Resolutie van het Europees Parlement over Irak: de Assyrische gemeenschap; de situatie in de gevangenissen
Het Europees Parlement
,
- onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 februari 2005 over de prioriteiten en aanbevelingen van de EU voor de 61e zitting van de VN-Commissie voor de rechten van de mensen in Genève (14 maart tot 22 april 2005)(1)
,
- onder verwijzing naar zijn resolutie van 28 april 2005 over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld in 2004 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie(2)
,
- onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 juli 2005 over de Europese Unie en Irak - een raamwerk voor engagement(3)
,
- gezien het besluit van de Raad Algemeen Zaken en Externe Betrekkingen van 21 februari 2005 om te beginnen met een geïntegreerde rechtsstaatmissie van de Europese Unie voor Irak (EUJUST LEX),
- gezien de conclusies van de Raad Externe Betrekkingen van 7 november 2005 over Irak,
- gezien de conclusies van de Raad Externe Betrekkingen van 27 februari 2006 over Irak,
- gelet op het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing,
- gelet op artikel 35 van de Iraakse Grondwet van 2005, artikel 333 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 127 van het Wetboek van Strafprocesrecht waarin alle vormen van foltering zijn verboden,
- gelet op artikel 115, lid 5, van zijn Reglement,
De Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden)
A. overwegende dat op 29 januari 2006 vier kerken en de kantoren van de vertegenwoordiger van het Vaticaan in Bagdad, alsmede twee kerken in Kirkoek zijn aangevallen, waarbij drie mensen werden gedood (waaronder een veertienjarig kind) en verscheidene andere personen werden gewond,
B. overwegende dat de Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) in toenemende mate het slachtoffer zijn geworden van gericht geweld zoals: vernietiging van eigendommen, ontvoering, aanvallen op kerken, intimidatie, afpersing, en foltering van personen waarvan wordt aangenomen dat zij de Islam niet in acht nemen,
C. C overwegende dat er ook sprake is geweest van een toename van de aanvallen op christelijke studenten aan Iraakse universiteiten, vooral in Mosul, en dat christelijke burgers van Mosul worden gesommeerd uit het gebied te vertrekken,
D. wijzend op de hachelijke situatie van christenen, die uit Irak zijn gevlucht en als vluchteling verblijven in buurlanden, voornamelijk Syrië en Jordanië, waar zij volgens een verslag van het Vluchtelingenbureau van de VN (UNHCR) geen internationale steun krijgen,
E. overwegende dat de Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) een oud en inheems volk zijn dat erg kwetsbaar is als gevolg van vervolging en gedwongen emigratie, en overwegende dat het gevaar bestaat dat hun cultuur uitsterft,
De situatie in gevangenissen in Irak
F. overwegende dat blijkens het Mensenrechtenbureau van de VN-bijstandsmissie voor Irak (UNAMI) de omstandigheden en het wettelijke karakter van de detentie in Irak aanleiding blijven geven tot grote zorg,
G. overwegende dat volgens het Iraakse ministerie voor mensenrechten per 28 februari 2006 in totaal 29.565 gedetineerden werden geteld: 14.229 bij de Multinationale Troepenmacht in Irak (MNF-I), 8.391 bij het Ministerie van Justitie, 488 jongeren bij het Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken, 5.997 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en 490 bij het Ministerie van Defensie,
H. overwegende dat door vertegenwoordigers van Iraakse ministeries inspecties worden uitgevoerd in detentiecentra die onder controle staan van de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie of worden beheerd door de Speciale Troepen in het gehele land,
I. overwegende dat EUJUST LEX de noodzakelijk opleiding verzorgt voor meer dan 700 Irakezen die worden ingezet voor gerechtelijke, politie- en gevangeniswerkzaamheden,
J. overwegende dat het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten bepaalt dat niemand mag worden onderworpen aan willekeurige detentie en dat vrijheidsberoving moet zijn gebaseerd op gronden en procedures die bij wet zijn vastgesteld, en erop aandringend dat alle partijen de bepalingen daarvan naleven,
De Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden)
1. spreekt zijn krachtige veroordeling uit over alle gewelddaden tegen de Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) in Irak; dringt er bij de Iraakse autoriteiten en de MNF-I op aan de personen die deze ernstige misdaden begaan op te sporen en hen zo spoedig mogelijk te berechten;
2. dringt er bij de autoriteiten van Irak op aan om de Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) te beschermen tegen discriminatie, overeenkomstig hun internationale verplichtingen;
3. dringt er bij de autoriteiten van Irak op aan om de veiligheidssituatie van de Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) te verbeteren en de terugkeer en hervestiging van de Assyrische vluchtelingen (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) te vergemakkelijken in een veilige omgeving waar hun gewoonten en levenswijze worden gerespecteerd;
4. dringt erop aan de christenen in Irak te betrekken bij de wederopbouw en het bestuur van hun land en dorpen in Noord-Irak en elders in de regio teneinde hun culturele, religieuze en etnische identiteit binnen een onverdeeld land in stand te houden;
5. sluit zich met nadruk aan bij de oproepen van de meeste politieke en religieuze leiders van Irak om terughoudendheid te betrachten, en dringt er bij de gemeenschappen in Irak op aan om samen te komen in een geest van dialoog en wederzijds respect; betuigt zijn volledige steun voor de inspanningen van de VN gericht op bevordering van de dialoog tussen de gemeenschappen in het kader van een nationale dialoog; verwelkomt het initiatief van de Liga van Arabische staten om een tweede conferentie over nationale verzoening te houden waaraan zou moeten worden deelgenomen door alle Iraakse gemeenschappen;
6. dringt er bij het Constitutioneel Comité van de Iraakse Raad van volksvertegenwoordigers op aan om de culturele en religieuze rechten van alle Iraakse gemeenschappen in haar voorstellen voor een grondwetswijziging te handhaven;
7. verzoekt de Commissie en de Raad om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om de Assyriërs (Chaldeeërs, Arameeërs en andere christelijke minderheden) bij te staan en te beschermen;
De situatie in gevangenissen in Irak
8. spreekt zijn bezorgdheid uit over de detentieomstandigheden in gevangenissen en andere detentiecentra in Irak; spreekt nogmaals zijn krachtige veroordeling uit over de toepassing van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling van gevangenen; verzoekt de Iraakse autoriteiten en MNF-I ervoor te zorgen dat de detentieomstandigheden in overeenstemming zijn met internationale normen voor de behandeling van gevangenen;
9. verzoekt MNF-I en de Iraakse autoriteiten onmiddellijk de identiteit vrij te geven van alle resterende gedetineerden, en ervoor te zorgen dat zij toegang krijgen tot rechtsbijstand en onmiddellijk toegang krijgen tot hun families, en in kennis worden gesteld van de redenen voor hun detentie;
10. verzoekt de Iraakse autoriteiten en MNF-I passende waarborgen in te voeren voor de bescherming van gedetineerden tegen foltering en mishandeling door:
a)
ervoor te zorgen dat alle aantijgingen omtrent dergelijke misdragingen voorwerp zijn van een onmiddellijk, grondig en onafhankelijk onderzoek, en dat alle militaire, veiligheids- en andere functionarissen die hebben gefolterd of daartoe opdracht of daarvoor toestemming hebben verleend, worden berecht;
b)
ervoor te zorgen dat gedetineerden hun detentie op een doeltreffende manier kunnen aanvechten voor een rechtbank en kunnen rekenen op een adequate rechtsgang;
c)
vervolging in te stellen tegen al diegenen die zonder in staat van beschuldiging te zijn gesteld wegens internationaal erkende strafrechtelijke vergrijpen worden vastgehouden, of hen anders vrij te laten;
11. is ingenomen met de aan de gang zijnde onderzoeken die door MNF-I worden uitgevoerd naar beschuldigingen omtrent mishandeling van gevangenen;
12. is ingenomen met de inspectie van detentiecentra in het gehele land die worden uitgevoerd door de Iraakse autoriteiten; is ingenomen met het feit dat meer inspecties op komst zijn; is tevens ingenomen met het feit dat UNAMI dit proces bevordert;
13. verzoekt de MNF-I en de Iraakse autoriteiten het Internationaal Comité van het Rode Kruis onbeperkte toegang te verlenen tot alle Britse en VS-detentiefaciliteiten;
14. steunt de voortdurende inspanningen van het Iraakse Ministerie voor mensenrechten om hoge normen te waarborgen, ook voor mensen die zich in detentie bevinden;
15. steunt EUJUST LEX; stelt vast dat de Iraakse autoriteiten hebben gevraagd om de missie te verlengen tot na het einde van haar huidige mandaat en de inhoud van de gegeven opleiding uit te breiden; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om de missie te verlengen tot na het einde van haar huidige mandaat en de opleiding uit te breiden met forensisch politieonderzoek;
16. dringt er bij de Iraakse Raad van volksvertegenwoordigers op aan om het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing te ratificeren;
17. verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten om verdere bijdragen te leveren aan de versterking van de situatie met betrekking tot mensenrechten en rechtsstaat in Irak;
o o o
18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Iraakse Overgangsregering, de Iraakse Raad van volksvertegenwoordigers, de regering van de Verenigde Staten van Amerika, de regeringen van de andere landen die deel uitmaken van MNF-I en de secretaris-generaal van de VN.