Procedure : 2012/0279(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0061/2014

Ingediende teksten :

A7-0061/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/03/2014 - 9.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0183

AANBEVELING     ***
PDF 176kWORD 79k
29 januari 2014
PE 514.563v02-00 A7-0061/2014

over het ontwerp van besluit van de Raad tot sluiting, namens de Europese Unie, van het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik, gevoegd bij het Verdrag inzake biologische diversiteit

(06852/2013 – C7-0005/2014 – 2012/0279(NLE))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Sandrine Bélier

PR_NLE-AP_art90

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad tot sluiting, namens de Europese Unie, van het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik, gevoegd bij het Verdrag inzake biologische diversiteit

(06852/2013 – C7-0005/2014 – 2012/0279(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–   gezien het ontwerp van besluit van de Raad (06852/2013),

–   gezien het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik, gevoegd bij het Verdrag inzake biologische diversiteit,

–   gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 192, lid 1, en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7-0005/2014),

–   gezien artikel 81 en artikel 90, lid 7, van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A7-0061/2014),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.


TOELICHTING

Tijdens de internationale top over biodiversiteit op 29 oktober 2010 in Nagoya (Japan) hebben de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD) drie historische overeenkomsten gesloten om de achteruitgang van de biodiversiteit tegen te gaan: het Protocol van Nagoya, het algemeen strategisch plan voor biodiversiteit 2011-2020 en de oprichting van het intergouvernementeel platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBES).

Het Protocol van Nagoya is een internationaal verdrag dat betrekking heeft op de toegang tot genetische hulpbronnen en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik ervan. Sinds de opstelling is het door 92 landen ondertekend, waaronder de Europese Unie en 26 lidstaten. Het protocol voert een internationale regeling in met het oog op de verwezenlijking van een van de doelstellingen van het VBD, namelijk de verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische hulpbronnen om de biodiversiteit en de duurzame benutting ervan in stand te houden. Deze belangrijke overeenkomst in de internationale aanpak van de biodiversiteit is het resultaat van lange onderhandelingen sinds de goedkeuring van het VBD in Rio de Janeiro in 1992, een overeenkomst die tot stand is gekomen in de context van de mondiale biodiversiteitscrisis, met een steeds sneller voortschrijdend verlies van soorten. Momenteel is een derde van de soorten met uitsterven bedreigd (IUCN, 2012) en de complexe ecosystemen die een essentiële bijdrage leveren tot het menselijk bestaan komen door de mens steeds meer onder druk te staan. Om het tij te keren moeten zowel internationaal als lokaal de nodige, in hoofdzaak financiële middelen worden uitgetrokken om de biodiversiteit die voor onze samenlevingen van vitaal belang is, in stand te houden. Het Protocol van Nagoya wil hiertoe bijdragen.

Het Protocol van Nagoya berust op drie pijlers: de toegang tot genetische hulpbronnen, de verdeling van de voordelen en de naleving van verplichtingen.

Een eerste principe is dat de toegang tot de genetische hulpbronnen onder de soevereine bevoegdheid van de staten valt. Deze zullen op nationaal niveau maatregelen moeten nemen om de rechtszekerheid te waarborgen, door middel van een duidelijk wetgevingskader en de afgifte van een of andere vorm van vergunning waarmee toegang wordt verleend. Dit om het onderzoek en de instandhouding van genetische hulpbronnen in situ te bevorderen.

Daarnaast hebben de partijen zich ertoe verbonden de verdeling van de voordelen te verzekeren: een eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische hulpbronnen, alsook mogelijke latere toepassingen en commercialisatie. De term "gebruik" omvat ook onderzoek en ontwikkeling in verband met de genetische en/of biochemische samenstelling van genetische rijkdommen. De verdeling van de voordelen is onderworpen aan voorwaarden die in de vorm van een contract tussen verstrekker en gebruiker worden vastgelegd. De voordelen kunnen financieel zijn, bv. heffingen, of van andere aard, bv. het delen van onderzoeksresultaten of de overdracht van technologie. Het Protocol van Nagoya stelt ook de invoering voor van een wereldwijd multilateraal verdelingsmechanisme van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische rijkdommen in grensoverschrijdende situaties of wanneer het niet mogelijk is voorafgaande geïnformeerde toestemming te verkrijgen. De voordelen die via dit mechanisme worden verdeeld moeten worden gebruikt voor de wereldwijde instandhouding en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit.

Ten slotte legt het protocol ook de specifieke verplichtingen vast die de eerbiediging moeten waarborgen van de nationale wetgevingen van de ondertekenende partijen die de genetische rijkdommen verstrekken, en de contractuele verplichtingen in de gezamenlijk overeengekomen voorwaarden. Via deze maatregelen verzekeren de partijen zich ervan dat de gebruikte genetische hulpbronnen wettig verkregen zijn en dat het vereiste verdelingscontract is opgesteld. Daartoe moeten zij een doeltreffend systeem voor toezicht en controle opzetten, en zorgen voor judiciële samenwerking.

Het Protocol van Nagoya zorgt voor meer rechtszekerheid en een grotere transparantie, zowel voor verstrekkers als voor gebruikers van genetische hulpbronnen. Het protocol draagt aldus bij tot de verdeling van de voordelen en tot duidelijker voorwaarden voor de toegang tot genetische rijkdommen. Door de rechtszekerheid te vergroten en de verdeling van de voordelen te bevorderen geeft het Protocol van Nagoya een impuls aan het onderzoek inzake genetische hulpbronnen, dat kan leiden tot nieuwe ontdekkingen die iedereen ten goede komen. Het Protocol van Nagoya draagt er ook toe bij dat genetische hulpbronnen in situ worden bewaard en op duurzame wijze worden gebruikt, hetgeen de biodiversiteit en dus ook de ontwikkeling en het welzijn van de mens ten goede komt.

De Europese Unie neemt een centrale plaats in wat het gebruik van genetische hulpbronnen betreft, niet alleen omdat zij talrijke collecties en onderzoekscentra telt, maar ook omdat veel industrieën van genetische hulpbronnen gebruik maken. Duurzame toegang tot genetische hulpbronnen is dus van cruciaal belang en moet worden verzekerd door het verbeteren van de vertrouwensrelatie met onze internationale partners en een duidelijk wetgevingskader voor het gebruik.

Het Protocol van Nagoya treedt in werking wanneer het door 50 staten is geratificeerd. Het is daarom van essentieel belang dat de Europese Unie en alle lidstaten het protocol zo spoedig mogelijk ratificeren om hun voortrekkersrol te behouden en aan tafel te zitten bij de eerste onderhandelingen die zullen plaatsvinden tijdens de volgende conferentie tussen de partijen in 2014.

In het licht van wat voorafgaat beveelt de rapporteur aan dat het Europees Parlement de ratificatie van het Protocol van Nagoya door de Europese Unie goedkeurt.


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (30.5.2013)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een besluit van de Raad tot sluiting van het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik, gevoegd bij het Verdrag inzake biologische diversiteit

(COM(2012)0577 – C7-0000/2013 – 2012/0279(NLE))

Rapporteur voor advies: Catherine Grèze

BEKNOPTE MOTIVERING

In het Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD), dat tijdens de VN-Milieutop van Rio in 1992 werd ondertekend, werden de volgende beginselen in artikel 15 vastgelegd:

-  staten hebben soevereine rechten met betrekking tot hun biologische rijkdommen;

-  de toegang tot genetische rijkdommen wordt verleend op basis van voorafgaande geïnformeerde toestemming en onderling overeengekomen voorwaarden;

-  de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van de genetische rijkdommen worden op eerlijke en billijke wijze gedeeld met het land dat de rijkdommen levert.

In het VBD werd ook verwezen naar de traditionele kennis van inheemse en lokale gemeenschappen over het gebruik van biologische rijkdommen en naar de billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van deze kennis.

In de praktijk had het VBD echter weinig invloed. Tien jaar na de inwerkingtreding van het VBD gingen onderhandelingen van start over een protocol inzake de toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen. Deze onderhandelingen werden in 2010 afgerond en resulteerden in het Protocol van Nagoya, dat de EU en alle EU-lidstaten inmiddels hebben ondertekend.

Het Protocol van Nagoya bevat bepalingen die erop gericht zijn meer voorspelbare voorwaarden voor toegang tot genetische rijkdommen te scheppen, batenverdeling tussen gebruikers en verstrekkers van genetische rijkdommen te waarborgen, te waarborgen dat uitsluitend legaal verkregen genetische rijkdommen worden gebruikt op basis van voorafgaande geïnformeerde toestemming en onderling overeengekomen voorwaarden. Hieruit blijkt dat het Protocol van Nagoya een belangrijk instrument is om biopiraterij te bestrijden.

Het is hoog tijd om meer dan twintig jaar na het ondertekenen van het Verdrag inzake biologische diversiteit een kader te scheppen voor de uitvoering van de beginselen inzake de toegang tot genetische rijkdom en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen, en hiermee in overeenstemming met de doelstellingen van het Verdrag bij te dragen tot het behoud van biologische diversiteit en het duurzame gebruik van bestanddelen daarvan. Gelet op de twaalfde vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit die in oktober 2014 in Zuid-Korea zal worden gehouden, dient het Protocol van Nagoya spoedig te worden geratificeerd en in werking te treden, en moet een Europese verordening worden vastgesteld waarin dit protocol ten uitvoer wordt gelegd.

******

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid het Parlement voor te stellen zijn goedkeuring te geven.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.5.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Thijs Berman, Corina Creţu, Véronique De Keyser, Charles Goerens, Mikael Gustafsson, Eva Joly, Filip Kaczmarek, Gay Mitchell, Bill Newton Dunn, Andreas Pitsillides, Maurice Ponga, Jean Roatta, Alf Svensson, Keith Taylor, Ivo Vajgl, Anna Záborská, Iva Zanicchi

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Eric Andrieu, Philippe Boulland, Emer Costello, Isabella Lövin, Cristian Dan Preda


ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (30.5.2013)

aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

inzake het voorstel voor een besluit van de Raad tot sluiting van het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van voordelen voortvloeiende uit hun gebruik, gevoegd bij het Verdrag inzake biologische diversiteit

(COM(2012)0577 – C7-0000/203 – 2012/0279(NLE))

Rapporteur voor advies: José Bové

BEKNOPTE MOTIVERING

Het voorstel voor een besluit van de Raad in behandeling heeft betrekking op het Protocol van Nagoya inzake toegang tot genetische hulpbronnen en de eerlijke en billijke verdeling van de baten die voortvloeien uit het gebruik ervan (hierna het Protocol van Nagoya genoemd), dat in oktober 2010 werd goedgekeurd. Het Protocol van Nagoya is de voortzetting van het oudere Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD), dat reeds in voege is. Meer bepaald artikel 15 van dit verdrag bevat een kader van de regels voor de toegang en de verdeling van de baten; in het Protocol van Nagoya wordt hieraan inhoud gegeven en in wezen een nieuw internationaal kader gecreëerd voor de toegang en de verdeling van de baten.

De Europese Unie en de meeste lidstaten hebben het Protocol van Nagoya ondertekend; 50 ratificaties zijn nodig opdat het in werking treedt, hetgeen wordt verwacht in 2014. Het valt te verwachten dat de lidstaten, die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de opstelling van het Protocol van Nagoya, het snel zullen ratificeren. De rapporteur voor advies steunt het Protocol van Nagoya en wenst dat het snel wordt geratificeerd.

In zijn afzonderlijk advies inzake het voorstel voor een verordening ter uitvoering van het Protocol van Nagoya in de Unie (referenties: COM(2012)0576 definitief en 2012/0278 (COD)) stelt de rapporteur voor advies enkele amendementen voor om de toekomstige verordening doeltreffender te maken. Voor een volledige verklaring van de mening van de rapporteur voor advies over de uitvoering van het Protocol van Nagoya in de Unie, gelieve de desbetreffende "beknopte motivering" te raadplegen, die hier niet opnieuw wordt weergegeven.

******

De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid het Parlement voor te stellen zijn goedkeuring te geven.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

30.5.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Eric Andrieu, José Bové, Luis Manuel Capoulas Santos, Vasilica Viorica Dăncilă, Michel Dantin, Albert Deß, Diane Dodds, Herbert Dorfmann, Robert Dušek, Iratxe García Pérez, Béla Glattfelder, Martin Häusling, Peter Jahr, Elisabeth Jeggle, Elisabeth Köstinger, George Lyon, Mairead McGuinness, James Nicholson, Wojciech Michał Olejniczak, Marit Paulsen, Britta Reimers, Alfreds Rubiks, Giancarlo Scottà, Czesław Adam Siekierski, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Alyn Smith, Ewald Stadler, Csaba Sándor Tabajdi, Marc Tarabella, Janusz Wojciechowski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Marian Harkin, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Jens Nilsson


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

4.7.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

57

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Martina Anderson, Elena Oana Antonescu, Kriton Arsenis, Sophie Auconie, Paolo Bartolozzi, Sandrine Bélier, Lajos Bokros, Franco Bonanini, Biljana Borzan, Nessa Childers, Yves Cochet, Chris Davies, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Jill Evans, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Karin Kadenbach, Christa Klaß, Eija-Riitta Korhola, Corinne Lepage, Linda McAvan, Vladko Todorov Panayotov, Gilles Pargneaux, Antonyia Parvanova, Andrés Perelló Rodríguez, Mario Pirillo, Pavel Poc, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Kārlis Šadurskis, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Theodoros Skylakakis, Bogusław Sonik, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber, Glenis Willmott, Sabine Wils

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Erik Bánki, Gaston Franco, James Nicholson, Vittorio Prodi, Britta Reimers, Alda Sousa, Struan Stevenson, Marita Ulvskog, Vladimir Urutchev, Anna Záborská

Laatst bijgewerkt op: 27 februari 2014Juridische mededeling