Procedure : 2013/0025(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0150/2014

Ingediende teksten :

A7-0150/2014

Debatten :

PV 11/03/2014 - 6
CRE 11/03/2014 - 6

Stemmingen :

PV 11/03/2014 - 9.12

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0191

VERSLAG     ***I
PDF 771kWORD 937k
28 februari 2014
PE 523.003v02-00 A7-0150/2014

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

(COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD))

Commissie economische en monetaire zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Krišjānis Kariņš, Judith Sargentini

(Gezamenlijke commissievergaderingen – Artikel 51 van het Reglement)

PR_COD_1amCom

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

(COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0045),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0032/2013),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 17 mei 2013(1),

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 mei 2013(2),

   gezien de afspraken die werden gemaakt op de G8-top van juni 2013 in Noord-Ierland,

–   gezien de aanbevelingen van de Europese Commissie van 6 december 2012 over agressieve fiscale planning,

–   gezien het voortgangsverslag van de secretaris-generaal van de OESO aan de G20 van 5 september 2013,

–   gezien het ontwerpadvies van de Commissie economische en monetaire zaken over de richtlijn tot wijziging van Richtlijnen 78/660/EEG en 84/349/EEG van de Raad met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen,

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–    gezien het gezamenlijk overleg van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 51 van het Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie juridische zaken (A7-0150/2014),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Massale stromen crimineel geld kunnen de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector schaden en de eengemaakte markt bedreigen; terrorisme tast onze samenleving aan in haar fundamenten zelf. Naast de strafrechtelijke benadering kan een preventieve aanpak via het financiële stelsel resultaten opleveren.

(1) Massale stromen illegaal geld kunnen de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector schaden en de eengemaakte markt en internationale ontwikkeling bedreigen Terrorisme ondergraaft de fundamenten van onze maatschappij. Duistere ondernemingsstructuren die in en via rechtsgebieden met een bankgeheim opereren, ook vaak belastingparadijzen genoemd, spelen een belangrijke rol bij het vergemakkelijken van illegale geldstromen. Naast verdere ontwikkeling van de strafrechtelijke benadering op Unieniveau is aanvullend preventie via het financiële stelsel onontbeerlijk. Een preventieve aanpak moet echter wel gericht en proportioneel zijn, en mag niet resulteren in de invoering van een veelomvattend systeem voor de controle van de gehele bevolking.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) De soliditeit, integriteit en stabiliteit van kredietinstellingen en financiële instellingen en het vertrouwen in het financiële stelsel als geheel kunnen ernstig in gevaar worden gebracht door de pogingen van criminelen en hun medeplichtigen om hetzij de herkomst van de opbrengsten van misdrijven te verhullen, hetzij rechtmatig of onrechtmatig verkregen gelden aan te wenden voor terroristische doeleinden. Ter vergemakkelijking van hun criminele activiteiten, zouden witwassers van geld en financiers van terrorisme kunnen trachten te profiteren van de liberalisering van het kapitaalverkeer en van het vrij verrichten van financiële diensten, inherent aan de geïntegreerde financiële ruimte, indien niet op Unieniveau bepaalde coördinerende maatregelen worden genomen.

(2) De soliditeit, integriteit en stabiliteit van kredietinstellingen en financiële instellingen en het vertrouwen in het financiële stelsel als geheel kunnen ernstig in gevaar worden gebracht door de pogingen van criminelen en hun medeplichtigen om hetzij de herkomst van de opbrengsten van misdrijven te verhullen, hetzij rechtmatig of onrechtmatig verkregen gelden aan te wenden voor terroristische doeleinden. Ter vergemakkelijking van hun criminele activiteiten, zouden witwassers van geld en financiers van terrorisme kunnen trachten te profiteren van de liberalisering van het kapitaalverkeer en van het vrij verrichten van financiële diensten, inherent aan de geïntegreerde financiële ruimte. Daardoor zijn er bepaalde coördinerende maatregelen nodig op Unieniveau. Tegelijkertijd moeten de doelstellingen van bescherming van de samenleving tegen criminelen en bescherming van de stabiliteit en de integriteit van het Europees financieel stelsel worden afgewogen tegen de noodzaak om tot een regelgevingskader te komen waarbij ondernemingen kunnen groeien zonder te worden opgezadeld met buitensporige nalevingskosten. De vereisten die aan meldingsplichtige entiteiten worden opgelegd met betrekking tot de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme moeten derhalve gerechtvaardigd en evenredig zijn.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Dit voorstel is de vierde richtlijn om de bedreiging van het witwassen van geld aan te pakken. Richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld25 heeft het witwassen van geld in termen van drugsmisdrijven gedefinieerd en uitsluitend aan de financiële sector verplichtingen opgelegd. Richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot wijziging van Richtlijn 91/308/EEG26 van de Raad heeft het toepassingsgebied zowel ten aanzien van de bestreken misdrijven als ten aanzien van het geheel van bestreken beroepen en activiteiten uitgebreid. In juni 2003 heeft de Financial Action Task Force (hierna de FATF genoemd) haar aanbevelingen herzien om de financiering van terrorisme te bestrijken en in meer gedetailleerde vereisten voorzien met betrekking tot identificatie en verificatie van cliënten, de situaties waarin een hoger risico op het witwassen van geld verscherpte maatregelen kan rechtvaardigen en voorts de situaties waarin een verlaagd risico minder strenge controles kan rechtvaardigen. Deze wijzigingen zijn tot uitdrukking gekomen in Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme27 en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde klantenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten28.

(3) Dit voorstel is de vierde richtlijn om de bedreiging van het witwassen van geld aan te pakken. Richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld25 heeft het witwassen van geld in termen van drugsmisdrijven gedefinieerd en uitsluitend aan de financiële sector verplichtingen opgelegd. Richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot wijziging van Richtlijn 91/308/EEG26 van de Raad heeft het toepassingsgebied zowel ten aanzien van de bestreken misdrijven als ten aanzien van het geheel van bestreken beroepen en activiteiten uitgebreid. In juni 2003 heeft de Financial Action Task Force (hierna de FATF genoemd) haar aanbevelingen herzien om de financiering van terrorisme te bestrijken en in meer gedetailleerde vereisten voorzien met betrekking tot identificatie en verificatie van cliënten, de situaties waarin een hoger risico op het witwassen van geld verscherpte maatregelen kan rechtvaardigen en voorts de situaties waarin een verlaagd risico minder strenge controles kan rechtvaardigen. Deze wijzigingen zijn tot uitdrukking gekomen in Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme27 en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde klantenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten28. De Unie dient bij de tenuitvoerlegging van de FATF-aanbevelingen haar gegevensbeschermingswetgeving alsook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens volledig na te leven.

__________________

__________________

25 PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77.

25 PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77.

26 PB L 344 van 28.12.01, blz. 76.

26 PB L 344 van 28.12.2001, blz. 76.

27 PB L 309 van 25.11.05, blz. 15.

27 PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

28 PB L 214 van 04.08.06, blz. 29.

28 PB L 214 van 4.8.2006, blz. 29.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Het witwassen van geld en de financiering van terrorisme geschieden gewoonlijk in een internationale context. Maatregelen die uitsluitend op nationaal niveau of zelfs op het niveau van de Europese Unie worden getroffen, zonder met internationale coördinatie en samenwerking rekening te houden, zullen een zeer beperkte uitwerking hebben. De door de Europese Unie op dit gebied vastgestelde maatregelen dienen derhalve verenigbaar te zijn met in andere internationale gremia ondernomen acties. Bij het optreden van de Europese Unie dient met name rekening te worden gehouden met de aanbevelingen van de FATF, het belangrijkste internationale orgaan voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Met het oog op het versterken van de doeltreffendheid van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme moeten de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/70/EG worden afgestemd op de nieuwe FATF-aanbevelingen die in februari 2012 zijn vastgesteld en uitgebreid.

(4) Het witwassen van geld en de financiering van terrorisme geschieden gewoonlijk in een internationale context. Maatregelen die uitsluitend op nationaal niveau of zelfs op het niveau van de Europese Unie worden getroffen, zonder met internationale coördinatie en samenwerking rekening te houden, zullen een zeer beperkte uitwerking hebben. De door de Europese Unie op dit gebied vastgestelde maatregelen dienen derhalve verenigbaar te zijn met, en ten minste net zo streng te zijn als, in de internationale gremia ondernomen andere acties. Belastingontwijking en mechanismen van niet-openbaarmaking en verzwijging kunnen gebruikt worden als strategieën ter voorkoming van de opsporing van witwaspraktijken en terrorismefinanciering. Bij het optreden van de Europese Unie dient met name rekening te worden gehouden met de aanbevelingen van de FATF en andere internationale organen voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Met het oog op het versterken van de doeltreffendheid van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme moeten de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/70/EG in voorkomend geval worden afgestemd op de nieuwe FATF-aanbevelingen die in februari 2012 zijn vastgesteld en uitgebreid. Het is evenwel van essentieel belang dat een dergelijke aanpassing aan de niet-bindende FATF- aanbevelingen wordt uitgevoerd in volledige overeenstemming met de rechtsorde van de Unie, met name wat betreft de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming en de bescherming van de grondrechten zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4bis) Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de vervulling van de verplichtingen zoals uiteengezet in artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dat samenhang van beleid inzake ontwikkelingssamenwerking vereist, teneinde een halt toe te roepen aan de toenemende tendens om witwasactiviteiten te verleggen van ontwikkelde landen naar ontwikkelingslanden met minder strikte wetgeving op het gebied van de bestrijding van witwaspraktijken.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4ter) Gezien het feit dat illegale geldstromen, en in het bijzonder het witwassen van geld, tussen 6 en 8,7 % van het BBP van ontwikkelingslanden vertegenwoordigen28a, een bedrag dat tien keer hoger is dan de ontwikkelingshulp van de Unie en haar lidstaten, dienen de maatregelen in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te worden gecoördineerd en rekening te houden met de ontwikkelingsstrategie en het beleid ter bestrijding van de kapitaalvlucht van de lidstaten en de Unie.

 

____________

 

28a Bronnen: "Tax havens and development. Status, analyses and measures", NOU, Official Norwegian Reports, 2009.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Voorts houdt het misbruik van het financiële stelsel voor het aanwenden van crimineel of zelfs rechtmatig verkregen geld voor terroristische doeleinden onmiskenbaar een risico in voor de integriteit, de goede werking, de reputatie en de stabiliteit van het financiële stelsel. De preventieve maatregelen van deze richtlijn dienen dan ook zodanig te worden uitgebreid dat zij niet alleen de behandeling van uit criminele activiteiten verkregen geld maar ook de verzameling van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden omvatten.

(5) Voorts houdt het misbruik van het financiële stelsel voor het aanwenden van crimineel of zelfs rechtmatig verkregen geld voor terroristische doeleinden onmiskenbaar een risico in voor de integriteit, de goede werking, de reputatie en de stabiliteit van het financiële stelsel. De preventieve maatregelen van deze richtlijn dienen dan ook zodanig te worden uitgebreid dat zij de behandeling van uit ernstige criminele activiteiten verkregen geld en de verzameling van gelden of voorwerpen voor terroristische doeleinden omvatten.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5bis) Ongeacht de in de lidstaten voorziene sancties dienen alle maatregelen die voortvloeien uit deze richtlijn in eerste instantie gericht te zijn op de bestrijding van alle gedragingen die leiden tot aanzienlijke illegale inkomsten. Hiertoe moeten alle mogelijke stappen worden gezet om het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van dergelijke inkomsten tegen te gaan.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Bij grote betalingen in contanten is het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme zeer hoog. Om de waakzaamheid te vergroten en de door contante betalingen gevormde risico's te beperken, moet deze richtlijn voor in goederen handelende natuurlijke of rechtspersonen gelden voor zover zij contante betalingen van 7 500 EUR of meer doen of ontvangen. De lidstaten mogen besluiten striktere bepalingen daaronder begrepen een lagere drempel vast te stellen.

(6) Bij grote betalingen in contanten is het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme zeer hoog. Om de waakzaamheid te vergroten en de door contante betalingen gevormde risico's te beperken, moet deze richtlijn voor natuurlijke of rechtspersonen gelden voor zover zij contante betalingen van 7 500 EUR of meer doen of ontvangen. De lidstaten mogen besluiten striktere bepalingen daaronder begrepen een lagere drempel vast te stellen.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis) Elektronischegeldproducten worden in toenemende mate gebruikt als vervanging van bankrekeningen. De verstrekkers van dergelijke producten moeten derhalve aan strenge eisen worden onderworpen teneinde witwaspraktijken en terrorismefinanciering te voorkomen. Elektronischgeldproducten kunnen worden uitgezonderd van cliëntonderzoeksvereisten mits aan bepaalde cumulatieve voorwaarden voldaan wordt. Het gebruik van elektronisch geld dat zonder cliëntonderzoek in omloop is gebracht, mag uitsluitend worden toegestaan voor de aankoop van goederen en diensten van geïdentificeerde handelaren en dienstverleners waarvan de identiteit gecontroleerd is door de uitgever van het elektronisch geld. Voor transacties tussen particulieren mag het gebruik van elektronisch geld dat zonder cliëntonderzoek in omloop is gebracht niet worden toegestaan. De elektronisch opgeslagen bedragen dienen dusdanig klein te worden gehouden dat er geen slinkse omwegen mogelijk zijn en particulieren geen onbeperkt bedrag aan anonieme elektronischgeldproducten kunnen verwerven.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter) Makelaars handelen in de lidstaten op veel verschillende manieren in het kader van onroerendgoedtransacties. Om de risico's van witwassen van geld in de onroerendgoedsector te verminderen, moeten zij vallen onder de werkingssfeer van deze richtlijn wanneer zij beroepshalve betrokken zijn bij aan onroerend goed gerelateerde financiële transacties.

Motivering

De rol van makelaars is in de lidstaten op verschillende wijzen vormgegeven. Hun activiteiten omvatten het pure leggen van contacten en betrokkenheid bij de financiering en overdracht van eigendom van het onroerend goed. Vanuit het oogpunt van het voorkomen van witwassen van geld (zie FATF, aanbeveling 22) zijn echter slechts de activiteiten van belang die verband houden met financiële transacties. Dit zal de lidstaten helpen bij een uniforme en doelgerichte omzetting van de richtlijn.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Het is belangrijk er uitdrukkelijk de aandacht op te vestigen dat "fiscale misdrijven" die verband houden met directe en indirecte belastingen onder de brede definitie van "criminele activiteit" overeenkomstig deze richtlijn vallen in overeenstemming met de herziene FATF-aanbevelingen.

(9) Het is belangrijk er uitdrukkelijk de aandacht op te vestigen dat "fiscale misdrijven" die verband houden met directe en indirecte belastingen onder de definitie van "criminele activiteit" overeenkomstig deze richtlijn vallen in overeenstemming met de herziene FATF-aanbevelingen. De Europese Raad van 23 mei 2013 heeft gewezen op de noodzaak van een allesomvattende bestrijding van belastingontduiking, belastingfraude en het witwassen van geld zowel binnen de interne markt als ten aanzien van niet-coöperatieve derde landen en rechtsgebieden. Het bereiken van overeenstemming over een definitie van fiscale misdrijven is een belangrijke stap bij de opsporing van deze misdrijven, net als de openbaarmaking per land van bepaalde financiële gegevens door grote ondernemingen die in de Unie actief zijn. Het is eveneens belangrijk om ervoor te zorgen dat meldingsplichtige entiteiten en juristen, zoals bepaald door de lidstaten, niet trachten het doel van deze richtlijn te dwarsbomen of agressieve fiscale planning te bevorderen of te verrichten.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) De lidstaten dienen algemene anti-belastingontwijkingsregels (GAAR) in te voeren voor de bestrijding van agressieve fiscale planning en belastingontwijking in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese Commissie over agressieve fiscale planning van 12 december 2012 en het voortgangsverslag van de OESO aan de G20 van 5 september 2013.

Motivering

Agressieve belastingontwijking is technisch gezien legaal, maar kan de belastingmoraal in diskrediet brengen. Algemene anti-belastingontwijkingsregels zijn een nuttig middel om agressieve belastingontwijking te ontmoedigen en om het gedrag van ondernemingen transparanter te maken.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 ter) Entiteiten met een specifieke rol in het financiële systeem, zoals de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, de centrale banken van de lidstaten en de centrale afwikkelingssystemen, dienen, wanneer zij commerciële of particuliere transacties verrichten of faciliteren, de uit hoofde van deze richtlijn vastgestelde regels die van toepassing zijn op andere meldingsplichtige entiteiten voor zover mogelijk in acht te nemen.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Elke natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap over een rechtspersoon uitoefent, moet worden geïdentificeerd. Hoewel het vinden van een procentueel aandelenbezit niet automatisch in het vinden van de uiteindelijke begunstigde zal resulteren, is het een bewijsfactor waarmee rekening moet worden gehouden. Identificatie en verificatie van uiteindelijke begunstigden moet zich in voorkomend geval uitstrekken tot juridische entiteiten die andere juridische entiteiten bezitten en moet de eigendomsketen volgen totdat de natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap uitoefent over de rechtspersoon die de cliënt is, gevonden is.

(10) Elke natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap over een rechtspersoon uitoefent, moet worden geïdentificeerd. Hoewel het vinden van een specifiek procentueel aandelenbezit niet automatisch in het vinden van de uiteindelijke begunstigde zal resulteren, is het een van de factoren die een rol spelen bij de identificatie van de uiteindelijke begunstigde. Identificatie en verificatie van uiteindelijke begunstigden moet zich in voorkomend geval uitstrekken tot juridische entiteiten die andere juridische entiteiten bezitten en moet de eigendomsketen volgen totdat de natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap uitoefent over de rechtspersoon die de cliënt is, gevonden is.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) De noodzaak van nauwkeurige en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigde is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die anders hun identiteit achter een rechtspersoon kunnen verbergen. De lidstaten moeten er bijgevolg voor zorgen dat ondernemingen informatie over hun uiteindelijke begunstigden bewaren en deze informatie voor de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten beschikbaar stellen. Bovendien moeten trustees aan de meldingsplichtige entiteiten hun status opgeven.

(11) Het is van belang de traceerbaarheid van betalingen te waarborgen en verbeteren. Het bestaan van nauwkeurige en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigde van enige juridische entiteit, zoals rechtspersonen, trusts, stichtingen, holdings en alle overige soortgelijke bestaande of toekomstige juridische constructies, is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die anders hun identiteit achter een rechtspersoon kunnen verbergen. De lidstaten moeten er bijgevolg voor zorgen dat ondernemingen informatie over hun uiteindelijke begunstigden bewaren en adequate, accurate en actuele informatie beschikbaar stellen door middel van online toegankelijke, centrale openbare registers en in een open en beveiligd gegevensformaat, overeenkomstig de regelgeving van de Unie betreffende gegevensbescherming en het recht op privacy als verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Toegang tot dergelijke registers moet worden verstrekt aan de bevoegde autoriteiten, in het bijzonder aan fie´s en meldingsplichtige entiteiten, alsook aan het publiek, waarbij de persoon die toegang tot de informatie wenst te krijgen zich vooraf dient te identificeren en mogelijk een vergoeding moet betalen. Bovendien moeten trustees aan de meldingsplichtige entiteiten hun status opgeven.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) De aanleg van registers van uiteindelijke begunstigden door de lidstaten zou de bestrijding van witwaspraktijken, financiering van terrorisme, corruptie, fiscale misdrijven, fraude en andere financiële misdrijven aanzienlijk verbeteren. Dit kan concreet worden vormgegeven door de werking van de bestaande ondernemingsregisters in de lidstaten te verbeteren. Gezien het grensoverschrijdende karakter van zakelijke transacties is het, om op doeltreffende wijze gebruik te maken van de in de registers opgeslagen informatie, van essentieel belang dat deze registers onderling gekoppeld zijn. Deze onderlinge koppeling van ondernemingsregisters binnen de Unie wordt reeds als zodanig vereist krachtens Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad28b en dient verder te worden uitgewerkt.

 

________________

 

28b Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 tot wijziging van Richtlijn 89/666/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2005/56/EG en 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de koppeling van centrale, handels- en vennootschapsregisters betreft (PB L 156 van 16.6.2012, blz. 1).

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 ter) Dankzij de technologische vooruitgang zijn er hulpmiddelen ontwikkeld die meldingsplichtige entiteiten in staat stellen de identiteit van hun cliënten te verifiëren naar aanleiding van bepaalde transacties. Dergelijke technologische verbeteringen bieden bedrijven en cliënten tijdbesparende en kosteneffectieve oplossingen, en moeten daarom bij risicobeoordelingen in overweging worden genomen. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de meldingsplichtige entiteiten moeten zich proactief opstellen bij de bestrijding van nieuwe en innovatieve methoden voor het witwassen van geld, met inachtneming van de grondrechten, waaronder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) De vertegenwoordigers van de Unie in de bestuursorganen van de EBWO dienen de EBWO aan te moedigen de bepalingen van deze richtlijn ten uitvoer te leggen alsook een anti-witwasbeleid op haar website te plaatsen met daarin gedetailleerde procedures waarmee deze richtlijn concreet wordt vormgegeven.

Motivering

In lijn met de bewoordingen van de EU-wetgeving inzake de EBWO

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Het gebruik van de goksector om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, is zorgwekkend. Om de risico's in verband met de sector te beperken en gelijke voorwaarden voor de aanbieders van gokdiensten te garanderen, moeten alle aanbieders van gokdiensten ertoe worden verplicht voor afzonderlijke transacties van 2 000 EUR of meer een cliëntenonderzoek te verrichten. De lidstaten moeten overwegen deze drempel toe te passen op de inning van gokwinsten alsook het aangaan van weddenschappen. Aanbieders van gokdiensten met fysieke lokalen (bv. casino's en speelhuizen) moeten ervoor zorgen dat cliëntenonderzoek, als het bij de ingang van de lokalen plaatsvindt, aan de door de cliënt in die lokalen aangegane transacties gekoppeld kan worden.

(13) Het gebruik van de goksector om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, is zorgwekkend. Om de risico's in verband met de sector te beperken en gelijke voorwaarden voor de aanbieders van gokdiensten te garanderen, moeten aanbieders van gokdiensten ertoe worden verplicht voor afzonderlijke transacties van 2 000 EUR of meer een cliëntenonderzoek te verrichten. Bij de uitvoering van dit cliëntenonderzoek dient een risicogebaseerde aanpak te worden vastgesteld die de verschillende risico´s voor de verschillende soorten gokdiensten weerspiegelt evenals de vraag of zij een hoog of een laag risico voor witwasactiviteiten inhouden. Er moet rekening worden gehouden met de bijzondere kenmerken van de verschillende soorten gokspelen bijvoorbeeld door onderscheid te maken tussen casino´s, onlinegokspelen en andere aanbieders van gokdiensten. De lidstaten moeten overwegen deze drempel toe te passen op de inning van gokwinsten alsook het aangaan van weddenschappen. Aanbieders van gokdiensten moeten ervoor zorgen dat cliëntenonderzoek, als het bij het punt van binnenkomst plaatsvindt, aan de door de cliënt aangegane transacties gekoppeld kan worden.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Er komen steeds verfijndere vormen van witwassen. Daarbij zijn illegale – en soms ook legale – gokcircuits betrokken, met name in de context van sportwedstrijden. Er zijn nieuwe vormen van lucratieve georganiseerde misdaad ontstaan zoals wedstrijdvervalsing en deze hebben zich ontwikkeld tot een lucratieve criminele activiteit in verband met het witwassen van geld.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Het witwasrisico en het risico op terrorismefinanciering is niet in alle gevallen even groot. Bijgevolg moet een risicogebaseerde benadering worden gebruikt. De risicogebaseerde benadering is geen uitermate permissieve optie voor de lidstaten en meldingsplichtige autoriteiten. Zij gaat gepaard met het gebruik van bewijsgebaseerde besluitvorming om zich beter te richten op de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme waarmee de Europese Unie en degenen die daarin opereren geconfronteerd worden.

(14) Het witwasrisico en het risico op terrorismefinanciering is niet in alle gevallen even groot. Bijgevolg moet een integrale, risicogebaseerde benadering worden gebruikt die gebaseerd is op minimumnormen. De risicogebaseerde benadering is geen uitermate permissieve optie voor de lidstaten en meldingsplichtige autoriteiten. Zij gaat gepaard met het gebruik van bewijsgebaseerde besluitvorming om zich beter te richten op de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme waarmee de Europese Unie en degenen die daarin opereren geconfronteerd worden.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Ondersteuning van de risicogebaseerde benadering is voor de lidstaten noodzakelijk om de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme waaraan zij blootstaan vast te stellen, te begrijpen en te beperken. Het belang van een supranationale benadering van risicovaststelling is erkend op internationaal niveau en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) (hierna 'EBA'), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG29 van de Commissie, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) (hierna 'EIOPA'), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG30 van de Commissie, en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (hierna 'ESMA'), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG31 van de Commissie, moeten worden belast met het verlenen van advies over de risico's die op de financiële sector van invloed zijn.

(15) Ondersteuning van de risicogebaseerde benadering is voor de lidstaten en de Unie noodzakelijk om de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme waaraan zij blootstaan vast te stellen, te begrijpen en te beperken. Het belang van een supranationale benadering van risicovaststelling is erkend op internationaal niveau en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) (hierna 'EBA'), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG29 van de Commissie, de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) (hierna 'EIOPA'), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG30 van de Commissie, en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (hierna 'ESMA'), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG31 van de Commissie, moeten worden belast met het verlenen van advies over de risico's die op de financiële sector van invloed zijn. Daarnaast moeten zij, in samenwerking met de lidstaten, minimumnormen ontwikkelen voor risicobeoordelingen die door de bevoegde nationale autoriteiten worden uitgevoerd. Bij dit proces dienen, voor zover mogelijk, de desbetreffende belanghebbenden te worden betrokken door middel van openbare raadplegingen.

__________________

__________________

29 PB L 331 van 15.12.10, blz. 12.

29 PB L 331 van 15.12.10, blz. 12.

30 PB L 331 van 15.12.10, blz. 48.

30 PB L 331 van 15.12.10, blz. 48.

31 PB L 331 van 15.12.10, blz. 84.

31 PB L 331 van 15.12.10, blz. 84.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De resultaten van risicobeoordelingen op lidstaatniveau moeten, in voorkomend geval, voor de meldingsplichtige entiteiten beschikbaar worden gesteld om hen in staat te stellen hun eigen risico's vast te stellen, te begrijpen en te beperken.

(16) De resultaten van risicobeoordelingen moeten, in voorkomend geval, voor de meldingsplichtige entiteiten tijdig beschikbaar worden gesteld om hen in staat te stellen hun eigen risico's vast te stellen, te begrijpen en te beperken.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Om de risico's op het niveau van de Europese Unie beter te begrijpen en te beperken, moeten de lidstaten de resultaten van hun risicobeoordelingen delen met elkaar, de Commissie en de EBA, EIOPA en ESMA, indien van toepassing.

(17) Om de risico's op het niveau van de Europese Unie beter te begrijpen en te beperken, moet gezorgd worden voor een supranationale risicoanalyse om de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme waaraan de interne markt wordt blootgesteld, op efficiënte wijze te identificeren. De Europese Commissie dient de lidstaten te verplichten scenario's die als hoog risico worden beschouwd, doeltreffend te behandelen. Bovendien moeten de lidstaten de resultaten van hun risicobeoordelingen delen met elkaar, de Commissie en de EBA, EIOPA, ESMA en Europol, indien van toepassing.

Motivering

Met het oog op een duidelijke interpretatie van de samenhang tussen de verschillende "niveaus" van risicoanalyse moet een overweging hier duidelijk maken dat de supranationale risicoanalyse doeltreffend door de lidstaten moet worden uitgevoerd, en met name wat betreft situaties met een hoog risico.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Dit geldt in het bijzonder voor zakelijke relaties met natuurlijke personen die prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben, en dan vooral degenen die afkomstig zijn uit landen waar corruptie veelvuldig voorkomt. Dergelijke relaties kunnen vooral een groot reputatierisico en juridisch risico met zich brengen voor de financiële sector. De internationale inspanning ter bestrijding van corruptie rechtvaardigt ook een bijzondere aandacht voor die gevallen en de toepassing van passende maatregelen inzake verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van personen die binnenlands prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben en hooggeplaatste bekende personen bij internationale organisaties.

(21) Dit geldt in het bijzonder voor relaties met natuurlijke personen die prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben, en dan vooral degenen die afkomstig zijn uit landen waar corruptie veelvuldig voorkomt, binnen en buiten de Unie. Dergelijke relaties kunnen vooral een groot reputatierisico en juridisch risico met zich brengen voor de financiële sector. De internationale inspanning ter bestrijding van corruptie rechtvaardigt ook een bijzondere aandacht voor die gevallen en de toepassing van passende maatregelen inzake verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van personen die binnenlands prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben en hooggeplaatste bekende personen bij internationale organisaties.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) De noodzaak tot verscherpt cliëntenonderzoek naar personen die prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben in binnen- of buitenland en naar hooggeplaatste personen bij internationale organisaties, mag evenwel niet tot een dusdanige situatie leiden dat lijsten met informatie over die personen verhandeld worden voor commerciële doeleinden. De lidstaten dienen passende maatregelen te treffen om dergelijke activiteiten te verhinderen.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis) Het is voor de Unie van groot belang een gemeenschappelijke aanpak en een gemeenschappelijk beleid te ontwikkelen met betrekking tot niet-coöperatieve rechtsgebieden die in gebreke blijven op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Hiertoe dienen de lidstaten eventuele door de FATF gepubliceerde lijsten van landen direct ten uitvoer te leggen en toe te passen in hun nationale regeling voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Bovendien dienen de lidstaten en de Commissie de overige niet-coöperatieve rechtsgebieden aan de hand van alle beschikbare informatie te identificeren.

 

De Commissie dient een gemeenschappelijke benadering te ontwikkelen van maatregelen die moeten worden toegepast ter bescherming van de integriteit van de interne markt tegen deze niet-coöperatieve rechtsgebieden.

Motivering

Il est essentiel d’introduire des mesures ambitieuses au sein des cadres juridiques nationaux relatives à une approche européenne cohérente à l’égard des juridictions non coopératives, et il doit être clair que les listes du GAFI doivent être considérées comme obligatoires par tous les Etats membres. La Directive doit précisément donner la possibilité à l’Union européenne d’adopter une approche commune et de prendre des mesures (coordonnées entre les EM ou laissée à la libre appréciation d’un Etat membre) à l’égard de pays qui ne seraient pas listés par les Déclarations publiques du GAFI, mais qui sont identifiées comme présentant un risque ou des défaillances importantes en matière de lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) In geval van een agentuur- of uitbestedingsverhouding op contractuele basis tussen niet onder deze richtlijn vallende meldingsplichtige entiteiten en externe natuurlijke of rechtspersonen kunnen verplichtingen inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor deze agenten of verrichters van uitbestede diensten als deel van de meldingsplichtige entiteiten alleen voortvloeien uit het contract en niet uit deze richtlijn. De verantwoordelijkheid voor de naleving van deze richtlijn moet bij de meldingsplichtige entiteit blijven die onder de richtlijn valt.

(24) In geval van een agentuur- of uitbestedingsverhouding op contractuele basis tussen niet onder deze richtlijn vallende meldingsplichtige entiteiten en externe natuurlijke of rechtspersonen kunnen verplichtingen inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme voor deze agenten of verrichters van uitbestede diensten als deel van de meldingsplichtige entiteiten alleen voortvloeien uit het contract en niet uit deze richtlijn. De verantwoordelijkheid voor de naleving van deze richtlijn moet primair bij de meldingsplichtige entiteit blijven. Bovendien moeten de lidstaten erop toezien dat dergelijke derde partijen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schendingen van krachtens deze richtlijn afgekondigde nationale wet- en regelgeving.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Alle lidstaten beschikken over of moeten financiële inlichtingeneenheden (hierna fie's genoemd) oprichten om de informatie die zij ontvangen te verzamelen en te analyseren met het doel verbanden te leggen tussen verdachte transacties en onderliggende criminele activiteiten teneinde het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Verdachte transacties dienen te worden gemeld aan de fie's, die moeten optreden als nationaal centrum voor het ontvangen, analyseren en het verspreiden onder de bevoegde autoriteiten van meldingen van verdachte transacties en andere informatie over mogelijk witwassen of mogelijke financiering van terrorisme. De lidstaten hoeven daartoe hun bestaande meldingssystemen — waar de melding via de openbare aanklager of via andere wetshandhavingautoriteiten geschiedt — niet te wijzigen, mits de informatie onverwijld en ongefilterd aan de financiële inlichtingeneenheden doorgegeven wordt zodat deze hun taken, waaronder internationale samenwerking met andere financiële inlichtingeneenheden, naar behoren kunnen uitvoeren.

(25) Alle lidstaten beschikken over of moeten operationeel onafhankelijke en zelfstandige financiële inlichtingeneenheden (hierna fie's genoemd) oprichten om de informatie die zij ontvangen te verzamelen en te analyseren met het doel verbanden te leggen tussen verdachte transacties en onderliggende criminele activiteiten teneinde het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Verdachte transacties dienen te worden gemeld aan de fie's, die moeten optreden als nationaal centrum voor het ontvangen, analyseren en het verspreiden onder de bevoegde autoriteiten van meldingen van verdachte transacties en andere informatie over mogelijk witwassen of mogelijke financiering van terrorisme. De lidstaten hoeven daartoe hun bestaande meldingssystemen — waar de melding via de openbare aanklager of via andere wetshandhavingautoriteiten geschiedt — niet te wijzigen, mits de informatie onverwijld en ongefilterd aan de financiële inlichtingeneenheden doorgegeven wordt zodat deze hun taken, waaronder internationale samenwerking met andere financiële inlichtingeneenheden, naar behoren kunnen uitvoeren. Het is belangrijk dat de lidstaten de fie's voorzien van de nodige middelen om te waarborgen dat zij volledig operationeel zijn teneinde de actuele uitdagingen van witwassen en financiering van terrorisme aan te pakken, met inachtneming van de grondrechten, waaronder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Aangezien een groot gedeelte van de illegale geldstromen in belastingsparadijzen terecht komt, dient de Unie meer pressie op deze landen uit te oefenen opdat zij deelnemen aan de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) In een aantal gevallen zijn werknemers die hun vermoedens van het witwassen van geld hebben gemeld, bedreigd of lastig gevallen. Hoewel deze richtlijn de gerechtelijke procedures van de lidstaten niet kan wijzigen, neemt zulks niet weg dat deze aangelegenheid van cruciaal belang is voor de doeltreffendheid van de regeling ter bestrijding van het witwassen van geld en van financiering van terrorisme. De lidstaten dienen zich rekenschap te geven van het probleem en alles te doen wat in hun vermogen ligt om werknemers te beschermen tegen dergelijke vormen van intimidatie.

(29) In een aantal gevallen zijn individuele personen, zoals werknemers en vertegenwoordigers die hun vermoedens van het witwassen van geld hebben gemeld, bedreigd of lastig gevallen. Hoewel deze richtlijn de gerechtelijke procedures van de lidstaten niet kan wijzigen, neemt zulks niet weg dat deze aangelegenheid van cruciaal belang is voor de doeltreffendheid van de regeling ter bestrijding van het witwassen van geld en van financiering van terrorisme. De lidstaten dienen zich rekenschap te geven van het probleem en alles te doen wat in hun vermogen ligt om individuele personen zoals werknemers en vertegenwoordigers te beschermen tegen dergelijke vormen van intimidatie en tegen andere vormen van negatieve behandeling of negatieve gevolgen, teneinde het voor hen makkelijker te maken verdenkingen te melden, om aldus de bestrijding van witwassen van geld te intensiveren.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad31a is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen en organen van de Unie voor de uitvoering van deze richtlijn.

 

________________

 

31a Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31) Bepaalde aspecten van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn gaan gepaard met de verzameling, analyse, opslag en deling van gegevens. De verwerking van persoonsgegevens moet worden toegestaan om te voldoen aan de in deze richtlijn neergelegde verplichtingen, daaronder begrepen het uitvoeren van cliëntenonderzoek, doorlopende monitoring, onderzoek en melding van ongewone en verdachte transacties, identificatie van de uiteindelijke begunstigde van een rechtspersoon of juridische constructie, deling van informatie door bevoegde autoriteiten en deling van informatie door financiële instellingen. De verzamelde persoonsgegevens moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om aan de vereisten van deze richtlijn te voldoen en mogen niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met Richtlijn 95/46/EG. Met name de verdere verwerking van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden moet strikt worden verboden.

(31) Bepaalde aspecten van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn gaan gepaard met de verzameling, analyse, opslag en deling van gegevens. De verwerking van persoonsgegevens moet worden toegestaan om te voldoen aan de in deze richtlijn neergelegde verplichtingen, daaronder begrepen het uitvoeren van cliëntenonderzoek, doorlopende monitoring, onderzoek en melding van ongewone en verdachte transacties, identificatie van de uiteindelijke begunstigde van een rechtspersoon of juridische constructie, identificatie van een politiek prominent persoon, deling van informatie door bevoegde autoriteiten en deling van informatie door financiële instellingen en meldingsplichtige entiteiten. De verzamelde persoonsgegevens moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om aan de vereisten van deze richtlijn te voldoen en mogen niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met Richtlijn 95/46/EG. Met name de verdere verwerking van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden moet strikt worden verboden.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32) De strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt door alle lidstaten als een belangrijke verantwoording van algemeen belang beschouwd.

(32) De strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme wordt door alle lidstaten als een belangrijke verantwoording van algemeen belang beschouwd. Er is op alle niveaus krachtige politieke wil nodig om deze verschijnselen een halt toe te roepen.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis) Het is van het grootste belang dat uit de Uniebegroting medegefinancierde investeringen aan de hoogste normen voldoen, teneinde financiële misdrijven - corruptie en belastingontduiking incluis - te voorkomen. In 2008 heeft de Europese Investeringsbank interne richtsnoeren vastgesteld getiteld "Beleid inzake de preventie en ontmoediging van verboden gedrag bij de activiteiten van de Europese Investeringsbank", met als rechtsgrondslag artikel 325 VWEU, artikel 18 van de Statuten van de EIB en Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002. Na vaststelling van het beleid moet de EIB de financiële inlichtingeneenheid in Luxemburg op de hoogte stellen van vermoedens of vermeende gevallen van geldwitwassing die betrekking hebben op projecten, werkzaamheden en transacties die ondersteund worden door de EIB.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33) Deze richtlijn laat de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, daaronder begrepen de bepalingen van Kaderbesluit 977/2008/JBZ, onverlet.

Schrappen

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) De rechten van toegang van de betrokkene gelden voor de persoonsgegevens die voor de toepassing van deze richtlijn worden verwerkt. Toegang door de betrokkene tot informatie die is opgenomen in een melding van een verdachte transactie zou echter de effectiviteit van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ernstig ondermijnen. Beperkingen van dit recht overeenkomstig de in artikel 13 van Richtlijn 95/46/EG neergelegde regels kunnen bijgevolg gerechtvaardigd zijn.

(34) De rechten van toegang van de betrokkene gelden voor de persoonsgegevens die voor de toepassing van deze richtlijn worden verwerkt. Toegang door de betrokkene tot informatie die is opgenomen in een melding van een verdachte transactie zou echter de effectiviteit van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ernstig ondermijnen. Beperkingen van dit recht overeenkomstig de in artikel 13 van Richtlijn 95/46/EG neergelegde regels kunnen bijgevolg gerechtvaardigd zijn. Dergelijke beperkingen moeten evenwel worden gecompenseerd door de effectieve bevoegdheden die aan de instanties voor gegevensbescherming worden verstrekt, met inbegrip van de bevoegdheden voor indirecte toegang, zoals vastgelegd in Richtlijn 95/46/EG, die hen in staat stellen om hetzij ambtshalve, hetzij op basis van een klacht, eventuele claims met betrekking tot problemen met de verwerking van persoonsgegevens te onderzoeken. Dit moet in het bijzonder de toegang tot het gegevensbestand bij de meldingsplichtige entiteit inhouden.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37) Indien haalbaar, moet voor de meldingsplichtige autoriteiten feedback beschikbaar worden gesteld betreffende het nut en de follow-up van de meldingen van verdachte transacties die zij doen. Om dit mogelijk te maken en de doeltreffendheid van hun maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te kunnen beoordelen, verdient het aanbeveling dat de lidstaten statistische gegevens ter zake bijhouden en verder perfectioneren. Om de kwaliteit en de consistentie van de op Unieniveau verzamelde statistische gegevens verder te verbeteren, moet de Commissie de situatie in de EU met betrekking tot de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme volgen en regelmatig overzichten publiceren.

(37) Waar mogelijk moet er voor de meldingsplichtige autoriteiten feedback beschikbaar worden gesteld betreffende het nut en de follow-up van de meldingen van verdachte transacties die zij doen. Om dit mogelijk te maken en de doeltreffendheid van hun maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te kunnen beoordelen, verdient het aanbeveling dat de lidstaten statistische gegevens ter zake bijhouden en verder perfectioneren. Om de kwaliteit en de consistentie van de op Unieniveau verzamelde statistische gegevens verder te verbeteren, moet de Commissie de situatie in de EU met betrekking tot de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme volgen en regelmatig overzichten publiceren. De Commissie moet in deze overzichten ook een evaluatie van de nationale risicobeoordelingen opnemen. Het eerste overzicht moet binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn plaatsvinden.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis) De lidstaten moeten er niet alleen voor zorgen dat de meldingsplichtige entiteiten voldoen aan de relevante voorschriften en richtsnoeren, maar ook dat ze een systeem hanteren waarmee de risico's op witwassen binnen deze entiteiten daadwerkelijk worden beperkt.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 ter) Om de doeltreffendheid van hun regelingen ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering te kunnen evalueren, moeten de lidstaten desbetreffende statistieken bijhouden en deze verder perfectioneren. Om de kwaliteit en de consistentie van de op Unieniveau verzamelde statistische gegevens verder te verbeteren, moet de Commissie de situatie in de Unie met betrekking tot de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme volgen en regelmatig overzichten publiceren.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40) Het verbeteren van de uitwisseling van informatie tussen fie's binnen de EU is van bijzonder belang om het transnationale karakter van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme het hoofd te bieden. Het gebruik van veilige voorzieningen voor de uitwisseling van informatie, met name het gedecentraliseerde computernetwerk FIU.net en de door dat netwerk aangeboden technieken, moet door de lidstaten worden aangemoedigd.

(40) Het verbeteren van de uitwisseling van informatie tussen fie's binnen de EU is van bijzonder belang om het transnationale karakter van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme het hoofd te bieden. Het gebruik van veilige voorzieningen voor de uitwisseling van informatie en de door dergelijke voorzieningen aangeboden technieken, moet door de lidstaten worden aangemoedigd.

Motivering

Een richtlijn moet resultaten en doelstellingen vastleggen en niet de exacte daartoe te gebruiken instrumenten. Het moet dan ook mogelijk zijn de meest doeltreffende en best "beschermde communicatiekanalen"te gebruiken. Opname van FIU.net als instrument in de richtlijn is dan ook zowel om juridische als praktische redenen onmogelijk. Hetzelfde geldt voor artikel 53.

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41) Het belang van het bestrijden van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme dient de lidstaten ertoe aan te zetten in hun nationale recht in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties te voorzien wegens de niet-naleving van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De lidstaten beschikken momenteel over een verscheidenheid van administratieve maatregelen en sancties wegens inbreuken op de belangrijkste preventieve maatregelen. Deze diversiteit kan nadelig zijn voor de inspanningen die worden geleverd bij de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en de kans bestaat dat de Unie gefragmenteerd reageert. Deze richtlijn moet bijgevolg een geheel van administratieve maatregelen en sancties omvatten die de lidstaten ter beschikking staan voor systematische inbreuken op de vereisten betreffende cliëntenonderzoeksmaatregelen, het bewaren van bewijsstukken, het melden van verdachte transacties en interne controles van meldingsplichtige entiteiten. Dit geheel van maatregelen moet voldoende breed zijn om de lidstaten en bevoegde autoriteiten in staat te stellen rekening te houden met verschillen tussen meldingsplichtige entiteiten, met name tussen financiële instellingen en andere meldingsplichtige entiteiten, ten aanzien van hun omvang, kenmerken en werkterreinen. Bij de toepassing van deze richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het opleggen van administratieve maatregelen en sancties overeenkomstig deze richtlijn en van strafsancties overeenkomstig het nationale recht niet indruist tegen het beginsel ne bis in idem.

(41) Het belang van het bestrijden van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme dient de lidstaten ertoe aan te zetten in hun nationale recht in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties te voorzien wegens de niet-naleving van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De lidstaten beschikken momenteel over een verscheidenheid van administratieve maatregelen en sancties wegens inbreuken op de belangrijkste preventieve maatregelen. Deze diversiteit kan nadelig zijn voor de inspanningen die worden geleverd bij de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en de kans bestaat dat de Unie gefragmenteerd reageert. Deze richtlijn moet bijgevolg een geheel van administratieve maatregelen en sancties omvatten die de lidstaten ter beschikking staan voor systematische inbreuken op de vereisten betreffende cliëntenonderzoeksmaatregelen, het bewaren van bewijsstukken, het melden van verdachte transacties en interne controles van meldingsplichtige entiteiten. Dit geheel van maatregelen moet voldoende breed zijn om de lidstaten en bevoegde autoriteiten in staat te stellen rekening te houden met verschillen tussen meldingsplichtige entiteiten, met name tussen financiële instellingen en andere meldingsplichtige entiteiten, ten aanzien van hun omvang, kenmerken, risiconiveau en werkterreinen. Bij de toepassing van deze richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het opleggen van administratieve maatregelen en sancties overeenkomstig deze richtlijn en van strafsancties overeenkomstig het nationale recht niet indruist tegen het beginsel ne bis in idem.

Amendement  44

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(42 bis) De Commissie dient teneinde bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten beter in staat te stellen de uit bepaalde transacties voortvloeiende risico's te beoordelen een lijst op te stellen van de rechtsgebieden buiten de Unie die over soortgelijke regels en voorschriften beschikken als die in deze richtlijn.

Amendement  45

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in het bijzonder de eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven, het recht op bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van ondernemerschap, het verbod van discriminatie, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, en het recht op verdediging.

(46) Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die bij het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in het bijzonder de eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven, het vermoeden van onschuld, het recht op bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van ondernemerschap, het verbod van discriminatie, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, en het recht op verdediging.

Amendement  46

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 48 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(48 bis) De lidstaten en meldingsplichtige entiteiten zijn bij de uitvoering van deze richtlijn of van nationale wetgeving tot implementatie van deze richtlijn, gebonden aan Richtlijn van de Raad 2000/43/EG33a.

 

_________________

 

33a Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).

Amendement  47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij deze activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van zijn daden te ontkomen;

(a) de omzetting of overdracht van voorwerpen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of bevriezing of inbeslagname te voorkomen, of een persoon die bij deze activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van zijn daden te ontkomen;

Amendement  48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter b – sub v

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

v) de oprichting, de exploitatie of het beheer van trusts, vennootschappen of soortgelijke structuren;

v) de oprichting, de exploitatie of het beheer van trusts, stichtingen, onderlinge maatschappijen, vennootschappen of soortgelijke structuren;

Amendement  49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) makelaars in onroerend goed, daaronder begrepen huurbemiddelingsdiensten;

(d) makelaars in onroerend goed, daaronder begrepen huurbemiddelingsdiensten, in zoverre deze betrokken zijn bij financiële transacties;

Motivering

In een aantal lidstaten blijft de rol van onroerendgoedmakelaars beperkt tot het bij elkaar brengen van kopers en verkopers en zijn deze niet betrokken bij de formele sluiting van het contract en de daarmee samenhangende financiële transacties. Dit artikel dient dienovereenkomstig te worden aangepast.

Amendement  50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen in goederen doch slechts voor zover in contanten wordt betaald of ontvangen en wel voor een bedrag van 7 500 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

(e) andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen in goederen of diensten doch slechts voor zover in contanten wordt betaald of ontvangen en wel voor een bedrag van 7 500 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

Amendement  51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) aanbieders van gokdiensten.

(f) aanbieders van gokdiensten. De lidstaten kunnen met uitzondering van casino's en onlinegokken de aanbieders van bepaalde gokdiensten geheel of gedeeltelijk uitsluiten van de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijn indien de aard van de diensten die zij aanbieden een laag risico vertegenwoordigt of op basis van risicobeoordelingen. Alvorens hiertoe over te gaan verzoekt de desbetreffende lidstaat de Commissie om toestemming daarvoor.

Amendement  52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – punt 4 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) alle feiten, daaronder begrepen fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor staten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

(f) alle feiten, daaronder begrepen fiscale delicten in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor staten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

 

Deze taalkundige wijziging wordt voorgesteld om met name de versie in het Engels af te stemmen op andere taalversies en te verduidelijken dat het om strafrechtelijke fiscale delicten gaat.

Amendement  53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) "zelfregulerende instantie": een instantie die krachtens nationaal recht de bevoegdheid heeft om ten aanzien van een bepaald beroep of een bepaalde economische sector de verplichtingen en voorschriften vast te stellen waaraan de in dat beroep of in die sector werkzame natuurlijke of rechtspersonen moeten voldoen;

Amendement  54

Voorstel voor een richtlijn

Article 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) "uiteindelijke begunstigde": de natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of het zeggenschap heeft (hebben) over de cliënt en/of de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht. De uiteindelijke begunstigde omvat ten minste:

(5) "uiteindelijke begunstigde": de natuurlijke perso(o)n(en) die de uiteindelijke eigenaar is (zijn) van of het zeggenschap heeft (hebben),, over de cliënt en/of de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht. De uiteindelijke begunstigde omvat ten minste:

(a) bij entiteiten met rechtspersoonlijkheid:

(a) bij entiteiten met rechtspersoonlijkheid:

(i) de natuurlijke persoon of de natuurlijke personen die uiteindelijk de eigenaar is respectievelijk de eigenaren zijn van een rechtspersoon via het rechtstreeks of middellijk houden van een toereikend deel van de aandelen of stemrechten van deze rechtspersoon met inbegrip van participatie in de vorm van toonderaandelen, hetzij over deze uiteindelijk op deze wijze zeggenschap heeft respectievelijk hebben, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie, of aan gelijkwaardige internationale normen;

(i) de natuurlijke persoon of de natuurlijke personen die uiteindelijk de eigenaar is respectievelijk de eigenaren zijn van een rechtspersoon via het rechtstreeks of middellijk houden van een toereikend deel van de aandelen of stemrechten van deze rechtspersoon met inbegrip van participatie in de vorm van toonderaandelen, hetzij over deze uiteindelijk op deze wijze zeggenschap heeft respectievelijk hebben, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie, of aan gelijkwaardige internationale normen;

Een percentage van 25 % plus één aandeel geldt als bewijs van eigendom of zeggenschap middels aandelenbezit en geldt voor elk niveau van directe of indirecte eigendom;

in ieder geval geldt een deelneming van 25 % plus één aandeel door een natuurlijke persoon als bewijs van directe eigendom; een deelneming van een rechtspersoonlijkheid van 25% plus één aandeel in de klant die onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of natuurlijke personen, of van meerdere rechtspersoonlijkheden die onder zeggenschap staan van één en dezelfde natuurlijke persoon, geldt als een aanwijzing van indirecte eigendom. het begrip "zeggenschap" wordt onder meer bepaald overeenkomstig de criteria van artikel 22, lid 1 t/m 5 van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad42a; dit is evenwel van toepassing onverminderd het recht van de lidstaten om te besluiten dat een lager percentage kan gelden als bewijs van eigendom of zeggenschap;

(ii) als er enige twijfel is dat de in punt i) geïdentificeerde personen de uiteindelijke begunstigden zijn, de natuurlijke personen die op andere wijzen zeggenschap uitoefenen over het management van een juridische entiteit;

(ii) als er enige twijfel is dat de in punt i) geïdentificeerde personen de uiteindelijke begunstigden zijn of indien er nadat alle noodzakelijke maatregelen zijn getroffen geen persoon aan te wijzen valt als bedoeld onder (i), de natuurlijke personen die op andere wijzen zeggenschap uitoefenen over het management van een juridische entiteit, waaronder mogelijkerwijze hoofdbestuurders;

 

(ii bis) wanneer geen natuurlijke persoon aan te wijzen valt als bedoeld onder (i) of (ii), de natuurlijke personen die de positie van hoofdbestuurder bekleden; in zo'n geval moeten de meldingsplichtige entiteiten bijhouden welke acties zijn ondernomen om de uiteindelijk begunstigde als bedoeld onder (i) en (ii) te achterhalen om te kunnen aantonen dat zulke personen er niet zijn.

(b) in het geval van juridische entiteiten, zoals stichtingen, en van juridische constructies, zoals trusts, die gelden beheren of uitkeren:

(b) in het geval van juridische entiteiten, zoals stichtingen, en van juridische constructies, zoals trusts en onderlinge maatschappijen, die gelden beheren of uitkeren:

(i) de natuurlijke perso(o)n(en) die zeggenschap over 25 % of meer van het vermogen van een juridische constructie of juridische entiteit uitoefen(t)(en); en

(i) de natuurlijke perso(o)n(en) die zeggenschap over 25 % of meer van het vermogen van een juridische constructie of juridische entiteit uitoefen(t)(en); en

(ii) voor zover de toekomstige begunstigden reeds werden vastgelegd, de natuurlijke perso(o)n(en) die de begunstigde van 25 % of meer van het vermogen van een juridische constructie of rechtspersoon is (zijn); of

(ii) voor zover de toekomstige begunstigden reeds werden vastgelegd, de natuurlijke perso(o)n(en) die de begunstigde van 25 % of meer van het vermogen van een juridische constructie of rechtspersoon is (zijn); of

(iii) voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet werden vastgelegd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is. Voor begunstigden van trusts die middels kenmerken of middels klasse worden aangeduid, winnen de meldingsplichtige entiteiten voldoende informatie betreffende de begunstigde in om de zekerheid te verkrijgen dat zij in staat zullen zijn de identiteit van de begunstigde vast te stellen op het moment van de uitbetaling of wanneer de begunstigde voornemens is gevestigde rechten uit te oefenen;

(iii) voor zover de afzonderlijke personen die de begunstigden van de juridische entiteit of de juridische constructie zijn, nog niet werden vastgelegd, de groep van personen in wier belang de juridische entiteit of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of werkzaam is. Voor begunstigden van trusts die middels kenmerken of middels klasse worden aangeduid, winnen de meldingsplichtige entiteiten voldoende informatie betreffende de begunstigde in om de zekerheid te verkrijgen dat zij in staat zullen zijn de identiteit van de begunstigde vast te stellen op het moment van de uitbetaling of wanneer de begunstigde voornemens is gevestigde rechten uit te oefenen;

 

(iii bis) voor trusts, de identiteit van de insteller van de trust, van de trustee(s), van de protector (indien relevant), van de begunstigden of klasse van begunstigden, en van enige andere natuurlijke persoon die effectieve zeggenschap over de trust uitoefent (waaronder middels een zeggenschaps- of eigendomsketen);

 

________________

 

42a Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

Amendement  55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 7 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) "binnenlandse politiek prominente personen": natuurlijke personen die door een lidstaat met een prominente publieke functie worden of zijn bekleed;

(b) "binnenlandse politiek prominente personen": natuurlijke personen die door de lidstaat met een prominente publieke functie worden of zijn belast;

 

Amendement van taalkundige aard.

Amendement  56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7 – letter d – sub ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) parlementsleden;

(ii) parlementsleden of leden van soortgelijke wetgevende organen;

Amendement  57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7 – letter d – sub vi

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(vi) leden van de bestuurs-, management- of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven.

(vi) senior leden van de bestuurs-, management- of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven.

Amendement  58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7 – letter e – sub iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(iii) de kinderen en hun echtgenoten of partners;

Schrappen

Amendement  59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7 – lettere e – sub iv

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(iv) de ouders;

Schrappen

Amendement  60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7 – letter f – sub ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) een natuurlijke persoon die alleen de juridische begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van de in de punten 7, onder a), tot en met 7, onder d, genoemde persoon.

(ii) een natuurlijke persoon die de juridische begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van de in de punten 7, onder a), tot en met 7, onder d, genoemde persoon.

Amendement  61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) "transactie met betrekking tot weddenschappen": onder "transactie" in de zin van artikel 12 van deze richtlijn wordt verstaan alle fasen van de handelsrelatie tussen, enerzijds, de aanbieder van gokdiensten en, anderzijds, de cliënt en de begunstigde van de registratie van de weddenschap en van de inzet tot de uitbetaling van de eventuele winst;

Amendement  62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – alinea 1 – punt 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) "niet-persoonlijke zakelijke relaties of transacties": de uitvoering van een overeenkomst of transactie zonder de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de contractant of tussenpersoon en de consument, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meerdere van de volgende media: internet, telemarketing of andere elektronische communicatiemiddelen, dit alles tot aan en met inbegrip van het moment waarop de overeenkomst gesloten wordt.

Motivering

In te voegen als subpunt na artikel 3, punt 11. De richtlijn dient een definitie van niet-persoonlijke zakelijke relaties of transacties neer te leggen, teneinde te vermijden dat tussenhandel aangemerkt wordt als niet-persoonlijke zakelijke activiteiten.

Amendement  63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen van deze richtlijn geheel of ten dele worden uitgebreid tot andere beroepen en categorieën ondernemingen dan de in artikel 2, lid 1, bedoelde meldingsplichtige entiteiten die zich bezighouden met activiteiten die zich zeer in het bijzonder lenen tot het witwassen van geld of tot financiering van terrorisme.

1. De lidstaten zorgen er overeenkomstig de risicogebaseerde aanpak voor dat de bepalingen van deze richtlijn geheel of ten dele worden uitgebreid tot andere beroepen en categorieën ondernemingen dan de in artikel 2, lid 1, bedoelde meldingsplichtige entiteiten die zich bezighouden met activiteiten die zich zeer in het bijzonder lenen tot het witwassen van geld of tot financiering van terrorisme.

Amendement  64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen op het door deze richtlijn bestreken gebied strengere bepalingen aannemen of handhaven om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen.

De lidstaten kunnen op het door deze richtlijn bestreken gebied strengere bepalingen aannemen of handhaven om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen, mits deze bepalingen volledig stroken met het recht van de Unie, met name wat betreft de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming en de bescherming van de grondrechten zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Bedoelde bepalingen gaan niet onevenredig ten koste van de toegang tot financiële diensten en vormen eveneens geen belemmering voor de werking van de interne markt.

Amendement  65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Europese Bankautoriteit (hierna "EBA"), de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (hierna "EIOPA") en de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (hierna "ESMA") verstrekken een gezamenlijk advies over de risico’s op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die op de interne markt van invloed zijn.

1. De Commissie voert een analyse uit inzake de risico's voor de interne markt van witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met speciale aandacht voor grensoverschrijdende activiteiten. Met het oog op een dergelijke risicoanalyse raadpleegt de Commissie de lidstaten, de Europese Bankautoriteit (hierna "EBA"), de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (hierna "EIOPA") en de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (hierna "ESMA"), de EDPS, de Groep artikel 29, Europol en andere relevante instanties.

 

De in de eerste alinea bedoelde risicoanalyse omvat ten minste de volgende aspecten:

 

(a) de algehele omvang van het witwassen van geld en de delen van de interne markt die een groter risico lopen;

 

(b) de risico´s die samenhangen met elke relevante sector, met name de niet-financiële sectoren en de kansspelsector;

 

(c) de meest voorkomende criminele methoden om illegale opbrengsten wit te wassen;

 

(d) de aanbevelingen aan de bevoegde autoriteiten voor een effectief gebruik van de beschikbare middelen;

 

(e) de rol van eurobiljetten in criminele activiteiten en witwaspraktijken.

 

De risicoanalyse omvat tevens voorstellen voor minimumnormen voor de risicobeoordelingen die door de bevoegde nationale autoriteiten moeten worden verricht. Deze minimumnormen worden ontwikkeld in samenwerking met de lidstaten, alsmede in voorkomend geval met betrokkenheid van de industrie en andere desbetreffende belanghebbenden, dit middels openbare raadplegingen en bijeenkomsten met particuliere belanghebbenden.

Het advies wordt verstrekt binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

De risicoanalyse vindt plaats binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn en wordt halfjaarlijks en indien nodig vaker geactualiseerd.

2. De Commissie maakt het advies beschikbaar om de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten bij te staan bij het bepalen, beheren en beperken van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

2. De Commissie maakt de risicoanalyse beschikbaar om de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten bij te staan bij het bepalen, beheren en beperken van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en om andere betrokkenen, onder wie nationale wetgevers, het Europees Parlement, het Europees Comité voor financiële inlichtingeneenheden, de EBA, de EIOPA en de ESMA, meer inzicht te geven in de risico's. Een samenvatting van de analyse wordt openbaar gemaakt. Deze bevat echter geen vertrouwelijke informatie.

 

2 bis. De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag met de resultaten van de reguliere risicobeoordelingen en een uiteenzetting van de op basis van die resultaten ondernomen actie.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

1. Onverminderd de in het VWEU vastgelegde inbreukprocedures zorgt de Commissie ervoor dat de op grond van deze richtlijn door de lidstaten goedgekeurde nationale wetgeving op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme op doeltreffende wijze ten uitvoer wordt gelegd en consistent is met het Europese kader.

 

2. Voor de toepassing van lid 1 wordt de Commissie, indien nodig, bijgestaan door Europol, het Europees Comité voor financiële inlichtingeneenheden, de EBA, de EIOPA, de ESMA en andere bevoegde Europese autoriteiten.

 

3. De beoordelingen van de in lid 1 van dit artikel genoemde goedgekeurde nationale wetgeving op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme doen geen afbreuk aan de door de Financial Action Task Force of Moneyval uitgevoerde beoordelingen.

Amendement              67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat doet passende stappen om de erop van invloed zijnde risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bepalen, te beoordelen, te begrijpen en te beperken, en de beoordeling actueel te houden.

1. Elke lidstaat doet passende stappen om de erop van invloed zijnde risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bepalen, te beoordelen, te begrijpen en te beperken, evenals eventuele daaraan gerelateerde kwesties inzake gegevensbescherming in dit verband, en de beoordeling actueel te houden.

2. Elke lidstaat wijst een autoriteit aan om de nationale respons op de in lid 1 bedoelde risico’s te coördineren. De identiteit van die autoriteit wordt ter kennis gebracht van de Commissie, de EBA, EIOPA en ESMA en de andere lidstaten.

2. Elke lidstaat wijst een autoriteit aan om de nationale respons op de in lid 1 bedoelde risico’s te coördineren. De identiteit van die autoriteit wordt ter kennis gebracht van de Commissie, de EBA, EIOPA en ESMA, Europol en de andere lidstaten.

3. Bij het uitvoeren van de beoordelingen waarvan sprake in lid 1 maken de lidstaten gebruik van het advies waarvan sprake in artikel 6, lid 1.

3. Bij het uitvoeren van de beoordelingen waarvan sprake in lid 1 maken de lidstaten gebruik van de risicoanalyse waarvan sprake in artikel 6, lid 1.

4. Elke lidstaat voert de in lid 1 bedoelde beoordeling uit en:

4. Elke lidstaat voert de in lid 1 bedoelde beoordeling uit en:

(a) gebruikt de beoordeling(en) om zijn regeling ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te verbeteren, met name door het vaststellen van alle gebieden waar de meldingsplichtige entiteiten verscherpte maatregelen toepassen en, in voorkomend geval, het bepalen van de te nemen maatregelen;

(a) gebruikt de beoordeling(en) om zijn regeling ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te verbeteren, met name door het vaststellen van alle gebieden waar de meldingsplichtige entiteiten verscherpte maatregelen toepassen en, in voorkomend geval, het bepalen van de te nemen maatregelen;

 

(a bis) stelt in voorkomend geval vast in welke sectoren en op welke gebieden er zich een verwaarloosbaar, gering of verhoogd risico op witwassen en financiering van terrorisme voordoet;

(b) gebruikt de beoordeling(en) als hulpmiddel bij de toewijzing en prioritering van middelen om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bestrijden;

(b) gebruikt de beoordeling(en) als hulpmiddel bij de toewijzing en prioritering van middelen om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bestrijden;

 

(b bis) gebruikt de beoordeling(en) om te zorgen voor passende, met het risico op geldwitwassing strokende regelingen voor de desbetreffende sector of het desbetreffende aandachtsgebied;

(c) stelt passende informatie beschikbaar voor de meldingsplichtige entiteiten om hun eigen beoordelingen van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te verrichten.

(c) stelt tijdig passende informatie beschikbaar voor de meldingsplichtige entiteiten om hen in staat te stellen hun eigen beoordelingen van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te verrichten.

5. De lidstaten maken op verzoek de resultaten van hun risicobeoordelingen beschikbaar voor de andere lidstaten, de Commissie en de EBA, EIOPA en ESMA.

5. De lidstaten maken op verzoek de resultaten van hun risicobeoordelingen beschikbaar voor de andere lidstaten, de Commissie en de EBA, EIOPA en ESMA. Een samenvatting van de analyse wordt openbaar gemaakt. Deze bevat echter geen vertrouwelijke informatie.

Amendement  68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in lid 1 bedoelde beoordelingen worden gedocumenteerd, actueel gehouden en beschikbaar gesteld voor de bevoegde autoriteiten en zelfregulerende instanties.

2. De in lid 1 bedoelde beoordelingen worden gedocumenteerd, actueel gehouden en op verzoek beschikbaar gesteld voor de bevoegde autoriteiten en zelfregulerende instanties.

Amendement  69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de meldingsplichtige entiteiten beschikken over gedragslijnen, controlemaatregelen en procedures om de op het niveau van de Unie, op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de meldingsplichtige entiteiten vastgestelde risico’s op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te beperken en effectief te beheren. De gedragslijnen, controlemaatregelen en procedures zijn evenredig met de aard en grootte van de meldingsplichtige entiteiten.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de meldingsplichtige entiteiten beschikken over gedragslijnen, controlemaatregelen en procedures om de op het niveau van de Unie, op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de meldingsplichtige entiteiten vastgestelde risico’s op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te beperken en effectief te beheren. De gedragslijnen, controlemaatregelen en procedures zijn evenredig met de aard en grootte van de meldingsplichtige entiteiten en met het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en dienen in overeenstemming te zijn met de regels inzake gegevensbescherming.

Amendement  70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de ontwikkeling van interne gedragslijnen, procedures en controlemaatregelen, daaronder begrepen cliëntenonderzoek, rapportage, bewaring van bewijsstukken, interne controle, nalevingsbeheer (daaronder begrepen, wanneer passend voor de grootte en de aard van het bedrijf, de aanstelling van een directeur Naleving op managementniveau) en doorlichting van medewerkers;

(a) de ontwikkeling van interne gedragslijnen, procedures en controlemaatregelen, daaronder begrepen model-risicobeheerpraktijken, cliëntenonderzoek, rapportage, bewaring van bewijsstukken, interne controle, nalevingsbeheer (daaronder begrepen, wanneer passend voor de grootte en de aard van het bedrijf, de aanstelling van een directeur Naleving op managementniveau) en doorlichting van medewerkers. Deze maatregelen staan niet toe dat de meldingsplichtige entiteiten consumenten verzoeken om meer persoonsgegevens te verstrekken dan nodig is;

Amendement  71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

 

 

 

1. De lidstaten bekrachtigen en aanvaarden de door de FATF uitgebrachte lijsten van landen teneinde een gezamenlijke aanpak en gezamenlijk beleid te ontwikkelen tegen niet-meewerkende rechtsgebieden met een tekortschietende bestrijding van geldwitwassing.

 

2. De Commissie coördineert de voorbereidende werkzaamheden op Europees niveau voor wat betreft de inventarisatie van de derde landen die ernstige strategische tekortkomingen vertonen in hun anti-geldwitwassystemen en daarmee een aanzienlijk risico voor het financieel stelsel van de Unie vormen, hierbij rekening houdend met de in lid 3 van Bijlage III uiteengezette criteria.

 

3. De Commissie krijgt de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen ten behoeve van de opstelling van een lijst landen zoals gedefinieerd in lid 2.

 

4. De Commissie monitort op gezette tijden de ontwikkeling van de situatie in de landen zoals bedoeld in lid 2, dit op basis van de in lid 3 van Bijlage III uiteengezette criteria en in voorkomend geval de lijst zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel.

Amendement  72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verbieden hun kredietinstellingen en financiële instellingen anonieme rekeningen of anonieme spaarboekjes bij te houden. De lidstaten vereisen in alle gevallen dat de eigenaars en begunstigden van bestaande anonieme rekeningen of anonieme spaarboekjes, zo spoedig mogelijk en in ieder geval voordat dergelijke rekeningen of spaarboekjes op enigerlei wijze worden gebruikt, worden onderworpen aan de vereisten inzake cliëntenonderzoek.

De lidstaten verbieden hun kredietinstellingen en financiële instellingen anonieme rekeningen of anonieme spaarboekjes bij te houden of anonieme elektronische betaalkaarten uit te geven die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 10 bis. De lidstaten vereisen in alle gevallen dat de eigenaars en begunstigden van bestaande anonieme rekeningen, anonieme spaarboekjes of anonieme betaalkaarten, zo spoedig mogelijk en in ieder geval voordat dergelijke rekeningen of spaarboekjes op enigerlei wijze worden gebruikt, worden onderworpen aan de vereisten inzake cliëntenonderzoek.

Amendement  73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) voor aanbieders van gokdiensten, wanneer zij occasionele transacties ten bedrage van 2 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of een dergelijke transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

(d) voor casino's, wanneer zij occasionele transacties ten bedrage van 2 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of een dergelijke transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

 

(d bis) voor aanbieders van onlinekansspelen, wanneer zij een zakelijke relatie aangaan;

 

(d ter) voor aanbieders van andere gokdiensten, in geval van uitbetaling van winsten ten bedrage van 2 000 EUR of meer;

Amendement  74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(f bis) telkens bij de oprichting van een onderneming.

Amendement  75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

De lidstaten kunnen in geval van een bewezen laag risico meldingsplichtige entiteiten ontheffen van de plicht tot uitvoering van cliëntenonderzoeken in verband met elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 2 van Richtlijn 2009/110/EG, indien aan navolgende voorwaarden voldaan wordt:

 

(a) het betalingsinstrument is niet herlaadbaar;

 

(b) het elektronisch opgeslagen bedrag bedraagt maximaal 250 euro. De lidstaten mogen deze limiet verhogen tot 500 euro voor betalingsinstrumenten die uitsluitend in één specifieke lidstaat kunnen worden gebruikt;

 

(c) het betalingsinstrument wordt uitsluitend gebruikt voor de aankoop van goederen of diensten;

 

(d) het betalingsinstrument kan niet worden gefinancierd met elektronisch geld;

 

(e) terugbetaling en opneming in contanten is behoudens identificatie en verificatie van de identiteit van de houder, passende en toereikende maatregelen en procedures inzake terugbetaling en opneming in contanten, alsook bewaring van de vereiste bewijsstukken, verboden.

 

2. De lidstaten zien erop toe dat er te allen tijde cliëntenonderzoeksmaatregelen worden getroffen alvorens de geldwaarde van elektronisch geld ten belope van meer dan 250 euro wordt terugbetaald.

 

3. Dit artikel vormt voor de lidstaten geen beletsel om de meldingsplichtige entiteiten toe te staan vereenvoudigde cliëntenonderzoeksprocedures toe te passen met betrekking tot elektronisch geld overeenkomstig artikel 13 van deze richtlijn, indien niet aan de in dit artikel vastgelegde voorwaarden wordt voldaan.

Amendement  76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De cliëntenonderzoeksprocedures omvatten:

(a) identificeren van de cliënt en verifiëren van zijn identiteit op basis van documenten, gegevens of informatie uit betrouwbare en onafhankelijke bron;

1. De cliëntenonderzoeksprocedures omvatten:

(a) identificeren van de cliënt en verifiëren van zijn identiteit op basis van documenten, gegevens of informatie uit betrouwbare en onafhankelijke bron;

(b) identificeren van de uiteindelijke begunstigde en nemen van redelijke maatregelen om zijn identiteit te verifiëren, zodat de instelling of persoon die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt overtuigd is dat zij of hij weet wie de uiteindelijke begunstigde is, en, wanneer het rechtspersonen, trusts en soortgelijke juridische constructies betreft, nemen van redelijke maatregelen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt;

(b) naast de identificatie van de uiteindelijke begunstigde zoals opgenomen in het openbaar register als bedoeld in artikel 29, nemen van redelijke maatregelen om zijn identiteit te verifiëren, zodat de instelling of persoon die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt overtuigd is dat zij of hij weet wie de uiteindelijke begunstigde is, en, wanneer het rechtspersonen, trusts, stichtingen, onderlinge maatschappijen, holdings en alle andere soortgelijke bestaande of toekomstige juridische constructies betreft, nemen van alle noodzakelijke maatregelen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt, beoordelen en, indien van toepassing, verwerven van informatie inzake het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie;

(c) beoordelen en, in voorkomend geval, inwinnen van informatie over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie;

(c) beoordelen en, in voorkomend geval, inwinnen van informatie over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie;

(d) verrichten van een voortdurende controle op de zakelijke relatie, met inbegrip van een nauwlettend toezicht op de tijdens de gehele duur van deze relatie verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze stroken met de kennis die de instelling of persoon heeft van de cliënt en van zijn zakelijk en risicoprofiel, in voorkomend geval met inbegrip van de oorsprong van de fondsen en actueel houden van de in haar of zijn bezit zijnde documenten, gegevens of informatie.

(d) verrichten van een voortdurende controle op de zakelijke relatie, met inbegrip van een nauwlettend toezicht op de tijdens de gehele duur van deze relatie verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze stroken met de kennis die de instelling of persoon heeft van de cliënt en van zijn zakelijk en risicoprofiel, met inbegrip van de oorsprong van de fondsen en actueel houden van de in haar of zijn bezit zijnde documenten, gegevens of informatie.

Amendement  77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Bij de toepassing van de onder (a) en (b) van lid 1 vermelde procedures zijn meldingsplichtige entiteiten verplicht te verifiëren of personen die zeggen namens de klant op te treden daar daadwerkelijk toe gerechtigd zijn alsmede om de identiteit van dergelijke personen vast te stellen en te verifiëren.

Amendement  78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde wordt voltooid tijdens het aangaan van een zakelijke relatie indien dit noodzakelijk is om de normale gang van zaken niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financiering van terrorisme bestaat. In dergelijke situaties worden deze procedures zo spoedig mogelijk na het eerste contact voltooid.

2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde wordt voltooid tijdens het aangaan van een zakelijke relatie of tijdens de uitvoering van de transactie voor de in artikel 2, lid 1, bedoelde meldingsplichtige entiteiten en, in ieder geval, vóór de uitbetaling van een eventuele winst, indien dit noodzakelijk is om de normale gang van zaken niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financiering van terrorisme bestaat. In dergelijke situaties worden deze procedures zo spoedig mogelijk na het eerste contact voltooid.

Amendement  79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten zorgen ervoor dat meldingsplichtige entiteiten de transactie of de zakelijke relatie voldoende monitoren om ongewone of verdachte transacties te kunnen ontdekken.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat meldingsplichtige entiteiten de transacties of de zakelijke relaties voldoende monitoren om ongewone of verdachte transacties te kunnen ontdekken.

Amendement  80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij het beoordelen van de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme met betrekking tot soorten cliënten, landen of geografische gebieden, en bepaalde producten, diensten, transacties of leveringskanalen, houden lidstaten en meldingsplichtige entiteiten ten minste rekening met de in bijlage II vastgestelde factoren van potentieel lagere risicosituaties.

Bij het beoordelen van de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme met betrekking tot soorten cliënten, landen of geografische gebieden, en bepaalde producten, diensten, transacties of leveringskanalen, houden lidstaten en meldingsplichtige entiteiten ten minste rekening met de in bijlage II vastgestelde factoren met betrekking tot cliënten en producten, diensten, transacties of leveringskanalen als potentieel lagere risicosituaties.

Amendement  81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De EBA, EIOPA en ESMA geven richtsnoeren die gericht zijn tot de bevoegde autoriteiten en de meldingsplichtige entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010, betreffende de risicofactoren die in overweging moeten worden genomen en/of de maatregelen die moeten worden genomen in situaties waarin vereenvoudigde cliëntenonderzoeksmaatregelen passend zijn. Er moet specifiek rekening worden gehouden met de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit, en indien passend en evenredig moet in specifieke maatregelen worden voorzien. Deze richtsnoeren worden gegeven binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

De EBA, EIOPA en ESMA geven richtsnoeren die gericht zijn tot de bevoegde autoriteiten en de meldingsplichtige entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010, betreffende de risicofactoren die in overweging moeten worden genomen en/of de maatregelen die moeten worden genomen in situaties waarin vereenvoudigde cliëntenonderzoeksmaatregelen passend zijn. Er moet specifiek rekening worden gehouden met de aard en omvang van de bedrijfsactiviteit, en indien passend en evenredig moet in specifieke maatregelen worden voorzien. Deze richtsnoeren worden gegeven binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten vereisen dat de meldingsplichtige entiteiten, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de achtergrond en het doel onderzoeken van alle complexe, ongewone grote transacties en alle ongewone transactiepatronen die geen duidelijk economisch of wettig doel hebben. In het bijzonder vergroten zij de mate en aard van monitoring van de zakelijke relatie om te bepalen of die transacties of activiteiten ongewoon of verdacht lijken.

2. De lidstaten vereisen dat de meldingsplichtige entiteiten de achtergrond en het doel onderzoeken van alle complexe, ongewone grote transacties en alle ongewone transactiepatronen die geen duidelijk economisch of wettig doel hebben, of die fiscale delicten vormen in de zin van artikel 3, lid 4, onder f). In het bijzonder vergroten zij de mate en aard van monitoring van de zakelijke relatie om te bepalen of die transacties of activiteiten ongewoon of verdacht lijken. Wanneer een meldingsplichtige entiteit een ongewone of verdachte transactie of activiteit vaststelt, stelt deze de fie's van alle mogelijk betrokken lidstaten onverwijld op de hoogte.

Amendement  83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten en meldingsplichtige entiteiten houden bij het beoordelen van de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ten minste met de in bijlage III vastgestelde factoren van situaties met een potentieel hoger risico rekening.

3. De lidstaten en meldingsplichtige entiteiten houden bij het beoordelen van de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ten minste rekening met de in bijlage III vastgestelde factoren met betrekking tot cliënten en producten, diensten, transacties of leveringskanalen als situaties met een potentieel hoger risico.

Amendement  84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De EBA, EIOPA en ESMA geven richtsnoeren die gericht zijn tot de bevoegde autoriteiten en de meldingsplichtige entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010, betreffende de risicofactoren die in overweging moeten worden genomen en/of de maatregelen die moeten worden genomen in situaties waarin verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen moeten worden toegepast. Die richtsnoeren worden gegeven binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

4. De EBA, EIOPA en ESMA geven richtsnoeren die gericht zijn tot de bevoegde autoriteiten en de meldingsplichtige entiteiten als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010, betreffende de risicofactoren die in overweging moeten worden genomen en/of de maatregelen die moeten worden genomen in situaties waarin verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen moeten worden toegepast. Die richtsnoeren worden gepubliceerd binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 19 bis

 

In samenwerking met de lidstaten en internationale organisaties stelt de Commissie een lijst op van binnenlandse politiek prominente personen en personen - inwoners van de lidstaten - aan wie door een internationale organisatie een prominente functie is toevertrouwd. De lijst is toegankelijk voor bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten.

 

De Commissie stelt betrokken personen ervan in kennis dat zij op de lijst zijn geplaatst of van de lijst zijn afgehaald.

 

De vereisten van dit artikel ontheffen de meldingsplichtige entiteiten niet van hun verplichtingen inzake cliëntenonderzoek, en meldingsplichtige entiteiten gaan er niet vanuit dat uitsluitend die informatie voldoende zou zijn om deze verplichtingen na te komen.

 

De lidstaten treffen alle passende maatregelen om de handel in informatie over politiek prominente personen voor commerciële doeleinden te voorkomen.

Amendement  86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 20 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Meldingsplichtige entiteiten nemen redelijke maatregelen om te bepalen of de begunstigden van een levensverzekeringspolis of een andere beleggingsgerelateerde verzekeringspolis en/of, indien vereist, de uiteindelijke begunstigde van de begunstigde politiek prominente personen zijn. Die maatregelen worden uiterlijk bij de uitbetaling of bij de, gehele of gedeeltelijke, overdracht van de polis genomen. Indien hogere risico’s zijn vastgesteld, vereisen de lidstaten, naast het nemen van de normale cliëntenonderzoeksmaatregelen, dat meldingsplichtige entiteiten:

Meldingsplichtige entiteiten nemen in overeenstemming met de risicogebaseerde aanpak redelijke maatregelen om te bepalen of de begunstigden van een levensverzekeringspolis of een andere beleggingsgerelateerde verzekeringspolis en/of, indien vereist, de uiteindelijke begunstigde van de begunstigde politiek prominente personen zijn. Die maatregelen worden uiterlijk bij de uitbetaling of bij de, gehele of gedeeltelijke, overdracht van de polis genomen. Indien hogere risico’s zijn vastgesteld, vereisen de lidstaten, naast het nemen van de normale cliëntenonderzoeksmaatregelen, dat meldingsplichtige entiteiten:

Motivering

Bij de maatregelen moet verwezen worden naar de toepassing van de risicogebaseerde aanpak, zoals ook de FATF dit aanbeveelt.

Amendement  87

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de artikelen 18, 19 en 20 bedoelde maatregelen gelden eveneens voor familieleden of personen die bekendstaan als naaste geassocieerden van dergelijke politiek prominente personen.

De in de artikelen 18, 19 en 20, met uitzondering van artikel 19 bis, bedoelde maatregelen gelden eveneens voor familieleden of personen waarvan bewezen is dat zij naaste geassocieerden zijn van dergelijke politiek prominente personen.

Amendement  88

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 22 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien aan een in de artikelen 18, 19 en 20 bedoelde persoon door een lidstaat of een derde land niet langer een prominente publieke functie of door een internationale organisatie niet langer een prominente functie is toevertrouwd, dienen meldingsplichtige entiteiten het door die persoon gevormde voortdurende risico te overwegen en dergelijke passende maatregelen op basis van risicogevoeligheid toe te passen totdat die persoon niet langer geacht wordt een risico te vormen. De desbetreffende periode mag niet minder bedragen dan 18 maanden.

Indien aan een in de artikelen 18, 19 en 20 bedoelde persoon door een lidstaat of een derde land niet langer een prominente publieke functie of door een internationale organisatie niet langer een prominente functie is toevertrouwd, dienen meldingsplichtige entiteiten het door die persoon gevormde voortdurende risico te overwegen en dergelijke passende maatregelen op basis van risicogevoeligheid toe te passen totdat die persoon niet langer geacht wordt een risico te vormen. De desbetreffende periode mag niet minder bedragen dan 12 maanden.

Amendement  89

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen meldingsplichtige entiteiten toestaan op derden een beroep te doen om de in artikel 11, lid 1, onder a), b) en c), neergelegde vereisten te vervullen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het nakomen van deze vereisten blijft evenwel berusten bij de meldingsplichtige entiteit die op de derde een beroep doet.

De lidstaten kunnen meldingsplichtige entiteiten toestaan op derden een beroep te doen om de in artikel 11, lid 1, onder a), b) en c), neergelegde vereisten te vervullen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het nakomen van deze vereisten blijft evenwel berusten bij de meldingsplichtige entiteit die op de derde een beroep doet. Bovendien zien de lidstaten erop toe dat dergelijke derde partijen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schendingen van krachtens deze richtlijn afgekondigde nationale wet- en regelgeving.

Amendement  90

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder "derden" verstaan meldingsplichtige entiteiten die zijn opgenomen in de lijst van artikel 2, of andere in lidstaten of een derde land gevestigde instellingen en personen, die cliëntenonderzoeksvereisten en vereisten betreffende de bewaring van bewijsstukken toepassen welke gelijkwaardig zijn aan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld en die wat de naleving van de vereisten van deze richtlijn betreft overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk VI onder toezicht staan.

1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder "derden" verstaan (a) meldingsplichtige entiteiten die zijn opgenomen in de lijst van artikel 2, en (b) andere in lidstaten of een derde land gevestigde instellingen en personen, die cliëntenonderzoeksvereisten en vereisten betreffende de bewaring van bewijsstukken toepassen welke gelijkwaardig zijn aan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld en die wat de naleving van de vereisten van deze richtlijn betreft overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk VI onder toezicht staan.

2. De lidstaten overwegen beschikbare informatie betreffende de omvang van geografisch risico wanneer zij beslissen of een derde land aan de in lid 1 vastgestelde voorwaarden voldoet en stellen elkaar, de Commissie en de EBA, EIOPA en ESMA voor zover dit relevant is voor de toepassing van deze Richtlijn en overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, en van Verordening (EU) nr. 1095/2010, in kennis van gevallen waarin zij van oordeel zijn dat een derde land aan dergelijke voorwaarden voldoet.

2. De Commissie overweegt beschikbare informatie betreffende de omvang van geografisch risico wanneer zij beslist of een derde land aan de in lid 1 vastgestelde voorwaarden voldoet en stelt de lidstaten, de meldingsplichtige entiteiten en de EBA, EIOPA en ESMA voor zover dit relevant is voor de toepassing van deze Richtlijn en overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, en van Verordening (EU) nr. 1095/2010, in kennis van gevallen waarin zij van oordeel is dat een derde land aan dergelijke voorwaarden voldoet.

 

2 bis. De Commissie verstrekt een lijst van rechtsgebieden die over anti-witwasregelingen beschikken die equivalent zijn aan de regels krachtens deze richtlijn en andere aanverwante regels en voorschriften van de Unie.

 

2 ter. De in lid 2 bis bedoelde lijst wordt geregeld herzien en geactualiseerd overeenkomstig de van de lidstaten ontvangen informatie uit hoofde van lid 2.

Amendement  91

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de effectieve uitvoering van de in punt b) bedoelde vereisten staat op groepsniveau onder toezicht van een bevoegde autoriteit.

(c) de effectieve uitvoering van de in punt b) bedoelde vereisten staat op groepsniveau onder toezicht van een bevoegde autoriteit van het land van herkomst in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van het land van ontvangst.

Amendement  92

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 27 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De EBA, EIOPA en ESMA stellen richtsnoeren op voor de uitvoering van de toezichtregeling die de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende lidstaten toepassen ten aanzien van groepsentiteiten, met het oog op een coherent en doeltreffend toezicht op groepsniveau. Die richtsnoeren worden gepubliceerd binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  93

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnen hun grondgebied gevestigde rechtspersonen of juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigen inwinnen en bezitten.

 

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnen hun grondgebied gevestigde of opgenomen, of door hun recht beheerste ondernemingen of entiteiten met rechtspersoonlijkheid, met inbegrip van trusts of entiteiten met een soortgelijke structuur en functie als trusts, stichtingen, holdings en alle andere soortgelijke bestaande of toekomstige juridische constructies, toereikende, accurate, actuele en geactualiseerde informatie over hen en hun uiteindelijke begunstigden inwinnen, bijhouden en aan een openbaar centraal register, een handelsregister of een vennootschapsregister doorgeven, op het moment van oprichting of wanneer er sprake is van wijzigingen.

 

1 bis. Het register bevat de minimale gegevens om de onderneming en de uiteindelijke begunstigde duidelijk te identificeren, met name de naam, het nummer, de rechtsvorm en de juridische status van de entiteit, het bewijs van oprichting, het adres van de statutaire zetel (en dat van de belangrijkste bedrijfslocatie indien die verschilt van de statutaire zetel), de elementaire regelgevende bevoegdheden (zoals opgenomen in de oprichtingsakte en de statuten) de lijst van directeuren (met inbegrip van hun nationaliteit en geboortedatum) en informatie over de aandeelhouders/uiteindelijke begunstigden, zoals de namen, geboortedatum, nationaliteit of het rechtsgebied van oprichting, contactgegevens, aantal aandelen, categorie aandelen (met inbegrip van de aard van de bijbehorende stemrechten) en, indien van toepassing, het percentage van hun deelneming of zeggenschap.

 

De in dit artikel uiteengezette vereisten ontslaan de meldingsplichtige entiteiten niet van hun verplichtingen inzake cliëntenonderzoek, en ook mogen meldingsplichtige entiteiten er niet van uitgaan dat uitsluitend die informatie volstaat voor de nakoming van deze verplichtingen.

 

1 ter. Deze informatie omvat, met betrekking tot trusts of andere typen bestaande of toekomstige juridische entiteiten en juridische constructies met een soortgelijke structuur en functie, de identiteit van de insteller van de trust, van de trustee(s), van de protector (indien relevant), van de begunstigden of klasse van begunstigden, en van elke andere natuurlijke persoon die effectieve zeggenschap over de trust uitoefent. De lidstaten zorgen ervoor dat trustees hun status aan de meldingsplichtige entiteiten openbaarmaken wanneer de trustee als trustee een zakelijke relatie aangaat of een occasionele transactie boven de in de punten b), c) en d) van artikel 10 vastgestelde drempel uitvoert. De bewaarde informatie omvat de geboortedatum en de nationaliteit van alle natuurlijke personen. Bij openbaarmaking van de trustakte en de "letter of wishes" hanteren de lidstaten de risicogebaseerde benadering en zij zorgen ervoor, indien van toepassing en met inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens, dat de informatie bekend wordt gemaakt aan de bevoegde autoriteiten, in het bijzonder aan de fie´s en aan de melidingsplichtige entiteiten.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten tijdig toegang verkrijgen tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie.

2. De in de leden 1, 1 bis en 1 ter, van dit artikel bedoelde informatie wordt tijdig toegankelijk gemaakt voor de bevoegde autoriteiten, in het bijzonder de fie´s, en voor de meldingsplichtige entiteiten van alle lidstaten. De lidstaten maken de in lid 1 van dit artikel bedoelde registers openbaar toegankelijk na identificatie van de persoon die toegang tot de informatie wenst te krijgen door middel van eenvoudige onlineregistratie. De informatie is online voor alle personen toegankelijk in een open en beveiligd gegevensformaat, overeenkomstig de regelgeving inzake gegevensbescherming, met name wat betreft de effectieve bescherming van de rechten van de betrokkene op toegang tot persoonsgegevens en rectificatie of verwijdering van inaccurate gegevens. De vergoeding die moet worden betaald om de informatie te krijgen mag niet hoger zijn dan de desbetreffende administratieve kosten. Wijzigingen van de weergegeven informatie worden duidelijk en onverwijld, doch uiterlijk na dertig dagen, in het register aangegeven.

 

De in lid 1 van dit artikel bedoelde registers worden onderling gekoppeld via het Europees platform, het portaal en de door de lidstaten ingestelde facultatieve toegangspunten overeenkomstig Richtlijn 2012/17/EU. De lidstaten zorgen er, met de steun van de Commissie, voor dat hun registers via het Europees platform binnen het systeem van gekoppelde registers interoperabel zijn.

 

2 bis. De Commissie streeft, samen met de lidstaten, op snelle, constructieve en doeltreffende wijze naar samenwerking met derde landen om hen aan te moedigen soortgelijke centrale registers van uiteindelijk begunstigden in te richten en de in lid 1 en1 bis, van dit artikel bedoelde informatie in hun landen publiek toegankelijk te maken.

 

Er wordt prioriteit gegeven aan derde landen waar een aanzienlijk aantal rechtspersonen of juridische entiteiten is gevestigd, met inbegrip van trusts, stichtingen, holdings en alle andere instanties met een vergelijkbare structuur of functie en die aandelen bezitten als een aanwijzing van directe eigendom overeenkomstig artikel 3, lid 5, van deze richtlijn in rechtspersonen of juridische entiteiten die in de Unie zijn gevestigd.

 

2 ter. De lidstaten stellen de regels vast inzake doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor natuurlijke en rechtspersonen met betrekking tot overtredingen van de nationale bepalingen die overeenkomstig dit artikel zijn aangenomen en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. De lidstaten nemen voor de doeleinden van dit artikel doeltreffende antimisbruikmaatregelen om misbruik aan de hand van toonderaandelen en toonderaandelenwarrants te voorkomen.

 

2 quarter. De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn een verslag voor over de toepassing en de werking van de vereisten uit hoofde van dit artikel en dient zo nodig een wetgevingsvoorstel in.

Amendement  94

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 30

Schrappen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat trustees van een express trust die door hun recht worden beheerst toereikende, accurate en actuele informatie over uiteindelijke begunstigen betreffende de trust inwinnen en bezitten. Deze informatie omvat de identiteit van de insteller van de trust, van de trustee(s), van de protector (indien relevant), van de begunstigden of klasse van begunstigden, en van elke andere natuurlijke persoon die effectieve zeggenschap over de trust uitoefent.

 

2. De lidstaten zorgen ervoor dat trustees hun status aan de meldingsplichtige entiteiten openbaarmaken wanneer de trustee als trustee een zakelijke relatie aangaat of een occasionele transactie boven de in de punten b), c) en d) van artikel 10 vastgestelde drempel uitvoert.

 

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten tijdig toegang verkrijgen tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie.

 

4. De lidstaten zorgen ervoor dat maatregelen die met die in de leden 1, 2 en 3 overeenstemmen, op andere soorten juridische entiteiten en constructies met een soortgelijke structuur en functie als trusts van toepassing zijn.

 

Amendement  95

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De in artikel 2, lid 1, punt 3), onder a), b) en d) bedoelde personen informeren de fie en/of de passende zelfregulerende instantie van het desbetreffende beroep, zoals vastgesteld in artikel 33, lid 1, wanneer zij vermoeden of goede redenen hebben om te vermoeden dat hun diensten worden misbruikt voor criminele activiteiten.

Amendement   96

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De fie wordt opgezet als een centrale, nationale eenheid. Zij is verantwoordelijk voor de ontvangst (en, voor zover toegestaan, het opvragen) het analyseren en het verspreiden onder de bevoegde autoriteiten van openbaargemaakte informatie die betrekking heeft op potentiële gevallen van witwassen van geld of verband houdende basismisdrijven, potentiële financiering van terrorisme, of die krachtens een nationale wetgeving of regeling is vereist. Aan de fie worden toereikende middelen verschaft om haar taken te vervullen.

3. De fie wordt opgezet als een functioneel onafhankelijke en autonome, centrale, nationale eenheid. Zij is verantwoordelijk voor de ontvangst en het analyseren van meldingen van verdachte transacties en andere informatie die betrekking heeft op potentiële gevallen van witwassen van geld, verband houdende basismisdrijven of potentiële financiering van terrorisme. De fie is verantwoordelijk voor het verspreiden van de resultaten van haar analyses onder alle bevoegde autoriteiten, wanneer er redenen zijn om witwassen van geld, verband houdende basismisdrijven of financiering van terrorisme te vermoeden. Zij is in staat om voor bovengenoemde doeleinden relevante aanvullende informatie in te winnen bij meldingsplichtige entiteiten. Aan de fie worden toereikende financiële, technische en personele middelen verschaft om haar taken te vervullen. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie vrij is van ongeoorloofde inmenging.

Amendement  97

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten zien erop toe dat de fie rechtstreeks of onrechtstreeks, en tijdig, toegang krijgt tot de financiële, administratieve en wetshandhavingsinformatie die zij nodig heeft om haar taken naar behoren te vervullen. Bovendien reageren fie’s op verzoeken om informatie door wetshandhavingautoriteiten in hun lidstaat tenzij er feitelijke redenen zijn om aan te nemen dat de verstrekking van dergelijke informatie een negatieve impact zou hebben op lopende onderzoeken of analyses, of, in uitzonderlijke omstandigheden, indien onthulling van de informatie duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of irrelevant zou zijn gelet op de doeleinden waarvoor zij is gevraagd.

4. De lidstaten zien erop toe dat de fie rechtstreeks of onrechtstreeks, en tijdig, toegang krijgt tot de financiële, administratieve en wetshandhavingsinformatie die zij nodig heeft om haar taken naar behoren te vervullen. Bovendien reageren fie’s op verzoeken om informatie door wetshandhavingautoriteiten in hun lidstaat tenzij er feitelijke redenen zijn om aan te nemen dat de verstrekking van dergelijke informatie een negatieve impact zou hebben op lopende onderzoeken of analyses, of, in uitzonderlijke omstandigheden, indien onthulling van de informatie duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of irrelevant zou zijn gelet op de doeleinden waarvoor zij is gevraagd. Wanneer de fie een dergelijk verzoek ontvangt blijft de beslissing om al dan niet een analyse uit te voeren en/of informatie te doen toekomen aan de verzoekende wetshandhavingautoriteit aan de fie voorbehouden. De lidstaten schrijven voor dat wetshandhavingautoriteiten de fie feedback doen toekomen over het gebruik dat van de verstrekte informatie wordt gemaakt.

Amendement  98

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 32 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie wordt verstrekt aan de fie van de lidstaat op het grondgebied waarvan de instelling of persoon die de informatie heeft verstrekt, zich bevindt. De informatie wordt normaliter verstrekt door de persoon of personen die volgens de procedures van artikel 8, lid 4, is of zijn aangewezen.

2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie wordt verstrekt aan de fie van de lidstaat op het grondgebied waarvan de instelling of persoon die de informatie heeft verstrekt, zich bevindt en aan de fie van de lidstaat waar de meldingsplichtige entiteit is gevestigd. De informatie wordt normaliter verstrekt door de persoon of personen die volgens de procedures van artikel 8, lid 4, is of zijn aangewezen.

Amendement  99

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 33 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In afwijking van artikel 32, lid 1, kunnen de lidstaten, in het geval van de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder a), b) en d) bedoelde personen, een passende zelfregulerende instantie van het desbetreffende beroep aanwijzen als de autoriteit die de in artikel 32, lid 1, bedoelde informatie moet ontvangen.

In afwijking van artikel 32, lid 1, kunnen de lidstaten, in het geval van de in artikel 2, lid 1, punt 3), onder a), b), d) en e) bedoelde personen en de in artikel 4 bedoelde beroepen en categorieën ondernemingen, een passende zelfregulerende instantie van het desbetreffende beroep aanwijzen als de autoriteit die de in artikel 32, lid 1, bedoelde informatie moet ontvangen.

 

De lidstaten reiken onder alle omstandigheden de mogelijkheden aan om de bescherming van het beroepsgeheim, de vertrouwelijkheid en de privacy te verwezenlijken.

Amendement  100

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 37 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen alle passende maatregelen om werknemers van de meldingsplichtige entiteit die hetzij intern, hetzij aan de fie vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme melden, te beschermen tegen bedreigingen of daden van agressie.

De lidstaten zorgen ervoor dat individuen, met inbegrip van werknemers en vertegenwoordigers van de meldingsplichtige entiteit die hetzij intern, hetzij aan de fie vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme melden, naar behoren worden beschermd tegen bedreigingen of daden van agressie, negatieve behandeling en negatieve gevolgen, met name tegen nadelige of discriminerende werkgerelateerde acties. De lidstaten garanderen kosteloze rechtsbijstand voor deze personen en zorgen voor beveiligde communicatiekanalen voor personen om hun vermoedens van witwassen of financiering van terrorisme te melden. Dergelijke kanalen zorgen ervoor dat de identiteit van personen die informatie verstrekken alleen bekend is bij ETA's of de fie. De lidstaten zorgen voor adequate getuigenbeschermingsprogramma´s.

Amendement  101

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het verbod in lid 1 geldt niet voor mededelingen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van de zelfregulerende instanties, of mededelingen ten behoeve van wetshandhavingdoeleinden.

2. Het verbod in lid 1 geldt niet voor mededelingen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van de zelfregulerende instanties, gegevensbeschermingautoriteiten of mededelingen ten behoeve van wetshandhavingdoeleinden.

Amendement  102

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder een "netwerk" verstaan: de grotere structuur waartoe de persoon behoort die eigendom, beheer, en controle op de naleving van de verplichtingen gezamenlijk deelt.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder een "netwerk" verstaan: de grotere structuur waartoe de persoon behoort die eigendom, beheer, normen, methoden en controle op de naleving van de verplichtingen gezamenlijk deelt.

Amendement  103

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. Voor de toepassing van dit artikel dienen de eisen in een derde land die gelijkwaardig zijn aan die vervat in deze richtlijn tevens regels inzake gegevensbescherming te omvatten.

Amendement  104

Voorstel voor een richtlijn

Hoofdstuk 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BEWARING VAN BEWIJSSTUKKEN EN STATISTISCHE GEGEVENS

GEGEVENSBESCHERMING, BEWARING VAN BEWIJSSTUKKEN EN STATISTISCHE GEGEVENS

Amendement  105

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten verlangen van de meldingsplichtige entiteiten dat zij overeenkomstig het nationale recht de volgende documenten en informatie bewaren met het oog op de preventie, opsporing en onderzoek van mogelijke gevallen van witwassen van geld of terrorismefinanciering, door de fie of door andere bevoegde autoriteiten:

1. De lidstaten verlangen van de meldingsplichtige entiteiten dat zij overeenkomstig het nationale recht de volgende documenten en informatie bewaren met het oog op de preventie, opsporing en onderzoek van mogelijke gevallen van witwassen van geld of terrorismefinanciering, door de fie of door andere bevoegde autoriteiten:

(a) wat de klantenonderzoeksprocedure betreft, afschriften van of verwijzingen naar de vereiste stukken, gedurende een periode van vijf jaar na beëindiging van de zakelijke relatie met hun cliënt. Bij het verstrijken van deze periode worden persoonsgegevens geschrapt tenzij dit anders is geregeld bij nationaal recht dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens mogen bijhouden of verder bijhouden. De lidstaten mogen verder bijhouden slechts toestaan of vereisen als dit noodzakelijk is voor de preventie, de opsporing of het onderzoek van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De maximumbewaarperiode na beëindiging van de zakelijke relatie mag niet meer bedragen dan tien jaar;

(a) wat de klantenonderzoeksprocedure betreft, afschriften van of verwijzingen naar de vereiste stukken, gedurende een periode van vijf jaar na beëindiging van de zakelijke relatie met hun cliënt of na de datum van een incidentele transactie. Bij het verstrijken van deze periode worden persoonsgegevens geschrapt tenzij dit anders is geregeld bij nationaal recht dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens mogen bijhouden of verder bijhouden. De lidstaten mogen verder bijhouden slechts toestaan of vereisen als dit noodzakelijk is voor de preventie, de opsporing of het onderzoek van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en als verlenging van de periode voor het bewaren van gegevens in een bepaald geval gerechtvaardigd is. De bewaarperiode mag met maximaal vijf jaar worden verlengd;

(b) wat de zakelijke relaties en transacties betreft, de bewijsstukken en registratie, zijnde de originele stukken of de afschriften die krachtens hun nationale wetgeving eenzelfde bewijskracht hebben, gedurende vijf jaar na uitvoering van de transacties of beëindiging van de zakelijke relatie (hierbij geldt de kortste periode). Bij het verstrijken van deze periode worden persoonsgegevens geschrapt tenzij dit anders is geregeld bij nationaal recht dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens mogen bijhouden of verder bijhouden. De lidstaten mogen verder bijhouden slechts toestaan of vereisen als dit noodzakelijk is voor de preventie, de opsporing of het onderzoek van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De maximumbewaarperiode na uitvoering van de transacties of beëindiging van de zakelijke relatie (hierbij geldt de periode die het eerst eindigt) mag niet meer bedragen dan tien jaar.

(b) wat de zakelijke relaties en transacties betreft, de bewijsstukken en registratie, zijnde de originele stukken of de afschriften die krachtens hun nationale wetgeving eenzelfde bewijskracht hebben, gedurende vijf jaar na uitvoering van de transacties of beëindiging van de zakelijke relatie (hierbij geldt de kortste periode). Bij het verstrijken van deze periode worden persoonsgegevens geschrapt tenzij dit anders is geregeld bij nationaal recht dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens mogen bijhouden of verder bijhouden. De lidstaten mogen verder bijhouden slechts toestaan of vereisen als dit noodzakelijk is voor de preventie, de opsporing of het onderzoek van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en als verlenging van de periode voor het bewaren van gegevens in een bepaald geval gerechtvaardigd is. De bewaarperiode mag met maximaal vijf jaar worden verlengd.

 

2. Alle persoonlijke gegevens die worden bewaard mogen niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor zij zijn bewaard, en zij mogen in geen geval voor commerciële doeleinden worden gebruikt.

Amendement  106

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 39 bis

 

 

 

1. Wat betreft de verwerking van persoonsgegevens door lidstaten binnen het kader van deze richtlijn, zijn de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG van toepassing. Wat betreft de verwerking van persoonsgegevens door de Europese toezichthoudende instanties, zijn de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 van toepassing. Het verzamelen, verwerken en overdragen van informatie voor antiwitwasdoeleinden wordt krachtens deze rechtshandelingen beschouwd als een algemeen belang.

 

2. Persoonsgegevens worden op grond van deze richtlijn alleen verwerkt ten behoeve van de preventie van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Meldingsplichtige entiteiten stellen nieuwe cliënten in kennis van het mogelijke gebruik van persoonsgegevens voor preventiedoeleinden in verband met witwassen vóór een zakelijke relatie wordt aangegaan. De verwerking van gevoelige categorieën van gegevens geschiedt in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG.

 

3. De verwerking van gegevens die op grond van deze richtlijn zijn verzameld voor commerciële doeleinden wordt verboden.

 

4. De betreffende persoon aan wie openbaarmaking van informatie inzake de verwerking van zijn of haar gegevens wordt geweigerd door een meldingsplichtige entiteit of een bevoegde autoriteit heeft het recht om bij zijn of haar toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming te vragen om verificatie van, toegang tot, correctie van of verwijdering van zijn of haar persoonsgegevens evenals het recht om een gerechtelijke procedure aan te spannen.

 

5. Toegang door de betrokkene tot informatie die is opgenomen in een melding van een verdachte transactie is verboden. Het in dit lid vastgelegde verbod omvat niet de openbaarmaking van informatie aan de gegevensbeschermingsautoriteiten.

 

6. De lidstaten verplichten de meldingsplichtige entiteiten en de bevoegde autoriteiten om de effectieve bevoegdheden van gegevensbeschermingsautoriteiten overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG te erkennen en in acht te nemen met betrekking tot de veiligheid van de verwerking en de nauwkeurigheid van persoonsgegevens, hetzij ambtshalve, hetzij op basis van een klacht van de betrokken persoon.

Amendement  107

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1 bis. De lidstaten dienen te beschikken over nationale, gecentraliseerde mechanismen aan de hand waarvan zij tijdig kunnen vaststellen of natuurlijke personen of rechtspersonen bankrekeningen bij financiële instellingen op hun grondgebied bezitten of controleren.

 

-1 ter. De lidstaten dienen tevens te beschikken over mechanismen aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten kunnen beschikken over een mechanisme voor het identificeren van goederen zonder voorafgaande kennisgeving aan de eigenaar.

De lidstaten vereisen dat hun meldingsplichtige entiteiten beschikken over systemen die hen in staat stellen ten volle en snel te reageren op verzoeken van de fie, of van andere autoriteiten, overeenkomstig hun nationaal recht, om te antwoorden op de vraag of zij een zakelijke relatie onderhouden of in de afgelopen vijf jaar een zakelijke relatie onderhouden hebben met een gespecificeerde natuurlijke of rechtspersoon en op vragen over de aard van deze relatie.

1. De lidstaten vereisen dat hun meldingsplichtige entiteiten beschikken over systemen die hen in staat stellen ten volle en snel te reageren op verzoeken van de fie, of van andere autoriteiten, overeenkomstig hun nationaal recht, om te antwoorden op de vraag of zij een zakelijke relatie onderhouden of in de afgelopen vijf jaar een zakelijke relatie onderhouden hebben met een gespecificeerde natuurlijke of rechtspersoon en op vragen over de aard van deze relatie, via beveiligde kanalen en zodanig dat de volledige vertrouwelijkheid van de verzoeken gewaarborgd blijft.

Amendement  108

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 40 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 40 bis

 

Het verzamelen, verwerken en overdragen van informatie voor antiwitwasdoeleinden wordt krachtens Richtlijn 95/46/EG beschouwd als een kwestie van algemeen belang.

Amendement  109

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 41 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) gegevens over het aantal en het percentage meldingen, die tot nader onderzoek hebben geleid, met een jaarverslag aan meldingsplichtige entiteiten over het nut en de follow-up van de door hen gedane meldingen;

Amendement  110

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 41 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b ter) gegevens over het aantal grensoverschrijdende informatieverzoeken dat de fie heeft gedaan, ontvangen, afgewezen en waaraan de fie volledig of gedeeltelijk gehoor heeft gegeven.

Amendement  111

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 42 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De EBA, EIOPA en ESMA ontwikkelen ontwerpen van technische reguleringsnormen tot bepaling van het soort extra maatregelen waarvan sprake in lid 4 van dit artikel en de minimumactie die moet worden ondernomen door de meldingsplichtige entiteiten waarvan sprake in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), indien de wetgeving van het derde land geen toepassing van de op grond van de leden 1 en 2 vereiste maatregelen toestaat. De EBA, EIOPA en ESMA leggen deze ontwerpen van technische reguleringsnormen binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn voor aan de Commissie.

5. De EBA, EIOPA en ESMA ontwikkelen ontwerpen van technische reguleringsnormen tot bepaling van het soort extra maatregelen waarvan sprake in lid 4 van dit artikel en de minimumactie die moet worden ondernomen door de meldingsplichtige entiteiten waarvan sprake in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2), indien de wetgeving van het derde land geen toepassing van de op grond van de leden 1 en 2 vereiste maatregelen toestaat. De EBA, EIOPA en ESMA leggen deze ontwerpen van technische reguleringsnormen binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn voor aan de Commissie.

Amendement  112

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 43 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De lidstaten zien erop toe dat, voor zover mogelijk, tijdig feedback wordt verstrekt over de doeltreffendheid en de follow-up van meldingen van vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme.

3. De lidstaten zien erop toe dat, voor zover mogelijk, tijdig feedback aan de meldingsplichtige entiteiten wordt verstrekt over de doeltreffendheid en de follow-up van meldingen van vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme.

Amendement  113

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 43 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De lidstaten vereisen dat de meldingsplichtige entiteiten het lid of de leden van de raad van bestuur aanstellen die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen.

Amendement  114

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 44 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Met betrekking tot de meldingsplichtige entiteiten waarvan sprake in artikel 2, lid 1, punt 3, onder a), b), d) en e) zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten de noodzakelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat criminelen of hun medeplichtigen de bezitter of de uiteindelijke begunstigde van een significant of zeggenschapsbelang zijn, of een managementfunctie in die meldingsplichtige entiteiten hebben.

3. Met betrekking tot de meldingsplichtige entiteiten waarvan sprake in artikel 2, lid 1, punt 3, onder a), b), d), e) en g) zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten en zelfregulerende instanties de noodzakelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat veroordeelde criminelen op voornoemde gebieden of hun medeplichtigen de bezitter of de uiteindelijke begunstigde van een significant of zeggenschapsbelang zijn, of een managementfunctie in die meldingsplichtige entiteiten hebben.

Amendement  115

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 45 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. In het geval van kredietinstellingen, financiële instellingen en aanbieders van gokdiensten hebben de bevoegde autoriteiten versterkte toezichthoudende bevoegdheden, en beschikken zij met name over de mogelijkheid om inspecties ter plaatse uit te voeren.

3. In het geval van kredietinstellingen, financiële instellingen en aanbieders van gokdiensten hebben de bevoegde autoriteiten versterkte toezichthoudende bevoegdheden, en beschikken zij met name over de mogelijkheid om inspecties ter plaatse uit te voeren. Bevoegde autoriteiten die zijn belast met het toezicht op krediet- en financiële instellingen controleren of het juridisch advies dat zij ontvangen adequaat is, teneinde de juridische en regelgevingsarbitrage bij agressieve fiscale planning en belastingontwijking te verminderen.

Amendement  116

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 45 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten zorgen ervoor dat meldingsplichtige entiteiten die bijkantoren of dochtermaatschappijen in andere lidstaten exploiteren de nationale bepalingen van die andere lidstaat betreffende deze richtlijn respecteren.

4. De lidstaten schrijven voor dat meldingsplichtige entiteiten die bijkantoren of dochtermaatschappijen in andere lidstaten exploiteren de nationale bepalingen van die andere lidstaat betreffende deze richtlijn respecteren.

Amendement  117

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 45 – lid 6 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten die een benadering van toezicht op basis van risicogevoeligheid toepassen:

6. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het toepassen van een risicogebaseerde benadering van toezicht:

Motivering

De lidstaten moeten de uitvoering van een risicogebaseerde benadering waarborgen en voorkomen dat de bevoegde autoriteiten een "afvinkbenadering" hanteren.

Amendement  118

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 46 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat de beleidsmakers, de fie, de wetshandhavingautoriteiten, toezichthouders en andere bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme over effectieve mechanismen beschikken om hen in staat te stellen binnenlands samen te werken en te coördineren betreffende de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van gedragslijnen en activiteiten om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bestrijden.

De lidstaten zorgen ervoor dat de beleidsmakers, de fie, de wetshandhavingautoriteiten, toezichthouders, gegevensbeschermingautoriteiten en andere bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme over effectieve mechanismen beschikken om hen in staat te stellen binnenlands samen te werken en te coördineren betreffende de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van gedragslijnen en activiteiten om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te bestrijden.

Amendement  119

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 47 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten verstrekken de EBA, EIOPA en ESMA alle informatie die noodzakelijk is om hun verplichtingen op grond van deze richtlijn uit te voeren.

Onverminderd de gegevensbeschermingsregels verstrekken bevoegde autoriteiten de EBA, EIOPA en ESMA alle informatie die noodzakelijk is om hun verplichtingen op grond van deze richtlijn uit te voeren.

Amendement  120

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 48 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie mag de bijstand verlenen die nodig is om de coördinatie te vergemakkelijken, met inbegrip van de uitwisseling van gegevens tussen fie's in de Unie. Zij mag regelmatig vergaderingen met vertegenwoordigers van de fie's van de lidstaten bijeenroepen om de samenwerking en de uitwisseling van zienswijzen over samenwerkingsgerelateerde kwesties te bevorderen.

De Commissie verleent de bijstand die nodig is om de coördinatie te vergemakkelijken, met inbegrip van de uitwisseling van gegevens tussen fie's in de Unie. Zij roept regelmatig vergaderingen van het EU-fie-platform, bestaande uit vertegenwoordigers van de fie's van de lidstaten, bijeen en, indien van toepassing, vergaderingen van het EU-fie-platform met EBA, EIOPA of ESMA. Het EU-fie-platform is opgezet om richtsnoeren te verstrekken voor kwesties in verband met de tenuitvoerlegging voor fie's en meldingsplichtige entiteiten, de activiteiten van fie's te bevorderen, met name die inzake internationale samenwerking en gezamenlijke analyse, informatie te delen over tendensen en risicofactoren in de interne markt, en de deelname van de fie's aan het beheer van het systeem FIU.net te waarborgen.

Amendement  121

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 49 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat hun fie’s zoveel mogelijk met elkaar samenwerken, ongeacht of zij administratieve, wetshandhavings- of gerechtelijke dan wel hybride autoriteiten zijn.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun fie’s zoveel mogelijk met elkaar en met fie’s uit derde landen samenwerken, ongeacht of zij administratieve, wetshandhavings- of gerechtelijke dan wel hybride autoriteiten zijn, onverminderd de Unieregels inzake gegevensbescherming.

Amendement  122

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 50 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie’s, uit eigen beweging of op verzoek, alle informatie uitwisselen die relevant kan zijn voor de verwerking of de analyse van informatie of onderzoek door de fie betreffende financiële transacties die verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en de betrokken natuurlijke of rechtspersonen. Een verzoek omvat de relevante feiten, achtergrondinformatie, redenen voor het verzoek en hoe de gevraagde informatie zal worden gebruikt.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat fie’s met elkaar en met fie’s uit derde landen, automatisch of op verzoek, alle informatie uitwisselen die relevant kan zijn voor de verwerking of de analyse van informatie of onderzoek door de fie betreffende financiële transacties die verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en de betrokken natuurlijke of rechtspersonen. Een verzoek omvat de relevante feiten, achtergrondinformatie, redenen voor het verzoek en hoe de gevraagde informatie zal worden gebruikt.

Amendement  123

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 50 - lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie waaraan het verzoek is gedaan verplicht is gebruik te maken van al haar bevoegdheden waarover zij voor het ontvangen en analyseren van informatie binnenlands beschikt wanneer zij een verzoek om informatie als bedoeld in lid 1 van een andere in de Unie gevestigde fie beantwoordt. De fie waaraan het verzoek wordt gedaan, reageert tijdig en zowel de verzoekende als de aangezochte fie maken voor het uitwisselen van informatie zoveel mogelijk van veilige digitale communicatiemiddelen gebruik.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie waaraan het verzoek is gedaan verplicht is gebruik te maken van al haar bevoegdheden waarover zij voor het ontvangen en analyseren van informatie binnenlands beschikt wanneer zij een verzoek om informatie als bedoeld in lid 1 van een andere fie beantwoordt. De fie waaraan het verzoek wordt gedaan, reageert tijdig en zowel de verzoekende als de aangezochte fie maken voor het uitwisselen van informatie zoveel mogelijk van veilige digitale communicatiemiddelen gebruik.

Amendement  124

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 50 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In het bijzonder wanneer een in de Unie gevestigde fie aanvullende informatie wil inwinnen bij een meldingsplichtige entiteit van een andere lidstaat die werkzaam is op haar grondgebied, wordt het verzoek gericht aan de fie van de lidstaat op het grondgebied waarvan de meldingsplichtige entiteit is gevestigd. Deze fie draagt verzoeken en antwoorden onmiddellijk en zonder filter over.

Amendement  125

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 53 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten moedigen hun fie's aan beschermde communicatiekanalen tussen de fie's te gebruiken en het gedecentraliseerde computernetwerk FIU.net te gebruiken.

1. De lidstaten eisen van hun fie's dat zij onderling beschermde communicatiekanalen gebruiken.

Amendement  126

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 53 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten zorgen ervoor dat, om hun taken te vervullen als neergelegd in deze richtlijn, hun fie's samenwerken om geavanceerde technologieën te gebruiken. Deze technologieën stellen de fie's in staat onder bescherming van persoonsgegevens anoniem hun gegevens met die van andere fie's te vergelijken om personen waar de fie belangstelling voor heeft in andere lidstaten op te sporen en hun opbrengsten en gelden vast te stellen.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat, om hun taken te vervullen als neergelegd in deze richtlijn, hun fie's onderling en, binnen haar mandaat, met Europol, samenwerken om geavanceerde technologieën te gebruiken. Deze technologieën stellen de fie's in staat onder bescherming van persoonsgegevens anoniem hun gegevens met die van andere fie's te vergelijken om personen waar de fie belangstelling voor heeft in andere lidstaten op te sporen en hun opbrengsten en gelden vast te stellen.

Motivering

De woorden 'in samenwerking met Europol' moeten worden toegevoegd zodat volledig rekening wordt gehouden met de overeenkomst tussen de fie's en Europol om het beveiligde informatienetwerk SIENA van Europol te gebruiken voor het uitwisselen van informatie.

Amendement  127

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat hun fie's met Europol samenwerken in verband met uitgevoerde analyses met een grensoverschrijdende dimensie betreffende ten minste twee lidstaten.

De lidstaten moedigen hun fie's aan om samen te werken met Europol in verband met uitgevoerde analyses met betrekking tot lopende zaken met een grensoverschrijdende dimensie betreffende ten minste twee lidstaten.

Amendement  128

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 54 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 54 bis

 

De Commissie dient meer pressie uit te oefenen op belastingparadijzen opdat deze beter samenwerken en informatie uitwisselen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Amendement  129

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 55 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zien erop toe dat meldingsplichtige entiteiten aansprakelijk kunnen worden gesteld voor inbreuken op de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen.

1. De lidstaten zien erop toe dat meldingsplichtige entiteiten aansprakelijk kunnen worden gesteld voor inbreuken op de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Amendement  130

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 56 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) een publieke verklaring waarin de voor de schending verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de schending worden vermeld;

(a) een publieke verklaring waarin de voor de schending verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersoon en de aard van de schending worden vermeld, indien dat noodzakelijk en proportioneel is, hetgeen per geval wordt afgewogen;

Amendement  131

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 56 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van punt e) wordt, wanneer de rechtspersoon een dochteronderneming of moederonderneming is, als de betreffende totale jaaromzet de totale jaaromzet genomen die resulteert uit de geconsolideerde rekening van de uiteindelijke moederonderneming in het voorgaande bedrijfsjaar.

Voor de toepassing van punt e)wordt, wanneer de rechtspersoon een dochteronderneming of moederonderneming is, als de betreffende totale jaaromzet de totale jaaromzet genomen die resulteert uit de rekening van de dochteronderneming.

Amendement  132

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 57 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bevoegde autoriteiten alle sancties of maatregelen die worden opgelegd voor overtredingen van de nationale bepalingen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn onverwijld publiceren, daaronder begrepen informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de verantwoordelijke personen, tenzij een dergelijke publicatie de stabiliteit van de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen. Ingeval bekendmaking de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, maken de bevoegde autoriteiten de sancties zonder vermelding van namen bekend.

1. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bevoegde autoriteiten alle sancties of maatregelen die worden opgelegd voor overtredingen van de nationale bepalingen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn onverwijld publiceren, indien dat noodzakelijk en proportioneel is, hetgeen per geval wordt afgewogen, daaronder begrepen informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de verantwoordelijke personen. Ingeval bekendmaking de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, kunnen de bevoegde autoriteiten de sancties zonder vermelding van namen bekendmaken.

Amendement  133

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 57 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 richten de EBA, EIOPA en ESMA richtsnoeren tot de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de aard van de administratieve maatregelen en sancties en de omvang van de administratieve geldboeten die gelden voor meldingsplichtige entiteiten waarvan sprake in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2). Deze richtsnoeren worden gegeven binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

3. Om de uniforme toepassing en het afschrikkend effect in de gehele Unie te garanderen, richten de EBA, EIOPA en ESMA, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010, richtsnoeren tot de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de aard van de administratieve maatregelen en sancties en de omvang van de administratieve geldboeten die gelden voor meldingsplichtige entiteiten waarvan sprake in artikel 2, lid 1, punten 1) en 2). Deze richtsnoeren worden gegeven binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  134

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 58 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) passende regelingen ter bescherming van de beschuldigde persoon;

Amendement  135

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 59 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van de richtlijn een verslag voor over de bepalingen met betrekking tot ernstige fiscale misdrijven en de desbetreffende sancties in de lidstaten, over de grensoverschrijdende betekenis van fiscale misdrijven en de mogelijke noodzaak van een gecoördineerde Unie-aanpak, en dient zo nodig een wetgevingsvoorstel in.

Amendement  136

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) uiteindelijke begunstigden van gezamenlijke rekeningen aangehouden door notarissen en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen uit de lidstaten, of uit derde landen mits laatstgenoemde personen onderworpen zijn aan verplichtingen ter bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering die stroken met de internationale normen en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van deze verplichtingen, en mits de informatie over de identiteit van de uiteindelijke begunstigde op verzoek beschikbaar is voor de instellingen die optreden als depositaris van de gezamenlijke rekeningen.

Amendement  137

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 1 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) meldingsplichtige entiteiten wanneer zij verplichtingen hebben ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme op grond van deze richtlijn en die verplichtingen effectief zijn nagekomen.

Amendement  138

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 2 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) doelgerichte spaarovereenkomsten voor de lange termijn, die bijvoorbeeld dienen als waarborg voor pensioenvoorzieningen of voor het verwerven van onroerend goed voor eigen gebruik, en wanneer de binnenkomende betalingen afkomstig zijn van een betaalrekening die overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van deze richtlijn is geïdentificeerd.

Amendement  139

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 2 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) financiële producten van lage waarde wanneer terugbetaling verloopt via een bankrekening op naam van de cliënt;

Amendement  140

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 2 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) financiële producten in verband met de financiering van materiële activa in de vorm van een leaseovereenkomst of een consumentenkrediet van lage waarde, mits de transacties via een bankrekening worden verricht.

Amendement  141

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 2 – letter e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e ter) niet-persoonlijke zakelijke relaties of transacties waarbij de identiteit elektronisch kan worden geverifieerd;

Amendement  142

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 2 – letter e quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e quater) dergelijke producten, diensten en transacties die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de meldingsplichtige entiteiten als van lage waarde worden aangemerkt.

Amendement  143

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 3 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) andere EU-lidstaten;

(a) EU-lidstaten;

Amendement  144

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) derde landen met effectieve systemen ter bestrijding van het witwassen van geld/de financiering van terrorisme;

(b) derde landen die volgens geloofwaardige bronnen, zoals publieke verklaringen van de FATF, wederzijdse evaluatie- of gedetailleerde beoordelingsrapporten of gepubliceerde vervolgrapporten, over effectieve systemen ter bestrijding van het witwassen van geld/de financiering van terrorisme beschikken;

Amendement  145

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 2 – alinea 1 – punt 3 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) jurisdicties waarvan de Commissie heeft vastgesteld dat ze antiwitwasmaatregelen hebben van gelijke strekking als die welke zijn vervat in deze richtlijn en andere relevante regels en verordeningen van de Unie;

Amendement  146

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 3 – alinea 1 – punt 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) producten of transacties die anonimiteit bevorderen;

(b) producten of transacties die anonimiteit bevorderen of toestaan;

Amendement  147

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III – punt 2 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) niet-persoonlijke zakelijke relaties of transacties;

(c) niet-persoonlijke zakelijke relaties of transacties, zonder bepaalde waarborgen, bijv. elektronische handtekeningen;

Amendement  148

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 3 – alinea 1 – punt 2 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) nieuwe producten en nieuwe zakelijke praktijken, daaronder begrepen nieuwe leveringsmechanismen, en het gebruik van nieuwe of in ontwikkeling zijnde technologieën voor zowel nieuwe als reeds bestaande producten.

Schrappen

Amendement  149

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 3 – alinea 1 – punt 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) landen waarvoor sancties, embargo's of soortgelijke maatregelen gelden die bijvoorbeeld door de Verenigde Naties zijn uitgevaardigd;

(c) landen waarvoor sancties, embargo's of soortgelijke maatregelen gelden die bijvoorbeeld door de Verenigde Naties en de Europese Unie zijn uitgevaardigd;

Amendement  150

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage III ter

 

De maatregelen voor verscherpt cliëntenonderzoek die de lidstaten ten minste moeten treffen om uitvoering te geven aan artikel 16 zijn als volgt:

 

- inwinnen van aanvullende informatie over de cliënt (beroep, de omvang van de activa, informatie uit openbare gegevensbanken en van internet, enz.), en het regelmatiger bijwerken van de identificatiegegevens van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde;

 

- inwinnen van aanvullende informatie over de beoogde aard van de zakelijke relatie;

 

- het inwinnen van informatie over de oorsprong van de fondsen of de oorsprong van het vermogen van de cliënt;

 

- het inwinnen van informatie over de redenen voor de geplande of uitgevoerde verrichtingen;

 

- het verkrijgen van goedkeuring van de directie voor het aangaan of voortzetten van de zakelijke relatie;

 

- verscherping van het toezicht op de zakelijke relatie door het aantal en de frequentie van de controles te verhogen en door transactiepatronen te selecteren die nader onderzocht moeten worden;

 

- vereisen dat de eerste betaling wordt verricht via een rekening die is geopend op naam van de cliënt bij een bank die onderworpen is aan gelijkwaardige cliëntenonderzoeksnormen.

(1)

PB C 166 van 12.6.2013, blz. 2.

(2)

PB C 271 van 19.9.2013, blz. 31.


TOELICHTING

De nieuwe richtlijn beoogt een verbetering van het huidige wetgevingskader om te voorkomen dat opbrengsten van criminele activiteiten via het financiële stelsel tot legale middelen worden omgevormd.

Het voorstel van de Commissie is opgesteld om vervolg te geven op de evaluatie door de Commissie van de uitvoering van de huidige bestaande richtlijn, en de wijzigingen weer te geven die zijn aangebracht in de niet-bindende aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF).

Volgens ramingen van het Internationaal Monetair Fonds is het witwassen van geld wijdverbreid en maakt dit naar schatting 5 % van het mondiale bbp uit. Dergelijke criminele activiteiten ondermijnen de integriteit van de financiële sector, leiden tot verlies van inkomsten voor de overheid, verstoren de concurrentie en hinderen de soepele werking van de markten, en belemmeren ontwikkeling.

Om de huidige uitdagingen beter het hoofd te kunnen bieden, stelt de rapporteur verdere verbeteringen van de Commissietekst voor.

Ten eerste moet de werking van de bestaande ondernemingsregisters worden verbeterd. De identificatie van de uiteindelijke begunstigde van de bedrijfsactiviteit of de zakelijke transactie is essentieel om het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen. Zoals de Commissie voorstelt, is het de verantwoordelijkheid van de onderneming om haar cliënt te kennen en de uiteindelijke begunstigde te achterhalen. Momenteel beschikken bedrijven niet over methoden en middelen om de uiteindelijke begunstigde te verifiëren. Zij dragen in dit verband een onevenredige last en aansprakelijkheid. De structuur van de bestaande ondernemingsregisters in de lidstaten dient dan ook in die zin te worden verbeterd dat ze ook informatie over de uiteindelijke begunstigde bevatten, wat zowel autoriteiten als ondernemingen in staat zou stellen te controleren wie er werkelijk profiteert van zakelijke transacties. Door het grensoverschrijdende karakter van het zakelijk verkeer en de interconnectiviteit van de interne markt is ook de interconnectiviteit van registers van cruciaal belang om deze informatie doelmatig te kunnen gebruiken. Daarom moeten registers worden gekoppeld en toegankelijk zijn voor de autoriteiten en de meldingsplichtige entiteiten. De lidstaten mogen andere partijen toegang verlenen tot de informatie en regels vaststellen op basis waarvan het register kan worden geraadpleegd.

Ten tweede dient de manier waarop de EU het risico op witwassen beoordeelt te worden verduidelijkt. De rapporteur sluit zich aan bij het standpunt dat de analyse van de risico's op witwassen en financiering van terrorisme op EU-niveau moet gebeuren, teneinde de toewijzing van middelen te optimaliseren. Er moet evenwel duidelijk worden aangegeven dat de risicoanalyse ten minste de volgende elementen omvat: een algemene evaluatie van de omvang van de witwaspraktijken, de risico's ten aanzien van iedere relevante sector, een lijst met de meest voorkomende criminele methoden om illegale opbrengsten wit te wassen, en aanbevelingen voor een effectief gebruik van de beschikbare middelen. Door het voortdurend veranderende ondernemingsklimaat dient de analyse op regelmatige basis en ten minste twee keer per jaar te worden verricht.

Ten derde, moet een preventieve aanpak wel gericht en proportioneel zijn, en mag deze niet uitmonden in een algemeen controlesysteem voor de gehele bevolking. Het betekent dat de bestrijding van witwassen geld en terrorismefinanciering moet worden uitgevoerd met eerbiediging van de rechtsorde van de EU, met name wat betreft de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming en de bescherming van de grondrechten zoals vastgelegd in het EU-Handvest van de grondrechten. De gegevensbescherming moet op alle niveaus aan de orde worden gesteld: door de meldingsplichtige entiteiten, de instellingen van de lidstaten en de Europese Unie. Beperkingen op het recht van toegang tot informatie voor de betrokkenen moeten worden gecompenseerd door effectieve bevoegdheden van gegevensbeschermingautoriteiten, met inbegrip van de bevoegdheden voor indirecte toegang, zoals vastgelegd in Richtlijn 95/46/EG, om hetzij ambtshalve, hetzij op basis van een klacht, eventuele claims met betrekking tot problemen met de verwerking van persoonsgegevens te onderzoeken.


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (2.10.2013)

aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

(COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD))

Rapporteur voor advies: Bill Newton Dunn

BEKNOPTE MOTIVERING

Op 2 februari 2013 heeft de Commissie haar voorstel voor een richtlijn tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ingediend. Het voorstel beoogt de interne markt te versterken door de complexiteit van grensoverschrijdende transacties te verminderen en de samenleving tegen criminaliteit en terrorisme te beschermen, en tegelijkertijd een efficiënt ondernemingsklimaat te creëren en financiële stabiliteit te waarborgen door de soliditeit, de behoorlijke werking en de integriteit van het financiële stelsel te beschermen. De Commissie wil deze doelen verwezenlijken door de regels op de risico's toe te spitsen en aan de bestrijding van acute dreigingen aan te passen.

Dit voorstel incorporeert Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG(1) en trekt eerstgenoemde richtlijn in, waardoor het wettelijk kader voor de bestrijding van het witwassen van geld (AML) voor alle belanghebbenden duidelijker en toegankelijker wordt.

Het financiële stelsel speelt in dit opzicht een aanzienlijke rol, aangezien het het verkeer van zwart geld vereenvoudigt. De Europese Unie moet een wezenlijke bijdrage leveren aan de wereldwijde inspanningen om de illegale kapitaalstromen in te dammen.

Het voorstel van de Commissie vormt zeker een goed uitgangspunt voor de uitwisseling van informatie over de uiteindelijke begunstigden van ondernemingen, trusts en andere juridische constructies. De rapporteur wenst evenwel te zorgen voor maximale transparantie door deze informatie via centrale nationale registers openbaar toegankelijk te maken. Toegang tot informatie over de uiteindelijke begunstigden van ondernemingen is van wezenlijk belang voor meldingsplichtige entiteiten, zowel in de lidstaten als in ontwikkelingslanden. Zo kunnen zij immers achterhalen met wie zij werkelijk zaken doen en lopen zij minder risico bij illegale activiteiten betrokken te raken.

Het witwassen van geld is een misdrijf dat vaak vele grenzen overschrijdt. Uw rapporteur pleit daarom niet alleen voor een versterkte samenwerking tussen de financiële inlichtingeneenheden van de lidstaten, maar stelt eveneens voor de financiële inlichtingeneenheden van derde landen (waaronder ontwikkelingslanden) hierbij te betrekken, zodat informatie en beste praktijken op internationaal niveau kunnen worden uitgewisseld.

AMENDEMENTEN

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Massale stromen crimineel geld kunnen de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector schaden en de eengemaakte markt bedreigen; terrorisme tast onze samenleving aan in haar fundamenten zelf. Naast de strafrechtelijke benadering kan een preventieve aanpak via het financiële stelsel resultaten opleveren.

(1) Het doorsluizen van illegaal geld op grote schaal tast de stabiliteit en de reputatie van de financiële sector aan en betekent een gevaar voor zowel de interne markt als de internationale ontwikkeling, en terrorisme ondergraaft de fundamenten van onze maatschappij. Naast de strafrechtelijke benadering kan een preventieve aanpak via het financiële stelsel resultaten opleveren.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Er moet speciale aandacht worden besteed aan de verplichtingen van de EU zoals uiteengezet in artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over beleidscoherentie voor ontwikkeling, ten einde een halt toe te roepen aan de toenemende tendens om witwasactiviteiten te verleggen van ontwikkelde landen met strikte wetgeving naar ontwikkelingslanden.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) Aangezien illegale geldstromen, in het bijzonder het witwassen van geld, tussen 6 en 8,7 % van het BBP van ontwikkelingslanden vertegenwoordigen1, en dit bedrag tien keer hoger is dan de ontwikkelingshulp van de EU en haar lidstaten, dienen de maatregelen in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te worden gecoördineerd en rekening te houden met de ontwikkelingsstrategie en het beleid ter bestrijding van de kapitaalvlucht van de lidstaten en de EU.

 

____________

 

1Bronnen: "Tax havens and development. Status, analyses and measures", NOU, Official Norwegian Reports, 2009.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis) Alle maatregelen die voortvloeien uit deze richtlijn dienen in eerste instantie gericht te zijn op de bestrijding, onafhankelijk van de in de lidstaten voorziene sancties, van alle gedragingen die leiden tot aanzienlijke illegale inkomsten, door met inzet van alle middelen het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van dergelijke inkomsten tegen te gaan.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter) Er dient aandacht te worden besteed aan de overdracht of de financiële middelen die door in het buitenland woonachtige migranten naar familie of, meer in het algemeen, naar het eigen land van herkomst worden gestuurd. Dergelijke internationale geldstromen worden uitsluitend berekend indien deze via de officiële kanalen verlopen en de statistieken houden geen rekening met de stroom van overdrachten die verlopen via niet-officiële bemiddelingskanalen, zoals niet geregistreerde professionele organisaties voor geldovermaking of illegale en criminele kanalen voor geldovermaking, wier werkzaamheden tegen de belangen van de migranten indruisen.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Elke natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap over een rechtspersoon uitoefent, moet worden geïdentificeerd. Hoewel het vinden van een procentueel aandelenbezit niet automatisch in het vinden van de uiteindelijke begunstigde zal resulteren, is het een bewijsfactor waarmee rekening moet worden gehouden. Identificatie en verificatie van uiteindelijke begunstigden moet zich in voorkomend geval uitstrekken tot juridische entiteiten die andere juridische entiteiten bezitten en moet de eigendomsketen volgen totdat de natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap uitoefent over de rechtspersoon die de cliënt is, gevonden is.

(10) Natuurlijke personen die eigendom of zeggenschap over rechtspersonen uitoefenen, moeten worden geïdentificeerd. Hoewel het vinden van een procentueel aandelenbezit niet automatisch in het vinden van de uiteindelijke begunstigde zal resulteren, is het een bewijsfactor waarmee rekening moet worden gehouden. Identificatie en verificatie van uiteindelijke begunstigden moet zich in voorkomend geval uitstrekken tot juridische entiteiten die andere juridische entiteiten bezitten en moet de eigendomsketen volgen totdat de natuurlijke personen die eigendom of zeggenschap uitoefenen over de rechtspersonen die de cliënten zijn, gevonden zijn.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) De noodzaak van nauwkeurige en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigde is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die anders hun identiteit achter een rechtspersoon kunnen verbergen. De lidstaten moeten er bijgevolg voor zorgen dat ondernemingen informatie over hun uiteindelijke begunstigden bewaren en deze informatie voor de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten beschikbaar stellen. Bovendien moeten trustees aan de meldingsplichtige entiteiten hun status opgeven.

(11) De noodzaak van nauwkeurige en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigde is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die anders hun identiteit achter een rechtspersoon kunnen verbergen. De lidstaten moeten er bijgevolg voor zorgen dat ondernemingen informatie over hun uiteindelijke begunstigden bewaren en waarborgen dat deze informatie openbaar wordt gemaakt in een openbaar register. Bovendien moeten trustees aan de meldingsplichtige entiteiten hun status opgeven.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Het gebruik van de goksector om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, is zorgwekkend. Om de risico's in verband met de sector te beperken en gelijke voorwaarden voor de aanbieders van gokdiensten te garanderen, moeten alle aanbieders van gokdiensten ertoe worden verplicht voor afzonderlijke transacties van 2 000 EUR of meer een cliëntenonderzoek te verrichten. De lidstaten moeten overwegen deze drempel toe te passen op de inning van gokwinsten alsook het aangaan van weddenschappen. Aanbieders van gokdiensten met fysieke lokalen (bv. casino's en speelhuizen) moeten ervoor zorgen dat cliëntenonderzoek, als het bij de ingang van de lokalen plaatsvindt, aan de door de cliënt in die lokalen aangegane transacties gekoppeld kan worden.

(13) Het gebruik van de goksector om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, is zorgwekkend. Om de risico's in verband met de sector te beperken en gelijke voorwaarden voor de aanbieders van gokdiensten te garanderen, moeten alle aanbieders van gokdiensten ertoe worden verplicht voor afzonderlijke transacties van 2 000 EUR of meer een cliëntenonderzoek te verrichten. De lidstaten moeten overwegen deze drempel toe te passen op de inning van gokwinsten alsook het aangaan van weddenschappen. Aanbieders van gokdiensten moeten ervoor zorgen dat cliëntenonderzoek, als het bij de ingang van de lokalen plaatsvindt, aan de door de cliënt in die lokalen aangegane transacties gekoppeld kan worden.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Dit geldt in het bijzonder voor zakelijke relaties met natuurlijke personen die prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben, en dan vooral degenen die afkomstig zijn uit landen waar corruptie veelvuldig voorkomt. Dergelijke relaties kunnen vooral een groot reputatierisico en juridisch risico met zich brengen voor de financiële sector. De internationale inspanning ter bestrijding van corruptie rechtvaardigt ook een bijzondere aandacht voor die gevallen en de toepassing van passende maatregelen inzake verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van personen die binnenlands prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben en hooggeplaatste bekende personen bij internationale organisaties.

(21) Dit geldt in het bijzonder voor zakelijke relaties met natuurlijke personen die prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben, en dan vooral degenen die afkomstig zijn uit landen waar corruptie veelvuldig voorkomt, binnen en buiten de Unie. Dergelijke relaties kunnen vooral een groot reputatierisico en juridisch risico met zich brengen voor de financiële sector. De internationale inspanning ter bestrijding van corruptie rechtvaardigt ook een bijzondere aandacht voor die gevallen en de toepassing van passende maatregelen inzake verscherpt cliëntenonderzoek ten aanzien van personen die binnenlands prominente publieke functies bekleden of bekleed hebben en hooggeplaatste bekende personen bij internationale organisaties.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26a) Aangezien een groot gedeelte van de illegale geldstromen in belastingsparadijzen terecht komt, dient de EU meer pressie op deze landen uit te oefenen opdat zij deelnemen aan de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29) In een aantal gevallen zijn werknemers die hun vermoedens van het witwassen van geld hebben gemeld, bedreigd of lastig gevallen. Hoewel deze richtlijn de gerechtelijke procedures van de lidstaten niet kan wijzigen, neemt zulks niet weg dat deze aangelegenheid van cruciaal belang is voor de doeltreffendheid van de regeling ter bestrijding van het witwassen van geld en van financiering van terrorisme. De lidstaten dienen zich rekenschap te geven van het probleem en alles te doen wat in hun vermogen ligt om werknemers te beschermen tegen dergelijke vormen van intimidatie.

(29) In een aantal gevallen zijn klokkenluiders en werknemers die hun vermoedens van het witwassen van geld hebben gemeld, bedreigd of lastig gevallen. Hoewel deze richtlijn de gerechtelijke procedures van de lidstaten niet kan wijzigen, neemt zulks niet weg dat deze aangelegenheid van cruciaal belang is voor de doeltreffendheid van de regeling ter bestrijding van het witwassen van geld en van financiering van terrorisme. De lidstaten dienen zich rekenschap te geven van het probleem en alles te doen wat in hun vermogen ligt om klokkenluiders en werknemers te beschermen tegen dergelijke vormen van intimidatie en het verlies van hun baan; dergelijke personen dienen indien noodzakelijk adequate juridische bescherming te krijgen.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1 – punt 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) "criminele activiteit": iedere vorm van criminele betrokkenheid bij het plegen van de volgende ernstige strafbare feiten:

(4) "criminele activiteit": iedere vorm van criminele betrokkenheid bij het plegen van ernstige strafbare feiten, waaronder ten minste:

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 4 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e bis) fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen;

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 4 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) alle feiten, daaronder begrepen fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor staten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

(f) alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor staten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 7 – letter d – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) parlementsleden;

(ii) parlementsleden of leden van andere wetgevende organen;

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 7 – letter f – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(ii) een natuurlijke persoon die alleen de juridische begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van de in de punten 7, onder a), tot en met 7, onder d, genoemde persoon.

(ii) een natuurlijke persoon die de juridische begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van de in de punten 7, onder a), tot en met 7, onder d, genoemde persoon.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie maakt het advies beschikbaar om de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten bij te staan bij het bepalen, beheren en beperken van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

2. De Commissie maakt het advies openbaar beschikbaar om de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten bij te staan bij het bepalen, beheren en beperken van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en om andere betrokkenen, onder wie wetgevers, de financiële risico's beter te laten begrijpen.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De lidstaten maken op verzoek de resultaten van hun risicobeoordelingen beschikbaar voor de andere lidstaten, de Commissie en de EBA, EIOPA en ESMA.

5. De lidstaten maken op verzoek de resultaten van hun risicobeoordelingen openbaar beschikbaar voor de andere lidstaten, de Commissie en de EBA, EIOPA en ESMA.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) identificeren van de uiteindelijke begunstigde en nemen van redelijke maatregelen om zijn identiteit te verifiëren, zodat de instelling of persoon die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt overtuigd is dat zij of hij weet wie de uiteindelijke begunstigde is, en, wanneer het rechtspersonen, trusts en soortgelijke juridische constructies betreft, nemen van redelijke maatregelen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt;

(b) identificeren van de uiteindelijke begunstigden en nemen van redelijke maatregelen om hun identiteit te verifiëren, zodat de instelling of persoon die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt overtuigd is dat zij of hij weet wie de uiteindelijke begunstigden zijn, en, wanneer het rechtspersonen, trusts en soortgelijke juridische constructies betreft, nemen van redelijke maatregelen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt;

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) verrichten van een voortdurende controle op de zakelijke relatie, met inbegrip van een nauwlettend toezicht op de tijdens de gehele duur van deze relatie verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze stroken met de kennis die de instelling of persoon heeft van de cliënt en van zijn zakelijk en risicoprofiel, in voorkomend geval met inbegrip van de oorsprong van de fondsen en actueel houden van de in haar of zijn bezit zijnde documenten, gegevens of informatie.

(d) verrichten van een voortdurende controle op de zakelijke relatie, met inbegrip van een nauwlettend toezicht op de tijdens de gehele duur van deze relatie verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze stroken met de kennis die de instelling of persoon heeft van de cliënt en van zijn zakelijk en risicoprofiel, met inbegrip van de oorsprong van de fondsen en actueel houden van de in haar of zijn bezit zijnde documenten, gegevens of informatie.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten schrijven voor dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde plaatsvindt vóór het aangaan van een zakelijke relatie of het uitvoeren van een transactie.

1. De lidstaten schrijven voor dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigden plaatsvindt vóór het aangaan van een zakelijke relatie of het uitvoeren van een transactie.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis. Meldingsplichtige entiteiten dienen hun cliënten en de uiteindelijke begunstigde(n) van hun cliënten te identificeren overeenkomstig artikel 11, lid, onder a) en b), alvorens zij een zakelijke relatie als weinig risicovol kwalificeren.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten vereisen dat de meldingsplichtige entiteiten, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de achtergrond en het doel onderzoeken van alle complexe, ongewone grote transacties en alle ongewone transactiepatronen die geen duidelijk economisch of wettig doel hebben. In het bijzonder vergroten zij de mate en aard van monitoring van de zakelijke relatie om te bepalen of die transacties of activiteiten ongewoon of verdacht lijken.

2. De lidstaten vereisen dat de meldingsplichtige entiteiten de achtergrond en het doel onderzoeken van alle complexe, ongewone grote transacties en alle ongewone transactiepatronen die geen duidelijk economisch of wettig doel hebben, of die fiscale misdrijven vormen die neerkomen op criminele activiteiten in de zin van artikel 3, lid 4, of die agressieve fiscale planning vormen zoals bedoeld in Aanbeveling C(2012) 8806 van de Commissie. In het bijzonder vergroten zij de mate en aard van monitoring van de zakelijke relatie om te bepalen of die transacties of activiteiten ongewoon of verdacht lijken. Wanneer een meldingsplichtige entiteit een ongewone of verdachte transactie of activiteit vaststelt, stelt deze de fie's van alle mogelijk betrokken lidstaten onverwijld op de hoogte.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in de artikelen 18, 19 en 20 bedoelde maatregelen gelden eveneens voor familieleden of personen die bekendstaan als naaste geassocieerden van dergelijke politiek prominente personen.

De in de artikelen 18, 19 en 20 bedoelde maatregelen gelden eveneens voor familieleden of personen waarvan bewezen is dat zij naaste geassocieerden zijn van dergelijke politiek prominente personen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis. De lidstaten vereisen dat de in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt aan de nationale autoriteiten, die een centraal openbaar register oprichten, onderhouden en regelmatig bijwerken.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten tijdig toegang verkrijgen tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten tijdig vrije toegang verkrijgen tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2 bis. De lidstaten doen op vlotte, constructieve en effectieve wijze internationale autoriteiten informatie toekomen over ondernemingen, waaronder informatie over uiteindelijke begunstigden.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis. De lidstaten vereisen dat de in lid 1 bedoelde informatie wordt verstrekt aan de nationale autoriteiten, die een centraal openbaar register oprichten, onderhouden en regelmatig bijwerken.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten zorgen ervoor dat maatregelen die met die in de leden 1, 2 en 3 overeenstemmen, op andere soorten juridische entiteiten en constructies met een soortgelijke structuur en functie als trusts van toepassing zijn.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat maatregelen die met die in de leden 1, 1 bis, 2 en 3 overeenstemmen, op andere soorten juridische entiteiten en constructies met een soortgelijke structuur en functie als trusts van toepassing zijn.

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 bis. De lidstaten doen op vlotte, constructieve en effectieve wijze internationale autoriteiten informatie toekomen over onder andere uiteindelijke begunstigden, trusts en andere juridische constructies.

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen alle passende maatregelen om werknemers van de meldingsplichtige entiteit die hetzij intern, hetzij aan de fie vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme melden, te beschermen tegen bedreigingen of daden van agressie.

De lidstaten waarborgen dat de meldingsplichtige autoriteiten ervoor zorgen dat hun eigen werknemers die hetzij intern, hetzij aan de fie vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme melden, niet het doelwit worden van bedreigingen, lastig worden gevallen, of hun baan verliezen; zij dienen indien noodzakelijk adequate juridische bescherming te krijgen.

Amendement  32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Het verbod in lid 1 vormt geen belemmering voor mededelingen tussen instellingen van de lidstaten, of van derde landen die vereisten opleggen welke gelijkwaardig zijn aan die welke in deze richtlijn zijn neergelegd, mits zij tot dezelfde groep behoren.

3. Het verbod in lid 1 vormt geen belemmering voor mededelingen tussen instellingen van de lidstaten, of van derde landen die vereisten opleggen welke in wezen gelijkwaardig zijn aan die welke in deze richtlijn zijn neergelegd, mits zij tot dezelfde groep behoren.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 38 – lid 4 – eerste alinea

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Het verbod in lid 1 vormt geen belemmering voor mededelingen tussen de in artikel 2, lid 1, punt 3, onder a) en b), bedoelde personen van de lidstaten, of van derde landen die eisen stellen die gelijkwaardig zijn aan die vervat in deze richtlijn, die hun beroepsactiviteiten, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of een netwerk.

4. Het verbod in lid 1 vormt geen belemmering voor mededelingen tussen de in artikel 2, lid 1, punt 3, onder a) en b), bedoelde personen van de lidstaten, of van derde landen die eisen stellen die in wezen gelijkwaardig zijn aan die vervat in deze richtlijn, die hun beroepsactiviteiten, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of een netwerk.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 41 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b bis) gegevens over het aantal en het percentage meldingen van verdachte transacties die tot nader onderzoek hebben geleid, met een jaarverslag aan meldingsplichtige entiteiten over het nut en de follow-up van de door hen gedane meldingen van verdachte transacties;

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 41 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b ter) gegevens over het aantal grensoverschrijdende informatieverzoeken dat de fie heeft gedaan, ontvangen, afgewezen en waaraan de fie gedeeltelijk of volledig gehoor heeft gegeven.

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 48 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie mag de bijstand verlenen die nodig is om de coördinatie te vergemakkelijken, met inbegrip van de uitwisseling van gegevens tussen fie's in de Unie. Zij mag regelmatig vergaderingen met vertegenwoordigers van de fie’s van de lidstaten bijeenroepen om de samenwerking en de uitwisseling van zienswijzen over samenwerkingsgerelateerde kwesties te bevorderen.

De Commissie verleent de bijstand die nodig is om de coördinatie te vergemakkelijken, met inbegrip van de uitwisseling van gegevens tussen fie's in de Unie. Zij roept regelmatig vergaderingen met vertegenwoordigers van de fie’s van de lidstaten, de EBA, EIOPA en ESMA bijeen om de samenwerking en de uitwisseling van zienswijzen over samenwerkingsgerelateerde kwesties te bevorderen.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat hun fie’s zoveel mogelijk met elkaar samenwerken, ongeacht of zij administratieve, wetshandhavings- of gerechtelijke dan wel hybride autoriteiten zijn.

De lidstaten zorgen ervoor dat hun fie’s zoveel mogelijk met elkaar en met fie’s uit derde landen samenwerken, ongeacht of zij administratieve, wetshandhavings- of gerechtelijke dan wel hybride autoriteiten zijn.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 50 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie’s, uit eigen beweging of op verzoek, alle informatie uitwisselen die relevant kan zijn voor de verwerking of de analyse van informatie of onderzoek door de fie betreffende financiële transacties die verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en de betrokken natuurlijke of rechtspersonen. Een verzoek omvat de relevante feiten, achtergrondinformatie, redenen voor het verzoek en hoe de gevraagde informatie zal worden gebruikt.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat fie’s met elkaar en met fie’s uit derde landen, automatisch of op verzoek, alle informatie uitwisselen die relevant kan zijn voor de verwerking of de analyse van informatie of onderzoek door de fie betreffende financiële transacties die verband houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme en de betrokken natuurlijke of rechtspersonen. Een verzoek omvat de relevante feiten, achtergrondinformatie, redenen voor het verzoek en hoe de gevraagde informatie zal worden gebruikt.

Amendement  39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 50 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie waaraan het verzoek is gedaan verplicht is gebruik te maken van al haar bevoegdheden waarover zij voor het ontvangen en analyseren van informatie binnenlands beschikt wanneer zij een verzoek om informatie als bedoeld in lid 1 van een andere in de Unie gevestigde fie beantwoordt. De fie waaraan het verzoek wordt gedaan, reageert tijdig en zowel de verzoekende als de aangezochte fie maken voor het uitwisselen van informatie zoveel mogelijk van veilige digitale communicatiemiddelen gebruik.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de fie waaraan het verzoek is gedaan verplicht is gebruik te maken van al haar bevoegdheden waarover zij voor het ontvangen en analyseren van informatie binnenlands beschikt wanneer zij een verzoek om informatie als bedoeld in lid 1 van een andere fie beantwoordt. De fie waaraan het verzoek wordt gedaan, reageert tijdig en zowel de verzoekende als de aangezochte fie maken voor het uitwisselen van informatie zoveel mogelijk van veilige digitale communicatiemiddelen gebruik.

Amendement  40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 54 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 54 bis

 

De Europese Commissie dient meer pressie uit te oefenen op belastingparadijzen opdat deze beter samenwerken en informatie uitwisselen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Amendement  41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 57 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bevoegde autoriteiten alle sancties of maatregelen die worden opgelegd voor overtredingen van de nationale bepalingen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn onverwijld publiceren, daaronder begrepen informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de verantwoordelijke personen, tenzij een dergelijke publicatie de stabiliteit van de financiële markten ernstig in gevaar zou brengen. Ingeval bekendmaking de betrokken partijen onevenredige schade zou berokkenen, maken de bevoegde autoriteiten de sancties zonder vermelding van namen bekend.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten alle sancties of maatregelen die worden opgelegd voor overtredingen van de nationale bepalingen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn onverwijld publiceren, daaronder begrepen informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de verantwoordelijke personen. Indien de publicatie van deze informatie de stabiliteit van de financiële markt ernstig in gevaar zou kunnen brengen of de betrokken partijen onevenredige schade zou kunnen berokkenen, verzoeken de lidstaten om publicatie van deze informatie zonder vermelding van namen.

Amendement  42

Voorstel voor een richtlijn

BIJLAGE II – paragraaf 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) derde landen met effectieve systemen ter bestrijding van het witwassen van geld/de financiering van terrorisme;

(b) derde landen die volgens geloofwaardige bronnen, zoals publieke verklaringen van de FATF, wederzijdse evaluatie- of gedetailleerde beoordelingsrapporten of gepubliceerde vervolgrapporten, over effectieve systemen ter bestrijding van het witwassen van geld/de financiering van terrorisme beschikken;

Amendement  43

Voorstel voor een richtlijn

BIJLAGE II – paragraaf 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) derde landen die volgens geloofwaardige bronnen een laag niveau van corruptie of andere criminele activiteit hebben;

Schrappen

PROCEDURE

Titel

Voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Document- en procedurenummers

COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

12.3.2013

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

DEVE

12.3.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Bill Newton Dunn

27.5.2013

Behandeling in de commissie

28.8.2013

 

 

 

Datum goedkeuring

30.9.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

23

1

5

Bij de eindstemming aanwezige leden

Thijs Berman, Véronique De Keyser, Charles Goerens, Mikael Gustafsson, Eva Joly, Miguel Angel Martínez Martínez, Gay Mitchell, Bill Newton Dunn, Maurice Ponga, Birgit Schnieber-Jastram, Alf Svensson, Keith Taylor, Daniël van der Stoep, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Emer Costello, Enrique Guerrero Salom, Fiona Hall, Edvard Kožušník, Krzysztof Lisek, Isabella Lövin, Gesine Meissner

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Josefa Andrés Barea, Tanja Fajon, Danuta Jazłowiecka, Barbara Lochbihler, Marusya Lyubcheva, Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz, Hans-Peter Mayer, Eleni Theocharous

(1)

              PB C 214 van 4.8.2006, blz. 29.


ADVIES van de Commissie juridische zaken (4.12.2013)

aan de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

(COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD))

Rapporteur voor advies: Antonio López-Istúriz White

BEKNOPTE MOTIVERING

Het Europese wetgevingskader omvat een aantal maatregelen die bedoeld zijn ter bestrijding van witwassen van geld door organisaties die zich met misdadige activiteiten bezighouden. Bij het witwassen van geld gaat het naar schatting om zo'n 330 miljard euro (gebaseerd op cijfers voor 2011 van het VN-bureau voor drugs en criminaliteit). Andere schattingen aan de hand van vergelijkbare indicaties komen uit op een bedrag dat 2,7 % van het mondiale bnp vertegenwoordigt. Deze cijfers geven een idee van de bedreiging die deze illegale activiteit vormt voor de huidige economie.

Witwassen dient bovendien vaak voor bijeenbrengen van geld dat indirect is bestemd voor terroristische activiteiten. Terwijl de georganiseerde misdaad primair uit is op het maken van illegale winsten, gebruiken terroristische groeperingen hun opbrengsten voor doeleinden die niet noodzakelijk van economische aard zijn, zoals meer aandacht voor hun zaak of grotere politieke invloed.

Het leidende internationale orgaan voor de bestrijding van witwassen is de Financial Action Task Force (FATF) die de bestaande internationale normen aan een grondige herziening heeft onderworpen en in februari 2012 een nieuwe reeks aanbevelingen heeft uitgebracht. Overeenkomstig deze aanbevelingen zijn er in de deelnemende landen zogenoemde financiële inlichtingeneenheden (fie's) opgericht.

De meeste inspanningen ter bestrijding van dit soort praktijken zijn gericht op preventieve maatregelen. Met het oog hierop hebben internationale organen als de VN en de FATF normen uitgevaardigd voor financiële entiteiten, andere bedrijfssectoren en individuele burgers. Het beginsel "ken uw cliënt" staat in deze regelgeving centraal en dit begrip is ook in het EU-wetgevingskader overgenomen, en in meerdere richtlijnen terug te vinden.

In het voorstel van de Commissie voor een richtlijn tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme zijn de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/70/EG verwerkt, die bij inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn worden ingetrokken. Het voorstel komt in reactie op de wijzigingen in de door de FATF uitgevaardigde regels en op een evaluatie die de Commissie in 2010 heeft gemaakt van de uitvoering en toepassing van de derde anti-witwasrichtlijn (3e AML-richtlijn). De voorgestelde initiatieven strekken tot coördinatie en integratie van bestaande normen, en zorgen voor een meer gerichte en gebundelde, risico-gebaseerde benadering in heel de EU, met het oog op een efficiëntere bestrijding van witwassen.

Hiervoor is nodig dat

a) de lidstaten de buitenlandse entiteiten die op hun grondgebied actief zijn, dwingend kunnen voorschrijven alle verdachte activiteiten te melden aan de fie in de betrokken lidstaat (dus het gastland van de buitenlandse entiteit). Ook betekent dit dat buitenlandse entiteiten de transparantievereisten in een gegeven land eveneens moeten naleven;

b) het toezicht zich moet uitstrekken tot gokdiensten in het algemeen en niet alleen tot casino's, want dan is geen sprake van "gelijke" behandeling van alle vormen van kansspel. De normen die de Commissie voorstelt moeten ook gelden voor casino's, terwijl online-kansspelen aan te merken zijn als permanente zakelijke relatie (en de documentatie van de betrokken transacties moet beschikbaar zijn zodra het account wordt geopend). Voor de overige gokdiensten moet het toezichtsgebied zich mede uitstrekken tot het grote risico dat met de uitbetaling van de gewonnen bedragen gemoeid is.

De lidstaten moeten de te nemen maatregelen bepalen aan de hand van hun respectieve risicobeoordelingen;

c) relevante documentatie moet vijf jaar lang worden bewaard, met de mogelijkheid van verlenging, waarbij de bedrijfsbestuurders worden aangemerkt al de werkelijke eigenaren, met de nodige waarborgen.

Deze maatregelen houden een noodzakelijke uitbreiding in van het toezichtsgebied dat door de thans bestaande wetgeving wordt bestreken. Tevens zijn de sanctiemaatregelen bij inbreuk verscherpt.

AMENDEMENTEN

De Commissie juridische zaken verzoekt de beide ten principale bevoegde commissies, de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, onderstaande amendementen in hun verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen, zoals gedefinieerd door de lidstaten, moeten onder de bepalingen van de richtlijn vallen wanneer zij deelnemen aan financiële of zakelijke transacties, met inbegrip van het verstrekken van belastingadvies, waarbij er groot gevaar bestaat dat de diensten van deze beroepsbeoefenaren worden misbruikt om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen of terrorisme te financieren. Er moeten echter vrijstellingen zijn van elke verplichting om informatie te melden die is verkregen vóór, tijdens of na een gerechtelijke procedure, of bij het bepalen van de rechtspositie van een cliënt. Juridisch advies dient bijgevolg aan de beroepsgeheimhoudingsplicht onderworpen te blijven, tenzij de juridisch adviseur deelneemt aan witwasactiviteiten of activiteiten voor financiering van terrorisme, het juridisch advies voor witwasdoeleinden of voor financiering van terrorisme wordt verstrekt, of de advocaat weet dat zijn cliënt juridisch advies wenst voor witwasdoeleinden of voor financiering van terrorisme.

(7) Onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen, zoals gedefinieerd door de lidstaten, moeten onder de bepalingen van de richtlijn vallen wanneer zij deelnemen aan financiële of zakelijke transacties, met inbegrip van het verstrekken van belastingadvies, waarbij er groot gevaar bestaat dat de diensten van deze beroepsbeoefenaren worden misbruikt om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, voor de financiering van terrorisme, voor criminele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 4, of voor agressieve belastingontwijking. Er moeten echter vrijstellingen zijn van elke verplichting om informatie te melden die is verkregen vóór, tijdens of na een gerechtelijke procedure, of bij het bepalen van de rechtspositie van een cliënt. Juridisch advies dient bijgevolg aan de beroepsgeheimhoudingsplicht onderworpen te blijven, tenzij de juridisch adviseur deelneemt aan witwasactiviteiten, activiteiten voor financiering van terrorisme, criminele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 4, of agressieve belastingontwijking, het juridisch advies voor witwasdoeleinden, voor financiering van terrorisme, criminele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 4, of agressieve belastingontwijking wordt verstrekt, of de advocaat weet dat zijn cliënt juridisch advies wenst voor witwasdoeleinden, voor financiering van terrorisme, criminele activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 4, of agressieve belastingontwijking.

Motivering

Juristen hebben de plicht ervoor te zorgen dat de diensten die zij verlenen niet worden misbruikt voor belastingontduiking of agressieve belastingontwijking, als manier om, buiten het zicht van de overheid, geld wit te wassen of terroristische activiteiten te financieren.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Elke natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap over een rechtspersoon uitoefent, moet worden geïdentificeerd. Hoewel het vinden van een procentueel aandelenbezit niet automatisch in het vinden van de uiteindelijke begunstigde zal resulteren, is het een bewijsfactor waarmee rekening moet worden gehouden. Identificatie en verificatie van uiteindelijke begunstigden moet zich in voorkomend geval uitstrekken tot juridische entiteiten die andere juridische entiteiten bezitten en moet de eigendomsketen volgen totdat de natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap uitoefent over de rechtspersoon die de cliënt is, gevonden is.

(10) Elke natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap over een rechtspersoon uitoefent, moet worden geïdentificeerd. Hoewel het vinden van een procentueel aandelenbezit niet automatisch in het vinden van de uiteindelijke begunstigde zal resulteren, kan het ertoe bijdragen de uiteindelijke begunstigde te identificeren. Identificatie en verificatie van uiteindelijke begunstigden moet zich in voorkomend geval uitstrekken tot juridische entiteiten die andere juridische entiteiten bezitten en moet de eigendomsketen volgen totdat de natuurlijke persoon die eigendom of zeggenschap uitoefent over de rechtspersoon die de cliënt is, gevonden is.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) De noodzaak van nauwkeurige en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigde is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die anders hun identiteit achter een rechtspersoon kunnen verbergen. De lidstaten moeten er bijgevolg voor zorgen dat ondernemingen informatie over hun uiteindelijke begunstigden bewaren en deze informatie voor de bevoegde autoriteiten en meldingsplichtige entiteiten beschikbaar stellen. Bovendien moeten trustees aan de meldingsplichtige entiteiten hun status opgeven.

(11) De noodzaak van nauwkeurige en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigde is een bepalende factor bij het opsporen van criminelen die anders hun identiteit achter een rechtspersoon kunnen verbergen. De lidstaten moeten er bijgevolg voor zorgen dat ondernemingen informatie over hun uiteindelijke begunstigden bewaren, centrale registers bijhouden en deze informatie voor de bevoegde autoriteiten, meldingsplichtige entiteiten, en, in het geval van beursgenoteerde meldingsplichtige entiteiten, voor het publiek beschikbaar stellen. Bovendien moeten trustees aan de meldingsplichtige entiteiten hun status opgeven.

Motivering

De formulering moet worden aangescherpt om de internationale en Europese samenwerking inzake informatie over de uiteindelijke begunstigden van een onderneming te verbeteren, met name in het licht van de verplichtingen die de Europese Raad en de G8 onlangs zijn aangegaan. Investeerders hebben voorts het recht te weten wie de uiteindelijke begunstigden van beursgenoteerde ondernemingen zijn.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Het gebruik van de goksector om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, is zorgwekkend. Om de risico's in verband met de sector te beperken en gelijke voorwaarden voor de aanbieders van gokdiensten te garanderen, moeten alle aanbieders van gokdiensten ertoe worden verplicht voor afzonderlijke transacties van 2 000 EUR of meer een cliëntenonderzoek te verrichten. De lidstaten moeten overwegen deze drempel toe te passen op de inning van gokwinsten alsook het aangaan van weddenschappen. Aanbieders van gokdiensten met fysieke lokalen (bv. casino's en speelhuizen) moeten ervoor zorgen dat cliëntenonderzoek, als het bij de ingang van de lokalen plaatsvindt, aan de door de cliënt in die lokalen aangegane transacties gekoppeld kan worden.

(13) Het gebruik van de goksector om de opbrengsten van criminele activiteiten wit te wassen, is zorgwekkend. Er moet evenwel onderscheid worden gemaakt tussen gokdiensten waarbij het risico van gebruik voor witwassen hoog is, en gokdiensten waarbij dat risico zeer gering is. Daarom moeten casino's en aanbieders van online-gokdiensten anders worden bejegend dan aanbieders van andere gokdiensten. Casino's moeten ervoor zorgen dat cliëntenonderzoek, uit te voeren bij de ingang van de lokalen, aan de door de cliënt in die lokalen aangegane transacties gekoppeld kan worden.

Motivering

Dit amendement weerspiegelt amendement op artikel 2 lid 1 3e alinea, punt f. Het toezicht moet zich uitstrekken tot gokdiensten in het algemeen en niet alleen tot casino's zonder alle vormen van kansspel "gelijke" een behandeling te geven.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25) Alle lidstaten beschikken over of moeten financiële inlichtingeneenheden (hierna fie's genoemd) oprichten om de informatie die zij ontvangen te verzamelen en te analyseren met het doel verbanden te leggen tussen verdachte transacties en onderliggende criminele activiteiten teneinde het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Verdachte transacties dienen te worden gemeld aan de fie's, die moeten optreden als nationaal centrum voor het ontvangen, analyseren en het verspreiden onder de bevoegde autoriteiten van meldingen van verdachte transacties en andere informatie over mogelijk witwassen of mogelijke financiering van terrorisme. De lidstaten hoeven daartoe hun bestaande meldingssystemen — waar de melding via de openbare aanklager of via andere wetshandhavingautoriteiten geschiedt — niet te wijzigen, mits de informatie onverwijld en ongefilterd aan de financiële inlichtingeneenheden doorgegeven wordt zodat deze hun taken, waaronder internationale samenwerking met andere financiële inlichtingeneenheden, naar behoren kunnen uitvoeren.

(25) Alle lidstaten beschikken over of moeten financiële inlichtingeneenheden (hierna fie's genoemd) oprichten om de informatie die zij ontvangen te verzamelen en te analyseren met het doel verbanden te leggen tussen verdachte transacties en onderliggende criminele activiteiten teneinde het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen en te bestrijden. Verdachte transacties dienen te worden gemeld aan de fie's, die moeten optreden als nationaal centrum voor het ontvangen en analyseren van meldingen van verdachte transacties en andere informatie omtrent witwassen, daarmee verband houdende basismisdrijven en financiering van terrorisme, en de uitkomsten van die analyses onder de bevoegde autoriteiten moeten verspreiden. De lidstaten hoeven daartoe hun bestaande meldingssystemen — waar de melding via de openbare aanklager of via andere wetshandhavingautoriteiten geschiedt — niet te wijzigen, mits de informatie onverwijld en ongefilterd aan de financiële inlichtingeneenheden doorgegeven wordt zodat deze hun taken, waaronder internationale samenwerking met andere financiële inlichtingeneenheden, naar behoren kunnen uitvoeren.

Motivering

The suspicious transactions are confidential and not disseminated, among other things to protect entities that send suspicious communications. Furthermore, on the basis of these submissions, the FIUs perform a series of analysis and research, determining which operations have sufficient grounds to be transmitted to police, public prosecutors … and attached to them is the result of that analysis, which includes additional information that the FIU has been able to gather. FATF standards (Recommendation 29) acknowledge this, determining that the FIUs are national centers for receiving and analyse STRs (and other information) and for the dissemination of the results of these analyses. Furthermore, on the basis of these submissions, the FIUs perform a series of analysis and research, determining which operations have sufficient grounds to be transmitted to police, public prosecutors … and attached to them is the result of that analysis, which includes additional information that the FIU has been able to gather. FATF standards (Recommendation 29) acknowledge this, determining that the FIUs are national centers for receiving and analyse STRs (and other information) and for the dissemination of the results of these analyses.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31) Bepaalde aspecten van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn gaan gepaard met de verzameling, analyse, opslag en deling van gegevens. De verwerking van persoonsgegevens moet worden toegestaan om te voldoen aan de in deze richtlijn neergelegde verplichtingen, daaronder begrepen het uitvoeren van cliëntenonderzoek, doorlopende monitoring, onderzoek en melding van ongewone en verdachte transacties, identificatie van de uiteindelijke begunstigde van een rechtspersoon of juridische constructie, deling van informatie door bevoegde autoriteiten en deling van informatie door financiële instellingen. De verzamelde persoonsgegevens moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om aan de vereisten van deze richtlijn te voldoen en mogen niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met Richtlijn 95/46/EG. Met name de verdere verwerking van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden moet strikt worden verboden.

(31) Bepaalde aspecten van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn gaan gepaard met de verzameling, analyse, opslag en deling van gegevens. De verwerking van persoonsgegevens moet worden toegestaan om te voldoen aan de in deze richtlijn neergelegde verplichtingen, daaronder begrepen het uitvoeren van cliëntenonderzoek, doorlopende monitoring, onderzoek en melding van ongewone en verdachte transacties, identificatie van de uiteindelijke begunstigde van een rechtspersoon of juridische constructie, deling van informatie door bevoegde autoriteiten en deling van informatie door financiële instellingen. De verzamelde persoonsgegevens moeten beperkt blijven tot hetgeen noodzakelijk is om aan de vereisten van deze richtlijn te voldoen en mogen niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met Richtlijn 95/46/EG. Met name de verdere verwerking van persoonsgegevens voor commerciële doeleinden moet strikt worden verboden.

Motivering

In overweging 32 wordt erkend dat de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme als "een belangrijke verantwoording van algemeen belang" wordt beschouwd. Daarom is het overdreven de verzameling van persoonsgegevens zo strikt te beperken. Deze strenge beperking verdraagt zich niet met de meer risicogebaseerde benadering van de richtlijn. meldingsplichtige entiteiten misverstanden en bezorgdheid ontstaan omtrent hun rechtspositie wanneer zij gelijktijdig moeten voldoen aan deze bepaling en de verscherpte cliëntenonderzoeksplicht.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34) De rechten van toegang van de betrokkene gelden voor de persoonsgegevens die voor de toepassing van deze richtlijn worden verwerkt. Toegang door de betrokkene tot informatie die is opgenomen in een melding van een verdachte transactie zou echter de effectiviteit van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ernstig ondermijnen. Beperkingen van dit recht overeenkomstig de in artikel 13 van Richtlijn 95/46/EG neergelegde regels kunnen bijgevolg gerechtvaardigd zijn.

(34) De rechten van toegang van de betrokkene gelden voor de persoonsgegevens die voor de toepassing van deze richtlijn worden verwerkt. Toegang door de betrokkene tot informatie die is opgenomen in een melding van een verdachte transactie of ingewonnen met het oog op onderzoek naar transacties of transactiepatronen zonder kennelijk economisch of wettig doel, zou echter de effectiviteit van de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme ernstig ondermijnen. Beperkingen van dit recht overeenkomstig de in artikel 13 van Richtlijn 95/46/EG neergelegde regels zijn bijgevolg gerechtvaardigd.

Motivering

Beperking van het recht van toegang moet ook gelden voor de gegevens die worden ingewonnen ter naleving van artikel 16.2, hetgeen integraal deel uitmaakt van de procedure die uitmondt in de melding van een verdachte transactie. Deze beperking moet dwingend zijn voorgeschreven. Anders zou het niet alleen afbreuk doen aan de effectiviteit van dit hele systeem tegen witwassen en terrorismefinanciering, maar ook in strijd zijn met de artikelen 38 (mededelingsverbod tegenover klant) en 37 (bescherming werknemers van de meldende entiteit).

Amendement 8

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder "financiering van terrorisme" verstaan: de verstrekking of verzameling van gelden en andere vermogensbestanddelen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met de bedoeling of wetende dat deze geheel of gedeeltelijk zullen worden gebruikt om strafbare feiten in de zin van de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding13, als gewijzigd bij Kaderbesluit 2008/919/JBZ van de Raad van 28 november 2008, te plegen14.

4. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder "financiering van terrorisme" verstaan: de verstrekking of verzameling van gelden en andere vermogensbestanddelen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met de bedoeling of wetende dat deze geheel of gedeeltelijk door een individuele terrorist of door een terroristische organisatie zullen worden gebruikt om strafbare feiten in de zin van de artikelen 1 tot en met 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding13, als gewijzigd bij Kaderbesluit 2008/919/JBZ van de Raad van 28 november 2008, te plegen14.

______________

_________________

13 PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3.

13 PB L 164 van 22.6.2002, blz. 3.

14 PB L 330 van 9.12.2008, blz. 21-23.

14 PB L 330 van 9.12.2008, blz. 21-23.

Motivering

De definitie voor financiering van terrorisme moet overeenstemmen met die van de financial action task force (FATF).

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) makelaars in onroerend goed, daaronder begrepen huurbemiddelingsdiensten;

(d) makelaars in onroerend goed;

Motivering

Er bestaat geen goede reden om de werkingssfeer van de richtlijn uit te breiden tot huurbemiddelingsdiensten. Er is nooit gebleken dat huurbemiddelaars worden ingezet voor witwassen van geld.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen in goederen doch slechts voor zover in contanten wordt betaald of ontvangen en wel voor een bedrag van 7 500 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

(e) andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen in goederen doch slechts voor zover in contanten wordt betaald of ontvangen en wel voor een bedrag van 15 000 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1 – punt 3 – letters f, f bis (nieuw) en f ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) aanbieders van gokdiensten.

(f) casino's

 

(f bis) onlinekansspelen;

 

(f ter) andere aanbieders van gokdiensten, waar het gaat om uitbetaling van de gewonnen bedragen.

Motivering

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende manieren van gokken. Sommige vormen van gokken brengen een hoog risico mee van witwassen, en andere minder. Voor andere aanbieders van gokdiensten acht de rapporteur een risico van witwassen alleen aanwezig op het moment van uitbetaling van gewonnen bedragen, en meent dan ook dat de verplichtingen van die aanbieders evenredigheidshalve beperkt moeten blijven tot die bijzondere situaties.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 4 – letter e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(e bis) fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen;

Motivering

Fiscale misdrijven verdienen een afzonderlijke vermelding omdat het daarbij gaat om ernstige strafbare feiten.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 4 – letter f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(f) alle feiten, daaronder begrepen fiscale misdrijven in verband met directe belastingen en indirecte belastingen, die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor staten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

(f) alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een maximale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan een jaar of, voor staten die in hun rechtsstelsel een strafminimum voor strafbare feiten kennen, alle feiten die strafbaar zijn gesteld met een minimale vrijheidsstraf of detentiemaatregel van meer dan zes maanden;

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 5 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i) de natuurlijke persoon of de natuurlijke personen die uiteindelijk de eigenaar is respectievelijk de eigenaren zijn van een rechtspersoon via het rechtstreeks of middellijk houden van een toereikend deel van de aandelen of stemrechten van deze rechtspersoon met inbegrip van participatie in de vorm van toonderaandelen, hetzij over deze uiteindelijk op deze wijze zeggenschap heeft respectievelijk hebben, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie, of aan gelijkwaardige internationale normen;

i) de natuurlijke persoon of de natuurlijke personen die uiteindelijk de eigenaar is respectievelijk de eigenaren zijn van een rechtspersoon via het rechtstreeks of middellijk houden van een toereikend deel van de aandelen of stemrechten van deze rechtspersoon met inbegrip van participatie in de vorm van toonderaandelen, hetzij over deze uiteindelijk op deze wijze zeggenschap heeft respectievelijk hebben, waarbij het niet gaat om een op een gereglementeerde markt genoteerde vennootschap die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Europese Unie, of aan gelijkwaardige internationale normen;

Een percentage van 25 % plus één aandeel geldt als bewijs van eigendom of zeggenschap middels aandelenbezit en geldt voor elk niveau van directe of indirecte eigendom;

 

Motivering

Bij hanteren van de drempel van 25 % voor elk vorm van eigendom kunnen natuurlijke personen als uiteindelijk begunstigde worden aangemerkt die in feite geen enkele controle via hun aandelenbezit uitoefenen, zodat aanmelden als uiteindelijk begunstigde geen zin heeft.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 5 – letter a – punt iii bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

iii bis) wanneer geen natuurlijke persoon aan te wijzen valt als bedoeld onder (i) of (ii), de natuurlijke persoon of personen die de positie van hoofdbestuurder bekleedt. In zo'n geval moet de meldingsplichtige entiteit vastleggen hetgeen is ondernomen om de uiteindelijk begunstigde als bedoeld onder (i) en (ii) te achterhalen om te kunnen aantonen dat zulke personen er niet zijn.

Motivering

In sommige gevallen kunnen de aandelen zo zijn verspreid dat het niet mogelijk is de uiteindelijk begunstigde als bedoeld onder (i) of (ii) aan te wijzen. De rapporteur acht het daarom raadzaam om de FATF-bepalingen voor dit soort situaties over te nemen en toe te passen op de hoofdbestuurders. Het risico dat deze regeling door meldingsplichtige entiteiten overdreven en onterecht wordt gehanteerd kan worden opgevangen met de nodige vrijwaringsmaatregelen.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 7 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) "buitenlandse politiek prominente personen": natuurlijke personen die door een derde land met een prominente publieke functie worden of zijn bekleed;

a) "buitenlandse politiek prominente personen": natuurlijke personen die door een ander derde land met een prominente publieke functie worden of zijn bekleed;

Motivering

Er bestaan geen criteria om te onderbouwen dat er minder risico bestaat als het andere land een EU-lidstaat is dan wel een derde land. De door de Commissie gevolgde benadering gaat in tegen de FATF-normen die geen supra-nationaliteit in deze materie erkennen. De voorgestelde benadering valt moeilijk te verklaren door redenen van risico of gemeenschappelijke opvangmaatregelen op EU-niveau.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 7 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) "binnenlandse politiek prominente personen": natuurlijke personen die door een lidstaat met een prominente publieke functie worden of zijn bekleed;

b) "binnenlandse politiek prominente personen": natuurlijke personen die door de lidstaat met een prominente publieke functie worden of zijn bekleed;

 

Amendement van taalkundige aard.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 7 – letter d – punt ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii) parlementsleden;

ii) parlementsleden of leden van andere wetgevende organen;

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – punt 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) "gokdiensten": alle diensten die gepaard gaan met het verwedden van een inzet met geldswaarde bij kansspelen, daaronder begrepen die welke enige bekwaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, pokerspelen en weddenschappen, die worden aangeboden op een fysieke locatie, of op alle mogelijke manieren vanop een afstand, op elektronische wijze of middels enige andere communicatie bevorderende technologie, en op individueel verzoek van een ontvanger van diensten;

(10) "gokdiensten": alle diensten die gepaard gaan met het verwedden van een inzet met geldswaarde of een inzet die in geld kan worden omgezet bij kansspelen, daaronder begrepen die welke enige bekwaamheid vereisen zoals loterijen, bingo, casinospelen, pokerspelen en weddenschappen, die worden aangeboden op een fysieke locatie, of op alle mogelijke manieren vanop een afstand, op elektronische wijze of middels enige andere communicatie bevorderende technologie, en op individueel verzoek van een ontvanger van diensten;

Motivering

Om het gevaar van infiltratie door de maffia en witwaspraktijken te verkleinen en om gelijke voorwaarden te garanderen voor alle aanbieders van onlinekansspelen moet de richtlijn van toepassing zijn op alle soorten spelen, waaronder kansspelen via sociale netwerken. Vanwege de aan de kansspelsector verbonden risico's moeten alle spelen onder dezelfde controlemaatregelen vallen en mogen er geen grijze gebieden blijven bestaan. Voorts moet duidelijk worden aangegeven dat bingo ook valt onder "gokdiensten".

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De Europese Bankautoriteit (hierna "EBA"), de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (hierna "EIOPA") en de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (hierna "ESMA") verstrekken een gezamenlijk advies over de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die op de interne markt van invloed zijn.

1. De Europese Commissie legt een beoordeling voor van de risico's op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme die op de interne markt van invloed zijn. Met het oog op deze beoordeling raadpleegt de Europese Commissie Europol, de Europese Bankautoriteit (hierna "EBA"), de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (hierna "EIOPA") en de Europese Autoriteit voor Effecten en Markten (hierna "ESMA"), en andere autoriteiten voorzover nodig.

Het advies wordt verstrekt binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

De beoordeling wordt voorgelegd binnen 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Motivering

Volgens de rapporteur is de Commissie in de beste positie om een integrale beoordeling te maken van risico's op witwassen en terrorisme-financiering, zoals door internationale normen voorgeschreven. Voor deze beoordeling zijn gegevens nodig van andere relevante diensten (zoals wethandhavings- en grenswachtautoriteiten).

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie maakt het advies beschikbaar om de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten bij te staan bij het bepalen, beheren en beperken van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

2. De Commissie maakt de beoordeling beschikbaar om de lidstaten en meldingsplichtige entiteiten bij te staan bij het bepalen, beheren en beperken van het risico op het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Motivering

Wegens samenhang met het amendement op lid 1.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) voor aanbieders van gokdiensten, wanneer zij occasionele transacties ten bedrage van 2 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of een dergelijke transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

(d) voor casino's, wanneer zij occasionele transacties ten bedrage van 2 000 EUR of meer verrichten, ongeacht of een dergelijke transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

 

voor onlinekansspelen, wanneer zij een zakelijke relatie aangaan;

 

voor andere aanbieders van gokdiensten, bij uitbetaling van gewonnen bedragen van 2 000 EUR of meer, ongeacht of een dergelijke transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;

Motivering

Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende manieren van gokken. Sommige vormen van gokken brengen een hoog risico mee van witwassen, en andere minder. Voor organisatoren van gokgelegenheden met gering witwas-risico geldt de cliëntenonderzoeksplicht alleen wanneer de gewonnen bedragen een bepaald bedrag te boven gaan.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 – alinea -1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Elke lidstaat verplicht de in artikel 2, lid 1, onder 1) en 2) bedoelde entiteiten erop toe te zien dat zij geen transacties uitvoeren met aanbieders van gokdiensten die niet in het bezit zijn van de in die lidstaat vereiste gokvergunning.

Motivering

Dit amendement dient voor een gemakkelijker blokkeren van betalingen aan en van gokondernemers die niet in het bezit zijn van de vereiste gokvergunning. De richtlijn en de uitvoeringswetgeving zien alleen op legale aanbieders van gokdiensten (die in het bezit zijn van de vereiste nationale/regionale gokvergunning). Het zijn evenwel de illegale gokgelegenheden die het hoogste risico van witwassen inhouden. Blokkering van betalingen aan en van aanbieders van dergelijke gelegenheden levert daarom een belangrijke bijdrage.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Ten aanzien van transacties of zakelijke relaties met buitenlandse politiek prominente personen of een persoon aan wie door een internationale organisatie een prominente functie wordt toevertrouwd of is toevertrouwd, vereisen de lidstaten, naast de cliëntenonderzoeksmaatregelen als vastgesteld in artikel 11, dat meldingsplichtige entiteiten:

De lidstaten vereisen dat meldingsplichtige entiteiten:

Motivering

De rapporteur pleit ervoor om de formulering van de internationale normen te volgen, waarin wordt erkend dat een buitenlandse en een binnenlandse ppp niet dezelfde mate van risico opleveren en dat er daarom in deze twee situaties verschil moet zijn in de aard van de maatregelen die van de meldingsplichtige entiteiten worden verlangd. De voorgestelde aanpak zou de meldingsplichtige entiteiten een disproportionele last bezorgen, als zij in de praktijk al hun cliënten aan een verscherpt onderzoek zouden moeten onderwerpen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 19 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) over passende op risico gebaseerde procedures beschikken om uit te maken of de cliënt of de uiteindelijke begunstigde van de cliënt een dergelijke persoon is;

(a) adequate maatregelen nemen om uit te maken of een cliënt of de uiteindelijke begunstigde een binnenlandse ppp is of een persoon aan wie door een internationale organisatie een prominente functie wordt of is toevertrouwd.

Motivering

Deze bepaling – letterlijk overgenomen uit buitenlandse ppp's – wordt internationaal opgevat als verplichting voor meldingsplichtige entiteiten om uit te maken of een niet-ingezeten klant een ppp is. Om deze verplichting uit te breiden tot alle binnenlandse klanten zou buitenproportioneel zijn.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 29 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnen hun grondgebied gevestigde rechtspersonen of juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigen inwinnen en bezitten.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat binnen hun grondgebied opgerichte rechtspersonen of juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigen inwinnen en bezitten.

Motivering

De FATF-normen spreken van in het land opgerichte rechtspersonen. De rapporteur acht het raadzaam deze term aan te houden omwille van de consistentie.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 31 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten zien erop toe dat de fie rechtstreeks of onrechtstreeks, en tijdig, toegang krijgt tot de financiële, administratieve en wetshandhavingsinformatie die zij nodig heeft om haar taken naar behoren te vervullen. Bovendien reageren fie's op verzoeken om informatie door wetshandhavingautoriteiten in hun lidstaat tenzij er feitelijke redenen zijn om aan te nemen dat de verstrekking van dergelijke informatie een negatieve impact zou hebben op lopende onderzoeken of analyses, of, in uitzonderlijke omstandigheden, indien onthulling van de informatie duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of irrelevant zou zijn gelet op de doeleinden waarvoor zij is gevraagd.

4. De lidstaten zien erop toe dat de fie rechtstreeks of onrechtstreeks, en tijdig, toegang krijgt tot de financiële, administratieve en wetshandhavingsinformatie die zij nodig heeft om haar taken naar behoren te vervullen. Bovendien reageren fie's op verzoeken om informatie door wetshandhavingautoriteiten in hun lidstaat over onderzoeken naar witwassen, daarmee verband houdende basismisdrijven en financiering van terrorisme, tenzij er feitelijke redenen zijn om aan te nemen dat de verstrekking van dergelijke informatie een negatieve impact zou hebben op lopende onderzoeken of analyses, of, in uitzonderlijke omstandigheden, indien onthulling van de informatie duidelijk onevenredig zou zijn met de legitieme belangen van een natuurlijke of rechtspersoon of irrelevant zou zijn gelet op de doeleinden waarvoor zij is gevraagd. Wanneer de fie een dergelijk verzoek ontvangt blijft de beslissing om al dan niet een analyse uit te voeren en/of informatie te doen toekomen aan de verzoekende wetshandhavingautoriteit aan de fie voorbehouden.

Motivering

In addition to the information that obliged entities shall report to the FIU (under the receipt function), the FIU should be able to obtain and use additional information from reporting entities, as needed to perform its analysis properly. Furthermore, the FIUs should be able to respond to information requests from law enforcement authorities in their Member State related to investigations of money laundering, associated predicate offences and terrorist financing. When the FIU receives such an information request, the decision on conducting analysis and/or dissemination of information to the requesting law enforcement authority should remain with the FIU. Furthermore, the FIUs should be able to respond to information requests from law enforcement authorities in their Member State related to investigations of money laundering, associated predicate offences and terrorist financing. When the FIU receives such an information request, the decision on conducting analysis and/or dissemination of information to the requesting law enforcement authority should remain with the FIU.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 37 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten nemen alle passende maatregelen om werknemers van de meldingsplichtige entiteit die hetzij intern, hetzij aan de fie vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme melden, te beschermen tegen bedreigingen of daden van agressie.

De lidstaten waarborgen dat de meldingsplichtige autoriteiten ervoor zorgen dat hun eigen werknemers die hetzij intern, hetzij aan de fie vermoedens van het witwassen van geld of financiering van terrorisme melden, niet het doelwit worden van bedreigingen of daden van agressie of hun baan verliezen, en zo nodig passende juridische bescherming krijgen.

Motivering

Werknemers die vermoedens van het witwassen van geld melden, moeten op passende wijze worden beschermd, juridische bescherming krijgen en moeten niet bang hoeven zijn hun baan te verliezen.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) wat de klantenonderzoeksprocedure betreft, afschriften van of verwijzingen naar de vereiste stukken, gedurende een periode van vijf jaar na beëindiging van de zakelijke relatie met hun cliënt. Bij het verstrijken van deze periode worden persoonsgegevens geschrapt tenzij dit anders is geregeld bij nationaal recht dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens mogen bijhouden of verder bijhouden. De lidstaten mogen verder bijhouden slechts toestaan of vereisen als dit noodzakelijk is voor de preventie, de opsporing of het onderzoek van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De maximumbewaarperiode na beëindiging van de zakelijke relatie mag niet meer bedragen dan tien jaar;

(a) wat de klantenonderzoeksprocedure betreft, afschriften van of verwijzingen naar de vereiste stukken, gedurende een periode van vijf jaar na beëindiging van de zakelijke relatie met hun cliënt of na de datum van een incidentele transactie. Bij het verstrijken van deze periode worden persoonsgegevens geschrapt tenzij dit anders is geregeld bij nationaal recht dat bepaalt onder welke omstandigheden meldingsplichtige entiteiten gegevens mogen bijhouden of verder bijhouden. De lidstaten mogen verder bijhouden slechts toestaan of vereisen als dit noodzakelijk is voor de preventie, de opsporing of het onderzoek van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De maximumbewaarperiode na beëindiging van de zakelijke relatie mag niet meer bedragen dan tien jaar;

Motivering

Volgens artikel 10 moeten de meldingsplichtigen klantenonderzoek verrichten niet alleen bij het aangaan van een zakelijke relatie (lange termijn), maar ook bij uitvoering van incidentele transacties boven een bepaalde drempelwaarde. Het amendement moet de bewaarplicht van informatie uitstrekken tot ook incidentele transacties. Dat strookt ook met de aanbevelingen van de FATF (overweging 11).

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage III – punt 3 – letter d bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(d bis) landen met een vooraanstaande off-shore financiële sector

Motivering

Uitwijking naar derde landen houden vaak verband met de geheimhouding die deze landen garanderen jegens de autoriteiten van het land van oorsprong, ook in fiscale aangelegenheden. Dit is des te meer relevant sinds in de FATF uitdrukkelijk ook belastingdelicten zijn opgenomen als misdrijven die afgeleid zijn van geldwassen.

PROCEDURE

Titel

Voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Document- en procedurenummers

COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD)

Commissies ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

12.3.2013

LIBE

12.3.2013

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

JURI

12.3.2013

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Antonio López-Istúriz White

20.6.2013

Artikel 51 - Gezamenlijke commissievergaderingen

       Datum bekendmaking

 

 

10.10.2013

Behandeling in de commissie

17.9.2013

 

 

 

Datum goedkeuring

26.11.2013

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

14

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Raffaele Baldassarre, Sebastian Valentin Bodu, Françoise Castex, Christian Engström, Marielle Gallo, Giuseppe Gargani, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Klaus-Heiner Lehne, Antonio López-Istúriz White, Antonio Masip Hidalgo, Jiří Maštálka, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Dimitar Stoyanov, Alexandra Thein, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Eduard-Raul Hellvig, Eva Lichtenberger, Dagmar Roth-Behrendt, József Szájer, Axel Voss


PROCEDURE

Titel

Prevention of the use of the financial system for the purpose of money laundering and terrorist financing

Document- en procedurenummers

COM(2013)0045 – C7-0032/2013 – 2013/0025(COD)

Datum indiening bij EP

5.2.2013

 

 

 

Committees responsible

Datum bekendmaking

ECON

12.3.2013

LIBE

12.3.2013

 

 

Medeadviserende commissie(s)

Datum bekendmaking

DEVE

12.3.2013

IMCO

12.3.2013

JURI

12.3.2013

PETI

12.3.2013

Not delivering opinions

Datum besluit

IMCO

20.3.2013

PETI

19.2.2013

 

 

Rapporteur(s)

Datum benoeming

Krišjānis Kariņš

12.9.2013

Judith Sargentini

12.9.2013

 

 

Rule 51 – joint committee meetings

Datum bekendmaking

       

10.10.2013

Behandeling in de commissie

28.11.2013

9.1.2014

20.2.2014

 

Datum goedkeuring

20.2.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

47

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Marino Baldini, Elena Băsescu, Jean-Paul Besset, Emine Bozkurt, Arkadiusz Tomasz Bratkowski, Carlos Coelho, George Sabin Cutaş, Rachida Dati, Leonardo Domenici, Ioan Enciu, Frank Engel, Diogo Feio, Kinga Gál, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Kinga Göncz, Nathalie Griesbeck, Anna Hedh, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Timothy Kirkhope, Jürgen Klute, Svetoslav Hristov Malinov, Véronique Mathieu Houillon, Louis Michel, Marlene Mizzi, Claude Moraes, Judith Sargentini, Olle Schmidt, Theodor Dumitru Stolojan, Sampo Terho, Nils Torvalds, Pablo Zalba Bidegain, Tatjana Ždanoka, Auke Zijlstra

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zdravka Bušić, Cornelis de Jong, Sari Essayah, Stanimir Ilchev, Krišjānis Kariņš, Franziska Keller, Jean Lambert, Ulrike Lunacek, Siiri Oviir, Joanna Senyszyn, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Reimer Böge, Christa Klaß, Derek Vaughan

Datum indiening

28.2.2014

Laatst bijgewerkt op: 5 maart 2014Juridische mededeling