over het gewijzigd voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wat betreft de elektronische identificatie van runderen en tot schrapping van de bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees
(COM(2012)0162 – C7-0114/2012 – 2011/0229(COD))
Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het gewijzigd voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wat betreft de elektronische identificatie van runderen en tot schrapping van de bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2011)0525) en het gewijzigd voorstel (COM(2012)0162)),
– gezien artikel 294, lid 2, artikel 43, lid 2, en artikel 168, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0114/2012),
– gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 7 december 2011(1),
– na raadpleging van het Comité van de regio’s,
– gezien artikel 55 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A7-0199/2012),
1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.
Amendement1
Voorstel voor een verordening
Titel
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wat betreft de elektronische identificatie van runderen en tot schrapping van de bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wat betreft de elektronische identificatie van runderen en tot schrapping van de bepalingen inzake de regeling voor de facultatieve etikettering van rundvlees
Motivering
Hoewel het de voorkeur zou genieten om de "regeling" voor facultatieve etikettering (met inbegrip van specificaties, sancties, enz.) te schrappen, blijft facultatieve etikettering bestaan. Het is nodig hiervoor algemene voorschriften op te stellen en consumenten te beschermen (waarvoor objectieve informatie is vereist die door de bevoegde autoriteiten kan worden geverifieerd en die begrijpelijk is voor consumenten). Deze algemene voorschriften moeten een aanvulling vormen op de horizontale wetgeving inzake etikettering.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(4) De tracering van rundvlees tot aan de bron via identificatie en registratie is een eerste vereiste voor oorsprongsetikettering in de hele voedselketen, wat bescherming biedt voor de consument en de volksgezondheid waarborgt.
(4) De tracering van rundvlees tot aan de bron via identificatie en registratie is een eerste vereiste voor oorsprongsetikettering in de hele voedselketen.Deze maatregelen bieden bescherming voor de consument en waarborgen de volksgezondheid, terwijl zij het consumentenvertrouwen bevorderen.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(5) Verordening (EG) nr. 1760/2000, en meer in het bijzonder de bepalingen inzake de identificatie van runderen en de facultatieve etikettering van rundvlees, zijn in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een “Actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten in de EU” vermeld onder de “informatieverplichtingen van bijzonder belang wat betreft de lasten die aan de bedrijven worden opgelegd”.
(5) Verordening (EG) nr. 1760/2000, en meer in het bijzonder de bepalingen inzake de identificatie van runderen en de regeling voor de facultatieve etikettering van rundvlees, zijn in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een "Actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten in de EU" vermeld onder de "informatieverplichtingen van bijzonder belang wat betreft de lasten die aan de bedrijven worden opgelegd".
Motivering
Hoewel het de voorkeur zou genieten om de "regeling" voor facultatieve etikettering (met inbegrip van specificaties, sancties, enz.) te schrappen, blijft facultatieve etikettering bestaan. Het is nodig hiervoor algemene voorschriften op te stellen en consumenten te beschermen (waarvoor objectieve informatie is vereist die door de bevoegde autoriteiten kan worden geverifieerd en die begrijpelijk is voor consumenten). Deze algemene voorschriften moeten een aanvulling vormen op de horizontale wetgeving inzake etikettering.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(6) Het gebruik van elektronische identificatiesystemen kan de procedés voor de traceerbaarheid stroomlijnen door de automatische en nauwkeuriger lezing en registratie in het bedrijfsregister. Voorts maken deze middelen de automatische melding van de verplaatsingen van de dieren aan het gecomputeriseerde gegevensbestand mogelijk, wat de snelheid, de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid van het systeem ten goede komt.
(6) Het gebruik van elektronische identificatiesystemen kan de procedés voor de traceerbaarheid stroomlijnen door de automatische en nauwkeuriger lezing en registratie in het bedrijfsregister. Voorts maken deze middelen de automatische melding van de verplaatsingen van de dieren aan het gecomputeriseerde gegevensbestand mogelijk, wat de snelheid, de betrouwbaarheid en de nauwkeurigheid van het systeem ten goede komt. Ook het beheer van de rechtstreekse betalingen die veehouders per dier ontvangen zou hierdoor worden verbeterd, dankzij betere controles en een verkleind risico op betalingsfouten.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(7) De elektronische identificatiesystemen op basis van radiofrequentie-identificatie zijn de voorbije tien jaar aanzienlijk verbeterd. Die technologie maakt het nu mogelijk de identiteitscode van elk dier sneller en nauwkeuriger rechtstreeks in gegevensverwerkingssystemen in te lezen, waardoor minder tijd nodig is om mogelijk besmette dieren of besmet voedsel te traceren, wat resulteert in lagere arbeidskosten, maar tegelijk de uitrustingskosten verhoogt.
(7) De elektronische identificatiesystemen op basis van radiofrequentie-identificatie zijn de voorbije tien jaar aanzienlijk verbeterd, hoewel de ISO-normen nog altijd moeten worden toegepast en zij getest moeten worden voor runderen. Die technologie maakt het nu mogelijk de identiteitscode van elk dier sneller en nauwkeuriger rechtstreeks in gegevensverwerkingssystemen in te lezen, waardoor minder tijd nodig is om mogelijk besmette dieren of besmet voedsel te traceren, wat resulteert in beteregegevensbestanden, meer mogelijkheden voor snel optreden in geval van ziekteuitbraaken lagere arbeidskosten, maar tegelijk de uitrustingskosten verhoogt. Indien de elektronische identificatie gebreken vertoont, mag het falen van de technologie niet leiden tot het opleggen van geldboetes aan veehouders.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(9) Gezien de technologische vooruitgang bij de EID hebben tal van lidstaten besloten van start te gaan met de vrijwillige toepassing van de EID van runderen. Wellicht zullen deze initiatieven ertoe leiden dat in de afzonderlijke lidstaten of door belanghebbenden uiteenlopende systemen zullen worden ontwikkeld. Dit zou de latere harmonisering van de technische normen in de Unie in de weg staan.
(9) Gezien de technologische vooruitgang bij de EID hebben tal van lidstaten besloten van start te gaan met de vrijwillige toepassing van de EID van runderen. Wellicht zullen deze initiatieven ertoe leiden dat in de afzonderlijke lidstaten of door belanghebbenden uiteenlopende systemen zullen worden ontwikkeld. Dit zou de latere harmonisering van de technische normen in de Unie in de weg staan. Er moet voor worden gezorgd dat de in de lidstaten geïntroduceerde systemen interoperabel zijn en consistent met de ISO-normen.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(16) Het opleggen van EID in de hele Unie kan voor bepaalde marktdeelnemers economisch nadelige effecten hebben. Het is derhalve dienstig een vrijwillige regeling voor de invoering van EID in te stellen. In het kader van eendergelijke regeling zou voor EID worden gekozen door houders die daar wellicht rechtstreeks economisch voordeel bij hebben.
(16) Het opleggen van EID in de hele Unie kan voor bepaalde marktdeelnemers economisch nadelige effecten hebben. Er is echter sprake van praktische problemen die een doeltreffende toepassing van EID in de weg blijven staan, voornamelijk met betrekking tot de nauwkeurigheid van de technologie.De ervaring met de invoering van verplichte elektronische identificatie voor kleine herkauwers leert dat het wegens gebrekkige technologie en praktische problemen vaak onmogelijk is om 100% nauwkeurigheid te bewerkstelligen. Het is derhalve dienstig een vrijwillige regeling in te stellen. Met een dergelijke regeling zou voor EID alleen kunnen worden gekozen door houders die daar wellicht snel economisch voordeel bij hebben.
Amendement8
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(17) De lidstaten hebben zeer uiteenlopende veehouderijsystemen, landbouwpraktijken en sectororganisaties. Daarom moet worden toegestaan dat de lidstaten EID op hun grondgebied uitsluitend verplicht maken als zij die identificatie, na afweging van al die factoren, geschikt achten.
(17) De lidstaten hebben zeer uiteenlopende veehouderijsystemen, landbouwpraktijken en sectororganisaties. Daarom moet worden toegestaan dat de lidstaten EID op hun grondgebied uitsluitend verplicht maken als zij die identificatie, na afweging van al die factoren, inclusief eventuele negatieve gevolgen voor kleine veehouders, geschikt achten, en na raadpleging van organisaties die de rundvleessector vertegenwoordigen.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(18) Voor dieren uit derde landen die de Unie worden binnengebracht, moeten dezelfde identificatievoorschriften gelden als voor dieren die in de Unie zijn geboren.
(18) Voor dieren en vlees uit derde landen die de Unie worden binnengebracht, moeten dezelfde identificatie- en traceerbaarheidsvoorschriften gelden als voor dieren die in de Unie zijn geboren.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(19) In Verordening (EG) nr. 1760/2000 is bepaald dat de bevoegde autoriteit een paspoort moet afgeven voor elk dier dat overeenkomstig die verordening moet worden geïdentificeerd. Dit levert de lidstaten heel wat administratieve rompslomp op. De door de lidstaten opgezette gecomputeriseerde gegevensbestanden garanderen voldoende de traceerbaarheid van de verplaatsingen van runderen binnen een lidstaat. Daarom hoeven alleen paspoorten te worden afgegeven voor dieren die bestemd zijn voor het intra-uniale handelsverkeer. Zodra de uitwisseling van gegevens tussen de nationale gecomputeriseerde gegevensbestanden operationeel is, is het niet langer nodig te eisen dat voor dieren die voor het intra-uniale handelsverkeer zijn bestemd, dergelijke paspoorten worden afgegeven.
(19) In Verordening (EG) nr. 1760/2000 is bepaald dat de bevoegde autoriteit een paspoort moet afgeven voor elk dier dat overeenkomstig die verordening moet worden geïdentificeerd. Dit levert de lidstaten heel wat administratieve rompslomp op. De door de lidstaten opgezette gecomputeriseerde gegevensbestanden moeten de traceerbaarheid van de verplaatsingen van runderen binnen een lidstaat voldoende garanderen. Daarom hoeven alleen paspoorten te worden afgegeven voor dieren die bestemd zijn voor het intra-uniale handelsverkeer. Zodra de uitwisseling van gegevens tussen de nationale gecomputeriseerde gegevensbestanden operationeel is, is het niet langer nodig te eisen dat voor dieren die voor het intra-uniale handelsverkeer zijn bestemd, dergelijke paspoorten worden afgegeven.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(19 bis) Tot dusver bestaat er geen specifieke wetgeving over klonen. Uit opiniepeilingen blijkt echter dat deze kwestie bijzonder belangrijk is voor het Europese publiek. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat rundvlees van gekloonde dieren of nakomelingen daarvan ook als zodanig wordt geëtiketteerd.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(20) Deel II van titel II van Verordening (EG) nr. 1760/2000 omvat voorschriften voor een facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees, in het kader waarvan de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde specificaties moet goedkeuren. De administratieve lasten en de kosten voor de lidstaten en de marktdeelnemers met betrekking tot de toepassing van deze regeling staan niet in verhouding tot de voordelen van de regeling. Daarom moet dat deel worden geschrapt.
(20) Deel II van titel II van Verordening (EG) nr. 1760/2000 omvat voorschriften voor een facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees, in het kader waarvan de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde specificaties moet goedkeuren. Gezien de ontwikkelingen die sinds de goedkeuring van die verordening in de rundvleessector hebben plaatsgevonden, is het echter noodzakelijk de etiketteringsregeling voor rundvlees te herzien. Aangeziende regeling voor de facultatieve etikettering van rundvlees effectief noch nuttig is, moet zij worden geschrapt, onverminderd het recht van marktdeelnemers om de consumenten te informeren door middel van facultatieve etikettering. Derhalve moet met betrekking tot informatie, evenals voor overige soorten vlees, die verder gaat dan de verplichte etikettering, in dit specifieke geval wat vereist wordt door de artikelen 13 en 15 van Verordening (EG) nr. 1760/2000, en die van uitzonderlijk belang is voor consumenten en veehouders, bijvoorbeeld ras, voeding en houderij, de huidige horizontale wetgeving worden nageleefd, met name Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en van de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten1. Daarnaast moet de schrapping ook worden gecompenseerd door de opstelling in deze verordening van algemene voorschriften om de bescherming van de consument te waarborgen.
_____________
1 PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(20) Deel II van titel II van Verordening (EG) nr. 1760/2000 omvat voorschriften voor een facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees, in het kader waarvan de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde specificaties moet goedkeuren. De administratieve lasten en de kosten voor de lidstaten en de marktdeelnemers met betrekking tot de toepassing van deze regeling staan niet in verhouding tot de voordelen van de regeling.Daarom moet dat deel worden geschrapt.
(20) Deel II van titel II van Verordening (EG) nr. 1760/2000 omvat voorschriften voor een facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees, in het kader waarvan de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde specificaties moet goedkeuren. Alle specificaties die verder gaan dan de verplichte etikettering, bijvoorbeeld ras, voeding en houderij, zijn van uitzonderlijk belang voor zowel consumenten als veehouders die deze etikettering gebruiken om hun producten te verkopen.Dit deel moet dus worden gehandhaafdom te waarborgen dat deze informatie correct en betrouwbaar is.
Motivering
Veehouders hechten veel waarde aan de optimale marketing van hun producten. Goedkeuring door de bevoegde instantie garandeert de juistheid en betrouwbaarheid van de specifieke gegevens op het etiket. Zonder dergelijke goedkeuring kunnen de consumenten niet op het etiket van het product vertrouwen. Daarom moet het systeem van facultatieve etikettering blijven bestaan.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(22) Om te garanderen dat de nodige regels voor een goede functionering van de identificatie, de registratie en de traceerbaarheid van runderen en rundvlees worden toegepast, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de vereisten voor alternatieve identificatiemiddelen voor runderen, de bijzondere omstandigheden waarin lidstaten de termijnen voor het aanbrengen van identificatiemiddelen mogen verlengen, de gegevens die tussen de gecomputeriseerde gegevensbestanden van de lidstaten moeten worden uitgewisseld, de termijn voor sommige rapporteringsverplichtingen, de vereisten voor de identificatiemiddelen, de gegevens die moeten worden opgenomen in de paspoorten en in de afzonderlijke registers die op elk bedrijf moeten worden gehouden, het minimumniveau van de officiële controles, de identificatie en registratie van de verplaatsingen van runderen die naar zomerweiden in bergstreken worden overgebracht, de etiketteringsvoorschriften voor bepaalde producten die gelijkwaardig moeten zijn aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1760/2000, de definities van gehakt rundvlees, afsnijdsels van rundvlees en uitgesneden rundvlees, de specifieke gegevens die op de etiketten mogen worden vermeld, de etiketteringsvoorschriften met betrekking tot de vereenvoudiging van de oorsprongsaanduiding, de maximumomvang en de samenstelling van bepaalde groepen dieren en de procedures voor de goedkeuring van de etiketteringsvoorschriften voor verpakkingen van uitgesneden vlees. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, ook op deskundigenniveau.
(22) Om te garanderen dat de nodige regels voor een goede functionering van de identificatie, de registratie en de traceerbaarheid van runderen en rundvlees worden toegepast, moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie worden gedelegeerd ten aanzien van de vereisten voor alternatieve identificatiemiddelen voor runderen, de bijzondere omstandigheden waarin lidstaten de termijnen voor het aanbrengen van identificatiemiddelen mogen verlengen, de gegevens die tussen de gecomputeriseerde gegevensbestanden van de lidstaten moeten worden uitgewisseld, de termijn voor sommige rapporteringsverplichtingen, de vereisten voor de identificatiemiddelen, de gegevens die moeten worden opgenomen in de paspoorten en in de afzonderlijke registers die op elk bedrijf moeten worden gehouden, het minimumniveau van de officiële controles, de identificatie en registratie van de verplaatsingen van runderen die naar zomerweiden in bergstreken worden overgebracht, de etiketteringsvoorschriften voor bepaalde producten die gelijkwaardig moeten zijn aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1760/2000, de definities van gehakt rundvlees, afsnijdsels van rundvlees en uitgesneden rundvlees, de maximumomvang en de samenstelling van bepaalde groepen dieren en de procedures voor de goedkeuring van de etiketteringsvoorschriften voor verpakkingen van uitgesneden vlees en de door de lidstaten toe te passen administratieve sancties bij niet-naleving van Verordening (EG) nr. 1760/2000. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, ook op deskundigenniveau.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(23) Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 te waarborgen ten aanzien van de registratie van de bedrijven die alternatieve identificatiemiddelen toepassen, de technische kenmerken en modaliteiten waaraan de uitwisseling van gegevens tussen de gecomputeriseerde gegevensbestanden van de lidstaten moet voldoen, het formaat en het ontwerp van de identificatiemiddelen, de technische procedures en normen voor de tenuitvoerlegging van de EID, het formaat van de paspoorten en van het register dat op elk bedrijf moet worden gehouden, de regels betreffende de wijze waarop de sancties die de lidstaten krachtens Verordening (EG) nr. 1760/2000 aan de houders opleggen, moeten worden toegepast en de door de lidstaten te nemen corrigerende acties om te zorgen voor de behoorlijke uitvoering van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wanneer controles ter plekke dit rechtvaardigen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.
(23) Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 te waarborgen ten aanzien van de registratie van de bedrijven die alternatieve identificatiemiddelen toepassen, de technische kenmerken en modaliteiten waaraan de uitwisseling van gegevens tussen de gecomputeriseerde gegevensbestanden van de lidstaten moet voldoen, de verklaring dat het gegevensuitwisselingssysteem tussen de lidstaten volledig operationeel is, het formaat en het ontwerp van de identificatiemiddelen, de technische procedures en normen voor de tenuitvoerlegging van de EID, het formaat van de paspoorten en van het register dat op elk bedrijf moet worden gehouden, de regels betreffende de wijze waarop de sancties die de lidstaten krachtens Verordening (EG) nr. 1760/2000 aan de houders opleggen, moeten worden toegepast en de door de lidstaten te nemen corrigerende acties om te zorgen voor de behoorlijke uitvoering van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wanneer controles ter plekke dit rechtvaardigen, alsmede de nodige maatregelen om een correcte naleving te waarborgen, met name wat betreft de controles, de administratieve sancties en de bepalingen inzake de maximale termijnen als bedoeld in onderhavige verordening, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 23 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(23 bis) De tenuitvoerlegging van deze verordening moet nauwlettend in het oog worden gehouden. Derhalve legt de Commissie uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over zowel de tenuitvoerlegging van deze verordening als de technische en economische haalbaarheid van de invoering van verplichte elektronische identificatie in de gehele Unie. Als in dit verslag geconcludeerd wordt dat elektronische identificatie verplicht moet worden, moet het vergezeld gaan van een passend wetgevingsvoorstel. Deze wetgeving zou het risico van concurrentieverstoring in de interne markt wegnemen.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(1 bis) Aan artikel 2 wordt de volgende definitie toegevoegd:
"gekloonde dieren": dieren verwekt door een aseksuele, kunstmatige reproductiemethode met het oog op de productie van een genetisch identieke of bijna identieke kopie van een individueel dier,
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 1 ter (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(1 ter) Aan artikel 2 wordt de volgende definitie toegevoegd:
"nakomelingen van gekloonde dieren": dieren verwekt door seksuele reproductie, waarbij ten minste één van de voorzaten een gekloond dier is,
Amendement19
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 1 – alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. Alle op een bedrijf aanwezige dieren worden geïdentificeerd met ten minste twee afzonderlijke identificatiemiddelen die overeenkomstig de artikelen 10 en 10 bis zijn toegestaan en door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.
1. Alle op een bedrijf aanwezige dieren worden geïdentificeerd met ten minste twee afzonderlijke identificatiemiddelen die overeenkomstig de artikelen 10 en 10 bis zijn toegestaan en door de bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd. De Commissie zorgt ervoor dat de in de Unie gebruikte identificatiemiddelen interoperabel zijn en consistent met de ISO-normen.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De identificatiemiddelen worden aan de bedrijven toegekend, verdeeld en bij de dieren aangebracht op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze.
De identificatiemiddelen worden aan de bedrijven toegekend, verdeeld en bij de dieren aangebracht op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze. Dit is niet van toepassing op dieren die voor 1 januari 1998 zijn geboren en die niet zijn bestemd voor het handelsverkeer binnen de Unie.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 1 – alinea 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Alle bij één dier aangebrachte identificatiemiddelen dragen dezelfde unieke identificatiecode aan de hand waarvan elk individueel dier kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.
Alle bij één dier aangebrachte identificatiemiddelen dragen dezelfde unieke identificatiecode aan de hand waarvan elk individueel dier kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren. In afwijking hierop kan de bevoegde autoriteit, in gevallen waar de twee afzonderlijke identificatiemiddelen niet dezelfde unieke identificatiecode kunnen dragen, toestaan dat het tweede identificatiemiddel onder haar toezicht een andere code draagt, mits volledige traceerbaarheid wordt gegarandeerd, het dier individueel kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 2 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De lidstaten die van deze mogelijkheid gebruik maken, delen de tekst van die nationale bepalingen aan de Commissie mee.
De lidstaten die van deze mogelijkheid gebruik maken, delen de tekst van die nationale bepalingen aan de Commissie mee. De Commissie verstrekt op haar beurt de overige lidstaten, in een voor die lidstaten gemakkelijk te begrijpen taal, een samenvatting van de geldende nationale bepalingen ingeval van vervoer van dieren naar de lidstaten die gekozen hebben voor verplichte EID en publiceert ze.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 bis –lid 1 – letter b
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
b) 60 dagen voor het tweede identificatiemiddel.
b) 60 dagen voor het tweede identificatiemiddel, wegens redenen die samenhangen met de fysiologische ontwikkeling van de dieren.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 1 bis – lid 2 – alinea 4
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Geen enkel dier mag het bedrijf waarop het is geboren, verlaten voordat de twee identificatiemiddelen zijn aangebracht.
Geen enkel dier mag het bedrijf waarop het is geboren, verlaten voordat de twee identificatiemiddelen zijn aangebracht, behoudens in geval van overmacht.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 bis – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De eerste alinea heeft geen betrekking op dieren die voor 1 januari 1998 zijn geboren en die niet zijn bestemd voor het handelsverkeer binnen de Unie.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 ter – lid 2 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Die termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen na de in lid 1 bedoelde veterinaire controles. In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
Die termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen na de in lid 1 bedoelde veterinaire controles. In afwijking hierop kan deze termijn om redenen die samenhangen met de fysiologische ontwikkeling van de dieren voor het tweede identificatiemiddel met maximaal 60 dagen worden verlengd. In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 quater – lid 2 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De onder b) bedoelde termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de dieren op het bedrijf van bestemming zijn aangekomen. In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
De onder b) bedoelde termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de dieren op het bedrijf van bestemming zijn aangekomen. In afwijking hierop kan deze termijn om redenen die samenhangen met de fysiologische ontwikkeling van de dieren voor het tweede identificatiemiddel met maximaal 60 dagen worden verlengd.In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 quater – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Onverminderd artikel 4, lid 1, alinea 3, kan de bevoegde autoriteit in gevallen waar geen elektronisch identificatiemiddel met dezelfde unieke identificatiecode bij het dier kan worden aangebracht, toestaan dat het tweede identificatiemiddel onder haar toezicht een andere code draagt, mits volledige traceerbaarheid wordt gegarandeerd, het dier individueel kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 quinquies
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Identificatiemiddelen mogen enkel worden verwijderd of vervangen als de bevoegde autoriteit daarvoor toestemming verleent en daarop controle uitoefent. Die toestemming mag alleen worden verleend als de verwijdering of vervanging de traceerbaarheid van het dier niet in het gedrang brengt.
Identificatiemiddelen worden enkel gewijzigd, verwijderd of vervangen als de bevoegde autoriteit daarvoor toestemming verleent en daarop controle uitoefent. Die toestemming mag alleen worden verleend als de wijziging, verwijdering of vervanging de traceerbaarheid van het dier niet in het gedrang brengt.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 5 – streepje 1
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 5 – lid 2 – alinea 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De lidstaten kunnen elektronische gegevens tussen hun gecomputeriseerde gegevensbestanden uitwisselen vanaf de datum waarop de Commissie erkent dat het gegevensuitwisselingssysteem volledig operationeel is.
De lidstaten kunnen elektronische gegevens tussen hun gecomputeriseerde gegevensbestanden uitwisselen vanaf de datum waarop de Commissie erkent dat het gegevensuitwisselingssysteem volledig operationeel is. Dit dient op dusdanige wijze te gebeuren dat gegevensbescherming wordt gewaarborgd en dat iedere vorm van misbruik wordt voorkomen teneinde de belangen van het bedrijf te bewaken.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 6
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 6 – letter c bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(c bis) Wanneer dieren naar derde landen worden uitgevoerd, wordt het paspoort door de laatste houder overhandigd aan de bevoegde autoriteit op de plaats waar het dier wordt uitgevoerd.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 7 –lid 5 – letter b
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
b) binnen vierentwintig uur na een gebeurtenis rechtstreeks bijgewerkte informatie in het gecomputeriseerde gegevensbestand invoert.
b) binnen tweeënzeventig uur na een gebeurtenis rechtstreeks bijgewerkte informatie in het gecomputeriseerde gegevensbestand invoert.”.
Motivering
Vierentwintig uur geeft de veehouders niet voldoende tijd om informatie in de databanken in te voeren. De termijn moet worden verlengd tot 3 dagen of tweeënzeventig uur, om alle veehouders, ook degenen met onvoldoende IT-kennis of ontoereikende apparatuur, of in geval van defecte apparatuur, de mogelijkheid te bieden de gegevens binnen een redelijke termijn op te tekenen en in te voeren.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 8
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 9 bis
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De lidstaten zien erop toe dat wie verantwoordelijk is voor de identificatie en de registratie van dieren, instructies en richtsnoeren krijgt met betrekking tot de van toepassing zijnde bepalingen van deze verordening en van de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Commissie op grond van de artikelen 10 en 10 bis vaststelt, en dat passende opleidingscursussen beschikbaar zijn.
De lidstaten zien erop toe dat wie verantwoordelijk is voor de identificatie en de registratie van dieren, instructies en richtsnoeren krijgt met betrekking tot de van toepassing zijnde bepalingen van deze verordening en van de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Commissie op grond van de artikelen 10 en 10 bis vaststelt, en dat passende opleidingscursussen beschikbaar zijn. Deze informatie wordt kosteloos verstrekt, bij iedere wijziging van de relevante bepalingen en zo vaak als nodig. De lidstaten wisselen optimale werkmethoden uit om een goede cursuskwaliteit en informatie-uitwisseling in de hele Unie te waarborgen.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1 – punt 9
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 10 – lid 1 – letter e
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
e) de identificatie en registratie van de verplaatsingen van runderen die naar zomerweiden in bergstreken worden overgebracht.
e) de identificatie en registratie van de verplaatsingen van runderen bij verschillende soorten van seizoensgebonden verweiding.
Motivering
Er moet een evenwichtige tekst tot stand worden gebracht door hierin alle soorten van verweiding op te nemen, niet alleen verplaatsing naar zomerweiden.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 11 – letter b bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 13 –lid 5 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(b bis) Het volgende lid wordt toegevoegd:
"5 bis. Vanaf [zes maanden na de inwerkingtreding] vermelden marktdeelnemers en organisaties het ook op het etiket indien het rundvlees afkomstig is van gekloonde dieren of van afstammelingen van gekloonde dieren."
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 13 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Titel II – sectie 2 – titel
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(13 bis) De titel van hoofdstuk II, deel II wordt vervangen door de volgende titel: Facultatieve etikettering.
Motivering
Hoewel het de voorkeur zou genieten om de "regeling" voor facultatieve etikettering (met inbegrip van specificaties, sancties, enz.) te schrappen, blijft facultatieve etikettering bestaan. Het is nodig hiervoor algemene voorschriften op te stellen en consumenten te beschermen (waarvoor objectieve informatie is vereist die door de bevoegde autoriteiten kan worden geverifieerd en die begrijpelijk is voor consumenten). Deze algemene voorschriften moeten een aanvulling vormen op de horizontale wetgeving inzake etikettering.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 14
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikelen 16 t/m 18
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(14) De artikelen 16, 17 en 18 worden geschrapt.
Schrappen
Motivering
Het voorstel van de Commissie zou een rechtsvacuüm creëren met betrekking tot de facultatieve etikettering. Zowel de sector als de consumenten hebben evenwel baat bij deze vorm van etikettering, aangezien zij hen nuttige informatie biedt die bijdraagt aan een hogere toegevoegde waarde van de producten.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 14
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 16
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(14)De artikelen 16, 17 en 18 worden geschrapt.
(14)Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
“Algemene regels
Andere dan de in deel I van deze titel gespecificeerde informatie die door marktdeelnemers of organisaties die rundvlees in de handel brengen wordt gebruikt, dient objectief en begrijpelijk voor consumenten te zijn en te kunnen worden geverifieerd door de bevoegde autoriteiten.
Bovendien moet facultatieve etikettering de huidige horizontale wetgeving naleven, met name Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en van de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.”
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 15
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 19 – letters b en c
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
b) de specifieke gegevens die op de etiketten mogen worden vermeld,
Schrappen
c) de etiketteringsvoorschriften met betrekking tot de vereenvoudiging van de oorsprongsaanduiding,
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 17 – letter a
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 22 – lid 1 – alinea 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De Commissie steltvia uitvoeringshandelingen de nodige regels, met inbegrip van de voor de invoering daarvan vereiste overgangsmaatregelen, vast met betrekking tot de procedures voor de toepassing van de in de tweede alinea bedoelde sancties.Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 23, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
De Commissie wordt gemachtigd om, overeenkomstig artikel 22 ter,gedelegeerde handelingenvast te stellenmet de nodige regels, met inbegrip van de voor de invoering daarvan vereiste overgangsmaatregelen, met betrekking tot de procedures voor de toepassing van de in de tweede alinea bedoelde sancties.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 18
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 22 ter
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend volgens de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
1. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend volgens de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
2. De delegatie van de in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheid wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, met ingang van*
2. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10 en 19 en artikel 22, lid 1, derde alinea, en artikel 22, lid 4 bis, wordt aan de Commissie verleend voor vijf jaar, met ingang van*
3. De in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19, en artikel 22, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
3. De in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19, en artikel 22, lid 1, derde alinea, en artikel22, lid4 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit vermelde bevoegdheid. Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
5. Een krachtens artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 4 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.”.
5. Een krachtens artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 1, derde alinea, enartikel 22, lid 4 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
________________
_____________
[*datum van inwerkingtreding van deze verordening of een andere door de wetgever vastgestelde datum].
* PB: Gelieve de datum van inwerkingtreding van deze verordening invoegen.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 19 bis (nieuw)
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 23 bis
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(19 bis) Het volgende artikel wordt ingevoegd:
Artikel 23 bis
Ontwikkelingen op verslagleggings- en wetgevingsgebied
De Commissie legt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voor over zowel de tenuitvoerlegging van deze verordening als de technische en economische haalbaarheid van de invoering van verplichte elektronische identificatie in de gehele Unie. Als in dit verslag geconcludeerd wordt dat elektronische identificatie verplicht moet worden, gaat het vergezeld van een passend wetgevingsvoorstel.
Dit voorstel voor een verordening beoogt 3 belangrijke nieuwe doelstellingen te verwezenlijken:
1/ rekening houden met de nieuwe technologie van de elektronische identificatie van runderen in verordening (EG) nr. 1760/2000;
2/ vereenvoudigen van de bepalingen betreffende de etikettering van rundvlees;
3/ actualiseren van de regels betreffende de aan de Commissie verleende bevoegdheden ten einde rekening te houden met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en de nieuwe bepalingen betreffende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.
Er moet duidelijkheid bestaan over de geldende wetgeving betreffende de identificatie en de traceerbaarheid van runderen en er moet een optimaal voedselveiligheidsniveau tot stand te worden gebracht.
Standpunt van de rapporteur
Een van de voornaamste dingen waar de Europese burgers zich zorgen over maken is de voedselveiligheid. De Europese wetgeving moet dus altijd een optimaal beschermingsniveau waarborgen door middel van geactualiseerde en aangescherpte bepalingen, zo vaak als maar noodzakelijk blijkt. Zo heeft de Europese Unie tengevolge van de BSE-crisis (boviene spongiforme encefalopathie) in 1997 strenge regels vastgesteld inzake de identificatie en traceerbaarheid van runderen. De rapporteur staat positief tegenover het huidige wetgevingsvoorstel van de Commissie omdat de veiligheid van het rundvlees voor de consumenten erdoor wordt verhoogd. Toch stelt zij enkele verduidelijkingen voor ten aanzien van elk van de drie aspecten van deze tekst.
1/ elektronische identificatie
Met behulp van de elektronische identificatie van runderen kunnen er betrouwbaardere gegevens worden verkregen, wat het traceerbaarheidssysteem verbetert en dus de voedselveiligheid verhoogt. Verder kan de registratie van runderen worden versneld, kunnen bepaalde taken worden geautomatiseerd en kan de veestapel doelmatiger worden beheerd. Om die reden moet de ontwikkeling van deze nieuwe technologie worden bevorderd. De huidige wetgeving moet worden geactualiseerd, met name om de elektronische identificatie te erkennen als officiële methode om runderen te identificeren. Tevens moeten de technische normen worden geharmoniseerd om een mogelijk anarchistische ontwikkeling van deze identificatiemethode en gebrekkige interoperabiliteit van de nationale identificatiemiddelen te vermijden.
Toch moet de elektronische identificatie, gezien de grote diversiteit in de Europese rundveehouderij, facultatief blijven voor de rundveehouders, tenzij de betreffende lidstaat ervoor kiest om de elektronische identificatie op zijn grondgebied verplicht te stellen. De rapporteur is groot voorstander van deze benadering die erop neerkomt dat de rundveehouders moeten worden aangemoedigd te kiezen voor EID en dat hun deze technologie niet wordt opgelegd. Omdat grootschalige rundveehouderijen en de veeteeltsector meer mogelijke toepassingen zien van EID dan andere veehouderijen, is het gepast hen sneller dan andere bedrijven voor deze nieuwe technologie te laten kiezen. De rapporteur hoopt dat met de huidige verordening, door de markt van elektronische identificatiemiddelen uit te breiden, de prijzen zullen dalen en dat deze identificatiemethode op termijn algemeen ingang zal vinden, conform de ontwikkelingen wereldwijd.
Afgezien van de voorstellen van de Commissie dringt de rapporteur erop aan dat de informatie voor de gebruikers van het identificatie- en registratiesysteem “kosteloos” is om de kleinschalige veehouderijen en andere gebruikers van het systeem te beschermen en dat deze informatie “zo vaak als nodig” moet worden geactualiseerd om rekening te houden met de aanpassingen van verordening (EG) nr. 1760/2000 en de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op grond van deze verordening worden aangenomen. Bovendien acht zij het noodzakelijk, om de handel in de interne markt niet te belemmeren, dat de Commissie de lidstaten informatie verstrekt over de identificatiemiddelen die aanvaard worden op het grondgebied van de lidstaten die gekozen hebben voor verplichte EID.
2/ vereenvoudiging van de etikettering
De rapporteur is verheugd over de bereidheid van de Commissie om de etikettering van rundvlees te vereenvoudigen door de bepalingen inzake de facultatieve etikettering te schrappen. Deze bepalingen zorgen nl. voor een aanzienlijke administratieve rompslomp zonder dat er voldoende voordelen tegenover staan. De rapporteur is echter van mening dat de aspecten die verband houden met de etikettering van rundvlees gedekt worden door de horizontale wetgeving en dat er dus geen bevoegdheid hoeft te worden verleend aan de Commissie. De wetgever moet zelf zijn rol als opsteller van wetgeving volledig op zich nemen.
3/ actualisering van de aan de Commissie verleende bevoegdheden
De rapporteur stemt er mee in om de bevoegdheid om bepaalde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen te kunnen vaststellen toe te wijzen aan de Commissie. Zij herinnert er echter aan dat de delegatie van de bevoegdheid te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad kan worden herroepen en dat de wetgevers volledig op de hoogte gehouden moeten worden van de voorbereidingen van de handelingen op grond van (EG) nr. 1760/2000. Tenslotte dringt zij er bij de Commissie op aan dat deze uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan het Europees Parlement en aan de Raad een verslag voorlegt, en eventueel passende voorstellen, over de tenuitvoerlegging van deze regelgeving waarin wordt aangegeven welke ontwikkelingen er nodig om een optimaal niveau van voedselveiligheid te bereiken of te handhaven.
ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (14.5.2012)
aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wat betreft de elektronische identificatie van runderen en tot schrapping van de bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees
De rapporteur verwelkomt de voorstellen van de Commissie om elektronische identificatie (EID) van runderen op vrijwillige basis in te voeren. Aangezien de technologie op dit gebied in ontwikkeling is en in steeds grotere mate wordt toegepast, dient de wetgeving te worden aangepast zodat elektronische identificatie wordt erkend als officieel middel om runderen te identificeren.
Deze technologie biedt een reeks voordelen aan degenen die haar willen gebruiken, bovenal op het gebied van traceerbaarheid en kuddebeheer. Nu elektronische identificatie van runderen in steeds grotere mate wordt toegepast, is het van belang dat de technische normen hiervoor in de gehele EU worden geharmoniseerd om de voordelen van deze technologie te optimaliseren.
De rapporteur staat volledig achter het standpunt van de Commissie dat elektronische identificatie facultatief moet blijven, terwijl lidstaten de mogelijkheid wordt geboden om het op hun grondgebied verplicht te stellen. Deze benadering moet ervoor zorgen dat kleinere marktdeelnemers die niet noodzakelijkerwijs van het systeem zouden profiteren niet tot invoering ervan worden gedwongen, om zo onrechtvaardige financiële en administratieve lasten te vermijden.
Schrapping van bepalingen inzake facultatieve etikettering
De rapporteur steunt het voorstel om de bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees te schrappen daar deze regeling marktdeelnemers onnodige bureaucratische lasten bezorgt zonder dat zij de consument wezenlijke voordelen oplevert. Niettemin wordt erkend dat voedselveiligheid en traceerbaarheid uiterst belangrijke zaken zijn voor het grote publiek. In dit verband wordt erop gewezen dat de horizontale wetgeving op deze terreinen toereikend is.
Bevoegdheden van de Commissie
De rapporteur blijft erbij dat voor de nadere bepaling van de sancties in het geval van niet-naleving van de vastgestelde regels, gebruik moet worden gemaakt van gedelegeerde handelingen.
In artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 wordt verwezen naar sancties die kunnen inhouden dat de verplaatsingen van dieren worden beperkt. In het voorstel van de Commissie wordt hieraan toegevoegd dat de procedures en de voorwaarden voor de toepassing van deze sancties via uitvoeringshandelingen moeten worden vastgesteld. In lijn met het standpunt dat het Parlement heeft ingenomen met betrekking tot het proces van aanpassing aan het Verdrag van Lissabon, is de rapporteur van mening dat deze sancties niet via uitvoeringshandelingen maar door middel van gedelegeerde handelingen moeten worden vastgesteld.
AMENDMENTEN
De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(4)De tracering van rundvlees tot aan de bron via identificatie en registratie is een eerste vereiste voor oorsprongsetikettering in de hele voedselketen, wat bescherming biedt voor de consument en de volksgezondheid waarborgt.
(4)De tracering van rundvlees tot aan de bron via identificatie en registratie is een eerste vereiste voor oorsprongsetikettering in de hele voedselketen.Deze maatregelen bieden bescherming voor de consument en waarborgen de volksgezondheid, terwijl zij het consumentenvertrouwen bevorderen.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(5)Verordening (EG) nr. 1760/2000, en meer in het bijzonder de bepalingen inzake de identificatie van runderen en de facultatieve etikettering van rundvlees, zijn in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement betreffende een “Actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten in de EU” vermeld onder de “informatieverplichtingen van bijzonder belang wat betreft de lasten die aan de bedrijven worden opgelegd”.
Schrappen
Motivering
Er is berekend dat de besparingen op administratieve lasten in de gehele EU in geval van afschaffing van de facultatieve etiketteringsregeling 362 000 EUR zouden bedragen. Het betreft hier dus geen buitensporige kosten.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(7)De elektronische identificatiesystemen op basis van radiofrequentie-identificatiezijn de voorbije tien jaar aanzienlijk verbeterd.Die technologie maakt het nu mogelijk de identiteitscode van elk dier sneller en nauwkeuriger rechtstreeks in gegevensverwerkingssystemen in te lezen, waardoor minder tijd nodig is om mogelijk besmette dieren of besmet voedsel te traceren, wat resulteert in lagere arbeidskosten, maar tegelijk de uitrustingskosten verhoogt.
(7)Hoewel de elektronische identificatiesystemen op basis van radiofrequentie-identificatie de voorbije tien jaarzijn verbeterd, leert de ervaring met de invoering van verplichte elektronische identificatie voor kleine herkauwers dat het wegens gebrekkige technologie en praktische problemen vaak onmogelijk is om 100% nauwkeurigheid te bewerkstelligen.Fouten die worden veroorzaakt door elektronische identificatiesystemen en andere technologische tekortkomingen mogen geen sancties voor veehouders tot gevolg hebben.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(16)Het opleggen van EID in de hele Unie kan voor bepaalde marktdeelnemers economisch nadelige effecten hebben.Het is derhalvedienstig een vrijwillige regeling voor de invoering van EID in te stellen.In het kader van een dergelijke regeling zou voor EID worden gekozen door houders die daar wellicht rechtstreeks economisch voordeel bij hebben.
(16)Het opleggen van EID in de hele Unie zou voor bepaalde marktdeelnemers economisch nadelige effecten kunnen hebben.Het is derhalvewenselijk een vrijwillige regeling voor de invoering van EID in te stellen.Een vrijwillige regeling zou het mogelijk maken dat alleen voor EID wordt gekozen door marktdeelnemers die daar wellicht rechtstreeks en aanzienlijk economisch voordeel van ondervinden.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(17) De lidstaten hebben zeer uiteenlopende veehouderijsystemen, landbouwpraktijken en sectororganisaties. Daarom moet worden toegestaan dat de lidstaten EID op hun grondgebied uitsluitend verplicht maken als zij die identificatie, na afweging van al die factoren, geschikt achten.
(17) De lidstaten hebben zeer uiteenlopende veehouderijsystemen, landbouwpraktijken en sectororganisaties. Daarom moet worden toegestaan dat de lidstaten EID op hun grondgebied uitsluitend verplicht maken na overleg met alle betrokkenen, met inbegrip van veehouders en sectororganisaties, als zij die identificatie, na afweging van al die factoren, inclusief eventuele negatieve gevolgen voor kleine veehouders, geschikt achten.De lidstaten moeten speciale regelingen kunnen instellen voor kleine veehouders.Iedere vorm van concurrentievervalsing binnen de interne markt moet worden voorkomen.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(20) Deel II van titel II van Verordening (EG) nr. 1760/2000 omvat voorschriften voor een facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees, in het kader waarvan de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde specificaties moet goedkeuren.De administratieve lasten en de kosten voor de lidstaten en de marktdeelnemers met betrekking tot de toepassing van deze regeling staan niet in verhouding tot de voordelen van de regeling. Daarom moet dat deel worden geschrapt.
(20) Deel II van titel II van Verordening (EG) nr. 1760/2000 omvat voorschriften voor een facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees, in het kader waarvan de bevoegde autoriteit van de lidstaat bepaalde specificaties moet goedkeuren. Geziende ontwikkelingen die sinds de goedkeuring van die verordening in de rundvleessector hebben plaatsgevonden, is het echter noodzakelijk de facultatieve etiketteringsregelingvoor rundvlees te herzien. Daarom moet dat deel worden geschrapt.Onverminderd het bovenstaande en met het oog op een goedwerkende facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees die in overeenstemming is met de regeling in andere sectoren, mag de schrapping van het genoemde deel echter niet in werking treden voordat dit is vervangen door beter uitgewerkte bepalingen van de wetgeving van de Unie met betrekking tot handelsnormen voor dierlijke producten, of door andere regelgeving met een soortgelijk effect.
Motivering
Het voorstel van de Commissie zou een rechtsvacuüm creëren met betrekking tot de facultatieve etikettering. Zowel de sector als de consumenten hebben evenwel baat bij deze vorm van etikettering, aangezien zij hen nuttige informatie biedt die bijdraagt aan een hogere toegevoegde waarde van de producten.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
(20 bis) De Commissie moet ervoor zorgen dat de bepalingen inzake facultatieve etikettering, met de nodige actualiseringen en verbeteringen, hun beslag krijgen in de communautaire wetgeving op het gebied van rundvlees.
Motivering
Het voorstel van de Commissie zou een rechtsvacuüm creëren met betrekking tot de facultatieve etikettering. Zowel de sector als de consumenten hebben evenwel baat bij deze vorm van etikettering, aangezien zij hen nuttige informatie biedt die bijdraagt aan een hogere toegevoegde waarde van de producten.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 1 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De identificatiemiddelen worden aan de bedrijven toegekend, verdeeld en bij de dieren aangebracht op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze.
De identificatiemiddelen worden aan de bedrijven toegekend, verdeeld en bij de dieren aangebracht op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze.Dit is niet van toepassing op dieren die voor 1 januari 1998 zijn geboren en die niet zijn bestemd voor het handelsverkeer binnen de EU.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 1 – alinea 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Alle bij één dier aangebrachte identificatiemiddelen dragen dezelfde unieke identificatiecode aan de hand waarvan elk individueel dier kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.
Alle bij één dier aangebrachte identificatiemiddelen dragen dezelfde unieke identificatiecode aan de hand waarvan elk individueel dier kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.In afwijking hierop kan de bevoegde autoriteit, in gevallen waar de twee afzonderlijke identificatiemiddelen niet dezelfde unieke identificatiecode kunnen dragen, toestaan dat het tweede identificatiemiddel onder haar toezicht een andere code draagt, mits volledige traceerbaarheid wordt gegarandeerd, het dier individueel kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 – lid 1 – alinea 3 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De normen voor de identificatiesystemen zijn internationale ISO-normen.
Motivering
Er moet consistentie zijn tussen de identificatiesystemen van de lidstaten.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 bis – lid 1 – letter b
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
b)60 dagen voor het tweede identificatiemiddel.
b)60 dagen voor het tweede identificatiemiddel, wegens redenen die samenhangen met de fysiologische ontwikkeling van de dieren.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 bis– lid 1 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Geen enkel dier mag het bedrijf waarop het is geboren, verlaten voordat de twee identificatiemiddelen zijn aangebracht.
Geen enkel dier mag het bedrijf waarop het is geboren, verlaten voordat de twee identificatiemiddelen zijn aangebracht, behoudens in geval van overmacht.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 bis – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De eerste alinea heeft geen betrekking op dieren die voor 1 januari 1998 zijn geboren en die niet zijn bestemd voor het handelsverkeer binnen de EU.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 ter – lid 2 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Die termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen na de in lid 1 bedoelde veterinaire controles.In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
Die termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen na de in lid 1 bedoelde veterinaire controles.In afwijking hierop kan deze termijn om redenen die samenhangen met de fysiologische ontwikkeling van de dieren voor het tweede identificatiemiddel met maximaal 60 dagen worden verlengd.In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 quater – lid 2 – alinea 2
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
De onder b) bedoelde termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de dieren op het bedrijf van bestemming zijn aangekomen.In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
De onder b) bedoelde termijn mag niet meer bedragen dan 20 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de dieren op het bedrijf van bestemming zijn aangekomen.In afwijking hierop kan deze termijn om redenen die samenhangen met de fysiologische ontwikkeling van de dieren voor het tweede identificatiemiddel met maximaal 60 dagen worden verlengd.In elk geval moeten de identificatiemiddelen bij de dieren worden aangebracht voordat zij het bedrijf van bestemming verlaten.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 4 quater – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Onverminderd artikel 4, lid 1, alinea 3, kan de bevoegde autoriteit in gevallen waar geen elektronisch identificatiemiddel met dezelfde unieke identificatiecode bij het dier kan worden aangebracht, toestaan dat het tweede identificatiemiddel onder haar toezicht een andere code draagt, mits volledige traceerbaarheid wordt gegarandeerd, het dier individueel kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 7 – lid 5 – letter b
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
b)binnen vierentwintig uur na een gebeurtenis rechtstreeks bijgewerkte informatie in het gecomputeriseerde gegevensbestand invoert.”.
b)binnen tweeënzeventig uur na een gebeurtenis rechtstreeks bijgewerkte informatie in het gecomputeriseerde gegevensbestand invoert.”.
Motivering
Vierentwintig uur geeft de veehouders niet voldoende tijd om informatie in de databanken in te voeren. De termijn moet worden verlengd tot 3 dagen of tweeënzeventig uur, om alle veehouders, ook degenen met onvoldoende IT-kennis of ontoereikende apparatuur, of in geval van defecte apparatuur, de mogelijkheid te bieden de gegevens binnen een redelijke termijn op te tekenen en in te voeren.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 10 – letter e
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
e)de identificatie en registratie van de verplaatsingen van runderen die naar zomerweiden in bergstreken worden overgebracht.”.
e)de identificatie en registratie van de verplaatsingen van runderen bij verschillende soorten van seizoensgebonden verweiding.
Motivering
Er moet een evenwichtige tekst tot stand worden gebracht door hierin alle soorten van verweiding op te nemen, niet alleen verplaatsing naar zomerweiden.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 10
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 10 bis – alinea 1 – letter b
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
b)de technische procedures en normen voor de tenuitvoerlegging van de elektronische identificatie van runderen;
b)de technische procedures en normen voor de tenuitvoerlegging van de elektronische identificatie van runderen overeenkomstig de internationale ISO-normen;
Motivering
Er moet worden gezorgd voor consistentie tussen de identificatiesystemen van alle lidstaten.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 17 – letter a
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 22 – lid 1 – alinea 3
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
"De Commissie stelt via uitvoeringshandelingen de nodige regels, met inbegrip van de voor de invoering daarvan vereiste overgangsmaatregelen, vast met betrekking tot de procedures voor de toepassing van de in de tweede alinea bedoelde sancties.Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 23, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
De Commissie wordt gemachtigd om, overeenkomstig artikel 22 ter, gedelegeerde handelingen vast te stellen met de nodige regels, met inbegrip van de voor de invoering daarvan vereiste overgangsmaatregelen, met betrekking tot de procedures voor de toepassing van de in de tweede alinea bedoelde sancties.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – punt 18
Verordening (EG) nr. 1760/2000
Artikel 22 ter
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
1.De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend volgens de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
1.De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend volgens de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
2.De delegatie van de in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheid wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, met ingang van*
2.De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 1, derde alinea, en artikel 4 bis, wordt aan de Commissie verleend voor onbepaalde tijd, met ingang van*
3.De in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19, en artikel 22, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld.Het besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld.Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
3.De in artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19, en artikel 22, lid 1, derde alinea, en artikel 4 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.Een besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld.Het besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld.Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
5.Een krachtens artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2, de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 4 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken.Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.”.
5.Een krachtens artikel 4, lid 5, artikel 4 bis, lid 2,de artikelen 5, 7, 10, 14 en 19 en artikel 22, lid 1, derde alinea, en artikel 4 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt pas in werking als noch het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de datum van kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, of als zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie vóór het verstrijken van deze termijn heeft meegedeeld geen bezwaar te zullen maken.Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met twee maanden worden verlengd.
________________
_____________
*[*datum van inwerkingtreding van deze verordening of een andere door de wetgever vastgestelde datum].m
* PB:gelieve de datum van inwerkingtreding van deze verordening invoegen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
Artikel 1 bis
Overgangsbepalingen
Artikel 1, punt 14, treedt in werking op 1 januari 2014.
Motivering
Met dit amendement wordt beoogd voldoende tijd te laten voor de opstelling en goedkeuring van adequatere specifieke Europese regelgeving inzake facultatieve etikettering.
PROCEDURE
Titel
Wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 inzake de elektronische identificatie van runderen en schrappen van bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees
John Stuart Agnew, Liam Aylward, José Bové, Luis Manuel Capoulas Santos, Michel Dantin, Paolo De Castro, Diane Dodds, Herbert Dorfmann, Robert Dušek, Hynek Fajmon, Iratxe García Pérez, Julie Girling, Béla Glattfelder, Sergio Gutiérrez Prieto, Martin Häusling, Esther Herranz García, Peter Jahr, Elisabeth Jeggle, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, Giovanni La Via, George Lyon, Mairead McGuinness, Krisztina Morvai, Mariya Nedelcheva, James Nicholson, Wojciech Michał Olejniczak, Georgios Papastamkos, Marit Paulsen, Britta Reimers, Ulrike Rodust, Giancarlo Scottà, Czesław Adam Siekierski, Alyn Smith, Csaba Sándor Tabajdi, Janusz Wojciechowski
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Pilar Ayuso, María Auxiliadora Correa Zamora, Spyros Danellis, Karin Kadenbach, Sandra Kalniete, Christa Klaß, Maria do Céu Patrão Neves, Petri Sarvamaa, Milan Zver
PROCEDURE
Titel
Wijziging van Verordening (EG) nr. 1760/2000 inzake de elektronische identificatie van runderen en schrappen van bepalingen inzake de facultatieve etikettering van rundvlees
Kriton Arsenis, Sophie Auconie, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Sergio Berlato, Lajos Bokros, Milan Cabrnoch, Martin Callanan, Chris Davies, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Matthias Groote, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Karin Kadenbach, Christa Klaß, Holger Krahmer, Jo Leinen, Corinne Lepage, Peter Liese, Kartika Tamara Liotard, Zofija Mazej Kukovič, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Andres Perello Rodriguez, Mario Pirillo, Pavel Poc, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Dagmar Roth-Behrendt, Kārlis Šadurskis, Carl Schlyter, Richard Seeber, Theodoros Skylakakis, Bogusław Sonik, Salvatore Tatarella, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Glenis Willmott, Sabine Wils
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)
Gaston Franco, James Nicholson, Eva Ortiz Vilella, Justas Vincas Paleckis, Vittorio Prodi, Britta Reimers, Michèle Rivasi, Alda Sousa, Bart Staes, Marita Ulvskog, Andrea Zanoni