Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2584(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0356/2006

Debatten :

PV 13/06/2006 - 14
CRE 13/06/2006 - 14

Stemmingen :

PV 15/06/2006 - 9.7

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0270

Aangenomen teksten
PDF 85kDOC 41k
Donderdag 15 juni 2006 - Straatsburg Definitieve uitgave
Top EU-Rusland
P6_TA(2006)0270B6-0338, 0339, 0349, 0354, 0356 en 0357/2006

Resolutie van het Europees Parlement over de Top EU-Rusland in Sotsji op 25 mei 2006

Het Europees Parlement ,

–   gelet op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Russische Federatie(1) , die op 1 december 1997 van kracht is geworden en die in 2007 afloopt,

–   onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over Rusland en Tsjetsjenië en met name naar zijn aanbeveling aan de Raad van 26 februari 2004 over de betrekkingen EU-Rusland(2) , alsook naar zijn resolutie van 15 december 2004 over de Top EU-Rusland van 25 november 2004 in Den Haag(3) ,

–   gezien de resultaten van de 17de Top EU-Rusland die op 25 mei 2006 in Sotsji is gehouden,

–   gezien de dialoog die tussen de EU en Rusland wordt gevoerd over de mensenrechten,

–   gezien de huidige internationale en Europese verantwoordelijkheden van Rusland als fungerend voorzitter van de G8 en als voorzitter van het Comité van Ministers van de Raad van Europa,

–   gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat betere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van doorslaggevende betekenis zijn voor stabiliteit, veiligheid en welvaart in heel Europa,

B.   overwegende dat van beide zijden wordt gewezen op het belang van het strategische partnerschap tussen de EU en Rusland en op hun voornemen hun samenwerking in en buiten Europa verder op te voeren op basis van gedeelde belangen en gezamenlijke waarden, met name democratie, rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten,

C.   overwegende dat tijdens de Top EU-Rusland die in mei 2003 in St. Petersburg is gehouden, is besloten vier gemeenschappelijke ruimten te bepalen waardoor aan de twee jaar eerder overeengekomen gemeenschappelijke economische ruimte een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van externe veiligheid en een ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur werden toegevoegd; overwegende dat beide partijen de vooruitgang die tot dusverre geboekt is bij de implementatie van de vier 'gemeenschappelijke ruimten' hebben beoordeeld,

D.   overwegende dat op het gebied van met name energie de betrekkingen verder moeten worden verbeterd op basis van transparantie en beter beheer van de sector, zekerheid van bevoorrading, niet-discriminerend gebruik van doorvoerfaciliteiten en een beter klimaat voor meer investeringen,

E.   overwegende dat de EU na haar jongste uitbreiding zeer sterk hecht aan de tenuitvoerlegging van het Europees nabuurschapsbeleid, omdat dat één van de belangrijkste prioriteiten vormt van haar buitenlandse acties, met de daaruit voortvloeiende verdere betrokkenheid bij de oplossing van geschillen in Transnistrië en de Zuidelijke Kaukasus; overwegende dat de EU en Rusland een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de totstandkoming van vreedzame oplossingen van geschillen in hun onmiddellijke omgeving,

F.   overwegende dat er nog steeds en in toenemende mate sprake is van bezorgdheid over de verzwakking van de democratie in Rusland, de toegenomen controle van de staat op de media, het verslechterende klimaat voor NGO's, de toegenomen politieke greep op het rechtswezen, de grotere problemen die de politieke oppositie bij haar acties ondervindt, alsmede over andere maatregelen die de macht van het Kremlin aanzienlijk hebben vergroot,

G.   overwegende dat er behoefte is aan meer samenwerking om democratie, veiligheid en stabiliteit in de gemeenschappelijke nabuurschap te versterken, met name door middel van gemeenschappelijke activiteiten voor de totstandbrenging van democratie en de eerbiediging van elementaire mensenrechten in Wit-Rusland,

H.   overwegende dat de Russische Federatie sinds mei 2006 het roterend voorzitterschap van het Comité van Ministers van de Raad van Europa bekleedt; overwegende dat de eerste prioriteit voor het Russische voorzitterschap, als bekendgemaakt door minister van Buitenlandse Zaken Serpeï Lavrov, de 'Versterking [is] van de nationale instrumenten ter bescherming van de mensenrechten, ontwikkeling van onderwijs in de mensenrechten en de rechten van nationale minderheden',

1.   beklemtoont het belang van een versterkt en uitgebreid partnerschap tussen de Europese Unie en de Russische Federatie gebaseerd op onderlinge afhankelijkheid en gemeenschappelijke belangen bij de totstandbrenging van de vier gemeenschappelijke ruimten, maar is van oordeel dat het huidige samenwerkingsverband met Rusland veeleer pragmatisch dan strategisch is, daar hierin voornamelijk gemeenschappelijke economische belangen doorklinken zonder dat er op het gebied van mensenrechten en rechtsstaat resultaten van betekenis worden geboekt;

2.   spreekt zijn waardering uit voor de werkzaamheden die momenteel plaatsvinden in verband met de gemeenschappelijke economische ruimte (GER) met als hoofddoel belemmeringen voor handel en investeringen op te ruimen en hervormingen en mededingingsvermogen te bevorderen op basis van beginselen van niet-discriminatie, openbaarheid en behoorlijk bestuur, maar betreurt dat er geen vooruitgang van betekenis is gemaakt bij de praktische tenuitvoerlegging van de routekaarten voor de andere drie gemeenschappelijke ruimten;

3.   dringt er bij de Commissie op aan tijdig en op een transparante manier volledige uitleg te verschaffen omtrent haar beleid met betrekking tot de toetreding van Rusland tot de WTO, en daarbij aandacht te schenken aan alle terreinen en sectoren van onderhandeling;

4.   dringt er bij de Commissie op aan onderzoek te doen naar bestaande gevallen van discriminatie die door de Russische autoriteiten bij de handel in de landbouwproducten wordt toegepast tegen EU-lidstaten als Polen, maar ook tegen staten in de gezamenlijke nabuurschap zoals Moldavië en Georgië;

5.   wijst met nadruk op het strategische belang van samenwerking op het gebied van energie en de noodzaak de betrekkingen tussen de EU en Rusland op energiegebied aan te halen; betreurt dan ook dat er tijdens de Top in deze sector geen overeenkomst is bereikt en benadrukt dat het beginsel van onderlinge afhankelijkheid en transparantie en het belang van wederkerigheid wat betreft de toegang tot de markten, infrastructuur en investeringen de basis moeten vormen voor verdere onderhandelingen, ten einde oligopolistische marktstructuren te vermijden en de energievoorziening van de Europese Unie te diversifiëren; verzoekt Rusland in dit verband het Verdrag inzake het Energiehandvest te ratificeren en de samenwerking op het gebied van energiebesparing en hernieuwbare energiebronnen te intensiveren;

6.   spreekt zijn waardering uit voor de ondertekening van overeenkomsten inzake visafaciliteiten en overname met het doel de visabeperkingen voor reizen van bepaalde categorieën burgers te versoepelen, en de uitzetting te vergemakkelijken van immigranten die de EU illegaal vanaf Russisch grondgebied zijn binnengekomen;

7.   beklemtoont het belang van samenwerking met Rusland als een onmisbare strategische partner voor vrede, stabiliteit en veiligheid, en van de bestrijding van internationaal terrorisme en gewelddadig extremisme, alsmede van het aanpakken van "zachte veiligheidsthema's", zoals milieu- en nucleaire gevaren, verdovende middelen, wapen- en mensenhandel, en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad in de Europese nabuurschap, in samenwerking met de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en andere internationale fora;

8.   spreekt zijn waardering uit voor het feit dat overeenstemming is bereikt over de voorwaarden van het 20 miljoen EUR omvattende programma van de Commissie ter ondersteuning van het sociaal-economische herstel in de Noordelijke Kaukasus, als een aanvullend signaal dat de EU en Rusland bereid zijn in deze regio samen te werken;

9.   steunt de gezamenlijke werkzaamheden van beide partners om de praktische samenwerking op het gebied van crisisbeheersing op te voeren en wijst met nadruk op de noodzaak ook bij de versteviging van de multilaterale non-proliferatiemechanismen samen te werken;

10.   is verheugd over het voorstel van het toekomstige Finse voorzitterschap om in zijn programma voor het voorzitterschap van de Raad prioriteit toe te kennen aan de noordelijke dimensie; beklemtoont dat dit een belangrijk instrument kan zijn voor het versterken van het partnerschap tussen de EU en Rusland, en dat er concrete voorstellen en projecten moeten worden uitgewerkt en van de nodige financiering moeten worden voorzien;

11.   betreurt dat er met betrekking tot de gemeenschappelijke ruimte van externe veiligheid geen vooruitgang is geboekt ten aanzien van de conflictoplossing in Transnistrië en de Zuidelijke Kaukasus, dat er geen werkelijke verbetering is opgetreden in Tsjetsjenië en dat er aan Russische zijde geen bereidheid bestaat om druk uit te oefenen op Wit-Rusland om een echt democratiseringsproces in dat land op gang te brengen;

Dialoog over de mensenrechten

12.   erkent het belang van de diverse dialogen die sinds jaar en dag worden gevoerd met het oog op een beter functioneren van de samenwerking en het partnerschap tussen de EU en Rusland en wijst met name op de noodzaak van een doeltreffende dialoog over de mensenrechten;

13.   dringt er verder bij de Russische regering op aan om in dit kader bij te dragen aan de intensivering van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland als een wezenlijk onderdeel van het partnerschap tussen de EU en Rusland, en om nationale en internationale mensenrechtenorganisaties en andere NGO's toe te staan ongehinderd hun werk te doen;

14.   neemt nota van de verklaring van het Oostenrijkse voorzitterschap over de resultaten van het overleg over de mensenrechten dat plaatsvond in maart 2006; is in dit verband verheugd over het besluit van het Oostenrijkse voorzitterschap om een onderzoek in te stellen naar de gevallen van verdwijningen en foltering in Tsjetsjenië;

15.   dringt er bij de Russische Federatie als lid van de Raad van Europa op aan om de omstandigheden voor gevangenen te verbeteren en een einde te maken aan de belemmeringen voor advocaten om toegelaten te worden bij gevangenen; wijst erop dat volgens het Russisch wetboek van strafrecht, gedetineerden opgesloten moeten worden in de nabijheid van hun woonplaats of waar hun proces heeft plaatsgevonden, en wijst in dit verband op de plaats van detentie van de heren Chodorkovski en Lebedev;

16.   verzoekt de partners de dialoog over de mensenrechten in de nieuwe overeenkomst, na afloop van de PSO, te consolideren tot een degelijk gestructureerd en doorzichtiger instrument in dienst van een gemeenschappelijk mensenrechtenbeleid;

17.   gaat ervan uit dat de huidige PSO, die in 2007 afloopt en waarin de nadruk eveneens valt op mensenrechten en burgerlijke vrijheden, de grondslag zal vormen van de nieuwe PSO, en spreekt er zijn waardering voor uit dat tijdens de Top is overeengekomen dat de huidige PSO van kracht blijft tot de nieuwe overeenkomst in werking treedt;

18.   dringt er bij de Russische regering op aan invulling te geven aan haar verantwoordelijkheid als fungerend voorzitter van de G8 en als voorzitter van het Comité van Ministers van de Raad van Europa om tastbare resultaten te behalen bij de verdere ontwikkeling van transparante handel en betrouwbare economische betrekkingen en bij de totstandbrenging van stabiliteit, veiligheid, democratie en eerbiediging van de mensenrechten;

o
o   o

19.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president en het parlement van de Russische Federatie, de OVSE en de Raad van Europa.

(1) PB L 327 van 28.11.1997, blz. 1.
(2) PB C 98 E van 23.4.2004, blz. 182.
(3) PB C 226 E van 15.9.2005, blz. 224.

Laatst bijgewerkt op: 12 december 2006Juridische mededeling