Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0002(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0265/2006

Ingediende teksten :

A6-0265/2006

Debatten :

PV 27/09/2006 - 14
CRE 27/09/2006 - 14

Stemmingen :

PV 28/09/2006 - 7.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0383

Aangenomen teksten
PDF 129kWORD 87k
Donderdag 28 september 2006 - Straatsburg Definitieve uitgave
Bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee *
P6_TA(2006)0383A6-0265/2006

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee (COM(2005)0714 – C6-0034/2006 – 2006/0002(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement ,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2005)0714)(1) ,

–   gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0034/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij (A6-0265/2006),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.   verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.   wenst dat de overlegprocedure als bedoeld in de gemeenschappelijke verklaring van 4 maart 1975 wordt ingeleid ingeval de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst;

5.   wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

6.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging 6
(6)  Doel van het plan dient te zijn een wijze van exploitatie van de in de Noordzee voorkomende schol- en tongbestanden te garanderen die voor duurzame omstandigheden op economisch, ecologisch en sociaal gebied zorgt .
(6)  Doel van het plan dient te zijn om de in de Noordzee voorkomende schol- en tongbestanden op voorzorgsniveau te krijgen .
Amendement 21
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis) Daarom moet er bij het opstellen van het beheersplan ook rekening mee worden gehouden dat de grote sterfte onder de scholbestanden bij het vissen in hoge mate te wijten is aan de grote hoeveelheden overboord gezette vis bij de visserij op tong met de boomkor met 80 mm maaswijdte in het zuidelijk deel van de Noordzee.
Amendement 3
Overweging 7
(7)  Verordening (EG) nr. 2371/2002 verplicht de Gemeenschap ter verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid er onder meer toe de voorzorgsaanpak te volgen bij het nemen van maatregelen die erop zijn gericht de betrokken bestanden te beschermen en in stand te houden, voor een duurzame exploitatie van die bestanden te zorgen en het effect van visserijactiviteiten op de mariene ecosystemen zo gering mogelijk te houden. De Gemeenschap streeft naar een geleidelijke tenuitvoerlegging van een op het ecosysteem gebaseerde aanpak van het visserijbeheer die bijdraagt tot doelmatige visserijactiviteiten binnen een economisch levensvatbare en concurrerende visserijsector. Deze verordening dient te zorgen voor een redelijke levensstandaard voor degenen die van de visserij op schol- en tongbestanden in de Noordzee afhankelijk zijn, rekening houdend met de belangen van de consumenten.
(7)  Verordening (EG) nr. 2371/2002 verplicht de Gemeenschap ter verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid er onder meer toe de voorzorgsaanpak te volgen bij het nemen van maatregelen die erop zijn gericht de betrokken bestanden te beschermen en in stand te houden, voor een duurzame exploitatie van die bestanden te zorgen en het effect van visserijactiviteiten op de mariene ecosystemen zo gering mogelijk te houden. De Gemeenschap streeft naar een geleidelijke tenuitvoerlegging van een op het ecosysteem gebaseerde aanpak van het visserijbeheer die bijdraagt tot doelmatige visserijactiviteiten binnen een economisch levensvatbare en concurrerende visserijsector. Deze verordening dient te zorgen voor een redelijke levensstandaard voor degenen die van de visserij op schol- en tongbestanden in de Noordzee afhankelijk zijn, rekening houdend met de belangen van de consumenten. De Gemeenschap dient haar beleid mede te baseren op het door de betreffende regionale adviesraad (RAC) geadviseerde beleid.
Amendement 4
Overweging 10 bis (nieuw)
(10bis) In 2006 zal de Commissie een debat op gang brengen over een communautaire strategie voor een geleidelijke vermindering van de visserijsterfte in alle belangrijke visserijen via een mededeling betreffende de verwezenlijking van de MSY(maximale duurzame vangst)-doelstelling tegen 2015. De Commissie zal deze mededeling voor advies voorleggen aan de RAC's.
Amendement 5
Overweging 10 ter (nieuw)
(10 ter) Aan elk wetgevingsvoorstel van de Commissie moet een effectbeoordeling vooraf gaan die gebaseerd is op nauwkeurige, objectieve en uitgebreide biologische en financiële informatie; deze effectbeoordeling dient vóór 1 januari 2007 bij het Commissievoorstel te worden gevoegd.
Amendement 22
Overweging 10 quater (nieuw)
(10 quater) Deze verordening schrijft geen beperkingen voor het gebruik van de boomkor bij de visserij op schol en tong in de Noordzee voor. Het is echter noodzakelijk de negatieve gevolgen te beperken die het gebruik van de boomkor voor het ecosysteem en het mariene milieu kan hebben. De Commissie dient derhalve onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze verordening een onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van de boomkorvisserij voor het ecosysteem en het mariene milieu in de zeegebieden waar van deze vangstmethode gebruik wordt gemaakt, en naar alternatieve, in economisch, ecologisch en sociaal opzicht duurzame vangstmethoden. Naar aanleiding van dit onderzoek moet een actieplan worden opgesteld voor een geleidelijke afschaffing van de vangstmethoden en -gereedschappen met nadelige gevolgen voor het ecosysteem en het mariene milieu ten gunste van vangstmethoden en -gereedschappen waarbij het milieu meer wordt ontzien.
Amendement 7
Artikel 2
1.  Het beheersplan moet zorgen voor de duurzame exploitatie van de in de Noordzee voorkomende schol- en tongbestanden.
1.  Het beheersplan moet er voor zorgen dat de in de Noordzee voorkomende schol- en tongbestanden, voor zover ze zich daar al niet bevinden, weer op het voorzorgsniveau komen .
2.   Het in lid 1 gestelde doel wordt verwezenlijkt terwijl de visserijsterfte bij het in de Noordzee voorkomende scholbestand op ten minste 0,3 gehandhaafd blijft.
2.   Dat doel wordt verwezenlijkt door de visserijsterfte voor deze bestanden geleidelijk te reduceren.
3.  Het in lid 1 gestelde doel wordt verwezenlijkt terwijl de visserijsterfte bij het in de Noordzee voorkomende tongbestand op ten minste 0,2 gehandhaafd blijft.
Amendement 8
Artikel 3, lid 1
1.  Ieder jaar stelt de Raad , op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid de hoogte van de voor het volgende jaar geldende totaal toegestane vangsten (TAC's) vast voor de in de Noordzee voorkomende schol- en tongbestanden.
1.  De Raad stelt, op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid de hoogte van de totaal toegestane vangsten (TAC's) vast voor de in de Noordzee voorkomende schol- en tongbestanden voor een periode van 3 jaar .
Amendement 9
Artikel 3 bis (nieuw)
Artikel 3 bis
Wettelijke maatregelen en driejaarlijkse vaststelling van de TAC's
1.  Wanneer de paaibiomassa volgens de evaluatie van de ICES terug op of boven het voorzorgsniveau is gebracht, neemt de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid een besluit over:
a) een streefniveau voor de visserijsterfte voor de lange termijn;
en
b) een percentage voor de vermindering van de visserijsterfte dat moet worden toegepast totdat het onder a) vastgestelde niveau van visserijsterfte is bereikt.
2.  De Raad stelt op basis van die streefcijfers en een wetenschappelijke ex-post evaluatie telkens voor een periode van drie jaar een TAC vast voor de schol- en tongbestanden.
Amendement 24
Artikel 4
1.  De Raad stelt de TAC voor schol vast op het niveau dat volgens een door het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV) uitgevoerde wetenschappelijke beoordeling het hoogste is van de volgende twee:
1.   Wanneer de paaibiomassa van schol door het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV) op grond van het meest recente verslag van de ICES wordt geraamd op minder dan het voorzorgsniveau van 230 000 ton, stelt de Raad een TAC vast voor een periode van 3 jaar. Deze wordt zodanig vastgesteld dat, volgens de WTECV-raming, er een gerede kans bestaat dat het bestand zich na 3 jaar op het voorzorgsniveau bevindt.
a) de TAC die in het jaar waarin hij wordt toegepast, zou leiden tot een daling van de visserijsterfte met 10 % ten opzichte van de voor het vorige jaar geraamde visserijsterfte;
b) de TAC die in het jaar waarin hij wordt toegepast, zou leiden tot een visserijsterfte van 0,3 bij leeftijden 2 tot 4.
2.  Indien de toepassing van lid 1 zou leiden tot een TAC die de TAC van het vorige jaar met meer dan 15 % overschrijdt, stelt de Raad een TAC vast die 15 % hoger is dan de TAC van dat jaar.
2.  Indien dit leidt tot een reductie van de meerjarige TAC met meer dan 15%, besluit de Raad de reductie stapsgewijs door te voeren, waarbij de verschillen tussen de jaren niet meer dan 15% bedragen.
3.  Indien de toepassing van lid 1 zou leiden tot een TAC die meer dan 15 % kleiner is dan de TAC van het vorige jaar, stelt de Raad een TAC vast die 15% lager is dan de TAC van dat jaar.
3.  Indien dit leidt tot een verhoging van meer dan 15%, wordt een maximale verhoging van 15% vastgesteld.
Amendement 11
Artikel 5
1.   De Raad stelt de TAC voor tong vast op het vangstniveau dat volgens een door het WTECV uitgevoerde wetenschappelijke beoordeling het hoogste is van de volgende drie:
1.  Wanneer de paaibiomassa van tong door het WTECV op grond van het meest recente verslag van de ICES wordt geraamd op minder dan het voorzorgsniveau van 35 000 ton, stelt de Raad een TAC vast voor een periode van 3 jaar. Deze wordt zodanig vastgesteld dat, volgens de WTECV-raming, er een gerede kans bestaat dat het bestand zich na 3 jaar op het voorzorgsniveau bevindt.
a) de TAC die bij toepassing ervan zou leiden tot dezelfde proportionele verandering van de visserijsterfte bij tong als ontstaat bij de toepassing van artikel 4, lid 1, op het scholbestand;
b) de TAC die in het jaar waarin hij wordt toegepast, zou leiden tot een visserijsterfte van 0,2;
c) de TAC die in het jaar waarin hij wordt toegepast, zou leiden tot een daling van de visserijsterfte met 10 % ten opzichte van de voor het vorige jaar geraamde visserijsterfte.
2.   Indien de toepassing van lid 1 zou leiden tot een TAC die de TAC van het vorige jaar met meer dan 15% overschrijdt, stelt de Raad een TAC vast die 15% hoger is dan de TAC van dat jaar.
2.   Indien dit leidt tot een reductie van de meerjarige TAC met meer dan 15%, besluit de Raad de reductie stapsgewijs door te voeren, waarbij de verschillen tussen de jaren niet meer dan 15% bedragen.
3.   Indien de toepassing van lid 1 zou leiden tot een TAC die meer dan 15% kleiner is dan de TAC van het vorige jaar, stelt de Raad een TAC vast die 15% lager is dan de TAC van dat jaar.
3.   Indien dit leidt tot een verhoging van meer dan 15%, wordt een maximale verhoging van 15% vastgesteld.
Amendement 12
Artikel 6, lid 2
2.  Ieder jaar stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid het maximum aantal dagen op zee vast voor communautaire vissersvaartuigen met een boomkor met een maaswijdte van minstens 80 mm , waarop het in lid 1 bedoelde stelsel ter beperking van de visserij-inspanning van toepassing is.
2.   Voor ieder jaar van de driejarige periode stelt de Raad, op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid het maximum aantal dagen op zee (gerekend in kilowattdagen) vast voor communautaire vissersvaartuigen die schol of tong vangen of bijvangen , waarop het in lid 1 bedoelde stelsel ter beperking van de visserij-inspanning van toepassing is.
Amendement 13
Artikel 6, lid 3
3.  De jaarlijkse aanpassing van het in lid 2 van dit artikel bedoelde maximum aantal dagen moet in verhouding staan tot de aanpassing van de visserijsterfte als bepaald overeenkomstig artikel 5, lid 1 .
3.  Het in lid 2 bedoelde maximum aantal zeedagen moet een relatie hebben met de bij de door de Raad vastgestelde meerjarige TACs behorende reducties in visserijsterfte.
Amendement 14
Artikel 6, lid 4 bis (nieuw)
4 bis. Bij de aanneming van dit beheersplan voor de bevissing van schol- en tongbestanden op de Noordzee besluit de Raad dat communautaire vissersvaartuigen die worden gebruikt voor demersale visserij op platvis niet langer onder de zeedagenregeling uit het herstelplan voor kabeljauw vallen.
Amendement 15
Artikel 8, lid 1
1.  In afwijking van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2807/83 geldt voor ramingen inzake de in kilogram levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid aan boord van het communautaire vissersvaartuig gehouden vis uit de Noordzee een tolerantiemarge van 8% ten opzichte van het in het logboek vermelde cijfer. Indien in de communautaire wetgeving geen omrekeningsfactor is vastgesteld, is de door de vlaggenlidstaat van het vaartuig vastgestelde omrekeningsfactor van toepassing.
1.  In afwijking vartikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2807/83 geldt voor ramingen inzake de in kilogram levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid aan boord van het communautaire vissersvaartuig gehouden vis uit de Noordzee een tolerantiemarge van 10% ten opzichte van het in het logboek vermelde cijfer. Indien in de communautaire wetgeving geen omrekeningsfactor is vastgesteld, is de door de vlaggenlidstaat van het vaartuig vastgestelde omrekeningsfactor van toepassing.
Amendementen 16 en 17
Artikel 9
De bevoegde autoriteiten van een lidstaat zien erop toe dat met betrekking tot de aanvoer door communautaire vissersvaartuigen die op de Noordzee hebben gevaren:
De bevoegde autoriteiten van een lidstaat zien erop toe dat elke hoeveelheid schol van meer dan 200 kg en elke hoeveelheid tong van meer dan 100 kg die is gevangen in de Noordzee, vóór de eerste verkoop worden gewogen overeenkomstig de bestaande communautaire regelgeving.
a) alle hoeveelheden schol en tong die worden aangevoerd door een communautair vissersvaartuig dat meer dan 500 kg schol of meer dan 300 kg tong aan boord heeft, worden gewogen;
Voor het wegen worden weegschalen gebruikt die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat zijn aangemerkt als binnen een redelijke tolerantiemarge nauwkeurig registrerende instrumenten gebaseerd op Gemeenschapswetgeving.
b) de hoeveelheden schol en tong in aanwezigheid van controleurs worden gewogen voordat zij van de aanvoerplaats worden vervoerd en voor het eerst worden verkocht;
c) voor het wegen weegschalen worden gebruikt die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat zijn aangemerkt als binnen een redelijke tolerantiemarge nauwkeurig registrerende instrumenten.
Amendement 18
Artikel 11, lid 2
2.  Containers met schol of tong moeten apart van andere containers worden opgeslagen.
2.  Schol en tong moeten in aparte viskisten worden opgeslagen.
Amendement 23
Artikel 13 bis
Artikel 13 bis
Actieplan voor de ontwikkeling en toepassing van vangstmethoden en -gereedschappen waarbij het milieu meer wordt ontzien
De Commissie laat onmiddellijk na inwerkingtreding van deze verordening een diepgaand onderzoek verrichten naar de effecten van de boomkorvisserij voor het ecosysteem en het mariene milieu in de zeegebieden waar deze vangstmethode wordt gebruikt, en naar alternatieve, in economisch, ecologisch en sociaal opzicht duurzame vangstmethoden.
Op grond van de conclusies van dit onderzoek stelt de Commissie een actieplan op ten behoeve van onderzoek naar en de ontwikkeling van dit onderzoek naar milieuvriendelijke vangstmethoden en -gereedschappen - waaronder de grootte en vorm van de netten waarbij een duurzame exploitatie van de visbestanden gewaarborgd is. Dit actieplan geeft tevens richtsnoeren voor de wijze waarop vangstmethoden en -gereedschappen met negatieve gevolgen voor het ecosysteem of mariene milieu geleidelijk moeten worden afgeschaft ten gunste van vangstmethoden en -gereedschappen die het milieu meer ontzien. De initiatieven uit hoofde van het actieplan worden gefinancierd uit middelen van het Europese Visserijfonds overeenkomstig de doelstellingen van dat fonds.
Amendement 20
Artikel 15
Indien de omvang van het paaibestand van schol of tong volgens het WTECV leidt tot een verminderd reproductievermogen, gaat de Raad, op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid over tot de vaststelling van een TAC voor schol die lager ligt dan het in artikel 4 bedoelde niveau, een TAC voor tong die lager is dan het in artikel 5 bedoelde niveau en een aantal dagen op zee dat lager is dan het in artikel 6 bedoelde aantal
Indien de omvang van het paaibestand van schol of tong volgens het WTECV leidt tot een verminderd reproductievermogen, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, bij gekwalificeerde meerderheid overgaan tot de vaststelling van een TAC voor schol die lager ligt dan het in artikel 4 bedoelde niveau, een TAC voor tong die lager is dan het in artikel 5 bedoelde niveau en een aantal dagen op zee dat lager is dan het in artikel 6 bedoelde aantal.

(1) Nog niet in het PB gepubliceerd.

Laatst bijgewerkt op: 26 januari 2007Juridische mededeling