Procedure : 2013/0186(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0095/2014

Ingediende teksten :

A7-0095/2014

Debatten :

PV 11/03/2014 - 17
CRE 11/03/2014 - 17

Stemmingen :

PV 12/03/2014 - 8.13

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0220

VERSLAG     ***I
PDF 541kWORD 532k
6 februari 2014
PE 522.770v03-00 A7-0095/2014

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van de wetgeving op het gebied van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking)

(COM(2013)0410 – C7-0171/2013 – 2013/0186(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

(Herschikking – Artikel 87 van het Reglement)

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDSICHE ZAKEN
 BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van de wetgeving op het gebied van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking)

(COM(2013)0410 – C7-0171/2013 – 2013/0186(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0410),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0171/2013),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door het Maltese parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 11 december 2013(1),

–   na raadpleging van het Comité van de Regio's,

–   gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(2),

–   gezien de brief van … van de Commissie juridische zaken aan de Commissie vervoer en toerisme overeenkomstig artikel 87, lid 3, van zijn Reglement,

–   gezien de artikelen 87 en 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A7-0095/2014),

A. overwegende dat het betreffende voorstel volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, geen andere materiële wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven in het voorstel, en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de vorige besluiten samen met die materiële wijzigingen, het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande teksten inhoudt, zonder enige wijziging van de inhoud;

1.  neemt het hierna uiteengezette standpunt in eerste lezing aan met inachtneming van de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) De verwezenlijking van het gemeenschappelijke vervoersbeleid vergt een efficiënt luchtvervoerssysteem dat een veilige en reguliere uitvoering van luchtvervoersdiensten mogelijk maakt, waardoor het vrije verkeer van goederen, personen en diensten wordt bevorderd.

Schrappen

Motivering

Deze overweging is overbodig ten opzichte van overweging 5. De laatstgenoemde overweging, die vollediger is, dient te worden gehandhaafd.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) Om te voorkomen dat de verwachte toename van het luchtverkeer tot congestie van het Europese luchtruim leidt of deze vergroot, met alle kosten van dien op economisch, milieu- en veiligheidsgebied, moet een einde worden gemaakt aan de versnippering van dit luchtruim en moet aldus deze verordening zo snel mogelijk ten uitvoer worden gelegd.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter) De uitvoering van het gemeenschappelijk Europees luchtruim zou een positieve rol moeten spelen op het gebied van groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen in Europa, met name door de vraag naar hooggekwalificeerde banen te stimuleren.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Bij de gelijktijdige inspanningen gericht op het aanscherpen van de normen inzake luchtvervoersveiligheid en op het verbeteren van de totale prestatie van het luchtverkeersbeheer en de luchtvaartnavigatiediensten voor het algemene luchtvervoer in Europa, dient rekening te worden gehouden met de menselijke factor. Vandaar dat de lidstaten de invoering van zogenaamde "just culture"-beginselen dienen te overwegen.

(6) Bij de gelijktijdige inspanningen gericht op het aanscherpen van de normen inzake luchtvervoersveiligheid en op het verbeteren van de totale prestatie van het luchtverkeersbeheer en de luchtvaartnavigatiediensten voor het algemene luchtvervoer in Europa, dient rekening te worden gehouden met de menselijke factor. Vandaar dat er, naast de invoering van zogenaamde "just culture"-beginselen, ook relevante prestatie-indicatoren dienen te worden opgenomen in de prestatieregeling van de wetgeving inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) De lidstaten hebben een algemene verklaring betreffende militaire vraagstukken in verband met het gemeenschappelijk Europees luchtruim18 aangenomen. Volgens deze verklaring moeten de lidstaten de civiel-militaire samenwerking versterken en, indien en voorzover dat door alle betrokken lidstaten noodzakelijk wordt geacht, de samenwerking tussen hun strijdkrachten in alle aangelegenheden op het gebied van luchtverkeersbeheer bevorderen.

(7) De lidstaten hebben een algemene verklaring betreffende militaire vraagstukken in verband met het gemeenschappelijk Europees luchtruim18 aangenomen. Volgens deze verklaring moeten de lidstaten de civiel-militaire samenwerking versterken en, indien en voorzover dat door alle betrokken lidstaten noodzakelijk wordt geacht, de samenwerking tussen hun strijdkrachten in alle aangelegenheden op het gebied van luchtverkeersbeheer bevorderen om het flexibele gebruik van het luchtruim te bevorderen.

__________________

__________________

18 Zie blz. 9 van dit Publicatieblad.

18 Zie blz. 9 van dit Publicatieblad.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Om te garanderen dat het toezicht op de dienstverlening in heel Europa op correcte en consequente wijze plaatsvindt, moeten de nationale toezichthoudende instanties de garantie op voldoende onafhankelijkheid en middelen krijgen. Deze onafhankelijkheid mag deze instanties niet weerhouden van de uitoefening van hun taken binnen een administratief kader.

(10) Om te garanderen dat het toezicht op de dienstverlening in heel Europa op correcte, consequente en onafhankelijke wijze plaatsvindt, moeten de nationale luchtvaartautoriteiten de garantie op de nodige middelen krijgen, zowel op financieel vlak als op het vlak van personeel. Deze onafhankelijkheid mag deze instanties niet weerhouden van de uitoefening van hun taken binnen een administratief kader.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) De nationale toezichthoudende instanties spelen een belangrijke rol bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en de Commissie moet bijgevolg hun onderlinge samenwerking vergemakkelijken om hen op die manier in staat te stellen beste praktijken uit te wisselen en een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen, onder meer door verhoogde samenwerking op regionaal niveau. Deze samenwerking moet op regelmatige basis gebeuren.

(11) De nationale luchtvaartautoriteiten spelen een belangrijke rol bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim. De Commissie en het Europees luchtvaartagentschap (EAA) moeten bijgevolg hun onderlinge samenwerking vergemakkelijken om hen op die manier in staat te stellen beste praktijken uit te wisselen en een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen, onder meer door verhoogde samenwerking op regionaal niveau, door te zorgen voor een platform voor dergelijke uitwisselingen. Deze samenwerking moet op regelmatige basis gebeuren.

 

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) De sociale partners moeten beter worden geïnformeerd en geraadpleegd over alle maatregelen die belangrijke sociale gevolgen hebben. Ook moet op het niveau van de Unie het comité voor de sectoriële dialoog, opgericht bij Besluit 98/500/EG19, worden geraadpleegd.

(12) Met het oog op de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim moeten de sociale partners beter worden geïnformeerd en geraadpleegd over alle maatregelen die belangrijke sociale gevolgen hebben. Ook moet op het niveau van de Unie het comité voor de sectoriële dialoog, opgericht bij Besluit 98/500/EG19, worden geraadpleegd.

__________________

__________________

19 PB L 225 van 12.8.1998, blz. 27.

19 PB L 225 van 12.8.1998, blz. 27.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De verlening van communicatie-, navigatie- en surveillancediensten en van meteorologische diensten en luchtvaartinlichtingendiensten dient te worden georganiseerd onder marktvoorwaarden, met inachtneming van de bijzondere kenmerken van deze diensten en onder handhaving van een hoog veiligheidsniveau.

(13) De verlening van communicatie-, navigatie- en surveillancediensten en van meteorologische diensten, diensten voor het ontwerpen van het luchtruim en luchtvaartinlichtingendiensten, samen met diensten die gegevens formatteren en aan het algemeen luchtvaartverkeer verstrekken, kan worden georganiseerd onder marktvoorwaarden, met inachtneming van de bijzondere kenmerken van deze diensten, terwijl een hoog veiligheidsniveau wordt gehandhaafd en de klimaateffecten worden verminderd.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) De gemeenschappelijke projecten, die bedoeld zijn om luchtruimgebruikers en/of verleners van luchtvaartnavigatiediensten te helpen bij het verbeteren van de gemeenschappelijke infrastructuur voor luchtvaartnavigatie, het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten en het gebruik van het luchtruim, en met name projecten die nodig kunnen zijn voor de tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer, zoals bekrachtigd bij Besluit 2009/320/EG20 van de Raad, overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad, mogen geen afbreuk doen aan reeds bestaande projecten met soortgelijke doelstellingen waartoe door een of meer lidstaten is besloten. De bepalingen betreffende de financiering van de uitvoering van de gemeenschappelijke projecten mogen niet vooruitlopen op de manier waarop deze gemeenschappelijke projecten worden opgezet. De Commissie mag voorstellen indienen om financiering, zoals financiering in het kader van trans-Europese netwerken of financiering afkomstig van de Europese Investeringsbank, aan te wenden om gemeenschappelijke projecten te ondersteunen, met name om de uitvoering van het SESAR-programma te bespoedigen, binnen het meerjarig financieel kader. Onverminderd de toegang tot die financiering, moeten de lidstaten zelf kunnen beslissen hoe ze de inkomsten uit de veiling van de emissierechten voor de luchtvaart uit hoofde van de regeling voor emissiehandel gebruiken en mogen ze zelf bepalen of een deel van dergelijke inkomsten wordt aangewend om gemeenschappelijke projecten te financieren op het niveau van functionele luchtruimblokken.

(15) De gemeenschappelijke projecten, die bedoeld zijn om luchtruimgebruikers en/of verleners van luchtvaartnavigatiediensten te helpen bij het verbeteren van de gemeenschappelijke infrastructuur voor luchtvaartnavigatie, het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten en het gebruik van het luchtruim, en met name projecten die nodig kunnen zijn voor de tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer, zoals bekrachtigd bij Besluit 2009/320/EG20 van de Raad, overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad, mogen geen afbreuk doen aan reeds bestaande projecten met soortgelijke doelstellingen waartoe door een of meer lidstaten is besloten. De bepalingen betreffende de financiering van de uitvoering van de gemeenschappelijke projecten mogen niet vooruitlopen op de manier waarop deze gemeenschappelijke projecten worden opgezet. De Commissie mag voorstellen indienen om financiering, zoals financiering in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, Horizon 2020 of financiering afkomstig van de Europese Investeringsbank, aan te wenden om gemeenschappelijke projecten te ondersteunen, met name om de uitvoering van het SESAR-programma te bespoedigen, binnen het meerjarig financieel kader. Onverminderd de toegang tot die financiering, moeten de lidstaten zelf kunnen beslissen hoe ze de inkomsten uit de veiling van de emissierechten voor de luchtvaart uit hoofde van de regeling voor emissiehandel gebruiken en mogen ze zelf bepalen of een deel van dergelijke inkomsten wordt aangewend om gemeenschappelijke projecten te financieren op het niveau van functionele luchtruimblokken. Voor zover mogelijk moet er in algemene projecten naar worden gestreefd dat er in elke lidstaat een reeks interoperabele basiscapaciteiten beschikbaar is.

__________________

__________________

20 PB L 95 van 9.4.2009, blz. 41.

20 PB L 95 van 9.4.2009, blz. 41.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Tenzij er specifieke mechanismen worden opgezet, kunnen investeringen voor projecten in de lucht en op de grond die betrekking hebben op het masterplan inzake luchtverkeersbeheer op ongecontroleerde wijze plaatsvinden, waardoor het effectief toepassen van SESAR-technologieën vertraging kan oplopen.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Het concept van een netwerkbeheerder speelt een centrale rol in de verbetering van de prestaties van het luchtverkeersbeheer op netwerkniveau omdat het ervoor zorgt dat bepaalde diensten, die het beste op netwerkniveau worden verleend, inderdaad op dat niveau worden verleend. Om luchtvaartcrisissen gemakkelijker te kunnen beheersen, wordt de coördinatie van de crisismaatregelen toevertrouwd aan de netwerkbeheerder.

(16) Het concept van een netwerkbeheerder speelt een centrale rol in de verbetering van de prestaties van het luchtverkeersbeheer op netwerkniveau omdat het ervoor zorgt dat bepaalde diensten, die het beste op netwerkniveau worden verleend, inderdaad op dat niveau worden verleend. Om luchtvaartcrisissen gemakkelijker te kunnen beheersen, wordt de coördinatie van de te nemen maatregelen om deze te voorkomen en erop te reageren, toevertrouwd aan de netwerkbeheerder. Het is in dit verband de verantwoordelijkheid van de Commissie om te waarborgen dat er geen belangenconflict ontstaat tussen de verlening van gecentraliseerde diensten en de rol van het prestatiebeoordelingsorgaan.

Motivering

Een EU-instantie als economische toezichthouder voor de sector luchtverkeersbeheer, die onder verantwoordelijkheid van de Commissie valt, zou zorgen voor een hogere mate van onafhankelijkheid en flexibiliteit.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) De Commissie is ervan overtuigd dat veilig en efficiënt gebruik van het luchtruim alleen mogelijk is via nauwe samenwerking tussen civiele en militaire luchtruimgebruikers, hoofdzakelijk op basis van het concept van flexibele luchtruimgebruik en effectieve civiel-militaire samenwerking, zoals tot stand gebracht door de ICAO. Zij benadrukt dat het belangrijk is de samenwerking tussen civiele en militaire luchtruimgebruikers te verbeteren.

(17) De Commissie is ervan overtuigd dat veilig en efficiënt gebruik van het luchtruim alleen mogelijk is via nauwe samenwerking tussen civiele en militaire luchtruimgebruikers, hoofdzakelijk op basis van het concept van flexibele luchtruimgebruik en effectieve civiel-militaire samenwerking, zoals tot stand gebracht door de ICAO. Zij benadrukt dat het belangrijk is de samenwerking tussen civiele en militaire luchtruimgebruikers te verbeteren om het flexibele gebruik van het luchtruim te bevorderen.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) De nauwkeurigheid van de informatie over de status van het luchtruim en over specifieke luchtverkeerssituaties en de tijdige verspreiding van deze informatie onder civiele en militaire luchtverkeersleiders heeft een direct effect op de veiligheid en efficiëntie van de activiteiten. Tijdige toegang tot actuele informatie over de status van het luchtruim is van essentieel belang voor alle partijen die profijt willen trekken van luchtruimstructuren die ter beschikking worden gesteld als zij hun vliegplannen indienen of opnieuw indienen.

(18) De nauwkeurigheid van de informatie over de status van het luchtruim en over specifieke luchtverkeerssituaties en de tijdige verspreiding van deze informatie onder civiele en militaire luchtverkeersleiders heeft een direct effect op de veiligheid en efficiëntie van de activiteiten en moet de voorspelbaarheid ervan verbeteren. Tijdige toegang tot actuele informatie over de status van het luchtruim is van essentieel belang voor alle partijen die profijt willen trekken van luchtruimstructuren die ter beschikking worden gesteld als zij hun vliegplannen indienen of opnieuw indienen.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) De geografische werkingssfeer van deze verordening, namelijk de NAT-regio van de ICAO, moet worden gewijzigd om rekening te houden met de bestaande en geplande dienstverleningsregelingen en met de noodzaak om te zorgen voor samenhang bij de toepassing van de regels op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten en luchtruimgebruikers die actief zijn in dat gebied.

Schrappen

Motivering

Opneming van de Noord-Atlantische ICAO-regio – de NAT-regio – is ongepast omdat dit luchtruim zich boven volle zee bevindt, hetgeen buiten het toepassingsgebied van de EU-Verdragen valt.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Het concept van functionele luchtruimblokken, dat ontworpen is om de samenwerking tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten te versterken, is een belangrijk instrument om de prestaties van het Europese luchtverkeersbeheersysteem te verbeteren. Om dit instrument verder uit te bouwen, moeten de functionele luchtruimblokken meer prestatiegericht worden gemaakt, op basis van sectoriële partnerschappen, en moet de sector een grotere vrijheid krijgen om de blokken te wijzigen teneinde de prestatiedoelen te bereiken en, indien mogelijk, overtreffen.

(24) Het concept van functionele luchtruimblokken, dat ontworpen is om de samenwerking tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten te versterken, is een belangrijk instrument om de prestaties van het Europese luchtverkeersbeheersysteem te verbeteren. Om dit instrument aan te vullen, moeten verleners van luchtvaartnavigatiediensten vrijelijk aan prestatiegerichte sectoriële partnerschappen kunnen deelnemen, die de functionele luchtruimblokken kunnen overlappen.

Motivering

Functionele luchtruimblokken zijn door staten aangestuurde initiatieven en mogen de mogelijkheid om sectoriële partnerschappen te vormen niet beperken. Door sectoriële partners te beschouwen als een tweede soort functionele luchtruimblokken kan er ook verwarring ontstaan. Dit betekent echter niet dat sectoriële partnerschappen geen extra impuls kunnen geven of de prestaties van een of meer functionele luchtruimblokken niet kunnen verbeteren.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Om de klantgerichtheid van verleners van luchtvaartnavigatiediensten te versterken en luchtruimgebruikers sterker te laten wegen op de besluiten die op hen van toepassing zijn, moeten de belanghebbenden effectiever worden geraadpleegd en betrokken bij belangrijke operationele beslissingen van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

(26) Om de klantgerichtheid van verleners van luchtvaartnavigatiediensten te versterken en luchtruimgebruikers sterker te laten wegen op de besluiten die op hen van toepassing zijn, moeten de belanghebbenden effectiever worden geraadpleegd bij belangrijke operationele beslissingen van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

Motivering

De eindverantwoordelijkheid voor investeringen dient bij de verleners van luchtvaartnavigatiediensten te liggen, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het behalen van de prestatiedoelen. Kwesties aangaande de noodzaak om SESAR-investeringen voor projecten in de lucht en op de grond te coördineren moeten middels passende mechanismen in het heffingenstelsel worden aangepakt.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Om rekening te kunnen houden met technische of operationele ontwikkelingen moet de bevoegdheid om besluiten vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd; zij kan deze bevoegdheid met name uitoefenen door bijlagen te wijzigen of door de bepalingen inzake netwerkbeheer en de prestatieregeling aan te vullen. De inhoud en strekking van elke delegatie wordt nader omschreven in de desbetreffende artikelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(28) Om rekening te kunnen houden met technische of operationele ontwikkelingen moet de bevoegdheid om besluiten vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd; zij kan deze bevoegdheid met name uitoefenen door bijlagen te wijzigen of door de bepalingen inzake netwerkbeheer en de prestatieregeling aan te vullen, door de entiteit te selecteren die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer (uitrolbeheerder) en de verantwoordelijkheden hiervan te definiëren. De inhoud en strekking van elke delegatie wordt nader omschreven in de desbetreffende artikelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) Als de Commissie de lijst van onder het netwerkbeheer vallende diensten uitbreidt, dient zij de belanghebbenden uit de sector te raadplegen.

(29) Als de Commissie de lijst van onder het netwerkbeheer vallende diensten uitbreidt, dient zij de belanghebbenden uit de sector en de sociale partners te raadplegen.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30) Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te garanderen, met name wat betreft de uitoefening van de bevoegdheden van de nationale instanties, de verlening van ondersteunende diensten op exclusieve basis door een dienstverlener of groepen dienstverleners, corrigerende maatregelen om de overeenstemming met EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen te waarborgen, de toetsing van de naleving van het heffingenstelsel, het beheer en de vaststelling van gemeenschappelijke projecten voor netwerkgerelateerde functies, de functionele luchtruimblokken, de voorwaarden voor de betrokkenheid van belanghebbenden bij belangrijke operationele beslissingen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten, de toegang tot en bescherming van gegevens, elektronische luchtvaartinlichtingen en de technologische ontwikkeling en interoperabiliteit van het luchtverkeersbeheer, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden22 door de Commissie controleren.

(30) Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te garanderen, met name wat betreft de uitoefening van de bevoegdheden van de nationale luchtvaartautoriteiten, de verlening van ondersteunende diensten op exclusieve basis door een dienstverlener of groepen dienstverleners, corrigerende maatregelen om de overeenstemming met EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen te waarborgen, de toetsing van de naleving van het heffingenstelsel, het beheer en de vaststelling van gemeenschappelijke projecten voor netwerkgerelateerde functies, de functionele luchtruimblokken, de voorwaarden voor de betrokkenheid van belanghebbenden bij belangrijke operationele beslissingen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten, de toegang tot en bescherming van gegevens, elektronische luchtvaartinlichtingen en de technologische ontwikkeling en interoperabiliteit van het luchtverkeersbeheer, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden verleend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden22 door de Commissie controleren.

__________________

__________________

22 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13

22 PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) De aankoop van dergelijke diensten dient, al naargelang van toepassing, plaats te vinden overeenkomstig Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten23 en Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten24. Voorts dient ook rekening te worden gehouden met de richtsnoeren die zijn uiteengezet in Interpretatieve mededeling 2006/C179/02 van de Commissie over de Gemeenschapswetgeving die van toepassing is op het plaatsen van opdrachten die niet of slechts gedeeltelijk onder de richtlijnen inzake overheidsopdrachten25 vallen, voor zover van toepassing.

(34) In voorkomend geval dient de aankoop van dergelijke diensten, al naargelang van toepassing, plaats te vinden overeenkomstig Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten23 en Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten24. Voorts dient ook rekening te worden gehouden met de richtsnoeren die zijn uiteengezet in Interpretatieve mededeling 2006/C179/02 van de Commissie over de Gemeenschapswetgeving die van toepassing is op het plaatsen van opdrachten die niet of slechts gedeeltelijk onder de richtlijnen inzake overheidsopdrachten25 vallen, voor zover van toepassing.

__________________

__________________

23 PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.

23 PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114.

24 PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1

24 PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1

25 PB C 179 van 1.8.2006, blz. 2.

25 PB C 179 van 1.8.2006, blz. 2.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35) De ministeriële verklaring over de luchthaven van Gibraltar, die in Cordoba op 18 september 2006 (de "ministeriële verklaring") tijdens de eerste ministersbijeenkomst van het Forum voor dialoog over Gibraltar werd overeengekomen, vervangt de gemeenschappelijke verklaring over het vliegveld die in Londen op 2 december 1987 werd opgesteld, en volledige naleving van die verklaring wordt geacht volledige naleving van de verklaring van 1987 te zijn.

(35) Op 2 december 1987 hebben het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk in Londen regelingen getroffen voor nauwere samenwerking inzake het gebruik van de luchthaven van Gibraltar, in de vorm van een gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen. De regelingen zijn nog niet toegepast.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36) Deze verordening is in de context van en krachtens de ministeriële verklaring in al zijn onderdelen van toepassing op de luchthaven van Gibraltar. Onverminderd deze ministeriële verklaring zijn de toepassing op de luchthaven van Gibraltar en alle maatregelen in verband met de implementatie van die verklaring volledig in overeenstemming met de verklaring en alle bepalingen daarvan.

Schrappen

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In deze verordening zijn regels vastgesteld voor de totstandbrenging en goede werking van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, om de huidige veiligheidsnormen voor luchtvervoer aan te scherpen, bij te dragen tot de duurzame ontwikkeling van het luchtvervoerssysteem en de algemene prestaties van het systeem voor luchtverkeersbeveiligings- en luchtvaartnavigatiediensten voor het algemene luchtverkeer in Europa te verbeteren, teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van alle luchtruimgebruikers. Het gemeenschappelijk Europees luchtruim omvat een samenhangend pan-Europees netwerk van routes, een luchtruim dat op geïntegreerde wijze kan worden geëxploiteerd, netwerkbeheer en luchtverkeersbeheersystemen die alleen gebaseerd zijn op veiligheid, efficiëntie en interoperabiliteit, ten behoeve van alle luchtruimgebruikers.

1. In deze verordening zijn regels vastgesteld voor de totstandbrenging en goede werking van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, om de huidige veiligheidsnormen voor luchtvervoer aan te scherpen, bij te dragen tot de duurzame ontwikkeling van het luchtvervoerssysteem, bijvoorbeeld door de klimaateffecten te verminderen, en de algemene prestaties van het systeem voor luchtverkeersbeveiligings- en luchtvaartnavigatiediensten voor het algemene luchtverkeer in Europa te verbeteren, teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van alle luchtruimgebruikers. Het gemeenschappelijk Europees luchtruim omvat een samenhangend pan-Europees netwerk van routes dat, afhankelijk van specifieke regelingen met de buurlanden, ook derde landen omvat, een luchtruim dat op geïntegreerde wijze kan worden geëxploiteerd, netwerkbeheer en luchtverkeersbeheersystemen die alleen gebaseerd zijn op veiligheid, efficiëntie en interoperabiliteit, ten behoeve van alle luchtruimgebruikers.

Motivering

De tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim werd uitgesteld, onder meer omwille van een gebrek aan coördinatie en handhaving van de invoering van technologieën, zowel op de grond als, in mindere mate, in de lucht. Met de functie van "uitrolbeheerder" kan ervoor worden gezorgd dat dit proces gecoördineerd is en dat er controle en toezicht is.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Deze verordening is van toepassing op het luchtruim in de EUR-, AFI- en NAT- regio's van ICAO waar lidstaten verantwoordelijk zijn voor de verlening van luchtverkeersdiensten overeenkomstig deze verordening. De lidstaten kunnen deze verordening ook toepassen op het luchtruim dat in andere ICAO-gebieden onder hun verantwoordelijkheid valt, mits zij de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis stellen.

4. Deze verordening is van toepassing op het luchtruim in de EUR- en AFI-regio's van ICAO waar lidstaten verantwoordelijk zijn voor de verlening van luchtverkeersdiensten overeenkomstig deze verordening. De lidstaten kunnen deze verordening ook toepassen op het luchtruim dat in andere ICAO-gebieden onder hun verantwoordelijkheid valt, mits zij de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis stellen.

Motivering

Opneming van de Noord-Atlantische ICAO-regio – de NAT-regio – is ongepast omdat dit luchtruim zich boven volle zee bevindt, hetgeen buiten het toepassingsgebied van de EU-Verdragen valt.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende het geschil inzake de soevereiniteit over het grondgebied waarop de luchthaven gelegen is, onverlet.

5. De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar laat de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk betreffende de polemiek inzake de soevereiniteit over het grondgebied waarop de luchthaven is gelegen, onverlet.

Motivering

Op 20 november 2012 heeft Spanje de EU officieel laten weten dat het niet kan accepteren dat in de regelgeving van de EU op het gebied van de burgerluchtvaart nog altijd wordt verwezen naar de zogeheten ministeriële verklaring van Córdoba van 2006. Spanje heeft bijgevolg gevraagd om een terugkeer naar de situatie van voor 2006, dat wil zeggen om opschorting van de toepassing van Europese regels op het gebied van de burgerluchtvaart, zoals in het onderhavige amendement uiteen wordt gezet.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. De toepassing van deze verordening op de luchthaven van Gibraltar wordt opgeschort totdat de regelingen van de gezamenlijke verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk van 2 december 1987 van toepassing worden. De regeringen van het Koninkrijk Spanje en het Verenigd Koninkrijk zullen de Raad van die datum in kennis stellen.

Motivering

Op 20 november 2012 heeft Spanje de EU officieel laten weten dat het niet kan accepteren dat in de regelgeving van de EU op het gebied van de burgerluchtvaart nog altijd wordt verwezen naar de zogeheten ministeriële verklaring van Córdoba van 2006. Spanje heeft bijgevolg gevraagd om een terugkeer naar de situatie van voor 2006, dat wil zeggen om opschorting van de toepassing van Europese regels op het gebied van de burgerluchtvaart, zoals in het onderhavige amendement uiteen wordt gezet.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. "luchtruimbeheer": een planningsdienst met als belangrijkste doel een maximale benutting van het beschikbare luchtruim door dynamische time-sharing en, bij gelegenheid, opsplitsing van het luchtruim tussen verschillende categorieën luchtruimgebruikers op basis van kortetermijnbehoeften;

7. "luchtruimbeheer": een planningsdienst met als belangrijkste doel een maximale benutting van het beschikbare luchtruim door dynamische time-sharing en, bij gelegenheid, opsplitsing van het luchtruim tussen verschillende categorieën luchtruimgebruikers op basis van kortetermijnbehoeften en een strategische functie die samenhangt met luchtruimontwerp;

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12. "algemene luchtverkeersleiding": luchtverkeersleiding voor gecontroleerde vluchten in een luchtruimblok;

12. "algemene luchtverkeersleiding": luchtverkeersleiding voor gecontroleerde vluchten in een controlegebied;

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

15. "luchtvaartcrisis": omstandigheden waarin de capaciteit van het luchtruim abnormaal is beperkt ten gevolge van bijzonder slechte weersomstandigheden of de onbeschikbaarheid van grote delen van het luchtruim wegens natuurlijke of politieke redenen;

15. "luchtvaartcrisis": omstandigheden waarin de capaciteit van het luchtruim abnormaal is beperkt ten gevolge van bijzonder slechte weersomstandigheden of de onbeschikbaarheid van grote delen van het luchtruim wegens natuurlijke, medische, veiligheidsgerelateerde, militaire of politieke redenen;

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

16. "pakket van diensten": twee of meer luchtvaartnavigatiediensten;

16. "pakket van diensten": twee of meer diensten die worden verleend door dezelfde entiteit;

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

17. "certificaat": door een nationale toezichthoudende instantie overeenkomstig het nationale recht afgegeven document, ongeacht de vorm, waarmee wordt bevestigd dat een verlener van luchtvaartnavigatiediensten voldoet aan de eisen voor het verlenen van een specifieke dienst;

17. "certificaat": door het Europees Luchtvaartagentschap (EAA) of een nationale luchtvaartinstantie overeenkomstig relevant recht afgegeven document, ongeacht de vorm, waarmee wordt bevestigd dat een verlener van luchtvaartnavigatiediensten voldoet aan de eisen voor het uitvoeren van een specifieke activiteit;

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18 bis. "Europees luchtverkeersbeheersysteem": een pan-Europees netwerk van systemen en onderdelen, alsook de stappenplannen voor de essentiële operationele en technologische wijzigingen die in het masterplan voor luchtverkeersbeheer zijn omschreven, waardoor het mogelijk is te zorgen voor volledig interoperabele luchtvaartnavigatiediensten in de Unie, met inbegrip van de interfaces aan de grenzen met derde landen, met als doel de verwezenlijking van de door deze verordening vastgestelde prestatiedoelstellingen;

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

19. "onderdelen": materiële objecten, zoals apparatuur, en immateriële objecten, zoals programmatuur, waarvan de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer afhangt;

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 bis. "uitrolbeheerder": een groep operationele belanghebbenden die door middel van een oproep tot het indienen van voorstellen door de Commissie is geselecteerd, en verantwoordelijk is voor het beheerniveau van het uitrolproces van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer;

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

24. "functioneel luchtruimblok": een, ongeacht de staatsgrenzen, op operationele behoeften gebaseerd luchtruimblok waarbinnen de luchtvaartnavigatiediensten en aanverwante functies op prestatiegerichte en optimale wijze worden verleend met het oogmerk in ieder functioneel luchtruimblok versterkte samenwerking tussen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten of, indien van toepassing , een geïntegreerde dienstverlener, in te voeren;

24. "functioneel luchtruimblok": een luchtruimblok waarbinnen de luchtvaartnavigatiediensten en aanverwante functies op prestatiegerichte en optimale wijze worden verleend, ongeacht de staatsgrenzen, door middel van versterkte samenwerking tussen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten of, indien van toepassing, een geïntegreerde dienstverlener;

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

25 bis. "menselijke factor": de omstandigheden op sociaal, cultureel en personeelsgebied in de sector luchtverkeersbeheer;

Motivering

Er dient te worden toegezien op de menselijke factor en deze moet in de kern van het gemeenschappelijk Europees luchtruimkader worden opgenomen, met name met het oog op de aanzienlijke operationele wijzigingen die gepaard gaan met het masterplan inzake luchtverkeersbeheer.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

31. "routenetwerk": een netwerk van gespecificeerde routes voor de afhandeling van de verkeersstromen van het algemene luchtverkeer, nodig voor het verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten;

31. "routenetwerk": een netwerk van gespecificeerde routes voor de afhandeling van de verkeersstromen van het algemene luchtverkeer, nodig voor het op de meest efficiënte manier verlenen van luchtverkeersleidingsdiensten;

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

33. "systeem": het geheel van op de grond gestationeerde en zich in de lucht bevindende onderdelen, alsmede in de ruimte gestationeerde apparatuur, dat ondersteuning geeft aan luchtvaartnavigatiediensten voor alle vluchtfasen;

33. "systeem": het geheel van op de grond gestationeerde en/of zich in de lucht bevindende onderdelen en/of in de ruimte gestationeerde apparatuur, dat ondersteuning geeft aan luchtvaartnavigatiediensten voor alle vluchtfasen;

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

36. "nationale toezichthoudende instantie": het nationale orgaan of de nationale organen waaraan een lidstaat de toezichtstaken overeenkomstig deze verordening heeft toevertrouwd en de nationale bevoegde autoriteiten waaraan de in artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008 vermelde taken zijn toevertrouwd;

36. "nationale luchtvaartautoriteit": een nationaal orgaan waaraan een lidstaat de in deze verordening en in Verordening (EG) nr. 216/2008 bedoelde toezichtstaken heeft toevertrouwd en die erkend is door het EAA;

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

37. "ondersteunende diensten": andere luchtvaartnavigatiediensten dan luchtverkeersdiensten en andere diensten en activiteiten die verband houden met de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en deze ondersteunen;

37. "ondersteunende diensten": communicatie-, navigatie- en surveillancediensten, meteorologische diensten en luchtvaartinlichtingendiensten en andere diensten en activiteiten die verband houden met de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en deze ondersteunen;

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 38 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

38 bis. "sectorieel partnerschap": samenwerkingsregelingen op grond van een overeenkomst die is gesloten om het luchtverkeersbeheer te verbeteren tussen verschillende verleners van luchtvaartnavigatiediensten, met inbegrip van de netwerkbeheerder, luchtruimgebruikers, luchthavens of andere vergelijkbare marktdeelnemers;

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 38 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

38 ter. "geïntegreerd operationeel luchtruim": het gecontroleerde luchtruim met vastgestelde afmetingen dat het Europese luchtruim en, afhankelijk van passende regelingen, het luchtruim van buurlanden omvat, waar gebruik wordt gemaakt van een dynamische toewijzingsstructuur en time-sharing, controlemiddelen die zorgen voor betere prestaties, volledig interoperabele luchtvaartnavigatiediensten en gecombineerde oplossingen om te komen tot een optimaal, voorspelbaar en veilig gebruik van het luchtruim met het oog op de verwezenlijking van het gemeenschappelijk Europees luchtruim;

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 38 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

38 quater. "lokale prestatieplannen": plannen die door één of meerdere nationale luchtvaartautoriteiten zijn vastgesteld op lokaal niveau, met name op het niveau van een functioneel luchtruimblok, op regionaal niveau of op nationaal niveau;

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – punt 38 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

38 quinquies. "gekwalificeerde entiteit": een orgaan waaraan het Agentschap of een nationale luchtvaartautoriteit, onder hun respectieve beheer en verantwoordelijkheid, het verrichten van specifieke toezichthoudende of certificeringstaken kunnen toevertrouwen;

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Nationale toezichthoudende instanties

Nationale luchtvaartautoriteiten

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten gaan, gezamenlijk of afzonderlijk, over tot aanwijzing of instelling van één of meer organen als nationale toezichthoudende instantie, belast met de taken welke krachtens deze verordening aan een dergelijke instantie toekomen.

1. De lidstaten gaan, gezamenlijk of afzonderlijk, over tot aanwijzing of instelling van een orgaan als nationale luchtvaartautoriteit, belast met de taken welke krachtens deze verordening en Verordening (EG) nr. 216/2008 aan een dergelijke instantie toekomen.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De nationale toezichthoudende instanties moeten juridisch gescheiden en onafhankelijk zijn van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten, met name wat hun organisatie, hiërarchie en besluitvorming betreft en van alle particuliere of publieke entiteiten die een belang hebben in de activiteiten van dergelijke dienstverleners.

2. De nationale luchtvaartautoriteiten moeten juridisch gescheiden en onafhankelijk zijn, met name wat hun organisatie, hiërarchie en besluitvorming betreft, met inbegrip van afzonderlijke jaarlijkse krediettoewijzingen, van alle bedrijven, organisaties, particuliere of publieke entiteiten of personeelsleden die vallen binnen het toepassingsgebied van deze verordening en artikel 1 van Verordening (EG) nr. 216/2008 of die een belang hebben in de activiteiten van dergelijke entiteiten.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Onverminderd lid 2 kunnen de nationale toezichthoudende instanties, voor wat hun werking betreft, worden toegevoegd aan andere regelgevende organen en/of veiligheidsinstanties.

3. Onverminderd lid 2 kunnen de nationale luchtvaartautoriteiten, voor wat hun werking betreft, worden toegevoegd aan andere regelgevende organen en/of veiligheidsinstanties.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De nationale toezichthoudende instanties die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet juridisch gescheiden zijn van alle verleners van luchtvaartnavigatiediensten of particuliere of publieke entiteiten die een belang hebben in de activiteiten van dergelijke dienstverleners, zoals bepaald in lid 2, moeten uiterlijk op 1 januari 2020 aan deze eis voldoen.

4. De nationale luchtvaartautoriteiten zorgen voor naleving van de bepalingen van dit artikel op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, of ten laatste op 1 januari 2017.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De nationale toezichthoudende instanties oefenen hun bevoegdheden op onpartijdige, onafhankelijke en transparante wijze uit. Ze worden met name zodanig georganiseerd, van personeel voorzien en gefinancierd dat ze hun bevoegdheden op die wijze kunnen uitoefenen.

5. De nationale luchtvaartautoriteiten oefenen hun bevoegdheden op onpartijdige, onafhankelijke en transparante wijze uit. Ze worden met name zodanig georganiseerd, van personeel voorzien en gefinancierd dat ze hun bevoegdheden op die wijze kunnen uitoefenen.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Het personeel van de nationale toezichthoudende instanties

6. Het personeel van de nationale luchtvaartautoriteiten

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) wordt in dienst genomen op basis van duidelijke en transparante regels die hun onafhankelijkheid waarborgen. De personen die bevoegd zijn voor strategische beslissingen worden aangesteld door het nationale kabinet of de ministerraad of door een andere overheidsinstantie die de verleners van luchtvaartnavigatiediensten niet rechtstreeks controleert en er ook niet rechtstreeks voordeel uit haalt;

(a) wordt in dienst genomen op basis van duidelijke en transparante regels en criteria die hun onafhankelijkheid waarborgen;

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) wordt geselecteerd via een transparante procedure, op basis van hun specifieke kwalificaties, inclusief passende bekwaamheden en relevante ervaring, onder meer op het gebied van auditing, luchtvaartnavigatiediensten en systemen;

(b) wordt geselecteerd via een transparante procedure, op basis van hun specifieke kwalificaties, inclusief passende bekwaamheden en relevante ervaring;

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) wordt niet gedetacheerd door verleners van luchtvaartnavigatiediensten of bedrijven die onder het toezicht van nationale toezichthoudende instanties vallen;

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) handelt onafhankelijk, met name van alle belangen die verband houden met verleners van luchtvaartnavigatiediensten, en vraagt noch aanvaardt instructies van overheidsinstanties of andere publieke of private entiteiten bij de uitoefening van de functies van de nationale toezichthoudende instantie;

(c) handelt onafhankelijk en vraagt noch aanvaardt instructies van overheidsinstanties of andere publieke of private entiteiten bij de uitoefening van de functies van de nationale luchtvaartautoriteit, onverminderd de nauwe samenwerking met andere relevante nationale autoriteiten;

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) de personen die bevoegd zijn voor strategische beslissingen, audits of andere functies die rechtstreeks verband houden met het toezicht op de prestatiedoelen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten mogen na hun termijn bij de nationale toezichthoudende instantie gedurende minstens een jaar niet in dienst treden bij of verantwoordelijkheden opnemen bij een van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

(e) de personen die meer dan zes maanden bevoegd zijn geweest voor strategische beslissingen, audits of andere functies die rechtstreeks verband houden met het toezicht op de prestatiedoelen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten mogen na hun termijn bij de nationale luchtvaartautoriteit niet in dienst treden bij of verantwoordelijkheden opnemen bij een van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten, gedurende een periode van:

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter e – punt i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i) ten minste 12 maanden voor personeel in leidinggevende functies;

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter e – punt ii (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(ii) ten minste zes maanden voor personeel in niet-leidinggevende functies;

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) het topmanagement van de instantie wordt voor een vastgestelde termijn van tussen de drie en zeven jaar aangesteld, met eenmalig de mogelijkheid tot verlenging, en zijn leden kunnen tijdens deze termijn alleen worden ontheven van hun functie indien zij niet meer voldoen aan de in dit lid gestelde voorwaarden of zich volgens nationaal recht schuldig hebben gemaakt aan wangedrag.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De lidstaten zien erop toe dat de nationale toezichthoudende instanties over de noodzakelijke middelen en capaciteiten beschikken om de hun overeenkomstig deze verordening toevertrouwde taken tijdig en doelmatig uit te voeren. De nationale toezichthoudende instanties zijn volledig bevoegd voor de indienstname en het beheer van hun personeel, op basis van hun eigen financiële middelen, die onder meer afkomstig zijn van de routeheffingen; deze heffingen moeten in verhouding staan tot de taken die de instanties overeenkomstig artikel 4 moeten vervullen.

7. De lidstaten zien erop toe dat de nationale luchtvaartautoriteiten over de noodzakelijke middelen en capaciteiten beschikken om de hun overeenkomstig deze verordening toevertrouwde taken tijdig en doelmatig uit te voeren. De nationale luchtvaartautoriteiten zijn volledig bevoegd voor de indienstname en het beheer van hun personeel, op basis van hun eigen financiële middelen, die onder meer afkomstig zijn van de routeheffingen; deze heffingen moeten in verhouding staan tot de taken die de instanties overeenkomstig artikel 4 moeten vervullen.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de namen en adressen van de nationale toezichthoudende instanties en van eventuele wijzigingen daarvan, alsook van de maatregelen die zijn genomen om aan dit artikel te voldoen.

8. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de namen en adressen van de nationale luchtvaartautoriteiten en van eventuele wijzigingen daarvan, alsook van de maatregelen die zijn genomen om aan dit artikel te voldoen.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. De Commissie stelt gedetailleerde regels op waarin de procedures voor indienstname en selectie zijn uiteengezet, met het oog op de toepassing van lid 6, onder a) en b). Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

9. De Commissie stelt gedetailleerde regels op waarin de procedures voor indienstname en selectie zijn uiteengezet, met het oog op de toepassing van lid 6, onder a) en b). Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure. Ze specificeren:

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 9 – letter a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a) het door het tot aanstelling bevoegde gezag van bedrijven, organisaties, particuliere of publieke entiteiten of personeelsleden die vallen binnen het toepassingsgebied van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 216/2008 of die een belang hebben in de activiteiten van dergelijke entiteiten vereiste niveau van scheiding, met het oog op het bewaren van het evenwicht tussen het vermijden van belangenconflicten en bestuurlijke efficiëntie;

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 9 – letter b (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b) de relevante vereiste technische vakbekwaamheid van de bij de audits betrokken personeelsleden.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Taken van de nationale toezichthoudende instanties

Taken van de nationale luchtvaartautoriteiten

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De in artikel 3 genoemde nationale toezichthoudende instanties worden belast met de volgende taken:

1. De nationale luchtvaartautoriteiten worden met name belast met de volgende taken:

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) zorgen voor toezicht op de toepassing van deze verordening, met name met betrekking tot de veilige en efficiënte dienstuitvoering door verleners van luchtvaartnavigatiediensten die diensten verlenen met betrekking tot het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid valt van de lidstaat die de betrokken instantie heeft aangewezen of ingesteld;

(a) zorgen voor toezicht op de toepassing van deze verordening en van Verordening (EG) nr. 216/2008, met name met betrekking tot de veilige en efficiënte dienstuitvoering door verleners van luchtvaartnavigatiediensten die diensten verlenen met betrekking tot het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid valt van de lidstaat die de betrokken instantie heeft aangewezen of ingesteld;

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) certificaten afgeven aan verleners van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008 en toezicht houden op de naleving van de voorwaarden waaronder ze zijn afgegeven;

(b) de volledige of gedeeltelijke uitvoering of delegatie van de in de artikelen 8 ter, 8 quater en 10 van Verordening (EG) nr. 216/2008, en de uitvoering van het toezicht op de toepassing van deze verordening, met name met betrekking tot de veilige en efficiënte dienstuitvoering door verleners van luchtvaartnavigatiediensten die diensten verlenen met betrekking tot het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid valt van de lidstaten;

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen, goedkeuringen en certificaten afgeven aan verleners van luchtvaartnavigatiediensten overeenkomstig artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008 en toezicht houden op de naleving van de voorwaarden waaronder ze zijn afgegeven;

Schrappen

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) toezicht houden op de tenuitvoerlegging van het heffingenstelsel overeenkomstig de artikelen 12 en 13;

(e) toezicht houden op de tenuitvoerlegging van het heffingenstelsel overeenkomstig de artikelen 12 en 13, waaronder de in artikel 13, lid 7, bedoelde bepalingen over verlening van kruissubsidies;

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(g bis) jaarlijks verslag uitbrengen over haar activiteiten en de uitvoering van haar taken aan de betrokken autoriteiten van de lidstaten, het EAA en de Commissie. Het verslag bevat de genomen maatregelen en behaalde resultaten voor elk van de in dit artikel genoemde taken.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Elke nationale toezichthoudende instantie organiseert passende inspecties en onderzoeken om na te gaan of aan de eisen van deze verordening is voldaan. De betrokken verlener van luchtvaartnavigatiediensten verleent hieraan zijn medewerking.

2. Elke nationale luchtvaartautoriteit organiseert passende inspecties en onderzoeken om na te gaan of aan de eisen van deze verordening is voldaan. De betrokken verlener van luchtvaartnavigatiediensten verleent hieraan zijn medewerking en de betrokken lidstaat biedt alle benodigde ondersteuning om de effectiviteit van het toezicht op de naleving te waarborgen.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Samenwerking tussen nationale toezichthoudende instanties

Samenwerking tussen nationale luchtvaartautoriteiten

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De nationale toezichthoudende instanties wisselen informatie uit over hun werkzaamheden, beginselen, praktijken en procedures voor besluitvorming en de tenuitvoerlegging van de wetgeving van de Unie. Zij werken samen met het doel hun besluitvorming in de hele Unie te coördineren. De nationale toezichthoudende instanties nemen deel aan een netwerk dat regelmatig bijeenkomt. De Commissie en het Luchtvaartagentschap van de Europese Unie (hierna "het EAA") zijn lid van dit netwerk, coördineren en ondersteunen de werkzaamheden ervan en doen aanbevelingen aan het netwerk, voor zover passend. De Commissie en het EAA faciliteren de actieve samenwerking van de nationale toezichthoudende instanties en zorgen voor de uitwisseling van personeel tussen de nationale toezichthoudende instanties op basis van een deskundigenpool die overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder f), van Verordening (EG) nr. 216/2008 door het EAA wordt opgericht.

De nationale luchtvaartautoriteiten wisselen informatie uit over hun werkzaamheden, beginselen, praktijken en procedures voor besluitvorming en de tenuitvoerlegging van de wetgeving van de Unie. Zij werken samen met het doel hun besluitvorming in de hele Unie te coördineren. Voor dit doel nemen zij deel aan en werken zij samen in een netwerk dat regelmatig en ten minste eenmaal per jaar bijeenkomt. De Commissie en het EAA faciliteren de actieve samenwerking van de nationale luchtvaartautoriteiten en zorgen voor de uitwisseling van personeel tussen de nationale luchtvaartautoriteiten.

 

Dit netwerk kan onder meer:

 

(a) gestroomlijnde methodologieën en richtsnoeren opstellen en verspreiden voor de tenuitvoerlegging van de in artikel 4 bedoelde toezichthoudende taken;

 

(b) ondersteuning bieden aan individuele nationale luchtvaartautoriteiten inzake regelgevingskwesties;

 

(c) de Commissie en het EAA adviezen verstrekken over het opstellen van regelgeving en certificering;

 

(d) adviezen, richtsnoeren en aanbevelingen verstrekken over het faciliteren van grensoverschrijdende dienstverlening;

 

(e) gezamenlijke oplossingen uitwerken om te worden uitgevoerd in twee of meer lidstaten met het oog op het bereiken van de doelstellingen van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer of het Verdrag van Chicago.

Motivering

Het doel en de taken van het netwerk moeten gedetailleerder worden omschreven. In het bijzonder zou het, naast de in artikel 4 genoemde taken van nationale toezichthoudende instanties, passend zijn de belemmeringen vast te stellen voor grensoverschrijdende dienstverlening, zowel met het oog op het beslechten van bilaterale zaken, als op het adviseren van de Commissie over het opstellen van regelgeving.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming van artikel 22 van deze verordening en Verordening (EG) nr. 45/2001 ondersteunt de Commissie de uitwisseling van in alinea een en twee van dit lid vermelde informatie tussen de leden van het netwerk, eventueel met elektronische middelen, waarbij de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten moet worden gerespecteerd.

Met inachtneming van de regels inzake gegevensbescherming van artikel 22 van deze verordening en Verordening (EG) nr. 45/2001, zorgt de Commissie voor een platform voor de uitwisseling van de informatie tussen de leden van het netwerk, eventueel met elektronische middelen, waarbij de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen van betrokken bedrijven, organisaties of entiteiten moet worden gerespecteerd.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De toezichthoudende instanties werken nauw samen, onder meer via werkafspraken, om elkaar wederzijdse bijstand te verlenen bij hun toezichtstaken, klachtenbehandeling en onderzoeken.

2. De nationale luchtvaartautoriteiten werken nauw samen, onder meer via werkafspraken, om elkaar wederzijdse bijstand te verlenen bij hun toezichtstaken, klachtenbehandeling en onderzoeken.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Voor functionele luchtruimblokken die zich uitstrekken over het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid van meer dan één lidstaat valt, sluiten de betrokken lidstaten een overeenkomst inzake het bij dit artikel voorgeschreven toezicht op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die diensten verlenen met betrekking tot die functionele luchtruimblokken. Teneinde die overeenkomst ten uitvoer te leggen stellen de betrokken nationale toezichthoudende instanties een plan op waarin de voorwaarden voor hun samenwerking zijn vermeld.

3. Voor functionele luchtruimblokken sluiten de betrokken lidstaten een overeenkomst inzake het bij artikel 4 voorgeschreven toezicht op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die diensten verlenen met betrekking tot die functionele luchtruimblokken. Teneinde die overeenkomst ten uitvoer te leggen stellen de betrokken nationale luchtvaartautoriteiten een plan op waarin de voorwaarden voor hun samenwerking zijn vermeld.

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Nationale toezichthoudende instanties werken onderling nauw samen om een adequaat toezicht te waarborgen op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die in het bezit zijn van een geldig certificaat van een lidstaat en die ook diensten verlenen met betrekking tot het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat valt. Deze samenwerking omvat ook regelingen voor de behandeling van gevallen waarin niet voldaan wordt aan deze verordening en aan de geldende gemeenschappelijke eisen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 8 ter, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008.

4. Nationale luchtvaartautoriteiten werken onderling nauw samen om een adequaat toezicht te waarborgen op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die in het bezit zijn van een geldig certificaat van een lidstaat en die ook diensten verlenen met betrekking tot het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat valt. Deze samenwerking omvat ook regelingen voor de behandeling van gevallen waarin niet voldaan wordt aan deze verordening en aan de geldende gemeenschappelijke eisen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 8 ter, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. In het geval van de levering van luchtvaartnavigatiediensten in een deel van het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat valt, omvatten de in de leden 2 en 4 vermelde regelingen een overeenkomst over de wederzijdse erkenning van de toezichtstaken zoals bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2, en van de resultaten van deze taken. Deze wederzijdse erkenning geldt ook wanneer regelingen voor erkenning tussen nationale toezichthoudende instanties zijn gemaakt voor het certificeringsproces van dienstverleners.

5. In het geval van de levering van luchtvaartnavigatiediensten in een deel van het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat valt, omvatten de in de leden 2, 3 en 4 vermelde regelingen een overeenkomst over de wederzijdse erkenning van de toezichtstaken zoals bedoeld in artikel 4, leden 1 en 2, en van de resultaten van deze taken. Deze wederzijdse erkenning geldt ook wanneer regelingen voor erkenning tussen nationale toezichthoudende instanties zijn gemaakt voor het certificeringsproces van dienstverleners.

Motivering

Voor FAB's is wederzijdse erkenning ook belangrijk

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Nationale toezichthoudende instanties kunnen, indien dit op grond van het nationale recht is toegestaan, met het oog op regionale samenwerking ook regelingen overeenkomen betreffende de verdeling van de verantwoordelijkheden voor toezichtstaken.

6. Nationale luchtvaartautoriteiten kunnen, indien dit op grond van het nationale recht is toegestaan, met het oog op regionale samenwerking ook regelingen overeenkomen betreffende de verdeling van de verantwoordelijkheden voor toezichtstaken.

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Nationale toezichthoudende instanties kunnen besluiten de in artikel 4, lid 2, bedoelde inspecties en onderzoeken volledig of ten dele te delegeren aan gekwalificeerde entiteiten die aan de in bijlage I genoemde eisen voldoen.

1. Het EAA en de nationale luchtvaartautoriteiten kunnen besluiten de inspecties, onderzoeken en andere hen overeenkomstig deze verordening toevertrouwde taken volledig of ten dele te delegeren aan gekwalificeerde entiteiten die aan de in bijlage I genoemde eisen voldoen.

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een dergelijke door een nationale toezichthoudende instantie verleende delegatie is binnen de Unie geldig gedurende een periode van drie jaar die kan worden hernieuwd. Nationale toezichthoudende instanties kunnen elke gekwalificeerde entiteit die in de Unie is gevestigd met de uitvoering van deze inspecties en onderzoeken belasten.

2. Een dergelijke delegatie is binnen de Unie geldig gedurende een periode van drie jaar die kan worden hernieuwd. Het EAA en de nationale luchtvaartautoriteiten kunnen elke gekwalificeerde entiteit die in de Unie is gevestigd met de uitvoering van deze inspecties en onderzoeken belasten.

Amendement  84

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Lidstaten stellen de Commissie, het EAA en de andere lidstaten in kennis van de gekwalificeerde entiteiten waaraan zij taken hebben gedelegeerd overeenkomstig lid 1, waarbij zij voor elke entiteit het gebied aangeven waarvoor deze verantwoordelijk is alsmede de identificatienummers en alle wijzigingen daarvan. De Commissie maakt de lijst van deze gekwalificeerde entiteiten met hun respectieve identificatienummers en de onder hun verantwoordelijkheid vallende gebieden bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en draagt zorg voor het bijhouden van deze lijst.

3. Het EAA en de nationale luchtvaartautoriteiten stellen de Commissie, de andere lidstaten en, in voorkomend geval, het EAA in kennis van de gekwalificeerde entiteiten waaraan zij taken hebben gedelegeerd overeenkomstig lid 1, waarbij zij voor elke entiteit het gebied aangeven waarvoor deze verantwoordelijk is alsmede de identificatienummers en alle wijzigingen daarvan. De Commissie maakt de lijst van deze gekwalificeerde entiteiten met hun respectieve identificatienummers en de onder hun verantwoordelijkheid vallende gebieden bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en draagt zorg voor het bijhouden van deze lijst.

Amendement  85

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Indien een gekwalificeerde entiteit niet meer voldoet aan de eisen van bijlage I, trekken lidstaten de delegatie van die entiteit in. De entiteit brengt de Commissie het EAA en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte.

4. Indien een gekwalificeerde entiteit niet meer voldoet aan de eisen van bijlage I, trekken het EAA en de nationale luchtvaartautoriteiten de delegatie van die entiteit in. De entiteit brengt de Commissie en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte.

Amendement  86

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De nationale toezichthoudende instanties, handelend in overeenstemming met hun nationale wetgeving, zetten raadplegingsmechanismen op om belanghebbende partijen, waaronder belangenorganisaties van beroepspersoneel, op passende wijze te betrekken bij de realisering van het gemeenschappelijk Europees luchtruim voor wat de uitvoering van hun taken betreft.

1. De nationale luchtvaartautoriteiten, handelend in overeenstemming met hun nationale wetgeving, zetten raadplegingsmechanismen op om belanghebbende partijen, waaronder belangenorganisaties van beroepspersoneel, op passende wijze te betrekken bij de realisering van het gemeenschappelijk Europees luchtruim voor wat de uitvoering van hun taken betreft.

Amendement  87

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De verlening van alle luchtvaartnavigatiediensten in de Unie wordt gecertificeerd of maakt het voorwerp uit van een verklaring aan de nationale toezichthoudende instanties of het EAA overeenkomstig artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008.

1. De verlening van alle luchtvaartnavigatiediensten in de Unie wordt gecertificeerd of maakt het voorwerp uit van een verklaring aan de nationale luchtvaartautoriteiten of het EAA overeenkomstig artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008.

Amendement  88

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Verleners van luchtvaartnavigatiediensten, wanneer hen een certificaat wordt afgegeven, krijgen de mogelijkheid om hun diensten aan te bieden aan lidstaten, andere verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers en luchthavens in de Unie. Voor ondersteunende diensten is dit alleen mogelijk als artikel 10, lid 2, wordt nageleefd.

4. Verleners van luchtvaartnavigatiediensten, wanneer aan hen een certificaat wordt afgegeven, krijgen de mogelijkheid om hun diensten aan te bieden aan iedere lidstaat, andere verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers en luchthavens in de Unie en aangrenzende derde landen, in voorkomend geval, binnen een functioneel luchtruimblok, afhankelijk van onderlinge overeenstemming tussen de relevante partijen.

Amendement  89

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Voor functionele luchtruimblokken die overeenkomstig artikel 16 zijn vastgesteld en die zich uitstrekken over het luchtruim dat onder de verantwoordelijkheid van meer dan één lidstaat valt, wijzen de betrokken lidstaten, overeenkomstig lid 1 van dit artikel, gezamenlijk en minstens één maand voor de implementatie van het luchtruimblok één of meer verleners van luchtverkeersdiensten aan.

5. Voor functionele luchtruimblokken die overeenkomstig artikel 16 zijn vastgesteld wijzen de betrokken lidstaten, overeenkomstig lid 1 van dit artikel, gezamenlijk en minstens één maand voor de implementatie van het luchtruimblok één of meer verleners van luchtverkeersdiensten aan.

Amendement  90

Voorstel voor een verordening

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat verleners van ondersteunende diensten, overeenkomstig dit artikel, binnen de Unie met elkaar kunnen concurreren op basis van gelijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat er, overeenkomstig dit artikel, geen wettelijke belemmeringen voor de verleners van ondersteunende diensten zijn die het hun onmogelijk maken om binnen de Unie met elkaar te concurreren op basis van gelijke, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.

Aan de in dit artikel uiteengezette eis moet uiterlijk op 1 januari 2020 zijn voldaan.

 

2. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat de verlening van luchtverkeersdiensten gescheiden is van de verlening van ondersteunende diensten. Een van de eisen om deze scheiding te garanderen, is dat luchtverkeersdiensten en ondersteunende diensten door verschillende ondernemingen moeten worden verleend.

2. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat wanneer de verleners van luchtvaartnavigatiediensten hun zakelijke plannen opstellen, zij bij verschillende verleners van ondersteunende diensten om een aanbieding verzoeken, teneinde de financieel en kwalitatief gunstigste dienstverlener te kunnen kiezen. Het in artikel 11, lid 2, bedoelde prestatiebeoordelingsorgaan houdt bij de beoordeling van de prestatieplannen toezicht op de naleving van de bepalingen van dit lid.

3. Bij de keuze van de verlener van ondersteunende diensten houdt de entiteit die deze diensten aankoopt met name rekening met kostenefficiëntie en de algemene kwaliteit en veiligheid van de diensten.

3. Bij de keuze van een externe verlener van ondersteunende diensten worden de bepalingen van Richtlijn 2004/18/EG nageleefd. Met name kosten- en energie-efficiëntie, de algemene kwaliteit van de diensten, interoperabiliteit, de veiligheid van de diensten alsook de transparantie van de aankoopprocedure zijn bindende selectiecriteria voor de entiteit die deze diensten aankoopt.

4. Een verlener van ondersteunende diensten mag alleen worden gekozen om diensten te verlenen in het luchtruim van een lidstaat als:

4. Een verlener van ondersteunende diensten mag alleen worden gekozen om diensten te verlenen in het luchtruim van een lidstaat als:

(a) hij gecertificeerd is overeenkomstig artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008;

(a) hij gecertificeerd is overeenkomstig artikel 8 ter van Verordening (EG) nr. 216/2008;

(b) zijn hoofdvestiging zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt;

(b) zijn hoofdvestiging zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt;

(c) lidstaten en/of ingezetenen van lidstaten voor meer dan 50 % eigenaar zijn van de dienstverlener en er daadwerkelijk controle over uitoefenen, hetzij direct, hetzij via een of meer tussenbedrijven, tenzij anders is bepaald in een overeenkomst met een derde land waarbij de Unie partij is; alsmede

(c) lidstaten en/of ingezetenen van lidstaten voor meer dan 50 % eigenaar zijn van de dienstverlener en er daadwerkelijk controle over uitoefenen, hetzij direct, hetzij via een of meer tussenbedrijven, tenzij anders is bepaald in een overeenkomst met een derde land waarbij de Unie partij is; alsmede

(d) de dienstverlener voldoet aan de nationale eisen inzake beveiliging en defensie.

(d) de dienstverlener voldoet aan de nationale eisen inzake beveiliging en defensie.

5. De netwerkbeheerder mag diensten ter ondersteuning van de werking van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer op gecentraliseerde wijze verlenen door deze diensten toe te voegen aan die welke vermeld zijn in artikel 17, lid 2, overeenkomstig artikel 17, lid 3. Deze diensten mogen ook op exclusieve basis worden verleend door een verlener van luchtvaartnavigatiediensten of groepen verleners van luchtvaartnavigatiediensten, met name de diensten die verband houden met de infrastructuur voor luchtverkeersbeheer. De Commissie specificeert de voorwaarden voor de selectie van dienstverleners of groepen dienstverleners, op basis van hun capaciteit en vermogen om de diensten op onpartijdige en kosteneffectieve te verlenen, en stelt een algemene beoordeling op van de geraamde kosten en baten van de gecentraliseerde verlening van de ondersteunende diensten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure. De Commissie stelt dienstverleners of groepen dienstverleners aan overeenkomstig deze uitvoeringshandelingen.

5. De netwerkbeheerder mag diensten ter ondersteuning van de werking van het Europees netwerk voor luchtverkeersbeheer op gecentraliseerde wijze verlenen door deze diensten toe te voegen aan die welke vermeld zijn in artikel 17, lid 2, overeenkomstig artikel 17, lid 3. Deze diensten mogen ook op exclusieve basis worden verleend door een verlener van luchtvaartnavigatiediensten of groepen verleners van luchtvaartnavigatiediensten, met name de diensten die verband houden met de infrastructuur voor luchtverkeersbeheer. De Commissie specificeert de voorwaarden voor de selectie van dienstverleners of groepen dienstverleners, op basis van hun capaciteit en vermogen om de diensten op onpartijdige en kosteneffectieve te verlenen, en stelt een algemene beoordeling op van de geraamde kosten en baten van de gecentraliseerde verlening van de ondersteunende diensten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure. De Commissie stelt dienstverleners of groepen dienstverleners aan overeenkomstig deze uitvoeringshandelingen.

 

5 bis. De Commissie stelt gedetailleerde en uitgebreide regels vast voor de selectieprocedures voor de onder dit artikel vallende diensten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

 

5 ter. De Commissie voert een uitgebreide studie uit naar de gevolgen voor de werkzaamheden, de economie, de veiligheid en de maatschappij van de invoering van marktbeginselen bij de verlening van ondersteunende diensten, en dient deze studie voor 1 januari 2016 in bij het Europees Parlement en de Raad. In deze studie wordt rekening gehouden met de tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer en de effecten van SESAR-technologieën op de sector voor ondersteunende diensten.

Amendement  91

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) prestatiedoelen voor de gehele Unie en bijbehorende lokale prestatiedoelen voor de prestatiekerngebieden veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie;

(a) prestatiedoelen voor de gehele Unie en bijbehorende lokale prestatiedoelen voor de prestatiekerngebieden veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie overeenkomstig de in het masterplan inzake luchtvaartverkeersbeheer opgenomen, voor een volledige referentieperiode vastgestelde doelstellingen op hoog niveau;

Amendement  92

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken, inclusief prestatiedoelen, die de naleving van de prestatiedoelen voor de gehele Unie en de bijbehorende lokale prestatiedoelen waarborgen; alsmede

(b) lokale prestatieplannen, inclusief prestatiedoelen, die de naleving van de prestatiedoelen voor de gehele Unie en de bijbehorende lokale prestatiedoelen waarborgen; alsmede

Amendement  93

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie wijst een onafhankelijk, onpartijdig en bevoegd orgaan aan als "prestatiebeoordelingsorgaan". De rol van dit orgaan is de Commissie, in coördinatie met de nationale toezichthoudende instanties, bij te staan en de nationale toezichthoudende instanties op verzoek bij te staan bij de tenuitvoerlegging van de in lid 1 vermelde prestatieregeling. Het EAA, Eurocontrol of een andere bevoegde entiteit kunnen technische bijstand verlenen aan het prestatiebeoordelingsorgaan.

2. De Commissie wijst een onafhankelijk, onpartijdig en bevoegd orgaan aan als prestatiebeoordelingsorgaan. Het prestatiebeoordelingsorgaan wordt opgericht als een Europese economische toezichthouder onder toezicht van de Commissie, met ingang van 1 juli 2015. De rol van het prestatiebeoordelingsorgaan is de Commissie, in coördinatie met de nationale luchtvaartautoriteiten, bij te staan en de nationale luchtvaartautoriteiten op verzoek bij te staan bij de tenuitvoerlegging van de in lid 1 vermelde prestatieregeling, en hier toezicht op te houden. Het prestatiebeoordelingsorgaan is functioneel en juridisch gescheiden van alle dienstverleners, zowel op nationaal als op pan-Europees niveau. Het EAA, de netwerkbeheerder, Eurocontrol of een andere bevoegde entiteit kunnen technische bijstand verlenen aan het prestatiebeoordelingsorgaan.

Amendement  94

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in lid 1, onder b), bedoelde nationale plannen of plannen voor functionele luchtruimblokken worden opgesteld door de nationale toezichthoudende instanties en door de lidsta(a)t(en) goedgekeurd. Deze plannen omvatten bindende doelen en een adequate, door de lidsta(a)t(en) vastgestelde stimuleringsregeling. Bij het opstellen van de plannen vindt overleg plaats met de verleners van luchtvaartnavigatiediensten, vertegenwoordigers van luchtruimgebruikers en eventueel luchthavenexploitanten en luchthavencoördinatoren.

3. De in lid 1, onder b), bedoelde lokale prestatieplannen worden opgesteld door de nationale luchtvaartautoriteiten en door de lidsta(a)t(en) goedgekeurd. Deze plannen omvatten bindende doelen en een adequate, door de lidsta(a)t(en) vastgestelde stimuleringsregeling. Bij het opstellen van de plannen vindt overleg plaats met de de Commissie, het prestatiebeoordelingsorgaan, verleners van luchtvaartnavigatiediensten, vertegenwoordigers van luchtruimgebruikers en eventueel luchthavenexploitanten en luchthavencoördinatoren.

Amendement  95

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De overeenstemming van de nationale plannen of de plannen van de functionele luchtruimblokken en van de lokale doelstellingen met de EU-wijde prestatiedoelen zal worden beoordeeld door de Commissie, in samenwerking met het prestatiebeoordelingsorgaan.

De overeenstemming van de lokale prestatieplannen en van de lokale doelstellingen met de EU-wijde prestatiedoelen zal worden beoordeeld door de Commissie, in samenwerking met het prestatiebeoordelingsorgaan.

Amendement  96

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de Commissie vaststelt dat de plannen van de functionele luchtruimblokken of de nationale plannen en de lokale doelstellingen niet voldoen aan de EU-wijde doelstellingen, kan zij vragen dat de betrokken lidstaten de nodige corrigerende maatregelen nemen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, vermelde raadplegingsprocedure.

Indien de Commissie vaststelt dat de lokale prestatieplannen of de lokale doelstellingen niet voldoen aan de EU-wijde doelstellingen, kan zij vragen dat de betrokken lidstaten de nodige corrigerende maatregelen nemen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, vermelde raadplegingsprocedure.

Amendement  97

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De Commissie gaat regelmatig na of de EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen zijn gehaald.

6. De Commissie en het EAA gaan, samen met het prestatiebeoordelingsorgaan, regelmatig na of de EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen zijn gehaald.

Amendement  98

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) het verzamelen, valideren, onderzoeken, evalueren en verspreiden van relevante gegevens over de prestaties van luchtvaartnavigatiediensten en netwerk diensten van alle relevante partijen, waaronder verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers, luchthavenexploitanten, nationale toezichthoudende instanties, lidstaten en Eurocontrol;

(a) het verzamelen, valideren, onderzoeken, evalueren en verspreiden van relevante gegevens over de prestaties van luchtvaartnavigatiediensten en netwerk diensten van alle relevante partijen, waaronder verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers, luchthavenexploitanten, het EAA, de nationale luchtvaartautoriteiten, de lidstaten en Eurocontrol;

Amendement  99

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) het selecteren van passende prestatiekerngebieden op basis van ICAO-document nr. 9854 "Global Air Traffic Management Operational Concept", en conform de in het prestatiekader van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer aangemerkte gebieden, inclusief veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie, indien nodig aangepast om rekening te houden met de specifieke behoeften van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en met relevante doelstellingen voor genoemde terreinen, en het definiëren van een beperkt pakket van prestatiekernindicatoren voor prestatiemeting;

(b) het selecteren van passende prestatiekerngebieden op basis van ICAO-document nr. 9854 "Global Air Traffic Management Operational Concept", en conform de in het prestatiekader van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer aangemerkte gebieden, inclusief veiligheid, milieu, capaciteit, kostenefficiëntie en de menselijke factor, indien nodig aangepast om rekening te houden met de specifieke behoeften van het gemeenschappelijk Europees luchtruim en met relevante doelstellingen voor genoemde terreinen, en het definiëren van een beperkt pakket van prestatiekernindicatoren voor prestatiemeting. Er dient bijzondere aandacht te worden besteed aan de veiligheidsprestatie-indicatoren;

Amendement  100

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het opstellen en herzien van EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen die worden vastgesteld met inachtneming van inputs die zijn geïdentificeerd op nationaal niveau of op dat van functionele luchtruimblokken;

(c) het opstellen en herzien van EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen die worden vastgesteld met inachtneming van inputs die zijn geïdentificeerd op nationaal niveau of op dat van functionele luchtruimblokken. Er worden EU-wijde prestatiedoelen vastgesteld om te waarborgen dat er voor ieder functioneel luchtruimblok voldoende flexibiliteit is om de beste resultaten te behalen;

Motivering

Het is nodig impuls te geven aan verbetering van de prestaties van functionele luchtruimblokken, waarbij wordt gewaarborgd dat de EU-wijde doelstellingen niet leiden tot minder flexibiliteit, die nodig is voor het behalen van betere resultaten.

Amendement  101

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter d – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) de criteria voor de opstelling door de nationale toezichthoudende instanties van de nationale prestatieplannen of prestatieplannen voor functionele luchtruimblokken met de lokale prestatiedoelen en de stimuleringsregeling. De prestatieplannen:

(d) de criteria voor de opstelling door de nationale luchtvaartautoriteiten van de lokale prestatieplannen met de lokale prestatiedoelen en de stimuleringsregeling. De prestatieplannen:

Amendement  102

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter d – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i) zijn gebaseerd op de bedrijfsplannen van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten;

(i) zijn gebaseerd op de bedrijfsplannen van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten, die op hun beurt rekening moeten houden met de uitvoering van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer;

Amendement  103

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) het beoordelen van de lokale prestatiedoelen op basis van het nationale plan of het plan voor het functionele luchtruimblok,

(e) het beoordelen van de lokale prestatiedoelen op basis van het lokale prestatieplan;

Amendement  104

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) het monitoren van de nationale prestatieplannen of prestatieplannen voor functionele luchtruimblokken, met inbegrip van passende waarschuwingsmechanismen;

(f) toezicht op de lokale prestatieplannen, met inbegrip van passende waarschuwingsmechanismen;

Amendement  105

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 1 – letter g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(g) de criteria om sancties op te leggen omdat tijdens de referentieperiode de EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen niet zijn gehaald en om waarschuwingssystemen te ondersteunen;

(g) de criteria om sancties en mechanismen voor schadevergoeding op te leggen voor gevallen waarin tijdens de referentieperiode de EU-wijde en bijbehorende lokale prestatiedoelen niet zijn gehaald en om waarschuwingssystemen te ondersteunen;

Motivering

Naast de invoering van sancties dient er ook een passend mechanisme voor schadevergoedingen te worden opgericht voor problemen die ontstaan vanwege een gebrek aan synchronisatie bij de ontwikkeling van SESAR en het verlies aan investeringen ten gevolge hiervan.

Amendement  106

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 26, teneinde gedetailleerde regels vast te stellen voor de goede werking van de prestatieregeling, overeenkomstig de in dit lid vermelde punten .

De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 26, teneinde de EU-wijde prestatiedoelen goed te keuren en gedetailleerde regels vast te stellen voor de goede werking van de prestatieregeling, overeenkomstig de in dit lid vermelde punten.

Amendement  107

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis. De Commissie verricht een studie naar de mogelijke gevolgen van het gedrag van niet-ANSP-actoren binnen het luchtverkeersbeheersysteem, zoals luchthavenexploitanten, luchthavencoördinatoren en luchtvervoersexploitanten, voor de efficiënte werking van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer.

 

Het kader van de studie dient te omvatten maar niet beperkt te zijn tot:

 

(a) het vaststellen van niet-ANSP-actoren binnen het systeem voor luchtverkeersbeheer die de prestaties van het netwerk kunnen beïnvloeden;

 

(b) de gevolgen die het gedrag van dergelijke actoren hebben op de prestaties van de luchtvaartnavigatie met betrekking tot de prestatiekerngebieden op het gebied van veiligheid, het milieu en de capaciteit;

 

(c) de haalbaarheid van het ontwikkelen van prestatie-indicatoren en prestatiekernindicatoren voor deze actoren;

 

(d) alle voordelen voor het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer die kunnen voortvloeien uit de invoering van aanvullende prestatie-indicatoren en prestatiekernindicatoren; en alle belemmeringen die het behalen van maximale prestaties in de weg staan.

 

De studie begint niet later dan 12 maanden na openbaarmaking van onderhavige verordening en de voltooiing ervan vindt niet later dan 12 maanden daarna plaats. De resultaten ervan worden vervolgens door de Commissie en de lidstaten in aanmerking genomen, met het oog op uitbreiding van het toepassingsgebied van de prestatieregeling door opneming van aanvullende prestatie-indicatoren en prestatiekernindicatoren voor toekomstige referentieperioden, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

Motivering

In de prestatieregeling wordt met name de nadruk gelegd op dienstverleners als de hoofdactoren binnen het systeem voor luchtverkeersbeheer. Het is duidelijk dat andere actoren binnen het systeem ook van invloed kunnen zijn op de prestaties van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer. Bijgevolg moet de Commissie, ondersteund door het prestatiebeoordelingsorgaan, een studie verrichten om de invloed van andere actoren in het luchtverkeersbeheersysteem op de prestaties van het netwerk te achterhalen, met het oog op ontwikkeling van aanvullende prestatie-indicatoren en prestatiekernindicatoren voor deze actoren en op opneming ervan in toekomstige referentieperioden van de regeling.

Amendement  108

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De kosten die in dit verband moeten worden meegenomen, zijn die welke geraamd zijn voor de faciliteiten en diensten die zijn voorzien en worden uitgevoerd in het kader van het ICAO Regional Air Navigation Plan, Europese regio. Hieronder vallen ook de kosten van de nationale toezichthoudende instanties en/of gekwalificeerde entiteiten, alsmede andere kosten die door de betrokken lidstaat en dienstverlener zijn gemaakt voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten. Het omvat echter niet de in artikel 33 vermelde kosten van door de lidstaten opgelegde strafmaatregelen, noch de kosten van de in artikel 11, lid 5, vermelde corrigerende maatregelen of sancties;

4. De kosten die in dit verband moeten worden meegenomen, zijn die welke geraamd zijn voor de faciliteiten en diensten die zijn voorzien en worden uitgevoerd in het kader van het ICAO Regional Air Navigation Plan, Europese regio. Hieronder vallen ook de kosten van de nationale luchtvaartautoriteiten en/of gekwalificeerde entiteiten, alsmede andere kosten die door de betrokken lidstaat en dienstverlener zijn gemaakt voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten. Het omvat echter niet de in artikel 33 vermelde kosten van door de lidstaten opgelegde strafmaatregelen, noch de kosten van de in artikel 11, lid 5, vermelde corrigerende maatregelen of sancties.

Amendement  109

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Ten aanzien van de functionele luchtruimblokken en in het kader van hun respectieve kaderovereenkomsten doen de lidstaten redelijke inspanningen om tot afspraken te komen over gemeenschappelijke beginselen voor het beleid inzake heffingen.

5. Ten aanzien van de functionele luchtruimblokken en in het kader van hun respectieve kaderovereenkomsten doen de lidstaten redelijke inspanningen om tot afspraken te komen over gemeenschappelijke beginselen voor het beleid inzake heffingen, met als doel te komen tot een enkele heffing, in overeenstemming met hun respectieve prestatieplannen.

Amendement  110

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 9 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) heffingen moeten de veilige, doelmatige, doeltreffende, daadwerkelijke en duurzame verlening van luchtvaartnavigatiediensten bevorderen teneinde een hoog niveau van veiligheid en kosteneffectiviteit te realiseren en de prestatiedoelen te halen, en ze vormen een stimulans voor geïntegreerde dienstverlening, en leveren een bijdrage aan het reduceren van de milieugevolgen van de luchtvaart. Met het oog op het bepaalde onder f) mogen de nationale toezichthoudende instanties, met betrekking tot de nationale prestatieplannen of prestatieplannen voor functionele luchtruimblokken, mechanismen opzetten, inclusief prikkels in de vorm van financiële voordelen en nadelen, om verleners van luchtvaartnavigatiediensten en/of luchtruimgebruikers aan te moedigen om steun te verlenen aan verbeteringen in de verlening van luchtvaartnavigatiediensten, zoals verhoogde capaciteit, beperkte vertragingen en duurzame ontwikkeling, met behoud van een optimaal veiligheidsniveau.

(f) heffingen moeten de veilige, doelmatige, doeltreffende, daadwerkelijke en duurzame verlening van luchtvaartnavigatiediensten bevorderen teneinde een hoog niveau van veiligheid en kosteneffectiviteit te realiseren en de prestatiedoelen te halen, en ze vormen een stimulans voor geïntegreerde dienstverlening, en leveren een bijdrage aan het reduceren van de milieugevolgen van de luchtvaart. Met het oog op het bepaalde onder dit punt mag de nationale luchtvaartautoriteit, met betrekking tot de lokale prestatieplannen, mechanismen opzetten, inclusief prikkels in de vorm van financiële voordelen en nadelen, om verleners van luchtvaartnavigatiediensten en/of luchtruimgebruikers aan te moedigen om steun te verlenen aan verbeteringen in de verlening van luchtvaartnavigatiediensten, zoals verhoogde capaciteit, beperkte vertragingen en duurzame ontwikkeling, met behoud van een optimaal veiligheidsniveau.

Amendement  111

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

10. De Commissie stelt maatregelen vast waarin de bijzonderheden zijn uiteengezet van de procedure die moet worden gevolgd voor de toepassing van de leden 1 tot en met 9. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

10. De Commissie stelt maatregelen vast waarin de bijzonderheden zijn uiteengezet van de procedure die moet worden gevolgd voor de toepassing van de leden 1 tot en met 9. De Commissie kan financiële mechanismen voorstellen ter verbetering van de synchronisatie van kapitaaluitgaven voor projecten in de lucht en op de grond met betrekking tot de ontwikkeling van SESAR-technologieën. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

Motivering

Recente problemen met het uitrollen van SESAR-technologieën tonen aan dat zonder toegespitste maatregelen de vereiste kapitaaluitgaven mogelijk niet gesynchroniseerd zullen zijn en dat bijgevolg de respectieve in vliegtuigen of grondsystemen geïnstalleerde technologie mogelijk nutteloos zijn.

Amendement  112

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 bis

 

Tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer

 

1. De tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer wordt door de Commissie gecoördineerd. De netwerkbeheerder, het prestatiebeoordelingsorgaan en de uitrolbeheerder dragen bij aan de tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer, overeenkomstig de bepalingen van onderhavige verordening.

Amendement  113

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 ter

 

De Commissie stelt maatregelen in ter vaststelling van het beheer van de tenuitvoerlegging van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer, waaronder de vaststelling en selectie van de verantwoordelijke op managementniveau (uitrolbeheerder). Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

Amendement  114

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 quater

 

De uitrolbeheerder beveelt de Commissie bindende termijnen aan voor het uitrollen, alsook passende corrigerende maatregelen tegen vertraging bij de tenuitvoerlegging.

Amendement  115

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De implementatie van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer kan worden ondersteund door gemeenschappelijke projecten. Deze projecten dragen bij aan de doelstellingen van deze verordening, d.w.z. verbetering van de prestaties van het Europese luchtvaartsysteem op kerngebieden als capaciteit en vlucht- en kostenefficiëntie, alsmede milieuduurzaamheid, binnen het kader van de veiligheidsdoelstellingen, die van de hoogste orde zijn. De gemeenschappelijke projecten hebben tot doel de luchtverkeersbeheersfuncties tijdig, gecoördineerd en gesynchroniseerd ten uitvoer te leggen, teneinde de essentiële operationele wijzigingen te bereiken die in het masterplan voor luchtverkeersbeheer zijn vermeld.

1. De implementatie van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer kan worden ondersteund door gemeenschappelijke projecten. Deze projecten dragen bij aan de doelstellingen van deze verordening, d.w.z. verbetering van de prestaties van het Europese luchtvaartsysteem op kerngebieden als capaciteit en vlucht- en kostenefficiëntie, alsmede milieuduurzaamheid, binnen het kader van de veiligheidsdoelstellingen, die van de hoogste orde zijn. De gemeenschappelijke projecten hebben tot doel de luchtverkeersbeheersfuncties tijdig, gecoördineerd en gesynchroniseerd ten uitvoer te leggen, teneinde de essentiële operationele wijzigingen te bereiken die in het masterplan voor luchtverkeersbeheer zijn vermeld, met inbegrip van de identificatie van de meest passende geografische dimensie, prestatiegerichte projectobpouw en een op dienstverlening gerichte aanpak die moet worden toegepast door de uitrolbeheerder. Voor zover mogelijk moet er bij het ontwerp en de uitvoering van algemene projecten naar worden gestreefd dat er in elke lidstaat een reeks interoperabele capaciteiten beschikbaar kunnen zijn.

Amendement  116

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie kan maatregelen vaststellen voor het beheer van gemeenschappelijke projecten en prikkels voor de uitvoering ervan. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure. Deze maatregelen laten de mechanismen voor de uitvoering van de projecten met betrekking tot functionele luchtruimblokken zoals door de partners van die blokken overeengekomen, onverlet.

2. De Commissie kan maatregelen vaststellen voor het beheer van gemeenschappelijke projecten en prikkels voor de uitvoering ervan. Het orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de baseline van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer is eveneens verantwoordelijk voor het uitrollen van de gemeenschappelijke projecten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure. Deze maatregelen vormen een aanvulling op de mechanismen voor de uitvoering van de projecten met betrekking tot functionele luchtruimblokken zoals door de partners van die blokken overeengekomen.

Amendement  117

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Gemeenschappelijke projecten zijn het middel om de door het SESAR-programma ontwikkelde operatieve verbeteringen op gecoördineerde en tijdige wijze om te zetten. Zij dragen aldus op beslissende wijze bij tot de verwezenlijking van de EU-wijde doelstellingen.

Motivering

Het is erg belangrijk te benadrukken dat de uitvoering van het SESAR-programma middels gemeenschappelijke projecten en het verwezenlijken van de Europese doelstellingen op tijdige, gecoördineerde en synchrone wijze op elkaar aansluiten. Bovendien moet in de nieuwe verordening worden verwezen naar de Uitvoeringsverordening (EG) nr. 409/2013.

Amendement  118

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat de functionele luchtruimblokken worden opgericht en geïmplementeerd op basis van een geïntegreerde verlening van luchtverkeersdiensten, teneinde de vereiste capaciteit en efficiëntie van het netwerk voor luchtverkeersbeveiliging in het gemeenschappelijk Europees luchtruim te bereiken, een hoog niveau van veiligheid in stand te houden, bij te dragen tot de algehele prestaties van het luchtvervoerssysteem en het effect op het milieu te beperken.

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat operationele functionele luchtruimblokken worden opgericht en geïmplementeerd op basis van een geïntegreerde verlening van luchtvaartnavigatiediensten, teneinde de vereiste capaciteit en efficiëntie van het netwerk voor luchtverkeersbeveiliging in het gemeenschappelijk Europees luchtruim te bereiken, een hoog niveau van veiligheid in stand te houden, bij te dragen tot de algehele prestaties van het luchtvervoerssysteem en het effect op het milieu te beperken.

Amendement  119

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De functionele luchtruimblokken worden, voorzover mogelijk, opgericht op basis van coöperatieve sectoriële partnerschappen tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten, met name met betrekking tot het verlenen van ondersteunende diensten, zoals bepaald in artikel 10. Om optimale prestaties te kunnen bereiken, mogen dergelijke partnerschappen een of meer functionele luchtruimblokken of delen daarvan ondersteunen.

Schrappen

Motivering

Overeenkomstig amendement 76 op artikel 10 van de rapporteur moet de concurrentie op het gebied van ondersteunende diensten niet worden beperkt tot het niveau van functionele luchtruimblokken.

Amendement  120

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten en de verleners van luchtverkeersdiensten werken zoveel mogelijk samen om de naleving van dit artikel te garanderen. Indien van toepassing heeft deze samenwerking ook betrekking op verleners van luchtverkeersdiensten uit derde landen die aan functionele luchtruimblokken deelnemen.

3. De lidstaten, de nationale luchtvaartautoriteiten en de verleners van luchtvaartnavigatiediensten werken zoveel mogelijk samen om de naleving van dit artikel te garanderen. Indien van toepassing heeft deze samenwerking ook betrekking op nationale luchtvaartautoriteiten en verleners van luchtvaartnavigatiediensten uit derde landen die aan functionele luchtruimblokken deelnemen.

Motivering

In dit artikel dienen NSA's te worden opgenomen, omdat zij een rol spelen bij het toezicht op de veiligheid en de prestaties van FAB's.

Amendement  121

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) zo zijn ontworpen dat de sectoriële partnerschappen zoveel mogelijk synergieën opleveren, teneinde de overeenkomstig artikel 11 vastgestelde prestatiedoelen te verwezenlijken en waar mogelijk te overtreffen;

(b) zo zijn ontworpen dat de sectoriële partnerschappen zoveel mogelijk synergieën opleveren, teneinde de overeenkomstig artikel 11 vastgestelde prestatiedoelen te verwezenlijken;

Motivering

Een niet-passend "vereiste" voor wetgeving. Het overtreffen van een doel in één gebied kan tot problemen leiden bij het verwezenlijken van doelen in een ander gebied.

Amendement  122

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) optimaal gebruik van het luchtruim mogelijk maken, rekening houdende met luchtverkeersstromen;

(c) optimaal en flexibel gebruik van het luchtruim mogelijk maken, rekening houdende met luchtverkeersstromen;

Amendement  123

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 1 – letter i bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis) de aankoop van infrastructuur voor luchtverkeersbeheer consolideren en naar verbetering van de interoperabiliteit van bestaande apparatuur streven;

Motivering

De aankoop van kostbare en incompatibele systemen door iedere ANSP leidt tot belemmeringen voor SES-doelstellingen verderop in de planning.

Amendement  124

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 4 – alinea 1 – punt i ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i ter) bijdragen aan consistentie met voor de hele Unie geldende prestatiedoelstellingen.

Amendement  125

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Verleners van luchtvaartnavigatiediensten mogen aan de eisen van dit artikel voldoen door deel te nemen aan een of meer functionele luchtruimblokken.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement  126

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Functionele luchtruimblokken die zich uitstrekken over delen van het luchtruim die onder de verantwoordelijkheid van meer dan een lidstaat vallen worden ingesteld bij gezamenlijke aanwijzing tussen alle lidstaten en in voorkomend geval derde landen die verantwoordelijk zijn voor een deel van het luchtruim in het functioneel luchtruimblok.

Operationele functionele luchtruimblokken worden ingesteld bij gezamenlijke aanwijzing tussen de lidstaten en, in voorkomend geval, derde landen die verantwoordelijk zijn voor een deel van het luchtruim in het functioneel luchtruimblok.

Amendement  127

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11. De Commissie kan maatregelen vaststellen betreffende de in lid 6 vermelde door de lidsta(a)t(en) te verstrekken informatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

11. De Commissie kan maatregelen vaststellen betreffende de in lid 6 vermelde door de lidsta(a)t(en) te verstrekken informatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure. De bepalingen van dit lid laten alle FAB-regelingen die bestaan op de datum van inwerkingtreding van deze verordening onverlet, voor zover deze regelingen in overeenstemming zijn met en, indien mogelijk, verder gaan dan de overeenkomstig artikel 11 vastgestelde prestatiedoelen.

 

Amendement  128

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Industriële partnerschappen

 

1. Verleners van luchtvaartnavigatiediensten mogen samenwerken om industriële partnerschappen op te zetten, met name met betrekking tot het verlenen van ondersteunende diensten overeenkomstig artikel 10. Om optimale prestaties te kunnen bereiken, mogen industriële partnerschappen een of meer functionele luchtruimblokken of delen daarvan ondersteunen.

 

2. De Commissie en de lidstaten doen al het mogelijke om te waarborgen dat alle belemmeringen voor partnerschappen tussen verleners van luchtvaartnavigatiediensten worden weggewerkt, waarbij met name rekening wordt gehouden met aansprakelijkheidskwesties, heffingsmodellen en interoperabiliteitsproblemen.

Motivering

Industriële partnerschappen dienen te worden gescheiden van FAB's, die initiatieven van staten zijn. Bovendien hoeven industriële partnerschappen en FAB's elkaar niet te overlappen wat betreft betrokken lidstaten; derhalve moeten ze als apart type samenwerking worden geclassificeerd.

Amendement  129

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De netwerkdiensten voor luchtverkeersbeheer maken het mogelijk het luchtruim optimaal te benutten, garanderen dat luchtruimgebruikers volgens geprefereerde trajecten kunnen vliegen en voorzien in een maximale toegang tot het luchtruim en tot luchtvaartnavigatiediensten. Deze netwerkdiensten zijn gericht op het ondersteunen van initiatieven op nationaal niveau en op het niveau van functionele luchtruimblokken en worden op zodanige wijze uitgevoerd dat de scheiding van regelgevende en uitvoerende taken wordt gehandhaafd.

1. De netwerkdiensten voor luchtverkeersbeheer maken het mogelijk het luchtruim optimaal en flexibel te benutten, garanderen dat luchtruimgebruikers volgens geprefereerde trajecten kunnen vliegen en voorzien in een maximale toegang tot het luchtruim en tot luchtvaartnavigatiediensten. Deze netwerkdiensten zijn gericht op het ondersteunen van initiatieven op nationaal niveau en op het niveau van functionele luchtruimblokken en worden op zodanige wijze uitgevoerd dat de scheiding van regelgevende en uitvoerende taken wordt gehandhaafd.

Amendement  130

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de in lid 1 vermelde doelstellingen te verwezenlijken en onverminderd de verantwoordelijkheden van de lidstaten met betrekking tot nationale routes en luchtruimstructuren, ziet de Commissie erop toe dat de volgende diensten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van een netwerkbeheerder:

Om de in lid 1 vermelde doelstellingen te verwezenlijken en onverminderd de verantwoordelijkheden van de lidstaten met betrekking tot nationale routes en luchtruimstructuren, ziet de Commissie erop toe dat de volgende functies en diensten worden gecoördineerd door een netwerkbeheerder:

Motivering

De "netwerkbeheerder", zoals vastgelegd in het SES, is niet noodzakelijkerwijs in staat om al deze activiteiten zelf uit te voeren.

Amendement  131

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) de optimalisering van het luchtruimontwerp in samenwerking met de verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de in artikel 16 vermelde functionele luchtruimblokken;

(e) de optimalisering van het luchtruimontwerp, waaronder luchtruimsectoren en luchtruimstructuren in en-route- en naderingsgebieden, in samenwerking met de verleners van luchtvaartnavigatiediensten en de in artikel 16 vermelde functionele luchtruimblokken;

Amendement  132

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in deze alinea genoemde diensten hebben geen betrekking op de vaststelling van bindende maatregelen van algemene aard of op het nemen van politieke beslissingen. Hierbij wordt rekening gehouden met voorstellen gedaan op nationaal niveau en op het niveau van functionele luchtruimblokken. Bij de uitvoering ervan vindt coördinatie plaats met militaire autoriteiten, overeenkomstig overeengekomen procedures inzake een flexibel gebruik van het luchtruim.

De in deze alinea genoemde functies en diensten hebben geen betrekking op de vaststelling van bindende maatregelen van algemene aard of op het nemen van politieke beslissingen. Hierbij wordt rekening gehouden met voorstellen gedaan op nationaal niveau en op het niveau van functionele luchtruimblokken. Bij de uitvoering ervan vindt coördinatie plaats met militaire autoriteiten, overeenkomstig overeengekomen procedures inzake een flexibel gebruik van het luchtruim.

Motivering

Sommige activiteiten in dit artikel vallen niet onder de betekenis "dienst" zoals deze term in het SES is vastgelegd.

Amendement  133

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan, in overeenstemming met de in lid 4 bedoelde uitvoeringsbepalingen, Eurocontrol of een ander onpartijdig en bevoegd orgaan aanstellen om de taken van netwerkbeheerder uit te voeren . Deze taken worden op onpartijdige en kosteneffectieve wijze uitgevoerd namens de lidstaten en belanghebbenden. Er wordt hierop een passend beheer toegepast, waarbij de gescheiden verantwoordelijkheden voor dienstverlening en regulering worden aangehouden, rekening houdend met de behoeften van het gehele netwerk voor luchtverkeersbeveiliging; de luchtruimgebruikers en de verleners van luchtvaartnavigatiediensten moeten bij de uitvoering van deze taken worden betrokken. Tegen 1 januari 2020 wijst de Commissie de netwerkbeheerder aan als zelfstandige dienstverlener; indien mogelijk wordt de netwerkbeheerder opgezet als een sectorieel partnerschap.

De Commissie kan, in overeenstemming met de in lid 4 bedoelde uitvoeringsbepalingen, Eurocontrol of een ander onpartijdig en bevoegd orgaan aanstellen om de taken van netwerkbeheerder uit te voeren. Deze taken worden op onpartijdige en kosteneffectieve wijze uitgevoerd namens de Unie, de lidstaten en belanghebbenden. Er wordt hierop een passend beheer toegepast, waarbij de gescheiden verantwoordelijkheden voor dienstverlening en regulering worden aangehouden, rekening houdend met de behoeften van het gehele netwerk voor luchtverkeersbeveiliging; de luchtruimgebruikers en de verleners van luchtvaartnavigatiediensten moeten bij de uitvoering van deze taken worden betrokken. Tegen 1 januari 2016 wijst de Commissie de netwerkbeheerder aan als zelfstandige dienstverlener; de netwerkbeheerder wordt opgezet als een sectorieel partnerschap.

Amendement  134

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Andere aspecten van het ontwerp van het luchtruim dan die welke in leden 2 en 4, onder c), zijn vermeld, worden op nationaal niveau of op het niveau van functionele luchtruimblokken behandeld. In dit ontwerpproces wordt rekening gehouden met de vraag naar vervoer en de complexiteit van dat vervoer en met de prestatieplannen voor nationale of functionele luchtruimblokken, en is bepaald dat relevante luchtruimgebruikers of relevante groepen die luchtruimgebruikers vertegenwoordigen, en, in voorkomend geval, militaire autoriteiten, volledig moeten worden geraadpleegd.

5. Andere aspecten van het ontwerp van het luchtruim dan die welke in lid 2 en lid 4, onder c), zijn vermeld, worden op nationaal niveau of op het niveau van functionele luchtruimblokken behandeld. In dit ontwerpproces wordt rekening gehouden met de vraag naar vervoer en de complexiteit van dat vervoer en de lokale prestatieplannen, en is bepaald dat relevante luchtruimgebruikers of relevante groepen die luchtruimgebruikers vertegenwoordigen, en, in voorkomend geval, militaire autoriteiten, volledig moeten worden geraadpleegd.

Amendement  135

Voorstel voor een verordening

Artikel 19– alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verleners van luchtvaartnavigatiediensten stellen raadplegingsmechanismen vast om met relevante groepen van luchtruimgebruikers en luchthavenexploitanten te overleggen over alle belangrijke kwesties die verband houden met de verleende diensten of over relevante wijzigingen van de luchtruimconfiguratie. De luchtruimgebruikers worden ook betrokken bij de goedkeuring van strategische investeringsplannen. De Commissie stelt maatregelen vast waarin in detail is uiteengezet hoe het overleg plaatsvindt en hoe de luchtruimgebruikers worden betrokken bij de goedkeuring van de investeringsplannen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

De verleners van luchtvaartnavigatiediensten stellen raadplegingsmechanismen vast om met relevante groepen van luchtruimgebruikers en luchthavenexploitanten te overleggen over alle belangrijke kwesties die verband houden met de verleende diensten en strategische investeringsplannen, in het bijzonder met betrekking tot aspecten die synchronisatie tussen het uitrollen van grond- en luchtsystemen vereisen, of relevante wijzigingen van de luchtruimconfiguratie. De Commissie stelt maatregelen vast waarin in detail is uiteengezet hoe het overleg plaatsvindt en hoe de luchtruimgebruikers worden betrokken bij het opstellen van strategische investeringsplannen om te zorgen voor de samenhang ervan met het masterplan inzake luchtverkeersbeheer en de in artikel 15 bedoelde algemene projecten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure.

Amendement  136

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Onverminderd de rol van het Single Sky-comité richt de Commissie een raadgevende groep deskundigen over de menselijke factor op, met leden van de sociale partners van het Europese luchtverkeersbeheer en andere deskundigen uit vertegenwoordigingsorganen voor beroepspersoneel. De rol van deze groep bestaat uit het adviseren van de Commissie over de interactie tussen vliegoperaties en de menselijke factor in de sector luchtverkeersbeheer.

Motivering

Aangezien het meten van indicatoren voor de menselijke factor een complexe zaak is, is er een groep deskundigen nodig die de Commissie op dit terrein van adviezen kan voorzien. Deze groep deskundigen kan worden opgericht onder auspiciën van een bestaand orgaan, zoals het raadgevend orgaan voor de luchtvaartsector.

Amendement  137

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Verleners van luchtvaartnavigatiediensten moeten, ongeacht hun eigendomsstructuur of rechtsvorm, hun jaarrekeningen opstellen, aan een onafhankelijke accountantscontrole onderwerpen en publiceren. Deze jaarrekeningen moeten voldoen aan de door de Unie goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen. Wanneer deze rekeningen wegens de juridische status van de dienstverlener niet volledig aan de internationale standaarden voor jaarrekeningen kunnen beantwoorden, streeft de betrokken verlener ernaar om zoveel mogelijk aan deze standaarden te voldoen.

1. Verleners van luchtvaartnavigatiediensten moeten, ongeacht hun eigendomsstructuur of rechtsvorm, hun jaarrekeningen opstellen, aan een onafhankelijke accountantscontrole onderwerpen en publiceren. Deze jaarrekeningen moeten voldoen aan de door de Unie goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen.

 

De lidstaten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat verleners van luchtvaartnavigatiediensten uiterlijk op 1 juli 2017 aan dit artikel voldoen.

Motivering

Het gebruik van internationale standaarden voor jaarrekeningen is een vereiste voor de vergelijkbaarheid van de kosten en kwaliteit van de in de prestatieregeling gebruikte gegevens.

Amendement  138

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Lidstaten kunnen de overgangsbepalingen van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden29 voor jaarrekeningen toepassen op de onder de werkingssfeer van deze verordening vallende verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

Schrappen

__________________

 

29 PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1.

 

Amendement  139

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De delegatie van de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 11, lid 7, artikel 17, lid 3, en artikel 25 wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.

2. De delegatie van de bevoegdheid, als bedoeld in artikel 11, lid 7, artikel 17, lid 3, en artikel 25 wordt voor een periode van zeven jaar aan de Commissie verleend.

 

De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van zeven jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie op. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

Amendement  140

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Nationale toezichthoudende instanties, die handelen overeenkomstig hun nationale wetgeving, noch de Commissie maken vertrouwelijke informatie bekend, in het bijzonder informatie over verleners van luchtvaartnavigatiediensten, hun zakenrelaties of hun kostencomponenten.

1. Nationale luchtvaartautoriteiten, die handelen overeenkomstig hun nationale wetgeving, noch de Commissie maken vertrouwelijke informatie bekend, in het bijzonder informatie over verleners van luchtvaartnavigatiediensten, hun zakenrelaties of hun kostencomponenten.

Amendement  141

Voorstel voor een verordening

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Lid 1 laat het recht van openbaarmaking door nationale toezichthoudende instanties of de Commissie onverlet indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak, in welk geval de openbaarmaking evenredig moet zijn en rekening moet houden met de gewettigde belangen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers, luchthavens of andere belanghebbenden inzake de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.

2. Lid 1 laat het recht van openbaarmaking door nationale luchtvaartautoriteiten of de Commissie onverlet indien dit noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak, in welk geval de openbaarmaking evenredig moet zijn en rekening moet houden met de gewettigde belangen van verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers, luchthavens of andere belanghebbenden inzake de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.

Amendement  142

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen regels vast inzake sancties die van toepassing zijn op de overtredingen van deze verordening, met name door luchtruimgebruikers en dienstverleners, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend en proportioneel en hebben een ontmoedigende werking.

De lidstaten stellen regels vast inzake sancties en mechanismen voor het instellen van beroep die van toepassing zijn op de overtredingen van deze verordening, met name door luchtruimgebruikers en dienstverleners, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend en proportioneel en hebben een ontmoedigende werking.

Motivering

Naast de invoering van sancties dient er ook een passend mechanisme voor schadevergoedingen te worden opgericht voor problemen die ontstaan vanwege een gebrek aan synchronisatie bij de ontwikkeling van SESAR en het verlies aan investeringen ten gevolge hiervan.

Amendement  143

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de nationale toezichthoudende instantie die het certificaat afgeeft,

(a) de nationale luchtvaartautoriteit die het certificaat afgeeft,

(1)

Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad.

(2)

PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.


TOELICHTING

Het initiatief inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES) werd in 2000 gelanceerd. Het luchtverkeersbeheer en de navigatiediensten werden erdoor ondergebracht in het gemeenschappelijke vervoersbeleid. Sinds SES is opgestart, hebben het uitbreidingsbeleid en een actief nabuurschapsbeleid de Europese luchtvaartmarkt uitgebreid tot 38 landen, waardoor de EU-luchtvaart een mondiale speler is geworden. SES heeft echter niet voor de verwachte resultaten gezorgd. Er is slechts weinig vooruitgang merkbaar bij de "bottom-up"-benadering van de functionele luchtruimblokken, alsook op het vlak van de algemene doeltreffendheid van het ontwerp en het gebruik van het Europese netwerk van routes. Hierdoor zijn noch de luchtvaartnavigatieheffingen en ticketprijzen noch de gemiddelde duur van de vluchten of het brandstofgebruik voldoende gedaald in het kader van de lopende SES-hervorming. De luchtruimgebruikers en passagiers betalen dus onnodig de niet-doeltreffendheid van de EU-luchtvaartketen in tijd, brandstofverbruik en geld.

Voorstel van de Commissie

De herschikking van de verordening inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim heeft tot doel de uitvoering van de hervorming van de luchtvaartnavigatiediensten te bespoedigen, zonder de oorspronkelijke doelstellingen en beginselen te verloochenen. Dit doel moet onder meer worden bereikt door de onafhankelijkheid van de nationale toezichthoudende autoriteiten te bevorderen, de rol van de netwerkbeheerder te versterken, het concept van functionele luchtruimblokken opnieuw te definiëren door de industrie in staat te stellen een meer vooraanstaande rol te spelen en tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, door ondersteunende diensten met betrekking tot luchtvaartnavigatie te onderwerpen aan aanbestedingsprocedures die openstaan voor concurrentie.

Een status-quo is geen optie

Na te hebben gewerkt aan het voorgaande voorstel inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES II) en te hebben onderhandeld over de definitieve overeenstemming met de Raad, met als enige uitkomst een verwatering van de resultaten door een gebrek aan politieke wil en engagement in veel lidstaten, is de rapporteur uitermate ingenomen met de beginselen die zijn vastgelegd in SESII+. Ondanks bepaalde inspanningen van enkele lidstaten die zich ervoor ingezet hebben om het landschap van de Europese luchtverkeersbeheersector te verbeteren, hebben de luchtruimgebruikers, luchtvaartmaatschappijen en passagiers hiervan niet veel gemerkt in hun dagelijkse bezigheden en activiteiten. Daarom moeten we dit nieuwe voorstel beschouwen als misschien wel de laatste kans om de reeds ernstig vertraagde tenuitvoerlegging van het vlaggenschipinitiatief van de EU te versnellen vóór de Europese luchtvaartsector te kampen krijgt met een nieuwe tegenslag tengevolge van externe concurrentie en een nieuwe golf van faillissementen van luchtvaartmaatschappijen. Dit gezegd zijnde, is uw rapporteur van mening dat een aantal wijzigingen het voorstel kunnen verbeteren door het praktischer te maken en door te zorgen voor een uitvoering die flexibeler en efficiënter is.

Ontwerpverslag van de rapporteur

Eerst en vooral werden er een aantal belangrijke definities toegevoegd, bijvoorbeeld voor "lokale prestatiedoelen" en "sectorieel partnerschap", die, volgens het voorstel, "drijvende krachten" zullen zijn binnen nieuw gestructureerde functionele luchtruimblokken.

Ten tweede moeten de leden van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, aangezien dit per definitie inclusiever moet zijn en een flexibeler gebruik van het luchtruim mogelijk moet maken, worden aangemoedigd om versterkte samenwerking aan te gaan, los van de grenzen waarbinnen ze opereren. Ze moeten ook de mogelijkheid hebben om de geografische en operationele werkingssfeer van deze verordening uit te breiden door middel van passende overeenkomsten, eveneens op het niveau van de functionele luchtruimblokken, met naburige derde landen. Een aantal wijzigingen die dit expliciet mogelijk maken werden ingevoegd in de tekst.

Ten derde worden een paar wijzigingen ingevoerd met betrekking tot de erkenningsprocedure van de nationale luchtvaartautoriteiten en de certificering van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten, in lijn met de bepalingen die zijn opgenomen in het tweede voorstel van SESII+ tot wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008, waarmee aanzienlijk meer taken worden toevertrouwd aan het Europees luchtvaartagentschap. Het moet met name mogelijk zijn voor het Europees luchtvaartagentschap om, met het oog op de toekomstige invoering van een uniforme procedure voor de certificering van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten en om hen in staat te stellen op één plaats één vergunning te bekomen om hun taken uit te voeren die geldig is in de hele Unie, dergelijk certificaat te verlenen dat erkend is in alle lidstaten.

De ondersteunende diensten worden bovendien duidelijk omschreven als bestaande uit diensten met betrekking tot communicatie, navigatie en toezicht (CNS), meteorologie en luchtvaartinlichtingen, om verwarring te voorkomen. Bovendien wordt voorgesteld om verleners van luchtvaartnavigatiediensten te verplichten om aanbiedingen van andere dienstverleners te overwegen om deze diensten te verrichten, zonder de verplichting om ze te scheiden, aangezien de scheiding tussen ondersteunende diensten en verleners van luchtvaartnavigatiediensten vaak in vraag wordt gesteld.

Bovendien dient de Commissie, aangezien de uitvoering van het SES sterk afhankelijk is van de baseline van het masterplan inzake luchtverkeersbeheer, met inbegrip van de tijdige en toegespitste invoering en interoperabiliteit van technologische componenten, de verantwoordelijkheid voor het beheer van dergelijke uitvoering toevertrouwen aan een te selecteren "uitrolbeheerder", waardoor de gepaste beheersstructuur van het SES wordt verduidelijkt en de correcte en tijdige uitvoering ervan wordt bevorderd. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de "gemeenschappelijke projecten", en met name aan de projecten die gebaseerd zijn op technologiegedreven kaders.

Tot slot wordt voorgesteld om, aangezien de praktijk heeft uitgewezen dat de meeste van de taken van de nationale toezichthoudende instanties worden toevertrouwd aan de reeds bestaande luchtvaartautoriteiten, de bestaande juridische verwarring tussen nationale toezichthoudende instanties en nationale luchtvaartautoriteiten te verduidelijken door deze twee parallelle concepten expliciet samen te voegen tot één enkel concept, waardoor de verantwoordelijkheid om toezicht te houden op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten komt te liggen bij de nationale luchtvaartautoriteiten, die moeten worden erkend door het EAA. De nationale luchtvaartautoriteiten dienen bij de uitoefening van hun taken te zorgen voor hun onafhankelijkheid, met name voor wat betreft aanwervingsprocedures en gegevensbescherming.

Uw rapporteur is ervan overtuigd dat het gewijzigde voorstel in lijn is met de verwachtingen van de burgers, aangezien het zorgt voor evenwicht tussen de standpunten van de industrie en de maatschappelijke behoeften. Bijgevolg wordt een synergetische aanpak voorgesteld op het vlak van het ontwerp van netwerken, netwerkbeheer en de invoering van technologie, met als doel te komen tot een geïntegreerd operationeel Europees luchtruim. Tegen deze achtergrond stelt uw rapporteur voor dat alle betrokken partijen zich moeten inzetten om hun politieke engagement af te stemmen op het technologische kader dat reeds in beweging is gezet en op de versnelling van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, volledig in overeenstemmimg met het huidige tijdpad voor SESAR.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDSICHE ZAKEN

Ref.: D(2013)60540

De heer Brian SIMPSON

Voorzitter van de Commissie vervoer en toerisme

ASP 13G306

Brussel

Betreft:      Tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking)

                  (COM(2013)0410 – C7-0171/2013 – 2013/0186(COD))

Mijnheer de voorzitter,

De Commissie juridische zaken, die ik de eer heb voor te zitten, heeft bovengenoemd voorstel overeenkomstig artikel 87 (herschikking) van het Reglement van het Parlement behandeld.

Lid 3 van dat artikel luidt als volgt:

"Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 156 en 157 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

Wanneer de ter zake bevoegde commissie evenwel voornemens is, overeenkomstig punt 8 van het Interinstitutioneel Akkoord, ook amendementen op de gecodificeerde delen van het ontwerp van wetgevingshandeling in te dienen, stelt zij de Raad en de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Alvorens tot stemming wordt overgegaan maakt laatstgenoemde overeenkomstig artikel 54 haar standpunt inzake de amendementen kenbaar en geeft zij aan of zij voornemens is het herschikkingsontwerp in te trekken."

In navolging van het advies van de Juridische Dienst, die vertegenwoordigd was in de vergaderingen waarop de adviesgroep het herschikkingsvoorstel heeft behandeld, en overeenkomstig de aanbevelingen van de rapporteur voor advies, is de Commissie juridische zaken van mening dat het voorstel in kwestie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel zijn aangegeven, en dat voor wat betreft de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de vorige teksten en die inhoudelijke wijzigingen, het voorstel louter een codificatie van de bestaande tekst is, zonder inhoudelijke wijzigingen.

Overeenkomstig artikel 86 bis, lid 2, en artikel 86, lid 3, is de Commissie juridische zaken bovendien van mening dat de in het advies van de voornoemde Adviesgroep voorgestelde technische aanpassingen nodig zijn om ervoor te zorgen dat het voorstel in overeenstemming is met de herschikkingsregels.

Concluderend beveelt de Commissie juridische zaken na de behandeling op haar vergadering van 26 november 2013 met 21 stemmen vóór zonder onthoudingen(1), aan dat uw commissie als commissie ten principale bovengenoemd voorstel overeenkomstig artikel 87 in behandeling neemt.

Hoogachtend,

Klaus-Heiner LEHNE

Bijlage: advies van de adviesgroep

(1)

Bij de stemming waren aanwezig: Raffaele Baldassarre (ondervoorzitter), Sebastian Valentin Bodu (ondervoorzitter), Françoise Castex (ondervoorzitter), Christian Engström, Marielle Gallo, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Eduard-Raul Hellvig, Klaus-Heiner Lehne (voorzitter), Eva Lichtenberger, Antonio Lopez-Isturiz White, Antonio Masip Hidalgo, Evelyn Regner (ondervoorzitter), Dagmar Roth-Behrendt, Francesco Enrico Speroni, Dimitar Stoyanov, József Szájer, Alexandra Thein, Axel Voss, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka.


BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

 

 

 

ADVIESGROEP VAN DE

JURIDISCHE DIENSTEN

Brussel, 23 oktober 2013

ADVIES

                                                    AAN HET EUROPEES PARLEMENT

                                                              DE RAAD

                                                              DE COMMISSIE

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim

COM(2013)0410 van 11.6.2013 – 2013/0186(COD)

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en met name paragraaf 9 daarvan, is de adviesgroep die bestaat uit de Juridische Diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 4 juli 2013 bijeengekomen om o.m. voornoemd Commissievoorstel te behandelen.

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, en met name paragraaf 9 daarvan, is de adviesgroep die bestaat uit de Juridische Diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 4 juli 2013 bijeengekomen om o.m. voornoemd Commissievoorstel te behandelen.

Tijdens deze bijeenkomst(1) heeft de adviesgroep, na bestudering van het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad voor de herschikking van (EG) nr. 549/2004 van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim, Verordening (EG) nr. 550/2004 van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim, Verordening (EG) nr. 551/2004 van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, en Verordening (EG) nr. 552/2004 van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer, in overleg het volgende vastgesteld.

1) Wat de toelichting betreft, diende deze, om volledig in overeenstemming te zijn met de desbetreffende voorschriften van het Interinstitutioneel Akkoord, aan te geven welke bepalingen van het vorige besluit in het voorstel ongewijzigd blijven, zoals bepaald in punt 6 (a) (iii), van dit Akkoord.

2) In het herschikte voorstel hadden de volgende delen van de tekst moeten worden gemarkeerd met een grijze achtergrond die normaliter wordt gebruikt om materiële wijzigingen aan te geven:

- in overweging 19, de vervanging van "Eurocontrol" door de woorden "de netwerkbeheerder "',

- in artikel 1, leden 2 en 3, de aanhef van artikel 2, in artikel 3, lid 1, in artikel 33 en in artikel 34, lid 1, de schrapping van de woorden "en de in artikel 3 genoemde maatregelen ";

- in artikel 11, lid 2, de schrapping van de aanvangswoorden "Overeenkomstig de in artikel 5, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure ".

- De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, vermelde raadplegingsprocedure.

- in artikel 16, lid 11, de slotzin “Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 3, vermelde onderzoeksprocedure”.

- in the titel van artikel 30, de schrapping van de woorden "in Europa".

3) In artikel 1, lid 2, onder c), van het voorstel moet de verwijzing naar artikel 38 worden gelezen als verwijzing naar artikel 35.

Na de behandeling van het voorstel is de Adviesgroep daarom tot de eensgezinde conclusie gekomen dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan de wijzigingen die als zodanig zijn aangegeven in het voorstel of het onderhavige advies. Voor wat betreft de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de vorige tekst en die inhoudelijke wijzigingen, heeft de adviesgroep voorts geconcludeerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande tekst is, zonder inhoudelijke wijzigingen.

Waar het gaat om artikel 16, lid 11, van het ontwerp, is besproken of die teksten al dan niet hadden moeten worden aangeduid met de grijze markering die gebruikelijk is voor inhoudelijke wijzigingen.

Enerzijds waren de juridische diensten van het Europees Parlement en de Commissie van mening dat de in die tekst gebruikte signalering van de vervanging van de huidige bewoording van artikel 9 bis , lid 9, van verordening nr. 550/2004 door een nieuwe formulering zoals overgenomen uit door de drie instellingen overeengekomen standaardteksten, de voorgestelde inhoudelijke wijziging voor die bepaling voldoende markeert.

Anderzijds was de juridische dienst van de Raad van oordeel dat de verandering van procedure niet los kan worden gezien van de punten waarop de procedure betrekking heeft, en dat de gehele tekst van het bewuste artikel daarom met de grijze schaduwletter had moeten worden gemarkeerd.

Desalniettemin waren de drie juridische diensten het erover eens dat de Commissie met de door haar ingediende ontwerptekst voor dat nieuwe artikel slechts wilde voorstellen om de verwijzing naar de momenteel in artikel 9 bis, lid 9, van verordening nr. 550/2004 bedoelde regelgevingsprocedure te vervangen door een delegatie van uitvoeringsbevoegdheid aan de Commissie overeenkomstig artikel 291 VWEU en verordening (EU) nr. 182/2011.

Ook kwamen de drie juridische diensten tot het gemeenschappelijke oordeel dat in het kader van deze herschikking de wetgever overeenkomstig de verdragen moet nagaan of de voorgestelde aanpassing van de huidige comitologiebepalingen aan het nieuwe regime van uitvoeringshandelingen aanvaardbaar is dan wel of aan een andere oplossing moet worden gedacht, zoals delegatie van bevoegdheden aan de Commissie overeenkomstig artikel 290 VWEU of toekenning van uitvoeringsbevoegdheid aan de Raad overeenkomstig artikel 291 VWEU, of geen van beide, dat wil zeggen de betrokken maatregelen overlaten aan de wetgevingsprocedure.

C. PENNERA                                  H. LEGAL                            L. ROMERO REQUENAJuridisch adviseur

      Juridisch adviseur    Directeur-generaal

(1)

De adviesgroep bestudeerde de Engelse, Franse en Duitse versie van het voorstel en is daarbij uitgegaan van de Engelse versie, de oorspronkelijke versie van de te behandelen tekst.


PROCEDURE

Titel

Tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking)

Document- en procedurenummers

COM(2013)0410 – C7-0171/2013 – 2013/0186(COD)

Datum indiening bij EP

11.6.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN –

1.7.2013

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ITRE

1.7.2013

Rapporteur(s)

1.7.2013

 

 

Geen advies

       Datum besluit

ITRE

8.7.2013

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Marian-Jean Marinescu

11.7.2013

 

 

 

Behandeling in de commissie

14.11.2013

20.1.2014

 

 

Datum goedkeuring

30.1.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

1

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Antonio Cancian, Saïd El Khadraoui, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Franco Frigo, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Dieter-Lebrecht Koch, Georgios Koumoutsakos, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Hubert Pirker, Dominique Riquet, David-Maria Sassoli, Olga Sehnalová, Brian Simpson, Artur Zasada

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Phil Bennion, Spyros Danellis, Michel Dantin, Rosa Estaràs Ferragut, Michael Gahler, Bernadette Vergnaud, Janusz Władysław Zemke

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Charalampos Angourakis, Jens Geier, Josef Weidenholzer

Datum indiening

6.2.2014

Laatst bijgewerkt op: 27 februari 2014Juridische mededeling