Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Darfur
Het Europees Parlement
,
– gezien het resultaat van de Raad algemene zaken en buitenlandse betrekkingen van 12-13 februari 2007,
– onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over de situatie in Darfur, in het bijzonder die van 16 september 2004(1)
, 23 juni 2005(2)
, 6 april 2006(3)
en 28 september 2006(4)
,
– onder verwijzing naar resolutie 1706(2006) van de VN-Veiligheidsraad waarin een vredesmacht van 22 000 man voor Darfur wordt voorgesteld,
– onder verwijzing naar het vredesakkoord over Darfur dat op 5 mei 2006 in Abuja in Nigeria is ondertekend,
– gelet op het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind, dat bindend is en geen afwijkingen toestaat,
– gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,
A. ernstig bezorgd over het feit dat het geschil tussen geregelde strijdkrachten, regeringsgezinde milities en rebellen in de Darfur-regio in de loop van de laatste drie jaar op zijn minst 400 000 doden heeft gekost en meer dan twee en een half miljoen vluchtelingen en ontheemden, hoewel op 5 mei 2006 in Abuja (Nigeria) een vredesakkoord voor Darfur werd ondertekend,
B. overwegende dat de regering van Sudan en de rebellen op 11 januari 2007 hebben ingestemd met een staakt-het-vuren van 60 dagen, maar dat de ongerichte aanvallen op burgers en hulpverleners onverminderd doorgaan, met wat door hulporganisaties wordt beschreven als 'geweld op een schaal die nog niet eerder vertoond is in Darfur'(5)
,
C. overwegende dat het conflict in Darfur - en de straffeloosheid - in toenemende mate de stabiliteit in Centraal-Afrika aantast en een bedreiging vormt voor internationale vrede en veiligheid,
D. overwegende dat de VN-doctrine inzake de 'Verantwoordelijkheid om te beschermen' inhoudt dat wanneer de "nationale autoriteiten manifest tekortschieten om hun bevolking te beschermen tegen genocide, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de mensheid" anderen de verantwoordelijkheid hebben om de noodzakelijke bescherming te bieden,
E. overwegende dat de VN-Veiligheidsraad in zijn resolutie 1706(2006) het licht op groen heeft gezet voor een nieuwe VN-vredeshandhavingsmissie van maximaal 22 500 militairen en politieagenten om de Africa Mission in Sudan (AMIS) in Darfur af te lossen, en tegelijkertijd herhaald heeft de Sudanese soevereiniteit, eenheid, onafhankelijkheid en territoriale integriteit volledig te respecteren,
F. overwegende dat seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen erkend is als een misdaad tegen de mensheid, en dat niettemin systematische verkrachting nog steeds als oorlogswapen wordt gebruikt door de partijen in het Darfurconflict, en ondanks talloze verzekeringen van de Sudanese regering onverminderd doorgaat,
G. overwegende dat het Internationaal Strafhof (ICC) in juni 2005 een onderzoek heeft ingesteld naar de misdaden in Darfur,
H. overwegende dat martelingen en gedwongen inlijving in het leger van volwassenen en kinderen kenmerkende schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht in Darfur zijn geworden, waarbij de slachtoffers van martelingen uit angst voor vergelding te bang zijn om deze te melden aan de AMIS of de humanitaire hulpverleners,
1. verzoekt de VN te handelen overeenkomstig zijn doctrine 'verantwoordelijkheid om te beschermen', waarbij het zijn optreden baseert op het feit dat de Sudanese regering de bevolking niet beschermt tegen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid en de bevolking evenmin humanitaire bijstand verleent;
2. verzoekt de VN bijgevolg, ook zonder instemming of goedkeuring van de Sudanese regering, een datum vast te stellen voor het sturen van een door de VN gesteunde vredeshandhavingsmissie in Darfur, overeenkomstig hoofdstuk VII van het VN-Handvest en volgens resolutie 1706(2006) van de VN-Veiligheidsraad en de VN-overeenkomst van 16 november 2006, ten einde dringend corridors voor humanitaire hulp veilig te stellen om de steeds meer geïsoleerde en lijdende bevolking in de regio te steunen;
3. verzoekt de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, de Raad en de Commissie niets onverlet te laten en hun verantwoordelijkheid op te nemen om de bevolking van Darfur effectief te behoeden voor een humanitaire ramp;
4. betreurt de steun van de Sudanese regering aan de Janjaweed milities en haar bombardementen op de regio Darfur die een duidelijke en flagrante schending van de vredesovereenkomst van Darfur vormen;
5. verzoekt de internationale gemeenschap, met inbegrip van de lidstaten van de Europese Unie, uitrusting in de regio beschikbaar te stellen voor de handhaving van het vliegverbod boven Darfur dat bij resolutie 1591(2005) van de VN-Veiligheidsraad is ingesteld;
6. dringt er bij de EU-instellingen en andere internationale actoren op aan sancties toe te passen tegen alle partijen, met inbegrip van de Sudanese regering, die het staakt-het-vuren schenden of aanvallen uitvoeren op burgers, vredeshandhavers of humanitairehulpoperaties, en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te helpen een eind te maken aan de straffeloosheid door middel van het doen toepassen van de sanctieregeling van de VN-Veiligheidsraad aan de hand van gerichte economische sancties zoals reisverbod en bevriezing van activa, zoals de EU in het verleden met andere landen heeft gedaan(6)
; benadrukt dat sancties tegen Sudan ook het dreigen met een olie-embargo dienen te omvatten;
7. verzoekt de EU-instellingen en de internationale gemeenschap de vredesbesprekingen te heropenen om de inhoud van het vredesakkoord van Darfur te verbeteren en voor alle partijen aanvaardbaar te maken; verzoekt de internationale instanties alle partijen aansprakelijk te stellen voor het resulterende akkoord en dringt er bij alle partijen bij het conflict in Darfur op aan te laten zien dat zij zich willen inzetten voor een vreedzame oplossing voor de crisis door dat akkoord onverwijld uit te voeren;
8. dringt er bij de Sudanese regering en de internationale gemeenschap op aan volledig samen te werken met het ICC om een einde te maken aan de straffeloosheid;
9. dringt er bij China op aan gebruik te maken van zijn significante gewicht in de regio om de regering van Sudan aan haar toezeggingen van de alomvattende vredesovereenkomst van 9 januari 2005 en het vredesakkoord over Darfur te houden; dringt er voorts bij China op aan de wapenexport naar Sudan te staken en op te houden met het blokkeren van besluiten in de VN-veiligheidsraad over gerichte sancties tegen de regering van Sudan;
10. wijst op het besluit van de VN-Mensenrechtenraad om een missie op hoog niveau naar Darfur te sturen, die schendingen van de mensenrechten in de regio moet onderzoeken en die aan de basis moet liggen om wie dergelijke schendingen begaat ter verantwoording te roepen; benadrukt dat het missieteam onafhankelijk en geloofwaardig moet zijn; heeft kritiek op de vertragingen als gevolg van het niet verstrekken van visa aan de leden van deze missie;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, de regering en het parlement van Sudan, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de staatshoofden en regeringsleiders van de Arabische Liga, de regeringen van de ACS-landen, de Gezamenlijke Parlementaire Vergadering ACS-EU en de instellingen van de Afrikaanse Unie.
Humanitarian agencies warn Darfur operations approaching breaking point', press release from Action Against Hunger, CARE International, Oxfam International, Norwegian Refugee Council, World Vision and Save the Children on outcome of AU Summit, 29 January 2007.