Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2590(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0291/2007

Debatten :

PV 12/07/2007 - 11.1
CRE 12/07/2007 - 11.1

Stemmingen :

PV 12/07/2007 - 13.1
CRE 12/07/2007 - 13.1

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0357

Aangenomen teksten
DOC 53k
Donderdag 12 juli 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Humanitaire situatie van Iraakse vluchtelingen
P6_TA(2007)0357B6-0291, 0295, 0299, 0300, 0303 en 0308/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 12 juli 2007 over Irak

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de rechten van vluchtelingen die internationale bescherming behoeven,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Irak en met name zijn resolutie van 15 februari 2007 over de humanitaire situatie van Iraakse vluchtelingen(1) ,

–   onder verwijzing naar het Verdrag van de Verenigde Naties betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Vluchtelingenverdrag) en het Protocol van de VN betreffende de status van vluchtelingen van 1967,

–   onder verwijzing naar de dringende oproep van de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de VN (UNHCR) van 7 februari 2007 om de internationale steun te verhogen voor die landen die vluchtelingen uit Irak opnemen, de internationale conferentie over Irak van 17-18 april 2007 in Genève, bedoeld om de deelnemers te doordringen van de omvang van de humanitaire nood in Irak en de regio, de oproep van de UNHCR van 5 juni 2007 om te zorgen dat alle grenzen openblijven voor degenen die bescherming behoeven, alsook naar het advies inzake terugkeer en standpunt over de behoeften aan internationale bescherming van Irakezen buiten Irak van de UNHCR, d.d. 18 december 2006, en het UNHCR-document 'Supplementary Appeal Iraq Situation Response' (Aanvullend verzoek om fondsen voor Irak) van 8 januari 2007,

–   onder verwijzing naar de richtsnoeren van 11 februari 1998 over in eigen land ontheemden (Guiding Principles of Internal Displacement) van de bijzondere vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN inzake binnenlands ontheemden,

–   onder verwijzing naar Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 over minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming(2) (de 'erkenningsrichtlijn'),

–   gelet op de besluiten die de Europese Gemeenschap en haar lidstaten op het gebied van asiel en immigratie hebben genomen;

–   gelet op het feit dat het aantal Irakese asielzoekers in de eerste zes maanden van 2007 is verdubbeld ten opzichte van dezelfde periode van het voorgaande jaar,

–   gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de algemene humanitaire en mensenrechtensituatie in Irak verder verslechtert, zoals blijkt uit de regelmatige rapporten van de UNAMI (United Nations Assistance Mission for Iraq) en andere VN- vertegenwoordigingen in het land, volgens welke per dag gemiddeld 100 mensen omkomen en 200 gewond raken, 50% van de bevolking moet leven van minder dan 1 USD per dag, de werkeloosheid meer dan 80% van de bevolking treft, 70% van de bevolking geen toegang heeft tot een toereikende watervoorziening en 81% geen toegang heeft tot werkende sanitaire voorzieningen, 3 miljoen mensen met voedselschaarste moeten rekenen wanneer de distributie uitvalt, hetgeen in sommige gebieden reeds is gebeurd, 80% van de artsen de ziekenhuizen hebben verlaten, 75% van de kinderen niet naar school gaan en 30% tot 70% van de scholen, afhankelijk van de regio, zijn gesloten,

B.   overwegende dat het geweld en de criminele activiteiten in Irak bestaan uit gewapende overvallen, ontvoeringen voor een losprijs, bedreiging, moord op personen die bij het politieke proces betrokken zijn of meewerken aan de wederopbouw, sabotageaanslagen op burgerinfrastructuren zoals elektriciteitsvoorzieningen of oliepijplijnen, en grootschalige aanslagen met het ongerichte gebruik van bommen en/of andere explosieven tegen burgers, met als gevolg dat vele Irakezen nog steeds vluchten, vooral naar Jordanië en Syrië, maar ook Egypte, Libanon, Turkije, Iran en verder,

C.   overwegende dat meer dan 2 miljoen mensen thans in eigen land zijn ontheemd, dat er sinds februari 2006 nog eens 822 000 mensen zijn ontheemd, en aangenomen wordt dat daar per dag nog 2 000 ontheemden bijkomen; en dat het aantal binnenlands ontheemden volgens schatting van de UNHCR vóór het einde van 2007 waarschijnlijk 2,3-2,5 miljoen zal bedragen,

D.   overwegende dat behalve de binnenlands ontheemden er nog ongeveer 42 000 niet-Irakeze vluchtelingen in Irak verblijven (waaronder ongeveer 15 000 Palestijnen die specifiek in gevaar verkeren, en voorts Soedanezen, Turkse Koerden, Iraniërs en anderen),

E.   overwegende dat vele bestuursgebieden in Irak de toegang voor nieuwe binnenlands ontheemden beperken, waardoor deze hun kansen op het vinden van tijdelijke vrijhavens binnen het land drastisch zien beperkt,

F.   overwegende dat binnenlands ontheemden zich niet mogen inschrijven voor voedseldistributie, wat het gevaar voor een humanitaire crisis nog vergroot,

G.   overwegende dat naar schatting 2 miljoen Irakezen als vluchteling in buurlanden verblijven zonder in deze gastlanden een officiële beschermde status te genieten: Syrië met 1,2 tot 1,5 miljoen, Jordanië met 500 tot 750 000 Irakezen, een hoog aantal in verhouding tot de eigen bevolking, Egypte (meer dan 80 000), Libanon (naar schatting 20 000), Iran (meer dan 50 000), het Golfgebied (meer dan 200 000) en Turkije (naar schatting 5 100),

H.   overwegende dat onder de vluchtelingen in de buurlanden 560 000 kinderen zijn met schoolleeftijd en dat de toegang tot openbaar onderwijs of gesubsidieerde gezondheidszorg in veel gebieden moeilijk is of bij wet uitgesloten,

I.   overwegende dat volgens internationaal gewoonterecht een juridische verplichting bestaat om vluchtelingen niet terug te sturen als zij vervolgd worden of ernstig bedreigd worden, en asielzoekers die op de vlucht zijn voor grootschalige mensenrechtenschendingen en wijdverbreid geweld althans tijdelijk in het betrokken land toe te laten, om na te gaan of zij voor de vluchtelingenstatus in aanmerking komen,

J.   overwegende dat de meeste lidstaten en de VS zich nogal terughoudend opstellen waar het gaat om erkenning van de behoefte van Irakese vluchtelingen aan bescherming,

K.   overwegende dat er sprake is van grote discrepanties tussen de lidstaten in de manier waarop zij de asielaanvragen van Irakezen behandelen, hetgeen illustreert hoe weinig vooruitgang er is geboekt met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees Asielstelsel dat op hoge gemeenschappelijke normen is gebaseerd en dat bescherming kan bieden aan degenen die in nood verkeren,

L.   overwegende dat buurlanden de toegang voor vluchtelingen aanzienlijk hebben beperkt, waardoor velen gedwongen worden naar Irak terug te keren of bij de grens vast komen te zitten, en restrictieve verblijfsvoorwaarden opleggen, zoals verkorting van de verblijfsperiode en/of zodanige bemoeilijking van visaverlenging dat de meeste Irakezen hun juridische status als snel verliezen,

M.   overwegende dat Brazilië een van de weinige landen is die hebben aangeboden een aantal Palestijnse vluchtelingen op te nemen die daarvoor in Irak verbleven in het kader van de solidariteits-hervestigingsprogramma's,

N.   overwegende dat de UNHCR de laatste hand legt aan een verzoek om de Aanvullende Begroting voor de situatie in Irak van 60 miljoen USD tot 115 miljoen USD te verhogen,

O.   overwegende dat joden, mandaeërs en christenen (waaronder ook de Assyrische, Armeense, Grieks-orthodoxe en andere christelijke minderheden) steeds vaker discriminatie ondervinden waar het gaat om toegang tot de arbeidsmarkt of tot elementaire sociale diensten en velen van hen bang zijn voor vervolging door opstandige groeperingen of door islamistische militias die in Irakese steden en dorpen hele wijken in handen hebben; overwegende dat mede als gevolg van de toenemende spanningen tussen soenniten en sjiieten, iemand alleen al doelwit kan worden omdat hij deel uitmaakt van een etnische of religieuze minderheid,

1.   is verheugd over de solidariteit die de buurlanden van Irak aan de dag leggen tegenover Irakese vluchtelingen en vraagt deze landen de internationale gemeenschap te laten weten welke steun zij nodig hebben om de situatie aan te kunnen;

2.   erkent de verbeterde situatie waar het gaat om de medewerking van de regionale Koerdise autoriteiten bij de hulpverlening aan niet-moslimgemeenschappen die binnen het land zijn ontheemd;

3.   sluit zich aan bij de Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de VN, bij zijn oproep voor een duurzame, alomvattende en gecoördineerde internationale respons om de nood te lenigen van miljoenen mensen die zijn ontworteld door een humanitaire crisis die niet langer kan worden genegeerd; acht de steun van de internationale gemeenschap van vitaal belang om het lijden te verminderen van honderdduizenden Irakese vluchtelingen en binnenlands ontheemden of degenen die het land ontvluchten, evenals meer aanmoediging en bijstand voor landen als Syrië en Jordanië die samen een belangrijk aantal Irakese vluchtelingen opnemen;

4.   erkent ook de inspanningen van landen die niet aan Irak grenzen, zoals Egypte, om Irakezen te helpen; vraagt deze landen hun inspanningen ten behoeve van de Irakese vluchtelingen voort te zetten door hun grenzen open te houden en de omstandigheden voor hen te verbeteren, onder eerbiediging van hun grondrechten en waarborging van toegang tot basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs, met de steun van de internationale gemeenschap;

5.   betreurt het dat de buurlanden, op enkele en beperkte uitzonderingen na, hun grenzen gesloten hebben gehouden voor Palestijnen die op de vlucht waren voor het geweld en de bedreigingen tegen hen in Irak, veroordeelt de oproep van de Irakeze minister voor migratie om alle Palestijnen uit Irak te verdrijven; veroordeelt de beslissing van de Irakese regering om de Palestijnen omslachtige registratieverplichtingen op te leggen die een legaal verblijf in Irak voor hen bemoeilijken;

6.   vraagt de Irakese regering alsmede de plaatselijke, regionale en religieuze autoriteiten en de multinationale troepenmacht in Irak om onmiddellijke maatregelen ter verbetering van de veiligheid voor alle vluchtelingen en binnenlands ontheemden in Irak en beëindiging van discriminerende praktijken;

7.   verwerpt met kracht de bedreigingen met uitzetting en afsnijden van brandstof- en drinkwatervoorziening die enkele hogere ambtenaren in de Irakese regering hebben geuit tegen 4 000 leden van de Iraanse oppositie, die al 20 jaar als politiek vluchteling in Irak verblijven en de juridische status van "beschermde personen krachtens het vierde verdrag van Genève" genieten; roept de Irakese regering op hun rechten uit hoofde van het internationale recht te eerbiedigen;

8.   roept de lidstaten op hun dadenloze houding jegens de situatie van de Irakese vluchtelingen te laten varen en te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van het internationale en communautaire recht om Irakezen in de lidstaten de gelegenheid te geven een asielaanvraag in te dienen en deze zo snel mogelijk, onder eerbiediging van procedurele waarborgen te laten behandelen, en vluchtelingenstatus of aanvullende of tijdelijke bescherming te verlenen aan degenen die goede gronden hebben om vervolging of ernstige consequenties te vrezen;

9.   dringt er bij de lidstaten op mensen niet krachtens de Dublin II-verordening(3) over te dragen aan een andere staat, wanneer bekend is dat dat land Irakese asielaanvragen niet naar behoren in behandeling neemt; verwijst erop dat lidstaten hierbij een beroep op artikel 3, lid 2, van de Dublin II-verordening kunnen doen;

10.   moedigt de lidstaten aan om Irakezen die niet in aanmerking komen voor een beschermde status maar ook niet kunnen worden teruggestuurd, een juridische status te verlenen (tijdelijk of permanent, naargelang hun omstandigheden) en te zorgen voor adequate omstandigheden en fundamentele rechten;

11.   stelt met bezorgdheid vast dat er in het jaar 2005 en het jaar 2006, 400 tot 500 gevallen van gedwongen terugkeer naar Irak zijn geregistreerd, en vraagt de lidstaten alle gedwongen terugzendingen naar enig deel van Irak voorlopig op te schorten;

12.   vraagt de lidstaten en de internationale gemeenschap met klem om als blijk van gedeelde internationale verantwoordelijkheid, substantieel bij te dragen aan de herhuisvesting van Irakese vluchtelingen en statenloze personen, met inbegrip van de Palestijnse vluchtelingen die nog in Irak zijn of vandaar zijn gevlucht en nu in de regio gestrand zijn, met prioriteit voor de meest kwetsbare gevallen overeenkomstig de richtsneren van de UNHCR voor hervestiging van Irakese vluchtelingen; vraagt de Europese Gemeenschap en haar lidstaten een mechanisme in het leven te roepen om deze verantwoordelijkheidsverdeling te organiseren en de lidstaten daarbij te steunen;

13.   stelt zich achter de aanbeveling van de UNHCR om Irakese asielzoekers uit zuidelijk en centraal Irak welwillend te behandelen en hen te beschouwen als vluchtelingen krachtens het Vluchtelingenverdrag, en wanneer zij niet als vluchteling worden erkend, hun een aanvullende vorm van bescherming te verlenen tenzij de betrokkenen onder de uitsluitingscriteria van het Vluchtelingenverdrag vallen;

14.   roept de Europese Commissie op zich met spoed te beraden op andere mogelijkheden om humanitaire steun te verlenen aan binnenlands ontheemden in Irak, met de nodige flexibiliteit bij de uitlegging van de geldende regels, en de buurlanden te helpen bij hun inspanningen om de vluchtelingenbevolking op te nemen;

15.   verwelkomt de eerste stappen die het directoraat-generaal voor humanitaire hulp (ECHO) van de Europese Commissie heeft ondernomen; hekelt evenwel de omslachtige procedures als gevolg van de bijzondere beperkende omstandigheden vna het land;

16.   vraagt de Commissie snel voorbereidingen te treffen voor de inrichting van post-traumatische centra voor Irakese vluchtelingen en binnenlands ontheemden alsmede om "werkgelegenheids"-projecten te ontwikkelen, met name voor ontheemden in de landbouwsector in gebieden van Irak waar dat mogelijk is;

17.   vraagt de Commissie dringend het Parlement en met name zijn Commissie begrotingscontrole in haar vergadering van 16 juli 2007 informatie te verschaffen over de wijze waarop de voor Irak toegewezen middelen worden gebruikt, met name via het Internationale Wederopbouwfonds voor Irak (IRFFI), en herinnert de Commissie aan de prioriteiten die zij zelf heeft gesteld in haar mededeling van 7 juni 2006 (COM(2006)0283), waaronder (1) steun aan een democratische regering en (2) versterking van de veiligheid op basis van het rechtsstaatbeginsel en de bevordering van een klimaat waarin de mensenrechten worden geëerbiedigd; herinnert eraan dat het Parlement van oordeel is dat hier sprake is van een extreme noodsituatie en in zijn hoger vermelde resolutie van 15 februari 2007 erop heeft aangedrongen dat een belangrijk deel van de EU-begroting bestemd voor programma's met Irak voor de vluchtelingen wordt bestemd; deze presentatie dient een exacte opsplitsing te bevatten naar type activiteit en naar de op de begroting opgevoerde, vastgelegde en betaalde activiteiten, waarbij de voor de Irakese vluchtelingen en ontheemden bestemde programma's ook duidelijk te onderscheiden moeten zijn;

18.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de VN, de regeringen en parlementen van Irak, Syrië, Jordanië, Libanon, Egypte, Turkije, Palestina en de Arabische Liga.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0056.
(2) PB L 304 van 30.9.2004, blz. 12.
(3) Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 50 van 25.2.2003, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 18 maart 2008Juridische mededeling