Procedure : 2011/2205(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0091/2012

Ingediende teksten :

A7-0091/2012

Debatten :

PV 10/05/2012 - 9
CRE 10/05/2012 - 9

Stemmingen :

PV 10/05/2012 - 12.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


VERSLAG     
PDF 148kWORD 72k
30 maart 2012
PE 475.755v02-00 A7-0091/2012

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, afdeling V – Rekenkamer

(COM(2011)0473 – C7-0260/2011 – 2011/2205(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Inés Ayala Sender

AMENDEMENTEN
1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, afdeling V – Rekenkamer

(COM(2011)0473 – C7-0260/2011 – 2011/2205(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010(1),

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2010 (COM(2011)0473 – C7-0260/2011)(2),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer aan de kwijtingsautoriteit over de in 2010 uitgevoerde interne controles,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2010, tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen(3),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het EG-Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (4),

–   gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het EG-Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147,

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0000/2012),

1.  verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2010;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de daarvan een integrerend deel uitmakende opmerkingen bij het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, afdeling V – Rekenkamer

(COM(2011)0473 – C7-0260/2011 – 2011/2205(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010(6),

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2010 (COM(2011)0473 – C7-0260/2011)(7),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer aan de kwijtingsautoriteit over de in 2010 uitgevoerde interne controles,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2010, tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen(8),

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 287 van het EG-Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie(9),

–   gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het EG-Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147,

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0000/2012),

1.  wijst erop dat de controle van de jaarrekeningen van de Rekenkamer in 2010 door een externe controleur is uitgevoerd; wijst erop dat de onafhankelijke accountant tot de volgende conclusie is gekomen: "Naar het oordeel van de accountant geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de financiële situatie van de Europese Rekenkamer per 31 december 2010 en van haar kasstromen voor het per die datum afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr.1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002, Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van voornoemde verordening van de Raad, en de boekhoudregels van de Europese Unie”.

2.  wijst er echter op dat het gaat om een "klassieke" controle, waarbij wordt beoordeeld of de financiële verrichtingen enerzijds op de juiste wijze zijn vastgelegd en voorgesteld en, anderzijds, of ze wettig en regelmatig zijn uitgevoerd en beheerd, en dat is voldaan aan de vereisten van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid (zie verslag van de onafhankelijke accountant, punt 1, derde alinea); wenst dat bij de toekomstige controles rekening wordt gehouden met de prestatie-indicatoren en de doelstellingen;

3.  dringt aan op verbetering van de kwaliteit van de samenvatting over het aantal en de soort uitgevoerde interne controles alsook van de aanbevelingen en het daaraan gegeven gevolg en dringt er eveneens op aan dat deze samenvatting meer en pertinente informatie bevat;

4.  stelt vast dat de Rekenkamer in 2010 over een totaal bedrag van 148 600 000 EUR aan vastleggingskredieten beschikte (2009: 188 000 000 EUR) en dat het uitvoeringspercentage voor deze kredieten 93% bedroeg (2009: 92,1%); onderstreept dat de begroting van de Rekenkamer louter administratief is, waarbij 80% van de middelen dient voor de financiering van de personeelskosten en 20% voor de gebouwen, het meubilair en diverse operationele uitgaven;

5.  stelt vast dat het uitvoeringspercentage onder titel 1 "Aan de instelling verbonden personen" van 87,6% in 2009 is gestegen tot 92,3% in 2011 en dat in 2010 98% van de kredieten onder titel 2 "Gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse huishoudelijke uitgaven" is besteed;

6.  is verheugd dat de Rekenkamer, na een reorganisatie, de jaarlijkse kosten voor de veiligheidsdiensten met 500.000 EUR heeft verminderd, door de werkzaamheden op efficiëntere wijze te verrichten en tegelijkertijd de risico's beter te beheren;

7.  verzoekt het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) vaart te zetten achter het onderzoek naar de beschuldigingen van onregelmatigheden die de Rekenkamer in 2010 aan OLAF heeft gemeld;

8.  is verheugd dat de Rekenkamer de gedragscode van haar leden heeft herzien en dat deze nu voorschrijft dat de financiële belangen van de leden op het internet openbaar worden gemaakt;

9.  neemt er kennis van dat de Rekenkamer in 2010 twee jaarverslagen, 40 specifieke jaarverslagen (2009:37), 14 speciale verslagen (2009: 18) en 6 adviezen (2009: 1) heeft gepubliceerd; dringt er met klem op aan dat de Rekenkamer nagaat welk gevolg er een jaar na publicatie aan de conclusies in haar speciale verslagen is gegeven, en de Commissie begrotingscontrole op de hoogte stelt van haar bevindingen;

10. is van mening dat het voorkomen en identificeren van belangenconflicten uitermate belangrijk is voor een efficiënt en correct gebruik van de middelen, alsmede voor het vertrouwen van het publiek in de instellingen van de Unie; verwacht derhalve dat de Rekenkamer het speciaal verslag over het beheer van belangenconflicten bij het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en het Europees Geneesmiddelenbureau zoals gepland vóór eind juni 2012 zal voltooien en publiceren;

11. spreekt zijn tevredenheid uit over de professionele en hoffelijke samenwerking tussen de Rekenkamer en de commissie begrotingscontrole; verheugt zich in dat verband over de acties die de Rekenkamer heeft ondernomen om op verzoek van het Parlement haar rol te verbeteren, opdat zij een bredere en diepere invloed zou kunnen uitoefenen zodat haar adviezen en verslagen doeltreffender en nuttiger worden en haar systemen en procedures betrouwbaarder, en zodat op die manier ook de synergie tussen beide instellingen kan worden versterkt;

12. prijst de goede samenwerking tussen de Rekenkamer en de Commissie begrotingscontrole met betrekking tot de kwijting 2010 aan de gemeenschappelijke ondernemingen; verzoekt de Rekenkamer om voor de kwijtingsautoriteit een speciaal verslag op te stellen over de doeltreffendheid van de oprichting van de gemeenschappelijke ondernemingen en hun toegevoegde waarde voor de doeltreffende uitvoering van de EU-programma's op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie;.

13. herinnert eraan dat de Rekenkamer een controlestrategie voor de periode 2009-2012 had aangenomen, met de volgende doelstellingen: 1) maximalisering van de algemene impact van de controles, en 2) verbetering van de doeltreffendheid door een optimaal gebruik van de middelen; neemt er met voldoening kennis van dat de Rekenkamer in 2010 de volgende prioritaire doelen heeft verwezenlijkt:(11)

–   de verwezenlijking van het streefdoel om per jaar 12 tot 15 verslagen van doelmatigheidscontroles uit te brengen;

–   de ontwikkeling van nieuwe producten - een document over risico’s en uitdagingen voor de nieuwe Commissie (Advies nr. 1/2010) en een nieuw systeem om vanaf 2012 verslag te doen van de follow-up die wordt gegeven aan de aanbevelingen van de Rekenkamer;

–   herziening van het reglement van orde van de Rekenkamer teneinde de besluitvorming te stroomlijnen door het introduceren van kamers, en het bestuur te versterken;

–   het produceren van een volledig pakket prestatie-indicatoren;

–   het verbeteren van de aanpak die wordt toegepast voor de jaarlijkse controle van de uitvoering van de EU-begroting (betrouwbaarheidsverklaring) op basis van de aanbevelingen van een interne ‘denktank' die werd ondersteund door externe deskundigen;

–   verplaatsing van een aantal posten van ondersteunende diensten naar de controle.

14. verheugt zich erover dat het aantal specifieke controleposten met 6% is opgetrokken(12);

15. noteert dat het personeelsbestand van de Rekenkamer in 2010 bestond uit 889 ambtenaren, 48 arbeidscontractanten en 17 gedetacheerde nationale deskundigen; 557 ambtenaren waren toegewezen aan de auditkamers, 123 onder hen aan de kabinetten van de leden; wenst dat het jaarlijks activiteitenverslag in de toekomst een omvattende tabel omvat met gegevens over alle personeel waarover de Rekenkamer beschikt, opgesplitst per rang, graad, geslacht, deelneming aan de beroepsopleiding en nationaliteit;

16. is van mening dat voor een verdere optimalisering van de werking van de Rekenkamer een nog substantiëler deel van de medewerkers van de Rekenkamer gespecialiseerd zou moeten zijn in controlewerkzaamheden en zich hier ook uitsluitend mee bezig zou moeten houden; verwacht dat dit deel in de toekomst toeneemt;

17. neemt er eveneens kennis van dat de Rekenkamer in totaal 376 missies heeft uitgevoerd, waarvan 351 in de lidstaten en 25 in andere begunstigde landen (Frankrijk: 52, Duitsland: 38, Verenigd Koninkrijk: 32, Italië: 30, Spanje: 26, Nederland: 23, Zweden: 15, Portugal: 14, Griekenland: 13, Denemarken: 12, Luxemburg: 11, Hongarije: 10 en Polen: 10);

18. verzoekt de Rekenkamer in zijn toekomstige werkprogramma een stelselmatige follow-up van eerdere controles op te nemen om, nadat er voldoende tijd is verstreken, na te gaan welke vooruitgang er is geboekt;

19. spreekt zijn voldoening uit over het feit dat de Rekenkamer aan de hand van de belangrijkste prestatie-indicatoren de doelmatigheid en efficiëntie van de ingezette hulpmiddelen meet; neemt kennis van de constante vooruitgang op dat vlak; spreekt echter de wens uit dat de Rekenkamer ervoor zorgt dat de voorlopige vaststellingen nog meer dan vroeger tijdig worden ingediend (waardoor zij met de gecontroleerde entiteiten de feitelijke juistheid van haar voornaamste vaststellingen kan nagaan)(13);

20. stelt vast dat het ontwerp van het toekomstige financiële reglement bepaalt dat de agentschappen na overleg met de rekenkamer een onafhankelijke externe controleur kunnen benoemen, die nagaat of de begrotingsuitvoering van het agentschap strookt met de bepalingen van het financiële reglement; constateert dat de Rekenkamer naderhand voor de opstelling van zijn advies rekening zou houden met het verslag van deze externe controleur; wijst erop dat de Rekenkamer in 2011 tezamen met Eurofound (Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden) een proefproject heeft opgestart; zou er in die zin de voorkeur aan geven het soort misverstanden te vermijden dat zich heeft voorgedaan in verband met het huidige kwijtingsverslag over de agentschappen, en dat ontstond door de discrepantie tussen wat door de functionaris van de Rekenkamer aan het begin van het begrotingsjaar was voorspeld en wat werd voorgelegd aan het Parlement als eindresultaat;

21. volgt met belangstelling het proefproject en de resultaten ervan; erkent dat deze nieuwe procedure voordelen zou kunnen opleveren om de werkdruk van de Rekenkamer te stroomlijnen; is niettemin van mening dat de resultaten hoofdzakelijk moeten worden geëvalueerd aan de hand van kwaliteits- versus tijds- en kosteninidicatoren;

22. spoort de Rekenkamer ertoe aan vóór eind 2012 een grondige analyse door te voeren van de toezichts- en controlestelsels van de Raad, waar in de resolutie over de kwijting van het Parlement voor 2009 (paragraaf 8) om was verzocht(14);

23. wacht met belangstelling op de follow-up "peer review" die de Rekenkamer in 2012 wil opstarten; bevestigt zijn intentie om een initiatiefverslag in te dienen over de verbeteringen die aan de Rekenkamer zouden kunnen worden voorgesteld; zou graag vernemen welk gevolg gegeven is aan de conclusies van de laatste "peer review";

24. bevestigt eveneens zijn plannen om een wijziging van de regels voor de benoeming van kandidaat-leden van de Rekenkamer voor te stellen teneinde de voorwaarden voor een adequatere aanpassing van de Rekenkamer aan de huidige en toekomstige uitdagingen te verbeteren.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Jean-Pierre Audy, Inés Ayala Sender, Andrea Češková, Ryszard Czarnecki, Tamás Deutsch, Martin Ehrenhauser, Jens Geier, Gerben-Jan Gerbrandy, Ingeborg Gräßle, Bogusław Liberadzki, Monica Luisa Macovei, Jan Mulder, Eva Ortiz Vilella, Aldo Patriciello, Crescenzio Rivellini, Bart Staes, Georgios Stavrakakis, Søren Bo Søndergaard, Michael Theurer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zuzana Brzobohatá, Edit Herczog, Véronique Mathieu, Olle Schmidt, Derek Vaughan

(1)

PB L 64 van 12.3.2010.

(2)

PB C 332 van 14.11.2011, blz. 1.

(3)

PB C 326 van 10.11.2011, blz. 1.

(4)

PB C 332 van 14.11.2011, blz. 134.

(5)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(6)

PB L 64 van 12.3.2010.

(7)

PB C 332 van 14.11.2011, blz. 1.

(8)

PB C 326 van 10.11.2011, blz. 1.

(9)

PB C 332 van 14.11.2011, blz. 134.

(10)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(11)

Jaarlijks activiteitenverslag over 2010, blz. 26.

(12)

Jaarlijks activiteitenverslag over 2010, blz. 34.

(13)

Jaarlijks activiteitenverslag over 2010, blz. 30.

(14)

PB L 250 van 27.9.2011, blz. 94.

Laatst bijgewerkt op: 26 april 2012Juridische mededeling