendementen aan bod komt, is het wenselijk de definitie ervan op te nemen.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h) "voeding voor medisch gebruik": levensmiddelen die zijn bestemd om door patiënten als dieetvoeding onder medisch toezicht te worden gebruikt. Zij zijn bestemd voor de voeding, uitsluitend of gedeeltelijk, van patiënten wier vermogen om gewone levensmiddelen of bepaalde nutriënten daarin in te nemen, te verteren, te absorberen, te metaboliseren of uit te scheiden beperkt, aangetast of verstoord is, of die andere medisch bepaalde behoeften aan nutriënten hebben, voor de behandeling waarvan niet alleen met wijziging van het normale voedingspatroon kan worden volstaan.

h) "voeding voor medisch gebruik": levensmiddelen die zijn bestemd om door patiënten als dieetvoeding onder medisch toezicht te worden gebruikt. Zij zijn bestemd voor de voeding, uitsluitend of gedeeltelijk, van patiënten wier vermogen om gewone levensmiddelen of bepaalde nutriënten daarin in te nemen, te verteren, te absorberen, te metaboliseren of uit te scheiden beperkt, aangetast of verstoord is, of die andere medisch bepaalde behoeften aan nutriënten hebben, voor de behandeling waarvan niet alleen met wijziging van het normale voedingspatroon kan worden volstaan. Voeding voor medisch gebruik omvat ook voeding voor zuigelingen met een laag geboortegewicht en te vroeg geboren baby´s, die ook moet voldoen aan de vereisten van Richtlijn 2006/141/EG.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter h bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h bis) "voeding bestemd voor zuigelingen met een laag geboortegewicht en te vroeg geboren zuigelingen": voeding die speciaal is ontwikkeld om te beantwoorden aan de medisch bepaalde behoeften aan nutriënten van zuigelingen die te vroeg of met een laag geboortegewicht zijn geboren.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter h ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h ter) "voeding voor personen met een glutenintolerantie": voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen die speciaal worden geproduceerd, bereid of verwerkt om te voldoen aan de speciale voedingsbehoeften van personen met een glutenintolerantie;

Motivering

Enkele essentiële garanties die de bestaande kaderrichtlijn dieetvoeding (Richtlijn 2009/39/EG) biedt, met name ten aanzien van "voeding voor personen met een glutenintolerantie", zijn uit het toepassingsgebied van de voorgestelde herziening geschrapt ten nadele van coeliakiepatiënten. Deze voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen worden internationaal erkend in de onlangs herziene norm inzake levensmiddelen voor speciale diëten voor personen met een glutenintolerantie (Codexnorm 118-1979, herzien in 2008).

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter h quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quater) "gluten": een eiwitfractie van tarwe, rogge, gerst, haver of hun kruisingen en afgeleide producten daarvan die niet oplosbaar is in water en een 0,5 M natriumchlorideoplossing.

Motivering

Enkele essentiële garanties die de bestaande kaderrichtlijn dieetvoeding (Richtlijn 2009/39/EG) biedt, met name ten aanzien van "voeding voor personen met een glutenintolerantie", zijn uit het toepassingsgebied van de voorgestelde herziening geschrapt ten nadele van coeliakiepatiënten. Deze voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen worden internationaal erkend in de onlangs herziene norm inzake levensmiddelen voor speciale diëten voor personen met een glutenintolerantie (Codexnorm 118-1979, herzien in 2008).

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter h quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

h quinquies) "levensmiddelen voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD)" en "levensmiddelen voor gebruik in zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD)": speciaal samengestelde levensmiddelen die, als zij worden gebruikt volgens de aanwijzingen van de fabrikant, de totale dagelijkse voeding vervangen.

 

VLCD-producten bevatten tussen 400 en 800 kilocalorieën per dag.

 

LCD-producten bevatten tussen 800 en 1200 kilocalorieën per dag.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voeding voor medisch gebruik in de zin van alinea, 1, onder h), valt onder een van de volgende drie categorieën:

 

i) qua voedingswaarde volledige levensmiddelen met een gestandaardiseerde samenstelling die, wanneer zij volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden gebruikt, voor de personen voor wie zij bestemd zijn, de enige voedingsbron kunnen vormen;

 

ii) qua voedingswaarde volledige levensmiddelen met een aan een specifieke ziekte, aandoening of kwaal aangepaste samenstelling die, wanneer zij volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden gebruikt, voor de personen voor wie zij bestemd zijn, de enige voedingsbron kunnen vormen;

 

iii) qua voedingswaarde onvolledige voedingsmiddelen met een gestandaardiseerde of aan een specifieke ziekte, aandoening of kwaal aangepaste samenstelling die ongeschikt zijn om als enige voedingsbron te dienen.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie wordt gemachtigd in voorkomend geval overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de definities van "volledige zuigelingenvoeding", "vervolgzuigelingenvoeding", "bewerkte levensmiddelen op basis van granen" en "babyvoeding" en "voeding voor medisch gebruik" aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau.

Schrappen

Motivering

Dit amendement sluit aan bij amendement 13 en overweging 16: er moet democratische controle worden verricht door het Europees Parlement en de Raad op de in artikel 2 vastgestelde definities, die een van de hoekstenen vormen van dit voorstel voor een verordening.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen mogen alleen in de handel worden gebracht als zij aan deze verordening voldoen.

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen mogen alleen in de handel worden gebracht als zij aan deze verordening en aan de EU-levensmiddelenwetgeving voldoen.

 

2. Levensmiddelen die in de Unie worden ingevoerd om in de handel te worden gebracht, moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving van de Unie. Levensmiddelen die uit de Unie worden uitgevoerd of heruitgevoerd om in derde landen in de handel te worden gebracht, moeten voldoen aan de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving van de Unie, tenzij wegens bijzondere omstandigheden in het land van invoer, bijvoorbeeld in verband met weersomstandigheden of hoogteverschillen, een andere samenstelling of verpakking gerechtvaardigd is.

 

3. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen mogen alleen op de markt worden gebracht in de vorm van voorverpakte levensmiddelen.

 

4. De lidstaten mogen het in de handel brengen van levensmiddelen die aan deze verordening voldoen, niet beperken of verbieden om redenen die verband houden met de samenstelling, vervaardiging, presentatie of etikettering ervan.

Motivering

Het is essentieel dat dezelfde veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften worden vastgesteld voor levensmiddelen die op het EU-grondgebied worden ingevoerd en levensmiddelen die bestemd zijn voor uitvoer, zoals trouwens ook in de artikelen 11 en 12 van de algemene levensmiddelenverordening van 28 januari 2002 is voorzien. Om de coherentie van de tekst te verbeteren zijn de definities "voorverpakt levensmiddel" en "vrij verkeer van goederen" opgenomen in het artikel "in de handel brengen".

Amendement  50

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Om mogelijk te maken dat in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische vooruitgang, snel op de markt worden gebracht, kan de Commissie na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid gedelegeerde handelingen vaststellen overeenkomstig artikel 15 om voor een periode van twee jaar toestemming te verlenen voor het op de markt brengen van levensmiddelen die niet beantwoorden aan de regels voor samenstelling die zijn vastgesteld in deze verordening en in de overeenkomstig deze verordening aangenomen gedelegeerde verordeningen voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen.

Motivering

Een innovatiebepaling waarmee een versnelde procedure kan worden ingesteld onder toezicht van de EFSA bestaat al in de huidige wetgeving. Ofschoon weinig gebruikt, moet de mogelijkheid tot een dergelijke procedure in het huidige voorstel gehandhaafd blijven.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Schrappen

Voorverpakte levensmiddelen

 

De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen mogen alleen op de detailmarkt worden toegelaten in de vorm van voorverpakte levensmiddelen.

 

Motivering

Het is essentieel dat dezelfde veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften worden vastgesteld voor levensmiddelen die op het EU-grondgebied worden ingevoerd en levensmiddelen die bestemd zijn voor uitvoer, zoals trouwens ook in de artikelen 11 en 12 van de algemene levensmiddelenverordening van 28 januari 2002 is voorzien. Om de coherentie van de tekst te verbeteren zijn de definities "voorverpakt levensmiddel" en "vrij verkeer van goederen" opgenomen in het artikel "in de handel brengen".

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Schrappen

Vrij verkeer van goederen

 

De lidstaten mogen het in de handel brengen van levensmiddelen die aan deze verordening voldoen, niet beperken of verbieden om redenen die verband houden met de samenstelling, de vervaardiging, de presentatie of de etikettering daarvan.

 

Motivering

Het is essentieel dat dezelfde veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften worden vastgesteld voor levensmiddelen die op het EU-grondgebied worden ingevoerd en levensmiddelen die bestemd zijn voor uitvoer, zoals trouwens ook in de artikelen 11 en 12 van de algemene levensmiddelenverordening van 28 januari 2002 is voorzien. Om de coherentie van de tekst te verbeteren zijn de definities "voorverpakt levensmiddel" en "vrij verkeer van goederen" opgenomen in het artikel "in de handel brengen".

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Voorzorgsbeginsel

 

Wanneer na een beoordeling van de beschikbare wetenschappelijke informatie er gegronde redenen zijn voor bezorgdheid over mogelijke nadelige effecten, maar er nog steeds wetenschappelijke onzekerheid bestaat, kunnen voorlopige risicobeheersmaatregelen worden genomen die nodig zijn om een hoog niveau van bescherming te waarborgen voor de kwetsbare bevolkingsgroepen waarvoor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen zijn bedoeld.

Motivering

Het is belangrijk dat in deze verordening, die gericht is tot een bijzonder kwetsbare groep van consumenten: zuigelingen, peuters en obesitaspatiënten, het voorzorgsbeginsel wordt opgenomen.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 ter

 

Controle

 

De nationale bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat een adequaat toezichtssysteem wordt ingesteld om te garanderen dat de marktspelers deze verordening en de toepasselijke gezondheidsvoorschriften naleven.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in deze verordening vastgestelde voorschriften hebben voorrang op andere tegenstrijdige voorschriften van de wetgeving van de Unie die op levensmiddelen van toepassing is.

Schrappen

Motivering

Omwille van de rechtszekerheid wordt dit artikel geschrapt en worden de daarin opgenomen bepalingen overgeheveld naar de artikelen 1 en 3 van het voorstel.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

Levensmiddelen voor gewone consumptie

 

Bij de etikettering en presentatie van en de reclame voor levensmiddelen voor gewone consumptie is het gebruik verboden van:

 

a) de uitdrukking "bijzondere voeding", al dan niet gecombineerd met andere woorden, om deze levensmiddelen te omschrijven;

 

b) elke andere aanduiding of wijze van presenteren die de indruk kan wekken dat de levensmiddelen behoren tot een van de categorieën in artikel 1, lid 1.

Motivering

Om misleiding van de consument te voorkomen, moet een soortgelijke bepaling worden gehandhaafd als in artikel 2, lid 2, onder b), van de huidige kaderrichtlijn. Zo kan worden gegarandeerd dat alleen producten die aan de verordening voldoen, kunnen worden gepresenteerd als producten die in de bijzondere behoeften van de doelgroep voorzien. Kwetsbare consumenten hebben een juiste etikettering nodig met het oog op adequate informatie over de samenstelling van deze bijzondere levensmiddelen. Voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen moeten duidelijk worden onderscheiden van levensmiddelen voor normale consumptie.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen zijn zodanig samengesteld dat zij voldoen aan de voedingsbehoeften en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, overeenkomstig algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens.

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen zijn zodanig samengesteld dat zij voldoen aan de voedingsbehoeften en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, overeenkomstig algemeen aanvaarde, door vakgenoten getoetste en op onafhankelijke wijze beoordeelde wetenschappelijke gegevens en een medisch advies.

Motivering

Zie motivering bij amendement 1.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen verstrekken passende informatie aan de consument en mogen niet misleidend zijn.

3. De etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen zijn juist, duidelijk en gemakkelijk te begrijpen voor de consument en zij zijn niet misleidend. Er mag aan de producten in kwestie niet de eigenschap mee worden toegeschreven dat menselijke ziekten ermee kunnen worden voorkomen, behandeld of genezen, noch een toespeling op deze eigenschappen mee worden gemaakt.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De etikettering van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding mag geen afbeeldingen van zuigelingen bevatten, noch andere afbeeldingen of tekst waardoor het gebruik van het product kan worden geïdealiseerd. Grafische afbeeldingen om ervoor te zorgen dat het product gemakkelijk kan worden geïdentificeerd en om bereidingsmethoden te illustreren zijn evenwel toegestaan. Richtlijn 2006/141/EG wordt dienovereenkomstig gewijzigd.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De verspreiding van nuttige informatie of aanbevelingen in verband met de in artikel 1, lid 1, bedoelde categorieën levensmiddelen mag uitsluitend plaatsvinden door personen met de nodige kwalificaties op het gebied van geneeskunde, voeding en geneesmiddelen of door andere beroepsbeoefenaren die verantwoordelijk zijn voor de gezondheidszorg voor moeders en kinderen.

4. De verspreiding van nuttige informatie of aanbevelingen in verband met de in artikel 1, lid 1, onder a), b), c) en c bis), bedoelde categorieën levensmiddelen mag uitsluitend plaatsvinden door personen met de nodige kwalificaties op het gebied van geneeskunde, voeding en geneesmiddelen. Bijkomende informatie die door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg aan de eindgebruiker wordt verstrekt, heeft een louter wetenschappelijk en feitelijk karakter en omvat geen reclame.

Amendement   61

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. Om efficiënt overheidstoezicht mogelijk te maken stellen exploitanten van een levensmiddelenbedrijf de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waar zij de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen in de handel brengen, daarvan in kennis door haar een model van het voor het product gebruikte etiket te doen toekomen.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen in landbouwproducten die voor de productie van de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen bestemd zijn, wordt zoveel mogelijk beperkt, onverminderd Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 2006/141/EG.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater. Specifieke bepalingen over de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen waarbij wordt voorzien in gebruiksbeperkingen voor of een verbod op bepaalde bestrijdingsmiddelen, worden regelmatig bijgewerkt, met bijzondere aandacht voor bestrijdingsmiddelen met werkzame stoffen, beschermstoffen of synergistische middelen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels1 zijn ingedeeld als mutagene stof van categorie 1A of 1B, kankerverwekkende stof van categorie 1A of 1B of giftig voor de voortplanting categorie 1A of 1B, bestrijdingsmiddelen die worden beschouwd als stof met hormoonontregelende eigenschappen die schadelijk kunnen zijn voor de mens of bestrijdingsmiddelen die zijn goedgekeurd als "stof die in aanmerking komt om te worden vervangen"overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

 

______________

 

1 PB L 353 van 31.12.08, blz. 1.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Behoudens de algemene voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 1999/21/EG en de technische en wetenschappelijke vooruitgang, wordt de Commissie gemachtigd om uiterlijk op [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde verordeningen vast te stellen onder inachtneming van het volgende:

2. Behoudens de algemene voorschriften van de artikelen 7 en 9 en de specifieke voorschriften van de artikelen 10 bis en 10 ter en rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 1999/21/EG en de technische en wetenschappelijke vooruitgang, in het bijzonder de resultaten van risicobeoordelingen en het voorzorgsbeginsel als bedoeld in artikel 6, lid 1, wordt de Commissie gemachtigd om uiterlijk op [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen vast te stellen onder inachtneming van het volgende:

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis) de procedure voor het in de handel brengen van in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische innovatie en die niet beantwoorden aan de overeenkomstig punt a) vastgestelde samenstellingsvoorschriften;

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) de bijzondere voorschriften inzake de etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen, inclusief de vergunning voor het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims;

c) de bijzondere voorschriften inzake de etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen; deze voorschriften omvatten de specifieke regels op dit gebied die al voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen gelden;

2. Het is belangrijk om unieke en specifieke bepalingen inzake de bereiding van zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding in de wetgeving te handhaven. 3 bis.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) de voorschriften inzake de informatie die moet worden vermeld op de aanbevelingen die zijn bestemd voor een passend gebruik van de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen.

Amendement   68

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis) verplicht toezicht na het in de handel brengen om te controleren of aan de specifieke voorschriften wordt voldaan.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Behoudens de voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang werkt de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde verordeningen bij overeenkomstig artikel 15.

3. Behoudens de voorschriften van de artikelen 7 en 9 en de specifieke voorschriften van de artikelen 10 bis en 10 ter en rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang, de resultaten van nieuwe risicobeoordelingen en het voorzorgsbeginsel als bedoeld in artikel 6, lid 1, werkt de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen bij overeenkomstig artikel 15.

Motivering

"Gedelegeerde handelingen" is de overeengekomen standaardformulering die in dit soort bepalingen moet worden gebruikt.

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie

 

Naast de voorschriften van artikel 9 mogen levensmiddelen die bedoeld zijn voor personen met een glutenintolerantie die geheel of gedeeltelijk bestaan uit één of meer ingrediënten die vervaardigd zijn uit tarwe, rogge, gerst, haver of kruisingen daarvan die speciaal bewerkt zijn om het gluten te verminderen, mogen geen glutengehalte hebben dat meer bedraagt dan 100 mg/kg in het levensmiddel zoals het aan de eindconsument wordt verkocht.

 

Op de aan de eindconsument verkochte levensmiddelen die bedoeld zijn voor personen met een glutenintolerantie waarvan het glutengehalte niet meer bedraagt dan 100 mg/kg, mag de vermelding "met zeer laag glutengehalte" worden aangebracht.

 

Op de aan de eindconsument verkochte levensmiddelen die bedoeld zijn voor personen met een glutenintolerantie waarvan het glutengehalte niet meer bedraagt dan 20 mg/kg, mag de vermelding "glutenvrij" worden aangebracht.

 

Levensmiddelen die bedoeld zijn voor personen met een glutenintolerantie, voldoen ook aan de volgende criteria:

 

– zij bevatten ongeveer dezelfde hoeveelheid vitamines en minerale zouten als de levensmiddelen die zij vervangen,

 

– zij worden bereid met bijzondere zorg, onder naleving van de goede productiepraktijken (good manufacturing practice, GMP) om verontreiniging met gluten te voorkomen,

 

– als de termen "met zeer laag glutengehalte" of "glutenvrij" worden gebruikt, staan die dicht bij de benaming waaronder het product wordt verkocht.

Motivering

Het is belangrijk in een apart artikel de voornaamste bepalingen van de vigerende Verordening (EG) nr. 41/2009 betreffende de samenstelling en etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie over te nemen.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Levensmiddelen voor gebruik in caloriearme diëten (Low Calorie Diets - LCD) en zeer caloriearme diëten (Very Low Calorie Diets - VLCD)

 

1. LCD- en VLCD-producten voldoen aan de samenstellingsvoorschriften in de bijlage bij deze verordening.

 

2. Alle afzonderlijke bestanddelen waaruit de LCD- en VLCD-producten zijn samengesteld, bevinden zich bij de verkoop in één verpakking.

 

3. De LCD- en VLCD-producten worden onder de volgende benaming verkocht:

 

a) voor VLCD-producten:

 

"Volledige voedingsvervanging voor gebruik in zeer caloriearme diëten";

 

b) voor LCD-producten:

 

"Volledige voedingsvervanging voor gebruik in caloriearme diëten".

 

4. Op de etikettering van de LCD- en VLCD-producten worden, afgezien van de in hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 1169/2011 voorgeschreven gegevens, nog de volgende verplichte bijzonderheden vermeld:

 

a) de in kJ en kcal uitgedrukte energie-inhoud en het in numerieke vorm uitgedrukte gehalte aan eiwitten, koolhydraten en vetten per aangegeven hoeveelheid van het voor consumptie aangeboden gebruiksklare product;

 

b) de in numerieke vorm uitgedrukte gemiddelde hoeveelheid van ieder mineraal en iedere vitamine waarvoor verplichte voorschriften in punt 5 van de bijlage bij deze verordening worden gegeven, per aangegeven hoeveelheid van het voor consumptie aangeboden gebruiksklare product;

 

 

c) indien nodig aanwijzingen voor de juiste bereiding en een verklaring dat het belangrijk is deze aanwijzingen te volgen;

 

d) indien een product bij gebruik volgens de aanwijzingen van de fabrikant tot inname van een dagelijkse hoeveelheid polyolen van meer dan 20 g leidt, de vermelding dat het voedingsmiddel een laxerende werking kan hebben;

 

e) de vermelding dat het belangrijk is dagelijks voldoende vloeistof tot zich te nemen;

 

f) de vermelding dat het product voldoende hoeveelheden van alle essentiële nutriënten voor één dag bevat;

 

g) de vermelding dat het product niet langer dan drie weken mag worden gebruikt zonder medisch advies.

 

5. Op de etikettering van de LCD- en VLCD-producten in kwestie en bij de presentatie ervan de reclame ervoor mag geen melding worden gemaakt van de snelheid of de mate van gewichtsverlies die door het gebruik ervan kan worden gerealiseerd.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 quater

 

Toegang tot de interne markt voor kmo's

 

In nauwe samenwerking met alle belanghebbenden en de Autoriteit stelt de Commissie stelt gepaste richtsnoeren vast en biedt zij technische ondersteuning om bedrijven, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen, in staat te stellen te voldoen aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften en te helpen bij de voorbereiding en indiening van een aanvraag voor een wetenschappelijke beoordeling. De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen aan te nemen conform artikel 15 teneinde deze richtsnoeren aan te nemen.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – leden 1 en 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Vitaminen, mineralen, aminozuren en andere stoffen mogen aan de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen worden toegevoegd, mits dergelijke stoffen aan de volgende voorwaarden voldoen:

1. Rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG en Verordening (EG) nr. 953/2009, stelt de Commissie uiterlijk [twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van deze verordening] een de EU-lijst op van vitaminen, mineralen en andere stoffen die aan elke categorie van de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen kunnen worden toegevoegd ("de EU-lijst").

a) zij vormen op grond van het beschikbare wetenschappelijke bewijsmateriaal geen veiligheidsprobleem voor de gezondheid van de consument; en

 

b) zij zijn beschikbaar voor gebruik door het menselijke lichaam.

 

2. Uiterlijk op [2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie door middel van uitvoeringsverordeningen een EU-lijst op van toegelaten stoffen die voldoen aan de voorwaarden van lid 1 en zij werkt deze lijst daarna bij. In de EU-lijst wordt een specificatie van de stof verstrekt en worden zo nodig ook de gebruiksvoorwaarden en de van toepassing zijnde zuiverheidscriteria aangegeven. Die uitvoeringsverordeningen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Om naar behoren gerechtvaardigde, uiterst urgente redenen in verband met optredende gezondheidsrisico's stelt de Commissie onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen vast tot bijwerking van de EU-lijst overeenkomstig artikel 14, lid 3.

 

 

2. Vitaminen, mineralen, aminozuren en andere stoffen mogen aan de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen worden toegevoegd, mits dergelijke stoffen aan de volgende voorwaarden voldoen:

 

a) zij vormen op grond van het algemeen erkende en middels collegiale toetsing beoordeelde, beschikbare wetenschappelijke bewijsmateriaal geen veiligheidsprobleem voor de gezondheid van de consument;

 

b) zij zijn beschikbaar voor gebruik door het menselijke lichaam;

 

b bis) zij zijn geschikt voor het nutritioneel gebruik waarvoor zij bedoeld zijn;

 

b ter) zij hebben, op basis van het algemeen erkende wetenschappelijke bewijsmateriaal, een nutritioneel of fysiologisch effect.

 

2 bis. Voor de in lid 2 bedoelde stoffen die uit technisch vervaardigde nanomaterialen bestaan, zijn de volgende aanvullende voorwaarden van toepassing:

 

a) er is aangetoond dat aan de voorwaarde in lid 2, onder a) is voldaan, aan de hand van adequate testmethoden; alsmede

 

b) de voedingswaarde en geschiktheid ervan voor de personen voor wie zij bestemd zijn, is aangetoond.

 

3. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen aan te nemen teneinde de EU-lijst vast te stellen.

(Lid 1 van de tekst van de Commissie is lid 2 geworden en lid 2 van de tekst van de Commissie is lid 1 geworden, met wijzigingen.)

Motivering

Het is noodzakelijk dat de verrijkte voedingsmiddelen een toegevoegde voedingswaarde hebben voor de consument, nog afgezien van het feit dat ze onschadelijk moeten zijn en door het menselijk lichaam moeten kunnen worden opgenomen. Temeer daar het, als in de huidige wetgeving, in de eerste plaats pasgeborenen of patiënten in een ziekenhuisomgeving betreft waarvoor deze voeding vaak van vitaal belang is. Bovendien moet er, om te voorkomen dat er een wettelijk vacuüm ontstaat, onderscheid gemaakt worden tussen de huidige lijst met toegevoegde stoffen en de lijst die waarschijnlijk over twee jaar zal worden bijgewerkt.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – leden 3, 4 en 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 11 bis

 

Bijwerking van de EU-lijst

3. Een stof kan in de in lid 2 bedoelde EU-lijst worden opgenomen op initiatief van de Commissie of na ontvangst van een aanvraag daartoe. Er kunnen aanvragen worden ingediend door een lidstaat of een belanghebbende partij, die ook verscheidene belanghebbende partijen kan vertegenwoordigen (hierna "de aanvrager" genoemd). De aanvragen worden overeenkomstig lid 4 bij de Commissie ingediend.

1. Een stof kan in de EU-lijst worden opgenomen op initiatief van de Commissie of na ontvangst van een aanvraag daartoe. Er kunnen aanvragen worden ingediend door een lidstaat of een belanghebbende partij, die ook verscheidene belanghebbende partijen kan vertegenwoordigen ("de aanvrager"). De aanvragen worden overeenkomstig lid 2 bij de Commissie ingediend.

 

1 bis. De aanvrager dient een aanvraag in bij de Commissie. De Commissie bevestigt de ontvangst ervan binnen 14 dagen na ontvangst.

4. De aanvraag omvat:

2. De aanvraag omvat:

a) de naam en het adres van de aanvrager;

a) de naam en het adres van de aanvrager;

b) de naam en een duidelijke beschrijving van de stof

b) de naam en een duidelijke beschrijving van de stof

c) de samenstelling van de stof;

c) de samenstelling van de stof;

d) het voorgestelde gebruik van de stof en de voorwaarden daarvan;

d) het voorgestelde gebruik van de stof en de voorwaarden daarvan;

e) een systematisch onderzoek van de wetenschappelijke gegevens en passende studies die zijn verricht volgens algemeen aanvaarde richtsnoeren van deskundigen over de opzet en de uitvoering van dergelijke studies;

e) een systematisch onderzoek van de wetenschappelijke gegevens en passende middels collegiale toetsing beoordeelde studies die zijn verricht volgens algemeen aanvaarde richtsnoeren van deskundigen over de opzet en de uitvoering van dergelijke studies;

f) wetenschappelijk bewijsmateriaal over de hoeveelheid van de stof die de gezondheid van de personen waarvoor hij is bestemd niet in gevaar brengt en de geschiktheid van de stof voor het beoogde gebruik;

f) wetenschappelijk bewijsmateriaal over de hoeveelheid van de stof die de gezondheid van de personen waarvoor hij is bestemd niet in gevaar brengt en de geschiktheid van de stof voor het beoogde gebruik;

g) wetenschappelijk bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de stof beschikbaar is voor gebruik door het menselijke lichaam;

g) wetenschappelijk bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de stof beschikbaar is voor gebruik door het menselijke lichaam en dat zij een nutritioneel of fysiologisch effect heeft;

h) een samenvatting van de inhoud van de aanvraag.

h) een samenvatting van de inhoud van de aanvraag.

5. Wanneer een stof reeds in de EU-lijst is opgenomen en er een significante verandering in de productiemethoden plaatsvindt of de deeltjesgrootte wordt gewijzigd, bijvoorbeeld via de nanotechnologie, wordt de door deze nieuwe methoden bereide stof als een andere stof beschouwd en wordt de EU-lijst dienovereenkomstig gewijzigd voordat de stof in de Unie in de handel kan worden gebracht.

3. Wanneer een stof reeds in de EU-lijst is opgenomen en er een significante verandering in de productiemethoden plaatsvindt of de deeltjesgrootte wordt gewijzigd, bijvoorbeeld via de nanotechnologie, wordt de door deze nieuwe methoden of door een wijziging van de deeltjesgrootte bereide stof als een andere stof beschouwd die niet in de lijst wordt opgenomen en waarvoor een aparte aanvraag vereist is.

 

4. Als een stof uit de EU-lijst niet meer voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 11, lid 2 en 2 bis, zal de Commissie bepalen dat deze stof van de EU-lijst wordt verwijderd.

 

5. Een in de EU-lijst opgenomen stof omvat:

 

– een specificatie van de stof

 

– zo nodig de gebruiksvoorwaarden en

 

– zo nodig de van toepassing zijnde zuiverheidscriteria.

 

6. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen aan te nemen teneinde de EU-lijst bij te werken. Wanneer bij optredende gezondheidsrisico's dwingende urgente redenen dat vereisen, is de in artikel 16 vastgestelde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Motivering

Omdat de verordening pas twee jaar na de inwerkingtreding van toepassing zal zijn, zal de Commissie naar alle waarschijnlijkheid eerst een lijst opstellen (artikel 11), waarna deze lijst kan worden bijgewerkt op initiatief van de Commissie of als gevolg van een aanvraag (artikel 11 bis). Wat deze bijgewerkte lijst betreft, lijkt het verstandig om niet alleen voor de toevoeging van stoffen maar ook voor de verwijdering van bepaalde stoffen uit specifieke levensmiddelen bepalingen vast te stellen.

Nanomaterialen kunnen alleen aan de hand van specifieke testmethoden worden geëvalueerd. Daarom moeten alleen stoffen op de lijst kunnen worden geplaatst die waarvan is aangetoond dat zij veilig zijn.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – letter v bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

v bis) wetenschappelijke gegevens die verkregen zijn door dierproeven om de veiligheid van de stof te beoordelen.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algemene vertrouwelijkheidsclausule

Algemene vertrouwelijkheids- en transparantieclausule

13. De Commissie, de EFSA en de lidstaten nemen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 de nodige maatregelen om een passende mate van vertrouwelijkheid van door hen ingevolge deze verordening ontvangen informatie te waarborgen, behalve indien het gaat om informatie die, als de omstandigheden dat vereisen, openbaar moet worden gemaakt ter bescherming van de gezondheid van mens en dier of van het milieu.

13. De Commissie, de EFSA en de lidstaten garanderen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001, een zo ruim mogelijke toegang tot de documenten en in het bijzonder staan zij de burger bij en informeren deze over de manieren om een aanvraag in te dienen voor toegang tot de documenten. Zij nemen tevens de nodige maatregelen om een passende mate van vertrouwelijkheid van door hen ingevolge deze verordening ontvangen informatie te waarborgen, behalve indien het gaat om informatie die, als de omstandigheden dat vereisen, openbaar moet worden gemaakt ter bescherming van de gezondheid van mens en dier of van het milieu.

Motivering

Meer transparante communautaire procedures en mogelijke toegang voor de burgers tot documenten van de instellingen zijn een vereiste.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in artikel 2, lid 3, en artikel 10 van deze verordening bedoelde delegatie van bevoegdheden wordt met ingang van (*)[(*) datum van inwerkingtreding van de basiswetgevingshandeling of een andere door de wetgever vastgestelde datum] voor onbepaalde tijd verleend.

2. De in artikel 10, lid 2 en 3, artikel 10 quater, artikel 11, lid 3, en artikel 11 bis, lid 6, van deze verordening bedoelde delegatie van bevoegdheden wordt voor een periode van vijf jaar volgend op de inwerkingtreding van deze verordening verleend. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met termijnen van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen die verlenging verzet.

Motivering

Omdat het gaat om gedelegeerde handelingen en teneinde een juridische samenhang tussen verschillende communautaire handelingen te verzekeren, wordt in dit amendement de formulering overgenomen uit Verordening nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Het is niet wenselijk dat de definities door middel van gedelegeerde handelingen worden bijgewerkt, aangezien deze definities een essentieel onderdeel van de verordening vormen dat alleen mag worden gewijzigd door middel van de gewone wetgevingsprocedure. Het opstellen en bijwerken van de lijst is een handeling van algemene strekking ter aanvulling op of wijziging van niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in artikel 2, lid 3, en artikel 10 van deze verordening bedoelde delegatie van bevoegdheden kan op elk ogenblik door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3. De in artikel 10, lid 2 en 3, artikel 10 quater, artikel 11, lid 3, en artikel 11 bis, lid 6, van deze verordening bedoelde delegatie van bevoegdheden kan op elk ogenblik door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Motivering

Een versterkte democratische controle lijkt nodig waar het gaat om de definities die zijn vastgelegd in artikel 2, lid 3. Als het gaat om de meer technische overwegingen die zijn verbonden aan de samenstelling van en de informatie over de producten, alsmede over de specifieke bepalingen ten behoeve van kmo's, is hiermee de delegatie van bevoegdheden aan de Commissie beter gerechtvaardigd.

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Een krachtens artikel 2, lid 3, en artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld niet voornemens te zijn bezwaar te maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.

5. Een krachtens artikel 10, lid 2 en 3, artikel 10 quater, artikel 11, lid 3, en artikel 11 bis, lid 6, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld niet voornemens te zijn bezwaar te maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.

Motivering

Het is niet wenselijk dat de definities door middel van gedelegeerde handelingen worden aangepast, aangezien deze definities een essentieel onderdeel van de verordening vormen en alleen mogen worden veranderd door middel van de gewone wetgevingsprocedure. Het opstellen en bijwerken van de lijst is een handeling van algemene strekking ter aanvulling op of wijziging van niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. Bovendien zijn de in artikel 11, lid 1, gestelde voorwaarden zeer open. Derhalve moet gebruik worden gemaakt van gedelegeerde handelingen.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Levensmiddelen voor personen met een lactose-intolerantie

 

Uiterlijk 1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie een verslag in, indien nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel, om de status van de vermeldingen "lactosevrij" en "met zeer laag lactosegehalte" op etiketten te verduidelijken.

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 ter

 

Voor peuters bestemde melk

 

Uiterlijk ... [1 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een beoordeling van de behoefte aan bijzondere bepalingen over de samenstelling en etikettering van melk voor peuters tussen één en drie jaar. In dit verslag wordt gekeken naar de voedingsbehoeften, het consumptiepatroon, de nutritionele inname en de niveaus van blootstelling aan verontreinigingen en bestrijdingsmiddelen van deze peuters. In het verslag komt ook de vraag aan bod of de melk in kwestie nutritionele voordelen heeft ten opzichte van normale voeding voor een kind dat borstvoeding krijgt. Op basis van de conclusies van dit verslag gaat de Commissie over tot een van de twee volgende maatregelen:

 

a) zij besluit dat er geen speciale bepalingen voor de samenstelling en etikettering van voor peuters bestemde melk nodig zijn; of

 

b) zij dient indien nodig overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure, op basis van artikel 114 van het VWEU, de nodige passende wetgevingsvoorstellen in.

 

Vóór de opstelling van bovengenoemd Commissieverslag blijft melk voor peuters tussen één en drie jaar vallen in het toepassingsgebied van de desbetreffende wetgeving van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 178/2002, Verordening(EG) nr. 1925/2006 en Verordening (EG) nr. 1924/2006;

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Bijlage (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Samenstellingsvoorschriften voor LCD- en VLCD-producten

 

Deze voorschriften hebben betrekking op gebruiksklare, als zodanig verkochte of volgens de volgens de aanwijzingen van de fabrikant gereconstitueerde LCD- en VLCD-producten.

 

1. Energie

 

1.1. De energie-inhoud van een VLCD-product bedraagt minstens 1680 kJ (400 kcal) en hoogstens 3360 kJ (800 kcal) per volledig dagrantsoen.

 

1.2. De energie-inhoud van een LCD-product bedraagt minstens 3360 kJ (800 kcal) en hoogstens 5040 kJ (1200 kcal) per volledig dagrantsoen.

 

2. Eiwitten

 

2.1. Het in LCD- en VLCD-producten aanwezige eiwit bevat minstens 25 % en hoogstens 50 % van de totale energie-inhoud van het product. In elk geval bedraagt de hoeveelheid eiwit van deze producten niet meer dan 125 g.

 

2.2. In punt 2.1 wordt een eiwit bedoeld waarvan de chemische index gelijk is aan die van het referentie-eiwit van de FAO/WHO (1985) in tabel 2. Als de chemische index lager is dan 100 % van het referentie-eiwit, worden de minimumeiwitgehaltes dienovereenkomstig verhoogd. De chemische index van het eiwit is in ieder geval minstens gelijk aan 80 % van die van het referentie-eiwit.

 

2.3. Onder "chemische index" wordt verstaan de laagste van de verhoudingen tussen de hoeveelheid van ieder essentieel aminozuur die het proefeiwit bevat, en de hoeveelheid van ieder daarmee corresponderend aminozuur in het referentie-eiwit.

 

2.4. In ieder geval mogen aminozuren alleen dan worden toegevoegd, indien daarmee de voedingswaarde van het eiwit wordt verhoogd en dan nog uitsluitend in de voor dat doel benodigde verhoudingen.

 

3. Vetten

 

3.1. De aan vet ontleende energie bedraagt ten hoogste 30 % van de totale energie-inhoud van het product.

 

3.2. De hoeveelheid linolzuur (in de vorm van glyceriden) bedraagt minstens 4,5 g.

 

4. Voedingsvezel

 

Het voedingsvezelgehalte van LCD- en VLCD-producten bedraagt minstens 10 g en hoogstens 30 g per dagrantsoen.

 

5. Vitaminen en mineralen

 

LCD- en VLCD-producten leveren voor de hele dagelijkse voeding minstens: 100 % van de in tabel 1 aangegeven hoeveelheden vitaminen en mineralen.

TABEL 1

Vitamine A

(µ RE)

700

Vitamine D

(µ)

5

Vitamine E

(mg-TE)

10

Vitamine C

(mg)

45

Thiamine

(mg)

1,1

Riboflavine

(mg)

1,6

Niacine

(mg-NE)

18

Vitamine B6

(mg)

1,5

Folaat

(µ)

200

Vitamine B12

(µ)

1,4

Biotine

(µ)

15

Pantotheenzuur

(mg)

3

Calcium

(mg)

700

Fosfor

(mg)

550

Kalium

(mg)

3 100

IJer

(mg)

16

Zink

(mg)

9,5

Koper

(mg)

1,1

Jood (jodium)

(µ)

130

Seleen (selenium)

(µ)

55

Natrium

(mg)

575

Mgnesium

(mg)

150

Mangaan

(mg)

1

Tabel 2

PATROON VAN DE VEREISTE AMINOZUREN (1)

 

g/100 g eiwit

Cystine + methionine

1,7

Histidine

1,6

Isoleucine

1,3

Leucine

1,9

Lysine

1,6

Fenylalanine + tyrosine

1,9

Threonine

0,9

Tryptofaan

0,5

Valine

1,3

(1) Wereldgezondheidsorganisatie. Energy and protein requirements. Report of a Joint FAO/WHO/UNU Meeting. Genève: Wereldgezondheidsorganisatie 1985. (WHO Technical Report Series, 724).

(1)

PB C 24 van 28.1.2012, blz. 119.


TOELICHTING

1. Achtergrond

In 1977 werd dieetvoeding voor het eerst in de Europese wetgeving genoemd, en wel in een richtlijn. Deze tekst werd verscheidene malen gewijzigd en in 2009 geconsolideerd in een kaderrichtlijn die berustte op het begrip "voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen".

Vierendertig jaar later, na een volledig onderzoek van de geldende wetgeving in deze felbegeerde sector (met een marktaandeel tussen 1% en 2%), constateert de Commissie onomwonden dat het vandaag de dag zowel voor de consument als voor de controle-instanties moeilijk is een onderscheid te maken tussen levensmiddelen die bestemd zijn voor normaal gebruik en levensmiddelen die bestemd zijn voor specifieke groepen. De Commissie geeft enkele voorbeelden: proteïnerepen die de opbouw van spiermassa bij sportbeoefenaars bevorderen, voedingssupplementen voor zwangere vrouwen, levensmiddelen verrijkt met calcium en vitamine D voor ouderen, vermageringsproducten, enz.

In de effectenbeoordeling worden meerdere redenen voor deze onduidelijkheden gegeven: uiteenlopende interpretaties en toepassingen van de kaderrichtlijn in de lidstaten, administratieve lasten, wijzigingen in samenstelling en etikettering, innovatie, concurrentievermogen, prijzen, bescherming en informatie van de consumenten. De constatering van de Commissie noopt in elk geval tot deze herschikking van de levensmiddelenwetgeving die voor specifieke bevolkingsgroepen is bestemd.

2. Belangrijk punt van het voorstel voor een verordening: het begrip dieetvoeding verdwijnt

In 2007 werd begonnen met het raadplegen van de lidstaten en in juni 2011 heeft de Commissie dit voorstel voor een verordening inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik gepresenteerd. Met dit voorstel worden de volgende richtlijnen ingetrokken:

· Richtlijn 2009/39/EG betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen (herschikking van de kaderrichtlijn van 1989);

· Richtlijn 92/52/EEG inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding die voor de uitvoer naar derde landen is bestemd;

· Richtlijn 96/8/EG inzake voedingsmiddelen die zijn bestemd om in energiebeperkte diëten te worden genuttigd voor gewichtsvermindering;

· Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie.

Deze grondige herziening is ingegeven door een streven naar vereenvoudiging. Hetzelfde geldt voor de vaststelling van één lijst van stoffen die mogen worden toegevoegd aan de levensmiddelen waarop dit voorstel betrekking heeft ("EU-lijst"). De vraag is wel hoe voorkomen kan dat door deze consolidatie beduidend meer vitaminen, mineralen en andere stoffen aan deze zeer specifieke levensmiddelen zullen worden toegevoegd.

3. Opmerkingen van de rapporteur

De werkingssfeer van deze verordening

De Commissie heeft er goed aan gedaan slechts een beperkt aantal specifieke levensmiddelen onder deze verordening te laten vallen. Uiteraard verdienen zuigelingen, peuters tot drie jaar en bepaalde patiënten voor wie bijzondere voeding van wezenlijk belang is, extra aandacht. Voor hen is binnen de EU een geharmoniseerde behandeling nodig. Wat dit betreft is de rapporteur het eens met het advies van de Commissie om het bestaande wettelijk kader voor deze kwetsbare personen in stand te houden.

Hoe staat het met de andere categorieën levensmiddelen die niet (langer) kunnen profiteren van een wettelijk kader "op maat"? Dat de Commissie het begrip dieetvoeding wil afschaffen, is immers niet zonder gevolg voor sommige wetten die momenteel van kracht zijn, in de eerste plaats Richtlijn 96/8/EG inzake voedingsmiddelen die zijn bestemd om in energiebeperkte diëten te worden genuttigd voor gewichtsvermindering. De rapporteur is van oordeel dat er nog steeds een specifieke wettekst vereist is voor maaltijden die de dagelijkse voeding geheel of gedeeltelijk vervangen (waardoor iemand alle benodigde vitaminen, mineralen, eiwitten, essentiële vetzuren, vezels e.d. binnenkrijgt), Dat is de beste manier om te garanderen dat bepaalde eisen aan de samenstelling van genoemde levensmiddelen gehandhaafd blijven en dat deze eisen duidelijk worden onderscheiden van alles wat met claims te maken heeft (Verordening (EG) nr. 1924/2006).

Daarentegen is het logisch levensmiddelen voor sportbeoefenaars niet onder de toekomstige verordening te laten vallen. We kunnen objectief vaststellen dat het moeilijk is de categorie "sportbeoefenaars" te definiëren of een onderscheid te maken tussen voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, en een product dat als een stimulerend middel of doping zou kunnen worden beschouwd. Het lijkt dus een goed idee sportproducten onder de algemene voedingswetgeving (verordening van 28 januari 2002) te rangschikken, omdat zij doorgaans niet in speciale dieetbehoeften voorzien.

We moeten beslist ook aandacht schenken aan de 32 miljoen Europese burgers met diabetes. Daarvoor is het echter niet per se nodig specifieke voedingsnormen aan te nemen. Ook op dit punt verdient de aanpak van de Commissie dus onze steun. De Commissie heeft hierbij overigens de door de organisaties van diabetespatiënten uitgestippelde lijn gevolgd. De huidige situatie is alarmerend: het aantal gevallen van diabetes zal tegen 2030 met 16% toenemen, vooral door de obesitasepidemie en de vergrijzing van de Europese bevolking.

Opneming van zeer laag calorische diëten voor obesitaspatiënten

De gedachte is om de Very Low Calorie Diet Products (VLCD) onder deze verordening te laten vallen, door deze op te nemen in de definitie van voeding voor medisch gebruik. In tegenstelling tot veel andere diëten die een gewichtsafname beogen (van 800 tot 1 200 kcal per dag), is het zeer laag calorische dieet (tussen 400 en 800 kcal per dag) strikt aan een bepaalde tijd gebonden, doorgaans niet langer dan vier weken. Bovendien is daarvoor toestemming en medische begeleiding nodig. Dit vanwege bijkomende risico's voor de gezondheid van de obesitaspatiënt.

De juridische basis voor personen met een voedingsintolerantie

Een ander kernpunt van dit voorstel betreft de integratie van Verordening (EG) nr. 41/2009 over levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie, in het wetgevingskader voor voedings- en gezondheidsclaims (Verordening (EG) nr. 1924/2006).

De rapporteur is het niet eens met deze keuze van de Commissie, omdat er geen toereikend wettelijk kader wordt geboden aan mensen met een glutenintolerantie of andere veel voorkomende vormen van voedingsintolerantie. Dat heeft diverse redenen.

Ten eerste bevat de huidige versie van Verordening (EG) nr. 1924/2006 nog steeds geen voedingsprofielen, die het ware DNA van de voeding vormen en een beslissende rol spelen in de afweging om al dan niet een claim te doen. De tweede reden houdt indirect verband met de aard van Verordening (EG) nr. 1924/2006, die berust op het beginsel van volledige lijsten. Wat niet uitdrukkelijk in deze lijsten vermeld staat, is verboden. Aangezien de vermelding "lactosevrij" niet in de bijlage van Verordening (EG) nr. 1924/2006 is opgenomen, is de kans dus heel groot dat de vermelding "lactosevrij" verboden wordt. Een dergelijke vermelding is echter van wezenlijk belang voor personen met een lactose-intolerantie (de bevolking van de Middellandse Zeelanden heeft daar meer last van dan de inwoners van Scandinavië).

Om het ontstaan van een dergelijke "grijze zone" te voorkomen, geeft de rapporteur de voorkeur aan een betere optie: de regels betreffende de vermeldingen voor gluten en lactose overhevelen naar de nieuwe Verordening (EG) nr. 1169/2011 inzake voedseletikettering. Het betreft horizontale wetgeving, die in artikel 36 reeds voorziet in de mogelijkheid om criteria vast te stellen voor de vermelding van allergenen.

Snelle en goedkope procedures

Het is essentieel dat de kennisgevingsprocedure sneller gaat verlopen en minder duur wordt en dat deze procedure gehandhaafd blijft. Hierbij moeten de vergunningen voor het in de handel brengen van producten op nationaal niveau worden toegekend en tevens moet het mogelijk zijn deze procedure te versterken door middel van aanvullende regels voor etikettering en samenstelling. Verder is het logisch dat strengere regels dan de procedure vóór de vergunningverlening met voorafgaand advies van de EFSA blijven gelden voor claims ten aanzien van levensmiddelen voor zuigelingen en peuters van één tot drie jaar (bijlage IV van Richtlijn 2006/141/EG).

Andere belangrijke punten: bevordering van de toegang van KMO's en stimuleren van innovatie

De toegang van KMO's tot de interne markt bevorderen, is een van de leidmotieven van de strategie 2020 die door de Commissie is opgezet. Wat nog ontbreekt, is dat dit punt duidelijk in elk wetgevingsvoorstel wordt opgenomen via bepalingen die de toegang van KMO's tot de communautaire markt bevorderen. Dat is des te meer nodig wanneer de Europese en mondiale markt wordt beheerst door een zeer beperkt aantal bedrijven, zoals het geval is bij specifieke levensmiddelen. Daarom zou de rapporteur graag zien dat deze toekomstige verordening positieve effecten heeft op KMO's, deze dynamische economische sector die werkgelegenheid verschaft in Europa, en neemt zij geen genoegen met de uitspraak dat de verordening geen onevenredig effect op kleine bedrijven mag hebben (zoals de Commissie het verwoord in haar effectenbeoordeling, doelstelling 4: Kleine bedrijven en innovatie).

Nee tegen de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in voeding die bestemd is voor kwetsbare bevolkingsgroepen

De huidige regelgeving is ontoereikend. De Europese wetgevers moeten bedrijven dwingen om producten voor pasgeborenen en jonge kinderen in de handel te brengen die vrij zijn van bestrijdingsmiddelen en andere giftige stoffen. Vandaar dat er amendementen worden ingediend waarin de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in specifieke voeding wordt verboden, terwijl de toevallige aanwezigheid van sporen van chemische producten wel wordt geaccepteerd. Bepaalde bestrijdingsmiddelen verontreinigen het milieu en de restanten daarvan kunnen helaas op de betrokken producten terechtkomen.

4. Eerste conclusies

De rapporteur steunt de aanpak van de Commissie, die de wetgeving betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen ingrijpend wil herzien. Speerpunt hierbij is de afschaffing van het begrip dieetvoeding dat vanuit voedingsoogpunt bezien vaak betekenisloos is. De rapporteur is echter van mening dat de rechtszekerheid voor de betrokken bedrijven en kwetsbare bevolkingsgroepen moet worden vergroot. Deze rechtszekerheid kan alleen worden verkregen via regelmatige democratische controle van het Europees Parlement op de definities en de regels voor de samenstelling van levensmiddelen voor zuigelingen, peuters jonger dan drie jaar en bepaalde zieken voor wie specifieke voeding van wezenlijk belang is. Dit wettelijk kader is eenvoudiger maar biedt meer bescherming. Het moet in gelijke mate gelden voor ingevoerde en uitgevoerde levensmiddelen en toepassing van het voorzorgsbeginsel gemakkelijker maken. Het gaat om de goede werking van de interne markt, waarbij de gezondheid van de kwetsbaarsten onder ons niet genegeerd mag worden.

5. Wetgevende voetafdruk

Uw rapporteur is blij met de uitleg die zij via DG SANCO van de Europese Commissie heeft gekregen, maar ook met de talrijke suggesties van haar schaduwrapporteurs, het Poolse voorzitterschap van de Raad, het toekomstige Deense voorzitterschap en de vertegenwoordigers van de Belgische en Franse regering. Verder wil zij de volgende spelers in de sector bedanken voor hun voorstellen: Nestlé, Danone, Unilever, fabrikanten van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen, te weten de Association of the Food Industries for Particular Nutritional Uses (Europese organisatie van fabrikanten van dieetvoeding) (IDACE), de Medical Nutrition International Industry (bedrijfstak van voeding voor medisch gebruik) (MNI), de European Specialist Sports Nutrition Alliance (bedrijfstak van voeding voor sportbeoefenaars) (ESSNA), de European Natural Soyfood Association (organisatie van fabrikanten van natuurlijke producten op sojabasis) (ENSA), het Bureau européen des Unions des Consommateurs (Europees bureau van consumentenverenigingen) (BEUC) en de Britse organisatie "Baby Milk Action". Mijn bijzondere dank gaat uit naar de juristen-linguïsten van het Europees Parlement die politieke voorstellen en juridische samenhang minutieus met elkaar hebben weten te verbinden.


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (10.2.2012)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor bijzonder medisch gebruik

(COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD))

Rapporteur voor advies: Hannu Takkula

BEKNOPTE MOTIVERING

De kwestie van levensmiddelen voor personen met bijzondere voedingsbehoeften, bekend als parnuts-levensmiddelen (food for a particular nutritional use, levensmiddelen die bestemd zijn voor een specifieke voeding) krijgen binnen de wetgeving van de Europese Unie al enige tijd bijzondere aandacht, als gevolg van de duidelijke vraag op de markt naar de voorziening van veilige en gezonde voeding. Voorheen ging het om een nichemarkt, maar de parnuts-sector is de laatste jaren aanzienlijk gegroeid, met als gevolg onduidelijkheid, wanneer wordt geprobeerd tussen algemene levensmiddelen en levensmiddelen voor specifieke groepen te onderscheiden. Met deze ontwikkelingen wordt in het voorgestelde wetgevingskader rekening gehouden en daarom steunt de rapporteur de doelstellingen van het voorstel krachtig.

Algemene opmerkingen

Ondanks een aantal eerdere pogingen tot harmonisatie bestaan er tussen de wetgevingen van de lidstaten op het gebied van parnuts-levensmiddelen nog steeds enorme verschillen. Deze verschillen belemmeren het vrije verkeer van goederen, veroorzaken nodeloze regeldruk voor bedrijven die in de levensmiddelensector actief zijn en hinderen uiteindelijk de werking van de interne markt.

De rapporteur is van mening dat soortgelijke producten op dezelfde manier moeten worden behandeld in de hele Europese Unie, met adequate informatie voor de consument, vrij verkeer van goederen en voor alle goederen gelijke mededingingsomstandigheden. Regels die overbodig, tegenstrijdig en potentieel conflicterend zijn geworden, moeten worden geschrapt en de bescherming van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen en van personen met bijzondere voedingsbehoeften moet gegarandeerd zijn. Een gemeenschappelijk wettelijk systeem voor parnuts-levensmiddelen, zoals door de Commissie wordt voorgesteld, moet daarom worden onthaald als grote stap in de richting van meer veiligheid en duidelijkheid zowel voor de consument als voor de producent.

De rapporteur is van mening dat een degelijk en gestandaardiseerd proces voor voorafgaande toelating voor alle levensmiddelen die bedoeld zijn voor zuigelingen en peuters, almede voor voeding voor bijzonder medisch gebruik, van cruciaal belang is. Om voor veiligheid en efficiëntie te zorgen moet een onafhankelijk orgaan hiervoor instaan op basis van actuele wetenschappelijke informatie (en onderzoek).

In het onderhavige voorstel worden de verantwoordelijkheid voor de kennisgeving en de toelatingsprocedures voor parnuts-levensmiddelen geconcentreerd bij de Commissie, die diverse bestaande marktbelemmeringen zal verwijderen. In verband hiermee is de rapporteur tevreden met de invoering van de "EU-lijst van toegelaten stoffen" (artikel 11), waarmee de drie bestaande afzonderlijke lijsten worden samengevoegd, met als gevolg meer duidelijkheid op dit specifieke gebied. Om een soepel overgangsproces te garanderen verzoekt de rapporteur de Commissie om de snelle invoering en geregelde bijwerking van deze lijst, alsmede om een gestroomlijnd proces voor opname in deze lijst (overeenkomstig artikel 11, lid 3).

In diverse in de ITRE-commissie ingediende amendementen wordt erop gewezen dat bijkomende productgroepen in de tekst van de ontwerpverordening moeten worden opgenomen, namelijk voor peuters bestemde dranken op melkbasis en levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie. De rapporteur is van mening dat de kwestie van de opname van andere voor speciale voeding bestemde levensmiddelen zorgvuldig moet worden geanalyseerd in de ENVI-commissie, binnen het kader voor de kwesties in verband met volksgezondheid.

Aspecten op het gebied van onderzoek en innovatie

De rapporteur is van mening dat een betere EU-wetgeving op het gebied van bijzondere levensmiddelen moet worden aangevuld met investeringen in onderzoek en innovatie, aangezien deze ook tot de ontwikkeling van nieuwe en betere praktijken, producten en processen zullen leiden. In verband hiermee vestigt de rapporteur ook de aandacht op het feit dat de veiligheids- en gezondheidsaspecten van levensmiddelen zijn opgenomen in het hoofdstuk voedselveiligheid van het kaderprogramma van de Unie voor onderzoek en innovatie "Horizon 2020" en dat verdere inspanningen op het gebied van aan elkaar gekoppelde onderzoeks- en innovatieactiviteiten in de sector van de parnuts-levensmiddelen ook krachtig moeten worden ondersteund.

De wijzigingen die in de Commissietekst worden voorgesteld, bijvoorbeeld de uitsluiting van levensmiddelen voor diabetici, levensmiddelen met een laag glutengehalte en sportvoeding, alsmede de invoering van de lijst van de Unie, mogen in geen geval innovatie in de weg staan. De wetenschappelijke kennis op het gebied van parnuts-levensmiddelen wordt steeds beter en daarom moeten de procedures soepel worden gehouden, om verder onderzoek en innovatie op de gebieden in kwestie te bevorderen.

Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's)

De rapporteur wil ervoor zorgen dat wijzigingen in de wetgeving voor levensmiddelen die momenteel onder de kaderrichtlijn parnuts-levensmiddelen vallen, geen disproportioneel effect hebben op kmo's en ook niet de transparantie verminderen en/of nodeloze lasten voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven veroorzaken. Volgens actuele informatie wordt de sector van de parnuts-levensmiddelen gedomineerd door kmo's en vertoonde deze sector de laatste jaren een aanzienlijke groei. De rapporteur is bezorgd door de grote verschillen op het gebied van regeldruk tussen de lidstaten en is van mening dat gestroomlijnde regulering in combinatie met vereenvoudigingsmaatregelen voordelen zal opleveren voor het hele marktsegment.

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het vrije verkeer van veilig en gezond voedsel is een wezenlijk aspect van de interne markt, dat een aanzienlijke bijdrage levert aan de gezondheid en het welzijn van de burgers en aan hun sociale en economische belangen.

(2) Om de gezondheid en het welzijn van de burgers te garanderen is de veiligheid van levensmiddelen een essentiële vereiste voor het vrije verkeer ervan op de interne markt, dat op zijn beurt ten goede komt aan het Europese concurrentievermogen door bedrijven een grotere thuismarkt te bezorgen.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) Nu deze verordening bedoeld is om de voedselveiligheid te garanderen van producten die op de markt worden gebracht voor kwetsbare groepen als zuigelingen, peuters en personen met bijzondere ziekten, is het, voor een hoog beschermingsniveau van de gezondheid van deze personen, nodig dat een aantal stoffen wordt uitgesloten dat mogelijk gevaar inhoudt of dat als gevaarlijk is erkend, wat de samenstelling ervan of de samenstelling van de verpakking ervan betreft.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Richtlijn 2009/39/EG bepaalt dat bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld voor de volgende twee specifieke categorieën levensmiddelen die onder de definitie van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen vallen: "voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars" en "voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici)". Wat voeding die is afgestemd op grote spierinspanning betreft, kon geen overeenstemming worden bereikt over de ontwikkeling van bijzondere bepalingen omdat de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de werkingssfeer van de bijzondere wetgeving, het aantal op te nemen subcategorieën van levensmiddelen, de criteria voor de vaststelling van de samenstellingsvoorschriften en het mogelijke effect op de innovatie bij de productontwikkeling, sterk uiteenliepen. Ten aanzien van de bijzondere bepalingen voor voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici), concludeert een verslag van de Commissie dat de wetenschappelijke basis voor de vaststelling van bijzondere samenstellingsvoorschriften ontbreekt.

(7) Richtlijn 2009/39/EG bepaalt dat bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld voor de volgende twee specifieke categorieën levensmiddelen die onder de definitie van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen vallen: "voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars" en "voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici)". Wat voeding die is afgestemd op grote spierinspanning betreft, kon geen overeenstemming worden bereikt over de ontwikkeling van bijzondere bepalingen omdat de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de werkingssfeer van de bijzondere wetgeving, het aantal op te nemen subcategorieën van levensmiddelen, de criteria voor de vaststelling van de samenstellingsvoorschriften en het mogelijke effect op de innovatie bij de productontwikkeling, sterk uiteenliepen. Voor de goede werking van de gemeenschappelijke markt moet deze categorie levensmiddelen worden geregeld in het kader van Verordening (EG) nr. 1924/2006 en aan de hierin vastgestelde vereisten voldoen. Ten aanzien van de bijzondere bepalingen voor voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici), concludeert een verslag van de Commissie dat de wetenschappelijke basis voor de vaststelling van bijzondere samenstellingsvoorschriften ontbreekt.

Motivering

Met het bestaan van een aangepast regelgevingskader voor levensmiddelen voor sporters kan de rechtszekerheid worden verbeterd en de wildgroei worden voorkomen van nationale normen die de goede werking van de gemeenschappelijke markt kunnen verstoren.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Een beperkt aantal categorieën levensmiddelen vormt de enige voedingsbron van bepaalde groepen van de bevolking of vertegenwoordigt een gedeeltelijke voedingsbron; dergelijke categorieën levensmiddelen zijn van vitaal belang om bepaalde gezondheidstoestanden te beheersen en/of van essentieel belang voor het behoud van de beoogde geschiktheid van de voeding voor bepaalde welomschreven kwetsbare groepen van de bevolking. Die categorieën levensmiddelen omvatten volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik. Uit de ervaring is gebleken dat de bepalingen van Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie op bevredigende wijze zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke levensmiddelen en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid garanderen. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de algemene samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie.

(15) Een beperkt aantal categorieën levensmiddelen vormt de enige voedingsbron van bepaalde groepen van de bevolking of vertegenwoordigt een gedeeltelijke voedingsbron; dergelijke categorieën levensmiddelen zijn van vitaal belang om bepaalde gezondheidstoestanden te beheersen en/of van essentieel belang voor het behoud van de beoogde geschiktheid van de voeding voor bepaalde welomschreven kwetsbare groepen van de bevolking. Die categorieën levensmiddelen omvatten volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding, voor peuters bestemde dranken op melkbasis en voeding voor medisch gebruik. Uit de ervaring is gebleken dat de bepalingen van Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie, Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie, Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie en Richtlijn 1996/8/EG van de Commissie op bevredigende wijze zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke levensmiddelen en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid garanderen. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de algemene samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters, voor peuters bestemde dranken op melkbasis en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie, Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie, Richtlijn 1996/8/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie. Daarnaast moet het begrip "bijzondere voeding" worden gehandhaafd, maar strikt beperkt tot producten die aantoonbaar een uniek vermogen hebben om te voorzien in de specifieke voedingsbehoeften van kwetsbare bevolkingsgroepen, maar die anders op grond van de huidige wetgeving van de Unie niet in de handel zouden kunnen worden gebracht.

Motivering

Het begrip "voor bijzonder voeding bestemde levensmiddelen" moet weer worden opgenomen. Met deze opname kunnen criteria worden vastgesteld om peuters te beschermen met betrekking tot de vereisten op het gebied van voeding en voedselveiligheid die specifiek zijn voor de leeftijdsgroep, bijvoorbeeld beperkingen inzake de toevoeging van nutriënten, microbiologische gevaren en verontreinigingen. Als de producten in kwestie niet worden opgenomen, zullen zij worden behandeld als algemene levensmiddelen en dus vallen onder de voedings- en zuiverheidheidscriteria voor de volwassenenpopulatie, die niet altijd adequaat zijn voor kinderen tussen 12 en 36 maanden.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Het is belangrijk dat de ingrediënten die bij de vervaardiging van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen worden gebruikt, voldoen aan de voedingsbehoeften van en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, en dat de geschiktheid uit voedingsoogpunt ervan is vastgesteld op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens. Die geschiktheid moet worden aangetoond met een systematisch onderzoek van de beschikbare wetenschappelijke gegevens.

(17) Het is belangrijk dat de ingrediënten die bij de vervaardiging van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen worden gebruikt, voldoen aan de voedingsbehoeften van en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, en dat de geschiktheid uit voedingsoogpunt ervan is vastgesteld op grond van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens. Die geschiktheid moet worden aangetoond met een systematisch en onafhankelijk onderzoek van de beschikbare wetenschappelijke gegevens.

Motivering

De wetenschappelijke gegevens over de geschiktheid uit voedingsoogpunt van de bijzondere levensmiddelen moeten niet alleen op systematische, maar ook op onafhankelijke wijze worden onderzocht, om een hoge betrouwbaarheid en algemene aanvaarding van deze gegevens te garanderen.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis) Door de EFSA en de bevoegde nationale autoriteiten moet een geregelde evaluatie voor de bijwerking van de verboden stoffen worden uitgevoerd, met name op basis van nieuwe gegevens en van ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap en de regulering in de lidstaten of op internationaal niveau.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Deze verordening moet de criteria verstrekken voor de vaststelling van de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie. Om de in deze verordening vastgestelde definities van volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik aan te passen, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau, om de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften ten aanzien van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, waaronder etiketteringsvoorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Richtlijn 2000/13/EG, vast te stellen en om voedings- en gezondheidsclaims toe te staan, moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(19) Deze verordening moet de criteria verstrekken voor de vaststelling van de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen, babyvoeding, voor peuters bestemde dranken op melkbasis en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie, Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie, Richtlijn 1996/8/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie. Om de in deze verordening vastgestelde definities van volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen, babyvoeding, voor peuters bestemde dranken op melkbasis en voeding voor medisch gebruik aan te passen, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau, om de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften en de procedure voor het in de handel brengen van uit wetenschappelijke en technologische innovaties resulterende levensmiddelen ten aanzien van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, waaronder etiketteringsvoorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Richtlijn 2000/13/EG, vast te stellen en om voedings- en gezondheidsclaims toe te staan, moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend. Er moet ook worden gezorgd voor een duidelijke en snelle procedure, met behoorlijke eerbiediging van de bescherming van de gezondheid van de consument, om mogelijk te maken dat levensmiddelen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische innovatie, snel op de markt worden gebracht.

Motivering

Het begrip "voor bijzonder voeding bestemde levensmiddelen" moet weer worden opgenomen. Op die manier kan ervoor worden gezorgd dat voor de producten in kwestie de strengste veiligheidsvoorschriften gelden wat nutriënten, microbiologische gevaren, pesticiden en verontreinigingen en kleur- en zoetstoffen betreft. Als de producten in kwestie niet in het toepassingsgebied worden opgenomen, zullen zij worden behandeld als algemene levensmiddelen en dus vallen onder de voedings- en zuiverheidheidscriteria voor de volwassenenpopulatie, die niet adequaat zijn voor kinderen tussen 12 en 36 maanden.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Momenteel mogen de vermeldingen "glutenvrij" of "met zeer laag glutengehalte" uit hoofde van Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie voor zowel voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen en als levensmiddelen voor normale consumptie worden gebruikt. Deze vermeldingen kunnen worden beschouwd als voedingsclaims, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1924/2006. Met het oog op vereenvoudiging moeten die vermeldingen alleen door Verordening (EG) nr. 1924/2006 worden geregeld en aan de voorschriften daarvan voldoen. De technische aanpassingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1924/2006 voor de opneming van de voedingsclaims "glutenvrij" en "met zeer laag glutengehalte" en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden daarvan, als geregeld krachtens Verordening (EG) nr. 41/2009, moeten worden voltooid voordat deze verordening van toepassing wordt.

(26) Momenteel mogen de vermeldingen "glutenvrij" of "met zeer laag glutengehalte" uit hoofde van het bepaalde in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 41/2009 worden gebruikt voor levensmiddelen voor bijzondere voeding die bestemd zijn voor personen met een glutenintolerantie. Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten1 voorziet in de vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie ter regeling van vrijwillige informatie over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid in voedsel van een stof die allergieën of intoleranties kan veroorzaken. Ter wille van de coherentie en de vereenvoudiging van het wettelijke kader moeten de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1169/2011 om uitvoeringshandelingen vast te stellen ter regeling van vrijwillige informatie over het ontbreken of de verminderde aanwezigheid in voedsel van stoffen die intoleranties veroorzaken, zoals gluten en lactose, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 41/2009. Verordening (EU) nr. 1169/2001 dient hiertoe te worden gewijzigd en de benodigde uitvoeringshandelingen dienen door de Commissie te worden vastgesteld voordat onderhavige verordening van kracht wordt. De uitvoeringshandeling in kwestie moet voorzien in de handhaving op de levensmiddelen in kwestie van de vermeldingen "glutenvrij" en "met zeer laag glutengehalte" en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden daarvan, overeenkomstig de specificering in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 41/2009, op grond waarvan de vermelding "met zeer laag glutengehalte" voor deze levensmiddelen niet is toegestaan, alsmede een precisering van de doelgroep, als momenteel geregeld krachtens Verordening (EG) nr. 41/2009, en zo hetzelfde niveau van consumentenbescherming bieden. Dergelijke voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen die bedoeld zijn voor personen met een glutenintolerantie, moeten in deze verordening vermeld blijven, aangezien het aanbieden van deze veilige levensmiddelen voor personen met een glutenintolerantie en het informeren van coeliakiepatiënten over de afwezigheid van gluten essentieel zijn voor de omgang met de aandoening. Dit sluit aan bij de internationale norm voor levensmiddelen voor speciale diëten voor personen met een glutenintolerantie (CODEX STAN 118-1979, herzien in 2008).

 

1 PB L 304 van 22.11.11, blz. 18.

Motivering

Personen met een glutenintolerantie moeten een regelgevingskader kunnen genieten dat aan hun specifieke behoeften is aangepast

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Om een hoog niveau van consumentenbescherming te garanderen moeten op het niveau van de lidstaten adequate procedures worden vastgesteld voor controles zowel op het gebied van gezondheid als wat de samenstelling betreft, zowel vóór als na het in de handel brengen.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Er zijn toereikende overgangsmaatregelen nodig om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven in staat te stellen zich aan de voorschriften van deze verordening aan te passen,

(29) De Commissie moet toereikende overgangsmaatregelen nemen om te zorgen voor rechtszekerheid tijdens de overgangsperiode naar de toepassing van deze verordening en zij moet de exploitanten van levensmiddelenbedrijven de steun en actuele informatie verstrekken die nodig is om hen in staat te stellen zich aan de voorschriften van deze verordening aan te passen.

Motivering

Er moet worden voorkomen dat de aanpassingen in de regelgeving waarin in het kader van dit voorstel wordt voorzien, leiden tot een rechtsvacuüm, zij het tijdelijk.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Er moet worden voorzien in een procedure om het tijdelijk in de handel brengen mogelijk te maken van levensmiddelen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische innovatie, om de vruchten van het onderzoek van bedrijven te valoriseren in afwachting van de aanpassing van de specifieke richtlijn in kwestie. Ter wille van de bescherming van de gezondheid van de consumenten kan evenwel slechts toestemming voor het in de handel brengen worden verleend na raadpleging van de EFSA.

Motivering

Het is belangrijk de bedrijven in de sector zo goed mogelijk te sturen wat de te ondernemen acties betreft, om ervoor te zorgen dat zij zo goed mogelijk kunnen voorzien in de specifieke voedingsbehoeften van kwetsbare groepen. Op deze manier kunnen de groepen in kwestie snel de voordelen genieten van de relevante technische en wetenschappelijk vooruitgang.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 ter) Teneinde de toegang tot de markt te vergemakkelijken voor operatoren, met name kleine en middelgrote ondernemingen, die levensmiddelen die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische innovatie, in de handel willen brengen, moet de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken belanghebbenden richtsnoeren vaststellen voor de procedure voor het tijdelijke in de handel brengen van levensmiddelen die het resultaat van wetenschappelijke en technologische innovatie zijn.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter g – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii) voor peuters bestemde melk;

Schrappen

Motivering

Voor peuters bestemde dranken op melkbasis zijn extra samengestelde producten met een hoge voedingswaarde die voorzien in de voedingsbehoeften van jonge kinderen tussen de 12 en 36 maanden. Als deze producten van de verordening wordt uitgesloten, leidt dat tot minder voedselveiligheidsmaatregelen, een niet-specifieke voedingssamenstelling en stilstand bij de harmonisatie tussen de lidstaten. Daardoor zullen deze producten als algemene levensmiddelen worden behandeld en dus vallen onder de voedings- en veiligheidscriteria voor volwassenen, die niet adequaat zijn voor kinderen tussen de 12 en 36 maanden.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Controle

 

De nationale bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat een adequaat toezichtssysteem wordt ingesteld om te garanderen dat de marktspelers deze verordening en de toepasselijke gezondheidsvoorschriften naleven.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen zijn zodanig samengesteld dat zij voldoen aan de voedingsbehoeften en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, overeenkomstig algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens.

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen zijn zodanig samengesteld dat zij voldoen aan de voedingsbehoeften en geschikt zijn voor de personen voor wie zij zijn bestemd, overeenkomstig algemeen aanvaarde en op onafhankelijke wijze beoordeelde wetenschappelijke gegevens en een medisch advies.

Motivering

Zie motivering bij amendement 1.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen verstrekken passende informatie aan de consument en mogen niet misleidend zijn.

3. De etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen mogen niet misleidend zijn en:

 

a) verstrekken duidelijke en passende informatie aan de consument; alsmede,

 

b) zijn gebaseerd op het advies van onafhankelijke personen die gekwalificeerd zijn op het gebied van geneeskunde, voeding of geneesmiddelen, rekening houdend met de specifieke behoeften van de personen voor wie de levensmiddelen zijn bedoeld en met gebruikmaking van door de EFSA gevalideerde wetenschappelijke gegevens.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Bij etikettering en presentatie van gewone levensmiddelen en bij de desbetreffende reclame is het gebruik verboden van:

 

a) de woorden "bijzondere voeding", al dan niet gecombineerd met andere woorden, om deze levensmiddelen te omschrijven;

 

b) elke andere aanduiding of presentatie die de indruk kan wekken dat het een van de in artikel 1, leden 1 en 2, omschreven producten betreft.

Motivering

Een soortgelijke bepaling moet worden gehandhaafd als in artikel 2, lid 2, onder b), van de huidige kaderrichtlijn. Zo kan worden gegarandeerd dat alleen producten die aan de verordening voldoen, kunnen worden gepresenteerd als producten die in de specifieke behoefte van de doelgroep voorzien. Voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen moeten duidelijk worden onderscheiden van levensmiddelen voor normale consumptie. Alleen bij normale levensmiddelen met goedgekeurde voedings- of gezondheidsclaims mag informatie over de geschiktheid ervan bij bepaalde aandoeningen worden toegestaan.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De verspreiding van nuttige informatie of aanbevelingen in verband met de in artikel 1, lid 1, bedoelde categorieën levensmiddelen mag uitsluitend plaatsvinden door personen met de nodige kwalificaties op het gebied van geneeskunde, voeding en geneesmiddelen of door andere beroepsbeoefenaren die verantwoordelijk zijn voor de gezondheidszorg voor moeders en kinderen.

4. De verantwoordelijkheid voor de verspreiding van nuttige informatie of aanbevelingen in verband met de in artikel 1, lid 1, bedoelde categorieën levensmiddelen behoort uitsluitend toe aan personen met de nodige kwalificaties op het gebied van geneeskunde, voeding en geneesmiddelen of door andere beroepsbeoefenaren die verantwoordelijk zijn voor de gezondheidszorg voor moeders en kinderen en moet gebaseerd zijn op wetenschappelijke gegevens die op onafhankelijke wijze kunnen worden gecontroleerd.

Motivering

Alle informatie over de levensmiddelencategorieën in kwestie die wordt verspreid op passieve wijze (bijvoorbeeld via internet), moet zijn opgesteld door erkende beroepsbeoefenaars en gebaseerd zijn op controleerbare wetenschappelijke gegevens. 4 bis.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Behoudens de algemene voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 1999/21/EG en de technische en wetenschappelijke vooruitgang, wordt de Commissie gemachtigd om uiterlijk op [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde verordeningen vast te stellen onder inachtneming van het volgende:

2. Behoudens de algemene voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG, Richtlijn 1999/21/EG en de technische en wetenschappelijke vooruitgang, in het bijzonder de resultaten van risicobeoordelingen en het voorzorgsbeginsel, wordt de Commissie gemachtigd om uiterlijk op [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde verordeningen voor de onder artikel 1, lid 1, vallende levensmiddelen vast te stellen onder inachtneming van het volgende:

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) de bijzondere beperkingen wat het materiaal van de verpakking van de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen betreft;

Motivering

De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om stoffen in de verpakking van levensmiddelen voor zuigelingen en kinderen die een effect op het product kunnen hebben vóór dit wordt geconsumeerd, te controleren of te verbieden, bijvoorbeeld BPA in de binnendeklaag van recipiënten voor volledige zuigelingenvoeding, die in het product kan uitlekken.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) de afwijkingen van de minimale lettergrootte als gevolg van de aanvullende bijzondere voorschriften inzake de informatie die op de etiketten van bepaalde in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen moet worden vermeld en andere leesbaarheidscriteria die zijn vastgesteld in artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1169/2011;

Motivering

De specifieke etiketteringsvoorschriften voor de productgroepen in kwestie zullen worden geëvalueerd en herzien via gedelegeerde handelingen. Op dat moment moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften inzake consumenteninformatie en leesbaarheid die voor deze producten gelden en die een afwijking van de minimale lettergrootte en van andere voor algemene voeding vastgestelde leesbaarheidsvoorschriften nodig kunnen maken.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) de procedure voor het in de handel brengen van een in artikel 1, lid 1, bedoeld levensmiddel dat het resultaat is van wetenschappelijke en technologische innovatie en dat niet beantwoordt aan de in de gedelegeerde verordeningen vastgestelde samenstellingsregels;

Motivering

Voor levensmiddelen die in het toepassingsgebied van deze verordening vallen, moet aanzienlijke extra informatie worden verstrekt in vergelijking met de algemene voorschriften inzake voedingsetikettering, om veilig gebruik ervan te garanderen. De specifieke etiketteringsvoorschriften voor de productgroepen in kwestie zullen worden geëvalueerd en herzien via gedelegeerde handelingen. Op dat moment moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften inzake consumenteninformatie en leesbaarheid die voor deze producten gelden en die een afwijking van de minimale lettergrootte en van andere voor algemene voeding vastgestelde leesbaarheidsvoorschriften nodig kunnen maken.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – letter f bis) (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis) de voorschriften inzake informatie die moet worden verstrekt met betrekking tot aanbevelingen voor adequaat gebruik van de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen.

Motivering

Voor levensmiddelen die in het toepassingsgebied van deze verordening vallen, moet aanzienlijke extra informatie worden verstrekt in vergelijking met de algemene voorschriften inzake voedingsetikettering, om veilig gebruik ervan te garanderen.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Behoudens de voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang werkt de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde verordeningen bij overeenkomstig artikel 15.

3. Behoudens de voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang en met de resultaten van nieuwe risicobeoordelingen, alsmede met inachtneming van het voorzorgsbeginsel werkt de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde verordeningen bij overeenkomstig artikel 15.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Om mogelijk te maken dat levensmiddelen die bestemd zijn voor bijzondere voeding en die het resultaat zijn van wetenschappelijke en technologische vooruitgang, snel op de markt worden gebracht, kan de Commissie na raadpleging van de EFSA gedelegeerde handelingen vaststellen overeenkomstig artikel 15 om voor een periode van twee jaar toestemming te verlenen voor het op de markt brengen van levensmiddelen die niet beantwoorden aan de regels voor samenstelling die zijn vastgesteld in deze verordening en in de gedelegeerde verordeningen voor levensmiddelengroepen als bedoeld in artikel 1, lid 1.

Motivering

Het is van essentieel belang dat de innovatieclausule van Richtlijn 2009/39/EG betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen opnieuw wordt ingevoegd. Deze momenteel weinig gevolgde procedure moet worden vergemakkelijkt, om ervoor te zorgen dat de consument snel over aangepaste producten kan beschikken. 3 bis.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Voor peuters bestemde melk

 

Vóór het einde van de in artikel 18, lid 1, vastgestelde overgangsperiode dient de Commissie na raadpleging van de EFSA bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de wenselijkheid van bijzondere bepalingen voor de samenstelling en etikettering van voor peuters bestemde dranken op melkbasis, wat de nutritionele behoeften, het consumptiepatroon, de nutritionele inname en de niveaus van blootstelling van peuters aan verontreinigingen en bestrijdingsmiddelen betreft, rekening houdend met de diverse vigerende wetgevingen die van toepassing zijn op normale levensmiddelen en op voor zuigelingen en peuters bestemde levensmiddelen. Op basis van de conclusies van dit verslag gaat de Commissie over tot één van de twee volgende maatregelen:

 

a) zij besluit dat er geen bijzondere bepalingen voor de samenstelling en etikettering van voor peuters bestemde dranken op melkbasis nodig zijn;

 

b) zij dient overeenkomstig de procedure van artikel 114 VWEU, passende voorstellen in om deze verordening te wijzigen; en zij wijzigt de relevante gedelegeerde handelingen, waarin zij de speciale bepalingen in kwestie opneemt, overeenkomstig artikel 15.

Motivering

Voor peuters bestemde dranken op melkbasis zijn momenteel op de Europese markt overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2009/39/EG (kaderrichtlijn dieetvoeding). Er bestaat evenwel geen consensus in de EU-lidstaten over de vraag hoe de producten in kwestie moeten worden gereguleerd. Om te blijven zorgen voor een hoog beschermingsniveau voor een groep bijzonder kwetsbare consumenten, is het daarom nuttig om te beschikken over het wetenschappelijk advies van de EFSA over de wenselijkheid bijzondere samenstellings- en etiketteringsvoorschriften voor de bedoelde producten in de gedelegeerde handelingen van de Commissie op te nemen.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Uiterlijk op [2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie door middel van uitvoeringsverordeningen een EU-lijst op van toegelaten stoffen die voldoen aan de voorwaarden van lid 1 en zij werkt deze lijst daarna bij. In de EU-lijst wordt een specificatie van de stof verstrekt en worden zo nodig ook de gebruiksvoorwaarden en de van toepassing zijnde zuiverheidscriteria aangegeven. Die uitvoeringsverordeningen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Om naar behoren gerechtvaardigde, uiterst urgente redenen in verband met optredende gezondheidsrisico's stelt de Commissie onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen vast tot bijwerking van de EU-lijst overeenkomstig artikel 14, lid 3.

2. Uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie door middel van uitvoeringsverordeningen een EU-lijst op van toegelaten stoffen die voldoen aan de voorwaarden van lid 1 en zij werkt deze lijst daarna bij. In de EU-lijst wordt een specificatie van de stof verstrekt en worden zo nodig ook de gebruiksvoorwaarden en de van toepassing zijnde zuiverheidscriteria aangegeven. Die uitvoeringsverordeningen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Om naar behoren gerechtvaardigde, uiterst urgente redenen in verband met optredende gezondheidsrisico's stelt de Commissie onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen vast tot bijwerking van de EU-lijst overeenkomstig artikel 14, lid 3.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in artikel 2, lid 3, en artikel 10 van deze verordening bedoelde delegatie van bevoegdheden wordt met ingang van [datum van inwerkingtreding van de basiswetgevingshandeling of een andere door de wetgever vastgestelde datum] voor onbepaalde tijd verleend.

2. De bevoegdheid om de in de artikelen 2, 3 en 10 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie dient uiterlijk zes maanden vóór het einde van de periode van vijf jaar een verslag over de gedelegeerde bevoegdheden in. De delegatie van bevoegdheden wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Onverminderd de criteria voor de vaststelling van de gehalten aan bepaalde verontreinigingen, als bepaald in Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen1, gelden gedurende de in lid 1 vastgestelde overgangsperiode de microbiologische criteria als bepaald in Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen, voor de voor peuters bestemde dranken op melkbasis die momenteel op de markt zijn;

 

1 PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5.

2 PB L 338 van 22.12.2005, blz. 1.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011

 

In artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 wordt het volgende punt ingelast:

 

"a bis. informatie over het ontbreken of de verminderde aanwezigheid in voedsel van stoffen die intoleranties kunnen veroorzaken, zoals gluten"

Motivering

Personen met een glutenintolerantie moeten een regelgevingskader kunnen genieten dat aan hun specifieke behoeften is aangepast

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 ter

 

Voeding die is afgestemd op grote spierinspanning

 

Uiterlijk op 1 juli 2015 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een beoordeling van de vraag of de regels inzake de samenstelling en de etikettering van voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, moeten worden geharmoniseerd. De Commissie kan dit verslag vergezeld doen gaan van voorstellen tot wijziging van de betreffende wetgeving van de Unie.

Motivering

De Commissie moet een verslag indienen over de vraag of de bepalingen betreffende de samenstelling en de etikettering van voeding die is bedoeld voor een grote spierinspanning, moeten worden geharmoniseerd, gelet op het feit dat de consument moet worden beschermd en dat de gemeenschappelijke markt goed moet functioneren.

PROCEDURE

Titel

Voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor bijzonder medisch gebruik

Document- en procedurenummers

COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

5.7.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ITRE

5.7.2011

 

 

 

Vervangen rapporteur(s)

Corinne Lepage

 

 

 

Behandeling in de commissie

12.1.2012

 

 

 

Datum goedkeuring

6.2.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

11

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Amelia Andersdotter, Josefa Andrés Barea, Jean-Pierre Audy, Ivo Belet, Maria Da Graça Carvalho, Giles Chichester, Pilar del Castillo Vera, Dimitrios Droutsas, Christian Ehler, Vicky Ford, Norbert Glante, Robert Goebbels, András Gyürk, Jacky Hénin, Kent Johansson, Romana Jordan, Krišjānis Kariņš, Béla Kovács, Philippe Lamberts, Marisa Matias, Judith A. Merkies, Jaroslav Paška, Vittorio Prodi, Herbert Reul, Michèle Rivasi, Jens Rohde, Paul Rübig, Amalia Sartori, Salvador Sedó i Alabart, Britta Thomsen, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Ioannis A. Tsoukalas, Claude Turmes, Marita Ulvskog, Kathleen Van Brempt, Alejo Vidal-Quadras

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Antonio Cancian, António Fernando Correia De Campos, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Jolanta Emilia Hibner, Yannick Jadot, Seán Kelly, Bernd Lange, Werner Langen, Marian-Jean Marinescu, Zofija Mazej Kukovič, Morten Messerschmidt, Vladko Todorov Panayotov, Mario Pirillo, Silvia-Adriana Ţicău

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Michael Theurer


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (15.2.2012)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik

(COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD))

Rapporteur voor advies: Iliana Ivanova

BEKNOPTE MOTIVERING

Doel van het voorstel

Het Commissievoorstel herziet de wetgeving betreffende voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen als vervat in Kaderrichtlijn 2009/39/EG en de bijbehorende uitvoeringshandelingen. Na meer dan dertig jaar van toepassing te zijn geweest, beantwoorden de inhoudelijke bepalingen van de richtlijn niet langer aan de behoeften van consumenten en de laatste ontwikkelingen in de markt. Tijdens overleg met lidstaten en belanghebbenden zijn problemen met de tenuitvoerlegging van de kaderrichtlijn aan het licht gekomen, met name ten aanzien van meer recente onderdelen van de EU-wetgeving, zoals Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen en Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

De Commissie stelt voor de kaderrichtlijn te herzien door algemene voorschriften over dieetvoeding te schrappen, maar enkele bepalingen voor specifieke levensmiddelen die onder de kaderrichtlijn zijn vastgesteld te handhaven.

Algemene opmerkingen

De rapporteur voor advies verwelkomt het voorstel van de Commissie en steunt de algemene aanpak, waarbij de verticale richtlijnen voor volledige zuigelingenvoeding, babyvoeding en voeding voor medisch gebruik onder een nieuwe kaderverordening worden gehandhaafd, wat een hoge mate van bescherming biedt aan een groep kwetsbare consumenten, en het concept van dieetvoeding wordt geschrapt, dat consumenten kan misleiden en tot marktfragmentatie heeft geleid.

De rapporteur verwacht dat de voorgestelde vereenvoudiging van het bestaande wetgevingskader de administratieve last voor bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen, vermindert en het vrije verkeer van deze goederen verder zal bevorderen. Zij verwacht dat de hervorming innovatie in dit segment van de levensmiddelensector – een van de meest concurrerende sectoren van de Europese industrie – zal stimuleren.

Gluten

De Commissie stelt voor om levensmiddelen voor coeliakiepatiënten als normale levensmiddelen te beschouwen en stelt voor om Verordening (EG) nr. 41/2009 in te trekken. In plaats daarvan wil de Commissie dit specifieke type levensmiddelen onderbrengen bij de verordening voedings- en gezondheidsclaims. De rapporteur is zich bewust van het belang van dit onderwerp en acht het beter deze categorie levensmiddelen te regelen middels de nieuwe verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten; de bestaande voorwaarden voor de samenstelling en de etikettering van de producten moeten hierbij van toepassing blijven, waardoor het huidige niveau van bescherming van de volksgezondheid blijft gehandhaafd.

Voor peuters bestemde melk

De zogenoemde "groeimelk" is bedoeld voor peuters van één tot drie jaar en vormt in veel lidstaten een groeimarkt. Voor deze producten zijn geen specifieke inhoudelijke bepalingen vastgelegd; ze worden momenteel vaak, maar niet altijd, gemeld aan de nationale autoriteiten krachtens Kaderrichtlijn 2009/39/EG als "voor een bijzondere voeding bestemde levensmiddelen". De rapporteur steunt de Commissie in haar voorstel om deze melk uitsluitend te regelen in de verordening voedings- en gezondheidsclaims, maar vraagt de Commissie om te onderzoeken in hoeverre specifieke bepalingen inzake de samenstelling en de etikettering van dergelijke melk wenselijk zijn.

Levensmiddelen voor sporters

Op dit moment is er geen specifieke regelgeving betreffende de samenstelling of de etikettering van levensmiddelen voor sporters. Deze levensmiddelen worden nu beschouwd als "dieetvoeding". De Commissie erkent dat een specifieke richtlijn innovatie in de sector in de weg kan staan, en stelt voor deze categorie levensmiddelen onder te brengen bij de verordening voedings- en gezondheidsclaims. De rapporteur staat volledig achter de benadering van de Commissie, aangezien deze meer juridische duidelijkheid zal brengen en het bewustzijn en de bescherming van de consument zal vergroten.

Afslankvoeding en zeer caloriearme dieetvoeding

De rapporteur deelt het standpunt van de Commissie dat Richtlijn 96/8/EG inzake voedingsmiddelen die zijn bestemd om in energiebeperkte diëten te worden genuttigd voor gewichtsvermindering moet worden verworpen, en dat dezelfde inhoudelijke bepalingen gehandhaafd moeten blijven onder de verordening voedings- en gezondheidsclaims.

Met het oog op de gezondheidsrisico's die hieraan kleven, is de rapporteur bezorgd over het feit dat specifieke voorschriften op EU-niveau betreffende de samenstelling, de etikettering en het gebruik van zogenoemde zeer caloriearme dieetvoeding – met de dagelijkse voeding volledig vervangende producten van minder dan 800 kcal – momenteel ontbreken. Het gebruik van zeer caloriearme dieetvoeding moet alleen onder medisch toezicht worden toegestaan, en moet worden geregeld in Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie betreffende dieetvoeding voor medisch gebruik.

Gedelegeerde handelingen

De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om middels gedelegeerde handelingen regels vast te leggen betreffende bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor baby- en peutervoeding en voeding voor medisch gebruik. De rapporteur is het echter niet eens met het voorstel om de Commissie de bevoegdheid te geven de definities van "zuigelingenvoeding", "babyvoeding", "voeding voor medisch gebruik", enz. te wijzigen, aangezien het hierbij essentiële elementen van de basiswetgevingshandeling betreft die daarom onder de bevoegdheid van de wetgever moeten blijven vallen.

Innovatie

Rekening houdend met relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om de gedelegeerde handelingen overeenkomstig de onderhavige verordening snel aan te passen. Dit moet de innovatie in de betreffende sector stimuleren.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het vrije verkeer van veilig en gezond voedsel is een wezenlijk aspect van de interne markt, dat een aanzienlijke bijdrage levert aan de gezondheid en het welzijn van de burgers en aan hun sociale en economische belangen.

(2) De garantie van veilige en gezonde voedingsproducten is een wezenlijk aspect van de interne markt, dat een aanzienlijke bijdrage levert aan de gezondheid en het welzijn van de burgers, met name kwetsbare bevolkingsgroepen zoals zuigelingen en peuters, en aan de sociale en economische belangen van de burgers. Een betere harmonisatie van de regelgeving zal het vrije verkeer van goederen bevorderen en zo bijdragen aan het benutten van het werkelijke potentieel van de interne markt.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Richtlijn 2009/39/EG bepaalt dat bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld voor de volgende twee specifieke categorieën levensmiddelen die onder de definitie van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen vallen: "voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars" en "voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici)". Wat voeding die is afgestemd op grote spierinspanning betreft, kon geen overeenstemming worden bereikt over de ontwikkeling van bijzondere bepalingen omdat de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de werkingssfeer van de bijzondere wetgeving, het aantal op te nemen subcategorieën van levensmiddelen, de criteria voor de vaststelling van de samenstellingsvoorschriften en het mogelijke effect op de innovatie bij de productontwikkeling, sterk uiteenliepen. Ten aanzien van de bijzondere bepalingen voor voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici), concludeert een verslag van de Commissie dat de wetenschappelijke basis voor de vaststelling van bijzondere samenstellingsvoorschriften ontbreekt.

(7) Richtlijn 2009/39/EG bepaalt dat bijzondere bepalingen kunnen worden vastgesteld voor de volgende twee specifieke categorieën levensmiddelen die onder de definitie van voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen vallen: "voeding die is afgestemd op grote spierinspanning, vooral voor sportbeoefenaars" en "voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici)". Wat voeding die is afgestemd op grote spierinspanning betreft, kon geen overeenstemming worden bereikt over de ontwikkeling van bijzondere bepalingen omdat de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de werkingssfeer van de bijzondere wetgeving, het aantal op te nemen subcategorieën van levensmiddelen, de criteria voor de vaststelling van de samenstellingsvoorschriften en het mogelijke effect op de innovatie bij de productontwikkeling, sterk uiteenliepen. Om de werking van de interne markt te verbeteren en de consumentenbescherming en tegelijkertijd de innovatie te bevorderen, moeten "levensmiddelen voor sporters" in het vervolg door de algemene levensmiddelenwetgeving, zoals Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen1, Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen2, Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten3 en Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen4, worden geregeld en aan de voorschriften daarvan voldoen. Ten aanzien van de bijzondere bepalingen voor voeding voor personen bij wie de glucosestofwisseling is verstoord (diabetici), concludeert een verslag van de Commissie dat de wetenschappelijke basis voor de vaststelling van bijzondere samenstellingsvoorschriften ontbreekt.

 

________

 

1 PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.

 

2 PB L 404 van 30.12.2006, blz. 26.

 

3 PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.

 

4 PB L 183 van 12.07.2002, blz. 51.

Motivering

"Levensmiddelen voor sporters" worden op dit moment beschouwd als "voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen". Op EU-niveau zijn echter geen specifieke vereisten ten aanzien van samenstelling of etikettering voor deze levensmiddelen vastgelegd, en het kennisgevingssysteem leidt tot hoge administratieve lasten en ongelijke marktvoorwaarden in de EU. Om innovatie te bevorderen en bij te dragen aan een goed functionerende interne markt, zouden "levensmiddelen voor sporters" alleen moeten worden geregeld in Verordening (EG) nr. 1924/2006 en andere onderdelen van de algemene levensmiddelenwetgeving. Wanneer een voedings- of gezondheidsclaim door de EFSA is toegelaten, kan deze worden gebruikt door andere bedrijven (met name kmo's).

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11 bis) Daarom moet een einde worden gemaakt aan de verschillen in interpretatie en de moeilijkheden die de lidstaten en de exploitanten ondervinden bij het combineren van verschillende wetsteksten op het gebied van levensmiddelen door de vereenvoudiging van de regelgevingsomgeving. Dit zou ervoor zorgen dat soortgelijke producten in de gehele Unie op dezelfde wijze worden behandeld en zou een gelijker speelveld voor alle exploitanten op de interne markt, vooral kmo's, waarborgen.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Een beperkt aantal categorieën levensmiddelen vormt de enige voedingsbron van bepaalde groepen van de bevolking of vertegenwoordigt een gedeeltelijke voedingsbron; dergelijke categorieën levensmiddelen zijn van vitaal belang om bepaalde gezondheidstoestanden te beheersen en/of van essentieel belang voor het behoud van de beoogde geschiktheid van de voeding voor bepaalde welomschreven kwetsbare groepen van de bevolking. Die categorieën levensmiddelen omvatten volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik. Uit de ervaring is gebleken dat de bepalingen van Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie op bevredigende wijze zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke levensmiddelen en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid garanderen. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de algemene samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie.

(15) Een beperkt aantal categorieën levensmiddelen vormt de enige voedingsbron van bepaalde groepen van de bevolking of vertegenwoordigt een gedeeltelijke voedingsbron; dergelijke categorieën levensmiddelen zijn van vitaal belang om bepaalde gezondheidstoestanden te beheersen en/of van essentieel belang voor het behoud van de beoogde geschiktheid van de voeding voor bepaalde welomschreven kwetsbare groepen van de bevolking. Die categorieën levensmiddelen omvatten volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik. Uit de ervaring is gebleken dat de bepalingen van Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie op bevredigende wijze zorgen voor het vrije verkeer van dergelijke levensmiddelen en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid en de consumentenbelangen garanderen. Daarom moet deze verordening betrekking hebben op de algemene samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie. In deze context moeten, net als bij alle levensmiddelen, stoffen die een schadelijke werking kunnen hebben op de gezondheid van de betrokken bevolkingsgroepen, worden uitgesloten van opname in de samenstelling van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om te zorgen voor rechtszekerheid moeten de in Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie vastgestelde definities in deze verordening worden overgenomen. De definities van volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik moeten echter regelmatig worden aangepast, zo nodig rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau.

(16) Om te zorgen voor rechtszekerheid moeten de in Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie vastgestelde definities in deze verordening worden overgenomen.

Motivering

Zie amendement 18.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Bij Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame zijn algemene etiketteringsvoorschriften vastgesteld. Die algemene etiketteringsvoorschriften moeten in de regel gelden voor de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen. Deze verordening moet echter zo nodig ook voorzien in voorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Richtlijn 2000/13/EG om aan de specifieke doelstellingen van deze verordening te voldoen.

(18) Bij Verordening (EG) nr. 1169/2011 zijn algemene etiketteringsvoorschriften vastgesteld. Die algemene etiketteringsvoorschriften moeten in de regel gelden voor de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen. Deze verordening moet echter zo nodig ook voorzien in voorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1169/2011 om aan de specifieke doelstellingen van deze verordening te voldoen.

Motivering

Sinds de goedkeuring van het Commissievoorstel voor een verordening inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik is Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame vervangen door Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Deze verordening moet de criteria verstrekken voor de vaststelling van de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie. Om de in deze verordening vastgestelde definities van volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik aan te passen, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau, om de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften ten aanzien van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, waaronder etiketteringsvoorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Richtlijn 2000/13/EG, vast te stellen en om voedings- en gezondheidsclaims toe te staan, moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

(19) Deze verordening moet de criteria verstrekken voor de vaststelling van de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding en voeding voor medisch gebruik, rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2006/125/EG van de Commissie en Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie. Om de bijzondere samenstellings- en informatievoorschriften ten aanzien van de onder deze verordening vallende categorieën levensmiddelen, waaronder etiketteringsvoorschriften ter aanvulling of afwijking van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1169/2011, vast te stellen en om voedings- en gezondheidsclaims toe te staan, moet de bevoegdheid tot vaststelling van handelingen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden overgedragen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Bij het voorbereiden en opstellen van gedelegeerde handelingen dient de Commissie erop toe te zien dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.

Motivering

Volgens het nieuwe artikel 290 van het VWEU "kan een wetgevingsbesluit aan de Commissie de bevoegdheid delegeren om besluiten te nemen van niet-wetgevende aard en met een algemene draagwijdte die bepaalde niet-essentiële elementen van het wetgevingsbesluit aanvullen dan wel wijzigen". De aanpassing van de definities betreft echter een essentieel element van de wetgevingshandeling en mag niet aan de Commissie worden overgedragen. Zie ook amendement 18.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19 bis) Rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om de gedelegeerde handelingen die zij uit hoofde van deze verordening heeft goedgekeurd, te actualiseren. Dit zou de innovatie in de sector voor zuigelingen en peuters bestemde levensmiddelen en voeding voor medisch gebruik moeten bevorderen, maar deze innovatie mag niet ten koste van de voedselveiligheid gaan.

Motivering

De rapporteur voor advies steunt het Commissievoorstel voor de invoering van een eenvoudigere innovatieprocedure, waarmee de betreffende gedelegeerde handelingen kunnen worden bijgewerkt ingeval een marktexploitant technische of wetenschappelijke vooruitgang kan aantonen.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Momenteel mogen de vermeldingen "glutenvrij" of "met zeer laag glutengehalte" uit hoofde van Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie voor zowel voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen en als levensmiddelen voor normale consumptie worden gebruikt. Deze vermeldingen kunnen worden beschouwd als voedingsclaims, als omschreven in Verordening (EG) nr. 1924/2006. Met het oog op vereenvoudiging moeten die vermeldingen alleen door Verordening (EG) nr. 1924/2006 worden geregeld en aan de voorschriften daarvan voldoen. De technische aanpassingen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1924/2006 voor de opneming van de voedingsclaims "glutenvrij" en "met zeer laag glutengehalte" en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden daarvan, als geregeld krachtens Verordening (EG) nr. 41/2009, moeten worden voltooid voordat deze verordening van toepassing wordt.

(26) Momenteel mogen de vermeldingen "glutenvrij" of "met zeer laag glutengehalte" uit hoofde van Verordening (EG) nr. 41/2009 van de Commissie betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie voor zowel voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen en als levensmiddelen voor normale consumptie worden gebruikt. Verordening (EU) nr. 1169/2011 voorziet in de vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie ter regeling van vrijwillige informatie over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid in voedsel van stoffen die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken. Omwille van de coherentie en vereenvoudiging van het wettelijke kader dient de Commissie uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1169/2011 het mandaat te krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen ter regeling van vrijwillige informatie over het ontbreken of de verminderde aanwezigheid in voedsel van stoffen die intoleranties veroorzaken, zoals gluten en lactose, en om Verordening (EG) nr. 41/2009 in te trekken. Verordening (EU) nr. 1169/2011 dient hiertoe te worden gewijzigd en de benodigde uitvoeringshandelingen dienen door de Commissie te worden vastgesteld voordat onderhavige verordening van kracht wordt. De betreffende uitvoeringshandeling dient de vermeldingen "glutenvrij" en "met zeer laag glutengehalte" op levensmiddelen en bijbehorende gebruiksvoorwaarden, zoals momenteel geregeld in Verordening (EG) nr. 41/2009, te handhaven, en daarmee hetzelfde niveau aan consumentenbescherming te bieden.

Motivering

De Commissie stelt voor om levensmiddelen voor coeliakiepatiënten als normale levensmiddelen te beschouwen, Verordening (EG) nr. 41/2009 betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie in te trekken en de betreffende vermeldingen uit hoofde van de verordening betreffende voedings- en gezondheidsclaims te reguleren. De rapporteur voor advies geeft er echter de voorkeur aan de vermeldingen "glutenvrij" en "met zeer laag glutengehalte" in de verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten te regelen, die al voorziet in de vaststelling van specifieke regelgeving om de aanwezigheid van stoffen aan te geven die allergieën of intoleranties veroorzaken.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Er is momenteel geen specifieke regelgeving op EU-niveau voor de harmonisatie van de samenstelling, de etikettering en het gebruik van "voor peuters bestemde melk", d.w.z. melk die specifiek wordt aanbevolen voor kinderen tussen de één en drie jaar. Sommige van deze melkdranken worden momenteel uit hoofde van Richtlijn 2009/39/EG door marktspelers aangeduid als "voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen", en andere niet. Bovendien worden sommige van deze melksoorten op de markt gebracht als "groeimelk", terwijl er geen betrouwbaar wetenschappelijk bewijs is dat deze melk ten opzichte van normale melk een extra gezondheids- of voedingswaarde heeft. Deze situatie werpt belemmeringen op voor de werking van de interne markt en leidt tot ongelijke niveaus van consumentenbescherming in de Unie. Om deze situatie te verhelpen, moet "voor peuters bestemde melk" door de algemene levensmiddelenwetgeving, zoals Verordening (EG) nr. 1924/2006, Verordening (EG) nr. 1925/2006, Verordening (EU) nr. 1169/2011 en Richtlijn 2002/46/EG, worden geregeld en aan de voorschriften daarvan voldoen. Daarnaast moet de Commissie, na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voorleggen over de wenselijkheid van bijzondere bepalingen betreffende de samenstelling en de etikettering van voor peuters bestemde melk en dienovereenkomstige maatregelen voorstellen.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27 ter) Momenteel zijn er geen specifieke voorschriften op EU-niveau voor de samenstelling, de etikettering en het gebruik van zogenoemde "zeer caloriearme dieetvoeding", d.w.z. de dagelijkse voeding volledig vervangende producten met minder dan 800 kcal. Met het oog op de gezondheidsrisico's die hieraan kleven, zou zeer caloriearme dieetvoeding alleen onder medisch toezicht mogen worden gebruikt en moeten worden geregeld in Richtlijn 1999/21/EG.

Motivering

Behalve voor maaltijdvervangende producten van 200-400 kcal en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten (caloriearme dieetvoeding) van 800-1200 kcal zijn er momenteel geen specifieke voorschriften op EU-niveau voor de samenstelling, de etikettering en het gebruik van zeer caloriearme dieetvoeding. De voorgaande categorieën zouden in het vervolg moeten worden geregeld in de verordening inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen, maar zeer caloriearme dieetvoeding zou moeten worden geregeld in Richtlijn 1999/21/EG van de Commissie betreffende dieetvoeding voor medisch gebruik in verband met de gezondheidsrisico's die hieraan zijn verbonden.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 quater) Krachtens Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn1 moeten de lidstaten inspecties uitvoeren met betrekking tot de naleving van deze verordening en de ter uitvoering daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, waarbij zij een risicogestuurde benadering hanteren.

 

____________________

1 PB L 165 van 30.04.2004, blz. 1.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Teneinde de toegang van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) tot de markt te vergemakkelijken, waarvan bepaalde sectoren, zoals babyvoeding en voeding voor medisch gebruik, beheerst lijken te worden door een klein aantal ondernemingen, moet de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken belanghebbenden richtsnoeren vaststellen om ondernemingen en in het bijzonder kmo's te helpen bij het voldoen aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften, en aldus de concurrentiekracht en innovatie bevorderen.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding;

a) volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding voor zuigelingen in goede gezondheid;

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters;

b) bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters in goede gezondheid;

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) de definities van "etikettering" en "voorverpakt levensmiddel" in artikel 1, lid 3, onder a) en b), van Richtlijn 2000/13/EG;

b) de definities van "voorverpakt levensmiddel" en "etikettering" in artikel 2, lid 2, onder e) en j), van Verordening (EU) nr. 1169/2011;

Motivering

Aanpassing aan de onlangs vastgestelde Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, ter vervanging van Richtlijn 2000/13/EG.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 – letter h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h) "voeding voor medisch gebruik": levensmiddelen die zijn bestemd om door patiënten als dieetvoeding onder medisch toezicht te worden gebruikt. Zij zijn bestemd voor de voeding, uitsluitend of gedeeltelijk, van patiënten wier vermogen om gewone levensmiddelen of bepaalde nutriënten daarin in te nemen, te verteren, te absorberen, te metaboliseren of uit te scheiden beperkt, aangetast of verstoord is, of die andere medisch bepaalde behoeften aan nutriënten hebben, voor de behandeling waarvan niet alleen met wijziging van het normale voedingspatroon kan worden volstaan.

h) "voeding voor medisch gebruik": levensmiddelen die zijn bestemd om door patiënten als dieetvoeding onder medisch toezicht te worden gebruikt. Zij zijn bestemd voor de voeding, uitsluitend of gedeeltelijk, van patiënten wier vermogen om gewone levensmiddelen of bepaalde nutriënten daarin in te nemen, te verteren, te absorberen, te metaboliseren of uit te scheiden beperkt, aangetast of verstoord is, of die andere medisch bepaalde behoeften aan nutriënten hebben, voor de behandeling waarvan niet alleen met wijziging van het normale voedingspatroon kan worden volstaan. Onder voeding voor medisch gebruik valt ook zeer caloriearme dieetvoeding, d.w.z. de dagelijkse voeding volledig vervangende producten met minder dan 800 kcal.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De Commissie wordt gemachtigd in voorkomend geval overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de definities van "volledige zuigelingenvoeding", "vervolgzuigelingenvoeding", "bewerkte levensmiddelen op basis van granen" en "babyvoeding" en "voeding voor medisch gebruik" aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang en de relevante ontwikkelingen op internationaal niveau.

Schrappen

Motivering

Overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kan "in een wetgevingshandeling aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling". De aanpassing van de definities betreft echter een essentieel element van de wetgevingshandeling en mag niet aan de Commissie worden overgedragen.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bij de etikettering en presentatie van normale levensmiddelen en bij de desbetreffende reclame is het gebruik verboden van:

 

a) de uitdrukking "bijzondere voeding", al dan niet gecombineerd met andere woorden, om deze levensmiddelen te omschrijven;

 

b) elke andere aanduiding of wijze van presenteren die de indruk zou kunnen wekken dat het een van de in artikel 1 omschreven producten betreft.

Motivering

Hier wordt een bepaling uit Richtlijn 2009/39/EG overgenomen om te voorkomen dat een voedingsmiddel dat slechts aan één enkel vereiste voldoet, wordt gepresenteerd als bestemd voor bevolkingsgroepen of diëten als gedefinieerd in deze verordening.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorverpakte levensmiddelen

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Motivering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen mogen alleen op de detailmarkt worden toegelaten in de vorm van voorverpakte levensmiddelen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Motivering

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen verstrekken passende informatie aan de consument en mogen niet misleidend zijn.

3. De etikettering en presentatie van en de reclame voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen verstrekken passende informatie aan de consument, mogen niet misleidend zijn, mogen aan die producten geen eigenschappen toeschrijven waardoor menselijke ziekten kunnen worden voorkomen, behandeld of genezen, noch een toespeling op die eigenschappen maken, en zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens die door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid zijn gevalideerd.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De verspreiding van nuttige informatie of aanbevelingen in verband met de in artikel 1, lid 1, bedoelde categorieën levensmiddelen mag uitsluitend plaatsvinden door personen met de nodige kwalificaties op het gebied van geneeskunde, voeding en geneesmiddelen of door andere beroepsbeoefenaren die verantwoordelijk zijn voor de gezondheidszorg voor moeders en kinderen.

4. De opstelling en verspreiding van nuttige informatie of aanbevelingen in verband met de in artikel 1, lid 1, bedoelde categorieën levensmiddelen mag uitsluitend plaatsvinden door personen met de nodige kwalificaties op het gebied van geneeskunde, voeding en geneesmiddelen of door andere beroepsbeoefenaren die verantwoordelijk zijn voor de gezondheidszorg voor moeders en kinderen, en moet gebaseerd zijn op wetenschappelijke gegevens die onafhankelijk gecontroleerd kunnen worden.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De in artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen moeten voldoen aan de voorschriften van artikel 7 en de samenstellings- en informatievoorschriften van artikel 9.

Schrappen

Motivering

Onnodige herhaling van de artikelen 7 en 9.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Behoudens de algemene voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 1999/21/EG en de technische en wetenschappelijke vooruitgang, wordt de Commissie gemachtigd om uiterlijk op [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde verordeningen vast te stellen onder inachtneming van het volgende:

Behoudens de algemene voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met Richtlijn 2006/141/EG, Richtlijn 2006/125/EG en Richtlijn 1999/21/EG en de technische en wetenschappelijke vooruitgang, wordt de Commissie gemachtigd om uiterlijk op [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen onder inachtneming van het volgende:

Motivering

"Gedelegeerde handelingen" is de overeengekomen standaardformulering die in dit soort bepalingen moet worden gebruikt.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Behoudens de voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang werkt de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde verordeningen bij overeenkomstig artikel 15.

3. Behoudens de voorschriften van de artikelen 7 en 9 en rekening houdend met de relevante technische en wetenschappelijke vooruitgang werkt de Commissie de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen bij overeenkomstig artikel 15.

Motivering

"Gedelegeerde handelingen" is de overeengekomen standaardformulering die in dit soort bepalingen moet worden gebruikt.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Voor peuters bestemde melk

 

Uiterlijk … dient de Commissie na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, die met name een volledig en onafhankelijk onderzoek van de beschikbare wetenschappelijke gegevens moet verrichten, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de wenselijkheid van bijzondere bepalingen voor de samenstelling en etikettering van voor peuters bestemde melk, wat de voedingsbehoeften, het consumptiepatroon, de nutritionele inname en de niveaus van blootstelling van peuters aan verontreinigingen en bestrijdingsmiddelen betreft, rekening houdend met de diverse wetgeving die van toepassing is op normale levensmiddelen en voor zuigelingen en peuters bestemde levensmiddelen.

 

Op basis van de conclusies van dit verslag gaat de Commissie over tot één van de twee volgende maatregelen:

 

a) zij besluit dat er geen speciale bepalingen voor de samenstelling en etikettering van voor peuters bestemde melk nodig zijn;

 

b) zij dient overeenkomstig de procedure van artikel 114 VWEU passende wetgevingsvoorstellen in.

 

______________

 

*PB: datum invoegen: 2 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.

Motivering

Verschillende nationale gezondheidsinstanties lijken te twijfelen aan de toegevoegde waarde van zogenoemde "groeimelk" of "peutermelk" en/of vinden dat deze te veel suiker, smaakstoffen of mineralen bevatten; een klein aantal verenigingen van gezondheidswerkers steunt de inname van dergelijke melk als onderdeel van de dagelijkse voeding van peuters. Een wetenschappelijk advies van de EFSA over de wenselijkheid van de opname van specifieke samenstellings- en etiketteringsvoorschriften voor deze melk in de gedelegeerde handelingen van de Commissie over opvolgzuigelingenvoeding en babyvoeding zou dan ook zinvol zijn.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Uiterlijk op [2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie door middel van uitvoeringsverordeningen een EU-lijst op van toegelaten stoffen die voldoen aan de voorwaarden van lid 1 en zij werkt deze lijst daarna bij. In de EU-lijst wordt een specificatie van de stof verstrekt en worden zo nodig ook de gebruiksvoorwaarden en de van toepassing zijnde zuiverheidscriteria aangegeven. Die uitvoeringsverordeningen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Om naar behoren gerechtvaardigde, uiterst urgente redenen in verband met optredende gezondheidsrisico's stelt de Commissie onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen vast tot bijwerking van de EU-lijst overeenkomstig artikel 14, lid 3.

2. Uiterlijk op [2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een EU-lijst op van toegelaten stoffen die voldoen aan de voorwaarden van lid 1 en zij werkt deze lijst daarna bij. In de EU-lijst wordt een specificatie van de stof verstrekt en worden zo nodig ook de gebruiksvoorwaarden en de van toepassing zijnde zuiverheidscriteria aangegeven. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Om naar behoren gerechtvaardigde, uiterst urgente redenen in verband met optredende gezondheidsrisico's stelt de Commissie onmiddellijk van toepassing zijnde uitvoeringshandelingen vast tot bijwerking van de EU-lijst overeenkomstig artikel 14, lid 3.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Verordening (EU) nr. 1169/2011

Artikel 36 – lid 3 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011

 

In artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 wordt het volgende punt ingevoegd:

 

"a bis) informatie over het mogelijke ontbreken of de verminderde aanwezigheid in voedsel van stoffen die intoleranties kunnen veroorzaken, zoals gluten en lactose;".

Motivering

De Commissie stelt voor om levensmiddelen voor coeliakiepatiënten als normale levensmiddelen te beschouwen, Verordening (EG) nr. 41/2009 betreffende de samenstelling en de etikettering van levensmiddelen die geschikt zijn voor personen met een glutenintolerantie in te trekken en de betreffende vermeldingen uit hoofde van de verordening betreffende voedings- en gezondheidsclaims te reguleren. De rapporteur voor advies geeft er de voorkeur aan de vermeldingen "glutenvrij" en "met zeer laag glutengehalte" in de verordening betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten te regelen, die al voorziet in de vaststelling van specifieke regelgeving om de aanwezigheid van stoffen aan te geven die allergieën of intoleranties veroorzaken.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 ter

 

Technische ondersteuning voor kmo's

 

De Commissie stelt, in nauwe samenwerking met alle belanghebbenden en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, passende technische ondersteuning en instrumenten ter beschikking om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven, en met name kmo's, te helpen bij de voorbereiding en indiening van een aanvraag voor een wetenschappelijke beoordeling bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en, meer in het algemeen, om aan de in deze verordening vastgestelde vereisten te voldoen.

PROCEDURE

Titel

Voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor bijzonder medisch gebruik

Document- en procedurenummers

COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

5.7.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

IMCO

5.7.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.12.2011

 

 

 

Datum goedkeuring

6.2.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

1

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pablo Arias Echeverría, Adam Bielan, Jürgen Creutzmann, Cornelis de Jong, Christian Engström, Vicente Miguel Garcés Ramón, Evelyne Gebhardt, Mikael Gustafsson, Małgorzata Handzlik, Iliana Ivanova, Philippe Juvin, Edvard Kožušník, Kurt Lechner, Toine Manders, Hans-Peter Mayer, Franz Obermayr, Phil Prendergast, Mitro Repo, Heide Rühle, Matteo Salvini, Andreas Schwab, Peter Skinner, Michael Theurer, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Gino Trematerra, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Raffaele Baldassarre, Frank Engel, Marielle Gallo, Ildikó Gáll-Pelcz, Liem Hoang Ngoc, María Irigoyen Pérez, Constance Le Grip, Emma McClarkin, Antonyia Parvanova, Olga Sehnalová, Laurence J.A.J. Stassen, Marc Tarabella, Wim van de Camp


PROCEDURE

Titel

Voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en voeding voor bijzonder medisch gebruik

Document- en procedurenummers

COM(2011)0353 – C7-0169/2011 – 2011/0156(COD)

Datum indiening bij EP

20.6.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ENVI

5.7.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ITRE

5.7.2011

IMCO

5.7.2011

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Frédérique Ries

30.8.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

20.12.2011

 

 

 

Datum goedkeuring

29.2.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

62

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

János Áder, Elena Oana Antonescu, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Sandrine Bélier, Sergio Berlato, Lajos Bokros, Martin Callanan, Nessa Childers, Yves Cochet, Chris Davies, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Dan Jørgensen, Christa Klaß, Jo Leinen, Peter Liese, Kartika Tamara Liotard, Zofija Mazej Kukovič, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Gilles Pargneaux, Andres Perello Rodriguez, Mario Pirillo, Pavel Poc, Frédérique Ries, Anna Rosbach, Kārlis Šadurskis, Daciana Octavia Sârbu, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Theodoros Skylakakis, Bogusław Sonik, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Glenis Willmott, Sabine Wils

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Cristian Silviu Buşoi, Vicky Ford, Gaston Franco, Riikka Manner, Vittorio Prodi, Giancarlo Scottà, Kathleen Van Brempt, Anna Záborská, Andrea Zanoni

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Hynek Fajmon

Datum indiening

13.3.2012

Laatst bijgewerkt op: 10 mei 2012Juridische mededeling