Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2642(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0585/2005

Debatten :

PV 16/11/2005 - 11

Stemmingen :

PV 17/11/2005 - 4.9

Aangenomen teksten :

P6_TA(2005)0441

Aangenomen teksten
DOC 36k
Donderdag 17 november 2005 - Straatsburg Definitieve uitgave
Recente uitlatingen van de heer Mahmoud Ahmadinejad, president van Iran
P6_TA(2005)0441B6-0585, 0608, 0609, 0610, 0611 en 0612/2005

Resolutie van het Europees Parlement over de recente uitlatingen van de heer Mahmoud Ahmadinejad, president van Iran

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Iran, met name die van 13 oktober 2005(1) ,

–   gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 7 november 2005,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten, met name die van 23 oktober 2003(2) en 27 januari 2005(3) ,

–   gelet op artikel 103, lid 4, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de Iraanse president Ahmadinejad op woensdag 26 oktober 2005 tijdens een conferentie te Teheran getiteld "De wereld zonder zionisme" de voormalige Iraanse revolutionaire leider Ayatollah Ruhollah Khomeini aanhaalde en verklaarde dat "Israël van de kaart moet worden geveegd",

B.   overwegende dat de internationale gemeenschap onmiddellijke haar sterke afkeuring heeft uitgesproken over deze oproep tot geweld en vernietiging van een ander land,

C.   overwegende dat ook in Iran zelf kritiek op de uitlatingen van president Ahmadinejad is geuit, met name door personen als de voormalige Iraanse president Mohammad Khatami,

D.   overwegende dat Iran is verwikkeld in onderhandelingen met de EU op basis van een voorstel voor een omvattende dialoog, met inbegrip van gesprekken over gevoelige onderwerpen als het nucleaire programma, de strijd tegen het internationale terrorisme, economische samenwerking en mensenrechten,

1.   veroordeelt de uitlatingen van de Iraanse president over de staat Israël spreekt zijn strenge afkeuring uit over iedere oproep tot vernietiging van een land dat deel uitmaakt van de internationale gemeenschap en roept de Iraanse president op deze oorlogszuchtige verklaring volledig in te trekken;

2.   herinnert de regering van Iran aan haar verplichting ingevolge artikel 2 van het Handvest van de Verenigde Naties om in haar internationale betrekkingen geen bedreigingen of geweld te gebruiken tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat of op een andere wijze te handelen die niet strookt met de doelstellingen van de Verenigde Naties;

3.   spreekt zijn bezorgdheid uit over de mogelijke gevolgen van dergelijke uitlatingen in een regio waar geweld, terroristische aanvallen en oproepen van fundamentalistische extremisten nog steeds voorkomen;

4.   bevestigt zijn onwrikbare verbondenheid aan het bestaansrecht van Israël binnen internationaal erkende grenzen en in veiligheid, naast een onafhankelijke en levensvatbare Palestijnse staat,

5.   roept Iran op de staat Israël te erkennen, alsook het recht van deze staat om te leven in vrede en veiligheid, en zijn invloed in het Midden-Oosten te gebruiken om de bewegingen waarmee Iran betrekkingen onderhoudt, te overtuigen zich van geweld te onthouden;

6.   betuigt zijn solidariteit met het Israëlische volk en de staat Israël en verklaart zich nogmaals vastbesloten om een twee-statenoplossing te vinden voor het Israëlisch-Palestijns conflict op basis van de routekaart voor het vredesproces, dat wordt geleid door het 'kwartet' (VN, EU, Rusland en de Verenigde Staten van Amerika);

7.   verwelkomt de sterk afwijzende reacties van de internationale gemeenschap en sluit zich volledig aan bij de verklaring van de VN-Veiligheidsraad waarin de uitspraak van de Iraanse president wordt veroordeeld, alsook bij de woorden van de secretaris-generaal van de VN, die Iran wijst op zijn verplichtingen ingevolge het Handvest van de Verenigde Naties;

8.   verwelkomt bijvoorbeeld de verklaring van de Centrale Moslimraad in Duitsland dat ieder land het internationale recht en de rechten van andere staten moet eerbiedigen, en verwelkomt eveneens de reactie van de publieke opinie in de hele wereld, in het bijzonder van mensen van Iraanse afkomst, die met protesten van hun ontzetting over de uitlatingen van de Iraanse president blijk hebben gegeven;

9.   verwelkomt het standpunt van verschillende Palestijnse ambtenaren en vertegenwoordigers die de uitlatingen van president Ahmadinejad veroordelen en voorstander zijn van de vreedzame coëxistentie van een Palestijnse en Israëlische staat;

10.   onderstreept dat de uitspraken van president Ahmadinejad bezorgdheid doen ontstaan over de rol van Iran in de regio en zijn bedoelingen; doet in dit verband een beroep op Iran om af te zien van steun aan terroristische groeperingen;

11.   herhaalt zijn oproep aan de Iraanse autoriteiten om een proactieve een positieve rol te vervullen in het Midden-Oosten, en is in dit verband van oordeel dat een overeenkomst over de nucleaire kwestie alle betrokken partijen zou moeten aanmoedigen zich in te zetten voor veiligheid en vrede voor iedereen;

12.   verzoekt de Raad en de Commissie te handelen in overeenstemming met de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 7 november 2005 en de resolutie van het Parlement van 13 oktober 2005, teneinde een diplomatieke oplossing te bereiken voor de bezorgdheid over het nucleaire programma van Iran, en deze benadering vast te houden bij een eventuele verdere ontwikkeling van de omvattende dialoog;

13.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en het parlement van de Islamitische Republiek van Iran en van Israël, alsmede aan de directeur-generaal van het IAEA en de secretaris-generaal van de VN.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0382.
(2) PB C 82 E van 1.4.2004, blz. 610.
(3) PB C 253 E van 13.10.2005, blz. 35.

Laatst bijgewerkt op: 12 juli 2006Juridische mededeling