Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0185(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0379/2006

Ingediende teksten :

A6-0379/2006

Debatten :

PV 29/11/2006 - 18
CRE 29/11/2006 - 18

Stemmingen :

PV 30/11/2006 - 8.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0521

Aangenomen teksten
DOC 467k
Donderdag 30 november 2006 - Brussel Definitieve uitgave
Specifiek programma "Samenwerking" (7e kaderprogramma voor OTOD, 2007-2013) *
P6_TA(2006)0521A6-0379/2006

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende het specifiek programma "Samenwerking" tot uitvoering van het zevende kaderprogramma (2007-2013) van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (COM(2005)0440 – C6-0381/2005 – 2005/0185(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement ,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2005)0440)(1) en het gewijzigd voorstel (COM(2005)0440/2)(2) ,

–   gelet op artikel 166 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0381/2005),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Begrotingscommissie, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie cultuur en onderwijs (A6-0379/2006),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   is van oordeel dat het in het wetgevingsvoorstel vermelde indicatieve financiële referentiebedrag verenigbaar moet zijn met het maximum van rubriek 1a van het financieel kader 2007-2013 en wijst erop dat het jaarlijkse bedrag zal worden vastgesteld in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure overeenkomstig de bepalingen van punt 38 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer van 17 mei 2006(3) ;

3.   verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

4.   verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

5.   wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

6.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendementen van het Parlement
Amendement 1
Overweging 4
(4)  Het kaderprogramma complementeert de in de lidstaten uitgevoerde activiteiten en andere communautaire acties die nodig zijn voor de algemene strategische inspanning met het oog op de realisering van de Lissabon-doelstellingen, alsmede met name de acties betreffende de Structuurfondsen, landbouw, onderwijs, opleiding, concurrentievermogen en innovatie, industrie, gezondheid, consumentenbescherming, werkgelegenheid, energie, vervoer en milieu.
(4)  Dit specifieke programma complementeert de in de lidstaten uitgevoerde activiteiten en andere communautaire acties die nodig zijn voor de algemene strategische inspanning met het oog op de realisering van de Lissabon-doelstellingen. Daartoe streeft het naar maximale doeltreffendheid van de acties uit hoofde van het programma door versterking van de complementariteit en de synergie met andere programma's en communautaire acties, alsmede met name de acties betreffende de Structuurfondsen, landbouw, onderwijs, opleiding, cultuur, concurrentievermogen en innovatie, industrie, gezondheid, consumentenbescherming, werkgelegenheid, energie, vervoer, milieu en de informatiemaatschappij .
Amendement 2
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis) In het specifiek programma dient speciaal aandacht te worden besteed aan multidisciplinariteit en interdisciplinariteit overeenkomstig de aanbevelingen van de European Union Research Advisory Group (EURAB 04.009 van april 2004) en de resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2005 over wetenschap en technologie - richtsnoeren voor het beleid ter ondersteuning van het onderzoek van de Unie 1 .
__________
1 PB C 320 E van 15.12.2005, blz. 259.
Amendement 3
Overweging 4 ter (nieuw)
(4 ter ) Dit specifieke programma besteedt bij voorkeur aandacht aan de overdracht van kennis, resultaten en technologieën van de openbare onderzoeksector naar de bedrijven, voornamelijk KMO's, en aan de mechanismen om ervoor te zorgen dat de behoeften van de bedrijven op doeltreffende en gecoördineerde wijze aan de onderzoeksteams worden doorgegeven.
Amendement 4
Overweging 5
(5)  De op grond van dit kaderprogramma ondersteunde innovatie- en KMO-gerelateerde activiteiten moeten de activiteiten aanvullen die worden ondernomen op grond van het kaderprogramma voor Concurrentievermogen en innovatie.
(5)  Het specifieke programma besteedt speciaal aandacht aan de waarborging van een adequate deelname van de KMO's aan alle acties en projecten. De op grond van dit kaderprogramma ondersteunde innovatie- en KMO-gerelateerde activiteiten moeten streven naar maximale synergie en complementariteit met de activiteiten die worden ondernomen op grond van het kaderprogramma voor Concurrentievermogen en innovatie en met de overige communautaire programma's en acties.
Amendement 5
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis) Het specifieke programma houdt terdege rekening met de belangrijke rol van de regio's bij de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte, zoals door de Commissie wordt erkend in haar mededeling over de regionale dimensie van de Europese onderzoeksruimte (COM(2001)0549).
Amendement 6
Overweging 7
(7)  Dit specifiek programma draagt bij in de subsidie aan de Europese Investeringsbank voor de instelling van een "risicodelende financieringsfaciliteit" teneinde de toegang tot EIB-leningen te verbeteren.
(7)  Dit specifiek programma draagt bij in de subsidie aan de Europese Investeringsbank voor de instelling van een "risicodelende financieringsfaciliteit" teneinde de toegang tot EIB-leningen te verbeteren. Verder verleent het hetzelfde bedrag aan financiële steun ter dekking van het risico in verband met de deelname van KMO's aan projecten door hen de vereiste bankgaranties te besparen.
Amendement 7
Overweging 8
(8)  De Gemeenschap heeft een aantal internationale overeenkomsten op het gebied van onderzoek gesloten in de zin van artikel 170 van het Verdrag en er moeten inspanningen worden geleverd om de internationale samenwerking inzake onderzoek te versterken met het oog op het verder integreren van de Gemeenschap in de wereldwijde onderzoeksgemeenschap. Derhalve staat dit specifiek programma open voor de deelname van landen die met het oog hierop overeenkomsten hebben gesloten en staat het, op basis van wederzijds voordeel, eveneens open voor deelname op projectniveau van entiteiten uit derde landen en internationale organisaties voor wetenschappelijke samenwerking.
(8)  De Gemeenschap heeft een aantal internationale overeenkomsten op het gebied van onderzoek gesloten in de zin van artikel 170 van het Verdrag en er moeten inspanningen worden geleverd om de internationale samenwerking inzake onderzoek te versterken met het oog op het verder integreren van de Gemeenschap in de wereldwijde onderzoeksgemeenschap. Derhalve staat dit specifiek programma open voor de deelname van landen die met het oog hierop overeenkomsten hebben gesloten en dient het ook de samenwerking te versterken met landen die dergelijke overeenkomsten niet hebben gesloten. Tevens staat het, op basis van algemeen welzijn en wederzijds voordeel, open voor deelname op projectniveau van entiteiten uit derde landen en internationale organisaties voor wetenschappelijke samenwerking.
Amendement 8
Overweging 9
(9)  De onderzoeksactiviteiten die worden uitgevoerd uit hoofde van dit programma moeten de fundamentele ethische beginselen respecteren, inclusief die welke zijn neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
(9)  De onderzoeksactiviteiten die worden uitgevoerd uit hoofde van dit programma moeten de fundamentele ethische beginselen respecteren, inclusief die welke zijn neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en moeten de maatschappelijke en humanistische waarde van het onderzoek onderbouwen, met inachtneming van de ethische en culturele verscheidenheid .
Amendement 9
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis) Dit specifieke programma houdt terdege rekening met de belangrijke rol van de universiteiten als waarborg voor het uitvoeren op reëel topniveau van wetenschappelijk en technologisch onderzoek met het oog op de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte, zoals wordt erkend in de mededeling van de Commissie over de rol van de universiteiten in het Europa van de kennis (COM(2003)0058) en als bijdrage aan de ontwikkeling van een kennismaatschappij.
Amendement 10
Overweging 10
(10)  Het kaderprogramma draagt bij tot het bevorderen van duurzame ontwikkeling.
(10)  Het specifieke programma en het gehele kaderprogramma draagt bij tot het bevorderen van duurzame ontwikkeling.
Amendement 11
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis) Het specifieke programma draagt bij aan de verspreiding van wetenschappelijke en technologische kennis met als doel wetenschap en technologie dichter bij de maatschappij te brengen.
Amendement 12
Overweging 11
(11)  Een deugdelijk financieel beheer van het kaderprogramma en de uitvoering ervan op een zo effectief en gebruiksvriendelijk mogelijke wijze, alsmede gemakkelijke toegang voor alle deelnemers, dienen te worden verzekerd met inachtneming van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van het Financieel Reglement en alle toekomstige wijzigingen.
(11)  De Commissie verplicht zich ertoe het deugdelijk financieel beheer van het zevende kaderprogramma, dit specifieke programma en de uitvoering van beide op een zo eenvoudige en effectief mogelijke wijze, alsmede transparante, duidelijke en gemakkelijke toegang voor alle deelnemers te waarborgen, met inachtneming van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van het Financieel Reglement en alle toekomstige wijzigingen.
Amendement 13
Artikel 2
Het specifiek programma ondersteunt de activiteiten betreffende "Samenwerking" d.w.z. de hele waaier van onderzoeksacties die in transnationaal samenwerkingsverband worden uitgevoerd op de volgende thematische gebieden:
Het specifiek programma ondersteunt de activiteiten betreffende "Samenwerking" d.w.z. de hele waaier van onderzoeksacties die in transnationaal samenwerkingsverband worden uitgevoerd op de volgende thematische gebieden:
(a)  Gezondheid;
(a)  Gezondheid;
(b)  Voeding, landbouw en biotechnologie;
(b)  Voeding, visserij en landbouw, en biotechnologie;
(c)  Informatie- en communicatietechnologieën;
Informatie- en communicatietechnologieën;
(d)  Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën;
(d)  Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën;
(e)  Energie;
(e)  Energie;
(f)  Milieu (inclusief klimaatverandering);
(f)  Milieu (inclusief klimaatverandering);
(g)  Vervoer (inclusief luchtvaart);
(g)  Vervoer (inclusief luchtvaart);
(h)  Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen;
(h)  Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen;
(i)  Veiligheid en ruimtevaart .
(i)  Veiligheid.
(i bis) Ruimtevaart.
Amendement 14
Artikel 3 bis, lid 1 (nieuw)
Artikel 3 bis
1.  De Commissie neemt alle noodzakelijke maatregelen om te verifiëren of de gefinancierde acties doelmatig en in overeenstemming met Verordening (EG/Euratom) nr. 1605/2002 worden uitgevoerd.
Amendement 15
Artikel 3 bis, lid 2 (nieuw)
2.  De totale administratieve uitgaven van het specifieke programma, met inbegrip van interne en beheersuitgaven voor het op te richten uitvoerende agentschap, moeten in verhouding staan tot de uit hoofde van het specifieke programma uit te voeren activiteiten en zijn afhankelijk van het besluit van de begrotings- en wetgevingsautoriteiten.
Amendement 16
Artikel 3 bis, lid 3 (nieuw)
3.  De begrotingskredieten worden gebruikt in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer, dat wil zeggen in overeenstemming met de beginselen van spaarzaamheid, doelmatigheid en doeltreffendheid, alsmede het proportionaliteitsbeginsel.
Amendement 17
Artikel 4, lid 1
1.  Alle onderzoeksactiviteiten uit hoofde van het specifiek programma moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de fundamentele ethische beginselen.
1.  Alle onderzoeksactiviteiten uit hoofde van het specifiek programma moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de fundamentele ethische beginselen, rekening houdende met de wetenschappelijke garanties die gezien het kennisgebied en het soort onderzoek geboden zijn .
Amendement 18
Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis
Wanneer de Commissie voornemens is af te wijken van de uitgavenverdeling zoals vastgelegd in de opmerkingen en de bijlage bij de jaarlijkse begroting, zal zij de begrotingsautoriteit daarover vooraf informatie verstrekken.
Amendement 19
Artikel 6, lid 3
3.  Het werkprogramma specificeert de criteria voor de evaluatie van voorstellen voor acties onder contract in het kader van de financieringssystemen, en voor de selectie van projecten. De criteria zijn excellentie, impact en uitvoering, en binnen dit kader kunnen in het werkprogramma bepaalde eisen, wegingen en drempels worden gespecificeerd of aangevuld.
3.  Het werkprogramma specificeert de criteria voor de evaluatie van voorstellen voor acties onder contract in het kader van de financieringssystemen, en voor de selectie van projecten, met erkenning van de verenigbaarheid van de deelneming van onderzoekers en onderzoeksgroepen aan nationale en Europese programma's tegelijk . De criteria zijn excellentie, impact en uitvoering, en binnen dit kader kunnen in het werkprogramma bepaalde eisen, wegingen en drempels worden gespecificeerd of aangevuld.
Amendement 20
Artikel 7, lid 2
2.  De procedure van artikel 8, lid 2, is van toepassing voor de vaststelling van:
2.  De regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 8, lid 3, is van toepassing voor de vaststelling van:
Amendement 21
Artikel 8
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG neergelegde beheersprocedure van toepassing met inachtneming van artikel 7, lid 3, van dat besluit.
2.  De Commissie licht het comité regelmatig in over de algemene voortgang van de uitvoering van het specifiek programma, en verstrekt het informatie over alle op grond van dit programma gefinancierde OTO-acties.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing met inachtneming van artikel 8 van dat besluit .
4.  De in artikel 4, lid 3, en artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
5.  De Commissie licht het comité regelmatig in over het algemene verloop van de uitvoering van het specifiek programma, en verstrekt het informatie over alle op grond van dit programma gefinancierde OTO-acties.
Amendement 22
Bijlage I, Inleiding, alinea 2
De overkoepelende doelstelling is bij te dragen tot duurzame ontwikkeling binnen de context van het bevorderen van onderzoek op het hoogste niveau van excellentie.
Het onderzoek moet in de eerste plaats gericht zijn op uitbreiding van de kennis. De overkoepelende doelstelling is bij te dragen tot uitbreiding van de kennis en ook tot duurzame ontwikkeling binnen de context van het bevorderen van onderzoek op het hoogste niveau van excellentie. Het onderzoek is een fundamenteel middel om de sociale integratie, de participatie en het actieve burgerschap, de economische groei, het concurrentievermogen, de gezondheid en de kwaliteit van het bestaan te bevorderen.
Amendement 23
Bijlage I, Inleiding, alinea 2 bis (nieuw)
De Commissie verbindt zich ertoe, in het geval van partnerschappen tussen universiteiten en industrieën, de resultaten van het fundamenteel en van het toegepast onderzoek te verspreiden indien deze van algemeen belang zijn en gericht zijn op het algemeen welzijn.
Amendement 24
Bijlage I, alinea 3, punt
(9)  Veiligheid en ruimtevaart .
(9)  Veiligheid.
(9 bis) Ruimtevaart .
Amendement 25
Bijlage I, Inleiding, alinea 5
Er wordt terdege rekening gehouden met het beginsel van duurzame ontwikkeling en gendergelijkheid . Bovendien wordt er in het kader van de activiteiten van dit specifiek programma voorzover relevant nagedacht over de ethische, sociale, juridische en bredere culturele aspecten van het te verrichten onderzoek en de potentiële toepassingen ervan, alsmede over de sociaal-economische effecten van wetenschappelijke en technologische ontwikkeling en foresight.
In het gehele zevende kaderprogramma moet het beginsel van wetenschappelijke en technologische excellentie steeds aanwezig zijn . Bovendien wordt er in het kader van de activiteiten van dit specifiek programma voorzover relevant nagedacht over de ethische, sociale, juridische en bredere culturele aspecten van het te verrichten onderzoek en de potentiële toepassingen ervan, alsmede over de sociaal-economische effecten van wetenschappelijke en technologische ontwikkeling en foresight.
Amendement 26
Bijlage I, alinea 5 bis (nieuw)
Er wordt speciaal aandacht besteed aan de vergroting van de cohesie tussen de lidstaten en regio's van de Europese Unie op het gebied van wetenschap en technologie, met speciale nadruk op maatregelen waarmee de technologische kloof tussen de verschillende gebieden kan worden verkleind via gedifferentieerde stimulering van de technologische capaciteit van de ondernemingen op alle niveaus. Hiertoe worden de acties van het kaderprogramma gecoördineerd met de acties van de overige beleidsvormen van de Gemeenschap, met name het regionaal beleid en het beleid inzake concurrentievermogen en innovatie.
Amendement 27
Bijlage I, titel "Multidisciplinair en interthematisch onderzoek, inclusief gezamenlijke uitnodigingen", alinea 1
Er wordt vooral aandacht besteed aan prioritaire wetenschappelijke gebieden die interthematisch zijn zoals mariene wetenschappen en technologieën. Multidisciplinariteit wordt gestimuleerd door gezamenlijke interthematische benaderingen van onderwerpen op het gebied van onderzoek en technologie die relevant zijn voor meer dan één thema. Dergelijke interthematische benaderingen worden onder meer geïmplementeerd via:
Er wordt vooral aandacht besteed aan prioritaire wetenschappelijke en technologische gebieden die interthematisch zijn zoals mariene wetenschappen, toerismegerelateerde technologieën, groene technieken en groene chemie en milieuhygiëne . Multidisciplinariteit, met inbegrip van opdrachtgericht onderzoek, wordt gestimuleerd door gezamenlijke interthematische benaderingen van onderwerpen op het gebied van onderzoek en technologie die relevant zijn voor meer dan één thema. Dergelijke interthematische benaderingen worden onder meer geïmplementeerd via:
–  Gebruik van gezamenlijke uitnodigingen voor bepaalde thema's voorzover een onderzoeksonderwerp duidelijk relevant is voor de activiteiten in het kader van elk van de respectieve thema's;
–  Gebruik van gezamenlijke uitnodigingen voor bepaalde thema's voorzover een onderzoeksonderwerp duidelijk relevant is voor de activiteiten in het kader van elk van de respectieve thema's;
–  Speciale nadruk binnen de activiteit "opkomende behoeften" op interdisciplinair onderzoek;
–  Speciale nadruk binnen de activiteit "opkomende behoeften" op interdisciplinair onderzoek;
–  Inschakelen van externe advisering door een beroep op een brede waaier van disciplines en achtergronden bij het opstellen van het werkprogramma;
–  Inschakelen van advisering door gerenommeerde onderzoekers uit een brede waaier van disciplines en achtergronden bij het opstellen van het werkprogramma;
–  Beleidsrelevant onderzoek door te zorgen voor coherentie met het EU-beleid;
–  Beleidsrelevant onderzoek door te zorgen voor coherentie met het EU-beleid;
Amendement 28
Bijlage I, titel "Multidisciplinair en interthematisch onderzoek, inclusief gezamenlijke uitnodigingen", alinea 2
De coördinatie tussen de thema's in dit specifiek programma en de acties op grond van andere specifieke programma's van het zevende kaderprogramma, zoals de acties betreffende onderzoeksinfrastructuren in het specifiek programma "Capaciteiten", wordt verzorgd door de Europese Commissie.
De coördinatie tussen de thema's in dit specifiek programma en de acties op grond van andere specifieke programma's van het zevende kaderprogramma, zoals de acties betreffende onderzoeksinfrastructuren in het specifiek programma "Capaciteiten", wordt verzorgd door de Europese Commissie. In het werkprogramma worden de activiteiten vastgesteld waarvoor een speciale coördinatieregeling geldt met de activiteiten van andere specifieke programma's, alsook adequate mechanismen met het oog op een doeltreffende coördinatie.
Amendement 29
Bijlage I, titel, "Aanpassing aan zich ontwikkelende behoeften en kansen", alinea 1
Er wordt voor gezorgd dat de thema's industrieel relevant blijven door onder andere te steunen op de werkzaamheden van de verschillende "Europese Technologieplatforms". Dit specifiek programma draagt daardoor bij tot de uitvoering van de strategische onderzoeksagenda's die door de Europese Technologieplatforms worden opgesteld en ontwikkeld voorzover deze echte Europese toegevoegde waarde hebben. De in beschikbare strategische onderzoeksagenda's aangewezen brede onderzoeksbehoeften komen reeds goed tot uitdrukking in de hierboven vastgestelde negen thema's. De meer gedetailleerde integratie van hun technische inhoud zal nadien tot uiting komen bij de formulering van het gedetailleerde werkprogramma voor specifieke uitnodigingen tot het indienen van voorstellen.
Er wordt voor gezorgd dat de thema's industrieel relevant blijven en de industrie eraan deelneemt door onder andere te steunen op de werkzaamheden van de verschillende "Europese Technologieplatforms". Dit specifiek programma draagt daardoor samen met de bijdragen van de industrie bij tot de uitvoering van de strategische onderzoeksagenda's die door de Europese Technologieplatforms worden opgesteld en ontwikkeld voorzover deze echte Europese toegevoegde waarde hebben. De in beschikbare strategische onderzoeksagenda's aangewezen brede onderzoeksbehoeften komen reeds goed tot uitdrukking in de hierboven vastgestelde negen thema's. De meer gedetailleerde integratie van hun technische inhoud zal nadien tot uiting komen bij de formulering van het gedetailleerde werkprogramma voor specifieke uitnodigingen tot het indienen van voorstellen.
Amendement 30
Bijlage I, titel, "Aanpassing aan zich ontwikkelende behoeften en kansen", alinea 2
Er wordt eveneens voor gezorgd dat de thema's relevant blijven voor de formulering, uitvoering en beoordeling van het EU-beleid en de EU-regelgeving. Het betreft hier beleidsgebieden zoals gezondheid, veiligheid, consumentenbescherming, energie, milieu, ontwikkelingshulp, visserij, maritieme aangelegenheden, landbouw, gezondheid en welzijn van dieren, vervoer, onderwijs en opleiding, informatiemaatschappij en media, werkgelegenheid, sociale zaken, cohesie, en justitie en binnenlandse zaken naast prenormatief en conormatief onderzoek dat relevant is voor het verbeteren van de kwaliteit van normen en de uitvoering ervan. In deze context kan een rol zijn weggelegd voor platforms die stakeholders en de onderzoekswereld samenbrengen om na te denken over strategische onderzoeksagenda's welke relevant zijn voor terreinen van sociaal, milieu- of ander beleid.
Er wordt eveneens voor gezorgd dat de thema's relevant blijven voor de formulering, uitvoering en beoordeling van het EU-beleid en de EU-regelgeving. Het betreft hier beleidsgebieden zoals gezondheid, veiligheid, consumentenbescherming, energie, milieu, ontwikkelingshulp, visserij, maritieme aangelegenheden, landbouw, gezondheid en welzijn van dieren, vervoer, onderwijs en opleiding, informatiemaatschappij en media, werkgelegenheid, sociale zaken, cohesie, en justitie en binnenlandse zaken naast prenormatief en conormatief onderzoek dat relevant is voor het verbeteren van interoperabiliteit en concurrentie en de kwaliteit van normen en de uitvoering ervan. In deze context kan een rol zijn weggelegd voor platforms die stakeholders en de onderzoekswereld samenbrengen om na te denken over strategische onderzoeksagenda's welke relevant zijn voor terreinen van sociaal, milieu- of ander beleid.
Amendement 31
Bijlage I, titel, "Aanpassing aan zich ontwikkelende behoeften en kansen", stip 1, inleidende formule
• Opkomende behoeften: via specifieke steun voor onderzoeksvoorstellen die gericht zijn op het vaststellen of verder verkennen, op een gegeven gebied en/of op het raakvlak van verschillende disciplines, van nieuwe wetenschappelijke en technologische kansen, met name in verband met een potentieel voor belangrijke doorbraken. Een en ander wordt gerealiseerd via:
• Opkomende behoeften: via specifieke steun voor onderzoeksvoorstellen die gericht zijn op het vaststellen of verder verkennen, op een gegeven gebied en/of op het raakvlak van verschillende disciplines, van nieuwe wetenschappelijke en technologische kansen, met name in verband met een potentieel voor belangrijke doorbraken of directe toepassingen . Een en ander wordt gerealiseerd via:
Amendement 32
Bijlage I, titel, "Aanpassing aan zich ontwikkelende behoeften en kansen", stip 1, streepje 1
-  Open, "bottom up" onderzoek betreffende onderwerpen die door de onderzoekers zelf worden aangewezen om nieuwe wetenschappelijke en technologische kansen te ontwikkelen ("Adventure" acties) of om nieuwe ontdekkingen of recentelijk waargenomen verschijnselen te beoordelen die op risico's of problemen voor de maatschappij kunnen duiden ("Insight" acties);
-  Open, "bottom up" onderzoek betreffende onderwerpen die door de onderzoekers zelf worden aangewezen om nieuwe wetenschappelijke en technologische kansen te ontwikkelen ("Adventure" acties), in een vroeg stadium ontwikkelingen en trends met belangrijke toepassingskansen ("Foresight" acties) te signaleren of om nieuwe ontdekkingen of recentelijk waargenomen verschijnselen te beoordelen die op risico's of problemen voor de maatschappij kunnen duiden ("Insight" acties);
Amendement 33
Bijlage I, titel "Verspreiding, kennisoverdracht en bredere betrokkenheid", alinea 1, inleidende formule
Teneinde de verspreiding en het gebruik van de output van het EU-onderzoek te versterken, wordt de verbreiding van kennis en de overdracht van resultaten, ook onder de beleidsmakers, ondersteund op alle thematische gebieden, inclusief via de financiering van netwerk/makelarij-initiatieven, seminars en evenementen, bijstand door externe deskundigen en elektronische informatiediensten . Hieraan wordt op elk thematisch gebied uitvoering gegeven door middel van:
Teneinde de verspreiding, het gebruik en de impact van de output van het EU-onderzoek te versterken, wordt de verbreiding en overdracht van kennis en de toepassing van resultaten, ook onder de beleidsmakers, ondersteund op alle thematische gebieden, inclusief via de financiering van netwerk/makelarij-initiatieven, seminars en evenementen, bijstand door externe deskundigen en elektronische informatie - en adviseringsdiensten . Hieraan wordt op elk thematisch gebied uitvoering gegeven door middel van:
Amendement 34
Bijlage I, titel "Verspreiding, kennisoverdracht en bredere betrokkenheid", alinea 1, streepje 2
- aanbieden van gerichte bijstand voor projecten en consortia om hun toegang te verlenen tot de vaardigheden die nodig zijn voor een optimaal gebruik van de resultaten;
- aanbieden van gerichte bijstand voor projecten en consortia om hun toegang te verlenen tot de vaardigheden en middelen, met name financiële middelen, die nodig zijn voor een optimaal gebruik van de resultaten;
Amendement 35
Bijlage I, titel, "Verspreiding, kennisoverdracht en bredere betrokkenheid", alinea 1, streepje 3
-  Specifieke verspreidingsacties waarbij de verspreiding van resultaten van een waaier van projecten, inclusief projecten uit vorige kaderprogramma's en andere onderzoeksprogramma's, proactief wordt benaderd, en wordt gemikt op een potentiële gebruikersgroep van specifieke sectoren of groepen stakeholders;
-  Specifieke verspreidingsacties waarbij de verspreiding van resultaten van een waaier van projecten, inclusief projecten uit vorige kaderprogramma's en andere onderzoeksprogramma's, proactief wordt benaderd, en wordt gemikt op specifieke sectoren of groepen stakeholders, met bijzondere nadruk op potentiële gebruikers en docenten op pre-universitair niveau ;
Amendement 36
Bijlage I, titel, "Verspreiding, kennisoverdracht en bredere betrokkenheid", alinea 1, streepje 5
-  CORDIS-diensten ter bevordering van de verspreiding van de verworven kennis en de benutting van de onderzoeksresultaten;
-  CORDIS-diensten ter bevordering van de gebruikersvriendelijke verspreiding van de verworven kennis en de benutting van de onderzoeksresultaten;
Amendement 37
Bijlage I, titel, "Verspreiding, kennisoverdracht en bredere betrokkenheid", alinea 1,
streepje 6
-  Initiatieven ter bevordering van de dialoog en discussie over wetenschappelijke kwesties en onderzoeksresultaten met een breder publiek buiten de onderzoekswereld.
-  Initiatieven ter bevordering van de dialoog en discussie over wetenschappelijke kwesties en onderzoeksresultaten met een breder publiek buiten de onderzoekswereld, onder meer door de benutting van onderzoek ten behoeve van organisaties uit het maatschappelijk middenveld .
Amendement 38
Bijlage I, titel "Gezamenlijke technologie-initiatieven", alinea 1
In een beperkt aantal gevallen verantwoorden de reikwijdte van de OTO-doelstelling en de omvang van de betrokken middelen het opzetten van publiek/private partnerschappen op lange termijn in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven. Deze initiatieven, die overwegend voortvloeien uit de werkzaamheden van de Europese technologieplatforms en betrekking hebben op één of een klein aantal geselecteerde aspecten van onderzoek op hun gebied, combineren investeringen van de particuliere sector en nationale en Europese openbare financiering, inclusief subsidiefinanciering uit het kaderprogramma voor onderzoek en leningfinanciering van de Europese Investeringsbank. Gezamenlijke technologie-initiatieven worden vastgesteld op basis van afzonderlijke voorstellen (b.v. op basis van artikel 171 van het Verdrag).
In een beperkt aantal gevallen verantwoorden de reikwijdte van de OTO-doelstelling en de omvang van de betrokken middelen het opzetten van publiek/private partnerschappen op lange termijn in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven. Deze initiatieven, die overwegend voortvloeien uit de werkzaamheden van de Europese technologieplatforms en betrekking hebben op één of een klein aantal geselecteerde aspecten van onderzoek op hun gebied, combineren investeringen van de particuliere sector en nationale en Europese openbare financiering, inclusief subsidiefinanciering uit het kaderprogramma voor onderzoek en leningfinanciering van de Europese Investeringsbank. Gezamenlijke technologie-initiatieven worden stuk voor stuk vastgesteld op basis van afzonderlijke voorstellen (b.v. op basis van artikel 171 van het Verdrag).
Amendement 39
Bijlage I, titel "Coördinatie van niet-communautaire onderzoeksprogramma's", alinea 1
De actie op dit gebied maakt gebruik van twee belangrijke instrumenten: het ERA-NET-systeem en de deelname van de Gemeenschap aan gezamenlijk uitgevoerde nationale onderzoeksprogramma's (Verdrag artikel 169). De actie wordt ook gebruikt voor het verhogen van de complementariteit en synergie tussen het kaderprogramma en activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van intergouvernementele structuren zoals EUREKA, EIROforum en COST. Er wordt financiële steun voor de beheers- en coördinatieactiviteiten van COST verstrekt zodat COST kan blijven bijdragen tot de coördinatie en uitwisselingen tussen nationaal gefinancierde onderzoeksteams.
De actie op dit gebied maakt gebruik van twee belangrijke instrumenten: het ERA-NET-systeem en de deelname van de Gemeenschap aan gezamenlijk uitgevoerde nationale onderzoeksprogramma's (Verdrag artikel 169). De actie wordt ook gebruikt voor het verhogen van de complementariteit en synergie tussen het kaderprogramma en activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van intergouvernementele structuren zoals EUREKA, EIROforum en COST. Gezien het belang van de ontwikkeling van KMO's voor het concurrentievermogen van de EU moet overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag in de programma's EUREKA en "EUROSTARS" bijzondere aandacht worden besteed aan de bevordering van de toegankelijkheid van het onderzoek voor high-tech KMO's. Er wordt financiële steun voor de beheers- en coördinatieactiviteiten van COST verstrekt zodat COST kan blijven bijdragen tot de coördinatie en uitwisselingen tussen nationaal gefinancierde onderzoeksteams.
Amendement 40
Bijlage I, titel "Internationale samenwerking", alinea 1, inleidende formule en
streepje -1 (nieuw)
Met de internationale samenwerkingsacties wordt ondersteuning gegeven aan een internationaal wetenschaps- en technologiebeleid dat twee gecorreleerde doelstellingen heeft:
Met de internationale samenwerkingsacties wordt ondersteuning gegeven aan een internationaal wetenschaps- en technologiebeleid dat drie gecorreleerde doelstellingen heeft:
-  De basis leggen voor onderzoekactiviteiten en -capaciteiten van ontwikkelingslanden, en het consolideren en versterken van de bevoegde organen, namelijk universiteiten en openbare en particuliere centra voor de opleiding van onderzoekers;
Amendement 41
Bijlage I, Internationale samenwerking, alinea 1, streepje 1
- ondersteunen en bevorderen van het Europese concurrentievermogen via strategische onderzoekspartnerschappen met derde landen inclusief hooggeïndustrialiseerde en opkomende economieën op het gebied van wetenschap en technologie door de beste wetenschappers uit derde landen in dienst te nemen om te werken in en met Europa.
- ondersteunen en bevorderen van onderzoekprojecten met een universele waarde via strategische onderzoekspartnerschappen met derde landen inclusief hooggeïndustrialiseerde en opkomende economieën op het gebied van wetenschap en technologie, door de mobiliteit van wetenschappers uit derde landen te bevorderen, zodat optimale voorwaarden worden geschapen om te kunnen werken in en met Europa, en door vervolgens hun terugkeer naar hun land van herkomst te vergemakkelijken .
Amendement 42
Bijlage I, Internationale samenwerking, alinea 1, streepje 2
- aanpakken, op basis van wederzijds belang en wederzijds voordeel, van specifieke problemen waarmee derde landen geconfronteerd worden of die een mondiaal karakter hebben.
- aanpakken van specifieke problemen waarmee derde landen geconfronteerd worden of die een mondiaal karakter hebben, door versterking van het concept van mondiale samenwerking en het delen van kennis en informatie .
Amendement 43
Bijlage I, Internationale samenwerking, alinea 2
Bij het internationale wetenschappelijke samenwerkingsbeleid van de EU ligt het accent op samenwerking en wordt samenwerking ontwikkeld om, rekening houdend met de nationale, regionale en sociaal-economische context en de kennisbasis van partnerlanden, kennis te genereren, delen en gebruiken via billijke onderzoekspartnerschappen. De strategische benadering bestaat erin op basis van wederzijds belang en wederzijds voordeel het concurrentievermogen van de EU en de mondiale duurzame ontwikkeling te verhogen via dergelijke partnerschappen tussen de EU en derde landen op bilateraal, regionaal en mondiaal niveau. Daartoe moet de rol van de EU als mondiale speler eveneens worden bevorderd via multilaterale internationale onderzoeksprogramma's. De ondersteunde internationale samenwerkingsacties houden verband met mainstream beleidskwesties om de nakoming van de internationale verbintenissen van de EU te helpen ondersteunen en bij te dragen tot het delen van de Europese waarden, concurrentiepositie, sociaal-economische vooruitgang, milieubescherming en welvaart in het kader van de mondiale duurzame ontwikkeling.
Bij het internationale wetenschappelijke samenwerkingsbeleid van de EU ligt het accent op samenwerking en wordt samenwerking ontwikkeld om, rekening houdend met de internationale, nationale, regionale en sociaal-economische context en de kennisbasis en de Europese prioriteiten van partnerlanden, kennis te genereren, delen en gebruiken via billijke onderzoekspartnerschappen. De strategische benadering bestaat erin op basis van het algemeen en collectief belang het concurrentievermogen van de EU en de mondiale duurzame ontwikkeling te verhogen via dergelijke partnerschappen tussen de EU en derde landen op bilateraal, regionaal en mondiaal niveau. Daartoe moet de rol van de EU als mondiale speler eveneens worden bevorderd via multilaterale internationale onderzoeksprogramma's. De ondersteunde internationale samenwerkingsacties houden verband met mainstream beleidskwesties om de nakoming van de internationale verbintenissen van de EU te helpen ondersteunen en bij te dragen tot het delen van de resultaten met het oog op verbetering van de concurrentiepositie, sociaal-economische vooruitgang, milieubescherming en welvaart in het kader van de mondiale duurzame ontwikkeling.
Amendement 44
Bijlage I, titel "Internationale samenwerking", alinea 3, stip 2
Specifieke samenwerkingsacties op elk thematisch gebied met bepaalde derde landen bij wederzijdse belangstelling om samen te werken rond bepaalde onderwerpen. De aanwijzing van specifieke behoeften en prioriteiten hangt nauw samen met relevante bilaterale samenwerkingsovereenkomsten en met lopende multilaterale en biregionale dialogen tussen de EU en deze landen of groepen van landen. De prioriteiten worden aangewezen op basis van de specifieke behoeften, het potentieel en het niveau van economische ontwikkeling in de regio of het land. Hiertoe worden een internationale samenwerkingsstrategie en een uitvoeringsplan ontwikkeld met specifieke gerichte acties binnen of over de thema's heen, b.v. op het gebied van gezondheid, landbouw, sanitaire voorzieningen, water, voedselveiligheid, sociale cohesie, energie, milieu, visserij, aquicultuur en natuurlijke hulpbronnen, duurzaam economisch beleid en informatie- en communicatietechnologieën. Deze acties fungeren als geprivilegieerde instrumenten om uitvoering te geven aan de samenwerking tussen de EU en die landen. Het gaat met name om acties die gericht zijn op het versterken van de onderzoekscapaciteiten en samenwerkingscapaciteiten van kandidaat-lidstaten, nabuurlanden en ontwikkelings- en opkomende landen. De acties zijn het voorwerp van gerichte uitnodigingen en er wordt speciale aandacht besteed aan het vergemakkelijken van de toegang van relevante derde landen, met name ontwikkelingslanden, tot de acties.
Specifieke samenwerkingsacties op elk thematisch gebied met bepaalde derde landen bij wederzijdse belangstelling om samen te werken rond bepaalde onderwerpen. De aanwijzing van specifieke behoeften en prioriteiten hangt nauw samen met relevante bilaterale samenwerkingsovereenkomsten en met lopende multilaterale en biregionale dialogen tussen de EU en deze landen of groepen van landen. De prioriteiten worden aangewezen op basis van wederzijds belang en wederzijds voordeel en van de specifieke behoeften, het potentieel en het niveau van economische ontwikkeling in de regio of het land. Hiertoe worden een internationale samenwerkingsstrategie en een uitvoeringsplan ontwikkeld met specifieke gerichte acties binnen of over de thema's heen, b.v. op het gebied van gezondheid, in het bijzonder met betrekking tot verwaarloosde ziekten, landbouw, sanitaire voorzieningen, water, voedselveiligheid, sociale cohesie, energie, milieu, visserij, aquicultuur en natuurlijke hulpbronnen, duurzaam economisch beleid en informatie- en communicatietechnologieën. Deze acties fungeren als geprivilegieerde instrumenten om uitvoering te geven aan de samenwerking tussen de EU en die landen. Behalve acties die het wederzijds belang dienen gaat het daarbij ook om acties die gericht zijn op het versterken van de onderzoekscapaciteiten en samenwerkingscapaciteiten van kandidaat-lidstaten, nabuurlanden en ontwikkelings- en opkomende landen. De acties zijn het voorwerp van gerichte uitnodigingen en er wordt speciale aandacht besteed aan het vergemakkelijken van de toegang van relevante derde landen, met name ontwikkelingslanden, tot de acties.
Amendement 45
Bijlage I, Thema's, Punt 1 "Gezondheid", "Benadering", alinea 1 bis (nieuw)
Daartoe wordt gestreefd naar optimale complementariteit en synergie met andere programma's en communautaire acties en eveneens met nationale en regionale onderzoeksprogramma's in de verschillende lidstaten.
Amendement 46
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Benadering", alinea 3
Waar nodig zal bij het onderzoek rekening worden gehouden met genderaspecten en zullen deze in de projecten worden geïntegreerd. Er zal speciale aandacht worden besteed aan de communicatie van onderzoeksresultaten en het voeren van een dialoog met het maatschappelijk middenveld, met name met patiëntenverenigingen, in een zo vroeg mogelijk stadium van nieuwe ontwikkelingen die uit biomedisch en genetisch onderzoek voortvloeien. Er zal ook voor worden gezorgd dat de resultaten in brede kring worden verspreid en gebruikt.
Waar nodig zal rekening worden gehouden met genderaspecten en zullen deze in de projecten worden geïntegreerd. Risicofactoren, biologische mechanismen, oorzaken, klinische verschijnselen, gevolgen en behandeling zijn bij ziekten vaak verschillend voor vrouwen en mannen. Bovendien zijn er ziekten die alleen - dan wel vaker - voorkomen bij vrouwen of bij mannen (zoals fibromyalgie en chronische vermoeidheid, die veel vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen). Daarom moeten alle binnen dit thema gefinancierde activiteiten in hun onderzoeksprotocollen, methodieken en analyses van resultaten rekening houden met de mogelijkheid dat er sprake is van dergelijke verschillen. Er zal speciale aandacht worden besteed aan de communicatie van onderzoeksresultaten en het voeren van een dialoog met het maatschappelijk middenveld, met name met patiëntenverenigingen, in een zo vroeg mogelijk stadium van nieuwe ontwikkelingen die uit biomedisch en genetisch onderzoek voortvloeien. Er zal ook voor worden gezorgd dat de resultaten in brede kring worden verspreid en gebruikt.
Amendement 47
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", puntje 1 "Biotechnologie, universele instrumenten en technologieën voor de gezondheid van de mens", streepje 1
- "high throughput" onderzoek: ontwikkeling van nieuwe onderzoeksinstrumenten voor de moderne biologie die het genereren van gegevens aanzienlijk zullen bevorderen en de standaardisering, verwerving en analyse van gegevens en specimens (biobanken) zullen verbeteren. De nadruk zal liggen op nieuwe technologieën voor: sequentiebepaling, genexpressie, genotypering en fenotypering; structurele genomica; bioinformatica en systeembiologie; andere "omica".
- "high throughput" onderzoek: ontwikkeling van nieuwe onderzoeksinstrumenten voor de moderne biologie die het genereren van gegevens aanzienlijk zullen bevorderen en de standaardisering, verwerving en experimentele en bio-informatica-analyse van gegevens en specimens (biobanken) zullen verbeteren. De nadruk zal liggen op nieuwe technologieën voor: sequentiebepaling, waarbij gebruik wordt gemaakt van snelle, economische en in ruime mate beschikbare methoden , genexpressie, genotypering en fenotypering; structurele genomica; bioinformatica en systeembiologie, met inbegrip van het gebruik van supercomputers voor de ontwikkeling van structurele modellen ; andere "omica".
Amendement 172
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", puntje 1 "Biotechnologie, universele instrumenten en technologieën voor de gezondheid van de mens", streepje 2
Detectie, diagnose en monitoring: ontwikkeling van visualisering, beeldtechnieken, detectie en analyse-instrumenten en -technologieën voor biomedisch onderzoek, voor voorspelling, diagnose, monitoring en prognose van de ziekten, en voor de ondersteuning van en richtsnoeren voor therapeutische ingrepen. De nadruk zal liggen op een multidisciplinaire benadering waarbij sprake is van integratie van gebieden als moleculaire en celbiologie, fysiologie, genetica, fysica, chemie, nanotechnologie, microsystemen, apparatuur en informatietechnologie. Hierbij zal met name worden gewerkt aan niet-invasieve of minimaal invasieve en kwantitatieve methoden en aspecten van kwaliteitsborging.
Detectie, diagnose en monitoring: ontwikkeling van visualisering, beeldtechnieken, detectie en analyse-instrumenten en -technologieën voor biomedisch onderzoek, voor voorspelling, diagnose, monitoring en prognose van de ziekten, en voor de ondersteuning van en richtsnoeren voor therapeutische ingrepen. De nadruk zal liggen op een multidisciplinaire benadering, waarbij prioriteit wordt gegeven aan diagnosehulpmiddelen die rechtstreeks gekoppeld zijn aan therapieën, en sprake is van integratie van gebieden als moleculaire en celbiologie, fysiologie, genetica, fysica, chemie, nanotechnologie, microsystemen, apparatuur en informatietechnologie. Hierbij zal met name worden gewerkt aan niet-invasieve of minimaal invasieve en kwantitatieve methoden en aspecten van kwaliteitsborging.
Amendement 48
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 1 "Biotechnologie, universele instrumenten en technologieën voor de gezondheid van de mens", streepje 4
-  Prognose van de geschiktheid, veiligheid en werkzaamheid van therapieën: ontwikkeling en validering van de parameters, gereedschappen, methoden en standaards die nodig zijn om de patiënt veilige en werkzame nieuwe biomedische therapieën te kunnen bieden (voor conventionele therapieën komen deze onderwerpen aan de orde via het voorgestelde Gezamenlijk Technologie-initiatief voor innovatieve geneesmiddelen). De nadruk zal liggen op benaderingen als de farmacogenomica en in silico, in vitro (inclusief alternatieven voor dierproeven) en in vivo methoden en modellen.
-  Prognose van de geschiktheid, veiligheid en werkzaamheid van therapieën: ontwikkeling en validering van de parameters, gereedschappen, methoden en standaards die nodig zijn om de patiënt veilige en werkzame nieuwe biomedische therapieën te kunnen bieden (voor conventionele therapieën komen deze onderwerpen aan de orde via het voorgestelde Gezamenlijk Technologie-initiatief voor innovatieve geneesmiddelen). De nadruk zal liggen op benaderingen als de farmacogenomica en in silico, in vitro (inclusief alternatieven voor dierproeven), in vivo methoden en modellen en immuno-monitoring .
Amendement 49
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", puntje 1
Grootschalige gegevensverzameling: gebruik van "high-throughput"-technologieën voor het genereren van gegevens om de functie van genen en genproducten en hun interacties in complexe netwerken op te helderen. De nadruk zal liggen op: genomica; proteomica; populatiegenetica; vergelijkende en functionele genomica.
Grootschalige gegevensverzameling: gebruik van "high-throughput"-technologieën voor het genereren van gegevens om de functie van genen en genproducten en celsystemen en hun interacties in complexe netwerken, alsook hun rol in belangrijke biologische processen (d.w.z. synaptische en cellulaire reorganisatie) en mutatieprocessen op te helderen. De nadruk zal liggen op: genomica, inclusief RNA ; proteomica; populatiegenetica; vergelijkende en functionele genomica.
Amendement 50
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", puntje 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 2, stip 1
Hersenen en aan de hersenen gerelateerde ziekten: verbetering van het inzicht in de geïntegreerde structuur en dynamiek van de hersenen, bestudering van hersenziekten en zoeken naar nieuwe therapieën. De nadruk zal liggen op de bestudering van hersenfuncties, van moleculen tot cognitie, en op een aanpak voor neurologische en psychiatrische ziekten en aandoeningen, met inbegrip van regeneratieve en restoratieve therapeutische benaderingen.
Hersenen en aan de hersenen gerelateerde ziekten: verbetering van het inzicht in de geïntegreerde structuur en dynamiek van de hersenen, bestudering van hersenziekten, met inbegrip van gendergerelateerde aspecten en relevante ouderdomsziekten (bijvoorbeeld dementie, ziekten van Alzheimer en Parkinson) en zoeken naar nieuwe therapieën. De nadruk zal liggen op de bestudering van hersenfuncties, van moleculen tot cognitie en dysfunctie van de hersenen, van synaptische activiteit tot neurodegeneratie, alsook het verwerven van algemene kennis over de hersenen. Er wordt onderzoek verricht naar een aanpak voor neurologische en psychiatrische ziekten en aandoeningen, met inbegrip van regeneratieve en restoratieve therapeutische benaderingen en technologieën .
Amendement 51
Bijlage, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", puntje 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 2, stip 2
Ontwikkeling van de mens en veroudering: een beter inzicht krijgen in het proces van levenslange ontwikkeling en gezonde veroudering. De nadruk zal liggen op de bestudering van humane en modelsystemen, waarbij ook wordt gekeken naar interacties met factoren zoals milieu, gedrag en geslacht.
Ontwikkeling van de mens en veroudering: een beter inzicht krijgen in het proces van levenslange ontwikkeling en gezonde veroudering. De nadruk zal liggen op de bestudering van humane en model- en celsystemen , waarbij ook wordt gekeken naar interacties met factoren zoals milieu, gedrag, cultuur en geslacht, ten einde de problemen in het dagelijkse leven van ouderen te helpen verlichten, en van synaptische activiteit tot neurodegeneratie, o.a. met gebruikmaking van klinische of preklinische functionele of moleculaire beeldvormingstechnieken .
Amendement 52
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", puntje 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 4, streepjes 1 en 1 bis (nieuw)
• Kanker: de nadruk zal liggen op de etiologie van de ziekte; identificatie en validering van aangrijpingspunten voor geneesmiddelen en biologische markers die helpen bij preventie, vroegtijdige diagnose en behandeling; en beoordeling van de werkzaamheid van prognose-, diagnose- en therapeutische maatregelen.
Kanker: de nadruk zal liggen op de etiologie van de ziekte, op epidemiologisch onderzoek ; nieuwe geneesmiddelen/therapieën voor behandeling en risicofactoren ; identificatie en validering van milieudeterminanten, aangrijpingspunten voor geneesmiddelen en biologische markers die helpen bij preventie, vroegtijdige diagnose en behandeling; en beoordeling van de werkzaamheid van prognose-, diagnose- en therapeutische maatregelen.
Leeftijdsgerelateerde stoornissen
Amendement 53
Bijlage, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 4, stip 3
Diabetes en obesitas: voor eerstgenoemde ziekte zal de nadruk liggen op de etiologie van de verschillende typen diabetes en de preventie en behandeling daarvan. Voor obesitas zal de nadruk liggen op multidisciplinaire benaderingen zoals genetica, leefwijze en epidemiologie.
Diabetes en obesitas: voor eerstgenoemde ziekte zal de nadruk liggen op de etiologie van de verschillende typen diabetes en de preventie en behandeling daarvan, met inbegrip van celvervangingstherapie . Voor obesitas zal de nadruk liggen op multidisciplinaire benaderingen zoals genetica, biochemie en fysiologie (beoordeeld met gebruikmaking van niet-invasieve benaderingen zoals moleculaire en functionele beeldvorming) , leefwijze en epidemiologie. Zowel wat diabetes als obesitas betreft zal de nadruk liggen op ziekten bij jongeren en op factoren die in de kinderjaren een rol spelen.
Amendement 54
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", puntje 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 4, stip 3 bis (nieuw)
Reumatische aandoeningen: de nadruk zal liggen op de etiologie, vroegtijdige diagnostiek en biomarkers voor reumatische aandoeningen en de behandeling daarvan, met bijzondere nadruk op ontstekingsreuma.
Amendement 55
Bijlage, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 4, stip 5
Andere chronische ziekten: de nadruk zal liggen op niet-letale ziekten met grote gevolgen voor de kwaliteit van het bestaan op hoge leeftijd zoals functionele en sensorische stoornissen en andere chronische ziekten (bijvoorbeeld reuma-achtige ziekten).
Andere chronische ziekten: de nadruk zal liggen op niet-letale ziekten met grote gevolgen voor de kwaliteit van het bestaan op hoge leeftijd zoals functionele en sensorische stoornissen en andere chronische ziekten, met name ontstekingsziekten (bijvoorbeeld reuma-achtige ziekten zoals reumatoïde artritis, osteoporose, dementie en neurodegeneratieve ziekten ).
Amendement 56
Bijlage, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 4, stip 5 bis (nieuw)
Andere ziekten: de nadruk zal liggen op aandoeningen van de luchtwegen, verwaarloosde ziekten en bevolkingsonderzoek naar opkomende risicofactoren.
Amendement 57
Bijlage, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 2 "Translationeel onderzoek voor de gezondheid van de mens", streepje 4, stip 5 ter (nieuw)
Onderzoek naar weefselregeneratie: de nadruk zal liggen op onderzoek naar weefselregeneratie, zoals de regeneratie van huid- en hartweefsel, om inzicht te krijgen in de mechanismen die aan regeneratieve processen ten grondslag liggen en om innovatieve benaderingen voor gen- en celtherapieën te identificeren.
Amendement 58
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 3 "Optimalisering van de verstrekking van gezondheidszorg aan de burgers van Europa", streepje 1
-  Een betere gezondheidsbevordering en ziektepreventie : gegevens leveren voor optimale maatregelen voor de volksgezondheid qua leefstijlen en ingrepen op uiteenlopende niveaus en in verschillende contexten. De nadruk zal liggen op determinanten van gezondheid in ruimere zin en de manier waarop deze op zowel individueel als gemeenschapsniveau interageren (zoals voeding, stress, tabak en andere stoffen, lichaamsbeweging, culturele context en sociaal-economische en milieufactoren). Er zal met name worden gekeken naar de geestelijke gezondheid in een levensloopperspectief.
-  Een betere gezondheidsbevordering en ziektepreventie : gegevens leveren voor optimale maatregelen voor de volksgezondheid qua leefstijlen en ingrepen op uiteenlopende niveaus en in verschillende contexten. De nadruk zal liggen op determinanten van gezondheid in ruimere zin en de manier waarop deze op zowel individueel als gemeenschapsniveau interageren (zoals voeding, stress, tabak en andere stoffen, lichaamsbeweging, levenskwaliteit, culturele context en sociaal-economische, voedings- en milieufactoren). Er zal met name worden gekeken naar de geestelijke gezondheid in een levensloopperspectief.
Amendement 59
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 3 "Optimalisering van de verstrekking van gezondheidszorg aan de burgers van Europa", streepje 2
-  Klinisch onderzoek omzetten in klinische praktijk, met inbegrip van een beter gebruik van geneesmiddelen en een adequaat gebruik van gedrags- en organisatorische maatregelen en gezondheidstherapieën en -technologieën. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de veiligheid van de patiënt: identificatie van beste klinische praktijk; inzicht in besluitvorming in een klinische context bij de eerstelijns- en specialistische zorg; en bevordering van toepassingen van evidence-based geneeskunde en patiënt-empowerment. De nadruk zal liggen op de benchmarking van strategieën; bestudering van de resultaten van verschillende ingrepen waaronder geneesmiddelen, rekening houdend met de gegevens van geneesmiddelenbewaking, specifieke kenmerken van de patiënt (bijvoorbeeld genetische gevoeligheid, leeftijd, geslacht en therapietrouw) en kosten/baten.
-  De resultaten van het klinisch onderzoek omzetten in klinische praktijk, met inbegrip van een beter gebruik van geneesmiddelen (bijvoorbeeld ter voorkoming van resistentie tegen antibiotica) en een adequaat gebruik van gedrags-, volksgezondheids- en organisatorische maatregelen en gezondheidstherapieën en -technologieën. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de veiligheid van de patiënt, met inbegrip van de bijwerkingen van geneesmiddelen : identificatie van beste klinische praktijk; inzicht in besluitvorming in een klinische context bij de eerstelijns- en specialistische zorg; en bevordering van toepassingen van evidence-based geneeskunde en patiënt-empowerment die erop gericht zijn de persoonlijke en sociale autonomie van de patiënt te vergroten . De nadruk zal liggen op de benchmarking van strategieën; bestudering van de resultaten van verschillende ingrepen waaronder geneesmiddelen en nieuwe gezondheidstechnologieën , rekening houdend met de gegevens van geneesmiddelenbewaking, specifieke kenmerken van de patiënt (bijvoorbeeld genetische gevoeligheid, leeftijd, geslacht en therapietrouw) en kosten/baten in termen van gezondheid en levenskwaliteit en van goede praktijken .
Amendement 60
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 3, "Optimalisering van de verstrekking van gezondheidszorg aan de burgers van Europa", streepje 3
-  Kwaliteit, solidariteit en duurzaamheid van gezondheidszorgstelsels: een basis leggen voor landen om hun gezondheidszorgstelsel in het licht van de ervaring van anderen aan te passen, rekening houdend met het belang van de nationale context en de kenmerken van de bevolking (vergrijzing, mobiliteit, migratie, educatie, sociaal-economische status en de veranderende werkomgeving enz.). De nadruk zal liggen op organisatorische, financiële en regelgevingsaspecten van gezondheidszorgstelsels, de implementatie ervan en hun resultaten qua effectiviteit, efficiëntie en gelijke behandeling. Er zal speciale aandacht worden besteed aan investerings- en personeelsaspecten.
-  Kwaliteit, solidariteit en duurzaamheid van gezondheidszorgstelsels: een basis leggen voor landen om hun gezondheidszorgstelsel in het licht van de ervaring van anderen aan te passen, rekening houdend met het belang van de nationale context en de kenmerken van de bevolking (vergrijzing, mobiliteit, migratie, educatie, sociaal-economische status en de veranderende werkomgeving enz.). De nadruk zal liggen op organisatorische, financiële en regelgevingsaspecten van gezondheidszorgstelsels, de implementatie ervan en hun resultaten qua effectiviteit, efficiëntie en gelijke behandeling. Er zal speciale aandacht worden besteed aan investerings- en personeelsaspecten en toegang tot gezondheidszorg voor benadeelde bevolkingsgroepen, inclusief personen met een handicap.
Amendement 61
Bijlage I, Thema's, punt 1 "Gezondheid", "Activiteiten", punt 3 "Optimalisering van de verstrekking van gezondheidszorg aan de burgers van Europa", streepje 3 bis (nieuw)
.
-  Passend gebruik van nieuwe technologieën en therapieën. Veiligheid op lange termijn en toezicht op het grootschalige gebruik van nieuwe medische technologieën (ook apparatuur) en geavanceerde therapieën die met name een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid verzekeren.
Amendement 62
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Benadering", alinea 2
De agrovoedingsmiddelenindustrie, die voor 90% uit KMO's bestaat, zal met name profiteren van veel onderzoeksactiviteiten, met inbegrip van gerichte acties voor de verspreiding en overdracht van technologie, vooral waar het gaat om de integratie en incorporatie van geavanceerde milieuefficiënte technologieën, methodologieën en processen en de ontwikkeling van normen. Van hightech starters uit de bio-, nano- en ICT-sector worden belangrijke bijdragen verwacht op het gebied van de plantenveredeling, verbeterde gewassen en gewasbescherming, geavanceerde detectie- en monitoringtechnologieën voor de waarborging van de voedselveiligheid en -kwaliteit, en nieuwe industriële bioprocessen.
De meestal kleinschalige agrovoedingsmiddelenindustrie, die voor 90% uit KMO's bestaat, zal met name profiteren van veel onderzoeksactiviteiten, met inbegrip van gerichte acties voor de verspreiding en overdracht van technologie, vooral waar het gaat om de integratie en incorporatie van geavanceerde milieuefficiënte technologieën, methodologieën en processen en de ontwikkeling van normen. Van hightech starters uit de bio-, nano- en ICT-sector worden belangrijke bijdragen verwacht op het gebied van de plantenveredeling, verbeterde gewassen en gewasbescherming, geavanceerde detectie- en monitoringtechnologieën voor de waarborging van de voedselveiligheid en -kwaliteit, en nieuwe industriële bioprocessen.
Amendement 63
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Activiteiten", punt 1, (Duurzame productie en duurzaam beheer ...), streepje 1 bis (nieuw)
-  Onderzoek naar biodiversiteit en haar moleculaire karakterisering beoogt de bescherming van de biodiversiteit en niet alleen het identificeren van nieuwe manieren om deze te exploiteren. Milieubescherming en -behoud is een sleutelfactor van het duurzaam beheer van biologische rijkdommen. De hier gebruikte formulering dient beter aan te sluiten bij het thema "milieu".
Amendement 64
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Activiteiten", punt 1 ("Duurzame productie en duurzaam beheer van biologische rijkdommen van grond, bossen en het aquatisch milieu"), streepje 2
-  Meer duurzaamheid en concurrentievermogen met minder milieueffecten in de landbouw, bosbouw, visserij en aquicultuur via de ontwikkeling van nieuwe technologieën, apparatuur, monitoringsystemen, innovatieve planten en productiesystemen, de verbetering van de wetenschappelijke en technische grondslag van het visserijbeheer en een beter inzicht in de interactie tussen verschillende systemen (landbouw en bosbouw; visserij en aquicultuur), gezien over een volledig ecosysteem. Voor terrestrische biologische rijkdommen zal er speciale aandacht worden besteed aan productiesystemen met een lage input en biologische productiesystemen, een verbeterd beheer van rijkdommen en innovatieve diervoeders, en nieuwe planten (gewassen en bomen) met een verbeterde samenstelling, stressbestendigheid, efficiëntie van nutriëntgebruik en architectuur. Dit zal worden ondersteund met onderzoek naar bioveiligheid, coëxistentie en traceerbaarheid van nieuwe plantensystemen en -producten. De gezondheid van planten zal worden verbeterd via een beter inzicht in ecologie, biologie van plaagorganismen, ziekten en andere bedreigingen en ondersteuning voor de bestrijding van uitbraken van ziekten en verbetering van duurzame instrumenten en technieken voor plaagbeheer. Voor biologische rijkdommen uit het aquatisch milieu zal de nadruk liggen op essentiële biologische functies, veilige en milieuvriendelijke productiesystemen en voeders voor gekweekte soorten, op visserijbiologie, de dynamiek van gemengde visserij, interacties tussen visserijactiviteiten en het mariene ecosysteem en op vloot-gebaseerde, regionale en meerjarige beheerssystemen.
-  Meer duurzaamheid en concurrentievermogen, met garanties voor de gezondheid van de consument en met minder milieueffecten in de landbouw, bosbouw, visserij en aquicultuur via de ontwikkeling van nieuwe technologieën, apparatuur, monitoringsystemen, innovatieve planten en productiesystemen, de verbetering van de wetenschappelijke, en technische grondslag van het visserij- en gewasbeheer door selectieve plantenveredeling, bevordering van de gezondheid van planten en geoptimaliseerde productiesystemen, en een beter inzicht in de interactie tussen verschillende systemen (landbouw en bosbouw; visserij en aquicultuur), gezien over een volledig ecosysteem. De instandhouding van autochtone ecosystemen, de ontwikkeling van biologische bestrijdingsmiddelen en de microbiologische dimensie van de biodiversiteit en metagenomica zullen worden bevorderd. Voor terrestrische biologische rijkdommen zal er speciale aandacht worden besteed aan productiesystemen met een lage input en biologische productiesystemen, de controle op en beoordeling van het effect van genetisch gemodificeerde organismen op het milieu en de menselijke gezondheid, en duurzame, concurrerende en veelvormige land- en bosbouw. Ook verbetering van het beheer van rijkdommen en innovatieve diervoeders, en nieuwe planten (gewassen en bomen) met een verbeterde samenstelling, stressbestendigheid, efficiëntie van nutriëntgebruik en architectuur zullen worden bevorderd . Dit zal worden ondersteund met onderzoek naar bioveiligheid, coëxistentie en traceerbaarheid van nieuwe plantensystemen en producten. De gezondheid van planten en gewasbescherming zal worden verbeterd via een beter inzicht in ecologie, biologie van plaagorganismen en onkruid , ziekten en andere bedreigingen en ondersteuning voor de bestrijding van uitbraken van ziekten en verbetering van duurzame instrumenten en technieken voor plaagbeheer en onkruidbestrijding . Er zullen betere methoden worden ontwikkeld om de vruchtbaarheid van de bodem te controleren, in stand te houden en te vergroten. Voor biologische rijkdommen uit het aquatisch milieu zal de nadruk liggen op essentiële biologische functies, veilige en milieuvriendelijke productiesystemen en voeders voor gekweekte soorten, op visserijbiologie, de dynamiek van gemengde visserij, interacties tussen visserijactiviteiten en het mariene ecosysteem en op vloot-gebaseerde, regionale en meerjarige beheersystemen.
Amendement 65
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Activiteiten", punt 1 ("Duurzame productie en duurzaam beheer van biologische rijkdommen van grond, bossen en het aquatisch milieu"), streepje 3
-  Optimalisering van dierlijke productie en dierenwelzijn in de hele landbouw, visserij en aquicultuur, onder andere door de benutting van genetische kennis, nieuwe teeltmethoden, een beter inzicht in dierfysiologie en -gedrag en een beter inzicht in en controle op besmettelijke dierziekten, met inbegrip van zoönosen. Dit laatste komt ook aan de orde via de ontwikkeling van instrumenten voor monitoring, preventie en bestrijding, door onderbouwend en toegepast onderzoek naar vaccins en diagnostica, bestudering van de ecologie van bekende of nieuwe ziekteverwekkers en andere bedreigingen, inclusief kwaadwillige handelingen, en de effecten van verschillen in landbouwsystemen en klimaat. Er zal ook nieuwe kennis worden ontwikkeld voor de veilige verwijdering van dierlijk afval en een beter beheer van nevenproducten.
-  Optimalisering van dierlijke productie, dierenwelzijn en -gezondheid in de hele landbouw, visserij en aquicultuur, onder andere door de benutting van genetische kennis, nieuwe teeltmethoden, een beter inzicht in dierfysiologie en -gedrag en een beter inzicht in en controle op besmettelijke dierziekten, met inbegrip van zoönosen en de pathogene mechanismen daarvan, alsmede diervoedergerelateerde ziekten . Dit laatste komt ook aan de orde via de ontwikkeling van instrumenten voor monitoring, preventie en bestrijding, door onderbouwend en toegepast onderzoek naar vaccins en diagnostica, bestudering van de ecologie van bekende of nieuwe ziekteverwekkers en andere bedreigingen, inclusief kwaadwillige handelingen, en de effecten van verschillen in landbouwsystemen en klimaat. In dit verband dient onderzoek te worden gedaan naar de aanpassing van de landbouw aan de verschuiving van de klimaatzones. Er zal ook nieuwe kennis worden ontwikkeld voor de veilige verwijdering van dierlijk afval en een beter beheer van nevenproducten. Er wordt rekening gehouden met andere bedreigingen voor de duurzaamheid en veiligheid van de productie van levensmiddelen, zoals de mogelijke gevolgen van klimaatverandering voor productieprocessen.
Amendement 66
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Activiteiten", punt 1 ("Duurzame productie en duurzaam beheer van biologische rijkdommen van grond, bossen en het aquatisch milieu"), streepje 4
–  Levering van de instrumenten die beleidsmakers en andere betrokkenen nodig hebben voor de ondersteuning van de uitvoering van relevante strategieën, beleidsinstrumenten en wetgeving en met name voor de ondersteuning van de opbouw van de Europese kennisgebaseerde bio-economie en de behoeften van kust- en plattelandsontwikkeling. Het gemeenschappelijk visserijbeleid zal worden ondersteund door de ontwikkeling van adaptieve benaderingen ter ondersteuning van een ecosysteem-omvattende aanpak voor het oogsten van mariene rijkdommen. Het onderzoek voor alle beleidsterreinen zal omvatten: sociaal-economische studies, vergelijkend onderzoek van verschillende landbouwsystemen, kosteneffectieve systemen voor visserijbeheer, het fokken van dieren die niet voor de voeding bestemd zijn, interacties met de bosbouw en studies ter verbetering van de kwaliteit van het bestaan op het platteland en aan de kust.
–  Levering van de instrumenten die beleidsmakers en andere betrokkenen nodig hebben voor de ondersteuning van de uitvoering van relevante strategieën, beleidsinstrumenten en wetgeving en met name voor de ondersteuning van de opbouw van de Europese kennisgebaseerde bio-economie en de behoeften van kust- en plattelandsontwikkeling, alsook voor de ontwikkeling van vernieuwende mechanismen voor de bosbouw, van methoden tot voorkoming en bestrijding van bosbranden en maatregelen tegen door de landbouw veroorzaakte erosie en droogte . Het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het communautair beleid voor de gezondheid van dieren, de bosbouwstrategie van de EU en het gemeenschappelijk visserijbeleid zullen worden ondersteund. Het gemeenschappelijk visserijbeleid zal worden ondersteund door de ontwikkeling van adaptieve benaderingen ter ondersteuning van een ecosysteem-omvattende aanpak voor het oogsten van mariene rijkdommen. Het onderzoek voor alle beleidsterreinen zal omvatten: sociaal-economische studies, onderzoek van de plattelandsmaatschappij, vergelijkend onderzoek van verschillende landbouwsystemen, kosteneffectieve systemen voor visserijbeheer, het fokken van dieren die niet voor de voeding bestemd zijn, interacties met de bosbouw en studies ter verbetering van de kwaliteit van het bestaan op het platteland en aan de kust.
Amendement 68
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Activiteiten", punt 2, "Fork to farm: voeding, gezondheid en welzijn", streepje 2
-  Inzicht in voedingsfactoren en -gewoonten als belangrijke beheersbare factor bij de ontwikkeling en terugdringing van voeding-gerelateerde ziekten en aandoeningen. Dit omvat de ontwikkeling en toepassing van nutrigenomica en systeembiologie en bestudering van de interacties tussen voeding en fysiologische en psychologische functies. Dit zou kunnen leiden tot een nieuwe formulering voor bewerkte voedingsmiddelen en de ontwikkeling van nieuwe voedingsmiddelen, dieetvoeding en voeding met claims inzake voedingswaarde en gezondheid. Ook de bestudering van traditionele, lokale en seizoensgebonden voeding en voedingsmiddelen zal belangrijk zijn om de effecten van bepaalde voedingsmiddelen en voedingspakketten op de gezondheid te benadrukken en geïntegreerde voedingsadviezen te ontwikkelen.
-  Inzicht in voedingsfactoren en -gewoonten als belangrijke beheersbare factor bij de ontwikkeling en terugdringing van voeding-gerelateerde ziekten en aandoeningen, onder meer zwaarlijvigheid (van kinderen en volwassenen) en allergieën; rol van de voeding bij het voorkomen van ziekten, onder meer kennis over de gezondheid, eigenschappen en bestanddelen van voedsel . Dit omvat de ontwikkeling en toepassing van nutrigenomica en systeembiologie. Via een geïntegreerde benadering moet speciaal aandacht worden besteed aan de bestudering van de interacties tussen voeding en fysiologische en psychologische functies. Dit zou kunnen leiden tot een nieuwe formulering voor bewerkte voedingsmiddelen en de ontwikkeling van nieuwe voedingsmiddelen, dieetvoeding en voeding met claims inzake voedingswaarde en gezondheid. Ook de bestudering van traditionele, lokale en seizoensgebonden voeding en voedingsmiddelen zal belangrijk zijn om de effecten van bepaalde voedingsmiddelen en voedingspakketten op de gezondheid te benadrukken en geïntegreerde voedingsadviezen te ontwikkelen.
Amendement 69
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", Activiteiten, punt 2 "Fork to farm: voeding, gezondheid en welzijn", streepje 3
-  Optimalisering van innovatie in de Europese voedingsmiddelenindustrie via de integratie van geavanceerde technologieën in de conventionele voedingsproductie, cruciale procestechnologieën om de functionaliteit van voeding te verbeteren, ontwikkeling en demonstratie van geavanceerde milieuefficiënte bewerking en verpakking, slimme controletoepassingen en een efficiënter beheer van bijproducten, afvalstoffen en energie. Nieuw onderzoek zal ook zorgen voor de ontwikkeling van duurzame en innovatieve technologieën voor diervoeders, zoals veilige voedselbewerkingsformuleringen, en voor kwaliteitsbewaking bij diervoeders.
-  Optimalisering van innovatie in de Europese voedingsmiddelenindustrie via de integratie van geavanceerde technologieën in de conventionele voedingsproductie, cruciale procestechnologieën om de functionaliteit van voeding te verbeteren, ontwikkeling van nieuwe ingrediënten en producten, conserveringsmethoden en -technologieën alsook organoleptische aspecten van de productie van voedsel en nieuwe voedingsbestanddelen, ontwikkeling en demonstratie van geavanceerde milieuefficiënte bewerking en verpakking, slimme controletoepassingen en een efficiënter beheer van bijproducten, afvalstoffen en energie. Nieuw onderzoek zal ook zorgen voor de ontwikkeling van duurzame en innovatieve technologieën voor diervoeders, zoals veilige voedselbewerkingsformuleringen, en voor kwaliteitsbewaking bij diervoeders.
Amendement 70
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Activiteiten", punt 2 "Fork to farm: voeding, gezondheid en welzijn", streepje 5
-  Bescherming van zowel de gezondheid van de mens als het milieu via een beter inzicht in de milieueffecten op en van voedsel/voederketens. Dit vereist een bestudering van voedingsmiddelencontaminanten en de gevolgen voor de gezondheid, en de ontwikkeling van verbeterde instrumenten en methoden voor de beoordeling van de effecten van voedsel- en voederketens op het milieu. Voor waarborging van de kwaliteit en integriteit van de voedselketen zijn nieuwe modellen nodig voor de analyse van de grondstofketen en concepten voor het beheer van de totale voedselketen, met inbegrip van consumentenaspecten.
-  Bescherming van zowel de gezondheid van de mens als het milieu via een beter inzicht in de milieueffecten op en van voedsel/voederketens. Dit vereist een bestudering van voedingsmiddelencontaminanten en de gevolgen voor de gezondheid, en de ontwikkeling van verbeterde instrumenten en methoden voor de beoordeling van de effecten van voedsel- en voederketens op het milieu. Voor waarborging van de kwaliteit en integriteit van de voedselketen zijn nieuwe modellen nodig voor de analyse van de grondstofketen en concepten voor het beheer van de totale voedselketen, met inbegrip van consumentenaspecten. Er zal onderzoek worden gedaan met het oog op de ontwikkeling van nieuwe traceerbaarheidsmethoden voor zowel genetisch gemodificeerde als niet genetisch gemodificeerde organismen en naar de gevolgen van diervoedingsmiddelen en diergeneesmiddelen voor de menselijke gezondheid.
Amendement 71
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Internationale samenwerking", alinea 1
Internationale samenwerking heeft voor het onderzoek op het gebied van voeding, landbouw en biotechnologie prioriteit en zal op het hele werkgebied krachtig worden gestimuleerd. Onderzoek dat specifiek van belang is voor ontwikkelingslanden zal worden gesteund, waarbij rekening wordt gehouden met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en reeds lopende activiteiten. Er zal specifiek worden gewerkt aan de stimulering van samenwerking met partnerregio's en -landen met prioriteit, met name die welke betrokken zijn bij biregionale dialogen en bilaterale W&T-overeenkomsten, alsmede landen in de omgeving, economieën in opkomst en ontwikkelingslanden.
Internationale samenwerking heeft voor het onderzoek op het gebied van voeding, landbouw en biotechnologie prioriteit en zal op het hele werkgebied krachtig worden gestimuleerd. Onderzoek dat specifiek van belang is voor ontwikkelingslanden zal worden gesteund, waarbij rekening wordt gehouden met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en reeds lopende activiteiten (bijvoorbeeld netwerken voor een beter bodem- en waterbeheer) . Er zal specifiek worden gewerkt aan de stimulering van samenwerking met partnerregio's en -landen met prioriteit, met name die welke betrokken zijn bij biregionale dialogen en bilaterale W&T-overeenkomsten, alsmede landen in de omgeving, economieën in opkomst en ontwikkelingslanden.
Amendement 72
Bijlage I, Thema's, punt 2 "Voeding, landbouw en biotechnologie", "Internationale samenwerking", alinea 2
Daarnaast zal er sprake zijn van multilaterale samenwerking voor de aanpak van uitdagingen waarvoor grootschalige internationale samenwerking vereist is, zoals de dimensie en complexiteit van systeembiologie bij planten en micro-organismen, of voor de aanpak van mondiale uitdagingen en internationale verplichtingen van de EU (veiligheid en beveiliging van voeding en drinkwater, mondiale verspreiding van dierziekten, rechtvaardig gebruik van biodiversiteit, sanering van de mondiale visserij tot een duurzame maximale vangst in de periode tot 2015 en de invloed van/op klimaatverandering).
Daarnaast zal er sprake zijn van multilaterale samenwerking voor de aanpak van uitdagingen waarvoor grootschalige internationale samenwerking vereist is, zoals de dimensie en complexiteit van systeembiologie bij planten en micro-organismen, of voor de aanpak van mondiale uitdagingen en internationale verplichtingen van de EU (veiligheid en beveiliging van voeding en drinkwater, mondiale verspreiding van dierziekten, rechtvaardig gebruik van biodiversiteit, in samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties , sanering van de mondiale visserij tot een duurzame maximale vangst in de periode tot 2015 en de invloed van/op klimaatverandering).
Amendement 73
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Doelstelling"
Het concurrentievermogen van de Europese industrie verhogen en Europa in staat stellen zich de toekomstige ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologieën (ICT) eigen te maken en hieraan richting te geven teneinde aan de maatschappelijke en economische behoeften te voldoen. De activiteiten zullen Europa's wetenschappelijke en technologische basis verstevigen en zijn wereldwijde leiderschap op ICT-gebied consolideren, de innovatie door toepassing van ICT bevorderen en ervoor zorgen dat de vooruitgang in de ICT snel wordt vertaald in voordelen voor de burger, het bedrijfsleven, de industrie en de overheden in Europa.
Het concurrentievermogen van de Europese industrie verhogen en Europa in staat stellen zich de toekomstige ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologieën (ICT) eigen te maken en hieraan richting te geven teneinde aan de maatschappelijke en economische behoeften te voldoen. De activiteiten zullen Europa's wetenschappelijke en technologische basis verstevigen en zijn wereldwijde leiderschap op ICT-gebied consolideren, de innovatie door toepassing van ICT bevorderen en ervoor zorgen dat de vooruitgang in de ICT snel wordt vertaald in voordelen voor alle burgers, in het bijzonder voor ouderen en mensen die bedreigd worden door sociale uitsluiting zoals gehandicapten en mensen die moeilijk toegang kunnen krijgen tot ICT , het bedrijfsleven, de industrie en de overheden in Europa. Prioriteit hierbij heeft het terugdringen van de digitale kloof en van de uitsluiting van de toegang tot informatie.
Amendement 74
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Inleiding", alinea 1
Informatie- en communicatietechnologieën (ICT) hebben bewezen een unieke rol te spelen bij het stimuleren van de innovatie, de creativiteit en het concurrentievermogen van de gehele industrie en dienstensector. Zij zijn onmisbaar als het erom gaat aan de grote maatschappelijke behoeften te voldoen en overheidsdiensten te moderniseren, en zij staan aan de basis van de vooruitgang op alle wetenschappelijke en technologische gebieden. Europa moet zich daarom de toekomstige ontwikkelingen op ICT-gebied eigen maken en hieraan richting geven en ervoor zorgen dat op ICT gebaseerde diensten en producten geaccepteerd worden en gebruikt worden om de burger en het bedrijfsleven zoveel mogelijk voordelen te bieden.
Informatie- en communicatietechnologieën (ICT) hebben bewezen een unieke rol te spelen bij het stimuleren van de innovatie, de creativiteit en het concurrentievermogen van de gehele industrie en dienstensector. De ICT kunnen bovendien een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van en de toegang tot knowhow, kennis en onderzoeksresultaten. Zij zijn onmisbaar als het erom gaat aan de grote maatschappelijke behoeften te voldoen en overheidsdiensten te moderniseren, en zij staan aan de basis van de vooruitgang op alle wetenschappelijke en technologische gebieden. Zij dragen bij tot de verbetering en differentiatie van de toegang tot informatie en moeten de burgers aanzetten tot actieve participatie. Europa moet daarom de toekomstige ontwikkelingen op ICT-gebied sturen in de richting van openheid en integratie, en ervoor zorgen dat op ICT gebaseerde, interoperabele en betrouwbare diensten en producten geaccepteerd worden en gebruikt worden om de burger en het bedrijfsleven zoveel mogelijk voordelen te bieden.
Amendement 75
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Inleiding", alinea 4
Bij het thema ICT wordt het strategisch onderzoek geconcentreerd rond grote technologiepijlers, wordt voor eind-tot-eind-integratie van technologieën gezorgd en worden de kennis en middelen geboden voor de ontwikkeling van een breed gamma van innovatieve ICT-toepassingen. De activiteiten zullen een katalyserend effect hebben op de industriële en technologische vooruitgang in de ICT-sector en de concurrentieslagkracht in belangrijke ICT-intensieve sectoren verbeteren, zowel door innovatieve, hoogwaardige, op ICT gebaseerde producten en diensten als door verbeteringen in de organisatorische processen binnen het bedrijfsleven en bij de overheid. Dit thema dient ook ter ondersteuning van het overige beleid van de Europese Unie doordat het de ICT stimuleert om aan de behoeften van het publiek en de samenleving te voldoen.
Bij het thema ICT wordt het strategisch onderzoek geconcentreerd rond grote technologiepijlers, wordt voor een volledige integratie van ICT gezorgd en worden de kennis en middelen geboden voor de ontwikkeling van een breed gamma van innovatieve ICT-toepassingen. De activiteiten zullen een katalyserend effect hebben op de industriële en technologische vooruitgang in de ICT-sector en de concurrentieslagkracht in belangrijke ICT-intensieve sectoren verbeteren, zowel door innovatieve, hoogwaardige, op ICT gebaseerde producten en diensten als door nieuwe of verbeterde organisatorische processen binnen het bedrijfsleven en bij de overheid. Dit thema dient ook ter ondersteuning van het overige beleid van de Europese Unie doordat het de ICT stimuleert om aan de behoeften van het publiek en de samenleving op terreinen zoals bescherming van gezondheid en milieu te voldoen.
Amendement 76
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Inleiding", alinea 5
De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten, steun aan Gezamenlijke technologie-initiatieven, waaronder geselecteerde onderdelen van het onderzoek op het gebied van nanotechnologieën en ingebedde computersystemen, en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma's, onder meer op het gebied van "ambient assisted living". De actieprioriteiten omvatten onderwerpen waarbij onder meer wordt voortgebouwd op het werk van Europese technologieplatforms. Er zal worden gezorgd voor thematische synergie met gerelateerde activiteiten in het kader van andere specifieke programma's.
De activiteiten hebben betrekking op samenwerkings- en netwerkactiviteiten en kunnen dienen ter ondersteuning van Gezamenlijke technologie-initiatieven en initiatieven voor de coördinatie van nationale programma's (inclusief nanotechnologie, ingebedde systemen en "ambient assisted living") . De actieprioriteiten omvatten onderwerpen waarbij onder meer wordt voortgebouwd op het werk van Europese technologieplatforms. Er zal worden gezorgd voor thematische synergie met gerelateerde activiteiten in het kader van andere specifieke programma's. Tevens wordt gestreefd naar zo groot mogelijke synergie en complementariteit met andere communautaire programma's en acties, in het bijzonder met de structuurfondsen, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, het initiatief i2010 en de nationale en regionale ICT-gerelateerde programma's van de lidstaten.
Amendement 77
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 1
-  Nano-elektronica, fotonica en geïntegreerde micro/nanosystemen: proces-, apparaat- en ontwerptechnologieën ter verbetering van de omvang, dichtheid, prestaties, energie-efficiëntie, fabricage en kosteneffectiviteit van componenten, systems-on-a-chip, systems-in-a-package en geïntegreerde systemen; fotonische basiscomponenten voor gevarieerde toepassingen; geavanceerde dataopslagsystemen met hoge dichtheid; zeer grote en hooggeïntegreerde display-oplossingen; sensoren, actuatoren en bouwstenen voor beeld- en afbeeldingssystemen; ultralaagvermogenssystemen, alternatieve energiebronnen/-opslag; heterogene technologieën/systeemintegratie; multifunctionele geïntegreerde micro-, nano-, bio- en informatiesystemen; grootschalige elektronica; integratie in verschillende materialen/objecten; interfaces met levende organismen; zelfassemblage van moleculen of atomen tot stabiele structuren.
-  Nano-elektronica, fotonica en geïntegreerde micro/nanosystemen: proces-, apparaat-, ontwerp- en testtechnologieën en methodieken ter verbetering van de omvang, dichtheid, prestaties, energie-efficiëntie, fabricage en kosteneffectiviteit van componenten, systems-on-a-chip, systems-in-a-package en geïntegreerde systemen; geavanceerde draadloze componenten en subsystemen; fotonische basiscomponenten voor het genereren, manipuleren en detecteren van licht voor gevarieerde toepassingen, inclusief ultrasnelle componenten; RF-systemen ; geavanceerde dataopslagsystemen met hoge dichtheid; zeer grote en hooggeïntegreerde display-oplossingen; sensoren, actuatoren en bouwstenen voor beeld- en afbeeldingssystemen; ultralaagvermogenssystemen, alternatieve energiebronnen/-opslag; heterogene technologieën/systeemintegratie; slimme systemen; multifunctionele geïntegreerde micro-, nano-, bio- en informatiesystemen; grootschalige elektronica; integratie in verschillende materialen/objecten; interfaces met levende organismen; zelfassemblage van moleculen of atomen tot stabiele structuren.
Amendement 78
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 2
-  Alomtegenwoordige communicatienetwerken met onbeperkte capaciteit: kosteneffectieve mobiele en breedbandige netwerktechnologieën en -systemen , waaronder terrestrische en satellietnetwerken; convergentie van verschillende vaste, mobiele, draadloze en breedbandnetwerken, beginnende in de persoonlijke sfeer tot en met de regionale en wereldwijde omgeving; interoperabiliteit van op draad- en draadloze netwerken gebaseerde communicatiesystemen en -toepassingen, beheer van in netwerken georganiseerde systeemelementen en herconfigureerbaarheid van diensten; opname van ad hoc intelligente multimedia-apparaten, sensoren en microchips in complexe netwerken.
-  Alomtegenwoordige communicatienetwerken met grote capaciteit: herconfigureerbare en flexibele mobiele en breedbandige netwerktechnologiesystemen en -architecturen , waaronder terrestrische en satellietnetwerken; convergentie van verschillende vaste, mobiele, draadloze en breedbandnetwerken en -diensten , beginnende in de persoonlijke sfeer tot en met de regionale en wereldwijde omgeving. infrastructuur en architectuur voor de distributie van diensten, interoperabiliteit van op draad- en draadloze netwerken gebaseerde communicatiesystemen en -toepassingen, beheer van in netwerken georganiseerde systeemelementen (ook efficiëntie en kwaliteit van de dienstverrichting (QoS) en herconfigureerbaarheid van diensten; opname van ad hoc intelligente multimedia-apparaten, sensoren en microchips in complexe netwerken.
Amendement 79
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 3
-  Ingebedde systemen, computers en regelapparatuur: krachtigere, veilige, gedistribueerde, betrouwbare en efficiënte hard- en softwaresystemen voor waarneming, regeling en aanpassing aan de omgeving waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de systeemelementen; methoden en gereedschappen voor systeemmodellering, -ontwerp en -techniek waarmee de complexiteit kan worden beheerst; open configureerbare architecturen en schaalloze platforms, middleware en gedistribueerde besturingssystemen ten behoeve van echt naadloos samenwerkende omgevingen met omringende intelligentie voor sensoren, actuatoren, computers, communicatie- en opslagsystemen en dienstverlening; computerarchitecturen met heterogene, in netwerken opgenomen en herconfigureerbare componenten, waaronder compilatie-, programmerings- en runtime-ondersteuning; regeling van grootschalige, gedistribueerde, onzekere systemen.
-  Ingebedde systemen, computers en regelapparatuur: krachtigere, veilige, gedistribueerde, betrouwbare en efficiënte hard- en softwaresystemen voor waarneming, regeling en aanpassing aan de omgeving waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de systeemelementen; methoden en gereedschappen voor systeemmodellering, -analyse, -ontwerp, -techniek en -validering waarmee de complexiteit kan worden beheerst; open configureerbare architecturen en schaalloze platforms, middleware en gedistribueerde besturingssystemen ten behoeve van echt naadloos samenwerkende omgevingen met omringende intelligentie voor sensoren, actuatoren, computers, communicatie- en opslagsystemen en dienstverlening; computerarchitecturen met heterogene, in netwerken opgenomen en herconfigureerbare componenten, waaronder compilatie-, programmerings- en runtime-ondersteuning; regeling van grootschalige, gedistribueerde, onzekere systemen; high-performance computing (hardware en software) .
Amendement 80
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 4
-  Software, grids, veiligheid en betrouwbaarheid: technologieën, gereedschappen en methoden voor dynamische en betrouwbare software, architecturen en middleware-systemen die de basis vormen voor kennisintensieve diensten, waaronder de beschikbaarstelling daarvan als utiliteitsprogramma's; dienstgerichte, interoperabele en schaalloze infrastructuren, grid-achtige virtualisering van hulpbronnen, netwerkgerichte besturingssystemen; open platforms en collaboratieve benaderingen voor de ontwikkeling van software, diensten en systemen; compositiegereedschappen; verwerving van nieuwe inzichten in het gedrag van complexe systemen; verhoging van de betrouwbaarheid en robuustheid van grootschalige, gedistribueerde en intermitterend gekoppelde systemen en diensten; veilige en vertrouwde systemen en diensten, inclusief toegangscontrole en authenticatie met bescherming van de privacy, een dynamisch veiligheids- en vertrouwensbeleid, betrouwbaarheid en metamodellen voor vertrouwen.
-  Software, grids, architectuur voor de distributie van diensten, veiligheid en betrouwbaarheid: technologieën, gereedschappen en methoden voor het ontwikkelen en valideren van hoogwaardige, dynamische en betrouwbare software architecturen en middleware-systemen die de basis vormen voor kennisintensieve diensten, waaronder de beschikbaarstelling daarvan als utiliteitsprogramma's en voor hoogwaardige distributiediensten en technologieën, gereedschappen en methoden voor het ontwikkelen en valideren van dienstgerichte, interoperabele en schaalloze infrastructuren, grid-achtige virtualisering van hulpbronnen, inclusief domein-specifieke platforms, netwerkgerichte besturingssystemen; open source software; open platforms en collaboratieve benaderingen voor de ontwikkeling en validering van software, met inbegrip van software met een open broncode, diensten en systemen; compositiegereedschappen, inclusief programmeertalen ; verwerving van nieuwe inzichten in het gedrag van complexe systemen; verhoging van de betrouwbaarheid en robuustheid van grootschalige, gedistribueerde en intermitterend gekoppelde systemen en diensten; veilige en vertrouwde systemen en diensten, inclusief toegangscontrole en authenticatie met bescherming van de privacy, een dynamisch veiligheids- en vertrouwensbeleid, betrouwbaarheid en metamodellen voor vertrouwen; invoering van softwaremodellen in de industrie .
Amendement 81
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 5
-  Kennis-, cognitie- en leersystemen: methoden en technieken voor het verwerven, interpreteren, representeren en personaliseren, doorzoeken en opvragen, delen en overdragen van kennis, rekening houdend met de semantische relaties in inhoud bestemd voor mensen en machines; kunstmatige systemen die informatie waarnemen, interpreteren en evalueren en die in staat zijn tot samenwerken, zelfstandig functioneren en leren; theorieën en experimenten die verder gaan dan incrementele vooruitgang dankzij inzichten in natuurlijke kennisverwerving, in het bijzonder leer- en herinneringsprocessen, eveneens ten behoeve van geavanceerde systemen voor menselijk leren.
-  Kennis-, cognitie- en leersystemen: methoden en technieken voor het verwerven, interpreteren, representeren en personaliseren, doorzoeken en opvragen, delen en overdragen van kennis, rekening houdend met de semantische relaties in inhoud bestemd voor mensen en machines, met een gedistribueerd beheer van de kennis ; kunstmatige systemen die informatie waarnemen, interpreteren en evalueren en die in staat zijn tot samenwerken, zelfstandig functioneren en leren; theorieën en experimenten die verder gaan dan incrementele vooruitgang dankzij inzichten in natuurlijke kennisverwerving, in het bijzonder leer- en herinneringsprocessen, eveneens ten behoeve van geavanceerde systemen voor menselijk leren.
Amendement 82
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 6
-  Simulatie, visualisering, interactie en hybride werkelijkheid: gereedschappen voor modellering, simulatie, visualisering, interactie, en virtuele, augmentatieve en hybride werkelijkheid, alsmede de integratie daarvan in eind-tot-eind-omgevingen; gereedschappen voor innovatief ontwerpen en ten behoeve van de creativiteit bij het ontwikkelen van producten, diensten en digitale audiovisuele media; natuurlijkere, intuïtievere en gebruiksvriendelijkere interfaces en nieuwe methodes voor de omgang met technologie, machines, apparaten en andere door de mens gemaakte objecten; meertalige en automatische vertaalsystemen.
-  Simulatie, visualisering, interactie en hybride werkelijkheid: gereedschappen voor modellering, simulatie, visualisering, interactie, en virtuele, augmentatieve en hybride werkelijkheid, alsmede de integratie daarvan in eind-tot-eind-omgevingen; gereedschappen voor innovatief ontwerpen en ten behoeve van de creativiteit bij het ontwikkelen van producten, diensten en digitale audiovisuele media; natuurlijkere, intuïtievere en gebruiksvriendelijkere interfaces en nieuwe methodes voor de omgang met technologie, machines, apparaten en andere door de mens gemaakte objecten; taaltechnologie, inclusief meertalige en automatische vertaalsystemen.
Amendement 83
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 1 "Technologische pijlers van de ICT", streepje 6 bis (nieuw)
-  Mobiele systemen: overgang naar de vierde generatie mobiele systemen en verder, en daarmee gerelateerde doorbraaktechnologieën op het gebied van digitale transmissie en antennes.
Amendement 84
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 2 "Integratie van technologieën", streepje 2
-  Thuisomgevingen: communicatie, bewaking, regeling en instandhouding van huizen, gebouwen en openbare ruimtes; naadloze interoperabiliteit en toepassing van alle apparaten waarbij rekening wordt gehouden met kostenefficiëntie, betaalbaarheid en bruikbaarheid; nieuwe diensten en nieuwe vormen van interactieve digitale inhoud en diensten; toegang tot informatie en kennisbeheer.
-  Thuisomgevingen: communicatie, bewaking, regeling en instandhouding van huizen, gebouwen en openbare ruimtes; naadloze interoperabiliteit en toepassing van alle apparaten waarbij rekening wordt gehouden met kostenefficiëntie, betaalbaarheid en bruikbaarheid en veiligheid ; nieuwe diensten, ook op het gebied van amusement, en nieuwe vormen van interactieve digitale inhoud en diensten; toegang tot informatie en kennisbeheer.
Amendement 85
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 1, substreepje 1
-  Op gezondheidsgebied: persoonlijke, discreet werkende systemen die de burgers in staat stellen hun welzijn te beheren, zoals draagbare of implanteerbare bewakingssystemen en autonome systemen om in goede gezondheid te blijven; opkomende technieken zoals moleculaire beeldvorming ter verbetering van de preventie en geïndividualiseerde geneeskunde; ontsluiering van gezondheidskennis en toepassing daarvan in de klinische praktijk; modellering en simulatie van orgaanfuncties; micro- en nanorobots voor chirurgische en therapeutische toepassingen met een zo gering mogelijk invasief karakter.
-  Op gezondheidsgebied: persoonlijke, discreet werkende systemen die de burgers in staat stellen hun welzijn te beheren, zoals draagbare of implanteerbare bewakingssystemen met communicatievermogen en autonome systemen om in goede gezondheid te blijven; opkomende technieken zoals moleculaire beeldvorming ter verbetering van de preventie en geïndividualiseerde geneeskunde; ontsluiering van gezondheidskennis en toepassing daarvan in de klinische praktijk; modellering en simulatie van orgaanfuncties; micro- en nanorobots voor chirurgische en therapeutische toepassingen met een zo gering mogelijk invasief karakter; technologieën voor assistentie en bewaking op afstand van chronisch zieken en ouderen; computergestuurde detectie en hulpsystemen voor klinische besluitvorming die leiden tot betrouwbaardere diagnoses en een betere werkstroom, en uiteindelijk tot ziekte-specifieke expertsystemen vanuit een algehele benadering van de verzorgingscyclus waarbij gebruik wordt gemaakt van geaccumuleerde patiëntgegevens, en modelgebaseerde ziektekennis via data mining, bio-informatica en systeembiologie; bedrijfsgerichte IT-systemen waardoor de doeltreffendheid wordt vergroot en het aantal medische fouten in ziekenhuizen en in de secundaire gezondheidszorg wordt beperkt .
Amendement 86
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 1, substreepje 2
-  In de publieke sector: toepassing van ICT in interdisciplinair verband in overheidsdiensten in combinatie met organisatorische aanpassingen en nieuwe vaardigheden teneinde innovatieve diensten voor iedereen aan te bieden waarbij de burger centraal staat; geavanceerde, op ICT gebaseerde onderzoekactiviteiten en oplossingen ter verbetering van democratische en inspraakprocessen, alsmede van de prestaties en kwaliteit van overheidsdiensten, de interactie met en tussen lagere overheden en het centrale gezag, en de ondersteuning van wetgevings- en beleidsontwikkelingsprocessen in alle stadia van het democratisch proces.
-  In de publieke sector: toepassing van ICT in interdisciplinair verband in overheidsdiensten in combinatie met organisatorische aanpassingen, het herontwerpen van processen en nieuwe vaardigheden teneinde innovatieve diensten voor iedereen aan te bieden waarbij de burger centraal staat; geavanceerde, op ICT gebaseerde onderzoekactiviteiten en oplossingen ter verbetering van democratische en inspraakprocessen (met inbegrip van e-democratie) , alsmede van de prestaties en kwaliteit van overheidsdiensten, de interactie met en tussen lagere overheden en het centrale gezag, en de ondersteuning van wetgevings- en beleidsontwikkelingsprocessen in alle stadia van het democratisch proces.
Amendement 87
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 1
-  Op het gebied van inclusie: het individu en zijn gemeenschap beter in staat stellen voor zichzelf op te komen en alle burgers evenveel bij de informatiemaatschappij betrekken om daarmee de digitale kloof te vermijden die als gevolg van handicaps, ontbrekende vaardigheden, armoede, geografisch isolement, cultuur, geslacht of leeftijd kan ontstaan, onder meer door assistentietechnologie te ondersteunen, waardoor zelfstandig wonen wordt bevorderd, de computer- en internetvaardigheid wordt verbeterd en op de gehele bevolking afgestemde producten en diensten worden ontwikkeld.
-  Op het gebied van inclusie: het individu en zijn gemeenschap beter in staat stellen voor zichzelf op te komen en alle burgers evenveel bij de informatiemaatschappij betrekken om daarmee de digitale kloof te vermijden die als gevolg van handicaps, ontbrekende vaardigheden, armoede, geografisch isolement, cultuur, geslacht of leeftijd kan ontstaan, onder meer door assistentietechnologie te ondersteunen, waardoor zelfstandig wonen wordt bevorderd (bijvoorbeeld door thuiszorgtechnologieën en -diensten) , de computer- en internetvaardigheid wordt verbeterd en op de gehele bevolking afgestemde producten en diensten worden ontwikkeld.
Amendement 88
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 1, substreepje 4
-  Op mobiliteitsgebied: geïntegreerde op ICT gebaseerde veiligheidssystemen voor voertuigen waarbij wordt uitgegaan van open, veilige en betrouwbare architecturen en interfaces; interoperabele, coöperatieve systemen ten behoeve van de efficiëntie en de veiligheid van het vervoer die gebaseerd zijn op communicatie tussen voertuigen onderling en met de verkeersinfrastructuur, alsmede integratie van nauwkeurige en robuuste plaatsbepalingssystemen ; gepersonaliseerde, locatieafhankelijke infomobiliteit en multimodale diensten, waaronder intelligente dienstenoplossingen voor het toerisme.
-  Op mobiliteitsgebied: geïntegreerde op ICT gebaseerde veiligheidssystemen voor voertuigen waarbij wordt uitgegaan van open, veilige en betrouwbare architecturen en interfaces; interoperabele, coöperatieve systemen ten behoeve van een efficiënt, veilig en milieuvriendelijk vervoer die gebaseerd zijn op communicatie tussen voertuigen onderling en met de verkeersinfrastructuur, alsmede integratie van nauwkeurige en robuuste plaatsbepalings- en navigatiesystemen ; gepersonaliseerde, locatieafhankelijke infomobiliteit en multimodale diensten, waaronder intelligente dienstenoplossingen voor het toerisme.
Amendement 89
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 1, substreepje 5 bis (nieuw)
-  Op cultureel gebied: overdracht van ICT-oplossingen teneinde de economische mogelijkheden op cultureel gebied (inclusief cultureel erfgoed, regionale ontwikkeling, toerisme) te ontwikkelen en de werkgelegenheid op die terreinen te bevorderen; partnerschappen tussen publieke organisaties (op lokaal, regionaal en nationaal niveau) en particuliere organisaties (met name KMO's) zullen in overweging worden genomen.
Amendement 90
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 1 bis (nieuw)
-  Nieuwe ondernemingsplannen voor ICT: nieuwe ondernemingsplannen voor ICT ontwerpen en definiëren door te werken in combinatie met de thema's waar ICT een essentiële rol zullen spelen bij het wijzigen van de benadering van productie en diensten (bijvoorbeeld vervoer, gezondheidszorg, energie, milieu). De door dit gezamenlijk onderzoek gegenereerde projecten dienen in specifieke situaties te worden getest. De gezamenlijke inspanningen dienen te worden gesteund vanuit de in bijlage 1 vermelde interthematische benadering.
Amendement 91
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 2, substreepje 1
-  Nieuwe vormen van interactie, niet-lineaire en zelfaanpassende inhoud; creativiteit en verrijking van de gebruikerservaring; individuele aanpassing en levering van multimedia-inhoud; het combineren van volledig digitale inhoudproductie en –beheer met nieuwe semantische technologieën; op de gebruiker afgestemd gebruik, toegankelijkheid en creatie van inhoud.
-  Nieuwe vormen van interactie, niet-lineaire en zelfaanpassende inhoud, inclusief voor amusement en design ; creativiteit en verrijking van de gebruikerservaring; individuele aanpassing en levering van multimedia-inhoud; het combineren van volledig digitale inhoudproductie en –beheer met nieuwe semantische technologieën; op de gebruiker afgestemd gebruik, toegankelijkheid en creatie van inhoud.
Amendement 92
Bijlage I, Thema's, punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 2, substreepje 2 bis (nieuw)
-  Bescherming, instandhouding en valorisatie van het cultureel erfgoed, met inbegrip van de menselijke habitat: technologieën voor een milieuvriendelijk en duurzaam beheer van het menselijk milieu, inclusief bebouwde omgeving, stedelijke gebieden en landschap, alsook voor de bescherming en instandhouding, het optimaal gebruik en de integratie van het cultureel erfgoed, met inbegrip van milieueffectbeoordeling, modellen en instrumenten voor risicobeoordeling, geavanceerde en niet-destructieve technieken voor schadediagnose, nieuwe producten en methodes voor restauratie, beheersings- en aanpassingsstrategieën voor het duurzaam beheer van zowel roerende als onroerende culturele goederen.
Amendement 93
Bijlage I, "Thema's", punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 2, substreepje 3
-  Intelligente diensten voor de ontsluiting van het cultureel erfgoed in digitale vorm; gereedschappen waarmee gemeenschappen op basis van het levend erfgoed nieuwe cultuurgeheugens kunnen creëren ; methoden en gereedschappen voor de instandhouding van digitale inhoud; digitale objecten voor toekomstige gebruikers ontsluiten, met behoud van de authenticiteit en integriteit van de oorspronkelijke creatie en de gebruikscontext.
-  Intelligente diensten voor de ontsluiting en bevordering van de cultuur (inclusief het cultureel erfgoed in digitale vorm, regionale ontwikkeling en toerisme) ; gereedschappen waarmee gemeenschappen op basis van het levend erfgoed hun cultuurgeheugens kunnen samenstellen en bewaren ; methoden en gereedschappen voor de instandhouding en diversificatie van digitale inhoud; digitale objecten voor toekomstige gebruikers ontsluiten, met behoud van de authenticiteit en integriteit van de oorspronkelijke creatie en de gebruikscontext.
Amendement 94
Bijlage I, "Thema's", punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 3, substreepje 1
-  Dynamische, netwerkgeoriënteerde bedrijfssystemen voor de ontwikkeling en levering van producten en diensten; gedecentraliseerde controle en beheer van intelligente objecten; digitale bedrijfsecosystemen, in het bijzonder softwareoplossingen die aan de behoeften van kleine en middelgrote organisaties aanpasbaar zijn; samenwerkingsdiensten voor gedistribueerde werkomgevingen; versterking van de groepsrol, groepsbeheer en ondersteuning van het delen.
-  Dynamische, netwerkgeoriënteerde bedrijfssystemen voor de ontwikkeling en levering van producten en diensten; gedecentraliseerde controle en beheer van intelligente objecten; digitale bedrijfsecosystemen, in het bijzonder softwareoplossingen die aan de behoeften van kleine en middelgrote organisaties aanpasbaar zijn; samenwerkingsdiensten voor gedistribueerde contextgevoelige werkomgevingen; versterking van de groepsrol, groepsbeheer en ondersteuning van het delen; kennisuitwisseling en interactieve diensten .
Amendement 95
Bijlage I, "Thema's", punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 3, substreepje 2
-  Fabricage: in netwerken opgenomen controles ten behoeve van precisiefabricage en een laag grondstoffengebruik; draadloze automatisering en logistiek voor een snelle herconfiguratie van productie-installaties; geïntegreerde omgevingen voor modellering, simulatie, presentatie en virtuele productie; fabricagetechnologieën voor geminiaturiseerde ICT-systemen en voor met allerlei soorten materialen en objecten vervlochten systemen.
-  Fabricage, met inbegrip van de traditionele nijverheid : in netwerken opgenomen controles ten behoeve van precisiefabricage en een laag grondstoffengebruik; draadloze automatisering en logistiek voor een snelle herconfiguratie van productie-installaties; geïntegreerde omgevingen voor modellering, simulatie, optimalisatie, presentatie en virtuele productie; fabricagetechnologieën voor geminiaturiseerde ICT-systemen en voor met allerlei soorten materialen en objecten vervlochten systemen.
Amendement 96
Bijlage I, "Thema's", punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten",
punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 3, substreepje 2 bis (nieuw)
  Real-time monitoring van management en prestaties van bedrijven: doeltreffende en productieve ondersteuning van managementbesluiten, monitoring, verzameling en verwerking van gegevens;
Amendement 97
Bijlage I, "Thema's", punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", "Activiteiten", punt 3 "Toepassingsonderzoek", streepje 4, substreepje 1
-  Gereedschappen ter ondersteuning van het vertrouwen en de betrouwbaarheid van ICT en toepassingen ervan; meervoudige en geünificeerde systemen voor identiteitsbeheer; authenticatie- en autorisatietechnieken; systemen om te voorzien in de privacy-behoeften in verband met nieuwe technologische ontwikkelingen; beheer van rechten en middelen; hulpmiddelen voor de bescherming tegen de gevaren van computer- en netwerkomgevingen.
-  Gereedschappen ter ondersteuning van het vertrouwen en de betrouwbaarheid van ICT en toepassingen ervan; meervoudige en geünificeerde systemen voor identiteitsbeheer; authenticatie- en autorisatietechnieken; systemen om te voorzien in de privacy-behoeften in verband met nieuwe technologische ontwikkelingen; beheer van rechten en middelen; hulpmiddelen voor de bescherming tegen spam en de gevaren van computer- en netwerkomgevingen.
Amendement 98
Bijlage I, "Thema's", punt 3 "Informatie- en communicatietechnologieën", onderdeel "Reactie op opkomende behoeften en onvoorziene beleidsbehoeften", alinea 1
Met een activiteit Toekomstige en opkomende technologieën zal worden getracht transdisciplinaire excellentie voor onderzoek op opkomende ICT-gerelateerde onderzoeksgebieden aan te trekken en te koesteren. Aandachtsgebieden hierbij zijn de verkenning van nieuwe grenzen aan de miniaturisering en de computertechniek, zoals het onderzoek naar kwantumeffecten; benutting van de complexiteit van computer- en communicatienetwerksystemen; verkenning van nieuwe concepten en experimenten voor intelligente systemen voor nieuwe, op de gebruiker afgestemde producten en diensten.
Met een activiteit Toekomstige en opkomende technologieën zal worden getracht transdisciplinaire excellentie voor onderzoek op opkomende ICT-gerelateerde onderzoeksgebieden aan te trekken en te koesteren. Aandachtsgebieden hierbij zijn de verkenning van nieuwe grenzen aan de miniaturisering en de computertechniek, zoals het onderzoek naar kwantumeffecten; benutting van de complexiteit van computer- en communicatienetwerksystemen en software ; verkenning van nieuwe concepten en experimenten voor intelligente systemen voor nieuwe, op de gebruiker afgestemde producten en diensten.
Amendement 99
Bijlage I, Thema's, punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Benadering", alinea 1
Om haar concurrentiekracht te vergroten heeft de Europese industrie behoefte aan radicale innovatie. Zij moet haar capaciteiten concentreren op producten en technologieën met een hoge toegevoegde waarde waarmee op de behoeften van de klant en op de verwachtingen ten aanzien van milieu, gezondheid en maatschappij wordt ingespeeld. Onderzoek is onmisbaar om deze tegenstrijdige belangen met elkaar te verzoenen.
Om haar concurrentiekracht te vergroten heeft de Europese industrie behoefte aan radicale innovatie. Zij moet haar capaciteiten concentreren op producten, procédés en technologieën met een hoge toegevoegde waarde waarmee op de behoeften van de klant en op de verwachtingen ten aanzien van milieu, gezondheid en maatschappij wordt ingespeeld. Onderzoek is onmisbaar om deze tegenstrijdige belangen met elkaar te verzoenen.
Amendement 100
Bijlage I, "Thema's", punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Benadering", alinea 2
Een nieuw onderdeel van dit thema is de doeltreffende integratie van nanotechnologie, materiaalwetenschappen en nieuwe productiemethoden teneinde het effect op de omvorming van de industrie zo groot mogelijk te maken en tegelijkertijd duurzame productie en consumptie te bevorderen. Bij dit thema zal steun worden gegeven aan alle industriële activiteiten die synergie met andere thema's opleveren. Toepassingen in alle sectoren en op alle gebieden komen voor steun in aanmerking, inclusief materiaalwetenschappen, geavanceerde fabricage- en procestechnologieën, nanobiotechnologie en nano-elektronica.
Het concurrentievermogen van de industrie zal in de toekomst voor een groot deel afhangen van nanotechnologie en de toepassingen daarvan. OTO-activiteiten op een aantal gebieden met betrekking tot nanowetenschap en nanotechnologie kunnen de transformatie van de Europese industrie bespoedigen. De Europese Unie geldt als pionier op gebieden als nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productiemethoden; deze rol moet worden gestimuleerd om de positie van de EU in een sterk concurrerende mondiale omgeving te versterken en te verbeteren.
Amendement 101
Bijlage I, "Thema's", punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Activiteiten", puntje 2 "Materialen", alinea 1
Nieuwe geavanceerde materialen met een hoger kennisgehalte, nieuwe functies en hogere prestaties worden steeds belangrijker voor het concurrentievermogen van de industrie en duurzame ontwikkeling. Volgens de nieuwe modellen van de productindustrie vormt het materiaal zelf, en niet de productiestappen, steeds vaker de eerste stap om de waarde en de prestatie van producten te verbeteren.
Nieuwe geavanceerde materialen, met name composietmaterialen, met een hoger kennisgehalte, nieuwe functies en hogere prestaties worden steeds belangrijker voor het concurrentievermogen van de industrie en duurzame ontwikkeling. Volgens de nieuwe modellen van de productindustrie vormt het materiaal zelf, en niet de productiestappen, steeds vaker de eerste stap om de waarde en de prestatie van producten te verbeteren.
Amendement 102
Bijlage I, Thema's, punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Activiteiten", puntje 2 "Materialen", alinea 2
Het onderzoek zal zich toespitsen op de ontwikkeling van nieuwe, op kennis gebaseerde materialen met op maat gemaakte eigenschappen. Daarvoor is een intelligente beheersing van de intrinsieke eigenschappen, procédés en fabricage vereist, waarbij rekening wordt gehouden met de potentiële effecten op de gezondheid en het milieu gedurende de gehele levenscyclus. De nadruk zal worden gelegd op nieuwe geavanceerde materialen die worden verkregen met behulp van het potentieel van de nano- en de biotechnologie en/of door "leren van de natuur", in het bijzonder nano-, bio- en hybride materialen met hogere prestaties.
Het onderzoek zal zich toespitsen op de ontwikkeling van nieuwe, op kennis gebaseerde materialen met op maat gemaakte eigenschappen. Daarvoor is een intelligente beheersing van de intrinsieke eigenschappen, procédés en fabricage vereist, waarbij rekening wordt gehouden met de potentiële effecten op de gezondheid en het milieu gedurende de gehele levenscyclus. De nadruk zal worden gelegd op nieuwe geavanceerde materialen die worden verkregen met behulp van het potentieel van de nano- en de biotechnologie en/of door "leren van de natuur", in het bijzonder nano-, bio-, meta- en hybride materialen met hogere prestaties.
Amendement 103
Bijlage I, Thema's, punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Activiteiten", puntje 3 "Nieuwe productietechnologieën", alinea 1
Een nieuwe aanpak bij de vervaardiging van producten is nodig om de EU-industrie van een grondstoffenintensieve in een kennisintensieve industrie om te vormen. Daarvoor is een geheel nieuwe kijk nodig op de permanente verwerving, verspreiding, bescherming en financiering van nieuwe kennis en de toepassing daarvan, met inbegrip van duurzame productie- en consumptiepatronen. Dit behelst het scheppen van de juiste omstandigheden voor permanente innovatie (bij industriële activiteiten en productiesystemen, met inbegrip van constructie, apparatuur en diensten) en voor de ontwikkeling van algemene productiemiddelen (technologieën, organisatie en productiefaciliteiten), waarbij tegelijkertijd aan de veiligheids- en milieu-eisen wordt voldaan.
Een nieuwe aanpak bij de vervaardiging van producten is nodig om de EU-industrie van een grondstoffenintensieve in een kennisintensieve industrie om te vormen. Daarvoor is een geheel nieuwe kijk nodig op de permanente verwerving, verspreiding, bescherming en financiering van nieuwe kennis en de toepassing daarvan, met inbegrip van duurzame productie- en consumptiepatronen. Dit behelst het scheppen van de juiste omstandigheden voor permanente innovatie (bij industriële activiteiten en productiesystemen, met inbegrip van constructie, apparatuur en diensten) en voor de ontwikkeling van algemene productiemiddelen (technologieën, automatisering, organisatie van hulpbronnen/uitrustingen en productiefaciliteiten), waarbij de modernisering van de basisindustrie in Europa wordt bevorderd en tegelijkertijd aan de veiligheids- en milieu-eisen wordt voldaan, ook voor wat betreft composietmaterialen .
Amendement 104
Bijlage I, "Thema's", punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Activiteiten", puntje 3 "Nieuwe productietechnologieën", alinea 2
Het onderzoek loopt over verschillende sporen: de ontwikkeling en validatie van nieuwe industriële modellen en strategieën die alle aspecten van de levenscyclus van het product en het proces omvatten; adaptieve productiesystemen waarmee bestaande procesbeperkingen worden opgeheven en nieuwe fabricage- en verwerkingsmethoden mogelijk worden gemaakt; productie in netwerken teneinde hulpmiddelen en methoden te ontwikkelen voor wereldoperaties in samenwerkingsverband die een meerwaarde vertegenwoordigen; gereedschappen voor snelle overdracht en integratie van nieuwe technologieën naar/in het ontwerp en de exploitatie van fabricageprocessen; de benutting van de convergentie van nano-, bio-, informatie- en kennistechnologie teneinde nieuwe producten en technologieconcepten te ontwikkelen en de mogelijkheid te creëren nieuwe bedrijfstakken te ontwikkelen.
Het onderzoek loopt over verschillende sporen: de ontwikkeling en validatie van nieuwe industriële modellen en strategieën die alle aspecten van de levenscyclus van het product en het proces omvatten; adaptieve productiesystemen waarmee bestaande procesbeperkingen worden opgeheven en nieuwe fabricage- en verwerkingsmethoden mogelijk worden gemaakt; productie in netwerken teneinde hulpmiddelen en methoden te ontwikkelen voor wereldoperaties in samenwerkingsverband die een meerwaarde vertegenwoordigen; gereedschappen voor snelle overdracht en integratie van nieuwe technologieën naar/in het ontwerp en de exploitatie van fabricageprocessen; de benutting van multidisciplinaire onderzoeksnetwerken en de convergentie van nano-, bio-, informatie- en kennistechnologie teneinde nieuwe hybride technologieën, producten en technologieconcepten te ontwikkelen en de mogelijkheid te creëren nieuwe bedrijfstakken te ontwikkelen.
Amendement 105
Bijlage I, "Thema's", punt 4 "Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën", "Activiteiten", puntje 4 "Integratie van technologieën voor industriële toepassingen", alinea 2
Het onderzoek zal geconcentreerd worden op nieuwe toepassingen en innovatieve, stapsgewijze oplossingen voor grote uitdagingen, alsmede op de OTO-behoeften die door de verschillende Europese technologieplatforms zijn geïnventariseerd. De integratie van nieuwe kennis en nano-, materiaal- en productietechnologieën zal worden gesteund door middel van sectorale en multisectorale toepassingen op het gebied van gezondheidszorg, bouw, ruimtevaart , vervoer, energie, chemie, milieu, textiel en kleding, pulp en papier, en mechanische techniek, evenals op het algemene gebied van industriële veiligheid.
Het onderzoek zal geconcentreerd worden op nieuwe toepassingen en innovatieve, stapsgewijze oplossingen voor grote uitdagingen, alsmede op de OTO-behoeften die door de verschillende Europese technologieplatforms zijn geïnventariseerd. De integratie van nieuwe kennis en nano-, materiaal- en productietechnologieën zal worden gesteund door middel van sectorale en multisectorale toepassingen op het gebied van gezondheidszorg, verwerking van voedingsmiddelen, bouw (met inbegrip van civiele werken), lucht- en ruimtevaart, vervoer, energie, chemie, milieu, textiel en kleding, schoeisel , pulp en papier, en mechanische techniek, evenals op het algemene gebied van industriële veiligheid.
Amendement 106
Bijlage I, "Thema's", punt 5 "Energie", "Benadering", alinea 3
Versterking van het concurrentievermogen van de Europese energiesector, die met hevige wereldwijde concurrentie wordt geconfronteerd, is een belangrijke doelstelling van dit thema en moet de Europese industrie de mogelijkheid bieden bij cruciale energietechnologieën wereldleider te worden of te blijven. Vooral KMO's vormen de kurk waarop de energiesector drijft, spelen een cruciale rol in de energieketen en zullen van vitaal belang zijn voor de bevordering van innovatie. Het is essentieel dat zij goed vertegenwoordigd zijn bij onderzoeks- en demonstratieactiviteiten en hun deelname zal actief worden gestimuleerd.
Versterking van het concurrentievermogen van de Europese energiesector, die met hevige wereldwijde concurrentie wordt geconfronteerd, is een belangrijke doelstelling van dit thema en moet de Europese industrie de mogelijkheid bieden bij cruciale energietechnologieën wereldleider te worden of te blijven. Deze leiderspositie kan met het oog op de sterke concurrentie alleen worden gewaarborgd door middel van omvangrijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Vooral KMO's vormen de kurk waarop de energiesector drijft, spelen een cruciale rol in de energieketen en zullen van vitaal belang zijn voor de bevordering van innovatie. Het is essentieel dat zij goed vertegenwoordigd zijn bij onderzoeks- en demonstratieactiviteiten en hun deelname zal actief worden gestimuleerd.
Amendement 107
Bijlage I, Thema's, punt 5 "Energie", "Benadering", alinea 5
Teneinde de verspreiding en het gebruik van de onderzoeksresultaten te bevorderen zal de verbreiding van kennis en de overdracht van resultaten, ook aan beleidsmakers, op alle gebieden worden gesteund. Hiermee worden de activiteiten aangevuld binnen het programma "Intelligente Energie – Europa" als onderdeel van het Programma voor concurrentievermogen en innovatie om innovatie te ondersteunen en niet-technologische belemmeringen voor een grootschalige inzet van gedemonstreerde energietechnologieën uit de weg te ruimen.
Teneinde de verspreiding en het gebruik van de onderzoeksresultaten te bevorderen zal de verbreiding van kennis en de overdracht van resultaten, ook aan beleidsmakers, op alle gebieden worden gesteund. Met name worden multidisciplinariteit en interdisciplinariteit bevorderd en wordt gestreefd naar een maximale synergie en complementariteit met andere communautaire programma's en maatregelen zoals "Intelligente Energie – Europa" als onderdeel van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie.
Amendement 108
Bijlage I, "Thema's", punt 5 "Energie", "Activiteiten", inleiding, alinea - 1 (nieuw)
De toedeling van middelen in de energiebranche moet gebaseerd zijn op criteria op grond waarvan technologieën kunnen worden beoordeeld naar hun vermogen om bij te dragen aan het halen van de doelstelling van de EU om een energiesector te creëren die concurrerend, ecologisch duurzaam en veilig is. De betrekkelijk geringe middelen die de EU inzet voor onderzoek en ontwikkeling onder dit thema moeten worden gericht op technologieën die snel tot reducties in de CO 2 -uitstoot kunnen leiden.
Amendement 109
Bijlage I, Thema's, punt 5 "Energie", "Activiteiten", puntje 2 "Hernieuwbare elektriciteitsopwekking"
Ontwikkeling en demonstratie van geïntegreerde technologieën voor elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, geschikt voor uiteenlopende regionale omstandigheden, teneinde de mogelijkheden te creëren om het aandeel van hernieuwbare elektriciteitsopwekking in de EU aanzienlijk op te voeren. Het onderzoek moet de algehele omzettingsefficiëntie opvoeren, de kosten van elektriciteit aanzienlijk verlagen , de betrouwbaarheid van het proces verbeteren en de milieueffecten verder terugdringen. De nadruk zal liggen op fotovoltaïsche zonne-energie, wind en biomassa (inclusief de biologisch afbreekbare afvalfractie). Daarnaast zal het onderzoek erop gericht zijn de mogelijkheden van andere hernieuwbare energiebronnen ten volle te benutten: aardwarmte, thermische zonne-energie, energie uit oceanen en kleine waterkrachtcentrales.
Onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van geïntegreerde technologieën voor elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, geschikt voor uiteenlopende regionale omstandigheden, teneinde de mogelijkheden te creëren om het aandeel van hernieuwbare elektriciteitsopwekking in de EU aanzienlijk op te voeren. Het onderzoek moet de algehele omzettingsefficiëntie opvoeren, de bestaande belemmeringen opheffen, hetgeen bijdraagt aan een aanzienlijke verlaging van de kosten van elektriciteit, de betrouwbaarheid van het proces verbeteren en de milieueffecten verder terugdringen. De nadruk zal liggen op fotovoltaïsche en thermische zonne-energie, wind en biomassa (inclusief teelten voor de productie van energie en de biologisch afbreekbare afvalfractie). Daarnaast zal het onderzoek erop gericht zijn de mogelijkheden van andere hernieuwbare energiebronnen ten volle te benutten: aardwarmte, thermische zonne-energie, energie uit oceanen en kleine waterkrachtcentrales.
Amendement 110
Bijlage I, Thema's, punt 5 "Energie", "Activiteiten", puntje 3 "Productie van hernieuwbare brandstoffen"
Ontwikkeling en demonstratie van verbeterde omzettingstechnologieën voor de duurzame productie- en toeleveringsketens van vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen uit biomassa (inclusief de biologisch afbreekbare afvalfractie), met name biobrandstoffen voor het vervoer. De nadruk moet liggen op nieuwe soorten biobrandstoffen en nieuwe productie- en distributieroutes voor bestaande biobrandstoffen, met inbegrip van de geïntegreerde productie van energie en andere producten met toegevoegde waarde via bioraffinaderijen. Het is de bedoeling om te komen tot "source-to-user"-koolstofbaten en het onderzoek zal zich vooral richten op verhoging van de energie-efficiëntie en verbetering van technologie-integratie en gebruik van grondstoffen. Onderwerpen als grondstof-logistiek, prenormatief onderzoek en standaardisatie voor een veilig en betrouwbaar gebruik in de vervoersector en bij stationaire toepassingen zullen aandacht krijgen. Er zal steun worden gegeven aan de benutting van de mogelijkheden voor hernieuwbare waterstofproductie, biomassa, hernieuwbare elektriciteit en door zonne-energie aangedreven processen.
Onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van verbeterde omzettingstechnologieën voor de duurzame productie- en toeleveringsketens van vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen uit biomassa en teelten voor de productie van energie (inclusief de biologisch afbreekbare afvalfractie), met name biobrandstoffen voor het vervoer. De nadruk moet liggen op nieuwe soorten biobrandstoffen en nieuwe productie- en distributieroutes voor bestaande biobrandstoffen, met inbegrip van de geïntegreerde productie van energie en andere producten met toegevoegde waarde via bioraffinaderijen. Het is de bedoeling om te komen tot "source-to-user"-koolstofbaten en het onderzoek zal zich vooral richten op verhoging van de energie-efficiëntie en verbetering van technologie-integratie en gebruik van grondstoffen. Onderwerpen als energiegewassen, grondstof-logistiek, prenormatief onderzoek en standaardisatie voor een veilig en betrouwbaar gebruik in de vervoersector en bij stationaire toepassingen zullen aandacht krijgen. Er zal steun worden gegeven aan de benutting van de mogelijkheden voor hernieuwbare waterstofproductie, biomassa, hernieuwbare elektriciteit en door zonne-energie aangedreven processen.
Amendement 111
Bijlage I, Thema's, punt 5 "Energie", "Activiteiten", puntje 4 "Hernieuwbare brandstoffen voor verwarming en koeling"
Ontwikkeling en demonstratie van een scala van technologieën om de mogelijkheden van verwarming en koeling met hernieuwbare energiebronnen op te voeren teneinde bij te dragen tot duurzame energie. Het is de bedoeling om tot een aanzienlijke kostendaling te komen, de efficiëntie op te voeren, de milieueffecten verder terug te dringen en het gebruik van technologieën onder uiteenlopende regionale omstandigheden te optimaliseren. Bij onderzoek en demonstratie moet het onder andere gaan om nieuwe systemen en componenten voor industriële toepassingen (zoals de thermische ontzilting van zeewater), stads- en/of specifieke ruimteverwarming en -koeling, gebouwintegratie en energieopslag.
Onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van een scala van technologieën om de mogelijkheden van actieve verwarming en koeling met hernieuwbare energiebronnen op te voeren, en tevens te komen tot verbeteringen van de systemen voor de toepassing van passieve of op natuurlijke wijze gegenereerde verwarming, teneinde bij te dragen tot duurzame energie. Het is de bedoeling om tot een aanzienlijke kostendaling te komen, de efficiëntie op te voeren, de milieueffecten verder terug te dringen en het gebruik van technologieën onder uiteenlopende regionale omstandigheden te optimaliseren. Bij onderzoek en demonstratie moet het onder andere gaan om nieuwe systemen en componenten voor industriële toepassingen (zoals de thermische ontzilting van zeewater), stads- en/of specifieke ruimteverwarming en -koeling, gebouwintegratie en energieopslag.
Amendement 112
Bijlage I, Thema's, punt 5 "Energie", "Activiteiten", puntje 6 "Schone technologie voor kolen"
Kolengestookte elektriciteitscentrales zijn wereldwijd nog steeds het werkpaard van elektriciteitsopwekking, maar bieden aanzienlijke mogelijkheden voor een verdere efficiëntiewinst en emissiebeperking, met name voor CO2. Om het concurrentievermogen op peil te houden en bij te dragen tot het beheer van de CO2-emissie zal er steun worden gegeven voor de ontwikkeling en demonstratie van schone omzettingstechnologie voor kolen teneinde onder uiteenlopende bedrijfsomstandigheden de efficiëntie en betrouwbaarheid van de installaties sterk op te voeren, de emissie van verontreiniging tot een minimum te beperken en de algehele kosten te verlagen. Met het oog op elektriciteitsopwekking met nulemissie in de toekomst moeten deze activiteiten fungeren als voorbereiding en aanvulling op en worden gekoppeld met ontwikkelingen op het gebied van vastleggings- en opslagtechnologie voor CO2.
Kolengestookte elektriciteitscentrales zijn wereldwijd nog steeds het werkpaard van elektriciteitsopwekking, maar bieden aanzienlijke mogelijkheden voor een verdere efficiëntiewinst en emissiebeperking, met name voor CO2. Om het concurrentievermogen op peil te houden en bij te dragen tot het behoud van energiebronnen en het beheer van de CO2-emissie zal er steun worden gegeven voor de ontwikkeling en demonstratie van schone omzettingstechnologie voor kolen teneinde onder uiteenlopende bedrijfsomstandigheden de efficiëntie en betrouwbaarheid van de installaties sterk op te voeren, de emissie van verontreiniging, met inbegrip van fijne deeltjes, sporenelementen, kwik en organische verbindingen tot een minimum te beperken en de algehele kosten te verlagen. Met het oog op elektriciteitsopwekking met nulemissie in de toekomst moeten deze activiteiten fungeren als voorbereiding en aanvulling op en worden gekoppeld met ontwikkelingen op het gebied van vastleggings- en opslagtechnologie voor CO2.
Amendement 113
Bijlage I, "Thema's", punt 5 "Energie", "Activiteiten", puntje 7 "Slimme energienetten"
Om de overgang naar een duurzamer energiesysteem te vergemakkelijken is er een breed scala van O&O nodig om de efficiëntie, flexibiliteit, veiligheid en betrouwbaarheid van de Europese systemen en netten voor elektriciteit en gas op te voeren. Voor elektriciteitsnetten wordt ernaar gestreefd de huidige netten om te zetten in een flexibel interactief (klanten/exploitanten) dienstennet en de belemmeringen voor een grootschalige toepassing en effectieve integratie van hernieuwbare energiebronnen en gedistribueerde opwekking (bijvoorbeeld brandstofcellen, microturbines, zuigermotors) weg te nemen, waarvoor cruciale ontsluitende technologieën moeten worden ontwikkeld en gedemonstreerd (bijvoorbeeld innovatieve ICT-oplossingen, opslagtechnologieën voor hernieuwbare energiebronnen, vermogenselektronica en apparatuur voor supergeleiding bij hoge temperatuur). Voor gasnetten is de doelstelling intelligentere en efficiëntere processen en systemen voor het transport en de distributie van gas te demonstreren, met inbegrip van een effectieve integratie van hernieuwbare energiebronnen.
Om de overgang naar een duurzamer energiesysteem te vergemakkelijken is er een breed scala van O&O nodig om de efficiëntie, flexibiliteit, veiligheid en betrouwbaarheid van de Europese systemen en netten voor elektriciteit en gas op te voeren. Voor elektriciteitsnetten wordt ernaar gestreefd de huidige netten om te zetten in een flexibel interactief (klanten/exploitanten) dienstennet en de belemmeringen voor een grootschalige toepassing en effectieve integratie van hernieuwbare energiebronnen en gedistribueerde opwekking (bijvoorbeeld brandstofcellen, microturbines, zuigermotors) weg te nemen en de kwaliteit van de levering (in termen van spanningskwaliteit en geleverde energie) te verbeteren , waarvoor cruciale ontsluitende technologieën moeten worden ontwikkeld en gedemonstreerd (bijvoorbeeld innovatieve ICT-oplossingen, opslagtechnologieën voor hernieuwbare energiebronnen, elektronische meteropname en automatische meterbeheersystemen, vermogenselektronica en apparatuur voor supergeleiding bij hoge temperatuur, ICT-besturingssystemen voor actief netbeheer, efficiënt personeelsbeheer, enz. ). Voor gasnetten is de doelstelling intelligentere en efficiëntere processen en systemen voor het transport en de distributie van gas te demonstreren, met inbegrip van een effectieve integratie van hernieuwbare energiebronnen. Het onderzoek op het gebied van de integratie tussen de elektriciteits- en aardgasnetten (zoals geïntegreerde besturingscentra, multi-metering, gedeeld personeel) zal bijdragen aan de efficiëntie van beide sectoren.
Amendement 114
Bijlage I, Thema's, punt 5 "Energie", "Activiteiten", puntje 8 "Energie-efficiëntie en energiebesparing", zin 1
De enorme mogelijkheden voor energiebesparing en verhoging van de energie-efficiëntie moeten worden ingezet via de optimalisering, validering en demonstratie van nieuwe concepten en technologieën voor gebouwen, diensten en de industrie.
De enorme mogelijkheden voor energiebesparing en verhoging van de energie-efficiëntie moeten worden ingezet via optimalisering, validering, onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van nieuwe concepten en technologieën voor gebouwen, vervoer, diensten en de industrie.
Amendement 115
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Doelstelling"
Bevordering van het duurzaam beheer van het natuurlijk en het leefmilieu en de rijkdommen daarvan door onze kennis over de interacties tussen biosfeer, ecosystemen en menselijke activiteiten te verbeteren en nieuwe technologieën, instrumenten en diensten te ontwikkelen teneinde mondiale milieuaspecten op geïntegreerde wijze te kunnen benaderen. De nadruk zal liggen op prognoses van veranderingen in klimaatsystemen, ecologische systemen en aard- en oceaansystemen; op instrumenten en op technologieën voor monitoring, preventie en mitigatie van de druk op en risico's voor het milieu, met inbegrip van de gezondheid, en voor de duurzaamheid van het natuurlijke en door de mens gecreëerde milieu.
Bevordering van het duurzaam beheer van het natuurlijk en het leefmilieu en de rijkdommen daarvan door onze kennis over de interacties tussen biosfeer, ecosystemen en menselijke activiteiten, biodiversiteit en een duurzaam gebruik daarvan te verbeteren en nieuwe technologieën, instrumenten en diensten te ontwikkelen teneinde mondiale milieuaspecten op geïntegreerde wijze te kunnen benaderen. De nadruk zal liggen op prognoses van veranderingen in klimaatsystemen, ecologische systemen en aard- en oceaansystemen; op instrumenten en op technologieën voor monitoring, preventie, mitigatie en aanpassing van de druk op en risico's voor het milieu, met inbegrip van de gezondheid, en voor de duurzaamheid van het natuurlijke en door de mens gecreëerde milieu.
Amendement 116
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Benadering", alinea 1
Bescherming van het milieu is van essentieel belang voor de kwaliteit van het bestaan voor de huidige en komende generaties en voor de economische groei. Aangezien de natuurlijke rijkdommen van de aarde en het door de mens gecreëerde milieu onder druk staan ten gevolge van de bevolkingsgroei, de verstedelijking, de voortdurende expansie van de landbouw, het vervoer en de energiesector, alsmede klimaatschommelingen en opwarming op lokale, regionale en wereldwijde schaal, wordt de EU nu geconfronteerd met de uitdaging om voor een blijvende en duurzame groei te zorgen en daarbij tegelijkertijd de negatieve milieueffecten te verminderen. Aangezien landen, regio's en steden met dezelfde milieuproblemen worden geconfronteerd en er gelet op de schaal, de omvang en de grote complexiteit van milieuonderzoek een kritische massa nodig is, is samenwerking op EU-niveau onontbeerlijk. Deze samenwerking vergemakkelijkt ook een gezamenlijke planning, het gebruik van gekoppelde en interoperabele databases en de ontwikkeling van gemeenschappelijke indicatoren, van methodologieën voor beoordeling en van coherente en grootschalige observatie- en prognosesystemen. Bovendien is internationale samenwerking nodig voor de aanvulling van kennis en de bevordering van een beter beheer op mondiaal niveau.
Bescherming van het milieu is van essentieel belang voor de kwaliteit van het bestaan voor de huidige en komende generaties en voor de economische groei. Aangezien de natuurlijke rijkdommen van de aarde en het door de mens gecreëerde milieu onder druk staan ten gevolge van de bevolkingsgroei, de verstedelijking, de bouw en de voortdurende expansie van landbouw, veeteelt, aquicultuur en visserij, het vervoer en de energiesector, alsmede klimaatschommelingen en opwarming op lokale, regionale en wereldwijde schaal, wordt de EU nu geconfronteerd met de uitdaging om voor een blijvende en duurzame groei te zorgen en daarbij tegelijkertijd de negatieve milieueffecten te verminderen. Aangezien landen, regio's en steden met dezelfde milieuproblemen worden geconfronteerd en er gelet op de schaal, de omvang en de grote complexiteit van milieuonderzoek een kritische massa nodig is, is samenwerking op EU-niveau onontbeerlijk. Deze samenwerking vergemakkelijkt ook een gezamenlijke planning, het gebruik van gekoppelde en interoperabele databases en de ontwikkeling van gemeenschappelijke indicatoren, van methodologieën voor beoordeling en van coherente en grootschalige observatie- en prognosesystemen. Bovendien is internationale samenwerking nodig voor de aanvulling van kennis en de bevordering van een beter beheer op mondiaal niveau.
Amendement 117
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Benadering", alinea 4
De coördinatie van nationale programma's zal worden geïntensiveerd door de reikwijdte van bestaande ERA-netten voor milieuonderzoek te verbreden en te verdiepen, waarbij ook een gezamenlijke uitvoering van programma's bij Oostzee-onderzoek en nieuwe ERA-netten aan de orde zullen komen .
De coördinatie van nationale programma's zal worden geïntensiveerd door de reikwijdte van bestaande ERA-netten voor milieuonderzoek te verbreden en te verdiepen. Multidisciplinariteit en interdisciplinariteit worden bevorderd door middel van "joint calls" ten aanzien van die thema's waar duidelijk sprake is van een interrelatie tussen de diverse disciplines, zoals wetenschappen en mariene technologieën.
Amendement 118
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Benadering", alinea 5
Er zal specifieke aandacht worden besteed aan een intensievere verspreiding van de resultaten van EU-onderzoek – ook via de benutting van synergie met complementaire financieringsmechanismen op EU- en lidstaatniveau – en aan de bevordering van de incorporatie door relevante eindgebruikers, waarbij de nadruk zal liggen op beleidsmakers .
Er zal specifieke aandacht worden besteed aan een intensievere verspreiding van de resultaten van EU-onderzoek en aan informatie en verspreiding van de wetenschappelijke resultaten, ten einde wetenschap en technologie te doen aansluiten bij de samenleving .
Er zal worden gestreefd naar een maximale synergie en complementariteit met complementaire financieringsmechanismen op EU- en lidstaatniveau, zoals het zesde milieuactieprogramma, het programma URBAN en de LIFE+-Fondsen .
Amendement 119
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Activiteiten", puntje 1 "Klimaatverandering, verontreiniging en risico's", streepje 1
Er is geïntegreerd onderzoek nodig naar het functioneren van het klimaatsysteem en het systeem aarde om te observeren en analyseren hoe deze systemen zich ontwikkelen en de evolutie in de toekomst te voorspellen. Dit zal de ontwikkeling van effectieve adaptatie- en mitigatiemaatregelen voor klimaatverandering en de effecten daarvan mogelijk maken. Er zullen geavanceerde modellen voor klimaatverandering van mondiale tot subregionale schaal worden ontwikkeld en toegepast om de veranderingen, mogelijke effecten en kritische drempels te bepalen. Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer en de watercyclus zullen worden bestudeerd en er zullen risicogebaseerde benaderingen worden ontwikkeld waarbij rekening wordt gehouden met veranderingen in droogte-, storm- en overstromingspatronen. Er zal onderzoek worden gedaan naar de druk op milieukwaliteit en klimaat ten gevolge van de verontreiniging van lucht, water en bodem en naar de interacties tussen de atmosfeer, de ozonlaag in de stratosfeer, het landoppervlak, ijs en oceanen. Er zal worden gekeken naar terugkoppelingsmechanismen en abrupte veranderingen (bijvoorbeeld de circulatie in de oceanen) en de effecten op de biodiversiteit en ecosystemen.
Er is geïntegreerd onderzoek nodig naar het functioneren van het klimaatsysteem en het aard- en oceaansysteem (met inbegrip van de poolgebieden) om te observeren en analyseren hoe zij in het verleden zijn veranderd en hoe deze systemen zich ontwikkelen en de evolutie in de toekomst te voorspellen. Dit zal de ontwikkeling van effectieve adaptatie- en mitigatiemaatregelen voor klimaatverandering en de effecten daarvan mogelijk maken. Er zullen geavanceerde modellen voor klimaatverandering van mondiale tot subregionale schaal worden ontwikkeld en toegepast om de veranderingen, mogelijke effecten en kritische drempels te bepalen. Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer en de watercyclus zullen worden bestudeerd en er zullen risicogebaseerde benaderingen worden ontwikkeld waarbij rekening wordt gehouden met veranderingen in droogte-, storm- en overstromingspatronen. Er zal onderzoek worden gedaan naar de druk op milieukwaliteit en klimaat ten gevolge van de verontreiniging van lucht, water (oppervlakte- en grondwater) en bodem en naar de interacties tussen de atmosfeer, de ozonlaag in de stratosfeer, het landoppervlak, ijs en oceanen, met inbegrip van de gevolgen van veranderingen van het zeeniveau in kustgebieden . Er zal worden gekeken naar terugkoppelingsmechanismen en abrupte veranderingen (bijvoorbeeld de circulatie in de oceanen) en de effecten op de biodiversiteit en ecosystemen, met inbegrip van de effecten op bijzonder kwetsbare gebieden zoals kust- en bergregio's .
Amendement 120
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Activiteiten", puntje 1 "Klimaatverandering, verontreiniging en risico's", streepje 2
Er is multidisciplinair onderzoek naar de interacties van milieurisicofactoren en de gezondheid van de mens nodig ter ondersteuning van het actieplan voor milieu en gezondheid en de integratie van bezorgdheid omtrent de volksgezondheid en de karakterisering van ziekten in verband met opkomende milieurisico's. Het onderzoek zal zich vooral richten op meervoudige blootstelling via verschillende blootstellingsroutes, identificatie van verontreinigingsbronnen en nieuwe of opkomende milieustressoren (bijvoorbeeld binnen- en buitenlucht, elektromagnetische velden, geluid en blootstelling aan toxische stoffen) en hun mogelijke gezondheidseffecten. Bij het onderzoek zal ook worden gestreefd naar de integratie van onderzoeksactiviteiten op het gebied van humane biomonitoring qua wetenschappelijke aspecten, methodologieën en instrumenten voor de ontwikkeling van een gecoördineerde en coherente aanpak. Daarbij zullen Europese cohortstudies worden uitgevoerd, met aandacht voor kwetsbare bevolkingsgroepen, en zal er worden gewerkt aan methoden en instrumenten voor een verbeterde risicokarakterisering, risicobeoordeling en vergelijking van risico's en gezondheidseffecten. Het onderzoek zal leiden tot de ontwikkeling van biomarkers en modelleergereedschappen die rekening houden met gecombineerde blootstelling, variaties in gevoeligheid en onzekerheid. Het zal ook methoden en besluitondersteuningsinstrumenten opleveren (indicatoren, kosten/baten- en multicriteria-analyses, beoordeling van gezondheidseffecten, ziektelast en duurzaamheidsanalyse) voor risicoanalyse, -beheer en -communicatie en voor beleidsontwikkeling en -analyse.
Er is multidisciplinair onderzoek naar de interacties van veranderingen in het milieu- en het aardsysteem en de daaraan verbonden risicofactoren en de gezondheid van de mens nodig ter ondersteuning van het actieplan voor milieu en gezondheid en de integratie van bezorgdheid omtrent de volksgezondheid en de karakterisering van ziekten in verband met opkomende milieurisico's, met name in het stedelijke milieu (met inbegrip van de post-industriële gebieden) . Het onderzoek zal zich vooral richten op de gevolgen van veranderingen in het aardsysteem (klimaatverandering, bodemgebruik, mondialisering), meervoudige blootstelling via verschillende blootstellingsroutes, soortvorming en toxicologie, identificatie van verontreinigingsbronnen en nieuwe of opkomende milieustressoren en de interactie daarvan met natuurlijke agentia en componenten (bijvoorbeeld schadelijke gassen, levende en levenloze fijne en ultrafijne deeltjes, binnen- en buitenlucht, elektromagnetische velden, geluid en blootstelling aan toxische stoffen, gassen en uitlaatemissies en blootstelling aan zonnestraling) en hun mogelijke gezondheidseffecten, syndroomanalyses en onderzoek naar chronische blootstelling, interacties van toxische stoffen en mengsels van dergelijke stoffen, analyses van genetische polymorfismen en immunologische tests, met inbegrip van lymfocytentransformatie- en lymfocytenactiveringstests. Onderzoek naar nieuwe of al bestaande chemische stoffen, als vermeld in de Verordening (EG) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad van ... [inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen] 1 , alsmede naar alternatieven voor dierproeven zal worden aangemoedigd. Bij het onderzoek zal ook worden gestreefd naar de ontwikkeling van nieuwe en betere methoden voor de opsporing van bronnen van verontreiniging en het gecombineerde effect daarvan, de integratie van epidemiologische onderzoeksactiviteiten op het gebied van humane biomonitoring qua wetenschappelijke aspecten, methodologieën en instrumenten voor de ontwikkeling van een gecoördineerde en coherente aanpak. Daarbij zullen Europese cohortstudies worden uitgevoerd, met aandacht voor kwetsbare bevolkingsgroepen, en zal er worden gewerkt aan methoden en instrumenten voor een verbeterde risicokarakterisering en -controle , risicobeoordeling en vergelijking van risico's en gezondheidseffecten. Het onderzoek zal leiden tot de ontwikkeling van biomarkers en modelleer- en controlegereedschappen die rekening houden met gecombineerde blootstelling, variaties in gevoeligheid en onzekerheid. Het zal ook methoden en besluitondersteuningsinstrumenten opleveren (indicatoren, kosten/baten- en multicriteria-analyses, beoordeling van gezondheidseffecten, ziektelast en duurzaamheidsanalyse) voor risicoanalyse, -beheer en -communicatie en voor beleidsontwikkeling en -analyse.
______________
1 PB L ....
Amendement 121
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", Activiteiten, puntje 1 "Klimaatverandering, verontreiniging en risico's", streepje 3
De aanpak bij natuurrampen vereist een multirisicobenadering. Er is behoefte aan verbeterde kennis, methoden en een geïntegreerd kader voor de beoordeling van gevaren, kwetsbaarheid, en risico's. Daarnaast moeten karterings-, preventie- en mitigatiestrategieën worden ontwikkeld, waarbij ook wordt gekeken naar economische en sociale factoren. Rampen in verband met het klimaat (zoals stormen, droogte, bosbranden, aardverschuivingen overstromingen) en geologische gevaren (zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami's) zullen worden bestudeerd. Dit onderzoek zal een beter inzicht in de onderliggende processen mogelijk maken en verbetering van de voorspellings- en prognosemethoden op basis van een probabilistische aanpak. Het zal ook de basis vormen voor de ontwikkeling van vroegtijdige waarschuwings- en informatiesystemen . De gevolgen van grote natuurgevaren voor de maatschappij zullen worden gekwantificeerd .
De aanpak bij natuurrampen vereist een multirisicobenadering die zich vooral richt op het koppelen van risicostrategieën aan transparante plannen, procedures en protocollen . Er is behoefte aan verbeterde kennis, methoden en een geïntegreerd kader voor de beoordeling van gevaren, kwetsbaarheid, en risico's. Daarnaast moeten karterings-, preventie-, detectie- en mitigatiestrategieën worden ontwikkeld, waarbij ook wordt gekeken naar economische en sociale factoren. Rampen in verband met het klimaat (zoals stormen, droogte, vorst, bosbranden, lawines, aardverschuivingen, emissies, overstromingen en andere extreme verschijnselen ) en geologische gevaren (zoals aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami's) zullen worden bestudeerd. Dit onderzoek zal een beter inzicht in de onderliggende processen mogelijk maken en verbetering van de voorspellings- en prognosemethoden op basis van een probabilistische aanpak. Het zal ook de basis vormen voor onderzoek naar natuurlijke risico's en natuurrampen, het beheer en de ontwikkeling van vroegtijdige waarschuwings-, informatie- en snellereactiesystemen en de manieren om daarop te reageren en voor onderzoek naar de omgang met natuurlijke risico's en natuurrampen. Er zal speciale aandacht worden besteed aan maatschappelijke gedragspatronen ten opzichte van natuurgevaren en de beoordeling van de gevolgen daarvan .
Amendement 122
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Activiteiten", puntje 2 "Duurzaam beheer van rijkdommen", streepje 1
Het onderzoek zal gericht zijn op verbetering van de kennisbasis en de ontwikkeling van geavanceerde modellen en instrumenten die nodig zijn voor het duurzame beheer van rijkdommen en het creëren van duurzame consumptiepatronen. Dit maakt prognose van het gedrag van ecosystemen en hun herstel mogelijk, alsmede mitigatie van de aantasting en het verlies van belangrijke structurele en functionele onderdelen van ecosystemen (voor biodiversiteit, water, bodem en mariene rijkdommen). Bij onderzoek naar de modellering van ecosystemen zal rekening worden gehouden met de beschermings- en behoudspraktijk. Innovatieve benaderingen voor de ontwikkeling van economische activiteiten uit ecosysteemdiensten zullen worden gestimuleerd. Er zullen benaderingen worden ontwikkeld om woestijnvorming, bodemaantasting en erosie te voorkomen en verlies van biodiversiteit te stoppen. Het onderzoek zal ook aandacht besteden aan het duurzaam beheer van bossen en het stadsmilieu, inclusief stadsplanning, en het beheer van afval. Het onderzoek zal profiteren van en bijdragen tot de ontwikkeling van open, gedistribueerde en interoperabele gegevensbeheer- en informatiesystemen en zal de basis leggen voor beoordelingen, verkenning ("foresight") en diensten in verband met natuurlijke rijkdommen en het gebruik daarvan.
Het onderzoek zal gericht zijn op verbetering van de kennisbasis en de ontwikkeling van geavanceerde modellen en instrumenten die nodig zijn voor het duurzame beheer van rijkdommen en het creëren van duurzame consumptiepatronen. Dit maakt prognose van het gedrag van ecosystemen en hun herstel mogelijk, alsmede mitigatie van de aantasting en het verlies van belangrijke structurele en functionele onderdelen van ecosystemen (voor biodiversiteit, water, bodem en mariene rijkdommen). Bij onderzoek naar de modellering van ecosystemen zal rekening worden gehouden met de beschermings- en behoudspraktijk en bescherming tegen erosie, met name in bergachtige gebieden. Innovatieve benaderingen voor de ontwikkeling van economische activiteiten uit ecosysteemdiensten zullen worden gestimuleerd. Er zullen benaderingen worden ontwikkeld om woestijnvorming, bodemaantasting en erosie te voorkomen en verlies van biodiversiteit te stoppen. Het onderzoek zal ook aandacht besteden aan een geïntegreerde strategie voor het duurzaam beheer en behoud van plattelandsgebieden, met inbegrip van bossen, bos- en andere nauw met de natuur verbonden ecosystemen die blootstaan aan veranderende milieuomstandigheden, met inbegrip van frequente of zware rampen, en het stadsmilieu, rekening houdend met cultureel erfgoed, stadsplanning, en het beheer van afval. Het onderzoek zal profiteren van en bijdragen tot de ontwikkeling van open, gedistribueerde en interoperabele gegevensbeheer- en informatiesystemen en zal de basis leggen voor beoordelingen, verkenning ("foresight") en diensten in verband met natuurlijke rijkdommen en het gebruik daarvan.
Amendement 123
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Activiteiten", puntje 3 "Milieutechnologie", streepje 1
Er zijn nieuwe of verbeterde milieutechnologieën nodig om de milieueffecten van menselijke activiteiten terug te dringen, het milieu efficiënter te beschermen, de rijkdommen efficiënter te beheren en nieuwe producten, processen en diensten te ontwikkelen die milieuvriendelijker zijn dan bestaande alternatieven. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op: technologieën voor de preventie of beperking van milieurisico's, de mitigatie van gevaren en rampen, de mitigatie van klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit; technologie ter bevordering van duurzame productie en consumptie; technologie voor een efficiënter beheer van rijkdommen of een efficiëntere behandeling van verontreiniging op het gebied van water, bodem, lucht, zee en andere natuurlijke rijkdommen, of afval; technologie voor een milieuvriendelijk en duurzaam beheer van het leefmilieu, onder andere de gebouwde omgeving, stadsgebieden, landschap en voor het behoud en herstel van het cultureel erfgoed.
Er zijn nieuwe of verbeterde milieutechnologieën nodig om de milieueffecten van menselijke activiteiten terug te dringen, het milieu efficiënter te beschermen, de rijkdommen efficiënter te beheren en nieuwe producten, processen en diensten te ontwikkelen die milieuvriendelijker zijn dan bestaande alternatieven. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op: technologieën voor de preventie of beperking van milieurisico's, de mitigatie van gevaren en rampen, de mitigatie van klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit; technologie ter bevordering van duurzame productie en consumptie; technologie voor een efficiënter beheer van rijkdommen of een efficiëntere behandeling van verontreiniging op het gebied van water, bodem, lucht, zee en andere natuurlijke rijkdommen, of afval, en met name het hergebruik van afval; technologieën voor verwerking en/of herbenutting van de rest- of afvalstoffen van de energiewinning; technologie voor een milieuvriendelijk en duurzaam beheer van het leefmilieu, onder andere de gebouwde omgeving, stadsgebieden, landschap en voor het behoud en herstel van het cultureel erfgoed.
Amendement 124
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Activiteiten", puntje 3 "Milieutechnologie", streepje 2
Het onderzoek zal zich vooral richten op de risico- en prestatiebeoordeling van technologieën, waaronder processen en producten, en de verdere ontwikkeling van verwante methoden zoals de levenscyclusanalyse. Daarnaast zal de nadruk liggen op: kansen, marktpotentieel en sociaal-economische aspecten van milieutechnologieën op lange termijn; beoordeling van de risico's van chemische stoffen, intelligente teststrategieën en methoden om dierproeven tot een minimum te beperken, technieken voor risicokwantificering; en onderzoek ter ondersteuning van de ontwikkeling van het Europees systeem voor de verificatie en beproeving van milieutechnologie.
Het onderzoek zal zich vooral richten op de risico- en prestatiebeoordeling van technologieën, waaronder processen, producten en diensten , en de verdere ontwikkeling van verwante methoden zoals de levenscyclusanalyse. Daarnaast zal de nadruk liggen op: kansen, marktpotentieel en sociaal-economische aspecten van milieutechnologieën op lange termijn; beoordeling van de risico's van chemische stoffen, intelligente teststrategieën en methoden om dierproeven tot een minimum te beperken, technieken voor risicokwantificering; en onderzoek ter ondersteuning van de ontwikkeling van het Europees systeem voor de verificatie en beproeving van milieutechnologie.
Amendement 125
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Internationale samenwerking", alinea 2
Wetenschappelijke en technologische partnerschappen met ontwikkelingslanden zullen bijdragen tot de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling op verschillende gebieden (zoals ombuiging van het verlies van milieurijkdommen, verbetering van het waterbeheer , de watervoorziening en sanitaire voorzieningen, en de milieu-uitdagingen van verstedelijking) en op deze gebieden kunnen ook KMO's een cruciale rol spelen. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de relatie tussen mondiale milieuproblemen en de regionale en lokale ontwikkelingsproblemen in verband met natuurlijke rijkdommen, biodiversiteit, landgebruik, natuurlijke en door de mens gecreëerde gevaren en risico's, klimaatverandering, milieutechnologie, milieu en gezondheid, en aan instrumenten voor beleidsanalyse. Samenwerking met geïndustrialiseerde landen zal de toegang tot mondiaal toponderzoek bevorderen.
Wetenschappelijke en technologische partnerschappen met ontwikkelingslanden zullen bijdragen tot de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling op verschillende gebieden (zoals preventie en mitigatie van de gevolgen van klimaatverandering en natuurrampen, ombuiging van het verlies van milieurijkdommen, verbetering van het water- en grondbeheer , de watervoorziening en sanitaire voorzieningen, preventie en bestrijding van woestijnvorming, de milieu- en biodiversiteitsuitdagingen van verstedelijking en duurzame productie en duurzaam gebruik ) en op deze gebieden kunnen ook KMO's een cruciale rol spelen. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de relatie tussen mondiale milieuproblemen en de regionale en lokale ontwikkelingsproblemen in verband met natuurlijke rijkdommen, biodiversiteit, landgebruik, natuurlijke en door de mens gecreëerde gevaren en risico's, klimaatverandering, milieutechnologie, milieu en gezondheid, en aan instrumenten voor beleidsanalyse. Samenwerking met geïndustrialiseerde landen zal de toegang tot mondiaal toponderzoek bevorderen.
Amendement 126
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Internationale samenwerking", alinea 3
De totstandkoming van het GEOSS voor aardobservatie zal een stimulans vormen voor internationale samenwerking om inzicht te krijgen in aardsystemen en duurzaamheidsaspecten en voor de gecoördineerde verzameling van gegevens voor wetenschap en beleid.
De totstandkoming van het GEOSS voor aardobservatie zal een stimulans vormen voor internationale samenwerking om inzicht te krijgen in aardsystemen en duurzaamheidsaspecten en voor de gecoördineerde verzameling van gegevens voor wetenschap en beleid, en om de belangstelling van de openbare en de particuliere sector te vergroten .
Amendement 127
Bijlage I, Thema's, punt 6 "Milieu (inclusief klimaatverandering)", "Reactie op opkomende behoeften en onvoorziene beleidsbehoeften", alinea 2
Ondersteuning voor de reactie op onvoorziene milieubeleidsbehoeften zou bijvoorbeeld gerelateerd kunnen zijn aan duurzaamheidseffectbeoordelingen van nieuw EU-beleid voor bijvoorbeeld het milieu, maritiem beleid, normen en regelgeving.
Ondersteuning voor de reactie op onvoorziene milieubeleidsbehoeften zou bijvoorbeeld gerelateerd kunnen zijn aan duurzaamheidseffectbeoordelingen van nieuw EU-beleid voor bijvoorbeeld duurzame productie en duurzaam gebruik, het milieu, klimaatverandering, natuurlijke rijkdommen, maritiem beleid, normen en regelgeving.
Amendement 128
Bijlage I, Thema's,punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Doelstelling"
Op basis van technologische vorderingen geïntegreerde, "groenere", "slimmere" en veiligere pan-Europese vervoersystemen ontwikkelen ten behoeve van de burger en de maatschappij, met inachtneming van het milieu en de natuurlijke rijkdommen; en het concurrentievermogen en de leidende rol die de Europese industrieën zich op de wereldmarkt hebben verworven, consolideren en verder ontwikkelen.
Op basis van technologische vorderingen geïntegreerde, "groenere" en "slimmere" pan-Europese vervoerssystemen ontwikkelen ten behoeve van de burger en de maatschappij, met inachtneming van het milieu en de natuurlijke rijkdommen; en de leidende rol die de Europese industrieën zich op de wereldmarkt hebben verworven, consolideren en verder ontwikkelen, zodat ook de transatlantische technologische kloof verder kan worden gedicht .
Amendement 129
Bijlage I, punt 7 "Transport (inclusief luchtvaart)", "Doelstelling", alinea 3
De verschillende op dit gebied gecreëerde technologieplatforms (ACARE voor luchtvaart en luchtvervoer, ERRAC voor spoorvervoer, ERTRAC voor wegvervoer, WATERBORNE voor vervoer over water, Waterstof en brandstofcellen) hebben visies op lange termijn en strategische onderzoeksagenda's uitgewerkt die een nuttige bijdrage leveren tot de definitie van dit thema en zorgen voor een aanvulling op de behoeften van beleidsmakers en de verwachtingen van de maatschappij. Bepaalde aspecten van de strategische onderzoeksagenda's kunnen aanleiding geven tot het opzetten van gezamenlijke technologie-initiatieven. Activiteiten van ERA-NET bieden mogelijkheden om een verdere transnationale coördinatie voor specifieke onderwerpen binnen de vervoersector te vergemakkelijken en waar mogelijk zal daaraan worden gewerkt.
De verschillende op dit gebied gecreëerde technologieplatforms (ACARE voor luchtvaart en luchtvervoer, ERRAC voor spoorvervoer, ERTRAC voor wegvervoer, WATERBORNE voor vervoer over water, maritieme techniek en Waterstof en brandstofcellen) hebben visies op lange termijn en strategische onderzoeksagenda's uitgewerkt die een nuttige bijdrage leveren tot de definitie van dit thema en zorgen voor een aanvulling op de behoeften van beleidsmakers en de verwachtingen van de maatschappij. Bepaalde aspecten van de strategische onderzoeksagenda's kunnen aanleiding geven tot het opzetten van gezamenlijke technologie-initiatieven. Activiteiten van ERA-NET bieden mogelijkheden om een verdere transnationale coördinatie voor specifieke onderwerpen binnen de vervoersector te vergemakkelijken en waar mogelijk zal daaraan worden gewerkt.
Amendement 130
Bijlage I, punt 7 "Transport (inclusief luchtvaart)", "Doelstelling", alinea 5
Binnen de verschillende actielijnen en over hun grenzen heen zullen zowel bestaande beleidsbehoeften als de ontwikkeling, beoordeling en uitvoering van nieuw beleid (zoals het maritieme beleid) aan de orde komen. Hierbij gaat het onder andere om studies, modellen en instrumenten op het gebied van strategische monitoring en prognose waarbij kennis over de belangrijkste economische, sociale, veiligheids- en milieuaspecten voor vervoer wordt geïntegreerd. Bij activiteiten ter ondersteuning van sectoroverschrijdende thematische onderwerpen zal de nadruk liggen op specifieke vervoerskenmerken zoals beveiligingsaspecten als inherente eis voor het vervoersysteem; het gebruik van alternatieve energiebronnen bij vervoerstoepassingen; en monitoring van de milieueffecten van het vervoer, inclusief klimaatverandering.
Binnen de verschillende actielijnen en over hun grenzen heen zullen zowel bestaande beleidsbehoeften als de ontwikkeling, beoordeling en uitvoering van nieuw beleid (zoals het maritieme beleid) aan de orde komen. Hierbij gaat het onder andere om studies, modellen en instrumenten op het gebied van strategische monitoring en prognose waarbij kennis over de belangrijkste economische, sociale, veiligheids- en milieuaspecten voor vervoer wordt geïntegreerd. Bij activiteiten ter ondersteuning van sectoroverschrijdende thematische onderwerpen zal de nadruk liggen op specifieke vervoerskenmerken zoals beveiligingsaspecten als inherente eis voor het vervoersysteem; het gebruik van alternatieve energiebronnen bij vervoerstoepassingen; monitoring van de milieueffecten van het vervoer, inclusief klimaatverandering en maatregelen ter vermindering van de nadelige gevolgen van permanente geografische beperkingen. Het milieuonderzoek moet zich ook bezighouden met manieren om verkeer te vermijden, te beperken en optimaal te laten verlopen. Tot het onderzoek van milieuvraagstukken moet het doeltreffender maken van het vervoer behoren.
Amendement 131
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Benadering", alinea 5 bis (nieuw)
Er wordt met name aandacht besteed aan een betere verspreiding van de resultaten van het communautaire onderzoek. Multidisciplinariteit en interdisciplinariteit zullen worden gestimuleerd en er zal worden gestreefd naar maximale synergie en complementariteit met de mechanismen voor aanvullende financiering op het communautaire en nationale niveau, waarin bijvoorbeeld is voorzien in het kader van het Marco Polo-programma of voor de trans-Europese vervoersnetwerken.
Amendement 132
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 1 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 2
De vergroening van het luchtvervoer: Ontwikkeling van technologie om de milieueffecten van de luchtvaart te verminderen teneinde de emissie van kooldioxide (CO2) te halveren, de specifieke emissie van stikstofoxiden (NOx) met 80% te verlagen en de geluidshinder te halveren. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op de bevordering van groene motortechnologieën zoals technologie voor alternatieve brandstoffen alsmede een verbeterde voertuigefficiency van vliegtuigen met vaste vleugels en draaivleugelvliegtuigen, nieuwe intelligente lichte structuren en een verbeterde aërodynamica. Er zal ook aandacht worden besteed aan onderwerpen als een verbeterde vliegtuigafhandeling op het vliegveld (airside en landside) en luchtverkeersleiding, fabricage, onderhoud en recyclingprocessen.
De vergroening van het luchtvervoer: Ontwikkeling van technologie om de milieueffecten van de luchtvaart te verminderen teneinde de emissie van kooldioxide (CO2) te halveren, de specifieke emissie van stikstofoxiden (NOx) met 80% te verlagen en de geluidshinder te halveren. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op de bevordering van groene motortechnologieën zoals technologie voor alternatieve brandstoffen alsmede een verbeterde voertuigefficiency van vliegtuigen met vaste vleugels en draaivleugelvliegtuigen (helicopters en tiltrotors) , nieuwe intelligente lichte structuren en een verbeterde aërodynamica. Er zal ook aandacht worden besteed aan onderwerpen als een verbeterde vliegtuigafhandeling op het vliegveld (airside en landside) en luchtverkeersleiding, fabricage, onderhoud, revisie en recyclingprocessen.
Amendement 133
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 1 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 4
Zorgen voor tevredenheid en veiligheid van de klant: Introductie van een sprong vooruit qua keuze voor de passagier en flexibiliteit van de dienstregeling, gepaard gaande met een daling van het ongevalspercentage met een factor vijf. Nieuwe technologieën zullen een ruimere keuze van vliegtuig/motorconfiguraties mogelijk maken, van wide body tot kleine toestellen, met een verhoogde automatisering bij alle onderdelen van het systeem, ook bij de besturing. De nadruk zal ook liggen op verbeteringen voor het comfort, het welzijn en nieuwe diensten voor passagiers en actieve en passieve veiligheidsmaatregelen met bijzondere nadruk op de menselijke factor. Er zal onder andere onderzoek worden gedaan naar de aanpassing van luchthavenactiviteiten en luchtverkeersregeling aan verschillende typen vliegtuigen en een benutting van 24 uur per dag bij aanvaardbare geluidsniveaus voor de omgeving.
Zorgen voor tevredenheid en veiligheid van de klant: Introductie van een sprong vooruit qua keuze voor de passagier en flexibiliteit van de dienstregeling, gepaard gaande met een daling van het ongevalspercentage met een factor vijf. Nieuwe technologieën zullen een ruimere keuze van vliegtuig/motorconfiguraties mogelijk maken, van wide body tot kleinere toestellen voor verbindingen tussen stadscentra en regionale toepassingen (b.v. tiltrotors) , met een verhoogde automatisering bij alle onderdelen van het systeem, ook bij de besturing en bieden de mogelijkheid nationale informatie- en reserveringssystemen interoperabel te maken in termen van luchtvaartmaatschappijen en modi op een geheel Europa omvattende schaal . De nadruk zal ook liggen op verbeteringen voor het comfort, het welzijn, de gezondheidssituatie, bijvoorbeeld door betere faciliteiten in de cabine , en nieuwe diensten voor passagiers en actieve en passieve veiligheidsmaatregelen met bijzondere nadruk op de menselijke factor. Er zal onder andere onderzoek worden gedaan naar de aanpassing van luchthavenactiviteiten en luchtverkeersregeling aan verschillende geografische omstandigheden en typen vliegtuigen en een benutting van 24 uur per dag bij aanvaardbare geluidsniveaus voor de omgeving.
Amendement 134
Bijlage I, punt 7 "Transport (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 1 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 5
Verbetering van de kostenefficiëntie: Stimulering van een concurrerende toeleveringsketen waardoor de doorlooptijd kan worden gehalveerd en de kosten van productontwikkeling en de exploitatiekosten kunnen worden verlaagd, hetgeen leidt tot goedkoper vervoer voor de burger. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op verbeteringen in het hele bedrijfsproces, van conceptueel ontwerp tot productontwikkeling, fabricage en exploitatie, inclusief de integratie van de toeleveringsketen. Daarbij wordt aandacht besteed aan verbeterde simuleringsmogelijkheden en automatisering, technologieën en methoden voor de verwezenlijking van het onderhoudsvrije vliegtuig, alsmede een "slanke" exploitatie van vliegtuigen, luchthavens en luchtverkeersregeling.
Verbetering van de kostenefficiëntie: Stimulering van een concurrerende toeleveringsketen waardoor de doorlooptijd kan worden gehalveerd en de kosten van productontwikkeling en de exploitatiekosten kunnen worden verlaagd, bij voorbeeld door gebruik te maken van de resultaten van het System for Mobile Maintenance Accessible in Real Time (SMMART)-project, hetgeen leidt tot goedkoper vervoer voor de burger. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op verbeteringen in het hele bedrijfsproces, van conceptueel ontwerp tot productontwikkeling, fabricage en exploitatie, inclusief de integratie van de toeleveringsketen. Daarbij wordt aandacht besteed aan verbeterde simuleringsmogelijkheden en automatisering, technologieën en methoden voor de verwezenlijking van het onderhoudsvrije vliegtuig, alsmede een "slanke" exploitatie van vliegtuigen, luchthavens en luchtverkeersregeling.
Amendement 135
Bijlage I, punt 7 "Transport (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 1 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 6
Bescherming van vliegtuig en passagiers: Preventie van alle vormen van vijandige activiteiten die leiden tot verwonding, verlies, beschadiging of verstoring voor reizigers of burgers ten gevolge van misbruik van vliegtuigen. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op de relevante onderdelen van het luchtverkeersysteem zoals beveiligingsmaatregelen bij het ontwerp van cabine en cockpit, automatische besturing en landing bij onbevoegd gebruik van vliegtuigen, bescherming tegen aanvallen van buiten en beveiligingsaspecten van het beheer van het luchtruim en de exploitatie van luchthavens.
Bescherming van vliegtuig en passagiers: Preventie van alle vormen van vijandige activiteiten die leiden tot verwonding, verlies, beschadiging of verstoring voor reizigers of burgers ten gevolge van misbruik van vliegtuigen. Het onderzoek zal vooral gericht zijn op de relevante onderdelen van het luchtverkeersysteem zoals beveiligingsmaatregelen bij het ontwerp van cabine en cockpit, automatische besturing en landing bij onbevoegd gebruik van vliegtuigen, bescherming tegen aanvallen van buiten en beveiligingsaspecten van het beheer van het luchtruim en de exploitatie van luchthavens en aspecten in verband met fysieke beperkingen of zeer slechte weersomstandigheden.
Amendement 136
Bijlage I, punt 7 "Transport (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 1 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 7
Exploratie van het luchtvervoer van de toekomst: Verkenning van radicalere, milieuefficiëntere en innovatievere technologie die de stapsgewijze verandering zou kunnen vergemakkelijken die nodig is voor het luchtvervoer in de tweede helft van deze eeuw en daarna. Er zal onderzoek worden gedaan naar aspecten als nieuwe concepten voor aandrijving en draagkracht, nieuwe ideeën voor het interieur van vliegtuigen, nieuwe luchthavenconcepten, nieuwe methoden voor vliegtuignavigatie en verkeersleiding, alternatieve concepten voor de exploitatie van het luchtvervoersysteem en de integratie daarvan met andere vervoerswijzen.
Exploratie van het luchtvervoer van de toekomst: Verkenning van radicalere, milieuefficiëntere en innovatievere technologie die de stapsgewijze verandering zou kunnen vergemakkelijken die nodig is voor het luchtvervoer in de tweede helft van deze eeuw en daarna. Er zal onderzoek worden gedaan naar aspecten als nieuwe concepten voor aandrijving en draagkracht, nieuwe interieurontwerpen voor vliegtuigen, nieuwe luchthavenconcepten, nieuwe methoden voor vliegtuignavigatie en verkeersleiding, alternatieve manieren voor de exploitatie van het luchtvervoersysteem en de integratie daarvan met andere vervoerswijzen, alsmede nieuwe ideeën die erop gericht zijn de gevolgen van nadelige geografische beperkingen zo gering mogelijk te houden.
Amendement 137
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 2 "Oppervlaktevervoer (spoor, weg en water)", alinea 1
De vergroening van het oppervlaktevervoer: Ontwikkeling van technologieën en kennis voor minder verontreiniging (lucht, water en bodem) en milieueffecten zoals klimaatverandering, gezondheid, biodiversiteit en geluidshinder. Het onderzoek zal leiden tot schonere en energie-efficiëntere aandrijving en het gebruik van alternatieve brandstoffen, inclusief waterstof en brandstofcellen, bevorderen . De activiteiten bestrijken technologie voor infrastructuur, voertuigen, vaartuigen en componenten, inclusief algehele systeemoptimalisering. Voorbeelden van onderzoek naar vervoer-specifieke ontwikkelingen zijn fabricage-, constructie-, exploitatie-, onderhoud-, reparatie-, inspectie-, recycling- en sloopstrategieën en het optreden op zee bij ongevallen.
De vergroening van het oppervlaktevervoer: Verbetering van de methodieken voor de berekening van externe maatschappelijke en milieukosten. Ontwikkeling van technologieën en kennis voor minder verontreiniging (lucht, water en bodem) en milieueffecten zoals klimaatverandering, gezondheid, biodiversiteit en geluidshinder. Het onderzoek zal leiden tot schonere, kosteneffectievere en energie-efficiëntere aandrijving (b.v. hybride oplossingen) en het gebruik te bevorderen van alternatieve brandstoffen, inclusief waterstof en brandstofcellen, alsook van treinen die gebruik maken van hybride motoren, ten einde koolstofvrije vervoermiddelen te kunnen ontwikkelen . De activiteiten bestrijken technologie voor infrastructuur, voertuigen, vaartuigen en componenten, inclusief algehele systeemoptimalisering. Voorbeelden van onderzoek naar vervoer-specifieke ontwikkelingen zijn fabricage-, constructie-, exploitatie-, onderhoud-, diagnose-, reparatie-, inspectie-, ontmantelings-, opbergings- en recycling- en sloopstrategieën en het optreden op zee bij ongevallen.
Amendement 138
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 2 "Oppervlaktevervoer (spoor, weg en water)", alinea 3
Waarborging van duurzame stedelijke mobiliteit: Nadruk op de mobiliteit van personen en goederen door onderzoek naar de "auto van de volgende generatie" en de penetratie daarvan in de markt, waarin alle elementen van schoon, energie-efficiënt, veilig en intelligent wegvervoer worden verenigd. Het onderzoek naar nieuwe mobiliteitsconcepten, innovatieve organisatieschema's en mobiliteitsbeheersystemen en kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer zal streven naar toegankelijkheid voor iedereen en een hoog intermodaal integratieniveau. Er zullen innovatieve strategieën voor schoon stadsvervoer worden ontwikkeld en getest. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan niet-verontreinigende vervoerswijzen, beheersing van de vraag, rationalisering van het privé-vervoer, en informatie- en communicatiestrategieën, -diensten en -infrastructuur. Tot de instrumenten ter ondersteuning van beleidsontwikkeling en -implementatie behoren vervoersplanning en ruimtelijke ordening.
Waarborging van duurzame stedelijke mobiliteit voor alle burgers, met inbegrip van personen met een handicap: Nadruk op de mobiliteit van personen en goederen door onderzoek naar de "auto van de volgende generatie" en de penetratie daarvan in de markt, waarin alle elementen van schoon, energie-efficiënt, veilig en intelligent wegvervoer worden verenigd. Het onderzoek naar nieuwe vervoers- en mobiliteitsconcepten, innovatieve organisatieschema's en mobiliteitsbeheersystemen en kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer zal streven naar toegankelijkheid voor iedereen en een hoog intermodaal integratieniveau. Er zullen innovatieve strategieën voor schoon stadsvervoer worden ontwikkeld en getest. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan niet-verontreinigende vervoerswijzen, beheersing van de vraag, rationalisering van het privé-vervoer, en informatie- en communicatiestrategieën, -diensten en -infrastructuur. Het accent zal ook liggen op de kwaliteit van de mobiliteit en de tevredenheid van de gebruiker, met name ten behoeve van minder mobiele personen en specifieke groepen, zoals ouderen en vrouwen. Tot de instrumenten en modellen ter ondersteuning van beleidsontwikkeling en -implementatie behoren vervoersplanning en ruimtelijke ordening.
Amendement 139
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 2 "Oppervlaktevervoer (spoor, weg en water)", alinea 4
Verbetering van de veiligheid en beveiliging: Ontwikkeling van technologieën en intelligente systemen voor de bescherming van kwetsbare personen zoals chauffeurs, berijders, passagiers, bemanning en voetgangers. Er zullen geavanceerde technische systemen en methodologieën voor risicobeheersing worden ontwikkeld voor het ontwerp van voer- en vaartuigen en infrastructuur. De nadruk zal liggen op integratieve benaderingen waarin menselijke factoren, constructieve integriteit, preventieve, passieve en actieve veiligheid, hulpverlening en crisisbeheer worden gekoppeld. Veiligheid zal worden beschouwd als een intrinsieke component van het totale vervoersysteem waaronder vallen: infrastructuur, goederen en containers, vervoersgebruikers en -exploitanten, voer- en vaartuigen en maatregelen op het niveau van beleid en wetgeving, met inbegrip van instrumenten voor beslisondersteuning en validering; beveiliging zal aan de orde komen wanneer dit een inherente eis voor het vervoersysteem is.
Verbetering van de veiligheid en beveiliging: Ontwikkeling van technologieën en intelligente systemen voor de bescherming van kwetsbare personen zoals chauffeurs, berijders, passagiers, bemanning en voetgangers. Er zullen geavanceerde technische systemen en methodologieën voor risicobeheersing worden ontwikkeld voor het ontwerp van voer- en vaartuigen en infrastructuur. De nadruk zal liggen op integratieve benaderingen waarin menselijke factoren, constructieve integriteit, preventieve, passieve en actieve veiligheid, hulpverlening en crisisbeheer worden gekoppeld. Veiligheid zal worden beschouwd als een intrinsieke component van het totale vervoersysteem waaronder vallen: infrastructuur aan land of op zee , goederen (met inbegrip van LNG) en containers, vervoersgebruikers en -exploitanten, voer- en vaartuigen en maatregelen op het niveau van beleid en wetgeving, met inbegrip van instrumenten voor beslisondersteuning en validering; beveiliging zal aan de orde komen wanneer dit een inherente eis voor het vervoersysteem is.
Amendement 140
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 2 "Oppervlaktevervoer (spoor, weg en water)", alinea 5
Opvoering van het concurrentievermogen: Verbetering van het concurrentievermogen van de vervoersector, waarborging van duurzame, efficiënte en betaalbare vervoersdiensten en creatie van nieuwe vaardigheden en werkgelegenheid door onderzoek en ontwikkeling. Tot de technologieën voor geavanceerde industriële processen behoren ontwerp, fabricage, assemblage, constructie en onderhoud en deze zullen streven naar een daling van de levenscycluskosten en de doorlooptijd bij ontwikkeling. De nadruk zal liggen op innovatieve productconcepten en verbeterde vervoersdiensten die zorgen voor meer tevredenheid bij de klant. Er zal een nieuwe productieorganisatie worden ontwikkeld, inclusief systemen voor het beheer van de toeleveringsketen en de distributie.
Opvoering van het concurrentievermogen: Verbetering van het concurrentievermogen van de vervoersector, waarborging van duurzame, efficiënte en betaalbare vervoersdiensten en creatie van nieuwe vaardigheden en werkgelegenheid door onderzoek en ontwikkeling. Tot de technologieën voor geavanceerde industriële processen behoren ontwerp, fabricage, assemblage, constructie en onderhoud en deze zullen streven naar een daling van de levenscycluskosten en de doorlooptijd bij ontwikkeling. De nadruk zal liggen op innovatieve product- en systeemconcepten en verbeterde vervoersdiensten die zorgen voor meer tevredenheid bij de klant. Er zal een nieuwe productieorganisatie worden ontwikkeld, inclusief systemen voor het beheer van de toeleveringsketen en de distributie.
Amendement 141
Bijlage I, Thema's, punt 7 "Vervoer (inclusief luchtvaart)", "Activiteiten", puntje 3 "Ondersteuning van het Europese mondiale satellietnavigatiesysteem (Galileo)", alinea 3
De instrumenten aanbieden en het geschikte klimaat creëren: waarborging van een veilig gebruik van diensten, vooral door certificatie op cruciale toepassingsgebieden; voorbereiding en bevestiging van de geschiktheid van diensten voor nieuw beleid en nieuwe wetgeving, inclusief de uitvoering daarvan; een aanpak voor publiek gereguleerde diensten aan de hand van het goedgekeurde toegangsbeleid; ontwikkeling van essentiële digitale topologie-, cartografie- en geodesiegegevens en -systemen voor gebruik in navigatietoepassingen; een aanpak voor veiligheids- en beveiligingsbehoeften en -eisen.
De instrumenten aanbieden en het geschikte klimaat creëren: waarborging van een veilig gebruik van diensten, vooral door certificatie op cruciale toepassingsgebieden; voorbereiding en bevestiging van de geschiktheid van diensten voor nieuw beleid en nieuwe wetgeving, inclusief de uitvoering daarvan; een aanpak voor publiek gereguleerde diensten aan de hand van het goedgekeurde toegangsbeleid; ontwikkeling van essentiële digitale topologie-, cartografie- en geodesiegegevens en -systemen voor gebruik in navigatietoepassingen; een aanpak voor veiligheids- en beveiligingsbehoeften en -eisen. Op het gebied van de beveiliging zullen in het belang van een zo groot mogelijke interactie met de GMES-gerelateerde systemen haalbaarheidsonderzoeken en demonstraties worden gestimuleerd om in ieder stadium compatibiliteit en convergentie tussen GMES en Galileo te realiseren in het kader van GMES als "systeem der systemen".
Amendement 142
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Benadering", alinea 1
De onderzoeksprioriteiten betreffen de belangrijkste maatschappelijke, economische en culturele uitdagingen waarmee Europa en de wereld nu en in de toekomst worden geconfronteerd. De voorgestelde onderzoeksagenda behelst een coherente aanpak om deze uitdagingen aan te gaan. De ontwikkeling van een kennisbasis voor de sociaal-economische en geesteswetenschappen voor deze cruciale uitdagingen zal een belangrijke bijdrage leveren tot de bevordering van gezamenlijke inzichten in heel Europa en tot de oplossing van internationale problemen in een ruimere context. De onderzoeksprioriteiten zullen helpen de formulering, uitvoering, effecten en evaluatie van beleid op vrijwel alle communautaire beleidsterreinen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau te verbeteren en in de meeste gevallen bevat het onderzoek een substantieel internationaal perspectief.
De onderzoeksprioriteiten betreffen de belangrijkste maatschappelijke, economische en culturele uitdagingen waarmee Europa en de wereld nu en in de toekomst worden geconfronteerd. De voorgestelde onderzoeksagenda behelst een coherente aanpak om deze uitdagingen aan te gaan. De ontwikkeling van een kennisbasis voor de sociaal-economische, sociaal-culturele en geesteswetenschappen voor deze cruciale uitdagingen zal een belangrijke bijdrage leveren tot de bevordering van gezamenlijke inzichten in heel Europa en tot de oplossing van internationale problemen in een ruimere context. De onderzoeksprioriteiten zullen helpen de formulering, uitvoering, effecten en evaluatie van beleid op vrijwel alle communautaire beleidsterreinen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau te verbeteren en in de meeste gevallen bevat het onderzoek een substantieel internationaal perspectief.
Amendement 143
Bijlage I, "Thema's", punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 1 "Groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen in een kennismaatschappij", alinea 1, inleidende formule
Dit onderdeel zal gericht zijn op de ontwikkeling en integratie van onderzoek naar vraagstukken die gevolgen hebben voor groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen teneinde een beter en geïntegreerd inzicht in deze vraagstukken te krijgen met het oog op de verdere ontwikkeling van een kennismaatschappij. Het zal positieve gevolgen hebben voor het beleid en vorderingen op weg naar de verwezenlijking van deze doelstellingen ondersteunen. In het onderzoek worden de volgende aspecten van het vraagstuk geïntegreerd:
Dit onderdeel zal gericht zijn op de ontwikkeling en integratie van onderzoek naar vraagstukken die gevolgen hebben voor groei, sociaal-economische stabiliteit, werkgelegenheid en concurrentievermogen, technologische cohesie en de ontwikkeling van de informatiemaatschappij, teneinde een beter en geïntegreerd inzicht in deze vraagstukken te krijgen met het oog op de verdere ontwikkeling van een kennismaatschappij. Het zal positieve gevolgen hebben voor het beleid en vorderingen op weg naar de verwezenlijking van deze doelstellingen ondersteunen. In het onderzoek worden de volgende aspecten van het vraagstuk geïntegreerd:
Amendement 144
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 1 "Groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen in een kennismaatschappij", alinea 1, streepje 1
– de veranderende rol van kennis in de hele economie, met inbegrip van de rol van verschillende soorten kennis en vaardigheden, onderwijs en permanente educatie en immateriële investeringen;
– de veranderende rol van kennis in de hele economie, met inbegrip van de rol van verschillende soorten kennis en vaardigheden, ondernemerschap en creativiteit, culturele factoren, waarden, onderwijs, met inbegrip van niet-officieel onderwijs, en permanente educatie en immateriële investeringen; de rol van kennis en immateriële goederen bij de productie van economische, sociale en culturele welvaart en de bijdrage daarvan aan het maatschappelijk en ecologisch welbevinden.
Amendement 145
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 1 "Groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen in een kennismaatschappij", alinea 1, streepje 2
- economische structuren, structurele veranderingen en productiviteitsaspecten, met inbegrip van de rol van de dienstensector, de financiële wereld, demografische aspecten, de vraag en langetermijn-veranderingsprocessen;
- economische structuren, structurele veranderingen, intersectorale betrekkingen en productiviteitsaspecten, met inbegrip van de rol van de dienstensector, de externalisering van diensten, de informatie- en communicatietechnologieën, de financiële wereld, demografische aspecten, de vraag en langetermijnveranderingsprocessen;
Amendement 146
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 1 "Groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen in een kennismaatschappij", alinea 1, streepje 3
– institutionele en beleidsvraagstukken, met inbegrip van het macro-economisch beleid, de arbeidsmarkt, de institutionele context en de coherentie en coördinatie van beleid.
– institutionele en beleidsvraagstukken, met inbegrip van het macro-economisch beleid, de arbeidsmarkt, sociale en welzijnsstelsels, de nationale en regionale institutionele context, de veranderende rol van wetenschappelijke expertise bij het beleidsvormingsproces en de coherentie en coördinatie van beleid.
Amendement 147
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 3 "Belangrijke tendensen in de maatschappij en hun gevolgen", alinea 1, streepje 1 bis (nieuw)
– ontwikkelen van het stedelijk onderzoek om meer inzicht te krijgen in de thematische (milieu, vervoer, sociale en economische situatie, demografische veranderingen, enz.) en ruimtelijke (stedelijke, regionale) wisselwerkingen in de stad en ontwikkelen van, ten eerste, innovatieve planningsmechanismen die de problemen op geïntegreerde en duurzame wijze aanpakken en, ten tweede, een goed stedelijk bestuur, ontwikkeling van innovatieve instrumenten en strategieën die de participatie van de burgers en de samenwerking tussen publieke en particuliere actoren vergroten, leiden tot een beter begrip van de rol van de Europese steden in mondiaal verband (stedelijke concurrentie) en die de plaatselijke overheden helpen bij de versterking van de sociale cohesie en de bestrijding van uitsluiting in steden waar de ongelijkheid ondanks de economische ontwikkeling groter wordt.
Amendement 148
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 3 "Belangrijke tendensen in de maatschappij en hun gevolgen", alinea 1, streepje 3 bis en 3 ter (nieuw)
- stedelijk concurrentievermogen: de rol van de Europese steden in mondiaal verband, plaatselijk beleid ter versterking van de cohesie.
- stedelijk onderzoek: gericht op de thematische (milieu, vervoer, sociale, economische, demografische veranderingen, enz.) en ruimtelijke wisselwerkingen in de stad ten behoeve van de ontwikkeling van geïntegreerde en duurzame bestuursprocessen.
Amendement 149
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 3 "Belangrijke tendensen in de maatschappij en hun gevolgen", alinea 1, streepje 3 quater (nieuw)
- studies naar het effect van cultuur, cultureel erfgoed en creatieve en cultuurgerichte bedrijvigheid op de sociaal-economische ontwikkeling en de arbeidsmarkt.
Amendement 150
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 4 "Europa in de wereld", alinea 1, streepje 2
- conflicten en de oorzaken en oplossing daarvan; de relatie tussen veiligheid en destabiliserende factoren zoals armoede, misdaad, milieuaantasting en schaarste van middelen; terrorisme en zijn oorzaken en gevolgen; met veiligheid samenhangend beleid en perceptie van onveiligheid en civiel-militaire betrekkingen.
- conflicten en de oorzaken en oplossing daarvan; de relatie tussen veiligheid en destabiliserende factoren zoals armoede, migratie, misdaad, milieuaantasting en schaarste van middelen; terrorisme en zijn oorzaken en gevolgen; met veiligheid samenhangend beleid en perceptie van onveiligheid en civiel-militaire betrekkingen.
Amendement 151
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 7 "Foresight-activiteiten", alinea 1, streepje 1
- breed opgezette sociaal-economische foresight voor een beperkt aantal cruciale uitdagingen en kansen voor de EU, waarbij onderwerpen als de toekomst en gevolgen van vergrijzing, migratie, globalisering van kennis, veranderingen inzake misdaad en grote risico's worden verkend;
- breed opgezette sociaal-economische foresight voor een beperkt aantal cruciale uitdagingen en kansen voor de EU, waarbij onderwerpen als de toekomst en gevolgen van vergrijzing, migratie, globalisering en verspreiding van kennis, veranderingen inzake misdaad en grote risico's worden verkend;
Amendement 152
Bijlage I, Thema's, punt 8 "Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen", "Activiteiten", puntje 7 "Foresight-activiteiten", alinea 1, streepje 4 bis (nieuw)
-  Geesteswetenschappen: Taal, haar structuur en verwerving. Geschiedenis, kunstgeschiedenis, geografie, aardwetenschappen, territoriale geschiedenis. Filosofie, cultuur- en godsdienstgeschiedenis.
Cultureel erfgoed in relatie tot de visuele kunsten, traditionele kunsten en ambachten, architectuur en steden.
Amendement 153
Bijlage I, Thema's, punt 9 "Veiligheid en ruimtevaart", titel en "Doelstelling", alinea 2
9.  Veiligheid en ruimtevaart .
9.  Veiligheid
Ondersteuning van een Europees ruimtevaartprogramma dat zich toespitst op toepassingen, zoals GMES, waarvan de burger profiteert en die de concurrentiepositie van de Europese ruimtevaartindustrie verbeteren. Hiermee wordt een bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van een Europees ruimtevaartbeleid waarmee de inspanningen van de lidstaten en andere hoofdrolspelers, zoals het Europees Ruimteagentschap, worden aangevuld.
Amendement 154
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid" titel
9.1  Veiligheid
Schrappen
Amendement 155
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Benadering", alinea 2
Met activiteiten op het niveau van de Gemeenschap worden de vier veiligheidstaakgebieden bestreken, die zijn vastgesteld in reactie op specifieke, politiek uiterst belangrijke uitdagingen met een Europese toegevoegde waarde ten aanzien van de dreigingen en de potentiële veiligheidsincidenten, alsmede drie gebieden die voor alle sectoren van gemeenschappelijk belang zijn. Elk taakgebied omvat zes fasen, die qua timing en nadruk van elkaar verschillen. Deze zes fasen zijn: opsporing (incidentgerelateerd), preventie (dreiginggerelateerd), bescherming (doelgerelateerd), voorbereiding (actiegerelateerd), responsie (crisisgerelateerd) en herstel (gevolggerelateerd); zij beschrijven welke activiteiten in welke fase moeten plaatsvinden. In de eerste vier fasen staat het vermijden van incidenten en het verzachten van de potentiële negatieve effecten ervan centraal, terwijl de laatste twee betrekking hebben op het afrekenen met de crisissituatie en de gevolgen ervan op langere termijn.
Met activiteiten op het niveau van de Gemeenschap worden de vier veiligheidstaakgebieden bestreken, die zijn vastgesteld in reactie op specifieke, politiek uiterst belangrijke uitdagingen met een Europese toegevoegde waarde ten aanzien van de dreigingen en de potentiële veiligheidsincidenten, alsmede drie gebieden die voor alle sectoren van gemeenschappelijk belang zijn. Aan specifieke geheimhoudingsvereisten moet worden voldaan, maar zonder de transparantie van de onderzoeksresultaten onnodig in te perken. Daartoe dient te worden bepaald op welke gebieden transparantie van de onderzoeksresultaten thans mogelijk is. Elk taakgebied omvat zes fasen, die qua timing en nadruk van elkaar verschillen. Deze zes fasen zijn: opsporing (incidentgerelateerd), preventie (dreiginggerelateerd), bescherming (doelgerelateerd), voorbereiding (actiegerelateerd), responsie (crisisgerelateerd) en herstel (gevolggerelateerd); zij beschrijven welke activiteiten in welke fase moeten plaatsvinden. In de eerste vier fasen staat het vermijden van incidenten en het verzachten van de potentiële negatieve effecten ervan centraal, terwijl de laatste twee betrekking hebben op het afrekenen met de crisissituatie en de gevolgen ervan op langere termijn.
Amendement 156
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Benadering", alinea 6
De rol van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) bij de activiteiten wordt even sterk aangemoedigd als die van de autoriteiten en organisaties die met de veiligheid van de bevolking zijn belast. De door de Europese Adviesraad voor veiligheidsonderzoek (ESRAB) opgestelde onderzoekagenda voor de langere termijn zal houvast bieden bij de vaststelling van de inhoud en opzet van het onderzoek op dit terrein.
De rol van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) bij de activiteiten wordt even sterk aangemoedigd als die van de autoriteiten en organisaties die met de veiligheid van de bevolking zijn belast. Hierbij dienen in de definitie van KMO's voor wat betreft het veiligheidsonderzoek, de personeels- en omzetcriteria te worden aangepast, dan wel dienen ook ondernemingen als KMO's te worden aangemerkt wanneer sprake is van eenheid van eigendom, aansprakelijkheid, leiding, risicobeheersing en verantwoordelijkheid voor de leiding van de onderneming. De door de Europese Adviesraad voor veiligheidsonderzoek (ESRAB) opgestelde onderzoekagenda voor de langere termijn zal houvast bieden bij de vaststelling van de inhoud en opzet van het onderzoek op dit terrein.
Amendement 157
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Activiteiten", stip 1
Bescherming tegen terrorisme en misdaad: De activiteiten zullen zich concentreren op de dreigingsaspecten van potentiële incidenten, zoals daders, de door hen gebruikte apparatuur en hulpmiddelen, en hun aanvalsmechanismen. Voor dit taakgebied zijn allerlei capaciteiten nodig, waarvan een groot deel vooral verband houdt met de fasen "opsporing", "preventie" en "voorbereiding" en "responsie". Het is zowel de bedoeling incidenten te voorkomen als de mogelijke gevolgen ervan te verzachten. Om de vereiste capaciteiten te verwerven zal de nadruk worden gelegd op zaken zoals: dreiging (b.v. chemische, biologische, radioactieve en nucleaire dreiging), kennis (b.v. het verzamelen, opslaan, benutten en delen van inlichtingen; alarmering), opsporen (b.v. van gevaarlijke stoffen, personen of groepen, verdacht gedrag), identificatie (b.v. van personen, aard en hoeveelheid van de stoffen), preventie (b.v. controle op toegang en bewegingen, met betrekking tot financiële bronnen, controle op financiële structuren), bereidheid (b.v. risicoanalyse; controle op doelbewuste introductie van biologische en chemische stoffen; beoordeling van de niveaus van de strategische reserves zoals mankracht, vaardigheden, uitrusting, verbruiksgoederen; met betrekking tot grootschalige gebeurtenissen, enz.), neutralisering en inperking van de gevolgen van terroristische aanvallen en criminaliteit, dataverwerking ten behoeve van rechtshandhaving.
Bescherming tegen terrorisme en misdaad: De activiteiten zullen zich concentreren op de dreigingsaspecten van potentiële incidenten, zoals daders, de door hen gebruikte apparatuur en hulpmiddelen, en hun aanvalsmechanismen. Voor dit taakgebied zijn allerlei capaciteiten nodig, waarvan een groot deel vooral verband houdt met de fasen "opsporing", "preventie" en "voorbereiding" en "responsie". Het is zowel de bedoeling incidenten te voorkomen als de mogelijke gevolgen ervan te verzachten. Om de vereiste capaciteiten te verwerven zal de nadruk worden gelegd op zaken zoals: dreiging (b.v. chemische, biologische, radioactieve en nucleaire dreiging), kennis (b.v. het verzamelen, opslaan, benutten en delen van inlichtingen; alarmering), opsporen (b.v. van gevaarlijke stoffen, personen of groepen, verdacht gedrag), identificatie (b.v. van personen, aard en hoeveelheid van de stoffen), preventie (b.v. controle op toegang en bewegingen, met betrekking tot financiële bronnen, controle op financiële structuren), bereidheid (b.v. risicoanalyse; controle op doelbewuste introductie van biologische en chemische stoffen; beoordeling van de niveaus van de strategische reserves zoals mankracht, vaardigheden, uitrusting, verbruiksgoederen; met betrekking tot grootschalige gebeurtenissen, enz.), neutralisering en inperking van de gevolgen van terroristische aanvallen en criminaliteit, dataverwerking ten behoeve van rechtshandhaving, vredesstudies en onderzoek op het gebied van vreedzame voorkoming en oplossing van conflicten.
Amendement 158
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Activiteiten", stip 2
Veiligheid van de infrastructuur en de nutsvoorzieningen: De activiteiten zullen zich toespitsen op de doelwitten van een incident, bijvoorbeeld de infrastructuur, met inbegrip van locaties voor grote evenementen, belangrijke locaties met een politieke (b.v. parlementsgebouwen) of symbolische (b.v. bepaalde monumenten) betekenis en de nutsvoorzieningen voor energie (waaronder olie, elektriciteit en gas), water, vervoer (door de lucht, over zee en over land), communicatie (inclusief de omroep), de financiële, bestuurlijke en gezondheidsinfrastructuur, enz. Voor dit taakgebied zijn allerlei capaciteiten nodig, waarvan een groot aantal vooral verband houdt met de fase "bescherming", maar ook met fase "voorbereiding". Het is zowel de bedoeling incidenten te voorkomen als de mogelijke gevolgen ervan te verzachten. Om de vereiste capaciteiten te ontwikkelen, zal de nadruk komen te liggen op thema's zoals: analyse en evaluatie van de kwetsbaarheden van de fysieke infrastructuur en de werking ervan; beveiliging van bestaande en toekomstige openbare en particuliere kritische netwerkinfrastructuren, -systemen en -diensten wat betreft de fysieke en functionele kant daarvan; controle- en alarmeringssystemen om bij incidenten een snelle reactie mogelijk te maken; bescherming tegen kettingreacties bij incidenten.
Veiligheid van de infrastructuur en de nutsvoorzieningen: De activiteiten zullen zich toespitsen op rampen en de doelwitten van een incident, bijvoorbeeld de infrastructuur, met inbegrip van locaties voor grote evenementen, belangrijke locaties met een politieke (b.v. parlementsgebouwen) of symbolische (b.v. bepaalde monumenten) betekenis en de nutsvoorzieningen voor energie (waaronder olie, elektriciteit en gas), water, vervoer (door de lucht, over zee en over land), communicatie (inclusief de omroep), de financiële, bestuurlijke en gezondheidsinfrastructuur, enz. Voor dit taakgebied zijn allerlei capaciteiten nodig, waarvan een groot aantal vooral verband houdt met de fase "bescherming", maar ook met fase "voorbereiding". Het is zowel de bedoeling incidenten te voorkomen als de mogelijke gevolgen ervan te verzachten. Om de vereiste capaciteiten te ontwikkelen, zal de nadruk komen te liggen op thema's zoals: analyse en evaluatie van de kwetsbaarheden van de fysieke infrastructuur en de werking ervan; beveiliging van bestaande en toekomstige openbare en particuliere kritische netwerkinfrastructuren, -systemen en -diensten wat betreft de fysieke en functionele kant daarvan; controle- en alarmeringssystemen om bij incidenten een snelle reactie mogelijk te maken; bescherming tegen kettingreacties bij incidenten.
Amendement 159
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Activiteiten", stip 6, titel
• Integratie en interoperabiliteit van veiligheidssystemen
• Integratie, interconnectie en interoperabiliteit van veiligheidssystemen
Amendement 160
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Internationale samenwerking", alinea 2
Overwogen zal worden specifieke internationale samenwerkingsactiviteiten te ontplooien wanneer dit overeenkomstig het EU-veiligheidsbeleid van wederzijds belang is, zoals onderzoek naar wereldwijd toepasbare beveiligingsconcepten .
Overwogen zal worden specifieke internationale samenwerkingsactiviteiten te ontplooien wanneer dit overeenkomstig het EU-veiligheidsbeleid van wederzijds belang is, zoals onderzoek naar wereldwijd toepasbare concepten op het gebied van beveiliging en rampen .
Amendement 161
Bijlage I, Thema's, punt 9.1 "Veiligheid", "Reactie op opkomende behoeften en onvoorziene beleidsbehoeften"
Het thema veiligheidsonderzoek is flexibel opgezet. Bij de activiteiten kan rekening worden gehouden met nog onbekende veiligheidsrisico's en de beleidsbehoeften die naar aanleiding daarvan kunnen ontstaan. Deze flexibiliteit vormt een aanvulling op het taakgerichte karakter van de hierboven geschetste onderzoekactiviteiten.
Het thema veiligheidsonderzoek is flexibel opgezet. Bij de activiteiten kan rekening worden gehouden met rampen en nog onbekende veiligheidsrisico's en de beleidsbehoeften die naar aanleiding daarvan kunnen ontstaan. Deze flexibiliteit vormt een aanvulling op het taakgerichte karakter van de hierboven geschetste onderzoekactiviteiten.
Amendement 162
Bijlage I, Thema's, punt 9.2 "Ruimtevaart"; titel en "Doelstelling" (nieuw)
9.2   Ruimtevaart
9 bis. Ruimtevaart
Doelstelling
Ondersteuning van het Europees Ruimtevaartprogramma, waarbij het accent moet liggen op toepassingen zoals GMES, die ten goede moeten komen aan de burgers en aan het concurrentievermogen van de Europese ruimtevaartindustrie, ter aanvulling van de inspanningen van de lidstaten en van andere essentiële spelers zoals de Europese Ruimtevaartorganisatie.
Amendement 163
Bijlage I, Thema's, punt 9.2 "Ruimtevaart", "Activiteiten", puntje 1 "In de ruimte gestationeerde toepassingen ten dienste van de Europese samenleving", streepje 1 "Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES)"
Het doel is passende, op satellieten gebaseerde systemen voor bewaking en vroegtijdige alarmering te ontwikkelen in de vorm van unieke en wereldwijd beschikbare databronnen en de evolutie in de toepassing daarvan in de praktijk te consolideren en stimuleren. Dit programma dient ook de ontwikkeling te ondersteunen van operationele GMES-diensten, die besluitvormers in staat stellen beter te anticiperen op crisissituaties en op problemen in verband met het beheer van het milieu en de veiligheid te anticiperen en de gevolgen ervan te verzachten. De onderzoekactiviteiten dienen vooral een bijdrage te leveren tot de optimale benutting van GMES-data die vanuit de ruimte zijn verzameld en deze met data van andere observatiesystemen tot complexe producten te combineren die informatie en gepersonaliseerde diensten aan eindgebruikers moeten leveren door middel van efficiënte data-integratie en doeltreffend informatiebeheer. De onderzoekactiviteiten dienen tevens bij te dragen tot de verbetering van de bewakingstechnieken en de bijbehorende instrumentatietechnologie, waar nodig tot de ontwikkeling van nieuwe in de ruimte gestationeerde systemen of een betere interoperabiliteit van de bestaande, alsmede tot het gebruik ervan in (pre)operationele diensten waarmee aan specifieke soorten verzoeken tegemoet kan worden gekomen.
Het doel is passende, op satellieten gebaseerde systemen voor bewaking en vroegtijdige alarmering te ontwikkelen in de vorm van unieke en wereldwijd beschikbare databronnen en de evolutie in de toepassing daarvan in de praktijk te consolideren en stimuleren. Dit programma dient ook de ontwikkeling te ondersteunen van operationele GMES-diensten, die besluitvormers in staat stellen beter te anticiperen op crisissituaties en op problemen in verband met het beheer van het milieu, de veiligheid en het beheer van natuurrampen te anticiperen en de gevolgen ervan te verzachten. De onderzoekactiviteiten dienen vooral een bijdrage te leveren tot de optimale benutting van GMES-data die vanuit de ruimte zijn verzameld en deze met data van andere observatiesystemen tot complexe producten te combineren die informatie en gepersonaliseerde diensten aan eindgebruikers moeten leveren door middel van efficiënte data-integratie en doeltreffend informatiebeheer. De onderzoekactiviteiten dienen tevens bij te dragen tot de verbetering van de bewakingstechnieken en de bijbehorende instrumentatietechnologie, waar nodig tot de ontwikkeling van nieuwe in de ruimte gestationeerde systemen of een betere interoperabiliteit van de bestaande, alsmede tot het gebruik ervan in (pre)operationele diensten waarmee aan specifieke soorten verzoeken tegemoet kan worden gekomen. Het onderzoek moet de ontwikkeling ondersteunen van duurzame systemen in de ruimte, in de lucht of op de grond voor aardobservatie en crisisbeheer met frequente beelden met hoge resolutie voor belangrijke zones, met inbegrip van kwetsbare, stedelijke of zich snel ontwikkelende zones, alsmede voor risicopreventie en risicobeheersing en alle soorten noodsituaties, waarbij de convergentie met niet in de ruimte gestationeerde systemen wordt verbeterd.
Amendement 164
Bijlage I, Thema's, punt 9.2 "Ruimtevaart", "Activiteiten", punt 1 ("In de ruimte gestationeerde toepassingen ten dienste van de Europese samenleving"), streepje 3 bis (nieuw)
Beoordelen van en toezicht houden op de internationale verplichtingen met betrekking tot Europa buiten de Europese grenzen.
Amendement 165
Bijlage I, Thema's, punt 9.2 "Ruimtevaart", "Reactie op opkomende behoeften en onvoorziene beleidsbehoeften"
Onderzoek naar nieuwe behoeften zal in de sector ruimtevaartonderzoek nieuwe innovatieve oplossingen voor technologische ontwikkelingen mogelijk maken en op andere gebieden tot aanpassingen en toepassingen kunnen leiden (b.v. beheer van hulpbronnen, biologische processen en nieuwe materialen). Bij het onderzoek dat plaatsvindt om te voldoen aan onvoorziene beleidsbehoeften, zullen onderwerpen aan bod komen zoals het leveren van oplossingen op basis van ruimtevaarttechnologie ter ondersteuning van ontwikkelingslanden en de ontwikkeling van nieuwe teledetectietechnieken en satellietcommunicatiehulpmiddelen en -methoden die relevant zijn voor het beleid van de Gemeenschap en die bijdragen tot sociale inclusie.
Onderzoek naar nieuwe behoeften zal in de sector ruimtevaartonderzoek nieuwe innovatieve oplossingen voor technologische ontwikkelingen mogelijk maken en op andere gebieden tot aanpassingen en toepassingen kunnen leiden (b.v. beheer van hulpbronnen, biologische processen en nieuwe materialen). Bij het onderzoek dat plaatsvindt om te voldoen aan onvoorziene beleidsbehoeften, zullen onderwerpen aan bod komen zoals het leveren van oplossingen op basis van ruimtevaarttechnologie ter ondersteuning van ontwikkelingslanden en de ontwikkeling van nieuwe teledetectietechnieken en satellietcommunicatiehulpmiddelen en -methoden die relevant zijn voor het beleid van de Gemeenschap en die bijdragen tot sociale inclusie. Bijzondere aandacht zal daarbij uitgaan naar onderzoek dat zich richt op het verbeteren van de ruimtecomponent van monitoringsystemen voor kritische infrastructuren, zoals telecommunicatienetwerken, land- en zeevervoer, energie-infrastructuren en toepassingen op Europese netwerken, voornamelijk buiten de grenzen van Europa.
Amendement 166
Bijlage II, tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
Gezondheid
5984
Voeding, landbouw en biotechnologie
1935
Informatie- en communicatietechnologieën
9110
Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën
3467
Energie
2265
Milieu (inclusief klimaatverandering)
1886
Vervoer (inclusief luchtvaart)
4180
Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen
607
Veiligheid en ruimtevaart
2858
TOTAAL
32292
Amendement van het Parlement
Gezondheid
6134
Voeding, landbouw en biotechnologie
1935
Informatie- en communicatietechnologieën
9020
Nanowetenschappen, nanotechnologieën, materialen en nieuwe productietechnologieën
3467
Energie
2385
Milieu (inclusief klimaatverandering)
1886
Vervoer (inclusief luchtvaart)
4150
Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen
657
Veiligheid
1429
. Ruimtevaart
1429
TOTAAL
32492
Amendement 167
Bijlage III, onderdeel "Gezamenlijke technologie-initiatieven", stip 5 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 1
Europa moet een vooraanstaande positie blijven innemen in de sleuteltechnologieën wil het in de toekomst een duurzame, innovatieve en concurrerende luchtvaart- en luchtvervoersindustrie hebben. Aangezien het hier om een OTO-intensieve industrie gaat, is het bestaande concurrentievermogen van de Europese luchtvaart- en luchtvervoersondernemingen op de wereldmarkten decennialang door middel van aanzienlijke particuliere onderzoeksinvesteringen (doorgaans 13-15% van de omzet) opgebouwd. Gezien de specificiteit van de sector hangen nieuwe ontwikkelingen vaak af van effectieve samenwerking tussen de publieke en privé-sector.
Europa moet een vooraanstaande positie blijven innemen in de sleuteltechnologieën wil het in de toekomst een duurzame, innovatieve en concurrerende luchtvaart- en luchtvervoersindustrie hebben. In bepaalde sectoren, zoals het regionale luchtvervoer, moet Europa zelf zijn concurrentievermogen terugkrijgen, mede via vernieuwende technologische oplossingen; in andere sectoren neemt de concurrentiedruk toe . Met name de ontwikkeling van groene technologieën is essentieel voor het waarborgen van het concurrentievermogen van de sector als geheel (met inbegrip van rotorvliegtuigen en regionale vliegtuigen). Aangezien het hier om een OTO-intensieve industrie gaat, is het bestaande concurrentievermogen van de Europese luchtvaart- en luchtvervoersondernemingen op de wereldmarkten decennialang door middel van aanzienlijke particuliere onderzoeksinvesteringen (doorgaans 13-15% van de omzet) opgebouwd. Gezien de specificiteit van de sector hangen nieuwe ontwikkelingen vaak af van effectieve samenwerking tussen de publieke en privé-sector.
Amendement 168
Bijlage III, onderdeel "Gezamenlijke technologie-initiatieven", stip 5 "Luchtvaart en luchtvervoer", alinea 3
Op het gebied van luchtvaart en luchtvervoer komen verschillende gebieden aan bod, zoals milieuvriendelijke en kostenefficiënte vliegtuigen ("The Green Aircraft "), en luchtverkeersbeheer ter ondersteuning van het beleid inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het SESAME-initiatief.
Op het gebied van luchtvaart en luchtvervoer komen verschillende gebieden aan bod, zoals een milieuvriendelijk en kostenefficiënt luchtvervoersysteem ("The Green Air Transport System "), en luchtverkeersbeheer ter ondersteuning van het beleid inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het SESAME-initiatief.
Amendement 169
Bijlage III, onderdeel "Risicodelende financieringsfaciliteit", alinea 2
De EIB leent middelen uit die hij opneemt uit de internationale financiële markten in overeenstemming met zijn standaardregels, -regelingen en –procedures. De bank gebruikt vervolgens deze subsidie samen met zijn eigen middelen als voorzieningen en kapitaalallocatie binnen de bank ter dekking van een deel van de risico's die verbonden zijn aan deze leningen voor subsidiabele grote Europese OTO-acties.
De EIB leent middelen uit die hij opneemt uit de internationale financiële markten in overeenstemming met zijn standaardregels, -regelingen en –procedures. De bank gebruikt vervolgens deze subsidie samen met zijn eigen middelen als voorzieningen en kapitaalallocatie binnen de bank ter dekking van een deel van de risico's die verbonden zijn aan deze leningen voor subsidiabele Europese OTO-acties.
Amendement 170
Bijlage III, onderdeel "Risicodelende financieringsfaciliteit", alinea 4
Deze subsidie wordt op jaarbasis uitbetaald. Het jaarlijkse bedrag wordt vastgesteld in de werkprogramma's, rekening houdend met het activiteitenverslag en de prognoses die de EIB aan de Gemeenschap voorlegt.
Het totale bedrag van de subsidie over de gehele periode wordt evenals de geraamde jaarbedragen vooraf voorgesteld. Deze subsidie wordt op jaarbasis uitbetaald en het jaarlijkse bedrag kan in de werkprogramma's worden herzien , rekening houdend met het activiteitenverslag en de prognoses die de EIB aan de Gemeenschap voorlegt.
Amendement 171
Bijlage III, onderdeel "Risicodelende financieringsfaciliteit", alinea 5, stip 2
-  De subsidiabiliteit van grote Europese OTO-acties. Zonder tegenindicatie zijn "gezamenlijke technologie-initiatieven" en grote collaboratieve projecten die door de Gemeenschap in het kader van de bijdragende thema's en activiteiten van dit specifiek programma worden gefinancierd automatisch subsidiabel. Andere grote Europese collaboratieve projecten zoals EUREKA-projecten komen eveneens in aanmerking. In overeenstemming met de ingevolge artikel 167 van het Verdrag vastgestelde verordening worden in de subsidieovereenkomst ook procedurele modaliteiten vastgelegd en krijgt de Gemeenschap de garantie dat zij in bepaalde omstandigheden haar veto kan stellen over het gebruik van de subsidie als voorziening voor een door de EIB voorgestelde lening.
-  De subsidiabiliteit van grote Europese OTO-acties en door KMO's voorgestelde projecten . Zonder tegenindicatie zijn "gezamenlijke technologie-initiatieven" en grote collaboratieve projecten die door de Gemeenschap in het kader van de bijdragende thema's en activiteiten van dit specifiek programma worden gefinancierd automatisch subsidiabel. Andere grote Europese collaboratieve projecten zoals EUREKA-projecten komen eveneens in aanmerking. De subsidiabiliteit van KMO's moet eveneens heel duidelijk worden gedefinieerd. In overeenstemming met de ingevolge artikel 167 van het Verdrag vastgestelde verordening worden in de subsidieovereenkomst ook procedurele modaliteiten vastgelegd en krijgt de Gemeenschap de garantie dat zij in bepaalde omstandigheden haar veto kan stellen over het gebruik van de subsidie als voorziening voor een door de EIB voorgestelde lening.

(1) Nog niet in het PB gepubliceerd.
(2) Nog niet in het PB gepubliceerd.
(3) PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2007Juridische mededeling