Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2071(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0079/2010

Ingediende teksten :

A7-0079/2010

Debatten :

PV 21/04/2010 - 3
CRE 21/04/2010 - 3

Stemmingen :

PV 05/05/2010 - 13.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0094

Aangenomen teksten
PDF 93kDOC 44k
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2008: algemene begroting EU, Hof van Justitie
P7_TA(2010)0094A7-0079/2010
Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 5 mei 2010 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling IV − Hof van Justitie (C7-0175/2009 – 2009/2071(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008(1) ,

–   gezien de definitieve jaarrekeningen van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2008 − Deel I (C7-0175/2009)(2) ,

–   gezien het jaarverslag van het Hof van Justitie aan de kwijtingsautoriteit over de in 2008 uitgevoerde controles,

–   gezien het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de uitvoering van de begroting in het begrotingsjaar 2008, tezamen met de antwoorden van het Hof van Justitie(3) ,

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag(4) ,

–   gelet op artikel 272, lid 10, en de artikelen 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag en artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5) , en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147 hiervan,

–   gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0079/2010),

1.   verleent de griffier van Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie voor het begrotingsjaar 2008;

2.   formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB L 71 van 14.3.2008.
(2) PB C 273 van 13.11.2009, blz. 1.
(3) PB C 269 van 10.11.2009, blz. 1.
(4) PB C 273 van 13.11.2009, blz. 122.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.


2.Resolutie van het Europees Parlement van 5 mei 2010 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling IV − Hof van Justitie (C7-0175/2009 – 2009/2071(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008(1) ,

–   gezien de definitieve jaarrekeningen van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2008 − Deel I (C7-0175/2009)(2) ,

–   gezien het jaarverslag van het Hof van Justitie aan de kwijtingsautoriteit over de in 2008 uitgevoerde controles,

–   gezien het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de uitvoering van de begroting in het begrotingsjaar 2008, tezamen met de antwoorden van het Hof van Justitie(3) ,

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, als bedoeld in artikel 248 van het EG-Verdrag(4) ,

–   gelet op artikel 272, lid 10, en de artikelen 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag en artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5) (Financieel Reglement), en met name de artikelen 50, 86, 145, 146 en 147 hiervan,

–   gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0079/2010),

1.   merkt op dat het Hof van Justitie in 2008 vastleggingskredieten ter beschikking had ten belope van 297 miljoen EUR (tegen 275 miljoen EUR in 2007), en dat het bestedingspercentage 98,20% bedroeg, wat boven het gemiddelde van de andere instellingen ligt (95,67%);

2.   neemt kennis van de opmerking van de Rekenkamer in haar jaarverslag dat de controle van een contract voor de levering van diensten dat het Hof van Justitie had gesloten (na een samen met een lidstaat georganiseerde aanbestedingsprocedure met open inschrijving), gebreken aan het licht bracht in het internecontrolesysteem voor het uitvoeren van deze inschrijvingsprocedure; de Rekenkamer stelt dat dit onder meer leidde tot een te korte termijn voor inschrijvers om het bestek te kunnen ontvangen (overtreding van artikel 98 van het Financieel Reglement), en de vermelding in de aankondiging van het contract van zowel de verplichting om inschrijvingen in één enkele taal (overtreding van artikel 125 quater van de uitvoeringsvoorschriften(6) (UV) van het Financieel Reglement) op te sturen alsmede van het houden van een gesloten vergadering voor het openen van inschrijvingen (overtreding van artikel 118, lid 3, van de UV);

3.   neemt kennis van de verduidelijking van het Hof, namelijk dat het tijdschema weliswaar krap was, maar dat de door het Financieel Reglement formeel voorgeschreven termijnen zijn geëerbiedigd; neemt ter kennis dat de korte termijn het gevolg was van de noodzaak om de opdracht toe te wijzen op een datum waardoor degene aan wie de opdracht zou worden gegund inzetbaar kon zijn vanaf de oplevering van het betrokken nieuwe gebouwencomplex, alsook de noodzaak om een voldoende lange termijn te voorzien teneinde de inschrijvers de gelegenheid te bieden hun aanbod uit te werken;

4.   neemt voorts kennis van de verduidelijking van het Hof dat de aankondiging van de opdracht alleen in het Frans beschikbaar was (de gangbare praktijk in de betrokken lidstaat), terwijl volgens het bestek de offerten konden worden ingediend in elke officiële taal van de Europese Unie, alsook van de verduidelijking dat inschrijvers desgewenst de bijeenkomst van het met de opening van de offerten belaste comité hadden kunnen bijwonen;

5.   onderschrijft de aanbeveling van de Rekenkamer dat het Hof verbeterde aanbestedingsprocedures dient op te stellen om ordonnateursdiensten te helpen bij de organisatie van inschrijvingsprocedures en bij controle van de naleving van reglementaire verplichtingen;

6.   wijst erop dat de Rekenkamer, afgezien van de opmerkingen over bovengenoemde aanbestedingsprocedure, geen opmerkingen over het Hof in haar jaarverslag heeft gemaakt;

7.   stelt met tevredenheid vast dat de onlangs opgerichte Eenheid interne audit van het Hof doeltreffend functioneert en is verheugd over haar opmerkingen over het valideren van uitgaven en het goedkeuren en uitvoeren van betalingen alsook over het feit dat de aanbevelingen in praktijk zijn gebracht, met name op de volgende punten: herziening van het delegatiesysteem en de voorwaarden voor subdelegatie, zelfbeoordeling van de internecontrolesystemen, toename van het aantal controles achteraf en verbeteringen in de documentatieprocedures; neemt voorts kennis van de resultaten van het onderzoek naar de naleving van de wettelijke bepalingen inzake verslaglegging en openbaarmaking van budgettaire en financiële informatie, dat heeft geleid tot maatregelen ter verbetering van het beheer en de interne controle van overheidsopdrachten, alsmede van de onderzoeken naar de aanbestedingen voor de bibliotheek en de compensatievergoedingen;

8.   is verheugd over de gestage afname van de duur van procedures voor het Hof en met name de aanzienlijke afname van de duur van de prejudiciële procedures; is van oordeel dat deze afname nog niet bevredigend is; neemt ter kennis dat het aantal afgesloten zaken is afgenomen (333 arresten en 161 beschikkingen tegen resp. 379 en 172 in 2007), maar dat het aantal prejudiciële vragen aanzienlijk hoger lag; neemt voorts ter kennis dat het aantal voorgelegde zaken (592) in 2008 het hoogste sinds 1979 was, hetgeen in een lichte stijging van het aantal nog aanhangige zaken aan het eind van 2008 resulteerde (767 tegen 741 aan het eind van 2007);

9.   is er verheugd over dat het aantal afgesloten zaken voor het Gerecht van eerste aanleg in 2008 met 52% is toegenomen en dat de lengte van de procedures een zekere afname vertoonde, die nog niet bevredigend is; wijst er evenwel op dat het aantal nieuwe zaken in 2008 uitzonderlijk hoog was (629 tegen 522 in 2007) en dat het aantal hangende zaken voor het Gerecht van eerste aanleg daardoor is blijven stijgen (van 1154 in 2007 tot 1178 in 2008);

10.   stelt vast dat het aantal afgesloten zaken voor het Gerecht voor ambtenarenzaken, dat in 2008 voor de eerste keer de driejaarlijkse gedeeltelijke vernieuwing onderging, in 2008 lager lag dan in 2007, maar dat ook het aantal hangende zaken lichtelijk daalde (van 235 in 2007 tot 217 in 2008) dankzij een aanzienlijk kleiner aantal nieuwe zaken (111 tegen 157 in 2007);

11.   is ingenomen met het nieuwe geïntegreerde systeem voor beheer en financiële controle (SAP), dat sinds 1 januari 2008 operationeel is, dat besparingen en efficiencyverbetering voor de drie betrokken instellingen (Raad, Rekenkamer en Hof) oplevert;

12.   is verheugd over de voortgezette succesrijke interinstitutionele samenwerking met de Rekenkamer op het gebied van de beroepsopleiding;

13.   neemt kennis van de stappen die het Hof heeft genomen naar aanleiding van de opmerkingen van Parlement en Rekenkamer in het kader van eerdere kwijtingsbesluiten en verslagen, en is met name ingenomen met de maatregelen voor de invoering van een selectieprocedure voor de werving van hulpfunctionarissen/arbeidscontractanten; is daarentegen ongelukkig met het feit dat het Hof de verklaringen van de leden inzake hun financiële belangen niet openbaar wil maken en verlangt dat het Hof dit gebruik onverwijld invoert;

14.   complimenteert het Hof wegens zijn gewoonte om in zijn activiteitenverslag een hoofdstuk op te nemen waarin wordt vermeld welke stappen genomen zijn naar aanleiding van voorgaande kwijtingsbesluiten van het Parlement en verslagen van de Rekenkamer.

(1) PB L 71 van 14.3.2008.
(2) PB C 273 van 13.11.2009, blz. 1.
(3) PB C 269 van 10.11.2009, blz. 1.
(4) PB C 273 van 13.11.2009, blz. 122.
(5) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(6) Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 11 februari 2011Juridische mededeling