Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2768(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0440/2010

Debatten :

PV 08/07/2010 - 11.1
CRE 08/07/2010 - 11.1

Stemmingen :

PV 08/07/2010 - 12.1
CRE 08/07/2010 - 12.1

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0288

Aangenomen teksten
PDF 79kWORD 39k
Donderdag 8 juli 2010 - Straatsburg Definitieve uitgave
Zimbabwe, met name het geval van Farai Maguwu
P7_TA(2010)0288B7-0415, 0439, 0440, 0441, 0442, 0443 en 0444/2010

Resolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2010 over Zimbabwe, en meer in het bijzonder de zaak-Farai Maguwu

Het Europees Parlement ,

–  onder verwijzing naar zijn vele vroegere resoluties over Zimbabwe, als laatste die van 17 december 2008(1) ,

–  gezien gemeenschappelijk standpunt 2010/92/GBVB van de Raad van 15 februari 2010(2) , dat de restrictieve maatregelen tegen Zimbabwe van gemeenschappelijk standpunt 2004/161/GBVB(3) tot 20 februari 2011 verlengt, en Verordening (EG) nr. 1226/2008 van 8 december 2008 van de Commissie(4) , die het gemeenschappelijk standpunt van amendementen voorziet,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 februari 2010 over Zimbabwe, en de conclusies van de 10e politieke dialoog EU–Zuid-Afrika op ministerieel niveau van 11 mei 2010 over Zimbabwe,

–  onder verwijzing naar eerdere VN-resoluties over „bloeddiamanten”, meer in het bijzonder resolutie 1459 (2003) van de VN-Veiligheidsraad over het Kimberley-proces,

–  gezien de certificeringsregeling bij het Kimberley-proces, die van de aangesloten leden eist dat ze de verzekering geven dat de ruwe diamant niet dient om gewapende conflicten te financieren,

–  gezien het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren, dat door Zimbabwe is geratificeerd,

–  gezien het communiqué van de 7e plenaire vergadering van de certificeringsregeling van het Kimberley-proces, gehouden op 5 november 2009 in Swakopmund (Namibië), meer in het bijzonder de paragrafen 13, 14 en 22,

–  gezien de tussentijdse vergadering van het Kimberley-proces van 21–24 juni 2010 in Tel Aviv, Israël,

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst EU–ACS van Cotonou, ondertekend op 23 juni 2000,

–  gelet op artikel 122, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Zimbabwe vrijwillig aangesloten lid bij de certificeringsregeling van het Kimberley-proces is, die de leden in staat stelt om ruwe diamanten op de wettelijke internationale markt te verkopen voorzover de handel niet dient om gewapende conflicten te financieren,

B.  overwegende dat het Kimberley-proces zich op het ogenblik niet met schendingen van de rechten van de mens bezighoudt,

C.  overwegende dat Zimbabwe in de loop van de volgende jaren vermoedelijk één van de grootste diamantproducenten van de wereld kan worden als het diamantveld van Marange (Chiadzwa) in de provincie Manicaland volledig ontwikkeld wordt, met in potentie een opbrengst van miljarden euro,

D.  overwegende dat Zimbabwe in november 2009 in Swakopmund (Namibië) toegezegd heeft om een aantal maatregelen te treffen om de diamantontginning in Marange in overeenstemming met de certificeringsregeling van het Kimberley-proces te brengen,

E.  overwegende dat de tussentijdse vergadering van het Kimberley-proces van 21–23 juni 2010 in Tel Aviv geen overeenstemming over mogelijke opname van overwegingen in verband met de rechten van de mens in het Kimberley-proces heeft weten te bereiken,

F.  overwegende dat een groot aantal internationale ngo's (Human Rights Watch, Global Witness en Partnership for Africa-Canada) ernstige bezorgdheid geuit hebben over de toestand van de rechten van de mens in Chiadzwa, vooral over schendingen van de rechten van de mens door de veiligheidstroepen van Zimbabwe,

G.  overwegende dat Farai Maguwu, een burger van Zimbabwe en stichter/leider van het Centrum voor onderzoek en ontwikkeling (CRD: Centre for Research and Development), een ngo die in Manicaland gevestigd is en op de rechten van de mens toeziet, op ernstige schendingen van de rechten van de mens door de veiligheidstroepen van de Zimbabwaanse staat op verschillende diamantvelden van het land gewezen heeft, vooral in Chiadzwa,

H.  overwegende dat Farai Maguwu op 3 juni 2010 door de Zimbabwaanse overheid gearresteerd is op beschuldiging van verspreiding van informatie die schadelijk voor de Zimbabwaanse staat is, sindsdien onder slechte omstandigheden vastgehouden wordt, het recht ontzegd is om zijn absoluut noodzakelijke medische behandeling te ontvangen, het recht om binnen 48 uur na zijn arrestatie voor de rechter gebracht te worden, en het recht om op borgtocht vrijgelaten te worden,

1.  eist onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Farai Maguwu en spreekt zijn veroordeling over de omstandigheden van zijn arrestatie en gevangenhouding uit;

2.  dringt erop aan dat de autoriteiten van Zimbabwe hun verbintenissen volgens het Kimberley-proces, die ze in Swakopmund aangegaan zijn, gestand doen, de diamantvelden van Marange volledig aan de bevoegdheid van het leger onttrekken, en degelijke maatregelen treffen om er de orde en rust te verzekeren op een manier die de rechten van de plaatselijke bevolking eerbiedigt;

3.  vraagt herziening van het Kimberley-proces zodat het de principes van de rechten van de mens op een behoorlijke manier in acht neemt;

4.  vraagt nadrukkelijk dat de regering van Zimbabwe de aanzienlijke inkomsten die de diamantontginning in Chiadzwa waarschijnlijk zal opleveren, als grondslag voor het herstel van de economie van Zimbabwe in haar geheel gebruikt, en als middel om de gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale voorzieningen te financieren die op het ogenblik door internationale donors verzorgd worden, en dringt er daarom bij de regering op aan dat ze een zelfstandig beheersfonds voor de gelden uit de diamantontginning opricht, dat in dienst van de bevolking van Zimbabwe staat;

5.  vraagt de regering van Zimbabwe om de vrijheid van meningsuiting zonder beperkingen te waarborgen en te verdedigen, zodat ngo's (zoals het Centrum voor onderzoek en ontwikkeling van Farai Maguwu) vrij hun mening kunnen uiten zonder voor vervolging of gevangenisstraf te moeten vrezen;

6.  vraagt dat het Kimberley-proces ervoor zorgt dat de toeziende instantie voor Zimbabwe in volledige onafhankelijkheid en integriteit optreedt, en met aandacht voor de rechten van de mens;

7.  vraagt Zuid-Afrika en de ontwikkelingsgemeenschap voor zuidelijk Afrika (SADC), in hun eigen belang en dat van Zimbabwe en de regio zuidelijk Afrika in ruimere zin, om actieve maatregelen te nemen om terugkeer naar volledige democratie in Zimbabwe, eerbied voor de rechtsstaat en de rechten van de mens van de bevolking van Zimbabwe aan te moedigen; erkent dat Mugabe en zijn naaste medestanders een aanhoudend struikelblok in de ontwikkeling naar politieke en economische heropbouw en verzoening in Zimbabwe blijven vormen door de economische rijkdommen van het land in eigen voordeel te plunderen;

8.  onderschrijft de recente hernieuwing (februari 2010) van de EU-lijst van personen en instanties met inreisverbod, die verbindingen met het Mugabe-regime onderhouden; benadrukt dat de beperkende maatregelen enkel en alleen tegen elementen van het regime gericht zijn en op geen enkele manier de bevolking van Zimbabwe in haar geheel zullen treffen;

9.  benadrukt het belang van dialoog tussen de Europese Unie en Zimbabwe en verheugt zich over de vorderingen die in die zin gemaakt zijn;

10.  verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en kandidaat-lidstaten, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vice-voorzitter van de Commissie, de regeringen en parlementen van Zimbabwe en Zuid-Afrika, de covoorzitters van de Paritaire Vergadering EU–ACS, de instellingen van de Afrikaanse Unie met o.a. het pan-Afrikaans parlement, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de ontwikkelingsgemeenschap voor zuidelijk Afrika (SADC), de voorzitter bij toerbeurt van het Kimberley-proces (Israël), en de secretaris-generaal van het Gemenebest.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0640.
(2) PB L 41 van 16.2.2010, blz. 6.
(3) PB L 50 van 20.2.2004, blz. 66.
(4) PB L 331 van 10.12.2008, blz. 11.

Laatst bijgewerkt op: 16 juni 2011Juridische mededeling