Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2735(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B7-0100/2009

Debatten :

PV 22/10/2009 - 12.3
CRE 22/10/2009 - 12.3

Stemmingen :

PV 22/10/2009 - 13.3
CRE 22/10/2009 - 13.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0061

Aangenomen teksten
PDF 74kDOC 38k
Donderdag 22 oktober 2009 - Straatsburg Definitieve uitgave
Sri Lanka
P7_TA(2009)0061B7-0100, 0101, 0105,0113, 0116 en 0127/2009

Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2009 over Sri Lanka

Het Europees Parlement ,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties van 18 mei 2000(1) , 14 maart 2002(2) en 20 november 2003(3) over Sri Lanka, zijn resoluties van 13 januari 2005(4) over de recente tsunamiramp in de Indische Oceaan, van 18 mei 2006(5) over de situatie in Sri Lanka en van 5 februari 2009(6) over Sri Lanka,

–   gezien de open brieven van de commissaris voor buitenlandse betrekkingen van 16 juni 2009 en 21 september 2009 over de situatie in Sri Lanka,

–   gezien de conclusies van de Raad van 18 mei 2009 over Sri Lanka,

–   gelet op artikel 122 van zijn Reglement,

A.   overwegende dat de controle over alle gebieden in het noorden van Sri Lanka die voorheen in handen waren van de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE ) weer is overgenomen,

B.   overwegende dat bij het 25 jaar durende conflict dat in 2009 eindigde na de overwinning op de LTTE, meer dan 90 000 doden zijn gevallen,

C.   overwegende dat na het einde van het conflict meer dan 250 000 Tamil-burgers met het oog op screening en hervestiging in kampen worden vastgehouden, waar er sprake is van ernstige problemen als overbevolking, een gebrek aan schoon water, aan sanitaire en medische voorzieningen, en aan bewegingsvrijheid,

D.   overwegende dat de regering van Sri Lanka humanitaire hulp- en mensenrechtenorganisaties een behoorlijke toegang tot de kampen ontzegt,

E.   overwegende dat de internationale gemeenschap humanitaire hulp moet blijven verlenen, inclusief getraind personeel,

F.   overwegende dat de regering van Sri Lanka de zorgen en belangen van de Tamil-burgers op een genereuze en proactieve manier moet aanpakken en het dertiende amendement op de Srilankaanse grondwet, alsmede verdere belangrijke decentralisatiemaatregelen snel en volledig ten uitvoer moet leggen, zodat de Tamils de overwinning op de LTTE ook als bevrijding zien,

G.   overwegende dat de mensenrechtensituatie zich zonder de betrokkenheid van permanente internationale waarnemers, in het bijzonder van organisaties als het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC), waarschijnlijk niet zal verbeteren,

H.   overwegende dat talloze journalisten die zich bezighouden met de berichtgeving over de periode van het conflict en de periode daarna te maken hebben gekregen met geweld en intimidatie,

I.   overwegende dat het economisch herstel van Sri Lanka voor een groot deel afhankelijk is van directe buitenlandse investeringen en van de voortzetting van steun door de EU,

J.   overwegende dat grote delen van de voormalige conflictgebieden nog vervuild zijn door antipersoonsmijnen en andere explosieve overblijfselen van oorlogshandelingen,

1.   betreurt ten zeerste dat er nog steeds meer dan 250 000 mensen in kampen worden vastgehouden en verzoekt de regering van Sri Lanka alle benodigde stappen te nemen om ervoor te zorgen dat deze mensen op korte termijn naar hun woonplaatsen kunnen terugkeren, alsmede dringend te zorgen voor humanitaire hulp, overeenkomstig de verplichting van de regering om alle onder zijn jurisdictie vallende personen bescherming te bieden; benadrukt dat het ICRC en de gespecialiseerde organen van de VN bij dit proces een centrale rol moet krijgen;

2.   doet een beroep op de autoriteiten van Sri Lanka om humanitaire hulporganisaties vrije toegang tot de kampen te verlenen om de mensen in de kampen de benodigde humanitaire hulp te bieden, met name met het oog op het komende regenseizoen in het noorden van het land;

3.   doet een beroep op de internationale gemeenschap het humanitaire beschermheerschap voort te zetten om een bijdrage te leveren aan blijvende vrede en verzoekt de internationale donoren steunverlening ten bate van de kampen te koppelen aan de voorwaarde dat toezeggingen met betrekking tot herhuisvesting worden nagekomen en tevens een tijdgebonden programma op te zetten met betrekking tot de steun aan de kampen;

4.   verzoekt de leiders van de Tamils zich in te zetten voor een politieke regeling en terrorisme en geweld voor eens en altijd af te zweren;

5.   beklemtoont dat op de regering van Sri Lanka de verplichting rust bij gerechtelijke procedures tegen leden van de LTTE de internationale normen voor de mensenrechten in acht te nemen;

6.   erkent de ontwikkeling door Sri Lanka van een nationaal actieplan ter bevordering en bescherming van de mensenrechten;

7.   doet een beroep op de regering van Sri Lanka om plannen op te zetten voor verzoening en regionale decentralisatie, overeenkomstig de grondwet van het land;

8.   dringt er bij de regering van Sri Lanka op aan een einde te maken aan de onderdrukking van de media op grond van de wetgeving tegen terrorisme en de persvrijheid weer te garanderen, en verzoekt de regering, nu er een einde is gekomen aan het conflict, de antiterrorismewetgeving te herzien en te waarborgen dat vermeende schendingen van de persvrijheid volledig en op een open en transparante wijze worden onderzocht;

9.   dringt er bij de regering van Sri Lanka op aan meer en uitvoeriger aandacht te besteden aan het ruimen van landmijnen, die een ernstig obstakel vormen voor wederopbouw en economisch herstel; dringt er in dit verband bij de regering van Sri Lanka op aan de zeer positieve stap te zetten van toetreding tot het Verdrag van Ottawa (het verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens), en verzoekt de Commissie met name om extra steun te verlenen met het oog op dringende acties inzake de opruiming van mijnen in Sri Lanka;

10.   spreekt zijn waardering uit over de totstandbrenging van de wet inzake de steun aan en bescherming van slachtoffers en getuigen, momenteel in tweede lezing bij het parlement van Sri Lanka;

11.   neemt kennis van het houden van de plaatselijke verkiezingen in noord Sri Lanka;

12.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de secretaris-generaal van het Britse Gemenebest, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, Human Rights Watch, de internationale campagne voor het verbieden van landmijnen, de regering van Sri Lanka en alle andere lidstaten van de Zuid-Aziatische Associatie voor regionale samenwerking.

(1) PB C 59 van 23.2.2001, blz. 278.
(2) PB C 47 E van 27.2.2003, blz. 613.
(3) PB C 87 E van 7.4.2004, blz. 527.
(4) PB C 247 E van 6.10.2005, blz. 147.
(5) PB C 297 E van 7.12.2006, blz. 384.
(6) Aangenomen teksten, P6_TA(2009)0054.

Laatst bijgewerkt op: 1 oktober 2010Juridische mededeling