Procedure : 2011/0006(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0077/2012

Ingediende teksten :

A7-0077/2012

Debatten :

PV 11/03/2014 - 5
CRE 11/03/2014 - 5

Stemmingen :

PV 11/03/2014 - 9.10

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0189

VERSLAG     ***I
PDF 662kWORD 555k
28 maart 2012
PE 466.970v03-00 A7-0077/2012

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

(COM(2011)0008 – C7-0027/2011 – 2011/0006(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur voor advies: Burkhard Balz

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

(COM(2011)0008 – C7-0027/2011 – 2011/0006(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0008),

–   gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 50, 53, 62 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0027/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 4 mei 2011(1),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 5 mei 2011(2),

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie juridische zaken (A7-0077/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

AMENDMENTS BY THE EUROPEAN PARLIAMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Richtlijnen 2002/92/EG, 2003/71/EG en 2009/138/EG, alsmede Verordening (EG) nr. 1060/2009 wat de bevoegdheden van de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 50, 53, 62 en 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(4),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(5),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(6),

Overwegende dat:

(-1)     De financiële crisis in 2007 en 2008 grote tekortkomingen in het financiële toezicht aan het licht heeft gebracht, zowel wat het toezicht op individuele instellingen als wat het toezicht op het financiële stelsel als geheel betreft. Nationale toezichtmodellen zijn dan ook niet meer berekend op de financiële globalisering en de geïntegreerde en vervlochten Europese financiële markten waarop tal van financiële instellingen over de grenzen heen actief zijn. De crisis heeft tekortkomingen op het gebied van samenwerking, coördinatie, consistente toepassing van de EU-wetgeving en vertrouwen tussen de bevoegde nationale toezichthouders aan het licht gebracht.

(-1 bis)In de vele resoluties die voor en tijdens de financiële crisis werden aangenomen, heeft het Europees Parlement opgeroepen over te gaan tot een meer geïntegreerd Europees toezicht teneinde op Unieniveau voor alle marktdeelnemers werkelijk gelijke marktvoorwaarden te creëren en rekening te houden met de toenemende integratie van de financiële markten binnen de Unie (namelijk in zijn resoluties van 13 april 2000 over de mededeling van de Commissie – Tenuitvoerlegging van het kader voor financiële markten: een actieplan, van 21 november 2002 over de regels inzake bedrijfseconomisch toezicht in de Europese Unie, van 11 juli 2007 over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010) – Witboek, van 23 september 2008 met aanbevelingen aan de Commissie inzake hedgefondsen en private equity, van 9 oktober 2008 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de Lamfalussy follow-up: de toekomstige toezichtstructuur, en in zijn standpunten van 22 april 2009 over het gewijzigde voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) en van 23 april 2009 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over ratingbureaus).

(-1 ter)In november 2008 heeft de Commissie een groep op hoog niveau onder voorzitterschap van Jacques de Larosière opdracht gegeven aanbevelingen te doen over de wijze waarop de Europese toezichtsregelingen kunnen worden versterkt met het oog op een betere bescherming van de burgers en het herstel van het vertrouwen in het financiële stelsel. In zijn eindverslag van 25 februari 2009 ("verslag-de Larosière") formuleerde de groep op hoog niveau de aanbeveling dat het toezichtkader moet worden versterkt om het risico en de ernst van toekomstige financiële crises te verminderen. De groep op hoog niveau heeft aanbevolen de toezichtstructuur voor de financiële sector in de Unie ingrijpend te hervormen. De groep heeft tevens geconcludeerd dat er een Europees Systeem van financiële toezichthouders (ESFT), bestaande uit drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's), één voor de banksector, één voor de effectensector en één voor de sector verzekeringen en bedrijfspensioenen diende te worden opgezet, en heeft aanbevolen een Europees Comité voor systeemrisico's te creëren.

(-1 quater) Het bieden van banen, krediet en groei door de reële economie kan alleen plaatsvinden indien er sprake is van financiële stabiliteit. De financiële crisis heeft grote tekortkomingen aan het licht gebracht in het financiële toezicht, dat er niet in is geslaagd op de ongunstige macroprudentiële ontwikkelingen te anticiperen en de accumulatie van buitensporige risico's binnen het financiële stelsel te voorkomen.

(1)      Op 24 november 2010 hebben het Europees Parlement en de Raad drie verordeningen aangenomen tot oprichting van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) (EAVB), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) (EBA) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (EAEM) (gezamenlijk aangeduid als de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's)), die deel uitmaken van het Europees Systeem van financieel toezicht (ESFT).

(1 bis) De Europese Raad heeft in zijn conclusies van 18 en 19 juni 2009 aanbevolen een Europees Systeem van Financiële Toezichthouders (ESFT), bestaande uit drie nieuwe Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA's), in te stellen. Tevens heeft hij ervoor gepleit dat het systeem gericht moet zijn op het verbeteren van de kwaliteit en de consistentie van het nationale toezicht, het versterken van de controle op grensoverschrijdende groepen en het opstellen van één Europees wetboek dat op alle financiële instellingen op de interne markt van toepassing is. De Europese Raad heeft beklemtoond dat de Europese toezichthoudende autoriteiten tevens toezichthoudende bevoegdheden voor ratingbureaus moeten bezitten, en heeft de Commissie uitgenodigd concrete voorstellen op te stellen over de wijze waarop het ESFT een sterke rol kan spelen in crisissituaties.

(2)      Opdat het ESFT effectief kan werken, zijn wijzigingen in de wetgeving van de Unie op de werkterreinen van de drie ETA’s noodzakelijk. Deze wijzigingen betreffen de omschrijving van de reikwijdte van bepaalde bevoegdheden van de ETA's en de inpassing van bepaalde bevoegdheden in bestaande processen die in de desbetreffende Uniewetgeving zijn vastgelegd, alsook wijzigingen om een vlotte en efficiënte werking van de ETA's in de context van het ESFT te waarborgen.

(3)      De oprichting van de drie ETA’s dient derhalve vergezeld te gaan van de opstelling van één enkel wetboek om consequente harmonisatie en eenvormige toepassing te garanderen en zo bij te dragen tot een nog efficiëntere werking van de interne markt en een effectievere uitvoering van het microprudentiële toezicht. De verordeningen tot instelling van het ESFT bepalen dat de ETA's voorstellen voor technische normen kunnen indienen op de specifiek in de desbetreffende wetgeving vast te stellen gebieden, welke vervolgens overeenkomstig de artikelen 290 en 2091 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) aan de Commissie ter goedkeuring moeten worden voorgelegd door middel van gedelegeerde handelingen of uitvoeringshandelingen. In Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 is met betrekking tot de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) 1060/2009(7) een eerste reeks dergelijke gebieden bepaald, en nu dient in deze richtlijn een volgende reeks gebieden te worden bepaald, in het bijzonder voor de Richtlijnen 2002/92/EG, 2003/71/EG en 2009/138/EG, alsmede voor Verordening 1060/2009. Richtlijn 2003/41/EG, waarvoor de Commissie uiterlijk eind 2012 een herzieningsvoorstel moet indienen, moet niet bij deze richtlijn worden gewijzigd.

(4)      In de desbetreffende wetgeving dienen de gebieden te worden afgebakend waarop de ETA's gemachtigd zijn voorstellen voor technische normen op te stellen en dient te worden bepaald hoe deze normen dienen te worden vastgesteld. In het geval van gedelegeerde handelingen dienen in de toepasselijke wetgeving de in artikel 290 VWEU bedoelde elementen, voorwaarden en specificaties te worden vastgesteld.

(5)      Bij het bepalen van gebieden voor technische normen dient een passend evenwicht te worden nagestreefd tussen de opstelling van één enkele reeks geharmoniseerde regels en het voorkomen van onnodig ingewikkelde regelgeving en handhaving. Er dient uitsluitend te worden geopteerd voor gebieden waar consistente technische regels beduidend en doeltreffend zullen bijdragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van de relevante wetgeving, waarbij gewaarborgd wordt dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hun beleidsbeslissingen overeenkomstig hun gebruikelijke procedures nemen.

(6)      De gebieden waarvoor technische normen kunnen worden opgesteld, dienen echt technisch van aard te zijn en voor de ontwikkeling ervan moet de expertise van toezichtdeskundigen vereist zijn. Technische reguleringsnormen, die in de vorm van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld, dienen ertoe de voorwaarden voor een consequente harmonisatie van de regels die in de door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde basisinstrumenten zijn vervat, verder te ontwikkelen, te specificeren en te bepalen door het aanvullen of wijzigen van bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling. Tegelijkertijd dienen technische uitvoeringsnormen, die in de vorm van uitvoeringshandelingen worden vastgesteld, de voorwaarden te bepalen voor de eenvormige toepassing van wettelijk bindende handelingen van de Unie. Technische normen mogen geen beleidskeuzen inhouden.

(7)      In het geval van technische reguleringsnormen is het passend gebruik te maken van de in de artikelen 10 tot en met 14 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure. Technische uitvoeringsnormen dienen te worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 15 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010. Men bedenke dat technische reguleringsnormen in de vorm van gedelegeerde handelingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 290 VWEU, terwijl technische uitvoeringsnormen in de vorm van uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 290 VWEU.

(8)      Technische regulerings- en uitvoeringsnormen dragen bij tot één enkel wetboek inzake financiële diensten, zoals is onderschreven door de Europese Raad in zijn conclusies van juni 2009. Voor zover bepaalde voorschriften in wetgevingshandelingen van de Unie niet volledig geharmoniseerd zijn, mogen, overeenkomstig het voorzorgsbeginsel in het toezicht, technische regulerings- en uitvoeringsnormen ter ontwikkeling, specificering of bepaling van de toepassingsvoorwaarden van deze voorschriften de lidstaten niet beletten extra informatie te eisen of strengere voorschriften vast te stellen. Derhalve dienen technische regulerings- en uitvoeringsnormen de lidstaten daartoe op bepaalde gebieden de mogelijkheid te bieden, wanneer deze wetgevingshandelingen een dergelijke beslissingsruimte laten.

(9)      Zoals bepaald in de verordeningen tot oprichting van de ETA's dienen de ETA's, alvorens technische regulerings- en uitvoeringsnormen aan de Commissie voor te leggen, indien passend daarover openbare raadplegingen te houden en de potentiële kosten en baten ervan te analyseren.

(10)    Technische regulerings- en uitvoeringsnormen dienen overgangsmaatregelen met passende termijnen te kunnen omvatten wanneer de kosten van onmiddellijke uitvoering buitensporig zouden zijn in vergelijking met de baten ervan.

(10 bis) Op het moment van vaststelling van deze richtlijn zijn de werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding van en het overleg over de eerste reeks maatregelen tot uitvoering van de kaderregeling uit hoofde van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten (Solvency II)(8) in volle gang. Ter wille van de vroege afronding van deze maatregelen, is het passend om de Commissie gedurende een overgangsperiode toe te staan een ​​deel van de technische reguleringsnormen in deze richtlijn volgens de procedure voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen goed te keuren. Eventuele wijzigingen op deze normen of – nadat de overgangsperiode is verstreken – eventuele nieuwe maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2009/138/EU dienen te worden goedgekeurd volgens de in deze richtlijn aangegeven procedure.

(10 ter) Gezien het omvangrijke karakter van de gedelegeerde handelingen en technische reguleringsnormen waarin deze richtlijn voorziet, dienen het Europees Parlement en de Raad vanaf de datum van kennisgeving over een termijn van drie maanden te beschikken om bezwaar tegen een gedelegeerde handeling of technische reguleringsnorm aan te tekenen. Deze termijn moet op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met nog eens drie maanden kunnen worden verlengd.

(11)    De verordeningen tot oprichting van de ETA's voorzien in een mechanisme om meningsverschillen tussen nationale toezichthoudende autoriteiten te schikken. Wanneer een toezichthoudende autoriteit in procedureel of inhoudelijk opzicht van mening verschilt over door een andere toezichthoudende autoriteit genomen/niet genomen maatregelen op in de rechtshandelingen van de Unie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1093/2010 ▌, Verordening (EU) nr. 1094/2010 ▌en Verordening (EU) nr. 1095/2010 ▌bepaalde gebieden waar de toepasselijke wetgeving samenwerking, coördinatie of gezamenlijke besluitvorming door ▌de nationale toezichthoudende autoriteiten van meer dan een lidstaat vereist, zou de bevoegde ETA, op verzoek van één van de betrokken toezichthoudende autoriteiten, de autoriteiten moeten kunnen bijstaan bij het bereiken van overeenstemming binnen de tijdslimiet die bepaald is door de ETA, die daarbij rekening houdt met eventuele relevante tijdslimieten in de desbetreffende wetgeving en met de dringendheid en complexiteit van het geschil. Indien een dergelijk geschil voortduurt, zou de bevoegde ETA de kwestie moeten kunnen schikken.

(12)    De verordeningen tot oprichting van de ETA's schrijven voor dat de gevallen waarin het mechanisme voor de schikking van geschillen tussen ▌nationale toezichthoudende autoriteiten kan worden toegepast, in de sectorale wetgeving worden bepaald. Deze richtlijn zou moeten voorzien in een tweede categorie van dergelijke gevallen en zou moeten ▌. Deze richtlijn mag de ETA's niet beletten overeenkomstig andere bevoegdheden te handelen of in hun oprichtingsverordeningen omschreven taken te vervullen, met inbegrip van niet-bindende bemiddeling en het bijdragen tot een consequente, efficiënte en effectieve toepassing van de rechtshandelingen van de Unie. Op gebieden waarop de desbetreffende rechtshandeling reeds in één of andere vorm van niet-bindende bemiddeling voorziet of waarop er tijdslimieten zijn vastgesteld voor gezamenlijke besluiten die door één of meer ▌nationale toezichthoudende autoriteiten moeten worden genomen, zijn er bovendien wijzigingen nodig, niet alleen om ervoor te zorgen dat de procedure voor het nemen van een gemeenschappelijk besluit duidelijk is en zo min mogelijk wordt verstoord, maar ook om te garanderen dat, waar nodig, de ETA's meningsverschillen dienen te kunnen schikken. De bindende procedure voor het schikken van geschillen is erop gericht oplossingen te vinden in situaties waarin de nationale toezichthoudende autoriteiten het niet eens kunnen worden over procedurele of inhoudelijke vraagstukken met betrekking tot de naleving van de rechtshandelingen van de Unie.

(13)    Deze richtlijn dient derhalve situaties aan te wijzen waarin procedurele of inhoudelijke vraagstukken met betrekking tot de naleving van het EU-recht eventueel moeten worden opgelost en de nationale toezichthoudende autoriteiten mogelijk niet in staat zijn om zelf tot een oplossing te komen. In een dergelijke situatie dient een van de betrokken nationale toezichthoudende autoriteiten het vraagstuk aan de bevoegde ETA te kunnen voorleggen. Deze ETA dient op te treden overeenkomstig ▌haar oprichtingsverordening en deze richtlijn. Ten einde de kwestie te schikken en de naleving van het recht van de Unie te waarborgen, dient de ETA, met bindende werking voor de betrokken toezichthoudende autoriteiten, deze te kunnen verzoeken bepaalde maatregelen te nemen of het treffen van bepaalde maatregelen na te laten. In de aangelegenheden waarin de toepasselijke rechtshandeling van de Unie de lidstaten discretionaire bevoegdheden verleent, mogen de door een Europese toezichthoudende autoriteit genomen besluiten geen beletsel vormen voor de uitoefening van discretionaire bevoegdheden door de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig het recht van de Unie.

(14)    Richtlijn 2009/138/EG ▌ voorziet in gezamenlijke besluiten ten aanzien van de goedkeuring van de aanvragen voor gebruikmaking van een ​​intern model op het niveau van groepen en dochterondernemingen, van de goedkeuring van de aanvragen om een dochteronderneming te laten vallen onder de artikelen 238 en 239 van die richtlijn, en in de keuze van de groepstoezichthouder op een andere basis dan de in artikel 247 van die richtlijn bepaalde criteria. Op elk van deze gebieden dient via een wijziging duidelijk te worden aangegeven dat in geval van een meningsverschil de ▌EAVB het meningsverschil mag schikken volgens de in Verordening (EU) nr. 1094/2010 bedoelde procedure. Deze benadering maakt duidelijk dat de door de EAVB genomen besluiten geen beletsel mogen vormen voor de uitoefening van discretionaire bevoegdheden door de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig het recht van de Unie, maar dat het wel mogelijk moet zijn om meningsverschillen te schikken en de samenwerking te versterken voordat een definitief besluit wordt genomen door de nationale toezichthoudende autoriteit of voordat dit aan een instelling wordt meegedeeld. De EAVB dient meningsverschillen te schikken door te bemiddelen tussen de tegenstrijdige standpunten van de toezichthoudende autoriteiten ▌.

(15)    In de door het ESFT opgezette nieuwe toezichtarchitectuur zullen de nationale toezichthoudende autoriteiten nauw met de ETA's moeten samenwerken. Wijzigingen in de desbetreffende wetgeving dienen te voorkomen dat er wettelijke obstakels bestaan voor de informatie-uitwisselingsverplichtingen in het kader van de verordeningen ▌tot oprichting van de ETA's, en dat de informatievoorziening onnodige bureaucratische obstakels opwerpt.

(15 bis) Toezichtsgerelateerde kennis omtrent de activa van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen is een belangrijk instrument voor macro-economisch toezicht. Een volledige lijst van de activa van een onderneming kan voor de toezichthoudende autoriteiten van essentieel belang zijn om financiële risico's goed te kunnen beoordelen, met name waar het gaat om verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die qua omvang en interne organisatie en wat betreft de aard, grootte en complexiteit van de risico's die inherent zijn aan hun bedrijfsvoering relevant zijn. Indien dergelijke informatie voor een doeltreffende uitoefening van controletaken door toezichthoudende autoriteiten noodzakelijk is, moeten zij derhalve van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen verlangen dat deze een volledige lijst van itemsgewijs gespecificeerde activa indienen. Een volledige lijst van activa is voor de betrokken toezichthoudende autoriteiten niet noodzakelijk om risico's met betrekking tot de financiële stabiliteit te beoordelen wanneer de betrokken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geen belangrijke rol spelen op de financiële markten. Dit geldt met name voor ondernemingen die op de totale levens- of schadeverzekeringsmarkt van een lidstaat geen belangrijk marktaandeel bezitten.

(16)    Op gebieden waarop de Commissie momenteel krachtens Richtlijn 2009/138/EG bevoegd is om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen ingeval deze maatregelen niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking zijn ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van die richtlijn in de zin van artikel 290 VWEU, dient aan de Commissie de bevoegdheid te worden verleend om overeenkomstig voornoemd artikel gedelegeerde handelingen of overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 technische reguleringsnormen vast te stellen.

(17)    Met het oog op een consistente berekening van technische voorzieningen door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in het kader van Richtlijn 2009/138/EG, dient een centraal orgaan bepaalde technische informatie aangaande de risicovrije rentetermijnstructuur op regelmatige basis te verzamelen, te publiceren en bij te werken, rekening houdend met de op de financiële markt waargenomen ontwikkelingen. De wijze waarop de risicovrije rentetermijnstructuur wordt bepaald, dient transparant te zijn, zodat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen deze termijnstructuur kunnen toepassen in hun risicobeheersbeleid. Gezien het verzekeringstechnische karakter van deze taken, dienen zij door de EAVB te worden uitgevoerd.

(17 bis)           De risicovrije rentetermijnstructuur dient te worden bepaald aan de hand van een geïntegreerde en consistente benadering bij de vaststelling van alle aannames en parameters waarop de curve is gebaseerd, zodat consistentie in de tijd gewaarborgd is en wordt voorkomen dat kunstmatige volatiliteit ontstaat in de technische voorzieningen en het in aanmerking komende eigen vermogen dat bovenop de kapitaalvereisten wordt aangehouden. De keuze van de uitgangspunten voor de extrapolatie van risicovrije rentevoeten moeten ondernemingen in staat stellen kasstromen die bij de berekening van de beste schatting worden verdisconteerd met niet-geëxtrapoleerde rentetarieven tegen obligaties te matchen. Onder marktomstandigheden die vergelijkbaar zijn met die welke gelden op de datum van aanneming van deze richtlijn, dient als uitgangspunt voor de extrapolatie van risicovrije rentetarieven een periode van 20 jaar te worden aangehouden.

(18)    Om te garanderen dat bepaalde technische inputs voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste met de standaardformule op geharmoniseerde wijze worden verschaft, bijvoorbeeld voor het bevorderen van geharmoniseerde benaderingen ten aanzien van het gebruik van ratings, dienen specifieke taken aan de EAVB te worden toegewezen. De erkenning van ratingbureaus dient te worden aangepast aan en in overeenstemming gebracht met Richtlijn 2006/48/EG en de komende herziening daarvan, alsook met Verordening (EG) nr. 1060/2009. Overlapping met Verordening (EG) nr. 1060/2009 moet worden voorkomen; het is daarom gerechtvaardigd om het Gemengd Comité van toezichthoudende autoriteiten hierbij een rol te geven. De EAVB dient optimaal gebruik te maken van de deskundigheid en ervaring van de EAEM. De precieze manier waarop deze taken worden uitgevoerd, dient nader te worden bepaald middels bij gedelegeerde handeling of uitvoeringshandeling te nemen maatregelen.

(19)    Om overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG een geharmoniseerde aanpak te waarborgen bij het bepalen wanneer een verlenging van de voor inbreuken op het solvabiliteitskapitaalvereiste toegestane herstelperiode is toegestaan, dient te worden gespecificeerd welke omstandigheden een "uitzonderlijke daling op de financiële markten" uitmaken. De EAVB ▌dient verantwoordelijk te zijn voor het bepalen of van deze omstandigheden sprake is en de Commissie dient bevoegdheid te worden verleend om door middel van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen maatregelen te nemen tot nadere invulling van de toepasselijke te volgen procedures.

(20)    Om de samenhang tussen de verschillende sectoren te waarborgen en een einde te maken aan het uiteenlopen van de belangen van ondernemingen die leningen "herverpakken" in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten (initiatoren) en de belangen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die in dergelijke effecten of instrumenten beleggen, dient de Commissie bevoegdheid te worden verleend om door middel van gedelegeerde handelingen maatregelen te nemen met betrekking tot beleggingen in herverpakte leningen in het kader van Richtlijn 2009/138/EG om niet enkel de desbetreffende voorschriften maar tevens de gevolgen van het afwijken van die voorschriften te specificeren.

(21)    Met het oog op een grotere convergentie van de in Richtlijn 2009/138/EG opgenomen procedures voor de goedkeuring door de toezichthoudende autoriteiten van ondernemingsspecifieke parameters, beleidslijnen voor verandering van model, Special Purpose Vehicles en de vaststelling en afschaffing van kapitaalopslagfactoren, dient de Commissie bevoegdheid te worden verleend om door middel van een gedelegeerde handeling procedures op deze gebieden vast te stellen.

(22)    Het bevorderen van internationale convergentie op het vlak van risicogebaseerde solvabiliteitsregelingen dient te worden aangemoedigd. Om rekening te houden met het feit dat sommige derde landen wellicht meer tijd nodig hebben voor de aanpassing en uitvoering van een solvabiliteitregeling die volledig voldoet aan de criteria om als gelijkwaardig te worden erkend, moeten de voorwaarden worden gespecificeerd waaronder solvabiliteitsregelingen van derde landen voor bepaalde tijd als gelijkwaardige regelingen kunnen worden erkend. Verder moet worden benadrukt dat bij derde landen een risicogebaseerd toezicht niet voldoende is, maar dat ze over soortgelijke groepstoezichtsystemen moeten beschikken als in de Unie het geval is.

(23)    Om de Europese Coöperatieve Vennootschap, opgericht bij Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut van de Europese Coöperatieve Vennootschap(9), toe te staan verzekerings- en herverzekeringsdiensten te verrichten, dient in het kader van Richtlijn 2009/138/EG de lijst van toelaatbare rechtsvormen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te worden uitgebreid met de Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE).

(24)    De bedragen in euro van de ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dienen te worden gewijzigd. Deze aanpassing vloeit voort uit de periodieke aanpassing aan de inflatie van de bestaande ondergrenzen van het minimumkapitaalvereiste voor dergelijke ondernemingen.▌

(24 bis)           Bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste voor ziektekostenverzekeringsmaatschappijen moet rekening worden gehouden met nationale risicovereveningssystemen en met wijzigingen in de nationale gezondheidszorgwetgeving, aangezien deze fundamentele onderdelen vormen van het verzekeringsstelsel op de nationale markten voor zorgverzekeringen.

(25)    Teneinde beter rekening te houden met de datum (31 december) die voor de meerderheid van verzekeringsondernemingen het einde van het boekjaar aangeeft en aldus een vlottere overgang tussen de oude en nieuwe regelingen mogelijk te maken, dienen de in Richtlijn 2009/138/EG vermelde desbetreffende omzettings-, intrekkings- en toepassingstermijnen met twee maanden te worden verlengd.

(26)    Bepaalde krachtens artikel 202 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) toegewezen uitvoeringsbevoegdheden dienen te worden vervangen door passende bepalingen overeenkomstig artikel 290 VWEU.

(27)    De aanpassing van comitéprocedures aan het VWEU en met name aan artikel 290 daarvan dient op ad-hocbasis te geschieden. Om rekening te kunnen houden met de technische ontwikkelingen op de financiële markten en om de voorschriften in de bij deze richtlijn gewijzigde richtlijnen te kunnen specificeren, dient de Commissie bevoegdheid te worden verleend om gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 290 VWEU vast te stellen. Met name moeten er gedelegeerde handelingen worden vastgesteld om nadere invulling te geven aan vereisten inzake governance, waardering, rapportage aan de toezichthoudende autoriteit en publicatie, de bepaling en indeling van het eigen vermogen, de standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste (met inbegrip van eventuele daaruit voortvloeiende wijzigingen wat betreft kapitaalopslagfactoren) en de keuze van methoden en aannames voor de berekening van technische voorzieningen.

(28)    Het Europees Parlement en de Raad dienen na de datum van kennisgeving over een termijn van drie maanden te beschikken om bezwaar tegen de gedelegeerde handeling aan te tekenen. Deze termijn dient met betrekking tot significante punten van zorg op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden te kunnen worden verlengd. Het Europees Parlement en de Raad moeten de andere instellingen ook in kennis kunnen stellen van hun voornemen geen bezwaar aan te tekenen. Een dergelijke vroegtijdige goedkeuring van gedelegeerde handelingen is met name aangewezen wanneer er tijdslimieten moeten worden geëerbiedigd, bijvoorbeeld in het geval van een tijdschema dat de Commissie volgens de basishandeling moet respecteren voor het vaststellen van gedelegeerde handelingen.

(28 bis)           In het licht van de financiële crisis en van de procyclische mechanismen die tot het ontstaan van deze crisis hebben bijgedragen en het effect ervan hebben verergerd, hebben de Financial Stability Board (FSB), het Bazelse Comité en de G-20 aanbevelingen gedaan om de procyclische effecten van de financiële regelgeving af te zwakken. Deze aanbevelingen zijn belangrijke onderdelen van het financiële stelsel die rechtstreeks relevant zijn voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

(28 ter)           Om een coherente toepassing en macroprudentieel toezicht in de gehele Unie te garanderen, is het passend dat het Europees Comité voor systeemrisico's (ECSR) op de economie van de Unie toegesneden beginselen ontwikkelt en verantwoordelijk is voor het monitoren van de toepassing van de anticyclische kapitaalbuffer.

(28 quater) Uit de financiële crisis is gebleken dat financiële instellingen het tegenpartijkredietrisico verbonden aan over-the-counter-derivaten (otc-derivaten) in grote mate hebben onderschat. Naar aanleiding hiervan hebben de G20 er in september 2009 op aangedrongen meer otc-derivaten via een centrale tegenpartij (ctp) te clearen. Bovendien hebben zij ervoor gepleit om otc-derivaten die niet centraal kunnen worden gecleard, aan hogere kapitaalvereisten te onderwerpen, teneinde rekening te houden met de hogere risico's die eraan zijn verbonden.

(28 quinquies)           De staatsschuldcrisis en de verklaring van 26 oktober 2011 van de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten die de euro als munt hebben, hebben laten zien dat een risicogewicht van 0% voor staatsobligaties niet meer overeenkomt met de economische realiteit. De Commissie moet in een verslag aan het Europees Parlement en de Raad mogelijkheden voorstellen om de berekening van de eigenvermogensvereisten voor dergelijke risico's zo snel mogelijk dienovereenkomstig aan te passen, onder inachtneming van de potentieel destabiliserende effecten van de indiening van dergelijke voorstellen tijdens periodes waarin de markt onder druk staat.

(29)    Om overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG voor een vlotte overgang naar een nieuwe regeling te zorgen, moet deze geleidelijk worden ingevoerd en moet worden voorzien in specifieke overgangstermijnen.

(30)    De overgangstermijnen moeten gericht zijn op het voorkomen van marktverstoring ▌. De overgangstermijnen moeten ondernemingen aanmoedigen de bijzondere vereisten van de nieuwe regeling zo snel mogelijk in acht te nemen.

(31)    Daar de doelstellingen van de onderhavige richtlijn, namelijk het verbeteren van de werking van de interne markt door een hoog, effectief en consistent niveau van prudentiële regelgeving en toezicht te verzekeren, het beschermen van verzekeringnemers en begunstigden en, in het verlengde daarvan, van ondernemingen en consumenten, het beschermen van de integriteit, efficiëntie en ordelijke werking van de financiële markten, het handhaven van de stabiliteit van het financiële stelsel en het versterken van de internationale coördinatie tussen toezichthouders, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van het optreden, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel mag deze richtlijn niet verder gaan dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken en met name geen solvabiliteitsvereisten opleggen aan bedrijfspensioenfondsen.

(32)    De Commissie dient uiterlijk op 1 januari 2014 verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en aan de Raad over de indiening door de ETA's van de in deze richtlijn bedoelde ontwerpen van technische normen en in voorkomend geval passende voorstellen in te dienen.

(33)    De Richtlijnen 2002/92/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG en 2009/138/EG en Verordening (EG) nr. 1060/2009 dienen derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel -1

Wijzigingen in Richtlijn 2002/92/EG

Richtlijn 2002/92/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)       In artikel 3, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De lidstaten delen de door het loket verzamelde gegevens op regelmatige basis mede aan de bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad* opgerichte Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EAVB), die ze publiceert op haar website."

___________

* PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.

(2)      In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door:

"2. De lidstaten doen de Commissie mededeling van hun wens in kennis te worden gesteld overeenkomstig lid 1. De Commissie stelt op haar beurt alle lidstaten en de EAVB daarvan in kennis."

(3)      In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteiten aan die gemachtigd zijn te zorgen voor de uitvoering van deze richtlijn. De lidstaten stellen de Commissie en de EAVB van deze aanwijzing en van de eventuele taakverdeling in kennis."

(4)      In artikel 9 komt de titel als volgt te luiden:

"Informatie-uitwisseling tussen de lidstaten en de EAVB"

(5)      In artikel 9 wordt het volgende lid ingevoegd:

"1 bis. De bevoegde autoriteiten werken voor de toepassing van deze richtlijn samen met de EAVB, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1094/2010. De bevoegde autoriteiten verstrekken de EAVB onverwijld alle informatie die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taken uit hoofde van deze richtlijn en van Verordening (EU) nr. 1094/2010, overeenkomstig artikel 35 van die verordening."

(6)      In artikel 12 wordt lid 5 vervangen door:

"5.      De lidstaten mogen strengere bepalingen betreffende de vereisten op het gebied van de in lid 1 bedoelde informatie handhaven of aannemen, indien deze bepalingen in overeenstemming zijn met het Unierecht.

De lidstaten stellen de Commissie en de EAVB in kennis van de in de eerste alinea bedoelde nationale bepalingen.

De lidstaten actualiseren die informatie regelmatig en ten minste om de twee jaar en de EAVB maakt die informatie beschikbaar op haar website.

Teneinde met alle passende middelen een hoge mate van transparantie te bereiken, zorgt de Commissie ervoor dat informatie over de nationale bepalingen waarvan zij in kennis wordt gesteld, tevens aan de consumenten en verzekeringstussenpersonen wordt meegedeeld.

6.        Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 5 te garanderen, stelt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op inzake de procedures die de bevoegde autoriteiten moeten volgen en de formulieren en templates die zij moeten gebruiken bij het bijwerken van relevante informatie en het toezenden daarvan aan de EAVB.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.".

Artikel 1

Wijzigingen in Richtlijn 2003/71/EG

Richtlijn 2003/71/EG wordt als volgt gewijzigd:

(1)       in artikel 5, lid 4, wordt de derde alinea vervangen door:

Indien de uiteindelijke voorwaarden van de aanbieding noch in het basisprospectus, noch in een aanvullend document worden vermeld, worden de uiteindelijke voorwaarden aan de beleggers beschikbaar gesteld en bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst gedeponeerd en worden zij, zodra dat realiseerbaar is en zo mogelijk voordat de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de handel aanvangt, door die bevoegde autoriteit doorgegeven aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat/lidstaten van ontvangst en aan de ▌EAEM. De uiteindelijke voorwaarden bevatten uitsluitend gegevens die betrekking hebben op de verrichtingsnota en worden niet gebruikt om het basisprospectus aan te vullen. In dergelijke gevallen is artikel 8, lid 1, onder a), van toepassing."

(2)       Artikel 11, lid 3, komt als volgt te luiden:

"3.      Ten einde een consequente harmonisatie van de bepalingen van dit artikel te waarborgen, stelt de EAEM ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de door middel van verwijzing op te nemen informatie.

De EAEM legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

(3) Artikel 13, lid 7, komt als volgt te luiden:

"7.      Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot de goedkeuring van het prospectus te waarborgen, stelt de EAEM ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de procedures voor de goedkeuring van het prospectus en van de voorwaarden voor het aanpassen van tijdslimieten.

De EAEM legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.".

(4)       Artikel 14, lid 8, komt als volgt te luiden:

"8.      Ten einde een consequente harmonisatie van de bepalingen van dit artikel te waarborgen, stelt de EAEM ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de bepalingen van de leden 1 tot en met 4 betreffende de publicatie van het prospectus.

De EAEM legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.".

(5)       Artikel 15, lid 7, komt als volgt te luiden:

"7.      Ten einde een consequente harmonisatie van de bepalingen van dit artikel te waarborgen, stelt de EAEM ontwerpen van technische reguleringsnormen op om nadere invulling te geven aan de bepalingen met betrekking tot de verspreiding van advertenties waarin het voornemen om effecten aan het publiek aan te bieden of de toelating van effecten tot de handel wordt aangekondigd, met name voordat het prospectus aan het publiek beschikbaar wordt gesteld of de inschrijving wordt geopend, alsook om nadere invulling te geven aan de bepalingen van lid 4.

De EAEM legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 1 januari 2014 aan de Commissie voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.".

(5 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd.

"Artikel 31 bis

Personeel en middelen van de EAEM

De EAEM maakt een raming op van de personele en andere behoeften die voortvloeien uit de vervulling van haar taken en bevoegdheden overeenkomstig deze richtlijn en brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.".

Artikel 2

Wijzigingen in Richtlijn 2009/138/EG

Richtlijn 2009/138/EG wordt als volgt gewijzigd:

(-1)     In artikel 13 wordt het volgende punt ingevoegd:

"(32 bis) onder "toegelaten centrale tegenparttij" wordt verstaan een centrale tegenpartij die in de zin van artikel 2, lid 1, onder 1), van Verordening (EU) nr. ... / 2012 van het Europees Parlement en de Raad van ... [EMIR] over een vergunning beschikt krachtens artikel 10 van die richtlijn;";

(1)       Artikel 17, lid 3, komt als volgt te luiden:

"3.       De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vaststellen betreffende de ▌lijst van in de punten 1 tot en met 27 van de delen A, B en C van bijlage III vermelde rechtsvormen.";

(1 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 25 bis

Kennisgeving en bekendmaking van vergunningen, intrekking van vergunningen en weigeringen om een vergunning te verlenen

Elke toekenning, intrekking of weigering tot het verlenen van een vergunning wordt ter kennis van de bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad* opgerichte EAVB gebracht. De naam van elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan welke een vergunning wordt verleend, wordt opgenomen in een lijst. De EAVB maakt deze lijst op haar website bekend en houdt deze actueel.

____________

* PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.

(1 ter) In artikel 29 wordt lid 4 vervangen door:

"4.      De Commissie zorgt ervoor dat gedelegeerde handelingen en technische regulerings- en uitvoeringsnormen aan het proportionaliteitsbeginsel voldoen zodat deze richtlijn op evenredige wijze wordt toegepast, met name wat kleine verzekeringsondernemingen betreft.

De EAVB ziet erop toe dat de overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 ingediende ontwerpen van technische reguleringsnormen, de overeenkomstig artikel 15 daarvan ingediende technische uitvoeringsnormen en de richtsnoeren en aanbevelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 16 daarvan recht doen aan het evenredigheidsbeginsel, zodat de evenredige toepassing van deze richtlijn gewaarborgd is, met name voor kleine verzekeringsondernemingen.";

(2)       Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

a)        lid 4 wordt vervangen door:

"4.       Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 2 van dit artikel, en onverminderd het bepaalde in de artikelen 35, 51, 254, lid 2, en 256 werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit om nadere invulling aan de voornaamste aspecten van de bekendmaking van geaggregeerde statistische gegevens te geven en het model, de structuur, de inhoud en de publicatiedatum van de in dit artikel bedoelde informatie te bepalen.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(3)       Aan artikel 33 worden de volgende leden toegevoegd:

"Indien een toezichthoudende autoriteit de toezichthoudende autoriteiten van een lidstaat van ontvangst in kennis heeft gesteld van haar voornemen om verificaties ter plaatse overeenkomstig de eerste alinea uit te voeren en indien deze toezichthoudende autoriteit het recht om die verificaties ter plaatse uit te voeren om praktische redenen niet kan uitoefenen of indien die toezichthoudende autoriteiten om praktische redenen geen gebruik kunnen maken van hun recht om overeenkomstig de tweede alinea aan die verificaties deel te nemen, mogen zij overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 en 6 van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 de zaak voorleggen aan de EAVB en deze om assistentie verzoeken. In dit geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden.

Overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 is de EAVB gerechtigd deel te nemen aan de inspecties ter plaatse wanneer deze door twee of meer toezichthoudende autoriteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.";

(4)       Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

- a)      In lid 2 wordt punt a) (i) vervangen door:

"(i)     in van tevoren bepaalde perioden; waarbij de betrokken toezichthoudende autoriteiten regelmatige rapportage aan de toezichthoudende autoriteit mogen beperken tot informatie die in de loop van het jaar ingrijpend verandert op voorwaarde dat:

         afwijkingen van de reguliere rapportage aan de toezichthoudende autoriteit slechts mogen worden verleend aan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan het gezamenlijke totale marktaandeel niet meer bedraagt dan respectievelijk 20% van respectievelijk de levens- of schadeverzekeringsmarkt van een lidstaat; en dat

         er minstens eenmaal per jaar volledige rapportage plaatsvindt.";

-a bis) Aan lid 2 worden de volgende alinea’s toegevoegd:

"Alleen indien dit vereist is voor een doeltreffende uitoefening van de toezichthoudende taken door de betrokken toezichthoudende autoriteiten, schrijven de lidstaten voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, in het kader van hun regelmatige rapportage of op ad-hocbasis, een volledige lijst van activa indienen waarin itemsgewijs gegevens worden verstrekt, met name om redenen van financiële stabiliteit."

Afwijkingen van de itemsgewijze rapportageverplichtingen kunnen door de toezichthoudende autoriteiten slechts worden toegestaan voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan het gezamenlijke totale marktaandeel niet meer bedraagt dan 20% van respectievelijk de levens- of schadeverzekeringsmarkt van een lidstaat.";

a)        lid 6 wordt vervangen door:

"6.      Ten einde een consequente harmonisatie van de bepalingen van dit artikel te waarborgen, stelt de EAVB voorstellen op voor technische reguleringsnormen ter nadere specificatie van de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde informatie en tijdstippen.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

6 bis.   Met het oog op een coherentere en consistentere toepassing van lid 2 werkt de EAVB overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 richtsnoeren uit ter bepaling van de criteria voor de berekening van marktaandelen, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel en de financiële stabiliteitsaspecten.

Deze richtsnoeren dienen ook te worden toegepast voor de afwijkingen van de reguliere toezichtsgerichte rapportageverplichting op groepsniveau, waar dergelijke afwijkingen mutatis mutandis ook van toepassing zijn conform de eerste alinea van artikel 254, lid 2.

Deze criteria worden minstens om de vijf jaar geëvalueerd.

7.        Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, kan de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uitwerken met het oog op de vaststelling van de standaardformulieren, de templates en de procedures voor het verstrekken van informatie aan de toezichthoudende autoriteiten. De procedures kunnen eventueel vereisten omvatten inzake de goedkeuring van de verstrekte informatie door de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(5)       Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

a)        lid 6 wordt vervangen door:

"6.       De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast waarin nadere invulling wordt gegeven aan de omstandigheden waaronder een kapitaalopslagfactor mag worden toegepast.

6 bis.   Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot kapitaalopslagen te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de methoden voor de berekening van kapitaalopslagen te specificeren.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

6 ter.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit betreffende de te volgen besluitvormingsprocedures ter vaststelling, berekening en opheffing van kapitaalopslagfactoren.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(6)       Aan artikel 38, lid 2, worden de volgende alinea’s toegevoegd:

"Indien een toezichthoudende autoriteit de toezichthoudende autoriteiten van een lidstaat van ontvangst in kennis heeft gesteld van haar voornemen om een controle ter plaatse overeenkomstig de eerste alinea uit te voeren en indien die toezichthoudende autoriteit het recht om die controle ter plaatse uit te voeren om praktische redenen niet kan uitoefenen, mag zij overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 en 6 van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 de zaak voorleggen aan de EAVB en haar om assistentie verzoeken. In dat geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden.

Overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, is de EAVB gerechtigd deel te nemen aan inspecties ter plaatse wanneer deze door twee of meer toezichthoudende autoriteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.";

(7)       Artikel 50 wordt vervangen door:

"Artikel 50

Technische reguleringsnormen

1.        Teneinde een consequente harmonisatie met betrekking tot deze afdeling te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)     de onderdelen van de in de artikelen 41, 44, 46 en 47 bedoelde systemen, en met name de gebieden die onder het in artikel 44, lid 2, bedoelde ALM en beleggingsbeleid van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vallen;

b)     de in de artikelen 44, 46, 47 en 48 bedoelde functies;

c)      de vereisten van artikel 42 en de desbetreffende functies;

d)     de voorwaarden waaronder uitbesteding, met name aan dienstverleners in derde landen, is toegestaan.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

2.        Teneinde een consequente harmonisatie met betrekking tot de in artikel 45, lid 1, onder a), bedoelde beoordeling te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van de onderdelen van die beoordeling.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.".

(8)       ▌Artikel 51, lid 2, derde alinea, komt als volgt te luiden:

           "Wel mogen de lidstaten, onverminderd publicatieverplichtingen in het kader van andere wet- en regelgeving, bepalen dat, ook al wordt het totale solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in lid 1, punt e), onder (ii), bekendgemaakt, de kapitaalopslagfactor of het effect van de specifieke parameters die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming overeenkomstig artikel 110 moet hanteren, niet apart bekendgemaakt hoeft te worden gedurende een overgangsperiode die uiterlijk op 31 december 2017 verstrijkt.";

(9)       Artikel 52 wordt vervangen door:

"Artikel 52

Informatie voor en rapporten van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen

1.        De lidstaten verplichten de toezichthoudende autoriteiten om jaarlijks de volgende informatie te verstrekken aan de EAVB:

a)        de gemiddelde kapitaalopslagfactor per onderneming en de verdeling van de opslagfactoren zoals de toezichthoudende autoriteit deze in het voorgaande jaar heeft toegepast. Ze worden berekend als percentage van het solvabiliteitskapitaalvereiste en als volgt afzonderlijk aangegeven:

(i)     voor alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;

(ii)     voor levensverzekeringsondernemingen;

(iii)    voor schadeverzekeringsondernemingen;

(iv)    voor verzekeringsondernemingen die zowel levensverzekerings- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen;

(v)    voor herverzekeringsondernemingen;

b)     voor alle onder a) van dit lid genoemde gegevens: het percentage van de kapitaalopslagfactoren die respectievelijk op grond van artikel 37, lid 1, onder a), b) en c), zijn toegepast.

2.        De EAVB publiceert jaarlijks de volgende informatie:

a)      voor alle lidstaten samen: de totale verdeling van de kapitaalopslagfactoren. Deze worden als percentage van het solvabiliteitskapitaalvereiste berekend voor:

(i)     alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;

(ii)     levensverzekeringsondernemingen;

(iii)    schadeverzekeringsondernemingen;

(iv)    verzekeringsondernemingen die zowel levensverzekerings- als schadeverzekeringsactiviteiten uitoefenen;

(v)    herverzekeringsondernemingen;

b)     voor elke lidstaat afzonderlijk: de verdeling van de als percentage van het solvabiliteitskapitaalvereiste berekende kapitaalopslagfactoren over alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in die lidstaat;

c)      voor alle onder a) en b) van dit lid genoemde gegevens: het percentage van de kapitaalopslagfactoren die respectievelijk op grond van artikel 37, lid 1, onder a), b) en c), zijn toegepast.

3.        De EAVB verstrekt de in lid 2 genoemde informatie aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, met daarbij een rapport over de mate van toezichtconvergentie in de toepassing van kapitaalopslagfactoren tussen de toezichthoudende autoriteiten in de verschillende lidstaten.";

(10)     Artikel 56 wordt vervangen door:

"Artikel 56

Rapport over de solvabiliteit en financiële positie: gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vast waarin nadere invulling wordt gegeven aan de informatie die bekend moet worden gemaakt overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.

Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van deze afdeling te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de te volgen procedures en de te gebruiken formulieren en templates.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de tweede alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(11)     Artikel 58, lid 8, komt als volgt te luiden:

"8.       Ten einde een consequente harmonisatie van de bepalingen van deze afdeling te waarborgen, kan de EAVB, onverminderd het bepaalde in artikel 58, lid 2, ontwerpen van technische reguleringsnormen uitwerken om te bepalen welke informatie moet worden opgenomen in de in artikel 59, lid 4, bedoelde uitputtende lijst die door de kandidaat-verwerver bij de kennisgeving moet worden gevoegd.

Om te zorgen voor een consequente harmonisatie van de bepalingen van deze afdeling en om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op om nadere invulling te geven aan de aanpassingen van de criteria van artikel 59, lid 1.

De EAVB legt de in de tweede alinea bedoelde ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste en tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

8 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van deze richtlijn te garanderen, kan de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uitwerken met het oog op de vaststelling van gemeenschappelijke procedures, formulieren en templates voor het in artikel 60 bedoelde overleg tussen de relevante toezichthoudende autoriteiten.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(11 bis)           Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 65 bis

Samenwerking met de EAVB

De lidstaten zien erop toe dat de toezichthoudende autoriteiten voor de toepassing van deze richtlijn samenwerken met de EAVB, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1094/2010.

De lidstaten zien erop toe dat de toezichthoudende autoriteiten de EAVB overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1094/2010 onverwijld voorzien van alle informatie die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taken.";

(12)     In artikel 69 wordt het tweede lid vervangen door:

"Deze gegevens mogen alleen worden verstrekt wanneer zulks ter wille van het prudentiële toezicht nodig is. De lidstaten bepalen evenwel dat de informatie die op grond van artikel 65 en artikel 68, lid 1, is ontvangen, en informatie welke is verkregen naar aanleiding van in artikel 33 bedoelde verificatie ter plaatse, alleen bekend mag worden gemaakt met uitdrukkelijke instemming van de toezichthoudende autoriteit waarvan de informatie afkomstig was dan wel van de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat waar de verificatie ter plaatse is verricht."

(12 bis)           Artikel 70 wordt vervangen door:

"Artikel 70

Overdracht van informatie aan centrale banken en monetaire autoriteiten, toezichthouders van betalingssystemen en het Europees Comité voor systeemrisico's

1.        Onverminderd deze afdeling mag een toezichthoudende autoriteit voor de uitoefening van haar taken dienstige informatie doen toekomen aan de volgende entiteiten:

a)     centrale banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken (met inbegrip van de ECB) en andere instanties met een soortgelijke taak in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit indien deze informatie van belang is voor hun respectieve wettelijke taken, waaronder het voeren van monetair beleid en de daarmee samenhangende beschikbaarstelling van liquide middelen, de uitoefening van toezicht op betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen en de waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel;

b)     indien nodig, andere nationale overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de betalingssystemen; en

c)      het Europees Comité voor systeemrisico's (ESRB), als die informatie van belang is voor zijn taken.

2.        Deze autoriteiten of instanties mogen ook aan de toezichthoudende autoriteiten informatie toezenden die deze nodig hebben ter uitvoering van artikel 67. De in dit verband ontvangen informatie valt onder de in deze afdeling neergelegde bepalingen inzake het beroepsgeheim.

3.        In een noodsituatie, waaronder een situatie zoals gedefinieerd in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, staan de lidstaten de bevoegde autoriteiten toe dat zij onverwijld gegevens toezenden aan de centrale banken van het Europees Stelsel van Centrale Banken (met inbegrip van de ECB) als die gegevens van belang zijn voor hun wettelijke taken, waaronder het voeren van monetair beleid en de daarmee samenhangende beschikbaarstelling van liquide middelen, de uitoefening van toezicht op betalings-, clearing- en effectenafwikkelingssystemen en de waarborging van de stabiliteit van het financiële stelsel, en aan het ESRB, als die informatie van belang is voor zijn taken.";

(13)     Artikel 71 wordt als volgt gewijzigd:

a)        lid 2 wordt vervangen door:

"2.       De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten bij de uitoefening van hun taken aandacht schenken aan de convergentie van de toezichtinstrumenten en -praktijken bij de toepassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die overeenkomstig deze richtlijn worden vastgesteld. Te dien einde dragen de lidstaten er zorg voor dat:

a)      de toezichthoudende autoriteiten deelnemen aan de werkzaamheden van de EAVB;

b)     de toezichthoudende autoriteiten rekening houden met de richtsnoeren en aanbevelingen van de EAVB, en de redenen geven indien zij dit niet doen,

c)      nationale mandaten die aan de toezichthoudende autoriteiten worden toegekend, hun taakvervulling als leden van de EAVB of in het kader van deze richtlijn niet in de weg staan.";

b)        lid 3 wordt geschrapt.

(14)     Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:

- a)      in lid 1, onder b), wordt de eerste alinea vervangen door:

"b)       passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor ze kunnen worden overgedragen of afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn. Bij de verdiscontering van verplichtingen wordt geen rekening gehouden met informatie over de activa die door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden aangehouden.";

a)        lid 2 wordt vervangen door:

"2. Om een consequente harmonisatie met betrekking tot de waardering van activa en passiva te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)        de methoden en aannames die moeten worden gebruikt bij de waardering van activa en passiva als beschreven in lid 1;

b)        de door de Commissie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 bekrachtigde internationale standaarden voor jaarrekeningen die met de in lid 1 vastgelegde waarderingsbenadering voor activa en passiva overeenstemmen;

c)        waarderingsbenaderingen indien er geen marktnoteringen voorhanden zijn of indien deze niet met de in lid 1 vastgelegde waarderingsbenadering voor activa en passiva overeenstemmen;

d)        de alternatieve waarderingsmethoden die moeten worden gehanteerd wanneer er sprake is van een tijdelijke of permanente inconsistentie tussen de door de Commissie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad(10), bekrachtigde internationale standaarden voor jaarrekeningen en de in lid 1 vastgelegde waarderingsbenadering voor activa en passiva.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

(14 bis) Artikel 76, lid 2, wordt vervangen door:

"2.      De waarde van de technische voorzieningen moet overeenstemmen met het huidige bedrag dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou moeten betalen indien zij haar verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen met onmiddellijke ingang op een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming zou overdragen. De waarde van de technische voorzieningen wordt niet beïnvloed door activa die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden.";

(14 ter) In artikel 77, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

"2.      De beste schatting stemt overeen met het kansgewogen gemiddelde van toekomstige kasstromen, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdswaarde van geld (verwachte contante waarde van toekomstige kasstromen) en gebruik wordt gemaakt van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur. Bij de bepaling van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die wordt gebruikt ter verdiscontering van verzekeringsverplichtingen wordt geen rekening gehouden met informatie over de activa die door verzekerings- of herverzekeringsondernemingen worden aangehouden.";

(15)     De volgende artikelen worden ingevoegd:

Artikel 77 bis

Technische informatie verstrekt door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen

1.        De relevante risicovrije rentetermijnstructuur waarvan gebruik moet worden gemaakt bij de berekening van de in artikel 77, lid 2, bedoelde beste schatting, wordt door de EAVB ten minste op maandbasis voor elke desbetreffende munteenheid vastgesteld en gepubliceerd. Hoofdstuk VII van deze titel is van toepassing op basis van deze beste schatting.

2.        Wanneer de EAVB, in nauwe samenwerking met het ESRB, constateert dat de financiële markten voor een bepaalde valuta onder druk staan en aantoont dat deze tijdelijke en uitzonderlijke situatie er meer dan waarschijnlijk toe zal leiden dat ondernemingen een omvangrijk en substantieel deel van hun vastrentende effectenportefeuille verkopen, dient er voor elke relevante valuta met dezelfde regelmaat een aangepaste relevante risicovrije rentetermijnstructuur te worden bekendgemaakt als de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die wordt bedoeld in lid 1.

De aanpassing wordt berekend op basis van een deel van de spread tussen de rente die kan worden verdiend met activa die deel uitmaken van een representatieve portefeuille van activa waarin verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hebben belegd en de tarieven van de risicovrije basisrentetermijnstructuur. Het bewuste deel mag niet terug te voeren zijn op een realistische inschatting van te verwachten verliezen of op een onverwacht kredietrisico op de activa dan wel op enig ander risico.

Het is verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uitsluitend voor bepaalde zeer illiquide passiva die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 86 toegestaan om bij de berekening van de beste schatting gebruik te maken van die aangepaste relevante risicovrije rentetermijnstructuur.

In dat geval maken de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen publiekelijk bekend dat zij van die aangepaste relevante risicovrije rentermijnstructuur gebruik maken en welke geldelijke gevolgen dit heeft voor hun financiële positie.

3.        De EAVB voert de in de leden 1 en 2 bedoelde taken op een transparante, objectieve en betrouwbare wijze uit.

Artikel 77 ter

Extrapolatie

Bij de bepaling van de tarieven van de risicovrije rentetermijnstructuur door de EAVB dient gebruik te worden gemaakt van informatie die is verkregen aan de hand van de daarvoor relevante financiële instrumenten en wordt ervoor gezorgd dat deze daarmee in overeenstemming zijn. De markten voor de relevante financiële instrumenten en voor obligaties dienen zodanige looptijden te hebben dat zij kunnen worden beschouwd als diepe, liquide en transparante markten. Wanneer het looptijden betreft waarbij de markten voor zowel de relevante financiële instrumenten als voor obligaties niet meer kunnen worden beschouwd als diep, liquide en transparant, dient de risicovrije rentetermijnstructuur te worden geëxtrapoleerd.

Voor elke valuta dient het geëxtrapoleerde deel van de risicovrije basisrentetermijnstructuur te zijn gebaseerd op termijntarieven die soepel van een rentevoet of een reeks rentevoeten voor de langste looptijden waartegen de relevante financiële instrumenten en obligaties in die valuta in een diepe en liquide markt te vinden zijn convergeren naar een ultimate forward rate (UFR).

Het geëxtrapoleerde deel van de risicovrije basisrentetermijnstructuur dient op een zodanige wijze naar de ultimate forward rate te convergeren dat de geëxtrapoleerde termijntarieven voor looptijden die de langste looptijden als bedoeld in de tweede alinea met 10 jaar overtreffen niet meer dan drie basispunten verschillen van de ultimate forward rate."

(16)     Artikel 86 wordt vervangen door:

"Artikel 86

Technische reguleringsnormen

Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot de op technische voorzieningen toe te passen methoden en berekeningswijzen te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot invulling van:

a)      actuariële en statistische methoden voor de berekening van de in artikel 77, lid 2, bedoelde beste schatting;

b)     de methoden, beginselen en technieken voor het bepalen van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die moet worden gehanteerd bij de berekening van de in artikel 77, lid 2, bedoelde beste schatting;

c)      de omstandigheden waaronder technische voorzieningen als geheel worden berekend of als som van een beste schatting en een risicomarge, en de te hanteren methoden wanneer technische voorzieningen als geheel worden berekend, als bedoeld in artikel 77, lid 4;

d)     de methoden en aannames die moeten worden gehanteerd bij de berekening van de risicomarge, waaronder de bepaling van het bedrag aan in aanmerking komend eigen vermogen dat nodig is voor de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen en de kalibratie van het kapitaalkostenpercentage, als bedoeld in artikel 77, lid 5;

d bis) de gedetailleerde criteria voor de methoden voor de berekening van de illiquiditeitspremie alsmede de methoden voor het vaststellen van zeer illiquide passiva, als bedoeld in artikel 77 bis;

e)      de branches op basis waarvan verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen voor de berekening van technische voorzieningen moeten worden onderverdeeld, als bedoeld in artikel 80;

f)      de normen waaraan moet worden voldaan om de adequaatheid, volledigheid en juistheid te waarborgen van de gegevens die bij de berekening van technische voorzieningen worden gebruikt, alsmede de specifieke omstandigheden waarin benaderingen, met inbegrip van ad-hocmethoden voor de berekening van de beste schatting toelaatbaar zijn, als bedoeld in artikel 82;

g)      de methoden die moeten worden gehanteerd bij de berekening van de in artikel 81 bedoelde correctie voor wanbetaling van een tegenpartij om rekening te houden met de verwachte verliezen die daarvan het gevolg zijn;

h)      zo nodig vereenvoudigde methoden en technieken voor de berekening van technische voorzieningen, om ervoor te zorgen dat de onder a) en d) bedoelde actuariële en statistische methoden evenredig zijn aan de aard, omvang en complexiteit van de risico’s die door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekerings- en herverzekeringscaptives, worden gedragen;

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

▌";

(17)     Artikel 92 wordt als volgt gewijzigd:

a)      De titel wordt als volgt vervangen:

"Artikel 92

Technische regulerings- en uitvoeringsnormen";

b)     lid 1 wordt vervangen door:

"1.          Teneinde een consequente harmonisatie met betrekking tot de bepaling van het eigen vermogen te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)      de criteria ▌voor goedkeuring van aanvullend vermogen door de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 90;

b)     de behandeling van deelnemingen in de zin van artikel 212, lid 2, derde alinea, in financiële en kredietinstellingen bij de bepaling van het eigen vermogen.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

b bis)  het volgende lid wordt toegevoegd:

"2 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van artikel 90 te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit inzake de procedures die moeten worden gevolgd en de formulieren en templates die moeten worden gebruikt voor de goedkeuring van aanvullend eigen vermogen door de toezichthoudende autoriteit.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

";

(18)     Artikel 97 wordt vervangen door:

"Artikel 97

Technische reguleringsnormen

1.        Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot de indeling van eigen vermogen te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)      een overzicht van eigenvermogensbestanddelen, met inbegrip van die welke bedoeld worden in artikel 96, die geacht worden aan de criteria van artikel 94 te voldoen. Het bevat voor elk eigenvermogensbestanddeel een nauwkeurige beschrijving van de elementen die de indeling ervan hebben bepaald;

b)     de methoden die de toezichthoudende autoriteiten moeten hanteren bij de verlening van goedkeuring voor de beoordeling en indeling van eigenvermogensbestanddelen die niet in het onder a) bedoelde overzicht voorkomen;

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

De Commissie toetst het in lid 1, onder a), bedoelde overzicht periodiek aan de marktontwikkelingen en werkt het zo nodig bij.

▌";

(19)     Artikel 99 wordt vervangen door:

"Artikel 99

Technische reguleringsnormen met betrekking tot in aanmerking komend eigen vermogen

1.        Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot het in aanmerking komende eigen vermogen te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)      de kwantitatieve grenzen als bedoeld in artikel 98, leden 1 en 2;

b)     de aanpassingen die dienen te worden gedaan om rekening te houden met het gebrek aan overdraagbaarheid van die eigenvermogensbestanddelen die enkel kunnen worden gebruikt ter dekking van verliezen in verband met een bepaald onderdeel van de verplichtingen of bepaalde risico’s (afgezonderde fondsen).

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.".

▌;

(19 bis)           Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 109 bis

Berekening van de ondermodule risicospreiding: symmetrisch aanpassingsmechanisme

1.        De volgens de standaardformule te berekenen ondermodule risicospreiding voorziet o.a. in een symmetrische aanpassing aan het kapitaalspreidingsvereiste dat wordt toegepast ter dekking van het risico dat voortvloeit uit veranderingen in de koersen van obligaties en andere vastrentende effecten met vergelijkbare kasstroomkenmerken.

2.        De symmetrische aanpassing aan het conform artikel 104, lid 4, gekalibreerde standaardkapitaalspreidingsvereiste ter dekking van het risico dat voortvloeit uit veranderingen in de koersen van obligaties en andere vastrentende effecten met vergelijkbare kasstroomkenmerken dient te worden bepaald in functie van het momentane niveau van een daarvoor geschikte index van vastrentende waarden en het gewogen gemiddeld niveau van die index. Het gewogen gemiddelde wordt berekend over een passende periode die dezelfde is voor alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

3.        De symmetrische aanpassing aan het standaardkapitaalspreidingsvereiste ter dekking van het risico dat voortvloeit uit veranderingen in de koersen van obligaties en andere vastrentende effecten met vergelijkbare kasstroomkenmerken mag niet resulteren in de toepassing van een kapitaalspreidingsvereiste dat meer dan 25 % lager of hoger is dan het standaardkapitaalspreidingsvereiste.

4.        Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die de aangepaste relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 77 bis, lid 2, gebruiken passen de symmetrische aanpassing van het standaardkapitaalspreidingsvereiste niet toe wanneer aanpassing overeenkomstig artikel 106 bis resulteert in een kapitaalspreidingsvereiste dat lager uitkomt dan het standaardkapitaalspreidingsvereiste.";

(19 ter) In artikel 105, lid 6, wordt na de tweede alinea de volgende alinea ingevoegd:

"Wanneer een derivatencontract via een toegelaten centrale tegenpartij wordt gecleard, is het desbetreffende kapitaalvereiste ter dekking van het tegenpartijrisico lager dan wanneer het contract langs andere weg wordt gecleard."

(20)     Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 109 bis

Geharmoniseerde technische input voor de standaardformule

1.        Voor de berekening van de marktrisicomodule en de tegenpartijrisicomodule als bedoeld in artikel 105, leden 5 en 6, kan van een externe kredietbeoordeling gebruik worden gemaakt om de kans op wanbetaling te bepalen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)     de externe kredietbeoordeling is opgemaakt door een externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI);

b)     de EKBI is een ratingbureau dat is geregistreerd of gecertificeerd conform Verordening (EG) nr. 1060/2009 ofwel – indien de EKBI niet is geregistreerd conform Verordening (EG) nr. 1060/2009 – is zij op haar geschiktheid getoetst door de ETA's, en wel via het uit hoofde van artikel 54 van Verordening (EU) No1093/2010, Verordening (EU) No1094/2010 en Verordening (EU) No1095/2010 ingestelde Gemengd Comité (het Gemengd Comité) en onderworpen aan de methodologische eisen die zijn vastgelegd in de artikelen 6 tot en met 13 van Verordening (EG) nr. 1060/2009;

c)      de externe kredietbeoordelingen worden overeenkomstig lid 2 door het Gemengd Comité op een objectieve schaal van kredietkwaliteitscategorieën uitgezet;

2.        Voor de toepassing van de eerste alinea dient het Gemengd Comité:

a)     een lijst van in aanmerking komende EKBI's openbaar te maken;

b)     te verifiëren of de individuele kredietbeoordelingen onder gelijkwaardige voorwaarden beschikbaar zijn voor ten minste alle instellingen die een rechtmatig belang bij deze individuele kredietbeoordelingen hebben;

c)      onverminderd het bepaalde in artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010 de externe kredietbeoordelingen uit te zetten op een objectieve schaal van kredietkwaliteitscategorieën volgens de in artikel 111, lid 1, onder n), gespecificeerde stappen.

Om overmatig vertrouwen op EKBI's te vermijden, vergewissen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zich van de geschiktheid van externe kredietbeoordelingen als onderdeel van hun risicomanagement door waar mogelijk gebruik te maken van aanvullende evaluaties teneinde te voorkomen dat zij zich automatisch zouden gaan verlaten op externe evaluaties.

De EAVB werkt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit met betrekking tot de procedures die moeten worden gevolgd ter verificatie van externe kredietbeoordelingen.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de derde alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

"1 bis. Om het berekenen van de in artikel 105, lid 5, bedoelde marktrisicomodule te vergemakkelijken dient de EAVB:

a)     lijsten te publiceren van regionale overheden en lokale autoriteiten waarvoor geldt dat vorderingen die op hen worden aangehouden, moeten worden behandeld als vorderingen op de centrale overheid van het grondgebied waar zij gevestigd zijn, mits er tussen die vorderingen geen verschil in risico bestaat voortvloeiend uit de specifieke bevoegdheden van de regionale en lokale overheden om inkomsten te verkrijgen, en mits er specifieke institutionele regels bestaan om de kans op wanbetaling te verminderen;

b)     de aanpassingen te specificeren die in de in artikel 105, lid 5, onder e), bedoelde ondermodule valutarisico moeten worden aangebracht voor aan de euro gekoppelde valuta's ter toepassing van de in artikel 111, lid 1, onder p), aangegeven criteria; en

c)      de relevante aandelenindex als bedoeld in artikel 106, lid 2, te specificeren, de symmetrische aanpassing als bedoeld in artikel 106 met betrekking tot de overeenkomstig artikel 111, lid 1, onder c), toe te passen methoden, aannames en standaardparameters en de gedetailleerde criteria als vermeld in artikel 111, lid 1, onder o), te berekenen, en de beide gegevenspakketten maandelijks te publiceren; en

d)     de relevante vastrentende effectenindex als bedoeld in artikel 106 bis, lid 2, te specificeren, de symmetrische aanpassing als bedoeld in artikel 106 bis met betrekking tot de overeenkomstig artikel 111, lid 1, onder c), toe te passen methoden, aannames en standaardparameters en de gedetailleerde criteria als vermeld in artikel 111, lid 1, onder o), te berekenen, en de beide gegevenspakketten maandelijks te publiceren;

1 ter.   Om overmatig vertrouwen op EKBI's te vermijden, vergewissen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zich van de geschiktheid van externe kredietbeoordelingen als onderdeel van hun risicomanagement door waar mogelijk gebruik te maken van aanvullende evaluaties teneinde te voorkomen dat zij zich automatisch zouden gaan verlaten op externe evaluaties.

2.        Om de berekening van de in artikel 105, lid 4, bedoelde module ziektekostenverzekeringstechnisch risico te vergemakkelijken, publiceert de EAVB, in overeenstemming met de door de toezichthoudende autoriteiten van de betrokken lidstaten verstrekte berekeningen, standaardafwijkingen met betrekking tot specifieke nationale wetgevingsmaatregelen van lidstaten die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de toestemming verlenen gezondheidsrisicogerelateerde schadevorderingen onderling te delen en die aan de volgende criteria voldoen:

a)     het mechanisme voor het delen van schadevorderingen moet transparant zijn en moet voorafgaand aan de jaarlijkse periode waarop het van toepassing is, volledig zijn uitgewerkt;

b)     het systeem voor het delen van schadevorderingen, het aantal verzekeringsondernemingen dat aan het risicovereveningssysteem voor zorgverzekeraars deelneemt en de risicokenmerken van de verzekeringen die onder het risicovereveningssysteem voor zorgverzekeraars vallen, moeten waarborgen dat de volatiliteit van het premierisico en het voorzieningenrisico van de aan het risicovereveningssysteem deelnemende ondernemingen in significante mate door het risicovereveningssysteem wordt verminderd;

c)      zorgverzekeringen die onder het risicovereveningssysteem voor zorgverzekeraars vallen, zijn verplichte ziektekostenverzekeringen en dienen geheel of gedeeltelijk ter vervanging van de ziektekostendekking waarin de wettelijke socialezekerheidsregelingen voorzien;

d)     in geval van wanbetaling door verzekeringsondernemingen die aan het risicovereveningssysteem voor zorgverzekeraars deelnemen, waarborgt een regering of waarborgen meerdere regeringen dat de vorderingen van polishouders van de verzekeringen die onder het risicovereveningssysteem vallen, volledig worden gedekt.

De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen ter bepaling van nadere criteria.";

(21)     Artikel 111 wordt vervangen door:

"Artikel 111

Technische reguleringsnormen met betrekking tot de artikelen 103 tot en met 109

1.        Om een consequente harmonisatie van het bepaalde in artikel 101 en de artikelen 103 tot en met 109 te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)        een standaardformule overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 101 en 103 tot en met 109;

b)        ondermodules die nodig zijn of die de risico’s die onder de risicomodules van artikel 104 vallen nauwkeuriger dekken, en latere bijstellingen ervan;

c)        de methoden, aannames en standaardparameters die moeten worden gekalibreerd aan de in artikel 101, lid 3, bedoelde betrouwbaarheidsinterval en moeten worden gebruikt bij de berekening van elk van de risicomodules of ondermodules van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste zoals beschreven in de artikelen 104, 105 en 304, het symmetrisch aanpassingsmechanisme en de passende periode, uitgedrukt in het aantal maanden, als bedoeld in artikel 106 en artikel 106 bis, alsmede de passende benadering voor de integratie van de in artikel 304 bedoelde methode in het solvabiliteitskapitaalvereiste als berekend volgens de standaardformule;

d)        de correlatieparameters, zo nodig met inbegrip van de in bijlage IV bedoelde parameters en de procedures om deze parameters bij te stellen;

e)        wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen risicolimiteringstechnieken hanteren, de methoden en aannames die moeten worden gebruikt voor de beoordeling van de veranderingen in het risicoprofiel van de betrokken onderneming en voor de correctie van de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste;

f)         de kwalitatieve criteria waaraan de onder e) bedoelde risicolimiteringstechnieken moeten voldoen om er zeker van te zijn dat het risico daadwerkelijk aan een derde partij is overgedragen;

f bis)   de methode die moet worden toegepast bij de beoordeling van het kapitaalvereiste voor het tegenpartijrisico in het geval van vorderingen op toegelaten centrale tegenpartijen als bedoeld in artikel 105. Deze parameters worden dusdanig vastgesteld dat zij stroken met de behandeling van dergelijke vorderingen in het geval van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen overeenkomstig de vereisten van Richtlijn 2012/XX/EU (RKV IV);

g)        de methoden en parameters die moeten worden gebruikt voor de beoordeling van het kapitaalvereiste voor het operationele risico zoals beschreven in artikel 107, met inbegrip van het in artikel 107, lid 3, bedoelde percentage;

h)        de methoden en aanpassingen die gebruikt moeten worden om aan te geven dat er minder ruimte is voor risicodiversificatie voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in verband met afgezonderde fondsen;

i)         de methode die gebruikt moet worden bij de berekening van de correctie voor het vermogen van technische voorzieningen of uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren, zoals vastgelegd in artikel 108;

j)         de onderset van standaardparameters in de modules voor levens-, schade- en ziektekostenverzekeringstechnische risico’s die door ondernemingsspecifieke parameters zoals beschreven in artikel 104, lid 7, mogen worden vervangen;

k)        de criteria voor de standaardmethoden die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet gebruiken voor de berekening van de ondernemingsspecifieke parameters als bedoeld onder j), en de criteria voor de volledigheid, juistheid en adequaatheid van de gebruikte gegevens waaraan moet worden voldaan voordat de toezichthoudende autoriteiten goedkeuring verlenen, alsook de te volgen procedure voor het verlenen van een dergelijke goedkeuring;

l)         de vereenvoudigde berekeningen voor specifieke ondermodules en risicomodules, alsook de criteria die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekerings- en herverzekeringscaptives, in acht moeten nemen om een van de in artikel 109 bedoelde vereenvoudigingen te mogen toepassen;

m)       de benadering die moet worden gebruikt met betrekking tot dochterondernemingen in de zin van artikel 212 bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste, met name bij de berekening van de ondermodule aandelenrisico als bedoeld in artikel 105, lid 5, rekening houdend met de waarschijnlijke afname van de volatiliteit van de waarde van die dochterondernemingen die voortvloeit uit de strategische aard van die investeringen en de invloed die door de deelnemende onderneming op die dochterondernemingen wordt uitgeoefend;

n)        de precieze criteria voor de toelaatbaarheid van kredietbeoordelingsinstellingen en voor het in artikel 109 bis, lid 1, onder c), bedoelde uitzetten van kredietbeoordelingen op een kredietkwaliteitsschaal;

o)        de precieze criteria voor de in artikel 109 bis, lid 1 bis, onder c), bedoelde aandelenindex en de in artikel 109 bis, lid 1 bis, onder d), bedoelde vastrentende effectenindex;

p)        de precieze criteria voor de aanpassingen die moeten worden aangebracht voor aan de euro gekoppelde valuta's ter vergemakkelijking van de berekening van de in artikel 109 bis, lid 1 bis, onder b), bedoelde ondermodule valutarisico;

q)        de voorwaarden voor de indeling van regionale en lokale overheden als bedoeld in artikel 109 bis, lid 1 bis, onder a);

r) de precieze criteria waaraan de nationale wetgevingsregelingen dienen te voldoen en de methoden en vereisten voor de berekening van de standaardafwijking ter vergemakkelijking van de berekening van de in artikel 109 bis, lid 2, bedoelde module ziektekostenverzekeringstechnisch risico.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de te volgen procedures en de te gebruiken formulieren en templates voor:

a)        het bijwerken van de onder d) bedoelde correlatieparameters;

b)        de goedkeuring door de toezichthoudende autoriteiten van de toepassing van ondernemingsspecifieke parameters als bedoeld onder k).

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de vierde alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

2.        Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot het solvabiliteitskapitaalvereiste te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit ter bepaling van kwantitatieve grenzen en criteria voor in aanmerking komende activa ten einde rekening te houden met risico's die niet voldoende worden gedekt door een ondermodule.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

Deze technische reguleringsnormen zijn van toepassing op tegenover technische voorzieningen staande activa, met uitzondering van activa die worden aangehouden voor levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het beleggingsrisico door de verzekeringnemers wordt gedragen. Deze technische reguleringsnormen worden door de Commissie herzien in het licht van de ontwikkelingen in de standaardformule en op de financiële markten.";

(22)     Artikel 114 wordt vervangen door:

"Artikel 114

Technische regulerings- en uitvoeringsnormen met betrekking tot de interne modellen voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste

1.        Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot geheel en gedeeltelijk interne modellen voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van:

b)        de aanpassingen in de normen van de artikelen 120 tot en met 125 in het licht van het beperkte toepassingsgebied van het gedeeltelijk interne model;

c)        ▌de in artikel 115 bedoelde gedragslijn voor de wijziging van een intern model;

d)        de wijze waarop een gedeeltelijk intern model volledig in de in artikel 113, lid 1, onder c), bedoelde standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste moet worden geïntegreerd en de vereisten voor het toepassen van alternatieve integratietechnieken.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de te volgen procedures en de te gebruiken formulieren en templates voor:

a)        de goedkeuring van een intern model overeenkomstig artikel 112; en

b)        de goedkeuring van ingrijpende wijzigingen van een intern model en van wijzigingen in de gedragslijn voor de wijziging van een intern model, als bedoeld in artikel 115.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de vierde alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.".

(23)     Artikel 127 wordt vervangen door:

"Artikel 127

Technische reguleringsnormen met betrekking tot de artikelen 120 tot en met 126

Om te zorgen voor een consequente harmonisatie van de bepalingen van de artikelen 120 tot en met 126 en om de beoordeling van het risicoprofiel en de uitoefening van het bedrijf van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te verbeteren, werkt de EAVB technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van het gebruik van interne modellen in de hele Unie.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

(24)     Artikel 129 wordt als volgt gewijzigd:

a)        in lid 1 worden de punten (i), (ii) en (iii) vervangen door:

"(i)     2 300 000 EUR voor schadeverzekeringsondernemingen, schadeverzekeringscaptives daaronder begrepen, met uitzondering van het geval waarin alle of sommige van de risico's in een van de branches 10 tot en met 15 van deel A van bijlage 1 worden gedekt, in welk geval het niet geringer is dan 3 500 000 EUR,

(ii)      3 500 000 EUR voor levensverzekeringsondernemingen, met inbegrip van verzekeringscaptives;

(iii) 3 500 000 EUR voor herverzekeringsondernemingen, met uitzondering van het geval van herverzekeringscaptives, in welk geval het minimumkapitaalvereiste niet geringer is dan 1 100 000 EUR;";

b)        in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door:

"De lidstaten staan hun toezichthoudende autoriteiten gedurende een periode die niet later eindigt dan 31 december 2014 toe te verlangen dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in de eerste alinea bedoelde percentages uitsluitend toepast op het overeenkomstig hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 2, berekende solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming.";

c)        in lid 4 wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

"Bij de berekening van de in lid 3 bedoelde onder- en bovengrens hoeven de ondernemingen het solvabiliteitskapitaalvereiste niet op kwartaalbasis te berekenen."

d)        In lid 5 wordt de eerste alinea vervangen door:

"5.      Uiterlijk op 31 oktober 2017 legt de Commissie aan het Europees Parlement en het bij Besluit 2004/9/EG van de Commissie* ingestelde Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen een verslag voor over de voorschriften die de lidstaten en de werkwijzen die de toezichthoudende autoriteiten ter uitvoering van de leden 1 tot en met 4 hebben ingevoerd.

___________

* PB L 3 van 7.1.2004, blz. 34.";

(27)     Artikel 130 wordt vervangen door:

"Artikel 130

Technische reguleringsnormen

Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot minimumkapitaalvereisten te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van de berekening van het in de artikelen 128 en 129 bedoelde minimumkapitaalvereiste.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

(28)     In artikel 131, eerste lid, worden "31 oktober 2012" en "31 oktober 2013" vervangen door respectievelijk "31 december 2012" en "31 december 2013".

(29)     Artikel 135 wordt vervangen door:

"Artikel 135

Technische regulerings- en uitvoeringsnormen met betrekking tot kwalitatieve vereisten

1.        Ten einde een consequente harmonisatie van het bepaalde in de artikelen 132, leden 2 en 4, te waarborgen, stelt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere invulling van:

a)        het onderkennen, meten, bewaken en beheersen van ▌risico’s die voortvloeien uit beleggingen met betrekking tot de eerste alinea van artikel 132, lid 2;

b)        het onderkennen, meten, bewaken en beheersen ▌van specifieke risico’s die voortvloeien uit beleggingen in afgeleide instrumenten en in de in de tweede alinea van artikel 132, lid 4, bedoelde activa en de bepaling van de mate waarin het gebruik van deze activa kan worden aangemerkt als een vorm van risicobeperking of als efficiënt portefeuillebeheer, zoals bedoeld in de derde alinea van artikel 132, lid 4.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

1 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van de punten a) en b) van de eerste alinea van lid 1 te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de te volgen rapportageprocedures en de te gebruiken formulieren en templates.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

2.        De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van het volgende:

a)        de vereisten waaraan moet worden voldaan door ondernemingen die leningen herverpakken in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten (initiatoren) opdat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming mag beleggen in dergelijke effecten of instrumenten die zijn uitgegeven na 1 januari 2011, met inbegrip van vereisten die waarborgen dat de initiator een netto economisch belang aanhoudt van niet minder dan 5%;

b)        kwalitatieve vereisten waaraan moet worden voldaan door de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die in deze effecten of instrumenten beleggen;

c)        de specificaties met betrekking tot de omstandigheden waaronder een kapitaalopslag kan worden opgelegd wanneer een inbreuk is gepleegd op de onder a) en b) van dit lid vastgestelde vereisten, zonder afbreuk te doen aan artikel 101, lid 3 ▌.

2 bis.   Ten einde een consequente harmonisatie van het bepaalde in lid 2, onder c), te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van de methoden voor de berekening van de daarin bedoelde kapitaalopslagen.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

(30) Artikel 138, lid 4, komt als volgt te luiden:

▌"4.    Bij een uitzonderlijke daling op de financiële markten, zoals geconstateerd door de EAVB, kan de toezichthoudende autoriteit, overeenkomstig dit lid en in overleg met het bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 ingestelde Europees Comité voor systeemrisico's, de in lid 3, tweede alinea, bedoelde periode met een passende periode verlengen, rekening houdend met alle relevante factoren, met inbegrip van de gemiddelde duur van de technische voorzieningen.

Wanneer de gemiddelde duur van de technische voorzieningen meer dan 12 jaar bedraagt, wordt een derde daarvan toereikend geacht voor de bepaling van de in de eerste alinea bedoelde periode, met een maximum van zeven jaar.

▌Onverminderd het bepaalde in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, kan de EAVB voor de toepassing van dit lid op verzoek van de betrokken toezichthoudende autoriteit of op haar eigen initiatief, een besluit nemen waarin wordt bepaald dat er van een uitzonderlijke daling op de financiële markten sprake is. Er is sprake van een uitzonderlijke daling op de financiële markten indien er zich in de gehele Unie een daling op de financiële markten voordoet die onvoorzien, fors en scherp is, en die geen neergang is in het kader van de conjunctuurcyclus ▌.

De EAVB evalueert ten minste eenmaal per maand of de in de vorige alinea bedoelde voorwaarden op de datum van de evaluatie nog steeds van toepassing zijn ▌. Daartoe kan de EAVB op verzoek van de betrokken toezichthoudende autoriteit of op eigen initiatief een besluit nemen waarin wordt bepaald dat niet langer van een uitzonderlijke daling op de financiële markten sprake is.

Onverminderd hun bevoegdheden geven de betrokken toezichthoudende autoriteiten in het kader van het college van toezichthouders kennis van hun besluit om de in alinea 5 bedoelde periode niet te verlengen.

Indien er zich binnen het college van toezichthouders een verschil van mening voordoet met betrekking tot het besluit van de betrokken toezichthoudende autoriteit om de in alinea 5 bedoelde periode niet te verlengen, kan de groepstoezichthouder of een van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten de EAVB raadplegen. De EAVB wordt binnen één maand geraadpleegd en alle betrokken toezichthoudende autoriteiten worden daarvan in kennis gesteld. Wanneer de EAVB is geraadpleegd, bestudeert de betrokken toezichthoudende autoriteit het advies van deze Autoriteit naar behoren alvorens een besluit te nemen. Overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 treedt de EAVB in dat stadium als bemiddelaar op.

Indien er aan het einde van de in alinea 7 van dit artikel bedoelde termijn geen overeenstemming is bereikt binnen het college van toezichthouders of indien de groepstoezichthouder dan wel een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten het besluit van de betrokken toezichthoudende autoriteit tot niet-verlenging overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVB heeft doorverwezen, schort de betrokken toezichthoudende autoriteit haar besluit op en wacht zij het besluit af dat de EAVB eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening neemt; vervolgens neemt zij haar besluit in overeenstemming met het besluit van de EAVB.

De in de alinea's 6 en 7 bedoelde termijn wordt als verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van die verordening beschouwd. De EAVB neemt haar besluit binnen twee maanden. De zaak wordt niet meer naar de EAVB doorverwezen na het einde van de in het desbetreffende lid bedoelde termijn of nadat tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenstemming is bereikt.

De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming dient om de drie maanden een voortgangsverslag in bij de toezichthoudende autoriteit waarin wordt aangegeven welke maatregelen er zijn getroffen en welke vooruitgang er is geboekt om het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste weer op peil te brengen of haar risicoprofiel zodanig te verlagen dat weer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste.

De in de eerste alinea bedoelde verlenging wordt ingetrokken als uit dat voortgangsverslag blijkt dat er geen duidelijke vooruitgang is geboekt bij het weer op peil brengen van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste of bij het zodanig verlagen van het risicoprofiel dat weer wordt voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste tussen de datum waarop is geconstateerd dat niet meer werd voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste en de datum van indiening van het voortgangsverslag.

▌";

(31)     Artikel 143 wordt vervangen door:

"Artikel 143

Technische reguleringsnormen met betrekking tot artikel 138, lid 4

1.        Om een ​​consequente harmonisatie met betrekking tot artikel 138, lid 4, te waarborgen, werkt ​​EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van de factoren en criteria waarmee rekening moet worden gehouden met het oog op de toepassing van artikel 138, lid 4, met inbegrip van de maximale ▌periode, uitgedrukt in totaal aantal maanden, die dezelfde is voor alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 138, lid 4.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

1 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van artikel 138, lid 4, te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot nadere invulling van de door de EAVB te volgen procedure om te bepalen of er overeenkomstig 138, lid 4, sprake is van een uitzonderlijke koersdaling op de financiële markten.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

2.        Om een consequente harmonisatie met betrekking tot artikel 138, lid 2, artikel 139, lid 2, en artikel 141 te waarborgen, werkt EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van het in artikel 138, lid 2, bedoelde saneringsplan en het in artikel 139, lid 2, bedoelde financieel plan, alsmede aan artikel 141, waarbij ernaar gestreefd wordt procyclische effecten te vermijden."

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

(31 bis)           In artikel 149 wordt lid 1 vervangen door:

"1.      Wanneer een verzekeringsonderneming voornemens is in de in artikel 147 bedoelde informatie enigerlei wijziging aan te brengen, volgt zij daartoe de procedure van de artikelen 147 en 148.";

(32)     In artikel 155, lid 3, wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

"Voorts mag de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst de zaak overeenkomstig artikel 19, leden 1 tot en met 4 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVP doorverwijzen en om haar advies verzoeken. In dit geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden."

(32 bis)           In artikel 155 wordt lid 9 vervangen door:

"9.      De lidstaten verstrekken de Commissie en de EAVB informatie over het aantal en de aard van de gevallen die hebben geleid tot een weigering in de zin van artikel 146 of artikel 148 waarin maatregelen zijn genomen overeenkomstig de leden 3 en 4 van dit artikel."

(33)     In artikel 158, lid 2, wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:

"Voorts mag de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst de zaak overeenkomstig artikel 19, leden 1 tot en met 4 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVP doorverwijzen en om haar advies verzoeken. In dat geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden."

(33 bis)           Artikel 159 wordt vervangen door:

"Artikel 159

Statistische informatie over grensoverschrijdende werkzaamheden

Elke verzekeringsonderneming stelt, afzonderlijk voor in het kader van het recht van vestiging en in het kader van het vrij verrichten van diensten tot stand gekomen transacties, de toezichthoudende autoriteit van haar lidstaat van herkomst in kennis van het bedrag aan premies, schadegevallen en provisies, telkens zonder aftrek van herverzekering door de lidstaat, en wel als volgt:

a)        voor schadeverzekeringen, per branche zoals vermeld in de desbetreffende gedelegeerde handeling;

b)        voor levensverzekeringen, voor elk van de branches I tot en met IX zoals vermeld in de desbetreffende gedelegeerde handeling.

Wat betreft branche 10 in deel A van bijlage I, met uitzondering van de aansprakelijkheid van de vervoerder, brengt de betrokken onderneming deze toezichthoudende autoriteit ook op de hoogte van de frequentie en de gemiddelde kosten van de schadegevallen.

De toezichthoudende  autoriteit van de lidstaat van herkomst deelt de in de eerste en de tweede alinea  bedoelde informatie binnen een redelijke termijn in geaggregeerde vorm mee aan de toezichthoudende autoriteiten van elk van de betrokken lidstaten die  daarom verzoeken.";

(34)     Artikel 172 wordt vervangen door:

"Artikel 172

Gelijkwaardigheid met betrekking tot herverzekeringsondernemingen

1.        De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vast die criteria bevatten om te bepalen of de toezichtregeling die door een derde land wordt toegepast op herverzekeringsactiviteiten van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat derde land is gelegen, gelijkwaardig is aan die van titel I ▌.

2.        Indien aan de overeenkomstig lid 1 vastgestelde criteria door een derde land is voldaan, kan de Commissie, conform artikel 301 bis en daarin bijgestaan ​​door de EAVB, overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 besluiten dat de toezichtregeling die door dat derde land wordt toegepast op herverzekeringsactiviteiten van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat derde land is gelegen gelijkwaardig is aan die van titel I van deze richtlijn.

Deze besluiten worden regelmatig aan een nieuw onderzoek onderworpen om rekening te houden met eventuele belangrijke wijzigingen in de toezichtregeling waarin titel I voorziet, alsook in de toezichtregeling van het derde land.

De EAVB maakt op haar website een lijst van alle in de eerste alinea bedoelde derde landen bekend en houdt deze lijst actueel.

3.        Ingeval de toezichtregeling van een derde land overeenkomstig lid 2 gelijkwaardig is geacht aan die van deze richtlijn, worden herverzekeringsovereenkomsten met ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat derde land is gelegen, op dezelfde wijze behandeld als herverzekeringsovereenkomsten met ondernemingen waaraan overeenkomstig deze richtlijn vergunning is verleend.

4.        In afwijking van lid 2 kan de Commissie, zelfs indien niet is voldaan aan de in lid vastgestelde criteria, conform artikel 301 bis en daarin bijgestaan ​​door de EAVB overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, gedurende een beperkte periode besluiten dat de toezichtregeling die door dat derde land wordt toegepast op herverzekeringsactiviteiten van ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat derde land is gelegen, tijdelijk gelijkwaardig is aan die van titel I, voor zover dat derde land minstens heeft voldaan aan de volgende criteria:

a)        het derde land heeft de Europese Unie schriftelijke verklaringen overgelegd waarin het zich ertoe verplicht een toezichtregeling vast te stellen en toe te passen die vóór het verstrijken van die beperkte periode overeenkomstig lid 2 als gelijkwaardig kan worden beoordeeld;

b)        het derde land heeft een convergentieprogramma opgezet om te voldoen aan de onder a) aangegane verplichting;

c)        het derde land heeft voldoende middelen uitgetrokken om te voldoen aan de onder a) aangegane verplichting;

d)        het beschikt over een solvabiliteitsregeling die risicogeoriënteerd is en gebaseerd op de marktwaardering van activa en passiva;

e)        het conform artikel 264 overeenkomsten heeft gesloten betreffende de uitwisseling van vertrouwelijke toezichtinformatie;

f)         het beschikt over een onafhankelijk systeem van toezicht op basis van door de IAIS vastgestelde kernbeginselen, principes en normen;

g)        het voor alle personen die namens zijn toezichthoudende autoriteiten optreden verplichtingen heeft vastgesteld inzake het beroepsgeheim, met name voor de uitwisseling van informatie met de EAVB en de toezichthoudende autoriteiten als omschreven in artikel 13, lid 10.

Bij besluiten omtrent tijdelijke gelijkwaardigheid dient rekening te worden gehouden met de overeenkomstig artikel 177, lid 2, door de Commissie opgestelde verslagen. De desbetreffende besluiten worden regelmatig geëvalueerd op basis van de voortgangsverslagen van het betrokken derde land, die om de zes maanden ter beoordeling aan de Commissie en de EAVB worden voorgelegd.

De EAVB maakt op haar website een lijst van alle in de eerste alinea bedoelde derde landen bekend en houdt deze lijst actueel.

De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen tot nadere bepaling van de in de eerste alinea omschreven voorwaarden.

5.        De in lid 4 bedoelde periode duurt vijf jaar vanaf 1 januari 2012 dan wel, indien dit eerder het geval is, tot aan de datum waarop de toezichtregeling van dat derde land overeenkomstig lid 2 wordt geacht gelijkwaardig te zijn aan de in titel I omschreven regeling.

Deze termijn kan nog met maximaal een jaar worden verlengd indien deze tijd voor de EAVB en de Commissie nodig is voor het uitvoeren van de beoordeling van de gelijkwaardigheid in de zin van lid 2.

6.        Herverzekeringsovereenkomsten met ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in een derde land is gelegen en waarvan de toezichtregeling overeenkomstig lid 4 voor bepaalde tijd als gelijkwaardig is aangemerkt, worden eveneens behandeld als beschreven in lid 3. Artikel 173 is tevens van toepassing op herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor in een derde land is gelegen waarvan de toezichtregeling overeenkomstig lid 4 voor bepaalde tijd als gelijkwaardig is aangemerkt.

(35 bis)           Artikel 176 wordt vervangen door:

"Artikel 176

“Informatieverstrekking aan de Commissie en de EAVB door de lidstaten

De toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten stellen de Commissie, de EAVB en de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van elke vergunningverlening voor een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming waarvan één of meer moederondernemingen onder het recht van een derde land vallen.

In deze kennisgeving wordt ook melding gemaakt van de structuur van de betrokken groep.

Indien een onderneming die onder het recht van een derde land valt, een deelneming verwerft in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan in de Gemeenschap vergunning is verleend, waardoor deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming een dochteronderneming van deze onderneming uit het derde land wordt, stellen de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaat van herkomst de Commissie, de EAVB en de toezichthoudende autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis.”

Artikel 177, lid 1, komt als volgt te luiden:

"1.      De lidstaten stellen de Commissie en de EAVB in kennis van de algemene moeilijkheden die hun verzekerings- of herverzekeringsondernemingen ondervinden bij de vestiging en bedrijfsuitoefening in een derde land of bij de uitoefening van hun activiteiten in een derde land."

(36)     Artikel 210, lid 2, komt als volgt te luiden:

"2.       Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot finite herverzekering te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van de bewaking, het beheer en de beheersing van risico's die uit finite herverzekeringsactiviteiten voortvloeien.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

2 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van lid 1 te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de te volgen rapportageprocedures en de te gebruiken formulieren en templates.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(37)     In artikel 211 worden de leden 2 en 3 vervangen door:

"2.       Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van artikel 211, lid 1, te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van de volgende criteria voor het verlenen van goedkeuring door de toezichthoudende autoriteiten:

a)        reikwijdte van de vergunning;

b)        verplichte voorwaarden die in alle afgesloten overeenkomsten moeten voorkomen;

c)        de in artikel 42 bedoelde betrouwbaarheids- en deskundigheidseisen voor de personen die het Special Purpose Vehicle leiden;

d)        betrouwbaarheids- en deskundigheidseisen voor aandeelhouders of leden met een gekwalificeerde deelneming in het Special Purpose Vehicle;

e)        deugdelijke administratieve en boekhoudprocedures, adequate internecontrolemechanismen en vereisten op het gebied van risk management;

f)         boekhoudeisen, alsmede prudentiële en statistische informatievereisten;

g)        solvabiliteitsvereisten.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

2 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van artikel 211, leden 1 en2, te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit inzake de procedures die moeten worden gevolgd en de formulieren en templates die moeten worden gebruikt voor goedkeuring van Special Purpose Vehicles door de toezichthoudende autoriteiten.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

2 ter.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van artikel 211, leden 1 en2, te garanderen, kan de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uitwerken tot vaststelling van de procedures die moeten worden gevolgd en de formulieren en templates die moeten worden gebruikt voor de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen toezichthoudende autoriteiten ingeval het Special Purpose Vehicle dat risico's van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming overneemt, is gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat waarin aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming vergunning is verleend.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

3.        Special Purpose Vehicles waarvoor toestemming is verleend vóór 31 december 2012, ressorteren onder het recht van de lidstaat die toestemming heeft gegeven voor het Special Purpose Vehicle. Voor alle nieuwe activiteiten die door een Special Purpose Vehicle worden begonnen na die datum, gelden evenwel de leden 1, 2 en 2 bis van dit artikel.";

(37 bis) Artikel 212, lid 1, onder e), wordt vervangen door:

"e) "college van toezichthouders": een permanente maar flexibele structuur voor samenwerking en coördinatie en voor de vergemakkelijking van de besluitvorming met betrekking tot groepstoezicht, waarvan de volgende instanties deel uitmaken:

         de groepstoezichthouder;

         de toezichthoudende autoriteiten die, naast de groepstoezichthouder, toezicht houden op de ondernemingen van de groep, en

-          de EAVB, die voor de toepassing van deze definitie wordt beschouwd als toezichthoudende autoriteit."

(38)     Artikel 216 wordt als volgt gewijzigd:

a)        in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

"In een dergelijk geval legt de toezichthoudende autoriteit haar besluit uit aan zowel de groepstoezichthouder als de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Unie. De groepstoezichthouder stelt het college van toezichthouders overeenkomstig artikel 248, lid 1, onder a), van deze toelichting in kennis."

b)       in lid 4 wordt de derde alinea vervangen door:

"De toezichthoudende autoriteit legt deze besluiten uit aan zowel de onderneming als de groepstoezichthouder. De groepstoezichthouder stelt het college van toezichthouders overeenkomstig artikel 248, lid 1, onder a), van deze toelichting in kennis.";

c)        lid 7 wordt vervangen door:

"7.       De EAVB werkt ontwerpen van technische reguleringsnormen uit waarin nadere invulling wordt gegeven aan de omstandigheden waaronder het in lid 1 bedoelde besluit kan worden genomen. De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd deze technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.";

(39)     Artikel 217 wordt als volgt gewijzigd:

a)        In lid 1 wordt de volgende alinea ingevoegd:

"In een dergelijk geval lichten de toezichthoudende autoriteiten hun overeenkomst toe aan zowel de groepstoezichthouder als de uiteindelijke moederonderneming op het niveau van de Unie. De groepstoezichthouder stelt het college van toezichthouders overeenkomstig artikel 248, lid 1, onder a), van deze toelichting in kennis.";

b)        lid 3 wordt vervangen door:

"3. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast waarin nadere invulling wordt gegeven aan de omstandigheden waaronder het in lid 1 bedoelde besluit kan worden genomen.";

(40)     Artikel 227 wordt vervangen door:

"Artikel 227

Gelijkwaardigheid met betrekking tot verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uit derde landen

1.        Bij de berekening overeenkomstig artikel 233 van de groepssolvabiliteit van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit een derde land deelnemende onderneming is, wordt louter voor deze berekening de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit het derde land op dezelfde wijze behandeld als een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Wanneer het derde land waar deze onderneming haar hoofdkantoor heeft, de betrokken onderneming onderwerpt aan een vergunning en haar een solvabiliteitsregeling oplegt die ten minste gelijkwaardig is aan die van titel I, hoofdstuk VI, kunnen de lidstaten evenwel voorschrijven dat bij de berekening met betrekking tot deze onderneming rekening wordt gehouden met het solvabiliteitskapitaalvereiste en met het voor het voldoen aan dat vereiste in aanmerking komend eigen vermogen als voorgeschreven door het betrokken derde land.

2.        Wanneer er overeenkomstig lid 4 of lid 6 geen besluit is genomen, wordt de verificatie of de regeling van het derde land ten minste gelijkwaardig is, op verzoek van de deelnemende onderneming of op haar eigen initiatief uitgevoerd door de groepstoezichthouder. De EAVB verleent de groepstoezichthouder assistentie overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

Hierbij raadpleegt de groepstoezichthouder, hierin bijgestaan door de EAVB, de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de EAVB alvorens een besluit over de gelijkwaardigheid te nemen. Dit besluit wordt genomen op grond van de overeenkomstig lid 3 vastgestelde criteria. De groepstoezichthouder neemt ten aanzien van een derde land geen enkel besluit dat indruist tegen eventueel in een eerder stadium ten aanzien van dat derde land genomen besluiten, tenzij zulks noodzakelijk is als gevolg van belangrijke wijzigingen in de toezichtregeling die is vastgelegd in titel I, hoofdstuk VI en in de toezichtregeling van het derde land.

Indien de toezichthoudende autoriteiten het oneens zijn met het overeenkomstig de tweede alinea genomen besluit, kunnen zij de zaak binnen drie maanden na kennisgeving van het besluit door de groepstoezichthouder doorverwijzen naar de EAVB en haar om bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010. In dat geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden.

3.        De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen die criteria bevatten om te bepalen of de toezichtregeling van een derde land gelijkwaardig is aan die van titel I, hoofdstuk VI.

4.        Indien aan de overeenkomstig lid 3 vastgestelde criteria door een derde land is voldaan, kan de Commissie, conform artikel 301 bis en daarin bijgestaan ​​door de EAVB, overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 besluiten dat de toezichtregeling die door dat derde land wordt toegepast gelijkwaardig is aan die van titel I, hoofdstuk VI, van deze richtlijn.

Deze besluiten worden regelmatig aan een nieuw onderzoek onderworpen om rekening te houden met eventuele belangrijke wijzigingen in de toezichtregeling van titel I, hoofdstuk VI, en in de toezichtregeling van het derde land.

De EAVB maakt op haar website een lijst van alle in de eerste alinea bedoelde derde landen bekend en houdt deze lijst actueel.

5.        In afwijking van lid 4 kan de Commissie, zelfs indien niet is voldaan aan de in lid 3 vastgestelde criteria, conform artikel 301 bis en daarin bijgestaan ​​door de EAVB overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, gedurende een beperkte periode besluiten dat de toezichtregeling die door een derde land wordt toegepast op ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat derde land is gelegen, tijdelijk gelijkwaardig is aan die van titel I, hoofdstuk IV, voor zover dat derde land minstens heeft voldaan aan de volgende criteria:

a)        het derde land heeft de Europese Unie schriftelijke verklaringen overgelegd waarin het zich ertoe verplicht een toezichtregeling vast te stellen en toe te passen die vóór het verstrijken van die beperkte periode overeenkomstig lid 2 als gelijkwaardig kan worden beoordeeld;

b)        het derde land heeft een convergentieprogramma opgezet om te voldoen aan de onder a) aangegane verplichting;

c)        het derde land heeft voldoende middelen uitgetrokken om te voldoen aan de onder a) aangegane verplichting;

d)        het beschikt over een toezichtregeling die risicogeoriënteerd is en gebaseerd op de marktwaardering van activa en passiva;

e)        het heeft overeenkomstig artikel 264 overeenkomsten gesloten betreffende de uitwisseling van vertrouwelijke toezichtinformatie;

f)         het beschikt over een onafhankelijk systeem van toezicht op basis van door de IAIS vastgestelde kernbeginselen, principes en normen;

g)        het heeft voor alle personen die namens zijn toezichthoudende autoriteiten optreden verplichtingen vastgesteld inzake het beroepsgeheim, met name voor de uitwisseling van informatie met de EAVB en de toezichthoudende autoriteiten als omschreven in artikel 13, lid 10.

Bij besluiten omtrent tijdelijke gelijkwaardigheid dient rekening te worden gehouden met de overeenkomstig artikel 177, lid 2, door de Commissie opgestelde verslagen. De desbetreffende besluiten worden regelmatig geëvalueerd op basis van de voortgangsverslagen van het betrokken derde land, die om de zes maanden ter beoordeling aan de Commissie en de EAVB worden voorgelegd.

De EAVB maakt op haar website een lijst van alle in de eerste alinea bedoelde derde landen bekend en houdt deze lijst actueel.

De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen tot nadere bepaling van de in de eerste alinea omschreven voorwaarden.

6.        De in lid 5 bedoelde periode duurt vijf jaar vanaf de in artikel 310 bedoelde datum, dan wel, indien dit eerder het geval is, tot aan de datum waarop de toezichtregeling van dat derde land overeenkomstig lid 4 geacht wordt gelijkwaardig te zijn aan de in titel I, hoofdstuk VI, omschreven regeling.

Deze termijn kan nog met maximaal een jaar worden verlengd indien deze tijd voor de EAVB en de Commissie nodig is voor het uitvoeren van de beoordeling van de gelijkwaardigheid in de zin van lid 4.

7.        Indien overeenkomstig lid 5 een besluit wordt genomen waarin de toezichtregeling van een derde land voor bepaalde tijd als gelijkwaardig wordt aangemerkt, wordt dat derde land geacht gelijkwaardig te zijn in de zin van de tweede alinea van lid 1.";

(40 bis) Artikel 231 komt als volgt te luiden:

"Artikel 231

Intern model van een groep

1.        Indien een verzekerings- of herverzekeringsonderneming en haar verbonden ondernemingen, of de verbonden ondernemingen van een verzekeringsholding gezamenlijk een aanvraag indienen om zowel het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de groep op basis van een intern model te mogen berekenen, bepalen de betrokken toezichthoudende autoriteiten in onderling overleg of zij deze aanvraag al dan niet inwilligen en onder welke eventuele voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.

De in de eerste alinea bedoelde aanvraag wordt alleen bij de groepstoezichthouder ingediend.

De groepstoezichthouder stelt de andere leden van het college van toezichthouders onverwijld daarvan in kennis en doet de volledige aanvraag onverwijld aan hen toekomen.

2.        De betrokken toezichthoudende autoriteiten doen alles wat in hun vermogen ligt om binnen zes maanden na de datum van ontvangst door de groepstoezichthouder van de volledige aanvraag een gezamenlijk besluit over de aanvraag te nemen.

3.        Indien een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de periode van zes maanden als bedoeld in lid 2 de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVB heeft doorverwezen, schort de groepstoezichthouder zijn besluit op en wacht hij het besluit af dat de EAVB eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening neemt; vervolgens neemt hij zijn besluit in overeenstemming met het besluit van de EAVB. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

Indien het door het panel overeenkomstig artikel 41, leden 2 en 3, en artikel 44, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 voorgestelde besluit wordt afgewezen, neemt de groepstoezichthouder een definitief besluit. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast. De termijn van zes maanden wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van die verordening.

De EAVB neemt haar besluit binnen één maand. De zaak wordt niet meer doorverwezen naar de EAVB na het einde van de termijn van zes maanden of nadat een gezamenlijk besluit is genomen.

4.        Ter vergemakkelijking van gezamenlijke besluiten kan de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen opstellen om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van het in lid 2 bedoelde proces van gezamenlijke besluitvorming over de in lid 1 bedoelde aanvragen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

5.        Indien de betrokken toezichthoudende autoriteiten een gezamenlijk besluit hebben genomen als bedoeld in lid 2, doet de groepstoezichthouder aan de aanvrager een document toekomen dat een volledige opgaaf van redenen bevat.

6.        Indien er binnen zes maanden na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag door de groep geen gezamenlijk besluit is genomen, neemt de groepstoezichthouder op eigen gezag een besluit over de aanvraag.

Bij het nemen van zijn besluit houdt de groepstoezichthouder naar behoren rekening met de tijdens de toepasselijke termijn door de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten geuite standpunten en voorbehouden.

De groepstoezichthouder doet aan de aanvrager en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten een document met zijn uitvoerig met redenen omkleed besluit toekomen.

Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

7.        Ingeval één van de betrokken toezichthoudende autoriteiten van mening is dat het risicoprofiel van een onder haar toezicht staande verzekerings- of herverzekeringsonderneming significant afwijkt van de aannames die ten grondslag liggen aan het op groepsniveau goedgekeurde interne model, en zolang deze onderneming niet afdoende aan de verwachtingen van de toezichthoudende autoriteit tegemoet is gekomen, kan deze autoriteit overeenkomstig artikel 37 besluiten op het uit de toepassing van dit interne model voor deze verzekerings- of herverzekeringsonderneming resulterende solvabiliteitskapitaalvereiste een opslagfactor toe te passen.

In uitzonderlijke omstandigheden waarin de toepassing van een dergelijke opslagfactor niet gepast is, kan de toezichthoudende autoriteit verlangen dat de betrokken onderneming haar solvabiliteitskapitaalvereiste berekent op basis van de in titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdelingen 1 en 2, bedoelde standaardformule. Overeenkomstig artikel 37, lid 1, onder a) en c), kan de toezichthoudende autoriteit op het uit de toepassing van de standaardformule resulterende solvabiliteitskapitaalvereiste van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming een opslagfactor toepassen.

De toezichthoudende autoriteit legt eventuele in de eerste en de tweede alinea bedoelde besluiten uit aan zowel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als de andere leden van het college van toezichthouders.

De EAVB kan richtsnoeren opstellen ter waarborging van een consequente en coherente toepassing van dit lid .";

(40 ter)           In artikel 232 wordt de derde alinea vervangen door:

"De leden 1 tot en met 5 van artikel 37 zijn samen met de overeenkomstig artikel 37, leden 6 en 7, vastgestelde gedelegeerde handelingen, technische regulerings- en uitvoeringsnormen van dienovereenkomstige toepassing."

(40 quater) Artikel 233, lid 6, derde alinea, wordt vervangen door:

"De leden 1 tot en met 5 van artikel 37 zijn samen met de overeenkomstig artikel 37, leden 6 en 7, vastgestelde gedelegeerde handelingen, technische regulerings- en uitvoeringsnormen van dienovereenkomstige toepassing."

(44)     Artikel 234 wordt vervangen door:

"Artikel 234

Technische reguleringsnormen met betrekking tot de artikelen 220 tot en met 229 en 230 tot en met 233

Om een consequente harmonisatie van de bepalingen van dit artikel te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit waarin nadere invulling wordt gegeven aan de technische beginselen en methoden vervat in de artikelen 220 tot en met 229 en de toepassing van de artikelen 230 tot en met 233, waarbij zij rekening houdt met het economische karakter van specifieke juridische structuren.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

(45)     Artikel 237 wordt vervangen door:

"Artikel 237

Dochterondernemingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming: besluit over de aanvraag

1.        Bij aanvragen om aan de voorschriften van de artikelen 238 en 239 te mogen worden onderworpen, bepalen de betrokken toezichthoudende autoriteiten in het college van toezichthouders, in overleg, of zij de aanvraag al dan niet inwilligen en onder welke eventuele voorwaarden deze aanvraag wordt ingewilligd.

De in de eerste alinea bedoelde aanvraag wordt alleen ingediend bij de toezichthoudende autoriteit die vergunning voor de dochteronderneming heeft verleend. Die toezichthoudende autoriteit stelt de andere leden van het college van toezichthouders onverwijld in kennis en doet de volledige aanvraag onverwijld aan hen toekomen.

2.        De betrokken toezichthoudende autoriteiten doen alles wat in hun vermogen ligt om binnen drie maanden na de datum van ontvangst van de volledige aanvraag door alle toezichthoudende autoriteiten binnen het college van toezichthouders een gezamenlijk besluit over de aanvraag te nemen.

3.        Indien een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de periode van drie maanden als bedoeld in lid 2 de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVB heeft doorverwezen, schort de groepstoezichthouder zijn besluit op en wacht hij het besluit af dat de EAVB eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening neemt; vervolgens neemt hij zijn besluit in overeenstemming met het besluit van de EAVB. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

Indien het door het panel overeenkomstig artikel 41, leden 2 en 3, en artikel 44, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 voorgestelde besluit wordt afgewezen, neemt de groepstoezichthouder een definitief besluit. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast. De termijn van drie maanden wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van die verordening.

De EAVB neemt haar besluit binnen één maand. De zaak wordt niet meer doorverwezen naar de EBA na het einde van de termijn van drie maanden of nadat een gezamenlijk besluit is genomen.

4.        Ter vergemakkelijking van gezamenlijke besluiten kan de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen opstellen om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van het in lid 2 bedoelde proces van gezamenlijke besluitvorming over de in lid 1 bedoelde aanvragen.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

5.        Indien de betrokken toezichthoudende autoriteiten een gezamenlijk besluit hebben genomen als bedoeld in lid 2, doet de toezichthoudende autoriteit die aan de dochteronderneming een vergunning heeft verleend, aan de aanvrager een document toekomen dat een volledige opgaaf van redenen bevat. Het gezamenlijk besluit wordt als definitief erkend en door de toezichthoudende autoriteiten van de betrokken lidstaten toegepast.

6.        Indien er binnen de in lid 2 vastgestelde termijn van drie maanden geen gezamenlijk besluit van de betrokken toezichthoudende autoriteiten is, neemt de groepstoezichthouder op eigen gezag een besluit over de aanvraag.

Bij het nemen van zijn besluit houdt de groepstoezichthouder naar behoren rekening met het volgende:

a)        de tijdens de toepasselijke termijn door de betrokken toezichthoudende autoriteiten geuite standpunten en voorbehouden;

b)        de tijdens de toepasselijke termijn door de andere toezichthoudende autoriteiten in het college van toezichthouders geuite voorbehouden.

Het besluit bevat een volledige opgaaf van redenen en een toelichting op elke aanzienlijke afwijking van de voorbehouden van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten. De groepstoezichthouder doet een kopie van het besluit aan de aanvrager en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten toekomen. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.”;

(45 bis)           In artikel 238 wordt lid 4 vervangen door:

"4. Het college van toezichthouders doet alles wat in zijn vermogen ligt om tot overeenstemming te komen over het voorstel van de toezichthoudende autoriteit die voor de dochteronderneming een vergunning heeft verleend, of over andere mogelijke maatregelen.

Deze overeenkomst wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.”;

(46)     Artikel 238, lid 5, komt als volgt te luiden:

"5.       Indien de toezichthoudende autoriteit en de groepstoezichthouder het oneens zijn, kan elk van beide toezichthouders binnen de maand na de indiening van het voorstel door de toezichthoudende autoriteit de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVB doorverwijzen en om haar advies verzoeken. In dit geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden en neemt zij haar besluit binnen één maand na de doorverwijzing. De termijn van een maand wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van die verordening. De zaak wordt niet meer naar de EAVB doorverwezen na het einde van de in deze alinea bedoelde termijn van één maand of nadat overeenkomstig lid 4 van dit artikel in het college overeenstemming werd bereikt.

De toezichthoudende autoriteit die de dochteronderneming vergunning heeft verleend, schort haar besluit op en wacht het besluit af dat de EAVB eventueel overeenkomstig artikel 19 van die verordening neemt; vervolgens neemt zij haar besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van de EAVB.

Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

Het besluit bevat een volledige opgaaf van de redenen waarop het is gebaseerd.

Het besluit wordt voorgelegd aan de dochteronderneming en het college van toezichthouders.";

(47)     Aan artikel 239 wordt het volgende lid toegevoegd:

"4.       Indien één van de betrokken toezichthoudende autoriteiten het oneens is met de goedkeuring van het saneringsplan binnen de in lid 1 bedoelde termijn van vier maanden of over de goedkeuring van de voorgestelde maatregelen binnen de in lid 2 bedoelde termijn van één maand, kan elk van de toezichthouders ▌de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 doorverwijzen naar de EAVB en haar om bijstand vragen. In dit geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden en neemt zij haar besluit binnen één maand na de doorverwijzing. De zaak wordt niet meer naar de EAVB doorverwezen na het einde van de in deze alinea bedoelde termijn van respectievelijk vier maanden of één maand, of nadat overeenkomstig lid 1, tweede alinea, of lid 2, tweede alinea, in het college overeenstemming werd bereikt. De termijn van respectievelijk vier maanden of één maand wordt als verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van die verordening beschouwd.

De toezichthoudende autoriteit die de dochteronderneming vergunning heeft verleend, schort haar besluit op en wacht het besluit af dat de EAVB eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening neemt; vervolgens neemt zij haar definitieve besluit in overeenstemming met het eventuele besluit van de EAVB. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

Het besluit bevat een volledige opgaaf van de redenen waarop het is gebaseerd.

Het besluit wordt voorgelegd aan de dochteronderneming en het college van toezichthouders.";

(48)     Artikel 241 wordt vervangen door:

"Artikel 241

Dochterondernemingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming: gedelegeerde handelingen

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van het volgende:

a)        de criteria die moeten worden gehanteerd bij de toetsing of aan de voorwaarden van artikel 236 is voldaan;

b)        de criteria die moeten worden gehanteerd bij de toetsing van wat dient te worden verstaan onder de in artikel 239, lid 2, genoemde noodsituatie;

c)        de procedures die de toezichthoudende autoriteiten moeten volgen bij de uitwisseling van informatie, de uitoefening van hun rechten en de vervulling van hun plichten overeenkomstig de artikelen 237 tot en met 240.";

(49)     Artikel 242, lid 1, komt als volgt te luiden:

"1.      Uiterlijk op 31 oktober 2014 evalueert de Commissie de toepassing van titel III, waarbij zij met name let op de samenwerking van de toezichthoudende autoriteiten binnen de colleges van toezichthouders en de werking daarvan, alsmede op de toezichtpraktijken met betrekking tot de bepaling van kapitaalopslagen, en brengt zij hiervan verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, indien nodig vergezeld van voorstellen tot herziening van deze richtlijn."

(50)     Artikel 242, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:

a)        "31 oktober 2015" wordt vervangen door "31 december 2015";

b)        het bepaalde onder e), wordt geschrapt;

(51)     Artikel 244, lid 4, komt als volgt te luiden:

"4.       Voor de toepassing van de leden 2 en 3 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vast met betrekking tot de definitie van een significante risicoconcentratie ▌.

Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot het toezicht op risicoconcentratie te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere specificatie van de onderkenning van een significante risicoconcentratie en de bepaling van passende drempels met het oog op de toepassing van lid 3.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

4 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, kan de EAVB met het oog op de toepassing van lid 2 technische uitvoeringsnormen uitwerken tot vaststelling van standaardformulieren, templates en procedures voor de rapportage van dergelijke risicoconcentraties.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(52)     Artikel 245, lid 4, komt als volgt te luiden:

"4.       Voor de toepassing van de leden 2 en 3 kan de Commissie overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen met betrekking tot de definitie van een significante intragroeptransactie.

Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot het toezicht op intragroeptransacties te waarborgen, kan de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uitwerken tot nadere specificatie van de onderkenning van een significante intragroeptransactie met het oog op de toepassing van lid 3.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

4 bis.   Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van dit artikel te garanderen, kan de EAVB met het oog op de toepassing van lid 2 technische uitvoeringsnormen uitwerken tot vaststelling van standaardformulieren, templates en procedures voor de rapportage van dergelijke intragroeptransacties.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de vierde alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.".

(53)     In artikel 247 worden de leden 3 tot en met 7 vervangen door:

"3.      In bijzondere gevallen kunnen de betrokken toezichthoudende autoriteiten op verzoek van een van de autoriteiten gezamenlijk besluiten om af te wijken van de criteria van lid 2 indien de toepassing ervan, gelet op de structuur van de groep en het relatieve belang van de activiteiten van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in de verschillende lidstaten, ongepast zou zijn, en een andere toezichthoudende autoriteit als groepstoezichthouder aanwijzen.

In dat verband kan elk van de betrokken toezichthoudende autoriteiten verzoeken om een discussie te openen over de vraag of de in lid 2 bedoelde criteria gepast zijn. Een dergelijke discussie vindt niet vaker dan eenmaal per jaar plaats.

De betrokken toezichthoudende autoriteiten doen alles wat in hun vermogen ligt om binnen drie maanden na het verzoek om de opening van een discussie een gezamenlijk besluit over de keuze van de groepstoezichthouder te nemen. Alvorens hun besluit te nemen, bieden de toezichthoudende autoriteiten de groep de gelegenheid zijn standpunt kenbaar te maken.

De aangewezen groepstoezichthouder legt het gezamenlijk besluit met volledige opgaaf van redenen voor aan de groep.

4.        Indien een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de periode van drie maanden als bedoeld in de derde alinea van lid 3 de zaak overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EAVB heeft doorverwezen, schorten de betrokken toezichthoudende autoriteiten hun gezamenlijk besluit op en wachten zij het besluit af dat de EAVB eventueel overeenkomstig artikel 19, lid 3, van die verordening neemt; vervolgens nemen zij hun gezamenlijk besluit in overeenstemming met het besluit van de EAVB. Dit gezamenlijk besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast. De termijn van drie maanden wordt beschouwd als de verzoeningsperiode in de zin van artikel 19, lid 2, van die verordening.

De EAVB neemt haar besluit binnen een maand van een verwijzing in de zin van de eerste alinea. De zaak wordt niet meer doorverwezen naar de EAVB na het einde van de termijn van drie maanden of nadat een gezamenlijk besluit is genomen. De aangewezen groepstoezichthouder legt het gezamenlijk besluit met volledige opgaaf van redenen voor aan de groep en aan het college van toezichthouders.

6.        Indien er geen gezamenlijk besluit ▌is , wordt de functie van groepstoezichthouder uitgeoefend door de toezichthoudende autoriteit die daarvoor overeenkomstig lid 2 van dit artikel in aanmerking komt. ▌

7.        De EAVB stelt het Europees Parlement, de Raad en de Commissie ten minste eenmaal per jaar in kennis van alle belangrijke problemen met de toepassing van de leden 2, 3 en 6.

Indien zich belangrijke problemen voordoen bij de toepassing van de in de leden 2 en 3 van dit artikel vermelde criteria, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast om deze criteria nader te specificeren.";

(54)     Artikel 248 wordt als volgt gewijzigd:

a)        in lid 2 wordt de volgende alinea ingevoegd:

"Indien de groepstoezichthouder de in lid 1 bedoelde taken niet uitvoert of indien de leden van het college van toezichthouders niet samenwerken in de mate die in dat lid wordt vereist, mag elk van de betrokken toezichthoudende autoriteiten de zaak overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2, 3 en 6, van Verordening (EU) 1094/2010 doorverwijzen naar de EAVB en om haar bijstand verzoeken. In dat geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij artikel 19 van die verordening verleende bevoegdheden.";

a bis)  lid 3, eerste alinea, komt als volgt te luiden:

"3. De groepstoezichthouder en de toezichthoudende autoriteiten van alle lidstaten waar de zetel van alle dochterondernemingen gevestigd is, alsmede de EAVB zijn lid van het college van toezichthouders."

b)        in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Bij verschil van mening over de coördinatieafspraken kan elk lid van het college van toezichthouders de zaak voorleggen aan de EAVB en om haar bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010. In dat geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij artikel 19 van die verordening verleende bevoegdheden. Dit besluit wordt als definitief erkend en door de betrokken toezichthoudende autoriteiten toegepast.

▌";

b bis)  In lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Onverminderd de rechten en plichten die deze richtlijn vaststelt voor de groepstoezichthouder en de andere toezichthoudende autoriteiten, kunnen in de coördinatieafspraken nog andere taken worden toevertrouwd aan de groepstoezichthouder, de andere toezichthoudende autoriteiten of de EAVB, ingeval dit leidt tot een efficiënter toezicht op de groep en het geen afbreuk doet aan de toezichtactiviteiten van de leden van het college van toezichthouders ten opzichte van hun individuele verantwoordelijkheden.";

c)        de leden 6 en 7 worden vervangen door:

"6.       De EAVB werkt richtsnoeren uit voor de operationele werking van de colleges van toezichthouders, op basis van integrale evaluaties van de werkzaamheden van de colleges teneinde de mate van onderlinge convergentie te beoordelen. Deze evaluaties worden ten minste om de drie jaar uitgevoerd. De lidstaten zorgen ervoor dat de groepstoezichthouder de EAVB informatie verstrekt over de werking van de colleges van toezichthouders en over eventueel gerezen moeilijkheden die van belang zijn voor deze evaluaties.

Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot de coördinatie tussen de toezichthoudende autoriteiten te waarborgen, kan de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uitwerken om op basis van de in de eerste alinea genoemde richtsnoeren nadere invulling te geven aan de operationele werking van colleges van toezichthouders.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

7.        Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot de coördinatie tussen de toezichthoudende autoriteiten te waarborgen, werkt de EAVB met het oog op de toepassing van de leden 1 tot en met 6 ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van de coördinatieafspraken voor het groepstoezicht, waaronder de definitie van wat een belangrijk bijkantoor is.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

(55)     Artikel 249 wordt als volgt gewijzigd:

a)        in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Ten einde te garanderen dat de toezichthoudende autoriteiten, waaronder de groepstoezichthouder, over dezelfde hoeveelheid relevante informatie beschikken, verstrekken zij, onverminderd hun respectieve verantwoordelijkheden, en ongeacht of zij in dezelfde lidstaat gevestigd zijn, elkaar al deze informatie teneinde de uitoefening van de toezichthoudende taken door de andere autoriteiten krachtens deze richtlijn mogelijk te maken en te vergemakkelijken. In dit verband delen de betrokken toezichthoudende autoriteiten en de groepstoezichthouder elkaar onmiddellijk alle relevante informatie mede zodra deze beschikbaar is, of zij wisselen informatie uit op verzoek. De in deze alinea bedoelde informatie omvat onder meer gegevens over het optreden van de groep en de toezichthoudende autoriteiten, alsmede door de groep verstrekte informatie."

b)        het volgende lid wordt ingevoegd:

"1 bis.  Indien een toezichthoudende autoriteit heeft nagelaten relevante informatie mee te delen of een verzoek tot samenwerking, en met name om relevante informatie uit te wisselen, is afgewezen of niet binnen twee weken gevolg heeft gekregen, mogen de toezichthoudende autoriteiten de zaak naar de EAVB doorverwijzen.

Indien de zaak naar de EAVB is doorverwezen, kan zij, onverminderd het bepaalde in artikel 258 VWEU, handelen in overeenstemming met de bevoegdheden die haar bij artikel 19, leden 1, 2, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 zijn toegekend.";

c)        lid 3 wordt vervangen door:

"3.       Ten einde een consequente harmonisatie met betrekking tot de coördinatie tussen de toezichthoudende autoriteiten te waarborgen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere invulling van:

         de gegevens die systematisch door de groepstoezichthouder moeten worden vergaard en onder de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten moeten worden verspreid, dan wel door de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten aan de groepstoezichthouder moeten worden medegedeeld.

         de gegevens die essentieel of relevant zijn voor het toezicht op groepsniveau, met het oog op een grotere convergentie van de toezichtrapportage.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.";

d)        Het volgende lid wordt toegevoegd:

"4.       Om eenvormige toepassingsvoorwaarden met betrekking tot de coördinatie tussen de toezichthoudende autoriteiten te waarborgen, kan de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uitwerken tot vaststelling van standaardformulieren, templates en procedures voor de indiening van informatie bij de groepstoezichthouder, alsook de in dit artikel vastgelegde procedure voor de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen toezichthoudende autoriteiten.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(56 bis)           Artikel 250 wordt als volgt gewijzigd:

"Artikel 250

Overleg tussen toezichthoudende autoriteiten

1.        Voordat de betrokken toezichthoudende autoriteiten enig besluit nemen dat voor de toezichthoudende taken van andere toezichthoudende autoriteiten van belang is, plegen zij onverminderd artikel 248 in het college van toezichthouders onderling overleg over de volgende aangelegenheden:

a)        veranderingen in het aandeelhouderschap, de organisatie of de bestuursstructuur van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen in een groep die goedkeuring of machtiging door toezichthoudende autoriteiten vereisen; en

b)        door de toezichthoudende autoriteiten getroffen belangrijke sancties of buitengewone maatregelen, zoals onder meer het toepassen van een opslagfactor op het solvabiliteitskapitaalvereiste op grond van artikel 37 en het opleggen van enigerlei beperking op het gebruik van een intern model voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste op grond van titel I, hoofdstuk VI, afdeling 4, onderafdeling 3.

De groepstoezichthouder wordt altijd geraadpleegd voor de toepassing van punt b).

Voor het overleg over de toepassing van een opslagfactor in de zin van artikel 37 is de procedure van artikel 238, leden 4 en 5, van dienovereenkomstige toepassing, met dien verstande dat alleen de groepstoezichthouder de zaak kan voorleggen aan de EAVB.

Voorts plegen de betrokken toezichthoudende autoriteiten, wanneer een besluit is gebaseerd op van andere toezichthoudende autoriteiten ontvangen informatie, onderling overleg alvorens het besluit te nemen.";

(58)     In artikel 255, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Indien het aan een andere toezichthoudende autoriteit gerichte verzoek tot een verificatie overeenkomstig dit lid niet binnen twee weken gevolg heeft gekregen, of indien de toezichthoudende autoriteit om praktische redenen niet in staat is haar recht uit te oefenen om overeenkomstig de derde alinea deel te nemen, mag de verzoekende autoriteit overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2 en 6, van Verordening EU nr. 1094/2010 de zaak naar de EAVB doorverwijzen en om haar bijstand verzoeken. In dit geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden."

(58 bis)           In artikel 255, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) nr. 1094/2010, is de EAVB gerechtigd deel te nemen aan inspecties ter plaatse wanneer deze door twee of meer toezichthoudende autoriteiten gezamenlijk worden uitgevoerd.";

(59)     Artikel 256 wordt als volgt gewijzigd:

a)        lid 1 wordt vervangen door:

"1. De lidstaten schrijven voor dat deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings jaarlijks een rapport over de solvabiliteit en de financiële positie op groepsniveau publiceren. De artikelen 51, 53, 54 en 55 zijn van dienovereenkomstige toepassing.";

b)        lid 4 wordt vervangen door:

"4. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vast waarin nadere invulling wordt gegeven aan de informatie die bekend moet worden gemaakt ▌in het dubbelrapport over de solvabiliteit en financiële positie.";

c)        Het volgende lid wordt toegevoegd:

"5. Om eenvormige toepassingsvoorwaarden met betrekking tot het verslag over de solvabiliteit en de financiële toestand van de groep te waarborgen, werkt de EAVB technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de te volgen procedures en de te gebruiken formulieren en templates voor het uitbrengen van het groepsrapport over de solvabiliteit en financiële positie, zoals beschreven in dit artikel.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.";

(59 bis)           Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 256 bis

Groepsstructuur

De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen jaarlijks op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsgroep hun juridische structuur en governance- en organisatiestructuur publiekelijk bekendmaken, met inbegrip van alle gereglementeerde entiteiten, niet-gereglementeerde entiteiten en feitelijke filialen die tot de groep behoren.";

(60)     Artikel 258, lid 3, komt als volgt te luiden:

"3. De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis ▌gedelegeerde handelingen vaststellen met het oog op de coördinatie van de in de leden 1 en 2 bedoelde handhavingsmaatregelen."

(61)     Artikel 259 wordt vervangen door:

"Artikel 259

Rapportage door de EAVB

1.        De EAVB brengt overeenkomstig artikel 50 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 verslag uit aan het Europees Parlement.

2.        De EAVB brengt onder meer verslag uit over alle relevante en belangrijke ervaringen met betrekking tot de toezichtwerkzaamheden en de samenwerking tussen toezichthouders uit hoofde van titel III, en met name over:

a)        het proces van de benoeming van de groepstoezichthouder, het aantal groepstoezichthouders en de geografische spreiding;

b)        de werking van het college van toezichthouders, in het bijzonder de betrokkenheid en het engagement van toezichthoudende autoriteiten die geen groepstoezichthouder zijn.

3.        De EAVB mag waar dienstig voor de toepassing van lid 1 van dit artikel ook verslag uitbrengen over de belangrijkste lessen die zijn getrokken uit de evaluaties als bedoeld in artikel 248, lid 6."

(62)     Artikel 260 wordt vervangen door:

"1. In het in artikel 213, lid 2, onder c), bedoelde geval verifiëren de betrokken toezichthoudende autoriteiten of de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor buiten de Unie heeft, onderworpen zijn aan door een toezichthoudende autoriteit van een derde land uitgeoefend toezicht dat gelijkwaardig is aan het toezicht uit hoofde van de bepalingen van deze titel betreffende het toezicht op groepsniveau op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 213, lid 2, onder a) en b).

Indien er overeenkomstig de leden 3 of 5 geen besluit is genomen, geschiedt de verificatie door de toezichthoudende autoriteit die de groepstoezichthouder zou zijn indien de criteria van artikel 247, lid 2, van toepassing waren (hierna "de fungerend groepstoezichthouder" genoemd), hetzij op verzoek van de moederonderneming of van een van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waaraan in de Unie vergunning is verleend, hetzij op haar eigen initiatief. De EAVB verleent de fungerend groepstoezichthouder assistentie overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

Daarbij raadpleegt die fungerend groepstoezichthouder, daarin bijgestaan door de EAVB, de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de EAVB, alvorens een besluit te nemen over de gelijkwaardigheid. Dit besluit wordt genomen op grond van de overeenkomstig lid 2 vastgestelde criteria. De fungerend groepstoezichthouder neemt ten aanzien van een derde land geen enkel besluit dat indruist tegen eventueel in een eerder stadium ten aanzien van dat derde land genomen besluiten, tenzij zulks noodzakelijk is als gevolg van belangrijke wijzigingen in de toezichtregeling die is vastgelegd in titel I en in de toezichtregeling van het derde land.

Indien de toezichthoudende autoriteiten het oneens zijn met het overeenkomstig de derde alinea genomen besluit, kunnen zij de zaak binnen drie maanden na kennisgeving van het besluit door de fungerend groepstoezichthouder doorverwijzen naar de EAVB en haar om bijstand verzoeken overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2, 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 1094/2010. In dat geval mag de EAVB handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel verleende bevoegdheden."

2.        De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen waarbij criteria worden bepaald om te beoordelen of de toezichtregeling van een derde land voor groepstoezicht gelijkwaardig is aan die waarin deze titel voorziet.

3.        Indien aan de overeenkomstig lid 2 vastgestelde criteria door een derde land is voldaan, kan de Commissie, conform artikel 301 bis en daarin bijgestaan ​​door de EAVB, overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 besluiten dat de toezichtregeling die door dat derde land wordt toegepast gelijkwaardig is aan die van deze titel.

Deze Commissiebesluiten worden regelmatig aan een nieuw onderzoek onderworpen om rekening te houden met eventuele belangrijke wijzigingen in de toezichtregeling waarin deze titel voorziet, alsook in de toezichtregeling van het derde land.

De EAVB maakt op haar website een lijst van alle in de eerste alinea bedoelde derde landen bekend en houdt deze lijst actueel.

4. Indien de Commissie geen besluit neemt overeenkomstig lid 3 of lid 5, is artikel 262 van toepassing.

5.        In afwijking van lid 3 kan de Commissie, zelfs indien niet is voldaan aan de in lid 2 vastgestelde criteria, conform artikel 301 bis en daarin bijgestaan ​​door de EAVB overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, gedurende een beperkte periode besluiten dat de toezichtregeling die door een derde land wordt toegepast op ondernemingen waarvan het hoofdkantoor in dat derde land is gelegen, tijdelijk gelijkwaardig is aan die van titel I, voor zover dat derde land minstens heeft voldaan aan de volgende criteria:

a)        het derde land heeft de Europese Unie schriftelijke verklaringen overgelegd waarin het zich ertoe verplicht een toezichtregeling vast te stellen en toe te passen die vóór het verstrijken van die beperkte periode overeenkomstig lid 3 als gelijkwaardig kan worden beoordeeld;

b)        het derde land heeft een convergentieprogramma opgezet om te voldoen aan de onder a) aangegane verplichting;

c)        het derde land heeft voldoende middelen uitgetrokken om te voldoen aan de onder a) aangegane verplichting;

d)        het beschikt over een toezichtregeling die risicogeoriënteerd is en gebaseerd op de marktwaardering van activa en passiva;

e)        het heeft overeenkomstig artikel 264 overeenkomsten gesloten betreffende de uitwisseling van vertrouwelijke toezichtinformatie;

f)         het beschikt over een onafhankelijk systeem van toezicht op basis van door de IAIS vastgestelde kernbeginselen, principes en normen;

g)        het heeft voor alle personen die namens zijn toezichthoudende autoriteiten optreden verplichtingen vastgesteld inzake het beroepsgeheim, met name voor de uitwisseling van informatie met de EAVB en de toezichthoudende autoriteiten als omschreven in artikel 13, lid 10.

Bij besluiten omtrent tijdelijke gelijkwaardigheid dient rekening te worden gehouden met de overeenkomstig artikel 177, lid 2, door de Commissie opgestelde verslagen. De desbetreffende besluiten worden regelmatig geëvalueerd op basis van de voortgangsverslagen van het betrokken derde land, die om de zes maanden ter beoordeling aan de Commissie en de EAVB worden voorgelegd.

De EAVB maakt op haar website een lijst van alle in de eerste alinea bedoelde derde landen bekend en houdt deze lijst actueel.

De Commissie kan overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vaststellen tot nadere bepaling van de in de eerste alinea omschreven voorwaarden.

6. De in lid 5 bedoelde periode duurt vijf jaar vanaf de in artikel 310 bedoelde datum, dan wel, indien dit eerder het geval is, tot aan de datum waarop de toezichtregeling van dat derde land overeenkomstig lid 3 geacht wordt gelijkwaardig te zijn aan de regeling waarin deze titel voorziet .

Deze termijn kan nog met maximaal een jaar worden verlengd indien deze tijd voor de EAVB en de Commissie nodig is voor het uitvoeren van de beoordeling van de gelijkwaardigheid in de zin van lid 3.

7. Indien overeenkomstig lid 5 een besluit wordt genomen waarin wordt vastgesteld dat de toezichtregeling van een derde land voor bepaalde tijd gelijkwaardig is, kunnen de lidstaten artikel 261 toepassen. De EAVB stelt uiterlijk 1 januari 2014 richtsnoeren op voor een consequente en coherente toepassing van dit lid door de lidstaten. De lidstaten doen alles wat in hun vermogen ligt om deze richtsnoeren na te leven. Indien een lidstaat besluit om artikel 261 niet toe te passen op een groep, mag geen enkele lidstaat dat artikel op deze groep toepassen."

(63)     In artikel 262, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"1. Indien er geen sprake is van het in artikel 260 bedoelde gelijkwaardige toezicht, of indien een lidstaat artikel 261 niet toepast in het geval van gelijkwaardigheid voor bepaalde tijd overeenkomstig artikel 260, lid 7, past die lidstaat het volgende toe op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen:

a)        de artikelen 218 tot en met 235 en mutatis mutandis de artikelen 244 tot en met 258;

b)        een van de in lid 2 genoemde methoden.";

(66)     ▌Artikel 300, lid 1, wordt vervangen door:

"De in euro luidende bedragen in deze richtlijn worden elke vijf jaar aangepast, door het basisbedrag in euro te vermeerderen met de procentuele wijziging in de door Eurostat gepubliceerde geharmoniseerde indexcijfers van de consumptieprijzen van alle lidstaten, over de periode vanaf 31 december 2012 tot de datum van herziening, en afgerond op een veelvoud van 100.000 EUR.".

(67)     In artikel 301 worden de leden 2 en 3 geschrapt.

(68)     De volgende artikelen ▌worden ingevoegd:

"Artikel 301 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.        De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

1 bis.   De in de artikelen 17, 37, 50, 56, 109 bis, 172, 216, 217, 227, 241, 244, 245, 247, 256, 258 en 260 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vier jaar vanaf ….*. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de termijn van vier jaar een verslag op over de gedelegeerde bevoegdheid. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

1 ter.   De in de artikelen 17, 37, 50, 56, 109 bis, 172, 216, 217, 227, 241, 244, 245, 247, 256, 258 en 260 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit vermelde bevoegdheid. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

2.        Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

3.        Een gedelegeerde handeling die overeenkomstig de artikelen 17, 37, 50, 56, 109 bis, 172, 216, 217, 227, 241, 244, 245, 247, 256, 258 of 260 is vastgesteld treedt pas in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad geen bezwaar heeft aangetekend of indien het Europees Parlement en de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie ervan in kennis hebben gesteld dat zij geen bezwaar wensen aan te tekenen. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 301 ter

Uitstelbepaling

Wanneer voor het eerst technische reguleringsnormen als bedoeld in artikel 35, lid 6, artikel 37, lid 6 bis, artikel 50, artikel 58, lid 8, artikel 75, lid 2, artikel 86, artikel 92, lid 1, artikel 97, lid 1, artikel 99, lid 1, artikel 111, leden 1 en 2, artikel 114, lid 1, artikel 127, artikel 130, artikel 135, leden 1 en 2 bis, artikel 143, leden 1 en 2, artikel 210, lid 2, artikel 211, lid 2, artikel 234, artikel 245, lid 4, artikel 248, leden 6 en 7, en artikel 249, lid 3, voor een overgangsperiode van maximaal twee jaar na ... * worden ingevoerd, volgt de Commissie bij de publicatie van deze richtlijn in het Publicatieblad van de Europese Unie de procedure voor de vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 301 bis. Eventuele wijzigingen op deze gedelegeerde handelingen of – nadat de overgangsperiode is verstreken – eventuele nieuwe technische reguleringsnormen worden doorgevoerd overeenkomstig de procedures als bepaald in de desbetreffende artikelen.";

(69)     In artikel 304 wordt lid 2 vervangen door:

"De Commissie brengt uiterlijk op 31 december 2015 aan het Europees Comité voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en het Europees Parlement verslag uit over de toepassing van de in lid 1 beschreven methode, en de door de toezichthoudende autoriteiten gevolgde werkwijze ter uitvoering van lid 1, zo nodig vergezeld van passende voorstellen. Dit verslag dient met name in te gaan op de grensoverschrijdende effecten van deze methode met het oog op het voorkomen van toezichtarbitrage door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.";

(70)     De volgende afdeling wordt ingevoegd:

AFDELING 3

Handelingen terzake van verzekering en herverzekering

Artikel 308 bis

Gefaseerde invoering

1.        Tussen 1 januari en 31 december 2013 nemen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en toezichthouders alle noodzakelijke maatregelen opdat zij vanaf 1 januari 2014 voldoen aan de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

2.        De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthoudende autoriteiten vanaf 1 januari 2013 de bevoegdheid hebben om:

a)        besluiten te nemen terzake van:

(i)       de goedkeuring van ondernemingsspecifieke parameters overeenkomstig artikel 104, lid 7;

(ii)      de goedkeuring van aanvullend eigen vermogen overeenkomstig artikel 90;

(iii)     de goedkeuring van de indeling van eigenvermogensbestanddelen overeenkomstig artikel 95, alinea 3;

(iv)      de goedkeuring van een geheel of gedeeltelijk intern model in overeenstemming met de artikelen 112 en 113;

(v)       de goedkeuring van op hun grondgebied te vestigen special purpose vehicles;

(vi)      de goedkeuring van aanvullend eigen vermogen van een verzekeringstussenholding overeenkomstig artikel 226, lid 2;

(vii)    een besluit als bedoeld in artikel 228;

(viii)   de goedkeuring van een intern model van een groep in overeenstemming met artikel 231 en artikel 233, lid 5;

(ix)     het verlenen, overeenkomstig artikel 236, van toestemming om te worden onderworpen aan de artikelen 238 en 239;

b)        het niveau en de reikwijdte te bepalen van het groepstoezicht in overeenstemming met de afdelingen 2 en 3 van titel III, hoofdstuk I;

c)        de methodekeuze te bepalen voor de berekening van de groepssolvabiliteit in overeenstemming met artikel 220;

d)        de gelijkwaardigheid en de gelijkwaardigheid voor bepaalde tijd vast te stellen in overeenstemming met de artikelen 227 en 260;

e)        de groepstoezichthouder aan te wijzen in overeenstemming met artikel 247;

f)         een college van toezichthouders in te stellen in overeenstemming met artikel 248;

g)        de in de artikelen 262 en 263 bedoelde vaststellingen te doen; en

h)        de toepassing te bepalen van vrijstellingen en overgangsperioden in overeenstemming met artikel 308 bis, lid 3, en artikel 308 ter.

De lidstaten verplichten de betrokken toezichthoudende autoriteiten ertoe conform lid 3 door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ter goedkeuring of toestemming ingediende aanvragen in aanmerking te nemen. De besluiten van de toezichthoudende autoriteiten omtrent aanvragen voor goedkeuring of toestemming treden niet in werking vóór de in artikel 310 bedoelde datum.

3.        Onverminderd het bepaalde in artikel 308 ter dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met ingang van 1 juli 2013:

a)        de ramingen voor het solvabiliteitskapitaalvereiste, het minimumkapitaalvereiste en het bedrag van het eigen vermogen te berekenen en de balans op te maken overeenkomstig deze richtlijn, en deze informatie mede te delen aan de toezichthoudende autoriteiten;

b)        de toezichthoudende autoriteiten op jaarbasis te voorzien van de in artikel 35 bedoelde informatie met betrekking tot het op of na 1 juli 2013 afgesloten boekjaar.

De referentiedatum voor de onder a) bedoelde balans is de eerste dag van het boekjaar, dat begint op of na 1 juli 2012, doch uiterlijk op 1 juli 2013.

De toezichthoudende autoriteiten kunnen afzien van het onder b) neergelegde vereiste voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die niet volledig voldoen aan de voorschriften om overeenkomstig artikel 35, lid 5, te beschikken over passende systemen en structuren, met dien verstande dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen wel onderworpen blijven aan de rapportagevereisten die vóór de in artikel 309, lid 1, bedoelde datum op hun respectieve grondgebieden van kracht zijn.

Artikel 308 ter

Overgangstermijnen

1.        De lidstaten kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of verzekerings- en herverzekeringsgroepen met een balanstotaal van minder dan 25 miljard EUR die op de in artikel 310 bis genoemde datum niet voldoen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste ten hoogste twee jaar uitstel toestaan om alsnog aan dat vereiste te voldoen, mits die ondernemingen of groepen aan de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 138, lid 2, en artikel 142 de door hen te treffen maatregelen die zij daartoe voorstellen, ter goedkeuring hebben voorgelegd.

2.        De lidstaten kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die op de in artikel 310 bedoelde datum niet volledig voldoen aan de verplichtingen om passende systemen en structuren toe te passen overeenkomstig artikel 35, lid 5, en artikel 55, lid 1, ten hoogste twee jaar uitstel geven om alsnog aan die verplichting te voldoen.

3.        Gedurende die periode kunnen de lidstaten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die niet volledig voldoen aan de verplichtingen inzake de openbaarmaking van de in de artikelen 51 en 53, 54 en 55 bedoelde informatie toestaan slechts de informatie bekend te maken die met behulp van de toegepaste systemen en structuren kan worden verstrekt.

4.        De lidstaten kunnen verzekerings- en herverzekeringsgroepen die op de in artikel 310 bis bedoelde datum niet volledig voldoen aan de verplichtingen om passende systemen en structuren toe te passen overeenkomstig artikel 254, ten hoogste twee jaar uitstel geven om alsnog aan die verplichting te voldoen.

5.        Gedurende die periode kunnen de lidstaten verzekerings- en herverzekeringsgroepen die niet volledig voldoen aan de verplichtingen inzake de openbaarmaking van de in de artikel 256 bedoelde informatie toestaan middels regelmatige toezichtsrapportage slechts de informatie bekend te maken die met behulp van de toegepaste systemen en structuren kan worden verstrekt.

6.        Onverminderd artikel 94 worden kernvermogensbestanddelen die zijn uitgegeven vóór ...* en die overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 72/239/EEC, artikel 1 van Richtlijn 2002/13/EG, artikel 27, lid 3, van Richtlijn 2002/83/EG en artikel 36, lid 3, van Richtlijn 2005/68/EG zouden kunnen worden gebruikt om aan ten minste 50% van de voorgeschreven beschikbare solvabiliteitsmarge te voldoen, tot maximaal tien jaar na de in artikel 310 bedoelde datum gerekend tot het in Tier 1 ingedeelde kernvermogen.

7.        Onverminderd artikel 94 worden kernvermogensbestanddelen die zijn uitgegeven vóór ...* en die overeenkomstig artikel 16, lid 3, van Richtlijn 72/239/EEC, artikel 1 van Richtlijn 2002/13/EG, artikel 27, lid 3, van Richtlijn 2002/83/EG en artikel 36, lid 3, van Richtlijn 2005/68/EG zouden kunnen worden gebruikt om aan ten minste 25% van de voorgeschreven beschikbare solvabiliteitsmarge te voldoen, tot maximaal tien jaar na de in artikel 310 bedoelde datum gerekend tot het in Tier 2 ingedeelde kernvermogen.

8.        Op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die beleggen in verhandelbare effecten of andere op herverpakte kredieten gebaseerde instrumenten die vóór 1 januari 2011 zijn uitgegeven, zijn vanaf 31 december 2014 de in artikel 135, lid 2, onder a), bedoelde vereisten van toepassing, doch slechts wanneer na 31 december 2014 nieuwe onderliggende vorderingen worden toegevoegd of vervangen.

9.        De standaardparameters die van toepassing zijn op aandelen die door de onderneming op of voor ...* zijn verworven, worden, wanneer de ondermodule aandelenrisico wordt berekend volgens de standaardformule, zonder gebruik te maken van de in artikel 304 beschreven optie, berekend als het gewogen gemiddelde van:

a)        de standaardparameter die moet worden gebruikt bij de berekening van de ondermodule aandelenrisico overeenkomstig artikel 304; en van

b)        de standaardparameter die moet worden gebruikt wanneer de ondermodule aandelenrisico wordt berekend volgens de standaardformule, zonder gebruik te maken van de in artikel 304 beschreven optie.

Het gewicht van de in de eerste alinea onder b) bedoelde parameter neemt aan het eind van elk jaar ten minste lineair toe van 0% op 1 januari 2014 tot 100% op de datum zeven jaar na 1 januari 2014.

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast waarin nadere invulling wordt gegeven aan de criteria waaraan moet worden voldaan, met inbegrip van de aandelen waarop de overgangsperiode van toepassing is.

Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van deze overgangsperiode te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uit tot vaststelling van de voor de toepassing van dit lid te volgen procedures.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de vierde alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010.

10.      Wanneer de lidstaten op ...* de in artikel 4 van Richtlijn 2003/41/EG bedoelde bepalingen toepasten, kunnen deze lidstaten, totdat de wijzigingen op de artikelen 17 tot en met 17 quater van Richtlijn 2003/41/EG zijn doorgevoerd, de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij met het oog op de naleving van de op de laatste datum van toepassing van Richtlijn 2002/83/EG geldende artikelen 1 tot en met 19, 27 tot en met 30, 32 tot en met 35 en 37 tot en met 67 van Richtlijn 2002/83/EG hebben aangenomen, blijven toepassen.

11.      Derde landen die wettelijke regelingen toepassen welke zijn erkend als gelijkwaardig aan deze richtlijn, kunnen overgangsperiodes toepassen die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgelegd in de leden 1 tot en met 10.

12.      De lidstaten kunnen de uiteindelijke moederverzekerings- of herverzekeringsonderneming gedurende een periode van maximaal zeven jaar na de in artikel 309, lid 1, bedoelde datum toestaan een aanvraag in te dienen voor de goedkeuring van een intern groepsmodel dat van toepassing is op een deel van een groep indien zowel de onderneming als de uiteindelijke moederonderneming in dezelfde lidstaat zijn gevestigd en indien dit deel een apart onderdeel vormt met een duidelijk ander risicoprofiel van de rest van de groep.

Artikel 308 quater

Matchingsopslag voor bepaalde levensverzekeringsverplichtingen

1.        In afwijking van de artikelen 75, 76 en 77 kunnen de lidstaten levensverzekeringsondernemingen toestaan de tarieven van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur te bepalen ter calculatie van hun optimaal geschatte levensverzekeringsverplichtingen middels verrekening van een matchingsopslag als omschreven in de leden 2 en 3, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden met betrekking tot de levensverzekeringsverplichtingen en de activa waarmee die zijn afgedekt:

a)    de levensverzekeringsonderneming heeft voor dat doel een uit obligaties en andere activa met vergelijkbare kasstroomkarakteristieken bestaande vermogensportefeuille samengesteld ter dekking van de optimaal geschatte portefeuille levensverzekeringsverplichtingen en handhaaft die samenstelling gedurende de looptijd van de verplichtingen, tenzij het de bedoeling is de replicatie van de kasstromen tussen activa en passiva te handhaven wanneer de kasstromen wezenlijk zijn veranderd, bijvoorbeeld bij niet-aflossing van een obligatie;

b)    de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen waarop de matchingsopslag wordt toegepast en de gereserveerde vermogensportefeuille worden separaat van de andere activiteiten van de levensverzekeringsonderneming afgeschermd, beheerd en georganiseerd zonder enige mogelijkheid tot overdracht;

c)     de toekomstige kasstromen uit de gereserveerde vermogensportefeuille corresponderen met elk van de toekomstige kasstromen uit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen in dezelfde valuta, en een eventuele mismatch levert geen wezenlijke risico's op in verhouding tot de risico's die eigen zijn aan het levensverzekeringbedrijf waarop een matchingsopslag wordt toegepast;

d)    de levensverzekeringscontracten waaruit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen is samengesteld resulteren niet in toekomstige premiebetalingen;

e)     de enige aan de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen verbonden verzekeringstechnische risico's zijn het langleven-, het kosten- en het herzieningsrisico en de aan de levensverzekeringsverplichtingen ten grondslag liggende contracten voorzien voor de polishouder niet in enigerlei opties, behalve in een afkoopoptie indien de afkoopwaarde niet hoger is dan de waarde van de ter dekking van de levensverzekeringsverplichtingen op het moment dat de afkoopoptie wordt uitgeoefend beschikbare activa, berekend overeenkomstig artikel 75;

f)     de kasstromen uit de activa in de gereserveerde vermogensportefeuille liggen vast;

g)    de kasstromen uit de activa in de gereserveerde vermogensportefeuille kunnen niet door de emittenten van de activa of door eventuele derden worden gewijzigd;

h)    de activa in de gereserveerde vermogensportefeuille mogen in geen geval van een minder dan toereikende kredietkwaliteit zijn als bepaald in lid 7;

(i)    de levensverzekeringsonderneming maakt overeenkomstig dit artikel de toepassing van de matchingsopslag en het geldelijke effect daarvan op haar financiële positie openbaar;

j)         de activiteiten van de levensverzekeringsonderneming waarvoor overeenkomstig dit artikel een matchingsopslag wordt toegepast worden alleen uitgeoefend in de lidstaat waar de onderneming over een vergunning beschikt;

k)        de toezichthoudende autoriteit heeft haar goedkeuring gehecht aan de toepassing van de matchingsopslag op de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen waarvoor naar haar overtuiging is voldaan aan de in de punten a) tot en met j) vermelde vereisten.

Wanneer de kasstromen uit de levensverzekeringsverplichtingen als bedoeld in punt f) inflatiegerelateerd zijn, kan de levensverzekeringsonderneming gebruik maken van activa met vastliggende maar inflatiegelinkte kasstromen, op voorwaarde dat deze activa de inflatiegebonden kasstromen van de portefeuille levensverzekeringensverplichtingen repliceren.

2.        Voor elke valuta en voor elke looptijd wordt de matchingsopslag overeenkomstig de volgende beginselen berekend:

a)        de matchingsopslag is gelijk aan het verschil tussen:

(i)       de effectieve jaarlijkse rente, berekend als de basisdiscontovoet die – wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen – resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de gereserveerde vermogensportefeuille volgens artikel 75; en

(ii)      de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de basisdiscontovoet die – wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen – resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de optimaal geschatte portefeuille levensverzekeringsverplichtingen onder inachtneming van de tijdswaarde en met gebruikmaking van de risicovrije basisrentetermijnstructuur;

b)        in de matchingsopslag is niet de basisspread verrekend die de risico's weerspiegelt welke ten laste blijven van de levensverzekeringsonderneming;

c)        van de matchingsopslag moeten de juiste beheersstimulansen uitgaan, waarbij ten minste ook de kredietkwaliteit van de gereserveerde activa moet worden betrokken.

3.        Voor de toepassing van lid 2, onder b), dient de basisspread:

a)        dynamisch en doorlopend te worden gewaardeerd, en moet hij gelijk zijn aan de som van:

(i)       de kredietspread die de kans op wanbetaling voor de betrokken activa weerspiegelt; en

(ii)      de kredietspread die het verwachte verlies als gevolg van de afwaardering van een actief weergeeft.

b)        niet lager te zijn dan 75% van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije basisrente voor activa met dezelfde looptijd en dezelfde kredietwaardigheid en uit dezelfde assetcategorie, zoals gemeten op de financiële markten.

De kans op wanbetaling als bedoeld in punt a), onder (i), wordt berekend op basis van de langetermijnstandaardstatistieken die voor het bewuste actief relevant zijn in verhouding tot de looptijd, de kredietwaardigheid en de betrokken assetcategorie.

4.        Levensverzekeringsondernemingen die de berekeningsmethode als omschreven in de leden 2 en 3 toepassen, mogen geen andere aanpassingen in de risicovrije rentetermijnstructuur doorvoeren. Levensverzekeringsondernemingen die de matchingsopslag toepassen op een portefeuille levensverzekeringsverplichtingen, mogen niet opnieuw teruggrijpen op een formule waarbij geen matchingsopslag wordt gebruikt. Wanneer een levensverzekeringsonderneming die een matchingsoplag toepast niet meer in staat is te voldoen aan de voorwaarden van lid 1, stelt zij de toezichthoudende autoriteit daarvan onverwijld in kennis en treft zij de nodige voorzieningen om weer aan die voorwaarden te kunnen voldoen. Indien de bewuste onderneming niet in staat is om binnen 2 maanden opnieuw aan deze voorwaarden te voldoen, past zij de matchingsopslag niet meer toe op welke van haar levensverzekeringsverplichtingen ook en kan zij de matchingsopslag pas na een periode van 24 maanden weer toepassen.

5.        Levensverzekeringsondernemingen die de in dit artikel bedoelde matchingsopslag toepassen, mogen de aangepaste relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 77 bis of het symmetrisch aanpassingsmechanisme als bedoeld in artikel 106 bis niet toepassen.

6.        De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van het volgende:

a)        de criteria waaraan door levensverzekeringsondernemingen moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor toepassing van de matchingsopslag als bedoeld in dit artikel;

b)        de criteria om de naleving van de in lid 1 bedoelde vereisten te bevestigen en te controleren;

c)        de aannames en methoden die moeten worden toegepast bij de berekening van de in lid 3 bedoelde basisspread;

d)        de criteria om de naleving te controleren van de in lid 2, onder c), bepaalde vereisen.

7.        Om een ​​consequente harmonisatie met betrekking tot de kredietkwaliteit van de betrokken activa te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere bepaling van de kredietkwaliteit van de gereserveerde activa, die hoger moet zijn dan de minimumkwaliteit welke doorgaans als investeringswaardig in de zin van lid 1, onder h), wordt aangemerkt, waarbij zo nodig ook aangepaste limieten moeten worden vastgesteld ter waarborging van de toereikende kredietkwaliteit van alle activa van de onderneming in haar geheel.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

8.        Levensverzekeringsondernemingen die alle of een aanzienlijk deel van hun technische voorzieningen berekenen met behulp van een relevante risicovrije rentetermijnstructuur welke een matchingsopslag van meer dan nul impliceert, dienen de toezichthoudende autoriteit jaarlijks de volgende schriftelijke informatie te doen toekomen:

a)        een beschrijving van het effect dat een verlaging van de matchingsopslag tot nul zal teweegbrengen;

b)        indien de verlaging van de matchingsopslag tot nul zou resulteren in niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste, een analyse van de plannen van de onderneming om in een dergelijke situatie het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om de naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste te waarborgen;

c)        het bedrag van de technische voorzieningen voor levensverzekeringsverplichtingen waarop de matchingsopslag wordt toegepast.

9.        De EAVB maakt, in nauwe samenwerking met het ESRB en na een publieksraadpleging te hebben georganiseerd, een evaluatie op van de toepassing van de artikelen 77 bis, 77 ter, 106, 106 bis, 304 en de leden 1 tot en met 8 van dit artikel, met inbegrip van de ter uitvoering daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Deze evaluatie dient betrekking te hebben op de beschikbaarheid van langetermijngaranties voor levensverzekeringsproducten, het gedrag van levensverzekeringsondernemingen als langetermijnbeleggers en meer in het algemeen op hun financiële stabiliteit. Op basis van die beoordeling doet de Commissie het Europees Parlement en de Raad tegen 1 januari 2021, of – indien de matchingsopslag daartoe aanleiding geeft – tegen 1 januari 2019 een verslag toekomen.

In dit verslag wordt met name aandacht besteed aan de effecten op:

a)        de werking en stabiliteit van de Europese levensverzekeringsmarkten;

b)        de interne markt en in het bijzonder de concurrentievoorwaarden en -verhoudingen op de Europese levensverzekeringsmarkten;

c)        de bescherming van polishouders;

d)        de mate waarin levensverzekeringsondernemingen blijven opereren als langetermijnbeleggers;

e)        de beschikbaarheid en de prijsstelling van lijfrenteproducten;

f)         de beschikbaarheid en de prijsstelling van andere (concurrerende) producten;

g)        de langetermijninvesteringsstrategieën van ondernemingen met betrekking tot producten waarop de leden 1 tot en met 7 van toepassing zijn in vergelijking met die betreffende andere langetermijngaranties;

h)        de keuzes en het risicobesef van de consument;

i)         goed gediversifieerde en minder goed gediversifieerde levensverzekeringsondernemingen; en

j)         andere consequenties voor de reële economie.

Daarnaast is het verslag gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan met het toezicht op de naleving van de artikelen 77 bis, 77 ter, 106, 106 bis, 304 en de leden 1 tot en met 8 van dit artikel, met inbegrip van de ter uitvoering daarvan vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen.

Dit verslag gaat, indien nodig, vergezeld van adequate wetgevingsvoorstellen.

10.      Indien het in lid 9 bedoelde verslag als conclusie oplevert dat de matchingsopslag niet past in de context van een goed functionerende en stabiele markt voor levensverzekeringen en van de onderliggende beginselen van deze richtlijn, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 301 bis een gedelegeerde handeling vast ter vervanging van dit artikel door de volgende overgangsbepalingen voor de toepassing van de matchingsopslag:

Artikel 308 quater

Overgangsmaatregel met betrekking tot de matchingsopslag voor bepaalde levensverzekeringsverplichtingen

1.        In afwijking van de artikelen 75, 76 en 77 kunnen de lidstaten levensverzekeringsondernemingen toestaan de tarieven van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur te bepalen ter calculatie van hun optimaal geschatte levensverzekeringsverplichtingen middels verrekening van een matchingsopslag als omschreven in de leden 2 en 3, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden met betrekking tot de levensverzekeringsverplichtingen en de activa waarmee die zijn afgedekt:

a)    de levensverzekeringsonderneming heeft voor dat doel een uit obligaties en andere activa met vergelijkbare kasstroomkarakteristieken bestaande vermogensportefeuille samengesteld ter dekking van de optimaal geschatte portefeuille levensverzekeringsverplichtingen en handhaaft die samenstelling gedurende de looptijd van de verplichtingen, tenzij het de bedoeling is de replicatie van de kasstromen tussen activa en passiva te handhaven wanneer de kasstromen wezenlijk zijn veranderd, bijvoorbeeld bij niet-aflossing van een obligatie;

b)    de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen waarop de matchingsopslag wordt toegepast en de gereserveerde vermogensportefeuille worden separaat van de andere activiteiten van de levensverzekeringsonderneming afgeschermd, beheerd en georganiseerd zonder enige mogelijkheid tot overdracht;

c)     de toekomstige kasstromen uit de gereserveerde vermogensportefeuille corresponderen met elk van de toekomstige kasstromen uit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen in dezelfde valuta, en een eventuele mismatch levert geen wezenlijke risico's op in verhouding tot de risico's die eigen zijn aan het levensverzekeringbedrijf waarop een matchingsopslag wordt toegepast;

d)    de levensverzekeringscontracten waaruit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen is samengesteld resulteren niet in toekomstige premiebetalingen;

e)     de enige aan de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen verbonden verzekeringstechnische risico's zijn het langleven-, het kosten- en het herzieningsrisico; de aan de levensverzekeringsverplichtingen ten grondslag liggende contracten voorzien voor de polishouder niet in enigerlei opties, behalve in een afkoopoptie indien de afkoopwaarde niet hoger is dan de waarde van de ter dekking van de levensverzekeringsverplichtingen op het moment dat de afkoopoptie wordt uitgeoefend beschikbare activa, berekend overeenkomstig artikel 75;

f)     de kasstromen uit de activa in de gereserveerde vermogensportefeuille liggen vast;

g)    de kasstromen uit de activa in de gereserveerde vermogensportefeuille kunnen niet door de emittenten van de activa of door eventuele derden worden gewijzigd;

h)    de activa in de gereserveerde vermogensportefeuille mogen in geen geval van een minder dan toereikende kredietkwaliteit zijn als bepaald in lid 7;

i)     de levensverzekeringsonderneming maakt overeenkomstig dit artikel de toepassing van de matchingsopslag en het geldelijke effect daarvan op haar financiële positie openbaar;

j)         de activiteiten van de levensverzekeringsonderneming waarvoor overeenkomstig dit artikel een matchingsopslag wordt toegepast worden alleen uitgeoefend in de lidstaat waar de onderneming over een vergunning beschikt;

k)        de toezichthoudende autoriteit heeft haar goedkeuring gehecht aan de toepassing van de matchingsopslag op de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen waarvoor naar haar overtuiging is voldaan aan de in de punten a) tot en met j) vermelde vereisten.

Wanneer de kasstromen uit de levensverzekeringsverplichtingen als bedoeld in punt f) inflatiegerelateerd zijn, kan de levensverzekeringsonderneming gebruik maken van activa met vastliggende maar inflatiegelinkte kasstromen, op voorwaarde dat deze activa de inflatiegebonden kasstromen van de portefeuille levensverzekeringensverplichtingen repliceren.

2.        Voor elke valuta en voor elke looptijd wordt de matchingsopslag overeenkomstig de volgende beginselen berekend:

a)        de matchingsopslag is gelijk aan het verschil tussen:

(i)       de effectieve jaarlijkse rente, berekend als de basisdiscontovoet die – wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen – resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de gereserveerde vermogensportefeuille volgens artikel 75; en

(ii)      de jaarlijkse effectieve rente, berekend als de basisdiscontovoet die – wanneer hij wordt toegepast op de kasstromen uit de portefeuille levensverzekeringsverplichtingen – resulteert in een waarde die gelijk is aan de waarde van de optimaal geschatte portefeuille levensverzekeringsverplichtingen onder inachtneming van de tijdswaarde en met gebruikmaking van de risicovrije basisrentetermijnstructuur;

b)        in de matchingsopslag is niet de basisspread verrekend die de risico's weerspiegelt welke ten laste blijven van de levensverzekeringsonderneming;

c)        van de matchingsopslag moeten de juiste beheersstimulansen uitgaan, waarbij ten minste ook de kredietkwaliteit van de gereserveerde activa moet worden betrokken.

3.        Voor de toepassing van lid 2, onder b), dient de basisspread:

a)        dynamisch en doorlopend te worden gewaardeerd, en moet hij gelijk zijn aan de som van:

(i)       de kredietspread die de kans op wanbetaling voor de betrokken activa weerspiegelt; en

(ii)      de kredietspread die het verwachte verlies als gevolg van de afwaardering van een actief weergeeft.

b)        niet lager te zijn dan 75% van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije basisrente voor activa met dezelfde looptijd en dezelfde kredietwaardigheid en uit dezelfde assetcategorie, zoals gemeten op de financiële markten.

De kans op wanbetaling als bedoeld in punt a), onder (i), wordt berekend op basis van de langetermijnstandaardstatistieken die voor het bewuste actief relevant zijn in verhouding tot de looptijd, de kredietwaardigheid en de betrokken assetcategorie.

4.        Levensverzekeringsondernemingen die de berekeningsmethode als omschreven in de leden 2 en 3 toepassen, mogen geen andere aanpassingen in de risicovrije rentetermijnstructuur doorvoeren. Levensverzekeringsondernemingen die de matchingsopslag toepassen op een portefeuille levensverzekeringsverplichtingen, mogen niet opnieuw teruggrijpen op een formule waarbij geen matchingsopslag wordt gebruikt. Wanneer een levensverzekeringsonderneming die een matchingsoplag toepast niet meer in staat is te voldoen aan de voorwaarden van lid 1, stelt zij de toezichthoudende autoriteit daarvan onverwijld in kennis en treft zij de nodige voorzieningen om weer aan die voorwaarden te kunnen voldoen. Indien de bewuste onderneming niet in staat is om binnen 2 maanden opnieuw aan deze voorwaarden te voldoen, past zij de matchingsopslag niet meer toe op welke van haar levensverzekeringsverplichtingen ook en kan zij de matchingsopslag pas na een periode van 24 maanden weer toepassen.

5.        Levensverzekeringsondernemingen die de in dit artikel bedoelde matchingsopslag toepassen, mogen de aangepaste relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 77 bis of het symmetrisch aanpassingsmechanisme als bedoeld in artikel 106 bis niet toepassen.

6.        De Commissie stelt overeenkomstig artikel 301 bis gedelegeerde handelingen vast tot nadere invulling van het volgende:

a)        de criteria waaraan door levensverzekeringsondernemingen moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor toepassing van de matchingsopslag als bedoeld in dit artikel;

b)        de criteria om de naleving van de in lid 1 bedoelde vereisten te bevestigen en te controleren;

c)        de aannames en methoden die moeten worden toegepast bij de berekening van de in lid 3 bedoelde basisspread;

d)        de criteria om de naleving te controleren van de in lid 2, onder c), bepaalde vereisen.

7.        Om een ​​consequente harmonisatie met betrekking tot de kredietkwaliteit van de betrokken activa te garanderen, werkt de EAVB ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere bepaling van de kredietkwaliteit van de gereserveerde activa, die hoger moet zijn dan de minimumkwaliteit welke doorgaans als investeringswaardig in de zin van lid 1, onder h), wordt aangemerkt, waarbij zo nodig ook aangepaste limieten moeten worden vastgesteld ter waarborging van de toereikende kredietkwaliteit van alle activa van de onderneming in haar geheel.

De EAVB legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [...] voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 vast te stellen.

8.        Levensverzekeringsondernemingen die alle of een aanzienlijk deel van hun technische voorzieningen berekenen met behulp van een relevante risicovrije rentetermijnstructuur welke een matchingsopslag van meer dan nul impliceert, dienen de toezichthoudende autoriteit jaarlijks de volgende schriftelijke informatie te doen toekomen:

a)        een beschrijving van het effect dat een verlaging van de matchingsopslag tot nul zal teweegbrengen;

b)        indien de verlaging van de matchingsopslag tot nul zou resulteren in niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste, een analyse van de plannen van de onderneming om in een dergelijke situatie het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om de naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste te waarborgen;

c)        het bedrag van de technische voorzieningen voor levensverzekeringsverplichtingen waarop de matchingsopslag wordt toegepast.

9.        Voor elke valuta en voor elke looptijd wordt de rentevoet berekend als het gewogen gemiddelde van:

a)        de rentevoet als bedoeld in de leden 1 tot en met 8; en

b)        de rente die voor die looptijd resulteert uit de relevante risicovrije rentetermijnstructuur zoals gemeten overeenkomstig de artikelen 75, 76 en 77.

De rentedruk laat aan het einde van elk jaar ten minste een lineaire stijging zien van een zevende gedurende het eerste jaar van toepassing van dit artikel tot 100% vanaf het zevende jaar na het tijdstip waarop deze richtlijn van toepassing wordt.";

(72)     In artikel 309 wordt lid 1 vervangen door:

"1.       "De lidstaten doen uiterlijk op 31 december 2012 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om aan de artikelen 4, 10, 13, 14, 17, lid 3, 18, 23, 26 tot en met 32, 34 tot en met 49, 51 tot en met 55, 58, lid 8, 67, 68, 71, 72, 74 tot en met 85, 87 tot en met 91, 93 tot en met 96, 98, 100 tot en met 110, 112, 113, 115 tot en met 126, 128, 129, 131 tot en met 134, 136 tot en met 142, 143, 144, 146, 148, 162 tot en met 167, 172, 173, 178, 185, 190, 192, 210 tot en met 233, 235 tot en met 240, 243 tot en met 258, 260 tot en met 263, 265, 266, 303 en 304 en de bijlagen III en IV te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee, alsmede een transponeringstabel waarin het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn wordt aangegeven.";

(73)     In artikel 310, lid 1, wordt "1 november 2012" vervangen door "1 januari 2014".

(73 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 310 bis

Personeel en middelen van de EAVB

De EAVB maakt een raming op van de personele en andere behoeften die voortvloeien uit de vervulling van haar taken en bevoegdheden overeenkomstig deze richtlijn en brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.";

(74)     Artikel 311 wordt vervangen door:

"Artikel 311

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De artikelen 308 bis en 308 ter zijn met ingang van 1 januari 2013 van toepassing.

De artikelen 1, 2, 3, 5 tot en met 9, 11, 12, 15, 16, 17, lid 2, 19 tot en met 22, 24, 25, 33, 57, 58, leden 1 tot en met 7, 59 tot en met 66, 69, 70, 73, 145, 147, 149 tot en met 161, 168 tot en met 171, 174 tot en met 177, 179 tot en met 184, 186 tot en met 189, 191, 193 tot en met 209, 267 tot en met 300, 302, 305 tot en met 308 en de bijlagen I, II, V, VI en VII zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

De Commissie kan vóór de in de derde alinea genoemde datum gedelegeerde handelingen en technische regulerings- en uitvoeringsnormen vaststellen.";

(75)     In bijlage III, deel A, wordt punt 28 vervangen door:

"28.     Als alternatief voor de in de punten 1 tot en met 27 en 29 opgesomde rechtsvormen kan steeds de rechtsvorm worden aangenomen van een Europese vennootschap (SE) in de zin van Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad(1)";

(76)     In bijlage III, deel A, wordt het volgende punt toegevoegd:

"29.     Als alternatief voor de in de punten 1 tot en met 28 opgesomde rechtsvormen kan de rechtsvorm worden aangenomen van een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) in de zin van Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad(11), voor zover de betrokken lidstaat toestaat dat een entiteit met de rechtsvorm van een coöperatieve vennootschap schadeverzekeringsactiviteiten ontplooit.";

(77)     In bijlage III, deel B, wordt punt 28 vervangen door:

"28.     Als alternatief voor de in de punten 1 tot en met 27 en 29 opgesomde rechtsvormen kan steeds de rechtsvorm worden aangenomen van een Europese vennootschap (SE) in de zin van Verordening (EG) nr. 2157/2001."

(78)     In bijlage III, deel B, wordt het volgende punt toegevoegd:

"29.     Als alternatief voor de in de punten 1 tot en met 28 opgesomde rechtsvormen kan de rechtsvorm worden aangenomen van een Europese Coöperatieve(1) Vennootschap (SCE) in de zin van Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad, voor zover de betrokken lidstaat toestaat dat een entiteit met de rechtsvorm van een coöperatieve vennootschap levensverzekeringsactiviteiten ontplooit."

(79)     In bijlage III, deel C, wordt punt 28 vervangen door:

"28.     Als alternatief voor de in de punten 1 tot en met 27 en 29 opgesomde rechtsvormen kan steeds de rechtsvorm worden aangenomen van een Europese vennootschap (SE) in de zin van Verordening (EG) nr. 2157/2001."

(80)     In bijlage III, deel C, wordt het volgende punt toegevoegd:

"29.     Als alternatief voor de in de punten 1 tot en met 28 opgesomde rechtsvormen kan de rechtsvorm worden aangenomen van een Europese Coöperatieve(1) Vennootschap (SCE) in de zin van Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad, voor zover de betrokken lidstaat toestaat dat een entiteit met de rechtsvorm van een coöperatieve vennootschap herverzekeringsactiviteiten ontplooit."

(81)     De concordantietabel in bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:

a)        in de kolom "Deze richtlijn" wordt artikel 13, punt 27, ingevoegd als overeenkomend met artikel 5, onder d), van Richtlijn 73/239/EEG;

b)        in de kolom "Deze richtlijn" worden de verwijzingen naar artikel 210, lid 1, onder f) en ▌g) vervangen door verwijzingen naar respectievelijk artikel 212, lid 1, onder f) en ▌g).

Artikel 2 bis

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1060/2009

Verordening (EG) nr. 1060/2009 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2, lid 3, komt als volgt te luiden:

"3.      Een ratingbureau vraagt registratie aan volgens deze verordening, hetgeen een voorwaarde is voor erkenning als externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI) overeenkomstig deel 81 van Richtlijn 2006/48/EG of artikel 109 bis van Richtlijn 2009/138/EG, tenzij het bureau alleen de in lid 2 bedoelde ratings afgeeft.".

Artikel 2 ter

Herziening

De Commissie dient vóór 1 januari 2015, en ieder jaar daarna, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin wordt uiteengezet of de ETA's de in de Richtlijnen 2002/92/EG, 2003/71/EG en 2009/138/EG voorziene ontwerpen van technische regulerings- en uitvoeringsnormen hebben ingediend, ongeacht of de indiening van dergelijke ontwerpen van technische regulerings- en uitvoeringsnormen verplicht dan wel facultatief is, evenals alle daarmee verband houdende voorstellen.

Artikel 3

Omzetting

1.        De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2012 te voldoen aan artikel 1, lid 1, en artikel 2, punten 3, 6, 8, 9, 12, 13, 24, 25, 28, 30, 32, 33, 37, 40 tot en met 43, 45, 46, 47, 53 tot en met 55, 57, 59, 62, 63, 66 en 75 tot en met 80. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2013.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.        De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van nationaal recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 2, punten 15, 20 en 59 bis, is van toepassing vanaf 1 januari 2013.

Artikel 5

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement                                     Voor de Raad

De voorzitter                                                          De voorzitter

[…]                                                                       […]

(1)

PB C 159, 18.5.2011, blz. 10.

(2)

PB C 218, 23.7.2011, blz. 82.

(3)

*              Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

              PB C 159 van 18.5.2011, blz. 10.

(5)

              PB C 218 van 23.7.2011, blz. 82.

(6)

             Standpunt van het Europees Parlement van … .

(7)

             PB L 331 van 15.12.10, blz. 120.

(8)

             PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.

(9)

              PB L 207 van 18.08.2003, blz. 1.

(10)

                    PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

(11)

PB L 207 van 18.8.2003, blz. 1.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (27.6.2011)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

(COM(2011)0008 – C7-0027/2011 – 2011/0006(COD))

Rapporteur voor advies: Dimitar Stoyanov

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 2 – punt 68

Richtlijn 2009/138/EG

Artikel 130 quater – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen twee maanden na de datum van kennisgeving. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met één maand verlengd.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen drie maanden na de datum van kennisgeving. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met één maand verlengd.

Motivering

De termijn voor de indiening van bezwaren moet worden verlengd om het Europees Parlement en de Raad voldoende tijd te geven de voorgestelde gedelegeerde handeling grondig te bestuderen en daar een geïnstrueerde mening over te geven.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 2 – punt 70

Richtlijn 2009/138/EG

Artikel 308 bis – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Indien de Commissie een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 308 ter, lid 1, heeft vastgesteld, is artikel 35, lid 5, niet van toepassing gedurende een periode van maximaal vijf jaar, te rekenen vanaf de in de eerste alinea van artikel 309, lid 1, bedoelde datum.

1. Indien de Commissie een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 308 ter, lid 1, heeft vastgesteld, is artikel 35, lid 5, niet van toepassing gedurende een periode van maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de in de eerste alinea van artikel 309, lid 1, bedoelde datum.

Motivering

In de voorbereidende discussiefase werd het verschil tussen de artikelen 308 bis, lid 1 en 308 ter, letter a) aan de orde gesteld. Het eerste artikel voorziet in een overgangsperiode van vijf jaar, het tweede van drie jaar. Volgens de vertegenwoordiger van de Commissie is de juiste periode drie jaar. Het amendement heeft tot doel deze technische onnauwkeurigheid weg te werken.

PROCEDURE

Titel

Wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

Document- en procedurenummers

COM(2011)0008 – C7-0027/2011 – 2011/0006(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

3.2.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

JURI

3.2.2011

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Dimitar Stoyanov

28.2.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

11.4.2011

24.5.2011

 

 

Datum goedkeuring

21.6.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Raffaele Baldassarre, Luigi Berlinguer, Sebastian Valentin Bodu, Christian Engström, Marielle Gallo, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Klaus-Heiner Lehne, Antonio López-Istúriz White, Jiří Maštálka, Alajos Mészáros, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Alexandra Thein, Diana Wallis, Rainer Wieland, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Piotr Borys, Vytautas Landsbergis, Kurt Lechner, Eva Lichtenberger, József Szájer

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Jörg Leichtfried, María Muñiz De Urquiza


PROCEDURE

Titel

Wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2009/138/EG wat de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen en van de Europese Autoriteit voor effecten en markten betreft

Document- en procedurenummers

COM(2011)0008 – C7-0027/2011 – 2011/0006(COD)

Datum indiening bij EP

18.1.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

3.2.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

JURI

3.2.2011

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Burkhard Balz

20.10.2009

 

 

 

Behandeling in de commissie

21.3.2011

31.8.2011

11.10.2011

22.11.2011

Datum goedkeuring

21.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

5

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Elena Băsescu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Markus Ferber, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Syed Kamall, Jürgen Klute, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Philippe Lamberts, Werner Langen, Astrid Lulling, Sławomir Witold Nitras, Ivari Padar, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Peter Skinner, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Sampo Terho, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool, Pablo Zalba Bidegain

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Philippe De Backer, Herbert Dorfmann, Enrique Guerrero Salom, Sophia in ‘t Veld, Thomas Mann, Mario Mauro

Datum indiening

28.3.2012

Laatst bijgewerkt op: 30 augustus 2012Juridische mededeling