Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2008 over Armenië
Het Europees Parlement
,
– onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over Armenië en de Zuidelijke Kaukasus en met name naar de resolutie van 17 januari 2008 over een effectiever EU-beleid voor de zuidelijke Kaukasus: van beloften naar maatregelen(1)
,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 januari 2008 over een regionale beleidsaanpak voor het Zwarte -Zeegebied(2)
,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 november 2007 over het Europese nabuurschapsbeleid (ENB)(3)
,
– gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en de Republiek Armenië anderzijds(4)
, die op 1 juli 1999 van kracht is geworden,
– gezien het ENB-actieplan dat door de Samenwerkingsraad EU-Armenië op 14 november 2006 is goedgekeurd en dat het mogelijk maakt een hele reeks hervormingen door te voeren met steun van de EU,
– gezien de verklaring over de voorlopige bevindingen en conclusies van de internationale waarnemingsmissie bij de verkiezingen van 20 februari 2008, alsook het tussentijds verslag van 3 maart 2008 na de verkiezingen,
– gezien de verklaring van het Voorzitterschap namens de EU op 5 maart 2008 over de situatie in Armenië op 1 maart 2008 na de presidentsverkiezingen, alsook de verklaring van het Voorzitterschap namens de EU op 25 februari 2008 over de presidentsverkiezingen in Armenië van 19 februari 2008,
– gezien de verklaring van 2 maart 2008 van Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het GBVB, en de verklaringen van 21 februari 2008 en 4 maart 2008 van Commissaris Ferrero-Waldner,
– gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de Europese Unie zich zal blijven inzetten voor de verdere ontwikkeling van haar relaties met Armenië en het land zal blijven steunen in haar inspanningen om de noodzakelijke politieke en economische hervormingen door te voeren alsook om maatregelen te nemen om krachtige en efficiënte democratische instellingen te vestigen en de corruptie te bestrijden; overwegende dat het ENB-actieplan Armenië de gelegenheid geeft om nader tot de EU te komen en de grondbeginselen waarop deze is gebouwd te omarmen en te delen,
B. overwegende dat de hoger genoemde internationale waarnemingsmissie bij de verkiezingen heeft verklaard dat de presidentsverkiezingen van 19 februari 2008 "voor het grootste deel verliepen volgens de verplichtingen en normen van de OVSE en de Raad van Europa", maar dat eveneens een aantal bezorgdheden werden geuit, met name met betrekking tot de taak van de media om onpartijdige informatie te verstrekken,
C. overwegende dat om de overblijvende problemen aan te pakken bijkomende kwesties moeten worden opgelost (zoals het ontbreken van een duidelijke scheiding tussen staat en partijfuncties, het verzekeren van een gelijke behandeling van de verkiezingskandidaten en de afhandeling van de telling van de stemmen) en het vertrouwen van het publiek in het verkiezingsproces moet worden hersteld,
D. overwegende dat met de bekendmaking van de officiële resultaten van de presidentsverkiezingen in Armenië op 19 februari 2008 premier Serzh Sarkisian werd aangeduid als winnaar in de eerste ronde, maar dat deze resultaten wegens vermeende fraude werden aangevochten door oppositieleider Levon Ter-Petrosian; overwegende dat het Constitutioneel Hof de verzoeken van de oppositie heeft onderzocht en tot de slotsom is gekomen dat, hoewel er wel degelijk onregelmatigheden waren voorgevallen, er onvoldoende bewijs was om de resultaten van de verkiezingen in twijfel te trekken,
E. overwegende dat aanhangers van de oppositie op 20 februari 2008 in Jerevan op een vreedzame manier begonnen met demonstreren om te protesteren tegen de resultaten van de verkiezingen en om nieuwe verkiezingen te eisen; overwegende dat op 1 maart 2008, nadat aanhangers van de oppositie elf dagen hadden gedemonstreerd, 's avonds geweld is uitgebroken wanneer de politie de demonstranten die hun tenten hadden opgeslagen op het Plein van de Vrede in het centrum van Jerevan probeerde uiteen te drijven, wat resulteerde in acht doden, waaronder één politieofficier, en tientallen gewonden; overwegende dat op 1 maart 2008 de noodtoestand werd afgekondigd, waardoor de persvrijheid en de vrijheid van vergadering werden beknot en beperkingen werden opgelegd aan de politieke partijen,
F. overwegende dat televisiezenders, gecontroleerd door de overheid, de demonstraties vrijwel hebben genegeerd; overwegende dat door de noodtoestand plaatselijke journalisten geen informatie meer kunnen verspreiden die niet afkomstig is van de overheid; overwegende dat, als een gevolg hiervan, zeven toonaangevende kranten (enkele onafhankelijke en enkele verbonden aan de oppositie) weigerden om met dergelijke voorwaarden te werken en hun publicatie opschortten; overwegende dat de internet- en satellietverbindingen van bepaalde onafhankelijke kranten werden geblokkeerd,
G. overwegende dat veel personen gearresteerd zijn en een aantal onder hen werd beschuldigd van het aanzetten tot en deelnemen aan massale ordeverstoring en van poging tot staatsgreep; overwegende dat het Armeens parlement op 4 maart 2008 de onschendbaarheid van vier van zijn leden heeft opgeheven zodat ze strafrechtelijk kunnen worden vervolgd,
H. overwegende dat de Armeense economie en de stabiliteit in de regio nog steeds worden geschaad door de afsluiting van de grenzen met Turkije;
I. overwegende dat de Republiek Armenië verwikkeld is in een onopgelost conflict met de Republiek Azerbeidzjan over het statuut van Nagorno Karabach,
1. drukt zijn bezorgdheid uit over de recente ontwikkelingen in Armenië, waar de politie op een gewelddadige manier demonstranten van de oppositie heeft onderdrukt, waarbij acht burgers, waaronder één politieofficier, de dood hebben gevonden en meer dan honderd gewonden zijn gevallen, en roept alle betrokken partijen op tot openheid en terughoudendheid, tot het temperen van hun verklaringen en tot het opstarten van een constructieve en vruchtbare dialoog met als doel de democratische instellingen te steunen en te vrijwaren;
2. roept op tot een snel, diepgaand, transparant, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek van de gebeurtenissen op 1 maart 2008, met inbegrip van een onafhankelijk onderzoek naar het politieoptreden tijdens het uiteendrijven van de demonstratie; roept op alle verantwoordelijken te berechten en te straffen voor wangedrag en gewelddaden; roept de Raad en de Commissie op EU-steun te verlenen aan de Armeense autoriteiten om dergelijk onderzoek uit te voeren;
3. roept de Armeense autoriteiten op de noodtoestand, op 10 maart 2008 ingesteld door een presidentieel besluit, op te heffen, de persvrijheid te herstellen en alle nodige maatregelen te nemen om opnieuw te komen tot een normale situatie; dringt er bovendien bij hen op aan rekening te houden met de tekortkomingen aangestipt in het officieel verslag van de ombudsman van de Republiek Armenië, en deze aan te pakken;
4. roept de Armeense autoriteiten op de burgers vrij te laten die worden vastgehouden omdat ze hun recht van vreedzame vergadering hebben doen gelden;
5. onderstreept dat prioriteit 1 van het ENB-actieplan te maken heeft met de versterking van de democratische structuren en de rechtstaat; dringt er in deze context bij de Commissie op aan haar hulp aan Armenië toe te spitsen op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de opleiding van politie en veiligheidstroepen; roept de Armeense autoriteiten op alle overblijvende aanbevelingen van de internationale waarnemingsmissie bij de verkiezingen spoedig te implementeren;
6. steunt Peter Semneby, de Speciale Vertegenwoordiger van de EU in de zuidelijke Kaukasus, bij het vergemakkelijken van de dialoog tussen de politieke groeperingen en het zoeken naar mogelijke manieren om de politieke crisis in Armenië op te lossen; is verheugd over de tussenkomst van de speciale gezant van de OVSE, ambassadeur Heikki Talvitie, die veel ervaring heeft in de zuidelijke Kaukasus; roept de Armeense autoriteiten op hun volwaardige medewerking te verlenen aan de internationale gemeenschap om tot een gezamenlijke oplossing te komen;
7. betreurt het recente verlies van mensenlevens aan de "controlelijn" tijdens gevechten tussen Armeense en Azerbeidjaanse troepen; roept partijen langs beide zijden op zich te onthouden van verder geweld en opnieuw plaats te nemen aan de onderhandelingstafel;
8. herhaalt dat de EU zich op een uitgesproken manier inzet om nauwere banden te smeden met Armenië en de landen in de zuidelijke Kaukasus, met name door het verder ontwikkelen en versterken van het ENB; benadrukt echter dat nauwere samenwerking met de EU gefundeerd moet zijn op reële en tastbare vooruitgang en hervormingen en op het zich volledig inzetten voor de democratie en de rechtstaat; roept de Commissie op inspanningen te blijven steunen die tot doel hebben de politieke cultuur in Armenië te verbeteren, de dialoog te versterken en de hoog oplopende spanningen tussen de regeringspartijen en de oppositie te ontladen;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de voorzitter en het parlement van Armenië, de OVSE en de Raad van Europa.