Procedure : 2011/2242(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0110/2012

Ingediende teksten :

A7-0110/2012

Debatten :

PV 10/05/2012 - 9
CRE 10/05/2012 - 9

Stemmingen :

PV 10/05/2012 - 12.45
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


VERSLAG     
PDF 175kWORD 98k
4 april 2012
PE 474.058v02-00 A7-0110/2012

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010

(C7-0301/2011 – 2011/2242(DEC))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Monica Luisa Macovei

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010

(C7-0301/2011 – 2011/2242(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010,

–   gezien het verslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(1),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2012 (06086/2012 - C7-0050/2012),

–   gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2), en met name artikel 185,

–   gezien Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor de uitvoering van het gemeenschappelijke technologie-initiatief voor brandstofcellen en waterstof(3),

–   gezien Verordening (EG) nr. 1183/2011 van de Raad van 14 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof(4),

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), en met name artikel 94,

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0110/2012),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2010;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010

(C7-0301/2011 – 2011/2242(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010,

–   gezien het verslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(6),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2012 (06086/2012 - C7-0050/2012),

–   gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(7), en met name artikel 185,

–   gezien Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor de uitvoering van het gemeenschappelijke technologie-initiatief voor brandstofcellen en waterstof(8),

–   gezien Verordening (EG) nr. 1183/2011 van de Raad van 14 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 521/2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof(9),

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(10), en met name artikel 94,

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0110/2012),

1.  gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

3. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010

(C7-0301/2011 – 2011/2242(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010,

–   gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke onderneming(11),

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 21 februari 2012 (06086/2012 - C7-0050/2012),

–   gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(12), en met name artikel 185,

–   gezien Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof voor de uitvoering van het gemeenschappelijke technologie-initiatief voor brandstofcellen en waterstof(13),

–   gezien Verordening (EG) nr. 1183/2011 van de Raad van 14 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 521/2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof(14),

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(15), en met name artikel 94,

–   gezien artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0110/2012),

A.     overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof ("de gemeenschappelijke onderneming") is opgericht in mei 2008 om tot en met 31 december 2017 ten behoeve van een snelle toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën te werken aan de ontwikkeling van markttoepassingen en op die manier bijkkomende inspanningen van de industrie te vergemakkelijken;

B.     overwegende dat de gemeenschappelijke onderneming slechts vanaf november 2010 financieel autonoom is beginnen te werken;

C.     overwegende dat de Rekenkamer verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben verkregen dat de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2010 betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

D.     overwegende dat de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, en de Europese Industriegroepering gezamenlijk technologie-initiatief brandstofcellen en waterstof (industriegroepering) de oprichtende leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn;

E.     overwegende dat de maximale EU-bijdrage aan de gemeenschappelijke onderneming voor genoemde periode 470 000 000 EUR bedraagt, te betalen uit de begroting van het zevende kaderprogramma voor onderzoek;

F.     overwegende dat voor het begrotingsjaar 2010 de begroting van de gezamenlijke onderneming 97 400 000 EUR bedroeg;

Budgettair en financieel beheer

1.      maakt uit de definitieve jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2010 op dat haar begroting tussen 1 januari 2010 en 14 november 2010 beheerd werd door DG RTD; stelt vast dat de gemeenschappelijke onderneming op 15 november 2010 autonoom werd;

2.      stelt op basis van de definitieve jaarrekening vast dat de gezamenlijke onderneming in 2010 haar begroting tweemaal heeft gewijzigd; stelt met name vast dat:

- de eerste begrotingswijziging is uitgevoerd om de structuur van de begroting te doen aansluiten op de behoeften van de gezamenlijke onderneming en om met het oog op de latere autonomie van de gezamenlijke onderneming in 2010 de inkomsten te herverdelen;

- met de tweede begrotingswijziging op verzoek van de Commissie twee inkomstenposten zijn samengevoegd;

3.      maakt uit de definitieve jaarrekening op dat de uitvoerend directeur in 2010 een drietal begrotingsoverschrijvingen heeft verricht die in totaal 0,11% van de betalingskredieten voor 2010 vertegenwoordigen;

4.      leidt uit de definitieve jaarrekening af dat de begroting van de gezamenlijke onderneming in 2010 een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,01% had met betrekking tot vastleggingskredieten en van 88,7% van de betalingskredieten; merkt in het bijzonder op dat:

- de uitvoeringsgraad betreffende personeelskredieten, voornamelijk als gevolg van vertragingen bij de aanwerving van werknemers, met respectievelijk 19,14% en 13,63%, laag is;

- de uitvoeringsgraad voor betalingskredieten betreffende infrastructuur als gevolg van de late autonomie van de gezamenlijke onderneming met 15,39% laag is;

verzoekt de gezamenlijke onderneming de kwijtingsautoriteit uit te leggen waarom de vertragingen bij de aanwerving van werknemers hebben plaatsgevonden; dringt er bovendien bij de gezamenlijke onderneming op aan de kwijtingsautoriteit mee te delen welke maatregelen er getroffen zijn om de situatie te verhelpen en te zorgen voor een hogere uitvoeringsgraad van haar begroting zowel betreffende vastleggingen als betalingen;

5.      merkt op dat alle operationele betalingen aan begunstigden in 2010 zijn uitgevoerd in de laatste zes weken van dat jaar;

Interne-controlesystemen

6.      roept de gemeenschappelijke onderneming en in het bijzonder haar rekenplichtige op om overeenkomstig haar financieel reglement de onderliggende operationele processen te formaliseren en valideren;

7.      merkt op dat de Rekenkamer heeft vastgesteld dat het IT-beheer en de IT-processen gezien de omvang en de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming volstaan; wijst er echter op dat de formalisering van haar beleid en procedures voor de strategische plannings- en monitoringcyclus voor IT, van de classificatie van gegevens overeenkomstig vertrouwelijkheids- en integriteitsvereisten, alsook van het bedrijfscontinuïteitsplan en het rampherstelplan, niet ver genoeg is gevorderd; dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan deze situatie aan te pakken en de kwijtingsautoriteit een actueel verslag over deze kwestie te doen toekomen;

8.      herhaalt dat de gemeenschappelijke onderneming opgericht is in mei 2008, maar pas in november 2010 autonoom begon te werken; spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de krachtens haar financiële regels vereiste en op de regels voor deelname van het zevende kaderprogramma gebaseerde onderzoeksmethodologie voor de waardering van bijdragen in natura nog altijd ontbreekt; maakte uit het antwoord van de gemeenschappelijke onderneming op een vraag van de Rekenkamer op dat de onderneming in het tweede kwartaal van 2011 een dergelijke methodologie ontworpen heeft en dat deze in november 2011 ter goedkeuring is overlegd aan de raad van bestuur; roept de gemeenschappelijke onderneming op om de kwijtingsautoriteit te informeren over de meest recente ontwikkelingen ten aanzien van de goedkeuring en tenuitvoerlegging van de methodologie;

Interne audit

9.      neemt er kennis van dat de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming nog niet dusdanig zijn gewijzigd met een bepaling die verwijst naar de bevoegdheden van de interne controleur van de Commissie ten aanzien van de begroting als geheel;

10.    merkt echter op dat de Commissie en de gemeenschappelijke onderneming maatregelen hebben getroffen om te waarborgen dat de respectievelijke operationele taken van de dienst Interne audit van de Commissie en de interne-auditfunctie van de gemeenschappelijke onderneming duidelijk zijn omschreven;

Oproep tot het indienen van voorstellen en projectbeheer

11.    maakt uit het jaarlijks activiteitenverslag van de gemeenschappelijke onderneming op dat de gezamenlijke onderneming in 2009 de selectieprocedure voor de oproep tot het indienen van voorstellen voor 2009 heeft afgerond middels de ondertekening van subsidieovereenkomsten voor 28 projecten en dat in het kader daarvan reeds tegen het einde van 2010 voor op één na alle projectconsortia de eerste betalingen verricht zijn;

12.    stelt op basis van het jaarlijks activiteitenverslag vast dat de oproep tot het indienen van voorstellen voor 2010 gepubliceerd is op 18 juni 2010 en dat de financiële bijdrage aan de oproep van de gezamenlijke onderneming 89 100 000 EUR bedroeg; neemt nota van het feit dat er vóór de deadline 71 voorstellen zijn ingediend waarvan 43 voldeden aan de criteria en dat de desbetreffende contractonderhandelingen in 2011 zijn uitgevoerd;

13.    verzoekt de gezamenlijke onderneming om de kwijtingsautoriteit:

- een actueel verslag over de huidige stand van zaken ten aanzien van de projecten betreffende betalingen en voorlopige resultaten krachtens de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2009 te bezorgen;

- een actueel verslag te doen toekomen over de huidige stand van zaken ten aanzien van de projecten betreffende de afsluiting van contracten als betalingen krachtens de oproepen tot het indienen van voorstellen van 2010;

14.    is ervan op de hoogte dat de oproep tot het indienen van voorstellen van 2010 is beoordeeld door een team van 32 onafhankelijke deskundigen en een voorzitter en dat twee onafhankelijke waarnemers erop hebben toegezien dat het beoordelingsproces op een eerlijke, onpartijdige en vertrouwelijke wijze werd uitgevoerd; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming om de kwijtingsautoriteit mee te delen van welke verificatiemechanismen zij gebruikmaakt om erop toe te zien dat de deskundigen en waarnemers volledig onafhankelijk zijn en aldus het risico op belangenverstrengelingen tijdens de beoordeling van offertes tot een minimum te beperken;

Geen gastheerschapsovereenkomst

15.    herhaalt dat de gemeenschappelijke onderneming spoedig overeenkomstig Verordening (EG) nr. 521/2008 een gastheerschapsovereenkomst met België dient te sluiten betreffende kantoorruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming worden verstrekt;

°

° °

Horizontale opmerkingen over de gemeenschappelijke ondernemingen

16.    onderstreept dat er tot dusver zeven gemeenschappelijke ondernemingen zijn opgericht door de Commissie krachtens artikel 187 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; merkt op dat zes van deze gemeenschappelijke ondernemingen (IMI, ARTEMIS, ENIAC, CLEAN SKY, FCH en ITER-F4E) actief zijn op het gebied van onderzoek en onder de DG's RTD en INFSO van de Commissie vallen en de zevende belast is met de ontwikkeling van het nieuwe luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) en - omdat zij actief is op het gebied van vervoer - onder DG MOVE valt;

17.    merkt op dat het indicatieve totaal aan hulpbronnen dat nodig werd geacht voor de gemeenschappelijke ondernemingen gedurende hun bestaansduur 21 793 000 000 bedraagt;

18.    merkt op dat de volledige bijdrage van de Unie die nodig werd geacht voor de gemeenschappelijke ondernemingen gedurende hun bestaansduur 11 489 000 000 EUR bedraagt;

19.    merkt op dat in het begrotingsjaar 2010 de volledige bijdrage van de Unie aan de begroting van de gemeenschappelijke ondernemingen 505 000 000 EUR bedroeg;

20.    verzoekt de Commissie de kwijtingsautoriteit jaarlijks geconsolideerde informatie te verstrekken over de totale jaarlijkse financiering van de individuele gemeenschappelijke ondernemingen uit de algemene begroting van de Unie, dit teneinde te zorgen voor transparantie en duidelijkheid over de aanwending van de middelen van de Unie en zo mede het vertrouwen van de Europese belastingbetaler in dit opzicht te herstellen;

21.    is ingenomen met het initiatief van ARTEMIS om in haar jaarlijks activiteitenverslag informatie op te nemen over het toezicht op en de analyse van lopende projecten; is van mening dat dit goede voorbeeld gevolgd moet worden door de overige gemeenschappelijke ondernemingen;

22.    wijst erop dat gemeenschappelijke ondernemingen publiek-private partnerschappen zijn en dat dientengevolge publieke en private belangen met elkaar verweven zijn; is van mening dat onder deze omstandigheden de kans op belangenconflicten niet moet worden onderschat maar op een juiste manier moet worden aangepakt; roept daarom de gemeenschappelijke ondernemingen op de kwijtingsautoriteit te informeren over de in hun structuur aanwezige verificatiemechanismen die tot taak hebben een goed beheer te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen;

23.    merkt op dat met grote uitzondering van de gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie gemeenschappelijke ondernemingen relatief kleine structuren zijn en geografisch begrensd zijn; is daarom van mening dat zij waar mogelijk hun krachten dienen te bundelen;

24.    verzoekt de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit te informeren over haar opmerkingen over iedere gemeenschappelijke onderneming in de respectievelijke verslagen over de jaarrekening voor het begrotingsjaar 2011;

25.    verzoekt de Rekenkamer binnen een redelijke termijn een speciaal verslag op te stellen voor het Parlement over de toegevoegde waarde van het bestaan van de gemeenschappelijke ondernemingen voor de doeltreffende uitvoering van de EU-programma's op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie; merkt verder op dat dit verslag tevens een analyse dient te omvatten van de doeltreffendheid van de oprichting van de gemeenschappelijke ondernemingen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Ryszard Czarnecki, Tamás Deutsch, Martin Ehrenhauser, Jens Geier, Gerben-Jan Gerbrandy, Ingeborg Gräßle, Cătălin Sorin Ivan, Iliana Ivanova, Monica Luisa Macovei, Jan Mulder, Eva Ortiz Vilella, Aldo Patriciello, Crescenzio Rivellini, Petri Sarvamaa, Theodoros Skylakakis, Bart Staes, Georgios Stavrakakis, Søren Bo Søndergaard, Michael Theurer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Amelia Andersdotter, Philip Bradbourn, Zuzana Brzobohatá, Edit Herczog, Derek Vaughan

(1)

PB C 368 van 16.12.2011, blz. 40.

(2)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)

PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1.

(4)

PB L 302 van 19.11.2011, blz. 3.

(5)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(6)

PB C 368 van 16.12.2011, blz. 40.

(7)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(8)

PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1.

(9)

PB L 302 van 19.11.2011, blz. 3.

(10)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(11)

PB C 368 van 16.12.2011, blz. 40.

(12)

PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(13)

PB L 153 van 12.6.2008, blz. 1.

(14)

PB L 302 van 19.11.2011, blz. 3.

(15)

PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

Laatst bijgewerkt op: 26 april 2012Juridische mededeling