Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2502(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0022/2009

Debatten :

PV 14/01/2009 - 14
CRE 14/01/2009 - 14

Stemmingen :

PV 15/01/2009 - 6.6
CRE 15/01/2009 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0028

Aangenomen teksten
PDF 75kWORD 37k
Donderdag 15 januari 2009 - Straatsburg Definitieve uitgave
Srebrenica
P6_TA(2009)0028B6-0022, 0023, 0024, 0025, 0026 en 0027/2009

Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2009 over Srebrenica

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 7 juli 2005 over Srebrenica(1) ,

–   gezien de op 16 juni 2008 te Luxemburg ondertekende stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië-Herzegovina, anderzijds en het EU-lidmaatschap dat alle landen van de westelijke Balkan op de Europese Top in Thessaloniki in 2003 in het vooruitzicht werd gesteld,

–   gelet op artikel 103, lid 4, van zijn Reglement,

A.   overwegende dat in juli 1995 de Bosnische stad Srebrenica, destijds een geïsoleerde enclave die in de resolutie van 16 april 1993 van de VN-Veiligheidsraad tot beschermde zone was uitgeroepen, in handen viel van Servische milities onder bevel van generaal Ratko Mladić en onder leiding van de toenmalige president van de Republika Srpska, Radovan Karadžić,

B.   overwegende dat na de val van Srebrenica verscheidene dagen lang een massaslachting heeft plaatsgevonden waarbij meer dan 8 000 moslimmannen en -jongens, die hun toevlucht hadden gezocht in dit gebied dat onder de bescherming stond van de beschermingsmacht van de VN (UNPROFOR), zonder vorm van proces werden terechtgesteld door Bosnisch-Servische strijdkrachten van generaal Mladić en door paramilitaire eenheden, zoals ongeregelde Servische politie-eenheden die het Bosnische gebied vanuit Servië waren binnengekomen; dat bijna 25 000 vrouwen, kinderen en bejaarden werden gedeporteerd, waarmee deze gebeurtenis de ernstigste oorlogsmisdaad in Europa is geweest sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog,

C.   overwegende dat dit drama, dat door het Internationaal Straftribunaal voor ex-Joegoslavië (ICTY) is erkend als genocide, plaatsvond in een door de VN veilig verklaard gebied en daarom symbolisch is voor het onvermogen van de internationale gemeenschap in te grijpen in een conflict en de burgerbevolking te beschermen,

D.   overwegende dat de Bosnisch-Servische strijdkrachten de Conventie van Genève talloze malen hebben geschonden bij hun optreden tegen de burgerbevolking van Srebrenica, zoals bij de deportatie van duizenden vrouwen, kinderen en bejaarden en de verkrachting van een groot aantal vrouwen,

E.   overwegende dat ondanks de enorme inspanningen die tot op heden zijn gedaan om individuele en massagraven te vinden en de stoffelijke resten van de slachtoffers op te graven en te identificeren, het onderzoek tot op heden niet heeft geleid tot een volledige reconstructie van de gebeurtenissen in en rond Srebrenica,

F.   overwegende dat er zonder gerechtigheid geen sprake van echte vrede kan zijn en dat onvoorwaardelijke samenwerking met het ICTY voor de landen van de westelijke Balkan een basisvereiste blijft om het proces van integratie in de EU voort te zetten,

G.   overwegende dat generaal Radislav Krstić van het Bosnisch-Servische leger als eerste door het ICTY schuldig werd bevonden aan medeplichtigheid aan de genocide in Srebrenica, maar dat de voornaamste beschuldigde, Ratko Mladić, bijna veertien jaar na de tragische gebeurtenissen nog steeds op vrije voeten is; dat het toe te juichen is dat dat Radovan Karadžić thans is overgedragen aan het ICTY,

H.   overwegende dat de instelling van een herdenkingsdag het beste middel is om de slachtoffers van de massamoorden te herdenken en een duidelijke boodschap vormt voor komende generaties,

1.   herdenkt en eert alle slachtoffers van de gruweldaden tijdens de oorlogen in het voormalige Joegoslavië; betuigt zijn medeleven aan en solidariteit met de families van de slachtoffers, waarvan velen niet met zekerheid weten wat er met hun familieleden is gebeurd; erkent dat deze niet-aflatende pijn nog eens wordt versterkt doordat diegenen die voor deze daden verantwoordelijk zijn, niet voor de rechter zijn gebracht;

2.   verzoekt de Raad en de Commissie om de dag van de genocide in Srebrenica-Potočari op gepaste wijze te gedenken door het Parlement te steunen in het uitroepen van 11 juli tot de dag waarop in de gehele Europese Unie de genocide in Srebrenica herdacht wordt, en om alle landen van de westelijke Balkan op te roepen dit voorbeeld te volgen;

3.   dringt aan op verdere inspanningen om de resterende voortvluchtigen voor de rechter te brengen; verklaart volledig achter het waardevolle en moeilijke werk van het ICTY te staan en onderstreept dat een belangrijke stap naar vrede en stabiliteit in de regio kan worden gezet door degenen die verantwoordelijk zijn voor de moorden in en rond Srebrenica voor de rechter te brengen; herhaalt dienaangaande dat extra aandacht moet worden besteed aan de berechting van oorlogsmisdaden op nationaal niveau;

4.   benadrukt het belang van verzoening als onderdeel van het Europese integratieproces; wijst op de belangrijke rol van religieuze gemeenschappen, de media en het onderwijsstelsel bij dit proces, zodat burgers van alle etnische groeperingen de spanningen van het verleden achter zich kunnen laten en kunnen beginnen aan een vreedzame en oprechte co-existentie ten behoeve van duurzame vrede, stabiliteit en economische groei; doet een dringend beroep op alle landen verdere pogingen te doen om zich met een moeilijk en pijnlijk verleden te verzoenen;

5.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering en het parlement van Bosnië-Herzegovina en zijn entiteiten, en de regeringen en parlementen van de landen van de westelijke Balkan.

(1) PB C 157 E van 6.7.2006, blz. 468.

Laatst bijgewerkt op: 13 oktober 2009Juridische mededeling