Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2004/0203(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0453/2007

Ingediende teksten :

A6-0453/2007

Debatten :

PV 11/12/2007 - 21
CRE 11/12/2007 - 21

Stemmingen :

PV 12/12/2007 - 3.10
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0609

Aangenomen teksten
DOC 50k
Woensdag 12 december 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Wijziging inzake de rechtsbescherming van modellen ***I
P6_TA(2007)0609A6-0453/2007
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 98/71/EG inzake de rechtsbescherming van modellen (COM(2004)0582 – C6-0119/2004 – 2004/0203(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement ,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2004)0582),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 95 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0119/2004),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6-0453/2007),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 december 2007 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2008/…/EG van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 98/71/EG inzake de rechtsbescherming van modellen
P6_TC1-COD(2004)0203

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie║,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1) ,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(2) ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Modelbescherming heeft alleen het verlenen van een uitsluitend recht op de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel tot doel, niet het verlenen van een monopolie op dat voortbrengsel als zodanig. De bescherming van modellen waarvoor in de praktijk geen alternatief bestaat, leidt in feite tot een monopolie op het voortbrengsel. Een dergelijke bescherming staat vrijwel gelijk aan misbruik van de wettelijke regeling inzake modellen. Als derden de mogelijkheid hebben om vervangingsonderdelen te produceren en te distribueren, wordt de concurrentie in stand gehouden. Wordt echter de modelbescherming uitgebreid tot vervangingsonderdelen, dan zouden die derden inbreuk maken op deze rechten; concurrentie wordt daardoor onmogelijk gemaakt en de houder van het modelrecht krijgt in feite een monopoliepositie.

(2)  De verschillen in de wetgevingen van de lidstaten inzake het gebruik van beschermde modellen voor het repareren van een samengesteld voortbrengsel om dat zijn oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven, wanneer het model toegepast wordt op of verwerkt is in een voortbrengsel dat een onderdeel vormt van een samengesteld voortbrengsel waarvan de uiterlijke kenmerken bepalend zijn voor het beschermde model, zijn rechtstreeks van invloed op de totstandbrenging en werking van de interne markt voor de goederen waarin deze modellen zijn belichaamd. Deze verschillen kunnen de concurrentie op de interne markt vervalsen.

(3)  Voor de goede werking van de interne markt is het daarom noodzakelijk de wetgevingen van de lidstaten inzake de bescherming van modellen nader tot elkaar te brengen wat betreft het gebruik van beschermde modellen voor het repareren van een samengesteld voortbrengsel om dat zijn oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven.

(4)  Ter aanvulling van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector (3) wat betreft de mogelijkheid van de fabrikant om zijn merk of logo daadwerkelijk en op een duidelijk zichtbare wijze op onderdelen of vervangingsonderdelen aan te brengen, moet ervoor worden gezorgd dat de consumenten naar behoren geïnformeerd worden over de oorsprong van vervangingsonderdelen, bijvoorbeeld door middel van informatie over de merken of logo's op de desbetreffende onderdelen.

(5)  Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (4) bevat bepalingen voor het testen van reserveonderdelen die door onafhankelijke producenten zijn vervaardigd om te waarborgen dat deze voldoen aan veiligheids- en milieunormen . De nieuwe procedure die wordt voorgeschreven, biedt in een volledig gedereguleerde markt betere waarborgen voor de consument.

(6)  Richtlijn 98/71/EG(5) moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 14 van Richtlijn 98/71/EG wordt vervangen door:

"Artikel 14

In voor reparatie gebruikte onderdelen verwerkte modellen

1.  Er bestaat geen bescherming als model voor een model dat is verwerkt in of toegepast op een voortbrengsel dat een onderdeel vormt van een samengesteld voortbrengsel en in de zin van artikel 12, lid 1, uitsluitend wordt gebruikt voor de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel om het de oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven. Deze bepaling is niet van toepassing indien genoemd onderdeel in de eerste plaats op de markt wordt gebracht voor een ander doel dan de reparatie van samengestelde voortbrengselen.

2.  Lid 1 is van toepassing mits de consumenten naar behoren worden geïnformeerd over de oorsprong van het voortbrengsel dat wordt aangewend voor de reparatie, door gebruikmaking van een handelsmerk of handelsnaam, of markering in een andere geschikte vorm, zodat zij met kennis van zaken tussen concurrerende voortbrengselen voor reparatiedoeleinden kunnen kiezen.

3.  Lid 1 geldt uitsluitend voor zichtbare onderdelen op de vervolgmarkt wanneer het samengestelde voortbrengsel door de houder van het modelrecht of met diens instemming eenmaal op de primaire markt in de handel is gebracht. ".

Artikel 2

De lidstaten kunnen de bescherming als model voor een model tot ... (6) handhaven indien in hun wetgeving bescherming als model bestaat voor een model dat een onderdeel vormt van een samengesteld voortbrengsel dat in de zin van artikel 12, lid 1 van Richtlijn 98/71/EG uitsluitend wordt gebruikt voor de reparatie van dit samengestelde voortbrengsel om het de oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven.

Artikel 3

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk ...(7) aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 4

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te ║

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

(1) PB C 286 van 17.11.2005, blz. 8.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 12 december 2007.
(3) PB L 203 van 1.8.2002, blz. 30. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.
(4) PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1.
(5) PB L 289 van 28.10.1998, blz. 28 .
(6)* Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
(7)* Twee jaar na de datum van aanneming van deze richtlijn .

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2008Juridische mededeling