Procedure : 2016/2114(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0344/2016

Ingediende teksten :

A8-0344/2016

Debatten :

PV 13/12/2016 - 3

Stemmingen :

PV 13/12/2016 - 5.3
CRE 13/12/2016 - 5.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0484

VERSLAG     
PDF 2849kWORD 356k
22 november 2016
PE 585.606v03-00 A8-0344/2016

over de algemene herziening van het Reglement van het Europees Parlement

(2016/2114(REG))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: Richard Corbett

PR_REG

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie begrotingscontrole
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie juridische zaken
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMINGIN DE TEN PRINCIPALE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de algemene herziening van het Reglement van het Europees Parlement

(2016/2114(REG))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 226 en 227 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie juridische zaken (A8-0344/2016),

1.  besluit onderstaande wijzigingen in zijn Reglement op te nemen;

2.  onderstreept dat deze wijzigingen op het Reglement terdege rekening houden met het bepaalde in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(1);

3.  verzoekt de secretaris-generaal de nodige maatregelen te nemen om de IT-systemen van het Parlement aan het gewijzigde Reglement aan te passen en geëigende elektronische applicaties ter beschikking te stellen, waaronder applicaties waarmee de behandeling van vragen die voor schriftelijk antwoord bij andere instellingen worden ingediend, kan worden gevolgd;

4.  besluit artikel 106, lid 4, van het Reglement te schrappen zodra de regelgevingsprocedure met toetsing uit alle bestaande wetgevingshandelingen is verwijderd en verzoekt de bevoegde diensten om in afwachting daarvan een voetnoot aan het artikel toe te voegen waarin naar de toekomstige schrapping wordt verwezen;

5.  verzoekt de Conferentie van voorzitters de Gedragscode voor onderhandelingen over dossiers volgens de gewone wetgevingsprocedure te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de artikelen 73 t/m 73 quinquies zoals die bij dit besluit zijn vastgesteld;

6.  wijst op de noodzaak om de bijlagen bij het Reglement te herzien, zodat deze alleen teksten bevatten die dezelfde rechtskracht hebben en dezelfde procedurele meerderheid vereisen als het Reglement zelf en als Bijlage VI die, hoewel voor de goedkeuring ervan een andere procedure en een andere meerderheid gelden, uitvoeringsmaatregelen van het Reglement bevat; wenst dat de overige bijlagen en andere teksten die relevant zijn voor het werk van de leden samengebracht worden in een compendium dat bij het Reglement wordt gevoegd;

7.  onderstreept dat deze wijzigingen op het Reglement in werking treden op de eerste dag van de vergaderperiode die volgt op de aanneming ervan, met uitzondering van artikel 212, lid 2, betreffende de samenstelling van interparlementaire delegaties, dat voor de bestaande delegaties in werking treedt bij de opening van de eerste zitting na de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement, die plaatsvinden in 2019;

8.  besluit dat de leden hun opgave van financiële belangen moeten aanpassen aan de wijziging van artikel 4 van bijlage I bij het Reglement, uiterlijk zes maanden nadat deze wijziging in werking is getreden; verzoekt het Bureau en de secretaris-generaal om binnen drie maanden na de inwerkingtreding de nodige maatregelen te nemen om de leden in staat te stellen deze aanpassingen door te voeren; besluit dat opgaven van financiële belangen die zijn ingediend op grond van de bepalingen van het Reglement die op de datum van goedkeuring van dit besluit van kracht waren, geldig blijven tot zes maanden na de inwerkingtreding; besluit dat deze laatste bepalingen ook gelden voor leden die tijdens deze periode hun mandaat aanvatten;

9.  verzoekt de Commissie constitutionele zaken om artikel 168 bis betreffende de vaststelling van nieuwe minimumaantallen te herzien, en om een jaar na de inwerkingtreding van dat artikel de toepassing van deze minimumaantallen voor bepaalde artikelen te evalueren;

10.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Amendement    1

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 2

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 2

Artikel 2

Ongebonden mandaat

Ongebonden mandaat

De leden van het Europees Parlement oefenen hun mandaat vrij uit. Zij mogen niet gebonden zijn door instructies en geen bindend mandaat aanvaarden.

In overeenstemming met artikel 6, lid 1, van de Akte van 20 september 1976 en met artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1, van het Statuut van de leden van het Europees Parlement, oefenen de leden hun mandaat vrij en onafhankelijk uit en mogen zij niet gebonden zijn door instructies en geen bindend mandaat aanvaarden.

Motivering

Wettelijk gezien zijn artikel 6, lid 1, van de Akte van 20 september 1976 en artikel 2, lid 1, en artikel 3, lid 1, van het Statuut van de leden de bronnen van het onafhankelijke mandaat. De voorgestelde verandering, die de exacte bewoording van deze bepalingen weerspiegelt, moet verwarring voorkomen.

Amendement    2

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 3

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Onderzoek van de geloofsbrieven

Onderzoek van de geloofsbrieven

1.  Na de verkiezingen voor het Europees Parlement verzoekt de Voorzitter de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het Parlement onverwijld de namen van de gekozen leden mede te delen zodat alle leden vanaf de opening van de eerste vergadering na de verkiezingen daadwerkelijk in het Parlement zitting kunnen nemen.

1  Na de verkiezingen voor het Europees Parlement verzoekt de Voorzitter de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het Parlement onverwijld de namen van de gekozen leden mede te delen zodat alle leden vanaf de opening van de eerste vergadering na de verkiezingen daadwerkelijk in het Parlement zitting kunnen nemen.

Tegelijkertijd vestigt de Voorzitter de aandacht van deze autoriteiten op de desbetreffende bepalingen van de Akte van 20 september 1976 en verzoekt hen de nodige maatregelen te treffen teneinde elke vorm van onverenigbaarheid met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te voorkomen.

Tegelijkertijd vestigt de Voorzitter de aandacht van deze autoriteiten op de desbetreffende bepalingen van de Akte van 20 september 1976 en verzoekt hen de nodige maatregelen te treffen teneinde elke vorm van onverenigbaarheid met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement te voorkomen.

2.  De leden van wier verkiezing aan het Parlement mededeling is gedaan, leggen, alvorens in het Parlement zitting te nemen, schriftelijk een verklaring af dat zij geen functie bekleden die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976. Na de algemene verkiezingen wordt deze verklaring zo mogelijk niet later dan zes dagen voor de constituerende vergadering van het Parlement afgelegd. Zolang de geloofsbrieven nog niet zijn onderzocht of over ingebrachte bezwaren nog niet is beslist, nemen de betrokkenen met volledige rechten zitting in het Parlement en zijn organen, mits zij de bovengenoemde schriftelijke verklaring hebben ondertekend.

2.  De leden van wier verkiezing aan het Parlement mededeling is gedaan, leggen, alvorens in het Parlement zitting te nemen, schriftelijk een verklaring af dat zij geen functie bekleden die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976. Na de algemene verkiezingen wordt deze verklaring zo mogelijk niet later dan zes dagen voor de constituerende vergadering van het Parlement afgelegd. Zolang de geloofsbrieven nog niet zijn onderzocht of over ingebrachte bezwaren nog niet is beslist, nemen de betrokkenen met volledige rechten zitting in het Parlement en zijn organen, mits zij de bovengenoemde schriftelijke verklaring hebben ondertekend.

Wanneer aan de hand van uit publiek toegankelijke bronnen te verifiëren feiten wordt vastgesteld dat een lid een functie bekleedt die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976, constateert het Parlement, op basis van de door zijn Voorzitter verstrekte informatie, dat de zetel vacant is.

Wanneer aan de hand van uit publiek toegankelijke bronnen te verifiëren feiten wordt vastgesteld dat een lid een functie bekleedt die onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976, constateert het Parlement, op basis van de door zijn Voorzitter verstrekte informatie, dat de zetel vacant is.

3.  Aan de hand van een verslag van de voor het onderzoek van de geloofsbrieven bevoegde commissie gaat het Parlement onverwijld over tot onderzoek van de geloofsbrieven en beslist het over de geldigheid van het mandaat van elk der nieuwgekozen leden, alsmede over eventuele bezwaren, ingebracht overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976, met uitzondering van die welke gebaseerd zijn op de nationale kieswetten.

3.  Aan de hand van een verslag van de bevoegde commissie gaat het Parlement onverwijld over tot onderzoek van de geloofsbrieven en beslist het over de geldigheid van het mandaat van elk der nieuwgekozen leden, alsmede over eventuele bezwaren, ingebracht overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976, met uitsluiting van die welke krachtens deze Akte exclusief vallen onder de nationale bepalingen waarnaar deze akte verwijst.

 

Het verslag van de bevoegde commissie stoelt op de officiële bekendmaking door elke lidstaat van de volledige verkiezingsuitslag, onder vermelding van de namen van de gekozen kandidaten en van die van hun eventuele vervangers in de uit de verkiezingsuitslag blijkende volgorde.

 

Het mandaat van een lid kan slechts geldig worden verklaard als de door dit artikel alsmede bijlage I van het Reglement vereiste schriftelijke verklaringen zijn opgesteld.

4.  Het verslag van de bevoegde commissie stoelt op de officiële bekendmaking door elke lidstaat van de volledige verkiezingsuitslag, onder vermelding van de namen van de gekozen kandidaten en van die van hun eventuele vervangers in de uit de verkiezingsuitslag blijkende volgorde.

 

Het mandaat van een lid kan slechts geldig worden verklaard als de door dit artikel alsmede bijlage I van het Reglement vereiste schriftelijke verklaringen zijn opgesteld.

 

Het Parlement kan zich op grond van een verslag van zijn bevoegde commissie op elk tijdstip uitspreken over eventuele bezwaren omtrent de geldigheid van het mandaat van een lid.

4.  Het Parlement gaat op grond van een voorstel van zijn bevoegde commissie onverwijld over tot onderzoek van de geloofsbrieven van individuele leden die uitgaande leden vervangen en kan zich op elk tijdstip uitspreken over eventuele bezwaren omtrent de geldigheid van het mandaat van een lid.

5.  Indien de benoeming van een lid voortvloeit uit het feit dat kandidaten van dezelfde lijst afzien van benoeming, ziet de bevoegde commissie erop toe dat niet-aanvaarding van het mandaat strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976 en met artikel 4, lid 3, van het Reglement.

5.  Indien de benoeming van een lid voortvloeit uit het feit dat kandidaten van dezelfde lijst afzien van benoeming, ziet de bevoegde commissie erop toe dat niet-aanvaarding van het mandaat strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976 en met artikel 4, lid 3, van het Reglement.

6.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat alle voor de uitoefening van het mandaat van een lid of voor de volgorde der vervangers relevante gegevens onverwijld door de autoriteiten van de lidstaten of de Unie ter kennis van het Parlement worden gebracht en dat in geval van een benoeming daarbij de datum waarop de benoeming van kracht wordt, wordt vermeld.

6.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat alle voor de verkiesbaarheid van een lid of voor de verkiesbaarheid of volgorde der vervangers relevante gegevens onverwijld door de autoriteiten van de lidstaten of de Unie ter kennis van het Parlement worden gebracht en dat in geval van een benoeming daarbij de datum waarop de benoeming van kracht wordt, wordt vermeld.

Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien van een lid een procedure openen op grond waarvan het mandaat van dit lid vervallen zou kunnen worden verklaard, verzoekt de Voorzitter deze autoriteiten hem regelmatig op de hoogte te stellen van de voortgang van de procedure. Hij verwijst de zaak naar de bevoegde commissie, op voorstel waarvan het Parlement zich over de zaak kan uitspreken.

Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten aanzien van een lid een procedure openen op grond waarvan het mandaat van dit lid vervallen zou kunnen worden verklaard, verzoekt de Voorzitter deze autoriteiten hem regelmatig op de hoogte te stellen van de voortgang van de procedure. Hij verwijst de zaak naar de bevoegde commissie, op voorstel waarvan het Parlement zich over de zaak kan uitspreken.

Motivering

The changes in paragraph 3 illustrate the fact that the "committee responsible" is clearly identified in Annex VI. The words "except those based on national electoral laws" are deleted as they are not fully in line with Article 12 of the Act of 1976, i.e. "other than those arising out of the national provisions to which the Act refers". Moreover, subparagraphs 1 and 2 of paragraph 4 are moved to paragraph 3 for consistency reasons.

As a consequence, paragraph 4 will consist of only its current subparagraph 3. This provision refers to what happens in the course of the legislative term when Members are replaced. The word "proposal" instead of "report" allows having recourse to a simplified procedure (i.e. ad hoc verification by letter) in unproblematic cases, in line with the standing practice.

Amendement    3

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 4

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Duur van het mandaat

Duur van het mandaat

1.  Het mandaat begint en eindigt overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976. Het eindigt ook bij overlijden of bij ontslagneming.

1.  Het mandaat begint en eindigt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 5 en 13 van de Akte van 20 september 1976.

2.  De leden blijven in functie tot aan de opening van de eerste vergadering van het Parlement na de verkiezingen.

 

3.  Een demissionair lid deelt de Voorzitter zijn ontslagneming alsook de datum van ingang daarvan mede. Deze datum moet binnen een termijn van drie maanden na de mededeling vallen. Van deze mededeling wordt in aanwezigheid van de secretaris-generaal of zijn vertegenwoordiger een proces-verbaal opgemaakt, dat door deze alsmede door het betrokken lid ondertekend wordt en onverwijld wordt voorgelegd aan de bevoegde commissie, die het op de agenda voor haar eerste vergadering volgend op de ontvangst van dit document plaatst.

3.  Een demissionair lid deelt de Voorzitter zijn ontslagneming alsook de datum van ingang daarvan mede. Deze datum moet binnen een termijn van drie maanden na de mededeling vallen. Van deze mededeling wordt in aanwezigheid van de secretaris-generaal of zijn vertegenwoordiger een proces-verbaal opgemaakt, dat door deze alsmede door het betrokken lid ondertekend wordt en onverwijld wordt voorgelegd aan de bevoegde commissie, die het op de agenda voor haar eerste vergadering volgend op de ontvangst van dit document plaatst.

Indien de bevoegde commissie van oordeel is dat de ontslagneming niet strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976, deelt zij dat aan het Parlement mede, zodat het kan besluiten al dan niet te constateren dat de zetel vacant is.

Indien de bevoegde commissie van oordeel is dat de ontslagneming strookt met de Akte van 20 september 1976, wordt de zetel vacant verklaard met ingang van de door het aftredende lid in de officiële mededeling vermelde datum en deelt de Voorzitter dat aan het Parlement mede.

Is dat niet het geval, dan wordt geconstateerd dat de zetel vacant is met ingang van de datum die door het demissionaire lid in het proces-verbaal van ontslagneming is aangegeven. Er wordt hierover niet door het Parlement gestemd.

Indien de bevoegde commissie van oordeel is dat de ontslagneming niet strookt met de Akte van 20 september 1976, stelt zij het Parlement voor om de zetel niet vacant te verklaren.

Voor uitzonderlijke omstandigheden, met name wanneer een of meerdere vergaderperioden plaatsvinden tussen de data waarop de ontslagneming ingaat en de eerste vergadering van de bevoegde commissie, waardoor de fractie waarbij het demissionaire lid is aangesloten de mogelijkheid wordt ontnomen het desbetreffende lid gedurende genoemde vergaderperioden te vervangen omdat niet is geconstateerd dat de zetel vacant is, wordt een vereenvoudigde procedure ingesteld. Krachtens deze procedure wordt de voor deze aangelegenheden verantwoordelijke rapporteur van de bevoegde commissie opdracht gegeven elke naar behoren ingediende ontslagneming onverwijld te bestuderen en de kwestie aan de voorzitter van de bevoegde commissie voor te leggen, mocht enige voor een fractie nadelige vorm van vertraging optreden, opdat deze overeenkomstig het bepaalde in lid 3:

 

– ofwel de Voorzitter van het Parlement namens deze commissie ervan in kennis stelt dat kan worden geconstateerd dat de zetel vacant is, of

 

– ofwel een buitengewone vergadering van diens commissie bijeenroept teneinde de door de rapporteur naar voren gebrachte moeilijkheden te bestuderen.

 

 

3 bis.  Indien er geen vergadering van de bevoegde commissie staat gepland tot de eerstvolgende vergaderperiode, onderzoekt de rapporteur van de bevoegde commissie onmiddellijk elke ontslagneming waarvan naar behoren mededeling is gedaan. Wanneer vertraging bij de beoordeling van de kennisgeving schadelijk zou zijn, verwijst de rapporteur de zaak door naar de voorzitter van de commissie, met het verzoek, krachtens lid 3, dat:

 

– de Voorzitter van het Parlement namens de commissie ervan in kennis wordt gesteld dat kan worden geconstateerd dat er een zetel vacant is, of

 

– een buitengewone vergadering van de commissie wordt bijeengeroepen teneinde de door de rapporteur naar voren gebrachte moeilijkheden te bestuderen.

4.  Indien door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van het einde van het mandaat van een lid van het Europees Parlement overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat, hetzij wegens onverenigbaarheden in de zin van artikel 7, lid 3, van de Akte van 20 september 1976, hetzij wegens het vervallen van het mandaat overeenkomstig artikel 13, lid 3, van die Akte, stelt de Voorzitter het Parlement ervan op de hoogte dat het mandaat is beëindigd op de door de lidstaat medegedeelde datum en verzoekt hij de lidstaat de vacante zetel onverwijld te doen bezetten.

4.  Wanneer door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Unie dan wel door het betrokken lid aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van een benoeming of verkiezing in een functie die in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976 onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, deelt de Voorzitter dat mede aan het Parlement, dat constateert dat de zetel vacant is vanaf de datum van de onverenigbaarheid.

Wanneer door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Unie dan wel door het betrokken lid aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van een benoeming of verkiezing in een functie die in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976 onverenigbaar is met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, deelt de Voorzitter dat mede aan het Parlement, dat constateert dat de zetel vacant is.

Wanneer door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aan de Voorzitter mededeling wordt gedaan van de beëindiging van het mandaat van een lid van het Europees Parlement overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat, hetzij wegens onverenigbaarheden in de zin van artikel 7, lid 3, van de Akte van 20 september 1976, hetzij wegens het vervallen van het mandaat overeenkomstig artikel 13, lid 3, van die Akte, deelt de Voorzitter het Parlement mede dat het mandaat van het betrokken lid is beëindigd op de door de lidstaat medegedeelde datum. Wanneer die datum niet wordt vermeld, eindigt het mandaat op de datum waarop de lidstaat de kennisgeving uitbracht.

5.  De autoriteiten van de lidstaten of de Unie stellen de Voorzitter in kennis van elke taak die zij een lid willen toevertrouwen. De Voorzitter legt de bevoegde commissie de vraag voor of de beoogde taak strookt met de letter en de geest van de Akte van 20 september 1976. De Voorzitter stelt het Parlement, het betrokken lid en de betrokken autoriteiten in kennis van de conclusies van deze commissie.

5.  Wanneer de autoriteiten van de lidstaten of de Unie de Voorzitter in kennis stellen van een taak die zij een lid willen toevertrouwen, legt de Voorzitter de bevoegde commissie de vraag voor of de beoogde taak strookt met de Akte van 20 september 1976. De Voorzitter stelt het Parlement, het betrokken lid en de betrokken autoriteiten in kennis van de conclusies van deze commissie.

6.  Als datum voor het einde van een mandaat en de aanvang van een vacature moet worden beschouwd

 

– bij ontslagneming: de datum waarop het Parlement heeft geconstateerd dat de zetel vacant is overeenkomstig het proces-verbaal van ontslagneming,

 

– bij benoeming of verkiezing in functies die onverenigbaar zijn met de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, in de zin van artikel 7, leden 1 en 2, van de Akte van 20 september 1976: de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten of de Unie dan wel de door het betrokken lid medegedeelde datum.

 

7.  Ingeval het Parlement constateert dat een zetel vacant is, brengt het de betrokken lidstaat ervan op de hoogte en verzoekt het deze de zetel onverwijld te doen bezetten.

7.  Ingeval het Parlement constateert dat een zetel vacant is, brengt de Voorzitter de betrokken lidstaat daarvan op de hoogte en verzoekt deze de zetel onverwijld te doen bezetten.

8.  Betwistingen met betrekking tot de geldigheid van het mandaat van een lid wiens geloofsbrieven zijn onderzocht, worden verwezen naar de bevoegde commissie, die onverwijld, doch uiterlijk bij het begin van de eerstvolgende vergaderperiode verslag uitbrengt aan het Parlement.

 

9.  Ingeval bij het aanvaarden of het afzien van het mandaat kennelijk sprake is geweest van feitelijke onjuistheden of van wilsgebrek, behoudt het Parlement zich het recht voor het desbetreffende mandaat ongeldig te verklaren, c.q. te weigeren te constateren dat de zetel vacant is.

9.  Ingeval bij het aanvaarden of het afzien van het mandaat kennelijk sprake is geweest van feitelijke onjuistheden of van wilsgebrek, kan het Parlement het desbetreffende mandaat ongeldig verklaren, c.q. weigeren te constateren dat de zetel vacant is.

Motivering

As regards paragraph 1, Article 13(1) of the Act of 1976 adds the case of "withdrawal of the mandate" to "death or resignation". However, since all these cases are covered by the Act of 1976, the second sentence of this paragraph is superfluous and can be deleted.

Paragraph 2 is deleted, as its content is already covered by the Act of 1976.

In paragraph 3, since the case of a problematic resignation is the exception and not the rule, subparagraphs 2 and 3 are inverted and their wording is streamlined.

The existing interpretation is converted into a new paragraph after paragraph 3 and its wording streamlined.

Subparagraphs 1 and 2 of paragraph 4 are inverted in order to reflect the order of the incompatibilities referred to in Article 7 of the Act of 1976. Their wording is also adapted (among other things, the last sentence of current subparagraph 1 is deleted as it is a mere repetition of current paragraph 7).

The amendment of paragraph 5 makes sure that it complies with the principle that Parliament’s Rules of Procedure may not impose obligations on other authorities, including those of the Member States.

Since the suggested wording of paragraphs 3 and 4 clarifies the date of the end of the term of office in all possible cases covered by the Act of 1976 (including resignation, incompatibilities or withdrawal of mandate), paragraph 6 becomes superfluous and can be deleted.

Paragraph 7 is in line with the existing practice.

Paragraph 8 is deleted as it is reflected in Rule 3 with the exception of the deadline, which can be deleted, as depending on the complexity of a dispute, this deadline "no later than the beginning of the next part-session" may prove to be too tight.

Paragraph 9 would become paragraph 7. "Shall reserve the right to" is a somewhat odd wording in the context and the amendment suggests to replace it with "may".

Amendement    4

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 5

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Voorrechten en immuniteiten

Voorrechten en immuniteiten

1.  De leden genieten voorrechten en immuniteiten overeenkomstig het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

1.  De leden genieten de voorrechten en immuniteiten bedoeld in het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

2.  De parlementaire immuniteit is geen persoonlijk voorrecht van de leden, doch een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden.

2.  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot voorrechten en immuniteiten zet het Parlement zich in voor de handhaving van zijn integriteit als democratische wetgevende vergadering en de waarborging van de onafhankelijkheid van zijn leden bij de uitvoering van hun taken. De parlementaire immuniteit is geen persoonlijk voorrecht van de leden, doch een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden.

3.  Het laissez-passer waarmede het lid zich vrij in de lidstaten kan bewegen, wordt hem verstrekt door de Voorzitter, zodra deze van diens verkiezing in kennis is gesteld.

3.  Een laissez-passer van de Europese Unie waarmede een lid zich vrij in de lidstaten en in andere landen die het als een geldig reisdocument erkennen kan bewegen, wordt hem op verzoek verstrekt door de Europese Unie, onder voorbehoud van toestemming van de Voorzitter van het Parlement.

 

3 bis.  In het kader van de uitoefening van hun mandaat beschikken de leden over het recht om, met inachtneming van het bepaalde in het Reglement, actief aan de werkzaamheden van de commissies en delegaties van het Parlement deel te nemen.

4.  De leden hebben recht op inzage van alle stukken die in het bezit zijn van het Parlement of van een commissie. De inzage van persoonlijke stukken en afrekeningen is voorbehouden aan het betrokken lid. Uitzonderingen op dit beginsel voor de omgang met documenten waarvan de toegang voor het publiek kan worden geweigerd op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, zijn in bijlage VII bij dit Reglement geregeld.

4.  De leden hebben recht op inzage van alle stukken die in het bezit zijn van het Parlement of van een commissie. De inzage van persoonlijke stukken en afrekeningen is voorbehouden aan het betrokken lid. Uitzonderingen op dit beginsel voor de omgang met documenten waarvan de toegang voor het publiek kan worden geweigerd op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, zijn in artikel 210 bis geregeld.

 

Met instemming van het Bureau kan een lid krachtens een met redenen omkleed besluit inzage in een document van het Parlement worden geweigerd, indien het Bureau na het lid gehoord te hebben tot de conclusie komt dat inzage tot een onaanvaardbare aantasting van de institutionele belangen van het Parlement of van het openbaar belang zou leiden en door het lid verlangd wordt op grond van in de privésfeer gelegen en persoonlijke motieven. Het lid kan tegen een dergelijk besluit binnen een maand na kennisgeving ervan een bezwaarschrift indienen. Een bezwaar is alleen ontvankelijk indien dit met redenen is omkleed. Over dit bezwaar beslist het Parlement zonder debat in de vergaderperiode die volgt op de indiening ervan.

Motivering

Lid 1 herhaalt artikel 6, lid 2, van de Akte van 1976. In het Engels kan het woord "shall" worden geschrapt omdat dit geen dispositief is, maar zuiver een feitelijke constatering.

Lid 2 bevat een basisbeginsel op het gebied van parlementaire immuniteiten, en het moet worden aangevuld met de eerste zin van artikel 6, lid 1.

In het gewijzigde lid 4 wordt Bijlage VII, deel A, geschrapt en vervangen door een nieuw artikel 210 bis.

Amendement    5

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 6

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 6

Artikel 6

Opheffing van vrijstelling van rechtsvervolging

Opheffing van vrijstelling van rechtsvervolging

1.  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot voorrechten en immuniteiten zet het Parlement zich in voor handhaving van zijn integriteit als democratische wetgevende vergadering en waarborging van de onafhankelijkheid van zijn leden bij de uitvoering van hun taken. Een verzoek om opheffing van de immuniteit wordt overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en de beginselen in dit artikel beoordeeld.

1.  Een verzoek om opheffing van de immuniteit wordt overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie en de beginselen in artikel 5, lid 2, beoordeeld.

2.  Wanneer een lid wordt verplicht als getuige of deskundige te verschijnen, is een verzoek om opheffing van de immuniteit niet noodzakelijk, mits

2.  Wanneer een lid wordt verplicht als getuige of deskundige te verschijnen, is een verzoek om opheffing van de immuniteit niet noodzakelijk, mits

– het lid niet wordt verplicht om op een zodanig tijdstip te verschijnen dat de uitvoering van zijn parlementaire taken wordt belemmerd of bemoeilijkt, of mits het lid een verklaring schriftelijk of in een andere vorm kan afleggen, zodat de uitvoering van zijn parlementaire taken niet wordt bemoeilijkt; alsmede

– het lid niet wordt verplicht om op een zodanig tijdstip te verschijnen dat de uitvoering van zijn parlementaire taken wordt belemmerd of bemoeilijkt, of mits het lid een verklaring schriftelijk of in een andere vorm kan afleggen, zodat de uitvoering van zijn parlementaire taken niet wordt bemoeilijkt; alsmede

– het lid niet wordt verplicht verklaringen af te leggen over onderwerpen waarover het op grond van zijn functie vertrouwelijke informatie heeft verkregen, die het meent niet openbaar te moeten maken.

– het lid niet wordt verplicht verklaringen af te leggen over onderwerpen waarover het op grond van zijn functie vertrouwelijke informatie heeft verkregen, die het meent niet openbaar te moeten maken.

(Betreft AM 25)

Motivering

Het eerste deel van lid 1 wordt verplaatst naar artikel 5, lid 2.

Amendement    6

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 7

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 7

Artikel 7

Verdediging van de voorrechten en van de immuniteit

Verdediging van de voorrechten en van de immuniteit

1.  Mochten de voorrechten en immuniteiten van een lid of een oud-lid door de autoriteiten van een lidstaat zijn geschonden, dan kan overeenkomstig artikel 9, lid 1, een verzoek om een besluit van het Parlement worden ingediend over de vraag of er al dan niet een schending van deze voorrechten en immuniteiten heeft plaatsgevonden.

1.  Mochten de voorrechten en immuniteiten van een lid of een oud-lid door de autoriteiten van een lidstaat zijn of dreigen te worden geschonden, dan kan overeenkomstig artikel 9, lid 1, een verzoek om een besluit van het Parlement worden ingediend over de vraag of er een schending van deze voorrechten en immuniteiten heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden.

2.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit kan met name worden ingediend, wanneer wordt geoordeeld dat de omstandigheden een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking vormen van de bewegingsvrijheid van de leden op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst van het Parlement, dan wel van een mening die is geuit of een stem die is uitgebracht tijdens de uitoefening van hun taken, of dat zij binnen het toepassingsgebied van artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie vallen.

2.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit kan met name worden ingediend, wanneer wordt geoordeeld dat de omstandigheden een bestuursrechtelijke of andersoortige beperking zouden vormen van de bewegingsvrijheid van de leden op hun reizen naar en van de plaats van bijeenkomst van het Parlement, dan wel van een mening die is geuit of een stem die is uitgebracht tijdens de uitoefening van hun taken, of dat zij binnen het toepassingsgebied van artikel 9 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie zouden vallen.

3.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid is niet ontvankelijk, wanneer reeds een verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit van dat lid is ontvangen in verband met dezelfde gerechtelijke procedure, ongeacht de vraag of er op dat tijdstip al dan niet een besluit was genomen.

3.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid is niet ontvankelijk, wanneer reeds een verzoek om opheffing of verdediging van de immuniteit van dat lid is ontvangen in verband met dezelfde feiten, ongeacht de vraag of er op dat tijdstip al dan niet een besluit was genomen.

4.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid wordt niet verder behandeld, wanneer een verzoek om opheffing van de immuniteit van dit lid in verband met dezelfde gerechtelijke procedure wordt ontvangen.

4.  Een verzoek om verdediging van de voorrechten en van de immuniteit van een lid wordt niet verder behandeld, wanneer een verzoek om opheffing van de immuniteit van dit lid in verband met dezelfde feiten wordt ontvangen.

5.  Wanneer een besluit is genomen om de voorrechten en de immuniteit van een lid niet te verdedigen, kan het lid een verzoek indienen om het besluit in het licht van ingediend nieuw bewijsmateriaal te heroverwegen. Het verzoek om heroverweging is niet ontvankelijk, wanneer overeenkomstig artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tegen het besluit beroep is ingesteld of wanneer de Voorzitter van oordeel is dat het ingediende nieuwe bewijsmateriaal onvoldoende onderbouwd is om een heroverweging te rechtvaardigen.

5.  Wanneer een besluit is genomen om de voorrechten en de immuniteit van een lid niet te verdedigen, kan het lid bij wijze van uitzondering een verzoek indienen om het besluit te heroverwegen door nieuw bewijsmateriaal in te dienen overeenkomstig artikel 9, lid 1. Het verzoek om heroverweging is niet ontvankelijk, wanneer overeenkomstig artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tegen het besluit beroep is ingesteld of wanneer de Voorzitter van oordeel is dat het ingediende nieuwe bewijsmateriaal onvoldoende onderbouwd is om een heroverweging te rechtvaardigen.

Motivering

As regards paragraph 1, the wording is revised insofar as it sounds very categorical as to the existence of an actual breach. It seems to imply the need for a final judgment or an otherwise irrevocable decision by a public authority prejudicing a Member, thus making potential breaches irrelevant. This, however, would make requests for defence possible only at a stage when Parliament's decision could be useless.

Paragraph 3, insofar as reference to the same legal proceedings, and not to the same facts, although providing legal certainty, might be too formalistic. If both criminal and civil proceedings have been instituted in respect of the same facts, but the waiver is requested for the former and the defence for the latter, Parliament might paradoxically adopt two different decisions.

As it stands, paragraph 5 does not set any limits to requests for reconsideration, which could be, therefore, endlessly reiterated. In order to prevent such situations, the amendment suggests adding the word "exceptionally" in the first sentence – after all, the decision to defend (or not to defend) a Member's immunity is of a non-binding nature (see Judgment in Marra, EU:C:2008:579, paragraphs 38-39).

Amendement    7

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 9

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 9

Artikel 9

Immuniteitsprocedures

Immuniteitsprocedures

1.  Ieder tot de Voorzitter gericht verzoek door een daartoe bevoegde autoriteit van een lidstaat om opheffing van de immuniteit van een lid, of door een lid of voormalig lid om verdediging van privileges en immuniteiten, wordt ter plenaire vergadering medegedeeld en verwezen naar de bevoegde commissie.

1.  Ieder tot de Voorzitter gericht verzoek door een daartoe bevoegde autoriteit van een lidstaat om opheffing van de immuniteit van een lid, of door een lid of voormalig lid om verdediging van privileges en immuniteiten, wordt ter plenaire vergadering medegedeeld en verwezen naar de bevoegde commissie.

Het lid of voormalig lid kan worden vertegenwoordigd door een ander lid. Het verzoek kan niet door een ander lid worden gedaan zonder toestemming van het betrokken lid.

1 bis.  Met instemming van het betrokken lid of voormalig lid kan het verzoek worden gedaan door een ander lid, die het betrokken lid of voormalig lid in alle fasen van de procedure vertegenwoordigt.

 

Het lid dat het betrokken lid of voormalig lid vertegenwoordigt, wordt niet betrokken bij het nemen van een besluit door de commissie.

2.  De commissie behandelt de verzoeken om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteiten onverwijld en met inachtneming van de relatieve complexiteit ervan.

2.  De commissie behandelt de verzoeken om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteiten onverwijld en met inachtneming van de relatieve complexiteit ervan.

3.  De commissie stelt een met redenen omkleed ontwerpbesluit op waarin wordt aanbevolen het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteit in te willigen dan wel af te wijzen.

3.  De commissie stelt een met redenen omkleed ontwerpbesluit op waarin wordt aanbevolen het verzoek om opheffing van de immuniteit of om verdediging van de voorrechten en immuniteit in te willigen dan wel af te wijzen. Amendementen daarop zijn niet ontvankelijk. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.

4.  De commissie kan de betrokken autoriteit om informatie of opheldering verzoeken die zij nodig acht om zich een oordeel te vormen over de wenselijkheid van opheffing of verdediging van de immuniteit.

4.  De commissie kan de betrokken autoriteit om informatie of opheldering verzoeken die zij nodig acht om zich een oordeel te vormen over de wenselijkheid van opheffing of verdediging van de immuniteit.

5.  Het betrokken lid krijgt de gelegenheid te worden gehoord en kan alle documenten of andere schriftelijke bewijsstukken overleggen die het lid voor het vormen van bovengenoemd oordeel nodig acht. Het betrokken lid kan zich doen vertegenwoordigen door een ander lid.

5.  Het betrokken lid krijgt de gelegenheid te worden gehoord en kan alle documenten of andere schriftelijke bewijsstukken overleggen die het lid voor het vormen van bovengenoemd oordeel nodig acht.

Behalve bij de hoorzitting zelf is het lid niet bij de debatten over het verzoek om opheffing of verdediging van zijn immuniteit aanwezig.

Behalve bij de hoorzitting zelf is het lid niet bij de debatten over het verzoek om opheffing of verdediging van zijn immuniteit aanwezig.

De voorzitter van de commissie nodigt het lid uit om te worden gehoord op een nader aangegeven datum en tijdstip. Het lid kan afstand doen van zijn recht om te worden gehoord.

De voorzitter van de commissie nodigt het lid uit om te worden gehoord op een nader aangegeven datum en tijdstip. Het lid kan afstand doen van zijn recht om te worden gehoord.

Verschijnt het lid niet op de hoorzitting conform de uitnodiging, dan wordt het lid geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht om te worden gehoord, tenzij het lid onder opgave van redenen verzoekt te worden verschoond van verschijning op de hoorzitting op de voorgestelde datum en tijd. De voorzitter van de commissie bepaalt of een dergelijk verschoningsverzoek in het licht van de opgegeven redenen wordt ingewilligd; hiertegen is geen beroep mogelijk.

Verschijnt het lid niet op de hoorzitting conform de uitnodiging, dan wordt het lid geacht afstand te hebben gedaan van zijn recht om te worden gehoord, tenzij het lid onder opgave van redenen verzoekt te worden verschoond van verschijning op de hoorzitting op de voorgestelde datum en tijd. De voorzitter van de commissie bepaalt of een dergelijk verschoningsverzoek in het licht van de opgegeven redenen wordt ingewilligd; hiertegen is geen beroep mogelijk.

Wanneer de voorzitter van de commissie het verschoningsverzoek inwilligt, nodigt hij het lid uit om te worden gehoord op e en nieuwe datum en tijdstip. Gaat het lid niet in op de tweede uitnodiging om te worden gehoord, dan wordt de procedure voortgezet zonder dat het lid is gehoord. Er kunnen dan geen nieuwe verzoeken om verschoning of om te worden gehoord meer worden aanvaard.

Wanneer de voorzitter van de commissie het verschoningsverzoek inwilligt, nodigt hij het lid uit om te worden gehoord op e en nieuwe datum en tijdstip. Gaat het lid niet in op de tweede uitnodiging om te worden gehoord, dan wordt de procedure voortgezet zonder dat het lid is gehoord. Er kunnen dan geen nieuwe verzoeken om verschoning of om te worden gehoord meer worden aanvaard.

6.  Indien het verzoek om opheffing op verscheidene punten van beschuldiging berust, kan elk van deze punten in een apart besluit worden behandeld. Het verslag van de commissie kan bij wijze van uitzondering het voorstel bevatten dat de opheffing van de immuniteit uitsluitend betrekking heeft op de strafrechtelijke vervolging, zonder dat het lid, zolang geen definitief vonnis is geveld, kan worden aangehouden of gevangengezet of tegen hem enige andere maatregel kan worden genomen die de uitoefening van zijn mandaat in de weg staat.

6.  Indien het verzoek om opheffing of verdediging op verscheidene punten van beschuldiging berust, kan elk van deze punten in een apart besluit worden behandeld. Het verslag van de commissie kan bij wijze van uitzondering het voorstel bevatten dat de opheffing of verdediging van de immuniteit uitsluitend betrekking heeft op de strafrechtelijke vervolging, zonder dat het lid, zolang geen definitief vonnis is geveld, kan worden aangehouden of gevangengezet of tegen hem enige andere maatregel kan worden genomen die de uitoefening van zijn mandaat in de weg staat.

7.  De commissie kan een met redenen omkleed advies uitbrengen over de bevoegdheid ter zake van de desbetreffende autoriteit en over de ontvankelijkheid van het verzoek, maar spreekt zich in geen geval uit over de vraag of het betrokken lid al dan niet schuldig is, noch over de wenselijkheid het betrokken lid wegens de meningen of handelingen die het lid worden verweten, strafrechtelijk te vervolgen, zelfs indien de commissie door de behandeling van het verzoek uitgebreide kennis van de zaak krijgt.

7.  De commissie kan een met redenen omkleed advies uitbrengen over de bevoegdheid ter zake van de desbetreffende autoriteit en over de ontvankelijkheid van het verzoek, maar spreekt zich in geen geval uit over de vraag of het betrokken lid al dan niet schuldig is, noch over de wenselijkheid het betrokken lid wegens de meningen of handelingen die het lid worden verweten, strafrechtelijk te vervolgen, zelfs indien de commissie door de behandeling van het verzoek uitgebreide kennis van de zaak krijgt.

8.  Zodra het verslag van de commissie bij het Parlement is ingediend, wordt het als eerste punt op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst. Amendementen op het (de) ontwerpbesluit(en) zijn niet ontvankelijk.

8.  Zodra het ontwerpbesluit van de commissie bij het Parlement is ingediend, wordt het op de agenda van de eerstvolgende vergadering geplaatst. Amendementen op het ontwerpbesluit zijn niet ontvankelijk.

Het debat heeft slechts betrekking op de argumenten vóór en tegen elk van de ontwerpbesluiten inzake opheffing of handhaving van de immuniteit, dan wel verdediging van een voorrecht of de immuniteit.

Het debat heeft slechts betrekking op de argumenten vóór en tegen elk van de ontwerpbesluiten inzake opheffing of handhaving van de immuniteit, dan wel verdediging van een voorrecht of de immuniteit.

Onverminderd het bepaalde in artikel 164 mag het lid om wiens voorrechten of immuniteiten het gaat tijdens het debat niet het woord voeren.

Onverminderd het bepaalde in artikel 164 mag het lid om wiens voorrechten of immuniteiten het gaat tijdens het debat niet het woord voeren.

Het (De) in het verslag vervatte ontwerpbesluit(en) wordt (worden) bij de eerstvolgende stemming na het debat in stemming gebracht.

Het (De) in het verslag vervatte ontwerpbesluit(en) wordt (worden) bij de eerstvolgende stemming na het debat in stemming gebracht.

Na de behandeling door het Parlement vindt over elk van de in het verslag vervatte ontwerpbesluiten een aparte stemming plaats. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.

Na de behandeling door het Parlement vindt over elk van de in het verslag vervatte ontwerpbesluiten een aparte stemming plaats. Bij verwerping van een ontwerpbesluit wordt het tegengestelde besluit geacht te zijn aangenomen.

9.  De Voorzitter stelt het lid in kwestie en de bevoegde autoriteit van de lidstaat die hierbij betrokken is, onverwijld van het besluit van het Parlement in kennis met het verzoek om de Voorzitter in kennis te stellen van alle ontwikkelingen in de desbetreffende zaak en van de gerechtelijke besluiten die dientengevolge zijn genomen. Zodra de Voorzitter deze inlichtingen ontvangt, deelt hij deze aan het Parlement mede in de door hem meest geschikt geachte vorm, zo nodig na raadpleging van de bevoegde commissie.

9.  De Voorzitter stelt het lid in kwestie en de bevoegde autoriteit van de lidstaat die hierbij betrokken is, onverwijld van het besluit van het Parlement in kennis met het verzoek om de Voorzitter in kennis te stellen van alle ontwikkelingen in de desbetreffende zaak en van de gerechtelijke besluiten die dientengevolge zijn genomen. Zodra de Voorzitter deze inlichtingen ontvangt, deelt hij deze aan het Parlement mede in de door hem meest geschikt geachte vorm, zo nodig na raadpleging van de bevoegde commissie.

10.  De commissie behandelt de zaak en de ontvangen documenten met de grootste vertrouwelijkheid.

10.  De commissie behandelt de zaak en de ontvangen documenten met de grootste vertrouwelijkheid. De behandeling door de commissie van verzoeken in verband met de immuniteitsprocedures vindt altijd met gesloten deuren plaats.

11.  De commissie kan na raadpleging van de lidstaten een indicatieve lijst van autoriteiten van de lidstaten opstellen die bevoegd zijn tot indiening van een verzoek om opheffing van de immuniteit van een lid.

11.  Het Parlement onderzoekt alleen verzoeken om opheffing van de immuniteit van een lid die zijn ingediend door de gerechtelijke autoriteiten of door de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten.

12.  De commissie formuleert de beginselen voor de toepassing van dit artikel.

12.  De commissie formuleert de beginselen voor de toepassing van dit artikel.

13.  Elk door een bevoegde autoriteit ingediend verzoek om informatie over de reikwijdte van de voorrechten en immuniteiten van de leden wordt behandeld volgens bovenstaande bepalingen.

13.  Elk door een bevoegde autoriteit ingediend verzoek om informatie over de reikwijdte van de voorrechten en immuniteiten van de leden wordt behandeld volgens bovenstaande bepalingen.

Motivering

The current interpretation following paragraph 1is converted into a new paragraph and the last part of paragraph 5 is aligned to it.

The amendment to paragraph 3 seeks to clarify that the same principles referred to in paragraph 8 of this Rule also apply at committee level.

For practical reasons, it is not always possible to place an immunity case at the head of the agenda. The amendment to paragraph 8 adapts the text to this reality. It also replaces the word ‘report’ by the more appropriate expression ‘proposal for a decision’, consistently with the wording of Rule 9(3) and (8), fourth subparagraph. At the same time, the existing mechanism consisting of a systematic plenary vote on every immunity case is preserved as the most objective and appropriate to ensure the fair treatment of all Members and have decisions on their immunity taken by Parliament as a whole.

The last sentence added to paragraph 10 comes from Rule 115 paragraph 4.

As regards the changes to paragraph 11, they try to address the fact that in some jurisdictions private persons can submit requests for the waiver of a Member's immunity without the filter of any public authority (so called private prosecution). The issue of the 'competent authority' is thus not settled. The change states that requests for waiver should be either addressed to Parliament by the competent prosecutor's office or court or transmitted by the permanent representation to the EU. Private parties' requests for a waiver of immunity will have to be streamlined by the Permanent Representations.

Amendement    8

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 10

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 10

Schrappen

Tenuitvoerlegging van het Statuut van de leden

 

Het Parlement stelt het Statuut van de leden van het Europees Parlement en eventuele wijzigingen hierop vast op basis van een voorstel van de ter zake bevoegde commissie. Het bepaalde in artikel 150, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing. Het Bureau is bevoegd voor de toepassing van deze voorschriften en beslist over het financieel kader op basis van de jaarlijkse begroting.

 

Motivering

De tekst van het artikel heeft niet alleen betrekking op de "tenuitvoerlegging" van het Statuut: de eerste zin heeft betrekking op de vaststelling en wijziging ervan, maar is niet nodig gezien de invoeging van artikel 45. De tweede zin lijkt niet zinvol te zijn, omdat in dergelijke gevallen normaliter om wijzigingen zou worden verzocht. De derde zin is opgenomen in artikel 25, lid 14 ter (nieuw), in een iets andere bewoording.

Amendement    9

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 11

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 11

Artikel 11

Financiële belangen van de leden, gedragsregels, verplicht transparantieregister en toegang tot het Parlement

Financiële belangen van de leden en gedragsregels

1.  Het Parlement stelt transparantieregels inzake de financiële belangen van zijn leden vast, in de vorm van een bij meerderheid van zijn leden overeenkomstig artikel 232 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde gedragscode, die als bijlage bij dit Reglement is gevoegd1.

1.  Het Parlement stelt transparantieregels inzake de financiële belangen van zijn leden vast, in de vorm van een bij meerderheid van zijn leden vastgestelde gedragscode, die als bijlage bij dit Reglement is gevoegd1.

Deze regels mogen op generlei wijze een belemmering noch beperking vormen voor de uitoefening van het mandaat en daarmee samenhangende politieke of andere activiteiten.

Deze regels mogen anderszins geen belemmering of beperking vormen voor de uitoefening van het mandaat en daarmee samenhangende politieke of andere activiteiten.

2.  Het gedrag van de leden wordt ingegeven door onderling respect, berust op de waarden en beginselen zoals vastgelegd in de basisteksten van de Europese Unie, doet geen afbreuk aan de waardigheid van het Parlement en mag het goede verloop van de werkzaamheden van het Parlement niet in gevaar brengen, noch de rust in de gebouwen van het Parlement verstoren. De leden nemen de voorschriften van het Parlement in acht met betrekking tot de behandeling van vertrouwelijke informatie.

2.  Het gedrag van de leden wordt ingegeven door onderling respect, berust op de waarden en beginselen zoals vastgelegd in de Verdragen en het Handvest van de grondrechten, en doet geen afbreuk aan de waardigheid van het Parlement. Voorts mag dit gedrag het goede verloop van de werkzaamheden van het Parlement, het handhaven van veiligheid en orde in de gebouwen van het Parlement en de werking van de apparatuur van het Parlement niet in gevaar brengen.

 

De leden onthouden zich in parlementaire beraadslagingen van lasterlijke, racistische en xenofobe taaluitingen of gedragingen, alsook van het ontvouwen van spandoeken.

 

De leden nemen de voorschriften van het Parlement met betrekking tot de behandeling van vertrouwelijke informatie in acht.

Niet-naleving van deze grondbeginselen en voorschriften kan leiden tot het nemen van maatregelen overeenkomstig de artikelen 165, 166 en 167.

Niet-naleving van deze grondbeginselen en voorschriften kan leiden tot het nemen van maatregelen overeenkomstig de artikelen 165, 166 en 167.

3.  De toepassing van dit artikel doet op generlei wijze afbreuk aan de levendigheid van de parlementaire debatten noch aan de vrijheid van spreken van de leden.

3.  De toepassing van dit artikel doet anderszins geen afbreuk aan de levendigheid van de parlementaire debatten noch aan de vrijheid van spreken van de leden.

Zij is gebaseerd op de volledige inachtneming van de prerogatieven van de leden, zoals vastgelegd in het primaire recht en het Statuut van de leden.

Zij is gebaseerd op de volledige inachtneming van de prerogatieven van de leden, zoals vastgelegd in het primaire recht en het Statuut van de leden.

Zij berust op het beginsel van transparantie en waarborgt dat elke bepaling ter zake ter kennis wordt gebracht van de leden, die persoonlijk van hun rechten en plichten in kennis worden gesteld.

Zij berust op het beginsel van transparantie en waarborgt dat elke bepaling ter zake ter kennis wordt gebracht van de leden, die persoonlijk van hun rechten en plichten in kennis worden gesteld.

 

3 bis.  Indien een persoon die werkt voor een lid of een persoon die door een lid toegang tot de gebouwen of apparatuur van het Parlement is verschaft, zich niet houdt aan de in lid 2 vastgestelde gedragsregels, kunnen, indien passend, de in artikel 166 omschreven sancties aan het betrokken lid worden opgelegd.

4.  De quaestoren stellen aan het begin van elke zittingsperiode het maximum aantal door elk lid te accrediteren medewerkers (geaccrediteerde medewerkers) vast.

4.  De quaestoren stellen het maximum aantal door elk lid te accrediteren medewerkers vast.

5.  De quaestoren zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van toegangspasjes met een lange geldigheidsduur aan personen die niet tot de instellingen van de Unie behoren. Deze toegangspasjes zijn maximaal één jaar geldig en kunnen worden verlengd. De nadere voorschriften voor het gebruik van deze pasjes worden door het Bureau vastgesteld.

 

Deze toegangspasjes kunnen worden verstrekt aan:

 

– personen die zijn ingeschreven in het transparantieregister2, of die een organisatie vertegenwoordigen of werken voor een organisatie die in dit register is ingeschreven; inschrijving geeft echter geen automatisch recht op een pasje;

 

– personen die frequent toegang tot de gebouwen van het Parlement wensen, maar die niet onder het toepassingsgebied van het akkoord over de invoering van een transparantieregister vallen3;

 

– plaatselijke medewerkers van de leden alsook personen die de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's assisteren.

 

6.  Degenen die zich inschrijven in het transparantieregister moeten in het kader van hun betrekkingen met het Parlement het volgende naleven:

 

– de als bijlage bij het akkoord gevoegde gedragscode4;

 

– de in het akkoord vastgelegde procedures en andere verplichtingen; alsmede

 

– de bepalingen van dit artikel alsook de uitvoeringsbepalingen ervan.

 

7.  De quaestoren bepalen in welke mate de gedragscode van toepassing is op personen die wel over een toegangspasje met een lange geldigheidsduur beschikken, maar niet onder het toepassingsgebied van het akkoord vallen.

 

8.  Het toegangspasje wordt bij met redenen omkleed besluit van de quaestoren ingetrokken in de volgende gevallen:

 

– bij schrapping uit het transparantieregister, behalve wanneer er zwaarwegende redenen zijn die intrekking ervan in de weg staan;

 

– bij ernstige inbreuk op de in lid 6 genoemde verplichtingen.

 

9.  Het Bureau stelt, op voorstel van de secretaris-generaal, de nodige maatregelen vast voor de tenuitvoerlegging van het transparantieregister, overeenkomstig de bepalingen van het akkoord over de invoering van dit register.

 

De bepalingen ter uitvoering van leden 5 tot en met 8 worden nader omschreven in een bijlage5.

 

10.  De gedragsregels, rechten en voorrechten van de oud-leden worden vastgesteld bij besluit van het Bureau. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de behandeling van oud-leden.

10.  De gedragsregels, rechten en voorrechten van de oud-leden worden vastgesteld bij besluit van het Bureau. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de behandeling van oud-leden.

__________________

__________________

1 Zie bijlage I.

1 Zie bijlage I.

2 Bij het akkoord over de invoering van een gemeenschappelijk Transparantieregister van het Europees Parlement en de Europese Commissie ingesteld register voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het EU-beleid (zie bijlage IX, deel B).

 

3 Zie bijlage IX, deel B.

 

4 Zie bijlage 3 bij het akkoord in bijlage IX, deel B.

 

5 Zie bijlage IX, deel A.

 

Motivering

As regards the amendment to the title, it reflects the fact that the Register is mandatory for the institutions, not for those registered therein. Registration facilitates the interaction with the EU institutions which represents an important incentive.

Paragraph 3a (new) comes from Annex XV §2 1st subparagraph (“Members shall be held responsible for any failure by persons whom they employ or for whom they arrange access to Parliament to comply on Parliament's premises with the standards of conduct applicable to Members”) and is reworded, with a view to clarifying its meaning.

As regards the amendment to paragraph 4, art. 34 § 9 of the Implementing measures concerning the Members’ Statute, adopted by the Bureau, states the following: “The number of contracts between a Member and accredited assistants in force at any given time may not exceed three, regardless of the duration of work provided for in those contracts. This limit may be increased to four if an exemption is expressly granted by the President of Parliament following verification by the relevant department that the Member concerned has sufficient office space to comply with the standards applicable to the use of Parliament’s buildings, taking into account also the number of trainees that may be present.”

The contents of Rule 11(5) to (9) will become part of new Rule 116a and their wording will be streamlined.

Amendement    10

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 12

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 12

Artikel 12

Interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

Interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

De in het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) vervatte gemeenschappelijke regeling houdende maatregelen ter bevordering van een goed verloop van de onderzoeken van het Bureau is binnen het Parlement van toepassing, overeenkomstig het besluit van het Parlement, dat als bijlage bij dit Reglement gaat6.

De in het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) vervatte gemeenschappelijke regeling houdende maatregelen ter bevordering van een goed verloop van de onderzoeken van het Bureau is binnen het Parlement van toepassing, overeenkomstig het besluit van het Parlement van 18 november 1999 betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van interne onderzoeken op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit die schadelijk is voor de belangen van de Gemeenschappen.

__________________

 

6 Zie bijlage XI.

 

Amendement    11

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 13

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 13

Artikel 13

Waarnemers

Waarnemers

1.  Wanneer er een verdrag betreffende de toetreding van een staat tot de Europese Unie is ondertekend, kan de Voorzitter met de instemming van de Conferentie van voorzitters het parlement van de toetredende staat uitnodigen uit zijn midden een aantal waarnemers aan te wijzen dat gelijk is aan het toekomstig aantal zetels van die staat in het Europees Parlement.

1.  Wanneer er een verdrag betreffende de toetreding van een staat tot de Europese Unie is ondertekend, kan de Voorzitter met de instemming van de Conferentie van voorzitters het parlement van de toetredende staat uitnodigen uit zijn midden een aantal waarnemers aan te wijzen dat gelijk is aan het toekomstig aantal zetels van die staat in het Europees Parlement.

2.  Deze waarnemers nemen deel aan de werkzaamheden van het Parlement totdat het toetredingsverdrag in werking treedt, en hebben spreekrecht in commissies en fracties. Zij hebben geen stemrecht en zijn niet verkiesbaar voor functies in het Parlement. Hun deelname heeft geen rechtsgevolgen voor de werkzaamheden van het Parlement.

2.  Deze waarnemers nemen deel aan de werkzaamheden van het Parlement totdat het toetredingsverdrag in werking treedt, en hebben spreekrecht in commissies en fracties. Zij hebben geen stemrecht, zijn niet verkiesbaar voor functies in het Parlement en kunnen het Parlement niet naar buiten toe vertegenwoordigen. Hun deelname heeft geen rechtsgevolgen voor de werkzaamheden van het Parlement.

3.  Zij krijgen dezelfde behandeling als een lid van het Parlement wat betreft het gebruik van de faciliteiten van het Parlement en de vergoeding van de kosten die met hun functie van waarnemer verband houden.

3.  Zij krijgen dezelfde behandeling als een lid van het Parlement wat betreft het gebruik van de faciliteiten van het Parlement en de vergoeding van reis- en verblijfskosten die met hun functie van waarnemer verband houden.

Amendement    12

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 14

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 14

Artikel 14

Voorlopig voorzitterschap

Voorlopig voorzitterschap

1.  In de vergadering, als bedoeld in artikel 146, lid 2, alsmede in elke andere vergadering die gewijd is aan de verkiezing van de Voorzitter en van het Bureau, neemt de oud-voorzitter, of bij diens afwezigheid, een van de oud-ondervoorzitters in volgorde van rangorde, of bij hun afwezigheid, het langst zittende lid, het ambt van voorzitter waar, totdat de Voorzitter voor gekozen is verklaard.

1.  In de vergadering, als bedoeld in artikel 146, lid 2, alsmede in elke andere vergadering die gewijd is aan de verkiezing van de Voorzitter en van het Bureau, neemt de oud-voorzitter, of bij diens afwezigheid, een van de oud-ondervoorzitters in volgorde van rangorde, of bij hun afwezigheid, het langst zittende lid, het ambt van voorzitter waar, totdat de Voorzitter voor gekozen is verklaard.

2.  Alleen beraadslagingen die betrekking hebben op de verkiezing van de Voorzitter of het onderzoek van de geloofsbrieven kunnen plaatsvinden onder voorzitterschap van het lid dat overeenkomstig lid 1 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent.

2.  Alleen beraadslagingen die betrekking hebben op de verkiezing van de Voorzitter of het onderzoek van de geloofsbrieven overeenkomstig de tweede alinea van artikel 3, lid 2, kunnen plaatsvinden onder voorzitterschap van het lid dat overeenkomstig lid 1 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent. Alle andere vraagstukken die in verband met het onderzoek van de geloofsbrieven worden opgeworpen onder diens voorzitterschap, worden verwezen naar de ten principale bevoegde commissie.

Het lid dat overeenkomstig lid 1 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, oefent de bevoegdheden uit van de Voorzitter als bedoeld in artikel 3, lid 2, tweede alinea. Alle andere kwesties die in verband met het onderzoek van de geloofsbrieven worden opgeworpen onder diens voorzitterschap, worden verwezen naar de commissie belast met het onderzoek van de geloofsbrieven.

 

Motivering

De interpretatie is opgenomen in lid 2 van dit artikel.

Amendement    13

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 15

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 15

Artikel 15

Voordracht van kandidaten en algemene bepalingen

Voordracht van kandidaten en algemene bepalingen

1.  De Voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren worden bij geheime stemming gekozen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 182. Voordrachten geschieden met instemming van de betrokkenen, en wel door een fractie of ten minste veertig leden. Wanneer het aantal voorgedragen kandidaten niet groter is dan het aantal te vervullen zetels, kunnen zij bij acclamatie worden gekozen.

1.  De Voorzitter wordt bij geheime stemming gekozen, gevolgd door de ondervoorzitters en de quaestoren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 182.

 

Voordrachten geschieden met instemming van de betrokkenen, en wel door een fractie of ten minste veertig leden. Voor elke stemming kunnen nieuwe voordrachten worden ingediend.

 

Wanneer het aantal voorgedragen kandidaten niet groter is dan het aantal te vervullen zetels, worden zij bij acclamatie gekozen, tenzij ten minste een vijfde van de leden van het Parlement om een geheime stemming verzoekt.

 

Indien bij een stemming meer dan één ambtsdrager moet worden gekozen, is het stembriefje slechts geldig wanneer meer dan de helft van de beschikbare stemmen is uitgebracht.

Wanneer één ondervoorzitter moet worden vervangen en er slechts één kandidaat is, kan deze bij acclamatie worden gekozen. De Voorzitter bepaalt of de verkiezing bij acclamatie dan wel bij geheime stemming plaatsvindt. De gekozen kandidaat neemt de rangorde van de te vervangen ondervoorzitter over.

 

2.  Bij de verkiezing van de Voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren dient over het geheel genomen rekening te worden gehouden met een billijke vertegenwoordiging van de lidstaten en van de politieke stromingen.

2.  Bij de verkiezing van de Voorzitter, de ondervoorzitters en de quaestoren dient over het geheel genomen rekening te worden gehouden met een billijke vertegenwoordiging van politieke stromingen, alsook geografisch en genderevenwicht.

Motivering

In verband met de wijziging van lid 1, is de huidige praktijk dat sommige fracties de voordrachten voor alle stemmingen in één keer indienen, terwijl andere dat voor elke afzonderlijke stemming doen. De wijziging wordt ook weerspiegeld in artikel 16.

De interpretatie wordt geschrapt, aangezien de eerste twee zinnen ervan worden opgenomen in de derde alinea van lid 1 van het artikel. De laatste zin van de interpretatie voegt niets toe aan artikel 20, lid 1, alinea 2, en wordt daarom geschrapt.

De wijziging van lid 2 brengt de bewoording in overeenstemming met die van het Statuut van de ambtenaren.

Amendement    14

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 16

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 16

Artikel 16

Verkiezing van de Voorzitter - Openingstoespraak

Verkiezing van de Voorzitter - Openingstoespraak

1.  Eerst wordt overgegaan tot de verkiezing van de Voorzitter. De voordrachten moeten, vóór iedere stemming, worden medegedeeld aan het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, dat daarvan kennis geeft aan het Parlement. Indien na drie stemrondes geen kandidaat de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen heeft behaald, kunnen bij de vierde stemronde alleen kandidaat zijn de twee leden die bij de derde stemronde het grootste aantal stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen wordt de kandidaat met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.

1.  De voordrachten voor het ambt van voorzitter moeten worden medegedeeld aan het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, dat daarvan kennis geeft aan het Parlement. Indien na drie stemrondes geen kandidaat de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen heeft behaald, kunnen bij de vierde stemronde, in afwijking van artikel 15, lid 1, alleen de twee leden kandidaat zijn die bij de derde stemronde het grootste aantal stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen wordt de kandidaat met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.

2.  Zodra de Voorzitter is gekozen, draagt het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, het voorzitterschap over. Alleen de gekozen Voorzitter kan een openingstoespraak houden.

2.  Zodra de Voorzitter is gekozen, draagt het lid dat overeenkomstig artikel 14 voorlopig het ambt van voorzitter uitoefent, het voorzitterschap over. Alleen de gekozen Voorzitter kan een openingstoespraak houden.

Motivering

De schrapping van "vóór iedere stemming" weerspiegelt het voorstel tot wijziging van artikel 15, lid 1.

Amendement    15

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 17

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 17

Artikel 17

Verkiezing van de ondervoorzitters

Verkiezing van de ondervoorzitters

1.  Vervolgens wordt overgegaan tot de verkiezing van de ondervoorzitters, en wel met behulp van één stembriefje. In de eerste stemronde zijn, tot een maximum aantal van veertien en in de volgorde van het aantal behaalde stemmen, diegenen gekozen die de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen hebben behaald. Indien het aantal aldus gekozen kandidaten kleiner is dan het aantal te vervullen zetels, wordt op dezelfde wijze overgegaan tot een tweede stemronde voor de resterende zetels. Indien een derde stemronde nodig is, is een gewone meerderheid voor de nog te vervullen zetels voldoende. Bij staking van stemmen worden de kandidaten met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.

1.  Vervolgens wordt overgegaan tot de verkiezing van de ondervoorzitters, en wel met behulp van één stemming. In de eerste stemronde zijn, tot een maximum aantal van veertien en in de volgorde van het aantal behaalde stemmen, diegenen gekozen die de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen hebben behaald. Indien het aantal aldus gekozen kandidaten kleiner is dan het aantal te vervullen zetels, wordt op dezelfde wijze overgegaan tot een tweede stemronde voor de resterende zetels. Indien een derde stemronde nodig is, is een gewone meerderheid voor de nog te vervullen zetels voldoende. Bij staking van stemmen worden de kandidaten met de hoogste leeftijd voor gekozen verklaard.

Ofschoon bij de verkiezing van de ondervoorzitters anders dan in artikel 16, lid 1, niet uitdrukkelijk gewag wordt gemaakt van de voordracht van nieuwe kandidaten tussen de verschillende stemrondes, is zulks rechtmatig wegens de soevereiniteit van het Parlement, dat over iedere mogelijke kandidaat moet kunnen beslissen, te meer daar zonder deze mogelijkheid afbreuk zou kunnen worden gedaan aan het goede verloop van de verkiezing.

 

2.  Behoudens het bepaalde in artikel 20, lid 1, wordt de rangorde der ondervoorzitters bepaald door de volgorde waarin zij zijn gekozen, en, bij staking van stemmen, door hun leeftijd.

2.  Behoudens het bepaalde in artikel 20, lid 1, wordt de rangorde der ondervoorzitters bepaald door de volgorde waarin zij zijn gekozen, en, bij staking van stemmen, door hun leeftijd.

Wanneer de verkiezing bij acclamatie is geschied, wordt de rangorde vervolgens bij geheime stemming bepaald.

Wanneer de verkiezing bij acclamatie is geschied, wordt de rangorde vervolgens bij geheime stemming bepaald.

Motivering

Deze geschrapte interpretatie wordt weerspiegeld in de voorgestelde wijzigingen in artikel 15, lid 1.

Amendement    16

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 18

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 18

Artikel 18

Verkiezing van de quaestoren

Verkiezing van de quaestoren

Na de verkiezing van de ondervoorzitters gaat het Parlement over tot de verkiezing van vijf quaestoren.

Het Parlement kiest vijf quaestoren, volgens dezelfde procedure als de verkiezing van de ondervoorzitters.

Zij worden op dezelfde wijze gekozen als de ondervoorzitters.

 

Motivering

De twee zinnen van artikel 18 worden samengevoegd.

Amendement    17

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 19

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 19

Artikel 19

Ambtstermijn

Ambtstermijn

1.  De ambtstermijn van de Voorzitter, ondervoorzitters en quaestoren bedraagt twee-en-een-half jaar.

1.  De ambtstermijn van de Voorzitter, ondervoorzitters en quaestoren bedraagt twee en een half jaar.

Een lid dat van fractie verandert, behoudt voor de resterende duur van zijn ambtstermijn van twee-en-een-half jaar zijn zetel in het Bureau of College van quaestoren.

Een lid dat van fractie verandert, behoudt voor de resterende duur van zijn ambtstermijn van twee en een half jaar zijn zetel in het Bureau of zijn functie als quaestor.

2.  Indien vóór het verstrijken van deze termijn in een vacature moet worden voorzien, vervult het hiervoor gekozen lid deze functie slechts voor de resterende duur van de ambtstermijn van zijn voorganger.

2.  Indien vóór het verstrijken van deze termijn in een vacature moet worden voorzien, vervult het hiervoor gekozen lid deze functie slechts voor de resterende duur van de ambtstermijn van zijn voorganger.

Amendement    18

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 20

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 20

Artikel 20

Vacatures

Vacatures

1.  Indien de Voorzitter, een ondervoorzitter of een quaestor moet worden vervangen, wordt overeenkomstig de bovenstaande bepalingen overgegaan tot de verkiezing van een opvolger.

1.  Indien de Voorzitter, een ondervoorzitter of een quaestor moet worden vervangen, wordt overeenkomstig de bovenstaande bepalingen overgegaan tot de verkiezing van een opvolger.

De nieuwe ondervoorzitter neemt de rangorde van de voorganger over.

De nieuwe ondervoorzitter neemt de rangorde van de voorganger over.

2.  Valt het ambt van de Voorzitter open, dan wordt het waargenomen door de eerste ondervoorzitter tot de verkiezing van de nieuwe Voorzitter.

2.  Indien het ambt van de Voorzitter openvalt, dan wordt het waargenomen door een van de ondervoorzitters, in de volgorde van hun rangorde, tot de verkiezing van de nieuwe Voorzitter.

Amendement    19

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 22

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 22

Artikel 22

Taken van de Voorzitter

Taken van de Voorzitter

1.  De Voorzitter geeft overeenkomstig de bepalingen van het Reglement leiding aan alle werkzaamheden van het Parlement en zijn organen. Hij beschikt over alle bevoegdheden om de beraadslagingen van het Parlement te leiden en voor het goede verloop ervan zorg te dragen.

1.  De Voorzitter geeft overeenkomstig de bepalingen van het Reglement leiding aan alle werkzaamheden van het Parlement en zijn organen. Hij beschikt over alle bevoegdheden om de beraadslagingen van het Parlement te leiden en voor het goede verloop ervan zorg te dragen.

De krachtens deze bepaling verleende bevoegdheden houden ook de bevoegdheid in om een halt toe te roepen aan de excessieve indiening van moties, zoals beroepen op het Reglement, moties van orde, stemverklaringen en verzoeken om aparte stemming, stemming in onderdelen of hoofdelijke stemming, wanneer de Voorzitter ervan overtuigd is dat deze moties duidelijk bedoeld zijn om de procedures in het Parlement langdurig en ernstig te verstoren of afbreuk te doen aan de rechten van andere leden.

 

Tot de krachtens deze bepaling verleende bevoegdheden van de Voorzitter behoort ook de bevoegdheid teksten in stemming te brengen in een andere volgorde dan die in het document waarover wordt gestemd. Naar analogie van het bepaalde in artikel 174, lid 7, kan de Voorzitter de instemming van het Parlement vragen alvorens daartoe over te gaan.

 

2.  De Voorzitter opent, schorst en sluit de vergaderingen. Hij beslist over de ontvankelijkheid van amendementen, over vragen aan de Raad en de Commissie alsmede over de conformiteit van verslagen met de bepalingen van het Reglement. Hij ziet toe op de naleving van het Reglement, handhaaft de orde, verleent het woord, verklaart de beraadslagingen voor gesloten, brengt de voorstellen in stemming en maakt de uitslag van de stemmingen bekend. Hij doet de commissies de mededelingen die deze aangaan.

2.  De Voorzitter opent, schorst en sluit de vergaderingen. Hij beslist over de ontvankelijkheid van amendementen en andere in stemming te brengen teksten, alsmede over de ontvankelijkheid van parlementaire vragen. Hij ziet toe op de naleving van het Reglement, handhaaft de orde, verleent het woord, verklaart de beraadslagingen voor gesloten, brengt de voorstellen in stemming en maakt de uitslag van de stemmingen bekend. Hij doet de commissies de mededelingen die deze aangaan.

3.  De Voorzitter mag bij een beraadslaging alleen het woord voeren om de stand van zaken vast te stellen en de spreker tot het onderwerp terug te brengen; indien hij zelf aan de beraadslagingen wil deelnemen, verlaat hij de voorzittersstoel en neemt deze pas weer in nadat de beraadslaging over het onderwerp is gesloten.

3.  De Voorzitter mag bij een beraadslaging alleen het woord voeren om de stand van zaken vast te stellen en de spreker tot het onderwerp terug te brengen; indien hij zelf aan de beraadslagingen wil deelnemen, verlaat hij de voorzittersstoel en neemt deze pas weer in nadat de beraadslaging over het onderwerp is gesloten.

4.  De Voorzitter vertegenwoordigt het Parlement in de internationale betrekkingen, bij plechtigheden en bij administratieve, juridische en financiële handelingen; hij kan deze bevoegdheid delegeren.

4.  De Voorzitter vertegenwoordigt het Parlement in de internationale betrekkingen, bij plechtigheden en bij administratieve, juridische en financiële handelingen; hij kan deze bevoegdheid delegeren.

 

4 bis.  De Voorzitter is verantwoordelijk voor de beveiliging en de onschendbaarheid van de gebouwen van het Europees Parlement.

Motivering

The contents of the first interpretation after paragraph 1 shall be transformed into a provision of the title on plenary sessions (Rule 164a), while the contents of the second interpretation shall be transformed into a provision of the title on plenary sessions (Rule 174).

The suggested change to paragraph 2 reflects the current practice according to which the President rules as inadmissible not only amendments, but also paragraphs of reports which are in violation of primary Union law or risk damaging Parliament's interest or reputation.

The new paragraph 4a reflects the current practice according to which the President is the highest authority as regards the waiver of the inviolability of Parliament’s premises and archives (Articles 1 and 2 PPI) and its security.

Amendement    20

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 23

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 23

Artikel 23

Taken van de ondervoorzitters

Taken van de ondervoorzitters

1.  De Voorzitter wordt bij afwezigheid of verhindering of indien hij overeenkomstig artikel 22, lid 3, aan de beraadslagingen wil deelnemen, vervangen door een van de ondervoorzitters, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17, lid 2.

1.  De Voorzitter wordt bij afwezigheid of verhindering of indien hij overeenkomstig artikel 22, lid 3, aan de beraadslagingen wil deelnemen, vervangen door een van de ondervoorzitters, met inachtneming van het bepaalde in artikel 17, lid 2.

2.  Daarnaast vervullen de ondervoorzitters de hun overeenkomstig de artikelen 25, 27, leden 3 en 5, en 71, lid 3, toebedeelde taken.

2.  Daarnaast vervullen de ondervoorzitters de hun overeenkomstig de artikelen 25, 27, leden 3 en 5, en 71, lid 3, toebedeelde taken.

3.  De Voorzitter kan taken delegeren aan de ondervoorzitters, zoals vertegenwoordiging van het Parlement bij bepaalde plechtigheden of handelingen. Met name kan de Voorzitter een ondervoorzitter aanwijzen ter vervulling van de taken die overeenkomstig artikel 130, lid 2, en Bijlage II, punt 3, aan de Voorzitter zijn toebedeeld.

3.  De Voorzitter kan taken delegeren aan de ondervoorzitters, zoals vertegenwoordiging van het Parlement bij bepaalde plechtigheden of handelingen. Met name kan de Voorzitter een ondervoorzitter aanwijzen ter vervulling van de taken die overeenkomstig artikel 129 en artikel 130, lid 2, aan de Voorzitter zijn toebedeeld.

Justification

Bijlage II wordt geschrapt. Zie de voorgestelde wijzigingen in artikel 129.

Amendement    21

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 25

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 25

Artikel 25

Taken van het Bureau

Taken van het Bureau

1.  Het Bureau vervult de taken die het Bureau volgens het Reglement zijn toegewezen.

1.  Het Bureau vervult de taken die het Bureau volgens het Reglement zijn toegewezen.

2.  Het Bureau neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de interne organisatie van het Parlement, zijn secretariaat en zijn organen betreffen.

2.  Het Bureau neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de interne organisatie van het Parlement, zijn secretariaat en zijn organen betreffen.

3.  Het Bureau neemt op voorstel van de secretaris-generaal of een fractie besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de leden betreffen.

3.  Het Bureau neemt op voorstel van de secretaris-generaal of een fractie besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard over aangelegenheden die de leden betreffen.

4.  Het Bureau regelt het verloop der vergaderingen.

4.  Het Bureau regelt het verloop der vergaderingen.

De term "verloop der vergaderingen" heeft ook betrekking op kwesties in verband met het gedrag van de leden in de gebouwen van het Parlement.

 

5.  Het Bureau stelt de in artikel 35 bedoelde bepalingen betreffende de niet-fractiegebonden leden vast.

5.  Het Bureau stelt de in artikel 35 bedoelde bepalingen betreffende de niet-fractiegebonden leden vast.

6.  Het Bureau stelt het organigram van het secretariaat-generaal vast, alsmede de regelingen betreffende de administratieve en financiële positie van de ambtenaren en andere personeelsleden.

6.  Het Bureau stelt het organigram van het secretariaat-generaal vast, alsmede de regelingen betreffende de administratieve en financiële positie van de ambtenaren en andere personeelsleden.

7.  Het Bureau stelt het voorontwerp van begrotingsraming van het Parlement op.

7.  Het Bureau stelt het voorontwerp van begrotingsraming van het Parlement op.

8.  Het Bureau stelt overeenkomstig artikel 28 de richtlijnen voor de quaestoren vast.

8.  Het Bureau stelt de richtlijnen voor de quaestoren vast en kan hen verzoeken bepaalde taken te vervullen.

9.  Het Bureau is bevoegd toestemming te verlenen voor het houden van commissievergaderingen buiten de gewone vergaderplaatsen, hoorzittingen en studie- en informatiereizen.

9.  Het Bureau is bevoegd toestemming te verlenen voor het houden van commissievergaderingen of het organiseren van missies buiten de gewone vergaderplaatsen, hoorzittingen, alsook studie- en informatiereizen.

Als voor dergelijke vergaderingen of bijeenkomsten toestemming is verleend, wordt de daarvoor geldende talenregeling vastgesteld op basis van de door de leden en plaatsvervangers van de betreffende commissie gebruikte en verlangde officiële talen.

Als voor dergelijke vergaderingen, bijeenkomsten of missies toestemming is verleend, wordt de daarvoor geldende talenregeling vastgesteld op basis van de door het Bureau goedgekeurde Gedragscode meertaligheid. Hetzelfde is van toepassing op delegaties.

Bij delegaties wordt op dezelfde wijze te werk gegaan, mits de betrokken leden en plaatsvervangers hiermee akkoord gaan.

 

10.  Het Bureau benoemt de secretaris-generaal overeenkomstig artikel 222.

10.  Het Bureau benoemt de secretaris-generaal overeenkomstig artikel 222.

11.  Het Bureau stelt de uitvoeringsbepalingen vast van Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau en vervult in het kader van de tenuitvoerlegging van deze verordening de taken die het Bureau volgens het Reglement zijn toegewezen.

11.  Het Bureau stelt de uitvoeringsbepalingen vast betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen en stichtingen op Europees niveau.

12.  Het Bureau stelt regels vast inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie door het Parlement en zijn organen, functionarissen en andere leden, en houdt daarbij rekening met alle interinstitutionele akkoorden die met betrekking tot dergelijke kwesties zijn gesloten. Deze regels worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en als bijlage bij dit Reglement gevoegd7.

12.  Het Bureau stelt regels vast inzake de behandeling van vertrouwelijke informatie door het Parlement en zijn organen, functionarissen en andere leden, en houdt daarbij rekening met alle interinstitutionele akkoorden die met betrekking tot dergelijke kwesties zijn gesloten. Deze regels worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

13.  De Voorzitter en/of het Bureau kunnen aan een of meer leden van het Bureau algemene of specifieke taken opdragen die tot de bevoegdheden van de Voorzitter en/of het Bureau behoren. Tegelijkertijd wordt bepaald op welke wijze deze taken moeten worden uitgevoerd.

13.  De Voorzitter en/of het Bureau kunnen aan een of meer leden van het Bureau algemene of specifieke taken opdragen die tot de bevoegdheden van de Voorzitter en/of het Bureau behoren. Tegelijkertijd wordt bepaald op welke wijze deze taken moeten worden uitgevoerd.

14.  Het Bureau benoemt twee ondervoorzitters, die worden belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen.

14.  Het Bureau benoemt twee ondervoorzitters, die worden belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen.

Zij brengen de Conferentie van voorzitters regelmatig verslag uit over hun werkzaamheden dienaangaande.

 

 

14 bis.  Het Bureau benoemt een ondervoorzitter, die wordt belast met het organiseren van een gestructureerde dialoog met het Europees maatschappelijk middenveld over hoofdpunten van beleid.

 

14 ter.  Het Bureau is bevoegd voor de toepassing van het Statuut van de leden en beslist over de hoogte van de toelagen op basis van de jaarlijkse begroting.

15.  Bij nieuwe verkiezingen voor het Parlement blijft het aftredende Bureau aan tot de eerste vergadering van het nieuwgekozen Parlement.

 

__________________

 

7 Zie Bijlage VII, deel E.

 

Motivering

The changes to paragraph 9 subparagraph 2, reflect the provisions of the Code of Conduct on multi-lingualism adopted by the Bureau on the basis of the competences conferred upon it by the current Rule.

As regards the changes to paragraph 11, the last sentence is deleted as it repeats paragraph 1. The amendments means to align the text of the Rule with the new Regulation.

Paragraph 14 subparagraph 2 is deleted here and moved under Rule 27(3).

The content for paragraph 14a (new)comes from the last sentence of Rule 27(5) and the wording is aligned with Rule 25(14).

This sentence in paragraph 14b(new) is taken from current Rule 10 and is slightly reworded to replace ("financial envelopes" is replaced by "allowances").

Paragraph 15 is deleted, as a new Rule 30a will cover all bodies and office holders.

Amendement    22

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 26

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 26

Artikel 26

Samenstelling van de Conferentie van voorzitters

Samenstelling van de Conferentie van voorzitters

1.  De Conferentie van voorzitters bestaat uit de Voorzitter van het Parlement en de fractievoorzitters. Een fractievoorzitter kan zich laten vertegenwoordigen door een lid van zijn fractie.

1.  De Conferentie van voorzitters bestaat uit de Voorzitter van het Parlement en de fractievoorzitters. Een fractievoorzitter kan zich laten vertegenwoordigen door een lid van zijn fractie.

2.  De Voorzitter van het Parlement nodigt een van de niet-fractiegebonden leden uit om zonder stemrecht aan de vergaderingen van de Conferentie van voorzitters deel te nemen.

2.  Na niet-fractiegebonden leden de gelegenheid te hebben geboden om hun zienswijze naar voren te brengen, nodigt de Voorzitter van het Parlement een van hen uit om zonder stemrecht aan de vergaderingen van de Conferentie van voorzitters deel te nemen.

3.  De Conferentie van voorzitters tracht consensus te bereiken in zaken die aan haar zijn voorgelegd.

3.  De Conferentie van voorzitters tracht consensus te bereiken in zaken die aan haar zijn voorgelegd.

Wanneer geen consensus kan worden bereikt, vindt stemming plaats waarbij de stemmen worden gewogen naar gelang van het ledental van elke fractie.

Wanneer geen consensus kan worden bereikt, vindt stemming plaats waarbij de stemmen worden gewogen naar gelang van het ledental van elke fractie.

Amendement    23

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 27

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 27

Artikel 27

Taken van de Conferentie van voorzitters

Taken van de Conferentie van voorzitters

1.  De Conferentie van voorzitters vervult de taken die haar volgens het Reglement zijn toegewezen.

1.  De Conferentie van voorzitters vervult de taken die haar volgens het Reglement zijn toegewezen.

2.  De Conferentie van voorzitters beslist over de organisatie van de werkzaamheden van het Parlement en vraagstukken betreffende het wetgevingsprogramma.

2.  De Conferentie van voorzitters beslist over de organisatie van de werkzaamheden van het Parlement en vraagstukken betreffende het wetgevingsprogramma.

3.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met de andere instellingen en organen van de Europese Unie en met de nationale parlementen van de lidstaten.

3.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met de andere instellingen en organen van de Europese Unie en met de nationale parlementen van de lidstaten. De ondervoorzitters die zijn belast met het onderhouden van de betrekkingen met de nationale parlementen brengen bij de Conferentie van voorzitters regelmatig verslag uit over hun werkzaamheden dienaangaande.

4.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met niet tot de Europese Unie behorende landen, instellingen en organisaties.

4.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor vraagstukken betreffende de betrekkingen met niet tot de Europese Unie behorende landen, instellingen en organisaties.

5.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor het organiseren van een gestructureerde dialoog met het Europees maatschappelijk middenveld over hoofdpunten van beleid. Deze dialoog kan de vorm aannemen van openbare debatten over onderwerpen van algemeen Europees belang, waaraan door geïnteresseerde burgers kan worden deelgenomen. Het Bureau wijst een ondervoorzitter aan die wordt belast met de organisatie van deze dialoog en daarover aan de Conferentie van voorzitters verslag uitbrengt.

5.  De Conferentie van voorzitters is verantwoordelijk voor het organiseren van een gestructureerde dialoog met het Europees maatschappelijk middenveld over hoofdpunten van beleid. Deze dialoog kan de vorm aannemen van openbare debatten over onderwerpen van algemeen Europees belang, waaraan door geïnteresseerde burgers kan worden deelgenomen. De ondervoorzitter die is belast met de organisatie van deze dialoog brengt regelmatig verslag uit aan de Conferentie van voorzitters over zijn werkzaamheden dienaangaande.

6.  De Conferentie van voorzitters stelt de ontwerpagenda voor de vergaderperioden op.

6.  De Conferentie van voorzitters stelt de ontwerpagenda voor de vergaderperioden op.

7.  De Conferentie van voorzitters besluit over de samenstelling en bevoegdheden van de commissies, enquêtecommissies, gemengde parlementaire commissies en vaste en tijdelijke delegaties.

7.  De Conferentie van voorzitters doet het Parlement voorstellen voor de samenstelling en bevoegdheden van de commissies, enquêtecommissies, gemengde parlementaire commissies en vaste delegaties. De Conferentie van voorzitters is ook belast met de goedkeuring van tijdelijke delegaties.

8.  De Conferentie van voorzitters beslist over de toewijzing van de plaatsen in de vergaderzaal overeenkomstig artikel 36.

8.  De Conferentie van voorzitters beslist over de toewijzing van de plaatsen in de vergaderzaal overeenkomstig artikel 36.

9.  De Conferentie van voorzitters is bevoegd toestemming te verlenen voor het opstellen van initiatiefverslagen.

9.  De Conferentie van voorzitters is bevoegd toestemming te verlenen voor het opstellen van initiatiefverslagen.

10.  De Conferentie van voorzitters doet het Bureau voorstellen met betrekking tot administratieve en budgettaire vraagstukken van de fracties.

10.  De Conferentie van voorzitters doet het Bureau voorstellen met betrekking tot administratieve en budgettaire vraagstukken van de fracties.

Motivering

De tekst die aan lid 3 wordt toegevoegd is afkomstig uit artikel 25, lid 14.

De wijzigingen in lid 5 houden verband met de toevoeging van lid 14 bis in artikel 25.

Amendement    24

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 28

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 28

Artikel 28

Taken van de quaestoren

Taken van de quaestoren

De quaestoren vervullen, overeenkomstig door het Bureau vastgestelde richtlijnen, administratieve en financiële taken die rechtstreeks betrekking hebben op de leden.

De quaestoren vervullen, overeenkomstig door het Bureau vastgestelde richtlijnen, administratieve en financiële taken die rechtstreeks betrekking hebben op de leden, evenals andere aan hen toebedeelde taken.

Amendement    25

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 29

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 29

Artikel 29

Conferentie van commissievoorzitters

Conferentie van commissievoorzitters

1.  De Conferentie van commissievoorzitters bestaat uit voorzitters van alle vaste en bijzondere commissies. Zij kiest haar voorzitter.

1.  De Conferentie van commissievoorzitters bestaat uit voorzitters van alle vaste en bijzondere commissies. Zij kiest haar voorzitter.

Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren of, bij diens verhindering, door het oudste aanwezige lid.

1 bis.  Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren.

2.  De Conferentie van commissievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake commissiewerkzaamheden en de agenda voor de vergaderperioden.

2.  De Conferentie van commissievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake commissiewerkzaamheden en de agenda voor de vergaderperioden.

3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van commissievoorzitters.

3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van commissievoorzitters.

Motivering

De interpretatie wordt omgezet in een lid. De schrapping brengt geen inhoudelijke wijziging teweeg.

Amendement    26

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 30

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 30

Artikel 30

Conferentie van delegatievoorzitters

Conferentie van delegatievoorzitters

1.  De Conferentie van delegatievoorzitters bestaat uit de voorzitters van alle vaste interparlementaire delegaties. Zij kiest haar voorzitter.

1.  De Conferentie van delegatievoorzitters bestaat uit de voorzitters van alle vaste interparlementaire delegaties. Zij kiest haar voorzitter.

Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren of, bij diens verhindering, door het oudste aanwezige lid.

1 bis.  Bij afwezigheid van de voorzitter wordt de vergadering voorgezeten door het oudste lid in jaren.

2.  De Conferentie van delegatievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake delegatiewerkzaamheden.

2.  De Conferentie van delegatievoorzitters kan de Conferentie van voorzitters aanbevelingen doen inzake delegatiewerkzaamheden.

3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van delegatievoorzitters.

3.  Het Bureau en de Conferentie van voorzitters kunnen bepaalde taken overdragen aan de Conferentie van delegatievoorzitters.

Motivering

De interpretatie wordt omgezet in een lid. De schrapping brengt geen inhoudelijke wijziging teweeg.

Amendement    27

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 30 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 30 bis

 

Aanblijven bij verkiezingen

 

Bij nieuwe verkiezingen voor het Parlement blijven alle organen en ambtsdragers van het aftredende Parlement aan tot de eerste vergadering van het nieuwgekozen Parlement.

Motivering

Afkomstig uit artikel 25, lid 15, maar met een breder toepassingsgebied.

Amendement    28

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 31

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 31

Artikel 31

Informatieplicht van het Bureau en de Conferentie van voorzitters

Informatieplicht van het Bureau en de Conferentie van voorzitters

1.  De notulen van het Bureau en de Conferentie van voorzitters worden in de officiële talen vertaald, vermenigvuldigd en aan alle leden rondgedeeld en zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij het Bureau of de Conferentie van voorzitters bij uitzondering, wanneer het vertrouwelijke aangelegenheden betreft, op grond van artikel 4, leden 1 t/m 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van bepaalde punten van de notulen anders beslist.

1.  De notulen van het Bureau en de Conferentie van voorzitters worden in de officiële talen vertaald en aan alle leden verstrekt en zijn voor het publiek toegankelijk, tenzij het Bureau of de Conferentie van voorzitters bij uitzondering, wanneer het vertrouwelijke aangelegenheden betreft, op grond van artikel 4, leden 1 t/m 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad, ten aanzien van bepaalde punten van de notulen anders beslist.

2.  Ieder lid kan vragen stellen over de werkzaamheden van het Bureau, de Conferentie van voorzitters en de quaestoren. Dergelijke vragen moeten schriftelijk worden ingediend bij de Voorzitter; zij worden aan de leden bekendgemaakt en met de antwoorden binnen een termijn van dertig dagen na de indiening op de website van het Parlement gepubliceerd.

2.  Ieder lid kan vragen stellen over de uitoefening van de respectieve taken van het Bureau, de Conferentie van voorzitters en de quaestoren. Dergelijke vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter; zij worden aan de leden bekendgemaakt en met de antwoorden binnen een termijn van dertig dagen na de indiening op de website van het Parlement gepubliceerd.

Motivering

De wijziging moet meer duidelijkheid scheppen. Het begrip "werkzaamheden" is immers breed, en volgens de betrokken dienst vallen veel vragen buiten het toepassingsgebied van de activiteiten van de drie genoemde organen.

Amendement    29

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 32

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 32

Artikel 32

Oprichting van fracties

Oprichting en ontbinding van fracties

1.  De leden kunnen fracties oprichten naar politieke gezindheid.

1.  De leden kunnen fracties oprichten naar politieke gezindheid.

Normaal gesproken behoeft het Parlement de politieke verwantschap van leden van een fractie niet te beoordelen. De leden die overeenkomstig dit artikel een fractie oprichten, accepteren per definitie dat er sprake is van onderlinge politieke verwantschap. Alleen indien de leden zulks ontkennen, dient het Parlement na te gaan of de fractie is opgericht in overeenstemming met het Reglement.

Normaal gesproken behoeft het Parlement de politieke verwantschap van leden van een fractie niet te beoordelen. De leden die overeenkomstig dit artikel een fractie oprichten, accepteren per definitie dat er sprake is van onderlinge politieke verwantschap. Alleen indien de leden zulks ontkennen, dient het Parlement na te gaan of de fractie is opgericht in overeenstemming met het Reglement.

2.  Een fractie bestaat uit leden uit ten minste een vierde van de lidstaten. Het voor de oprichting van een fractie vereiste aantal leden bedraagt ten minste vijfentwintig.

2.  Een fractie bestaat uit leden uit ten minste een vierde van de lidstaten. Het voor de oprichting van een fractie vereiste aantal leden bedraagt ten minste vijfentwintig.

3.  Indien een fractie niet meer het vereiste minimumaantal telt, kan de Voorzitter met instemming van de Conferentie van voorzitters toestaan dat zij blijft voortbestaan tot de volgende constituerende vergadering van het Parlement, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

3.  Indien een fractie niet meer een van de vereiste minimumaantallen telt, kan de Voorzitter met instemming van de Conferentie van voorzitters toestaan dat zij blijft voortbestaan tot de volgende constituerende vergadering van het Parlement, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

– de leden vertegenwoordigen nog steeds ten minste een vijfde van de lidstaten;

– de leden vertegenwoordigen nog steeds ten minste een vijfde van de lidstaten;

– de fractie bestaat reeds sinds meer dan een jaar.

– de fractie bestaat reeds sinds meer dan een jaar.

De Voorzitter staat dit niet toe wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat men er misbruik van wil maken.

De Voorzitter staat dit niet toe wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat men er misbruik van wil maken.

4.  Een lid kan slechts tot één fractie behoren.

4.  Een lid kan slechts tot één fractie behoren.

5.  De oprichting van een fractie moet in een verklaring aan de Voorzitter worden meegedeeld. In deze verklaring moeten de naam van de fractie, de namen van haar leden en de samenstelling van haar bureau worden vermeld.

5.  De oprichting van een fractie wordt in een verklaring aan de Voorzitter meegedeeld. In deze verklaring worden de naam van de fractie, de namen van haar leden en de samenstelling van haar bureau vermeld. De verklaring wordt door alle leden van de fractie ondertekend.

6.  De verklaring van de oprichting van een fractie wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

6.  De verklaring wordt als bijlage gevoegd bij de notulen van de vergaderperiode waarin de oprichting van de fractie wordt bekendgemaakt.

 

6 bis.  De Voorzitter maakt de oprichting van fracties bekend in het Parlement. Deze bekendmaking heeft terugwerkende rechtskracht tot het moment dat de fractie de Voorzitter overeenkomstig dit artikel in kennis heeft gesteld van haar oprichting.

 

De Voorzitter maakt ook de ontbinding van fracties bekend in het Parlement. Deze bekendmaking heeft rechtskracht vanaf de dag volgend op het moment waarop niet langer aan de voorwaarden voor het bestaan van de betrokken fractie werd voldaan.

Motivering

The change to the title aligns it with the provisions for the constitution/dissolution of the political groups (Rule 32 6a).

The current wording of paragraph 3 subparagraph 1 uses "threshold" in singular while there are two thresholds.

As regards the amendments to paragraph 5, the formality of signatures would increase the legal certainty of the statement submitted to the President.

Paragraph 6 has hardly ever been applied as it stands and certainly not during the last years. Therefore it is proposed to delete the reference to the publication in the Official journal and bring the provision in line with the practice.

As regards the addition of paragraph 6a, is aims at clarifying that a declaration by the President – in his role as a “notary” – is necessary for the establishment of the group, with retroactive effect to the moment when the group validly notified its establishment and, for its dissolution, also a declaration of President with effects on the day following the moment when the conditions failed to be complied with by the group.

Amendement    30

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 33

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 33

Artikel 33

Activiteiten en rechtspositie van de fracties

Activiteiten en rechtspositie van de fracties

1.  De fracties oefenen hun functie uit in het kader van de activiteiten van de Unie, met inbegrip van de taken die volgens het Reglement aan de fracties zijn toegewezen. De fracties beschikken, in het kader van het organigram van het secretariaat-generaal, over een secretariaat, administratieve faciliteiten en kredieten die in de begroting van het Parlement opgenomen zijn.

1.  De fracties oefenen hun functie uit in het kader van de activiteiten van de Unie, met inbegrip van de taken die volgens het Reglement aan de fracties zijn toegewezen. De fracties beschikken, in het kader van het organigram van het secretariaat-generaal, over een secretariaat, administratieve faciliteiten en kredieten die in de begroting van het Parlement opgenomen zijn.

2.  Het Bureau stelt de regelingen vast voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van, respectievelijk de controle op deze faciliteiten en kredieten, alsook voor de dienovereenkomstige overdracht van bevoegdheden voor de uitvoering van de begroting.

2.  Het Bureau stelt, met inachtneming van een voorstel daartoe van de Conferentie van voorzitters, de regelingen vast voor de terbeschikkingstelling en het gebruik van, respectievelijk de controle op deze faciliteiten en kredieten, alsook voor de dienovereenkomstige overdracht van bevoegdheden voor de uitvoering van de begroting en de gevolgen van het niet-respecteren daarvan.

3.  Deze regelingen bevatten voorschriften inzake de administratieve en financiële consequenties van de ontbinding van een fractie.

3.  Deze regelingen bevatten voorschriften inzake de administratieve en financiële consequenties van de ontbinding van een fractie.

Motivering

De wijziging brengt dit artikel in overeenstemming met artikel 27, lid 10.

Amendement    31

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 34

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 34

Artikel 34

Interfractiewerkgroepen

Interfractiewerkgroepen

1.  Afzonderlijke leden kunnen interfractiewerkgroepen of andere niet-officiële groeperingen van leden vormen om informeel van gedachten te wisselen over specifieke onderwerpen over de scheidslijnen tussen fracties en commissies heen en om het contact tussen parlementsleden en maatschappij te bevorderen.

1.  Afzonderlijke leden kunnen interfractiewerkgroepen of andere niet-officiële groeperingen van leden vormen om informeel van gedachten te wisselen over specifieke onderwerpen over de scheidslijnen tussen fracties en commissies heen en om het contact tussen parlementsleden en maatschappij te bevorderen.

2.  Dergelijke groeperingen mogen geen activiteiten ontplooien die tot verwarring kunnen leiden voor wat betreft de officiële activiteiten van het Parlement en zijn organen. Mits voldaan is aan de voorwaarden van de door het Bureau vastgestelde regeling inzake de oprichting van die groeperingen, kunnen de fracties de activiteiten ervan faciliteren door verlening van logistieke steun.

2.  Dergelijke groeperingen zijn volledig transparant in hun werkzaamheden en mogen geen activiteiten ontplooien die tot verwarring kunnen leiden voor wat betreft de officiële activiteiten van het Parlement en zijn organen. Mits voldaan is aan de voorwaarden van de door het Bureau vastgestelde regeling inzake de oprichting van die groeperingen, kunnen de fracties de activiteiten ervan faciliteren door verlening van logistieke steun.

Dergelijke groeperingen zijn gehouden opgave te doen van elke vorm van steun, in geld of natura, (bijvoorbeeld secretariaatsondersteuning), welke, indien aan de leden persoonlijk verleend, uit hoofde van bijlage I zou moeten worden opgegeven.

3.  Interfractiewerkgroepen zijn gehouden jaarlijks opgave te doen van elke vorm van steun, in geld of natura, (bijvoorbeeld secretariaatsondersteuning), welke, indien aan de leden persoonlijk verleend, uit hoofde van bijlage I zou moeten worden opgegeven.

De quaestoren houden een register van de in de tweede alinea bedoelde opgaven bij. Dit register wordt op de internetsite van het Parlement gepubliceerd. De quaestoren stellen nadere regels voor die opgaven vast.

4.  De quaestoren houden een register van de in lid 3 bedoelde opgaven bij. Dit register wordt op de internetsite van het Parlement gepubliceerd. De quaestoren stellen nadere regels voor die opgaven vast en garanderen de effectieve toepassing van dit artikel.

Amendement    32

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – titel

Bestaande tekst

Amendement

WETGEVING, BEGROTING EN OVERIGE PROCEDURES

WETGEVING, BEGROTING, KWIJTING EN OVERIGE PROCEDURES

Amendement    33

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 37

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 37

Artikel 37

Werkprogramma van de Commissie

Jaarlijkse programmering

1.  Het Parlement stelt samen met de Commissie en de Raad de planning van de wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie vast.

1.  Het Parlement stelt samen met de Commissie en de Raad de planning van de wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie vast.

Het Parlement en de Commissie werken samen bij de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie – dat de bijdrage van de Commissie vormt aan de jaar- en meerjarenprogramma's van de Unie – volgens een tijdschema en regels die door de beide instellingen zijn overeengekomen en die zijn opgenomen als bijlage8.

Het Parlement en de Commissie werken samen bij de voorbereiding van het werkprogramma van de Commissie – dat de bijdrage van de Commissie vormt aan de jaar- en meerjarenprogramma's van de Unie – volgens een tijdschema en regels die door de beide instellingen zijn overeengekomen8.

 

1 bis.  Na de vaststelling van het werkprogramma van de Commissie houden het Parlement, de Raad en de Commissie, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven8 bis, een gedachtewisseling en bereiken zij overeenstemming over een gezamenlijke verklaring betreffende de jaarlijkse interinstitutionele programmering waarin de algemene doelstellingen en prioriteiten worden vastgesteld.

 

Alvorens de onderhandelingen met de Raad en de Commissie over de gezamenlijke verklaring te beginnen, houdt de Voorzitter een gedachtewisseling met de Conferentie van voorzitters en de Conferentie van commissievoorzitters over de algemene doelstellingen en prioriteiten van het Parlement.

 

Voordat hij de gezamenlijke verklaring ondertekent, verkrijgt de Voorzitter goedkeuring van de Conferentie van voorzitters.

2.  In geval van dringende en onvoorziene omstandigheden kan een instelling op eigen initiatief een wetgevende maatregel voorstellen, overeenkomstig de in de Verdragen vastgelegde procedures en in aanvulling op de in het werkprogramma van de Commissie voorgestelde maatregelen.

 

3.  De Voorzitter doet de door het Parlement aangenomen resolutie toekomen aan de andere instellingen die deelnemen aan de wetgevingsprocedures van de Europese Unie, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.

3.  De Voorzitter doet door het Parlement aangenomen resoluties over wetgevingsplanning en -prioriteiten toekomen aan de andere instellingen die deelnemen aan de wetgevingsprocedures van de Europese Unie, alsmede aan de parlementen van de lidstaten.

De Voorzitter verzoekt de Raad advies uit te brengen over het werkprogramma van de Commissie, alsook over de resolutie van het Parlement.

 

4.  Indien een instelling het vastgestelde tijdschema niet in acht kan nemen, stelt het de andere instellingen in kennis van de redenen voor de vertraging en stelt zij een nieuw tijdschema voor.

 

 

4 bis.  Wanneer de Commissie voornemens is een voorstel in te trekken, wordt de bevoegde commissaris door de bevoegde commissie uitgenodigd om de zaak te bespreken. Ook het Voorzitterschap van de Raad kan op die bijeenkomst worden uitgenodigd. Indien de bevoegde commissie het niet eens is met het voorstel in kwestie, kan zij de Commissie verzoeken om een verklaring af te leggen in het Parlement. Artikel 123 is van toepassing.

__________________

__________________

8 Zie bijlage XIII.

8 Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie (PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47).

 

8 bis PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Motivering

Er worden verschillende schrappingen voorgesteld, om uiteenlopende redenen. Lid 2 wordt geschrapt omdat het neerkomt op een unilaterale verklaring in het Reglement van het Europees Parlement over wat andere instellingen zouden mogen doen.

Lid 3, alinea 2, wordt hier geschrapt en naar boven verplaatst.

Lid vier wordt geschrapt omdat het nooit werd toegepast.

Amendement    34

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 38

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 38

Artikel 38

Eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Eerbiediging van de grondrechten

1.  Het Parlement eerbiedigt bij al zijn werkzaamheden ten volle de grondrechten zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

1.  Het Parlement eerbiedigt bij al zijn werkzaamheden ten volle de rechten, vrijheden en beginselen die worden erkend door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de in artikel 2 van dit Verdrag verankerde waarden.

Het Parlement eerbiedigt tevens ten volle de rechten en beginselen zoals neergelegd in artikel 2 en artikel 6, leden 2 en 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

 

2.  Indien de ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden van oordeel zijn dat een ontwerp van wetgevingshandeling of delen daarvan strijdig zijn met rechten die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerd zijn, wordt de zaak op hun verzoek verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de interpretatie van het Handvest. Het advies van die commissie wordt als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.

2.  Indien de ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden van oordeel zijn dat een ontwerp van wetgevingshandeling of delen daarvan strijdig zijn met de grondrechten van de Europese Unie, wordt de zaak op hun verzoek verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de bescherming van de grondrechten.

 

2 bis.  Dit verzoek wordt ingediend binnen vier werkweken na de bekendmaking in het Parlement van de aanwijzing van de ten principale bevoegde commissie.

 

2 ter.  Het advies van de commissie die bevoegd is voor de bescherming van de grondrechten wordt als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.

Motivering

De aanpassing van de titel bestrijkt zowel het Handvest als de rechten en beginselen die zijn vastgelegd in het Verdrag inzake fundamentele vrijheden, zoals vertaald in artikel 6 van het EU-Verdrag.

Lid 1 blijft behouden, maar de bewoording wordt licht gewijzigd en de eerste en tweede alinea worden samengevoegd. De huidige bepaling dateert van vóór het Verdrag van Lissabon, toen het Handvest van de grondrechten dezelfde juridische waarde kreeg als het Verdrag (Artikel 6 heeft zowel betrekking op het Handvest (lid 1) als op het Verdrag (lid 3).

De toevoeging van lid 2 bis heeft als doel de termijnen in de artikelen 38 en 42 met elkaar in overeenstemming te brengen.

Amendement    35

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 38 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 38 bis

 

Gendergelijkheid

 

1.  Indien de ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden van oordeel zijn dat een voorstel de noodzaak van gendergelijkheid onvoldoende in aanmerking neemt, kan de zaak op hun verzoek worden verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de rechten van de vrouw en gendergelijkheid.

 

2.  Dit verzoek wordt ingediend binnen vier werkweken na de bekendmaking in het Parlement van de aanwijzing van de ten principale bevoegde commissie.

 

3.  Het advies van de commissie die bevoegd is voor de rechten van de vrouw en gendergelijkheid wordt als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.

Motivering

De correctie betreft de schrapping van lid 3, waarin de laatste zin van lid 1 wordt herhaald.

Amendement    36

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 39

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 39

Artikel 39

Controle rechtsgrond

Controle rechtsgrond

1.  Ten aanzien van alle ontwerpen van wetgevingshandeling en andere documenten van wetgevende aard controleert de ten principale bevoegde commissie eerst de rechtsgrond.

1.  Ten aanzien van alle ontwerpen van bindende rechtshandelingen controleert de ten principale bevoegde commissie eerst de rechtsgrond.

2.  Indien die commissie de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond betwist dit geldt ook voor de toetsing overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verzoekt zij de voor juridische zaken bevoegde commissie om advies.

2.  Indien die commissie de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond betwist dit geldt ook voor de toetsing overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, verzoekt zij de voor juridische zaken bevoegde commissie om advies.

3.  De voor juridische zaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief vraagstukken betreffende de rechtsgrond van ontwerpen van wetgevingshandeling in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.

3.  De voor juridische zaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief en in elke fase van de wetgevingsprocedure vraagstukken betreffende de rechtsgrond in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.

4.  Indien de voor juridische zaken bevoegde commissie besluit de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond te betwisten, deelt zij haar conclusies aan het Parlement mede. Het Parlement stemt hierover alvorens over te gaan tot stemming over de inhoud van het ontwerp zelf.

4.  Indien de voor juridische zaken bevoegde commissie, in voorkomend geval na overleg met de Raad en de Commissie volgens de op interinstitutioneel niveau gemaakte afspraken1 bis, besluit de geldigheid of de juistheid van de rechtsgrond te betwisten, deelt zij haar conclusies aan het Parlement mede. Behoudens het bepaalde in artikel 63, stemt het Parlement hierover alvorens over te gaan tot stemming over de inhoud van het ontwerp zelf.

5.  Amendementen tot wijziging van de rechtsgrond die ter plenaire vergadering worden ingediend, zonder dat de bevoegde commissie of de voor juridische zaken bevoegde commissie de geldigheid of juistheid van de rechtsgrond betwist, zijn niet ontvankelijk.

5.  Amendementen tot wijziging van de rechtsgrond die ter plenaire vergadering worden ingediend, zonder dat de bevoegde commissie of de voor juridische zaken bevoegde commissie de geldigheid of juistheid van de rechtsgrond betwist, zijn niet ontvankelijk.

6.  Indien de Commissie haar ontwerp niet wenst te wijzigen om het in overeenstemming te brengen met de door het Parlement goedgekeurde rechtsgrond, kan de rapporteur of de voorzitter van de voor juridische zaken bevoegde commissie of van de ten principale bevoegde commissie voorstellen de stemming over de inhoud van het ontwerp tot een volgende vergadering uit te stellen.

 

 

__________________

 

1 bis Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven, punt 25 (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).

Motivering

As concerns the changes in paragraph 1, “legally binding" is an inclusive formula which covers both the acts adopted by the ordinary and special legislative procedure (currently referred to as "legislative acts") and those adopted by another procedure (for instance NLE which the current rules refer to as "other documents of a legislative nature"). This formula reflects Article 288 and Article 2(1)&(2) of the Treaty on the Functioning of the European Union. The change is to be included in other Rules, especially as some of them (e.g. Rule 49(1) or even Rule 39(3) just below) refer only to "legislative acts" or "legislative procedures", but are in fact also applied to acts and procedures which are not "legislative" in the meaning of Article 289(3) TFEU (for instance "NLE".

As concerns the changes in paragraph 1, this suggestion is made to include the possibility of checking the legal basis not only at the stage of Commission's proposal, but also when the Council adopts its first reading position.

As regards the deletion of paragraph 6, emphasis put (probably for historical reasons) on the Commission, while the author or co-author of the legislative act is the Council. Such a referral back to the committee is always possible under the Rules of Procedure.

Amendement    37

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 40

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 40

Artikel 40

Delegatie van wetgevingsbevoegdheden

Delegatie van wetgevingsbevoegdheden en toekenning van uitvoeringsbevoegdheden

1.  Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevoegdheden aan de Commissie worden gedelegeerd, let het Parlement met name op de doelstellingen, de inhoud, de reikwijdte en de duur van de delegatie, alsook op de hieraan verbonden voorwaarden.

1.  Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bevoegdheden aan de Commissie worden gedelegeerd, let het Parlement met name op de doelstellingen, de inhoud, de reikwijdte en de duur van de delegatie, alsook op de hieraan verbonden voorwaarden.

 

1 bis.  Bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling waarbij overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend, let het Parlement er met name op dat de Commissie bij de uitoefening van een uitvoeringsbevoegdheid de basiswetgevingshandeling noch kan wijzigen noch kan aanvullen, zelfs wat niet-essentiële onderdelen betreft.

2.  De ter zake bevoegde commissie kan te allen tijde het advies inwinnen van de voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie.

2.  De ten principale bevoegde commissie kan te allen tijde het advies inwinnen van de voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie.

3.  De voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief aangelegenheden betreffende de delegatie van wetgevingsbevoegdheden in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ter zake bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.

3.  De voor de interpretatie en toepassing van het recht van de Europese Unie bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief aangelegenheden betreffende de delegatie van wetgevingsbevoegdheden en de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden in behandeling nemen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.

Amendement    38

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 41

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 41

Artikel 41

Toetsing van de financiële verenigbaarheid

Toetsing van de financiële verenigbaarheid

1.  In geval van een ontwerp van wetgevingshandeling met financiële gevolgen gaat het Parlement na of in voldoende financiële middelen voorzien is.

1.  In geval van een ontwerp van bindende rechtshandeling met financiële gevolgen gaat het Parlement na of in voldoende financiële middelen voorzien is.

2.  Elk ontwerp van wetgevingshandeling of elk ander document van wetgevende aard wordt door de ten principale bevoegde commissie, onverminderd het bepaalde in artikel 47, getoetst op verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader.

2.  Elk ontwerp van bindende rechtshandeling wordt door de ten principale bevoegde commissie getoetst op financiële verenigbaarheid met de verordening betreffende het meerjarig financieel kader.

3.  Indien de ten principale bevoegde commissie het bedrag van de voor het desbetreffende besluit toegewezen middelen wijzigt, verzoekt zij de voor begrotingszaken bevoegde commissie om advies.

3.  Indien de ten principale bevoegde commissie het bedrag van de voor het desbetreffende besluit toegewezen middelen wijzigt, verzoekt zij de voor begrotingszaken bevoegde commissie om advies.

4.  De voor begrotingszaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief ontwerpen van wetgevingshandeling op financiële verenigbaarheid toetsen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.

4.  De voor begrotingszaken bevoegde commissie kan ook op eigen initiatief ontwerpen van bindende rechtshandeling op financiële verenigbaarheid toetsen. In dat geval stelt zij de ten principale bevoegde commissie daarvan naar behoren in kennis.

5.  Indien de voor begrotingszaken bevoegde commissie besluit de financiële verenigbaarheid van het ontwerp te betwisten, deelt zij haar conclusies mede aan het Parlement, dat deze in stemming brengt.

5.  Indien de voor begrotingszaken bevoegde commissie besluit de financiële verenigbaarheid van het ontwerp te betwisten, deelt zij haar conclusies mede aan het Parlement voordat het Parlement tot stemming over het ontwerp overgaat.

6.  Het Parlement kan een besluit dat niet verenigbaar is verklaard, aannemen onder voorbehoud van de besluiten van de begrotingsautoriteit.

 

Motivering

Ten aanzien van de wijzigingen in lid 2 is de verwijzing naar artikel 47 overbodig. De toevoeging van "de verordening betreffende" verduidelijkt dat de Begrotingscommissie kijkt naar de in de MFK-verordening opgenomen toewijzingstabel.

Met betrekking tot de wijziging van lid 5 dient erop te worden gewezen dat het Parlement niet stemt over de conclusies van de Begrotingscommissie, maar dat deze voor de stemming ter plenaire vergadering aan het verslag van de bevoegde commissie worden gehecht.

Lid 6 wordt geschrapt omdat het niet erg duidelijk is en twijfels laat bestaan over de vraag of het "besluit" verwijst naar het ontwerp van wetgevingshandeling en over wie het besluit "niet verenigbaar" heeft verklaard.

Amendement    39

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 42

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 42

Artikel 42

Verificatie van de eerbiediging van het beginsel van subsidiariteit

Verificatie van de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid

1.  Het Parlement besteedt bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling met name aandacht aan de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

1.  Het Parlement besteedt bij de behandeling van een ontwerp van wetgevingshandeling met name aandacht aan de eerbiediging van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.

2.  De commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan aanbevelingen doen aan de commissie die bevoegd is voor het ontwerp van wetgevingshandeling.

2.  Alleen de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan aanbevelingen doen aan de commissie die bevoegd is voor het ontwerp van wetgevingshandeling.

 

Indien de ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden van oordeel zijn dat een ontwerp van wetgevingshandeling of delen daarvan strijdig zijn met het beginsel van subsidiariteit van de Europese Unie, wordt de zaak op hun verzoek verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het beginsel van subsidiariteit. Dit verzoek wordt ingediend binnen vier werkweken na de bekendmaking in het Parlement van de aanwijzing van de ten principale bevoegde commissie.

3.  Indien een nationaal parlement de Voorzitter overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie en artikel 6 van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid een met redenen omkleed advies toezendt, wordt dat document naar de ten principale bevoegde commissie verwezen en ter informatie toegezonden aan de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.

 

4.  Uitgezonderd in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 4 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen, gaat de ten principale bevoegde commissie niet over tot haar definitieve stemming vóór het verstrijken van de in artikel 6 van het Protocol betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken.

4.  Uitgezonderd in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen, gaat de ten principale bevoegde commissie niet over tot haar definitieve stemming vóór het verstrijken van de in artikel 6 van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bedoelde termijn van acht weken.

 

4 bis.  Indien een nationaal parlement de Voorzitter overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie een met redenen omkleed advies toezendt, wordt dat document naar de ten principale bevoegde commissie verwezen en ter informatie toegezonden aan de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel.

5.  Indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een derde vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, dan wel een vierde indien het van een op grond van artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingediend ontwerp van wetgevingshandeling betreft, neemt het Parlement geen besluit alvorens de indiener van het ontwerp te kennen heeft gegeven hoe hij verder te werk wil gaan.

5.  Indien gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een derde vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, dan wel een vierde indien het van een op grond van artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingediend ontwerp van wetgevingshandeling betreft, neemt het Parlement geen besluit alvorens de indiener van het ontwerp te kennen heeft gegeven hoe hij verder te werk wil gaan.

6.  Indien, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure, gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een gewone meerderheid vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, kan de ten principale bevoegde commissie, na inoverwegingneming van de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen en de Commissie en na raadpleging van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel, het Parlement ofwel de aanbeveling het ontwerp te verwerpen omdat het niet met het subsidiariteitsbeginsel strookt, ofwel een andere aanbeveling doen, die voorstellen tot amendering in verband met de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan inhouden. Het advies van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel wordt aan een eventuele aanbeveling tot verwerping gehecht.

6.  Indien, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure, gemotiveerde adviezen waarin wordt gesteld dat een voorstel voor een wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, ten minste een gewone meerderheid vertegenwoordigen van alle stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegedeeld, kan de ten principale bevoegde commissie, na inoverwegingneming van de gemotiveerde adviezen van de nationale parlementen en de Commissie en na raadpleging van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel, het Parlement ofwel de aanbeveling het ontwerp te verwerpen omdat het niet met het subsidiariteitsbeginsel strookt, ofwel een andere aanbeveling doen, die voorstellen tot amendering in verband met de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel kan inhouden. Het advies van de commissie die bevoegd is voor de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel wordt aan een eventuele aanbeveling tot verwerping gehecht.

De aanbeveling wordt in het Parlement in een debat behandeld en in stemming gebracht. Indien een aanbeveling tot verwerping met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen wordt aangenomen, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd. Wanneer het Parlement het ontwerp niet verwerpt, wordt de procedure voortgezet met inachtneming van de door het Parlement aangenomen aanbevelingen.

De aanbeveling wordt in het Parlement in een debat behandeld en in stemming gebracht. Indien een aanbeveling tot verwerping met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen wordt aangenomen, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd. Wanneer het Parlement het ontwerp niet verwerpt, wordt de procedure voortgezet met inachtneming van de door het Parlement aangenomen aanbevelingen.

Motivering

De toevoeging van lid 2, alinea 1 bis (nieuw), is gebaseerd op de bepaling van artikel 38.

Lid 3 van artikel 42 wordt na lid 4 geplaatst en de bewoording ervan wordt gestroomlijnd.

Amendement    40

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 44

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 44

Artikel 44

Vertegenwoordiging van het Parlement op zittingen van de Raad

Vertegenwoordiging van het Parlement op zittingen van de Raad

Wanneer de Raad het Parlement uitnodigt tot deelneming aan een zitting van de Raad waarbij deze als wetgever optreedt, verzoekt de Voorzitter de voorzitter of rapporteur van de bevoegde commissie of een ander door de bevoegde commissie aangewezen lid het Parlement aldaar te vertegenwoordigen.

Wanneer de Raad het Parlement uitnodigt tot deelneming aan een zitting van de Raad, verzoekt de Voorzitter de voorzitter of rapporteur van de ten principale bevoegde commissie of een ander door de ten principale bevoegde commissie aangewezen lid het Parlement aldaar te vertegenwoordigen.

Amendement    41

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 45

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 45

Artikel 45

Recht van initiatief dat het Parlement krachtens de Verdragen is toegekend

Recht van het Parlement om voorstellen in te dienen

In de gevallen waarin het Parlement krachtens de Verdragen het recht van initiatief is toegekend, kan de bevoegde commissie besluiten een initiatiefverslag op te stellen.

In de gevallen waarin het Parlement krachtens de Verdragen het recht van initiatief is toegekend, kan de bevoegde commissie besluiten een initiatiefverslag overeenkomstig artikel 52 op te stellen.

Het verslag omvat:

Het verslag omvat:

a)  een ontwerpresolutie;

a)  een ontwerpresolutie;

b)  in voorkomend geval, een ontwerpbesluit of ontwerpvoorstel;

b)  een ontwerpvoorstel;

c)  een toelichting, in voorkomend geval vergezeld van een financieel memorandum.

c)  een toelichting, in voorkomend geval vergezeld van een financieel memorandum.

Indien voor de aanneming van een besluit door het Parlement de goedkeuring of de instemming van de Raad en het advies of de instemming van de Commissie vereist is, kan het Parlement na de stemming over het voorgestelde besluit, en op voorstel van de rapporteur, besluiten de stemming over de ontwerpresolutie uit te stellen, totdat de Raad of de Commissie hun standpunt kenbaar hebben gemaakt.

Indien voor de aanneming van een besluit door het Parlement de goedkeuring of de instemming van de Raad en het advies of de instemming van de Commissie vereist is, kan het Parlement na de stemming over het voorgestelde besluit, en op voorstel van de rapporteur, besluiten de stemming over de ontwerpresolutie uit te stellen, totdat de Raad of de Commissie hun standpunt kenbaar hebben gemaakt.

Motivering

Voorstel om de titel in overeenstemming te brengen met de titel van artikel 46.

De wijziging van lid 1 is bedoeld ter verduidelijking. Enkele voorbeelden van mogelijke initiatieven van het Parlement: artikel 7 VEU – ernstige schending van EU-waarden door een lidstaat; artikel 14 VEU – samenstelling van het Parlement; artikel 48 VEU – wijziging van de Verdragen; artikel 223, lid 1, VWEU – bepalingen inzake verkiezing van het Parlement; artikel 223, lid 2, VWEU – besluit over de vervulling van de taken van de leden (Statuut van de leden); artikel 226 VWEU – bepalingen betreffende de uitoefening van het enquêterecht van het Parlement; artikel 228 VWEU – bepalingen betreffende de uitoefening van de taken van de Ombudsman.

Amendement    42

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 46

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 46

Artikel 46

Initiatief in de zin van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Verzoeken aan de Commissie om voorstellen in te dienen

1.  Overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan het Parlement door het aannemen van een resolutie op basis van een overeenkomstig artikel 52 opgesteld initiatiefverslag van de bevoegde commissie de Commissie verzoeken het Parlement passende ontwerpen tot vaststelling van nieuwe of tot wijziging van bestaande besluiten voor te leggen. De resolutie wordt bij de eindstemming aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement. Tegelijkertijd kan het Parlement een termijn vaststellen voor de indiening van het voorstel.

1.  Overeenkomstig artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan het Parlement door het aannemen van een resolutie op basis van een overeenkomstig artikel 52 opgesteld initiatiefverslag van de bevoegde commissie de Commissie verzoeken het Parlement passende ontwerpen tot vaststelling van nieuwe of tot wijziging van bestaande besluiten voor te leggen. De resolutie wordt bij de eindstemming aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement. Tegelijkertijd kan het Parlement een termijn vaststellen voor de indiening van het voorstel.

2.  Elk lid kan een voorstel voor een besluit van de Unie uit hoofde van het initiatiefrecht van het Parlement in de zin van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indienen.

2.  Elk lid kan een voorstel voor een besluit van de Unie uit hoofde van het initiatiefrecht van het Parlement in de zin van artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indienen.

Een dergelijk voorstel kan door maximaal tien leden samen ingediend worden. In het voorstel wordt de rechtsgrondslag vermeld en hierbij kan een toelichting van maximaal 150 woorden worden gevoegd.

Een dergelijk voorstel kan door maximaal tien leden gezamenlijk ingediend worden. In het voorstel wordt de rechtsgrond vermeld waarop het berust en hierbij kan een toelichting van maximaal 150 woorden worden gevoegd.

 

Het voorstel wordt ingediend bij de Voorzitter, die controleert of de toepasselijke wettelijke vereisten zijn nageleefd. Hij kan het voorstel met het oog op een advies over de juistheid van de rechtsgrond ervan naar de voor dit advies bevoegde commissie verwijzen. Als de Voorzitter het voorstel ontvankelijk verklaart, maakt hij dat tijdens de plenaire vergadering bekend en verwijst het voorstel naar de bevoegde commissie.

 

Voorafgaand aan de verwijzing naar de bevoegde commissie wordt het voorstel in die officiële talen vertaald die de voorzitter van de desbetreffende commissie voor een summiere behandeling noodzakelijk acht.

 

De bevoegde commissie neemt binnen drie maanden na de verwijzing en na de indieners van het voorstel de gelegenheid te hebben geboden zich tot de commissie te richten, een besluit over het verdere verloop van de procedure.

 

De indieners van het voorstel worden in de titel van het verslag genoemd.

3.  Het voorstel wordt ingediend bij de Voorzitter, die controleert of de toepasselijke wettelijke vereisten zijn nageleefd. Hij kan het voorstel met het oog op een advies over de juistheid van de rechtsgrondslag ervan naar de voor dit advies bevoegde commissie verwijzen. Als de Voorzitter het voorstel ontvankelijk verklaart, maakt hij dat tijdens de plenaire vergadering bekend en verwijst hij het naar de bevoegde commissie.

 

Voorafgaand aan de verwijzing naar de bevoegde commissie wordt het voorstel in die officiële talen vertaald die de voorzitter van de desbetreffende commissie voor een summiere behandeling noodzakelijk acht.

 

De commissie kan de Voorzitter aanbevelen dat het voorstel wordt opengesteld voor ondertekening door om het even welk lid, met inachtneming van de voorwaarden en termijnen die zijn vastgelegd in artikel 136, leden 2, 3 en 7.

 

Als een meerderheid van de leden van het Parlement het voorstel heeft ondertekend, wordt de Conferentie van voorzitters geacht haar toestemming te hebben gegeven aan het verslag over het voorstel. De bevoegde commissie stelt een verslag op conform artikel 52 na de indieners van het voorstel te hebben gehoord.

 

Indien het voorstel niet wordt opengesteld voor bijkomende ondertekenaars of niet door een meerderheid van de leden van het Parlement ondertekend wordt, neemt de bevoegde commissie binnen drie maanden na de verwijzing en na de indieners van het voorstel te hebben gehoord, een besluit over het verdere verloop van de procedure.

 

De indieners van het voorstel worden in de titel van het verslag genoemd.

 

4.  De resolutie van het Parlement vermeldt wat de rechtsgrond moet zijn en gaat vergezeld van gedetailleerde aanbevelingen betreffende de inhoud van het verlangde ontwerp, dat in overeenstemming moet zijn met de grondrechten en het subsidiariteitsbeginsel.

4.  De resolutie van het Parlement vermeldt wat de rechtsgrond moet zijn en gaat vergezeld van aanbevelingen betreffende de inhoud van het verlangde ontwerp.

5.  Indien het verlangde ontwerp financiële gevolgen heeft, wordt door het Parlement aangegeven hoe voldoende financiële dekking kan worden gevonden.

5.  Indien het verlangde ontwerp financiële gevolgen heeft, wordt door het Parlement aangegeven hoe voldoende financiële dekking kan worden gevonden.

6.  De bevoegde commissie ziet toe op de voortgang van de voorbereiding van elk ontwerp van wetgevingshandeling dat op verzoek van het Parlement wordt uitgewerkt.

6.  De bevoegde commissie ziet toe op de voortgang van de voorbereiding van elk ontwerp van rechtshandeling van de Unie dat op verzoek van het Parlement wordt uitgewerkt.

 

6 bis.  De Conferentie van commissievoorzitters ziet regelmatig toe op de naleving door de Commissie van punt 10 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven, dat bepaalt dat de Commissie binnen drie maanden moet antwoorden op verzoeken om voorstellen in te dienen door in een specifieke mededeling aan te geven welk gevolg zij aan die verzoeken wenst te geven. Zij brengt over de resultaten van dit toezicht regelmatig verslag uit aan de Conferentie van voorzitters.

Motivering

The title is clarified and aligned, compared also to the title of Rule 45.

The first, second, fifth and sixth subparagraphs of Rule 46(3) are moved to Rule 46(2). The contents of the third and fourth subparagraphs of Rule 46(3) is deleted because the procedure they laid down is very complex and was hardly ever applied until now.

As regards changes to paragraph 4, they reflect that other principles must obviously also be respected (proportionality for instance).

Paragraph 6 shall become paragraph 5. This paragraph refers to a "proposed legislative act". The restriction implied by the word "legislative" (as defined in Article 289 TFEU) is questionable. Therefore it is suggested to use "Union act" as in Article 225 TFEU and in paragraph 1 of this Rule.

Amendement    43

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 47

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 47

Artikel 47

Behandeling van wetgevingsdocumenten

Behandeling van bindende rechtshandelingen

1.  Ontwerpen van wetgevingshandeling en andere documenten van wetgevende aard worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.

1.  Van andere instellingen of lidstaten ontvangen ontwerpen van bindende rechtshandelingen worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.

Bij twijfel kan de Voorzitter artikel 201, lid 2, toepassen vóór kennisgeving van de verwijzing naar de bevoegde commissie ter plenaire vergadering.

 

Indien een ontwerp in het werkprogramma van de Commissie opgenomen is, kan de bevoegde commissie besluiten een rapporteur te benoemen teneinde de opstelling van het voorstel te volgen.

 

Raadplegingen door de Raad of verzoeken om advies van de zijde van de Commissie worden door de Voorzitter verwezen naar de commissie die bevoegd is voor de behandeling van het bedoelde ontwerp.

 

De in de artikelen 38 t/m 46, 57 t/m 63 en 75 vervatte bepalingen voor de eerste lezing zijn van toepassing op ontwerpen van wetgevingshandeling, ongeacht of daarvoor een, twee of drie lezingen vereist zijn.

 

 

1 bis.  Bij twijfel kan de Voorzitter, vóór kennisgeving van de verwijzing naar de bevoegde commissie ter plenaire vergadering, een competentiekwestie voorleggen aan de Conferentie van voorzitters. De Conferentie van voorzitters neemt een besluit aan de hand van een aanbeveling van de Conferentie van commissievoorzitters, of de voorzitter ervan, in overeenstemming met artikel 201 bis, tweede alinea.

 

1 ter.  De bevoegde commissie kan te allen tijde besluiten tot de benoeming van een rapporteur om de voorbereidende fase van een ontwerp te volgen. Zij overweegt dit met name wanneer het voorstel wordt vermeld in het werkprogramma van de Commissie.

2.  Standpunten van de Raad worden ter behandeling verwezen naar de in eerste lezing bevoegde commissie.

 

De in de artikelen 64 t/m 69 en 76 vervatte bepalingen voor de tweede lezing zijn van toepassing op standpunten van de Raad.

 

3.  Tijdens de procedure van bemiddeling tussen Parlement en Raad na de tweede lezing vindt geen terugverwijzing naar een commissie plaats.

 

De in de artikelen 70, 71 en 72 vervatte bepalingen voor de derde lezing zijn van toepassing op de bemiddelingsprocedure.

 

4.  De artikelen 50, 53, 59, leden 1 en 3, 60, 61 en 188 zijn niet van toepassing op de tweede en derde lezing.

 

5.  In geval van tegenstrijdigheid tussen een bepaling van he t Reglement inzake de tweede en derde lezing en enige andere bepaling van het Reglement heeft de bepaling inzake de tweede en derde lezing voorrang.

5.  In geval van tegenstrijdigheid tussen een bepaling van he t Reglement inzake de tweede en derde lezing en enige andere bepaling van het Reglement heeft de bepaling inzake de tweede en derde lezing voorrang.

Motivering

As regards the change to paragraph 1 subparagraph 1, same change as in Rule 39 paragraph 1.

As regards the second subparagraph of Rule 47(1), it converts Rule 201(2) into a new Rule on questions of competence: Rule 201a (new); an alignment is therefore necessary.

As regards the fourth subparagraph, the reference to the Commission Work Programme is limitative and should be deleted. The rest is moved as paragraph 1b of Rule 47.

As regards the fifth subparagraph, the readability of such provision is difficult. The list is not limitative as other Rules apply as well; in addition, it mentions general Rules which apply in any case throughout the procedure, as for instance Rules 38 to 44; Rules 45 & 46 concern the right of initiative; Rules 57 to 63 & 75 are specific for first reading and it is not clear what is meant by the reference to them in this subparagraph.

Paragraphs 2 and 3 (2) are deleted as superfluous or self-evident given the existence of specific Rules on second and third reading.

Paragraph 3 subparagraph 1 is deleted here and moved to Rule72 as §6(new)

Paragraph 4 is deleted given the proposals concerning Rules 66.5(new) and 72.7(new).

Amendement    44

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 47 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 47 bis

 

Versnelling van wetgevingsprocedures

 

In coördinatie met de Raad en de Commissie kan door de bevoegde commissie of commissies worden besloten tot versnelling van de wetgevingsprocedure voor specifieke voorstellen, met name voorstellen die in de gezamenlijke verklaring betreffende de jaarlijkse interinstitutionele programmering krachtens artikel 37, lid 1, onder a), als prioriteit zijn vastgesteld.

Amendement    45

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 48

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 48

Artikel 48

Wetgevingsprocedures inzake initiatieven van lidstaten

Wetgevingsprocedures inzake initiatieven van andere instellingen dan de Commissie of van lidstaten

1.  Initiatieven van lidstaten overeenkomstig artikel 76 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden behandeld overeenkomstig het bepaalde in onderhavig artikel en de artikelen 38 tot en met 43, 47 en 59 van het Reglement.

1.  Bij de behandeling van initiatieven van andere instellingen dan de Commissie of van lidstaten kan de bevoegde commissie vertegenwoordigers van de betrokken instellingen of lidstaten uitnodigen om het initiatief in de commissie toe te lichten. De vertegenwoordigers van de betrokken lidstaten kunnen vergezeld worden door het voorzitterschap van de Raad.

2.  De bevoegde commissie kan vertegenwoordigers van de betrokken lidstaten verzoeken het initiatief voor de commissie toe te lichten. Deze vertegenwoordigers kunnen vergezeld worden door de voorzitter van de Raad.

 

3.  Alvorens de bevoegde commissie tot stemming overgaat, vraagt zij de Commissie of die een advies inzake het initiatief voorbereidt. Indien dit het geval is, keurt de bevoegde commissie haar verslag niet goed voordat zij het advies van de Commissie heeft ontvangen.

3.  Alvorens de bevoegde commissie tot stemming overgaat, vraagt zij de Commissie of die een advies inzake het initiatief voorbereidt of voornemens is op korte termijn een alternatief voorstel in te dienen. Indien uit het antwoord blijkt dat dit het geval is, keurt de bevoegde commissie haar verslag of het alternatieve voorstel niet goed voordat zij het advies van de Commissie heeft ontvangen.

4.  Wanneer twee of meer voorstellen van de Commissie en/of de lidstaten met eenzelfde wetgevingsoogmerk gelijktijdig of binnen een kort tijdsbestek aan het Parlement worden voorgelegd, behandelt het Parlement deze teksten in een enkel verslag. In haar verslag geeft de bevoegde commissie aan op welke tekst zij amendementen heeft ingediend en in de wetgevingsresolutie verwijst zij naar alle andere teksten.

4.  Wanneer twee of meer voorstellen van de Commissie en/of een andere instelling en/of de lidstaten met eenzelfde wetgevingsoogmerk gelijktijdig of binnen een kort tijdsbestek aan het Parlement worden voorgelegd, behandelt het Parlement deze teksten in een enkel verslag. In haar verslag geeft de bevoegde commissie aan op welke tekst zij amendementen heeft ingediend en in de wetgevingsresolutie verwijst zij naar alle andere teksten.

Motivering

Ten aanzien van de wijziging van lid 1 dient erop te worden gewezen dat de huidige formulering van dit artikel de behandeling van initiatieven van lidstaten regelt, maar dat ook andere instellingen (zoals de Europese Centrale Bank of het Hof van Justitie) initiatieven kunnen indienen (zie artikel 294, lid 15, VWEU). De verwijzing naar "onderhavig artikel en de artikelen 38 tot en met 43, 47 en 59" is limitatief. Andere bepalingen, zoals bijvoorbeeld de artikelen 50 en 53, kunnen eveneens van toepassing zijn. De leden 1 en 2 van artikel 48 worden samengevoegd.

Lid 2 in zijn huidige vorm wordt geschrapt en samengevoegd met lid 1.

Amendement    46

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 49

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 49

Artikel 49

Wetgevingsverslagen

Wetgevingsverslagen

1.  De voorzitter van de commissie waarnaar het ontwerp van wetgevingshandeling is verwezen, doet aan zijn commissie een voorstel inzake de te volgen procedure.

1.  De voorzitter van de commissie waarnaar het ontwerp van bindende rechtshandeling is verwezen, doet aan zijn commissie een voorstel inzake de te volgen procedure.

2.  Nadat het besluit over de te volgen procedure is genomen en indien artikel 50 niet van toepassing is, benoemt de commissie een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur voor het ontwerp van wetgevingshandeling, voor zover dit niet reeds is geschied naar aanleiding van het krachtens artikel 37 overeengekomen werkprogramma van de Commissie.

2.  Nadat het besluit over de te volgen procedure is genomen en indien de vereenvoudigde procedure van artikel 50 niet van toepassing is, benoemt de commissie een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur voor het ontwerp van wetgevingshandeling, voor zover dit niet reeds is geschied naar aanleiding van artikel 47, lid 1 ter.

3.  Het verslag van de commissie omvat:

3.  Het verslag van de commissie omvat:

a)  eventuele amendementen op het ontwerp, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur en worden niet in stemming gebracht;

a)  eventuele amendementen op het ontwerp, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de indiener en worden niet in stemming gebracht;

b)  een ontwerpwetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 59, lid 2;

b)  een ontwerpwetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 59, lid 1 quater;

c)  eventueel een toelichting, met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven.

c)  eventueel een toelichting, indien nodig met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven.

 

c bis)  indien beschikbaar, een verwijzing naar de effectbeoordeling door het Parlement.

Motivering

De wijziging van lid 3, onder a), wordt voorgesteld omdat de bepaling in de huidige bewoording impliceert dat in verslagen alle motiveringen van amendementen de verantwoordelijkheid van de rapporteur zijn. Dit is correct voor de ontwerpverslagen, maar niet voor de verslagen zelf.

Ten aanzien van lid 3, onder c), zij erop gewezen dat financiële memoranda heel ongebruikelijk zijn in toelichtingen, terwijl de term "met inbegrip van" een systematisch gebruik ervan impliceert. Om die reden wordt een flexibelere bewoording voorgesteld.

Amendement    47

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 50

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 50

Artikel 50

Vereenvoudigde procedure

Vereenvoudigde procedure

1.  Na een eerste beraadslaging over een ontwerp van wetgevingshandeling kan de voorzitter voorstellen het ontwerp zonder amendementen goed te keuren. Tenzij ten minste een tiende van de commissieleden daartegen bezwaar maakt, legt de voorzitter het Parlement een verslag voor ter goedkeuring van het ontwerp. Artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, is van toepassing.

1.  Na een eerste beraadslaging over een ontwerp van wetgevingshandeling kan de voorzitter voorstellen het ontwerp zonder amendementen goed te keuren. Tenzij ten minste een tiende van de commissieleden daartegen bezwaar maakt, wordt de voorgestelde procedure geacht te zijn goedgekeurd. De voorzitter of de rapporteur, indien er een rapporteur is benoemd, legt het Parlement een verslag voor ter goedkeuring van het ontwerp. Artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, is van toepassing.

2.  Als alternatief kan de voorzitter voorstellen dat hij of de rapporteur een aantal amendementen formuleert waarin de beraadslaging in de commissie tot uitdrukking komt. Indien de commissie hiermee instemt, worden deze amendementen aan de leden van de commissie toegezonden. Tenzij binnen een termijn van ten minste 21 dagen na verzending ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt, wordt het verslag geacht door de commissie te zijn goedgekeurd. In dat geval worden de ontwerpwetgevingsresolutie en de amendementen overeenkomstig artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, aan het Parlement voorgelegd voor behandeling zonder debat.

2.  Als alternatief kan de voorzitter voorstellen dat hij of de rapporteur een aantal amendementen formuleert waarin de beraadslaging in de commissie tot uitdrukking komt. Tenzij ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt, wordt de voorgestelde procedure geacht te zijn goedgekeurd en worden de amendementen aan de leden van de commissie toegezonden.

 

Tenzij binnen een termijn van ten minste tien werkdagen na verzending ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt tegen de amendementen, wordt het verslag geacht door de commissie te zijn goedgekeurd. In dat geval worden de ontwerpwetgevingsresolutie en de amendementen overeenkomstig artikel 150, lid 1, tweede alinea, en leden 2 en 4, aan het Parlement voorgelegd voor behandeling zonder debat.

 

Indien door ten minste een tiende van de commissieleden bezwaar wordt gemaakt tegen de amendementen, worden deze op de volgende commissievergadering in stemming gebracht.

3.  Indien door ten minste een tiende van de commissieleden bezwaar wordt gemaakt, worden de amendementen op de volgende commissievergadering in stemming gebracht.

 

4.  Lid 1, eerste en tweede zin, lid 2, eerste, tweede en derde zin, en lid 3 zijn mutatis mutandis van toepassing op adviezen van de commissies overeenkomstig artikel 53.

4.  Met uitzondering van de bepalingen inzake de indiening bij het Parlement, is dit artikel mutatis mutandis van toepassing op adviezen van de commissies overeenkomstig artikel 53.

Motivering

Lid 3 is van toepassing op het in lid 2 bedoelde geval, niet op het in lid 1 bedoelde geval. De leesbaarheid wordt verbeterd door de leden 2 en 3 samen te voegen tot één lid.

De wijziging van lid 4 moet eveneens de leesbaarheid verbeteren.

Amendement    48

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 51

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 51

Artikel 51

Verslagen van niet-wetgevende aard

Verslagen van niet-wetgevende aard

1.  Als een commissie een verslag van niet-wetgevende aard opstelt, benoemt zij een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur.

1.  Als een commissie een verslag van niet-wetgevende aard opstelt, benoemt zij een van haar leden of een van de vaste plaatsvervangers tot rapporteur.

2.  De rapporteur heeft tot taak het verslag van de commissie op te stellen en namens deze aan het Parlement voor te leggen.

 

3.  Het verslag van de commissie omvat:

3.  Het verslag van de commissie omvat:

a)  een ontwerpresolutie;

a)  een ontwerpresolutie;

b)  een toelichting, met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven;

b)  een toelichting, indien nodig met inbegrip van een financieel memorandum, waarin de omvang van de eventuele financiële gevolgen van het verslag en de verenigbaarheid ervan met het meerjarig financieel kader worden aangegeven;

c)  de tekst van eventuele ontwerpresoluties die hierin overeenkomstig artikel 133, lid 4, moeten worden opgenomen.

c)  de tekst van eventuele ontwerpresoluties die hierin overeenkomstig artikel 133, lid 4, moeten worden opgenomen.

Motivering

Lid 2 wordt hier geschrapt en ondergebracht in het huidige artikel 56. De omschrijving van de taken van de rapporteur wordt opgenomen in artikel 56 betreffende het opstellen van verslagen.

Amendement    49

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 52

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 52

Artikel 52

Initiatiefverslagen

Initiatiefverslagen

1.  Wanneer een commissie, zonder dat haar overeenkomstig artikel 201, lid 1, een raadpleging of een verzoek om advies ter behandeling is voorgelegd, voornemens is over een onder haar bevoegdheid vallend onderwerp verslag uit te brengen en hierover aan het Parlement een ontwerpresolutie voor te leggen, heeft zij daarvoor de toestemming van de Conferentie van voorzitters nodig. Een weigering van deze toestemming moet steeds met redenen worden omkleed. Betreft het een verslag naar aanleiding van een voorstel dat door een lid overeenkomstig artikel 46, lid 2, is ingediend, dan kan toestemming alleen worden geweigerd als niet aan de voorwaarden in artikel 5 van het Statuut van de leden en artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voldaan.

1.  Wanneer een commissie voornemens is over een onder haar bevoegdheid vallend onderwerp waarvoor geen verwijzing heeft plaatsgevonden een niet-wetgevingsverslag of een verslag overeenkomstig artikel 45 of artikel 46 uit te brengen, heeft zij daarvoor de toestemming van de Conferentie van voorzitters nodig.

 

De Conferentie van voorzitters neemt een besluit over de verzoeken om toestemming voor het opstellen van een verslag in de zin van lid 1, overeenkomstig door haarzelf vastgestelde uitvoeringsvoorschriften.

De Conferentie van voorzitters neemt een besluit over de verzoeken om toestemming voor het opstellen van een verslag in de zin van lid 1, overeenkomstig door haarzelf vastgestelde uitvoeringsvoorschriften. Mocht de bevoegdheid van een commissie die om toestemming voor het opstellen van een verslag heeft verzocht, worden betwist, dan neemt de Conferentie van voorzitters binnen een termijn van zes weken een besluit op basis van een aanbeveling van de Conferentie van commissievoorzitters of, bij ontstentenis, van de voorzitter van laatstgenoemde. Indien de Conferentie van voorzitters binnen deze termijn geen besluit heeft genomen, wordt de aanbeveling geacht te zijn aangenomen.

 

 

1 bis.  Een weigering van deze toestemming wordt steeds met redenen omkleed.

 

Indien het onderwerp van het verslag onder het in artikel 45 bedoelde initiatiefrecht van het Parlement valt, kan toestemming uitsluitend worden geweigerd op grond van het feit dat niet aan de voorwaarden in de Verdragen is voldaan.

 

1 ter.  In de in de artikelen 45 en 46 bedoelde gevallen neemt de Conferentie van voorzitters binnen twee maanden een besluit.

2.  Het Parlement behandelt in initiatiefverslagen neergelegde ontwerpresoluties volgens de kortepresentatieprocedure als uiteengezet in artikel 151. Amendementen op deze ontwerpresoluties zijn slechts ontvankelijk voor behandeling ter plenaire vergadering indien zij worden ingediend door de rapporteur om rekening te houden met nieuwe informatie, of door ten minste een tiende van de leden van het Parlement. Fracties kunnen overeenkomstig artikel 170, lid 4, alternatieve ontwerpresoluties indienen. De artikelen 176 en 180 zijn van toepassing op de ontwerpresolutie van de commissie en amendementen daarop. Artikel 180 is ook van toepassing op de enkele stemming over alternatieve ontwerpresoluties.

2.  Bij het Parlement ingediende ontwerpresoluties worden behandeld volgens de kortepresentatieprocedure als uiteengezet in artikel 151. Amendementen op deze ontwerpresoluties en verzoeken om stemming in onderdelen of hoofdelijke stemming zijn slechts ontvankelijk voor behandeling ter plenaire vergadering indien zij worden ingediend door de rapporteur om rekening te houden met nieuwe informatie, of door ten minste een tiende van de leden van het Parlement. Fracties kunnen overeenkomstig artikel 170, lid 4, alternatieve ontwerpresoluties indienen. Artikel 180 is van toepassing op de ontwerpresolutie van de commissie en amendementen daarop. Artikel 180 is ook van toepassing op de enkele stemming over alternatieve ontwerpresoluties.

De eerste alinea is niet van toepassing, wanneer het onderwerp van het verslag in het kader van een debat van prioritair belang ter plenaire vergadering wordt behandeld, wanneer het verslag overeenkomstig het initiatiefrecht uit hoofde van artikel 45 of 46 wordt opgesteld, of wanneer voor het verslag als strategisch verslag toestemming is verleend9.

 

 

2 bis.  Lid 2 is niet van toepassing wanneer het onderwerp van het verslag in het kader van een debat van prioritair belang ter plenaire vergadering wordt behandeld, wanneer het verslag overeenkomstig het initiatiefrecht uit hoofde van artikel 45 of 46 wordt opgesteld, of wanneer voor het verslag als strategisch verslag toestemming is verleend9 bis.

3.  Indien het onderwerp van het verslag onder het in artikel 45 bedoelde initiatiefrecht valt, kan toestemming uitsluitend worden geweigerd op grond van het feit dat niet aan de voorwaarden in de Verdragen is voldaan.

 

4.  In de in de artikelen 45 en 46 bedoelde gevallen neemt de Conferentie van voorzitters binnen twee maanden een besluit.

 

__________________

__________________

9 Zie desbetreffend besluit van de Conferentie van voorzitters, als opgenomen in bijlage XVII bij het Reglement.

 

 

9 bis Zie het desbetreffende besluit van de Conferentie van voorzitters.

Motivering

As regards the changes to paragraph 1, the words "neither a consultation nor a request for an opinion has been referred to it" are updated to the current framework where Parliament's legislative powers go well beyond consultation. In fact, the own-initiative report must not deal with topics which are the subject of a legislative report / proposal. The last part of this paragraph will be deleted: Article 5 of the Statute and Article 225 of the Treaty are general provisions and do not as such set certain conditions for a Member's initiative. Minimal conditions are set in Rule 46(2) and they are meant to allow the President to follow up with the referral to the Committee responsible. It is the Committee responsible which then decides whether to seek authorisation.

The first part of the interpretation following paragraph 1 is integrated into paragraph 1.The last part of the interpretation is covered in new Rule 201a(2).

As regards paragraph 1a and 1b, the change suggests a restructuring of the Rules concerning the conditions for authorisation. The current paragraph 3 is reinserted here as subparagraph of paragraph 2 to which it is linked

The content of paragraph 1bis moved from the current Rule 52(4).

The renumbering and replacement of current paragraph 3 and 4 before current paragraph 2 aims to clarify that own initiative reports are a subcategory of the non-legislative reports.

Paragraph 2 subparagraph 1 becomes a separate paragraph.

Paragraph 3 moved up as paragraph 2.1 and paragraph 5 is deleted here and moved up as paragraph 3. As they cover the same issues, the last sentence of paragraph 1 and paragraphs 3 and 4 are merged.

Amendement    50

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 53

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 53

Artikel 53

Adviezen van commissies

Adviezen van commissies

1.  Indien de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie het advies van een andere commissie wenst in te winnen of indien een andere commissie uit eigen beweging haar advies wenst uit te brengen ten aanzien van het verslag van de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie, kunnen deze commissies de Voorzitter van het Parlement verzoeken overeenkomstig artikel 201, lid 3, de ene commissie als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeadviserende commissie aan te wijzen.

1.  Indien de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie het advies van een andere commissie wenst in te winnen of indien een andere commissie uit eigen beweging haar advies wenst uit te brengen aan de in eerste instantie met de behandeling van een vraagstuk belaste commissie, kunnen deze commissies de Voorzitter van het Parlement verzoeken overeenkomstig artikel 201, lid 3, de ene commissie als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeadviserende commissie aan te wijzen.

 

De medeadviserende commissie kan een rapporteur voor advies aanwijzen uit haar leden of vaste plaatsvervangers of haar advies toezenden in de vorm van een brief van haar voorzitter.

2.  In het geval van documenten van wetgevende aard in de zin van artikel 47, lid 1, bevat het advies ontwerpamendementen op de aan de medeadviserende commissie voorgelegde tekst, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur voor advies en worden niet in stemming gebracht. Zo nodig kan de medeadviserende commissie het advies als geheel in het kort schriftelijk motiveren.

2.  Wanneer het advies betrekking heeft op een ontwerp van bindende rechtshandeling, bevat het amendementen op de aan de medeadviserende commissie voorgelegde tekst, die desgewenst vergezeld kunnen gaan van korte motiveringen. Deze motiveringen vallen onder de verantwoordelijkheid van de indiener en worden niet in stemming gebracht. Zo nodig kan de medeadviserende commissie het advies als geheel in het kort schriftelijk motiveren. Deze beknopte motivering valt onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur voor advies.

In het geval van niet-wetgevingsteksten bevat het advies suggesties voor de ontwerpresolutie van de ten principale bevoegde commissie.

Wanneer het advies geen betrekking heeft op een ontwerp van bindende rechtshandeling, bevat het suggesties voor de ontwerpresolutie van de ten principale bevoegde commissie.

De ten principale bevoegde commissie brengt deze ontwerpamendementen of suggesties in stemming.

De ten principale bevoegde commissie brengt deze ontwerpamendementen of suggesties in stemming.

In een advies worden uitsluitend zaken behandeld die onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen.

In een advies worden uitsluitend zaken behandeld die onder de bevoegdheid van de medeadviserende commissie vallen.

3.  De ten principale bevoegde commissie stelt een termijn vast waarbinnen de medeadviserende commissie advies moet uitbrengen, wil het door de ten principale bevoegde commissie in aanmerking worden genomen. Alle wijzigingen op het aangekondigde tijdschema worden onverwijld door de ten principale bevoegde commissie aan de medeadviserende commissie(s) medegedeeld. De ten principale bevoegde commissie trekt haar definitieve conclusies pas wanneer deze termijn is verstreken.

3.  De ten principale bevoegde commissie stelt een termijn vast waarbinnen de medeadviserende commissie advies moet uitbrengen, wil het door de ten principale bevoegde commissie in aanmerking worden genomen. Alle wijzigingen op het aangekondigde tijdschema worden onverwijld door de ten principale bevoegde commissie aan de medeadviserende commissie(s) medegedeeld. De ten principale bevoegde commissie trekt haar definitieve conclusies pas wanneer deze termijn is verstreken.

 

3 bis.  Als alternatief kan de medeadviserende commissie besluiten haar standpunt te presenteren in de vorm van amendementen die na de goedkeuring ervan rechtstreeks in de ten principale bevoegde commissie worden ingediend. Deze amendementen worden door de voorzitter of de rapporteur ingediend namens de commissie.

 

3 ter.  De medeadviserende commissie dient de in lid 3 bis bedoelde amendementen in binnen de door de ten principale bevoegde commissie vastgestelde termijn.

4.  Alle aangenomen adviezen worden als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.

4.  Alle door de medeadviserende commissie goedgekeurde adviezen en amendementen worden als bijlage bij het verslag van de ten principale bevoegde commissie gevoegd.

5.  De ten principale bevoegde commissie is de enige commissie die ter plenaire vergadering amendementen kan indienen.

5.  Medeadviserende commissies in de zin van dit artikel kunnen geen amendementen indienen voor behandeling ter plenaire vergadering.

6.  De voorzitter en de rapporteur van de medeadviserende commissie worden uitgenodigd met raadgevende stem deel te nemen aan de vergaderingen van de ten principale bevoegde commissie, voorzover deze op het gemeenschappelijk vraagstuk betrekking hebben.

6.  De voorzitter en de rapporteur van de medeadviserende commissie worden uitgenodigd met raadgevende stem deel te nemen aan de vergaderingen van de ten principale bevoegde commissie, voorzover deze op het gemeenschappelijk vraagstuk betrekking hebben.

Motivering

As regards the changes to paragraph 1, strictly speaking, the opinion committee does not "make known its views on the report" but on the issue that will be covered by the report. As a new Rule 201a (new) is proposed to deal with the questions of competences, an alignment to that Rules is necessary throughout the text. The addition aims to clarify that a "rapporteur for an opinion" is appointed (currently not in the rules).

As regards the addition of paragraph 3 a (new), it reflects the outcome of the last CCC away day, when the Committee Chairs acknowledged that Rule 53 is over-used and recommended the introduction of the ‘committees-amendments” to the draft report of the lead committee. This possibility which corresponds to a current practice is now introduced in the Rules with an appropriate procedure to adopt and table “committee-amendments”.

Paragraph 5 is reworded. In fact, the restriction to the committee responsible is already set out in Rule 169 (which is a more relevant place).

Amendement    51

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 54

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 54

Artikel 54

Medeverantwoordelijke commissies

Procedure met medeverantwoordelijke commissies

Indien bij de Conferentie van voorzitters een competentieconflict aanhangig is gemaakt overeenkomstig artikel 201, lid 2, of artikel 52 en de Conferentie van voorzitters op grond van bijlage VII van het Reglement van mening is dat het vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee of meer commissies valt, of dat verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee of meer commissies vallen, is artikel 53 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:

1.  Indien bij de Conferentie van voorzitters een competentieconflict aanhangig is gemaakt overeenkomstig artikel 201 bis en de Conferentie van voorzitters op grond van bijlage VII van het Reglement van mening is dat het vraagstuk bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee of meer commissies valt, of dat verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee of meer commissies vallen, is artikel 53 van toepassing met de volgende aanvullende bepalingen:

–  de betrokken commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;

–  de betrokken commissies stellen het tijdschema in onderling overleg vast;

–  de rapporteur en de rapporteurs voor advies houden elkaar op de hoogte en trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;

–  de rapporteur en de rapporteurs voor advies houden elkaar op de hoogte en trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen;

–  de voorzitters, de rapporteur en de rapporteurs voor advies gaan gezamenlijk na welke onderdelen van de tekst onder hun exclusieve of gezamenlijke bevoegdheid vallen en bereiken overeenstemming over de precieze voorwaarden van hun samenwerking. Ingeval er geen overeenstemming over de afbakening van de bevoegdheden wordt bereikt, wordt de zaak op verzoek van een van de betrokken commissies aan de Conferentie van voorzitters voorgelegd, die een uitspraak over de afbakening van de bevoegdheden kan doen of kan besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen van artikel 55 moet worden toegepast; de tweede alinea van artikel 201, lid 2, is van overeenkomstige toepassing;

–  de voorzitters, de rapporteur en de rapporteurs voor advies zijn gebonden door het beginsel van goede en loyale samenwerking en gaan gezamenlijk na welke onderdelen van de tekst onder hun exclusieve of gedeelde bevoegdheid vallen en bereiken overeenstemming over de precieze voorwaarden van hun samenwerking. Ingeval er geen overeenstemming over de afbakening van de bevoegdheden wordt bereikt, wordt de zaak op verzoek van een van de betrokken commissies aan de Conferentie van voorzitters voorgelegd, die een uitspraak over de afbakening van de bevoegdheden kan doen of kan besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen van artikel 55 moet worden toegepast. Dat besluit wordt genomen in overeenstemming met de procedure en binnen de termijn als uiteengezet in artikel 201 bis.

–  de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van een medeverantwoordelijke commissie zonder stemming over voorzover deze betrekking hebben op vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid van de medeverantwoordelijke commissie vallen. Indien amendementen die betrekking hebben op vraagstukken die onder de gezamenlijke bevoegdheid van de ten principale bevoegde commissie en de medeverantwoordelijke commissie vallen, door eerstgenoemde commissie worden verworpen, kan laatstgenoemde commissie die amendementen ter plenaire vergadering indienen;

–  de ten principale bevoegde commissie neemt de amendementen van een medeverantwoordelijke commissie zonder stemming over voorzover deze betrekking hebben op vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid van de medeverantwoordelijke commissie vallen. Indien de ten principale bevoegde commissie deze exclusieve bevoegdheid niet eerbiedigt, kan de medeverantwoordelijke commissie amendementen rechtstreeks voor behandeling ter plenaire vergadering indienen. Indien amendementen die betrekking hebben op vraagstukken die onder de gedeelde bevoegdheid van de ten principale bevoegde commissie en de medeverantwoordelijke commissie vallen, door eerstgenoemde commissie niet worden goedgekeurd, kan de medeverantwoordelijke commissie die amendementen ter plenaire vergadering indienen;

ingeval er een bemiddelingsprocedure voor het voorstel komt, maakt de rapporteur van elke medeverantwoordelijke commissie deel uit van de delegatie van het Parlement.

ingeval er een bemiddelingsprocedure voor het voorstel komt, maakt de rapporteur van elke medeverantwoordelijke commissie deel uit van de delegatie van het Parlement.

De tekst van dit artikel stelt geen enkele limiet aan het toepassingsgebied ervan. Verzoeken om toepassing van de procedure met medeverantwoordelijke commissies ter zake van niet-wetgevingsverslagen op grond van artikel 52, lid 1, en artikel 132, leden 1 en 2, zijn ontvankelijk.

 

De procedure met medeverantwoordelijke commissies overeenkomstig dit artikel kan niet worden toegepast voor een aanbeveling die door de bevoegde commissie moet worden vastgesteld uit hoofde van artikel 99.

 

Het besluit van de Conferentie van voorzitters om de procedure met medeverantwoordelijke commissies toe te passen geldt voor alle stadia van de betreffende procedure.

Het besluit van de Conferentie van voorzitters om de procedure met medeverantwoordelijke commissies toe te passen geldt voor alle stadia van de betreffende procedure.

De rechten die verbonden zijn aan de status van "bevoegde commissie" worden uitgeoefend door de ten principale bevoegde commissie. Bij de uitoefening van deze rechten moet de ten principale bevoegde commissie de prerogatieven van de medeverantwoordelijke commissie eerbiedigen, met name de verplichting om loyaal samen te werken bij het opstellen van het tijdschema en het recht van de medeverantwoordelijke commissie om te bepalen welke amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen aan het Parlement worden voorgelegd.

De rechten die verbonden zijn aan de status van "bevoegde commissie" worden uitgeoefend door de ten principale bevoegde commissie. Bij de uitoefening van deze rechten moet de ten principale bevoegde commissie de prerogatieven van de medeverantwoordelijke commissie eerbiedigen, met name de verplichting om loyaal samen te werken bij het opstellen van het tijdschema en het recht van de medeverantwoordelijke commissie om te bepalen welke amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen aan het Parlement worden voorgelegd.

In geval van niet-eerbiediging door de ten principale bevoegde commissie van de prerogatieven van de medeverantwoordelijke commissie, blijven de door de ten principale bevoegde commissie genomen besluiten geldig, maar kan de medeverantwoordelijke commissie rechtstreeks bij het Parlement amendementen indienen, voor zover deze onder haar exclusieve bevoegdheid vallen.

 

 

1 bis.  De in dit artikel vastgestelde procedure is niet van toepassing voor aanbevelingen die door de bevoegde commissie moeten worden vastgesteld uit hoofde van artikel 99.

Motivering

The changes to paragraph 1 reflect the decision to convert the current Rule 201 (2) into a new Rule 201awhich would cover the questions of competence. Thus, the restriction to legislative files implied by the first paragraph of Rule 201 (1) would be lifted and the new Rule would serve to deal with conflict of competences for both legislative and non-legislative reports. An alignment to take into account the creation of Rule 201 (a) (new) is necessary whenever 201(2) is mentioned.

The change to paragraph 1, indent 3, aims to make the sentence easy to read and to bring the provision in line with the suggested creation of Rule 201a (new).

For clarity reasons, the last paragraph of the fourth part of the interpretation to this Rule is integrated in paragraph 1, indent 4.

The second subparagraph of the interpretation is transformed into a new paragraph of Rule 54 (1a new).

The last subparagraph of the interpretation is integrated in the first paragraph of Rule 54 (fourth hyphen); for the case of shared competence, the text already clearly establishes that the associated committee can table amendments directly in plenary.

Amendement    52

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 55

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 55

Artikel 55

Procedure met gezamenlijke commissievergaderingen

Procedure met gezamenlijke commissievergaderingen

1.  Wanneer uit hoofde van artikel 201, lid 2, een competentiekwestie aan de Conferentie van voorzitters wordt voorgelegd, kan zij besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemming van toepassing is, indien:

1.  Wanneer uit hoofde van artikel 201 bis een competentiekwestie aan de Conferentie van voorzitters wordt voorgelegd, kan zij besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemming van toepassing is, indien:

–  het vraagstuk volgens bijlage VI onlosmakelijk met de bevoegdheid van meerdere commissies verbonden is, en

–  het vraagstuk volgens bijlage VI onlosmakelijk met de bevoegdheid van meerdere commissies verbonden is, en

–  zij het vraagstuk bijzonder belangrijk acht.

–  zij het vraagstuk bijzonder belangrijk acht.

2.  In dat geval stellen de respectieve rapporteurs een enkel ontwerpverslag op dat door de betrokken commissies op gezamenlijke vergaderingen onder het gezamenlijk voorzitterschap van de betrokken voorzitters wordt behandeld en in stemming wordt gebracht.

2.  In dat geval stellen de respectieve rapporteurs een enkel ontwerpverslag op dat door de betrokken commissies op gezamenlijke vergaderingen onder het gezamenlijk voorzitterschap van de betrokken voorzitters wordt behandeld en in stemming wordt gebracht.

In alle stadia van de procedure kunnen de betrokken commissies alleen door gezamenlijk op te treden de rechten uitoefenen die verbonden zijn aan de status van bevoegde commissie. De betrokken commissies kunnen werkgroepen instellen om de vergaderingen en stemmingen voor te bereiden.

In alle stadia van de procedure kunnen de betrokken commissies alleen door gezamenlijk op te treden de rechten uitoefenen die verbonden zijn aan de status van bevoegde commissie. De betrokken commissies kunnen werkgroepen instellen om de vergaderingen en stemmingen voor te bereiden.

3.  In de tweede lezing van de gewone wetgevingsprocedure wordt het standpunt van de Raad behandeld op een gezamenlijke vergadering van de betrokken commissies die, bij ontstentenis van overeenstemming tussen de voorzitters van die commissies, plaatsvindt op de woensdag van de eerste voor de vergadering van parlementaire organen bestemde week, nadat de Raad zijn standpunt aan het Parlement heeft medegedeeld. Bij ontstentenis van overeenstemming over de bijeenroeping van een volgende vergadering, wordt deze bijeengeroepen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters. Over de aanbeveling voor de tweede lezing wordt gestemd op een gezamenlijke vergadering op basis van een gemeenschappelijke ontwerptekst die door de respectieve rapporteurs van de betrokken commissies wordt opgesteld of, bij gebreke van een gemeenschappelijke ontwerptekst, op basis van de in de betrokken commissies ingediende amendementen.

3.  In de tweede lezing van de gewone wetgevingsprocedure wordt het standpunt van de Raad behandeld op een gezamenlijke vergadering van de betrokken commissies die, bij ontstentenis van overeenstemming tussen de voorzitters van die commissies, plaatsvindt op de woensdag van de eerste voor de vergadering van parlementaire organen bestemde week, nadat de Raad zijn standpunt aan het Parlement heeft medegedeeld. Bij ontstentenis van overeenstemming over de bijeenroeping van een volgende vergadering, wordt deze bijeengeroepen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters. Over de aanbeveling voor de tweede lezing wordt gestemd op een gezamenlijke vergadering op basis van een gemeenschappelijke ontwerptekst die door de respectieve rapporteurs van de betrokken commissies wordt opgesteld of, bij gebreke van een gemeenschappelijke ontwerptekst, op basis van de in de betrokken commissies ingediende amendementen.

In de derde lezing van de gewone wetgevingsprocedure zijn de voorzitters en rapporteurs van de betrokken commissies automatisch lid van de delegatie in het bemiddelingscomité.

In de derde lezing van de gewone wetgevingsprocedure zijn de voorzitters en rapporteurs van de betrokken commissies automatisch lid van de delegatie in het bemiddelingscomité.

Mits aan de in dit artikel gestelde voorwaarden is voldaan, kan het worden toegepast op de procedure die leidt tot een aanbeveling tot goedkeuring of verwerping van het sluiten van een internationale overeenkomst op grond van artikel 108, lid 5, en artikel 99, lid 1.

 

Motivering

De wijziging van lid 1 brengt de bepaling in overeenstemming met het nieuwe artikel 201 bis betreffende competentiekwesties.

De interpretatie die volgt op lid 3 is waarschijnlijk ook van toepassing op aanbevelingen in andere instemmingsprocedures, maar dat wordt niet uiteengezet. Om verwarring of een interpretatie a contrario te voorkomen, wordt voorgesteld dit deel te schrappen.

Amendement    53

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 56

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 56

Artikel 52 bis

Opstelling van verslagen

Opstelling van verslagen

 

-1.  De rapporteur heeft tot taak het verslag van de commissie op te stellen en namens deze aan het Parlement voor te leggen.

1.  De toelichting wordt onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld en wordt niet in stemming gebracht. Wel moet de toelichting in overeenstemming zijn met de goedgekeurde ontwerpresolutie en met de eventueel door de commissie voorgestelde amendementen. Indien dit niet het geval is, kan de voorzitter van de commissie de toelichting schrappen.

1.  De toelichting wordt onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld en wordt niet in stemming gebracht. Wel moet de toelichting in overeenstemming zijn met de goedgekeurde ontwerpresolutie en met de eventueel door de commissie voorgestelde amendementen. Indien dit niet het geval is, kan de voorzitter van de commissie de toelichting schrappen.

2.  Het verslag vermeldt de uitslag van de stemming over het verslag in zijn geheel. Voorts wordt, indien op het ogenblik van de stemming ten minste een derde van de aanwezige leden daarom verzoekt, in het verslag vermeld hoe elk der leden heeft gestemd.

2.  Het verslag vermeldt de uitslag van de stemming over het verslag in zijn geheel en, in overeenstemming met artikel 208, lid 3, hoe elk der leden heeft gestemd.

3.  Wanneer in de commissie geen eenstemmigheid heerst, worden in het verslag ook de minderheidsstandpunten weergegeven. Minderheidsstandpunten worden bij de stemming over de gehele tekst kenbaar gemaakt en kunnen op verzoek van de auteurs worden verwoord in een schriftelijke verklaring van ten hoogste 200 woorden, die bij de toelichting wordt gevoegd.

3.  Minderheidsstandpunten kunnen bij de stemming over de gehele tekst kenbaar worden gemaakt en kunnen op verzoek van de auteurs worden verwoord in een schriftelijke verklaring van ten hoogste 200 woorden, die bij de toelichting wordt gevoegd.

De voorzitter beslecht de geschillen waartoe de toepassing van deze bepalingen zou kunnen leiden.

De voorzitter beslecht de geschillen waartoe de toepassing van dit lid zou kunnen leiden.

4.  Een commissie kan, op voorstel van haar bureau, een termijn vaststellen waarbinnen haar rapporteur zijn ontwerpverslag aan haar dient voor te leggen. Deze termijn kan worden verlengd of er kan een nieuwe rapporteur worden benoemd.

4.  Een commissie kan, op voorstel van haar voorzitter, een termijn vaststellen waarbinnen haar rapporteur zijn ontwerpverslag aan haar dient voor te leggen. Deze termijn kan worden verlengd of er kan een nieuwe rapporteur worden benoemd.

5.  Wanneer de termijn is verstreken, kan de commissie haar voorzitter gelasten om om inschrijving van de aangelegenheid met de behandeling waarvan zij is belast, op de agenda van een van de volgende vergaderingen van het Parlement te verzoeken. In dat geval kan aan de hand van een mondeling verslag van de betrokken commissie worden beraadslaagd.

5.  Wanneer de termijn is verstreken, kan de commissie haar voorzitter gelasten om om inschrijving van de aangelegenheid met de behandeling waarvan zij is belast, op de agenda van een van de volgende vergaderingen van het Parlement te verzoeken. In dat geval kan aan de hand van een mondeling verslag van de betrokken commissie worden beraadslaagd en gestemd.

(This Rule as amended shall be moved before Rule 53)

Motivering

As regards the contents of paragraph -1, it consists of the provision currently in Rule 51(2) and is moved here for consistency.

The change to paragraph 2 will bring this provision in line with Rule 208(3): adoption of reports by roll-call vote is mandatory.

As regards the changes to paragraph 3 subparagraph 1, the first sentence will be deleted: lack of unanimity implies minority opinions; in addition it is not very clear what is meant by "give a summary of the minority opinion" in singular as compared to the rest of the paragraph.

The change to paragraph 4 is an alignment to committees’ practice.

Amendement    54

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 3 – titel

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 3

EERSTE LEZING

GEWONE WETGEVINGSPROCEDURE

Amendement    55

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 3 – afdeling 1 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

AFDELING 1

 

EERSTE LEZING

Amendement    56

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 3 – titel 1

Bestaande tekst

Amendement

Behandeling in de commissie

Schrappen

Amendement    57

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 57

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 57

Schrappen

Wijziging van een ontwerp van wetgevingshandeling

 

1.  Indien de Commissie het Parlement mededeelt of indien de bevoegde commissie anderszins verneemt dat de Commissie voornemens is haar ontwerp te wijzigen, stelt de bevoegde commissie de behandeling van de zaak uit totdat zij het nieuwe ontwerp of de door de Commissie aangebrachte wijzigingen heeft ontvangen.

 

2.  Indien de Raad het ontwerp van wetgevingshandeling ingrijpend wijzigt, zijn de bepalingen van artikel 63 van toepassing.

 

Motivering

Dit artikel, dat meer is toegesneden op raadplegingsprocedures dan op gewone wetgevingsprocedures, wordt hier geschrapt en (als gewijzigd) verplaatst naar het nieuwe hoofdstuk 4 betreffende de raadplegingsprocedure.

Amendement    58

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 58

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 58

Schrappen

Standpunt van de Commissie en van de Raad inzake amendementen

 

1.  Alvorens tot eindstemming over een ontwerp van wetgevingshandeling over te gaan, verzoekt de bevoegde commissie de Commissie haar standpunt ten aanzien van alle door de bevoegde commissie goedgekeurde amendementen op dat voorstel kenbaar te maken, en verzoekt zij de Raad om commentaar.

 

2.  Indien het de Commissie niet mogelijk is haar standpunt kenbaar te maken of wanneer de Commissie verklaart dat zij niet bereid is alle door de commissie goedgekeurde amendementen over te nemen, kan de bevoegde commissie de eindstemming uitstellen.

 

3.  Het standpunt van de Commissie wordt eventueel in het verslag opgenomen.

 

Amendement    59

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 3 – titel 2

Bestaande tekst

Amendement

Behandeling ter plenaire vergadering

Schrappen

Amendement    60

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 59

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 59

Artikel 59

Beëindiging van de eerste lezing

Stemming ter plenaire vergadering – eerste lezing

 

-1.  Het Parlement kan het ontwerp van wetgevingshandeling goedkeuren, wijzigen of verwerpen.

1.  Het Parlement behandelt het ontwerp van wetgevingshandeling aan de hand van het door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 49 opgestelde verslag.

1.  Het Parlement stemt eerst over een door de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden schriftelijk ingediend voorstel voor de onmiddellijke verwerping van het ontwerp van wetgevingshandeling.

 

Indien dat voorstel tot verwerping wordt aangenomen, dan verzoekt de Voorzitter de instelling die het ontwerp van wetgevingshandeling heeft ingediend haar ontwerp in te trekken.

 

Indien de betrokken instelling haar ontwerp intrekt, verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd.

 

Indien de betrokken instelling het ontwerp van wetgevingshandeling niet intrekt, deelt de Voorzitter mede dat de eerste lezing door het Parlement is beëindigd, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden besluit de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde commissie voor heroverweging.

 

Indien het voorstel tot verwerping niet wordt aangenomen, dan gaat het Parlement te werk overeenkomstig de leden 1 bis t/m 1 quater.

 

1 bis.  Een door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 73 quinquies, lid 4, voorgelegd voorlopig akkoord krijgt prioriteit en wordt aan één enkele stemming onderworpen, tenzij het Parlement, op verzoek van een fractie of ten minste veertig leden, besluit om in plaats daarvan onmiddellijk over te gaan tot de stemming over de amendementen overeenkomstig lid 1 ter. In dat geval besluit het Parlement ook of de stemming over de amendementen onmiddellijk plaatsvindt. Indien niet, stelt het Parlement een nieuwe termijn vast voor het indienen van amendementen en vindt de stemming plaats tijdens een volgende vergadering.

 

Wordt het voorlopig akkoord in een enkele stemming goedgekeurd, dan deelt de Voorzitter mede dat de eerste lezing door het Parlement is beëindigd.

 

Wordt tijdens een enkele stemming voor het voorlopig akkoord niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen, dan stelt de Voorzitter een nieuwe termijn vast voor het indienen van amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling. Deze amendementen worden tijdens een volgende vergadering in stemming gebracht om het Parlement in staat te stellen zijn eerste lezing te beëindigen

 

1 ter.  Behoudens wanneer een voorstel tot verwerping is aangenomen overeenkomstig lid 1 of een voorlopig akkoord is goedgekeurd overeenkomstig lid 1 bis, worden amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling vervolgens in stemming gebracht, met inbegrip van, indien van toepassing, afzonderlijke onderdelen van het voorlopig akkoord indien er is verzocht om stemming in onderdelen of om afzonderlijke stemmingen of indien er met elkaar concurrerende amendementen zijn ingediend.

 

Alvorens tot stemming over de amendementen over te gaan, kan de Voorzitter de Commissie verzoeken haar standpunt kenbaar te maken en kan hij de Raad om commentaar verzoeken.

 

Nadat de stemming over die amendementen heeft plaatsgevonden, stemt het Parlement over het hele ontwerp van wetgevingshandeling, als geamendeerd of anderszins.

 

Wordt het hele ontwerp van wetgevingshandeling, als geamendeerd of anderszins, goedgekeurd, dan deelt de Voorzitter mede dat de eerste lezing is beëindigd, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden besluit de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde commissie voor interinstitutionele onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 59 bis, 73 bis en 73 quinquies.

 

Wordt voor het hele ontwerp van wetgevingshandeling, als geamendeerd, niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen, dan deelt de Voorzitter mede dat de eerste lezing is beëindigd, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden besluit de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde commissie voor heroverweging.

 

1 quater.  Na de stemming overeenkomstig de leden 1 t/m 1 ter en, in voorkomend geval, de daaropvolgende stemming over amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling die verband houden met procedurele verzoeken, wordt de wetgevingsresolutie geacht te zijn aangenomen. Indien nodig wordt de wetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 193, lid 2, gewijzigd om rekening te houden met het resultaat van de stemming overeenkomstig de leden 1 t/m 1 ter.

 

De tekst van de wetgevingsresolutie en van het standpunt van het Parlement wordt door de Voorzitter aan de Raad en de Commissie toegezonden, alsook, indien het ontwerp van wetgevingshandeling van hen afkomstig is, aan de groep van lidstaten, het Hof van Justitie of de Europese Centrale Bank.

2.  Het Parlement stemt allereerst over de amendementen op het ontwerp waarop het verslag van de bevoegde commissie betrekking heeft, vervolgens over het eventueel gewijzigde ontwerp, daarna over de amendementen op de ontwerpwetgevingsresolutie en ten slotte over de ontwerpwetgevingsresolutie in haar geheel, welke uitsluitend vermeldt of het Parlement het ontwerp van wetgevingshandeling goedkeurt of verwerpt, dan wel er wijzigingen op voorstelt, alsmede verzoeken van procedurele aard bevat.

 

Met de aanneming van de ontwerpwetgevingsresolutie is de eerste lezing beëindigd. Neemt het Parlement de ontwerpwetgevingsresolutie niet aan, dan wordt het ontwerp naar de bevoegde commissie terugverwezen.

 

Een in het kader van de gewone wetgevingsprocedure ingediend verslag dient conform het bepaalde in de artikelen 39, 47 en 49 te zijn. De indiening van een resolutie van niet-wetgevende aard door een commissie dient te geschieden in het kader van een specifieke verwijzing als bedoeld in de artikelen 52 of 201.

 

3. De tekst van het ontwerp in de door het Parlement goedgekeurde versie en de desbetreffende resolutie worden door de Voorzitter als standpunt van het Parlement aan de Raad en de Commissie toegezonden.

 

Motivering

The change of the title aims to clarify what the Rule is about(see also Rule 67a below).

As regards the changes to paragraph 1, it extends the possibility to table a motion for rejection to the political groups (this possibility is not foreseen in the current Rule 60). Otherwise, this sub-paragraph to paragraph 1 regroups the provisions in Rule 60 paras 2 and 3, with few modifications aiming to make its reading clearer. These provisions will be placed here in order to observe the logical sequence of the vote in plenary. Following the discussion in AFCO WG, it was agreed to invert the standard procedure so far (referral back to Committee) with the exceptional procedure (to immediately close the first reading).The reference to the vote on the draft legislative resolution has been deleted following the discussion in AFCO WG on 8/10/2015.

The insertion of paragraph 1 a (new) aims at granting a privileged status to any provisional agreement reached through informal negotiations in trilogue in accordance with Rule 73, by putting it to a single vote before any other amendments tabled. However, on request by political group/40 members, the Parliament will take a decision on the voting order. Thus, all political groups will have the possibility to ask for split votes and to table amendments to the Commission's proposal at plenary stage within the usual deadlines, but it would be for the plenary to decide the voting order.

The insertion of paragraph 1 a, subparagraph 3(new) is necessary as under paragraph 2 amendments would have been already tabled. Usual practice is that amendments which would not have been put to vote under paragraph 2 would be put to vote at the next voting session.

As regards, paragraph 1 b, subparagraphs 3 to 5 (new) - technical adaptation of the text following AFCO WG decision not to have a vote on the draft legislative resolution anymore. Provision corresponding to current rule 61 paragraph 2, second subparagraph. Provision currently in Rule 60 paragraph 3.

Current Rule 59 §3 is inserted as paragraph 1 c (new), subparagraph 2.

Amendement    61

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 59 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 59 bis

 

Terugverwijzing naar de bevoegde commissie

 

Indien overeenkomstig artikel 59 een zaak wordt terugverwezen naar de bevoegde commissie voor heroverweging of voor interinstitutionele onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 73 bis en 73 quinquies, brengt de bevoegde commissie binnen een termijn van vier maanden, die door de Conferentie van voorzitters kan worden verlengd, mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.

 

Na een terugverwijzing moet de ten principale bevoegde commissie, alvorens haar besluit te nemen over de procedure, een medeverantwoordelijke commissie overeenkomstig artikel 54 een keuze laten maken voor wat betreft de amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, en haar met name laten bepalen welke amendementen opnieuw aan het Parlement moeten worden voorgelegd.

 

Het Parlement kan steeds beslissen zo nodig een afsluitend debat te houden na het verslag van de bevoegde commissie waarnaar de zaak is terugverwezen.

 

(De laatste twee alinea's worden ingevoegd als interpretatie.)

Motivering

Met de voorgestelde wijziging wordt de termijn van twee naar vier maanden uitgebreid, aangezien twee maanden buitengewoon krap is gebleken om significante vooruitgang in wetgevingsdossiers te boeken. Bovendien is de mogelijkheid voor de Conferentie van voorzitters om deze termijn te verlengen, toegevoegd om de huidige bepaling van artikel 61, lid 2, tweede alinea te verduidelijken.

Lid 1 is afkomstig van de interpretatie die momenteel in artikel 60, lid 3, is vervat.

De tweede alinea van de interpretatie is afkomstig van artikel 61, lid 2, vierde alinea, zoals aangenomen op 15 september 2016.

Amendement    62

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 60

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 60

Schrappen

Verwerping van een voorstel van de Commissie

 

1.  Wordt voor een voorstel van de Commissie niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen of wordt een door de bevoegde commissie of ten minste veertig leden ingediend voorstel tot verwerping aangenomen, dan verzoekt de Voorzitter de Commissie, alvorens het Parlement over de ontwerpwetgevingsresolutie stemt, haar voorstel in te trekken.

 

2.  Indien de Commissie haar voorstel intrekt, dan verklaart de Voorzitter de procedure voor beëindigd en stelt hij de Raad hiervan in kennis.

 

3.  Indien de Commissie haar voorstel niet intrekt, verwijst het Parlement de zaak terug naar de bevoegde commissie zonder over de ontwerpwetgevingsresolutie te stemmen, tenzij het Parlement op voorstel van de voorzitter of rapporteur van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden wel tot stemming overgaat.

 

In geval van terugverwijzing besluit deze commissie over de te volgen procedure en brengt binnen een door het Parlement vastgestelde termijn van ten hoogste twee maanden mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.

 

Na een terugverwijzing uit hoofde van lid 3 moet de ten principale bevoegde commissie, alvorens haar besluit te nemen over de procedure, een medeverantwoordelijke commissie overeenkomstig artikel 54 een keuze laten maken voor wat betreft de amendementen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, en haar met name laten bepalen welke amendementen opnieuw aan het Parlement moeten worden voorgelegd.

 

De in lid 3, tweede alinea, vastgestelde termijn geldt voor de mondelinge of schriftelijke indiening van het verslag van de bevoegde commissie. Het Parlement is niet gebonden aan deze termijn voor het bepalen van het geschikte tijdstip om de behandeling in het kader van de betreffende procedure voort te zetten.

 

4.  Indien de bevoegde commissie de termijn niet kan aanhouden, dient zij overeenkomstig artikel 188, lid 1, om terugverwijzing naar de commissie te verzoeken. Indien noodzakelijk, kan het Parlement overeenkomstig artikel 188, lid 5, een nieuwe termijn vaststellen. Wordt het verzoek van de commissie niet ingewilligd, dan gaat het Parlement over tot stemming over de ontwerpwetgevingsresolutie.

 

Motivering

Deze schrapping wordt voorgesteld omdat het geval van verwerping wordt bestreken door de voorgestelde nieuwe artikelen 59 en 59 bis, met kleine aanpassingen om de huidige praktijk te weerspiegelen.

Amendement    63

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 61

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 61

Schrappen

Aanneming van amendementen op een voorstel van de Commissie

 

1.  Wanneer het voorstel van de Commissie in zijn geheel, doch met amendementen, wordt goedgekeurd, wordt de stemming over de ontwerpwetgevingsresolutie uitgesteld totdat de Commissie haar standpunt ten aanzien van elk van de amendementen van het Parlement kenbaar heeft gemaakt.

 

Indien het de Commissie, nadat het Parlement over haar voorstel heeft gestemd, niet mogelijk is haar standpunt kenbaar te maken, deelt zij de Voorzitter of de bevoegde commissie het tijdstip mede waarop dit haar wel mogelijk zal zijn; het voorstel wordt dan op de ontwerpagenda van de eerste op dat tijdstip volgende vergaderperiode ingeschreven.

 

2.  Wanneer de Commissie aankondigt dat zij niet voornemens is alle amendementen van het Parlement over te nemen, dient de rapporteur, subsidiair de voorzitter van de bevoegde commissie bij het Parlement een formeel voorstel in over de wenselijkheid om over de ontwerpwetgevingsresolutie te stemmen. Alvorens dit voorstel te doen, kan de rapporteur of de voorzitter van de bevoegde commissie de Voorzitter verzoeken de behandeling van dit punt op te schorten.

 

Indien het Parlement besluit de stemming uit te stellen, wordt de zaak geacht voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde commissie te zijn terugverwezen.

 

In dat geval brengt deze commissie binnen een door het Parlement vastgestelde termijn van ten hoogste twee maanden mondeling of schriftelijk opnieuw aan het Parlement verslag uit.

 

Indien de bevoegde commissie de termijn niet kan aanhouden, wordt de procedure als bedoeld in artikel 60, lid 4, toegepast.

 

In dit stadium zijn slechts amendementen ontvankelijk die door de bevoegde commissie worden ingediend en die een compromis met de Commissie beogen te bereiken.

 

Het Parlement kan steeds beslissen zo nodig een afsluitend debat te houden na het verslag van de bevoegde commissie waarnaar de zaak is terugverwezen.

 

3.  Ongeacht de toepassing van lid 2 kan elk ander lid een verzoek om terugverwijzing overeenkomstig artikel 188 indienen.

 

Bij terugverwijzing van een zaak op grond van lid 2 is de bevoegde commissie in eerste instantie gehouden, volgens de aan deze terugverwijzing verbonden voorwaarden, binnen de vastgestelde termijn verslag uit te brengen en zo nodig amendementen in te dienen die een compromis met de Commissie beogen te bereiken; zij is evenwel niet verplicht alle reeds door het Parlement goedgekeurde bepalingen opnieuw te behandelen.

 

Vanwege het opschortend effect van de terugverwijzing heeft zij echter wat dit betreft de grootst mogelijke vrijheid, en wanneer zij zulks voor het bereiken van een compromis noodzakelijk acht, kan zij voorstellen terug te komen op reeds ter plenaire vergadering goedgekeurde bepalingen.

 

Aangezien alleen compromisamendementen van de commissie ontvankelijk zijn en de soevereiniteit van het Parlement niet mag worden aangetast, dient het in lid 2 bedoelde verslag in dat geval duidelijk aan te geven welke eerder goedgekeurde bepalingen in geval van aanneming van het voorgestelde amendement of de voorgestelde amendementen, zullen komen te vervallen.

 

Motivering

Deze schrapping wordt voorgesteld omdat alle bepalingen die niet achterhaald zijn nu het Parlement met de Raad onderhandelt, aan bod komen in de voorgestelde nieuwe artikelen 59 en 59 bis.

De interpretatie van lid 2 is verplaatst naar artikel 59 bis.

Amendement    64

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 3 – titel 3

Bestaande tekst

Amendement

Gegeven uitvoering

Schrappen

Amendement    65

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 62

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 62

Schrappen

Aan het standpunt van het Parlement gegeven uitvoering

 

1.  In de periode na de vaststelling door het Parlement van zijn standpunt inzake een ontwerp van wetgevingshandeling van de Commissie volgen de voorzitter en de rapporteur van de bevoegde commissie het verloop van de procedure die leidt tot de goedkeuring van dit ontwerp door de Raad, teneinde er met name op toe te zien dat de toezeggingen die de Raad of de Commissie aan het Parlement met betrekking tot zijn standpunt heeft gedaan, daadwerkelijk worden nagekomen.

 

2.  De bevoegde commissie kan de Commissie en de Raad verzoeken de zaak met haar te bespreken.

 

3.  De bevoegde commissie kan, indien zij zulks noodzakelijk acht, op elk moment van de in dit artikel bedoelde procedure een ontwerpresolutie indienen waarin het Parlement wordt aanbevolen:

 

– de Commissie te verzoeken haar ontwerp in te trekken, of

 

– de Commissie of de Raad te verzoeken het ontwerp overeenkomstig artikel 63 opnieuw aan het Parlement voor te leggen, dan wel de Commissie te verzoeken een nieuw ontwerp in te dienen, of

 

– te besluiten elke andere stap te ondernemen die het noodzakelijk acht.

 

Deze ontwerpresolutie wordt ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode volgend op het besluit van de commissie.

 

Motivering

Deze bepalingen worden verplaatst naar het nieuwe hoofdstuk 4 betreffende de raadplegingsprocedure.

Amendement    66

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 63

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 63

Artikel 63

Hernieuwde voorlegging aan het Parlement

Hernieuwde voorlegging aan het Parlement

Gewone wetgevingsprocedure

 

1.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp opnieuw aan het Parlement voor te leggen:

1.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp opnieuw aan het Parlement voor te leggen:

  indien de Commissie, nadat het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld, haar oorspronkelijke ontwerp intrekt teneinde dit te vervangen door een andere tekst, behalve wanneer dit gebeurt om met het standpunt van het Parlement rekening te houden, of

 

–  indien de Commissie ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp ter zake waarvan het Parlement een standpunt heeft vastgesteld, behalve wanneer dit gebeurt om met het standpunt van het Parlement rekening te houden, of

–  indien de Commissie, nadat het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld, haar oorspronkelijke ontwerp vervangt of ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp, behalve wanneer dit gebeurt om met het standpunt van het Parlement rekening te houden;

–  indien de aard van het probleem waarop het ontwerp betrekking heeft in de loop van de tijd of door gewijzigde omstandigheden, ingrijpend is veranderd, of

–  indien de aard van het probleem waarop het ontwerp betrekking heeft in de loop van de tijd of door gewijzigde omstandigheden, ingrijpend is veranderd, of

–  indien nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden sinds het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld en indien de Conferentie van voorzitters zulks wenselijk acht.

–  indien nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden sinds het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld en indien de Conferentie van voorzitters zulks wenselijk acht.

 

1 bis.  Indien een wijziging van de rechtsgrond van een voorstel wordt overwogen, die ertoe zou leiden dat de gewone wetgevingsprocedure niet langer op dat voorstel van toepassing zou zijn, wisselen het Parlement, de Raad en de Commissie overeenkomstig paragraaf 25 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven hierover van gedachten via hun respectieve voorzitters of hun vertegenwoordigers.

2.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt het Parlement de Raad een door de Commissie overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure ingediend ontwerp opnieuw aan het Parlement voor te leggen indien de Raad voornemens is de rechtsgrond van het ontwerp te wijzigen met als gevolg dat de gewone wetgevingsprocedure van artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie niet langer van toepassing is.

2.  Na de in lid 1 bis bedoelde gedachtewisseling verzoekt de Voorzitter, op verzoek van de bevoegde commissie, de Raad om het ontwerp van bindende rechtshandeling opnieuw aan het Parlement voor te leggen indien de Commissie of de Raad voornemens is de rechtsgrond, zoals voorzien in het standpunt van het Parlement in eerste lezing, te wijzigen met als gevolg dat de gewone wetgevingsprocedure niet langer van toepassing zou zijn.

Overige procedures

 

3.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Raad het Parlement opnieuw te raadplegen onder dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden als die welke bedoeld zijn in lid 1, of indien de Raad ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp ter zake waarvan het Parlement advies heeft uitgebracht, behalve wanneer dit gebeurt om hierin de amendementen van het Parlement op te nemen.

 

4.  De Voorzitter verzoekt tevens om hernieuwde voorlegging van een ontwerp voor een besluit in de in dit artikel genoemde gevallen, indien het Parlement hiertoe besluit op voorstel van een fractie of ten minste veertig leden.

 

Motivering

De kopjes van de onderafdelingen kunnen worden geschrapt, omdat deze bepalingen deel zullen uitmaken van het hoofdstuk over de gewone wetgevingsprocedure.

Lid 1, streepje 2, wordt geschrapt aangezien dit wordt samengevoegd met het streepje erboven.

De lichtjes gewijzigde leden 3 en 4 worden verplaatsen naar een nieuw hoofdstuk 4 betreffende de raadplegingsprocedure.

Amendement    67

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 4 – titel

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 4

AFDELING 2

TWEEDE LEZING

TWEEDE LEZING

Amendement    68

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 4 – titel 1

Bestaande tekst

Amendement

Behandeling in de commissie

Schrappen

Amendement    69

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 64

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 64

Artikel 64

Mededeling van het standpunt van de Raad

Mededeling van het standpunt van de Raad

1.  Mededeling van het standpunt van de Raad in de zin van artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vindt plaats, wanneer de Voorzitter dit standpunt ter plenaire vergadering bekendmaakt. De Voorzitter doet deze bekendmaking na ontvangst van de stukken met het standpunt zelf, alle verklaringen die bij de vaststelling van het standpunt in de notulen van de Raad zijn opgenomen, een uiteenzetting van de redenen die de Raad hebben geleid tot het vaststellen van dit standpunt, alsook het standpunt van de Commissie, een en ander vertaald in de officiële talen van de Europese Unie. De Voorzitter doet deze bekendmaking tijdens de vergaderperiode die volgt op de ontvangst van genoemde documenten.

1.  Mededeling van het standpunt van de Raad in de zin van artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vindt plaats, wanneer de Voorzitter dit standpunt ter plenaire vergadering bekendmaakt. De Voorzitter doet deze bekendmaking na ontvangst van de stukken met het standpunt zelf, alle verklaringen die bij de vaststelling van het standpunt in de notulen van de Raad zijn opgenomen, een uiteenzetting van de redenen die de Raad hebben geleid tot het vaststellen van dit standpunt, alsook het standpunt van de Commissie, een en ander vertaald in de officiële talen van de Europese Unie. De Voorzitter doet deze bekendmaking tijdens de vergaderperiode die volgt op de ontvangst van genoemde documenten.

Alvorens tot de bekendmaking over te gaan, vergewist de Voorzitter zich ervan, in overleg met de voorzitter van de bevoegde commissie en/of de rapporteur, dat de hem toegezonden tekst inderdaad het karakter draagt van een standpunt van de Raad in eerste lezing en dat de in artikel 63 genoemde omstandigheden niet langer bestaan. In het tegenovergestelde geval zoekt de Voorzitter, in overleg met de bevoegde commissie en zo mogelijk in overeenstemming met de Raad, een passende oplossing.

Alvorens tot de bekendmaking over te gaan, vergewist de Voorzitter zich ervan, in overleg met de voorzitter van de bevoegde commissie en/of de rapporteur, dat de hem toegezonden tekst inderdaad het karakter draagt van een standpunt van de Raad in eerste lezing en dat de in artikel 63 genoemde omstandigheden niet langer bestaan. In het tegenovergestelde geval zoekt de Voorzitter, in overleg met de bevoegde commissie en zo mogelijk in overeenstemming met de Raad, een passende oplossing.

 

1 bis.  Op de dag van mededeling aan het Parlement wordt het standpunt van de Raad geacht te zijn verwezen naar de in eerste lezing ten principale bevoegde commissie.

2.  Een lijst van deze mededelingen wordt met vermelding van de bevoegde commissie in de notulen van de vergaderingen van het Parlement gepubliceerd.

2.  Een lijst van deze mededelingen wordt met vermelding van de bevoegde commissie in de notulen van de vergaderingen van het Parlement gepubliceerd.

Motivering

Lid 1 bis (nieuw) wordt hiernaartoe verplaatst vanuit artikel 66, lid 1.

Amendement    70

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 65

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 65

Artikel 65

Verlenging van de termijnen

Verlenging van de termijnen

1.  Naar aanleiding van een verzoek van de voorzitter van de bevoegde commissie betreffende de voor de tweede lezing geldende termijnen, dan wel naar aanleiding van een verzoek van de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité betreffende de voor de bemiddeling geldende termijnen, verlengt de Voorzitter de termijnen in kwestie overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

1.  Naar aanleiding van een verzoek van de voorzitter van de bevoegde commissie verlengt de Voorzitter de voor de tweede lezing geldende termijnen overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van een eventuele verlenging van de termijnen waartoe overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op initiatief van het Parlement dan wel van de Raad is besloten.

2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van een eventuele verlenging van de termijnen waartoe overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op initiatief van het Parlement dan wel van de Raad is besloten.

Motivering

Artikel 65 is opgenomen in het hoofdstuk over de tweede lezing, maar bestrijkt feitelijk zowel de tweede als de derde lezing. De bepalingen over de verlenging van de termijnen in derde lezing, die momenteel in lid 1 zijn opgenomen, worden opgenomen in het nieuwe artikel 69 bis.

Amendement    71

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 66

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 66

Artikel 66

Verwijzing naar en procedure in de bevoegde commissie

Procedure in de bevoegde commissie

1.  Op de dag van mededeling aan het Parlement overeenkomstig artikel 64, lid 1, wordt het standpunt van de Raad geacht te zijn verwezen naar de in eerste lezing ten principale bevoegde en medeadviserende commissies.

 

2.  Het standpunt van de Raad wordt als eerste punt op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de ten principale bevoegde commissie na de dag van mededeling geplaatst. De Raad kan worden verzocht zijn standpunt toe te lichten.

2.  Het standpunt van de Raad wordt als prioriteit op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de ten principale bevoegde commissie na de dag van mededeling geplaatst. De Raad kan worden verzocht zijn standpunt toe te lichten.

3.  Tenzij anders wordt beslist, is de rapporteur voor de eerste lezing tevens rapporteur voor de tweede lezing.

3.  Tenzij anders wordt beslist, is de rapporteur voor de eerste lezing tevens rapporteur voor de tweede lezing.

4.  De bepalingen in artikel 69, leden 2, 3 en 5, inzake de tweede lezing door het Parlement zijn van toepassing op de behandeling in de ten principale bevoegde commissie; alleen gewone leden van die commissie of hun vaste plaatsvervangers kunnen voorstellen tot verwerping en amendementen indienen. De commissie besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

4.  De bepalingen in artikel 69, leden 2 en 3 inzake de ontvankelijkheid van de amendementen op het standpunt van de Raad zijn van toepassing op de behandeling in de ten principale bevoegde commissie; alleen gewone leden van die commissie of hun vaste plaatsvervangers kunnen voorstellen tot verwerping en amendementen indienen. De commissie besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

5.  De commissie kan, alvorens tot stemming over te gaan, de voorzitter en rapporteur verzoeken de in de commissie ingediende amendementen met de voorzitter van de Raad of diens vertegenwoordiger en met de aanwezige bevoegde commissaris te bespreken. De rapporteur kan vervolgens compromisamendementen indienen.

 

6.  De ten principale bevoegde commissie legt een aanbeveling voor de tweede lezing voor tot goedkeuring, wijziging of verwerping van het door de Raad vastgestelde standpunt. Deze aanbeveling bevat een korte motivering van het voorgestelde besluit.

6.  De ten principale bevoegde commissie legt een aanbeveling voor de tweede lezing voor tot goedkeuring, wijziging of verwerping van het door de Raad vastgestelde standpunt. Deze aanbeveling bevat een korte motivering van het voorgestelde besluit.

 

6 bis.  De artikelen 49, 50, 53 en 188 zijn niet van toepassing tijdens de tweede lezing.

Motivering

Paragraph 1 is deleted here and moved, as amended, to Rule 64(1a). The end of the paragraph ("referred automatically to... the committees asked for their opinion at first reading.") is misleading. The committees asked for an opinion do not intervene in second reading, except if they are "associated committees" in the meaning of Rule 54 (see Rule 47(4) and 3rd paragraph of interpretation of Rule 54).

As regards the deletion of paragraph 5, this provision is not in line with (the current and revised) Rule 73, which provide for the intervention of the negotiation team (not only the chair and rapporteur).

As regards the insertion of paragraph 6 a (new), it is moved here, with modifications, from current Rule 47 (4).

Amendement    72

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 4 – titel 2

Bestaande tekst

Amendement

Behandeling ter plenaire vergadering

Schrappen

Amendement    73

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 67

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 67

Artikel 67

Beëindiging van de tweede lezing

Indiening bij het Parlement

1.  Het standpunt van de Raad en de eventuele aanbeveling voor de tweede lezing van de bevoegde commissie worden ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de termijn van drie of, in geval van verlenging overeenkomstig artikel 65, vier maanden verstrijkt, tenzij het punt reeds in een eerdere vergaderperiode is behandeld.

Het standpunt van de Raad en de eventuele aanbeveling voor de tweede lezing van de bevoegde commissie worden ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de termijn van drie of, in geval van verlenging overeenkomstig artikel 65, vier maanden verstrijkt, tenzij het punt reeds in een eerdere vergaderperiode is behandeld.

De door de parlementaire commissies ingediende aanbevelingen voor de tweede lezing zijn teksten die overeenkomen met een toelichting van de parlementaire commissie op haar standpunt met betrekking tot het standpunt van de Raad. Bijgevolg wordt over deze teksten niet gestemd.

 

2.  De tweede lezing is beëindigd wanneer het Parlement binnen de in artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde termijnen en overeenkomstig de bepalingen daarvan het standpunt van de Raad goedkeurt, verwerpt of wijzigt.

 

Motivering

Lid 2 wordt hier geschrapt en als gewijzigd opgenomen in artikel 67 bis, lid 5.

Amendement    74

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 67 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 67 bis

 

Stemming ter plenaire vergadering – tweede lezing

 

1.  Het Parlement stemt eerst over een door de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden schriftelijk ingediend voorstel voor de onmiddellijke verwerping van het standpunt van de Raad. Een dergelijk voorstel kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.

 

Indien dat voorstel tot verwerping wordt aangenomen, en het standpunt van de Raad bijgevolg wordt verworpen, maakt de Voorzitter ter plenaire vergadering bekend dat de wetgevingsprocedure is beëindigd.

 

Indien het voorstel tot verwerping niet wordt aangenomen, dan gaat het Parlement te werk overeenkomstig de leden 2 t/m 5.

 

2.  Een door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 73 quinquies, lid 4, voorgelegd voorlopig akkoord krijgt prioriteit en wordt aan één enkele stemming onderworpen, tenzij het Parlement, op verzoek van een fractie of ten minste veertig leden, besluit om in plaats daarvan onmiddellijk over te gaan tot de stemming over de amendementen overeenkomstig lid 3.

 

Wordt tijdens een enkele stemming voor het voorlopig akkoord de meerderheid van de stemmen van de leden van het Parlement verkregen, dan deelt de Voorzitter mede dat de tweede lezing door het Parlement is beëindigd.

 

Wordt tijdens een enkele stemming voor het voorlopig akkoord niet de meerderheid van de stemmen van de leden van het Parlement verkregen, dan gaat het Parlement te werk overeenkomstig de leden 3 t/m 5.

 

3.  Behoudens wanneer een voorstel tot verwerping is aangenomen overeenkomstig lid 1 of een voorlopig akkoord is goedgekeurd overeenkomstig lid 2, worden amendementen op het standpunt van de Raad vervolgens in stemming gebracht, met inbegrip van die welke na indiening door de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 73 quinquies, lid 4, zijn vervat in het voorlopig akkoord. Een amendement op het standpunt van de Raad kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.

 

Alvorens tot stemming over de amendementen over te gaan, kan de Voorzitter de Commissie verzoeken haar standpunt kenbaar te maken en kan hij de Raad om commentaar verzoeken.

 

4.  Het Parlement kan, ook al heeft het tegen het oorspronkelijke voorstel om het standpunt van de Raad te verwerpen overeenkomstig lid 1 gestemd, op voorstel van de voorzitter of de rapporteur van de bevoegde commissie of een fractie of ten minste veertig leden een nieuw voorstel tot verwerping in behandeling nemen na te hebben gestemd over de amendementen overeenkomstig lid 2 of lid 3. Een dergelijk voorstel kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.

 

Indien het standpunt van de Raad wordt verworpen, maakt de Voorzitter ter plenaire vergadering bekend dat de wetgevingsprocedure is beëindigd.

 

5.  Na de stemming overeenkomstig de leden 1 t/m 4 en de daaropvolgende stemming over amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling die verband houden met procedurele verzoeken, deelt de Voorzitter mede dat de tweede lezing door het Parlement is beëindigd en wordt de wetgevingsresolutie geacht te zijn aangenomen. Indien nodig wordt de wetgevingsresolutie overeenkomstig artikel 193, lid 2, gewijzigd om rekening te houden met het resultaat van de stemming overeenkomstig de leden 1 t/m 4 of de toepassing van artikel 76.

 

De tekst van de wetgevingsresolutie en van het standpunt van het Parlement, indien van toepassing, wordt door de Voorzitter aan de Raad en aan de Commissie toegezonden.

 

Indien geen voorstel tot verwerping of wijziging van het standpunt van de Raad is ingediend, wordt het standpunt geacht te zijn goedgekeurd.

Motivering

Lid 1 komt overeen met het huidige artikel 68, lid 1. De wijzigingen in lid 2 hebben tot doel dit in overeenstemming te brengen met de bepaling inzake de stemming over de overeengekomen tekst ter plenaire vergadering in eerste lezing. De wijziging in lid 4 moet de mogelijkheid om een voorstel tot verwerping in te dienen, uitbreiden naar de voorzitter en naar een fractie of ten minste veertig leden (cfr. het huidige artikel 68, lid 2). Deze bepaling, die momenteel is opgenomen in artikel 171, lid 2, onder a), wordt aan het einde van dit artikel opgenomen en in voornoemd artikel geschrapt.

Amendement    75

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 68

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 68

Schrappen

Verwerping van het standpunt van de Raad

 

1.  De bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen binnen een door de Voorzitter vastgestelde termijn schriftelijk een voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad indienen. Voor aanneming van een dergelijk voorstel is de meerderheid van de leden van het Parlement vereist. Een voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad wordt vóór eventuele amendementen in stemming gebracht.

 

2.  Het Parlement kan, ook al heeft het een dergelijk voorstel verworpen, na de stemming over de amendementen en na overeenkomstig artikel 69, lid 5, het standpunt van de Commissie gehoord te hebben, op aanbeveling van de rapporteur een nieuw voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad in behandeling nemen.

 

3.  Indien het standpunt van de Raad wordt verworpen, maakt de Voorzitter ter plenaire vergadering bekend dat de wetgevingsprocedure is beëindigd.

 

Motivering

Dit artikel wordt geschrapt omdat het geval van verwerping wordt bestreken door het nieuwe ontwerpartikel 67 bis.

Amendement    76

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 69

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 69

Artikel 69

Amendementen op het standpunt van de Raad

Ontvankelijkheid van amendementen op het standpunt van de Raad

1.  De ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen op het standpunt van de Raad indienen ter behandeling ter plenaire vergadering.

1.  De ten principale bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen op het standpunt van de Raad indienen ter behandeling ter plenaire vergadering.

2.  Een amendement op het standpunt van de Raad is slechts ontvankelijk als het voldoet aan het bepaalde in de artikelen 169 en 170 en ten doel heeft:

2.  Een amendement op het standpunt van de Raad is slechts ontvankelijk als het voldoet aan het bepaalde in de artikelen 169 en 170 en ten doel heeft:

a)  het door het Parlement in eerste lezing aangenomen standpunt geheel of gedeeltelijk te herstellen; of

a)  het door het Parlement in eerste lezing aangenomen standpunt geheel of gedeeltelijk te herstellen; of

b)  een compromis tot stand te brengen tussen de Raad en het Parlement; of

b)  een compromis tot stand te brengen tussen de Raad en het Parlement; of

c)  een tekstgedeelte van het standpunt van de Raad te wijzigen, dat in het voor de eerste lezing ingediende voorstel niet of met andere inhoud voorkwam en dat geen ingrijpende wijziging betekent in de zin van artikel 63; of

c)  een tekstgedeelte van het standpunt van de Raad te wijzigen, dat in het voor de eerste lezing ingediende voorstel niet of met andere inhoud voorkwam; of

d)  rekening te houden met een nieuw feit dat, respectievelijk een nieuwe juridische situatie die zich sinds de eerste lezing heeft voorgedaan.

d)  rekening te houden met een nieuw feit dat, respectievelijk een nieuwe juridische situatie die zich sinds de vaststelling van het standpunt van het Parlement in eerste lezing heeft voorgedaan.

Tegen het besluit van de Voorzitter om een amendement al dan niet ontvankelijk te verklaren is geen beroep mogelijk.

Tegen het besluit van de Voorzitter om een amendement al dan niet ontvankelijk te verklaren is geen beroep mogelijk.

3.  Indien er sinds de eerste lezing nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar er geen beroep is gedaan op artikel 63, kan de Voorzitter besluiten dat de in lid 2 bedoelde beperkingen inzake de ontvankelijkheid niet van toepassing zijn.

3.  Indien er sinds de eerste lezing nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden, maar er geen beroep is gedaan op artikel 63, kan de Voorzitter besluiten dat de in lid 2 bedoelde beperkingen inzake de ontvankelijkheid niet van toepassing zijn.

4.  Een amendement kan slechts worden aangenomen bij meerderheid van de leden van het Parlement.

 

5.  Alvorens tot stemming over de amendementen over te gaan, kan de Voorzitter de Commissie verzoeken haar standpunt kenbaar te maken en kan hij de Raad om commentaar verzoeken.

 

Motivering

De wijziging van lid 2, alinea 1, onder c), worden voorgesteld omdat de passage "en dat geen ingrijpende wijziging betekent in de zin van artikel 63" zou kunnen worden begrepen als een aanvullende voorwaarde voor ontvankelijkheid.

De leden 4 en 5 kunnen worden geschrapt, omdat deze bepalingen worden bestreken door artikel 67 bis, lid 3.

Amendement    77

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 5 – titel

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 5

AFDELING 4

DERDE LEZING

BEMIDDELING EN DERDE LEZING

Amendement    78

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 5 – titel 1

Bestaande tekst

Amendement

Bemiddeling

Schrappen

Amendement    79

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 69 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 69 ter

 

Verlenging van de termijnen

 

1.  Op verzoek van de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité verlengt de Voorzitter de voor de derde lezing geldende termijnen overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

 

2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van een eventuele verlenging van de termijnen waartoe overeenkomstig artikel 294, lid 14, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op initiatief van het Parlement dan wel van de Raad is besloten.

Amendement    80

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 71

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 71

Artikel 71

Delegatie in het bemiddelingscomité

Delegatie in het bemiddelingscomité

1.  De delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité bestaat uit eenzelfde aantal leden als de delegatie van de Raad.

1.  De delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité bestaat uit eenzelfde aantal leden als de delegatie van de Raad.

2.  De politieke samenstelling van de delegatie is in overeenstemming met de verdeling van de leden van het Parlement over de verschillende fracties. De Conferentie van voorzitters stelt het exacte aantal per fractie te delegeren leden vast.

2.  De politieke samenstelling van de delegatie is in overeenstemming met de verdeling van de leden van het Parlement over de verschillende fracties. De Conferentie van voorzitters stelt het exacte aantal per fractie te delegeren leden vast.

3.  De leden van de delegatie worden voor elke afzonderlijke bemiddelingskwestie benoemd door de fracties, bij voorkeur uit de leden van de betrokken commissies, naast de drie leden die voor een periode van twaalf maanden als vaste leden van de opeenvolgende delegaties worden benoemd. De drie vaste leden worden door de fracties uit de ondervoorzitters gekozen en vertegenwoordigen ten minste twee verschillende fracties. De voorzitter en de rapporteur van de ten principale bevoegde commissie maken in elk geval deel uit van de delegatie.

3.  De leden van de delegatie worden voor elke afzonderlijke bemiddelingskwestie benoemd door de fracties, bij voorkeur uit de leden van de ten principale bevoegde commissie, naast de drie leden die voor een periode van twaalf maanden als vaste leden van de opeenvolgende delegaties worden benoemd. De drie vaste leden worden door de fracties uit de ondervoorzitters gekozen en vertegenwoordigen ten minste twee verschillende fracties. De voorzitter en de rapporteur in tweede lezing van de ten principale bevoegde commissie en de rapporteurs van medeverantwoordelijke commissies maken in elk geval deel uit van de delegatie.

4.  De in de delegatie vertegenwoordigde fracties wijzen plaatsvervangers aan.

4.  De in de delegatie vertegenwoordigde fracties wijzen plaatsvervangers aan.

5.  De niet in de delegatie vertegenwoordigde fracties en de niet-fractiegebonden leden kunnen elk één vertegenwoordiger sturen naar elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie.

5.  De niet in de delegatie vertegenwoordigde fracties kunnen elk één vertegenwoordiger sturen naar elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie. Indien de delegatie geen niet-fractiegebonden lid omvat, kan één niet-fractiegebonden lid elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie bijwonen.

6.  De delegatie wordt voorgezeten door de Voorzitter of door een van de drie vaste leden.

6.  De delegatie wordt voorgezeten door de Voorzitter of door een van de drie vaste leden.

7.  De delegatie besluit met meerderheid van haar leden. De beraadslagingen in de delegatie zijn niet openbaar.

7.  De delegatie besluit met meerderheid van haar leden. De beraadslagingen in de delegatie zijn niet openbaar.

De Conferentie van voorzitters stelt verdere procedurele richtlijnen vast voor de werkzaamheden van de delegatie in het bemiddelingscomité.

De Conferentie van voorzitters stelt verdere procedurele richtlijnen vast voor de werkzaamheden van de delegatie in het bemiddelingscomité.

8.  De delegatie brengt het Parlement verslag uit over de resultaten van de bemiddeling.

8.  De delegatie brengt het Parlement verslag uit over de resultaten van de bemiddeling.

Motivering

Wat de wijzigingen in lid 3 betreft, weerspiegelt de toevoeging van "de rapporteurs van medeverantwoordelijke commissies" het laatste streepje van artikel 54.

Lid 5 is herschreven om duidelijk te maken dat alle niet-fractiegebonden leden collectief worden vertegenwoordigd door slechts één persoon.

Amendement    81

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 5 – titel 2

Bestaande tekst

Amendement

Behandeling ter plenaire vergadering

Schrappen

Amendement    82

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 72

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 72

Artikel 72

Gemeenschappelijke ontwerptekst

Gemeenschappelijke ontwerptekst

1.  Wanneer in het bemiddelingscomité overeenstemming is bereikt over een gemeenschappelijke ontwerptekst, wordt dit punt ingeschreven op de agenda van een binnen zes weken of, bij verlenging, acht weken na de datum van goedkeuring van deze tekst door het bemiddelingscomité te houden plenaire vergadering.

1.  Wanneer in het bemiddelingscomité overeenstemming is bereikt over een gemeenschappelijke ontwerptekst, wordt dit punt ingeschreven op de agenda van een binnen zes weken of, bij verlenging, acht weken na de datum van goedkeuring van deze tekst door het bemiddelingscomité te houden plenaire vergadering.

2.  De voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité legt een verklaring af over de gemeenschappelijke ontwerptekst, die vergezeld gaat van een verslag.

2.  De voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité legt een verklaring af over de gemeenschappelijke ontwerptekst, die vergezeld gaat van een verslag.

3.  Op de gemeenschappelijke ontwerptekst kunnen geen amendementen worden ingediend.

3.  Op de gemeenschappelijke ontwerptekst kunnen geen amendementen worden ingediend.

4.  De gemeenschappelijke ontwerptekst wordt als geheel bij een enkele stemming in stemming gebracht en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen goedgekeurd.

4.  De gemeenschappelijke ontwerptekst wordt als geheel bij een enkele stemming in stemming gebracht en bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen goedgekeurd.

5.  Indien in het bemiddelingscomité geen overeenstemming over de gemeenschappelijke ontwerptekst wordt bereikt, legt de voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité een verklaring af. Deze verklaring wordt gevolgd door een debat.

5.  Indien in het bemiddelingscomité geen overeenstemming over de gemeenschappelijke ontwerptekst wordt bereikt, legt de voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité een verklaring af. Deze verklaring wordt gevolgd door een debat.

 

5 bis.  Tijdens de procedure van bemiddeling tussen Parlement en Raad na de tweede lezing vindt geen terugverwijzing naar een commissie plaats.

 

5 ter.  De artikelen 49, 50 en 53 zijn niet van toepassing tijdens de derde lezing.

Motivering

Lid 5 bis (nieuw) is naar hier verplaatst vanuit artikel 47, lid 3, en lid 5 ter (nieuw) vanuit artikel 47, lid 4.

Amendement    83

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 6 – titel

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 6

AFDELING 5

BEËINDIGING VAN DE WETGEVINGSPROCEDURE

BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE

Motivering

Naar beneden verplaatsen, vóór artikel 78.

Amendement    84

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 3 – afdeling 3 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

AFDELING 3

 

INTERINSTITUTIONELE ONDERHANDELINGEN BIJ GEWONE WETGEVINGSPROCEDURES

 

(Afdeling 3 wordt ingelast voor afdeling 4 betreffende bemiddeling en derde lezing, en omvat artikel 73, zoals gewijzigd, alsook de artikelen 73 bis t/m 73 quinquies.)

Amendement    85

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 73

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 73

Artikel 73

Interinstitutionele onderhandelingen bij wetgevingsprocedures

Algemene bepalingen

1.  Onderhandelingen met andere instellingen om in de loop van een wetgevingsprocedure tot overeenstemming te komen worden gevoerd met inachtneming van de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde gedragscode10.

Onderhandelingen met andere instellingen om in de loop van een wetgevingsprocedure tot overeenstemming te komen, kunnen pas worden gestart na een besluit daartoe overeenkomstig de artikelen 73 bis tot en met 73 quinquies of na een terugverwijzing door het Parlement voor interinstitutionele onderhandelingen. Deze onderhandelingen worden gevoerd met inachtneming van de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde gedragscode10.

2.  Dergelijke onderhandelingen worden pas begonnen nadat de bevoegde commissie van geval tot geval voor elke betrokken wetgevingsprocedure en met de meerderheid van haar leden een besluit tot opening van onderhandelingen heeft genomen. Bij dit besluit worden het mandaat en de samenstelling van het onderhandelingsteam vastgesteld. Dergelijke besluiten worden aan de Voorzitter meegedeeld, die de Conferentie van voorzitters regelmatig op de hoogte houdt.

 

Het mandaat bestaat uit een verslag dat door de commissie is goedgekeurd en vervolgens ter behandeling aan het Parlement wordt voorgelegd. Wanneer de bevoegde commissie gegronde redenen heeft om onderhandelingen te beginnen vóór goedkeuring van een verslag door de commissie, dan kan het mandaat uitzonderlijkerwijs uit een reeks amendementen of een reeks duidelijk omschreven doelstellingen, prioriteiten of richtsnoeren bestaan.

 

3.  Het onderhandelingsteam wordt geleid door de rapporteur en voorgezeten door de voorzitter van de bevoegde commissie of een door die voorzitter aangewezen ondervoorzitter. Ook de schaduwrapporteurs van elke fractie maken er in elk geval deel van uit.

 

4.  Alle stukken die tijdens een bijeenkomst met de Raad en de Commissie ("trialoog") zullen worden besproken hebben de vorm van documenten waarin de respectieve standpunten van de betrokken instellingen alsook mogelijke compromisoplossingen worden aangegeven, en worden ten minste 48 uur, of in dringende gevallen ten minste 24 uur vóór de desbetreffende trialoog aan het onderhandelingsteam rondgedeeld.

 

Het onderhandelingsteam brengt na elke trialoog de bevoegde commissie in de eerstvolgende vergadering verslag uit. Alle stukken die het resultaat van de laatste trialoog weergeven, worden aan de commissie ter beschikking gesteld.

 

Is het niet mogelijk binnen een redelijke termijn een vergadering van de commissie te beleggen, dan brengt het onderhandelingsteam verslag uit aan de voorzitter, de schaduwrapporteurs en de coördinatoren van de commissie, voor zover van toepassing.

 

De bevoegde commissie kan het mandaat in het licht van de vorderingen bij de onderhandelingen bijstellen.

 

5.  Wordt in het kader van de onderhandelingen een compromis bereikt, dan wordt de bevoegde commissie onverwijld hiervan in kennis gesteld. De overeengekomen tekst wordt ter behandeling aan de bevoegde commissie voorgelegd. De overeengekomen tekst wordt na goedkeuring door een stemming in de commissie, in de juiste vorm, met inbegrip van compromisamendementen, ter behandeling aan het Parlement voorgelegd. Deze tekst kan de vorm hebben van een geconsolideerde tekst, op voorwaarde dat de amendementen op het in behandeling zijnde voorstel voor een wetgevingshandeling hierin duidelijk worden aangegeven.

 

6.  Wordt de procedure met medeverantwoordelijke commissies of de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen gevolgd, dan zijn de artikelen 54 en 55 van toepassing op het besluit tot opening van onderhandelingen en op het voeren van die onderhandelingen.

 

Bij een verschil van mening tussen de betrokken commissies worden de modaliteiten voor het openen van onderhandelingen en het voeren van deze onderhandelingen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters overeenkomstig de in genoemde artikelen uiteengezette beginselen bepaald.

 

__________________

__________________

10 Zie bijlage XX.

10 Gedragscode voor onderhandelingen over dossiers volgens de gewone wetgevingsprocedure.

Amendement    86

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 73 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 73 bis

 

Onderhandelingen voorafgaand aan de eerste lezing door het Parlement

 

1.  Wanneer een commissie een wetgevingsverslag overeenkomstig artikel 49 heeft goedgekeurd, kan zij bij meerderheid van haar leden besluiten om onderhandelingen te beginnen op basis van dat verslag.

 

2.  Besluiten om onderhandelingen te beginnen worden meegedeeld aan het begin van de eerstvolgende vergaderperiode na de goedkeuring in de commissie. Voor het einde van de dag volgend op de mededeling ter plenaire vergadering kunnen fracties of individuele leden die samen ten minste een tiende van de leden van het Parlement uitmaken, schriftelijk verzoeken dat een commissiebesluit om onderhandelingen te beginnen in stemming wordt gebracht. Het Parlement stemt over deze verzoeken tijdens dezelfde vergaderperiode.

 

Wordt er voor het verlopen van de in de eerste alinea bedoelde termijn geen dergelijk verzoek ontvangen, dan stelt de Voorzitter het Parlement daarvan in kennis. Wordt er een verzoek gedaan, dan kan de Voorzitter onmiddellijk vóór de stemming één spreker die voorstander van het besluit is en één spreker die tegenstander van het besluit is het woord geven. Elke spreker kan een verklaring afleggen die niet langer dan twee minuten mag duren.

 

3.  Verwerpt het Parlement het besluit van de commissie om onderhandelingen te beginnen, dan worden het ontwerp van wetgevingshandeling en het verslag van de bevoegde commissie op de agenda van de eerstvolgende vergaderperiode geplaatst en stelt de Voorzitter een termijn vast voor het indienen van amendementen. Artikel 59, lid 1 ter, is van toepassing.

 

4.  De onderhandelingen kunnen van start gaan op elk tijdstip na het verlopen van de in lid 2, eerste alinea, bedoelde termijn indien er geen verzoek is ingediend om een stemming ter plenaire vergadering over het besluit om onderhandelingen te beginnen. Is er wel een dergelijk verzoek ingediend, dan kunnen de onderhandelingen van start gaan op elk tijdstip nadat het besluit van de commissie om onderhandelingen te beginnen ter plenaire vergadering is aangenomen.

Motivering

De correctie betreft de schrapping van de laatste woorden van lid 4 van amendement 263, aangezien de vermelde meerderheid de normale is en niet hoeft te worden gespecificeerd. De woorden "stemming ter plenaire vergadering" in lid 4 worden in de Nederlandse versie onverlet gelaten.

Amendement    87

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 73 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 73 ter

 

Onderhandelingen voorafgaand aan de eerste lezing door de Raad

 

Wanneer het Parlement zijn standpunt in eerste lezing heeft vastgesteld, vormt dit het mandaat voor onderhandelingen met andere instellingen. De bevoegde commissie kan bij meerderheid van haar leden besluiten om op enig tijdstip daarna onderhandelingen te beginnen. Een dergelijk besluit wordt meegedeeld ter plenaire vergadering tijdens de vergaderperiode volgend op de stemming in de commissie en in de notulen wordt een verwijzing naar het besluit opgenomen.

Amendement    88

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 73 quater (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 73 quater

 

Onderhandelingen voorafgaand aan de tweede lezing door het Parlement

 

Wanneer het standpunt van de Raad in eerste lezing is verwezen naar de bevoegde commissie, vormt het standpunt van het Parlement in eerste lezing, behoudens het bepaalde in artikel 69, het mandaat voor onderhandelingen met andere instellingen. De bevoegde commissie kan op elk tijdstip daarna besluiten om onderhandelingen te beginnen.

 

Bevat het standpunt van de Raad elementen die niet voorkomen in het ontwerp van wetgevingshandeling of het standpunt van het Parlement in eerste lezing, dan kan de commissie ten aanzien van deze elementen, onder meer in de vorm van amendementen op het standpunt van de Raad, richtsnoeren voor het onderhandelingsteam vaststellen.

Amendement    89

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 73 quinquies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 73 quinquies

 

Het voeren van de onderhandelingen

 

1.  Het onderhandelingsteam van het Parlement wordt geleid door de rapporteur en voorgezeten door de voorzitter van de bevoegde commissie of een door die voorzitter aangewezen ondervoorzitter. Ook de schaduwrapporteurs van elke fractie die dat wenst maken er in elk geval deel van uit.

 

2.  Alle stukken die tijdens een bijeenkomst met de Raad en de Commissie ("trialoog") zullen worden besproken, worden ten minste 48 uur, of in dringende gevallen ten minste 24 uur vóór de desbetreffende trialoog aan het onderhandelingsteam rondgedeeld.

 

3.  De voorzitter van het onderhandelingsteam en de rapporteur brengen na elke trialoog namens het onderhandelingsteam verslag uit tijdens de eerstvolgende vergadering van de bevoegde commissie.

 

Is het niet mogelijk binnen een redelijke termijn een vergadering van de commissie te beleggen, dan brengen de voorzitter van het onderhandelingsteam en de rapporteur namens het onderhandelingsteam verslag uit aan een vergadering van de coördinatoren van de commissie.

 

4.  Wordt in het kader van de onderhandelingen een voorlopig akkoord bereikt, dan wordt de bevoegde commissie daarvan onverwijld in kennis gesteld. Alle stukken die het resultaat van de laatste trialoog weergeven, worden aan de commissie ter beschikking gesteld en openbaar gemaakt. Het voorlopig akkoord wordt voorgelegd aan de bevoegde commissie, die in een enkele stemming besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Indien goedgekeurd, wordt het voorlopig akkoord ingediend voor behandeling ter plenaire vergadering, in een presentatie waarbij de amendementen op het ontwerp van wetgevingshandeling duidelijk worden aangegeven.

 

5.  Bij competentiegeschillen tussen de betrokken commissies als bedoeld in de artikelen 54 en 55 worden de nadere regels voor het openen van onderhandelingen en het voeren van deze onderhandelingen door de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters overeenkomstig de in de genoemde artikelen uiteengezette beginselen bepaald.

Amendement    90

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 74

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 74

Schrappen

Goedkeuring van een besluit tot opening van interinstitutionele onderhandelingen vóór de goedkeuring van een verslag door de commissie

 

1.  Het besluit van een commissie tot opening van onderhandelingen vóór de goedkeuring van een verslag door de commissie wordt in alle officiële talen vertaald, aan alle leden van het Parlement rondgedeeld en aan de Conferentie van voorzitters voorgelegd.

 

Op verzoek van een fractie kan de Conferentie van voorzitters besluiten het onderwerp voor behandeling met debat en stemming in te schrijven op de ontwerpagenda van de eerstvolgende vergaderperiode na ronddeling; in dat geval stelt de Voorzitter een termijn voor de indiening van amendementen vast.

 

Bij ontstentenis van een besluit van de Conferentie van voorzitters om het onderwerp op de ontwerpagenda van die vergaderperiode in te schrijven, wordt het besluit tot opening van onderhandelingen bij de opening van die vergaderperiode door de Voorzitter bekendgemaakt.

 

2.  Het onderwerp wordt ingeschreven op de ontwerpagenda van de eerstvolgende vergaderperiode na de bekendmaking, voor behandeling met debat en stemming, en de Voorzitter stelt een termijn voor de indiening van amendementen vast indien een fractie of ten minste 40 leden hierom binnen 48 uur na de bekendmaking verzoeken.

 

Zo niet, wordt het besluit tot opening van onderhandelingen geacht te zijn goedgekeurd.

 

Amendement    91

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 75

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 75

Artikel 63 bis

Goedkeuring in eerste lezing

Goedkeuring in eerste lezing

Indien de Raad overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Parlement ervan in kennis stelt dat hij het standpunt van het Parlement heeft goedgekeurd, deelt de Voorzitter, nadat overeenkomstig artikel 193 de laatste hand is gelegd aan de definitieve tekst, ter plenaire vergadering mede dat het voorgestelde besluit zoals geformuleerd in het standpunt van het Parlement is aangenomen.

Indien de Raad overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Parlement ervan in kennis stelt dat hij het standpunt van het Parlement heeft goedgekeurd, deelt de Voorzitter, nadat overeenkomstig artikel 193 de laatste hand is gelegd aan de definitieve tekst, ter plenaire vergadering mede dat de wetgevingshandeling zoals geformuleerd in het standpunt van het Parlement is aangenomen.

 

(Dit artikel wordt verplaatst naar het eind van afdeling 1 betreffende de eerste lezing.)

Motivering

Wordt verplaatst naar het eind van afdeling 1 betreffende de eerste lezing.

Amendement    92

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 76

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 76

Artikel 69 bis

Goedkeuring in tweede lezing

Goedkeuring in tweede lezing

Wanneer binnen de voor indiening van en stemming over amendementen en voorstellen tot verwerping vastgestelde termijnen geen voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad noch amendementen op dit standpunt overeenkomstig de artikelen 68 en 69 zijn aangenomen, dan deelt de Voorzitter ter plenaire vergadering mede dat het voorgestelde besluit definitief is aangenomen. De Voorzitter en de voorzitter van de Raad ondertekenen beiden het besluit en dragen overeenkomstig artikel 78 zorg voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Wanneer binnen de voor indiening van en stemming over amendementen en voorstellen tot verwerping vastgestelde termijnen geen voorstel tot verwerping van het standpunt van de Raad noch amendementen op dit standpunt overeenkomstig de artikelen 67 bis en 69 zijn ingediend, dan deelt de Voorzitter ter plenaire vergadering mede dat het voorgestelde besluit definitief is aangenomen.

 

(Dit artikel wordt verplaatst naar het eind van afdeling 2 betreffende de tweede lezing.)

Motivering

Inhoud van de laatste zin verplaatsen naar artikel 78.

Amendement    93

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 77

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 77

Schrappen

Vereisten voor de formulering van wetgevingshandelingen

 

1.  Handelingen die door het Parlement en de Raad in het kader van de gewone wetgevingsprocedure gezamenlijk worden vastgesteld, bevatten de aanduiding van het soort handeling, gevolgd door het volgnummer, de datum van aanneming en een aanduiding van het onderwerp.

 

2.  Handelingen die door het Parlement en de Raad gezamenlijk worden vastgesteld, bevatten de volgende formuleringen en gegevens:

 

a) "Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie";

 

b) aanduiding van de bepalingen krachtens welke de handeling wordt vastgesteld, voorafgegaan door het woord "Gezien";

 

c) verwijzing naar ingediende voorstellen, alsook naar adviezen en raadplegingen;

 

d) motivering van de handeling, beginnend met de woorden "Overwegende dat", respectievelijk "Overwegende hetgeen volgt";

 

e) een formule zoals "hebben de volgende verordening/ richtlijn/ het volgende besluit vastgesteld", gevolgd door de tekst ervan.

 

3.  Handelingen worden onderverdeeld in artikelen, die eventueel worden gegroepeerd onder hoofdstukken en afdelingen.

 

4.  In het laatste artikel van een handeling wordt de datum van inwerkingtreding vermeld, ingeval deze voor of na de twintigste dag volgende op die van bekendmaking valt.

 

5.  Het laatste artikel van een handeling wordt gevolgd door:

 

– de volgens de desbetreffende bepalingen van de Verdragen toepasselijke formulering inzake de tenuitvoerlegging;

 

– de formule "Gedaan te …" waarbij de datum die is waarop het besluit is vastgesteld;

 

– de formule "Voor het Europees Parlement De voorzitter", "Voor de Raad De voorzitter", gevolgd door de naam van de voorzitter van het Europees Parlement en de naam van de voorzitter van de Raad die op het ogenblik van de vaststelling van de handeling in functie is.

 

Motivering

Dit artikel wordt hier geschrapt en omgezet in een bijlage bij het Reglement. In het Reglement van orde van de Raad zijn soortgelijke bepalingen ondergebracht in een bijlage, niet in de tekst zelf. Het Parlement, de Commissie en de Raad zijn op administratief niveau gedetailleerde voorschriften voor het opstellen van ontwerpen van wetgevingshandeling overeengekomen (in het bijzonder in de Gemeenschappelijke Praktische Handleiding ten behoeve van eenieder die bij de opstelling van wetgevingsteksten van de Europese Unie is betrokken).

Amendement    94

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 78

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 78

Artikel 78

Ondertekening van vastgestelde handelingen

Ondertekening en bekendmaking van vastgestelde handelingen

De volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde handelingen worden door de Voorzitter en de secretaris-generaal ondertekend en worden door de secretarissen-generaal van het Parlement en de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd, nadat overeenkomstig artikel 193 de laatste hand is gelegd aan de aangenomen tekst en is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn afgesloten.

De volgens de gewone wetgevingsprocedure vastgestelde handelingen worden door de Voorzitter en de secretaris-generaal ondertekend nadat overeenkomstig artikel 193 en bijlage XVI bis de laatste hand is gelegd aan de aangenomen tekst en is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn afgesloten.

 

De secretarissen-generaal van het Parlement en de Raad dragen vervolgens zorg voor de bekendmaking van de handelingen in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

De wijziging is bedoeld voor het vaststellen van de rechtsgrond van de nieuwe bijlage die wordt gecreëerd met de tekst van het huidige artikel 77.

Amendement    95

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 4 (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK 4

 

SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR DE RAADPLEGINGSPROCEDURE

 

(Invoegen na artikel 78)

Motivering

De correctie betreft alleen de titel van hoofdstuk 4, om niet de indruk te wekken dat dit hoofdstuk alle bepalingen in verband met de raadplegingsprocedure bevat.

Amendement    96

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 78 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 78 bis

 

Gewijzigd ontwerp van bindende rechtshandeling

 

Indien de Commissie voornemens is haar ontwerp van een bindende rechtshandeling te vervangen of te wijzigen, kan de bevoegde commissie de behandeling van de zaak uitstellen totdat zij het nieuwe ontwerp of de door de Commissie aangebrachte wijzigingen heeft ontvangen.

Motivering

Deze bepaling is het huidige artikel 57, lid 1, en de voorgestelde wijzigingen zijn bedoeld om de tekst te vereenvoudigen.

Amendement    97

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 78 ter (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 78 ter

 

Standpunt van de Commissie ten aanzien van amendementen

 

Alvorens tot eindstemming over een ontwerp van een bindende rechtshandeling over te gaan, kan de bevoegde commissie de Commissie verzoeken haar standpunt ten aanzien van alle door de bevoegde commissie goedgekeurde amendementen op dat ontwerp kenbaar te maken.

 

Dat standpunt wordt eventueel in het verslag opgenomen.

Motivering

Deze bepaling staat momenteel in artikel 58 en de voorgestelde wijzigingen zijn bedoeld om de tekst te vereenvoudigen.

Amendement    98

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 78 quater (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 78 quater

 

Stemming ter plenaire vergadering

 

Artikel 59, leden -1, 1, 1 ter en 1 quater, is mutatis mutandis van toepassing.

Amendement    99

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 78 quinquies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 78 quinquies

 

Aan het standpunt van het Parlement gegeven uitvoering

 

1.  In de periode na de vaststelling door het Parlement van zijn standpunt inzake een ontwerp van een bindende rechtshandeling volgen de voorzitter en de rapporteur van de bevoegde commissie het verloop van de procedure die leidt tot de goedkeuring van dit ontwerp door de Raad, teneinde er met name op toe te zien dat de toezeggingen die de Raad of de Commissie aan het Parlement met betrekking tot zijn standpunt heeft gedaan, daadwerkelijk worden nagekomen. Zij brengen op regelmatige basis verslag uit aan de commissie.

 

2.  De bevoegde commissie kan de Commissie en de Raad verzoeken de zaak met haar te bespreken.

 

3.  De bevoegde commissie kan, indien zij zulks noodzakelijk acht, op elk moment van de in dit artikel bedoelde procedure een ontwerpresolutie indienen waarin het Parlement wordt aanbevolen:

 

  de Commissie te verzoeken haar ontwerp in te trekken,

 

  de Commissie of de Raad te verzoeken het ontwerp overeenkomstig artikel 78 sexies opnieuw aan het Parlement voor te leggen, dan wel de Commissie te verzoeken een nieuw ontwerp in te dienen, of

 

  te besluiten elke andere stap te ondernemen die het noodzakelijk acht.

 

Deze ontwerpresolutie wordt ingeschreven op de ontwerpagenda van de vergaderperiode volgend op de goedkeuring van de ontwerpresolutie door de commissie.

Motivering

Deze bepaling wordt hiernaartoe verplaatst vanuit het huidige artikel 62.

Amendement    100

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 78 sexies (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 78 sexies

 

Hernieuwde voorlegging aan het Parlement

 

1.  Op verzoek van de bevoegde commissie verzoekt de Voorzitter de Raad het Parlement opnieuw te raadplegen onder dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden als die welke bedoeld zijn in artikel 63, lid 1, of indien de Raad ingrijpende wijzigingen aanbrengt of voornemens is aan te brengen in het oorspronkelijke ontwerp van een bindende rechtshandeling waarover het Parlement zijn standpunt heeft vastgesteld, behalve wanneer dit gebeurt om hierin de amendementen van het Parlement op te nemen.

 

2.  De Voorzitter verzoekt tevens om hernieuwde voorlegging van een ontwerp van bindende rechtshandeling in de in dit artikel genoemde gevallen, indien het Parlement hiertoe besluit op voorstel van een fractie of ten minste veertig leden.

Motivering

Lid 1 is hiernaartoe verplaatst vanuit artikel 63, lid 3, terwijl lid 2 afkomstig is uit artikel 63, lid 4.

Amendement    101

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 7 – nummering

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 5

CONSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN

CONSTITUTIONELE AANGELEGENHEDEN

Motivering

Hoofdstuk 7 wordt hoofdstuk 5.

Amendement    102

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 81

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 81

Artikel 81

Toetredingsverdragen

Toetredingsverdragen

1.  Ieder verzoek van een Europese staat om lid te worden van de Europese Unie wordt voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.

1.  Ieder verzoek van een Europese staat om lid te worden van de Europese Unie overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt voor behandeling naar de bevoegde commissie verwezen.

2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden besluiten de Commissie en de Raad te verzoeken aan een debat deel te nemen alvorens de onderhandelingen met de staat die om toetreding heeft verzocht, worden geopend.

2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden besluiten de Commissie en de Raad te verzoeken aan een debat deel te nemen alvorens de onderhandelingen met de staat die om toetreding heeft verzocht, worden geopend.

3.  Tijdens de onderhandelingen houden de Commissie en de Raad de bevoegde commissie regelmatig en volledig op de hoogte van de voortgang van de onderhandelingen, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid.

3.  De bevoegde commissie verzoekt de Commissie en de Raad om de bevoegde commissie regelmatig en volledig op de hoogte te houden van de voortgang van de onderhandelingen, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid.

4.  In elk stadium van de onderhandelingen kan het Parlement op basis van een verslag van zijn bevoegde commissie aanbevelingen aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van een verdrag inzake de toetreding van de staat die om toetreding tot de Europese Unie heeft verzocht, op te volgen.

4.  In elk stadium van de onderhandelingen kan het Parlement op basis van een verslag van zijn bevoegde commissie aanbevelingen aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van een verdrag inzake de toetreding van de staat die om toetreding tot de Europese Unie heeft verzocht, op te volgen.

5.  Na afsluiting van de onderhandelingen, doch nog vóór de ondertekening van de overeenkomst, wordt de ontwerpovereenkomst overeenkomstig artikel 99 ter goedkeuring aan het Parlement voorgelegd.

5.  Na afsluiting van de onderhandelingen, doch nog vóór de ondertekening van de overeenkomst, wordt de ontwerpovereenkomst overeenkomstig artikel 99 ter goedkeuring aan het Parlement voorgelegd. Overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is voor goedkeuring de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.

Motivering

De bewoording in lid 3 wordt aangepast om te vermijden dat er in het Reglement van het Parlement unilateraal wordt verklaard wat andere instellingen moeten doen.

Amendement    103

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 83

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 83

Artikel 83

Schending van de fundamentele beginselen door een lidstaat

Schending van de fundamentele beginselen en waarden door een lidstaat

1.  Op basis van een speciaal verslag van de bevoegde commissie overeenkomstig de artikelen 45 en 52 kan het Parlement:

1.  Op basis van een speciaal verslag van de bevoegde commissie overeenkomstig de artikelen 45 en 52 kan het Parlement:

a) stemmen over een met redenen omkleed voorstel waarin de Raad verzocht wordt op te treden overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

a) stemmen over een met redenen omkleed voorstel waarin de Raad verzocht wordt op te treden overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

b) stemmen over een voorstel waarin de Commissie of de lidstaten verzocht worden om indiening van een voorstel overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

b) stemmen over een voorstel waarin de Commissie of de lidstaten verzocht worden om indiening van een voorstel overeenkomstig artikel 7, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;

c) stemmen over een voorstel waarin de Raad verzocht wordt een besluit te nemen overeenkomstig artikel 7, lid 3, dan wel naderhand overeenkomstig artikel 7, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

c) stemmen over een voorstel waarin de Raad verzocht wordt een besluit te nemen overeenkomstig artikel 7, lid 3, dan wel naderhand overeenkomstig artikel 7, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

2.  Van alle verzoeken van de Raad om goedkeuring van een krachtens artikel 7, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ingediend voorstel, tezamen met de door de betrokken lidstaat ingediende opmerkingen, wordt het Parlement mededeling gedaan. De desbetreffende documenten worden overeenkomstig artikel 99 naar de bevoegde commissie verwezen. Het Parlement besluit op voorstel van de bevoegde commissie, behalve in dringende en gerechtvaardigde omstandigheden.

2.  Van alle verzoeken van de Raad om goedkeuring van een krachtens artikel 7, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ingediend voorstel, tezamen met de door de betrokken lidstaat ingediende opmerkingen, wordt het Parlement mededeling gedaan. De desbetreffende documenten worden overeenkomstig artikel 99 naar de bevoegde commissie verwezen. Het Parlement besluit op voorstel van de bevoegde commissie, behalve in dringende en gerechtvaardigde omstandigheden.

3.  Voor de besluiten als bedoeld in de leden 1 en 2 is een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist die de meerderheid van de leden van het Parlement vertegenwoordigt.

3.  Overeenkomstig artikel 354 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor de besluiten als bedoeld in de leden 1 en 2 een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist die de meerderheid van de leden van het Parlement vertegenwoordigt.

4.  De bevoegde commissie kan een begeleidende ontwerpresolutie indienen, mits de Conferentie van voorzitters daar toestemming voor geeft. In die ontwerpresolutie wordt het standpunt van het Parlement inzake een ernstige schending door een lidstaat, inzake passende sancties en inzake wijziging of intrekking van die sancties uiteengezet.

4.  De bevoegde commissie kan een begeleidende ontwerpresolutie indienen, mits de Conferentie van voorzitters daar toestemming voor geeft. In die ontwerpresolutie wordt het standpunt van het Parlement inzake een ernstige schending door een lidstaat, inzake te nemen passende maatregelen en inzake wijziging of intrekking van die maatregelen uiteengezet.

5.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat het Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van en zo nodig wordt geraadpleegd over alle vervolgmaatregelen naar aanleiding van zijn overeenkomstig lid 3 verleende goedkeuring. De Raad wordt verzocht eventuele ontwikkelingen toe te lichten. Aan de hand van een met toestemming van de Conferentie van voorzitters te formuleren voorstel van de bevoegde commissie kan het Parlement aanbevelingen aan de Raad aannemen.

5.  De bevoegde commissie ziet erop toe dat het Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van en zo nodig wordt geraadpleegd over alle vervolgmaatregelen naar aanleiding van zijn overeenkomstig lid 3 verleende goedkeuring. De Raad wordt verzocht eventuele ontwikkelingen toe te lichten. Aan de hand van een met toestemming van de Conferentie van voorzitters te formuleren voorstel van de bevoegde commissie kan het Parlement aanbevelingen aan de Raad aannemen.

Motivering

De wijziging in lid 4 is bedoeld om de formulering af te stemmen op het Verdrag (in artikel 7 VEU is sprake van "maatregelen" in plaats van "sancties").

Amendement    104

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 84

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 84

Artikel 84

Samenstelling van het Parlement

Samenstelling van het Parlement

Tijdig voor het einde van een zittingsperiode kan het Parlement op basis van een overeenkomstig artikel 45 door de bevoegde commissie opgesteld verslag een voorstel tot wijziging van zijn samenstelling doen. Het ontwerpbesluit van de Europese Raad betreffende de samenstelling van het Parlement wordt overeenkomstig artikel 99 behandeld.

Tijdig voor het einde van een zittingsperiode kan het Parlement op basis van een overeenkomstig artikel 14, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en overeenkomstig de artikelen 45 en 52 van het Reglement door de bevoegde commissie opgesteld verslag een voorstel tot wijziging van zijn samenstelling doen. Het ontwerpbesluit van de Europese Raad betreffende de samenstelling van het Parlement wordt overeenkomstig artikel 99 behandeld.

Motivering

Zoals in de andere artikelen van dit hoofdstuk moet worden verwezen naar het toepasselijke Verdragsartikel (artikel 14, lid 2, VEU) aangezien dat de grondslag is voor het initiatief van het Parlement.

Amendement    105

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 85

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 85

Artikel 85

Nauwere samenwerking tussen lidstaten

Nauwere samenwerking tussen lidstaten

1.  Verzoeken om nauwere samenwerking tussen lidstaten overeenkomstig artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen. De artikelen 39, 41, 43, 47, 57 tot en met 63 en 99 van het Reglement zijn eventueel van toepassing.

1.  Verzoeken om nauwere samenwerking tussen lidstaten overeenkomstig artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie worden door de Voorzitter ter behandeling naar de bevoegde commissie verwezen. Artikel 99 van het Reglement is van toepassing.

2.  De bevoegde commissie vergewist zich van de verenigbaarheid ervan met artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 326 tot en met 334 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2.  De bevoegde commissie vergewist zich van de verenigbaarheid ervan met artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 326 tot en met 334 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

3.  Besluiten die nadien in het kader van nauwere samenwerking, zodra deze is aangegaan, worden voorgesteld, worden door het Parlement volgens dezelfde procedures behandeld als die welke gelden wanneer er geen sprake is van nauwere samenwerking. Artikel 47 is van toepassing.

3.  Besluiten die nadien in het kader van nauwere samenwerking, zodra deze is aangegaan, worden voorgesteld, worden door het Parlement volgens dezelfde procedures behandeld als die welke gelden wanneer er geen sprake is van nauwere samenwerking. Artikel 47 is van toepassing.

Motivering

Verschillende verwijzingen worden geschrapt omdat ze onnodig of overbodig zijn (de verwijzing naar de artikelen 57 t/m 63 inzake de eerste lezing, en de verwijzing naar de artikelen 39, 41, 43 en 47 zijn overbodig). De instemmingsprocedure wordt normaliter alleen beheerst door artikel 99.

Amendement    106

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 8 – nummering

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 6

BEGROTINGSPROCEDURES

BEGROTINGSPROCEDURES

Amendement    107

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 86

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 86

Artikel 86

Meerjarig financieel kader

Meerjarig financieel kader

Wanneer de Raad het Parlement verzoekt het voorstel voor een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader goed te keuren, wordt de zaak overeenkomstig de procedure van artikel 99 naar de bevoegde commissie verwezen. Voor goedkeuring is de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.

Wanneer de Raad het Parlement verzoekt het voorstel voor een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader goed te keuren, wordt de zaak behandeld overeenkomstig artikel 99. Overeenkomstig artikel 312, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor goedkeuring de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.

Amendement    108

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 86 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 86 bis

 

Jaarlijkse begrotingsprocedure

 

De bevoegde commissie kan besluiten tot het opstellen van elk verslag dat zij passend acht in verband met de begroting, met inachtneming van de bijlage bij het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer1 bis.

 

Elke andere commissie kan een advies uitbrengen binnen de door de bevoegde commissie vastgestelde termijn.

 

___________________

 

1 bis PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.

Motivering

De wijziging komt erop neer het huidige artikel 87 te schrappen en te vervangen door een nieuw artikel inzake de jaarlijkse begrotingsprocedure.

Amendement    109

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 87

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 87

Schrappen

Werkdocumenten

 

1.  De volgende documenten worden ter beschikking gesteld van de leden:

 

a) de door de Commissie ingediende ontwerpbegroting;

 

b) de uiteenzetting van de Raad betreffende het resultaat van zijn beraadslagingen over de ontwerpbegroting;

 

c) het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting, vastgesteld overeenkomstig artikel 314, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

 

d) de ontwerpbesluiten over de voorlopige twaalfden overeenkomstig artikel 315 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

 

2.  Deze documenten worden naar de ten principale bevoegde commissie verwezen. Alle betrokken commissies kunnen advies uitbrengen.

 

3.  De Voorzitter stelt de termijn vast waarbinnen de commissies die een advies wensen uit te brengen, dit advies aan de ten principale bevoegde commissie moeten doen toekomen.

 

Motivering

Amendement    110

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 88

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 88

Artikel 88

Behandeling van de ontwerpbegroting - eerste fase

Standpunt van het Parlement over de ontwerpbegroting

1.  Elk lid kan, met inachtneming van de navolgende bepalingen, ontwerpamendementen op de ontwerpbegroting indienen en toelichten.

1.  Individuele leden kunnen amendementen op het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting indienen bij de bevoegde commissie.

 

Amendementen op het standpunt van de Raad ter plenaire vergadering kunnen worden ingediend door ten minste veertig leden of namens een commissie of een fractie.

2.  Ontwerpamendementen zijn alleen ontvankelijk, wanneer zij schriftelijk worden ingediend, door ten minste veertig leden ondertekend zijn dan wel namens een fractie of een commissie zijn ingediend, het onderdeel van de begroting aangeven waarop zij betrekking hebben en het beginsel van evenwicht tussen de ontvangsten en uitgaven in acht nemen. De ontwerpamendementen bevatten alle dienstige gegevens betreffende de bij de begrotingslijn in kwestie op te nemen toelichting.

2.  Amendementen worden schriftelijk ingediend en gemotiveerd, zijn ondertekend door de indieners ervan en vermelden de begrotingslijn waarop zij betrekking hebben.

Alle ontwerpamendementen op de ontwerpbegroting gaan vergezeld van een schriftelijke motivering.

 

3.  De Voorzitter stelt de termijn voor de indiening van de ontwerpamendementen vast.

3.  De Voorzitter stelt de termijn voor de indiening van de amendementen vast.

4.  De ten principale bevoegde commissie brengt over de aldus ingediende teksten advies uit, alvorens deze ter plenaire vergadering worden behandeld.

4.  De ten principale bevoegde commissie stemt over de amendementen alvorens deze ter plenaire vergadering worden behandeld.

Ontwerpamendementen en wijzigingsvoorstellen die in de ten principale bevoegde commissie zijn verworpen, worden alleen ter plenaire vergadering in stemming gebracht wanneer een commissie of ten minste veertig leden binnen een door de Voorzitter vastgestelde termijn schriftelijk daarom hebben verzocht; deze termijn mag in geen geval minder zijn dan 24 uur vóór de opening van de stemming.

4 bis.  Ter plenaire vergadering ingediende amendementen en wijzigingsvoorstellen die in de ten principale bevoegde commissie zijn verworpen, kunnen alleen ter plenaire vergadering in stemming worden gebracht wanneer een commissie of ten minste veertig leden binnen een door de Voorzitter vastgestelde termijn schriftelijk daarom hebben verzocht; deze termijn mag in geen geval minder zijn dan 24 uur vóór de opening van de stemming.

5.  Ontwerpamendementen op de raming van het Parlement die eenzelfde strekking hebben als die welke het Parlement reeds bij het vaststellen van deze raming heeft verworpen, worden alleen in geval van een gunstig advies van de ten principale bevoegde commissie in behandeling genomen.

5.  Amendementen op de raming van het Parlement die eenzelfde strekking hebben als die welke het Parlement reeds bij het vaststellen van deze raming heeft verworpen, worden alleen in geval van een gunstig advies van de ten principale bevoegde commissie in behandeling genomen.

6.  In afwijking van het bepaalde in artikel 59, lid 2, stemt het Parlement bij aparte stemming achtereenvolgens over:

6.  Het Parlement stemt achtereenvolgens over:

–  elk ontwerpamendement en elk wijzigingsvoorstel,

–  de amendementen op het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting, per afdeling,

  elke afdeling van de ontwerpbegroting,

 

–  een ontwerpresolutie betreffende deze ontwerpbegroting.

–  een ontwerpresolutie betreffende deze ontwerpbegroting.

De leden 4 t/m 8 van artikel 174 zijn evenwel van toepassing.

De leden 4 t/m 8 bis van artikel 174 zijn evenwel van toepassing.

7.  De artikelen, hoofdstukken, titels en afdelingen van de ontwerpbegroting waarop geen ontwerpamendementen of wijzigingsvoorstellen zijn ingediend, worden geacht te zijn aangenomen.

7.  De artikelen, hoofdstukken, titels en afdelingen van de ontwerpbegroting waarop geen amendementen of wijzigingsvoorstellen zijn ingediend, worden geacht te zijn aangenomen.

8.  Voor de aanneming van ontwerpamendementen is de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.

8.  Overeenkomstig artikel 314, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor de aanneming van amendementen de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.

9.  Indien het Parlement de ontwerpbegroting heeft geamendeerd, wordt de aldus geamendeerde ontwerpbegroting, vergezeld van de motiveringen, aan de Raad en de Commissie toegezonden.

9.  Indien het Parlement het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting heeft geamendeerd, wordt het aldus geamendeerde standpunt, vergezeld van de motiveringen en de notulen van de vergadering waarop de amendementen zijn aangenomen, aan de Raad en de Commissie toegezonden.

10.  De notulen van de vergadering waarin het Parlement zich over de ontwerpbegroting heeft uitgesproken, worden aan de Raad en de Commissie toegezonden.

 

Motivering

The title of Rule 88 is changed and brought in line with point 13 of the Annex to the IIA. As regards the changes to paragraph 1, they clarify the possibility to table amendments to the Council's position.

Paragraph 2 subparagraph 2 is deleted here and included in subparagraph 1.

As regards the changes to paragraph 4, the word "texts" is quite vague and therefore it is replaced by "amendments".

As regards the changes to paragraph 6 in the introductory part, the word "notwithstanding" is deleted to avoid unnecessary questions on the applicability of the other Rules governing the first reading.

The modifications to paragraph 6 subparagraph 2 reflect the changes in Rule 174.

Amendement    111

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 89

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 89

Artikel 95 bis

Financieel driehoeksoverleg

Interinstitutionele samenwerking

De Voorzitter neemt deel aan de bijeenkomsten van de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die regelmatig op initiatief van de Commissie in het kader van de in titel II van het zesde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde begrotingsprocedures worden bijeengeroepen. De Voorzitter neemt alle maatregelen die nodig zijn om het overleg te bevorderen en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen, teneinde de uitvoering van voornoemde procedures te vergemakkelijken.

Overeenkomstig artikel 324 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie neemt de Voorzitter deel aan de bijeenkomsten van de voorzitters van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die regelmatig op initiatief van de Commissie in het kader van de in titel II van het zesde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde begrotingsprocedures worden bijeengeroepen. De Voorzitter neemt alle maatregelen die nodig zijn om het overleg te bevorderen en de standpunten van de instellingen dichter bij elkaar te brengen, teneinde de uitvoering van voornoemde procedures te vergemakkelijken.

De Voorzitter van het Parlement kan deze taak delegeren aan een ondervoorzitter met ervaring in begrotingsaangelegenheden of aan de voorzitter van de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie.

De Voorzitter van het Parlement kan deze taak delegeren aan een ondervoorzitter met ervaring in begrotingsaangelegenheden of aan de voorzitter van de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie.

 

(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm verplaatst naar het eind van het hoofdstuk over begrotingsprocedures, na artikel 95)

Motivering

Amendement    112

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 91

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 91

Artikel 91

Definitieve vaststelling van de begroting

Definitieve vaststelling van de begroting

Indien de Voorzitter constateert dat de begroting overeenkomstig de bepalingen van artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is goedgekeurd, verklaart hij ter plenaire vergadering dat de begroting definitief is vastgesteld. Hij draagt zorg voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Indien de Voorzitter van mening is dat de begroting overeenkomstig de bepalingen van artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is goedgekeurd, verklaart hij ter plenaire vergadering dat de begroting definitief is vastgesteld. Hij draagt zorg voor de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement    113

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 93

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 93

Artikel 93

Verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting

Verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting

De bepalingen inzake de procedure voor de totstandkoming van het besluit inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig de financiële bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Financieel Reglement, zijn als bijlage11 bij dit Reglement gevoegd. Deze bijlage wordt overeenkomstig artikel 227, lid 2, van dit Reglement goedgekeurd.

De bepalingen inzake de procedure voor de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig de financiële bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Financieel Reglement, zijn als bijlage11 bij dit Reglement gevoegd.

__________________

__________________

11 Zie bijlage V.

11 Zie bijlage V.

Motivering

De Engelse versie wordt in overeenstemming gebracht met andere taalversies (Frans, Italiaans, Nederlands).

Amendement    114

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 94

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 94

Artikel 94

Overige kwijtingsprocedures

Overige kwijtingsprocedures

De bepalingen inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting zijn eveneens van toepassing op de procedure voor de verlening van kwijting aan:

De bepalingen inzake de verlening van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de begroting, overeenkomstig artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zijn eveneens van toepassing op de procedure voor de verlening van kwijting aan:

– de Voorzitter van het Europees Parlement voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement;

– de Voorzitter van het Europees Parlement voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement;

– de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de begrotingen van de overige instellingen en organen van de Europese Unie, zoals de Raad (voor wat betreft zijn uitvoerende activiteiten), het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's;

– de personen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de begrotingen van de overige instellingen en organen van de Europese Unie, zoals de Raad, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's;

– de Commissie voor de uitvoering van de begroting van het Europees Ontwikkelingsfonds;

– de Commissie voor de uitvoering van de begroting van het Europees Ontwikkelingsfonds;

– de voor het financieel beheer verantwoordelijke organen van juridisch zelfstandige entiteiten die taken van de Unie uitvoeren, voorzover in de voor hun werkzaamheden geldende wetgeving kwijtingverlening door het Parlement is voorzien.

– de voor het financieel beheer verantwoordelijke organen van juridisch zelfstandige entiteiten die taken van de Unie uitvoeren, voor zover in de voor hun werkzaamheden geldende wetgeving kwijtingverlening door het Parlement is voorzien.

Motivering

De voorgestelde wijziging van de aanhef is bedoeld om te verduidelijken dat de kwijting wordt verleend op grond van artikel 319 VWEU.

Wat het tweede streepje betreft, zijn de woorden "(voor wat betreft zijn uitvoerende activiteiten)" geschrapt, aangezien de kwijting vanzelfsprekend geen betrekking heeft op de politieke activiteiten van de Raad.

Amendement    115

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 95

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 95

Artikel 92 bis

Controle van het Parlement op de uitvoering van de begroting

Uitvoering van de begroting

1.  Het Parlement controleert de uitvoering van de lopende begroting. Het wijst deze taak toe aan de ter zake van begroting en begrotingscontrole bevoegde commissies en aan de andere betrokken commissies.

1.  Het Parlement controleert de uitvoering van de lopende begroting. Het wijst deze taak toe aan de ter zake van begroting en begrotingscontrole bevoegde commissies en aan de andere betrokken commissies.

2.  Het behandelt elk jaar, en wel vóór de eerste lezing van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, de problemen in verband met de uitvoering van de lopende begroting, in voorkomend geval aan de hand van een door de bevoegde commissie ingediende ontwerpresolutie.

2.  Het behandelt elk jaar, en wel vóór zijn lezing van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, de problemen in verband met de uitvoering van de lopende begroting, in voorkomend geval aan de hand van een door de bevoegde commissie ingediende ontwerpresolutie.

 

(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm vóór artikel 93 geplaatst.)

Motivering

Amendement    116

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 9 – nummering

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 9

HOOFDSTUK 7

INTERNE BEGROTINGSPROCEDURES

INTERNE BEGROTINGSPROCEDURES

Motivering

Hoofdstuk 9 wordt hoofdstuk 7.

Amendement    117

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 98

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 98

Artikel 98

Bevoegdheid tot het aangaan van betalingsverplichtingen en het verstrekken van betalingsopdrachten

Bevoegdheid tot het aangaan van betalingsverplichtingen en het verstrekken van betalingsopdrachten, het goedkeuren van rekeningen en het verlenen van kwijting

1.  Overeenkomstig het intern financieel reglement, dat door het Bureau in overleg met de bevoegde commissie wordt vastgesteld, worden door de Voorzitter of in diens opdracht betalingsverplichtingen aangegaan en uitgaven betaalbaar gesteld.

1.  Overeenkomstig het intern financieel reglement, dat door het Bureau in overleg met de bevoegde commissie wordt vastgesteld, worden door de Voorzitter of in diens opdracht betalingsverplichtingen aangegaan en uitgaven betaalbaar gesteld.

2.  De Voorzitter zendt het ontwerp voor de afsluiting van de rekeningen toe aan de bevoegde commissie.

2.  De Voorzitter zendt het ontwerp voor de afsluiting van de rekeningen toe aan de bevoegde commissie.

3.  Het Parlement stelt na kennisneming van het verslag van zijn bevoegde commissie de rekeningen vast en beslist over de kwijting.

3.  Het Parlement stelt na kennisneming van het verslag van zijn bevoegde commissie de rekeningen vast en beslist over de kwijting.

Amendement    118

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 10 – nummering

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 10

HOOFDSTUK 8

GOEDKEURINGSPROCEDURE

GOEDKEURINGSPROCEDURE

Motivering

Hoofdstuk 10 wordt hoofdstuk 8.

Amendement    119

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 99

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 99

Artikel 99

Goedkeuringsprocedure

Goedkeuringsprocedure

1.  Wanneer het Parlement wordt verzocht een voorgesteld besluit goed te keuren, neemt het zijn besluit met inachtneming van een aanbeveling van de bevoegde commissie strekkende tot goedkeuring of verwerping ervan. De aanbeveling bevat visa maar geen overwegingen. De aanbeveling kan vergezeld gaan van een korte toelichting die onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur valt en die niet in stemming wordt gebracht. Het bepaalde in artikel 56, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing. In de commissie ingediende amendementen zijn alleen ontvankelijk wanneer ermee wordt beoogd de aanbeveling zoals voorgesteld door de rapporteur een tegenovergestelde strekking te geven.

1.  Wanneer het Parlement wordt verzocht een bindende rechtshandeling goed te keuren, legt de bevoegde commissie het Parlement een aanbeveling strekkende tot goedkeuring of verwerping van de voorgestelde handeling voor.

 

De aanbeveling bevat visa maar geen overwegingen. Amendementen in de commissie zijn alleen ontvankelijk wanneer ermee wordt beoogd de door de rapporteur voorgestelde aanbeveling een tegenovergestelde strekking te geven.

 

De aanbeveling kan vergezeld gaan van een korte toelichting die onder de verantwoordelijkheid van de rapporteur valt en die niet in stemming wordt gebracht. Het bepaalde in artikel 56, lid 1, is mutatis mutandis van toepassing.

De bevoegde commissie kan een voorstel voor een niet-wetgevingsresolutie indienen. Andere commissies kunnen bij de formulering van de resolutie worden betrokken, overeenkomstig artikel 201, lid 3, in combinatie met de artikelen 53, 54 of 55.

1 bis.  Indien nodig kan de bevoegde commissie ook een verslag met een voorstel voor een niet-wetgevingsresolutie indienen waarin de redenen worden uiteengezet waarom het Parlement al dan niet goedkeuring zou moeten verlenen, en, indien passend, aanbevelingen worden gedaan voor de uitvoering van de voorgestelde handeling.

 

1 ter.  De bevoegde commissie behandelt het verzoek om goedkeuring onverwijld. Wanneer de bevoegde commissie uiterlijk zes maanden na ontvangst van het verzoek om goedkeuring nog niet haar aanbeveling heeft geformuleerd, kan de Conferentie van voorzitters dit onderwerp voor behandeling op de agenda van een volgende vergaderperiode plaatsen dan wel in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de termijn van zes maanden te verlengen.

Het Parlement spreekt zich middels een enkele stemming ter verlening van de goedkeuring uit over de handeling, waarvoor uit hoofde van het Verdrag betreffende de Europese Unie of het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de goedkeuring van het Parlement vereist is, ongeacht of de aanbeveling van de bevoegde commissie tot goedkeuring dan wel verwerping strekt. Er kunnen geen amendementen worden ingediend. Voor het verlenen van goedkeuring is de meerderheid vereist die vermeld wordt in het artikel van het Verdrag betreffende de Europese Unie of het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dat de rechtsgrond van de voorgestelde handeling vormt of, wanneer in dat artikel geen meerderheid wordt vermeld, de meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Indien de vereiste meerderheid niet wordt gehaald, wordt de voorgestelde handeling geacht te zijn verworpen.

1 quater.  Het Parlement spreekt zich middels een enkele stemming ter verlening van de goedkeuring uit over de voorgestelde handeling, ongeacht of de aanbeveling van de bevoegde commissie tot goedkeuring dan wel verwerping strekt. Indien de vereiste meerderheid niet wordt gehaald, wordt de voorgestelde handeling geacht te zijn verworpen.

2.  Voor internationale overeenkomsten, toetredingsverdragen, constateringen van ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van de fundamentele beginselen, de vaststelling van de samenstelling van het Parlement, het aangaan van nauwere samenwerking tussen de lidstaten of de vaststelling van het meerjarig financieel kader zijn daarnaast respectievelijk de artikelen 108, 81, 83, 84, 85 en 86 van het Reglement van toepassing.

 

3.  Wanneer voor een voorstel van een wetgevingshandeling of een beoogde internationale overeenkomst de goedkeuring van het Parlement vereist is, kan de bevoegde commissie het Parlement een interimverslag over het betrokken ontwerp voorleggen met een ontwerpresolutie met aanbevelingen tot wijziging of tenuitvoerlegging van de wetgevingshandeling of de beoogde internationale overeenkomst.

3.  Wanneer de goedkeuring van het Parlement vereist is, kan de bevoegde commissie het Parlement te allen tijde een interimverslag voorleggen met een ontwerpresolutie met aanbevelingen tot wijziging of tenuitvoerlegging van de voorgestelde handeling.

4.  De bevoegde commissie behandelt het verzoek om goedkeuring onverwijld. Wanneer de bevoegde commissie besluit geen aanbeveling te formuleren of uiterlijk zes maanden na ontvangst van het verzoek om goedkeuring nog geen aanbeveling heeft geformuleerd, kan de Conferentie van voorzitters dit onderwerp voor behandeling op de agenda van een volgende vergaderperiode plaatsen dan wel in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de termijn van zes maanden te verlengen.

 

Indien voor de sluiting van een internationale overeenkomst de goedkeuring van het Parlement vereist is, kan het Parlement op basis van een aanbeveling van de bevoegde commissie besluiten de goedkeuringsprocedure voor hoogstens een jaar op te schorten.

 

Motivering

The changes to paragraph 1 reflect the fact that having an explanatory statement as a means of supporting/reinforcing the recommendation by rapporteur/committee is useful (it may lead to fewer reports under paragraph 2 as the committee would not draft them regularly in order to explain its (new)position).

Paragraph 1 subparagraph 2 shall become par 1a. The addition of "also" aims to clarify this aspect. The references to Rules 53, 54 and 55 are deleted because they are superfluous and might even lead to an erroneous “a contrary” reasoning concerning the first subparagraph (where Rule 53 and Rule 55 could apply, but not Rule 54). The fact that Rule 54 cannot apply to a report concerning the consent procedure stricto sensu is mentioned explicitly under Rule 54.

The text of paragraph 1 b (new) is moved from the first subparagraph of Rule 99(4) and streamlined.

The suggested changes to paragraph 1 subparagraph 3 aim to streamline the text and to delete provisions which are superfluous. Parliament's consent is always required because of a Treaty provision. The majority is also clearly indicated.

The suggested deletion of paragraph 2 aim to streamline the text and to delete provisions which are superfluous. This paragraph just reiterates some (but not all) situations where consent is required and which are already described in Rules 108, 81, 83, 84, 85 & 86.

The text of paragraph 4 subparagraph 1 is moved to a new paragraph 1b of Rule 99 and streamlined.

Paragraph 4 subparagraph 2 is to be deleted here and moved under Rule 108. This provision only applies to envisaged international agreements, because of the involvement of (and probable need for clarification for) third parties, and could therefore be moved under Rule 108. This paragraph does not impede Parliament abrogating at any time its decision to suspend, nor does it prevent Parliament from renewing it after its expiry.

Amendement    120

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 11 – nummering

Bestaande tekst

Amendement

HOOFDSTUK 11

HOOFDSTUK 9

OVERIGE PROCEDURES

OVERIGE PROCEDURES

Amendement    121

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 100

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 100

Artikel 100

Procedure voor het uitbrengen van advies in de zin van artikel 140 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Procedure voor het uitbrengen van advies inzake derogaties voor de aanneming van de euro

1.  Wordt het Parlement verzocht over aanbevelingen van de Raad overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie advies uit te brengen, dan beraadslaagt het, nadat de Raad deze ter plenaire vergadering heeft toegelicht, op basis van een door zijn bevoegde commissie mondeling of schriftelijk ingediend voorstel tot aanneming of verwerping van de aanbevelingen waarover het wordt geraadpleegd.

1.  Wordt het Parlement verzocht overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie advies uit te brengen, dan beraadslaagt het op basis van een tot aanneming of verwerping van de ontwerphandeling strekkend verslag van zijn bevoegde commissie.

2.  Het Parlement stemt vervolgens over deze aanbevelingen bij een enkele stemming en bloc; er kunnen geen amendementen worden ingediend.

2.  Het Parlement stemt vervolgens over de voorgestelde handeling bij een enkele stemming; er kunnen geen amendementen worden ingediend.

Motivering

De wijziging van de titel is bedoeld om de titel van het artikel vlotter leesbaar te maken.

Wat de wijzigingen van lid 1 betreft, zij erop gewezen dat de huidige formulering van dit artikel niet volledig in overeenstemming is met artikel 140, lid 2, VWEU, en evenmin de huidige praktijk weerspiegelt. Het Parlement wordt verzocht advies uit te brengen over een ontwerpbesluit van de Raad, niet over "aanbevelingen van de Raad" (waarbij het ontwerpbesluit van de Raad is gebaseerd op een aanbeveling van de lidstaat waarvan de valuta de euro is). De Commissie ECON stelt systematisch verslagen op.

Amendement    122

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 102

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 102

Artikel 102

Procedures in verband met onderzoek van vrijwillige overeenkomsten

Procedures in verband met onderzoek van beoogde vrijwillige overeenkomsten

1.  Wanneer de Commissie het Parlement in kennis stelt van haar voornemen te onderzoeken of als alternatief voor de vaststelling van wetgeving vrijwillige overeenkomsten kunnen worden gesloten, kan de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 52 een verslag opstellen over de inhoudelijke kant van de zaak.

1.  Wanneer de Commissie het Parlement in kennis stelt van haar voornemen te onderzoeken of als alternatief voor de vaststelling van wetgeving vrijwillige overeenkomsten kunnen worden gesloten, kan de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 52 een verslag opstellen over de inhoudelijke kant van de zaak.

2.  Wanneer de Commissie aankondigt voornemens te zijn een vrijwillige overeenkomst te sluiten, kan de bevoegde commissie een ontwerpresolutie indienen, waarin wordt aanbevolen het voorstel aan te nemen dan wel te verwerpen en waarin de desbetreffende voorwaarden worden uiteengezet.

2.  Wanneer de Commissie aankondigt voornemens te zijn een vrijwillige overeenkomst te sluiten, kan de bevoegde commissie een ontwerpresolutie indienen, waarin wordt aanbevolen het voorstel aan te nemen dan wel te verwerpen en waarin de desbetreffende voorwaarden worden uiteengezet.

Motivering

De huidige titel is misleidend omdat hij de indruk wekt dat de vrijwillige overeenkomst reeds is gesloten.

Amendement    123

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 103

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 103

Artikel 103

Codificatie

Codificatie

1.  Wanneer een ontwerp houdende codificatie van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het verwezen naar de voor juridische zaken bevoegde commissie. Volgens op interinstitutioneel niveau12 overeengekomen modaliteiten gaat deze commissie na of het ontwerp zich beperkt tot loutere codificatie zonder inhoudelijke wijziging.

1.  Wanneer een ontwerp houdende codificatie van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het verwezen naar de voor juridische zaken bevoegde commissie. Volgens op interinstitutioneel niveau12 overeengekomen modaliteiten gaat deze commissie na of het ontwerp zich beperkt tot loutere codificatie zonder inhoudelijke wijziging.

2.  De commissie die ten principale bevoegd was voor de wetteksten die het voorwerp van de codificatie vormen, kan op eigen verzoek of op verzoek van de voor juridische zaken bevoegde commissie advies uitbrengen over de wenselijkheid van de codificatie.

2.  De commissie die ten principale bevoegd was voor de wetteksten die het voorwerp van de codificatie vormen, kan op eigen verzoek of op verzoek van de voor juridische zaken bevoegde commissie advies uitbrengen over de wenselijkheid van de codificatie.

3.  Amendementen op de tekst van het ontwerp zijn niet ontvankelijk.

3.  Amendementen op de tekst van het ontwerp zijn niet ontvankelijk.

Op verzoek van de rapporteur kan de voorzitter van de voor juridische zaken bevoegde commissie evenwel aan deze commissie amendementen ter goedkeuring voorleggen die betrekking hebben op technische aanpassingen, mits die aanpassingen nodig zijn om het ontwerp in overeenstemming te brengen met de codificatieregels en geen enkele inhoudelijke wijziging in het ontwerp aanbrengen.

Op verzoek van de rapporteur kan de voorzitter van de voor juridische zaken bevoegde commissie evenwel aan deze commissie technische aanpassingen ter goedkeuring voorleggen, mits die aanpassingen nodig zijn om het ontwerp in overeenstemming te brengen met de codificatieregels en geen enkele inhoudelijke wijziging in het ontwerp aanbrengen.

4.  Wanneer de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat met het ontwerp geen enkele inhoudelijke wijziging in de wetgeving van de Unie wordt aangebracht, legt zij het ontwerp ter goedkeuring aan het Parlement voor.

4.  Wanneer de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat met het ontwerp geen enkele inhoudelijke wijziging in de wetgeving van de Unie wordt aangebracht, legt zij het ontwerp ter goedkeuring aan het Parlement voor.

Wanneer deze commissie van oordeel is dat het ontwerp inhoudelijke wijzigingen inhoudt, stelt zij het Parlement voor het ontwerp te verwerpen.

Wanneer deze commissie van oordeel is dat het ontwerp inhoudelijke wijzigingen inhoudt, stelt zij het Parlement voor het ontwerp te verwerpen.

In beide gevallen spreekt het Parlement zich uit bij een enkele stemming, zonder amendementen en zonder debat.

In beide gevallen spreekt het Parlement zich uit bij een enkele stemming, zonder amendementen en zonder debat.

__________________

__________________

12 Punt 4 van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten (PB C 102 van 4.4.1996, blz. 2).

12 Punt 4 van het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten (PB C 102 van 4.4.1996, blz. 2).

Motivering

De voorgestelde wijziging is bedoeld om de bewoording van dit artikel te stroomlijnen en in overeenstemming te brengen met de huidige praktijk.

Amendement    124

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 104

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 104

Artikel 104

Herschikking

Herschikking

1.  Wanneer een ontwerp tot herschikking van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het naar de voor juridische zaken bevoegde commissie en naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.

1.  Wanneer een ontwerp tot herschikking van de wetgeving van de Unie aan het Parlement wordt voorgelegd, wordt het naar de voor juridische zaken bevoegde commissie en naar de ten principale bevoegde commissie verwezen.

2.  Volgens op interinstitutioneel niveau13 overeengekomen modaliteiten gaat de voor juridische zaken bevoegde commissie na of het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven.

2.  Volgens op interinstitutioneel niveau13 overeengekomen modaliteiten gaat de voor juridische zaken bevoegde commissie na of het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven.

In het kader van dit onderzoek zijn amendementen op de tekst van het ontwerp niet ontvankelijk. Artikel 103 lid 3, tweede alinea, is evenwel van toepassing op de bepalingen die in het herschikkingsontwerp ongewijzigd zijn gebleven.

In het kader van dit onderzoek zijn amendementen op de tekst van het ontwerp niet ontvankelijk. Artikel 103, lid 3, tweede alinea, is evenwel van toepassing op de bepalingen die in het herschikkingsontwerp ongewijzigd zijn gebleven.

3.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

3.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ten principale bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ter zake bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

In dat geval en onverminderd de in de artikelen 169 en 170 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de ten principale bevoegde commissie alleen ontvankelijk als zij betrekking hebben op onderdelen van het ontwerp die wijzigingen bevatten.

Wanneer de ter zake bevoegde commissie evenwel voornemens is, overeenkomstig punt 8 van het Interinstitutioneel Akkoord, ook amendementen op de gecodificeerde delen van het ontwerp van wetgevingshandeling in te dienen, stelt zij de Raad en de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Alvorens tot stemming wordt overgegaan maakt laatstgenoemde overeenkomstig artikel 58 haar standpunt inzake de amendementen kenbaar en geeft zij aan of zij voornemens is het herschikkingsontwerp in te trekken.

Amendementen op ongewijzigd gebleven onderdelen van het ontwerp kunnen evenwel in uitzonderlijke en individuele gevallen door de voorzitter van die commissie worden aanvaard, als deze van oordeel is dat daarvoor dwingende redenen bestaan in verband met de interne coherentie van de tekst of de samenhang met andere ontvankelijke amendementen. Deze redenen dienen in een schriftelijke motivering bij de amendementen te worden vermeld.

4.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij het Parlement voor het voorstel te verwerpen en stelt zij de ter zake bevoegde commissie hiervan in kennis.

4.  Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het ontwerp andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij het Parlement voor het voorstel te verwerpen en stelt zij de ten principale bevoegde commissie hiervan in kennis.

In dat geval verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp in te trekken. Indien de Commissie haar ontwerp intrekt, stelt de Voorzitter vast dat de procedure zinledig is geworden en stelt hij de Raad hiervan in kennis. Indien de Commissie haar ontwerp niet intrekt, verwijst het Parlement het naar de ter zake bevoegde commissie, die het volgens de gebruikelijke procedure behandelt.

In dat geval verzoekt de Voorzitter de Commissie haar ontwerp in te trekken. Indien de Commissie haar ontwerp intrekt, stelt de Voorzitter vast dat de procedure zinledig is geworden en stelt hij de Raad hiervan in kennis. Indien de Commissie haar ontwerp niet intrekt, verwijst het Parlement het naar de ten principale bevoegde commissie, die het volgens de gebruikelijke procedure behandelt.

__________________

__________________

13 Punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten (PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1).

13 Punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten (PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1).

Motivering

Parliament has repeatedly considered recasting as the normal legislative technique (for one of the latest resolutions, see 2011/2029(INI), para. 41), but the Commission has reduced the number of recasting proposals because of the current wording of this Rule and its implications in terms of unrestricted and unpredictable amending powers. Given the reluctance of the Commission to forward new proposals for recast due to the powers of Parliament to introduce substantive changes, a new drafting is proposed. The proposed change reinstates the original wording of this paragraph (amended in 2009) with a view to clarifying the boundaries of Parliament's amending powers and encouraging the Commission to present more recasting proposals. Although the current Rule is silent on that, the same criteria should apply at plenary stage.

Amendement    125

Reglement van het Europees Parlement

Titel II – hoofdstuk 9 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK 9 BIS

 

Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen

Motivering

Voor de duidelijkheid wordt een nieuw hoofdstuk inzake gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen ingevoerd.

Amendement    126

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 105

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 105

Artikel 105

Gedelegeerde handelingen

Gedelegeerde handelingen

1.  Wanneer de Commissie het Parlement een gedelegeerde handeling toezendt, verwijst de Voorzitter deze naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een rapporteur voor de behandeling van een of meerdere gedelegeerde handelingen kan benoemen.

1.  Wanneer de Commissie het Parlement een gedelegeerde handeling toezendt, verwijst de Voorzitter deze naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een van haar leden voor de behandeling van een of meerdere gedelegeerde handelingen kan aanwijzen.

2.  De Voorzitter doet het Parlement mededeling van de datum van ontvangst van de gedelegeerde handeling in alle officiële talen alsook van de termijn voor eventuele bezwaren. Deze termijn gaat op die datum in.

2.  Tijdens de eerstvolgende vergaderperiode na de ontvangst ervan, doet de Voorzitter het Parlement mededeling van de datum van ontvangst van de gedelegeerde handeling in alle officiële talen alsook van de termijn voor eventuele bezwaren. Deze termijn gaat in op de datum van ontvangst.

De mededeling wordt gepubliceerd in de notulen van de vergadering onder vermelding van de bevoegde commissie.

De mededeling wordt gepubliceerd in de notulen van de vergadering onder vermelding van de bevoegde commissie.

3.  De bevoegde commissie kan het Parlement, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling en indien zij zulks wenselijk acht, na raadpleging van alle betrokken commissies, een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen. In deze ontwerpresolutie worden de gronden aangegeven voor het bezwaar van het Parlement en kan de Commissie worden verzocht om een nieuwe gedelegeerde handeling in te dienen, waarin met de aanbevelingen van het Parlement rekening wordt gehouden.

3.  De bevoegde commissie kan het Parlement, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling en indien zij zulks wenselijk acht, na raadpleging van alle betrokken commissies, een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarin bezwaar wordt aangetekend tegen de gedelegeerde handeling. Indien de bevoegde commissie tien werkdagen voor het begin van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de in lid 5 bedoelde termijn verstrijkt niet een dergelijke ontwerpresolutie heeft ingediend, kunnen een fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen om het onderwerp op de agenda van voornoemde vergaderperiode te plaatsen.

4.  Indien de bevoegde commissie tien werkdagen voor het begin van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de in lid 5 bedoelde termijn verstrijkt geen ontwerpresolutie heeft ingediend, kunnen een fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen om het onderwerp op de agenda van voornoemde vergaderperiode te plaatsen.

 

 

4 bis.  In elke overeenkomstig lid 3 ingediende ontwerpresolutie worden de gronden aangegeven voor het bezwaar van het Parlement en kan de Commissie worden verzocht om een nieuwe gedelegeerde handeling in te dienen, waarin met de aanbevelingen van het Parlement rekening wordt gehouden.

5.  Het Parlement spreekt zich uit over ingediende ontwerpresoluties binnen de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn bij de in artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorgeschreven meerderheid.

5.  Het Parlement neemt ingediende ontwerpresoluties aan binnen de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn, bij meerderheid van zijn leden overeenkomstig artikel 290, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Wanneer de bevoegde commissie het wenselijk acht om, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling, de termijn voor bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te verlengen, stelt de voorzitter van de bevoegde commissie namens het Parlement de Raad en de Commissie van deze verlenging in kennis.

Wanneer de bevoegde commissie het wenselijk acht om, met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling, de termijn voor bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te verlengen, stelt de voorzitter van de bevoegde commissie namens het Parlement de Raad en de Commissie van deze verlenging in kennis.

6.  Wanneer de bevoegde commissie het Parlement voor het verstrijken van de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn aanbeveelt geen bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te maken:

6.  Wanneer de bevoegde commissie het Parlement voor het verstrijken van de in de basiswetgevingshandeling gestelde termijn aanbeveelt geen bezwaar tegen de gedelegeerde handeling te maken:

– stelt zij de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven daarvan op de hoogte en dient zij een aanbeveling in die zin in;

– stelt zij de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven daarvan op de hoogte en dient zij een aanbeveling in die zin in;

– brengt de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters, wanneer ofwel in de daaropvolgende vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters, ofwel, in dringende gevallen, middels een schriftelijke procedure hiertegen geen bezwaar wordt gemaakt, dit ter kennis van de Voorzitter van het Parlement, die de plenaire vergadering zo spoedig mogelijk hiervan op de hoogte stelt;

– brengt de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters, wanneer ofwel in de daaropvolgende vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters, ofwel, in dringende gevallen, middels een schriftelijke procedure hiertegen geen bezwaar wordt gemaakt, dit ter kennis van de Voorzitter van het Parlement, die de plenaire vergadering zo spoedig mogelijk hiervan op de hoogte stelt;

– wordt de aanbeveling, wanneer een fractie of ten minste veertig leden binnen een termijn van vierentwintig uur na de mededeling ter plenaire vergadering ertegen bezwaar maken, in stemming gebracht;

– wordt de aanbeveling, wanneer een fractie of ten minste veertig leden binnen een termijn van vierentwintig uur na de mededeling ter plenaire vergadering ertegen bezwaar maken, in stemming gebracht;

– wordt de voorgestelde aanbeveling geacht te zijn goedgekeurd indien binnen diezelfde termijn geen bezwaar is gemaakt;

– wordt de voorgestelde aanbeveling geacht te zijn goedgekeurd indien binnen diezelfde termijn geen bezwaar is gemaakt;

– zijn de na de goedkeuring van de aanbeveling ingediende voorstellen tot bezwaar tegen de gedelegeerde handeling niet ontvankelijk.

– zijn de na de goedkeuring van de aanbeveling ingediende voorstellen tot bezwaar tegen de gedelegeerde handeling niet ontvankelijk.

7.  Met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling kan de bevoegde commissie op eigen initiatief het Parlement een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarmee de bij deze handeling verleende bevoegdheidsdelegatie geheel of ten dele wordt ingetrokken. Het Parlement spreekt zich uit bij de meerderheid die is voorgeschreven in artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

7.  Met inachtneming van het bepaalde in de basiswetgevingshandeling kan de bevoegde commissie op eigen initiatief het Parlement een ontwerpresolutie voorleggen waarmee de bij deze handeling verleende bevoegdheidsdelegatie geheel of ten dele wordt ingetrokken of bezwaar wordt gemaakt tegen de stilzwijgende verlenging van de bevoegdheidsdelegatie.

 

Overeenkomstig artikel 290, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is voor intrekking van de bevoegdheidsdelegatie de meerderheid van de leden van het Parlement vereist.

8.  De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van de overeenkomstig dit artikel ingenomen standpunten in kennis.

8.  De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van de overeenkomstig dit artikel ingenomen standpunten in kennis.

Motivering

As regards the changes to paragraph 1, they reflect the practice: the motions for resolutions for objecting a delegated act are tabled by the committee responsible, either in the name of the Committee Chair, or in the name of the authors of the original request.

The changes to paragraph 2 aims at clarifying it: in the second sentence, the date could be "the date" expressly mentioned in the first sentence or the date of the announcement (see the impact of the date of announcement on the deadlines for second reading).

The last sentence of paragraph 3 shall become paragraph 4a. The restructuring of paragraphs 3 and 4 aims to clarify that the current paragraph 3 second sentence also applies when a motion for resolution is tabled by a political group or at least 40 Members.

Paragraph 4 is deleted here and moved to the end of paragraph 3.

The insertion of paragraph 4 a (new) is meant to broaden the scope as indicated in paragraph 3 above.

As regards the changes to paragraph 7: the Treaty does not require any specific reasons by EP when revoking a delegation of powers, therefore the word "reasoned" is deleted. Moreover, a provision governing the decision whereby Parliament opposes the tacit extension of the period of delegation of powers is introduced in Rule 105 as no such provision existed so far.

Amendement    127

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 106

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 106

Artikel 106

Uitvoeringshandelingen en -maatregelen

Uitvoeringshandelingen en -maatregelen

1.  Wanneer de Commissie het Parlement een ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel voorlegt, verwijst de Voorzitter dit ontwerp naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een rapporteur voor de behandeling van een of meerdere ontwerpen van uitvoeringshandelingen of -maatregelen kan benoemen.

1.  Wanneer de Commissie het Parlement een ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel voorlegt, verwijst de Voorzitter dit ontwerp naar de voor de basiswetgevingshandeling bevoegde commissie, die een van haar leden voor de behandeling van een of meerdere ontwerpen van uitvoeringshandelingen of -maatregelen kan aanwijzen.

2.  De bevoegde commissie kan het Parlement een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarin wordt verklaard dat het ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel de bij de basiswetgevingshandeling verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt of anderszins niet verenigbaar is met het recht van de Unie.

2.  De bevoegde commissie kan het Parlement een met redenen omklede ontwerpresolutie voorleggen waarin wordt verklaard dat het ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel de bij de basiswetgevingshandeling verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt of anderszins niet verenigbaar is met het recht van de Unie.

3.  In de ontwerpresolutie kan de Commissie worden verzocht de handeling of maatregel, dan wel het ontwerp van handeling of maatregel in te trekken, deze/dit met inachtneming van de door het Parlement geformuleerde bezwaren te wijzigen of een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen. De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van het standpunt van het Parlement in kennis.

3.  In de ontwerpresolutie kan de Commissie worden verzocht het ontwerp van uitvoeringshandeling of -maatregel in te trekken, dit met inachtneming van de door het Parlement geformuleerde bezwaren te wijzigen of een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen. De Voorzitter stelt de Raad en de Commissie van het standpunt van het Parlement in kennis.

4.  Wanneer de door de Commissie beoogde uitvoeringsmaatregelen onder de regelgevingsprocedure met toetsing vallen in de zin van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, zijn daarnaast de volgende bepalingen van toepassing:

4.  Wanneer de door de Commissie beoogde uitvoeringsmaatregelen onder de regelgevingsprocedure met toetsing vallen in de zin van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, zijn daarnaast de volgende bepalingen van toepassing:

a)  de termijn voor toetsing gaat in, zodra het ontwerp van maatregelen in alle officiële talen aan het Parlement is voorgelegd. Wanneer ingekorte termijnen voor toetsing gelden in de zin van artikel 5 bis, lid 5, onder b), van Besluit 1999/468/EG en in geval van dwingende urgente redenen in de zin van artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG, gaat de termijn voor toetsing in op de datum van ontvangst door het Parlement van het definitieve ontwerp van uitvoeringsmaatregel in de taalversies waarin het aan de leden van het overeenkomstig Besluit 1999/468/EG opgerichte comité is voorgelegd, tenzij de voorzitter van de bevoegde commissie hiertegen bezwaar maakt. Artikel 158 is in dit geval niet van toepassing;

a)  de termijn voor toetsing gaat in, zodra het ontwerp van uitvoeringsmaatregel in alle officiële talen aan het Parlement is voorgelegd. Wanneer ingekorte termijnen voor toetsing gelden in de zin van artikel 5 bis, lid 5, onder b), van Besluit 1999/468/EG en in geval van dwingende urgente redenen in de zin van artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG, gaat de termijn voor toetsing in op de datum van ontvangst door het Parlement van het definitieve ontwerp van uitvoeringsmaatregel in de taalversies waarin het aan de leden van het overeenkomstig Besluit 1999/468/EG opgerichte comité is voorgelegd, tenzij de voorzitter van de bevoegde commissie hiertegen bezwaar maakt. Artikel 158 is in de in de vorige zin vermelde gevallen niet van toepassing;

b)  indien het ontwerp van de uitvoeringsmaatregel gebaseerd is op lid 5 of lid 6 van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, dat voorziet in ingekorte termijnen voor het Parlement om bezwaar te maken, kan een ontwerpresolutie waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de aanneming van het ontwerp van de maatregel door de voorzitter van de bevoegde commissie ingediend worden, wanneer de commissie zelf in de beschikbare tijd niet bijeen kon komen;

b)  indien het ontwerp van de uitvoeringsmaatregel gebaseerd is op lid 5 of lid 6 van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, dat voorziet in ingekorte termijnen voor het Parlement om bezwaar te maken, kan een ontwerpresolutie waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de aanneming van het ontwerp van de maatregel door de voorzitter van de bevoegde commissie ingediend worden, wanneer de commissie zelf in de beschikbare tijd niet bijeen kon komen;

c)  het Parlement kan, met een meerderheid van zijn leden, bezwaar maken tegen de aanneming van het ontwerp van een uitvoeringsmaatregel door naar voren te brengen dat het ontwerp de uitvoeringsbevoegdheden waarin de basishandeling voorziet, overschrijdt, niet verenigbaar is met het doel of de inhoud van de basishandeling of niet strookt met het subsidiariteits- of evenredigheidsbeginsel;

c)  het Parlement kan, met een meerderheid van zijn leden, een resolutie aannemen waarbij bezwaar wordt gemaakt tegen de aanneming van het ontwerp van een uitvoeringsmaatregel en naar voren brengen dat het ontwerp de uitvoeringsbevoegdheden waarin de basishandeling voorziet, overschrijdt, niet verenigbaar is met het doel of de inhoud van de basishandeling of niet strookt met het subsidiariteits- of evenredigheidsbeginsel;

 

Indien de bevoegde commissie tien werkdagen voor het begin van de vergaderperiode waarvan de woensdag voorafgaat aan en het dichtst ligt bij de datum waarop de termijn voor bezwaar tegen de aanneming van het ontwerp van een uitvoeringsmaatregel verstrijkt geen ontwerp voor een dergelijke resolutie heeft ingediend, kunnen een fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen om het onderwerp op de agenda van voornoemde vergaderperiode te plaatsen.

d)  wanneer de bevoegde commissie naar aanleiding van een naar behoren gemotiveerd verzoek van de Commissie de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven aanbeveelt dat het Parlement voor het verstrijken van de in artikel 5 bis, lid 3, onder c) en/of artikel 5 bis, lid 4, onder e) van Besluit 1999/468/EG voorgeschreven normale termijn verklaart geen bezwaar te maken tegen de voorgestelde maatregel, is de procedure van artikel 105, lid 6 van dit Reglement, van toepassing.

d)  wanneer de bevoegde commissie de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters bij een met redenen omkleed schrijven aanbeveelt dat het Parlement voor het verstrijken van de in artikel 5 bis, lid 3, onder c) en/of artikel 5 bis, lid 4, onder e) van Besluit 1999/468/EG voorgeschreven normale termijn verklaart geen bezwaar te maken tegen de voorgestelde maatregel, is de procedure van artikel 105, lid 6 van dit Reglement, van toepassing.

Motivering

Verduidelijking van de tekst onder a) omdat artikel 158 alleen in de twee gevallen waarin wordt voorzien in artikel 5 bis, lid 5, onder b), en lid 6, van Besluit 1999/468/EG van de Raad, niet van toepassing is.

Amendement    128

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 108

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 108

Artikel 108

Internationale overeenkomsten

Internationale overeenkomsten

1.  Wanneer het voornemen bestaat onderhandelingen te openen over de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, kan de bevoegde commissie besluiten een verslag op te stellen of de procedure anderszins te volgen en de Conferentie van voorzitters daarvan in kennis te stellen. Eventueel kunnen andere commissies overeenkomstig artikel 53, lid 1, om advies worden gevraagd. Voor zover relevant zijn de artikelen 201, lid 2, en 54 en 55 van overeenkomstige toepassing.

1.  Wanneer het voornemen bestaat onderhandelingen te openen over de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, kan de bevoegde commissie besluiten een verslag op te stellen of deze voorbereidende fase anderszins te volgen. De bevoegde commissie stelt de Conferentie van voorzitters daarvan in kennis.

De voorzitters en rapporteurs van de bevoegde commissie c.q. de medeverantwoordelijke commissies nemen gezamenlijk de nodige stappen om ervoor te zorgen dat het Parlement onverwijld, regelmatig en volledig wordt ingelicht, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid, gedurende alle fasen van de onderhandelingen over en de sluiting van internationale overeenkomsten, met inbegrip van de vaststelling van onderhandelingsrichtsnoeren, en dat het Parlement de in lid 3 bedoelde informatie wordt verstrekt,

 

– door de Commissie overeenkomstig haar uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortvloeiende verplichtingen en haar verbintenissen krachtens het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, en

 

– door de Raad overeenkomstig zijn uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voortvloeiende verplichtingen.

 

 

1 bis.  De bevoegde commissie wendt zich zo spoedig mogelijk tot de Commissie om zich op de hoogte te stellen van de voor de sluiting van de in lid 1 bedoelde internationale overeenkomst gekozen rechtsgrond. De bevoegde commissie controleert die gekozen rechtsgrond overeenkomstig artikel 39.

2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden de Raad verzoeken geen toestemming te verlenen voor het openen van de onderhandelingen zolang het zich niet op basis van een verslag van de bevoegde commissie over het voorgestelde onderhandelingsmandaat heeft uitgesproken.

2.  Het Parlement kan op voorstel van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden de Raad verzoeken geen toestemming te verlenen voor het openen van de onderhandelingen zolang het zich niet op basis van een verslag van de bevoegde commissie over het voorgestelde onderhandelingsmandaat heeft uitgesproken.

3.  Op het beoogde tijdstip van opening der onderhandelingen, wendt de bevoegde commissie zich tot de Commissie om zich op de hoogte te stellen van de voor de sluiting van de in lid 1 bedoelde internationale overeenkomst gekozen rechtsgrond. De bevoegde commissie controleert de gekozen rechtsgrond overeenkomstig artikel 39. Als de Commissie nalaat de rechtsgrond aan te geven of als er sprake is van twijfel over de juistheid ervan, is artikel 39 van toepassing.

 

4.  In elk stadium van de onderhandelingen en vanaf de beëindiging van de onderhandelingen tot aan de sluiting van de internationale overeenkomst kan het Parlement op basis van een verslag van zijn bevoegde commissie, en na behandeling van elk overeenkomstig artikel 134 ingediend voorstel ter zake, aanbevelingen aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van die overeenkomst op te volgen.

4.  In elk stadium van de onderhandelingen en vanaf de beëindiging van de onderhandelingen tot aan de sluiting van de internationale overeenkomst kan het Parlement op basis van een op eigen initiatief opgesteld verslag van zijn bevoegde commissie, of na behandeling van elk door een fractie of ten minste veertig leden ingediend voorstel ter zake, aanbevelingen aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aannemen met het verzoek deze vóór de sluiting van die overeenkomst op te volgen.

5.  Verzoeken van de Raad om goedkeuring of advies van het Parlement worden door de Voorzitter overeenkomstig artikel 99 of artikel 47, lid 1, naar de ter zake bevoegde commissie verwezen.

5.  Verzoeken van de Raad om goedkeuring of advies van het Parlement worden door de Voorzitter overeenkomstig artikel 99 of artikel 47, lid 1, naar de ten principale bevoegde commissie verwezen.

6.  Alvorens over te gaan tot de stemming ter verlening van goedkeuring, kan de bevoegde commissie, een fractie of ten minste een tiende van de leden het Parlement voorstellen het advies van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de internationale overeenkomst met de Verdragen in te winnen. Indien het Parlement een dergelijk voorstel aanneemt, wordt de stemming uitgesteld, totdat het Hof advies heeft uitgebracht14.

6.  De bevoegde commissie of ten minste een tiende van de leden van het Parlement kan het Parlement, op enig moment voordat het Parlement over een verzoek tot goedkeuring of advies stemt, voorstellen het advies van het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de internationale overeenkomst met de Verdragen in te winnen.

 

Vooraleer het Parlement overgaat tot de stemming over dat voorstel, kan de Voorzitter advies vragen aan de bevoegde commissie voor juridische zaken, die haar conclusies mededeelt aan het Parlement.

 

Indien het Parlement het voorstel aanneemt om het advies van het Hof van Justitie in te winnen, wordt de stemming over een verzoek om goedkeuring of advies uitgesteld, totdat het Hof advies heeft uitgebracht.

7.  Het Parlement brengt advies uit inzake, respectievelijk verleent goedkeuring voor de sluiting, hernieuwing of wijziging van een door de Europese Unie te sluiten internationale overeenkomst of financieel protocol, bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen en bij een enkele stemming. Amendementen op de tekst van de overeenkomst of van het protocol zijn niet ontvankelijk.

7.  Indien het Parlement wordt verzocht om goedkeuring te verlenen voor de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, besluit het bij een enkele stemming overeenkomstig artikel 99.

 

Verleent het Parlement geen goedkeuring, dan stelt de Voorzitter de Raad ervan op de hoogte dat de overeenkomst in kwestie niet kan worden gesloten, hernieuwd of gewijzigd.

 

Onverminderd artikel 99, lid 1 ter, kan het Parlement op basis van een aanbeveling van de bevoegde commissie besluiten de goedkeuringsprocedure voor ten hoogste een jaar te schorsen.

8.  Wanneer het advies van het Parlement negatief is, verzoekt de Voorzitter de Raad de betrokken overeenkomst niet te sluiten.

8.  Indien het Parlement wordt verzocht om advies uit te brengen over de sluiting, hernieuwing of wijziging van een internationale overeenkomst, zijn amendementen op de tekst van de overeenkomst niet ontvankelijk. Onverminderd artikel 170, lid 1, zijn amendementen op het ontwerpbesluit van de Raad ontvankelijk.

 

Wanneer het advies van het Parlement negatief is, verzoekt de Voorzitter de Raad de betrokken overeenkomst niet te sluiten.

9.  Verleent het Parlement geen goedkeuring voor een internationale overeenkomst, dan stelt de Voorzitter de Raad ervan op de hoogte dat de overeenkomst niet kan worden gesloten.

 

 

9 bis.  De voorzitters en rapporteurs van de bevoegde commissie c.q. de medeverantwoordelijke commissies zien er gezamenlijk op toe dat, in overeenstemming met artikel 218, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het Parlement onverwijld, regelmatig en ten volle informeren, zo nodig op basis van vertrouwelijkheid, gedurende alle fasen van de voorbereiding en uitvoering van de onderhandelingen over en de sluiting van internationale overeenkomsten, met inbegrip van informatie over de vaststelling van onderhandelingsrichtsnoeren, alsmede over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomsten,

__________________

 

14 Zie eveneens interpretatie van artikel 141.

 

Motivering

As regards the changes to paragraph 1, they aim to clarify this paragraph, which concerns the monitoring of the steps taken by the other institutions prior to the effective launch of the negotiations. The committees responsible could do this monitoring by:- an INI report (authorised automatically and notified for information to the CCC);- by any other means under these Rules (such as motions for resolutions following debates on statements or on oral questions, etc.).The last two sentences are deleted as superfluous. The scope of Rules 53, 54 and 55 is clearly defined in those Rules. Any committee can do an opinion to INI reports under Rule 53. They can also do opinions under Rules 54 or 55. The acknowledgement of their exclusive or joint competences are not always questioned and settled under Rule 201 (2) (new Rule 201 a). Moreover, referring to the right of asking for opinions under this paragraph, but not under all Rules of procedures where they are applicable may lead to an erroneous “a contrario” type of reasoning.

Paragraph 1 indent 1 is deleted as redundant and not comprehensive (there are also customary practice and obligations taken in the form of unilateral declarations by Commissioners). Similarly, the second indent of paragraph 1is deleted as it is redundant.

Paragraph 1 a (new) applies even before the Commission asks the Council to approve its negotiating mandate (here in paragraph 2 above). To observe the chronology paragraphs 2 and 3 are inverted.

Paragraph 4 applies during the negotiations and before the conclusion of the international agreement. The change aims to clarify that the committee responsible may draw an INI report (authorised automatically and notified for information to the CCC).To simplify the reading, it is suggested to add the provision concerning the possibility for a political group or at least 40 members to table such a proposal (currently in Rule 134 paragraph 1 and 2).

As regards the changes to paragraph 6, questions concerning the compatibility of an international agreement with the Treaties often touch upon issues – such as subsidiarity, legal basis, the interpretation and application of international law, the legal protection of Parliament’s rights and prerogatives etc. – for which the Committee on Legal Affairs is responsible under Annex VI to the Rules of Procedure. It is therefore appropriate to involve this Committee in the procedure referred to in this provision.

As regards the changes to paragraph 7, the first sentence covers both consultations and consent procedures. In case of consultation, Parliament does not decide in a single vote: amendments to the Council decision are admissible and put to the vote. However, the second sentence is useful only for consultations since, under Rule 99(1), third subparagraph (Rule 99 § 4 new), plenary amendments are never admissible in consent procedures. AFCO WG suggests therefore to re-order paragraphs 7, 8 and 9 in order to address the specificity of the consent and the consultation procedures. Moreover, the reference to "financial protocol[s]" which applies only in this provision shall be deleted. Elsewhere in the Rule, the reference to "international agreement[s]" is deemed sufficient. The third subparagraph is moved here from Rule 99 paragraph 4 second subparagraph. The text is slightly adapted to correspond to the new placement.

Paragraph 9 to be deleted here and moved under paragraph 7.

The new paragraph 9a consists of the text of subparagraph 2 of paragraph 1 which is slightly adapted.

Indeed, the current wording of that subparagraph gives the impression that the EP should be proactive in order for Article 218(10) TFEU to be applied. This is not in line with the Treaties, under which other institutions must inform the EP without specific requests, especially after C-658/11. The wording “…shall jointly supervise/monitor in line with Article 218(10) TFEU that Parliament is provided…” could be suggested. This subparagraph covers all demarches related to the conclusion of international agreements, from the intention to open negotiations to its conclusion and implementation.

Amendement    129

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 109

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 109

Artikel 109

Procedures uit hoofde van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor voorlopige toepassing of opschorting van internationale akkoorden of voor het bepalen van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een bij een internationaal akkoord opgericht orgaan

Voorlopige toepassing of schorsing van de toepassing van internationale overeenkomsten of bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een bij een internationale overeenkomst opgericht orgaan

Wanneer de Commissie, overeenkomstig haar uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie voortvloeiende verplichtingen, het Parlement en de Raad informeert inzake haar voornemen de voorlopige toepassing of opschorting van een internationaal akkoord voor te stellen, wordt ter plenaire vergadering een verklaring afgelegd en een debat gehouden. Het Parlement kan aanbevelingen doen overeenkomstig artikel 108 of 113 van het Reglement.

Wanneer de Commissie of de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger het Parlement en de Raad informeert inzake haar of zijn voornemen de voorlopige toepassing of opschorting van een internationale overeenkomst voor te stellen, kan het Parlement de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid uitnodigen om een verklaring af te leggen, waarna een debat wordt gehouden. Het Parlement kan aanbevelingen doen op basis van een verslag van de bevoegde commissie of overeenkomstig artikel 113 van het Reglement, met inbegrip van een verzoek aan de Raad om een overeenkomst niet voorlopig toe te passen, totdat het Parlement goedkeuring heeft verleend.

Dezelfde procedure is van toepassing wanneer de Commissie het Parlement informeert over een voorstel betreffende de standpunten die namens de Unie moeten worden ingenomen in een bij een internationaal akkoord opgericht orgaan.

Dezelfde procedure is van toepassing wanneer de Commissie of de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger standpunten voorstelt die namens de Unie moeten worden ingenomen in een bij een internationale overeenkomst opgericht orgaan.

Motivering

De titel wordt ingekort door de verwijzing naar artikel 218 te schrappen (hetzelfde artikel is ook van toepassing op de in artikel 108 bedoelde procedures, terwijl het huidige artikel alleen betrekking heeft op artikel 218, leden 9 en 10). De voorgestelde wijziging beoogt de titel in overeenstemming te brengen met de in artikel 218, lid 9, VWEU gebruikte bewoording "schorsing van de toepassing".

De voorgestelde wijziging in lid 1 beoogt te verduidelijken wie de auteur is van de verklaring. In het hele artikel wordt "de Commissie of de vv/hv" ingevoerd om het in overeenstemming te brengen met artikel 218, lid 9, VWEU.

Amendement    130

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 110

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 110

Artikel 110

Speciale vertegenwoordigers

Speciale vertegenwoordigers

1.  Indien de Raad voornemens is een speciale vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 33 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te benoemen, verzoekt de Voorzitter, op verzoek van de bevoegde commissie, de Raad een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden over het mandaat, de doelstellingen en andere relevante zaken die verband houden met de taak en rol van de speciale vertegenwoordiger.

1.  Indien de Raad voornemens is een speciale vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 33 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te benoemen, verzoekt de Voorzitter, op verzoek van de bevoegde commissie, de Raad een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden over het mandaat, de doelstellingen en andere relevante zaken die verband houden met de taak en rol van de speciale vertegenwoordiger.

2.  Zodra de speciale vertegenwoordiger is benoemd, doch voordat deze zijn ambt gaat uitoefenen, kan hij worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.

2.  Zodra de speciale vertegenwoordiger is benoemd, doch voordat deze zijn ambt gaat uitoefenen, kan hij worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.

3.  Binnen een termijn van drie maanden na de hoorzitting kan de bevoegde commissie overeenkomstig artikel 134 een aanbeveling doen die rechtstreeks betrekking heeft op de afgelegde verklaring en de gegeven antwoorden.

3.  Binnen een termijn van twee maanden na de hoorzitting kan de bevoegde commissie aanbevelingen doen aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid die rechtstreeks betrekking hebben op de benoeming.

4.  De speciale vertegenwoordiger wordt verzocht het Parlement volledig en regelmatig op de hoogte te houden van de praktische uitvoering van zijn mandaat.

4.  De speciale vertegenwoordiger wordt verzocht het Parlement volledig en regelmatig op de hoogte te houden van de praktische uitvoering van zijn mandaat.

5.  Een door de Raad benoemde speciale vertegenwoordiger met een mandaat voor specifieke beleidsvraagstukken kan op initiatief van het Parlement dan wel op eigen verzoek worden uitgenodigd in de bevoegde commissie een verklaring af te leggen.

 

Motivering

De huidige bewoording in lid 3 is niet duidelijk; alleen het deel van artikel 134 betreffende het door een fractie of ten minste veertig leden ingediende voorstel lijkt relevant voor dit lid. De procedure van artikel 113 zal altijd van toepassing zijn omdat het toepassingsgebied van dat artikel het GBVB bestrijkt. Lid 5 wordt geschrapt omdat het overbodig is.

Amendement    131

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 111

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 111

Artikel 111

Internationale vertegenwoordiging

Internationale vertegenwoordiging

1.  Bij de benoeming van een hoofd van een externe delegatie van de Unie kan de kandidaat worden verzocht te verschijnen voor het bevoegde orgaan van het Parlement om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.

1.  Bij de benoeming van een hoofd van een externe delegatie van de Unie kan de kandidaat worden verzocht te verschijnen voor de bevoegde commissie om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.

2.  Binnen een termijn van drie maanden na de in lid 1 bedoelde hoorzitting kan de bevoegde commissie een resolutie aannemen dan wel een aanbeveling doen die rechtstreeks betrekking heeft op de afgelegde verklaring en de gegeven antwoorden.

2.  Binnen een termijn van twee maanden na de in lid 1 bedoelde hoorzitting kan de bevoegde commissie een resolutie aannemen dan wel een aanbeveling doen die rechtstreeks betrekking heeft op de benoeming.

Motivering

De wijziging strekt ertoe "het bevoegde orgaan van het Parlement" te vervangen door "de bevoegde commissie", om de bepaling in overeenstemming te brengen met de verklaring inzake politieke verantwoording en te zorgen voor een coherente bewoording in het hele Reglement.

Amendement    132

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 112

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 112

Artikel 113 bis

Raadpleging van en informatieverstrekking aan het Parlement in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Raadpleging van en informatieverstrekking aan het Parlement in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

1.  Wanneer het Parlement overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt geraadpleegd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde commissie, die overeenkomstig artikel 113 van het Reglement aanbevelingen kan doen.

1.  Wanneer het Parlement overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt geraadpleegd, wordt de zaak verwezen naar de bevoegde commissie, die overeenkomstig artikel 113 van het Reglement ontwerpaanbevelingen kan opstellen.

2.  De betrokken commissies stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid hen regelmatig en tijdig op de hoogte stelt van de ontwikkeling en de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, van de geraamde kosten telkens wanneer een besluit met financiële gevolgen op het gebied van het GBVB wordt genomen, en van andere financiële overwegingen die verband houden met de uitvoering van GBVB-acties. Op verzoek van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger kan een commissie bij wijze van uitzondering besluiten met gesloten deuren te beraadslagen.

2.  De betrokken commissies stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid hen regelmatig en tijdig op de hoogte stelt van de ontwikkeling en de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, van de geraamde kosten telkens wanneer een besluit met financiële gevolgen op het gebied van het GBVB wordt genomen, en van andere financiële overwegingen die verband houden met de uitvoering van GBVB-acties. Op verzoek van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger kan een commissie bij wijze van uitzondering besluiten met gesloten deuren te beraadslagen.

3.  Tweemaal per jaar vindt een debat plaats over het door de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger opgestelde document met de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en de financiële gevolgen ervan voor de begroting van de Europese Unie. De procedures van artikel 123 zijn van toepassing.

3.  Tweemaal per jaar vindt een debat plaats over het door de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger opgestelde document met de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen op het gebied van het GBVB, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en de financiële gevolgen ervan voor de begroting van de Europese Unie. De procedures van artikel 123 zijn van toepassing.

(Zie eveneens de interpretatie onder artikel 134).

 

4.  De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wordt uitgenodigd voor elk plenair debat over aspecten van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid.

4.  De vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wordt uitgenodigd voor elk plenair debat over aspecten van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid.

 

(Dit artikel wordt in gewijzigde vorm na artikel 113 geplaatst en bijgevolg opgenomen in het nieuw te creëren hoofdstuk 2 bis).

Justification

De interpretatie wordt geschrapt omdat het nut van deze verwijzing niet duidelijk is. De enige interpretatie in artikel 134 heeft betrekking op lid 3 van dat artikel. Dat lid heeft betrekking op verslagen, niet op ontwerpresoluties als voorzien in artikel 123.

Amendement    133

Reglement van het Europees Parlement

Titel III – hoofdstuk 2 bis – titel (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK 2 BIS

 

AANBEVELINGEN INZAKE HET EXTERNE BELEID VAN DE UNIE

 

(Invoegen vóór artikel 113)

Amendement    134

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 113

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 113

Artikel 113

Aanbevelingen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Aanbevelingen inzake het externe beleid van de Unie

1.  De ter zake van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid bevoegde commissie kan, met toestemming van de Conferentie van voorzitters of op grond van een ontwerp in de zin van artikel 134, de Raad aanbevelingen doen op de beleidsterreinen waarvoor zij bevoegd is.

1.  De bevoegde commissie kan ontwerpaanbevelingen doen aan de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid inzake onderwerpen uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (het extern optreden van de Unie) of wanneer een binnen het toepassingsgebied van artikel 108 vallende internationale overeenkomst niet is verwezen naar het Parlement of het Parlement niet daarover is geïnformeerd overeenkomstig artikel 109.

2.  In dringende gevallen kan de in lid 1 bedoelde toestemming worden verleend door de Voorzitter, die eveneens toestemming kan verlenen voor een spoedvergadering van de betrokken commissie.

2.  In dringende gevallen kan de Voorzitter toestemming verlenen voor een spoedvergadering van de betrokken commissie.

3.  Tijdens de procedure voor de goedkeuring van deze aanbevelingen, die in schriftelijke vorm in stemming worden gebracht, is artikel 158 niet van toepassing en kunnen mondelinge amendementen worden ingediend.

3.  Tijdens de procedure voor de goedkeuring van deze ontwerpaanbevelingen in de commissiefase moet een schriftelijke tekst in stemming worden gebracht.

Niet-toepassing van artikel 158 is uitsluitend in commissievergaderingen en in geval van urgentie mogelijk. Noch voor niet dringend verklaarde commissievergaderingen noch voor plenaire vergaderingen mag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 158.

 

De bepaling volgens welke mondelinge amendementen mogen worden ingediend houdt in dat geen bezwaar kan worden gemaakt tegen het in stemming brengen van mondelinge amendementen tijdens commissievergaderingen.

 

 

3 bis.  In dringende gevallen als bedoeld in lid 2 is artikel 158 niet van toepassing in de commissiefase en zijn mondelinge amendementen ontvankelijk. De leden kunnen geen bezwaar maken tegen het in stemming brengen van mondelinge amendementen in de commissie.

4.  De aldus tot stand gekomen aanbevelingen worden ingeschreven op de agenda van de eerste vergaderperiode volgend op de indiening ervan. In dringende gevallen kunnen bij besluit van de Voorzitter aanbevelingen op de agenda van een lopende vergaderperiode worden ingeschreven. De aanbevelingen worden geacht te zijn aangenomen tenzij vóór het begin van de vergaderperiode ten minste veertig leden schriftelijk hiertegen bezwaar hebben gemaakt; in dat geval worden de aanbevelingen van de commissie met debat en stemming op de agenda van diezelfde vergaderperiode ingeschreven. Een fractie of ten minste veertig leden kunnen amendementen indienen.

4.  De ontwerpaanbevelingen van de commissie worden ingeschreven op de agenda van de eerste vergaderperiode volgend op de indiening ervan. In dringende gevallen kunnen bij besluit van de Voorzitter aanbevelingen op de agenda van een lopende vergaderperiode worden ingeschreven.

 

4 bis.  Aanbevelingen worden geacht te zijn aangenomen tenzij, voor het begin van de vergaderperiode, ten minste veertig leden schriftelijk bezwaar maken. Indien een dergelijk bezwaar wordt gemaakt, worden de ontwerpaanbevelingen van de commissie op de agenda van dezelfde vergaderperiode ingeschreven. Over die aanbevelingen wordt een debat gehouden en door een fractie of ten minste veertig leden ingediende amendementen worden in stemming gebracht.

Motivering

The changes to the title aim to extend the scope of Rule 113, so as to align it with the broader scope of Rule 134; moreover, Rule 113 is merged with Rule 134 and a a new chapter concerning EP recommendations on the Union’s external action is created. Consequently, Rule 134 is to be deleted.

As regards the changes to paragraph 1, it is suggested to also include the Commission among the possible “addressees” of an EP recommendation.

The deletion in paragraph 3 subparagraph 1 is proposed because this is the only reference in the Rules to "oral amendments". All other references are made in interpretations (in particular, the interpretation to Rule 169 gives the oral amendments equivalent status to the amendments not distributed in all languages).However, the interpretation which follows paragraph 3,is deleted and merged, with slight adaptations, with the provision of paragraph 3 a (new); it acknowledges the specificity of the CFSP area and the high probability of urgent matters which would justify the a derogation for putting "oral amendments" to vote.

Amendement    135

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 114

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 114

Artikel 114

Schending van de mensenrechten

Schending van de mensenrechten

In elke vergaderperiode kunnen de bevoegde commissies zonder voorafgaande toestemming volgens de procedure van artikel 113, lid 4, elk een ontwerpresolutie over gevallen van schending van de mensenrechten indienen.

In elke vergaderperiode kunnen de bevoegde commissies zonder voorafgaande toestemming volgens de procedure van artikel 113, leden 4 en 4 bis, elk een ontwerpresolutie over gevallen van schending van de mensenrechten indienen.

Amendement    136

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 115

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 115

Artikel 115

Transparantie van de werkzaamheden van het Parlement

Transparantie van de werkzaamheden van het Parlement

1.  Het Parlement zorgt voor een optimale transparantie van zijn werkzaamheden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

1.  Het Parlement zorgt voor een optimale transparantie van zijn werkzaamheden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

2.  De beraadslagingen van het Parlement zijn openbaar.

2.  De beraadslagingen van het Parlement zijn openbaar.

3.  De vergaderingen van de commissies van het Parlement zijn in de regel openbaar. De commissies kunnen echter, uiterlijk bij de aanneming van de agenda, besluiten de agenda voor een bepaalde vergadering op te splitsen in agendapunten voor openbare en agendapunten voor niet-openbare behandeling. Wanneer een vergadering met gesloten deuren plaatsvindt, kan de commissie de documenten en de notulen van de vergadering toch toegankelijk maken voor het publiek, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, leden 1 t/m 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad. Bij overtreding van de vertrouwelijkheidsregels is artikel 166 van toepassing.

3.  De vergaderingen van de commissies van het Parlement zijn in de regel openbaar. De commissies kunnen echter, uiterlijk bij de aanneming van de agenda, besluiten de agenda voor een bepaalde vergadering op te splitsen in agendapunten voor openbare en agendapunten voor niet-openbare behandeling. Wanneer een vergadering met gesloten deuren plaatsvindt, kan de commissie echter besluiten de documenten van de vergadering toegankelijk te maken voor het publiek.

4.  De behandeling door de ter zake bevoegde commissie van verzoeken in verband met de immuniteitsprocedures overeenkomstig artikel 9 van het Reglement vindt altijd met gesloten deuren plaats.

 

Motivering

De wijzigingen van lid 3 zijn een loutere verfijning van de bewoording. De verwijzing naar artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 dient geen juridisch doel. Overtreding van de vertrouwelijkheidsregels wordt al geregeld door de artikelen 11 en 166, dus dat hoeft hier niet nog eens te gebeuren.

Lid 4 wordt geschrapt omdat deze aangelegenheid dient te worden gereguleerd door artikel 9, lid 10, en overeenkomstig de in artikel 9, lid 12, geformuleerde beginselen.

Amendement    137

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 116

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 116

Artikel 116

Toegang van het publiek tot documenten

Toegang van het publiek tot documenten

1.  Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie recht van toegang tot documenten van het Parlement, volgens de beginselen en onder de voorwaarden en beperkingen als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad en overeenkomstig de specifieke bepalingen van het Reglement.

1.  Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft overeenkomstig artikel 15 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie recht van toegang tot documenten van het Parlement, volgens de beginselen en onder de voorwaarden en beperkingen als vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad.

Aan andere natuurlijke of rechtspersonen wordt voor zover mogelijk op dezelfde wijze toegang tot documenten van het Parlement verleend.

Aan andere natuurlijke of rechtspersonen wordt voor zover mogelijk op dezelfde wijze toegang tot documenten van het Parlement verleend.

Verordening (EG) nr. 1049/2001 wordt ter informatie als bijlage bij het Reglement gepubliceerd.

 

2.  Met het oog op de toegang tot documenten wordt onder "documenten van het Parlement" verstaan iedere inhoud in de zin van artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 die door ambtsdragers van het Parlement in de zin van titel I, hoofdstuk 2, respectievelijk door organen van het Parlement, commissies, interparlementaire delegaties en het secretariaat van het Parlement is opgesteld of ontvangen.

2.  Met het oog op de toegang tot documenten wordt onder "documenten van het Parlement" verstaan iedere inhoud in de zin van artikel 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 die door ambtsdragers van het Parlement in de zin van titel I, hoofdstuk 2, respectievelijk door organen van het Parlement, commissies, interparlementaire delegaties en het secretariaat van het Parlement is opgesteld of ontvangen.

Met het oog op de toegang tot documenten gelden door individuele leden of fracties opgestelde documenten als documenten van het Parlement, wanneer zij overeenkomstig het Reglement zijn ingediend.

Overeenkomstig artikel 4 van het Statuut van de leden van het Europees Parlement gelden, met het oog op de toegang tot documenten, door individuele leden of fracties opgestelde documenten alleen als documenten van het Parlement wanneer zij overeenkomstig het Reglement zijn ingediend.

Het Bureau stelt regels vast om ervoor te zorgen dat alle documenten van het Parlement worden geregistreerd.

Het Bureau stelt regels vast om ervoor te zorgen dat alle documenten van het Parlement worden geregistreerd.

3.  Het Parlement zet een register op van de documenten van het Parlement. Wetgevingsdocumenten en bepaalde andere categorieën documenten worden rechtstreeks toegankelijk gemaakt via het register van het Parlement overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001. Verwijzingen naar andere documenten van het Parlement worden voorzover mogelijk in het register opgenomen.

3.  Het Parlement zet een website op voor het openbaar register van de documenten van het Parlement. Wetgevingsdocumenten en bepaalde andere categorieën documenten worden rechtstreeks toegankelijk gemaakt via de website van het openbaar register van het Parlement overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001. Verwijzingen naar andere documenten van het Parlement worden voor zover mogelijk op de website van het openbaar register geplaatst.

De categorieën documenten die rechtstreeks voor het publiek toegankelijk zijn, worden opgenomen in een lijst die door het Bureau wordt aangenomen en op de website van het Parlement wordt gepubliceerd. Deze lijst houdt geen inperking in op het recht van toegang tot documenten die niet onder de opgesomde categorieën vallen; die documenten worden op schriftelijk verzoek beschikbaar gesteld.

De categorieën documenten die rechtstreeks voor het publiek toegankelijk zijn via de website van het openbaar register van het Parlement, worden opgenomen in een lijst die door het Bureau wordt aangenomen en op de website van het openbaar register van het Parlement wordt gepubliceerd. Deze lijst houdt geen inperking in op het recht van toegang tot documenten die niet onder de opgesomde categorieën vallen; die documenten kunnen op schriftelijk verzoek beschikbaar worden gesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001.

Het Bureau kan ten aanzien van de toegang regels vaststellen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001, die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

Het Bureau stelt ten aanzien van de toegang tot documenten regels vast, krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001, die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

4.  Het Bureau wijst de diensten aan die belast worden met de behandeling van initiële verzoeken (artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1049/2001), en neemt besluiten over confirmatieve verzoeken (artikel 8 van die verordening) en verzoeken om toegang tot gevoelige documenten (artikel 9 van die verordening).

4.  Het Bureau wijst de diensten aan die belast worden met de behandeling van initiële verzoeken (artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1049/2001) en met het nemen van besluiten over confirmatieve verzoeken (artikel 8 van die verordening) en verzoeken om toegang tot gevoelige documenten (artikel 9 van die verordening).

5.  De Conferentie van voorzitters benoemt de vertegenwoordigers van het Parlement in het overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op te richten interinstitutioneel comité.

 

6.  Een van de ondervoorzitters is verantwoordelijk voor het toezicht op de behandeling van verzoeken om toegang tot documenten.

6.  Een van de ondervoorzitters is verantwoordelijk voor het toezicht op de behandeling van verzoeken om toegang tot documenten.

 

6 bis.  Het Bureau stelt het jaarverslag als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

7.  De bevoegde commissie van het Parlement stelt op basis van door het Bureau en andere bronnen verstrekte informatie het in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 genoemde jaarlijks verslag op en legt dit voor aan de plenaire vergadering.

7.  De bevoegde commissie van het Parlement onderzoekt regelmatig de transparantie van de activiteiten van het Parlement en legt een verslag met haar conclusies en aanbevelingen voor aan de plenaire vergadering.

De bevoegde commissie behandelt en evalueert voorts de door de overige instellingen en agentschappen overeenkomstig artikel 17 van genoemde verordening opgestelde verslagen.

De bevoegde commissie kan voorts de door de overige instellingen en agentschappen overeenkomstig artikel 17 van genoemde verordening opgestelde verslagen behandelen en evalueren.

 

7 bis.  De Conferentie van voorzitters benoemt de vertegenwoordigers van het Parlement in het overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 op te richten interinstitutioneel comité.

__________________

 

15 Zie Bijlage XIV.

 

Motivering

The changes to paragraph 1, subparagraph 1 are necessary as the Rules of Procedure may not restrict public access rights under Regulation 1049/2001.

As regards the deletion of paragraph 1, subparagraph 3, this annex is deleted since from a legal and procedural point of view it is not an annex. The Regulation would however be included in a compendium of legal acts, easily accessible to MEPs and other persons.

The changes to paragraph 2, subparagraph 2, reflect the ‘raison d’être’ of this rule. A document is "tabled" when it enters into the EP administrative circuit.

The changes to paragraph 3, subparagraph 2, clarify the relevant “register”; the use of “shall” would imply an obligation to disclose, but an exception under Article 4 of Regulation 1049 might apply; therefore “may” is more appropriate.

Paragraph 3, subparagraph 3, is updated as the rules have already been adopted (adopting them is an obligation under Regulation 1049/2001).

Paragraph 5 is deleted here and reinserted as paragraph 8 (new).

The changes to paragraph 7 and the addition of 6 a (new) adjust the text to standard practice according to which the Bureau endorses yearly a technical/administrative report whereas the LIBE Committee prepares biannual reports (EP Institutional report on the implementation of Regulation 1049/2001; such reports were adopted in 2009, 2011, 2013, and 2016). It is therefore suggested to clarify that the adoption of the technical report is ensured by the Bureau whereas LIBE is competent for the institutional/political report, which may be based on the findings of the technical reports. Article 17(1) of Regulation (EC) No 1049/2001 reads as follows: "1. Each institution shall publish annually a report for the preceding year including the number of cases in which the institution refused to grant access to documents, the reasons for such refusals and the number of sensitive documents not recorded in the register."

Amendement    138

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 116 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 116 bis

 

Toegang tot het Parlement

 

1.  Toegangspasjes voor leden, assistenten van leden en derden worden verstrekt op grond van de door het Bureau vastgestelde voorschriften. Die voorschriften omvatten ook het gebruik en de intrekking van toegangspasjes.

 

2.  Toegangspasjes worden niet verstrekt aan personen uit de omgeving van een lid die vallen onder het toepassingsgebied van het Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie over het transparantieregister voor organisaties en als zelfstandige werkzame personen die betrokken zijn bij het maken en het uitvoeren van het EU-beleid1 bis.

 

3.  In het transparantieregister ingeschreven entiteiten en hun vertegenwoordigers die toegangspasjes met een lange geldigheidsduur voor het Europees Parlement hebben ontvangen, moeten het volgende naleven:

 

  de als bijlage bij het akkoord gevoegde gedragscode voor inschrijvers;

 

  de in het akkoord vastgelegde procedures en andere verplichtingen; alsmede

 

  de bepalingen ter uitvoering van dit artikel.

 

Onverminderd de toepasselijkheid van de algemene voorschriften inzake de intrekking of tijdelijke deactivering van toegangspasjes met een lange geldigheidsduur, en tenzij daar steekhoudende argumenten tegen bestaan, trekt de secretaris-generaal een toegangspasje met een lange geldigheidsduur in of deactiveert hij dit, met toestemming van de quaestoren, wanneer de houder ervan uit het transparantieregister is verwijderd wegens een schending van de gedragscode voor inschrijvers, omdat betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige schending van de in dit lid vastgelegde verplichtingen of omdat hij geweigerd heeft gevolg te geven aan een officiële uitnodiging voor een hoorzitting of commissievergadering, of medewerking te verlenen aan een enquêtecommissie zonder dit afdoende te rechtvaardigen.

 

4.  De quaestoren kunnen bepalen in welke mate de in lid 2 bedoelde gedragscode van toepassing is op personen die weliswaar over een toegangspasje met een lange geldigheidsduur beschikken, maar niet onder het toepassingsgebied van het akkoord vallen.

 

5.  Het Bureau stelt, op voorstel van de secretaris-generaal, de nodige maatregelen vast voor de tenuitvoerlegging van het transparantieregister, overeenkomstig de bepalingen van het akkoord over de invoering van dit register.

 

__________________

 

1 bis PB L 277 van 19.9.2014, blz. 11.

Motivering

Dit nieuwe artikel wordt toegevoegd om een verwijzing naar het transparantieregister toe te voegen.

Amendement    139

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 117

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 117

Artikel 117

Verkiezing van de voorzitter van de Commissie

Verkiezing van de voorzitter van de Commissie

1  Wanneer de Europese Raad een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie voordraagt, verzoekt de Voorzitter de kandidaat een verklaring af te leggen voor het Parlement en zijn beleidslijnen uiteen te zetten. De verklaring wordt gevolgd door een debat.

1.  Wanneer de Europese Raad een kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie voordraagt, verzoekt de Voorzitter de kandidaat een verklaring af te leggen voor het Parlement en zijn beleidslijnen uiteen te zetten. De verklaring wordt gevolgd door een debat.

De Europese Raad wordt uitgenodigd aan het debat deel te nemen.

De Europese Raad wordt uitgenodigd aan het debat deel te nemen.

2.  Het Parlement kiest de voorzitter van de Commissie bij meerderheid van zijn leden.

2.  Overeenkomstig artikel 17, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie kiest het Parlement de voorzitter van de Commissie bij meerderheid van zijn leden.

De stemming is geheim.

Er wordt hoofdelijk gestemd.

3.  Wanneer de kandidaat gekozen wordt, deelt de Voorzitter dit mede aan de voorzitter van de Europese Raad en verzoekt deze alsmede de gekozen voorzitter van de Commissie om in onderling overleg de kandidaten voor de verschillende commissarisposten voor te dragen.

3.  Wanneer de kandidaat gekozen wordt, deelt de Voorzitter dit mede aan de voorzitter van de Europese Raad en verzoekt deze alsmede de gekozen voorzitter van de Commissie om in onderling overleg de kandidaten voor de verschillende commissarisposten voor te dragen.

4.  Indien de kandidaat niet de vereiste meerderheid behaalt, verzoekt de Voorzitter de Europese Raad binnen een maand een nieuwe kandidaat voor verkiezing volgens dezelfde procedure voor te dragen.

4.  Indien de kandidaat niet de vereiste meerderheid behaalt, verzoekt de Voorzitter de Europese Raad binnen een maand een nieuwe kandidaat voor verkiezing volgens dezelfde procedure voor te dragen.

Motivering

Amendement    140

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 118

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 118

Artikel 118

Verkiezing van de Commissie

Verkiezing van de Commissie

 

-1.  De Voorzitter nodigt de gekozen voorzitter van de Commissie uit om het Parlement over de verdeling van de portefeuilleverantwoordelijkheden in het voorgedragen college van commissarissen overeenkomstig zijn beleidslijnen te informeren.

1.  De Voorzitter verzoekt, na overleg met de gekozen voorzitter van de Commissie, de door de gekozen voorzitter van de Commissie en de Raad voor de verschillende commissarisposten voorgedragen commissarissen te verschijnen voor de voor hun vermoedelijke werkgebied bevoegde commissies. Deze hoorzittingen zijn openbaar.

1.  De Voorzitter verzoekt, na overleg met de gekozen voorzitter van de Commissie, de door de gekozen voorzitter van de Commissie en de Raad voor de verschillende commissarisposten voorgedragen commissarissen te verschijnen voor de voor hun vermoedelijke werkgebied bevoegde commissies of organen.

 

1 bis.  De commissies zijn verantwoordelijk voor het houden van de hoorzittingen.

 

Bij wijze van uitzondering, wanneer een kandidaat-commissaris hoofdzakelijk horizontale verantwoordelijkheden heeft, kan een hoorzitting echter een andere opzet hebben, voor zover de relevante bevoegde commissies erbij betrokken zijn. De hoorzittingen zijn openbaar.

2.  De Voorzitter kan de gekozen voorzitter van de Commissie uitnodigen om het Parlement over de verdeling van de portefeuilleverantwoordelijkheden in het voorgedragen college van commissarissen overeenkomstig zijn beleidslijnen te informeren.

 

3.  De bevoegde commissie(s) verzoekt(verzoeken) de voorgedragen commissaris een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden. De hoorzittingen worden georganiseerd op een zodanige wijze dat de voorgedragen commissarissen het Parlement alle relevante informatie kunnen verstrekken. De bepalingen betreffende de organisatie van de hoorzittingen zijn vastgelegd in een bijlage bij het Reglement16.

3.  De bevoegde commissie(s) verzoekt(verzoeken) de voorgedragen commissaris een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden. De hoorzittingen worden georganiseerd op een zodanige wijze dat de voorgedragen commissarissen het Parlement alle relevante informatie kunnen verstrekken. De bepalingen betreffende de organisatie van de hoorzittingen zijn vastgelegd in een bijlage bij het Reglement16.

4.  De gekozen voorzitter stelt het college van commissarissen voor en licht het Commissieprogramma toe tijdens een vergadering van het Parlement waarvoor de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Raad zijn uitgenodigd. De verklaring wordt gevolgd door een debat.

4.  De gekozen voorzitter wordt uitgenodigd om het college van commissarissen voor te stellen en het Commissieprogramma toe te lichten tijdens een vergadering van het Parlement waarvoor de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Raad zijn uitgenodigd. De verklaring wordt gevolgd door een debat.

5.  Tot besluit van het debat kunnen fracties of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen. Artikel 123, leden 3, 4 en 5, is van toepassing.

5.  Tot besluit van het debat kunnen fracties of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen. Artikel 123, leden 3 t/m 5 ter, is van toepassing.

Na de stemming over de ontwerpresolutie hecht het Parlement bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen al dan niet zijn goedkeuring aan de Commissie.

 

Er wordt hoofdelijk gestemd.

 

Het Parlement kan de stemming tot de volgende vergadering uitstellen.

 

 

5 bis.  Na de stemming over de ontwerpresolutie hecht het Parlement bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen al dan niet zijn goedkeuring aan de Commissie, bij een hoofdelijke stemming. Het Parlement kan de stemming tot de volgende vergadering uitstellen.

6.  De Voorzitter brengt de verkiezing dan wel afwijzing van de Commissie ter kennis van de Raad.

6.  De Voorzitter brengt de verkiezing dan wel afwijzing van de Commissie ter kennis van de Raad.

7.  In geval van een ingrijpende herschikking van de portefeuilles in de Commissie gedurende haar ambtstermijn, de vervulling van een vacature of de benoeming van een nieuwe commissaris ingevolge de toetreding van een nieuwe lidstaat, worden de betrokken commissarissen overeenkomstig lid 3 verzocht voor de voor hun werkgebied bevoegde commissies te verschijnen.

7.  In geval van een ingrijpende herschikking van de portefeuilles in de Commissie of een verandering in de samenstelling van de Commissie gedurende haar ambtstermijn, worden de betrokken commissarissen of andere kandidaat-commissarissen verzocht om aan een overeenkomstig de leden 1 bis en 3 te houden hoorzitting deel te nemen.

 

7 bis.  In geval van een wijziging in de portefeuille of de financiële belangen van een commissaris tijdens zijn ambtstermijn wordt deze situatie overeenkomstig bijlage XVI onderworpen aan toetsing door het Parlement.

 

Indien er tijdens de ambtstermijn van een commissaris een belangenconflict wordt vastgesteld en de voorzitter van de Commissie verzuimt de aanbevelingen van het Parlement voor het verhelpen van dat belangenconflict uit te voeren, kan het Parlement de voorzitter van de Commissie vragen het vertrouwen in de betrokken commissaris op te zeggen, overeenkomstig punt 5 van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, en waar passend maatregelen te treffen om de betrokken commissaris zijn recht op pensioen of andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen te ontnemen overeenkomstig artikel 245, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

_______________

 

16 Zie bijlage XVII.

 

Motivering

The changes to this Rule transpose the principle set out in paragraph 5 of the EP resolution of 8 September 2015 on procedures and practices regarding Commissioner hearings.

Paragraph 2 of Rule 118 becomes paragraph 1 and "may" is replaced by "shall", since it corresponds to standard practice the last three subparagraphs of paragraph 5 are re-grouped into a new paragraph (5a)in order to facilitate the reading and the interpretation.

In paragraph 7, the reference to a new MS is deleted as it is not accurate given that the same procedure applies to any new Commissioner (resignation, new accession or other circumstances.)

Amendement    141

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 118 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 118 bis

 

Meerjarige programmering

 

Na de benoeming van een nieuwe Commissie houden het Parlement, de Raad en de Commissie overeenkomstig punt 5 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven een gedachtewisseling en bereiken zij overeenstemming over gezamenlijke conclusies inzake de meerjarige programmering.

 

Daartoe, en alvorens met de Raad en de Commissie te onderhandelen over de gezamenlijke conclusies inzake de meerjarige programmering, houdt de Voorzitter een gedachtewisseling met de Conferentie van voorzitters betreffende de voornaamste beleidsdoelstellingen en prioriteiten voor de nieuwe zittingsperiode. In deze gedachtewisseling wordt onder andere ingegaan op de door de gekozen voorzitter van de Commissie toegelichte prioriteiten en op de antwoorden van de kandidaat-commissarissen tijdens de hoorzittingen als bedoeld in artikel 118.

 

Voordat hij de gezamenlijke conclusies ondertekent, verkrijgt de Voorzitter goedkeuring van de Conferentie van voorzitters.

Amendement    142

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 119

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 119

Artikel 119

Motie van afkeuring jegens de Commissie

Motie van afkeuring jegens de Commissie

1.  Een tiende van de leden van het Parlement kan bij de Voorzitter een motie van afkeuring jegens de Commissie indienen.

1.  Een tiende van de leden van het Parlement kan bij de Voorzitter een motie van afkeuring jegens de Commissie indienen. Is in de voorgaande twee maanden een stemming gehouden over een motie van afkeuring, dan is voor de indiening van een nieuwe motie van afkeuring een vijfde van de leden van het Parlement benodigd.

2.  De motie van afkeuring moet het opschrift “motie van afkeuring” dragen en met redenen omkleed zijn. Zij wordt toegezonden aan de Commissie.

2.  De motie van afkeuring moet het opschrift “motie van afkeuring” dragen en met redenen omkleed zijn. Zij wordt toegezonden aan de Commissie.

3.  De Voorzitter stelt de leden onverwijld in kennis van de indiening van de motie.

3.  De Voorzitter stelt de leden onverwijld in kennis van de indiening van de motie.

4.  Het debat over de motie van afkeuring vindt ten vroegste 24 uur na kennisgeving van de indiening van een motie van afkeuring aan de leden plaats.

4.  Het debat over de motie van afkeuring vindt ten vroegste 24 uur na kennisgeving van de indiening van een motie van afkeuring aan de leden plaats.

5.  Over de motie wordt hoofdelijk gestemd; de stemming vindt ten vroegste 48 uur na de opening van het debat plaats.

5.  Over de motie wordt hoofdelijk gestemd; de stemming vindt ten vroegste 48 uur na de opening van het debat plaats.

6.  Het debat en de stemming vinden uiterlijk in de vergaderperiode die volgt op de indiening van de motie plaats.

6.  Onverminderd de leden 4 en 5, vinden het debat en de stemming uiterlijk in de vergaderperiode die volgt op de indiening van de motie plaats.

7.  De motie wordt aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen en bij meerderheid van de leden van het Parlement. De uitslag van de stemming wordt ter kennis gebracht van de voorzitter van de Raad en van de voorzitter van de Commissie.

7.  Overeenkomstig artikel 234 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de motie aangenomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen en bij meerderheid van de leden van het Parlement. De uitslag van de stemming wordt ter kennis gebracht van de voorzitter van de Raad en van de voorzitter van de Commissie.

Motivering

De wijziging in lid 6 is een technische verduidelijking ten behoeve van de minivergaderperioden in Brussel.

Amendement    143

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 120

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 120

Artikel 120

Benoeming van rechters en advocaten-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Unie

Benoeming van rechters en advocaten-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Unie

Op voorstel van de ter zake bevoegde commissie draagt het Parlement een kandidaat voor voor het comité van zeven personen dat de geschiktheid van de kandidaten voor de functie van rechter of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie en het Gerecht toetst.

Op voorstel van de ter zake bevoegde commissie draagt het Parlement een kandidaat voor voor het comité van zeven personen dat de geschiktheid van de kandidaten voor de functie van rechter of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie en het Gerecht toetst. De bevoegde commissie kiest de voor te dragen kandidaat bij stemming met eenvoudige meerderheid. Daartoe stellen de coördinatoren van die commissie een lijst van kandidaten op.

Motivering

Deze wijziging brengt artikel 120 in overeenstemming met de bestaande praktijk.

Amendement    144

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 121

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 121

Artikel 121

Benoeming van de leden van de Rekenkamer

Benoeming van de leden van de Rekenkamer

1.  De voor benoeming tot lid van de Rekenkamer voorgedragen kandidaten worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden. De stemming in de commissie over elke voordracht afzonderlijk is geheim.

1.  De voor benoeming tot lid van de Rekenkamer voorgedragen kandidaten worden verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden. De stemming in de commissie over elke voordracht afzonderlijk is geheim.

2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de benoeming van de voorgedragen kandidaten in de vorm van een verslag dat voor elke voordracht een apart ontwerpbesluit bevat.

2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de goedkeuring dan wel afwijzing van de voorgedragen kandidaat.

3.  De stemming ter plenaire vergadering vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement stemt over elke voordracht bij geheime stemming en besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

3.  De stemming ter plenaire vergadering vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement stemt over elke voordracht bij geheime stemming.

4.  Indien het Parlement een negatief advies over een bepaalde voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen.

4.  Indien het Parlement een negatief advies over een bepaalde voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen.

Amendement    145

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 122

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 122

Artikel 122

Benoeming van de directieleden van de Europese Centrale Bank

Benoeming van de directieleden van de Europese Centrale Bank

1.  De voor benoeming tot president van de Europese Centrale Bank voorgedragen kandidaat wordt verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.

1.  De voor benoeming tot president, vicepresident of lid van de directie van de Europese Centrale Bank voorgedragen kandidaat wordt verzocht voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.

2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de goedkeuring dan wel afwijzing van de voorgedragen kandidaat.

2.  De bevoegde commissie doet het Parlement een aanbeveling inzake de goedkeuring dan wel afwijzing van de voorgedragen kandidaat.

3.  De stemming vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit.

3.  De stemming vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement stemt over elke voordracht bij geheime stemming.

4.  Indien het Parlement een negatief advies uitbrengt, verzoekt de Voorzitter de Raad de voordracht in te trekken en het Parlement een nieuwe voordracht voor te leggen.

4.  Indien het Parlement een negatief advies over een voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter om intrekking van de voordracht en de voorlegging aan het Parlement van een nieuwe voordracht.

5.  Dezelfde procedure wordt toegepast voor de voor het vicepresidentschap en de functie van directielid van de Europese Centrale Bank voorgedragen kandidaten.

 

Motivering

The change in paragraph 1 aims to clarify that the procedure should be followed (and is actually followed) with regard to all members of the ECB Executive Board (cf. current § 5).

In paragraph 4, the words "the President shall ask the Council to withdraw its nomination and to submit a new nomination to Parliament" imply that Parliament is consulted by the Council. However, the wording of Article 283(2) TFEU is not clear in this respect. Where the EN wording of this Treaty provision might leave some doubt, the FR version clearly provides for a consultation by the European Council: "sont nommés par le Conseil européen ..., sur recommandation du Conseil et après consultation du Parlement européen".However, according to the DE version, Parliament is indeed consulted by the Council. Therefore Rule122 §4 has been reformulated so as to correspond with both versions.

§ 5.See suggested changes to §1

Amendement    146

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 122 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

Artikel 122 bis

 

Benoemingen in de instanties voor economisch bestuur

 

1.  Dit artikel is van toepassing op de benoeming van:

 

  de voorzitter en de vicevoorzitter van de raad van toezicht van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme;

 

  de voorzitter, de vicevoorzitter en de voltijdse leden van de afwikkelingsraad van het Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme;

 

  de voorzitters en uitvoerend directeuren van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Europese Bankautoriteit, Europese Autoriteit voor effecten en markten, Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen); alsmede

 

  de algemeen directeur en de adjunct-algemeen directeur van het Europees Fonds voor strategische investeringen.

 

2.  Elke kandidaat wordt verzocht om voor de bevoegde commissie een verklaring af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.

 

3.  De bevoegde commissie doet het Parlement voor elke voordracht een aanbeveling.

 

4.  De stemming vindt plaats binnen twee maanden na ontvangst van de voordracht, tenzij het Parlement op verzoek van de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden anders besluit. Het Parlement besluit over elke benoeming bij geheime stemming.

 

5.  Indien het Parlement een negatief advies over een voordracht uitbrengt, verzoekt de Voorzitter om intrekking van de voordracht en de voorlegging aan het Parlement van een nieuwe voordracht.

Amendement    147

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 123

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 123

Artikel 123

Verklaringen van Commissie, Raad en Europese Raad

Verklaringen van Commissie, Raad en Europese Raad

1.  De leden van de Commissie, de Raad en de Europese Raad kunnen de Voorzitter van het Parlement te allen tijde verzoeken hun het woord te verlenen voor een verklaring. De voorzitter van de Europese Raad legt na elke bijeenkomst van de Europese Raad een verklaring af. De Voorzitter van het Parlement besluit wanneer deze verklaring kan worden afgelegd en of een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een uitvoerig debat, dan wel of de leden gedurende dertig minuten beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.

1.  De leden van de Commissie, de Raad en de Europese Raad kunnen de Voorzitter van het Parlement te allen tijde verzoeken hun het woord te verlenen voor een verklaring. De voorzitter van de Europese Raad legt na elke bijeenkomst van de Europese Raad een verklaring af. De Voorzitter van het Parlement besluit wanneer deze verklaring kan worden afgelegd en of een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een uitvoerig debat, dan wel of de leden gedurende dertig minuten beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.

2.  Wanneer een verklaring met debat op de agenda wordt ingeschreven, besluit het Parlement of het een resolutie tot besluit van het debat zal aannemen; een dergelijk besluit is evenwel niet mogelijk, indien in dezelfde of de volgende vergaderperiode een verslag over hetzelfde onderwerp wordt behandeld, tenzij de Voorzitter om uitzonderlijke redenen een ander voorstel doet. Indien het Parlement besluit een resolutie tot besluit van het debat aan te nemen, kunnen een commissie, fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen.

2.  Wanneer een verklaring met debat op de agenda wordt ingeschreven, besluit het Parlement of het een resolutie tot besluit van het debat zal aannemen; een dergelijk besluit is evenwel niet mogelijk, indien in dezelfde of de volgende vergaderperiode een verslag over hetzelfde onderwerp wordt behandeld, tenzij de Voorzitter om uitzonderlijke redenen een ander voorstel doet. Indien het Parlement besluit een resolutie tot besluit van het debat aan te nemen, kunnen een commissie, fractie of ten minste veertig leden een ontwerpresolutie indienen.

3.  De ontwerpresoluties worden nog dezelfde dag in stemming gebracht. Over eventuele uitzonderingen op deze regel beslist de Voorzitter. Stemverklaringen zijn toegestaan.

3.  De ontwerpresoluties worden bij de eerstvolgende stemming in stemming gebracht. Over eventuele uitzonderingen op deze regel beslist de Voorzitter. Stemverklaringen zijn toegestaan.

4.  Een gezamenlijke ontwerpresolutie vervangt de eerder door de ondertekenaars ingediende ontwerpresoluties, maar niet die welke door andere commissies, fracties of leden zijn ingediend.

4.  Een gezamenlijke ontwerpresolutie vervangt de eerder door de ondertekenaars ingediende ontwerpresoluties, maar niet die welke door andere commissies, fracties of leden zijn ingediend.

 

4 bis.  Wordt een gezamenlijke ontwerpresolutie ingediend door fracties die een duidelijke meerderheid vertegenwoordigen, dan kan de Voorzitter die ontwerpresolutie als eerste in stemming brengen.

5.  Wanneer een ontwerpresolutie is aangenomen, kunnen geen andere ontwerpresoluties meer in stemming worden gebracht, tenzij de Voorzitter bij uitzondering anders beslist.

5.  Wanneer een ontwerpresolutie is aangenomen, kunnen geen andere ontwerpresoluties meer in stemming worden gebracht, tenzij de Voorzitter bij uitzondering anders beslist.

 

5 bis.  Een ontwerpresolutie, ingediend overeenkomstig lid 2 of artikel 135, lid 2, kan door de indiener(s) vóór de eindstemming worden ingetrokken.

 

5 ter.  Een ingetrokken ontwerpresolutie kan door een fractie, een commissie dan wel hetzelfde aantal leden dat voor de indiening ervan vereist is, onmiddellijk worden overgenomen en opnieuw worden ingediend. Lid 5 bis en dit lid zijn ook van toepassing op resoluties die overeenkomstig de artikelen 105 en 106 zijn ingediend.

Motivering

Lid 5 bis bevat een gestroomlijnde versie van de tekst die momenteel in artikel 133, lid 6, staat.

Lid 5 ter bestaat uit de tekst van het huidige artikel 133, lid 8, met een toevoeging betreffende ontwerpresoluties over gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

Amendement    148

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 124

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 124

Artikel 124

Toelichting van de Commissie op haar besluiten

Toelichting van de Commissie op haar besluiten

De Voorzitter kan, na raadpleging van de Conferentie van voorzitters, de voorzitter van de Commissie, de voor de betrekkingen met het Parlement verantwoordelijke commissaris, of, na overleg, een andere commissaris, verzoeken na elke vergadering van de Commissie voor het Parlement een verklaring af te leggen waarin de belangrijkste besluiten worden toegelicht. Een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een debat van ten minste dertig minuten, waarin de leden beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.

De Voorzitter verzoekt de voorzitter van de Commissie, de voor de betrekkingen met het Parlement verantwoordelijke commissaris, of, na overleg, een andere commissaris, na elke vergadering van de Commissie voor het Parlement een verklaring af te leggen waarin de belangrijkste besluiten worden toegelicht, tenzij de Conferentie van voorzitters om redenen van tijdsplanning of vanwege de relatieve politieke relevantie van het onderwerp besluit dat dit niet nodig is. Een dergelijke verklaring wordt gevolgd door een debat van ten minste dertig minuten, waarin de leden beknopte en nauwkeurig geformuleerde vragen mogen stellen.

Amendement    149

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 125

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 125

Artikel 125

Verklaringen van de Rekenkamer

Verklaringen van de Rekenkamer

1.  De voorzitter van de Rekenkamer kan in het kader van de kwijtingsprocedure of van activiteiten van het Parlement in verband met de begrotingscontrole, worden verzocht het woord te voeren om de opmerkingen in het jaarverslag, in speciale verslagen of in adviezen van de Rekenkamer, alsook het werkprogramma van de Rekenkamer toe te lichten.

1.  De voorzitter van de Rekenkamer kan in het kader van de kwijtingsprocedure of van activiteiten van het Parlement in verband met de begrotingscontrole, worden verzocht een verklaring af te leggen om de opmerkingen in het jaarverslag, in speciale verslagen of in adviezen van de Rekenkamer, alsook het werkprogramma van de Rekenkamer toe te lichten.

2.  Het Parlement kan besluiten over iedere kwestie die in zulke verklaringen aan de orde is gekomen een apart debat te houden, waaraan wordt deelgenomen door de Commissie en de Raad, in het bijzonder wanneer onregelmatigheden bij het financieel beheer zijn geconstateerd.

2.  Het Parlement kan besluiten over iedere kwestie die in zulke verklaringen aan de orde is gekomen een apart debat te houden, waaraan wordt deelgenomen door de Commissie en de Raad, in het bijzonder wanneer onregelmatigheden bij het financieel beheer zijn geconstateerd.

Motivering

De bewoording "het woord voeren" is vervangen door "een verklaring afleggen" om deze bepaling in overeenstemming te brengen met de bewoording van artikel 123, lid 1, en artikel 124 en de verwijzing naar "verklaringen" in lid 2 hieronder.

Amendement    150

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 126

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 126

Artikel 126

Verklaringen van de Europese Centrale Bank

Verklaringen van de Europese Centrale Bank

1.  De president van de Europese Centrale Bank licht het jaarverslag van de ECB over de werkzaamheden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en het monetair beleid in het afgelopen en lopende jaar in het Parlement toe.

1.  De president van de Europese Centrale Bank wordt verzocht het jaarverslag van de ECB over de werkzaamheden van het Europees Stelsel van Centrale Banken en het monetair beleid in het afgelopen en lopende jaar in het Parlement toe te lichten.

2.  Deze toelichting wordt gevolgd door een algemeen debat.

2.  Deze toelichting wordt gevolgd door een algemeen debat.

3.  De president van de Europese Centrale Bank wordt verzocht ten minste viermaal per jaar vergaderingen van de bevoegde commissie bij te wonen om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.

3.  De president van de Europese Centrale Bank wordt verzocht ten minste viermaal per jaar vergaderingen van de bevoegde commissie bij te wonen om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden.

4.  De president, vicepresident en overige leden van de directie van de Europese Centrale Bank wonen op verzoek van het Parlement of op eigen verzoek ook andere vergaderingen bij.

4.  De president, vicepresident en overige leden van de directie van de Europese Centrale Bank wonen op verzoek van het Parlement of op eigen verzoek ook andere vergaderingen bij.

5.  Van de vergaderingen als bedoeld in de leden 3 en 4 wordt een volledig verslag in de officiële talen opgesteld.

5.  Van de vergaderingen als bedoeld in de leden 3 en 4 wordt een volledig verslag opgesteld.

Motivering

Sinds de meest recente wijziging van artikel 194 wordt het volledige verslag van de plenaire vergaderingen niet meer in alle officiële talen opgesteld. Op commissieniveau is de standaardpraktijk aangaande de monetaire dialoog dat een transcriptie van de handelingen wordt vertaald in drie talen.

Amendement    151

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 127

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 127

Schrappen

Aanbeveling betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid

 

1.  De aanbeveling van de Commissie betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie wordt verwezen naar de bevoegde commissie, die hierover verslag uitbrengt aan het Parlement.

 

2.  De Raad wordt verzocht het Parlement in kennis te stellen van de inhoud van zijn aanbeveling en van het standpunt van de Europese Raad.

 

Motivering

Schrappen omdat dit in de praktijk niet wordt toegepast. In de praktijk zijn de INI-verslagen van de Commissie ECON en de Commissie EMPL op dit gebied gebaseerd op het besluit van de Conferentie van voorzitters van 5 juli 2012; de Conferentie van voorzitters besloot om de volgende INI-verslagen (jaarlijks, automatisch en buiten het quotum) goed te keuren: -na de jaarlijkse groeianalyse, met het oog op de voorjaarstop: ECON INI (+ BUDG overeenkomstig artikel 54) en EMPL INI (+ BUDG overeenkomstig artikel 54) -vroege najaar: ECON INI voor het evalueren van de tenuitvoerlegging van het lopende semester en het verstrekken van input voor de jaarlijkse groeianalyses voor de komende jaren.

Amendement    152

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 128

Bestaande tekst

Amendement

Artikel 128

Artikel 128

Vragen met verzoek om mondeling antwoord gevolgd door een debat

Vragen met verzoek om mondeling antwoord gevolgd door een debat

1.  Een commissie, fractie of ten minste veertig leden kunnen de Raad of de Commissie vragen stellen met het verzoek deze op de agenda van het Parlement in te schrijven.

1  Een commissie, fractie of ten minste veertig leden kunnen de Raad, de Commissie of de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vragen stellen met het verzoek deze op de agenda van het Parlement in te schrijven.

De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die deze onverwijld aan de Conferentie van voorzitters voorlegt.

De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die deze onverwijld aan de Conferentie van voorzitters voorlegt.

De Conferentie van voorzitters beslist of en in welke volgorde de vragen op de agenda worden ingeschreven. Vragen die binnen drie maanden na indiening niet op de agenda van het Parlement zijn ingeschreven, komen te vervallen.

De Conferentie van voorzitters beslist of de vragen op de ontwerpagenda worden ingeschreven overeenkomstig de procedure van artikel 149. Vragen die binnen drie maanden na indiening niet op de ontwerpagenda van het Parlement zijn ingeschreven, komen te vervallen.

2.  Een vraag aan de Commissie moet ten minste één week, een vraag aan de Raad ten minste drie weken vóór de vergadering waarin zij moet worden behandeld, aan de betrokken instelling toegezonden zijn.

2.  Een vraag aan de Commissie of aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid moet ten minste één week, een vraag aan de Raad ten minste dri