Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/2145(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0337/2007

Ingediende teksten :

A6-0337/2007

Debatten :

PV 10/10/2007 - 23
CRE 10/10/2007 - 23

Stemmingen :

PV 11/10/2007 - 8.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0432

Aangenomen teksten
DOC 70k
Donderdag 11 oktober 2007 - Brussel Definitieve uitgave
Gevolgen van het akkoord tussen Gemeenschap-lidstaten/Philip Morris over de strijd tegen fraude en sigarettensmokkel en uitvoering van de aanbevelingen van de Enquêtecommissie inzake communautair douanevervoer van het Europees Parlement
P6_TA(2007)0432A6-0337/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 11 oktober 2007 over de gevolgen van het akkoord tussen de Gemeenschap, lidstaten en Philip Morris betreffende het opvoeren van de strijd tegen fraude en sigarettensmokkel en over de vorderingen die zijn geboekt met betrekking tot de uitvoering van de aanbevelingen van de Enquêtecommissie communautair douanevervoer van het Europees Parlement (2005/2145(INI))

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn aanbeveling van 13 maart 1997(1) , waarin het verslag van de Enquêtecommissie communautair douanevervoer en haar 38 aanbevelingen worden bekrachtigd,

–   onder verwijzing naar de overeenkomst ter bestrijding van de smokkel en namaak van sigaretten tussen de Commissie, tien lidstaten en Phillip Morris International van 9 juli 2004,

–   onder verwijzing naar het Speciaal verslag van de Rekenkamer nr. 11/2006 over het systeem van het communautair douanevervoer, vergezeld van de antwoorden van de Commissie(2) ,

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0337/2007),

A.   overwegende dat de communautaire douanevervoersregeling het verkeer van communautaire en niet-communautaire goederen die worden geïmporteerd uit of geëxporteerd naar derde landen op communautair grondgebied vergemakkelijkt door tijdelijke opschorting van de douanerechten en andere heffingen, totdat de goederen hun eindbestemming hebben bereikt,

B.   overwegende dat het Europees Parlement op basis van de resultaten van de reeds vermelde Enquêtecommissie met de steun van de Raad en de Rekenkamer had aanbevolen dat ter voorkoming van fraude het douanevervoer zou worden geïnformatiseerd, het wettelijke kader zou worden herzien en de Commissie en de lidstaten de fysieke controle zouden verbeteren op basis van een gemeenschappelijk systeem voor risicoanalyse,

C.   overwegende dat de reeds vermelde Enquêtecommissie, die de eerste enquêtecommissie van het Europees Parlement was, erin is geslaagd het thema van het douanevervoer uit de administratieve sfeer te halen en in de politieke arena te brengen, een snelle reactie heeft teweeggebracht bij de belanghebbenden en heeft bewezen dat enquêtecommissies aanzienlijke toegevoegde waarde in het politieke proces kunnen hebben, en de EU-burgers voordeel brengen,

1.   is tevreden met het reeds aangehaalde Speciaal verslag van de Rekenkamer nr. 11/2006; neemt er nota van dat de Europese Rekenkamer controlebezoeken heeft afgelegd in elf lidstaten, die goed zijn voor 80 % van de douanevervoertransporten; herinnert eraan dat fraudeurs bij lichte producten die zwaar worden belast, zoals sigaretten, enorm veel winst kunnen maken met een klein aantal transporten; verzoekt de Europese Rekenkamer een follow-up van zijn bevindingen uit te voeren, niet alleen bij de elf bezochte lidstaten, maar ook bij andere lidstaten;

Informatisering van de douanevervoerprocedure

2.   neemt er nota van dat het nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer (NCTS) sinds januari 2006 in alle lidstaten operationeel is, waarbij de prestaties evenwel verschillen van de ene lidstaat tot de andere; beschouwt dit als een enorme verandering ten opzichte van de oude, archaïsche procedure op papier; neemt er nota van dat de Commissie de invoering van het NCTS in de lidstaten technisch gezien met succes heeft gecoördineerd;

3.   neemt er nota van dat het NCTS in tegenstelling tot de oude procedure op papier onregelmatige afwikkeling van een douanevervoerstransactie door middel van vervalste documenten of nagemaakte stempels voorkomt; herinnert eraan dat het NCTS ook moet helpen om in real time gevallen te detecteren waarbij goederen aan douanetoezicht worden onttrokken voordat zij hun eindbestemming bereiken en om onmiddellijk een onderzoek op gang te brengen; neemt nota van de bevindingen van de Europese Rekenkamer en betreurt dat geen van de elf bezochte lidstaten de vastgestelde termijnen voor het beginnen van een onderzoek in acht heeft genomen; verzoekt de Commissie aandacht te besteden aan het feit dat het NCTS geen valse aangifte van goederen kan voorkomen en adequate maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat valse aangiften van goederen kunnen worden aangepakt;

Ernstige tekortkomingen bij de toepassing van de nieuwe regels voor douanevervoer door de lidstaten

4.   is bezorgd over de talrijke tekortkomingen die de Europese Rekenkamer heeft vastgesteld bij de toepassing van het herziene wettelijke kader door de lidstaten, met name wat de controle van vereenvoudigde procedures, nasporingsprocedures en invorderingsprocedures betreft; neemt er nota van dat de Rekenkamer een gedetailleerde lijst van tekortkomingen en lidstaten waar deze zijn geconstateerd, heeft opgesteld (zie bijlage 1 bij het reeds aangehaalde Speciaal verslag nr. 11/2006 van de Rekenkamer);

5.   herinnert eraan dat de lidstaten overeenkomstig de Verordening betreffende de eigen middelen(3) verplicht zijn vastgestelde rechten in de A-boekhouding op te nemen en ze na aftrek van de inningskosten in de loop van de tweede maand die volgt op de maand waarin de rechten zijn vastgesteld, ter beschikking te stellen van de Commissie; neemt er nota van dat de lidstaten rechten die niet zijn betaald, waarvoor geen zekerheid is gesteld of die worden betwist bij wijze van uitzondering in de B-boekhouding mogen opnemen; is bezorgd over de bevinding van de Rekenkamer dat in Duitsland, Spanje, Frankrijk, België en Hongarije rechten met betrekking tot niet-gezuiverde douanevervoerstransacties zijn opgenomen in de B-boekhouding, hoewel er zekerheden voor waren gesteld; neemt er nota van dat de praktijk van de administraties met betrekking tot de B-boekhouding in sommige lidstaten bedenkelijk is;

6.   verzoekt de Commissie inbreukprocedures tegen lidstaten te starten, wanneer fouten met betrekking tot de B-boekhouding niet eenmalig, maar systematisch en structureel zijn; is tevreden dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen als gevolg van inbreukprocedures van de Commissie tegen diverse lidstaten de laatste twee jaren een aantal belangrijke uitspraken heeft gedaan waarin het Hof de interpretatie die de Commissie aan de regels geeft, bevestigt; is van mening dat de behoorlijke werking van het systeem van A- en B-boekhoudingen na 2009 opnieuw moet worden bekeken;

7.   merkt op dat volgens het Britse Hogerhuis (House of Lords)(4) jaarlijks ongeveer 4% van de potentiële BTW-inkomsten van het Verenigd Koninkrijk verloren gaat als gevolg van carrouselfraude; neemt nota van de bevindingen van het House of Lords dat het weliswaar lucratiever is gebleken om BTW-fraude te plegen in de intracommunautaire handel, maar dat deze fraude ook kan voorkomen in de handel met derde landen; is zeer bezorgd over de verklaringen van het House of Lords dat het misbruik van het communautair douanevervoer in het laatste geval deel van het klassieke patroon van carrouselfraude uitmaakt;

8.   is gealarmeerd over het feit dat het House of Lords bewijzen heeft verzameld over cargovliegtuigen die wekelijks worden gecharterd om elektronische goederen uit de EU te vliegen, als onderdeel van een carrouselfraude; merkt op dat het House of Lords, rekening houdend met het reeds aangehaalde Speciaal verslag van de Rekenkamer nr. 11/2006, heeft geconcludeerd dat dit soort fraude kan bestaan door slecht beheer en slechte controle van de communautaire douanevervoersregeling door de lidstaten;

9.   is dankbaar dat het House of Lords zich over de fraudegevoeligheid van het communautair douanevervoer heeft gebogen, hoewel de Europese Rekenkamer haar onderzoek niet specifiek op het Verenigd Koninkrijk had gericht; is zeer tevreden met de aanbeveling van het House of Lords dat de regering dient samen te werken met andere lidstaten om ervoor te zorgen dat de veranderingen in het communautair douanevervoer die de Rekenkamer voorstelt, prioriteit krijgen, opdat de bevoorradingsketen voor deze fraudevariant kan worden aangepakt; verzoekt de andere lidstaten met de regering van het Verenigd Koninkrijk samen te werken, om de communautaire douanevervoersregeling eindelijk fraudebestendig te maken; verzoekt de Commissie deze operatie te coördineren;

10.   is van mening dat nieuwe manieren moeten worden onderzocht om de strijd tegen belastingfraude op EU-niveau beter te coördineren; is tevreden met de initiatieven van de Commissie op dit gebied, met name de mededeling van de Commissie van 31 mei 2006 over de noodzaak om een gecoördineerde strategie te ontwikkelen ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude (COM(2006)0254); neemt er nota van dat de Raad Economische en Financiële Zaken van 5 juni 2007 de Commissie op basis van de voorstellen van de Commissie niet alleen heeft verzocht wetgevingsvoorstellen inzake conventionele fraudebestrijdingsmaatregelen in te dienen, maar ook de meer verregaande fraudebestrijdingsmaatregelen te bespreken als belastingheffing in de lidstaat van vertrek of invoering van een facultatieve verleggingsregeling; merkt op dat de belastingschuld in het kader van een verleggingsregeling van de leverancier naar de afnemende ondernemer wordt verlegd;

11.   is tevreden met het feit dat de Raad Economische en Financiële Zaken van 5 juni 2007 de Commissie heeft verzocht de gevolgen van een facultatief verleggingsmechanisme te analyseren en haar bevindingen uiterlijk eind 2007 aan de Raad voor te leggen; neemt er met name nota van dat de Raad de Commissie heeft verzocht de mogelijkheid te onderzoeken van een proefproject in Oostenrijk; verzoekt de Commissie haar bevindingen ook voor te leggen aan het Parlement;

12.   neemt er nota van dat met ingang van juni 2007 aan het Verenigd Koninkrijk een afwijking van de BTW-regels is toegestaan waarbij het een verleggingsregeling mag toepassen voor de BTW op draagbare telefoons en computerchips; verzoekt de Commissie haar voor 2009 geplande evaluatie van de doeltreffendheid van deze maatregel ook voor te leggen aan het Parlement;

13.   benadrukt dat met uitzonderingsmaatregelen die van de algemene communautaire regels betreffende BTW-heffing afwijken, steeds het risico verbonden is dat frauduleuze activiteiten er niet door worden tegengegaan, maar alleen verplaatst naar andere economische sectoren of landen;

14.   onderstreept dat het primaire doel moet blijven op communautair niveau een gemeenschappelijke strategie voor de bestrijding van belastingfraude vast te stellen;

15.   verzoekt de Europese Rekenkamer om een standpunt over de wetgevingsvoorstellen van de Commissie die voor eind 2007 door de Raad worden verwacht;

16.   is geschokt door de bevinding van de Rekenkamer dat de Commissie tussen 2001 en 2005 geen op douanevervoer gerichte inspecties met betrekking tot de eigen middelen heeft uitgevoerd en dit pas heeft gedaan in 2006; verzoekt de Commissie het Parlement te informeren over de manier waarop het ontbreken van inspecties zal worden opgelost in de toekomst;

Kosten en baten van het NCTS met betrekking tot fraudebestrijding

17.   neemt er nota van dat de reeds vermelde Enquêtecommissie de investering in het NCTS beschouwde als relatief beperkt; wijst erop dat zij zich hierbij baseerde op de ramingen van de Commissie volgens welke het NCTS de fraude aanzienlijk zou terugdringen en een winst zou opleveren van 5-10 miljard EUR over een periode van vijf jaar; neemt er nota van dat in een externe studie waartoe de Commissie opdracht heeft gegeven in 2006, de totale kosten van het NCTS werden geraamd op 359 000 000 EUR; betreurt dat erg weinig gegevens beschikbaar waren en helemaal geen gegevens over door fraudedetectie teruggewonnen bedragen;

18.   neemt voorts nota van de volgende bevinding van de Rekenkamer(5) : "Ter beoordeling van de doeltreffendheid van de hervorming van de regeling douanevervoer uit een oogpunt van beperking van fraude bij douanevervoerstransacties zou het dienstig zijn, betrouwbare en tegelijkertijd volledige gegevens voorhanden te hebben over fraude op het niveau van de EU. De controle heeft echter aangetoond dat de betrouwbaarheid en volledigheid van de voornaamste beschikbare gegevensbronnen over fraude en onregelmatigheden in verband met douanevervoerstransacties op het niveau van de EU niet zijn gewaarborgd"; is er niet toe bereid de verhouding tussen de kosten en de baten van het NCTS als positief te beschouwen tot de Commissie gegevens voorlegt over de vraag in hoeverre het NCTS fraude terugdringt en verlies van eigen middelen voorkomt;

Rationalisering van concurrerende informatie-uitwisselingssystemen en fysieke controles

19.   neemt nota van het verzoek van de Europese Rekenkamer de Commissie volledige toegang te verlenen tot de informatiesystemen die reeds geïmplementeerd zijn of die gepland zijn voor allerlei goederen – niet uitsluitend fraudegevoelige goederen – met het oog op operationele en strategische analyse en risicobeheer, met waarborging van een adequate bescherming van persoonsgegevens(6) ; neemt er nota van dat de Rekenkamer als voorbeelden het NCTS, het ECS (Export Control System, exportcontrolesysteem), het AIS (Automated Import System, geautomatiseerd invoersysteem) en het EMCS (Excise Movement and Control System, geïntegreerd computersysteem betreffende het verkeer van en de controle op accijnsgoederen) noemt;

20.   verzoekt de Commissiediensten die bevoegd zijn voor de informatie-uitwisselingssystemen in verband met onregelmatigheden en fraude, namelijk DG Belastingen en douane-unie (TAXUD), DG Begroting (BUDG) en het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), de gegevensbanken in kwestie te consolideren, de Gemeenschap te voorzien van betrouwbare en volledige statistieken over de vraag in hoeverre haar activiteiten eigenlijk onregelmatigheden en fraude beperken, een gemeenschappelijke kijk op risicoanalyse op communautair en nationaal niveau te bepalen en de fysieke controles dienovereenkomstig te coördineren; vraagt de Commissie uiterlijk eind 2008 over haar bevindingen verslag te doen aan het Parlement en zijn Commissie begrotingscontrole;

21.   betreurt het feit dat, hoewel de reeds vermelde Enquêtecommissie al in 1997 bij de Commissie erop had aangedrongen een gemeenschappelijk beleid inzake risicoanalyse te bepalen, een gemeenschappelijk kader voor risicobeheer voor douanevervoer en andere douaneprocedures voor het eerst in het Gemeenschapsrecht werd vastgelegd in Verordening (EG) nr. 648/2005(7) , die voorziet in lange overgangsperioden tot de lidstaten daadwerkelijk geautomatiseerd risicobeheer moeten toepassen;

22.   merkt op dat overeenkomstig de communautaire wetgeving de definitie van risico in het douanevervoer en andere douaneprocedures uitdrukkelijk feiten omvat die de financiële belangen van de Gemeenschap en de lidstaten schaden; merkt op dat de Commissiediensten het frauderisico bij douanevervoer volgens het reeds aangehaalde Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer nr. 11/2006 nog niet adequaat hebben aangepakt;

23.   is van mening dat het werk van OLAF dringend verder moet worden vergemakkelijkt, om het bureau in staat te stellen de financiële belangen van de Gemeenschap doeltreffend te beschermen; verzoekt de begrotingsautoriteit bijgevolg de financiering van het NCTS te bevriezen tot OLAF in de praktijk volledige toegang tot de NCTS-gegevens heeft, hetgeen een overzicht zal opleveren van de getraceerde trajecten van kwetsbare goederen in douanevervoer en ook mogelijk zal maken dat voor deze goederen een strategische en operationele analyse wordt uitgevoerd; herinnert eraan dat deze toegang van OLAF tot de gegevens ook gegarandeerd moet zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van de door de Commissie voorgestelde beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven (COM(2005)0609);

24.   feliciteert OLAF, dat met succes de douaneautoriteiten van alle 27 lidstaten heeft gecoördineerd bij de operatie Diabolo in februari 2007, die heeft geleid tot de inbeslagname van 135 miljoen nagemaakte sigaretten en andere namaakproducten en waarmee een potentieel verlies voor de begroting van de Gemeenschap en de lidstaten van 220 000 000 EUR is voorkomen;

25.   merkt op dat in het reeds aangehaalde Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer nr. 11/2006 met betrekking tot risicobeheer in de lidstaten wordt geconcludeerd: "Het systematische risicobeheer op het terrein van douanevervoer verkeert in een rudimentair stadium of ontbreekt in tal van lidstaten, en slechts een klein aantal hiervan heeft risicoprofielen in het NCTS opgenomen"(8) ; is tevreden met het feit dat sommige lidstaten al op de bevindingen van de Europese Rekenkamer hebben gereageerd en momenteel risicobeheersinstrumenten in hun nationale NCTS-applicatie opnemen; moedigt de Europese Rekenkamer aan om voor elke lidstaat een follow-up van zijn bevindingen op het gebied van risicobeheer uit te voeren; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de communautaire wetgeving inzake risicobeheer in douanevervoer en andere douaneprocedures;

26.   neemt er nota van dat de douaneautoriteiten van sommige lidstaten geavanceerdere technologie gebruiken dan andere, bijvoorbeeld voor het scannen van containers die de EU-havens binnenkomen; vreest dat fraudeurs zullen focussen op havens waar minder geavanceerde technologie wordt gebruikt; verzoekt de Commissie de technologische ontwikkelingen te volgen en de modernste technologie in de hele EU te bevorderen;

Samenwerking met derde landen

27.   wijst erop dat een grensoverschrijdend informatie-uitwisselingssysteem alleen werkt, als de douaneadministraties goed zijn uitgerust en de douaneambtenaren goed opgeleid; is daarom tevreden met de verlenging van het communautair actieprogramma voor douane tot 2013; verzoekt de Raad de wetgevingsprocedure betreffende de verlenging tot 2013 van het Fiscalis-programma ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de interne markt te versnellen; wijst erop dat bijzondere aandacht moet gaan naar de deelname aan de programma's van kandidaat-lidstaten, buurlanden en andere derde landen, niet het minst om het probleem aan te pakken van belastingsparadijzen;

28.   verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de samenwerking met de buurlanden van de Unie op het gebied van douanekwesties verder wordt geïntensiveerd; is van mening dat de situatie aan de grens van Kaliningrad is verbeterd, maar dat er nog steeds aanzienlijke illegale invoer van sigaretten en andere goederen is;

Nieuwe aanpak in de strijd tegen de smokkel en namaak van sigaretten : het akkoord met Philip Morris en wat daarna komt

29.   vindt de conclusie van de Commissie alarmerend dat tabaksproducten, net als de vorige jaren, nog steeds behoren tot de goederen die het ergst door fraude en onregelmatigheden worden getroffen(9) ; verzoekt de Commissie bijgevolg erop toe te zien dat de kleinhandelsprijzen in de nu uitgebreide Unie binnen een kleiner bereik worden gebracht, zodat sigarettensmokkel minder lonend wordt; verzoekt voorts OLAF niet alleen de bedragen van inbeslagnames bekend te maken, maar ook de merken waarom het gaat;

30.   is bezorgd over het toenemende aantal namaaksigaretten dat op de Europese markt wordt aangetroffen; is van mening dat het probleem niet alleen het inkomstenverlies aan belastingen en heffingen is, maar ook het feit dat de productie en het op de markt brengen van deze producten een groeiende bron van inkomsten is voor criminele organisaties; verzoekt de Commissie bij het Parlement verslag uit te brengen over de vraag welke acties zij onderneemt om dit soort criminaliteit in het bijzonder aan te pakken;

Het akkoord met Philip Morris

31.   herinnert eraan dat het akkoord met Philip Morris om de gedingvoering tussen de partijen te staken, waarmee Philip Morris verplicht werd over een periode van 12 jaar 1,25 miljard USD te betalen en dat bedoeld was om fraude en illegale sigarettenhandel te bestrijden, een belangrijkste stap voorwaarts was; neemt er nota van dat Philip Morris overeenkomstig het akkoord de tracering en opsporing van zijn producten zal verbeteren, om de rechtshandhavingsinstanties in de strijd tegen illegale handel bij te staan; neemt er nota van dat Philip Morris overeenkomstig het akkoord een vergoeding moet betalen voor verloren douanerechten in geval van een inbeslagname van sigaretten die het Philip Morris-handelsmerk dragen; verzoekt de regering van het Verenigd Koninkrijk zich bij het akkoord aan te sluiten, aangezien het Verenigd Koninkrijk de enige lidstaat is die dit nog niet heeft ondertekend; vraagt het House of Lords, gelet op zijn werk met betrekking tot fraude in de EU, dit verzoek te steunen;

32.   is zeer teleurgesteld door de manier waarop de Commissie de verdeling van de betalingen krachtens het akkoord met Philip Morris over de tien lidstaten en de Gemeenschap heeft aangepakt, waarbij de Gemeenschap maar 9,7% heeft gekregen en de rest rechtstreeks en ongereserveerd naar de ministers van Financiën van de lidstaten is gegaan; is van mening dat deze verdeling indruist tegen de letter en de geest van het akkoord, dat is gesloten op basis van de afspraak dat de 1,25 miljard USD moesten worden gebruikt voor fraudebestrijding;

33.   is van mening en begrijpt dat de onverstandige verdeling van de betalingen die Philip Morris overeenkomstig het akkoord heeft gedaan, een grote afschrikking vormen voor andere fabrikanten om soortgelijke akkoorden te sluiten of regelingen te treffen en wijst de Commissie en de lidstaten erop dat het, vóór andere akkoorden worden ondertekend, voor alle partijen duidelijk moet zijn dat toekomstige betalingen worden gebruikt voor fraudebestrijding;

Onderhandelingen over bijkomende akkoorden

34.   betreurt dat tot dusver geen enkele andere sigarettenfabrikant een soortgelijk akkoord heeft gesloten; verzoekt de Commissie de onderhandelingen met alle grote spelers op de markt voort te zetten, met het oog op de sluiting van akkoorden, waarbij het Philip Morris-akkoord, afgezien van de hoofdbetaling, de minimumnorm is; steunt de Commissie in haar recente verzoeken aan het adres van Japan Tobacco en Reynolds American om soortgelijke akkoorden te ondertekenen in ruil voor de stopzetting door de EU van de gerechtelijke procedures tegen hen;

35.   is evenwel van mening dat de Commissie al haar wettelijke bevoegdheden moet gebruiken om een substantiële vergoeding te krijgen voor de verliezen die de Unie en de lidstaten hebben geleden door bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn betrokken bij het faciliteren van illegale handel in sigaretten of andere tabaksproducten, zowel in het verleden als in de toekomst;

36.   verzoekt de Commissie, en met name OLAF, om de bevoegde commissie van het Parlement met regelmaat en op vertrouwelijke wijze te informeren over de vooruitgang die met betrekking tot de sluiting van akkoorden met fabrikanten van tabaksproducten wordt geboekt, inclusief eventuele gerechtelijke procedures tegen deze bedrijven;

37.   is van mening dat het akkoord met Philip Morris als voorbeeld moet dienen voor akkoorden met bedrijven die andere producten met een hoog risico produceren of die met deze producten te maken hebben, bijvoorbeeld alcohol, textiel, minerale-olieproducten of zelfs andere landbouwproducten; verzoekt de Commissie daarom het Parlement te informeren over de stappen die zij zal ondernemen met betrekking tot de ontwikkeling van standaardakkoorden in andere sectoren en het voeren van onderhandelingen over de sluiting hiervan;

38.   is van mening dat dit soort van akkoorden ook moet worden gesloten met de producenten van en handelaars in ruwe tabak, met name wat het tracerings- en opsporingsaspect betreft; is van mening dat deze akkoorden moeten bijdragen tot een verbetering van de transparantie en de totstandbrenging van een eerlijke verdeling van de lasten, wat de financiële risico's betreft, over alle personen of bedrijven die een financieel belang bij de sigarettenhandel hebben;

39.   merkt op dat het hoge risico van douanevervoersfraude bij gevoelige producten als sigaretten of alcohol een verandering heeft teweeggebracht op de markt van vervoer en logistiek; stelt vast dat vele transportbedrijven tegenwoordig weigeren met deze producten te werken; stelt vast dat andere transportbedrijven zich in het vervoer van deze goederen hebben gespecialiseerd, waarbij zij zich specifiek tegen fraude beschermen, bijvoorbeeld door hun klanten te vragen het financiële risico te dragen dat aan het douanevervoer van de goederen in kwestie is verboden;

40.   verzoekt de logistiekbedrijven en de producenten, importeurs en exporteurs van gevoelige goederen – niettegenstaande de lopende onderhandelingen over soortgelijke akkoorden als het akkoord met Philip Morris – hun fraudebestrijdingsmaatregelen in samenwerking met de Commissie en de nationale douaneautoriteiten te versterken;

Bijkomende maatregelen ter bestrijding van de illegale handel in sigaretten

41.   dringt er bij de Commissie op aan om, ondanks de vertraging in de wetgevingsprocedure, voor de volledige uitvoering van het Hercules II-programma te zorgen; neemt er nota van dat de financiële enveloppe voor de periode 2007 tot 2013 in totaal 98 500 000 EUR bedraagt en dat de Commissie van plan is 44 000 000 EUR voor de nieuwe prioriteit van de strijd tegen de illegale handel in sigaretten uit te geven;

42.   steunt krachtig de activiteiten van de Commissie om de principes van het Philip Morris-akkoord te verankeren in het protocol inzake illegale handel bij de Kaderovereenkomst van 2005 van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik;

43.   suggereert de Commissie een laboratorium op te zetten waar het personeel van rechtshandhavingsdiensten kan controleren of sigaretten echt zijn of niet en de resultaten van deze controles te verzamelen in een gegevensbank betreffende de herkomst van de tabak en andere in de sigaretten gebruikte componenten; is van mening dat de sigarettenfabrikanten moet worden verzocht dit project financieel te steunen;

44.   verzoekt de Commissie een onderzoek en eventueel een proefproject te starten om de best mogelijke technische oplossing voor de identificatie van originele sigaretten te bepalen, teneinde de consumenten te garanderen dat zij echte sigaretten kopen, waarbij tegelijk de hoogst mogelijke fraudebestendigheid moet zijn gewaarborgd; is van mening dat, als deze technische oplossingen mogelijk zijn, de Commissie in samenwerking met de tabaksindustrie en de lidstaten moet voorstellen dat de Europese regels en normen op dit gebied dienovereenkomstig worden aangepast;

45.   dringt er bij de Commissie op aan ter bestrijding van de namaak van sigaretten wetgeving voor te stellen om een vergunningssysteem in te voeren voor de aankoop van machines en andere apparatuur voor de productie van sigaretten, alsmede een verbod op handel in tweedehandsmachines;

46.   verzoekt de Commissie een forum op te richten voor alle betrokken partijen, inclusief het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, om voor de bestrijding van de illegale handel in tabaksproducten, met inbegrip van namaaksigaretten, doeltreffender methoden te vinden en tot een gecoördineerde aanpak te komen;

47.   verzoekt de Commissie tot besluit (a) het gebrek aan inspecties bij douanevervoer op te lossen; (b) de gegevensbanken te consolideren, ervoor te zorgen dat de gegevens over fraude en onregelmatigheden betrouwbaar zijn en een gemeenschappelijke kijk op risicoanalyse en fysieke controles te vinden en (c) de verwezenlijkingen van het Philip Morris-akkoord te blijven promoten op Europees en internationaal niveau;

48.   verzoekt de lidstaten voorts (a) de IT-toepassingen waarmee het NCTS wordt geïmplementeerd, te harmoniseren, zoals de Commissie in haar wetgevingsvoorstel betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven ("e-douanebeschikking") suggereert; (b) de ambigue praktijken met betrekking tot de B-boekhouding in sommige lidstaten stop te zetten en (c) dringend de door de Europese Rekenkamer opgesomde tekortkomingen aan te pakken, met name wat de controle van vereenvoudigde procedures, nasporingsprocedures en invorderingsprocedures betreft;

49.   verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2008 een algemeen rapport over het gevolg dat de Commissie en de lidstaten aan deze resolutie geven, aan de bevoegde Commissie van het Parlement voor te leggen.

50.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 115 van 14.4.1997, blz. 157.
(2) PB C 44 van 27.2.2007, blz. 1.
(3) Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1).
(4) House of Lords, European Union Committee, 20th Report of Session 2006-07, "Stopping the Carousel: Missing Trader Fraud in the EU", gepubliceerd op 25 mei 2007.
(5) PB C 44 van 27.2.2007, blz. 1, paragraaf 56.
(6) PB C 101 van 4.5.2007, blz. 4, paragraaf 9.
(7) Verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2005 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 117 van 4.5.2005, blz. 13).
(8) PB C 44 van 27.2.2007, blz. 1, paragraaf 74.
(9) Zie bijlage bij het jaarverslag 2006 over de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, gepubliceerd op 6 juli 2007 (COM(2007)0390 - SEC(2007)0938).

Laatst bijgewerkt op: 10 juni 2008Juridische mededeling