Resolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2010 over de situatie in Bosnië en Herzegovina
Het Europees Parlement
,
– gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Bosnië en Herzegovina anderzijds, die op 16 juni 2008 werd ondertekend,
– gezien Verordening (EG) nr. 1244/2009(1)
van de Raad van 30 november 2009 over liberalisering van het visaregime,
– gezien de conclusies van de Raad van 16 juni 2003 over de westelijke Balkan, alsmede die van 30 november 2009 over Bosnië en Herzegovina,
– gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 16 juni 2003 over de westelijke Balkan en de bijlage daarbij getiteld „De agenda van Thessaloniki voor de westelijke Balkan: op weg naar Europese integratie”, die op 19 en 20 juni 2003 werd aangenomen door de Europese Raad van Thessaloniki,
– gezien het besluit van de grote kamer van het Europees Mensenrechtenhof in de zaak Sejdic en Finci tegen Bosnië en Herzegovina (nummers 27996/06 en 34836/06) van 22 december 2009,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 april 2009 over de situatie in Bosnië en Herzegovina(2)
,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 januari 2009 over Srebrenica(3)
,
– gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de EU bij herhaling haar steun heeft uitgesproken voor het EU-lidmaatschap voor de landen van de westelijke Balkan, waaronder Bosnië en Herzegovina; overwegende dat de hoofdverantwoordelijkheid voor die toetreding evenwel bij deze landen zelf ligt, en staat of valt met hun vermogen en vastberadenheid om te voldoen aan de criteria van Kopenhagen,
B. overwegende dat Bosnië en Herzegovina een lange periode van politieke, economische en sociale stagnatie doormaakt die wordt gekenmerkt door een algemene en aanhoudende politieke verlamming en de verslechtering van interetnische betrekkingen ten gevolge van politieke retoriek en de onwil en het onvermogen van de politieke elite om tot compromissen een gemeenschappelijke visie op de urgente politieke, economische en sociale problemen van het land te komen,
C. overwegende dat de in felheid toenemende nationalistische en separatistische retoriek haaks staat op de elementaire Europese waarden, sociaal-economische ontwikkeling en politieke stabiliteit, afbreuk doet aan het algemene belang van het land, een belemmering vormt voor interetnische verzoening, alsook een obstakel voor de ambitie van het land om toe te treden tot de EU; overwegende dat Bosnië en Herzegovina het risico loopt verder achterop te raken bij de andere landen van de westelijke Balkan en de voordelen van Europese integratie mis te lopen,
D. overwegende dat de Dayton-akkoorden nodig waren om een einde te maken aan het bloedvergieten, maar dat zij er niet in zijn geslaagd een levensvatbare en goed functionerende staat Bosnië en Herzegovina in het leven te roepen; overwegende dat de door de akkoorden bewerkstelligde versnippering van het beleidsmakingsproces tussen de staat en de entiteiten, alsook de overlappende bevoegdheden en de tekortschietende harmonisatie van het wetgevingsproces tussen de verschillende spelers nog altijd de belangrijkste obstakels vormen voor een effectief bestuur, en het land belemmeren bij het boeken van daadwerkelijke vooruitgang bij de hervormingen op het pad naar het lidmaatschap van de EU,
E. overwegende dat een constitutionele hervorming van essentieel belang is om Bosnië en Herzegovina te veranderen in een goed functionerende staat; overwegende dat de werking van het justitieel apparaat en de hervormingsinspanningen te wensen overlaten ten gevolge van de ingewikkelde opzet van het justitieel apparaat, het ontbreken van één begroting, het ontbreken van een hooggerechtshof voor Bosnië en Herzegovina (dat de harmonisatie van de vier interne jurisdicties zou kunnen bevorderen), de politieke inmenging in het justitieel apparaat en de voortdurende bemoeienissen in de jurisdictie en de bevoegdheden van de nationale justitiële diensten door de Republika Srpska; overwegende dat de structuren van de entiteiten - zoals tot stand gekomen op basis van internationale besluiten - moeten worden gewijzigd teneinde ze doeltreffender te maken en beter te doen aansluiten op het institutionele kader van de staat,
F. overwegende dat de Europese toekomst van alle burgers van het land in de Europese Unie ligt; overwegende dat het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap één van de meest bindende factoren voor de bevolking van Bosnië en Herzegovina is; overwegende dat Bosnië en Herzegovina alleen als één land vooruitzicht op het lidmaatschap van de EU heeft en dat alle pogingen gericht op het ondermijnen en verzwakken van de staatsinstellingen en het gijzelen van de samenleving door onverantwoord nationaal en separatistisch beleid alle burgers de kans zal ontnemen de vruchten te plukken van de Europese integratie; overwegende dat Bosnië en Herzegovina bij de hervormingen in het kader van het proces van toetreding tot de EU weinig vooruitgang heeft geboekt; overwegende dat de bestaande etnische en entiteitsagenda's een belemmering vormen voor de verwezenlijking van de voorwaarden voor het lidmaatschap van de EU en de NAVO,
G. overwegende dat de Raad en de Commissie groter leiderschap moeten tonen en moeten laten zien over het vermogen te beschikken de stuwende kracht te zijn achter het initiëren en implementeren van meer hervormingen,
H. overwegende dat een vroegtijdige sluiting van het kantoor van de hoge vertegenwoordiger, op basis van de legitieme wens van een grotere plaatselijk greep op het politieke proces, invloed zou kunnen hebben op de stabiliteit van het land, en op het tempo en het succes van de zo noodzakelijke hervormingen; overwegende dat de overgang van het kantoor van de hoge vertegenwoordiger naar een versterkte speciale afgezant van de EU een onontbeerlijke stap op weg naar de status van kandidaat-lidstaat blijft,
I. overwegende dat Bosnië en Herzegovina moet worden gefeliciteerd met het niet-permanente lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad voor de periode 2010-2011, hetgeen bewijst dat het land in staat is ten volle en op verantwoordelijke wijze zijn rol in de internationale betrekkingen te vervullen,
J. overwegende dat de politieke verantwoordelijken van Bosnië en Herzegovina duizenden vrouwen en meisjes die tijdens de oorlog van 1992-1995 zijn verkracht onvoldoende juridische en materiële genoegdoening hebben gegeven, dat in slechts zeer weinig gevallen vervolging is ingesteld tegen vermeende plegers van oorlogsmisdaden van seksuele aard en dat de slachtoffers vaak onwaardig en onrespectvol zijn bejegend en onvoldoende bescherming en psychologische en materiële steun hebben gekregen om hun levens weer op te bouwen,
K. overwegende dat 11 juli 2010 de vijftiende herdenkingsdag van de genocide in Srebrenica-Potočari is,
L. overwegende dat bijlage VII bij het vredesakkoord van Dayton nog altijd niet volledig is geïmplementeerd; overwegende dat een gedeelte van de 115 000 intern verdreven personen, alsook vluchtelingen en andere slachtoffers van het conflict nog op billijke, alomvattende en duurzame oplossingen wachten en dat er nog vooruitgang moet worden geboekt bij de sociaaleconomische integratie van degenen die zijn teruggekeerd; overwegende dat er, volgens het Internationale Rode Kruis, na de oorlog nog altijd 10 000 vermiste personen zijn waarvan het lot onbekend is,
M. overwegende dat de Commissie op 27 mei 2010 een wetgevingsvoorstel heeft ingediend over visumliberalisering voor Bosnië en Herzegovina (COM(2010)0256) dat formeel de weg opent voor een mogelijke liberalisering in 2010,
N. overwegende dat Frankrijk, Italië en Luxemburg de stabilisatie- en associatieovereenkomst nog niet hebben geratificeerd en daarmee het proces van integratie in Europa van Bosnië en Herzegovina vertragen,
O. overwegende dat het voortbestaan van sterke etnische tegenstellingen moet worden aangepakt middels een meer geïntegreerd, niet-gesegregeerd en modern onderwijsstelsel in Bosnië en Herzegovina,
P. overwegende dat de tekortschietende inspanningen van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om de corruptie in het land daadwerkelijk aan te pakken zeer nadelig zijn voor de economische, sociale en politieke ontwikkeling van het land,
Q. overwegende dat mensenhandel een ernstig misdrijf is en een grove schending van de mensenrechten vormt; overwegende dat Bosnië en Herzegovina zowel een land van herkomst, als, in mindere mate, een doorvoer- en bestemmingsland is in de handel in mensen, in het bijzonder vrouwen en meisjes,
R. overwegende dat de grondwetten van de staat en de entiteiten iedereen het recht op gelijke behandeling garanderen; overwegende dat de Roma onverminderd met moeilijke levensomstandigheden en discriminatie worden geconfronteerd, en dat op grote schaal sprake is van discriminatie en sociale uitsluiting op basis van seksuele identiteit en seksuele geaardheid; overwegende dat fysieke aanvallen, mishandeling en intimidatie van deze groepen gewoon doorgaan,
S. overwegende dat de werkloosheid onverminderd hoog is en is toegenomen ten gevolge van de economische crisis; overwegende dat de geringe kans op het vinden van een baan, met name voor jongeren, de vooruitgang van het land belemmert en bijdraagt tot politieke spanningen; overwegende dat economische welvaart van essentieel belang is voor de verdere ontwikkeling van het land en voor verzoening in Bosnië en Herzegovina,
Het Europese perspectief
1. is ontevreden over de beperkte vooruitgang die Bosnië en Herzegovina heeft geboekt op weg naar stabilisering en ontwikkeling, alsook als potentiële kandidaat voor het lidmaatschap van de EU; uit zijn groeiende bezorgdheid over het onstabiele politieke klimaat en het gebrek aan gemeenschappelijke visie bij alle politieke actoren, en veroordeelt met klem het gebruik van opruiende taal, hetgeen het proces van interetnische verzoening en de werking van de staatsstructuren kan ondermijnen; beschouwt de verklaring van het leiderschap van de Republika Srpska over een referendum over „vreedzame scheiding” als een provocatie en een bedreiging voor de stabiliteit, soevereiniteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina;
2. verzoekt met klem om een beëindiging van nationalistische en separatistische retoriek die tot polarisering van de samenleving leidt en de kern van de overeenkomst van Dayton ondermijnt, en om daadwerkelijke onderhandelingen met het oog op langetermijnovereenkomsten die tot een goed functionerende staat leiden, de instellingen van het land voorbereiden op toetreding tot de EU en tot verbetering van de algemene situatie van het land leiden;
3. herinnert eraan dat toetreding tot de Europese Unie inhoudt dat de waarden en regels die aan de EU ten grondslag liggen, te weten eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren, solidariteit, verdraagzaamheid, democratie en de rechtstaat, met inbegrip van eerbiediging van de onafhankelijkheid van justitie, worden overgenomen;
4. vraagt de vice-voorzitter/hoge vertegenwoordiger en de commissaris voor Uitbreiding en het Europees Nabuurschapsbeleid om namens de EU stevige druk op de politici van Bosnië en Herzegovina uit te oefenen ten einde hen ertoe te bewegen méér gezamenlijke inspanningen te leveren om te voldoen aan de vereisten van het Europees partnerschap en zich te houden aan alle verplichtingen die uit de stabilisatie- en associatieovereenkomst voortvloeien; wijst alle politieke actoren op het feit dat deze twee documenten de routekaart voor Europese integratie vormen en dat het hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun burgers is om compromissen te sluiten en hervormingen overeen te komen; spoort de vice-voorzitter/hoge vertegenwoordiger en de Commissie aan stelselmatiger en met een grotere resultaatgerichtheid de EU-conditionaliteit te gebruiken om tegemoet te komen aan de behoeften van alle inwoners van Bosnië en Herzegovina;
5. geeft zijn onvoorwaardelijke steun aan het kantoor van de hoge vertegenwoordiger en onderstreept dat de overgang alleen kan worden voltooid wanneer de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina de vijf doelstellingen volledig hebben verwezenlijkt en volledig aan de twee voorwaarden hebben voldaan; verzoekt de autoriteiten van de Republika Srpska te voldoen aan de laatste verplichting (de elektriciteitswet van de Republika Srpska) en de Brcko-toezichthouder toe te staan de sluiting aan te bevelen van het toezichtregime in het district Brcko;
6. verzoekt de regering van de Republika Srpska actief te blijven participeren in de onderhandelingen over de verdeling van het door het kantoor van de hoge vertegenwoordiger in kaart gebrachte staatseigendom en vraagt deze geen wetgeving over publiek eigendom in de Republika Srpska aan te nemen aangezien dat een ernstige overtreding zou zijn van het besluit van de hoge vertegenwoordiger om de verkoop van publiek eigendom te verbieden, waarmee de sluiting van het kantoor van de hoge vertegenwoordiger zou worden vertraagd;
7. is verheugd over de wijzigingen in de grondwet waarmee het district Brcko als een entiteit met plaatselijk zelfbestuur tot stand is gebracht, waarmee is voldaan aan nog een voorwaarde van de Peace Implementation Council (PIC) voor de toekomstige sluiting van het kantoor van de hoge vertegenwoordiger;
8. verzoekt de twee entiteiten en alle politieke krachten, in het bijzonder de regering van de Republika Srpska, het vredesakkoord van Dayton volledig te respecteren en acties op basis van dit akkoord en op basis van resoluties van de VN-Veiligheidsraad niet in twijfel te trekken; beschouwt de hoge vertegenwoordiger als de hoogste autoriteit voor wat betreft de interpretatie van de civiele implementatie van het vredesakkoord; vraagt alle politieke actoren de hoge vertegenwoordiger en al het internationale personeel in het land met de vereiste eerbied te bejegenen en zich te onthouden van persoonlijke aanvallen;
9. stelt met tevredenheid vast dat de politiemissie van de Europese Unie (EUPM) en EUFOR Althea een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de stabiliteit en de veiligheid van Bosnië en Herzegovina; is verheugd over het besluit van de Raad om steun te verlenen aan de opbouw van capaciteit voor niet-uitvoerende taken en opleidingen; is verheugd over de verlenging van het EUFOR-mandaat krachtens resolutie 1895 van de VN-Veiligheidsraad; is verheugd over het feit dat Bosnië en Herzegovina door de NAVO is uitgenodigd voor deelname aan het actieplan voor lidmaatschap;
10. wijst op het werk van de politiemissie van de Europese Unie, dat heeft bijgedragen aan de strijd tegen de georganiseerde misdaad en corruptie die is aangegaan door politie en justitie in Bosnië en Herzegovina; is verheugd over het feit dat de missie met twee jaar is verlengd en een nieuw mandaat heeft gekregen, en ook over het werk van de Commissie voor een follow-upproject van EUPM in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun 2010;
11. vraagt de EU en haar lidstaten tegenwicht te bieden tegen de onverschilligheid van grote delen van het politieke establishment door een preferentieel partnerschap aan te gaan en steun te bieden aan het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en het bedrijfsleven, en projecten te ontwikkelen gericht op het stimuleren van actieve politieke participatie, met name van jonge Bosniërs;
12. benadrukt dat vrije en onafhankelijke media, zowel met een publiek als een particulier statuut, fundamentele elementen van een democratie zijn; vraagt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina onafhankelijke en gevarieerde media, zonder politieke inmenging, te versterken en de media in staat te stellen vrijelijk vanuit alle delen van het land berichtgeving te verzorgen door toegang tot informatie te waarborgen; veroordeelt met klem de aanvallen op journalisten en roept de bevoegde instanties op passende maatregelen te nemen om dergelijke voorvallen in de toekomst te vermijden; verzoekt de media, inclusief die met een publiekrechtelijk statuut, haatdragende taal van geen enkele aard te tolereren; benadrukt de noodzaak van politieke onafhankelijkheid van de regelgevende instanties op het gebied van communicatie; roept de Raad van Ministers op een vaste directeur van de communicatie-instantie aan te stellen;
Constitutionele hervorming en hervorming van justitie
13. herhaalt zijn standpunt betreffende de doelstellingen die via een constitutionele hervorming moeten worden verwezenlijkt:
a)
de staat moet over toereikende wetgevings-, begrotings-, uitvoerings- en justitiële bevoegdheden beschikken om aan de toetredingscriteria van de EU te kunnen voldoen, een functionerende eenheidsmarkt tot stand te brengen en te handhaven, om de economische, milieu- en sociale cohesie te bevorderen en om de algemene belangen van het land in het buitenland te behartigen en te beschermen; de vrijwaring van vitale nationale belangen binnen Bosnië en Herzegovina moet verenigbaar zijn met het handelingsvermogen van het land,
b)
het aantal bestuurslagen waarover het bestuur van Bosnië en Herzegovina is verdeeld, moet evenredig zijn aan de financiële middelen die het land ter beschikking staan en moet zijn gebaseerd op een doelmatige, samenhangende en doeltreffende toewijzing van verantwoordelijkheden,
c)
alle burgers moeten dezelfde rechten genieten zonder enige vorm van discriminatie, in volledige overeenstemming met het Europees mensenrechtenverdrag en met artikel 2 van de stabilisatie- en associatieovereenkomst inzake de naleving van de democratische beginselen en de mensenrechten,
d)
is van oordeel dat speciale aandacht moet worden besteed aan de rechten van minderheden en kwetsbare groepen, die moeten worden beschermd tegen directe of indirecte discriminatie en geweld; spoort Bosnië en Herzegovina aan publieke onderwijsprogramma's op het gebied van mensenrechten in te voeren, ter bevordering van de waarden van verdraagzaamheid, pluralisme en verscheidenheid;
14. wijst erop dat versterking van de centrale overheid niet betekent dat de entiteiten worden verzwakt, maar dat voorwaarden worden geschapen, op basis van het subsidiariteitsbeginsel, voor een doeltreffend bestuur dat in staat is op nationaal niveau hervormingen door te voeren en efficiënte internationale betrekkingen te onderhouden en daarmee het hele land voor te bereiden op toetreding tot de EU;
15. verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina om, in het kader van de alomvattende grondwetshervorming, de relevante grondwetbepalingen en respectieve bepalingen van de nationale kieswet zo snel mogelijk te wijzigen, teneinde de uitspraak van het Europees mensenrechtenhof in de zaak Sejdic en Finci na te leven, waarin duidelijk wordt aangegeven dat de huidige grondwet van Bosnië en Herzegovina mensen die als „anderen” worden gekwalificeerd, discrimineert; wijst erop dat de goedkeuring van deze hervormingen een uiterst belangrijke stap is in de richting van een functionerende multi-etnische samenleving;
16. spoort de burgers van Bosnië en Herzegovina aan te gaan stemmen tijdens de algemene verkiezingen in oktober 2010; is van oordeel dat deze verkiezingen ook bepalend zijn voor het tempo waarin Bosnië en Herzegovina in de richting van de EU beweegt, en dat iedereen die besluit niet te gaan stemmen in feite anderen over zijn of haar toekomst laat beslissen; wijst op het feit dat alles moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat de aanstaande verkiezingen plaatsvinden met volledige inachtneming van de Europese normen en op basis van een vreedzame en democratische campagne;
17. herinnert aan de noodzaak van de oprichting van een hooggerechtshof op nationaal niveau en van verankering daarvan in het grondwettelijk kader, zodat het een integrerende factor voor de jurisprudentie van het land kan zijn en bijdraagt aan de geleidelijke harmonisatie van de vier verschillende wettelijke systemen van Bosnië en Herzegovina;
18. vraagt alle politieke actoren uitvoering te geven aan de 69 maatregelen zoals bedoeld in het actieplan bij de strategie voor de hervorming van het justitieel apparaat;
Bestrijding van oorlogsmisdaden, georganiseerde misdaad en corruptie
19. is verheugd over de bevredigende samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) en de adequate coöperatie tussen het tribunaal en de autoriteiten op nationaal en entiteitsniveau; wijst op de noodzaak te blijven voldoen aan de verplichtingen en mee te werken aan de arrestatie van alle personen die door het ICTY in staat van beschuldiging zijn gesteld, en hun steunnetwerken te ontmantelen; dringt aan op een doeltreffender samenwerking tussen de politieautoriteiten in Servië en Bosnië en Herzegovina met als doel Ratko Mladić en Goran Hadžić op te sporen en te arresteren; spoort de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina evenwel aan de implementatie van de nationale oorlogsmisdadenstrategie en de aanpak van de achterstand bij de behandeling van zo'n tienduizend gevallen van oorlogsmisdaden in het hele land te versnellen, en aan te geven welke materiële en technische middelen nodig zijn voor de vervolging van alle daders, waaronder verkrachters en plegers van seksueel geweld;
20. wijst erop dat 11 juli wordt erkend als dag van herdenking van de genocide van Srebrenica in de EU, en roept alle landen van de regio op hetzelfde te doen; is verheugd over de goedkeuring van verschillende resoluties over Srebrenica door de parlementen van vier landen in de westelijke Balkan, in het bijzonder door de nationale assemblee van de Republiek Servië, en verzoekt de parlementen van de Bosnische staat en de entiteiten in de nabije toekomst vergelijkbare resoluties goed te keuren; beschouwt deze verklaringen als belangrijke stappen om in het reine te komen met het tragische verleden van de regio en hoopt dat deze de weg vrijmaken voor een beter begrip van de gemeenschappelijke geschiedenis, teneinde tot daadwerkelijke verzoening in de gehele regio te komen; benadrukt dat het berechten van de verantwoordelijken voor de genocide in en om Srebrenica een belangrijke stap is op het pad naar regionale stabiliteit en vrede;
21. vraagt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina een bij de internationale normen aansluitende definitie van seksueel geweld in het wetboek van strafrecht op te nemen, de slachtoffers onverwijld adequate genoegdoening te geven, alsook economische, sociale en psychologische ondersteuning, waaronder kwalitatief hoogwaardige lichamelijke en geestelijkegezondheidszorgdiensten, en programma's te ontwikkelen voor langetermijnbescherming van de slachtoffers en daarvoor financiering ter beschikking te stellen; onderstreept in dit verband het belang van een betere coördinatie tussen de verschillende gerechtelijke instanties en van een snellere behandeling van de gevallen van oorlogsmisdaden van seksuele aard tijdens de oorlog; verzoekt de Commissie en andere internationale donoren de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op dit vlak te helpen met financiële middelen en expertise gericht op de slachtoffers van oorlogsmisdaden en seksueel geweld; vraagt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina prioritair goedkeuring te hechten en uitvoering te geven aan een strategie voor de slachtoffers van oorlogsmisdaden van seksuele aard;
22. verzoekt de EU en haar lidstaten strafrechtelijke onderzoeken te beginnen tegen degenen die tijdens de oorlog seksuele misdrijven hebben gepleegd en die zijn geëmigreerd en een permanente verblijfsstatus, inclusief burgerschap, in de lidstaten hebben gekregen, en te erkennen dat deze misdrijven in feite oorlogsmisdrijven zijn en dat zij niet moeten worden behandeld als algemene seksuele misdrijven of onder een verjaringsregeling moeten vallen
23. dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan de definitieve terugkeer van vluchtelingen en intern verdreven personen te bevorderen en te voltooien en een relevante strategie goed te keuren, zoals bedoeld in bijlage VII bij de vredesovereenkomst van Dayton; dringt erop aan dat enerzijds de personen die nu nog in opvangcentra wonen steun ontvangen en maatregelen worden genomen voor hun sociale integratie, en dat anderzijds de terugkeer wordt bevorderd van de personen die niet naar hun geboorteland, zoals het vernietigde gebied Posavina, kunnen terugkeren; roept de Commissie en de andere internationale donoren op de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina hierbij met financiële middelen en kennis te ondersteunen;
24. herinnert aan de urgentie van de bouw van hogeveiligheidsgevangenissen van de staat en de renovatie van bestaande faciliteiten, voor de veilige detentie van alle personen die zijn beschuldigd van en veroordeeld voor misdaden;
25. betreurt het feit dat, ten gevolge van een tekortschietende coördinatie van de corruptiebestrijdingsinspanningen op staatsniveau en door het geringe aantal onderzoeken tegen en vervolgingen van verdachten van grote corruptiezaken in regeringsdiensten en andere staats- en entiteitstructuren, bij openbare aanbestedingsprocedures, de verlening van bedrijfsvergunningen en in de sectoren gezondheidszorg, energie en vervoer en in de bouw, relatief weinig vooruitgang is geboekt bij de bestrijding van corruptie; dringt in dit verband aan op de snelle oprichting van een onpartijdige en verantwoordingsplichtige corruptiebestrijdingsdienst, om het vertrouwen van de burgers van Bosnië en Herzegovina in hun instellingen te herstellen, alsook op de gecoördineerde implementatie van de nieuwe strategie voor de bestrijding van corruptie (2009-2014) en het bijbehorende actieplan;
26. verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina doeltreffend op te treden tegen mensenhandel, de daders samen met de internationale gemeenschap vastberaden te vervolgen, de slachtoffers bescherming en compensatie te bieden en het bewustzijn te vergroten om te voorkomen dat de autoriteiten en de samenleving hen opnieuw tot slachtoffer maken;
Visumliberalisering
27. is verheugd over het feit dat de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina hun hervormingen hebben versneld en aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt bij het naleven van de benchmarks opgenomen in de routekaart voor een visavrijstelsel, hetgeen aantoont dat met de noodzakelijke wil aanzienlijke vooruitgang kan worden geboekt op het gebied van hervormingen; moedigt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina sterk aan de laatste delen van de wetgeving in kwestie aan te nemen;
28. is verheugd over het hoger vermelde wetgevingsvoorstel van de Commissie van 27 mei 2010 over visumliberalisering en verzoekt de Commissie te controleren of de nog overblijvende benchmarks de komende maanden worden nageleefd, teneinde de weg te openen voor de goedkeuring door de Raad en het Europees Parlement van de invoering van de vrijstelling van de visumplicht voor Bosnische burgers tegen het eind van 2010;
29. erkent het belang van visaliberalisering voor alle burgers van Bosnië en Herzegovina om binnen de EU te kunnen reizen en ziet het als een belangrijke factor voor verdere integratie in de EU en interetnische verzoening, omdat het isolatie voorkomt en burgers de kans biedt hun horizon te verbreden, kennis te nemen van wat EU-lidmaatschap inhoudt en hun wil aan de politieke leiders kenbaar te maken, met het oog op opname in de EU;
Het onderwijsstelsel
30. erkent dat op institutioneel niveau vooruitgang is geboekt, maar spoort de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina toch aan op federaal niveau de wet op het hoger onderwijs goed te keuren en zich te concentreren op volledige implementatie van de kaderwetten op het gebied van onderwijs, waarmee de versnippering van het onderwijsstelsel wordt aangepakt; spoort de autoriteiten aan om met volledige benutting van het Europees partnerschap, maatregelen te nemen voor het verbeteren van de algehele kwaliteit van het onderwijs met als doel in te spelen op de behoeften van de arbeidsmarkt en te voldoen aan de normen van het Bologna-proces, alsook met steun van de EU regelingen te ontwikkelen voor opleiding en na- en bijscholing van langdurig werklozen; dringt aan op de implementatie van internationale uitwisselingsprogramma's tussen alle universiteiten van Bosnië en Herzegovina en lidstaten van de EU, door gebruikmaking van de bestaande EU-programma's en -netwerken; benadrukt dat het aantal studenten, leraren en onderzoekers dat aan mobiliteitsprogramma's van de EU deelneemt, flink moet worden verhoogd;
31. wijst erop dat onderwijs een belangrijk instrument is voor een daadwerkelijke interetnische verzoening; is van mening dat in het kader van de bijstand van de EU bijzondere aandacht moet worden besteed aan het bevorderen van een inclusief, niet-discriminerend onderwijsstelsel, gebaseerd op verdraagzaamheid en respect voor verscheidenheid, en op inspanningen gericht op het tot stand brengen van een beter begrip van de gemeenschappelijke geschiedenis, en het elimineren van de segregatie van verschillende etnische groepen (twee scholen onder één dak) door middel van het ontwikkelen van gemeenschappelijke onderwijsprogramma's en geïntegreerde klassen in beide entiteiten; is in dit verband verheugd over de oprichting van een studentenraad voor heel Bosnië en Herzegovina;
32. verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina de bestaande, starre en dure methoden voor gelijkstelling van diploma's nog eens tegen het licht te houden en op het niveau van de staat een agentschap voor de erkenning van diploma's op te richten; herinnert de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina eraan dat hoogopgeleide werknemers aangespoord zouden moeten worden, en niet ontmoedigd, om een baan te zoeken in het land zelf;
Economische situatie, sociaal beleid
33. is verheugd over de laatste evaluatieronde van MONEYVAL(4)
; dringt er bij alle actoren op aan de economie duurzaam te hervormen, jurisdictionele acties te coördineren en economische activiteiten te faciliteren, met inbegrip van het verwijderen van administratieve obstakels, een langetermijnstrategie voor duurzame ontwikkeling te ontwikkelen gericht op onder andere onderwijs, onderzoek en ontwikkeling (O&O), infrastructuur, landbouw, milieu en energie; spoort de politieke leiders en toonaangevende zakenmensen aan, met als doel om buitenlandse investeringen aan te trekken, om alles te doen om het vertrouwen van investeerders te herstellen en een goed ondernemersklimaat te creëren, zodat Bosnië en Herzegovina in de regio niet verder achterop raakt;
34. herinnert eraan dat in de stabilisatie- en associatieovereenkomst wordt aangedrongen op versterking van de coördinatie van het economische beleid tussen de entiteitsregeringen en, als een cruciaal onderdeel van de economische hervorming, de totstandbrenging van één economische ruimte voor verdere interne integratie en betere land- en arbeidsmarkten; betreurt in dit verband het feit dat de versnippering van de interne arbeidswetgeving en de socialezekerheidsstelsels nog altijd de voornaamste belemmering vormen voor het vrije verkeer van personen binnen het land; geeft aan dat economische welvaart en nieuwe banen, met name voor de jonge inwoners van het land, van essentieel belang zijn voor de verdere ontwikkeling van Bosnië en Herzegovina, en interetnische verzoening kunnen bevorderen;
35. dringt aan op verbetering van de fiscale coördinatie door te zorgen voor een goede werking van de autoriteit voor indirecte belastingen en van de nationale fiscale raad; verzoekt de Raad van Ministers met klem om, na veel vertragingen, een permanente directeur van de autoriteit voor indirecte belastingen te benoemen;
36. verzoekt het parlement van Bosnië en Herzegovina, teneinde in 2011 nationale verkiezingen te kunnen houden, op zo kort mogelijke termijn de kieswet aan te nemen, hetgeen een duidelijke voorwaarde voor het Europees perspectief is en van essentieel belang is voor de sociaal-economische ontwikkeling van het land, alsmede voor voortzetting van de steun van de EU; beklemtoont dat het gezien de gevoeligheid van het onderwerp geen verplichting mag zijn te antwoorden op alle vragen over etniciteit;
37. verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina maatregelen te nemen voor het bestrijden van armoede en het ontwikkelen van een beter op de armen, sociaal uitgeslotenen en kwetsbare groepen, in het bijzonder de Roma, toegesneden sociaal vangnet, en een doeltreffend en duurzaam socialebeschermings- en integratiestelsel te ontwikkelen; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina zich extra in te spannen op de gebieden werkgelegenheid, sociale cohesie en gendergelijkheid;
38. is verheugd over de initiatieven van de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina voor het verbeteren van de situatie van de Roma en herbevestigt het belang van het goedkeuren van een strategie gericht op huisvesting, gezondheidszorg, werkgelegenheid en onderwijs van de Roma; vraagt de autoriteiten voldoende middelen ter beschikking te stellen voor de implementatie van deze strategie in samenwerking met het maatschappelijk middenveld, waaronder de Roma zelf, om discriminatie te bestrijden en de vertegenwoordiging van Roma in publieke functies te bevorderen;
39. is verheugd over de meest recente wetgevingsamendementen van het federaal parlement, waarmee een systeem van op behoeften gebaseerde uitkeringen en begrotingsdiscipline voor alle begunstigden van de begroting, waaronder veteranen, is geïntroduceerd; is verheugd over het feit dat de door de Wereldbank ter beschikking gestelde lening voor ontwikkelingsbeleid en de tweede en derde tranche van de „stand-by”-regeling van het IMF zijn uitbetaald; vraagt het federale parlement met klem meer maatregelen te nemen gericht op een grotere fiscale discipline;
40. spoort de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan een nationale energiestrategie te ontwikkelen die stoelt op hernieuwbare energiebronnen, energiebesparing en -efficiëntie, alsook op modernisering van het elektriciteitsnet; verzoekt zowel de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina als de Commissie ervoor te zorgen dat de waterkrachtcentrales worden gepland en gebouwd overeenkomstig de EU-criteria betreffende milieueffectbeoordelingen en de algemene duurzaamheidsnormen;
41. betreurt het feit dat de administratieve capaciteit in de milieusector nog altijd onderontwikkeld en beperkt is; dringt in dit verband aan op de goedkeuring van een federale alomvattende milieuwet die zorgt voor een geharmoniseerde milieubescherming, en op de oprichting van een nationaal milieuagentschap;
42. vraagt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina goedkeuring te hechten aan de nationale zorgverzekeringswet, teneinde de kwaliteit van de publieke gezondheidszorg te harmoniseren en te verbeteren, en de bevolking op het hele grondgebied van de staat adequate gezondheidszorg te kunnen bieden, ongeacht hun woon- en werkplaats;
Regionale samenwerking
43. onderstreept het belang van regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen, en beschouwt deze als een essentieel onderdeel van het verzoeningsproces doordat het menselijke contacten bevordert; beklemtoont de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld voor het verbeteren van de regionale samenwerking op sociaal en politiek gebied; verzoekt de Bosnische autoriteiten een oplossing te vinden die de regionale mobiliteit van de burgers van Kosovo waarborgt en het mogelijk maakt naar Bosnië en Herzegovina te reizen;
44. juicht de recente verklaringen toe van de Kroatische president, die zich voor het Kroatische beleid in Bosnië en Herzegovina in de jaren 1990 heeft verontschuldigd en eer heeft betoond aan de slachtoffers van elke gemeenschap; beschouwt dit gebaar als een belangrijke stap voor de bevordering van etnische verzoening tussen de Balkanvolkeren; roept de andere buurlanden van Bosnië en Herzegovina op om dit voorbeeld te volgen;
45. verzoekt Kroatië en Bosnië en Herzegovina om via onderhandelingen een oplossing te vinden met betrekking tot de Kroatische bouwplannen voor de brug van Pelješac, waartegen Bosnië en Herzegovina gekant is; is bezorgd door de recente aankondiging van de Kroatische premier over de mogelijke aanvraag door Kroatië van Europees geld om het omstreden bouwwerk aan deze brug te versnellen; wijst erop dat het project de toekomstige ontwikkeling van de Bosnische haven van Neum kan schaden en ecologische bezorgdheid wekt in beide landen;
46. wijst op het feit dat duurzame stabiliteit en regionale samenwerking in de westelijke Balkan en de gehele EU onmogelijk zijn zolang er in Bosnië en Herzegovina sprake is van een politieke impasse;
47. is verheugd over de actieve participatie van Bosnië en Herzegovina in het proces van regionale samenwerking, in het bijzonder over de ondertekening (samen met Kroatië en Servië) van de overeenkomsten inzake internationale juridische bijstand in straf- en civiele zaken, die gericht zijn op de uitvoering van straffen opgelegd aan personen die zijn veroordeeld in de ene partij bij de overeenkomst en vervolgens zijn ontsnapt naar een andere partij bij de overeenkomst;
o o o
48. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vice-voorzitter/hoge vertegenwoordiger, de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van Bosnië en Herzegovina en zijn entiteiten.
Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (Raad van Europa).