Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2054(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0263/2006

Ingediende teksten :

A6-0263/2006

Debatten :

PV 27/09/2006 - 15
CRE 27/09/2006 - 15

Stemmingen :

PV 28/09/2006 - 7.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0391

Aangenomen teksten
PDF 83kWORD 38k
Donderdag 28 september 2006 - Straatsburg Definitieve uitgave
Het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen
P6_TA(2006)0391A6-0263/2006

Resolutie van het Europees Parlement over de werking van Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen (2006/2054 (INI))

Het Europees Parlement ,

–   gezien Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid(1) ,

–   gezien Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad van 26 juni 2003 betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen(2) ,

–   onder verwijzing naar zijn standpunt van 27 maart 2003 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen(3) ,

–   gezien het verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de werking van Verordening (EG) nr. 1185/2003 van de Raad betreffende het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen (COM(2005)0700),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij (A6-0263/2006),

A.   gezien de informatie en gegevens die het bovengenoemde verslag van de Commissie bevat,

B.   gezien de zeer gebrekkige inlichtingen die de lidstaten hebben verstrekt over de toepassing van "het vinnen van haaien" (afsnijden en aan boord houden van vinnen, terwijl de rest van de haai wordt teruggegooid in zee) door hun vloten,

C.   gezien de wetenschappelijke verslagen die zijn voorgelegd aan de werkgroepen van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT), waarin het voorschrift dat de vinnen niet meer dan 5% van het levend gewicht mogen uitmaken wordt betwist en die ook in het bovengenoemde verslag van de Commissie worden genoemd,

D.   zich evenwel bewust van het feit dat uit gegevens van de visserijvloten van de VS en Canada blijkt dat als de vinnen van blauwe haaien (Prionace glauca ) worden afgesneden zonder aangehecht vlees of wervels, het gewichtpercentage dat de vinnen uitmaken van het schoongemaakt gewicht onder de 4% blijft en dat het niet wegsnijden van overtollig vlees ertoe leidt dat voor vinnen die in Hong Kong uit Europa worden ingevoerd een lagere prijs per kilogram wordt betaald dan voor vinnen uit de VS,

E.   overwegende dat de bepaling dat het gewicht van de haaienvinnen niet groter mag zijn dan 5% van het levende gewicht, specifiek voor wat betreft de Prionace glauca niet overeenkomt met de morfologie van deze pelagische haai, en de communautaire beugvisserij onnodig veel moeite bezorgt om binnen de grenzen van de wet te blijven,

1.   prijst de Commissie voor de duidelijkheid en beknoptheid van het verslag dat zij heeft voorgelegd;

2.   is het met de Commissie eens dat Verordening (EG) nr. 1185/2003 aan haar doel beantwoordt en spoort haar aan te blijven toezien op de toepassing ervan op basis van de jaarverslagen van de lidstaten of welke andere relevante informatie dan ook;

3.   betreurt het evenwel dat niet alle lidstaten zich strikt aan de plicht houden om controle op hun schepen uit te oefenen en de voorgeschreven verslagen in te dienen; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat aan deze verplichting onverkort wordt voldaan;

4.   spoort de Commissie aan om op het internationale vlak voorstellen voor vergelijkbare maatregelen te blijven indienen die steeds zijn gebaseerd op wetenschappelijke verslagen, ten einde in de regionale visserijorganisaties de aanneming van specifieke regelingen voor over grote afstanden trekkende soorten te bewerkstelligen,

5.   verzoekt de Commissie om het Parlement en de Raad een voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr.1185/2003 voor te leggen, na een algehele herziening door de Commissie van wetenschappelijke onderzoekingen naar de verhouding haaienvinnen tot karkassen die representatief is voor het brede scala van Europese haaiensoorten en op haaien vissende vloten; adviseert om zolang een dergelijke herziening niet is afgerond, geen verhoging van de verhouding haaienvinnen karkassen voor te stellen;

6.   verzoekt de Commissie om het Europees Parlement en de Raad binnen zes maanden een voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1185/2003 voor te leggen dat aansluit bij de meerderheid van de wetenschappelijke analyses van de verhouding haaienvinnen tot karkassen voor Atlantische haaien, waaronder de blauwe haai (Prionace glauca ), die concluderen dat een verhouding van 5% vinnen tot schoongemaakt gewicht (ongeveer 2,0% levend gewicht) een geschikte bovengrens is voor de gemengde haaienvisserij;

7.   verzoekt de Commissie voorstellen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1185/2003 voor te leggen om een eind te maken aan de problemen bij de uitvoering die het gevolg zijn van de bepaling dat de vinnen en de lichamen in verschillende havens aan land gebracht moeten worden;

8.   verzoekt de Commissie het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 1 januari 2009 verslag uit te brengen over de voortgezette werking van deze verordening of een geamendeerde versie ervan en daarbij rekening te houden met internationale ontwikkelingen op dit gebied en, indien nodig, voorstellen tot wijziging van deze verordening voor te leggen;

9.   verzoekt de Commissie het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 30 juni 2007 een communautair actieplan voor de instandhouding van haaien en zeevogels voor te leggen, zoals wordt voorgesteld in haar mededeling (COM(2006)0216) "Het biodiversiteitsverlies tegen 2010 - en daarna - tot staan brengen";

10.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.
(2) PB L 167 van 4.7.2003, blz. 1.
(3) PB C 62 E van 11.3.2004, blz. 156.

Laatst bijgewerkt op: 26 januari 2007Juridische mededeling