Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2161(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0099/2007

Ingediende teksten :

A6-0099/2007

Debatten :

PV 24/04/2007 - 4
CRE 24/04/2007 - 4

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.18

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0120

Aangenomen teksten
DOC 98k
Dinsdag 24 april 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2005: Europees Geneesmiddelenbureau
P6_TA(2007)0120A6-0099/2007
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0394/2006 – 2006/2161(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005(1) ,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Bureau(2) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 – C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(4) , en met name artikel 68,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5) , en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie Begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volkgezondheid en voedselveiligheid (A6-0099/2007),

1.   verleent de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2005;

2.   formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 4.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 12.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz 1).
(4) PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1901/2006 (PB L 378 van 27.12.2006, blz 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


2.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0394/2006 – 2006/2161(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005(1) ,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Bureau(2) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 – C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(4) , en met name artikel 68,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5) , en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie Begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volkgezondheid en voedselveiligheid (A6-0099/2007),

1.   neemt kennis van de bedragen waarmee de definitieve jaarrekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau over de begrotingsjaren 2004 en 2005 worden afgesloten:

Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2004 en 2005 (in 1 000 EUR)

2005

2004

Ontvangsten

Vergoedingen voor vergunningen voor het in de handel brengen

72 613

68 412

Subsidie van de Commissie, met inbegrip van de bijdragen uit hoofde van de EER

22 847 

20 529

Communautaire subsidie voor weesgeneesmiddelen

6 110 

4 026

Bijdragen voor communautaire programma's

0

0

Ontvangsten in verband met administratieve verrichtingen

3 423

1 973

Diverse ontvangsten

1 643

1 473

Totaal (a)

106 636

96 413

Uitgaven

Personeelsuitgaven

40 057

34 333

Huishoudelijke uitgaven

17 022

11 224

Beleidsuitgaven

41 999

38 573

Toewijzing aan afschrijvingen

5 333

3 650

Andere gegevens

104

280

Totaal (b)

104 515

88 060

Resultaat (c = a-b)

2 121

8 353

Resultaat (e)

2 257

1 160

Resultaat van het begrotingsjaar (f= c+e)

4 378

9 513

Bron : Gegevens van het Bureau – Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens die het Bureau heeft verstrekt in zijn jaarrekening.

2.   gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Geneesmiddelenbureau, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 4.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 12.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz 1).
(4) PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1901/2006 (PB L 378 van 27.12.2006, blz 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2007 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0394/2006 – 2006/2161(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005(1) ,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Bureau(2) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 – C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau(4) , en met name artikel 68,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad(5) , en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie Begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volkgezondheid en voedselveiligheid (A6-0099/2007),

A.   overwegende dat de Rekenkamer heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben verkregen dat de jaarrekening voor het per 31 december 2005 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen, als geheel, wettig en regelmatig waren,

B.   overwegende dat het Europees Parlement op 27 april 2006 kwijting heeft verleend aan de uitvoerend directeur voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2004(6) waarbij het Parlement in zijn resolutie behorende bij het kwijtingsbesluit onder andere:

   - opmerkt dat de Rekenkamer heeft vastgesteld dat de met de banken afgesloten contracten een looptijd van langer dan vijf jaar hadden, hetgeen in strijd is met de uitvoeringsregels van het financieel reglement van het Bureau, die eisen dat minstens om de vijf jaar een uitnodiging tot inschrijving moet plaatsvinden; kennis neemt van het antwoord van het Bureau waarin de redenen worden uiteengezet voor de vertraging die is opgetreden bij de oproep tot inschrijving alsmede de voordelen die verbonden zijn aan rechtstreekse onderhandelingen met de bank en hiermee rekening zal houden bij de overweging tot herziening van het Financieel Reglement;
   - erop wijst dat de nieuwe geneesmiddelenwetgeving, die in 2004 is aangenomen, aanzienlijke invloed heeft gehad op het werk en de beheerstructuren van het bureau;

Algemene punten die van toepassing zijn op de meerderheid van EU-agentschappen die individuele kwijting vereisen

1.   meent dat het voortdurend toenemende aantal communautaire agentschappen en de activiteiten van enkele ervan slecht lijken te passen in een algemeen beleidskader en dat de taken van bepaalde agentschappen niet altijd een afspiegeling vormen van de werkelijke behoeften van de Europese Unie noch van de verwachtingen van haar burgers; constateert dat de agentschappen in het algemeen niet altijd een goed imago en een goede pers hebben;

2.   verzoekt de Commissie daarom een algemeen beleidskader voor de oprichting van nieuwe communautaire agentschappen vast te stellen, een kosten-batenanalyse voor te leggen voordat een nieuw agentschap wordt opgericht en erop toe te zien dat duplicatie van activiteiten tussen agentschappen of van taken van andere Europese organen wordt vermeden;

3.   roept de Rekenkamer op haar oordeel over de kosten-batenanalyse uit te spreken voordat het Parlement een besluit neemt;

4.   verzoekt de Commissie elke vijf jaar een studie te overleggen naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap; verzoekt alle verantwoordelijke instellingen om in geval van een negatief oordeel over de toegevoegde waarde van een agentschap de noodzakelijke stappen te zetten om het mandaat van dat agentschap te herzien of het agentschap te sluiten;

5.   betreurt, rekening houdend met het groeiende aantal regelgevende agentschappen, dat de onderhandelingen over het ontwerp van interinstitutioneel akkoord inzake een gemeenschappelijk kader voor deze agentschappen nog niet zijn afgerond; verzoekt de bevoegde diensten van de Commissie om samen met de Rekenkamer alles in het werk te stellen om een dergelijk akkoord zo snel mogelijk te bereiken;

6.   stelt vast dat de begrotingsverantwoordelijkheid van de Commissie nauwere banden van de agentschappen met de Commissie noodzakelijk maakt; roept de Commissie en de Raad ertoe op alle noodzakelijke stappen te ondernemen om de Commissie vóór 31 december 2007 een blokkerende minderheid te geven in de bestuursraden van de regelgevende agentschappen en daar in het geval van nieuwe agentschappen direct bij oprichting in te voorzien;

7.   verzoekt de Rekenkamer, met het oog op een beter inzicht in het gebruik van EU-fondsen door agentschappen, een aanvullend hoofdstuk in haar jaarverslag op te nemen, dat is gewijd aan alle agentschappen waarvoor kwijting is vereist in de jaarrekening van de Commissie;

8.   herinnert aan het beginsel volgens hetwelk voor alle communautaire agentschappen, gesubsidieerd of niet, kwijting door het Parlement vereist is, ook wanneer in hun oprichtingsstatuten is voorzien in een kwijtingsautoriteit;

9.   verzoekt de Rekenkamer bij alle agentschappen doelmatigheidscontroles uit te voeren en daarover bij de bevoegde commissies van het Parlement, met inbegrip van de Commissie begrotingscontrole, verslag uit te brengen;

10.   merkt op dat het aantal agentschappen voortdurend toeneemt en dat het gezien de politieke verantwoordelijkheid van de Commissie voor het functioneren van de agentschappen, die veel verder gaat dan eenvoudige logistieke ondersteuning, nog noodzakelijker is geworden dat de directoraten-generaal van de Commissie die belast zijn met de oprichting van en het toezicht op agentschappen een gezamenlijke opstelling tegenover agentschappen ontwikkelen; is van mening dat een soortgelijke structuur als die welke door de agentschappen is gevormd voor de coördinatie met de betrokken directoraten-generaal een pragmatische stap voorwaarts zou zijn op weg naar een gezamenlijke opstelling van de Commissie in alle zaken met betrekking tot agentschappen;

11.   verzoekt de Commissie de administratieve en technische steun aan agentschappen uit te breiden in verband met de toenemende complexiteit van communautaire administratieve regels en technische problemen;

12.   stelt vast dat een disciplinair orgaan bij alle communautaire agentschappen ontbreekt; verzoekt de diensten van de Commissie de noodzakelijke maatregelen te nemen om een dergelijk mechanisme zo snel mogelijk in te voeren;

13.   juicht de aanzienlijke verbeteringen in de coördinatie van de agentschappen toe, die hen in staat stellen terugkerende problemen aan te pakken en efficiënter samen te werken met de Commissie en het Parlement;

14.   is van opvatting dat de oprichting door diverse agentschappen van een gezamenlijke ondersteunende dienst met het oog op aanpassing van hun computersystemen voor financieel beheer aan die van de Commissie, een initiatief is dat moet worden voortgezet en uitgebreid;

15.   roept de agentschappen ertoe op de samenwerking en benchmarking met andere spelers in het veld te verbeteren; moedigt de Commissie ertoe aan de maatregelen te nemen die zij dienstig acht om de agentschappen te helpen hun imago te verbeteren en de zichtbaarheid van hun activiteiten te verhogen;

16.   roept de Commissie op een voorstel te doen voor harmonisering van de indeling van de jaarverslagen van de agentschappen en prestatie-indicatoren te ontwikkelen waarmee de doelmatigheid van de agentschappen kan worden vergeleken;

17.   verzoekt de agentschappen aan het begin van elk jaar indicatoren te overleggen waarmee hun prestaties kunnen worden gemeten;

18.   verzoekt alle agentschappen in toenemende mate SMART-doelstellingen te hanteren die moeten leiden tot een realistische planning en resultaatgericht werken;

19.   onderschrijft de opvatting van de Rekenkamer dat de Commissie ook verantwoordelijk is voor het (financiële) beheer van de agentschappen; dringt er derhalve bij de Commissie op aan toezicht te houden op de leiding van de verschillende agentschappen en deze waar nodig bij te sturen en te helpen, in het bijzonder in verband met de juiste toepassing van aanbestedingsprocedures, de transparantie van de procedures voor de aanwerving van personeel, goed financieel beheer (onderbesteding en overbudgettering) en, als belangrijkste punt, de juiste toepassing van de regels met betrekking tot het kader voor interne controle;

20.   meent dat de bijdragen van agentschappen in hun werkprogramma's in operationele en meetbare termen dienen te worden uitgedrukt en dat daarbij de nodige aandacht moet worden besteed aan de Commissienormen voor interne controle;

Specifieke punten

21.   merkt op dat wat de begrotingsuitvoering betreft, de bestedingsgraad van de vastleggingskredieten (94%) evenals die van de betalingskredieten (82%) over het geheel genomen hoog lagen, dat de bestedingsgraad van de vastleggingskredieten voor administratieve uitgaven (titel II) onder de 90% lag, en dat meer dan 40% van de gedane vastleggingen naar het volgende begrotingsjaar werden overgedragen;

22.   merkt op dat de begroting van het Geneesmiddelenbureau tussen 2003 en 2005 aanzienlijk is gestegen wegens de uitbreiding van de Europese Unie en nieuwe taken; is zeer verheugd over de stijging van en de volledige aanwending van de kredieten van de begrotingslijn voor weesgeneesmiddelen;

23.   verzoekt het Bureau erop toe te zien dat uitsluitend personeelsleden met een delegatie toegang krijgen tot het overeenkomstige computersysteem;

24.   verzoekt het Bureau om in zijn rekeningen de fondsen(7) op te nemen, geïnd bij andere agentschappen en organen ter financiering van een gemeenschappelijke ondersteuningsdienst die hun informatiesystemen inzake financieel beheer moest ontwikkelen;

25.   eist dat gunningsprocedures voor opdrachten transparant zijn en de richtlijnen volgen, ook op het vlak van IT;

26.   verzoekt het Bureau het Parlement zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van de nieuwe oproep tot inschrijving betreffende bankcontracten, overeenkomstig de standaardregels.

27.   wijst erop dat de nieuwe geneesmiddelenwetgeving die in 2004 werd aangenomen, aanzienlijke gevolgen heeft gehad voor de werkzaamheden, de beheerstructuur en het personeel van het Bureau; feliciteert het Bureau met de succesvolle aanpassing aan het nieuwe regelgevingskader, dat ten volle in werking trad in november 2005;

28.   verheugt zich over de start van het "KMO-bureau" dat financiële en administratieve steun biedt aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2049/2005(8) van de Commissie ;

29.   verheugt zich over de inspanningen van het Geneesmiddelenbureau om meer wetenschappelijk advies te verstrekken in een vroeg stadium van de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en over de invoering van maatregelen om de beoordelingen van medicijnen die van groot belang zijn voor de volksgezondheid, te bespoedigen; wijst op de door het Bureau verrichte werkzaamheden om de snelle beoordeling van vaccins te bevorderen ingeval van een grieppandemie;

30.   wenst dat het Bureau vóór 1 januari 2010 en vervolgens om de vijf jaar opdracht geeft tot uitvoering van een onafhankelijke externe evaluatie van zijn resultaten op basis van de oprichtingsverordening en de werkprogramma's waartoe de raad van bestuur heeft besloten; wenst voorts dat deze evaluatie de werkmethoden en de impact van het Bureau omvat en dat erbij rekening wordt gehouden met de meningen van de belanghebbenden, zowel op communautair als nationaal niveau; wenst dat de raad van bestuur van het Bureau de conclusies van deze evaluatie bestudeert en aanbevelingen aan de Commissie en het Parlement doet die wellicht nodig zijn ten aanzien van veranderingen bij het Bureau, zijn functioneren en zijn programma's, dat de evaluatie en de aanbevelingen aan de Commissie en het Parlement openbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld op de websites van deze instellingen en dat de voor de uitvoering van deze externe evaluatie benodigde middelen worden toegekend uit de begroting van het desbetreffende DG.

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 4.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 12.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz 1).
(4) PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1901/2006 (PB L 378 van 27.12.2006, blz 1).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 340 van 6.12.2006, blz. 107.
(7) Ongeveer 400 000 EUR.
(8) Verordening (EG) nr. 2049/2005 van de Commissie van 15 december 2005 tot vaststelling, krachtens Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad, van voorschriften betreffende de betaling van vergoedingen aan, en het verkrijgen van administratieve bijstand van, het Europese Geneesmiddelenbureau door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 329 van 16.12.2005, blz. 4).

Laatst bijgewerkt op: 22 april 2008Juridische mededeling