Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2622(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0402/2008

Debatten :

PV 03/09/2008 - 2

Stemmingen :

PV 03/09/2008 - 7.5
CRE 03/09/2008 - 7.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0396

Aangenomen teksten
DOC 59k
Woensdag 3 september 2008 - Brussel Definitieve uitgave
Georgië
P6_TA(2008)0396B6-0402, 0410, 0412, 0413 en 0414/2008

Resolutie van het Europees Parlement van 3 september 2008 over de situatie in Georgië

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Georgië en met name zijn resolutie van 26 oktober 2006 over de situatie in Zuid-Ossetië(1) en zijn resoluties van 29 november 2007(2) en 5 juni 2008(3) over de situatie in Georgië,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 november 2007 over de versterking van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB)(4) en zijn resoluties van 17 januari 2008 over een effectiever EU-beleid voor de zuidelijke Kaukasus(5) en over een regionale beleidsaanpak voor het Zwarte-Zeegebied(6) ,

–   gezien het actieplan dat in het kader van het ENB met Georgië is overeengekomen en een samenwerkingsverplichting bevat met het oog op de oplossing van de interne conflicten in Georgië,

–   gezien het Gemeenschappelijk Optreden 2008/450/GBVB van de Raad van 16 juni 2008 inzake de bijdrage van de Europese Unie aan de oplossing van het conflict in Georgië/Zuid-Ossetië(7) , en andere eerdere gemeenschappelijk optredens van de Raad in dezelfde kwestie,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de betrekkingen tussen de EU en Rusland, met name de resolutie van 19 juni 2008over de Top EU-Rusland van 26-27 juni 2008 in Khanty-Mansiysk(8) ,

–   gezien de conclusies van de buitengewone vergadering van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 13 augustus 2008 over de situatie in Georgië,

–   gezien de conclusies van de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad(9) van 1 september 2008 te Brussel,

–   gezien de resoluties S/RES/1781 (2007) en S/RES/1808 (2008) van de VN-Veiligheidsraad, waarin de territoriale integriteit van Georgië wordt ondersteund en de laatste waarvan het mandaat van de VN-Waarnemingsmissie in Georgië (UNOMIG) tot 15 oktober 2008 verlengt,

–   gezien besluit nr. 861 van de Permanente Raad van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 19 augustus 2008 over de verhoging van het aantal militaire waarnemende officieren in de OVSE-missie in Georgië,

–   gezien de verklaring van de NAVO-top in Boekarest op 3 april 2008 en de resultaten van de bijeenkomst van de NAVO-Raad op 19 augustus 2008,

–   gelet op artikel 103, lid 4, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de EU zich zal blijven inzetten voor de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen,

B.   overwegende dat de uitreiking van Russische paspoorten aan burgers in Zuid-Ossetië en steun aan de afscheidingsbeweging, samen met het toegenomen militaire optreden door de separatisten tegen dorpen met een Georgische bevolking, en in combinatie met grootschalige Russische militaire manoeuvres dicht bij de Georgische grens in juli 2008, de spanning in Zuid-Ossetië verder hebben doen toenemen,

C.   overwegende dat, na diverse weken van toenemende spanning en schermutselingen tussen de verschillende partijen en provocaties van de zijde van de Zuid-Ossetische separatistische krachten, met bomaanvallen, gevechten, vuurwisselingen en schietpartijen waarbij vele doden en nog meer gewonden vielen onder de burgerbevolking, het Georgische leger in de nacht van 7 op 8 augustus 2008 bij verrassing een artillerieaanval opende op Tskhinvali, gevolgd door een grondoperatie waarbij zowel tanks als soldaten werden ingezet, met als doel de controle over Zuid-Ossetië te herstellen,

D.   overwegende dat Rusland na de langdurige opbouw van militaire capaciteit onmiddellijk met een massale tegenaanval heeft gereageerd, tanks en grondtroepen heeft gestuurd, diverse locaties in Georgië, waaronder de stad Gori, heeft gebombardeerd en Georgische havens aan de Zwarte Zee heeft geblokkeerd,

E.   overwegende dat zo'n 158.000 mensen als gevolg van de crisis hun huizen hebben moeten ontvluchten en nu moeten worden gesteund in hun pogingen naar huis terug te keren, overwegende dat die terugkeer onveilig wordt gemaakt door de aanwezigheid van clustermunitie, ongeëxplodeerde munitie en landmijnen, alsook door de Russische waarschuwingen en het gebrek aan samenwerking,

F.   overwegende dat de Georgische infrastructuur zwaar beschadigd is door de Russische militaire acties en er humanitaire hulp nodig is,

G.   overwegende dat uit documentatie van internationale mensenrechtenonderzoekers en militaire analisten blijkt dat de Russische troepen in Georgië clustermunitie hebben gebruikt en dat er nog duizenden ongeëxplodeerde submunities in de conflictgebieden liggen, overwegende dat ook Georgië heeft toegegeven clusterbommen te hebben gebruikt in Zuid-Ossetië, in de nabijheid van de Roki-tunnel,

H.   overwegende dat de Presidenten van Georgië en Rusland op 12 augustus 2008 na de bemiddelingsinspanningen van de EU tot een akkoord zijn gekomen dat voorziet in een onmiddellijk staakt-het-vuren, terugtrekking van Georgische en Russische troepen naar hun posities van vóór 7 augustus 2008, en de opening van internationale besprekingen over een snel te treffen internationale regeling ter voorbereiding van een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict,

I.   overwegende dat de NAVO op 19 augustus 2008 de regelmatige contacten op topniveau met Rusland heeft opgeschort, op grond dat het militaire optreden van Rusland "onevenredig" was en "onverenigbaar met zijn rol als vredeshandhaver in delen van Georgië" en dat "de gewone gang van zaken" niet kon doorgaan zolang er Russische troepen in Georgië blijven,

J.   overwegende dat Rusland op 22 augustus 2008 tanks, artillerie en honderden soldaten vanuit de meest vooruitgeschoven posities in Georgië heeft teruggetrokken, maar nog altijd de toegang tot de ten zuiden van Abchazië gelegen havenstad Poti controleert, en de Russische regering aankondigde dat zij troepen in een veiligheidszone rond Zuid-Ossetië zou houden en acht controleposten zou instellen waar Russische troepen zullen worden ingezet,

K.   overwegende dat het Russische Hogerhuis op 25 augustus 2008 een resolutie heeft aangenomen waarin de president wordt verzocht de onafhankelijkheid van de afvallige Georgische regio's Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen, en dat de Russische president Dmitry Medvedev de twee regio's vervolgens op 26 augustus 2008 officieel als onafhankelijke staten heeft erkend,

L.   overwegende dat dit conflict vergaande gevolgen voor de regionale stabiliteit en veiligheid heeft die de rechtstreekse relatie tussen alle conflictpartijen duidelijk overstijgen, met mogelijke consequenties voor de relatie EU-Rusland, het ENB, de Zwarte-Zeeregio en daarbuiten,

M.   overwegende dat de EU in haar reactie op de crisis in Georgië haar politieke eensgezindheid volledig moet bewaren en met één stem moet spreken, met name in de betrekkingen met Rusland, en overwegende dat het proces dat tot een vreedzame en stabiele oplossing van de conflicten in Georgië en de Kaukasus moet leiden, een algehele herziening van het ENB en een nieuwe betrokkenheid met de gehele regio vereist, in samenwerking met alle Europese en mondiale organisaties, met name de OVSE,

N.   overwegende dat de Georgische regering vorige week de diplomatieke betrekkingen met Rusland heeft verbroken en dat de Russische Federatie als reactie daarop hetzelfde heeft gedaan,

1.   is van oordeel dat de conflicten in de Kaukasus niet met militaire middelen kunnen worden opgelost en veroordeelt nadrukkelijk allen die hun toevlucht hebben genomen tot machtsmiddelen en geweld om de situatie in de Georgische afscheidingsgebieden Zuid-Ossetië en Abchazië te veranderen;

2.   vraagt Rusland de soevereiniteit, territoriale integriteit van de Republiek Georgië en de onschendbaarheid van haar internationaal erkende grenzen te eerbiedigen, en veroordeelt daarom met de meeste nadruk de erkenning door de Russische Federatie van de onafhankelijkheid van de Georgische afscheidingsgebieden Zuid-Ossetië en Abchazië als zijnde in strijd met het volkenrecht;

3.   wijst erop dat elk besluit over de uiteindelijke status van Zuid-Ossetië en Abchazië moet steunen op de naleving van de grondbeginselen van het volkenrecht met inbegrip van de Slotakte van 1975 van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (Slotakte van Helsinki), met name voor wat betreft de terugkeer van vluchtelingen en de eerbiediging van hun eigendommen, alsook de waarborging en eerbiediging van de rechten van minderheden;

4.   veroordeelt de onaanvaardbare en buitensporige militaire reactie van Rusland en het feit dat het tot diep in Georgië is opgerukt, hetgeen een schending van het internationaal recht is; onderstreept dat er voor Rusland geen legitieme redenen bestaan om Georgië binnen te vallen, delen ervan te bezetten en te dreigen de regering van een democratisch land ten val te brengen;

5.   betreurt het verlies van mensenlevens en het menselijke lijden als gevolg van het ongenuanceerde gebruik van geweld door alle bij het conflict betrokken partijen;

6.   uit zijn diepe bezorgdheid over het effect van de Russische landmijnen op het sociale en economische leven in Georgië, met name naar aanleiding van een op 16 augustus 2008 bij Kaspi opgeblazen spoorbrug, onderdeel van de belangrijke spoorwegverbinding Tbilisi - Poti, en van de op 24 augustus 2008 bij Gori geëxplodeerde brandstoftrein, die met ruwe olie uit Kazakhstan onderweg was naar de uitvoerhaven Poti; benadrukt dat beide acties een schending van het staakt-het-vuren inhielden;

7.   verklaart zich nogmaals krachtig voorstander van het beginsel dat geen enkel land een veto kan uitspreken tegen de soevereine beslissing van een ander land om tot een internationale organisatie of bondgenootschap toe te treden of het recht heeft een democratisch gekozen regering te destabiliseren;

8.   benadrukt dat de partnerschap tussen Europa en Rusland moet berusten op eerbiediging van de fundamentele regels voor Europese samenwerking, die metterdaad en niet alleen met woorden moeten worden nageleefd;

9.   prijst het EU-voorzitterschap voor de doeltreffendheid en de snelheid waarmee het op dit conflict heeft gereageerd, en de eenheid die de lidstaten aan de dag hebben gelegd bij de bemiddeling tussen de twee partijen, waardoor zij een vredesplan met een wapenstilstand konden ondertekenen; verwelkomt in dit verband de conclusies van de bovenvermelde buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad;

10.   vraagt Rusland met klem alle toezeggingen in het staakt-het-vurenakkoord dat door de diplomatieke inspanningen van de EU werd bereikt en ondertekend, gestand te doen, te beginnen met de volledige en onmiddellijke terugtrekking van zijn troepen uit Georgië zelf en de vermindering van zijn militaire aanwezigheid in Zuid-Ossetië en Abchazië tot de troepensterkte die Rusland vóór de uitbarsting van het conflict voor de vredeshandhaving in de twee provincies had gestationeerd; veroordeelt de grootschalige plunderingen door Russische invasietroepen en meetrekkende huurlingen;

11.   wenst dat er met spoed een onafhankelijk internationaal onderzoek plaatsvindt om de feiten vast te stellen en voor meer duidelijkheid te zorgen omtrent bepaalde beschuldigingen;

12.   roept Georgië, dat het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof heeft geratificeerd, en de Russische autoriteiten op steun te verlenen aan en volledig samen te werken met het Bureau de openbare aanklager van het Internationaal Strafhof bij diens onderzoek naar de tragische gebeurtenissen en de aanvallen op burgers die tijdens het conflict hebben plaatsgevonden, zodat de verantwoordelijkheden kunnen worden vastgesteld en de verantwoordelijken kunnen worden berecht;

13.   roept de Russische en Georgische autoriteiten op alle informatie te verstrekken over gebieden waar hun strijdkrachten clusterbommen hebben afgeworpen, zodat onmiddellijk kan worden gestart met het opruimen van ongeëxplodeerde munitie, om te vermijden dat nog meer onschuldige burgers het slachtoffer worden en om de veilige terugkeer van ontheemden te vergemakkelijken;

14.   verzoekt de EU en de NAVO en de leden daarvan om uitgaande van een gemeenschappelijk standpunt alle mogelijkheden te benutten om de Russische regering ertoe te bewegen zich aan het volkenrecht te houden, een noodzakelijke voorwaarde voor vervulling van een verantwoordelijke rol in de internationale gemeenschap; herinnert Rusland aan zijn verantwoordelijkheid uit hoofde van zijn vetomacht in de VN-Veiligheidsraad voor een vreedzame wereldorde;

15.   vraagt de Raad en de Commissie hun beleid jegens Rusland te herzien mocht Rusland zijn toezeggingen in het staakt-het-vurenakkoord niet nakomen; betuigt daarom zijn instemming met het besluit van de Europese Raad om de onderhandelingsbesprekingen over de partnerschapsovereenkomst op te schorten zolang de Russische troepen zich niet hebben teruggetrokken op de stellingen die zij vóór 7 augustus 2008 innamen;

16.   roept de Commissie op voorstellen te doen voor overeenkomsten met Georgië inzake de versoepeling van de visumregeling en overname, die ten minste gelijkwaardig zijn aan de overeenkomsten met Rusland;

17.   vraagt de lidstaten de afgifte van visa voor economische activiteiten in Zuid-Ossetië en Abchazië te herzien;

18.   veroordeelt met kracht de gedwongen hervestiging van Georgiërs uit Zuid-Ossetië en Abchazië en verzoekt de de facto Zuid-Ossetische en Abchazische autoriteiten de veilige terugkeer van de ontheemde burgerbevolking overeenkomstig het internationaal humanitair recht te waarborgen;

19.   is verheugd over de initiatieven van de OVSE om het aantal ongewapende waarnemers te verhogen; verzoekt om verdere versterking van de OVSE-missie in Georgië, gekoppeld aan volledige bewegingsvrijheid in het gehele land, en moedigt de lidstaten aan een bijdrage aan deze inspanningen te leveren;

20.   pleit voor een stevige bijdrage van de EU aan de voorgenomen internationale regeling voor de oplossing van het conflict, en verwelkomt daarom het besluit van de Europese Raad tot uitzending van een monitoringmissie in het kader van het EVDB (Europees veiligheids- en defensiebeleid) als aanvulling op de VN- en OVSE-missies en tot verzoek om een VN- of OVSE-mandaat voor een EVDB-vredesmissie;

21.   is verheugd over de actieve en aanhoudende steun van de EU voor alle internationale inspanningen ten behoeve van een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict, met name het engagement van de Raad ter ondersteuning van alle inspanningen van de VN, de OVSE en anderen om het conflict bij te leggen; is met name ingenomen met het besluit om een speciale vertegenwoordiger van de EU voor de crisis in Abchazië te benoemen;

22.   verwelkomt het 6 miljoen euro omvattende pakket van de Commissie voor snelle humanitaire hulpverlening aan burgers, dat moet worden aangevuld met verdere middelen op basis van een evaluatie van de behoeften ter plekke; merkt op dat er in de nasleep van het conflict dringend behoefte is aan hulp voor de wederopbouw;

23.   is verheugd over het besluit van de Raad om een internationale donorconferentie voor de wederopbouw van Georgië bijeen te roepen en dringt er bij de Raad en de Commissie op aan de mogelijkheid te onderzoeken van een groot plan waarmee de EU financiële steun kan bieden voor de wederopbouw van de door de oorlog geteisterde gebieden in Georgië en een sterkere politieke aanwezigheid in dit land en de hele regio kan opbouwen;

24.   roept alle bij het conflict betrokken partijen op humanitaire hulpverleners ongelimiteerde en vrije toegang te verlenen tot de slachtoffers, met inbegrip van vluchtelingen en binnenlands ontheemden;

25.   is van mening dat het zoeken naar oplossingen voor het conflict in Georgië samen met de andere nog uitstaande conflicten in de zuidelijke Kaukasus baat zal hebben bij een toegenomen internationalisatie van de mechanismen voor conflictoplossing; stelt daarom voor dat de EU als essentieel onderdeel van dit proces een trans-Kaukasische vredesconferentie belegt; meent dat op die conferentie gesproken moet worden over internationale waarborgen inzake volledige eerbiediging van de burgerlijke en politieke rechten en de bevordering van de democratie door naleving van het internationaal recht; wijst erop dat de conferentie tevens een gelegenheid vormt om niet-vertegenwoordigde en tot zwijgen gebrachte groepen in de Kaukasus aan het woord te laten komen;

26.   dringt er bij Raad en Commissie op aan het ENB verder uit te bouwen door dit beter af te stemmen op de behoeften van onze oostelijke partners en ook door vergroting van de betrokkenheid van de EU bij het Zwarte-Zeegebied, het voorstel van het Parlement voor een Europese Economische Ruimte Plus of het Zweeds-Poolse voorstel voor een Oostelijk Partnerschap over te nemen en spoed te zetten achter de oprichting van een vrije handelszone, met name waar het gaat om Georgië, de Oekraïne en de Republiek Moldavië; merkt op dat er bij de liberalisering van het visumbeleid van de EU voor die landen rekening mee moet worden gehouden dat Rusland op dit gebied betere voorwaarden heeft verkregen dan zij;

27.   onderstreept het onderlinge verband tussen een aantal problemen in de zuidelijke Kaukasus en de noodzaak van een omvattende oplossing in de vorm van een stabiliteitspact, waarbij de belangrijke externe actoren betrokken moeten worden; onderstreept dat de samenwerking met de buurlanden in de Zwarte-Zeeregio verbeterd moet worden door een speciaal institutioneel en multilateraal mechanisme in het leven te roepen, zoals een Unie voor de Zwarte Zee, en door een internationale conferentie te organiseren over veiligheid en samenwerking in het zuidelijke Kaukasusgebied; verzoekt daarom de Commissie een specifiek voorstel aan het Parlement en de Raad voor te leggen over de oprichting van een multilateraal kader voor de Zwarte-Zeeregio, met inbegrip van Turkije en Oekraïne; is van mening dat buurlanden als Kazachstan erbij betrokken dienen te worden in het belang van de stabiliteit en energiestromen van de gehele regio;

28.   herinnert eraan dat de NAVO er tijdens de Top van Boekarest van 3 april 2008 mee heeft ingestemd dat Georgië lid van het bondgenootschap zou worden;

29.   benadrukt het belang van Georgië voor de verbetering van de energieveiligheid van de EU doordat het een alternatief biedt voor de transitroute voor Russische energie; acht het van vitaal belang dat bestaande infrastructuur zoals de Baku-Tbilisi-Ceyhan-pijpleiding daadwerkelijk wordt beschermd, en verzoekt de Commissie Georgië hierbij alle nodige hulp te bieden; verwacht dat de EU in politiek en budgettair opzicht vastbesloten voortgaat met het Nabucco-pijpleidingproject, erkend als prioritair project van de EU, die het Georgische grondgebied zou moeten doorkruisen en dat het meest serieuze alternatief vormt voor de projecten die in samenwerking met Rusland zijn ondernomen, welke alle de mogelijkheid in zich bergen dat de economische en politieke afhankelijkheid van de lidstaten van Rusland toeneemt;

30.   roept de Raad en de Commissie op inspanningen te blijven leveren om het gemeenschappelijke EU- energiebeleid aan te nemen dat, onder andere, ervoor zorgt dat de bevoorradingsbronnen worden gediversifieerd;

31.   is van mening dat de samenwerking in de zuidelijke Kaukasus niet moet gaan om exclusieve invloedssferen van de EU en Rusland (zogeheten "belangensferen");

32.   onderstreept dat de rol van de EU in de huidige crisis de noodzaak onderstreept dat het Europees buitenlands, defensie- en veiligheidsbeleid, versterking behoeft en gelooft dat het Verdrag van Lissabon, met de invoering van het ambt van Hoge Vertegenwoordiger, de solidariteitsclausule en het EU energieveiligheidsbeleid, de juiste weg is om dit te bereiken;

33.   benadrukt dat de stabiliteit in de zuidelijke Kaukasus moet worden verzekerd, en verzoekt de regeringen van Armenië en Azerbeidzjan hieraan onder eerbiediging van al hun internationale verplichtingen bij te dragen;

34.   bekrachtigt het beginsel dat een pluralistisch en democratisch bestuur, met goed functionerende oppositiepartijen en eerbiediging van de mensen- en burgerrechten, de beste waarborg biedt voor stabiliteit in het gehele zuidelijke Kaukasus-gebied;

35.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de presidenten en parlementen van Georgië en de Russische Federatie, de NAVO, de OVSE en de Raad van Europa.

(1) PB C 313 E van 20.12.2006, blz. 429.
(2) Aangenomen teksten P6_TA(2007)0572.
(3) Aangenomen teksten P6_TA(2008)0253.
(4) Aangenomen teksten P6_TA(2007)0538.
(5) Aangenomen teksten P6_TA(2008)0016.
(6) Aangenomen teksten P6_TA(2008)0017.
(7) PB L 157 van 17.6.2008, blz. 110.
(8) Aangenomen teksten P6_TA(2008)0309.
(9) Raad van de Europese Unie, document 12594/08.

Laatst bijgewerkt op: 29 april 2009Juridische mededeling