Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2166(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0112/2007

Ingediende teksten :

A6-0112/2007

Debatten :

PV 24/04/2007 - 4
CRE 24/04/2007 - 4

Stemmingen :

PV 24/04/2007 - 7.23

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0125

Aangenomen teksten
DOC 100k
Dinsdag 24 april 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2005: Europese Autoriteit voor voedselveiligheid
P6_TA(2007)0125A6-0112/2007
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0399/2006 – 2006/2166(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2005(1) ,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van de Autoriteit(2) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 - C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot instelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(4) , en met name artikel 44,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5) van de Raad, en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0112/2007),

1.   verleent de uitvoerend directeur van Europese Autoriteit voor voedselveiligheid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2005;

2.   formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor de voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 22.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 42.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 575/2006 van de Commissie (PB L 100 van 8.4.2006, blz. 3).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


2.Besluit van het Europees Parlement van 24 april 2007 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0399/2006 – 2006/2166(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2005(1) ,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van het Agentschap(2) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 - C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, en met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot instelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(4) , en met name artikel 44,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5) , van de Raad, en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0112/2007),

1.   neemt kennis van de bedragen waarmee de definitieve jaarrekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor de begrotingsjaren 2004 en 2005 worden afgesloten:

Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2004 en 2005 (in 1 000 EUR)

2005

2004

Exploitatieontvangsten

27 405

20 591

TOTAAL EXPLOITATIEONTVANGSTEN

27 405

20 591

Administratieve uitgavenre

Personeel

-13 012

-7 564

Gebouwen en soortgelijke uitgaven

-3 627

-4 192

Andere uitgaven (waaronder uitgaven geconsolideerde EG-entiteiten)

-2 205

-1 263

Afschrijving en waardevermindering geconsolideerde entiteiten

-603

-333

Beleidsuitgaven (waaronder uitgaven geconsolideerde EG-entiteiten) 

-8 413

-6 431

TOTAAL EXPLOITATIEUITGAVEN

-27 674

-19 783

EXPLOITATIE WINST / (VERLIES)

-761

808

Financiële inkomsten

-

0

Financiële uitgaven

-7

-7

WINST / (VERLIES) OP FINANCIËLE OPERATIES

-7

-6

HUDIGE WINST / (VERLIES)

-768

802

Buitengewone inkomsten

Buitengewone uitgaven

-

-27

BUITENGEWONE WINST / (VERLIES)

-

-27

RESULTATEN VAN HET BEGROTINGSJAAR

-768

775

NB – Afwijkingen in de totalen zijn het gevolg van afronding.

Bron : Gegevens van de Autoriteit – In deze table worden de gegevens samengevat die door de Autoriteit zijn verstrekt in zijn jaarrekeningen.

2.   gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor de voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 22.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 42.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 575/2006 van de Commissie (PB L 100 van 8.4.2006, blz. 3).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2007 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005 (C6-0399/2006 – 2006/2166(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2005(1) ,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2005, tezamen met de antwoorden van de Autoriteit(2) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 27 februari 2007 (5711/2007 - C6-0080/2007),

–   gelet op het EG-Verdrag, met name artikel 276,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot instelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(4) , en met name artikel 44,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5) van de Raad, en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0112/2007),

A.   overwegende dat de Rekenkamer heeft verklaard redelijke zekerheid verkregen te hebben dat de jaarrekening van het per 31 december 2005 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen, behoudens gemaakte voorbehouden, wettig en regelmatig zijn,

B.   overwegende dat het Parlement de uitvoerend directeur op 27 april 2006 kwijting heeft verleend met betrekking tot de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2004(6) , en dat het in de resolutie behorende bij het kwijtingsbesluit onder andere

   - zijn teleurstelling uit over het feit dat de Rekenkamer opnieuw anomalieën heeft ontdekt in de toepassing van de voorschriften voor de werving van personeel, en er bij de Autoriteit op aandringt de voorschriften betreffende selectieprocedures op transparantere wijze toe te passen;
   - aangeeft bezorgd te zijn over de door de Rekenkamer geconstateerde onregelmatigheden in de procedures voor de gunning van contracten;

Algemene punten die van toepassing zijn op de meerderheid van EU-agentschappen die individuele kwijting vereisen

1.   meent dat het voortdurend toenemende aantal communautaire agentschappen en de activiteiten van enkele ervan slecht lijken te passen in een algemeen beleidskader en dat de taken van bepaalde agentschappen niet altijd een afspiegeling vormen van de werkelijke behoeften van de Europese Unie noch van de verwachtingen van haar burgers; constateert dat de agentschappen in het algemeen niet altijd een goed imago en een goede pers hebben;

2.   verzoekt de Commissie daarom een algemeen beleidskader voor de oprichting van nieuwe communautaire agentschappen vast te stellen, een kosten-batenanalyse voor te leggen voordat een nieuw agentschap wordt opgericht en erop toe te zien dat duplicatie van activiteiten tussen agentschappen of van taken van andere Europese organen wordt vermeden;

3.   roept de Rekenkamer op haar oordeel over de kosten-batenanalyse uit te spreken voordat het Parlement een besluit neemt;

4.   verzoekt de Commissie elke vijf jaar een studie te overleggen naar de toegevoegde waarde van ieder bestaand agentschap; verzoekt alle verantwoordelijke instellingen om in geval van een negatief oordeel over de toegevoegde waarde van een agentschap de noodzakelijke stappen te zetten om het mandaat van dat agentschap te herzien of het agentschap te sluiten;

5.   betreurt, gezien het groeiende aantal regelgevende agentschappen, dat de onderhandelingen over het ontwerp van interinstitutioneel akkoord inzake een gemeenschappelijk kader voor deze agentschappen nog niet zijn afgerond en verzoekt de bevoegde diensten van de Commissie in overleg met de Rekenkamer, alles in het werk te stellen om een dergelijk akkoord zo snel mogelijk te bereiken;

6.   stelt vast dat de begrotingsverantwoordelijkheid van de Commissie nauwere banden van de agentschappen met de Commissie noodzakelijk maakt; roept de Commissie en de Raad ertoe op alle noodzakelijke stappen te ondernemen om de Commissie vóór 31 december 2007 een blokkerende minderheid te geven in de bestuursraden van de regelgevende agentschappen en daar in het geval van nieuwe agentschappen direct bij oprichting in te voorzien;

7.   verzoekt de Rekenkamer, met het oog op een beter inzicht in het gebruik van EU-fondsen door agentschappen, een aanvullend hoofdstuk in haar jaarverslag op te nemen, dat is gewijd aan alle agentschappen waarvoor kwijting is vereist in de jaarrekening van de Commissie;

8.   herinnert aan het beginsel volgens hetwelk voor alle communautaire agentschappen, gesubsidieerd of niet, kwijting door het Parlement vereist is, ook wanneer in hun oprichtingsstatuten is voorzien in een kwijtingsautoriteit;

9.   verzoekt de Rekenkamer bij alle agentschappen doelmatigheidscontroles uit te voeren en daarover bij de bevoegde commissies van het Parlement, met inbegrip van de Commissie begrotingscontrole, verslag uit te brengen;

10.   merkt op dat het aantal agentschappen voortdurend toeneemt en dat het gezien de politieke verantwoordelijkheid van de Commissie voor het functioneren van de agentschappen, die veel verder gaat dan eenvoudige logistieke ondersteuning, nog noodzakelijker is geworden dat de directoraten-generaal van de Commissie die belast zijn met de oprichting van en het toezicht op agentschappen een gezamenlijke opstelling tegenover agentschappen ontwikkelen; een soortgelijke structuur als die welke door de agentschappen is gevormd voor de coördinatie met de betrokken directoraten-generaal zou een pragmatische stap voorwaarts zijn op weg naar een gezamenlijke opstelling van de Commissie in alle zaken met betrekking tot agentschappen;

11.   verzoekt de Commissie de administratieve en technische steun aan de agentschappen uit te breiden in verband met de toenemende complexiteit van communautaire administratieve regels en technische problemen;

12.   stelt vast dat een disciplinair orgaan bij alle communautaire agentschappen ontbreekt; verzoekt de diensten van de Commissie de noodzakelijke maatregelen te nemen om een dergelijk mechanisme zo snel mogelijk in te voeren;

13.   juicht de aanzienlijke verbeteringen in de coördinatie van de EU-agentschappen toe, die hen in staat stellen terugkerende problemen aan te pakken en efficiënter samen te werken met de Commissie en het Parlement;

14.   is van opvatting dat de oprichting door diverse agentschappen van een gezamenlijke ondersteunende dienst met het oog op aanpassing van hun computersystemen voor financieel beheer aan die van de Commissie, een initiatief is dat moet worden voortgezet en uitgebreid;

15.   roept de agentschappen ertoe op de samenwerking en benchmarking met andere spelers in het veld te verbeteren; moedigt de Commissie ertoe aan de maatregelen te nemen die zij dienstig acht om de agentschappen te helpen hun imago te verbeteren en de zichtbaarheid van hun activiteiten te verhogen;

16.   roept de Commissie op een voorstel te doen voor harmonisering van de indeling van de jaarverslagen van de agentschappen en prestatie-indicatoren te ontwikkelen waarmee de doelmatigheid van de agentschappen kan worden vergeleken;

17.   verzoekt de agentschappen aan het begin van elk jaar indicatoren te overleggen waarmee hun prestaties kunnen worden gemeten;

18.   verzoekt alle agentschappen in toenemende mate SMART-doelstellingen te hanteren die moeten leiden tot een realistische planning en resultaatgericht werken;

19.   onderschrijft de opvatting van de Rekenkamer dat de Commissie ook verantwoordelijk is voor het (financiële) beheer van de agentschappen; dringt er derhalve bij de Commissie op aan toezicht te houden op de leiding van de verschillende agentschappen en deze waar nodig bij te sturen en te helpen, in het bijzonder in verband met de juiste toepassing van aanbestedingsprocedures, de transparantie van de procedures voor de aanwerving van personeel, goed financieel beheer (onderbesteding en overbudgettering) en, als belangrijkste punt, de juiste toepassing van de regels met betrekking tot het kader voor interne controle;

20.   meent dat de bijdragen van agentschappen in hun werkprogramma's in operationele en meetbare termen dienen te worden uitgedrukt en dat daarbij de nodige aandacht moet worden besteed aan de Commissienormen voor interne controle;

Specifieke punten

21.   merkt op dat begrotingsjaar 2005 werd gekenmerkt door een aanzienlijke onderbesteding van de begroting: van de vastleggings- en betalingskredieten werd slechts 80% benut; is van mening dat de Autoriteit een grotere inspanning zou moeten doen om de haar toevertrouwde kredieten beter te benutten om haar doelstellingen te realiseren;

22.   betreurt het ten zeerste dat de wijzigingen die het had aangebracht in de lijst van het aantal ambten niet zijn gerespecteerd en dat de Autoriteit voor 19 posten de rangen die aanvankelijk in de ontwerpbegroting waren voorzien heeft hersteld zonder het Parlement daarvan in kennis te stellen;

23.   constateert dat er geen op activiteiten georiënteerd management is geïntroduceerd, hoewel het financieel reglement van de Autoriteit de invoering daarvan voorschrijft, zoals dat is gedaan voor de algemene begroting teneinde de prestaties beter te kunnen volgen;

24.   betreurt het dat de Autoriteit geen risicoanalyse heeft uitgevoerd, noch formeel heeft omschreven welke controlesystemen en – procedures zij toepast en verzoekt de Autoriteit hier zo snel mogelijk zorg voor te dragen;

25.   merkt met betrekking tot werving op dat de Autoriteit kandidaten heeft afgewezen op basis van andere criteria dan die waren genoemd in de kennisgeving van de vacature en zich bovendien niet heeft gehouden aan de statutaire bepalingen aangaande de rang van de leden van de selectiecomités ten opzichte van die in de vacatures; dringt aan op een strikte toepassing van de relevante criteria op en een doelmatige controle van de bewijskracht van de documenten die thans ter onderbouwing van sollicitaties worden ingediend;

26.   merkt op dat de Autoriteit problemen had met de aanwerving van hoog opgeleid wetenschappelijk personeel in Parma;

27.   betreurt het feit dat tijdens de controles inzake de plaatsing van opdrachten en de sluiting van overeenkomsten een aanzienlijk aantal anomalieën aan het licht kwam; verzoekt de Autoriteit met klem haar internecontrolesysteem aan te scherpen;

28.   merkt op dat de gebouwen waar de Autoriteit permanent in zou worden ondergebracht, nog steeds niet beschikbaar zijn en dat de Autoriteit derhalve genoodzaakt was om tijdelijke kantoorruimte te huren en in te richten (kosten in 2005: ongeveer 3 500 000 EUR); verzoekt de Autoriteit en de Commissie om deze situatie samen met de nationale instanties op te helderen, in het bijzonder met het oog op eventuele financiële compensatie.

(1) PB C 266 van 31.10.2006, blz. 22.
(2) PB C 312 van 19.12.2006, blz. 42.
(3) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1995/2006 (PB L 390 van 30.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 575/2006 door de Commissie (PB L 100 van 8.4.2006, blz. 3).
(5) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(6) PB L 340 van 6.12.2006, blz. 134.

Laatst bijgewerkt op: 22 april 2008Juridische mededeling