Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2678(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0651/2006

Debatten :

PV 14/12/2006 - 11.3
CRE 14/12/2006 - 11.3

Stemmingen :

PV 14/12/2006 - 12.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0607

Aangenomen teksten
DOC 42k
Donderdag 14 december 2006 - Straatsburg Definitieve uitgave
Birma
P6_TA(2006)0607B6-0647, 0651, 0655, 0657, 0658 en 0661/2006

Resolutie van het Europees Parlement over Birma

Het Europees Parlement ,

-   gezien het verslag van de speciale VN-rapporteur Pinheiro over de situatie van de mensenrechten in Myanmar van 21 september 2006,

-   gezien het besluit van de VN-Veiligheidsraad van 15 september 2006 om Myanmar officieel op zijn agenda te plaatsen, het bezoek van de VN-ondersecretaris-generaal voor politieke zaken, Gambari, aan Birma van 9-12 november 2006 en zijn daaropvolgende briefing van de Veiligheidsraad,

-   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Birma, en met name die van 17 november 2005(1) ,

-   gezien Verordening (EG) nr. 817/2006 van de Raad van 29 mei 2006 tot verlenging van de beperkende maatregelen tegen Birma/Myanmar(2) ,

-   gezien de verklaring van de voorzitter van de zesde Asia-Europe Meeting (ASEM) in Helsinki op 10-11 september 2006,

-   gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de Nationale Vredes- en Ontwikkelingsraad (SPCD) de bevolking van Birma nog steeds onderwerpt aan schokkende schendingen van de mensenrechten, zoals dwangarbeid, vervolging van dissidenten, inlijving van kindsoldaten en gedwongen verhuizing,

B.   overwegende dat de Nationale Conventie, die in 1993 voor het eerst bijeengeroepen werd om een grondwet op te stellen en die sindsdien meerdere malen is geschorst, op 10 oktober 2006 is hervat, maar nog steeds alle geloofwaardigheid ontbeert in verband met het ontbreken van democratisch gekozen vertegenwoordigers, en dan met name die van de Nationale Bond voor Democratie (NLD), alsmede etnische groepen,

C.   overwegende dat de leider van de NLD, Nobelprijswinnaar en Sacharovprijswinnaar Aung San Suu Kyi, de afgelopen 16 jaar 10 jaar onder huisarrest geplaatst is geweest, een onwettige maatregel die door de militaire junta steeds weer met een jaar wordt verlengd,

D.   overwegende dat de buurlanden van Birma een meer vastberaden houding moeten aannemen tegenover de schendingen van de mensenrechten door het militaire regime in dat land, en moeten eisen dat Birma verbetering brengt in zijn mensenrechtensituatie en democratie omarmt,

E.   overwegende dat meer dan 30% van de kinderen jonger dan vijf jaar lijdt aan ondervoeding, de sterftecijfers voor malaria en tuberculose erg hoog blijven, de HIV/AIDS-epidemie zich over de gehele bevolking heeft verspreid en dat bijna de helft van de kinderen van de schoolgaande leeftijd nooit op een school wordt ingeschreven,

F.   overwegende dat de regering van Birma het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) onlangs opdracht heeft gegeven om zijn vijf in het veld opererende kantoren in het land te sluiten, waardoor de meeste steunverlening en beschermingswerkzaamheden ten behoeve van burgers die in moeilijke omstandigheden in grensgebieden wonen, voor de organisatie feitelijk onmogelijk zijn geworden,

G.   overwegende dat Birma volgens het International Narcotics Control Strategy Report de op één na grootste producent van illegale opium in de wereld is, en verantwoordelijk is voor meer dan 90% van de Zuid-Aziatische heroïne,

1.   veroordeelt de SPDC voor zijn meedogenloze onderdrukking van het Birmese volk, die al 40 jaar voortduurt, en wegens het feit dat hij er in het geheel niet in slaagt om enige belangrijke stappen te doen in de richting van democratie;

2.   weigert de wettigheid te erkennen van welke constitutionele voorstellen dan ook die afkomstig zijn van de Nationale Conventie, zolang de NLD en andere politieke partijen daar geen deel van uitmaken; dringt er bij de Nationale Conventie op aan een routekaart voor democratie te presenteren die een werkelijke weerspiegeling vormt van de verlangens van het Birmese volk in plaats van neer te komen op consolidering van de militaire wurggreep op de macht;

3.   dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Aung San Suu Kyi en alle andere politieke gevangenen - naar schatting meer dan 1100 - die door de SPDC worden vastgehouden;

4.   betreurt de recente sluiting door de regering van Birma van vijf in het veld opererende kantoren van het ICRC (in Mandalay, Mawlamyine, Hpa-an, Taunggyi and Kyaing Tong), waardoor de humanitaire werkzaamheden van de organisatie feitelijk onmogelijk zijn geworden, alsmede andere maatregelen die tot doel hebben om NGO's voor humanitaire hulp te intimideren; verzoekt de regering van Birma deze organisaties in staat te stellen om zonder inmenging en beperkingen te opereren;

5.   spreekt zijn krachtige veroordeling uit over het brute optreden van het regime tegen verschillende grote etnische groepen, met inbegrip van de Karen in Oost-Birma, dat heeft geleid tot menselijk lijden en binnenlandse verhuizingen op grote schaal, en waarbij in 2006 ongeveer 82.000 mensen zijn gedwongen om hun huizen in Oost-Birma te verlaten, waarmee het aantal in eigen land ontheemden in Birma op tenminste 500.000 is gekomen;

6.   verwelkomt het informatiebezoek aan Birma in 2006 van de minister van Buitenlandse Zaken van Maleisië, Syed Hamid Albar, naar aanleiding van het standpunt dat vorig jaar is ingenomen door de 11e Top van de Association of Southeast Asian Nations (ASEAN), en vertrouwt erop dat dit nu zal leiden tot hardere maatregelen van de ASEAN-landen tegen de militaire junta in Birma;

7.   is verder ingenomen met het besluit van de Internationaal Arbeidsorganisatie om zijn zorgen over de afschuwelijke toepassing van dwangarbeid door de SPDC voor te leggen aan de Veiligheidsraad van de VN en het Internationale Gerechtshof, en spreekt de hoop uit dat deze hardere opstelling de SPDC ertoe zal brengen om deze praktijk te beëindigen;

8.   onderkent dat de gerichte sancties van de Europese Unie zich niet hebben toegespitst op economische sectoren waarmee door het regime aanzienlijke inkomsten worden verworven, en dat zij als gevolg daarvan tot dusverre niet de gewenste effecten hebben gehad voor diegenen die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het lijden van het Birmese volk; verzoekt de Raad ervoor te zorgen dat alle lidstaten de bestaande restrictieve maatregelen met kracht toepassen;

9.   dringt er bij de Raad op aan om het toepassingsgebied van de sancties te vergroten en de lijst van diegenen op wie zij zijn gericht uit te breiden tot alle ministers, afgevaardigden, leden, aanhangers en werknemers van de SPDC, naast hun gezinsleden, en zakenlieden en andere prominente personen die bij het regime zijn betrokken;

10.   dringt er bij China, India en andere landen die nog steeds wapens en andere steun aan de militaire junta leveren, op aan om zich hiervan te onthouden en zich aan te sluiten bij de internationale gemeenschap in haar pogingen om de situatie in Birma ten goede te doen keren;

11.   verwelkomt het besluit van het openbaar ministerie in Zuid-Korea om 14 personen, die werkzaam zijn voor zeven Zuid-Koreaanse bedrijven, in staat van beschuldiging te stellen wegens het feit dat zij technologie en materiaal zouden hebben geleverd om het Birmese regime te helpen bij het bouwen van een wapenfabriek in Pyay in Centraal-Birma;

12.   is ingenomen met het feit dat de VN recentelijk het eerste van zeven centra voor juridische bijstand hebben geopend, dat gevestigd is in Ban Mae Nai Soi camp in het noordwesten van Thailand, en dat zich richt op Birmese vluchtelingen die in het naburige Thailand wonen, en verwacht dat er meer krachtige VN-maatregelen tegen de SPDC zullen worden genomen;

13.   dingt erop aan dat alle voor Birma bestemde steun moet worden verleend via echte NGO's, en de mensen moet bereiken voor wie zij is bestemd, en dat de rol van de SPDC daarbij zo gering mogelijk moet zijn;

14.   verzoekt de Veiligheidsraad van de VN een bindende resolutie aan te nemen waarin het herstel van de democratie in Birma en de vrijlating van alle politieke gevangenen, met inbegrip van Aung San Suu Kyi, wordt geëist;

15.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regeringen van de ASEAN-landen, de Nationale Bond voor Democratie, de Nationale Vredes- en Ontwikkelingsraad en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1) PB C 280 E van 18.11.2006, blz. 473.
(2) PB L 148 van 2.6.2006, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 4 oktober 2007Juridische mededeling