Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2637(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0442/2007

Debatten :

PV 14/11/2007 - 2
CRE 14/11/2007 - 2

Stemmingen :

PV 15/11/2007 - 5.5
CRE 15/11/2007 - 5.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0533

Aangenomen teksten
DOC 58k
Donderdag 15 november 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
De belangen van Europa: succes boeken in het tijdperk van globalisering
P6_TA(2007)0533B6-0435, 0441, 0442 en .0447/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 15 november 2007 over de belangen van Europa: succes boeken in het tijdperk van globalisering

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 februari 2007 over de situatie van de Europese economie: voorbereidend verslag over de globale richtsnoeren van het economisch beleid voor 2007(1) ,

–   gezien de mededeling van de Commissie over de belangen van Europa: succes boeken in het tijdperk van globalisering (COM(2007)0581),

–   gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Tijd voor een hogere versnelling: het nieuwe partnerschap voor groei en werkgelegenheid" (COM(2006)0030),

–   gezien de beschikkingen van de Raad van 4 oktober 2004, 12 juli 2005, 18 juli 2006 en 10 juli 2007 over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten,

–   gezien de conclusies van de Voorjaarstop van 8 en 9 maart 2007, waarin de manier is uiteengezet waarop de EU energie en klimaatverandering, benadert,

–   onder verwijzing naar zijn standpunt van 15 februari 2007 over het voorstel voor een beschikking van de Raad over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten(2) ,

–   gezien het Europese Pact voor de jeugd, dat de Europese Raad op 22 en 23 maart 2005 heeft goedgekeurd,

–   gezien het Europese Pact voor de gendergelijkheid, dat de Europese Raad op 23 en 24 maart 2006 heeft goedgekeurd,

–   gezien de mededeling van de Commissie "Onderwijs en opleiding 2010: de dringende noodzaak tot hervormingen voor het welslagen van de strategie van Lissabon" (COM(2003)0685),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 november 2006 over de situatie van personen met een handicap in de uitgebreide Europese Unie: het Europees Actieplan 2006-2007(3) ,

–   gezien de conclusies van de informele bijeenkomst van de ministers van Werkgelegenheid en Sociale Zaken op 5 en 6 juli 2007 in Guimarães over "12 centrale punten om de toekomstige uitdagingen aan te kunnen",

–   gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de vraag of economische groei al dan niet wordt gestimuleerd door het overheidsbeleid, afhangt van de courante economische bronnen en belemmeringen van die groei en van het ruimere geheel van economische beperkingen en kansen op wereldniveau,

B.   overwegende dat de huidige financiële instabiliteit voor onzekerheid zorgt en tot een verdere vertraging van de groei kan leiden en overwegende dat de geringe bijstelling van de najaarsvooruitzichten van de Commissie ook een keerpunt van de economische cyclus zou kunnen betekenen, tenzij doorzichtigheid van de markten en passende reacties van beleidsvormers voor een terugkeer van het vertrouwen van de consument zorgen,

C.   overwegende dat de uitgebreide EU een uniek samenstel is van geavanceerde economieën en convergerende lage kosteneconomieën, waardoor het mogelijk is kosten te drukken, gebruik te maken van interne en externe schaalvoordelen en weerstand te bieden aan deflatoire en inflatoire druk van zich ontwikkelende economieën,

D.   overwegende dat het toenemende profiel en de toenemende aantrekkelijkheid van de interne markt van de EU een aanmoediging is voor economische immigratie, voor de vraag naar politieke en financiële bijstand bij de oplossing van problemen in de gehele wereld en een toevloed van investeringen door particulieren en staatsfondsen (sovereign wealthfunds),

E.   overwegende dat de prestaties van de EU-export naar zowel ontwikkelingslanden als opkomende economieën al te vaak negatief beïnvloed worden door een gebrek aan reciprociteit wat betreft markttoegangsvoorwaarden, niet-tarifaire belemmeringen en oneerlijke handelspraktijken,

F.   overwegende dat de uitbreiding van de EU en de economische gevolgen daarvan, evenals de politieke en sociaal-culturele ontwikkeling van haar lidstaten, de behoefte hebben doen ontstaan aan een betere samenwerking binnen het politieke besluitvormingsproces,

G.   overwegende dat de onderlinge afhankelijkheid in de eurozone sterker is dan in de hele EU; overwegende dat dit nog niet heeft geleid tot doeltreffende en samenhangende beleidsprocessen, vooral wat het verband tussen gezonde overheidsfinanciën, uitgaven van hoge kwaliteit en investeringen in productieve groeistrategieën betreft,

H.   overwegende dat de beleidsmakers de gemeenschappelijke uitdagingen waar de Europese economieën nu mee worden geconfronteerd en die zij in de komende jaren zullen aangaan moeten identificeren, expliciteren en aanpakken wanneer ze de globale EU-richtsnoeren voor het economisch beleid bepalen,

I.   overwegende dat bewustzijn van en actieve steun door EU-burgers voorwaarden zijn voor een geslaagde tenuitvoerlegging van economische beleidsmaatregelen,

J.   overwegende dat Europese werkgelegenheidsstrategie (EWS) moet kunnen beschikken over een grotere zichtbaarheid, meer toezichtscapaciteit en een groter participerend élan in het kader van de herziene strategie van Lissabon, met name in de nationale hervormingsprogramma's (NHP) en de uitvoeringsverslagen van de NHP,

K.   overwegende dat economische groei, werkgelegenheid, de strijd tegen armoede en sociale integratie nauw met elkaar verbonden zijn: overwegende dat het vraagstuk van de werkende armen steeds meer wordt benadrukt als een belangrijke uitdaging van zowel het werkgelegenheidsbeleid als het beleid inzake sociale integratie; overwegende dat het bijgevolg van wezenlijk belang is dat de sociale en milieudoelen van de geïntegreerde richtsnoeren worden verwezenlijkt en dat er rekening wordt gehouden met de synergie tussen de verschillende domeinen,

L.   overwegende dat de ministers van Werkgelegenheid en Sociale Zaken tijdens bovengenoemde informele bijeenkomst in Guimarães tot de conclusie zijn gekomen dat sociale integratie een fundamenteel deel vormt van de strategieën voor duurzame ontwikkeling in Europa, aangezien de sociale integratie de mogelijkheden biedt kansen voor iedereen te scheppen en een positief effect heeft op de werkgelegenheid, de vaardigheden en de menselijke ontwikkeling,

De externe dimensie van de Lissabon-strategie

1.   merkt op dat de mondialisering van de economie nieuwe mogelijkheden schept voor de EU-economieën, die de komende decennia zonder twijfel een belangrijker rol zullen gaan spelen en extra zullen profiteren van het benutten van schaalvoordelen, hun capaciteit, verstedelijking, netwerken en een positieve reputatie;

2.   onderstreept dat de EU haar Lissabon-doelstellingen intern alleen kan verwezenlijken door zich op het wereldtoneel actief en eensgezind op te stellen; is daarom verheugd over het voornemen om een coherente externe dimensie te ontwikkelen voor de strategie van Lissabon; is van mening dat een omvattende benadering van het externe beleid met aandacht voor samenwerking bij regelgeving, convergentie van normen en gelijkwaardigheid van regelgeving een eerlijke concurrentie en de handel moet bevorderen; waarschuwt in dit verband echter dat het belang van verdere verbeteringen bij de interne samenwerking en hervormingsprocessen niet mag worden onderschat;

3.   onderstreept het belang van de EU als wereldspeler en een van de grootste begunstigden van een open wereldeconomie; is van mening dat de EU als zodanig een grote verantwoordelijkheid draagt voor het aanpakken van mondiale vraagstukken en voor het ontwikkelen van gemeenschappelijke instrumenten voor het buitenlands economisch beleid om naar behoren om te gaan met het externe effect op de interne markt van de EU;

4.   wijst er op dat zonder een passende coördinatie bij het vaststellen van het communautaire kader voor toezicht en een actieve tenuitvoerlegging van de communautaire concurrentievoorschriften de pluspunten van een interne markt en de schaalvoordelen die ontstaan doordat de EU als één blok optreedt op de wereldmarkt, eventueel geringer zouden kunnen uitvallen;

5.   is verheugd over het voornemen van de Commissie om in haar gesprekken met derde landen de samenwerking op regelgevingsgebied, de convergentie van normen en de gelijkwaardigheid van voorschriften verder te ontwikkelen; verzoekt de Commissie behoorlijk werk en de levenskwaliteit op het werk te bevorderen, sociale dumping tegen te gaan, in haar handels- en samenwerkingsovereenkomsten met derde landen een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling op te nemen waarin ratificatie en uitvoering van de essentiële normen van de Internationale Arbeidsorganisatie en van beginselen betreffende behoorlijk werk verplicht worden gesteld, en bij het sluiten van overeenkomsten met derde landen stelselmatig sociale waarden en beginselen toe te passen;

Intern beleid
Brug tussen strategieën gericht op sociale bescherming en sociale integratie en de geïntegreerde richtsnoeren

6.   is verheugd over de verklaring van de Commissie dat er meer aandacht zal worden besteed aan actieve integratie en gelijke kansen, dat een behoorlijke sociale bescherming bevorderd en de armoedebestrijding versterkt dient te worden en dat er in heel Europa behoefte bestaat aan doeltreffender methoden voor het waarborgen van het bestaande recht van de burgers op toegang tot werkgelegenheid, onderwijs, sociale voorzieningen, gezondheidszorg en andere vormen van sociale bescherming;

7.   onderstreept dat het nodig is de integratie en de zichtbaarheid van de sociale dimensie in de volgende cyclus van de strategie van Lissabon en met name in de geïntegreerde richtsnoeren te verzekeren en de verbeteren; is van mening dat het dringend noodzakelijk is de bestaande onevenwichtigheid in de werkgelegenheidsrichtsnoeren weg te nemen, waarin geen gewicht wordt toegekend aan bepaalde fundamentele sociale doelstellingen, zoals vermindering van het aantal werkende armen en verbetering van de toegang tot kwalitatief goede werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en andere vormen van sociale bescherming voor iedereen; verzoekt de Commissie de geïntegreerde richtsnoeren aan te passen om rekening te houden met de nieuwe uitdagingen en deze tekortkomingen weg te nemen;

8.   verzoekt de Commissie en de lidstaten een systematische benadering te volgen waarmee wordt gezorgd voor daadwerkelijke samenhang tussen het op groei en meer en betere banen gerichte NHP-proces enerzijds en het proces van sociale bescherming en sociale integratie anderzijds;

Uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren

9.   verzoekt de Commissie te kijken naar de grote verschillen tussen de lidstaten in uitvoering en doeltreffendheid van de werkgelegenheidsrichtsnoeren, door ervoor te zorgen dat de lidstaten op grotere schaal gebruik maken van de EWS-indicatoren en -streefcijfers, de instrumenten voor een leven lang leren en de maatregelen die vermeld zijn in het Europese Pact voor de jeugd, het Europese Pact voor gendergelijkheid en het EU-Actieplan gehandicapten 2006-2007; wenst dat al deze verplichtingen, streefcijfers en ijkpunten volledig worden opgenomen in de geïntegreerde richtsnoeren, teneinde de samenhang en de doeltreffendheid van de EWS te verbeteren;

10.   onderstreept het grote belang van versterking van de strategische capaciteit van het werkgelegenheidsbeleid; verzoekt de Commissie en de lidstaten in hun coördinatieproces met name aandacht te besteden aan de kwaliteit van banen, het combineren van werk, gezin en privéleven, de kwaliteit en beschikbaarheid van onderwijs en opleiding voor iedereen, de uitvoering van anti-discriminatiewetgeving, de versterking van het gelijke-kansenbeleid voor vrouwen en mannen en immigratievraagstukken;

11.   is voorstander van goedkeuring van een evenwichtig pakket gemeenschappelijke beginselen inzake flexizekerheid, het combineren van flexibiliteit en zekerheid voor werknemers en werkgevers op de arbeidsmarkt; moedigt de lidstaten ertoe aan deze gemeenschappelijke beginselen in al hun NHP-overleg met de sociale partners te volgen, en wijst op de centrale rol van opleiding en bijscholing, een actief arbeidsmarktbeleid, een adequate sociale bescherming en het afbreken van tussenschotten op de arbeidsmarkt door te zorgen voor werkgelegenheidsrechten voor alle werknemers;

Economisch beleid

12.   neemt kennis van het voorstel in het tussentijds verslag van de Commissie om de verschillende initiatieven van EU-beleid samen te brengen om op samenhangende wijze te kunnen reageren op interne en externe problemen; dringt er in dit verband op aan een "intelligent EU-initiatief voor groene groei op te stellen " waarin alle bestaande belangrijke economische instrumenten van de EU zijn samengebracht; verzoekt de Commissie met klem het milieubeleid niet los te koppelen van het economische en werkgelegenheidsbeleid; is van mening dat de bestrijding van de klimaatverandering, de ruggengraat moet vormen van de herziening door de EU van de "driejaarlijkse Lissaboncyclus";

13.   meent dat een verstandig economisch beleid helpt het vertrouwen te versterken en de onzekerheid over de huidige financiële volatiliteit te beperken; wijst erop dat een van de fundamentele problemen van de Europese economie in bepaalde lidstaten in de afgelopen jaren een onvoldoende binnenlandse vraag is geweest; benadrukt in dit verband het cruciale belang van een betere coördinatie van verstandig fiscaal beleid enerzijds en overheidsfinanciën van hoge kwaliteit, met inbegrip van "Lissabon-investeringen" anderzijds;

14.   is van mening dat transparantie van de financiële markten, doeltreffende mededingingsvoorschriften en adequate reglementering en controle gezien de globalisering van de financiële markten en de behoefte aan het waarborgen van consumentenrechten van cruciaal belang zullen blijven; dringt er daarom bij de Commissie op aan kwesties met betrekking tot de financiële markt verder uit te werken tot Europawijde initiatieven in het kader van het Lissabon-programma van de Gemeenschap;

15.   onderstreept dat de vertraging van de productiviteitsgroei reden tot bezorgdheid geeft voor het economisch beleid en in de EU weliswaar varieert, maar toch een gemeenschappelijk patroon vertoont met zwakke punten in markten, bij distributie en financiële diensten;

16.   wijst erop dat starre structuren een efficiënt gebruik van nieuwe technologieën verhinderen en een obstakel vormen voor de toegankelijkheid van netwerken in achterblijvende industrietakken; is van mening dat economische beleidsrichtsnoeren maatregelen voor de aanbodzijde zouden moeten omvatten die erop gericht zijn een positief klimaat voor grensoverschrijdende handelsoperaties te creëren en de totstandkoming van een interne financiële markt te bespoedigen;

17.   erkent dat de EU behoefte heeft aan een snellere omzetting van innoverende ontwikkelingen in nieuwe producten en diensten; steunt daarom de Commissie in haar aandringen op een "kennisdriehoek" van onderzoek, opleiding en innovatie; verwacht effectievere investeringen in nieuwe vaardigheden, levenslang leren en moderne onderwijs- en opleidingsstelsels;

18.   pleit voor de ondersteuning van economische herstructurering op basis van innovatie in bestuurlijke processen, methoden en organisatiestructuren; is van mening dat nieuwe ondernemingen op dit terrein behoefte hebben aan meer toegang tot kapitaal en meer creativiteit en dat zulke ondernemingen kleine bedrijven en jongere generaties tal van kansen bieden;

19.   stelt vast dat het mededingingsbeleid een aanvulling moet zijn op het structuurbeleid, het ontstaan van kartels moet voorkomen en ervoor dient te zorgen dat de omstandigheden het niet mogelijk maken kleine ondernemingen te verdringen;

20.   stelt vast dat EU-burgers de globalisering vaak gelijkstellen met afnemende Europese productie en verlies van banen; verzoekt de Commissie en de lidstaten de Europese burgers beter te informeren over alle aspecten van de globalisering en de behoefte aan een beleid op EU-niveau om het hoofd te bieden aan de uitdagingen van een geglobaliseerde economie;

21.   herhaalt dat de doelstellingen van de strategie van Lissabon slechts ten volle kunnen worden verwezenlijkt indien extra inspanningen worden geleverd om een gemeenschappelijk energiebeleid te ontwikkelen;

22.   onderkent dat kleine, middelgrote en grote bedrijven elk een rol vervullen in een dynamische en geïntegreerde innovatiestrategie, en dat toegang tot middelen voor kleinere bedrijven en individuen dan ook van cruciaal belang is om het O&O-niveau te verbeteren en nieuwe technologieën te ontwikkelen; wijst op het feit dat zowel financiering in een vroeg stadium als doorlopende financiering gedurende een periode die lang genoeg is om producten op de markt te brengen, moeten worden gestimuleerd;

23.   is verheugd over de voorgestelde raadpleging van de KMO's en hun afgevaardigden door de Commissie en de daaruit voortkomende opstelling van een Europees "Wetsbesluit op de kleine ondernemeingen"; dringt erop aan dat kleine bedrijven hun stem kunnen laten horen in de sociale dialoog en dat het principe "eerst klein denken" ("think small first") ten volle wordt opgenomen in de beleidsvorming;

24.   zet zich in voor onafhankelijkheid van de ECB bij de vaststelling van het monetair beleid en het beheer van de volatiliteit van de wereldwijde financiële markten; beklemtoont dat de stijging van de wisselkoers van de euro voortvloeit uit toenemende onevenwichtigheden in derde landen en een achterblijvende vraag in de EU; vraagt zich bezorgd af in hoeverre de Europese groei sterk genoeg is om een tegengewicht te vormen voor de volatiliteit van de financiële wereldmarkten en de wisselkoersen;

25.   is van mening dat de toename van de vraag naar grondstoffen, basisproducten en diensten als gevolg van de groei van ontwikkelingslanden kan leiden tot inflatoire druk op de economieën van de lidstaten van de EU, die tot nu toe is tegengehouden door hun bijdrage aan de toename van het wereldwijde aanbod; is van mening dat de lidstaten dit probleem moeten aanpakken door economische beleidsinstrumenten te ontwikkelen die inflatie tegengaan, met strategieën voor technologische groei en een kader voor mogelijke macro-economische aanpassing en verbeterde coördinatie;

Sturing op mondiaal niveau

26.   erkent dat uiterst dringend supranationale maatregelen nodig zijn bij de opstelling van beleid ter beperking van de klimaatverandering, en bestrijding van de internationale misdaad, en acht het noodzakelijk dat supranationale instellingen supranationale problemen aanpakken;

27.   is van oordeel dat de ontwikkeling van mondiale regels en normen van essentieel belang is om te komen tot convergentie op het gebied van regulering; spoort de Commissie ertoe aan actief mee te werken aan de werkzaamheden van alle relevante internationale agentschappen en normeringsinstanties, teneinde de EU-regels en -praktijken en die van de voornaamste handelspartners van de EU logischer met elkaar in verband te brengen;

28.   verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat bilaterale handelsovereenkomsten van de EU en multilaterale handelsovereenkomsten van de WTO worden gesloten overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO; vraagt de Commissie zich te blijven inspannen voor een ambitieus resultaat van de ministeriële verklaring van Doha;

29.   is van mening dat de trans-Atlantische markt een adequaat instrument kan zijn om de doelmatigheid van de verdediging van de EU-handel, duurzame mededinging en vernieuwing te waarborgen;

30.   verzoekt de Commissie erop toe te zien dat wederkerigheid bij de toegang tot de markt gewaarborgd is: dringt andermaal aan op een samenwerkingsovereenkomst tussen EU en VS om alle nog bestaande handels- en investeringsbelemmeringen op te heffen of beduidend te beperken en tegelijkertijd de hand te houden aan Europese normen;

31.   is van mening dat het streven naar verdere liberalisering van de handel het des te noodzakelijker maakt dat de EU zich kan blijven beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken; beschouwt handelsbeschermingsinstrumenten daarom als onontbeerlijk deel van de EU-strategie ;

Migratie

32.   benadrukt dat de EU dringend een gemeenschappelijk grens- en immigratiebeleid nodig heeft dat niet alleen geïntegreerde grenscontroles omvat maar ook geharmoniseerde strategieën, criteria en procedures voor economische migratie, waarbij de lidstaten echter elk afzonderlijk kunnen beslissen hoeveel migranten ze toelaten; benadrukt eveneens dat meer inspanning moet worden geleverd om via ervaringsuitwisselingen manieren te vinden om immigratie voor alle betrokken partijen zowel op sociaal als economisch vlak tot een succes te maken;

Institutionele regelingen

33.   is van mening dat de economische context niet automatisch de langetermijngroei beïnvloedt en dat het de ontwikkeling van op marktsignalen reagerende instellingen is die bepaalt of de economie haar globale structurele groeipotentieel al dan niet realiseert; dringt er daarom bij de Commissie op aan werkelijk geactualiseerde geïntegreerde richtsnoeren voor de periode 2008-2010 te presenteren;

34.   betreurt dat er tussen het Parlement, de Raad en de Commissie nog steeds geen duidelijk plan en gedragscode zijn overeengekomen, die borg zouden staan voor een passende samenwerking en de volledige betrokkenheid van de drie Gemeenschapsinstellingen in kwestie bij de vereiste verdere aanpak van globaliseringsproblemen; verzoekt de Raad en de Commissie in dit verband onverwijld voorstellen in te dienen voor een nauwe samenwerking tussen de drie Gemeenschapsinstellingen met het oog op de aanstaande herziening van de strategie van Lissabon;

Betrokkenheid van de belanghebbenden

35.   verzoekt de Commissie en de lidstaten in het kader van de strategie van Lissabon en met name binnen de nationale hervormingsprogramma's de inbreng te bevorderen en de betrokkenheid te vergroten van de nationale parlementen, de regionale en lokale overheden, de sociale partners en de belanghebbenden uit het maatschappelijk middenveld;

o
o   o

36.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de parlementen en de regeringen van de lidstaten en kandidaat-lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0051.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0048.
(3) PB C 316 E van 22.12.2006, blz. 370.

Laatst bijgewerkt op: 28 augustus 2008Juridische mededeling