Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2111(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0088/2010

Ingediende teksten :

A7-0088/2010

Debatten :

PV 21/04/2010 - 3
CRE 21/04/2010 - 3

Stemmingen :

PV 05/05/2010 - 13.25
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0115

Aangenomen teksten
PDF 108kDOC 53k
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Definitieve uitgave
Kwijting 2008: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden
P7_TA(2010)0115A7-0088/2010
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1.Besluit van het Europees Parlement van 5 mei 2010 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2008 (C7-0182/2009 – 2009/2111(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2008,

–   gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2008, vergezeld van de antwoorden van de Stichting(1) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 16 februari 2010 (5827/2010 – C7-0061/2010),

–   gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag en artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) , en met name artikel 185,

–   gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(3) , en met name artikel 16,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4) , en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0088/2010),

1.   verleent de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2008;

2.   formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 304 van 15.12.2009, blz. 142.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(4) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


2.Besluit van het Europees Parlement van 5 mei 2010 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2008 (C7-0182/2009 – 2009/2111(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2008,

–   gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2008, vergezeld van de antwoorden van de Stichting(1) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 16 februari 2010 (5827/2010 – C7-0061/2010),

–   gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag en artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) , en met name op artikel 185,

–   gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(3) , en met name artikel 16,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4) , en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0088/2010),

1.   gaat akkoord met de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2008;

2.   verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 304 van 15.12.2009, blz. 142.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(4) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.


3.Resolutie van het Europees Parlement van 5 mei 2010 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2008 (C7-0182/2009 – 2009/2111(DEC))

Het Europees Parlement ,

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2008,

–   gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2008, vergezeld van de antwoorden van de Stichting(1) ,

–   gezien de aanbeveling van de Raad van 16 februari 2010 (5827/2010 – C7-0061/2010),

–   gelet op artikel 276 van het EG-Verdrag en artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2) , en met name op artikel 185,

–   gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(3) , en met name artikel 16,

–   gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van 19 november 2002 van de Commissie houdende de financiële kaderregeling van de organen zoals bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(4) , en met name artikel 94,

–   gelet op artikel 77 en bijlage VI van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0088/2010),

A.   overwegende dat de Rekenkamer verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben verkregen dat de jaarrekening voor het begrotingsjaar 2008 betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn,

B.   overwegende dat het Parlement op 23 april 2009 de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting heeft verleend voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2007(5) en in zijn resolutie waarvan deze kwijting vergezeld ging onder andere

   betreurde dat de Rekenkamer in 2007, evenals in 2006, tekortkomingen had geconstateerd in de gevolgde aanwervingsprocedures; de Rekenkamer had met name opnieuw een geval geconstateerd waarin de selectiecriteria niet in overeenstemming waren met de kennisgeving van vacature;
   met bezorgdheid constateerde dat de Rekenkamer in drie aanbestedingsprocedures anomalieën had geconstateerd, zoals:
   a) het feit dat de financiële-evaluatieprocedure voor een contract niet duidelijk was omschreven in de aanbestedingsdocumenten;
   b) het feit dat de selectiecriteria een correcte evaluatie van de financiële capaciteit van de gegadigden in de weg stonden;

1.   is ingenomen met de verklaring van de Rekenkamer dat de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2008 wettig en regelmatig is;

Prestaties

2.   constateert dat in 2007 voor het werkprogramma 2001-2004 een ex-post evaluatie is uitgevoerd om te zien welke invloed de Stichting had gehad, wat haar toegevoegde waarde was geweest en in hoeverre zij effectief had gefunctioneerd; complimenteert de Stichting met het feit dat uit deze evaluatie is gebleken dat de gestelde streefdoelen inderdaad zijn verwezenlijkt; merkt voorts op dat uit de recente gegevens welke zijn opgenomen in de evaluatie van de agentschappen waartoe de Commissie in 2009 opdracht heeft gegeven, is gebleken dat de Stichting haar streefdoelen ook in 2008 effectief heeft gehaald;

3.   feliciteert de Stichting met het feit dat zij ook voor haar werkprogramma 2005-2008 een evaluatie achteraf heeft geïnitieerd; dringt er derhalve bij de Stichting op aan op de hoogte te worden gehouden van de resultaten van deze evaluatie teneinde de invloed, de toegevoegde waarde en de effectiviteit van de Stichting tijdens deze specifieke periode beter te kunnen bepalen;

4.   verzoekt de Stichting voorts in de aan haar volgende verslag aan de Rekenkamer toe te voegen tabel een vergelijkend overzicht op te nemen van de tijdens het onderhavige verslagjaar en het voorgaande begrotingsjaar bereikte resultaten, zodat de kwijtingsautoriteit de prestaties van de Stichting over de jaren heen beter kan beoordelen;

Overgedragen beleidskredieten

5.   merkt op dat het bedrag aan beleidskredieten dat voor het begrotingsjaar 2008 is overgedragen volgens de Rekenkamer ruim 55% van het budget (namelijk 4 900 000 EUR) vertegenwoordigt; neemt niettemin kennis van het antwoord van de Stichting dat er weliswaar sprake is van tekortkomingen, maar dat deze geringer zijn (10%) dan de Rekenkamer aangeeft, aangezien de jaarprogrammering van de Stichting al voorzag in een uit hoofde van titel 3 te transfereren bedrag van 45%, enerzijds vanwege de looptijd van de aangegane onderzoekscontracten en anderzijds vanwege de door de Stichting gehanteerde betaalregeling; wijst er evenwel met nadruk op dat deze situatie duidt op zwakke punten in de planning en programmering van de operationele activiteiten van de Stichting en in strijd is met het beginsel van de jaarperiodiciteit; verzoekt de Stichting derhalve stappen te ondernemen om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen en de kwijtingsautoriteit daarvan in kennis te stellen;

Kredietoverdrachten zonder ondersteunende documenten

6.   neemt kennis van de constatering van de Rekenkamer dat er kredietoverdrachten hebben plaatsgevonden die niet afdoende waren gemotiveerd, aangezien zij niet vergezeld gingen van enigerlei behoeftenraming en niet bij de raad van bestuur waren aangemeld; constateert echter met voldoening dat de Stichting dit euvel inmiddels heeft verholpen;

Aanbestedingsprocedures

7.   verzoekt de Stichting ervoor te zorgen dat er beter toezicht wordt gehouden op de uitvoering van door haar aangegane contracten en dat de planning van haar aanbestedingsprocedures in zoverre wordt verbeterd dat er lang vóór het verstrijken van de bewuste contracten nieuwe uitnodigingen tot inschrijving worden bekendgemaakt; onderstreept in dit verband dat de Rekenkamer heeft aangegeven dat de Stichting in twee gevallen ten onrechte een contract had verlengd waarvan de maximaal toegestane termijn was verstreken en dat zij in een ander geval de gevolgde onderhandelingsprocedure niet had onderbouwd;

Personele middelen

8.   verzoekt de directie van de Stichting maatregelen te treffen om in het kader van het personeelsbeleid en met inachtneming van de regels betreffende de uitvoering van de begroting beter op het vertrek van belangrijke medewerkers te kunnen anticiperen;

9.   verzoekt de Stichting in het jaarverslag op transparante wijze aan te geven hoeveel medewerkers zij in dienst heeft, met inbegrip van arbeidscontractanten (87 medewerkers);

10.   constateert met voldoening dat de Stichting in 2008 aanwervingsprocedures heeft ingevoerd die stroken met de aanbevelingen welke de Rekenkamer de afgelopen twee jaar heeft geformuleerd; wijst er in dit verband overigens op dat de Rekenkamer bij de gevolgde aanwervingsprocedures (bijvoorbeeld ten aanzien van de selectiecriteria) geen tekortkomingen meer heeft geconstateerd die afbreuk deden aan de transparantie en het non-discriminatoire karakter van deze procedures;

Interne audit

11.   is bezorgd over het feit dat de jaarrekening van de Stichting voor 2008 kwalitatief onder de maat was en niet spoorde met de jaarrekening voor 2007, en om die reden tijdens de controle grondig moest worden gecorrigeerd; wijst erop dat deze gang van zaken kan worden verklaard door het feit dat de Stichting is gedwongen voor een korte periode een tijdelijk personeelslid aan te werven om de jaarrekening voor 2008 te kunnen afsluiten, en dat de overgang tussen de beide rekenplichtigen bovendien niet naadloos is verlopen; dringt er derhalve bij de Stichting op aan stappen te ondernemen om ervoor te zorgen dat een dergelijke situatie zich in de toekomst niet meer kan voordoen;

12.   constateert dat sinds 2006 26 van de 54 door de dienst Interne Audit (IAS) gedane aanbevelingen ten uitvoer zijn gelegd; merkt op dat er van de 28 nog resterende aanbevelingen 8 als „zeer belangrijk” worden beschouwd; dringt er bij de Stichting met name op aan de nog te implementeren interne controlestandaarden te effectueren (inzonderheid wat betreft machtigingen voor financiële actoren), nadere invulling te geven aan andere interne controlestandaarden (inzonderheid wat betreft de effectieve coördinatie van het interne controlesysteem en de concordantie van aanbestedingsprocedures met het Financieel Reglement en de voorschriften ter uitvoering daarvan), en een effectief planning- en controlesysteem te introduceren (bijvoorbeeld middels het opzetten van een systeem voor het beoordelen van de risico's die aan de activiteiten van de Stichting zijn verbonden, de invoering van een activiteitsgestuurde methodiek en de toetsing van IT-instrumenten);

o
o   o

13.   verwijst voor andere, horizontale opmerkingen bij het kwijtingbesluit naar zijn resolutie van 5 mei 2010(6) over de resultaten, het financieel beheer en het toezicht op de agentschappen.

(1) PB C 304 van 15.12.2009, blz. 142.
(2) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
(3) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(4) PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.
(5) PB L 255 van 26.9.2009, blz. 190.
(6) Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0139.

Laatst bijgewerkt op: 11 februari 2011Juridische mededeling