Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Bolivia
Het Europees Parlement
,
– onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over de situatie in Bolivia, met name zijn resolutie van 23 oktober 2003(1)
,
– gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,
A. ten zeerste verontrust over de ernstige institutionele crisis in de Republiek Bolivia, met name sinds het ontslag van president Carlos Mesa,
B. overwegende dat volgens de armoede-indicatoren Bolivia het armste land in Zuid-Amerika is,
C. overwegende dat het grootste deel van de Boliviaanse bevolking in grote armoede leeft en dat er dringend maatregelen moeten worden getroffen om te garanderen dat tegemoet wordt gekomen aan de rechtmatige verzuchting naar sociale rechtvaardigheid en dat het proces van democratische ontwikkeling wordt voortgezet,
D. overwegende dat er in de Boliviaanse samenleving een diep verlangen leeft naar echte democratie die zich vertaalt in rechtstreekse participatie van de inheemse bevolking aan het bestuur van het land,
E. overwegende dat ruime sectoren van de Boliviaanse samenleving, met name inheemse bevolkingen, boeren, arbeiders en werklozen het recht hebben om op legitieme en vreedzame wijze hun deelneming aan het bestuur van het land te eisen,
F. overwegende dat het voortbestaan van ernstige en diepe ongelijkheden, de niet-erkenning van de rechten van de inheemse bevolking en de bedreiging die voor de natuurlijke hulpbronnen en de natuurgebieden uitgaat van een ongecontroleerde exploitatie een risico vormen voor de sociale en politieke stabiliteit in Bolivia,
G. overwegende dat het conflict zich de laatste weken heeft verscherpt, met een algemene staking in diverse regio's, hongerstakingen, stakingen in het onderwijs en de gezondheidszorg, en tienduizenden betogers in de straten,
H. overwegende dat president Mesa gezien de stroom van protesten zijn ambt ter beschikking heeft gesteld aan het Nationaal Congres, en de sociale sectoren die in beweging zijn gekomen heeft gevraagd het parlement toe te staan opnieuw te vergaderen, teneinde te kunnen beraadslagen en besluiten te kunnen treffen over de toekomst van het land,
1. betuigt opnieuw zijn volledige en vastberaden steun aan het democratische systeem, de rechtsstaat en het constitutionele bestel zoals die thans in Bolivia bestaan, en hoopt dat het aftreden van president Mesa niet leidt tot een machtsvacuüm waarvan gebruik wordt gemaakt om het land te doen afwijken van de weg naar eerbiediging van de democratische waarden en de rechtsstaat;
2. uit zijn bezorgdheid over de recente politieke en sociale gebeurtenissen in Bolivia, met name in La Paz, zetel van de uitvoerende en de wetgevende macht;
3. spreekt de hoop uit dat er binnen de Boliviaanse samenleving consensus kan worden bereikt, zodat de natuurlijke hulpbronnen van dit land, met name de energiebronnen, kunnen bijdragen aan de ontwikkeling ervan en het welzijn van de bevolking;
4. wenst dat de inspanningen om de democratie in Bolivia te verdiepen en te verruimen onverdroten worden voortgezet en verzoekt de Europese Unie en haar lidstaten het democratiseringsproces adequaat te ondersteunen, zodat het land zich kan bevrijden uit het politieke en economische moeras waarin het is verzonken;
5. acht het noodzakelijk dat er ruimte voor dialoog wordt geschapen, zodat Bolivia op vreedzame wijze en in het kader van de democratische instellingen en het constitutionele bestel de crisis te boven kan komen, en doet tezelfdertijd een oproep tot gematigdheid, zodat een constructieve dialoog op gang kan worden gebracht tussen alle sectoren van de samenleving en er een klimaat van voldoende vertrouwen en onderling begrip kan ontstaan, wat noodzakelijk is om het land naar een vreedzame overgang te leiden;
6. vraagt dat een delegatie van het Europees Parlement naar de Republiek Bolivia wordt gestuurd om de situatie ter plaatse te onderzoeken en steunmaatregelen voor te stellen die kunnen bijdragen aan een vreedzame en democratische overgang, en verklaart zich bereid indien gewenst waarnemers te sturen om de verkiezingsprocessen te begeleiden;
7. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering en het Congres van de Republiek Bolivia, en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.