Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2625(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0512/2006

Debatten :

PV 27/09/2006 - 9
CRE 27/09/2006 - 9

Stemmingen :

PV 28/09/2006 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0387

Aangenomen teksten
PDF 84kDOC 38k
Donderdag 28 september 2006 - Straatsburg Definitieve uitgave
Darfour
P6_TA(2006)0387B6-0512, 0513, 0514, 0515, 0517 en 0519/2006

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Darfour

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Soedan, en Darfour in het bijzonder,

–   onder verwijzing naar de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad, in het bijzonder resolutie 1706 van 31 augustus 2006,

–   gezien het besluit van de Afrikaanse Unie van april 2004 tot instelling van de African Mission in Sudan (AMIS),

–   gezien de op 17 september 2006 ingestelde Werelddag voor Darfour,

–   gezien de op 5 mei 2006 in Aboedzja, Nigeria, ondertekende Vredesovereenkomst voor Darfour,

–   gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat het conflict in de regio Darfour tussen regeringstroepen, pro-regeringsmilities en rebellen de afgelopen drie jaar meer dan 200.000 slachtoffers heeft geëist en tot meer dan twee miljoen binnenlandse ontheemden en vluchtelingen heeft geleid, ondanks de ondertekening van een vredesovereenkomst voor Darfour (VOD) op 5 mei 2006,

B.   overwegende dat de VOD de basis blijft voor stabiliteit, vrede en verzoening in Darfour, ondanks de verklaring van de speciale VN-gezant Jan Pronk dat deze overeenkomst "bijna dood" is,

C.   overwegende dat volgens Jan Egeland, de noodhulpcoördinator van de VN, de humanitaire en veiligheidssituatie in Darfour sinds 2004 niet zo slecht is geweest als nu, en dat het moeilijker en moeilijker wordt om humanitaire hulp te bieden, zodat humanitaire werkers sommige gebieden van Darfour momenteel helemaal niet meer kunnen betreden, waardoor duizenden mensen in Darfour van hulp verstoken blijven ;

D.   overwegende dat het staakt-het-vuren in de regio door alle partijen geschonden blijft worden, waarbij het geweld vaak tegen de burgerbevolking is gericht; verder overwegende dat de recente militaire opbouw in Darfour en de versterking van de regeringstroepen in de regio geresulteerd heeft in nieuwe gevechten in delen van Noord-Darfour,

E.   overwegende dat de "Verantwoordelijkheid voor bescherming" van de VN bepaalt dat de VN-Veiligheidsraad kan besluiten tot het inzetten van een strijdmacht overeenkomstig hoofdstuk VII indien "de nationale instanties de bevolking klaarblijkelijk niet beschermen tegen volkerenmoord, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid",

F.   overwegende dat de VN-Veiligheidsraad, in zijn resolutie 1706, het licht op groen heeft gezet voor een nieuwe VN-vredeshandhavingsmissie van maximaal 22.500 soldaten en politie-agenten om de AMIS in Darfour af te lossen, en tegelijkertijd herhaald heeft de Soedanese soevereiniteit, eenheid, onafhankelijkheid en territoriale integriteit volledig te respecteren,

G.   overwegende dat de regering van Soedan een dergelijke VN-macht de toegang tot Soedan nog steeds weigert,

H.   overwegende dat het conflict in Darfour - en de straffeloosheid - in toenemende mate van invloed zijn op de stabiliteit in Centraal-Afrika en een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid,

I.   overwegende dat de VN, gezien het besluit van de Afrikaanse Unie van 20 september 2006 om het huidige mandaat van haar vredeshandhavingsmissie in Darfour te verlengen tot het eind van het jaar, toegezegd heeft verdere logistieke en materiële steun te geven aan AMIS,

J.   overwegende dat de VN-Veiligheidsraad de situatie in Darfour in maart 2005 doorverwezen heeft naar het Internationaal Strafhof,

1.   verzoekt de regering van Soedan om een vredesmacht van de Verenigde Naties, overeenkomstig hoofdstuk VII van het Handvest van de VN, toe te laten tot Darfour;

2.   wijst erop dat Soedan zijn "verantwoordelijkheid tot bescherming" van de eigen bevolking niet is nagekomen en dientengevolge verplicht is overeenkomstig resolutie 1706 van de VN-Veiligheidsraad een VN-strijdmacht te aanvaarden; dringt er bij de VN-Veiligheidsraad op aan druk uit te oefenen op de Soedanese autoriteiten om in te stemmen met de komst van de reeds goedgekeurde VN-missie naar Darfour, die krachtens resolutie 1706 van de VN-Veiligheidsraad over een duidelijk 'Hoofdstuk VII-mandaat' en versterkte middelen beschikt;

3.   verlangt van de Soedanese autoriteiten dat zij niet alleen geen belemmeringen opwerpen voor de komst en de activiteiten van de VN-missie in Darfour, maar ook de voorwaarden creëren die nodig zijn om de missie tot een succes te maken; beklemtoont dat tekortkomingen van de Soedanese autoriteiten in dat opzicht beantwoord zullen worden met sancties;

4.   dringt er bij de internationale gemeenschap en alle betrokken partijen op aan om manieren te bedenken om doeltreffend en snel bij te dragen tot het succes van de VN-missie in Darfour en een oplossing van de crisis;

5.   verzoekt China en Rusland om zich bij de Verenigde Naties positief op te stellen bij de pogingen om een VN-vredesmacht te sturen en goed gebruik te maken van hun rol in het gebied om de ontplooiing van de vredesmacht te vergemakkelijken en alle bloedvergieten te vermijden ;

6.   verzoekt China in dit opzicht voort te bouwen op de gezamenlijke verklaring die China en de EU op 9 september 2006 hebben afgelegd, dat "de leiders erop wijzen dat de overschakeling van een AU- naar een VN-operatie zou bijdragen tot vrede in Darfour"; verzoekt de Chinese regering in de geest van deze verklaring te handelen door haar invloed in Soedan te gebruiken om de Soedanese regering ervan te overtuigen dat zij een VN-vredesmacht moet aanvaarden;

7.   vraagt de Arabische Liga om haar medeplichtige houding met de halsstarrige onbuigzaamheid van Soedan tegenover de noodzaak om een VN-vredesmacht te sturen, op te geven ;

8.   herinnert aan de verbintenissen die de Verenigde Naties na de genocide in Rwanda aangegaan zijn om hun politieke verantwoordelijkheid in Afrika beter op zich te nemen ;

9.   dringt erop aan dat de Europese Unie het vliegverbod boven Darfour dat is ingesteld bij resolutie 1591(2005) van de VN-Veiligheidsraad zo spoedig mogelijk in acht laat nemen ; dringt er bij de internationale gemeenschap op aan om contact op te nemen met Tsjaad om te onderhandelen over handhaving van het vliegverbod in de zone vanuit het oosten van Tsjaad;

10.   veroordeelt de aanhoudende schendingen van het staakt-het-vuren door alle partijen, en in het bijzonder het geweld tegen de burgerbevolking en de aanvallen op humanitaire hulpoperaties;

11.   dringt er bij alle partijen, met inbegrip van de Soedanese regering, op aan een onmiddellijk eind te maken aan de gevechten in Darfour, zich aan het staakt-het-vuren te houden en hun verplichtingen krachtens de VOD te eerbiedigen en na te komen;

12.   dringt er bij de partijen die de VOD niet hebben ondertekend op aan dit alsnog te doen, en het Akkoord te eerbiedigen en uit te voeren;

13.   dringt aan op vertrouwenwekkende maatregelen, zoals interne dialoog en overleg in Darfour, waaraan door alle partijen én het maatschappelijk middenveld wordt deelgenomen;

14.   neemt nota van de verlenging van het mandaat van de AMIS tot het eind van 2006; benadrukt de noodzaak van het versterken en uitbreiden van het mandaat en het takenpakket van deze missie, en van het waarborgen van voldoende financiële, en ook logistieke en materiële steun voor AMIS, teneinde de missie in staat te stellen daadwerkelijk te helpen bij de uitvoering van de VOD;

15.   dringt er bij de EU en andere internationale actoren op aan gericht met de VN en de Afrikaanse Unie samen te werken om te bewerkstelligen dat vredeshandhavingstroepen in Darfour in staat zijn om snel te reageren op schendingen van het staakt-het-vuren of provocaties door de partijen;

16.   dringt er bij de EU, de VS en andere internationale actoren op aan sancties toe te passen tegen alle partijen, met inbegrip van de regering, die het staakt-het-vuren schenden of aanvallen uitvoeren op burgers, vredeshandhavers of humanitaire hulpoperaties, en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om een eind te helpen maken aan de straffeloosheid door de sanctieregeling van de VN-Veiligheidsraad te laten toepassen ;

17.   dringt er bij de Soedanese regering en de internationale gemeenschap op aan om volledig samen te werken met het Internationaal Strafhof om een eind te maken aan de straffeloosheid;

18.   dringt er bij de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad op aan hun mondiale verantwoordelijkheid op zich te nemen en geen belemmeringen op te werpen voor maatregelen gericht op het bevorderen van vrede, veiligheid en stabiliteit in de Darfour-regio in Soedan, maar juist alle passende stappen te steunen en te bevorderen die bijdragen aan een duurzame oplossing van het conflict;

19.   roept alle partijen, en in het bijzonder de Soedanese regering, op om hulpverleners volledige, veilige en ongehinderde toegang te verschaffen tot al degenen die in nood verkeren in Darfour, en humanitaire hulp te verlenen, met name aan binnenlandse ontheemden en vluchtelingen;

20.   vraagt dat de humanitaire hulp van de internationale gemeenschap aan de nagenoeg 3 miljoen personen die helemaal afhankelijk zijn van internationale hulp voor hun voeding, onderkomen en medische verzorging, significant verhoogd wordt;

21.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de ACS-EU-ministerraad, de regering van Soedan, de Afrikaanse Unie en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Laatst bijgewerkt op: 26 januari 2007Juridische mededeling