Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2002(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0038/2009

Ingediende teksten :

A7-0038/2009

Debatten :

PV 20/10/2009 - 12
CRE 20/10/2009 - 12

Stemmingen :

PV 22/10/2009 - 8.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0051

Aangenomen teksten
PDF 158kDOC 74k
Donderdag 22 oktober 2009 - Straatsburg Definitieve uitgave
Ontwerp van algemene begroting 2010 (afdeling III)
P7_TA(2009)0051A7-0038/2009
Resolutie
 Bijlage
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2009 over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, Afdeling III – Commissie (C7-0127/2009 – 2009/2002(BUD)) en over de nota van wijzingen nr. 1/2010 (SEC(2009)1133) bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010

Het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 272 van het EG-Verdrag en artikel 177 van het Euratom-Verdrag,

–   gezien Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen(1) ,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (Financieel Reglement)(2) ,

–   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(3) ,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 maart 2009 over de jaarlijkse beleidsstrategie van de Commissie voor de begrotingsprocedure 2010(4) ,

–   gezien het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, ingediend door de Commissie op 29 april 2009 (COM(2009)0300),

–   gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, opgesteld door de Raad op 10 juli 2009 (C7-0127/2009),

–   gezien de nota van wijzigingen nr. 1/2010 (SEC(2009)1133) bij het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010,

–   gelet op artikel 75 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Begrotingscommissie en de adviezen van de overige betrokken commissies (A7-0038/2009),

Belangrijkste punten

1.   herinnert eraan dat het zijn politieke prioriteiten en zijn evaluatie van het begrotingskader voor 2010 heeft uiteengezet in zijn resolutie van 10 maart 2009, waarin het Parlement zich zeer kritisch uitliet over de geringe beschikbare marges in de meeste rubrieken van het meerjarig financieel kader (MFK);

2.   betreurt het feit dat de Raad in zijn ontwerpbegroting verder heeft gesnoeid in het voorontwerp van begroting (VOB) van de Commissie: in de ontwerpbegroting is in totaal 137 944 miljoen EUR aan vastleggingskredieten uitgetrokken, 613 miljoen EUR minder dan in het VOB, en 120 521 miljoen EUR aan betalingskredieten, 1 795 miljoen EUR minder dan in het VOB; wijst erop dat het verschil tussen vastleggingen en betalingen hierdoor nog verder toeneemt, hetgeen strijdig is met het beginsel van goed financieel beheer;

3.   herinnert eraan dat de hoofddoelstelling van de begroting 2010 erin moet bestaan bijzondere aandacht te geven aan de recente economische crisis; wijst erop dat het Parlement in deze context de Europese burger voorop wil stellen en wil bewijzen dat de Europese Unie niet de oorzaak van het probleem is, maar wel een oplossing kan helpen vinden; heeft daarom de ontwerpbegroting van de Raad dienovereenkomstig gewijzigd om de EU-begroting te gebruiken als instrument om de huidige crisis te boven te komen door impulsen te geven aan de economische groei, het concurrentievermogen, de cohesie en de bescherming van de werkgelegenheid;

4.   bevestigt, na de ontwerpbegroting te hebben onderzocht, opnieuw dat subrubriek 1a geen adequate financiering van de behoeften van de EU inzake "Concurrentievermogen ter bevordering van groei en werkgelegenheid" mogelijk maakt en een tekort vertoont, met name met het oog op de bestrijding van de huidige economische crisis en het beperken van de mogelijke gevolgen daarvan; is van mening dat deze subrubriek grondig moet worden onderzocht en zo nodig moet worden herzien zodat de doelstellingen ervan de komende jaren kunnen worden verwezenlijkt;

5.   herinnert aan de als bijlage bij deze resolutie gevoegde gezamenlijke verklaring waarover het Parlement en de Raad tijdens het overleg in eerste lezing over de begroting 2010 op 10 juli 2009 overeenstemming hebben bereikt; heeft daarmee rekening gehouden bij de opstelling van zijn amendementen op de ontwerpbegroting;

Europees herstelplan

6.   benadrukt dat de financiering van de tweede fase van het Europees economisch herstelplan een prioriteit is voor het Parlement; is van plan de instrumenten waarin het IIA voorziet, te gebruiken om deze financiering te garanderen; herinnert er in dit verband aan dat de Europese Raad er in zijn ontwerpbegroting niet in geslaagd is zijn plannen te presenteren; herinnert eraan dat de financieringsovereenkomst de financiële toewijzingen voor de volgens de medebeslissingsprocedure vastgestelde programma's en voor de jaarlijkse begrotingsprocedure niet op de helling mag zetten, zoals is vermeld in de door de begrotingsautoriteit overeengekomen verklaring van 2 april 2009 over de financiering van het Europees economisch herstelplan; herinnert ook aan zijn standpunt over de beginselen en de zorgvuldigheid die in acht moeten worden genomen wanneer de beschikbare marges in een bepaalde rubriek worden gebruikt;

Subrubriek 1a

7.   is verbaasd over de extra bezuinigingen van de Raad in lijnen ter ondersteuning van de Lissabon-strategie, die op een besluit van de Europese Raad gebaseerd is; wijst erop dat dit haaks staat op wat er had moeten worden gedaan om de huidige economische crisis te bestrijden;

8.   verbindt zich ertoe alles in het werk te stellen om adequate financiële middelen te garanderen voor alle activiteiten en beleidsmaatregelen in het kader van subrubriek 1a die duurzame groei en werkgelegenheid stimuleren en de Europese burgers oplossingen bieden, namelijk door het vergroten van de energiezekerheid, meer steun voor onderzoek en innovatie en met name schone energietechnologie, de bevordering van het midden- en kleinbedrijf en het ondersteunen van levenslang leren; pleit voor uitbreiding en verdere ontwikkeling van het Erasmus programma, om de schepping van instapbanen voor jongeren te bevorderen; herinnert eraan dat het belangrijk is de uitvoering van kaderprogramma's te optimaliseren en verzoekt de Commissie rekening te houden met het standpunt dat het Parlement heeft vastgesteld in het kader van de kwijtingsprocedure 2007 voor de Commissie(5) , met name paragrafen 113 tot en met 123, in verband met deze uitvoeringsproblemen;

9.   herinnert aan de herziene voorschriften in Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(6) ten behoeve van werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, om hen te begeleiden bij hun herintrede op de arbeidsmarkt; herinnert eraan dat de hierboven bedoelde herziening tot doel had de toepassing van het fonds te verruimen om met de effecten van de huidige economische crisis rekening te houden; benadrukt dat dit fonds bij de tussentijdse herziening grondig moet worden doorgelicht;

Subrubriek 1b

10.   betreurt dat de Raad op het VOB besnoeit net nu de structuurfondsen en het Cohesiefonds zouden moeten worden gebruikt om economische groei en herstel te bevorderen; stelt voor om de betalingen voor de voornaamste lijnen (EFRO, ESF en Cohesiefonds) systematisch te verhogen teneinde de tenuitvoerlegging van het structuurbeleid te bevorderen, wat alle Europese burgers ten goede zal komen;

11.   wijst erop dat de huidige gebrekkige tenuitvoerlegging van het structuurbeleid en het cohesiebeleid voornamelijk te wijten is aan de geringe flexibiliteit in het stelsel van ingewikkelde regels en vereisten die door de Commissie en de lidstaten worden opgelegd;

12.   dringt erop aan dat de lidstaten alle bestaande instrumenten gebruiken om hun operationele programma's te versnellen of zelfs te herzien, teneinde op doeltreffender wijze het hoofd te bieden aan de gevolgen van de recente economische en financiële crisis; verzoekt de Commissie deze wijzigingen op zo kort mogelijke termijn goed te keuren om de uitvoering ervan niet te vertragen;

13.   dringt er bij de Raad op aan overeenstemming te bereiken over het voorstel tot wijziging van de algemene bepalingen inzake het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds dat de Commissie in juli 2009 heeft ingediend om de bepalingen betreffende het financieel beheer te vereenvoudigen;

14.   onderstreept dat uit deze subrubriek talloze belangrijke beleidsmaatregelen en activiteiten ter bestrijding van de klimaatverandering en ter ondersteuning van groei en werkgelegenheid worden gefinancierd en dat er meer moet worden gedaan om de inspanningen te concentreren op het effectief aanpakken van die prioriteiten;

15.   wijst nogmaals op het belang dat het hecht aan het solidariteitsbeginsel binnen de Unie; is van plan alles in het werk te stellen om meer toereikende financiële middelen voor het cohesiebeleid te garanderen, zodat de huidige en toekomstige uitdagingen het hoofd kan worden geboden; acht daarom een herziening van de N+2- en N+3-regel des te meer noodzakelijk, ten einde een integrale uitvoering van de structuurfondsen en het Cohesiefonds te kunnen waarborgen;

Rubriek 2

16.   is van oordeel dat de EU-begroting in haar huidige opzet niet doelmatig en realistisch de doelen kan aanpakken die de Unie zich heeft gesteld op het gebied van klimaatverandering; is van mening dat de Europese burger behoefte heeft aan een tastbaar Europees initiatief om de klimaatverandering te bestrijden, de gevolgen ervan het hoofd te bieden en de nodige beleidsmaatregelen te financieren;

17.   herinnert er met het oog op de conferentie van Kopenhagen in december 2009 aan dat de bestrijding van de klimaatverandering een van zijn topprioriteiten voor de begroting 2010 blijft; is echter van oordeel dat deze prioriteit onvoldoende aan bod komt in de ontwerpbegroting en wil daarom meer nadruk leggen op dit belangrijke beleidsgebied; herinnert de Commissie eraan na de klimaatconferentie tijdig een redelijk financieringsvoorstel in te dienen;

18.   benadrukt de prioriteit die zijn bevoegde commissie geeft aan steun voor de melkproducenten; besluit een duidelijke boodschap aan de Commissie en de Raad te richten door een bedrag van 300 miljoen EUR voor te stellen voor de oprichting van een Zuivelfonds; vraagt de Commissie met aandrang om met dit verzoek rekening te houden wanneer zij nota van wijzigingen nr. 2 indient;

19.   beslist de maatregelen voor breedbandinternet in plattelandsgebieden in het kader van het Europees economisch herstelplan te financieren uit de marge van rubriek 2, overeenkomstig de door de begrotingsautoriteit overeengekomen verklaring van 2 april 2009 over de financiering van het herstelplan;

20.   benadrukt dat programma's ter bevordering van de consumptie van landbouwproducten, zoals de schoolmelk- en schoolfruitregeling, meer financiële middelen moeten krijgen;

Subrubriek 3a

21.   onderkent dat de Europese burgers een veilig Europa willen en juicht de verhogingen in deze subrubriek ten opzichte van de begroting 2009 toe; onderkent dat alle landen van de Unie met betrekking tot de beleidsmaatregelen in deze subrubriek met tal van uitdagingen worden geconfronteerd; dringt er bij de lidstaten op aan de verhoging van de kredieten in deze subrubriek ten opzichte van de begroting 2009 te benutten om deze uitdagingen samen aan te pakken;

22.   benadrukt hoe belangrijk het is om via de EU-begroting voldoende middelen beschikbaar te stellen om legale immigratie in goede banen te leiden, ingezetenen van derde landen te integreren en tegelijk illegale immigratie tegen te gaan, met volledige inachtneming van de fundamentele mensenrechten, en de grenzen beter te beschermen, met inbegrip van de versterking van het Europees Terugkeerfonds en het Europees Vluchtelingenfonds om solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen;

Subrubriek 3b

23.   wijst erop dat subrubriek 3b belangrijke beleidslijnen omvat die een rechtstreeks effect hebben op het dagelijks leven van de Europese burgers; is het oneens met de bezuinigingen van de Raad in deze subrubriek en onderschrijft de benadering van de gespecialiseerde commissies, die garandeert dat de verhoging van de kredieten gerechtvaardigd is;

24.   herinnert eraan dat uit de lage opkomst bij de Europese verkiezingen nogmaals is gebleken dat het voorlichtings- en communicatiebeleid in de begroting 2010 moet worden verbeterd; erkent dat dit een gemeenschappelijke uitdaging vormt voor de Commissie, de lidstaten en het Parlement, als noodzakelijk onderdeel van het democratische proces; heeft daarom amendementen ingediend om een deel van de kredieten die voor voorlichtings- en communicatiebeleid zijn uitgetrokken, in de reserve op te nemen; verzoekt de Commissie het Parlement haar plannen voor de tenuitvoerlegging van de conclusies van de Interinstitutionele Groep voor voorlichting (IGV) te presenteren;

Rubriek 4

25.   steunt de nota van wijzigingen nr. 1 op het VOB 2010 die de Commissie op 2 september 2009 heeft vastgesteld en die voorziet in een verhoging van twee lijnen: Palestina en de klimaatverandering in ontwikkelingslanden, twee prioriteiten van het Parlement;

26.   heeft besloten de begrotingslijn "klimaatverandering in ontwikkelingslanden" te verhogen in afwachting van de resultaten van de klimaatconferentie van Kopenhagen; benadrukt echter dat er een nieuw financieel instrument nodig is om de ontwikkelingslanden te helpen de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden, zodat het instrument voor ontwikkelingssamenwerking in de toekomst kan worden gebruikt voor de taken waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was;

27.   herhaalt dat het zeer bezorgd is over de gevaarlijk kleine speelruimte die resulteert uit de chronische onderfinanciering van een rubriek die voortdurend onder druk staat ten gevolge van crises in derde landen;

28.   verzoekt de Commissie een plan in te dienen om de financiële middelen die van het Stabiliteitsinstrument naar de Voedselfaciliteit zijn overgeheveld, in de loop van de periode 2010-2013 opnieuw op te nemen, zodat de Unie in rubriek 4 van de begroting over alle nodige financiële middelen beschikt om haar rol als mondiale partner te vervullen zoals de burgers van Europa verwachten; verzoekt de Commissie in dit verband een plan in te dienen om financiële middelen uit te trekken voor eventuele faciliteiten of mechanismen voor buitenlandse noodhulp die buiten het Stabiliteitsinstrument worden opgezet, zodat niet hoeft te worden geput uit de middelen die voor het Stabiliteitsinstrument zijn uitgetrokken;

29.   dringt er bij de Europese Raad op aan geen verregaande politieke toezeggingen inzake grotere financiële steun van de EU te doen zonder tegelijkertijd de nodige begrotingskredieten uit te trekken wanneer er een duidelijke tegenspraak is met de middelen die beschikbaar zijn in het kader van de jaarlijkse maxima van het huidige MFK;

30.   beschouwt het garanderen van de energievoorziening als een belangrijke kwestie voor de Unie; is daarom verheugd over de ondertekening van het Nabucco-project door alle deelnemende landen, en verwacht dat zij alle een consequente houding aannemen wanneer zij andere projecten behandelen die Nabucco op de helling zouden kunnen zetten;

31.   blijft rekenen op steun voor het vredesproces in Palestina en de wederopbouw in de Gazastrook; verzoekt de Commissie mee te delen welke maatregelen zij heeft getroffen om het risico dat uit deze begrotingslijn gefinancierde projecten en programma's worden misbruikt om terroristische organisaties, terroristische aanslagen of een inefficiënte bureaucratie te financieren, tot een minimum te beperken, en aan te geven of een deel van de steun bestemd is voor de wederopbouw van gebouwen of infrastructuur die eerder door de Unie of de lidstaten zijn gefinancierd en door militaire acties zijn vernield;

32.   benadrukt dat er voldoende middelen voor de EU-strategie voor het Oostzeegebied moeten worden uitgetrokken om acties te financieren die niet uit andere begrotingslijnen kunnen worden gefinancierd (coördinatie, voorlichting en proefprojecten in een van de vier onderdelen van het actieplan);

Rubriek 5

33.   heeft besloten een aantal van de bezuinigingen van de Raad in de administratieve uitgaven te aanvaarden op basis van een selectieve aanpak waarbij een evenwicht wordt beoogd tussen de algemene begrotingsprioriteiten, met inbegrip van nieuwe prioriteiten, en de noodzaak om de bestaande beleidsmaatregelen uit te voeren;

34.   heeft de kredieten voor personeelsuitgaven evenwel opnieuw opgenomen; wijst erop dat het totale bedrag van alle soorten administratieve uitgaven die buiten rubriek 5 worden gefinancierd, de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen; vraagt dat voorstellen van de Commissie om administratieve uitgaven naar de operationele rubrieken over te schrijven, in de toekomst naar behoren worden gemotiveerd; erkent dat operationele programma's niet kunnen functioneren zonder de nodige administratieve ondersteuning; is echter zeer bezorgd dat in het huidige MFK een deel van het totale bedrag voor meerjarenprogramma's in andere rubrieken dan rubriek 5 wordt gebruikt voor administratieve uitgaven;

35.   is bezorgd over de huidige aanbesteding voor een nieuwe Europese wijk; herhaalt dat het volledig op de hoogte wil worden gehouden over het selectieproces en dat de Commissie nadere informatie moet geven over haar vastgoedbeleid in het algemeen;

36.   verzoekt de Commissie een tijdschema te presenteren voor de voorstellen voor de driejaarlijkse herziening van het Financieel Reglement;

Proefprojecten en voorbereidende acties

37.   herinnert eraan dat het IIA per begrotingsjaar een totaalbedrag van 40 miljoen EUR voor proefprojecten en een totaalbedrag van 100 miljoen EUR voor voorbereidende acties toestaat, waarvan 50 miljoen EUR kan worden toegewezen aan nieuwe voorbereidende acties;

38.   beschouwt deze projecten als een onontbeerlijk instrument waarmee het Parlement de aanzet kan geven tot nieuwe beleidsmaatregelen voor de Europese burgers; stelt vast dat de Commissie voor alle proefprojecten en voorbereidende acties, op vier na, alleen betalingskredieten heeft toegewezen, wat het Parlement in de gelegenheid heeft gesteld nauwkeurig te onderzoeken of er wel of geen follow-up nodig was en of er wel of geen nieuwe vastleggingskredieten moesten worden goedgekeurd; heeft bovendien een aantal interessante nieuwe voorstellen onderzocht, waarvan slechts een aantal in de begroting 2010 kan worden opgenomen vanwege de beperkingen die door het IIA en de maxima van het MFK worden opgelegd;

39.   heeft prioriteit gegeven aan de uitvoering van proefprojecten en voorbereidende acties die zich in hun tweede of derde jaar bevinden; is van plan gedurende het begrotingsjaar 2010 nauwlettend toe te zien op de uitvoering van de lopende alsook de nieuw opgezette projecten en acties;

o
o   o

40.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, samen met de amendementen en wijzigingsvoorstellen op Afdeling III van het ontwerp van algemene begroting, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie alsmede aan de overige betrokken instellingen en organen.

(1) PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
(4) Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0095.
(5) PB L 255 van 26.9.2009, blz. 36.
(6) PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26.


BIJLAGE 1

VERKLARINGEN WAAROVER OP HET OVERLEG VAN 10 JULI 2009 OVEREENKOMST IS BEREIKT

GEZAMENLIJKE VERKLARING OP TE NEMEN IN DE RAADSNOTULEN

Personeelswerving in verband met de uitbreidingen van 2004 en 2007

"Het Europees Parlement en de Raad benadrukken nogmaals het belang van een volledige aanwerving voor alle ambten in verband met de uitbreidingen van 2004 en 2007, met name voor het middenkader en het hogere kader, en dringen er bij de instellingen en vooral het EPSO op aan alles in het werk te stellen om het gehele proces voor de bezetting van door de begrotingsautoriteit toegekende ambten te bespoedigen. Daarbij moeten de in artikel 27 van het ambtenarenstatuut vastgestelde criteria worden gehanteerd en moet ernaar worden gestreefd zo spoedig mogelijk tot een zo breed mogelijke geografisch evenredige basis te komen.

Het Europees Parlement en de Raad zijn voornemens het lopende aanwervingsproces op de voet te blijven volgen. Daartoe verzoeken zij elke instelling en het EPSO de begrotingsautoriteit tweemaal per jaar, te weten in maart en oktober, informatie te verstrekken over de stand van de aanwervingen in verband met de uitbreidingen in 2004 en 2007."

UNILATERALE VERKLARINGEN VAN DE RAAD OP TE NEMEN IN DE RAADSNOTULEN

1.  Betalingskredieten

"De Raad verzoekt de Commissie een gewijzigde begroting in te dienen indien zou blijken dat de kredieten in de begroting 2010 niet volstaan om de uitgaven onder de subrubrieken 1a (Concurrentiekracht ter bevordering van groei en werkgelegenheid) en 1b (Cohesie voor groei en werkgelegenheid) en de rubrieken 2 (Instandhouding en beheer van natuurlijke hulpbronnen) en 4 (De EU als mondiale partner) te dekken."

2.   Rubriek 4

"De Raad, akte nemend van het voornemen van de Commissie om een nota van wijzigingen op het VOB 2010 in te dienen waarin de bijkomende behoeften op het gebied van het externe optreden, meer bepaald de in de vorige nota's van wijzigingen behandelde en de in de conclusies van de Europese Raad van juni 2009 genoemde prioriteiten, in een latere fase worden bestreken, heeft zijn ontwerpbegroting voor 2010 opgesteld met een passende marge onder rubriek 4, zodat met deze nota van wijzigingen rekening kan worden gehouden."

3.   Vastgoedbeleid van de instellingen en organen van de EU

"De Raad wijst nogmaals op zijn conclusies betreffende speciaal verslag nr. 2/2007 van de Rekenkamer over de uitgaven van de instellingen voor gebouwen en is van oordeel dat, aangezien uitgaven voor gebouwen een belangrijk aandeel van de totale administratieve uitgaven van de EU-instellingen vertegenwoordigen, een gezond financieel beheer van de uitgaven voor gebouwen van cruciaal belang is.

De Raad wijst nogmaals op het belang van intensieve interinstitutionele samenwerking op dat gebied. Hij beklemtoont dat de instellingen zo veel mogelijk moeten samenwerken en hun krachten moeten bundelen, zowel voor het huren of kopen van gebouwen als voor de gewone uitgaven. Hij verzoekt de instellingen indien passend faciliteiten te delen om de vastgoedkosten tot het noodzakelijke minimum te beperken.

In dat verband verwelkomt de Raad de reeds door de instellingen geleverde inspanningen voor interinstitutionele samenwerking en harmonisering van de methodes van vastgoedbeheer. Hij constateert met tevredenheid dat er onlangs in de interinstitutionele werkgroepen in Brussel en Luxemburg overeenstemming is bereikt over gemeenschappelijke richtsnoeren voor het bepalen en het meten van kantoorruimte. De Raad verzoekt de instellingen het potentieel te onderzoeken van verdere interinstitutionele samenwerking, onder meer wat betreft het delen van gebouwen, het gezamenlijk beheer van gebouwen en de eventuele mogelijkheid een interinstitutionele gebouwendienst op te richten.

De Raad roept de instellingen op vastgoedstrategieen op lange termijn uit te werken, gebaseerd op realistische ramingen van de toekomstige aantallen personeelsleden en met de nodige flexibiliteit in het evenwicht tussen eigen en gehuurde gebouwen, teneinde ad-hocbeslissingen betreffende gebouwen zoveel mogelijk te vermijden. Hij verzoekt de instellingen ook de beschikbare ruimte op de meest efficiente manier te gebruiken en waar mogelijk intern te rationaliseren. De Raad verwelkomt de reeds door de instellingen verrichte werkzaamheden op het gebied van alternatieve financieringsmethoden en ziet uit naar het aangekondigde rapport van de Commissie.

De Raad hecht groot belang aan het zo spoedig mogelijk ontvangen van de informatie die op grond van de toepasselijke bepalingen van het Financieel Reglement vereist is. Deze informatie moet bestaan uit onder meer grondige evaluaties van de behoeften en alomvattende kosten-batenanalyses, de diverse alternatieven, een afweging van de keuze tussen huren of kopen, alsook de alternatieve financieringsmogelijkheden, rekening houdend met alle financieringskosten. Ruim voordat de beslissing moet worden genomen, moet deze informatie ter beschikking worden gesteld van de beide takken van de begrotingsautoriteit, zodat deze hun standpunt zonder tijdsdruk kunnen bepalen.

Voorts herhaalt hij zijn oproep tot de secretarissen-generaal van de instellingen om voor de indiening van het voorontwerp van begroting informatie te verstrekken. De Raad is zich weliswaar bewust van de specifieke kenmerken van elke instelling en de bijzondere kenmerken van elk project, maar vraagt de instellingen voort te gaan met het harmoniseren van deze informatie aan de hand van gemeenschappelijke definities en indicatoren, die vergelijkingen van de beschikbare kantoorruimte en de kosten voor gebouwen tussen de verschillende instellingen mogelijk moeten maken, waaronder ook een consensus over de berekeningsmethode voor de jaarlijkse kosten van de eigen gebouwen, over de volledige gebruiksperiode beschouwd.

De Raad moedigt de instellingen aan door te gaan met het verbeteren van de energie-efficientie en het nemen van milieuvriendelijke maatregelen in hun gebouwen, waaronder de certificering volgens de milieunormen, telkens wanneer zulks passend en haalbaar is met de beschikbare middelen.

De Raad neemt nota van de uitstekende samenwerking tussen de instellingen en de overheidsadministraties van hun gaststaten, die een aanzienlijke bijdrage leveren tot het deugdelijk beheer van vastgoeddossiers.

De Raad herhaalt dat zijn opmerkingen evenzeer gelden voor de specifieke situatie van de uitvoerende agentschappen, en indien van toepassing, voor de gedecentraliseerde agentschappen."

UNILATERALE VERKLARING VAN DUITSLAND OP TE NEMEN IN DE RAADSNOTULEN

"Met betrekking tot de goedkeuring van het standpunt van de Raad over de ontwerpbegroting voor 2010 en gelet op de procedure voor het Gerecht van eerste aanleg, verklaart Duitsland dat het programma "Voedselhulp voor de meest behoeftigen in de Europese Unie" overeenkomstig het Gemeenschapsrecht moet worden uitgevoerd. Duitsland is van oordeel dat voor dit programma geen beroep mag worden gedaan op aankopen op de markt. Het programma moet worden uitgevoerd in het licht van de procedure voor het Gerecht van eerste aanleg."


BIJLAGE 2

Verklaringen van het Europees Parlement afgelegd tijdens de Bemiddeling over eerste lezing van de begrotingsprocedure 2010

Uitvoering van de begroting voor 2009 (Waarschuwingssysteem voor begrotingsramingen)

Het Europees Parlement is bezorgd over de stand van de uitvoering van de begroting voor 2009 als beschreven in het meest recente bericht van het waarschuwingssysteem voor begrotingsramingen, met name de vastleggingskredieten in de subrieken 3a en 3b en de betalingskredieten in de subrubrieken 1a, 3a, 3b en rubriek 5. Het Parlement benadrukt dat tewerk gegaan moet worden volgens het in het VOB vervatte tijdschema voor de uitvoering.

Het Europees Parlement vraagt de Commissie uiterlijk 31 augustus 2009 een verslag in te dienen waarin meer in detail wordt aangegeven wat de redenen (structuur, organisatie, beheer, procedure) zijn voor de vertragingen in de uitvoering van de betrokken programma's of beleidsgebieden.

Het Europees Parlement verzoekt de Commissie tevens bewijsstukken te overleggen voor elk programma of beleidsgebied waarvoor de uitvoering afwijkt van de besluiten die de begrotingsautoriteit voor de begroting van 2009 genomen heeft.

Vereenvoudiging en een meer gericht gebruik van de structuurfondsen in de context van de economische crisis

Het Europees Parlement herinnert aan de gezamenlijke verklaringen van de drie instellingen over de uitvoering van het cohesiebeleid van november 2008 en april 2009 en onderstreept dat gestreefd moet blijven worden naar een snellere uitvoering van de structuur- en cohesiefondsen. Het is van oordeel dat onvoldoende vooruitgang is geboekt met de vereenvoudiging van de beoordelings-, goedkeuringsen beheersprocedures, zoals blijkt uit het geringe aantal goedgekeurde beheers- en controlesystemen en grote projecten. Het Parlement verzoekt de Commissie zich te blijven inzetten voor een vereenvoudiging van de uitvoeringsprocedures, in nauwe samenwerking met de lidstaten, en met name de goedkeuring van beheers- en controlesystemen en van grote projecten te bespoedigen, zodat sneller tot betaling kan worden overgegaan, met inachtneming van de <+2-regel.

Het Europees Parlement is van mening dat alle mogelijkheden die de structuurfondsen bieden, zoals het aanpassen en herzien van de operationele programma's, benut kunnen worden voor meer gerichte maatregelen die helpen de gevolgen van de economische crisis te boven te komen, vooral de maatregelen ter ondersteuning van groei en concurrentievermogen en ter beperking van verlies van banen, en verzoekt de lidstaten deze mogelijkheid aan te grijpen. Het Parlement roept de Commissie op te stimuleren dat gebruik wordt gemaakt van alle maatregelen die in de structuurfondsenverordeningen zijn opgenomen om groei en werkgelegenheid te ondersteunen, en dit met snelle, efficiënte procedures mogelijk te maken. Bovendien wijst het Europees Parlement op het belang van een volledige, efficiënte benutting van de beschikbare middelen.

Betalingskredieten

Het Europees Parlement verzoekt de Commissie zo nodig een gewijzigde begroting in te dienen indien zou blijken dat de kredieten in de begroting 2010 niet volstaan om de uitgaven onder een bepaalde rubriek te dekken.

Rubriek 4

Het Europees Parlement, neemt akte van het voornemen van de Commissie om een nota van wijzigingen op het VOB 2010 in te dienen waarin de bijkomende behoeften op het gebied van het externe optreden, meer bepaald de in de vorige nota's van wijzigingen behandelde en de in de conclusies van de Europese Raad van juni 2009 genoemde prioriteiten, in een latere fase worden bestreken. "Het Europees Parlement memoreert dat de Commissie tijdens de overlegprocedure betreffende de begroting op 21 november 2008 heeft toegezegd een evaluatie van de situatie met betrekking tot rubriek 4 in te dienen, indien nodig vergezeld van relevante voorstellen. Het Europees Parlement verwacht dat de Commissie een meerjarige evaluatie van de behoeften op dit gebied bij de nota van wijzigingen zal voegen.

Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2010Juridische mededeling