Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2664(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0496/2007

Debatten :

PV 13/12/2007 - 4
CRE 13/12/2007 - 4

Stemmingen :

PV 13/12/2007 - 6.14
CRE 13/12/2007 - 6.14

Aangenomen teksten :

P6_TA(2007)0628

Aangenomen teksten
DOC 44k
Donderdag 13 december 2007 - Straatsburg Definitieve uitgave
Toekomst van de Europese textielsector na 2007
P6_TA(2007)0628B6-0495, 0496, 0505, 0507, 0509 en 0510/2007

Resolutie van het Europees Parlement van 13 december 2007 over de toekomst van de Europese textielsector na 2007

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar het memorandum van overeenstemming tussen de Europese Commissie en het ministerie van Handel van de Volksrepubliek China inzake de uitvoer van bepaald textiel en kleding uit China naar de Europese Unie, ondertekend op 10 juni 2005,

–   gezien het besluit van de Europese Commissie en de Chinese regering van oktober 2007 over een stelsel van gezamenlijk toezicht op de invoer,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over dit onderwerp, met name zijn resolutie van 6 september 2005 over de textiel- en kledingsector na 2005(1) ,

–   gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de afschaffing van de quota in de textiel- en kledingsector ernstige sociale gevolgen heeft, die vooral streken treffen waar de ondernemingen en werknemers van de bedrijfstak - in meerderheid vrouwen - het sterkst geconcentreerd zijn en waar lage lonen uitbetaald blijven worden,

B.   overwegende dat China de grootste textielproducent ter wereld en de belangrijkste exporteur van textiel en kleding naar de Europese Unie is,

C.   overwegende dat de Commissie en China na het verstrijken van het Multivezelakkoord ('Multi-fibre Arrangement') op 1 januari 2005 het reeds aangehaalde memorandum van overeenstemming hebben ondertekend, die beperkingen op de Chinese import van bepaalde soorten textiel instelt in een overgangsperiode die op 1 januari 2008 afloopt,

D.   overwegende dat de Europese Unie en de Chinese regering zaken een besluit hebben genomen over een stelsel van gezamenlijk toezicht op de invoer voor het jaar 2008,

E.   overwegende dat 70% van alle namaakproducten die op de Europese markt terechtkomen uit China afkomstig zijn en dat de helft van alle Europese douaneprocedures tegen namaakproducten betrekking hebben op textielproducten en kleding,

F.   overwegende dat de leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) naar aanleiding van de toetreding van China tot de WTO toestemming gekregen hebben voor speciale vrijwaringsmaatregelen in de vorm van kwantitatieve beperkingen op Chinese exportproducten tot eind 2008 indien er marktverstoringen zouden optreden,

G.   overwegende dat de Europese Unie de op één na grootste exporteur van textiel en kleding van de wereld is,

H.   overwegende dat de sector voornamelijk uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat en dat delen van de Europese textiel- en kledingindustrie in streken geconcentreerd is die sterk door economische omschakeling getroffen worden ,

1.   beseft dat de opheffing van het quotasysteem het gevolg van een wettelijk bindende overeenkomst is die gesloten is toen China tot de WTO toegetreden is, maar wijst erop dat het toetredingsprotocol met China alle WTO-leden, ook de Europese Gemeenschap, het recht geeft om indien nodig tot eind 2008 beschermingsmaatregelen tegen import uit China te nemen;

2.   wijst erop dat het zogenaamd waakzaamheidsmechanisme met dubbele controle alleen maar zin heeft als erop toegezien wordt dat de exponentiële toename van de invoer in de Europese Gemeenschap, die zich in 2005 voorgedaan heeft, niet opnieuw plaatsvindt, en benadrukt dat er nieuwe beschermende maatregelen getroffen moeten worden, vooral voor productgroepen die door de lidstaten aan te wijzen zijn, om de werkgelegenheid en bedrijfsactiviteit in de Europese Unie te kunnen behouden en stimuleren;

Extern concurrentievermogen van de textielsector van de EU

3.   spreekt zijn bezorgdheid over de hoge tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen in tal van derde landen uit; benadrukt dat de Commissie in haar bilaterale, regionale en multilaterale overeenkomsten met derde landen betere toelatingsvoorwaarden tot hun markt moet verkrijgen, die van levensbelang voor de toekomst van de textiel- en kledingindustrie in de EU zijn, vooral voor het midden- en kleinbedrijf;

4.   vraagt de Commissie om bij onderhandelingen over handelsovereenkomsten de gelegenheid aan te grijpen om betere sociale en milieunormen in derde landen te bevorderen en te versterken, zoals behoorlijke arbeidsvoorwaarden, om eerlijke concurrentie te waarborgen;

5.   verzoekt de Commissie en de lidstaten actief bij te dragen aan de modernisering van de textielindustrie van de EU door steun te verlenen voor technologische innovatie, onderzoek en ontwikkeling door middel van het zevende kaderprogramma, en voor beroepsscholing, vooral voor het midden- en kleinbedrijf; verzoekt de Commissie dan ook om goed en uitvoerig onderzoek naar deze belangrijke kwestie uit te voeren;

6.   is van oordeel dat er in de textielsector bindende voorschriften voor het aanbrengen van aanduidingen van oorsprong op importproducten uit derde landen moeten worden toegepast en verzoekt de Raad dan ook om het hangende voorstel van verordening op de aangifte "made in" aan te nemen; denkt dat deze verordening tot betere bescherming van de consument zal bijdragen en steun geven aan een Europese industrie die gegrond is op onderzoek, innovatie en kwaliteit;

De textielindustrie in de Europese unie en haar werknemers

7.   verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat een groot deel van aanpassingsfonds voor de globalisering gebruikt wordt om de textielsector te herstructureren en de werknemers verder op te leiden, vooral in de kleine en middelgrote ondernemingen die sterk door de liberalisering van de markt geraakt worden;

8.   herhaalt zijn voorstel om een programma van de Gemeenschap voor de textiel- en kledingsector op te stellen, van voldoende middelen voorzien, vooral voor de meest achtergestelde gebieden die van de sector afhankelijk zijn, om steun te verlenen voor onderzoek, vernieuwing, beroepsvorming en de KMO's, en een programma van de Gemeenschap dat voor de instelling van handelsmerken en promotie van de producten van de sector in het buitenland zorgt, vooral op internationale beurzen;

9.   vraagt de Commissie en de lidstaten om de werknemers van de textiel- en kledingindustrie in ondernemingen die voor een herstructurering staan, met sociale maatregelen en plannen te helpen;

Oneerlijke handel en namaak

10.   wijst erop dat verdedigingsmaatregelen in het handelsverkeer (antidumpingmaatregelen, maatregelen tegen subsidiëring en beschermende maatregelen) elementaire regelmechanismen en rechtmatige middelen zijn om een vooruitziend beleid tegenover zowel wettige als onwettige invoer uit derde landen te voeren, vooral in de textiel- en kledingsector, die nu een open markt zonder beschermende quotaregelingen vormt

11.   vraagt de commissie om de Chinese autoriteiten ertoe aan te sporen om de wisselkoersen van hun munt aan te passen en hun balans in euro/dollar te herzien, die nu een massale vloed aan Chinese invoer van textiel en kleding begunstigen;

12.   maakt zich zorgen over de stelselmatige schendingen van de intellectuele-eigendomsrechten; vraagt de Commissie met nadruk om op multilateraal, regionaal en bilateraal niveau tegen de schendingen op te treden, vooral als het om namaakproducten gaat, en ook iedere vorm van oneerlijke handel te bestrijden;

Toezicht op de invoer

13.   is voorstander van een systeem van gezamenlijk toezicht op de invoer met dubbele controle op de Chinese uitvoer van acht textiel- en kledingproducten naar de EU, maar is zeer bezorgd over de manier waarop het systeem opgezet wordt; dringt er bij de Commissie op aan om te garanderen dat de dubbele controle op een degelijke manier uitgevoerd wordt en de doeltreffendheid te evalueren, zodat een soepele overgang naar vrije handel in textielproducten gewaarborgd is;

14.   onderstreept dat dubbele controle alleen in 2008 niet voldoende is en dat er gedurende een langere periode een doeltreffend toezichtsysteem moet worden gewaarborgd;

15.   is van oordeel dat een controlesysteem voor de invoer van textielproducten en kleding in de Europese Unie onder toezicht van de Werkgroep op hoog niveau moet staan;

16.   wenst dat de Commissie en de Verenigde Staten overleg over de invoer van textielproducten uit China plegen;

17.   dringt er bij de Commissie op aan om een stelsel voor toezicht in te stellen en zijn resultaten voor het eind van het eerste kwartaal van 2008 te evalueren om te zorgen dat de ontwrichtende gevolgen van een sterke toename in de invoer van textielproducten snel en terdege in aanmerking genomen worden, en vraagt haar om verslag uit te brengen bij het Europees parlement

Veiligheid en consumentenbescherming

18.   dringt er bij de Commissie op aan om van haar bevoegdheid gebruik te maken om onveilige producten van de EU-markt te weren, ook in de textiel- en kledingsector;

19.   dringt er bij de Commissie op aan om te waarborgen dat ingevoerde textielproducten die op de markt van de Europese Unie worden gebracht, met name uit China, aan dezelfde eisen van veiligheid en consumentenbescherming onderworpen worden als textielproducten die in de Europese unie vervaardigd zijn;

20.   verzoekt de Commissie om een gedegen evaluatie en studie uit te voeren naar de prijsverlagingen die aan de EU-consument doorberekend zouden worden;

Ontwikkelingslanden en mediterrane EU-partners

21.   vraagt de Commissie om steun voor de inrichting van een euromediterraan productiegebied in de textielsector met gebruikmaking van de nabijheid van de markten van de EU en haar mediterrane partners om een internationaal concurrerende ruimte in te stellen, die ervoor kan zorgen dat de industriële productie en werkgelegenheid op hun huidig niveau gehandhaafd kunnen blijven;

22.   benadrukt dat de beëindiging van de invoerbeperkingen voor textiel niet alleen ingrijpende trendwijzigingen in de invoer op de EU-markt met zich mee zal brengen, maar ook risico's met gevolgen voor de textiel- en kledingsector van de ontwikkelingslanden, met inbegrip van de mediterrane partners;

23.   vraagt de Commissie om de weerslag van volledige liberalisering van de textiel- en kledingsector op de minst ontwikkelde landen te onderzoeken; is bijzonder verontrust over het negeren van fundamentele sociale en arbeidsrechten in een aantal van de minst ontwikkelde landen om concurrerend te blijven; verzoekt de Commissie om na te gaan hoe het programma handelsgebonden hulp "Aid-for-Trade" en soortgelijke programma's de minst ontwikkelde landen kunnen helpen om deel te nemen aan sociaal en ecologisch duurzame sectoriële programma's;

24.   vraagt de Europese Commissie om de bruikbaarheid van beleidsinstrumenten voor de aanbodzijde in de kledingindustrie na te gaan, om de concurrentievoorwaarden wereldwijd gelijk te trekken en een kleinste gemene delerbehandeling van de sociale en milieunormen te voorkomen;

Voorlichting van het Europees Parlement

25.   verzoekt de Commissie om het Parlement volledige informatie te verstrekken over alle betekenisvolle ontwikkelingen in de internationale handel in textielproducten;

o
o   o

26.   verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, en de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 193 E van 17.8.2006, blz. 110.

Laatst bijgewerkt op: 12 september 2008Juridische mededeling