Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2208(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0107/2010

Ingediende teksten :

A7-0107/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 05/05/2010 - 13.3

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0093

Aangenomen teksten
DOC 32k
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Definitieve uitgave
Verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Miloslav Ransdorf
P7_TA(2010)0093A7-0107/2010

Besluit van het Europees Parlement van 5 mei 2010 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Miloslav Ransdorf (2009/2208(IMM))

Het Europees Parlement ,

–   gezien het aan het Parlement voorgelegde verzoek om opheffing van de immuniteit van Miloslav Ransdorf, dat op 16 september 2009 werd ingediend door de bevoegde autoriteit van de Tsjechische Republiek, en van de ontvangst waarvan op 23 november 2009 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,

–   na Miloslav Ransdorf te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 7, lid 3, van zijn Reglement,

–   gelet op artikel 9 van het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen en op artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–   gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 12 mei 1964 en 10 juli 1986(1) ,

–   gelet op artikel 6, lid 2, en artikel 7 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0107/2010),

A.   overwegende dat Miloslav Ransdorf lid is van het Europees Parlement,

B.   overwegende dat overeenkomstig artikel 9 van het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, de leden van het Europees Parlement, tijdens de zittingsduur hiervan, op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend; overwegende dat deze immuniteit niet kan worden ingeroepen in geval van ontdekking op heterdaad; en overwegende dat een en ander niet kan afdoen aan het recht van het Europees Parlement om de immuniteit van een van zijn leden op te heffen,

C.   overwegende dat overeenkomstig artikel 27, lid 4, van de Tsjechische grondwet geen kamerlid of senator strafrechtelijk kan worden vervolgd zonder de toestemming van de vergadering waarvan hij of zij lid is en, als de vergadering in kwestie weigert haar toestemming te verlenen, strafrechtelijke vervolging definitief is uitgesloten,

1.   besluit de immuniteit van Miloslav Ransdorf op te heffen;

2.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de Tsjechische Republiek.

(1) Zie Jurisprudentie van het Hof 1964, blz. 407, zaak 101/63 (Wagner/Fohrmann en Krier) en Jur. 1986, blz. 2403, zaak 149/85 (Wybot/Faure).

Laatst bijgewerkt op: 11 februari 2011Juridische mededeling