Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0497/2007

Debatten :

PV 11/12/2007 - 5

Stemmingen :

PV 12/12/2007 - 6.2

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0614

Aangenomen teksten
DOC 47k
Woensdag 12 december 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Economische partnerschapsovereenkomsten
P6_TA(2007)0614B6-0497, 0499 en 0511/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 12 december 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten

Het Europees Parlement ,

–   gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (Overeenkomst van Cotonou),

–   gelet op de mededeling van de Commissie van 23 oktober 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten (COM(2007) 0635),

–   gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 20 november 2007 met betrekking tot de economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's),

–   onder verwijzing naar de op 22 november 2007 aangenomen verklaring van Kigali van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU inzake ontwikkelingsgerichte economische partnerschapsovereenkomsten,

–   gezien de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT), met name artikel XXIV daarvan,

–   gezien de politieke verklaring van 9 november 2007 van de ministers van de ACS-landen over EPO's,

–   onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over dit onderwerp, met name zijn resolutie van 23 mei 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten(1) ,

–   gelet op artikel 103, lid 4 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat in artikel 36, lid 1 van de Overeenkomst van Cotonou is bepaald dat de partijen nieuwe handelsakkoorden zullen sluiten die compatibel zijn met de WTO-regels, en daarbij de wederzijdse handelsbelemmeringen geleidelijk aan zullen opheffen en de samenwerking zullen versterken op alle terreinen met betrekking tot handel en ontwikkeling,

B.   overwegende dat de voor de overeenkomst van Cotonou geldende ontheffing van toepassing van de WTO-regels eind 2007 afloopt,

C.   overwegende dat diverse ACS-landen zeer afwijzend staan ten aanzien van de sluiting van EPO's en hebben verklaard dat zij door de Commissie onder druk zijn gezet om een EPO te ondertekenen, terwijl andere het belang van de toegang tot de EU-markt voor hun economie beklemtonen,

D.   overwegende dat de oprichting van regionale markten een essentieel instrument is voor een succesvolle tenuitvoerlegging van EPO's,

E.   overwegende dat de onderhandelingen over de sluiting van EPO's ter vervanging van de Overeenkomst van Cotonou niet in hetzelfde tempo vorderen in de zes regio's en het ernaar uitziet dat zij in elk geval niet vóór eind 2007 zullen zijn afgerond,

F.   overwegende dat de Commissie in oktober 2007 een voorstel voor een interim-overeenkomst heeft gedaan aan de ACS-landen, als een eerste fase van EPO's die de handel in goederen en alle terreinen waarover reeds overeenstemming kan worden bereikt, zoals oorsprongsregels, omvatten, en die vanaf 31 december 2007 ten uitvoer zouden worden gelegd,

G.   overwegende dat volgens de verklaring van Kaapstad de belangrijkste doelstelling van de EPO-onderhandelingen de versterking is van de economieën van de ACS-landen,

H.   overwegende dat de economische en commerciële samenwerking tussen de ACS-landen en de EU tot doel heeft ontwikkeling te stimuleren en de geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie te bevorderen,

1.   blijft ervan overtuigd dat EPO's ontwikkelingsinstrumenten moeten zijn ter bevordering van duurzame ontwikkeling en regionale integratie, en om de armoede in de ACS-landen terug te dringen en de geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie te stimuleren;

2.   neemt kennis van het trage verloop van de onderhandelingen, wat er zeer waarschijnlijk toe zal leiden dat tegen 31 december 2007 met geen enkele van de regionale ACS-groepen een volledige overeenkomst zal zijn gesloten;

3.   neemt kennis van het recente besluit van de Commissie betreffende een tweestappenaanpak om verstoring van de handel voor de niet tot de groep van de minst ontwikkelde landen behorende ACS-landen te voorkomen en de onderhandelingen over alomvattende ontwikkelingsbevorderende EPO's na 31 december 2007 voort te zetten;

4.   neemt kennis van het voorstel dat de Commissie in haar bovengenoemde mededeling heeft gedaan en van het besluit van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 20 november 2007 om in de eerste fase van de onderhandelingen interim-overeenkomsten te sluiten die beperkt blijven tot de handel in goederen;

5.   neemt kennis van de sluiting van de interim-kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de partnerlanden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en diverse landen van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, die rechten- en quotavrije toegang tot de EU-markt voor goederen uit deze landen garandeert;

6.   beklemtoont dat de totstandbrenging van een echte regionale markt een essentiële voorwaarde is voor de succesvolle tenuitvoerlegging van EPO's en dat regionale integratie van fundamenteel belang is voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de ACS-landen; onderstreept dat de overeenkomsten er dan ook toe moeten bijdragen dat regio's verenigd blijven;

7.   vraagt beide partijen hun verantwoordelijkheid te nemen en de onderhandelingen over de andere kwesties zo spoedig mogelijk voort te zetten; beklemtoont dat een overeenkomst op lange termijn alleen kan worden bereikt indien alle betrokken partijen zich daartoe engageren;

8.   beklemtoont dat volledige, met de WTO-regels compatibele asymmetrie in de overeenkomsten maximale flexibiliteit moet impliceren wat betreft tariefverlagingen, dekking van gevoelige producten en een adequate overgangsperiode voordat de overeenkomst volledig moet worden uitgevoerd;

9.   dringt erop aan dat bij de EPO-onderhandelingen rekening wordt gehouden met de specifieke belangen van de ultraperifere regio's en overzeese landen en gebieden, op grond van artikel 299, leden 2 en 3 van het EG-Verdrag;

10.   erkent dat het voor de ACS-staten van belang is dat ze zich inzetten voor het proces van economisch partnerschap en de hervormingen stimuleren die noodzakelijk zijn om de maatschappelijke en economische structuren in lijn te brengen met de overeenkomsten; dringt er bij de regeringen van de ACS-landen op aan regels voor goed bestuur ten uitvoer te leggen; verzoekt de Commissie met aandrang de beginselen van volledige asymmetrie en flexibiliteit in acht te nemen;

11.   beklemtoont dat het voorstel van de Commissie wat betreft de oorsprongsregels een versoepeling vormt van de bestaande voorschriften; is van oordeel dat in de overeenkomst moet worden gezorgd voor de nodige flexibiliteit, rekening houdend met de verschillen qua niveau van industriële ontwikkeling tussen de EU en de ACS-staten, en tussen de ACS-staten onderling;

12.   wijst op het belang van onderhandelingen op het hoogste niveau over investeringen en de handel in diensten; verzoekt de Commissie flexibel te zijn op deze terreinen, aangezien sommige ACS-regio's aarzelend staan ten aanzien van de behandeling van deze kwesties;

13.   herinnert aan de door de Raad en de Commissie gedane toezegging niet te onderhandelen over TRIPS-plus-bepalingen met betrekking tot farmaceutische producten die gevolgen hebben voor de volksgezondheid en de toegang tot medicijnen, zoals gegevensexclusiviteit, patentuitbreidingen en de beperking van de redenen voor dwanglicenties;

14.   verzoekt de Commissie tijdens de onderhandelingen en na afsluiting ervan een stelselmatige analyse uit te voeren van de maatschappelijke gevolgen van de EPO's voor de kwetsbaarste groepen;

15.   onderstreept dat handelsregels gepaard moeten gaan met een verhoging van de handelsgerelateerde bijstand, met name ter ondersteuning van de regionale handel en het voldoen aan de invoervoorschriften en -normen van de EU, en dat interim-overeenkomsten specifieke bepalingen moeten bevatten inzake handelssteun die verband houdt met de EPO's, in aanvulling op de EOF-steun (Europees Ontwikkelingsfonds); pleit ervoor dat concrete toezeggingen worden gedaan vóór de afsluiting van de EPO-onderhandelingen, met betrekking tot zowel handelsgerelateerde bijstand als de aan EPO's verbonden aanpassingskosten, in volledige overeenstemming met de EU-strategie van hulp voor handel;

16.   neemt met belangstelling kennis van de discussie over de instelling van regionale EPO-fondsen die de inbreng van middelen van EU-donoren zullen vergemakkelijken en financiële steun zullen verschaffen voor initiatieven op het gebied van inkomstendiversificatie;

17.   is van oordeel dat de sluiting van vrijhandelsovereenkomsten van de nieuwe generatie met andere ontwikkelingslanden niet mag leiden tot een uitholling van de handelspreferenties die de ACS-landen momenteel genieten;

18.   verzoekt de Commissie en de Juridische Dienst van het Parlement elke afzonderlijke overeenkomst te evalueren, teneinde te waarborgen dat de wettelijke bevoegdheden en prerogatieven van het Parlement volledig worden gerespecteerd; dringt erop aan voor elke overeenkomst de procedure van instemming toe te passen; is van mening dat juridische stappen moeten worden ondernomen in het geval de bevoegdheden van het Parlement niet volledig worden gerespecteerd;

19.   verzoekt de Commissie en de Raad het Parlement om instemming te verzoeken over de sluiting van interim-EPO's, op grond van artikel 300, lid 3, tweede alinea van het EG-Verdrag;

20.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Raad ACS-EU en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0204.

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2008Juridische mededeling