Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2112(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0449/2006

Ingediende teksten :

A6-0449/2006

Debatten :

PV 17/01/2007 - 12
CRE 17/01/2007 - 12

Stemmingen :

PV 18/01/2007 - 9.9
CRE 18/01/2007 - 9.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0009

Aangenomen teksten
PDF 95kDOC 62k
Donderdag 18 januari 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - tussentijdse evaluatie
P6_TA(2007)0009A6-0449/2006

Resolutie van het Europees Parlement over het Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - tussentijdse evaluatie (2006/2112(INI))

Het Europees Parlement ,

–   gezien het Witboek van de Commissie "het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen" (COM(2001)0370) en zijn resolutie van 12 februari 2003 hierover(1) ,

–   gezien de mededeling van de Commissie "Informatie- en communicatietechnologieën voor veilige en intelligente voertuigen" (COM(2003)0542),

–   gezien de mededeling van de Commissie "Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid: Terugbrenging van het aantal verkeersslachtoffers met de helft in de periode tot 2010: een gedeelde verantwoordelijkheid" (COM(2003)0311) en haar resolutie van 29 september 2005 daarover(2) en de publicatie van de Commissie "20 000 levens redden op onze wegen" van oktober 2004,

–   gezien Aanbeveling 2004/345/EG van de Commissie van 6 april 2004 inzake handhaving op het gebied van verkeersveiligheid(3) ,

–   gezien de verklaring van Verona van 24 oktober 2003 over verkeersveiligheid evenals de conclusies over de tweede conferentie van Verona van 24 en 25 oktober 2004 en de daaropvolgende toezegging gedaan door de ministers van Vervoer van de EU om de verkeersveiligheid als een prioriteit te beschouwen,

–   gezien het Europees Handvest over de verkeersveiligheid uitgebracht op 29 januari 2004,

–   gezien de mededeling van de Commissie "Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid - tussentijdse evaluatie" (COM(2006)0074),

–   gezien de aankondiging van de Amerikaanse nationale verkeersveiligheidsdienst (NHTSA) dat elektronische stabiliteitssystemen (ESP/ESC) met ingang van september 2011 standaard in alle nieuwe auto's in de Verenigde Staten geïnstalleerd moeten zijn,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0449/2006),

A.   overwegende dat er in de EU jaarlijks meer dan 40 000 mensen bij verkeersongevallen sterven, waarvan de directe en indirecte kosten naar schatting 180 miljard EUR bedragen, of 2% van het BBP van de EU,

B.   overwegende dat het doel van de halvering van het aantal dodelijke verkeerslachtoffers in de EU tegen 2010 een prioriteit blijft; dat het feit dat er onvoldoende vooruitgang wordt geboekt om dit doel te behalen, een reden tot bezorgdheid is,

C.   overwegende dat onvoldoende vooruitgang wordt geboekt om dit doel te behalen in de hele EU,

D.   overwegende dat het Parlement van opvatting blijft dat verkeersveiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is van de lidstaten en de Europese Unie,

E.   overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie Europa de schaal van het gezondheidsprobleem die dodelijke en gewonde slachtoffers van verkeersongevallen vormen heeft benadrukt en de noodzaak om de gezondheidssector bij de verkeersveiligheid te betrekken en de snelheid te beperken als prioriteiten beschouwt, hetgeen echter binnen de bevoegdheid van de lidstaten valt,

F.   overwegende dat het verschil tussen de lidstaten die slecht presteren op het gebied van de verkeersveiligheid en de lidstaten die beter presteren steeds groter wordt,

G.   overwegende dat verkeersveiligheid een horizontale dimensie heeft en om het doel de verkeersveiligheid zo veel mogelijk te verbeteren te behalen, is het nu noodzakelijk ons, op de gebieden die de grootste prioriteit hebben, te concentreren op een aantal beleidsplannen die zijn gericht op een effectievere uitvoering van wetgeving (veiligheidsgordels, maximumsnelheden, naleving van verkeersregels), betere rijnormen (rijbewijzen, rijgedrag, aandacht voor voetgangers), betere infrastructuur (kwaliteit van wegennet, verkeersstroken, verkeersborden) en betere voertuigen (periodieke controles, modellen) en de uitwisseling van beste werkwijzen als gebieden van de allerhoogste prioriteit,

H.   overwegende dat betere rijnormen in de hele EU op de korte termijn het effectiefst bevorderd worden door de handhaving van de verkeerswetten van de lidstaten, met name wat betreft overtredingen voor te snel en onder invloed rijden en de verplichting van het dragen van een veiligheidsgordel en het gebruik van kinderzitjes,

I.   overwegende dat voertuigen nu vier keer veiliger zijn dan in 1970,

J.   overwegende dat, in verhouding tot het totale aantal verkeersdoden, steeds meer motorrijders bij een ongeval om het leven komen,

K.   overwegende dat roadbarriers het aantal verkeersdoden aanzienlijk verminderen,

L.   overwegende dat de Commissie in oktober 2006 met het vierjarig project DRUID van start is gegaan om onderzoek te doen naar rijden onder invloed van alcohol, drugs en medicatie,

M.   overwegende dat de lidstaten bij de invoering van veiligheidssystemen die levens kunnen redden even ambitieus moeten zijn als andere landen,

1.   dringt aan op een hoger niveau van politieke betrokkenheid van alle lidstaten, regionale en lokale overheden en EU-instellingen alsook van de kant van het bedrijfsleven, organisaties en particulieren voor verkeersveiligheid in de hele Europese Unie;

2.   is van mening dat alleen een geïntegreerde systeembenadering waarbij alle weggebruikers en belanghebbenden betrokken zijn, op basis van stimulansen om meer gebruik te maken van het openbaar vervoer en een doelmatiger wetgeving in de lidstaten, in combinatie met een adequate controle van weggebruikers in de lidstaten (rijbewijscontrole, ademtests, enz.), kunnen leiden tot aanzienlijke en blijvende verminderingen van het aantal ernstige verkeersongevallen;

3.   herinnert eraan dat de ambitieuze doelstellingen van de Unie alleen kunnen worden bereikt als rekening wordt gehouden met de essentiële rol van het onderwijs en de handhaving van de vigerende wetgeving in de lidstaten; dringt derhalve bij de lidstaten aan op het verder benadrukken en verbreiden van hun voorlichtingsbeleid en van algemene bewustmakingcampagnes ter bevordering van de verkeersveiligheid gericht op alle weggebruikers, van alle leeftijden; vraagt de lidstaten tevens om de huidige wetgeving volledig toe te passen, waarvan de inachtneming door weggebruikers de verkeersveiligheid sterk zal vergroten;

4.   spreekt zijn tevredenheid uit over voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende respectievelijk het veiligheidsbeheer van wegeninfrastructuur (COM(2006)0569), waarmee het aantal verkeersdoden met 12 tot 16% verminderd zou kunnen worden, en zijn voorstel voor een richtlijn betreffende de installatie van spiegels op bestaande in de Gemeenschap geregistreerde vrachtwagens (COM(2006)0570), betreffende het gebruik van van dodehoekspiegels;

5.   roept de Commissie op zo snel mogelijk de beloofde voorstellen voor te leggen betreffende aangelegenheden zoals grensoverschrijdende wetshandhaving, attentielampen, toepassing van de bestaande maatregelen en regels op het gebied van verkeersveiligheid, het gebruik van achterreflectoren om de omtrek van vrachtwagens aan te geven, geïnstalleerde dodehoekspiegels aan de achterzijde van voertuigen en/of nieuwe systemen om de dode hoek zichtbaar te maken;

6.   acht het vooral van belang, met het oog op de bestrijding van grensoverschrijdende verkeersovertredingen, dat wetgeving inzake maximumsnelheden, veiligheidsgordels en rijden onder invloed effectief kan worden gehandhaafd, zodat overtreders aanzienlijke straffen krijgen opgelegd, ongeacht of de overtreding in het eigen land of in een andere lidstaat is begaan;

7.   herinnert de Commissie aan haar voornemen om via een website op het Internet in alle officiële EU-talen gebruikersvriendelijke en actuele informatie over de in de lidstaten toegepaste systemen van verkeersborden te verschaffen;

8.   benadrukt de noodzaak van het harmoniseren van verkeersregels en - borden, omdat, bijvoorbeeld, het bestaan van verschillende voorrangsregels voor rotondes ongelukken kan veroorzaken;

9.   roept de Commissie op om, gezien het feit dat onduidelijke of onsamenhangende verkeersborden de verkeersveiligheid onnodig in gevaar brengen en gezien ook de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake verkeersborden, onderzoek te doen naar de harmonisering van verkeersborden in Europa als een middel voor het verbeteren van de verkeersveiligheid;

10.   roept de Commissie op om, gezien het grote aantal ongevallen, waarvan vele met dodelijke afloop, op plaatsen waar wegwerkzaamheden worden verricht, gemeenschappelijke richtsnoeren op te stellen voor de veiligheidsvoorschriften die op dergelijke plaatsen moeten gelden, op basis van het vaststellen en uitwisselen van de beste werkwijzen;

11.   is van mening dat de Commissie door de EU financierde tweelingprojecten zou moeten bevorderen tussen nieuwe en oude lidstaten om de positieve ontwikkelingen op het gebied van verkeersveiligheid te versnellen;

12.   is van mening dat de Commissie de aanwezigheid van deelnemers uit zowel nieuwe als oude lidstaten in de werkgroepen zou moeten aanmoedigen;

13.   roept de Commissie op het Europees Handvest over de verkeersveiligheid te evalueren;

14.   roept de Commissie en de lidstaten op de resultaten die in de lidstaten op het gebied van de verkeersveiligheid behaald zijn actief te vergelijken en te coördineren, zodat, door de beste werkwijze te volgen, de voordelen van goede ervaringen aan alle lidstaten ten goede kunnen komen en zo de positieve ontwikkeling op dit gebied kunnen versnellen;

15.   roept de Commissie op het belang te erkennen van onafhankelijke pan-Europese evaluatieprogramma's ten behoeve van benchmarking voor het bevorderen van een meer uniforme toepassing van EU-wetgeving die van invloed is op de verkeersveiligheid, hetgeen de concurrentie onder de actoren die verantwoordelijk zijn voor de verkeersveiligheid zoals EuroTAP en EuroNCAP, zal vergroten;

16.   roept de lidstaten op de invoering te overwegen van een alcohollimiet van 0,0‰ voor onervaren bestuurders alsook voor personen die beroepshalve met bedrijfsvoertuigen of bussen personen of bijvoorbeeld gevaarlijke goederen vervoeren;

17.   wijst op de mogelijkheid om voor alle voertuigen minimale actieve en passieve veiligheidsvoorschriften vast te stellen en de technische voorschriften inzake verkeersborden over de gehele Unie te harmoniseren;

18.   is van mening dat rijden onder invloed van drugs een ernstig probleem vormt dat bestreden moet worden; is tevens van mening dat de lidstaten en de Commissie meer middelen moeten investeren in het onderzoek naar en de bestrijding van dergelijke overtredingen;

19.   is van mening dat de regels voor gezondheid en veiligheid op het werk van toepassing dienen te zijn wanneer het voertuig een mobiele werkplek is;

20.   verzoekt de Commissie om onderzoek te doen naar de invloed van het gebruik van communicatieapparatuur in voertuigen op het gedrag van de bestuurder en de verkeersveiligheid;

21.   roept de Commissie en de lidstaten op hun inspanningen te intensiveren om te garanderen dat het gebruik van veiligheidsgordels in alle voertuigen, en met name bussen, toeneemt;

22.   vraagt de lid-staten het inhaalverbod voor motorvoertuigen van meer dan 12 ton - voorzover mogelijk - tot alle één- en tweebaanswegen uit te breiden;

23.   verzoekt de Commissie de lidstaten de aanbeveling te doen om geschikte rustplaatsen te creëren en onderhouden die voldoen aan de criteria van de Europese sociale partners, teneinde te zorgen voor veiligere infrastructuurvoorzieningen voor rustpauzes tijdens het rijden;

24.   roept de Commissie en de lidstaten op te zorgen voor stimulansen zodat de kopers of huurders van wagenparken via financiële prikkels de beste voertuigen kopen of huren die de markt te bieden heeft in termen van veiligheid en milieueffecten en zodat autofabrikanten voertuigen ontwikkelen die veiliger en milieuvriendelijker zijn;

25.   is ervan overtuigd dat verzekeringsmaatschappijen een cruciale rol kunnen spelen in de naleving van de verkeersveiligheidswetgeving en de arbeidswetgeving in de wegtransportsector, bijvoorbeeld door differentiële premies in te stellen;

26.   roept de lidstaten op om ervoor te zorgen dat financiële prikkels niet alleen worden gegeven voor het stimuleren van de nieuwste technologieën voor emissiereductie, maar ook voor de invoering van belangrijke veiligheidsvoorzieningen (noodremhulp, systemen waarbij een signaal wordt gegeven als het voertuig onbedoeld de rijstrook verlaat, snelheidsregelsystemen waarbij de snelheid automatisch wordt aangepast, schokbrekercontrolesystemen, enz.);

27.   roept de Commissie op de effecten van vermoeidheid en uitputting op bestuurders te onderzoeken om de frequentie van de ongevallen die zij veroorzaken te verlagen, zowel onder bestuurders van privé-auto's als – vanuit het oogpunt van de gezondheid en veiligheid op het werk – voor diegenen die voertuigen gebruiken voor hun werk;

28.   roept de Commissie op om op Europees niveau een voorlichtingscampagne te starten voor de bestrijding van vermoeidheid onder bestuurders, zoals in verscheidene lidstaten al is gebeurd, waarbij men bestuurders tracht over te halen om om de twee uur een pauze in te lassen, ongeacht de reisduur;

29.   is van oordeel dat uit de enorme keuze aan technologieën de volgende oplossingen bijzondere aandacht verdienen: gordelverklikkers en geavanceerde bevestigingsinrichtingen; elektronische stabiliteitscontrole (ESC); snelheidsbegrenzingssystemen; alcolocks; predictive safety systems (noodremhulp, een snelheidsregelsysteem waarbij de snelheid automatisch wordt aangepast (Adaptive Cruise Control), een systeem waarbij een signaal wordt gegeven als het voertuig onbedoeld de rijstrook verlaat (Lane Departure Warning), dodehoekmonitoren op basis van ultrasoontechnologie; schokbrekercontrolesystemen) en eCall;

30.   roept de lidstaten op om uiterlijk in juni 2007 de gemeenschappelijke intentieverklaring inzake het eCall-systeem te ondertekenen;

31.   is van mening dat ITS (Intelligent Transport Systems) moeten worden ingevoerd voor oudere bestuurders;

32.   roept de Commissie en de lidstaten op EuroNCAP aan te moedigen tests te introduceren voor de bescherming tegen whiplash en voor actieve technische systemen zoals ESP/ESC, noodremmen, ondersteuning van de bestuurder (bijvoorbeeld alcolocks), Adaptive Cruise Control en Lane Departure Warning;

33.   roept de Commissie op om de veiligheid van motorrijders uitdrukkelijk in infrastructuurrichtsnoeren op te nemen, waarbij in het bijzonder gedacht moet worden aan de constructie van voor motorrijders ongevaarlijke vangrails op Europese wegen;

34.   is van menig dat een belangrijke maatregel die de Commissie zou moeten bestuderen bestaat uit de invoering van een gemeenschappelijke minimumnorm voor rij-instructeurs, met opname van tests en certificaten;

35.   roept de lidstaten op om een actieplan voor opleiding en onderwijs in verkeersveiligheid op te stellen, voor toepassing in het gehele onderwijsprogramma (voor leerlingen in de leeftijd van drie tot achttien jaar) en op alle scholen in de EU; pleit tevens voor het opstellen van normen voor de opleidings- en veiligheidsmaatregelen die nodig zijn als men aan toekomstige bestuurders vanaf de leeftijd van zestien jaar praktijklessen wil gaan geven;

36.   roept de Commissie en de lidstaten op tot de invoering van uniforme regels voor de gehele EU waarin de verplichte, periodieke technische veiligheidscontrole van alle motorvoertuigen is geregeld;

37.   nodigt de Commissie en de lidstaten uit maatregelen voor te stellen gebaseerd op een evaluatie van de bekendheid van het Europese gemeenschappelijke noodnummer 112 en uitvoering van E112 door alle lidstaten om de situatie in de Europese Unie te verbeteren;

38.   benadrukt dat het eCall-systeem de reactietijd op een ongeluk in stedelijke gebieden met ongeveer veertig en op het platteland met ongeveer vijftig procent kan verkorten en roept alle lidstaten op het zo spoedig mogelijk te implementeren;

39.   roept de Commissie op te werken aan een Europees systeem voor het onderzoeken van verkeersongevallen, om vergelijkingen te vergemakkelijken en doelmatiger te kunnen werken om deze ongevallen te voorkomen;

40.   roept de Commissie, de lidstaten en hun regionale autoriteiten op bijzondere aandacht te besteden aan de bescherming en de veiligheid van kwetsbare weggebruikers zoals voetgangers, fietsers en motorfietsers;

41.   benadrukt dat de lidstaten bij het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van wegen en andere infrastructuurmaatregelen stelselmatig rekening moeten houden met de veiligheid van alle weggebruikers en ongevalpreventie;

42.   roept de Commissie op het gebruik van naar achteren gerichte kinderzitjes te stimuleren voor kinderen tot 3-4 jaar, in overeenstemming met een studie over veiligheid van kinderen in auto's (rapport 489A), uitgevoerd door het Zweedse nationale onderzoeksinstituut inzake verkeer en vervoer (VTI);

43.   roept de Commissie en in het bijzonder de lidstaten op de verkeersveiligheidssituatie te onderzoeken voor mensen met een handicap; vindt het bijvoorbeeld belangrijk dat personen die beroepshalve passagiers vervoeren voldoende zijn opgeleid om rolstoelen vast te zetten, enz.;

44.   roept de Commissie op om te onderzoeken wat mensen met een handicap nodig hebben om actief en zelfstandig aan het wegverkeer deel te nemen alsook om regels vast te stellen die verzekeren dat mensen met een handicap niet worden gediscrimineerd wanneer zij een rijvergunning aanvragen;

45.   is van mening dat technologieën zoals telematica op lange termijn de mogelijkheid bieden dodelijke ongevallen in zeer grote mate te elimineren; roept daarom op tot intensief onderzoek en intensieve samenwerking tussen alle belanghebbenden teneinde de snelle invoering van de meest veelbelovende technologieën te bevorderen zonder daarbij echter de verkeersveiligheidseducatie te verwaarlozen;

46.   is van mening dat het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën in verband met weginfrastructuur het beheer van de trans-Europese transportnetwerken (TEN-T) en de verkeersveiligheid aanzienlijk heeft verbeterd; roept de Commissie en de lidstaten op hun maatregelen op dit terrein voort te zetten met een Europees programma voor de implementatie van intelligente systemen voor verkeersbeheer;

47.   roept de Commissie op om vooral aandacht te besteden aan de technische veiligheid van voertuigen; benadrukt dat vóór 2010 de verdere ontwikkeling van de relevante wetgeving dient te worden overwogen; meent dat in dit verband met name het testen van elektronische veiligheidssystemen voor voertuigen (eSafety-systemen), een uniform systeem van jaarlijkse inspecties voor voertuigen ouder dan acht jaar, en speciale inspecties voor voertuigen die betrokken zijn geweest bij een ernstig ongeluk, een belangrijke rol kunnen spelen bij verdere verbetering van de veiligheid op de Europese wegen;

48.   nodigt de Commissie en EUROSTAT uit om de statistische gegevens over verkeersongevallen te verbeteren, bijvoorbeeld door

   deze gegevens daarnaast aan leeftijd en geslacht te relateren,
   het aantal slachtoffers onder kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers en fietsers, in reële getallen in de statistieken op te nemen,
   de criteria die bij het bepalen van het aantal verkeersdoden worden gebruikt, te harmoniseren, welke criteria zijn gebaseerd op de tijd die een slachtoffer na het ongeval nog heeft geleefd;

49.   verzoekt de Commissie een plan voor verkeersveiligheid op lange termijn uit te werken, dat verdergaat dan 2010 en waarin de vereiste stappen worden beschreven om alle, door verkeersongevallen veroorzaakte overlijdensgevallen en ernstige verwondingen volledig te vermijden ('vision zero');

50.   roept de lidstaten op tot het erkennen van de gevaren die onlosmakelijk zijn verbonden aan het besturen van voertuigen, met name vrachtwagens, met sneeuw en ijs op het dak, en op basis hiervan aanbevelingen te doen voor de oprichting van een uitgebreid netwerk van 'terreinen voor sneeuwverwijdering"; roept op om technische alternatieven te overwegen en/of ondersteunen;

51.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, evenals aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 43 E van 19.2.2004, blz. 250.
(2) PB C 227 E van 21.9.2006, blz. 609.
(3) PB L 111 van 17.4.2004, blz. 75.

Laatst bijgewerkt op: 4 oktober 2007Juridische mededeling