Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2518(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0053/2007

Debatten :

PV 15/02/2007 - 10.1
CRE 15/02/2007 - 10.1

Stemmingen :

PV 15/02/2007 - 11.1
PV 26/09/2007 - 6.4

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0055

Aangenomen teksten
DOC 37k
Donderdag 15 februari 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Dialoog tussen de Chinese regering en gezanten van de Dalai Lama
P6_TA(2007)0055B6-0051, 0053, 0057, 0059, 0061 en 0066/2007

Resolutie van het Europees Parlement over de dialoog tussen de Chinese regering en gezanten van de Dalai Lama

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 oktober 2006 over Tibet(1) ,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 7 september 2006 over de betrekkingen tussen de Europese Unie en China(2) ,

–   gelet op de verklaring van het voorzitterschap van de Raad van 22 februari 2006, waarin staat dat de Europese Unie haar volle steun toezegt aan de dialoog tussen de Chinese regering en gezanten van de Dalai Lama en hoopt dat beide partijen bereid zullen zijn om in alle oprechtheid substantiële vraagstukken aan te pakken voor het vinden van praktische oplossingen die kunnen bijdragen tot een vreedzame en duurzame regeling voor Tibet, waarover beide partijen overeenstemming kunnen bereiken,

–   gelet op de verklaring van 15 december 2005 van Günter Verheugen, Vice-voorzitter van de Europese Commissie, namens Europees Commissaris voor externe betrekkingen Benita Ferrero-Waldner, dat de Commissie hoopt dat spoedig een oplossing voor de kwestie Tibet wordt gevonden, die te verenigen valt met de soevereiniteit van China en de verwachtingen van bevolking van Tibet en dat dit uiteindelijke doel op geen andere manier kan worden bereikt dan door middel van een vreedzaam proces op basis van een open en directe dialoog zonder voorafgaande voorwaarden,

–   gelet op de vorige vijf gespreksronden tussen de regering van de Volksrepubliek China en gezanten van Zijne Heiligheid de Dalai Lama, die in september 2002 van start zijn gegaan,

–   gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.   verheugd over het vaste voornemen van de regering van de Volksrepubliek China en Zijne Heiligheid de Dalai Lama om door middel van dialoog een oplossing te vinden voor de kwestie Tibet,

B.   overwegende dat er verschillen van mening bestaan over substantiële kwesties en in het bijzonder dat beide partijen er niet in geslaagd zijn om een gemeenschappelijk standpunt in te nemen over de historische betrekkingen tussen Tibet en China,

C.   gezien op de bezorgdheid van de regering van de Volksrepubliek China met betrekking tot de eenheid en de stabiliteit van China, alsook het vasthouden van de Europese Unie aan het beleid van één China,

D.   overwegende dat de Dalai Lama steeds consequent verklaart dat hij niet streeft naar onafhankelijkheid, maar naar volwaardige autonomie voor Tibet,

E.   eens te meer erop wijzend dat de gemeenschappelijke etnische, taalkundige, religieuze en culturele identiteit van het Tibetaanse volk moet gerespecteerd worden en dat zijn verlangen naar een verenigd bestuurlijk bestel moet bevorderd worden,

F.   overwegende dat de onderhandelingen voor een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en China op 17 januari 2007 in Beijing officieel van start zijn gegaan,

G.   overwegende dat de Dalai Lama te kennen heeft gegeven dat hij een pelgrimstocht naar China wil maken en dat het Tibetaanse parlement in ballingschap een verzoek heeft ingediend voor een ontmoeting tussen de Chinese president en Zijne Heiligheid de Dalai Lama om vertrouwen tussen de volkeren van Tibet en China, maar ook in de internationale gemeenschap te wekken,

1.   roept de regering van de Volksrepubliek China en de Dalai Lama op om, ongeacht hun verschillen van mening over bepaalde substantiële kwesties, de dialoog te hervatten en voort te zetten zonder voorafgaande voorwaarden en met een blik op de toekomst, die de basis kan vormen voor praktische oplossingen die de territoriale integriteit van China onverlet laten en aan de verwachtingen van het Tibetaanse volk voldoen;

2.   is ingenomen met de wetten en regelingen inzake regionale etnische autonomie die de regering van de Volksrepubliek China heeft vastgesteld, maar is bezorgd over het feit dat vele van deze wetten voorwaarden bevatten die de uitvoering ervan hinderen of ondergraven;

3.   roept de Raad, de Commissie en de lidstaten op het versterken van de dialoog voluit te steunen en, ingeval tastbare resultaten over substantiële kwesties uitblijven, in overleg met beide partijen na te gaan welke rol de Europese Unie nog kan vervullen om door middel van onderhandelingen een oplossing voor Tibet te vinden, onder meer door de benoeming van een bijzondere EU-vertegenwoordiger voor Tibet;

4.   verzoekt de Hoge Vertegenwoordiger/secretaris-generaal van de Raad in het jaarlijkse verslag over het GBVB aan het Parlement informatie te verstrekken over de ontwikkeling van de dialoog tussen de regering van de Volksrepubliek China en gezanten van Zijne Heiligheid de Dalai Lama in 2007 en daarna;

5.   verzoekt de Commissie de kwestie Tibet en de hervatting van de gesprekken tussen beide partijen ter tafel te brengen bij de onderhandelingen over de nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en China en aan het Parlement verslag uit te brengen over de ontwikkeling van de dialoog tussen de regering van de Volksrepubliek China en gezanten van Zijne Heiligheid de Dalai Lama in 2007 en daarna;

6.   verzoekt de voorzitter van de Raad in een verklaring aan te geven hoe de Europese Unie vooruitgang in de richting van een vreedzame en uitonderhandelde oplossing voor Tibet in de hand kan werken;

7.   roept de Commissie, de Raad en de regeringen van de lidstaten op met de Verenigde Staten en andere niet-EU-landen samen te werken om de dialoog tussen de regering van de Volksrepubliek China en de Dalai Lama te bevorderen;

8.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China en Zijne Heiligheid de Dalai Lama.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0465.
(2) PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 219.

Laatst bijgewerkt op: 4 oktober 2007Juridische mededeling