Procedure : 2013/0438(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0165/2014

Ingediende teksten :

A7-0165/2014

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/03/2014 - 9.7

Aangenomen teksten :

P7_TA(2014)0186

VERSLAG     ***I
PDF 234kWORD 186k
10 maart 2014
PE 530.037v02-00 A7-0165/2014

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

(COM(2013)0895 – C7-0459/2013 – 2013/0438(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Dagmar Roth-Behrendt

PR_COD_1consamCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

(COM(2013)0895 – C7-0459/2013 – 2013/0438(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–       gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2013)0895),

–       gezien artikel 294, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en in het bijzonder artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7 0459/2013),

–       gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien het advies van het Hof van Justitie van 4 maart 2014(1),

–       gezien het advies van de Rekenkamer van 3 maart 2014(2),

–       gezien de schriftelijke toezegging van de vertegenwoordiger van de Raad van 7 maart 2014 om het standpunt van het Parlement goed te keuren, in overeenstemming met artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–       gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0165/2014),

1.      stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.      verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.      verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(3)*

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

VERORDENING (EU) Nr. …/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van ...

houdende aanpassing met ingang van 1 juli 2011 van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en met name artikel 12,

Gezien het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (hierna"statuut") en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie (hierna "regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden"), vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68(4), en met name op artikel 10 van bijlage XI bij het statuut,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Hof van Justitie(5),

Gezien het advies van de Rekenkamer(6),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(7),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       In zaak C-63/12, Commissie tegen Raad, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna "Hof van Justitie") verklaard dat de instellingen verplicht zijn jaarlijks de bezoldigingen aan te passen, hetzij door "wiskundige" aanpassing volgens de methode in artikel 3 van bijlage XI bij het statuut, hetzij door van die wiskundige berekening af te wijken overeenkomstig artikel 10 van die bijlage.

(2)       Artikel 19 van bijlage XIII bij het statuut, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad(8) strekt ertoe de instellingen in staat te stellen de nodige maatregelen te nemen om hun geschillen betreffende de aanpassingen van de bezoldi­gingen en pensioenen voor 2011 en 2012 te beslechten in overeenstemming met een uitspraak van het Hof van Justitie, rekening houdend met de legitieme verwachtingen van de personeelsleden dat de instellingen ieder jaar een besluit dienen te nemen over de aanpassing van hun bezoldigingen en pensioenen.

(3)       Om in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het Hof van Justitie in zaak C-63/12 moet de Commissie, wanneer de Raad vaststelt dat er sprake is van een ernstige en plotselinge verslechtering van de sociaal-economische toestand binnen de Unie, een voorstel indienen volgens de in artikel 336 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalde procedure om het Europees Parlement in het wetgevingsproces te betrekken. De Raad heeft op 4 november 2011 verklaard dat de financiële en economische crisis die de Unie treft en in de meeste lidstaten tot aanzienlijke budgettaire aanpassingen leidt, een ernstige en plotselinge verslechtering van de sociaal-economische toestand binnen de Unie heeft opgeleverd. De Raad heeft de Commissie derhalve op grond van artikel 241 van het VWEU verzocht om uitvoering te geven aan artikel 10 van bijlage XI bij het statuut en een passend voorstel voor de aanpassing van de bezoldigingen in te dienen.

(4)       Het Hof van Justitie heeft bevestigd dat het Europees Parlement en de Raad op grond van de uitzonderingsclausule over een ruime beoordelingsmarge ten aanzien van de aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen beschikken. Vanwege de economische en sociale omstandigheden tijdens de periode van 1 juli 2010 tot en met 31 december 2011, onder andere de financiële en economische crisis die een aantal lidstaten in het najaar van 2011 heeft getroffen en die tot een onmiddellijke verslechte­ring van de sociaal-economische toestand in de Unie en tot aanzienlijke budgettaire aanpassingen heeft geleid, de hoge werkloosheid en de hoge overheidsschulden en -tekorten in de Unie, is het passend de aanpassing van de bezoldigingen en pensioenen in België en Luxemburg vast te stellen op 0% voor 2011. Die aanpassing is onderdeel van een algehele aanpak met het oog op de beslechting van de geschillen betreffende de aanpassingen van de bezoldigingen en de pensioenen voor 2011 en 2012, die tevens een aanpassing van 0,8% voor 2012 behelst.

(5)       Bijgevolg geschiedt de aanpassing van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie gedurende een periode van vijf jaar (2010-2014) als volgt: in 2010 heeft de toepassing van de methode van artikel 3 van bijlage XI bij het statuut geleid tot een aanpassing van 0,1%. Voor 2011 en 2012 heeft de algehele aanpak met het oog op de beslechting van de geschillen betreffende de aanpassingen van de bezoldigingen en de pensioenen voor 2011 en 2012 geleid tot een aanpassing van respectievelijk 0% en 0,8%. Bovendien is in het kader van het politiek compromis over de hervorming van het statuut en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden besloten de bezoldigingen en de pensioenen in de jaren 2013 en 2014 te bevriezen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Met ingang van 1 juli 2011 wordt in artikel 63, tweede alinea, van het statuut "1 juli 2010" vervangen door "1 juli 2011".

Artikel 2

Met ingang van 1 juli 2011 wordt in artikel 66 van het statuut de tabel van de maandelijkse basissalarissen die van toepassing is voor de berekening van de bezoldigingen en de pensioenen, vervangen door de volgende tabel:

1/07/2011

SALARISTRAP

RANG

1

2

3

4

5

16

16 919,04

17 630,00

18 370,84

 

 

15

14 953,61

15 581,98

16 236,76

16 688,49

16 919,04

14

13 216,49

13 771,87

14 350,58

14 749,83

14 953,61

13

11 681,17

12 172,03

12 683,51

13 036,39

13 216,49

12

10 324,20

10 758,04

11 210,11

11 521,99

11 681,17

11

9 124,87

9 508,31

9 907,86

10 183,52

10 324,20

10

8 064,86

8 403,76

8 756,90

9 000,53

9 124,87

9

7 127,99

7 427,52

7 739,63

7 954,96

8 064,86

8

6 299,95

6 564,69

6 840,54

7 030,86

7 127,99

7

5 568,11

5 802,09

6 045,90

6 214,10

6 299,95

6

4 921,28

5 128,07

5 343,56

5 492,23

5 568,11

5

4 349,59

4 532,36

4 722,82

4 854,21

4 921,28

4

3 844,31

4 005,85

4 174,18

4 290,31

4 349,59

3

3 397,73

3 540,50

3 689,28

3 791,92

3 844,31

2

3 003,02

3 129,21

3 260,71

3 351,42

3 397,73

1

2 654,17

2 765,70

2 881,92

2 962,10

3 003,02

Artikel 3

Met ingang van 1 juli 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 64 van het statuut van toepassing zijn op de bezoldiging van de ambtenaren en de andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 2 van de onderstaande tabel.

Met ingang van 1 januari 2012 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het statuut van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 3 van de onderstaande tabel.

Met ingang van 1 juli 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het statuut van toepassing zijn op de pensioenen vastgesteld zoals aangegeven in kolom 4 van de onderstaande tabel.

Met ingang van 16 mei 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldiging van de ambtenaren en andere personeelsleden vastgesteld zoals aangegeven in kolom 5 van de onderstaande tabel. De datum waarop de jaarlijkse aanpassing voor die lidstaten van kracht wordt, is 16 mei 2011.

Met ingang van 16 mei 2011 worden de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het statuut van toepassing zijn op de pensioenen vastgesteld zoals aangegeven in kolom 6 van de onderstaande tabel. De datum waarop de jaarlijkse aanpassing van kracht wordt is 16 mei 2011.

1

2

3

4

5

6

 

Land/Plaats

Bezoldiging

1.7.2011

Overmaking

1.1.2012

Pensioen

1.7.2011

Bezoldiging

16.5.2011

Pensioen

16.5.2011

Bulgarije

Tsjechië

Denemarken

Duitsland

Bonn

Karlsruhe

München

Estland

Griekenland

Spanje

Frankrijk

Ierland

Italië

Varese

Cyprus

Letland

Litouwen

Hongarije

Malta

Nederland

Oostenrijk

Polen

Portugal

Roemenië

Slovenië

Slowakije

Finland

Zweden

Verenigd Koninkrijk

Culham

60,6

85,2

134,2

93,7

93,0

92,2

103,2

75,4

92,2

97,4

116,4

109,6

104,8

91,9

83,0

74,4

72,7

83,5

82,7

102,8

105,0

80,5

84,0

72,7

86,2

78,8

120,5

124,1

 

58,1

79,3

130,5

95,4

 

 

 

77,4

91,0

91,5

108,5

104,6

100,0

 

85,4

70,2

70,7

73,1

84,6

97,3

104,1

71,4

83,9

62,1

83,6

73,5

113,0

117,2

103,5

 

100,0

100,0

130,5

100,0

 

 

 

100,0

100,0

100,0

108,5

104,6

100,0

 

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

104,1

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

113,0

117,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

128,0

98,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

103,5

 

Artikel 4

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de toelage voor het in artikel 42 bis, tweede en derde alinea, van het statuut bedoelde ouderschapsverlof 911,73 EUR; voor alleenstaande ouders bedraagt deze toelage 1215,63 EUR.

Artikel 5

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt het basisbedrag van de kostwinnerstoelage als bedoeld in artikel 1, lid 1, van bijlage VII bij het statuut 170,52 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de kindertoelage als bedoeld in artikel 2, lid 1, van bijlage VII bij het statuut 372,61 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de schooltoelage als bedoeld in artikel 3, lid 1, van bijlage VII bij het statuut 252,81 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de schooltoelage als bedoeld in artikel 3, lid 2, van bijlage VII bij het statuut 91,02 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt het minimumbedrag van de ontheemdingstoelage als bedoeld in artikel 69 van het statuut en in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van bijlage VII bij het statuut 505,39 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de in artikel 134 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden bedoelde ontheemdingstoelage 363,31 EUR.

Artikel 6

Met ingang van 1 januari 2012 wordt de in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het statuut bedoelde kilometervergoeding als volgt aangepast:

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen            0 tot en met 200 km

0,3790 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen               201 tot en met 1000 km

0,6316 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen               1001 tot en met 2000 km

0,3790 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen               2001 tot en met 3000 km

0,1262 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen               3001 tot en met 4000 km

0,0609 EUR per km voor het gedeelte van de afstand tussen               4001 tot en met 10.000 km

0 euro per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan         10.000 km.

Aan deze kilometervergoeding wordt een forfaitair supplement toegevoegd van:

 189,48 EUR als de afstand per spoor tussen de standplaats en de plaats van herkomst tussen 725 km en 1450 km bedraagt;

 378,93 EUR als de afstand per spoor tussen de standplaats en de plaats van herkomst meer dan 1450 km bedraagt.

Artikel 7

Met ingang van 1 juli 2011 bedraagt de in artikel 10, lid 1, van bijlage VII bij het statuut bedoelde dagvergoeding:

 39,17 EUR voor ambtenaren die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

 31,58 EUR voor ambtenaren die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

Artikel 8

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het minimumbedrag voor de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 24, lid 3, van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:

 1114,99 EUR voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

 662,97 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

Artikel 9

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het minimumbedrag voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 28 bis, lid 3, tweede alinea, van de regeling die van toepassing is op de andere personeels­leden vastgesteld op 1337,19 EUR en het maximumbedrag op 2674,39 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het vaste bedrag dat moet worden afgetrokken als bedoeld in artikel 28 bis, lid 7, van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op 1 215,63 EUR.

Artikel 10

Met ingang van 1 juli 2011 wordt de in artikel 93 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden opgenomen tabel van de maandelijkse basissalarissen vervangen door de volgende tabel:

FUNCTIE

GROEP

1/07/2011

SALARISTRAP

RANG

1

2

3

4

5

6

7

IV

18

5 832,42

5 953,71

6 077,52

6 203,91

6 332,92

6 464,62

6 599,06

17

5 154,85

5 262,04

5 371,47

5 483,18

5 597,20

5 713,60

5 832,42

16

4 555,99

4 650,73

4 747,45

4 846,17

4 946,95

5 049,83

5 154,85

15

4 026,70

4 110,44

4 195,92

4 283,18

4 372,25

4 463,17

4 555,99

14

3 558,90

3 632,91

3 708,46

3 785,58

3 864,31

3 944,67

4 026,70

13

3 145,45

3 210,86

3 277,63

3 345,80

3 415,37

3 486,40

3 558,90

III

12

4 026,63

4 110,36

4 195,84

4 283,09

4 372,15

4 463,07

4 555,88

11

3 558,86

3 632,87

3 708,41

3 785,53

3 864,25

3 944,60

4 026,63

10

3 145,43

3 210,84

3 277,61

3 345,77

3 415,34

3 486,36

3 558,86

9

2 780,03

2 837,84

2 896,86

2 957,09

3 018,59

3 081,36

3 145,43

8

2 457,08

2 508,17

2 560,33

2 613,57

2 667,92

2 723,40

2 780,03

II

7

2 779,98

2 837,80

2 896,82

2 957,07

3 018,58

3 081,36

3 145,45

6

2 456,97

2 508,07

2 560,24

2 613,49

2 667,84

2 723,33

2 779,98

5

2 171,49

2 216,65

2 262,76

2 309,82

2 357,86

2 406,91

2 456,97

4

1 919,18

1 959,10

1 999,84

2 041,44

2 083,90

2 127,24

2 171,49

I

3

2 364,28

2 413,35

2 463,43

2 514,56

2 566,74

2 620,01

2 674,39

2

2 090,12

2 133,50

2 177,78

2 222,98

2 269,11

2 316,21

2 364,28

1

1 847,76

1 886,11

1 925,25

1 965,21

2 005,99

2 047,63

2 090,12

Artikel 11

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het minimumbedrag van de in artikel 94 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden bedoelde inrichtingsvergoeding vastgesteld op:

 838,66 EUR voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

 497,22 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

Artikel 12

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het minimumbedrag voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 96, lid 3, tweede alinea, van de regeling die van toepassing is op de andere personeels­leden vastgesteld op 1002,90 EUR en het maximumbedrag op 2005,78 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het vaste bedrag dat moet worden afgetrokken als bedoeld in artikel 96, lid 7, van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op 911,73 EUR.

Met ingang van 1 juli 2011 wordt het minimumbedrag voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 136 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op 882,33 EUR en het maximumbedrag op 2076,07 EUR.

Artikel 13

Met ingang van 1 juli 2011 worden de in artikel 1, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad(9) bedoelde toeslagen voor continu- of ploegendienst vastgesteld op 382,17 EUR, 576,84 EUR, 630,69 EUR en 859,84 EUR.

Artikel 14

Met ingang van 1 juli 2011 wordt op de in artikel 4 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad(10) genoemde bedragen een coëfficiënt toegepast van 5,516766.

Artikel 15

Met ingang van 1 juli 2011 wordt de tabel in artikel 8, lid 2, van bijlage XIII bij het statuut vervangen door de volgende tabel:

1/07/2011

SALARISTRAP

RANG

1

2

3

4

5

6

7

8

16

16 919,04

17 630,00

18 370,84

18 370,84

18 370,84

18 370,84

 

 

15

14 953,61

15 581,98

16 236,76

16 688,49

16 919,04

17 630,00

 

 

14

13 216,49

13 771,87

14 350,58

14 749,83

14 953,61

15 581,98

16 236,76

16 919,04

13

11 681,17

12 172,03

12 683,51

13 036,39

13 216,49

 

 

 

12

10 324,20

10 758,04

11 210,11

11 521,99

11 681,17

12 172,03

12 683,51

13 216,49

11

9 124,87

9 508,31

9 907,86

10 183,52

10 324,20

10 758,04

11 210,11

11 681,17

10

8 064,86

8 403,76

8 756,90

9 000,53

9 124,87

9 508,31

9 907,86

10 324,20

9

7 127,99

7 427,52

7 739,63

7 954,96

8 064,86

 

 

 

8

6 299,95

6 564,69

6 840,54

7 030,86

7 127,99

7 427,52

7 739,63

8 064,86

7

5 568,11

5 802,09

6 045,90

6 214,10

6 299,95

6 564,69

6 840,54

7 127,99

6

4 921,28

5 128,07

5 343,56

5 492,23

5 568,11

5 802,09

6 045,90

6 299,95

5

4 349,59

4 532,36

4 722,82

4 854,21

4 921,28

5 128,07

5 343,56

5 568,11

4

3 844,31

4 005,85

4 174,18

4 290,31

4 349,59

4 352,36

4 722,82

4 921,28

3

3 397,73

3 540,50

3 689,28

3 791,92

3 844,31

4 005,85

4 174,18

4 349,59

2

3 003,02

3 129,21

3 260,71

3 351,42

3 397,73

3 540,50

3 689,28

3 844,31

1

2 654,17

2 765,70

2 881,92

2 962,10

3 003,02

 

 

 

Artikel 16

Met ingang van 1 juli 2011 wordt, voor de toepassing van artikel 18, lid 1, van bijlage XIII bij het statuut, de vaste vergoeding genoemd in het vroegere artikel 4 bis van bijlage VII bij het statuut dat vóór 1 mei 2004 van kracht was, vastgesteld op:

-          131,84 EUR per maand voor ambtenaren in de rangen C4 en C5;

-          202,14 EUR per maand voor ambtenaren in de rangen C1, C2 en C3.

Artikel 17

Met ingang van 1 juli 2011 wordt de in artikel 133 van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden opgenomen tabel van de maandelijkse basissalarissen vervangen door de onderstaande tabel:

Rang

1

2

3

4

5

6

7

Basissalaris voltijds medewerker

1 680,76

1 958,08

2 122,97

2 301,75

2 495,58

2 705,73

2 933,59

Rang

8

9

10

11

12

13

14

Basissalaris voltijds medewerker

3 180,63

3 448,48

3 738,88

4 053,72

4 395,09

4 765,20

5 166,49

Rang

15

16

17

18

19

 

 

Basissalaris voltijds medewerker

5 601,56

6 073,28

6 584,71

7 139,21

7 740,41

 

 

Artikel 18

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De voorzitter                                                 De voorzitter

____________________

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(3)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(4)

      Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).

(5)

      Advies van 4 maart 2014 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(6)

      Advies van 3 maart 2014 (nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt).

(7)

      Standpunt van het Europees Parlement van ... [(PB ...)] [(nog niet in het in het Publicatieblad bekendgemaakt)] en besluit van de Raad van.... .

(8)

       Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 15).

(9)

       Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad van 9 februari 1976 tot vaststelling van de categorieën van begunstigden, de voorwaarden voor toekenning en de hoogte van de toeslagen die kunnen worden toegekend aan ambtenaren die hun werkzaam­heden verrichten in het kader van een continu- of ploegendienst (PB L 38 van 13.2.1976, blz. 1). Verordening aangevuld bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 1307/87 (PB L 124 van 13.5.1987, blz. 6).

(10)

       Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8).


PROCEDURE

Titel

houdende aanpassing, met ingang van 1 juli 2011, van de bezoldigingen en de pensioenen van de ambtenaren en de andere personeelsleden van de Europese Unie, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

Document- en procedurenummers

COM(2013)0895 – C7-0459/2013 – 2013/0438(COD)

Datum indiening bij EP

10.12.2013

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

12.12.2013

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

BUDG

12.12.2013

CONT

12.12.2013

 

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

15.1.2014

CONT

18.12.2013

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Dagmar Roth-Behrendt

16.12.2013

 

 

 

Datum goedkeuring

10.3.2014

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

18

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Luigi Berlinguer, Sebastian Valentin Bodu, Antonio Masip Hidalgo, Jiří Maštálka, Alajos Mészáros, Bernhard Rapkay, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Cecilia Wikström

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Eva Lichtenberger, Dagmar Roth-Behrendt

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Pablo Arias Echeverría, Jens Geier, Krzysztof Lisek, Svetoslav Hristov Malinov, Emma McClarkin, Sabine Verheyen, Justina Vitkauskaite Bernard, Wim van de Camp

Datum indiening

10.3.2014

Laatst bijgewerkt op: 11 maart 2014Juridische mededeling