Procedure : 2011/2154(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0121/2012

Ingediende teksten :

A7-0121/2012

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/05/2012 - 12.49
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


VERSLAG     
PDF 199kWORD 108k
11 april 2012
PE 475.951v02-00 A7-0121/2012

over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding - Jaarverslag 2010

(2011/2154(INI))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Zigmantas Balčytis

AMENDEMENTEN
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding

(2011/2154(INI)) - Jaarverslag 2010

Het Europees Parlement,

–   gezien zijn resoluties over eerdere jaarverslagen van de Commissie en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF),

–   gezien het verslag van 29 september 2011 van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding - Jaarverslag 2010 (COM(2011)0595) en de begeleidende documenten (SEC(2011)1107, SEC(2011)1108 en SEC(2011)1109)(1),

–   gezien het elfde operationeel verslag van het OLAF – Jaarverslag 2011(2),

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2010, vergezeld van de antwoorden van de instellingen(3),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en de Rekenkamer over de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie (COM(2011)376),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie, via het strafrecht en door administratieve onderzoeken - Een geïntegreerd beleid om het geld van de belastingbetaler veilig te stellen (COM(2011)0293),

–   gezien zijn resolutie van 15 september 2011 over de inspanningen van de EU ter bestrijding van corruptie(4), zijn schriftelijke verklaring 2/2010 over de inspanningen van de Unie ter bestrijding van corruptie(5), en de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité: Corruptiebestrijding in de EU (COM(2011)0308),

–   gezien artikel 325, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6),

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen(7),

–   gezien zijn resolutie van 6 april 2011 over de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschappen – Fraudebestrijding – Jaarverslag 2009(8),

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0121/2012),

A. overwegende dat de EU en de lidstaten de verantwoordelijkheid delen voor de bescherming van de financiële belangen van de EU en de fraudebestrijding en overwegende dat nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten essentieel is;

B.  overwegende dat in de eerste plaats de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van zo'n 80% van de begroting van de Europese Unie alsook voor de inning van traditionele eigen middelen in de vorm van o.a. btw en douanerechten;

C. overwegende dat in 2010 de totale financiële gevolgen van de onregelmatigheden die met controlesystemen zijn opgespoord EUR 2 193 miljoen bedroegen, vergeleken met EUR 1 757 miljoen in 2009;

D. overwegende dat volgens de Europese Rekenkamer de aan de rekeningen ten grondslag liggende betalingen materiële fouten bevatten en dat het foutenpercentage voor de EU-begroting als geheel op 3,7% werd geraamd; voorts overwegende dat de controlesystemen slechts ten dele doeltreffend in het waarborgen van de regelmatigheid van de betalingen werden bevonden en overwegende dat de grootste bronnen van fouten betrekking hebben op subsidiabiliteit en fouten inzake overheidsopdrachten;

E.  overwegende dat in de meeste gevallen de Rekenkamer van oordeel is dat de autoriteiten van de lidstaten voldoende informatie tot hun beschikking hadden om ten minste enkele fouten te hebben opgespoord en gecorrigeerd voordat er betalingen werden verricht, en overwegende dat de Rekenkamer van oordeel is dat er nog steeds ruimte is voor het verbeteren van de correctiemechanismen en auditactiviteiten van de lidstaten;

I. Algemene overwegingen

1.  benadrukt dat de wereldwijde financiële crisis, en met name de crisis in de eurozone, waarmee de EU nu te maken heeft, de invoering van speciale maatregelen vereist om te zorgen voor passende bescherming van de financiële belangen van de EU in termen van inkomsten, die rechtstreeks zijn gekoppeld aan de financiële belangen van de lidstaten; is van mening dat een striktere uitvoering van het begrotingsbeleid de mogelijkheid biedt om Europa uit de crisis te halen, met name door het verkleinen van de omvang van de Europese schaduweconomie, die wordt geschat op ongeveer een vijfde van het officieel BBP(9);

2.  beklemtoont dat e-overheid kan helpen de transparantie te vergroten en fraude en corruptie te bestrijden, waardoor overheidsmiddelen beter worden beschermd; onderstreept dat Europa achterloopt op zijn industriële partners, onder meer als gevolg van een gebrek aan systeeminteroperabiliteit(10); benadrukt dat Europa zich, vooral in tijden van crisis, meer inspanningen moet getroosten om een ​​nieuwe generatie e-overheid tot stand te brengen die meer transparantie te bieden heeft op het stuk van overheidsfinanciën;

3.  vestigt de aandacht op het feit dat elektronische transacties met niet-contante betaalmiddelen worden geregistreerd en deelname aan de schaduweconomie aldus bemoeilijken, en dat er een sterke correlatie lijkt te bestaan tussen het percentage elektronische betalingen in een land en zijn schaduweconomie(11); spoort de lidstaten ertoe aan hun drempels voor verplichte niet-contante betalingen te verlagen;

4.  benadrukt de noodzaak van betrouwbare statistische gegevens omtrent de omvang van fraude en corruptie, en met name over de mate van ontduiking van belasting en douanerechten en van misbruik van EU-middelen door de georganiseerde criminaliteit; betreurt dat de Commissie niet in staat is geweest dergelijke gegevens te verstrekken, ondanks herhaalde verzoeken van het Parlement;

II. Algemene opmerkingen

5.  onderstreept dat fraude een voorbeeld is van een opzettelijke onregelmatige gedraging die een strafbaar feit vormt en dat een onregelmatigheid te definiëren valt als het niet naleven van een regel, en betreurt dat fraude in het verslag van de Europese Commissie niet uitvoerig wordt behandeld en dat onregelmatigheden slechts in zeer algemene termen aan de orde komen; wijst erop dat artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) betrekking heeft op fraude en niet op onregelmatigheden, en verlangt dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen fraude en fouten; verlangt voorts dat corruptie en fraude tegelijk worden aangepakt;

6.  merkt op dat de financiële impact van onregelmatigheden in de uitgavensfeer in 2010 is toegenomen en 1,8 miljard euro bedroeg (of 1,27% van de toegewezen middelen), terwijl dat cijfer in 2009 nog 1,4 miljard euro (of 1,13%) beliep; de financiële impact in de ontvangstensfeer bleek ook hoger uit te vallen; in brutobedragen ging het daarbij om 393 miljoen euro (of 1,88% van de geïnde traditionele eigen middelen) ten opzichte van 357 miljoen euro (of 1,84%) in 2009;

7.  betreurt het feit dat grote bedragen aan EU-middelen nog steeds verkeerd worden besteed en roept de Commissie op om daadkrachtige maatregelen te treffen om meer foutief uitgevoerde betalingen terug te vorderen, om de lidstaten meer aansprakelijk te houden voor onregelmatige bedragen die nog moeten worden ingevorderd, om de preventie en opsporing van onregelmatigheden en gevallen van fraude te verbeteren en om betalingen onmiddellijk op te schorten en effectieve sancties op te leggen in geval van misbruik van EU-middelen;

8.  neemt ter kennis dat het aantal gemelde onregelmatigheden voor 2010 voor alle sectoren is toegenomen behalve voor de pretoetredingsfondsen en de traditionele eigen middelen, en dat deze toename verband houdt met de afsluiting van de tenuitvoerleggingsperiode van de cohesiefondsen voor 2000-2006 en met de verbeteringen die in het beheersysteem voor onregelmatigheden (IMS) zijn aangebracht;

9.  wijst er met nadruk op dat, hoewel het beheersysteem voor onregelmatigheden (Irregularities Management System – IMS) is gemoderniseerd en verbeterd en de verslaglegging door de meeste lidstaten is uitgebreid – hetgeen geleid heeft tot een verbetering op het punt van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de verslagen – de lidstaten nog steeds verschillende benaderingen tot de verslaglegging van onregelmatigheden hanteren en er bijgevolg twijfels bestaan over de toereikendheid van de nationale verslagleggingsstelsels; roept alle lidstaten ertoe op volledige uitvoering te geven aan het IMS en beter aan hun rapportageverplichtingen te voldoen, en om de snelheid waarmee onregelmatigheden worden gemeld te verbeteren;

10. is er voorts bezorgd over dat sommige lidstaten nog niet volledig gebruik maken van het elektronische rapportagesysteem; roept deze lidstaten ertoe op deze situatie zo snel mogelijk recht te zetten;

11. spreekt hierover nogmaals zijn teleurstelling uit, gezien de ernstige twijfels omtrent de kwaliteit van de door de lidstaten verstrekte informatie, en merkt op dat sommige lidstaten nog steeds bijzonder weinig geconstateerde onregelmatigheden en gevallen van fraude melden, en verzoekt de Commissie het Europees Parlement te laten weten of de nationale controlesystemen in de bewuste lidstaten wel effectief zijn;

12. wijst erop dat de EU-wetgeving de lidstaten verplicht alle onregelmatigheden te melden uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waarin hierover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld en/of nieuwe informatie over een gemelde onregelmatigheid bekend wordt; verzoekt de lidstaten al het nodige te doen, met inbegrip van stroomlijning van nationale administratieve procedures, om de voorgeschreven termijnen na te leven en de tijd die verstrijkt tussen het moment waarop een onregelmatigheid wordt vastgesteld en het moment waarop deze wordt gerapporteerd, te verkorten; roept de lidstaten ertoe op bij hun fraudebestrijdingsactiviteiten voornamelijk op te treden als de hoeders van het geld van de belastingbetaler;

13. wijst met name op de behoefte aan betrouwbare statistische gegevens over de omvang van de fraude en corruptie, vooral in de sfeer van de belasting- en douanefraude en over het misbruik van EU-fondsen door de georganiseerde criminaliteit; betreurt dat de Commissie er, in weerwil van de herhaalde verzoeken van het Europees Parlement, niet in is geslaagd dat soort gegevens te verstrekken;

14. stelt met teleurstelling vast dat de Commissie de werkelijke omvang van de onregelmatigheden en de fraude niet kan beoordelen en dat zij bijgevolg niet in staat is om de totale omvang van de in individuele lidstaten gepleegde onregelmatigheden en fraude in te schatten of om te bepalen in welke lidstaten onregelmatigheden en fraude het meest voorkomen en om deze tot de orde te roepen, zoals het Europees Parlement al in 2009 heeft gevraagd;

15. wijst erop dat de laatste jaren nieuwe technieken zijn ontwikkeld voor het evalueren van de ernst van de corruptie en de fraude, en dringt er bij de Commissie op aan onverwijld met initiatieven te komen om deze nieuwe meetinstrumenten toe te passen en de omvang van de corruptie en de fraude met EU-fondsen en de verduistering van EU-inkomsten te kunnen evalueren; aldus zal kunnen worden beoordeeld in hoeverre de bescherming van EU-middelen tegen misbruik en van de EU-inkomsten tegen verduistering effectief is;

16. is van oordeel dat de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van deze meetinstrumenten voor fraude en corruptie met betrekking tot EU-middelen bij de Commissie dient te berusten, in nauwe samenwerking met het Europees Parlement, de Europese Rekenkamer en de overige Europese audit- en controleorganen;

17. merkt op dat de zogenaamde 50/50-regel(12) die van toepassing is in de agrarische sector een effectieve stimulans voor de lidstaten is om de terugvorderingsprocedures te bespoedigen en te voltooien; verzoekt de Commissie na te gaan of dit terugvorderingsmechanisme ook zou kunnen worden toegepast in andere (cohesie- en pretoetredings)sectoren, en tevens of het volgens deze regel gepast zou zijn om de termijn voor terugvorderingsmaatregelen met de helft in te korten, d.w.z. tot respectievelijk twee en vier jaar;

18. merkt op dat de Europese Rekenkamer in haar Jaarverslag 2010 opmerkt dat het percentage in financiële staten opgenomen opgenomen betalingen waarbij een groot aantal fouten werd geconstateerd, voor 2010 opliep tot 3,7% van alle begrotingsuitgaven van de EU, m.a.w. ongeveer 4,5 miljard euro;

19. merkt op dat het verslag van de Rekenkamer voorts vermeldt dat de autoriteiten van de lidstaten vóór de goedkeuring van de betalingen over voldoende informatie beschikten om een aantal van die fouten op te sporen, te verhelpen of te voorkomen;

III. Ontvangsten. Eigen middelen

20. wijst er nogmaals op dat een correcte heffing van btw en douanerechten rechtstreeks van invloed is op zowel de economieën van de lidstaten als op de EU-begroting; onderstreept dat het verbeteren van de systemen voor de inning van ontvangsten de hoogste prioriteit moet krijgen in alle lidstaten, en met name in de lidstaten die in het huidige economische klimaat de meeste problemen ondervinden;

21. onderstreept dat het accent moet worden verlegd naar een efficiëntere inning van de ontvangsten; benadrukt dat belastingfraude tot buitensporige verliezen voor de EU-begroting en de economieën van de lidstaten leidt, waardoor de schuldencrisis nog verder verergert; wijst er eens te meer op dat de kosten van de bestaande schaduweconomie worden gedragen door burgers wier inkomen eenvoudig kan worden geregistreerd en getraceerd;

22. merkt op dat de door de lidstaten verschafte gegevens omtrent onregelmatigheden op het gebied van de traditionele eigen middelen (TEM) sterk variëren, en is derhalve van mening dat de wijze waarop onregelmatigheden en gevallen van fraude in de eigenmiddelendatabank OWNRES worden geregistreerd niet geheel betrouwbaar is; verzoekt de Commissie na te gaan hoe deze database kan worden verbeterd, zodat de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van de gerapporteerde gegevens kan worden gewaarborgd;

23. verzoekt de Commissie zich ook in de toekomst te blijven concentreren op de implementatie van de douanecontrolestrategieën van de lidstaten, in het bijzonder op het gebied van de import – waaraan een hoog risico verbonden is – en de opsporing van onregelmatigheden en gevallen van vermoedelijke fraude met TEM te verbeteren;

24. stelt met bezorgdheid vast dat smokkel, en met name sigarettensmokkel, nog steeds een groot probleem is voor de EU en resulteert in omvangrijke inkomstenverliezen voor de nationale en EU-begrotingen; is ingenomen met het door de Commissie opgestelde actieplan ter bestrijding van de smokkel van sigaretten en alcohol langs de oostgrens van de EU, alsook met het feit dat de douanesamenwerking met China en Rusland eind 2010 is hervat en dat het Strategisch Kader voor de douanesamenwerking met deze beide landen is bekrachtigd;

25. is eveneens ingenomen met de resultaten van de gezamenlijke douaneoperatie SIROCCO van de lidstaten, die in juni 2010 onder auspiciën van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) is uitgevoerd en waarbij ongeveer 40 miljoen sigaretten, 1,2 ton roltabak, 7.000 liter alcohol en 8 miljoen andere namaakgoederen in beslag werden genomen;

26. merkt op dat de ontvangsten voor een groot deel afkomstig zijn uit de belasting over de toegevoegde waarde (btw), en dat de Commissie en de lidstaten derhalve zowel bestaande als nieuwe tendensen op fraudegebied nauwlettend moeten volgen en daarop effectief moeten inspelen; is ingenomen met het groenboek van de Commissie over de toekomst van de btw en dringt aan op concrete voorstellen tot hervorming van de btw;

Btw-verliezen

27. herinnert eraan dat volgens een in opdracht van de Europese Commissie uitgevoerde studie(13) het btw-deficit(14) voor de EU naar schatting uitkomt op een niveau van ca. 12 %; vestigt er in het bijzonder de aandacht op dat dit btw-deficit wordt becijferd op een alarmerend niveau van 30% en 22% voor respectievelijk Griekenland en Italië, de landen die zich bevinden in een bijzonder precaire schuldenpositie, die de economische stabiliteit van de hele EU-27 bedreigt;

28. vestigt er voorts de aandacht op dat het btw-deficit, nog afgezien van de problemen met belastingontwijking en insolventieverliezen, ook te wijten is aan fraude, en dat de opgelopen btw-verliezen, die op miljarden euro worden becijferd, grotendeels worden gecompenseerd met behulp van bezuinigingsmaatregelen die ten koste gaan van EU-burgers wier inkomen gemakkelijk te traceren is;

29. wijst erop dat het btw-inningsmodel sinds de invoering ervan ongewijzigd is gebleven; benadrukt dat dit model inmiddels verouderd is, gezien de talrijke veranderingen die zich in de technologische en economische sfeer hebben voltrokken;

Verliezen in termen van douanerechten

30. onderstreept dat de opbrengsten van douanerechten een belangrijk deel uitmaken van de traditionele eigen middelen (TEM) van de EU en een bron van inkomsten vormen voor de regeringen van de lidstaten, die daarop 25% inhouden ter dekking van hun inningskosten; wijst er eens te meer op dat de financiële belangen van de Unie worden beschermd door efficiënte preventie van onregelmatigheden en fraude in deze sfeer, en dat een en ander ingrijpende gevolgen heeft voor de interne markt doordat aldus wordt voorkomen dat economische subjecten die deze rechten ontduiken zich een oneerlijk voordeel verschaffen ten opzichte van degenen die hun verplichtingen op dit gebied wel nakomen;

31. benadrukt dat het correcte functioneren van de douane rechtstreekse gevolgen heeft voor de berekening van de belasting over de toegevoegde waarde;

32. herinnert er in deze context aan dat de Rekenkamer in haar Speciaal Verslag nr. 13/2011(15) heeft geconstateerd dat de toepassing van douaneregeling 42(16) alleen al in 2009 goed was voor geëxtrapoleerde verliezen van ca. 2 200 miljoen euro(17) in de zeven door de Rekenkamer geauditeerde lidstaten, hetgeen neerkwam op 29% van de btw die in theorie zou zijn geheven over het belastbare bedrag van alle importverrichtingen die in 2009 in die landen hebben plaatsgevonden conform douaneregeling 42;

33. herinnert eraan dat de Rekenkamer ernstige tekortkomingen heeft geconstateerd bij de controle van vereenvoudigde douaneprocedures die goed zijn voor 70% van alle douaneprocedures; wijst erop dat deze hebben geleid tot onnodige verliezen voor de EU-begroting en tot inbreuken op het handelsbeleid van de EU; benadrukt dat de geconstateerde tekortkomingen onder meer bestonden uit audits van slechte kwaliteit of die slecht waren gedocumenteerd en gebrekkige toepassing van geautomatiseerde gegevensverwerkingstechnieken voor de uitvoering van controles tijdens de verwerking van vereenvoudigde procedures;

IV. Uitgaven

Landbouw

34. merkt op dat er in 2010 een toename werd geconstateerd van het aantal gerapporteerde onregelmatigheden en van gevallen van vermoedelijke fraude, terwijl de financiële impact daarvan opliep van 13 miljoen euro in 2009 tot 69 miljoen euro in 2010;

35. betreurt dat de situatie voor de totale teruggevorderde middelen nog steeds onbevredigend is; zo hebben de lidstaten tijdens het begrotingsjaar 2010 175 miljoen euro gerecupereerd, hetgeen neerkomt op 42% van de schuldenlast in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) over 2007 en de daaropvolgende jaren, terwijl het totale resterende nog terug te vorderen bedrag aan het eind van het begrotingsjaar 2010 1,2 miljard euro beliep, en de lidstaten uit hoofde van de 50/50-regel slechts 300 miljoen euro uit hun nationale begrotingen naar de EU-begroting hebben overgedragen; betreurt dat de Commissie geen rekening heeft gehouden met het verzoek van het Europees Parlement en het Europees Parlement niet heeft voorzien van informatie omtrent de vooruitgang die op dit gebied is geboekt met de tenuitvoerlegging van het Verslag over 2010 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om de nodige stappen te ondernemen voor het opzetten van een effectief systeem voor de terugvordering van gelden en om het Europees Parlement daarover op de hoogte te houden;

36. betreurt het dat zich in 2010 een aantal lidstaten niet hebben gehouden aan de termijnen voor het melden van onregelmatigheden; is het er met de Commissie over eens dat alle lidstaten hun verslaglegging moeten verbeteren; herinnert eraan dat Finland, Oostenrijk en Nederland zich ertoe hebben verbonden te voldoen aan de rapportage-eisen, en verzoekt de Commissie om in het Jaarverslag over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding - informatie te verstrekken over de in 2011 door deze lidstaten gemaakte vorderingen;

37. stelt met bezorgdheid vast dat Italië en de lidstaten van de EU-12 in 2010 meer dan 90% van de gerapporteerde onregelmatigheden hebben aangemerkt als "vermoedelijke fraude"; roept de lidstaten ertoe op alle nodige maatregelen te nemen, met inbegrip van nauwe samenwerking met de Europese instellingen, om alle oorzaken die tot fraude met EU-middelen leiden, aan te pakken;

38. is verontrust over de verdacht lage fraudecijfers die zijn gerapporteerd door Frankrijk, Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, met name gezien hun omvang en de door hen ontvangen financiële steun, zoals ook is beschreven in het verslag van de Commissie over de bescherming van de financiële belangen van de Unie; is van mening dat dit gerede twijfels doet rijzen omtrent de naleving van de verslagleggingsbeginselen; dringt er bij de Commissie op aan in haar verslag ook gedetailleerde informatie op te nemen omtrent de toegepaste verslagleggingsmethode en de fraudeopsporingscapaciteit in die lidstaten; verzoekt de Commissie nogmaals de doeltreffendheid van de toezichts- en controlesystemen in de lidstaten nauwlettend in de gaten te houden en erop toe te zien dat de informatie over de omvang van de onregelmatigheden in de lidstaten de reële situatie weerspiegelt; verzoekt de Commissie in haar verslag over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie ook informatie te verschaffen over de maatregelen die in 2011 op dat gebied zijn getroffen;

Cohesiebeleid

39. volgens de in het Jaarverslag-2010 over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie verschafte gegevens hadden ca. 70% van alle gerapporteerde onregelmatigheden betrekking op het cohesiebeleid, en is er in 2010 in de sfeer van het cohesiebeleid het hoogste uitgavenpercentage teruggevorderd (ruim 60%); onderstreept dat op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk objectief valt te beoordelen hoeveel onregelmatigheden en fraudegevallen er zich op dit gebied daadwerkelijk hebben voorgedaan, aangezien het hoge aantal gerapporteerde onregelmatigheden en (of) gevallen van fraude verband kan houden met de invoering van het IMS in 2009;

40. is ingenomen met de in 2010 geboekte resultaten op het stuk van teruggevorderde bedragen voor de programmeringsperiode 2000-2006, die 70% oftewel 2,9 miljard euro aan ten onrechte uitbetaalde gelden beliepen, terwijl dit percentage in 2009 nog 50% bedroeg;

41. merkt op dat Denemarken, Frankrijk, Malta, Nederland, Zweden en Slovenië geen enkele onregelmatigheid op dit gebied hebben gerapporteerd, hetgeen twijfels doet rijzen over de vraag of het IMS wel correct wordt toegepast; is bezorgd over de geringe terugvorderingspercentages in Hongarije, de Tsjechische Republiek en Slovenië (ca. 20% of nog minder); verzoekt de Commissie actie te ondernemen, een onderzoek in te stellen naar de achterliggende oorzaken hiervan en het Europees Parlement in het volgend jaar uit te brengen verslag over de bescherming van de financiële belangen van de EU te informeren omtrent de geboekte vooruitgang;

42. onderstreept dat uit de in het verlag over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie over 2010 vermelde gegevens blijkt dat uit een analyse van de soorten onregelmatigheden die het meest worden gerapporteerd naar voren komt dat de meeste onregelmatigheden zich in de implementatiefase van de projectcyclus voordoen en dat het financiële effect het grootst is in de selectie- en aanbestedingsstadia; onderstreept dat een transparant, duidelijk en flexibel systeem van openbare aanbestedingen waarbij actiever gebruik wordt gemaakt van het elektronisch systeem van overheidsopdrachten en de vaststelling van algemene aanbestedingsregels op EU-niveau het mogelijk zouden maken de middelen van de lidstaten en van de EU efficiënter te benutten; verwacht van de Commissie dat zij effectief werk zal maken van de hervorming van het systeem van openbare aanbestedingen;

Pretoetredingsfondsen

43. stelt met bezorgdheid vast dat de uitgaventerugvorderingspercentages het laagst liggen bij de pretoetredingsfondsen: in 2010 beliep dit percentage ternauwernood 10%, terwijl het elders 27% bedroeg; constateert tevens met bezorgdheid dat het terugvorderingspercentage ook voor de periode 2002-2006 laag bleef (ca. 30%), in het bijzonder in Bulgarije, Turkije, Litouwen en Letland, en verzoekt de Commissie maatregelen te treffen om te bewerkstelligen dat de begunstigde landen de redenen voor deze lage invorderingspercentages nader toelichten, hun prestaties verbeteren en de ontbrekende informatie over voltooide invorderingsprocedures bijwerken;

44. merkt op dat de meeste onregelmatigheden en fraudegevallen betrekking hadden op het gebruik van middelen uit het SAPARD-fonds in Roemenië en Bulgarije; is verheugd over het feit dat Bulgarije grote vooruitgang heeft geboekt bij de versterking van zijn nationale controlesystemen, zoals blijkt uit het feit dat in 2010 een groot percentage onregelmatigheden en gevallen van vermoedelijke fraude niet door externe, maar door eigen nationale controleurs en inspecteurs werd opgespoord; betreurt het dat in Roemenië de meeste onregelmatigheden en gevallen van vermoedelijke fraude nog steeds worden opgespoord na inspecties door EU-diensten of die op hun verzoek zijn verricht; verzoekt de Commissie nauw met de Roemeense autoriteiten samen te werken om de situatie te verbeteren;

45. is ingenomen met de doelstelling van de Commissie om de nieuwe begunstigde landen (Turkije, Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Montenegro) te ondersteunen in hun inspanningen om het IMS toe te passen;

V. OLAF

46. wijst eens te meer op de noodzaak de onafhankelijkheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het OLAF verder te versterken;

47. verzoekt de Commissie en de lidstaten de effectieve tenuitvoerlegging van de gedane aanbevelingen te waarborgen van zodra zaken door het OLAF zijn onderzocht;

VI. Overheidsopdrachten, meer transparantie en bestrijding van corruptie

48. verzoekt de Commissie, de betrokken EU-agentschappen en de lidstaten maatregelen te nemen en middelen uit te trekken om ervoor te zorgen dat de EU-fondsen niet onderhevig worden aan corruptie, afschrikkende sancties te treffen van zodra corruptie en fraude worden vastgesteld, en criminele eigendommen die zijn verworven door fraude, belastingontduiking of witwaspraktijken vaker in beslag te laten nemen;

49. onderstreept dat in de mededeling van de Commissie van 2011 met als titel "Corruptiebestrijding in de EU" wordt geschat dat in de EU per jaar 120 miljard euro aan corruptie verloren gaat, hetgeen tot financiële schade leidt, de overheidsfinanciën aantast en het vertrouwen in de democratische instellingen ondermijnt; benadrukt bovendien dat in de resolutie van het Parlement van 2011 over de inspanningen van de EU ter bestrijding van corruptie wordt geconstateerd dat corruptie tot misbruik van overheidsgeld in het algemeen en van door de belastingbetaler verstrekte EU-middelen leidt en de markt verstoort, en verzoekt – mede middels zijn schriftelijke verklaring 2/2010 – de Commissie en de relevante EU-organen ervoor te zorgen dat corruptie met EU-gelden achterwege blijft;

50. is verheugd over het besluit van het Europees Parlement om een speciaal comité voor georganiseerde criminaliteit, corruptie en het witwassen van geld op te richten;

51. stelt met voldoening vast dat Malta de Overeenkomst inzake de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie op 20 januari 2011 heeft geratificeerd; betreurt dat de overeenkomst nog niet door Tsjechië is geratificeerd en roept Tsjechië ertoe op deze situatie zo snel mogelijk recht te zetten; roept tevens Estland ertoe op het protocol van 29 november 1996 inzake de interpretatie van de Overeenkomst door middel van prejudiciële verzoeken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te ratificeren;

52. herinnert eraan dat het programma Hercules II het door de Commissie (OLAF) beheerde financiële instrument is op het gebied van de bescherming van de financiële belangen van de EU en de preventie van daarmee verband houdende misdrijven, waaronder sigarettensmokkel; merkt op dat de tussentijdse evaluatie van het programma Hercules II de meerwaarde ervan heeft bevestigd; is van mening dat de opvolger van dit instrument, het programma Hercules III, moet doorgaan met het verbeteren van de technische uitrusting in de lidstaten, het financieren van de toegang tot databanken die onontbeerlijk zijn voor onderzoeken door de autoriteiten van de lidstaten en door het OLAF, en het bestrijden van sigarettensmokkel en namaak overeenkomstig de wettelijk bindende overeenkomsten met tabaksfabrikanten;

53. verzoekt de Commissie en de lidstaten eens te meer uniforme aanbestedingssystemen te ontwerpen, toe te passen en periodiek te evalueren ter voorkoming van fraude en corruptie, om duidelijke voorwaarden vast te stellen en toe te passen voor deelneming aan overheidsopdrachten, alsmede criteria op grond waarvan aanbestedingsbesluiten worden genomen, en ook om systemen in te voeren en toe te passen om besluiten inzake overheidsopdrachten op nationaal niveau te kunnen herzien ter waarborging van de transparantie en controleerbaarheid van overheidsfinanciën, en om systemen voor risicobeheer en interne controle in te voeren en te implementeren;

54. verwelkomt het feit dat de Commissie in januari 2011 een groenboek heeft uitgebracht over de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten met als titel "Naar een meer efficiënte Europese aanbestedingsmarkt"; merkt op dat het desbetreffende evaluatieverslag eind juni 2011 is goedgekeurd en dat de Commissie in december 2011 haar voorstellen tot hervorming van de EU-basisregels voor overheidsopdrachten heeft goedgekeurd (Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG);

VII. Follow-up

55. verzoekt de Commissie het Parlement te laten weten welke andere indicatoren, bronnen of methoden, afgezien van de door klokkenluiders of informanten verstrekte informatie, het kan gebruiken om te beoordelen op welke terreinen van EU-financiering of EU-inkomsten er sprake is van toegenomen fraude;

56. verzoekt de Commissie te evalueren of de naar aanleiding van informatie van klokkenluiders of informanten ingestelde fraudeonderzoeken corresponderen met de gebieden waarop afgaande op onafhankelijke criteria of indicatoren wordt aangenomen dat er sprake zou kunnen zijn van een hoge mate van fraude; zo dit niet het geval zou zijn, wordt de Commissie verzocht op zoek te gaan naar andere methoden om te rechercheren op gebieden waar sprake is van vermoedelijke fraude die schuilgaat achter een "criminele geheimhoudingsplicht", waardoor het uitlekken van informatie via klokkenluiders of informanten wordt belemmerd;

57. gelet op het feit dat er nu al jarenlang een situatie bestaat waarbij de lidstaten er niet in slagen tijdig met informatie te komen of waarbij de gegevens die zij verschaffen niet nauwkeurig of niet vergelijkbaar zijn, en het daardoor onmogelijk is om de werkelijke omvang van de fraude in de lidstaten objectief te beoordelen, en aangezien het Europees Parlement, de Commissie en het OLAF hun taken ten aanzien van de beoordeling van de situatie en het indienen van verdere voorstellen niet kunnen uitvoeren, is het duidelijk dat een dergelijke situatie niet kan worden getolereerd en wordt de Commissie verzocht haar volledige verantwoordelijkheid op zich te nemen wat betreft het van de lidstaten terugvorderen van ten onrechte uitbetaalde gelden, en de vereiste homogene vergelijkbare gegevens te verzamelen en de verslagleggingsbeginselen voor alle lidstaten consequent toe te passen;

-o0o-

58. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Rekenkamer, het Comité van toezicht van het OLAF en het OLAF zelf.

(1)

 http://ec.europa.eu/anti_fraud/documents/reports-commission/2010_nl.pdf.

(2)

 http://ec.europa.eu/anti_fraud/documents/reports-olaf/rep_olaf_2010_nl.pdf.

(3)

 PB C 326 van 10.11.2011, blz. 1.

(4)

 Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0388.

(5)

  P7_DCL(2010)0002.

(6)

 PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(7)

 PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(8)

 Aangenomen teksten, P7_TA(2011)0142.

(9)

 Size and Development of the Shadow Economy of 31 European and 5 other OECD Countries from 2003 to 2011 door Friedrich Schneider, te raadplegen op http://www.econ.jku.at/members/Schneider/files/publications/2011/ShadEcon31.pdf;

(10)

           Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Een digitale agenda voor Europa - COM(2010)245.

(11)

           The Shadow Economy in Europe, 2010: Using Electronic Payment Systems to Combat the Shadow Economy / Friedrich Schneider, A.T. Kearney, 2010.

(12)

           Op basis van deze regel kan de Commissie 50% terugvorderen van de onregelmatige betalingen uit de begroting van de lidstaten die niet binnen een termijn van vier jaar, of – indien er een gerechtelijke procedure loopt voor de terugvordering van betalingen – niet binnen acht jaar zijn teruggevorderd. Deze regel wordt toegepast om versnelde terugvordering van onterecht uitbetaalde gelden te waarborgen.

(13)

           Studie ter kwantificering en analyse van het btw-deficit in de lidstaten van de EU25, door Reckon LLP uitgevoerd in opdracht van de Commissie.

(14)

           Het verschil tussen de reële btw-ontvangsten en het bedrag dat de lidstaten in theorie zouden moeten ontvangen op basis van hun economische situatie.

(15)

           Speciaal Verslag nr. 13/2011 van de Europese Rekenkamer "Wordt met douaneregeling 42 btw-ontwijking voorkomen dan wel ontdekt?".

(16)

           Regeling die wordt toegepast door een invoerder om een btw-vrijstelling te verkrijgen wanneer de ingevoerde goederen naar een andere lidstaat zullen worden getransporteerd en waarbij de btw is verschuldigd in de lidstaat van bestemming.

(17)

           Waarvan 1 800 miljoen euro zijn opgelopen in de zeven geselecteerde lidstaten en 400 miljoen in de 21 lidstaten van bestemming van de in de steekproef meegenomen geïmporteerde goederen.


TOELICHTING

Net zoals de vorige jaren bevat het Jaarverslag 2010 over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie - Fraudebestrijding (hierna jaarverslag 2010 genoemd) de meest recente informatie over onregelmatigheden en gevallen van vermoedelijke fraude die door de lidstaten gemeld zijn. In het verslag wordt ingegaan op een bijzonder thema, dat vooraf overeengekomen is door de Commissie en de lidstaten, met name het risico op dubbele financiering in het cohesiebeleid.

In 2010 namen de gemelde onregelmatigheden in alle sectoren toe, met uitzondering van de pretoetredingsmiddelen en de traditionele eigen middelen. De sluiting van de tenuitvoerleggingsperiode van het Cohesiefonds voor 2000 – 2006 en verbeteringen in het beheersysteem voor onregelmatigheden (IMS) hebben mogelijk een rol gespeeld in deze toename. Het IMS dat in 2009 werd ingevoerd en dat werd opgesteld door en onder toezicht staat van OLAF, wordt nog niet in alle lidstaten gebruikt. In 2010 heeft het Europees Parlement de Commissie verzocht om alle nodige stappen te ondernemen en om het initiatiefrecht aan te wenden om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun verslagleggingsverplichtingen zouden nakomen en om over betrouwbare en vergelijkbare gegevens over het niveau van onregelmatigheden en fraude in de lidstaten te kunnen beschikken. In het jaarverslag 2010 erkende de Commissie zelf dat ‘de gegevens in dit verslag behoedzaam dienen te worden geïnterpreteerd. De werkelijke aantallen onregelmatigheden zijn niet bekend of geschat en worden daarom niet gepresenteerd’. Volgens de rapporteur is deze situatie onbevredigend: als de jaarverslagen van de Commissie gebaseerd zijn op onnauwkeurige gegevens die niet vergeleken kunnen worden, doet dat twijfels rijzen over het algemene nut van het verslag. De Commissie moet de volledige verantwoordelijkheid op zich nemen en de lidstaten vragen om de nodige gegevens tijdig te verstrekken en ervoor zorgen dat de werkelijke omvang van fraude in de lidstaten kan worden vastgesteld.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marta Andreasen, Jean-Pierre Audy, Inés Ayala Sender, Andrea Češková, Ryszard Czarnecki, Tamás Deutsch, Martin Ehrenhauser, Jens Geier, Gerben-Jan Gerbrandy, Ingeborg Gräßle, Bogusław Liberadzki, Monica Luisa Macovei, Jan Mulder, Eva Ortiz Vilella, Aldo Patriciello, Crescenzio Rivellini, Bart Staes, Georgios Stavrakakis, Søren Bo Søndergaard, Michael Theurer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zuzana Brzobohatá, Edit Herczog, Véronique Mathieu, Olle Schmidt, Derek Vaughan

Laatst bijgewerkt op: 26 april 2012Juridische mededeling